CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen beleidsplan Beschermd Thuis in Nissewaard 2023-2027; beleidsplan

Gemeenteraad 11 oktober 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Beleidsplan beschermd thuis15.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beschermd thuis in Nissewaard 2023-2027

datum 22 augustus 2023 versie 1.0 Auteur(s)

Dorine Vijfvinkel Lokaal beleid wonen kwetsbare volwassenen en preventie dak- en thuisloosheid Gemeente Nissewaard

Maatschappelijke Ontwikkeling

Postadres Postbus 25, 3200 AA Spijkenisse Bezoekadres Raadhuislaan 106, 3201 EL Spijkenisse Telefoon 14 0181 E-mail gemeente@nissewaard.nl www nissewaard.nl

Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................................................... 3 1.1. Regionale samenwerking en lokale verantwoordelijkheid ......................................................... 3 1.2. Doel van deze notitie................................................................................................................... 3 2. Beleidsdoelstellingen....................................................................................................................... 4 2.1. Landelijke doelstelling ................................................................................................................. 4 2.2. Regionale doelstellingen ............................................................................................................. 4 2.3. Lokale doelstellingen ................................................................................................................... 5 3. Aard en omvang van de doelgroep in Nissewaard .......................................................................... 6 3.1. Afbakening................................................................................................................................... 6 3.2.

Doelgroepen ................................................................................................................................ 6 3.3. Uitwerking per doelgroep ........................................................................................................... 7 4. Doorontwikkeling regionale voorzieningen .................................................................................. 14 4.1. Huidige regionale voorzieningen ............................................................................................... 14 4.2. Huidige ontwikkelingen ............................................................................................................. 14 4.3. Regionaal toekomstperspectief ................................................................................................ 15 4.4. Lokale verantwoordelijkheid vanaf 2025 .................................................................................. 16 5. Beleidsvoorstellen en bekostiging ................................................................................................. 17 5.1. Versterken preventie en voorzorg ............................................................................................ 17 5.1.1. Eén lokaal punt voor informatie, advies en ondersteuning .................................................. 17 5.1.2.

Preventieve en outreachende interventies ........................................................................... 18 5.1.3. Deskundigheidsbevordering uitvoerende medewerkers ...................................................... 18 5.2. Betere regievoering ................................................................................................................... 19 5.2.1. Regie op huisvestingsproblematiek ...................................................................................... 19 5.2.2. Mandaat en budget voor spoedinterventies ........................................................................ 19 5.2.3. Werken met woonzorgcontracten ........................................................................................ 19 5.2.4. Hospitaverhuur faciliteren en promoten .............................................................................. 20 5.3. Realiseren nieuwe opvang- en woonvormen............................................................................ 21 5.3.1. Sociaal pension voor kortdurende opvang............................................................................ 21 5.3.2. Flexwonen ............................................................................................................................. 21 5.3.3.

Begeleide woonvormen ........................................................................................................ 22 5.3.4. Housing First .......................................................................................................................... 23 5.3.5. Time-out voorziening ............................................................................................................ 23 5.4. Realisatie, monitoring en evaluatie van het beleid ................................................................... 23 6. Financieel kader ............................................................................................................................ 25 6.1. Beschikbaar budget ................................................................................................................... 25 6.2. Geraamde uitgaven ................................................................................................................... 26 6.3. Indicatieve begroting................................................................................................................. 27 Bijlage 1 Onderzoek naar dak- en thuisloosheid in Nissewaard ...................................................... 29 Bijlage 2 Beleidskader dak- en thuisloosheid toegepast op Nissewaard ......................................... 31

2

1. Inleiding Iedereen heeft recht op een veilige en betaalbare plek om te wonen, een inkomen dat voldoende is om in het levensonderhoud te voorzien, toegang tot zorg en volwaardige participatie in de samenleving. De afgelopen jaren is het voor kwetsbare inwoners steeds moeilijker geworden om een thuis te vinden of te behouden. Dit is een groot maatschappelijk probleem, want een eigen woonplek is niet alleen een basisrecht maar ook een belangrijke basisvoorwaarde om je leven op orde te krijgen en te houden. Als het hieraan schort, is dat een belangrijke oorzaak en versneller van problemen op andere leefgebieden. Dit maatschappelijke probleem speelt ook in de gemeente Nissewaard. 1.1. Regionale samenwerking en lokale verantwoordelijkheid Als regio Zuid-Hollandse Eilanden willen de samenwerkende gemeenten in 2023 hernieuwde keuzes maken over de toekomst van de samenwerking op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Dit tegen de achtergrond van de landelijk besloten doordecentralisaties van beschermd wonen en opvang. De kans is reëel dat bij het hernieuwen van de samenwerkingsafspraken gepleit zal worden voor andere keuzes in het organiseren van deze voorzieningen, die beter aansluiten bij de inhoudelijke visie van de gemeenten: werken aan sociale inclusie door meer differentiatie en betere geografische spreiding van voorzieningen.

Waar mogelijk dus lokaal en door de eigen gemeente georganiseerd. De afgelopen jaren heeft gemeente Nissewaard zich volop ingezet om haar wettelijke verantwoordelijkheid en regionale opdracht als centrumgemeente voor vrouwenopvang, maatschappelijke opvang en beschermd wonen goed uit te voeren. Dit heeft als onbedoeld neveneffect gehad dat de lokale Nissewaardse verantwoordelijkheden voor onze eigen inwoners op deze dossiers lange tijd onderbelicht zijn gebleven. Steeds duidelijker wordt dat het iets anders van de gemeente vraagt om haar eigen kwetsbare inwoners met problemen bij het vinden of behouden van een thuis goed te ondersteunen. De bestuurlijke ambitie van het college van Nissewaard is om in te zetten op de behoeften van onze eigen inwoners en om de ondersteuning zoveel mogelijk preventief en dichtbij huis te organiseren. Op dit moment zijn de meeste meldingen van dak- en thuisloosheid afkomstig van inwoners van Nissewaard en is het merendeel van de mensen die verblijven in de opvangvoorzieningen afkomstig uit Nissewaard. De gemeente had tot nu toe geen beleid vastgesteld en in uitvoering gebracht dat is gericht op kwetsbare inwoners met problemen bij het vinden of behouden van een thuis. Zo hield gemeente Nissewaard de instroom van deze inwoners in de centrale voorzieningen onbedoeld mede zelf in stand. 1.2.

Doel van deze notitie Deze notitie is een belangrijke eerste stap om daar verandering in te brengen. Deze notitie beschrijft de landelijke, regionale en lokale beleidsdoelstellingen die de kaders vormen voor deze notitie, geeft inzicht in de aard en omvang van de problematiek in Nissewaard en benoemt de beleidsvoorstellen waarmee gemeente Nissewaard haar kwetsbare inwoners kan ondersteunen bij het vinden of behouden van een thuis. Daarbij is in beeld gebracht welke incidentele en structurele middelen er beschikbaar zijn om deze voorstellen te bekostigen, en is een inschatting gemaakt van de kosten per maatregel in relatie tot het beschikbare budget. Door het vaststellen van dit beleidsplan geeft de Raad kaders mee aan het college in termen van doelstellingen, budget en prioriteiten. Het college kan de beleidsvoorstellen in de komende jaren vervolgens uitwerken tot concrete plannen met concrete resultaten, op basis waarvan de ambtelijke organisaties en maatschappelijke partners aan de slag kunnen om deze te realiseren. Waar dat voor onze inwoners meerwaarde heeft, wordt indien mogelijk samengewerkt met andere gemeenten op de Zuid-Hollandse Eilanden.

3

2. Beleidsdoelstellingen 2.1. Landelijke doelstelling In het toekomstbeeld van beschermd wonen staat de sociale inclusie van mensen met een verstoorde zelfregulatie centraal. Dit vraagt een transformatie van beschermd wonen binnen diverse zorgsectoren naar het beschermen van kwetsbare burgers midden in de samenleving door uiteenlopende woonvarianten met flexibele herstelondersteuning. In essentie gaat het om een ‘Beschermd thuis’: beschermde woonplekken in de wijk met ambulante begeleiding en beschikbaarheid of bereikbaarheid buiten kantoortijden, en woonvoorzieningen met 7 x 24 uur toezicht en zorg voor een kleine groep mensen met zeer hoge kwetsbaarheid. Bij beschermd wonen én de maatschappelijke opvang wordt daarmee afstand genomen van het woonladdermodel waarbij de mensen op basis van hun functioneren steeds een stapje hoger of lager op de woonladder (moeten) maken. Voor de maatschappelijke opvang is dit door het kabinet doorvertaald in de ambitie om dakloosheid niet meer aan de achterkant te ‘managen’ via de maatschappelijke opvang, maar te investeren in een eigen woonplek voor mensen die (dreigend) dakloos zijn: wonen eerst. Preventie maakt hier onlosmakelijk deel van uit. Het Rijk ondersteunt de gemeenten in deze transformatie op diverse manieren, onder andere middels financiële impulsen.

De achterliggende gedachte is dat deze transformatie naar een beter functionerend stelsel van (beschermde) woonplekken met flexibele begeleiding en behandeling waar nodig, zal leiden tot minder instroom en korter verblijf in de ‘traditionele’ intramurale voorzieningen (opvang en beschermd wonen) en daarmee tot lagere kosten. De praktijk zal moeten uitwijzen in hoeverre deze transformatie ook echt gerealiseerd kan worden. De overheid faciliteert beide ambities door stevige regie op de volkshuisvesting te nemen en richt zich daarbij met prioriteit op huisvesting voor aandachtsgroepen (inclusief dakloze mensen). Het uiteindelijk doel is dat iedereen in 2030 een prettig en betaalbaar (t)huis heeft, met waar nodig de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. 2.2. Regionale doelstellingen Gemeente Nissewaard werkt vanuit haar rol als centrumgemeente voor de Zuid-Hollandse Eilanden op het gebied van beschermd wonen en opvang nauw samen met de andere gemeenten in deze regio aan het beschikbaar maken, houden en verder ontwikkelen van deze voorzieningen. De regionale visie is verwoord in het beleidsplan ‘Een beschermd thuis op de Zuid Hollandse Eilanden’. Daarin is o.a. vastgelegd dat de ZHE-gemeenten stevig inzetten op een beschermd thuis door het realiseren van een sluitende aanpak, variatie in woonvormen en passende begeleiding.

Lokaal is de preventie van dak- en thuisloosheid een belangrijke pijler. Voor de mensen die toch een beroep moeten doen op beschermde woonvormen of opvang is het van belang dat ze zo snel mogelijk kunnen uitstromen naar een passende woonplek. De bijbehorende afspraken over samenwerking zijn in 2020 regionaal vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst ‘Intergemeentelijke samenwerking op de Zuid Hollandse Eilanden beschermd wonen en maatschappelijke opvang’. Eind 2022 is in de Stuurgroep OGGZ+ het besluit genomen om de overeenkomst met een jaar te verlengen tot eind 2024, met een addendum bij de huidige overeenkomst. In artikel 5.4 van deze samenwerkingsovereenkomst hebben de gemeenten met elkaar afgesproken om te werken aan het lokaal voorkómen van problemen bij het vinden of behouden van een thuis, door het realiseren van: a) aan BW/MO complementaire/preventieve activiteiten en voorzieningen; b) betaalbare, adequate en goed gespreide woonmogelijkheden; c) sociale infrastructuur t.b.v. vroegsignalering en –interventie. Met het vaststellen en uitvoeren van deze lokale aanpak komt de gemeente Nissewaard de gemaakte afspraak na.

4

2.3. Lokale doelstellingen In het ontwikkelperspectief ‘Nissewaard naar 2040’ is de overkoepelende gemeentelijke visie vastgelegd om te komen tot een aantrekkelijke, vitale, toekomstbestendige woon- en werkgemeente in 2040. Eén van de belangrijkste ambities is dat Nissewaard voor alle inwoners een aantrekkelijke plek is om te wonen. Fijn wonen in je eigen gemeente begint bij het kunnen beschikken over een eigen woonplek die voldoende stabiliteit en perspectief biedt. Verder staat in het ontwikkelperspectief dat Nissewaard jongeren wil behouden en aantrekken, terwijl juist jongvolwassenen in Nissewaard relatief vaak problemen ervaren bij het zelfstandig wonen: bijna 40% van de dak- en thuisloze Nissewaarders is tussen de 18 en 27 jaar en bijna de helft van de cliënten die beschermd wonen is jonger dan 30 jaar. Vanuit het (herijkte) programma Toekomstbestendig Sociaal Domein zijn twee programmalijnen die raakvlakken hebben met het vinden of behouden van een thuis: de programmalijn bestaanszekerheid en de programmalijn kwetsbare volwassenen.

De volgende relevante strategische doelstellingen zijn binnen deze programmalijnen geformuleerd:  Inwoners kunnen (voor hun gezin) in hun eigen levensbehoeften voorzien en doen mee in de samenleving  Meer kwetsbare inwoners kunnen voor zichzelf zorgen zodat het aantal Wmo-cliënten niet méér stijgt dan landelijk  In 2026 is de ondersteuning van huishoudens met multi-problematiek effectiever door een integrale aanpak In het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Samen bouwen op Nissewaard’ zijn de volgende punten benoemd die het college de komende bestuursperiode voor haar inwoners wil bereiken en die direct of indirect raken aan wonen voor kwetsbare volwassenen en preventie van dak- en thuisloosheid: - Belemmeringen en drempels in onze dienstverlening nemen we zoveel mogelijk weg. De beleving van de klant speelt een belangrijke rol bij de (her)inrichting van processen, zodat de klant centraal staat. Daarbij zorgen we voor een goede afstemming zodat de inwoner met één overheid te maken heeft. - Verantwoordelijkheid nemen voor voldoende sociale huurwoningen binnen Nissewaard en betere spreiding van sociale huurwoningen in de regio. - Flexwonen met behulp van tijdelijke woningen voor verschillende doelgroepen, die nu in de knel komen of tussen wal en schip vallen. - Oplossingen rondom statushouders en opvang integraal benaderen bij het creëren van tijdelijke huisvesting.

Als bijvoorbeeld voor een bepaalde doelgroep flexwoningen zijn gecreëerd, kunnen deze later ook ingezet worden voor een andere doelgroep, die nu in de overspannen woningmarkt buiten de boot vallen, zoals jongeren of spoedzoekers. - Realiseren van appartementen voor (alleenstaande) jongvolwassenen in verbouwde kantoorpanden en transformatie van winkeloppervlakte in en rond het centrum. - Verminderen van het aantal huishoudens met een laag inkomen en het bieden van perspectief om uit de (verborgen) armoedesituatie te geraken. - Inzetten op financiële educatie, preventie en vroegsignalering, zodat we schulden kunnen voorkomen of vroegtijdig kunnen verhelpen. - Onderzoek naar de mogelijkheid om het initiatief ‘Onder de Pannen’ in te voeren in Nissewaard. - Hulpverlening aan personen met verward gedrag en verdere monitoring en verbetering voor de uitvoering van de Wet Verplichte GGZ. - Creëren van meer welzijn en algemeen aanbod en het zoeken naar slimme verbindingen, zodat er minder (dure) persoonsgebonden voorzieningen nodig zijn.

5

3. Aard en omvang van de doelgroep in Nissewaard 3.1. Afbakening Dit beleid is gericht op volwassen inwoners die door een (tijdelijke) kwetsbaarheid problemen ervaren bij het vinden of behouden van een thuis. Het gaat om alle vormen van kwetsbaarheid met uitzondering van fysieke beperkingen (somatiek)1. We hanteren daarbij als uitgangspunt de definitie zoals die in de Wet maatschappelijke ondersteuning is gehanteerd en daarmee voor gemeenten wettelijk leidend is:  personen met een psychische of psychosociale kwetsbaarheid en/of licht verstandelijke beperking die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving;  personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Vanuit het oogpunt van effectieve preventie en de menselijke maat kiezen we er daarbij bewust voor om onder de tweede groep óók (dreigend) dak- en thuisloze inwoners zonder enige zorgvraag als doelgroep van dit beleid te zien, op het moment dat het hen niet zelfstandig lukt om hun huisvestingsproblematiek op te lossen. Dit is een verschil met eerder Nissewaards beleid; mensen met uitsluitend huisvestingsproblematiek werden tot nu toe niet beschouwd als doelgroep om dienstverlening op te richten.

De reden dat we deze groep middels dit beleid wél willen ondersteunen is dat steeds meer mensen door hun instabiele woonsituatie gemarginaliseerd raken. Door de woningcrisis slagen zij er niet in om op eigen kracht binnen redelijke termijn een woonplek te (her)vinden. En daardoor lopen zij serieus risico op verder maatschappelijk afglijden met alle gevolgen van dien. Dit afglijden leidt tot hoge maatschappelijke en financiële kosten voor de gemeente, wat de inzet van preventieve interventies voor een grotere doelgroep op papier een verstandige investering maakt. Het brengt echter ook een financieel risico met zich mee, daarom onderzoeken we gedurende deze beleidsperiode hoe het financieel uitpakt. Dit beleid richt zich verder op de lokale verantwoordelijkheid van de gemeente. Dit betekent dat we de groep inwoners buiten beschouwing laten die een vorm van zorg met verblijf nodig hebben met 24/7 zorg en toezicht. De verantwoordelijkheid hiervoor heeft Nissewaard evenals de andere gemeenten op de regio Zuid-Hollandse Eilanden, overgedragen aan de centrumgemeente Nissewaard en daarvoor is een regionaal beleid en regionale aanpak vastgesteld. 3.2. Doelgroepen In 2022 hebben interne gesprekssessies plaatsgevonden met medewerkers die vanuit hun werkzaamheden contact hebben met (dreigend) dak- en thuisloze inwoners2. Ook is gesproken met twee medewerkers van Thuis in Nissewaard.

Daarnaast is door Companen een woonzorganalyse uitgevoerd, die informatie heeft opgeleverd over de toekomstige behoefte aan wonen met zorg. Ten slotte is ook monitoringsinformatie beschikbaar uit de gemeentelijke uitvoering. Op basis van deze informatiebronnen is een kwalitatief en kwantitatief beeld te schetsen van de doelgroepen van dit beleid. We onderscheiden in deze notitie drie doelgroepen inwoners waarop we specifiek beleid voeren: A. Stabiele woonsituatie, wel ondersteuningsbehoefte

1

Dan gaat het om wonen met zorg voor ouderen en mensen met lichamelijke beperkingen. Hiervoor wordt een apart plan opgesteld. 2 Hieraan hebben deelgenomen: klantmanager inkomen, klantmanagers wmo, regisseurs MVC, RMC-consulent, JOT-regisseur, medewerker burgerzaken, medewerkers woningurgenties, medewerkers schuldpreventie en regionale casusregisseur dak- en thuislozen.

6

Het gaat hier om inwoners die begeleid wonen of die zelfstandig wonen met individuele begeleiding. Het beleid is erop gericht om duurzaam een stabiele woonsituatie te behouden - ook bij afschaling van de zorg - zodat afglijden/escalatie leidend tot dak- of thuisloosheid wordt voorkomen. a. Inwoners die zelfstandig wonen met woonbegeleiding (zonder woonzorgcontract) b. Inwoners die succesvol uitstromen uit instelling of opvang c. Inwoners die begeleid wonen bij een aanbieder B. Instabiele woonsituatie, (nog) geen ondersteuningsbehoefte Het gaat hier om inwoners die dreigen dak- of thuisloos te raken of dat al zijn, maar (nog) geen behoefte hebben aan ondersteuning bij het zelfstandig functioneren. We spreken hier ook wel over ‘spoedzoekers’. Het beleid is erop gericht om hun zelfredzaamheid en draagkracht te versterken, zodat zij zelf weer een duurzaam stabiele woonsituatie kunnen creëren. a. Gescheiden inwoners b. Inwoners die door schulden of overlast hun huis verliezen c. Inwoners die hun huis verliezen a.g.v. strafbare feiten C. Instabiele woonsituatie en ondersteuningsbehoefte Het gaat hier om inwoners die dreigen dak- of thuisloos te raken of dat al zijn én (tijdelijk) te kwetsbaar zijn om zelfstandig te kunnen functioneren.

Het beleid is gericht op acuut organiseren van onderdak en het beheersbaar maken van problematiek, zodat gewerkt kan gaan worden aan duurzaam maatschappelijk herstel. a. Alleenstaande jonge moeders met minderjarig(e) kind(eren) b. Jongvolwassenen in problematische gezinssituatie c. Inwoners zonder vaste woonplek d. Jongvolwassenen die uitstromen uit residentiële jeugdhulp e. Inwoners die moeilijk plaatsbaar zijn in huidige zorgvoorzieningen f. Ex-gedetineerde inwoners Niet iedereen die kwetsbaar is, heeft problemen met zijn woonsituatie. En niet iedereen die problemen heeft met zijn woonsituatie, is kwetsbaar. Wel zijn beide een risicofactor voor het ontstaan van problemen op het andere vlak. Daarom is preventie van een dergelijk ‘domino-effect’ een belangrijk onderdeel van deze beleidsnotitie. 3.3. Uitwerking per doelgroep Hieronder is per doelgroep een korte omschrijving gegeven, waarbij ook zoveel mogelijk kwantitatieve duiding is gegeven. Daarvoor is gebruik gemaakt van gemeentelijke data uit de lokale toegang tot Wmo enerzijds en de centrale toegang tot Maatschappelijke opvang anderzijds3 en de woonzorganalyse door bureau Companen. Bij een aantal doelgroepen is een korte beschrijving van een persona toegevoegd. Alle persona’s zijn bestaande Nissewaardse inwoners, hun namen zijn veranderd uit privacyoverwegingen. A. Stabiele woonsituatie, wel ondersteuningsbehoefte a.

Inwoners die zelfstandig wonen met woonbegeleiding (zonder woonzorgcontract) Dit is de grootste groep, het zijn alle inwoners die ‘gewoon’ Wmo-begeleiding ontvangen om hen te ondersteunen bij het zelfstandig wonen die op de reguliere manier het proces hebben doorlopen om voor deze ondersteuning in aanmerking te komen. De meeste maken tijdelijk gebruik van deze ondersteuning, maar een deel van hen heeft dit in feite levenslang (in variërende intensiteit) nodig.

3

Binnen gemeente Nissewaard is de regionale balie voor dak- en thuislozen vormgegeven voor de gehele ZuidHollandse Eilanden, waar wordt getoetst of men in aanmerking komt voor een plek in de opvang. Het gaat primair om de opvang Herstart Hoeklaan maar ook naar de andere twee opvangvoorzieningen wordt doorverwezen.

7

We hebben geen informatie over de omvang van deze groep omdat de gemeente geen registratie voert op de aard van de problematiek waardoor mensen Wmo-begeleiding nodig hebben. b. Inwoners die succesvol uitstromen uit instelling of opvang Inwoners die succesvol hun traject afronden in een instelling of opvangsituatie komen in aanmerking voor een urgentieverklaring en kunnen daarmee verhuizen naar een huurwoning. Bijna altijd hebben zij nog een vorm van woonbegeleiding nodig bij het zelfstandig gaan wonen. Woningcorporaties, zorginstellingen en gemeenten werken vanaf medio 2023 samen aan duurzame huisvesting voor deze doelgroep door een samenwerkingsovereenkomst gericht op het werken met woonzorgcontracten. Dit is een contract tussen de huurder, de woningcorporatie en de zorginstelling, waarin aanvullende voorwaarden zijn gesteld ten opzichte van het huurcontract. Nissewaard moet nog aantal zaken regelen om de afspraken uit de samenwerkingsovereenkomst na te kunnen leven. Deze zaken zijn opgenomen als beleidsvoorstellen in deze notitie. De werkwijze met woonzorgcontracten wordt door woningcorporaties al af en toe toegepast in Nissewaard, maar met deze afspraken wordt dit beter ingeregeld en gefaciliteerd waardoor het structureel kan worden ingezet. Zo is nu geen registratie van het huidige aantal inwoners dat met een woonzorgcontract zelfstandig woont.

Wel hebben we informatie over het aantal inwoners dat in 2022 een urgentieverklaring heeft aangevraagd op grond van succesvolle uitstroom uit een intramurale zorginstelling (bijvoorbeeld behandeling of beschermd wonen): 24 inwoners, evenals uitstroom uit vrouwenopvang of maatschappelijke opvang: 56 inwoners. c. Inwoners die begeleid wonen bij een aanbieder De gemeente Nissewaard heeft nog geen voorzieningen voor begeleid wonen georganiseerd middels inkoop of subsidie. Wel wordt er op individuele basis af en toe een maatwerkplaatsing geregeld voor inwoners die begeleid wonen nodig hebben. Deze notitie bevat een voorstel om begeleid wonen te gaan realiseren als onderdeel van het palet aan ondersteuningsvormen. Op dit moment maakt een onbekend aantal inwoners gebruik van begeleid wonen middels een maatwerkplaatsing. Daarnaast is uit gesprekken met Enver gebleken dat 9 van de 19 plekken in de centrale opvangvoorziening voor jongvolwassenen feitelijk fungeren als een voorziening voor begeleid wonen. Hier stromen de jongvolwassenen vanuit het centrale gebouw naar door en wonen hier met begeleiding totdat ze klaar zijn om zelfstandig te wonen. B. Instabiele woonsituatie, (nog) geen ondersteuningsbehoefte a. Gescheiden inwoners Bij een stel zonder kinderen dat uit elkaar gaat, komt geen van beide in aanmerking voor een urgentieverklaring.

Minimaal één van de twee moet dus op zoek naar andere woonruimte en raakt anders dak- of thuisloos. Als geen van beide zelfstandig de woonlasten kan betalen, moeten beide op zoek naar andere woonruimte. Pas als de financiële situatie van een gescheiden persoon aantoonbaar zeer problematisch is geworden door de woonlasten, is dit grond om voor een urgentieverklaring in aanmerking te komen. Bij een stel met kinderen dat uit elkaar gaat, komt per scheidend huishouden één persoon voor een urgentieverklaring in aanmerking. Deze urgentieverklaring gaat op basis van het ouderschapsplan naar de ouder bij wie de kinderen gaan wonen. Vaak is dit de moeder. Als een deel van de kinderen bij de ene ouder gaat wonen en een deel bij de andere, dan is de afweging wie in aanmerking komt voor de urgentieverklaring lastiger. In die gevallen wordt meestal maatwerk toegepast door de urgentiemedewerkers. Een deel van de ‘achterblijvende’ ouders kan de woonlasten niet meer zelfstandig betalen, mede vanwege de alimentatieplicht. Extra problematisch zijn situaties waarin de vader de moeder (met kinderen) op straat zet. Door de stress en gebrek aan stabiliteit kan de

8

opvoeding en veiligheid van de kinderen in het gedrang komen waardoor jeugdhulp betrokken raakt, met een risico op uithuisplaatsing4. Door de huidige krappe woningmarkt komt het steeds vaker voor dat stellen na hun relatiebreuk noodgedwongen bij elkaar blijven wonen omdat het niet lukt om een nieuwe betaalbare woonruimte te vinden. Dit zorgt voor een toename van psychische problematiek en huiselijk geweld, waardoor bijvoorbeeld vaker tijdelijke huisverboden moeten worden ingezet en daaraan gekoppelde gemeentelijke hulpverlening. Vanuit het lokaal zorgnetwerk komen ook situaties naar voren van dreigende onveiligheid bij een relatiebreuk. Een inwoner geeft bijvoorbeeld aan ‘ik doe mezelf iets aan als ik op straat kom te staan’. In 2022 hebben 65 inwoners een urgentieverklaring aangevraagd op grond van te hoge woonlasten, dit betreft bijna altijd gescheiden mensen. Daarnaast hebben 33 inwoners in 2022 een urgentie aangevraagd op grond van ernstig psychisch of fysiek geweld, of bedreiging daarmee in de thuissituatie, waardoor de aanvrager niet langer in zijn of haar huidige woonruimte kon blijven wonen. b. Inwoners die door schulden of overlast hun huis verliezen Er zijn afspraken met woningcorporaties over het voorkomen van huisuitzettingen door opgelopen huurachterstand.

Toch gebeurt het dat inwoners door de corporatie uit de woning worden gezet (middels een ontruimingsvonnis), wanneer zij de aangeboden hulp of betaalregeling niet accepteren. Ook inwoners die herhaaldelijk overlast veroorzaken voor omwonenden en zich niet aan afspraken houden, worden door corporaties uit de woning gezet. Ook in de particuliere huur- en koopsector gebeurt het dat mensen hun woning verliezen door betalingsachterstanden. De gemeente kan hier niet preventief acteren omdat er geen meldingsafspraken zijn en omdat particuliere verhuurders en hypotheekverstrekkers vaak minder coulant zijn. In veel gevallen komen inwoners in bovenstaande situaties pas bij de gemeente in beeld als zij binnenkort daadwerkelijk op straat staan. In 2022 zijn 18 huishoudens door woningcorporaties uit hun huis gezet door huurachterstand en/of overlast. Over huisuitzettingen in de particuliere en koopsector hebben we geen gegevens.

c. Inwoners die hun huis verliezen a.g.v. strafbare feiten De burgemeester kan op basis van artikel 174a van de Gemeentewet besluiten een woning te sluiten indien door gedragingen de openbare orde rond die locatie wordt verstoord. Bijvoorbeeld productie of handel in drugs, prostitutie, illegaal gokken of arbeidsuitbuiting. De burgemeester bepaalt de duur van de sluiting. Als het een woning van een woningcorporatie betreft, zijn de strafbare feiten die in de woning gepleegd zijn vaak reden om het huurcontract te ontbinden. De betreffende persoon of gezin staat dan niet alleen per direct op straat, maar kan in de hele regio Rijnmond gedurende 5 jaar niet meer in aanmerking komen voor een sociale huurwoning. Bij naar schatting ongeveer 20% van de huishoudens leidt dit tot problemen met de huisvesting op een later moment. Deze personen 4

Vaak heeft de vader een financiële zorgplicht vanuit het (nog niet ontbonden) huwelijk, maar komt deze niet meer na. De gemeente heeft de mogelijkheid om dan alsnog een bijstandsuitkering te verstrekken aan de vrouw maar dit blijkt in de praktijk soms lastig uitvoerbaar. De vrouw kan dan feitelijk zonder inkomen zitten.

9

worden in principe niet toegelaten tot de maatschappelijke opvang. Niet iedereen is in staat om zelf in een oplossing te voorzien, waardoor met dergelijke handhavingsmaatregelen een maatschappelijk probleem wordt gecreëerd. Zeker waar het gaat om gezinnen met minderjarige kinderen. In 2022 zijn ongeveer 15 woningen gesloten op last van de burgemeester, waarbij dit in 4 gevallen leidde tot problemen met de huisvesting. C. Instabiele woonsituatie en ondersteuningsbehoefte a. Alleenstaande moeders met minderjarig(e) kind(eren) Het betreft hier veelal jonge moeders, zwanger of met kind(eren), tussen 18 en 27 jaar. Ze wonen vaak in bij een familielid in een (te) kleine huurwoning, waar de situatie met kind nu of op termijn niet houdbaar is. De verhuurder kondigt aan stappen tot ontbinding van de huurovereenkomst te ondernemen vanwege overbewoning of de inkomenssituatie is door het kind niet meer houdbaar (moeder of familieleden gaan minder werken of stoppen met werken om bij het kind te kunnen zijn). Het merendeel heeft de kinderwens niet uit kunnen stellen of een vader die al snel uit beeld is geraakt. Soms heeft een moeder ‘onhandige keuzes’ gemaakt, een deel is door bijkomende LVBproblematiek extra kwetsbaar. Ze komen bij de gemeente in beeld via een zorgaanbieder of omdat ze een urgentieverklaring aanvragen.

Echter de huisvestingssituatie van het kind is geen grond voor urgentie. We hebben geen cijfers over de precieze omvang van deze doelgroep maar er zijn meerdere casussen per jaar bekend waarin een dergelijke situatie speelt.

b. Jongvolwassenen in problematische gezinssituatie Het gaat om jongvolwassenen in de leeftijd van 18-23 jaar die nog thuis wonen. De wet- en regelgeving gaat ervan uit dat jongeren vanaf het 18e levensjaar zelf regie kunnen nemen over hun financiële situatie en woonsituatie en zelfstandig kunnen participeren in de samenleving. Dat is een te rooskleurig beeld: weinig jongeren zijn namelijk op hun 18e zelfredzaam, ze zijn vaak niet goed op de hoogte van hun rechten en plichten en hoe zij voor voorzieningen in aanmerking kunnen komen. Met name de groep jongeren zonder stabiele gezinssituatie heeft goede ondersteuning nodig in de overgang naar zelfstandigheid, maar die ondersteuning is er niet altijd of wordt niet gevonden door deze doelgroep.

Er zijn diverse risicofactoren in de gezinssituatie die de kans op dak- en thuisloosheid onder jongvolwassenen sterk vergroten:  Opvoeding: verstoorde hechtingsrelaties, familieconflicten, mishandeling en misbruik, opgroeien in een pleeggezin, geschiedenis van uithuisplaatsing;  Gezinssamenstelling: afwezigheid vader, jonge moeder, verslavingsproblematiek ouders, laag opleidingsniveau ouders, oudste kind in groot gezin;  Schoolloopbaan: gepest worden, spijbelen, slechte schoolprestaties, vroegtijdig schoolverlaten en negatieve invloed vrienden;  Life events: doormaken van trauma/ingrijpende gebeurtenis, regelmatig veranderen van woonadres, scheiding en verandering in gezinssamenstelling (met name stiefouder bij oudere jongeren en jongens), tienermoeder- en zwangerschap; 10

Financiële positie van de ouders: als ouders niet goed in staat zijn om hun onderhoudsplicht te vervullen totdat hun kind 21 jaar wordt (onderdak, kleding, voeding, scholing en medische hulp). Omdat deze jongvolwassenen nog niet dak- of thuisloos zijn, is effectieve preventie vooral voor deze groep belangrijk. De gemeente komt vanuit verschillende disciplines met deze jongvolwassenen in aanraking. Het team preventie en welzijn ziet jaarlijks ongeveer 10 jongvolwassenen in deze doelgroep. De jongerencoach heeft er ongeveer 15 in zijn caseload. Ook RMC coördinator geeft aan dat zij signalen uit het onderwijsveld krijgt dat het een toenemend probleem is waardoor jongeren onder de 18 jaar soms ook uitvallen op school. Precieze cijfers over deze doelgroep in gemeente Nissewaard zijn niet voor handen. c. Inwoners zonder vaste woonplek Inwoners zonder vaste woonplek zijn vaak ‘bankslapers’. Dit heeft grote impact: sociale relaties brokkelen af, er is geen privacy, geen ruimte voor focus en een gebrek aan toekomstperspectief. Dit probleem speelt met name, maar niet uitsluitend, onder jongvolwassenen. Voor thuisloze inwoners vormt met name de financiële situatie een knelpunt. Door het niet hebben van een vaste woonplek is het vinden/behouden van een baan of opleiding erg lastig.

En door het niet hebben van een (brief)adres raken deze thuisloze inwoners in een vicieuze cirkel: met geen of weinig inkomen is het onmogelijk om huisvesting te organiseren. Maar ook met een uitkering is huisvesting moeilijk, met name voor jongvolwassenen tot 21 jaar: voor hen gelden aparte, lagere bijstandsnormen, de zogenaamde “jongerennormen”. De hoogte van de bijstand voor jongeren tot 21 jaar is afgestemd op de ouderlijke onderhoudsplicht, er wordt vanuit gegaan dat ouders de uitkering aanvullen. Met deze lagere uitkering is het in de praktijk nagenoeg onmogelijk om woonruimte te huren5. In een tijdsspanne van bijna een jaar hebben zich in totaal 97 jongvolwassenen gemeld die op dat moment dak- of thuisloos waren in Nissewaard6. Daar zaten echter ook jongvolwassenen bij die in een opvangvoorziening verbleven, dus niet alleen de bankslapers.

d. Jongvolwassenen die uitstromen uit residentiële jeugdhulp Een subgroep betreft de jongvolwassenen die verblijven in residentiële jeugdzorg en 18 jaar worden. Vaak hebben zij psychische problemen en/of gedragsproblemen, overmatig middelengebruik en/of een licht verstandelijke beperking. Uitstroom kan in principe worden voorkomen door als gemeente verlengde jeugdhulp te indiceren maar dat wordt uit kostenoverwegingen veelal niet gedaan. En omdat de hulp vanaf het 18e levensjaar vrijwillig wordt, kiezen jongeren er ook zelf voor om de instelling te verlaten. Als zij nergens terecht kunnen, staan ze dan direct op straat. Jaarlijks stromen naar schatting ongeveer 80 Nissewaardse jongvolwassenen uit residentiële jeugdzorg uit. 17 van hen vallen in kunnen uitstromen naar een zelfstandige woning (succesvolle 5

De gemeente kan de uitkering aanvullen vanuit de bijzondere bijstand als de ouders onvoldoende middelen hebben, overleden zijn of als de relatie met de ouders is verstoord. 6 Het gaat om de organisaties die zijn betrokken in het onderzoek naar dak- en thuisloosheid, zie bijlage 1.

11

uitstroom met woonzorgcontract), 35 hebben een begeleide woonvorm nodig en de overige behouden een behoefte aan zorg met verblijf7. e. Inwoners die moeilijk plaatsbaar zijn in huidige zorgvoorzieningen Het betreft hier mensen die meerdere keren hebben verbleven in een zorg- of opvanginstelling maar die hun traject daar niet afronden. Cliënten zijn weggelopen of weggestuurd i.v.m. ernstige gedragsproblematiek en/of het overtreden van de huisregels. In het geval van klinische ggzbehandeling op basis van een zorgmachtiging heeft de instelling wel een behandelplicht, maar geen opnameplicht. De opname zelf is dus vrijwillig. Een andere groep zijn mensen met Wlz-indicatie voor beschermd wonen die voortijdig uit de instelling worden gezet. De instelling heeft geen vervangende plek geregeld en cliënt zelf heeft onvoldoende regievermogen om zich zelfstandig te redden. Zij komen dan tevens niet voor opvang in aanmerking omdat de Wlz-indicatie voorliggend is. We hebben geen precieze cijfers over deze doelgroep, er is ook onderscheid te maken tussen inwoners voor wie er wel reëel behandelperspectief is en inwoners voor wie er (op dat moment) geen reëel behandelperspectief is. M.b.t.

de laatste categorie is uit verschillende bronnen het beeld van 4 tot 10 inwoners met (ernstig) psychiatrische aandoeningen die structureel zorg mijden en geen stabiele verblijfsplaats hebben, waarbij een deel vanuit een strafrechtelijke achtergrond vastzit, -zat of zal komen te zitten. Voor deze groep inwoners zijn specifieke voorzieningen nodig waar middelengebruik is toegestaan, er weinig eisen aan hen worden gesteld en zij geen overlast voor anderen kunnen veroorzaken.

f. Ex-gedetineerde inwoners Het merendeel van de gedetineerden in Nederland verblijft twee tot drie maanden in de gevangenis lopen risico om gedurende deze periode hun woning kwijt te raken omdat ze de huur niet kunnen betalen (geen salaris en alle uitkeringen worden stopgezet). Ook zet de gemeente actief in op tijdige begeleiding van uitstromende inwoners, zodat er gewerkt kan worden aan een woning en inkomen. De gemeente is daarbij wel afhankelijk van of de penitentiaire instelling (PI) tijdig contact opneemt met de gemeente. Dit gaat niet bij alle PI’s goed; de samenwerking kan flink verbeterd worden. Daardoor kan het gebeuren dat ex-gedetineerden te laat in beeld komen bij de gemeente en als feitelijk dakloze zonder perspectief op een woning uitstromen uit de gevangenis. Er loopt een regionaal overleg met de VNG en het ministerie van Justitie over deze problematiek, maar dit heeft nog geen concrete resultaten opgeleverd. In Nissewaard is het voor gedetineerden onder bepaalde voorwaarden al mogelijk om de woonlasten door te betalen bij korte detentietrajecten. Er wordt momenteel aan gewerkt om doorbetaling van vaste lasten tijdens detentie en/of een overbruggingsuitkering in zijn algemeenheid op te nemen in het beleid van de Participatiewet.

7

Woonzorganalyse gemeente Nissewaard 2022 (Companen).

12

In 2022 stroomden in het eerste half jaar 57 Nissewaarders uit detentie uit.

13

4. Doorontwikkeling regionale voorzieningen 4.1. Huidige regionale voorzieningen Opvangvoorzieningen De centrumregio Zuid-Hollandse Eilanden heeft in totaal zo’n 300.000 inwoners. Voor deze inwoners zijn er in geval van dak- of thuisloosheid een drietal centrale opvangvoorzieningen beschikbaar die vanuit de centrummiddelen voor opvang worden gefinancierd. Al deze voorzieningen zijn gevestigd in Spijkenisse:  Herstart Hoeklaan: 23 plaatsen voor dag- en nachtopvang voor een brede doelgroep hulpvragers van 18 jaar en ouder en 1 crisisbed voor plegers van huiselijk geweld met een tijdelijk huisverbod;  Herstart De Opstap: 12 kamers voor 24-uurs opvang voor dak- en thuisloze gezinnen (in totaal ongeveer 26 plekken);  Centrum Jongvolwassenen: 18 plekken voor opvang van jongeren van de leeftijd 18-28 jaar; Traditionele maatschappelijke opvang is een dure voorziening. Dat komt door de verblijfscomponent en de aanwezigheid van 24/7 professionele bezetting gecombineerd met (gespecialiseerde) begeleiding. Een opvangplek kost per jaar tussen de 34.000 en 43.000 euro. De drie opvangvoorzieningen ontvangen in 2022 in totaal ruim €2,5 miljoen euro subsidie van centrumgemeente Nissewaard. Het aandeel Nissewaardse inwoners in de regionale opvangvoorzieningen is de afgelopen jaren redelijk constant.

Bij De Boeg/Herstart is ruim 60% van de bezetting door mensen afkomstig uit gemeente Nissewaard en bij gezinsopvang De Opstap is dat ruim 80% van de bezetting. Van het Centrum voor Jongvolwassenen hebben we alleen gegevens van 2021 maar op basis van kwalitatieve informatie uit de jaarverslagen 2019 en 2020 is dit vergelijkbaar: zo’n 75% van de jongvolwassenen komt uit gemeente Nissewaard. Omdat er de laatste jaren structureel sprake is van een wachtlijst, worden dak- en thuisloze mensen waar mogelijk in een hotel of vakantiepark geplaatst in afwachting van een plek in de opvang of in afwachting van de uitkomst van het toegangsonderzoek. De kosten van een hotelkamer op jaarbasis (2p-kamer) zijn ongeveer €36.500 euro (100 euro per nacht) voor alleenstaanden. Beschermde woonvormen Centrumgemeente Nissewaard heeft overeenkomsten met 11 aanbieders over het bieden van beschermde woonvormen aan inwoners van de Zuid-Hollandse Eilanden. De voorzieningen zijn verspreid over het hele gebied, en hebben deels de verschijningsvorm van instellingen en deels van individuele woningen. Er is sprake van cliëntvolgende bekostiging, dus niet van een vast aantal plekken. Het merendeel van de aanbieders biedt ook plek aan cliënten die een indicatie hebben voor Beschermd wonen op grond van de Wlz.

In 2022 werden er zo’n 100 plekken ingevuld door cliënten van de Zuid-Hollandse Eilanden met een indicatie op grond van de Wmo. 4.2. Huidige ontwikkelingen De regio Zuid-Hollandse Eilanden heeft de ambitie haar inwoners een ‘beschermd thuis’ te bieden. Dit betekent dat mensen bij voorkeur begeleiding en ondersteuning in hun eigen woning ontvangen, en alleen intramuraal verblijven wanneer dit om zorginhoudelijke reden noodzakelijk is. Daarbij heeft elke gemeente de wil om maatwerk te realiseren voor haar inwoners en de zorg geografisch gezien zo dichtbij mogelijk te organiseren met, waar mogelijk, gemeentelijke regie en (financiële) autonomie. De regio heeft vanuit deze visie en ambitie met financiële steun uit het rijksprogramma ‘Een (t)huis, een toekomst’ verschillende activiteiten ontplooid om de beweging naar ‘beschermd 14

thuis’ te versnellen. Hiermee zijn in aanvulling op de ‘klassieke’ voorzieningen pilots met tussenvormen gestart van verblijf/wonen met begeleiding op verschillende plekken in de regio. In Nissewaard gaat het om de volgende tussenvormen die in pilotvorm zijn of worden gerealiseerd:  Pilot Room First in Nissewaard: een woning met 3 kamers voor alleenstaande jongvolwassenen die doorstromen uit de opvang  Pilot begeleid wonen in Nissewaard: 5 woningen voor (dreigend) dak- en thuisloze jonge moeders met kind(eren)  Pilot Housing First in Nissewaard: 2 woningen voor alleenstaande dakloze inwoners (nog niet gestart) 4.3. Regionaal toekomstperspectief Om de gedeelde ambitie te kunnen realiseren van een ‘beschermd thuis’ voor álle doelgroepen, blijven de ZHE-gemeenten elkaar nodig hebben in een vorm van regionale samenwerking. Daarom kiezen de vier ZHE-gemeenten ervoor om ook na 2024 op vrijwillige basis blijvend gezamenlijk zorg te organiseren en financieren voor een specifieke doelgroep: onze meest kwetsbare inwoners die tijdelijk een beschermd thuis nodig hebben met 24/7 toezicht en beschikbaarheid van zorg. De ambitie is het bieden van passende ondersteuning aan inwoners met een hoogcomplexe zorgvraag die (tijdelijk) zeer kwetsbaar zijn. De oorzaken van het ontregeld zijn, kunnen divers zijn en ook de duur van de benodigde ondersteuning verschilt.

Veelal is er een combinatie van een (licht) verstandelijke beperking, problemen op psychisch of psychosociaal gebied, een actieve verslaving en/of agressief gedrag. En altijd is er bij deze inwoners sprake van zodanig meervoudige complexe problematiek dat intensieve en/of veelvuldig ongeplande begeleiding noodzakelijk is: er is (tijdelijke) behoefte aan een vorm van 24/7 toezicht en beschikbaarheid. Regionaal organiseren van deze zorg is nodig om voor deze inwoners maatwerk te kunnen bieden en een sluitend aanbod te creëren:  het gaat om kleine aantallen inwoners per gemeente.  er is specifieke expertise nodig op beleid, zorginkoop, zorgtoewijzing, toezicht en handhaving.  het is nodig om te differentiëren naar specifieke zorgbehoefte en/of problematiek.  voorzieningen kennen een hoge kostprijs per cliënt en hebben een bepaalde schaalgrootte nodig om te kunnen ‘draaien’  soms is het beter voor cliënten om juist niet lokaal in een voorziening te verblijven Een operationele definitie van de doelgroep ‘inwoners met een hoogcomplexe zorgvraag’ zal binnen het regionale project nog nader worden uitgewerkt. In elk geval is het voorstel om als centraal criterium, vergelijkbaar met het huidige beschermd wonen, de noodzaak tot 24/7 toezicht en beschikbaarheid van zorg te hanteren.

In termen van voorzieningen en doelgroepen betekent dat: BW: Intramuraal beschermd wonen (en Geclusterd wonen indien 24/7 beschikbaarheid realiseerbaar is) voor de huidige cliënten beschermd wonen (135 cliënten, waarbij mogelijk een deel toe zou kunnen met 24/7 bereikbaarheid i.p.v. beschikbaarheid) MO: Intramurale maatschappelijke opvang voor dak- en thuisloze inwoners met Zulu-profiel (circa 25 in de gehele regio) en een deel van de dak- en thuisloze inwoners met een Alpha-profiel (circa 150 in de gehele regio). Dit betreft een deel van de huidige cliënten in de opvang, de verwachting is dat niet iedereen 24/7 toezicht en bereikbaarheid nodig heeft. Tegelijkertijd vallen onder deze groep ook inwoners die opvang met 24/7 toezicht en bereikbaarheid nodig hebben maar nu (om verschillende redenen) niet in de opvang terecht komen. In totaal gaat het dan in de regio om een bandbreedte van naar schatting 150-250 personen. In juni 2023 start het regionale project om deze ontwikkeling vorm te geven en te realiseren.

15

In dit project zal ook onderzocht worden of, door te werken vanuit de vraag (naar 24/7 toezicht en bereikbaarheid), het onderscheid tussen klassiek beschermd wonen en klassieke maatschappelijke opvang voor deze doelgroep kan vervallen. Ook al verschillen de ‘klantroutes’ naar beide voorzieningen, uiteindelijk gaat het in beide gevallen om mensen die op dat moment niet zelfstandig kunnen wonen en dermate kwetsbaar zijn dat er 24/7 toezicht en zorg beschikbaar moeten zijn. We zien nu ook dat als gevolg van de transformatie van de maatschappelijke opvang deze meer vergelijkbaar is geworden met beschermd wonen. Door beide vormen samen te nemen, ontstaan er wellicht nieuwe kansen en kan er mogelijk specifieker aanbod ontstaan op basis van zorginhoud. Ook wordt met deze insteek het probleem ondervangen dat bij bepaalde casussen onduidelijk is of er ‘primair’ sprake is van een vraag naar beschermd wonen of opvang. Voorbeeld van een mogelijke regionale voorziening: Skaeve huse Dit zijn sobere eenpersoons vrijstaande wooneenheden gelegen op een locatie buiten een woonwijk en met een dagelijks langskomende sociaal beheerder. Meestal staan er vijf tot tien wooneenheden op een locatie. De bewoners zijn meestal alleenstaande mannen vanaf een jaar of dertig/veertig met een verleden van ernstige woonoverlast. Ze mijden de gebruikelijke vormen van begeleid/beschermd wonen of wijzen die af.

De meesten hebben een verslavingsprobleem en/of een psychiatrisch probleem. Zij zijn nog wel in staat om zelfstandig een huishouden te voeren, al dan niet met begeleiding op afstand. Het zijn einzelgänger die zich niet kunnen of willen aanpassen aan hun omgeving en het beste gedijen met ruimte om zich heen. In Nederland zijn de ervaringen met Skaeve Huse van bewoners, begeleiders en omwonenden overwegend positief (Van den Handel, 2009; Singelenberg, 2010; Bascon and Casa, 2006; UN Habitat, 2008). Maar Skaeve Huse vraagt van gemeenten flinke investeringen in locatie-ontwikkeling, beheer en begeleiding. Hierdoor is het lastiger om een puur financiële business case rond te krijgen. In maatschappelijk opzicht is het kostenbatensaldo van Skaeve Huse sterk positief. Er zijn duidelijke baten voor dakloze mensen (kwaliteit van leven), andere inwoners (leefbaarheid) en ook voor professionals (lagere werkdruk). Daarnaast zijn er flinke baten in de sfeer van openbare orde en veiligheid. Die vallen deels neer bij de gemeente, die daarnaast baten incasseert in de vorm van het voorkomen van opvangkosten 1. Vanuit de Blokhuismiddelen start in 2022 een pilot in Hoeksche Waard met één of twee mobiele woonunits die worden geplaatst voor deze doelgroep. Wanneer de resultaten positief zijn, kunnen mogelijk meer mobiele woonunits worden geplaatst binnen de gemeenten op de Zuid-Hollandse Eilanden.

4.4. Lokale verantwoordelijkheid vanaf 2025 Voor het organiseren van voorzieningen voor inwoners met een andere behoefte aan ondersteuning bij het wonen, blijven of worden de gemeenten lokaal verantwoordelijk. De gemeenten kunnen dit geheel lokaal regelen of besluiten op bepaalde voorzieningen gericht met één of meerdere andere samen te werken op bijvoorbeeld de inkoop. Het gaat dan om alle inwoners die een vorm van ondersteuning nodig hebben bij zelfstandig wonen, de voorzieningen die daarbij horen zijn in elk geval: - Vormen van begeleid wonen (alle vormen zonder 24/7 aanwezigheid van zorg) - Vormen van opvang voor dak- en thuisloze inwoners zonder behoefte aan 24/7 ondersteuning In paragraaf 5.3 zijn de nieuwe opvang- en woonvormen genoemd die gemeente Nissewaard lokaal wil realiseren voor haar eigen inwoners.

16

5. Beleidsvoorstellen en bekostiging Dit hoofdstuk beschrijft de maatregelen die worden voorgesteld om de lokale aanpak voor Nissewaard vorm te geven. Dit is een selectie/prioritering uit het landelijke beleidskader van de Preventie Alliantie, een totaal van mogelijke maatregelen en interventies (zie bijlage 1). Deze selectie is gemaakt op basis van de in dit plan geschetste lokale problematiek, de speerpunten uit het coalitieakkoord en het beschikbare budget voor de lokale aanpak. 5.1. Versterken preventie en voorzorg In termen van maatschappelijke en financiële baten is het essentieel om instabiele woonsituaties zoveel mogelijk te voorkomen in plaats van op te lossen. Op dit moment is er in Nissewaard een hiaat tussen het voorveld en de geïndiceerde ondersteuning: op dreigende dak- en thuisloosheid die tijdig wordt gesignaleerd kan vaak niet tijdig (preventief) worden geïntervenieerd. Er is alleen ondersteuning beschikbaar voor situaties waarin de problemen ‘groot genoeg’ zijn om een indicatie af te geven. Angst voor precedentwerking en budgetoverschrijdingen zijn hieraan mede debet. Daarnaast ontbreekt een duidelijk herkenbaar startpunt voor inwoners met een hulpvraag op dit gebied.

Hulpvragen komen versnipperd terecht op diverse punten zoals Thuis in Nissewaard, de centrale toegang tot opvang, de opvanginstellingen, burgerzaken, urgentiemedewerkers, JOTmedewerkers en Wmo-klantmanagers. Het voorstel is daarom drieledig: ten eerste preventieve ondersteuning realiseren die indicatievrij kan worden ingezet om inwoners met een verhoogd risico op het verliezen van hun thuis te ondersteunen, ten tweede de vindbaarheid van die preventieve ondersteuning te verbeteren en ten derde te investeren in het tijdig vinden van inwoners die niet zelf hulp zoeken. Met deze voorstellen wordt (deels) invulling gegeven aan de volgende punten uit het Coalitieakkoord: - We kijken niet alleen naar het medisch beeld, maar zoeken in de volle breedte naar oplossingen, samen met de inwoner. - Belemmeringen en drempels in onze dienstverlening nemen we zoveel mogelijk weg. De beleving van de klant speelt een belangrijke rol bij de (her)inrichting van processen, zodat de klant centraal staat. Daarbij zorgen we voor een goede afstemming zodat de inwoner met één overheid te maken heeft. - We maken mogelijk dat eenieder zich zo goed mogelijk redt, samen met zijn of haar omgeving. - Creëren van meer welzijn en algemeen aanbod en het zoeken naar slimme verbindingen, zodat er minder (dure) persoonsgebonden voorzieningen nodig zijn.

- We pakken armoede- en schuldenproblematiek aan bij Nissewaardse gezinnen die daarmee te maken hebben. We zetten in op preventie en vroegsignalering, zodat schulden in een vroeg stadium kunnen worden voorkomen of zich niet verder ophopen. 5.1.1. Eén lokaal punt voor informatie, advies en ondersteuning Er melden zich zo’n 30 tot 40 mensen per maand bij de centrale toegang omdat zij dakloos zijn of dreigen te worden, dus ongeveer 420 per jaar. Daarvan is zo’n 50-70% afkomstig uit Nissewaard, dat zijn ongeveer 250 meldingen per jaar. Het voorstel is om één lokaal punt in te richten waar deze inwoners terecht kunnen voor informatie, advies en (toeleiding naar) hulp. Dat punt moet goed vindbaar, deskundig en laagdrempelig bereikbaar zijn (fysiek, telefonisch en digitaal). Gekoppeld hieraan is het belangrijk dat dit punt monitort welke vragen m.b.t. dak- en thuisloosheid binnen komen en hoe die (beter) opgepakt kunnen worden. Het voorstel is om dit lokale punt voor informatie en advies over huisvestingproblematiek en dak- en thuisloosheid te beleggen bij Thuis in Nissewaard. Zij zijn het centrale punt voor advies- en hulpvragen van inwoners en vervullen deze functie gedeeltelijk al bij vragen over huisvestingsproblematiek. Naar verwachting is er een incidentele investering nodig om Thuis in 17

Nissewaard deze taak goed te laten vervullen (denk aan deskundigheidsbevordering, communicatie, netwerkvorming, etc.). Er ligt een uitgelezen kans om verbinding te leggen met de prenatale huisbezoeken bij kwetsbare gezinnen die wettelijk verankerd zijn per 1 juli 2022 en worden uitgevoerd door het CJG. Ook de contactpersoon geboortezorg bij het CJG die vanuit Kansrijke Start nu structureel door de gemeente wordt bekostigd, is een belangrijke netwerkpartner in deze. Thuis in Nissewaard wordt in dit voorstel aangevuld met een ervaringsdeskundige die inwoners kan adviseren en ondersteunen bij (dreigende) dak- en thuisloosheid. Hiervoor is structureel budget beschikbaar. Het is raadzaam om na te gaan of dit gezamenlijk met andere regiogemeenten kan worden opgezet, om personele kwetsbaarheid te verkleinen. 5.1.2. Preventieve en outreachende interventies Bij de preventie van schuldenproblematiek heeft de gemeente positieve ervaringen opgedaan met een outreachend werkend preventieteam. Op deze ervaringen willen we voortbouwen door enerzijds (evidence based) preventieve interventies in te zetten. Een landelijke MKBA laat zien dat deze aanpak loont, met name bij jongeren die bij hun ouders/verzorgers of een pleeggezin inwonen en een risico lopen op dakloosheid bij hun transitie naar volwassenheid (zie ook 6.1.3.).

Elke 1 euro die hier wordt geïnvesteerd in preventieve ondersteuning levert op korte termijn 3 à 4 euro aan (im)materiële baten op, met name voor de gemeente zelf8. Maar er kan ook worden gedacht aan snelle ondersteuning bij baanverlies of bij problemen in een relatie of gezin die fors oplopen. Anderzijds willen we formatie bekostigen die wordt ingezet voor een combinatie van indicatievrije ondersteuning, netwerkvorming en verbetering van het aanbod. Het doel van deze maatregel is dat inwoners in de knel hun zelfredzaamheid behouden en daardoor later in de tijd geen aanspraak hoeven doen op individuele maatwerkvoorzieningen. De financiering kan in de eerste 2,5 jaar incidenteel worden bekostigd. In die periode moet het zichzelf aantoonbaar hebben terugverdiend, zodat er ruimte ontstaat voor structurele bekostiging vanuit het reguliere wmo- en jeugdbudget. Anderzijds is het voorstel de outreachende hulpverlening in de vorm van bemoeizorg te verbeteren: contact leggen en vertrouwen opbouwen om iemand toe te leiden naar de juiste hulpverlening. Voor bemoeizorg is reeds structureel budget beschikbaar in de begroting. Er zijn signalen dat dit budget te laag is, ook zijn nog maar twee partijen actief en heeft dit thema weinig aandacht gekregen de afgelopen jaren.

Daarom zal de huidige uitvoering van bemoeizorg in 2023 worden geëvalueerd en zal op basis daarvan een verbetervoorstel worden gedaan en separaat aan het college worden voorgelegd. 5.1.3. Deskundigheidsbevordering uitvoerende medewerkers In het voorkomen van dak- en thuisloosheid is nog veel winst te halen in een betere signalering en een juiste opvolging daarvan. Daarom is het voorstel om in te zetten op deskundigheidsbevordering van gemeentelijke medewerkers in de ‘frontlinie’ zoals klantmanagers, jeugdcoaches, Rmccoördinatoren en combinatiefunctionarissen. Gericht op het signaleren van risico’s op dakloosheid, het onderkennen van onderliggende problematiek (bijv. lvb) en het passend bejegenen en ondersteunen van kwetsbare inwoners. Het gaat hier om deskundigheidsbevordering van zowel gemeentelijk personeel als van professionals in het veld. Daarnaast is behoefte aan het zelf voorlichting kunnen geven aan bijvoorbeeld jongeren over huisvesting en het (niet hebben van) recht op urgentie bij zwangerschap/ouderschap. Ook kan sinds kort de training ‘Nu niet zwanger’9 voor professionals worden gevolgd, die wordt aangeboden door de GGD. Het is belangrijk om de deskundigheidsbevordering structureel aan te kunnen bieden.

8

https://www.cebeon.nl/wp-content/uploads/2022/04/20810-6.-Vroegsignalering-schulden.pdf Nu Niet Zwanger (NNZ) biedt hulpverleners concrete middelen om hun cliënten in een open en eerlijk gesprek te laten nadenken over hun kinderwens, seksualiteit en anticonceptie.

9

18

5.2. Betere regievoering Een belangrijke randvoorwaarde voor het succes van de voorgestelde interventies is doortastende regievoering voor inwoners met een instabiele woonsituatie en/of huisvestingsproblematiek. De voorstellen in deze paragraaf hebben tot doel om de lokale regievoering door de gemeente uit te breiden en effectiever te maken. Hiermee wordt (deels) invulling gegeven aan de volgende punten uit het Coalitieakkoord: - We kijken niet alleen naar het medisch beeld, maar zoeken in de volle breedte naar oplossingen, samen met de inwoner. 5.2.1. Regie op huisvestingsproblematiek Op dit moment wordt door gemeente Nissewaard al op kleine schaal regie gevoerd in situaties van dreigende dak- en thuisloosheid van inwoners. De resultaten hiervan zijn positief. Gezien de omvang van de problematiek in Nissewaard is het voorstel om deze regie stevig(er) in de organisatie te verankeren om meer inwoners te kunnen ondersteunen. Het gaat daarbij met name om kwetsbare (éénouder)gezinnen met minderjarige kinderen, om jongvolwassenen waar risicofactoren op dak- en thuisloosheid aanwezig zijn, om inwoners die ontruimd dreigen te worden uit hun woning en om inwoners die uitstromen uit een zorginstelling of uit detentie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13144365/1