TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Galileilaan, Spijkenisse - ter vaststelling motivering
Tekst van het document
aantal
per
norm bewoners
norm bezoekers
plaatsen bewoners
plaatsen bezoekers
Huur, appartement, sociale huur, <75 m² bvo
26
woning
3,25
0,25
84,5
6,5
Huur, appartement, vrije sector, <75 m² bvo
90
woning
3,25
0,25
292,5
22,5
Huur, 12 appartement, vrije sector, 75-100 m² bvo
woning
4,25
0,25
51
3
Huisartsenprakti 7 jk (-centrum)
behandelkamer
1,05
0
7,35
428
39
Omdat de maximaal acceptabele loopafstanden klein zijn voor het parkeren van fietsen is het noodzakelijk om bij elk gebouw de benodigde fietsenstallingscapaciteit te realiseren. Dubbelgebruik is daarom niet goed mogelijk, uitgezonderd het gebouw waar de huisartsenpost is gevestigd. Echter aangezien er geen onderzoek bekend is over aanwezigheidspercentages voor bezoekers per fiets, is hier geen berekening van gemaakt. Dubbelgebruik tussen de bewoners en bezoekers is sowieso niet wenselijk, omdat stallen van fietsen voor bewoners in een afsluitbare en tegen weer en wind beschermde ruimte nodig is, waar bezoekers juist in openbaar toegankelijke buitenruimte hun fiets stallen.
56/128
Er zijn voor bewoners 452 stallingsplaatsen beoogd, waarmee in de behoefte wordt voorzien. Voor bezoekers is nog niet duidelijk waar en hoe de stallingsvoorzieningen worden gerealiseerd. Er is in de buitenruimte echter voldoende ruimte om deze stallingen in bijvoorbeeld de vorm van fietsnietjes te realiseren. Niet duidelijk is of, en zo ja hoe en hoeveel het stallen van enigszins afwijkende fietsen (fietsen met een kratje, kinderzitje of extra breed stuur) of zeer afwijkende fietsen (bakfiets, scooter, fatbike) wordt gefaciliteerd. De fietsenstallingen in de woongebouwen worden bereikt via dezelfde hellingbaan als die waarvan de auto's gebruikmaken naar de halfverdiepte garage. Met een hellingspercentage van 14% zijn deze erg stijl. Meer dan 10% is onwenselijk. In het meest zuidelijke woongebouw worden fietsen op een nog lager niveau gestald. Niet duidelijk is hoe het hoogteverschil vanuit het niveau van de autoparkeergarage naar deze fietsenstalling overbrugd moet worden. verkeersgeneratie en toedeling De verkeersgeneratie van de ontwikkeling is berekend met behulp van de kencijfers uit de meest recente publicatie hierover van het CROW (publicatie 744). Er is gebruik gemaakt van de kencijfers voor de rest van de bebouwde kom van een sterk stedelijke gemeente. De kencijfers kennen een bandbreedte.
Gezien het gemiddelde autobezit in Spijkenisse in vergelijking met andere gemeenten met een vergelijkbare stedelijkheidsgraad, is het midden van de bandbreedte van de CROW-kencijfers gekozen. Berekend is dat de ontwikkeling op weekdagen 822 en op werkdagen 893 ritten genereert. Tabel 4.6 verkeersgeneratie Functie
Programma
Per
Kencijfer CROW
Mvt/ weekdagetmaal
Mvt/ werkdagetmaal
Koop, appartement, <75 m² bvo
107
woning
4,9
524,3
582,0
Koop, appartement, 75-100 m² 20 bvo
woning
5,6
112,0
124,
Koop, appartement, >100 m² bvo
1
woning
7
7,1
7,9
Gezondheidscentrum
7
behandelkamer
25,5
178,5
178,5
822
893
Totaal
Verkeer van en naar het westen van Voorne-Putten, en naar de oprit van de A15 zal rijden via de Heemraadlaan, ten zuiden van het projectgebied. Verkeer van en naar het centrum van Spijkenisse en naar Hoogvliet zal via de Planetenlaan rijden. De door de ontwikkeling veroorzaakte verkeersbewegingen zijn weergegeven in figuur 4.4.
57/128
Figuur 4.4: Verkeersbewegingen effecten verkeersafwikkeling en -veiligheid Voetgangers De toevoeging van een gezondheidscentrum aan de buurt zorgt ervoor dat voor de hele buurt de ontsluiting te voet verbetert. Immers er is nu geen huisarts in de buurt, dus moeten buurtbewoners nu nog voor een bezoek aan een gezondheidscentrum zo ver reizen dat te voet gaan geen realistische optie is. Fietsers Op fietsverkeer heeft de ontwikkeling in zoverre invloed dat de intensiteit aan gemotoriseerd verkeer toeneemt op wegvakken waar fietsers de weg delen met gemotoriseerd verkeer. Op erftoegangswegen zoals de Galileilaan of de Mercuriusstraat is dit acceptabel mits de intensiteit beperkt blijft tot circa 4.000 tot 6.000 motorvoertuigen per etmaal. Bij deze aantallen is het verkeer op erftoegangswegen veelal vlot en veilig af te wikkelen. Dit is het geval; op het drukste punt van de Galileilaan, vlak bij de kruising met de Heemraadlaan zal de intensiteit toenemen van ca. 900 motorvoertuigen per etmaal tot ruim 1.300 motorvoertuigen per etmaal. De planetenlaan is een grijze weg met een maximumsnelheid van 50 km/u. De autonome intensiteit op deze weg loopt van het westen naar het oosten op van 2.100 tot 3.200 motorvoertuigen per etmaal. Met de ontwikkeling loopt deze op tot tussen de (2.100 + 421 =) ruim 2.500 tot (3.200 + 421 =) ruim 3.600 motorvoertuigen per etmaal.
Met elke intensiteit is een situatie als op de Planetenlaan onwenselijk omdat niet aan de richtlijnen van Duurzaam Veilig wordt voldaan dat op 50 km/u-wegen aan- of vrijliggende fietsvoorzieningen het uitgangspunt zijn. Echter met zowel de bestaande als toekomstige intensiteiten is de situatie niet onacceptabel, gezien de beperkte omvang van het gemotoriseerde verkeer.
58/128
Als onderbouwing daartoe kan worden aangedragen dat op erftoegangswegen buiten de bebouwde kom (met een maximumsnelheid van 60 km/u) een weg met fietsstroken tot een intensiteit van ca. 3.000 mvt/etmaal nog als acceptabel gezien, op een groot deel van de Planetenlaan zal de intensiteit, bij een lagere maximumsnelheid, lager liggen. Een en ander neemt niet weg dat aanpassingen aan de Planetenlaan gewenst zijn. Enkele eenvoudige ingrepen maken de situatie veilig, namelijk een verlaging van de maximumsnelheid tot 30km/u en het weghalen van de asmarkering. Openbaar Vervoer De ontwikkeling heeft geen invloed op de afwikkeling van het openbaar vervoer. MaaS - deelvervoer De ontwikkeling heeft geen invloed op de afwikkeling via MaaS. Auto De straten waarover het verkeer van en naar de ontwikkeling afwikkelt zijn geschikt om de verkeersgeneratie tot de Heemraadslaan en tot de Hekelingseweg vlot en veilig te verwerken. Vanaf deze wegen maakt de verkeersgeneratie zo'n beperkt deel uit van het verkeer dat er geen merkbaar effect meer is. Daarmee heeft de ontwikkeling geen nadelig effect op de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid van het autoverkeer. Conclusie Er zijn voldoende auto- en fietsparkeerplaatsen beoogd om in de stallingsbehoefte van bewoners te voorzien. Aangetoond moet nog worden of deze plaatsen van voldoende kwaliteit zijn en op acceptabele wijze bereikbaar zijn.
Voor het stallen van fietsen van bezoekers moet ook nog worden aangetoond hoe dit wordt gefaciliteerd. Er is hiervoor voldoende ruimte. De ontwikkeling heeft geen onacceptabele negatieve effecten op de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid op de straten waarover het wordt afgewikkeld. De Planetenlaan is weliswaar niet optimaal veilig, maar dat is een probleem dat al in de huidige situatie bestaat, en niet door de ontwikkeling wordt veroorzaakt.
4.17 Weging van het waterbelang Toetsingskader Middels de weging van waterbelangen dient inzicht te worden geboden in de effecten van het project op stedelijk afvalwater, grondwater en hemelwater (par. 5.1.3.1 Bkl). De weging van het waterbelang zorgt er voor dat per ontwikkeling de klimaatbestendigheid van het watersysteem en een water robuuste inrichting van de omgeving vroegtijdig in de planvorming worden betrokken. Daarbij is het van belang dat er op een gestructureerde wijze afstemming tussen waterschap en de gemeente plaatsvindt, waarbij een constructieve en doorlopende afstemming van belang is. Vanuit de Omgevingswet heeft de provincie naast een omgevingsvisie een omgevingsverordening vastgesteld voor haar grondgebied. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (omgevings)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren. Waterschap Hollandse Delta
59/128
Gemeente Nissewaard ligt binnen het beheersgebied van waterschap Hollandse Delta. Het waterschap is de waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder voor alle binnendijkse oppervlaktewateren aan de linker Maasoever. De gemeente heeft hiervoor het waterbeheerprogramma 2022-2027 opgesteld, vastgesteld op 10 november 2021. In het Waterbeheerprogramma (WBP) van waterschap Hollandse Delta beschrijven ze de doelen die ze tijdens de planperiode 2022-2027 willen bereiken voor de primaire taken water-veiligheid, watersysteem en waterketen. De doelen voor deze planperiode zijn afgeleid van de ambities gesteld voor de langere termijn (2050). Waterschapsverordening Afdeling 2.6 Versneld afvoeren van hemelwater naar een oppervlaktewaterlichaam via nieuw verhard oppervlak De versnelde afvoer als gevolg van een toename van verharding van minder dan 500m2, heeft een dusdanig klein effect op het watersysteem dat deze zijn vrijgesteld van compensatie. Artikel 2.42 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning in stedelijk gebied hemelwater versneld af te voeren van een nieuw verhard oppervlak naar een oppervlaktewaterlichaam, als het totaal aan nieuw verhard oppervlak meer bedraagt dan 500 m2. 2.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning in landelijk gebied hemelwater versneld af te voeren van een nieuw verhard oppervlak naar een oppervlaktewaterlichaam, als het totaal aan nieuw verhard oppervlak meer bedraagt dan 500 m2. 3. Het beoordelingsoppervlak voor elke aanvraag is gelijk aan het plangebied per ontwikkeling waarbinnen de toename van verharding plaatsvindt; a. Bij ontwikkelingen waarbij de toename aan verhard oppervlak volgt uit een wijziging van de bestemming in het Omgevingsplan, geldt het plangebied in de wijziging van het Omgevingsplan als beoordelingsoppervlak; b. Bij ontwikkelingen waarbij de toename aan verhard oppervlak past binnen de bestaande bestemming in het Omgevingsplan, geldt als beoordelingsgebied het te herstructureren plangebied. 4. Het is verboden zonder omgevingsvergunning hemelwater af te voeren van een nieuw verhard opper-vlak naar een oppervlaktewaterlichaam, als het nieuw verhard oppervlak een deeluitbreiding betreft van een groter planologisch geheel waarvoor reeds een vergunning is verleend of melding is gedaan op grond van deze verordening. (geo)Hydrologische aspecten Navolgend wordt in het kort de regionale geohydrologische situatie van het plangebied beschreven. Hierbij wordt ingegaan op aspecten als bodemopbouw, grondwater, waterbeheer (peilbeheer en aan- en afvoer van water), waterveiligheid en riolering.
60/128
Hoogteligging Volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN), bevindt het maaiveld zich op een hoogte van 1,90 tot 1,60 meter onder NAP. In onderstaande figuur is een uitsnede van het AHN weergegeven.
Figuur 4.5: Uitsnede AHN4 Bodemopbouw Omdat het plangebied binnen de bebouwde kom van Spijkenisse ligt is het plangebied niet gekarteerd op de bodemkaart van Nederland. In de omgeving bestaat de bodem, volgens de bodemkaart van Nederland, uit een kalkrijke drechtvaaggronden. Op basis van een op locatie uitgevoerd verkennend bodemonderzoek van RSK blijkt de bovengrond tot circa 1,0 m-mv hoofdzakelijk is opgebouwd uit zand. Hieronder is tot de maximale boordiepte van 3,2 m -mv afwisselend zand en klei en veen aangetroffen. Grondwater Veranderingen in de grondwaterstand (stijghoogte) worden voornamelijk veroorzaakt door neerslag en verdamping, maar ook door ingrepen in de waterhuishouding. De stijghoogte kan daardoor van dag tot dag verschillen. Voor beleid, vergunningen en ontwateringsdieptes is het belangrijk om te weten wat de actuele karakteristieken zijn, zoals de GHG en de GLG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand). Binnen de beschikbare literatuur zijn in de directe nabijheid van het plangebied geen bruikbare grondwaterdata beschikbaar. Op basis van de beschikbare literatuurgegevens kunnen derhalve geen uitspraken worden gedaan omtrent de GHG of GLG. De KlimaatEffectAtlas (KEA) gaat voor het plangebied uit van een GHG die is gelegen tussen de 0,40 en de 0,80 m -mv en een GLG die ligt tussen de 1,5 en 2,0 m -mv.
De Grondwaterspiegelkaart van het Broloket gaat uit van een GHG op ca. 0,70 m -mv en een GLG van 1,5 m -mv. Naar verwachting wordt de lokale grondwaterstand en fluctuatie sterk beïnvloed door het waterpeil in het oppervlaktewater.
61/128
Watergangen Voor het waterschap is de legger, samen met de waterschapsverordening, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een set van kaarten. Daarop staat welke rivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers, lijnvormige elementen, waterkeringen en kunstwerken (stuwen, sluisdeuren en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moet doen. Tot slot bevat de legger zones (zoneringen) voor toekomstige ontwikkelingen en bescherming van het watersysteem. Op de leggerkaart van waterschap Hollandse Delta zijn de in de directe omgeving van het plangebied gelegen oppervlaktewateren weergegeven. Ten oosten van het plangebied ligt een sloot in onderhoud van de gemeente Nissewaard. De sloot kent een beschermingszone van 2 meter.
Figuur 4.6: Uitsnede legger oppervlaktewateren (bron: waterschap Hollandse Delta) Watersysteem en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Peilbeheer Het plangebied is gelegen in peilgebied 6.16 uit het Peilbesluit Putten. In dit peilgebied geldt een vastpeil of te wel rekenpeil van 2,80 m -NAP.
62/128
Veiligheid (waterkering) In de waterschapsverordening is de ligging van waterkeringen vastgelegd. Uitgangspunt bij het vaststellen van de beleidsregels voor waterkeringen is te borgen dat de waterkeringen veilig zijn en blijven (goede staat en werking) en dat het waterschap zijn zorgplicht/ beheertaak zo efficiënt mogelijk kan blijven uitvoeren. Het plangebied ligt niet in de beschermingszone of kernzone van een waterkering. Afvalwaterketen en riolering Het plangebied is aangesloten op het gemeentelijke rioolstelsel. Verhard oppervlak en bergingsopgave In de huidige situatie bestaat het plangebied grotendeels uit schoolgebouwen en schoolpleinen. Het overgrote deel van het plangebied is verhard met aan de randen van de percelen een groenstrook. Het planvoornemen betreft de realisatie van 128 woningen en een gezondheidscentrum met binnen ruimtes voor groen. Met de ontwikkeling zal de verharding afnemen met 6 vierkant meter. De berekening van het bestaand verhard oppervlak is op basis van de BGT (bron Pdok.nl)
Figuur 4.7: Toename aan verharding. Met de afname aan verharding wordt bijgedragen aan de klimaat adaptatie. Watercompensatie is voor de ontwikkeling niet noodzakelijk.
63/128
Waterhuishouding In het kader van de planontwikkeling is het proces van de digitale watertoets doorlopen. Op basis van de digitale procedure blijkt dat de locatie het waterschapsbelang raakt en een korte procedure benodigd is. Contact met het waterschap is noodzakelijk. Het resultaat van de digitale watertoets is opgenomen in Bijlage 9. Randvoorwaarden en uitgangspunten Ten aanzien van het plan en de omgang met hemelwater zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren); Toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren); Niet afwentelen op anderen in ruimte en tijd; Geen gebruik van uitlogende (bouw)materialen. Hemelwater Voor nieuwbouw (openbare ruimte en gebouwen) geldt (gebaseerd op de Maatlat klimaatadaptieve groene gebouwde omgeving); Een bui 10 (T=10, 37,5mm in 45minuten) uit de kennisbank riolering mag niet leiden tot water op straat (vanuit het rioolstelsel), berekening volgens C2100 kennisbank riolering Ten behoeve van het tegengaan versneld afstromen van hemelwater, dient er minimaal 50 mm berging over het totaal (nieuw en bestaand) verhard oppervlak te worden gerealiseerd op het perceel (geldt voor zowel particulier als openbaar). De berging dient tussen de 24 en 48 uur weer leeg te zijn, tenzij deze is voorzien van een geautomatiseerd ledigingsysteem.
Vloerpeil van gebouwen is minimaal 20 cm boven de as de weg als een flauwe hellingbaan mogelijk is voor toegankelijkheid. Als er onvoldoende ruimte is voor een flauwe hellingbaan mag het water op straat bij een bui van 70 mm/uur niet hoger dan tot 5 cm onder de drempel komen. De hoogte van de vloerpeilen worden gecontroleerd door de afdeling vergunning en handhaving/woningtoezicht van de gemeente Nissewaard. Een blokbui van 70 mm in één (T=100) uur mag niet leiden tot schade aan gebouwen, infrastructuur en vitale en kwetsbare functies en leidt tot maximaal 20 cm waterdiepte op straat en blijft minimaal 5 cm onder de drempel (voor golfvorming). Op vitale wegen mag niet meer dan 5 cm tot 15cm (in overleg met riool- en wegbeheerder) water staan. De wegen moeten 3 uur na de bui weer te gebruiken zijn (water op straat hoeft niet volledig weg te zijn). Dit aantonen door middel van een 1D2D berekening of berging + afvoer berekening (afhankelijk van de projectfase en schaal van het project). Voor de overige eisen mbt afwatering en riolering. wordt verwezen naar de LIOR. De ontwikkeling wordt klimaatbestendig en waterrobuust. Dat betekent dat de bebouwing en de openbare ruimte zijn voorbereid op de gevolgen van het veranderende klimaat zoals hittestress, wateroverlast en droogte, nu en in de toekomst.
Voorkomen wordt dat negatieve effecten van de ontwikkeling worden afgewenteld op de omliggende wijken. In de toekomstige situatie wordt het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) dan ook gescheiden van het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) ingezameld en verwerkt. Beschermingszones en waterkeringen Het plangebied ligt voor een deel in de beschermingszone van een watergang. In dit plan geldt hier een groen bestemming. Voor eventuele werkzaamheden in deze beschermingszones zal een watervergunning aangevraagd moeten worden in het kader van de waterschapsverordening.
64/128
Kwaliteit Uitgangspunt bij elke ruimtelijke ontwikkeling is, dat de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater ten opzichte van de huidige situatie niet mag verslechteren. Waar mogelijk wordt een verbetering nagestreefd. De waterkwaliteit wordt beïnvloed door het (veranderende) ruimtegebruik en het gebruik van bouwmaterialen. Om de water- en bodemkwaliteit niet negatief te beïnvloeden wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende bouwmaterialen (koper, zink, lood). De emissies vanuit bouwmaterialen worden beperkt door gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk. Vuilwater Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterbeleid wordt een gescheiden rioleringsstelsel aangelegd zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken moeten worden. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: 1. hemelwater vasthouden voor benutting; 2. (in-) filtratie van afstromend hemelwater; 3. afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; 4. afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. Conclusie De ontwikkeling wordt klimaatbestendig en waterrobuust. Voorkomen wordt dat negatieve effecten van de ontwikkeling worden afgewenteld op de omliggende wijken.
Daarnaast grenst het plangebied aan beschermingszone van een watergang. Voor eventuele werkzaamheden in deze beschermingszones zal een watervergunning aangevraagd moeten worden in het kader van de waterschapsverordening. Het aspect water vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling.
65/128
66/128
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Toelichting op de regels
Inleiding Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een gebiedsontwikkeling aan de Galileilaan en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22b) van het omgevingsplan van de gemeente Nissewaard. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Voor de planregels zijn de modelregels van de gemeente Nissewaard als basis gehanteerd. Het 'TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Spijkenisse Galileilaan' bestaat uit de volgende onderdelen: De motivering In de motivering is de ontwikkeling beschreven en verantwoord in het licht van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zowel op basis van het beleid als op basis van milieu-hygiënische aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet. De regels De regels worden zoals gezegd opgenomen als afzonderlijk hoofdstuk binnen het omgevingsplan van de gemeente Nissewaard. De regels bevatten onder andere de bouw- en gebruiksregels, die zijn gekoppeld aan werkingsgebieden op de digitale verbeelding. De regels van dit hoofdstuk gelden naast de overige regels van het omgevingsplan. De digitale verbeelding Op de digitale verbeelding zijn werkingsgebieden opgenomen, die zijn gekoppeld aan bepaalde (primaire) functies.
Deze worden in paragraaf 5.2 nader toegelicht. Daarnaast zijn diverse werkingsgebieden opgenomen, gekoppeld aan specifieke regels. Opzet van het plan Het omgevingsplan bevat regels, die bindend zijn voor eenieder. Gekozen is voor zoveel mogelijk concrete regels gericht op het mogelijk maken van een gebiedsontwikkeling. Daarbij is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de modelregels van de gemeente Nissewaard. Hiermee wordt de rechtseenheid binnen het tijdelijke omgevingsplan bevorderd.
67/128
5.2
Opzet van het plan
Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten Artikel 7 Groen De voor de functie 'Groen' aangewezen gronden zijn de volgende activiteiten toegestaan: groenvoorzieningen, fiets en / of voetpaden, sportvoorzieningen, speelvoorzieningen en hierbij passende, openbare verblijfsvoorzieningen, bijbehorende verhardingen en watergangen en bij deze functies en/of activiteiten behorende voorzieningen, zoals straatmeubilair, reclameborden, kunstwerken, parkeervoorzieningen, abri's en nutsvoorzieningen. Bouwactiviteiten zijn slechts beperkt en met een omgevingsvergunning toegestaan. Er zijn ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - balkons toegestaan' balkons toegestaan met een maximale diepte van 3 meter. Artikel 8 Verkeer -2 De voor de functie 'Verkeer -2' aangewezen gronden zijn de volgende activiteiten toegestaan: verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen, bij deze functies en/of activiteiten behorende voorzieningen zoals wegen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, ondergrondse afvalcontainers, reclameborden, speel en nutsvoorzieningen, abri's, waterhuishoudkundige voorzieningen en groenvoorzieningen. Bouwactiviteiten zijn slechts beperkt en met een omgevingsvergunning toegestaan. Er zijn ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - balkons toegestaan' balkons toegestaan met een maximale diepte van 3 meter.
Artikel 9 Wonen -1 De functie Wonen-1 is opgenomen voor de woongebouwen en de omliggende gronden met de daarbij behorende tuinen en erven en in samenhang daarmee de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. In het plangebied zijn maximaal 128 woningen toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'gezondheidszorg' is tevens een gezondheidscentrum van maximaal 550 m² toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding "gestapeld" mogen meergezinsgebouwen (appartementen) worde gebouwd. Er is een regeling opgenomen dat aan het gezamenlijke geluid moet worden voldaan. Artikel 10 Waarde - Archeologie 3 Ter bescherming van mogelijke archeologische sporen in de bodem kan via de regels in bepaalde gebieden voordat een omgevingsvergunning voor het bouwen kan worden verleend de verplichting worden opgelegd om vooraf archeologisch onderzoek te verrichten en afhankelijk van de uitkomst daarvan nadere voorwaarden te stellen. Ook het uitvoeren van nader genoemde activiteiten mogen ook slechts plaatsvinden na het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden. Genoemde verplichtingen ontstaan wanneer de (bouw)activiteiten dieper reiken dan in de regels genoemde diepte en meer dan daar genoemd terreinoppervlak beslaan.
68/128
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 11 Anti-dubbeltelregel In dit artikel is aangegeven dat grond die één keer in beschouwing is genomen voor het toestaan van gebouwen, niet een tweede keer mag meetellen voor de toelaatbaarheid van andere gebouwen, als die grond inmiddels tot een ander bouwperceel is gaan behoren. Artikel 12 Algemene bouwregels In dit artikel zijn regels voor bouwactiviteiten opgenomen die gelden voor het gehele werkingsgebied. Artikel 13 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn regels voor gebruiksactiviteiten opgenomen die gelden voor het gehele werkingsgebied. Artikel 14 Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een regeling opgenomen om algemene afwijkingen door middel van een omgevingsvergunning toe te kunnen staan. Hoofdstuk 4 Overgangsrecht Artikel 15 Overgangsrecht In dit artikel zijn regels ten aanzien van het overgangsrecht voor zowel het gebruik als bouwwerken opgenomen.
69/128
70/128
Hoofdstuk 6
Financiële toelichting
Kostenverhaal is verplicht Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Zolang de kostenverhaalbijdrage niet is betaald, is het verboden om de bouwwerkzaamheden uit te voeren. Kostenverhaalplichtige activiteiten Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Dat zijn: aangewezen bouwactiviteiten aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen Het overzicht van kostenverhaalplichtige activiteiten staat in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Aangewezen bouwactiviteiten zijn bijvoorbeeld het bouwen van woningen, bedrijfspanden, kantoren en winkels. Er zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen. De kostenverhaalplicht geldt alleen bij het juridisch-planologisch toelaten van nieuwe bouwmogelijkheden.
Dus het toelaten van nieuwe bouwmogelijkheden met een wijziging van het omgevingsplan, het vaststellen van een projectbesluit of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De nieuw toegelaten bouwactiviteit moet onder de omschrijving van een van de kostenverhaalplichtige activiteiten vallen die in artikel 8.13 Omgevingsbesluit zijn aangewezen. Dan is sprake van een kostenverhaalplichtige activiteit. Doorwerking besluitgebied Er is sprake van een kostenverhaalsplichtige activiteit. Er is een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Hiermee is het kostenverhaal verzekerd.
71/128
72/128
Hoofdstuk 7 7.1
Overleg en inspraak
Inleiding
De procedures voor een wijziging van het omgevingsplan zijn door de wetgever geregeld. Daarnaast bepaalt de Omgevingswet dat bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldige participatie moet plaatsvinden en de gemeente overleg met belanghebbende instanties moet voeren.
7.2
Participatie
Het participatietraject is vastgelegd in het participatieverslag (bijlage 12 bij deze motivering) hieronder is de belangrijkste uitsnede van het participatieverslag opgenomen. Aanpak participatieproces De invulling van de participatie is gebeurd door middel van het houden van een tweetal informatieavonden. De eerste informatieavond vond plaats op 23 februari 2023. De tweede op 11 september 2025. Deze informatieavonden hadden het karakter van een inloopavond, zodat het laagdrempelig is voor de bezoekers. Tijdens de bijeenkomsten zijn door middel van verschillende panelen de plannen gepresenteerd. De getoonde presentatiepanelen geven een goed beeld van de plannen en laten onder andere de volgende zaken zien: Situatie Bouwmassa en bouwhoogte Parkeeroplossing Inrichting openbare ruimte Mogelijke indeling appartementengebouwen Impressies voor de verschijningsvorm Op de avonden waren vertegenwoordigers van de gemeente, de architect en de ontwikkelaar aanwezig om verder uitleg te kunnen geven indien dat nodig was. De informatieavonden zijn gehouden in de burgerzaal van het gemeentehuis in Spijkenisse. Op beide avonden waren ongeveer 50 mensen aanwezig. De algemene tendens van de avonden was positief. Men zien de beoogde plannen als een kwaliteitsimpuls voor de wijk.
Bereik doelgroep De gemeente heeft het gebied vastgesteld waarbinnen de uitnodigingen voor de informatieavonden zijn verspreid. Het gaat om 594 adressen. Figuur 7.1 geeft weer waarbinnen de uitnodigingen zijn verspreid.
73/128
Figuur 7.1: Bereik doelgroep Informatieavond 1: d.d. 23 februari 2023 Terugkoppeling/reacties vanuit de bezoekers op de informatieavond 1 Belangrijke thema's Geluid van de installaties op het dak van de beoogde gebouwen Hondenuitlaatstrook Behoud van de huidige bomen Aandacht voor opvang regenwater Aandacht voor beschoeiing van de Watering Aandacht voor heien en vooropname woningen Verwerking terugkoppeling/reacties Alle bovengenoemde zaken zijn meegenomen in de planuitwerking of worden meegenomen in het ontwerp van de uiteindelijke gebouwen. De eerste rij bomen aan de Galileilaan blijven behouden.
74/128
Informatieavond 2: d.d. 11 september 2025 Terugkoppeling/reacties vanuit de bezoekers op de informatieavond 2 De reacties zijn als volgt onder te verdelen: Bezwaar tegen kinderopvang Mercuriusstraat (2x van hetzelfde adres) Interesse voor woning (2 reactieformulieren) Aandacht voor verlichting voet-/fietspaden (verschillende malen genoemd) Aandacht voor route bouwverkeer Vraag voor meer parkeerplaatsen bij kinderopvang Aandacht voor watervoorziening i.v.m. aanwezigheid vissen Handhaven als er gefietst wordt op de voetpaden Verwerking van de feedback Bovengenoemde reacties worden meegenomen bij de verdere planuitwerking. In de bijlage bij het participatieverslag. staat uitgebreid omschreven op welke wijze de genoemde reacties worden meegenomen of verwerkt. Vervolgtraject participatie Voor dit project wordt er opgewerkt naar de indiening van een TAM-IMRO procedure. Hierbij zal de participatie met name bestaan uit het informeren van de omwonenden. Wanneer de realisatie van het planlocatie dichterbij komt zal er met de gemeente overleg worden gevoerd op welke wijze de omwonenden geïnformeerd worden. Daarnaast kan ervoor gekozen worden om een klankbordgroep in te stellen voor het afstemmen van een aantal praktische zaken (o.a. route bouwverkeer).
7.3
Overleg
Bij de voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan moet overleg worden gevoerd met bestuursorganen en instanties die belast zijn met de behartiging van belangen, welke in het plan (mogelijk) in het geding zijn, zoals de provincie en het waterschap. De stukken behorende bij het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan worden aan de betrokken vooroverlegpartners voorgelegd.
7.4
Wijziging van het Omgevingsplan
Het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan wordt bekendgemaakt en gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan eenieder zijn zienswijzen kenbaar maken tegen het plan. Eventuele zienswijzen worden samengevat en van een reactie voorzien door de gemeente. Het omgevingsplan wordt vervolgens, al dan niet na het doorvoeren van aanpassingen, gewijzigd door de gemeenteraad. Het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan heeft zes weken (tot en met 9 januari 2026) ter inzage gelegen voor het indienen van zienswijzen. Er is één zienswijze ingediend. De zienswijze is samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien in de Nota van beantwoording zienswijze (bijlage x). In deze nota is tevens een conclusie opgenomen of de zienswijze al dan niet heeft geleid tot aanpassing van het TAM-Omgevingsplan.
75/128
76/128