TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Galileilaan, Spijkenisse - ter vaststelling motivering
Tekst van het document
TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22B SPIJKENISSE GALILEILAAN Nissewaard
1/2
2/2
DATUM KENMERK
6 mei 2026 NL.IMRO.1930.022bTAMGalileilaan-3001
PROJECT PROJECTLEIDER
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Spijkenisse Galileilaan Ir. R.A. Sips
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Urban Living 3204 B.V. 20240967
AUTEUR STATUS
R. van Oosterhout Ter vaststelling
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave Motivering Hoofdstuk 1
Inleiding
9
1.1
Aanleiding
9
1.2
Ligging plangebied
9
1.3
Juridisch-planologisch kader
11
1.4
Procedure
12
1.5
Leeswijzer
12
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
13
2.1
Huidige situatie
13
2.2
Beoogde situatie
14
Hoofdstuk 3
Beleidskader
15
3.1
Rijksbeleid
15
3.2
Provinciaal beleid
19
3.3
Regionaal beleid
25
3.4
Gemeentelijk beleid
25
Hoofdstuk 4
Milieuaspecten
31
4.1
Activiteiten en milieuzonering
31
4.2
Archeologie
32
4.3
Bodem
33
4.4
Cultuurhistorie
35
4.5
Duurzaamheid en klimaatadaptatie
35
4.6
Elektromagnetische straling
36
4.7
Geluid (spoor-)wegen dan wel milieubelastende activiteiten
37
4.8
Geur
39
4.9
Gezondheid
40
4.10
Luchtkwaliteit
41
4.11
Milieueffectrapportage
43
4.12
Natuur en landschap
44
4.13
Stikstofdepositie
46
4.14
Omgevingsveiligheid
47
4.15
Trillinghinder
50
4.16
Verkeersgeneratie, - afwikkeling en parkeren
51
3/128
4.17
Weging van het waterbelang
59
Hoofdstuk 5
Juridische planbeschrijving
67
5.1
Toelichting op de regels
67
5.2
Opzet van het plan
68
Hoofdstuk 6
Financiële toelichting
71
Hoofdstuk 7
Overleg en inspraak
73
7.1
Inleiding
73
7.2
Participatie
73
7.3
Overleg
75
7.4
Wijziging van het Omgevingsplan
75
4/128
MOTIVERING
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De verouderde maatschappelijke opstallen aan de Galileilaan te Spijkenisse worden gesloopt en dit gebied wordt gemoderniseerd voor maatschappelijke doeleinde en woningbouw. De initiatiefnemer is voornemens het perceel D7262 aan de Galileilaan te Spijkenisse te ontwikkelen voor woningbouw en een gezondheidscentrum. De ontwikkeling bestaat uit 128 koopwoningen en een gezondheidscentrum van 550m². Omdat het bestemmingsplan, 'De Hoek- Sterrenkwartier 2009', dat onderdeel uitmaakt van het tijdelijke deel van het omgevingsplan Nissewaard, niet de gewenste ontwikkelruimte biedt, wordt de beoogde ontwikkeling met deze wijziging van het omgevingsplan mogelijk gemaakt. In voorliggende motivering wordt gemotiveerd of de ontwikkeling voldoet aan de instructieregels en aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In de planregels en op de verbeelding zal de nieuwe planologische ruimte worden vastgelegd.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied betreft de adressen Galileilaan 1, 3 en 5, op nummer 1 en 3 is kinderopvang Partout gevestigd, nummer 5 is reeds gesloopt. Het plangebied wordt begrenst door de Galileilaan, deze straat begrenst de westrand van het project. Aan de noordzijde ligt de Planetenlaan en Aan de oostzijde ligt een park met een waterpartij. Aan de zuidzijde door een project van Dagelijks Leven. Het gaat om 20 appartementen, dit project doorloopt een eigen procedure en wordt in 2026 opgeleverd.
Figuur 1.1: Plangebied aangegeven op een luchtfoto (bron: Rho adviseurs)
9/128
De kadastrale percelen van het plangebied zijn als volgt:
D9252, gedeeltelijk (6747 m2) D7262, helemaal (294 m2) D6473, helemaal (628 m2) D2429, gedeeltelijk (1328 m2) Plangebied: 8997 m2
Figuur 1.2: kadastrale percelen (bron: Rho Adviseurs)
10/128
1.3
Juridisch-planologisch kader
1.3.1
Vigerend (tijdelijk) Omgevingsplan Nissewaard
Ter plaatse van het plangebied geldt, vanwege de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024, het zogenoemde tijdelijke deel van het omgevingsplan. Dit bestaat uit een aantal voormalige besluiten, plannen en regelgeving die door de gemeenten in een gebiedsdekkend omgevingsplan moeten worden verwerkt en vastgesteld. Omdat dit gebiedsdekkende omgevingsplan nog niet is vastgesteld door gemeente Nissewaard, geldt het 'tijdelijk deel van het omgevingsplan' bestaande uit:
Vastgestelde bestemmingsplannen en beheersverordeningen: Bestemmingsplan 'Centrum 2012' (vastgesteld 24 april 2013) Paraplubestemmingsplan 'Parkeren & laden en lossen' (vastgesteld 17 mei 2023) Lokale verordeningen: Tot het tijdelijke deel van het omgevingsplan behoren een gemeentelijke geurverordening, verordening afvoer regen- en grondwater of erfgoedverordening (archeologische monumentenzorg) en bodemkwaliteitskaarten, mits de gemeente een dergelijke verordening heeft vastgesteld. In dit geval is van toepassing: - Erfgoedverordening Nissewaard 2016 Bruidsschat: voorrangsbepalingen en overgangsrecht; regels over bouwwerken, open erven en terreinen; regels over milieubelastende activiteiten; regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond; regels over overige gemeentelijke omgevingsvergunningen.
Bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'De Hoek- Sterrenkwartier 2009'. Dit bestemmingsplan is op 21 oktober 2010 vastgesteld. Op figuur 1.3 is een uitsnede van het bestemmingsplan weergegeven met de bijbehorende functies. Op de locatie geld de bestemmineng 'Maatschappelijk', 'Groen' en 'Sport'.
11/128
Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'De Hoek- Sterrenkwartier 2009' (Rho Adviseurs) Parkeren & laden en lossen ontwerpbestemmingsplan (Vastgesteld 17-05-2023 In deze parapluherziening is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, die verwijst naar de 'Parkeernormennota Nissewaard 2022'. Dit paraplubestemmingsplan omvat de hele gemeente Nissewaard. 1.3.2
Strijdigheden
De bouw en het gebruik van 128 woningen is niet toegestaan binnen de genoemde bestemmingen.
1.4
Procedure
Voorliggend initiatief is in strijd met het vigerend juridisch-planologisch kader en zal mogelijk worden gemaakt door de wijziging van het Omgevingsplan van de gemeente Nissewaard. Dit zal worden gedaan door middel van de Tijdelijke alternatieve Maatregel (TAM) waardoor het mogelijk is om via de IMRO- standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen het omgevingsplan te wijzigen. Het TAM-Omgevingsplan moet vóór 1 januari 2032 worden omgezet naar STOP/TPOD.
1.5
Leeswijzer
Na dit hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als de functionele aspecten aan de orde komen. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het relevante beleid op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 5 geeft een juridische beschrijving van de verbeelding en de regels. Hoofdstuk 6 gaat in op de financieel uitvoerbaarheid van het project. In hoofdstuk 7 is aangegeven hoe is omgegaan met participatie en de overlegreacties.
12/128
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Het plangebied is gelegen aan de Galileilaan in het Sterrenkwartier, een uitbreidingswijk die ontstaan is in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Spijkenisse maakte in die periode als groeigemeente een stormachtige ontwikkeling door. Rondom het oude dorp werden diverse uitbreidingswijken gerealiseerd waarvan het Sterrenkwartier er één is. Het stedenbouwkundig plan van het Sterrenkwartier is gebaseerd op de principes van 'Het Nieuw Bouwen' (CIAM). De woonwijk is opgezet in een overzichtelijke orthogonale structuur, met een scheiding tussen de verschillende verkeersstromen. Dragers van de wijk zijn de Planetenlaan in oost-westrichting en de voorzieningenzone langs de Galileilaan in noord-zuidrichting. De Planetenlaan ontsluit voor autoverkeer de wijk vanuit de Hekelingseweg aan de oostzijde, de Galileilaan en Copernicuslaan vanuit de Heemraadlaan aan de zuidkant. Ten zuiden van de Planetenlaan bestaat de bebouwing voornamelijk uit grondgebonden woningen, veelal 2 lagen met kap in lineaire bouwblokken (rijwoningen). De strokenverkaveling is duidelijk en eenvoudig met een duidelijk onderscheid tussen voor- en achterkanten. Ten noorden van de Planetenlaan is gestapelde bouw aanwezig, veelal galerijflats van circa 5 bouwlagen. De lineaire bouwblokken staan orthogonaal gegroepeerd rondom groene ruimtes.
Aan de randen van de wijk zijn enkele hogere accenten aanwezig, tot circa 15 bouwlagen. Geleidelijk worden verouderde galerijflats vervangen door nieuwe gestapelde bouwblokken, soms in combinatie met grondgebonden woningen. De wijkvoorzieningen zijn ondergebracht in een eigen zone, die van noord naar zuid het Sterrenkwartier opdeelt. In deze zone zijn winkels, scholen, sport- en andere voorzieningen ondergebracht, veelal als losse objecten in het groen. Centraal in deze zone is een waterpartij met rondom veel groen aanwezig. Deze groene as is als verblijfsruimte belangrijk voor de kwaliteit van de woonwijk. Aan de zuidzijde markeert de Saturnusflat als hoogteaccent een belangrijke toegang tot de wijk. De Galileilaan, waaraan het plangebied ligt, vormt de westelijke begrenzing van de groene voorzieningenstrook. De ene zijde van het profiel wordt gevormd door de rijwoningen van de aangrenzende woonbuurt, met afwisselend kopgevels en voorgevels. Aan de andere zijde van het profiel is een rij volgroeide platanen prominent aanwezig. Deze bomenrij is ononderbroken en vormt een duidelijke begrenzing van de groene voorzieningenstrook. Het is belangrijk dat deze bomenrij in stand gehouden wordt. De bomen vormen de coulisse waarachter de losse bouwmassa's (scholen en de toekomstige nieuwbouw) in het groen staan.
Recent zijn enkele verouderde schoolgebouwen van de Galileilaan vervangen door een nieuw schoolgebouw. Twee andere schoolgebouwen met sporthal/gymzaal worden gesloopt met de bedoeling hier woonfuncties te maken.
13/128
2.2
Beoogde situatie
De ontwikkeling bestaat uit drie blokken met daarin 128 woningen en een gezondheidscentrum van maximaal 550m². In het planboek zoals opgenomen in bijlage 1 (d.d. 20 november 2025) is de ontwikkeling verder uitgewerkt. De bouwhoogte zal maximaal 4 en 5 bouwlagen bedragen op een half verdiepte parkeerkelder. Deze bouwhoogte sluit aan op die van de gestapelde bouw langs de Planetenlaan en is voldoende beperkt om verdekt te staan achter de hoge bomenrij langs de Galileilaan. Hierdoor blijft het huidige beeld van 'gebouwen achter de bomen' in stand. Aan de zijde van de waterpartij bouwt de hoogte trapsgewijs af naar circa 3 bouwlagen. Parkeervoorzieningen worden zoveel mogelijk onder de gebouwen gemaakt. De overige benodigde parkeerplaatsen worden op eigen terrein gerealiseerd langs de zijde van de Galileilaan en zijn ook toegankelijk voor bezoekers. Het aanwezige voetpad onder de bomen langs de Galileilaan (tevens nutstracé) blijft bestaan. Omdat de ruimte tussen de nieuwe gebouwen openbaar is ontstaat voor nieuwe bewoners en buurtbewoners een nieuw circuit van voetpaden voor een wandeling rond de waterpartij. Belangrijk is dat de 3 woonblokken zich aan de waterzijde presenteren als 'objecten in het groen'. De ruimte tussen de gebouwen dient dan ook zo groen mogelijk te worden ingericht.
Figuur 2.1: De ontwikkeling (bron: BIAS Architecten versie 27 oktober 2025)
14/128
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. duurzaam economisch groeipotentieel 3. sterke en gezonde steden en regio's 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt.
Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken & identiteit; 3. Afwentelen voorkomen.
15/128
Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke 'nationale belangen' genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Doorwerking besluitgebied Een van de vier prioriteiten van de NOVI is het aansturen op sterke en gezonde steden en regio's. De ontwikkeling ziet op de invulling van gronden ter plaatse van verouderde en te slopen bebouwing naar woningen en een gezondheidscentrum. Het initiatief ondersteunt de prioriteiten van de NOVI: het versterkt de gezondheid en leefbaarheid in de stad en bevordert het combineren van functies. Conclusie Het plan past binnen de beleidskaders van de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2
Instructieregels Rijk via Besluit kwaliteit leefomgeving
De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); Het rijk heeft diverse instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: Waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl); Beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl); Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (paragraaf 5.1.4 Bkl); Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 5.1.5 Bkl); Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur en recreatiegebieden (paragraaf 5.1.6 Bkl); Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (paragraaf 5.1.7 Bkl); Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl).
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl.
16/128
Doorwerking besluitgebied Ten aanzien van voorliggend initiatief wordt in hoofdstuk 4 getoetst aan de volgende instructieregels uit het Bkl: Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl), nader toegelicht in paragraaf 4.14; Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl), nader toegelicht in paragraaf 4.17 Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl), nader toegelicht in de paragrafen 4.10, 4.15, 4.7, 4.8en 4.3. Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl), nader toegelicht in paragraaf 3.1.3. Hiermee is aangetoond dat met voorliggend initiatief wordt voldaan aan de instructieregels in het Bkl.
3.1.3
Zorgvuldig ruimtegebruik/ Ladder voor duurzame verstedelijking
Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand rekening gehouden te worden met: 1. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en, 2. de mogelijkheden om binnen stedelijk gebied of binnen stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Dit wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking genoemd (par. 5.1.5.4 Bkl). Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening, of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Er is geen wettelijke ondergrens voor de genoemde ontwikkelingen. Op basis van vaste jurisprudentie wordt gesteld dat bij een woningbouwplan van 12 woningen of meer in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor alle andere stedelijke functies wordt in beginsel een oppervlakte van 500 m² bruto vloeroppervlak aangehouden als ondergrens. Daarnaast geldt het vereiste dat het moet gaan om een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit wordt beoordeeld aan de hand van het nieuwe planologische ruimtebeslag dat met de stedelijke ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt of wanneer wordt voorzien in een functiewijziging van enige omvang.
Een ladder voor duurzame verstedelijking moet worden opgesteld wanneer je te maken hebt met een stedelijke ontwikkeling. Doorwerking besluitgebied Bij een stedelijke ontwikkeling (die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en) die voldoende substantieel is, wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling, en als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.
17/128
Toetsing De wijk Sterrenkwartier in Spijkenisse is gebouwd in de jaren 1960/1970. In de afgelopen jaren is de wijk een aantal keer opgeknapt. Het middengebied tussen de Planetenlaan, Galileïlaan, Saturnusstraat en de Waterman is aan een nieuwe inrichting toe. Er is inmiddels een nieuw integraal Kindcentrum gerealiseerd met daarin ruimte voor de Rooms Katholieke basisschool Paus Johannes, Christelijke basisschool Marimba, kinderopvang Klein Maar Dapper en ruimte voor diverse sportverenigingen. Hiervoor is in 2022 een omgevingsvergunning verleend. Hierdoor zijn de oude schoolgebouwen en gymzalen vrijgekomen voor transformatie naar drie appartementengebouwen, voor in totaal 128 appartementen en een gezondheidscentrum (maximaal 550 m2 bvo). Volgens jurisprudentie is in beginsel pas sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij plannen vanaf 12 woningen of bij een functiewijziging of toevoeging van bebouwing met een andere stedelijke functie vanaf 500 m2 bvo. In dit geval gaat het gelet op de planologische toevoeging van maximaal 128 woningen om een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarom is hierna de behoefte beschreven. Het projectgebied ligt op een binnenstedelijke locatie. Beschrijving woningbehoefte De woningbehoefte in de gemeente Nissewaard blijkt uit diverse bronnen die hierna worden behandeld.
Woningbehoefteraming WBR 2023 De provincie Zuid-Holland heeft onderzocht hoeveel extra woningen er in Zuid-Holland nodig zijn in de periode 2023 tot en met 2032 om in de verwachte vraag aan woningen te voorzien. Dat zijn er meer dan tot nu toe werd verwacht. Uit de provinciale woningbehoefteraming WBR 2023 blijkt dat in de die periode in de Rotterdamse regio behoefte is aan 71.000 woningen. De behoefte is zo groot dat het belangrijk is de bestaande regionale woningbouwprogramma's snel uit te voeren. Daarvoor is belangrijk dat meer plannen 'hard' worden en woningen daadwerkelijk worden gebouwd. De provincie gaat hierover als sturende partij in gesprek met de vijf woondealregio's van Zuid-Holland. Daarbij wordt gekeken naar of de woningbouwplannen bijdragen aan het verhogen van de woningproductie. De provincie let er dan vooral op of er voldoende juiste woningen, op de juiste plek en het juiste moment worden gebouwd. Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2021-2030 (december 2022) Het Regioakkoord 2022 bevat afspraken over de woningbouw in de 12 regiogemeenten. Hierin is afgesproken dat Nissewaard zich inzet voor het toevoegen van circa 3.760 woningen, waarvan 28% sociaal, 43% middelduur en 30% in het dure segment. Regionale Realisatie Agenda 2022 De vraag naar woningen is groot, het aanbod beperkt. Het oplossen van het woningentekort vraagt om de bouw van nieuwe woningen.
Om het woningtekort terug te dringen tot een gezonder evenwicht wordt door de Rijksoverheid met “Programma Woningbouw” nationaal ingezet op de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030. Zuid-Hollandse bestuurders en de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening hebben de regionale realisatieagenda's, ook wel woondeals genoemd, ondertekend. Daarmee spreekt Zuid-Holland de ambitie uit om in de periode 2022 tot en met 2030 ruim 235.000 woningen te bouwen.
18/128
In dit project wordt ingezet op het toevoegen van 128 koopappartementen, dit om de doorstroming te bevorderen. Hierover zijn reeds afspraken gemaakt met de gemeente. Woonvisie Nissewaard, een plek voor iedereen! (september 2020) Het doel van de Woonvisie voor Nissewaard is dat het voor iedereen goed wonen is in de gemeente en de woonwensen en woningbehoefte van alle huidige en toekomstige inwoners zoveel mogelijk binnen de gemeentegrenzen mogelijk te maken. Groei van de woningvoorraad is vooral nodig omdat het aantal 65-plussers toeneemt en huishoudens gemiddeld steeds kleiner worden. In de woonvisie staat uitgelegd hoe de gemeente wil komen tot een betere balans in de woningvoorraad. Daarbij hoort dat er wordt bijgebouwd in de woningsegmenten die nu ondervertegenwoordigd zijn, maar ook dat er aandacht is voor de toenemende vraag naar toekomstbestendig wonen. Uiteraard is er in de woonvisie ook aandacht voor leefbaarheid, duurzaamheid en wonen met zorg. Dit initiatief geeft mede invulling aan de doelstellingen uit de woonvisie gericht op het op peil houden van de voorraad woningen voor senioren en kleine huishoudens.
Prestatieafspraken voor 2025 en 2026 tussen huurdersorganisaties, woningcorporaties en gemeente (december 2024) Deze prestatieafspraken geven aan welke bijdrage de verschillende partijen leveren aan het volkshuisvestelijk beleid van de gemeente, zoals vastgelegd in de Woonvisie Nissewaard 2020-2030 “Nissewaard, een plek voor iedereen!”. De partijen willen de sociale huurvoorraad op peil houden en evenwichtiger over de gemeente spreiden. Beschrijving behoefte gezondheidscentrum De vraag naar het gezondheidscentrum komt direct voort uit een vraag van de eindgebruikers (o.a. huisartsen). Deze vraag is kenbaar gemaakt bij de gemeente Nissewaard en wordt opgelost in dit project. Conclusie Voor Nissewaard wordt uitgegaan van een opgave van 3.760 woningen tot en met 2030. Dit betekent dat (veel) nieuwe harde plancapaciteit moet worden toegevoegd om te kunnen voorzien in de woningbehoefte. Er is behoefte aan alle woningtypen en prijsklassen, met een accent op betaalbare woningen voor kleinere huishoudens. Hierin wordt mede voorzien in dit plan met 128 appartementen.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op d.d. 18 februari 2025 is de Omgevingsvisie Zuid-Holland in werking getreden. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid-Holland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert.
19/128
De provincie Zuid-Holland heeft met haar uitgebreide instrumentarium grote meerwaarde bij het oplossen van de maatschappelijke opgaven van vandaag en morgen. En met inbreng van kennis en creativiteit vanuit de samenleving kan nog meer worden bereikt. De kunst is het oplossend vermogen van de maatschappij te stimuleren en te benutten. Zuid-Holland biedt daarom ruimte en vertrouwen aan maatschappelijke initiatieven. Maar ruimte en vrijheid gedijen alleen binnen grenzen. Daarom werkt de provincie Zuid-Holland vanuit een aantal principes en kaders, voor haarzelf én haar partners, als waarborg voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De Provincie zet in op acht sturingsprincipes: 1. Opgavegericht 2. Provinciaal belang 3. Netwerkaanpak 4. Maatwerk 5. Uitgaan van passen Schaalniveau 6. Ruimte voor differentiatie 7. Lever meerwaarde 8. Effectief en betrouwbaar Daarbij is leidend dat de provincie Zuid-Holland een aantrekkelijke provincie is om te wonen en te werken en dat onze leefomgeving gezond en veilig is. De ruimte is beperkt. Zuinig, duurzaam en efficiënt ruimte- gebruik is daarom het uitgangspunt. Ze streven naar slim en meervoudig ruimtegebruik, door combineren en mengen van functies.
Doorwerking besluitgebied Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied en bestaat (voor zover nog niet gesloopt) uit verouderde gebouwen, deze maken plaats voor de transformatie van het gebied naar een combinatie van maatschappelijke functies en woningen. Met deze transformatie wordt een verdichtingsslag gemaakt. De kwaliteit van het gebied zal toenemen door de sloop van de verouderde opstallen
3.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
De Omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Zuid-Holland. De provinciale omgevingsverordening bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving en vervangt alle bestaande verordeningen. Er kunnen in de omgevingsverordening naast direct werkende regels ook instructieregels zijn opgenomen over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Doorwerking besluitgebied De regels in de omgevingsverordening werken door in ruimtelijke plannen van de gemeente. Hierna is getoetst aan de Zuid-Hollandse omgevingsverordening (juli 2025).
20/128
Artikel 7.41a (risico's van klimaatverandering) In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met de risico's van klimaatverandering, waaronder in ieder geval de te verwachten gevolgen van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte; alsmede de effecten van de gevolgen op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's aan de orde zijn wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, of het gericht aanvaarden van deze risico's. Artikel 7.41aa (toekomstbestendig bouwen van woningen) 1. Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met 12 woningen of meer mogelijk maakt, betrekt daarbij de mogelijkheden en kansen voor toekomstbestendig bouwen. 2. De volgende aspecten van toekomstbestendig bouwen worden in onderlinge samenhang betrokken: a. de risico's van klimaatverandering; b. de energiehuishouding van de gebouwen, met name het gebruik en de opwekking van energie; c. de toepassing van circulaire of biobased grondstoffen of producten; d. de mogelijkheden om de emissies van NOx en CO2 te beperken in de bouw- en gebruiksfase; e. het reduceren van drinkwatergebruik door waterbesparende maatregelen te treffen; f. het versterken van de biodiversiteit; en g. het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving. Toetsing art.
7.41a en 7.41aa In het project wordt minder verhard oppervlak gerealiseerd dan in de voormalige situatie. Het binnenterrein wordt voor een deel groen ingericht. Hiermee wordt invulling gegeven aan klimaatadaptatie en biodiversiteit. De woningen worden duurzaam en toekomstbestendig, voorafgaand aan de ontwikkeling zijn reeds verouderde opstallen gesloopt. Artikel 7.43a (borgen ruimtelijke kwaliteit) 1. Een omgevingsplan laat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling alleen toe als de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. In een omgevingsplan wordt voor het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit rekening gehouden met: a. de beschermingscategorie en het gebiedstype; b. het soort en de mate van ingrijpendheid van de ruimtelijke ontwikkeling: inpassen, aanpassen en transformeren; c. de relevante richtpunten genoemd in bijlage IX, onder A. 3. n.v.t.
21/128
Artikel 7.43c (randvoorwaarden soorten ruimtelijke ontwikkeling) 1. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. 3. Een omgevingsplan kan alleen voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van de soort transformeren als de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. Toetsing art. 7.43a en 7.43c Het plangebied valt niet in een gebied dat is aangemerkt als een bijzondere beschermingscategorie. De ontwikkeling binnen bestaand stads- en dorpsgebied wordt beschouwd als 'inpassen'. De gebiedsidentiteit of structuur van het gebied wordt niet aangepast.
Het betreft een aanpassing en betere benutting op kavelniveau. De ontwikkeling past binnen de bestaande stedelijke omgeving en wordt zorgvuldig ingepast op de locatie. Artikel 7.44 (afgestemde regionale behoefte) Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor wonen, bedrijventerreinen of kantoren mogelijk maakt houdt rekening met de op de behoefteramingen van gedeputeerde staten gebaseerde regionale afgestemde behoefte aan deze ontwikkeling. De regionaal afgestemde behoefte kan blijken uit een geheel of gedeeltelijke instemming met regionale bestuurlijke afspraken door gedeputeerde staten of uit een door gedeputeerde staten openbaar gemaakt document. Artikel 7.45 (ladder voor duurzame verstedelijking) 1. Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt gaat in de motivering in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 2. Als over de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling regionale bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd of die door gedeputeerde staten zijn vastgesteld, dan kan de motivering van de behoefte, bedoeld in artikel 5.129g, tweede lid, onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bestaan uit een verwijzing naar die afspraken.
Toetsing 7.44 en 7.45 De ladderonderbouwing is opgenomen in paragraaf 3.1.3 van deze onderbouwing. Hieruit blijkt dat behoefte is aan woningen en een gezondheidscentrum in Spijkenisse.
22/128
Artikel 7.45b (dichtheid en verscheidenheid woningbouw) 1. Een omgevingsplan voor een stedelijke ontwikkeling met de functie wonen houdt rekening met een zo hoog mogelijke woningdichtheid en draagt bij aan een goede woon- en leefomgeving. 2. Het omgevingsplan, bedoeld in het eerst lid, betrekt de mogelijkheden voor gevarieerde woningtypen bij het toelaten van woningbouw. Toetsing 7.45b Er is met het plan gestreefd naar een zo hoog mogelijk aantal woningen met behoud van de leefkwaliteit. Er zijn verschillende typen appartementen in het plan verwerkt om zo meerdere doelgroepen te kunnen huisvesten. Artikel 7.45c (bereikbaarheid) Een omgevingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid. Toetsing 7.45c In paragraaf 4.16 is ingegaan op de verkeersontsluiting van het projectgebied. Hieruit blijkt dat de locatie voor zowel langzaam- als gemotoriseerd verkeer goed bereikbaar is en geen onaanvaardbare negatieve effecten op de bereikbaarheid in de omgeving heeft. Artikel 7.45ca (kansen voor biodiversiteit) Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, betrekt daarbij de mogelijkheden voor het bevorderen van de biologische diversiteit. Toetsing 7.45ca In het plan is sprake van minder verhard oppervlak dan in de huidige situatie.
Het tussengebied wordt voor een groot deel groen ingericht. Daarbij zijn expliciet kansen voor versterking van de biodiversiteit door bijvoorbeeld een juiste soortenkeuze. Artikel 7.45h (functiemenging en meervoudig ruimtegebruik) Een omgevingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor de functies wonen of bedrijven, houdt rekening met de mogelijkheden voor functiemenging en meervoudig ruimtegebruik Toetsing 7.45h Met de ontwikkeling wordt naast woningbouw ook een gezondheidscentrum gerealiseerd.
23/128
Artikel 7.47a (voldoende sociale huurwoningen) 1. Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met 12 woningen of meer mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen, zijnde huurwoningen met een aanvangsprijs onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, die minimaal 25 jaar in stand worden gehouden en via een woonruimteverdeelsysteem worden verhuurd. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan 30% sociale huurwoningen of wat hierover is vastgelegd in de afgestemde regionale behoefte als bedoeld in artikel 7.44. 2. Een omgevingsplan als bedoeld in het eerste lid gaat in de motivering in op: a. welke wijze de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in voldoende sociale huurwoningen en hoe die stedelijke ontwikkeling bijdraagt aan het streven naar minimaal 30% sociale huur in de woningvoorraad per gemeente; b. het aandeel sociale huurwoningen in de woningvoorraad van de gemeente en het effect van de stedelijke ontwikkeling op dit aandeel; en c. het aandeel sociale huurwoningen in de woningvoorraad in bezit bij corporaties en het effect van de stedelijke ontwikkeling op dit aandeel. 3.
Als over het aandeel sociale huurwoningen in een nieuwe stedelijke ontwikkeling regionale bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd, dan kan de motivering bedoeld in het tweede lid, bestaan uit een verwijzing naar die afspraken. Toetsing 7.47b Met de ontwikkeling worden geen sociale huurwoningen gerealiseerd. Hierover zijn afspraken gemaakt met de gemeente Nissewaard. Het plangebied ligt in de wijk Sterrenkwartier. Deze wijk kenmerkt zich door een hoog percentage aan sociale huurwoningen die in de jaren '60 en '70 gebouwd zijn. De wijk bestaat voor 39,7% uit corporatiewoningen en de buurt Sterrenkwartier-Midden (waar dit planvoornemen onder valt) bestaat uit 58% corporatiewoningen. Met het herstructureringsproject Stella Nova, wat momenteel in uitvoering is, probeert de gemeente een betere balans in de woningvoorraad van Sterrenkwartier te brengen. Gebieden met een hoog aanbod aan sociale huurwoningen probeert de gemeente te verdunnen, om zo een betere balans in de woningvoorraad te krijgen en verschillende soorten groepen mensen bij elkaar in de buurt te laten wonen. Datzelfde principe geldt voor het planvoornemen aan de Galileilaan, wat grenst aan Stella Nova.
In het project aan de Galileilaan ligt daarom vooral de focus op een combinatie van betaalbare, middeldure en dure koopwoningen om zo verschillende soorten bevolkingsgroepen in de wijk te verwelkomen. Daarnaast wil de gemeente op locaties waar sociale huur in minder mate voorkomt wel hierop inzetten door een evenwichtig woningbouwprogramma samen te stellen voor die projecten.
24/128
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2021-2030 (december 2022)
Het Regioakkoord 2022 bevat afspraken over de woningbouw in de 12 regiogemeenten. Hierin is afgesproken dat Nissewaard zich inzet voor het toevoegen van circa 3.760 woningen, waarvan 28% sociaal, 43% middelduur en 30% in het dure segment. 3.3.2
Regionale Realisatie Agenda 2022
De vraag naar woningen is groot, het aanbod beperkt. Het oplossen van het woningentekort vraagt om de bouw van nieuwe woningen. Om het woningtekort terug te dringen tot een gezonder evenwicht wordt door de Rijksoverheid met “Programma Woningbouw” nationaal ingezet op de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030. Zuid-Hollandse bestuurders en de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening hebben de regionale realisatieagenda's, ook wel woondeals genoemd, ondertekend. Daarmee spreekt Zuid-Holland de ambitie uit om in de periode 2022 tot en met 2030 ruim 235.000 woningen te bouwen. Doorwerking besluitgebied In dit project wordt ingezet op het toevoegen van 128 koopappartementen, dit om de doorstroming te bevorderen. Hierover zijn reeds afspraken gemaakt met de gemeente.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Spijkenisse 2010-2020 (2009) Op 13 mei 2009 heeft het gemeentebestuur (toen nog gemeente Spijkenisse) de gemeentelijke structuur- visie voor de periode 2010-2020 vastgesteld. De Structuurvisie geeft de ruimtelijke en functionele ontwikkeling in Spijkenisse op hoofdlijnen weer. De visie is het uitgangspunt voor de politieke agenda. Geen dichtgetimmerd eindplan, maar het vertrekpunt van de gemeente voor gesprekken met hogere overheden, marktpartijen en partners om ontwikkelingen en investeringen in de stad te initiëren. In de visie zijn de volgende kernkwaliteiten geformuleerd;
Ligging aan de rand van de Randstad tussen stad en strand Stadsranden en stadsentrees Verbindende elementen Wonen in Spijkenisse Kwalitatief hoogwaardig stadscentrum Sociaal-culturele kwaliteiten
De Structuurvisie biedt negen punten voor de politieke agenda van het gemeentebestuur van Spijkenisse: ideeën voor verbeteringen in negen gebieden. Het plangebied is niet gelegen in één van deze negen ge- bieden. Ligging aan de rand van de Randstad Spijkenisse ligt gunstig aan de rand van de Randstad: op de scheiding van de dicht bebouwde stedelijke agglomeratie van Rotterdam en het weidse, open en relatief dunbevolkte polderlandschap van Voorne- Putten. Spijkenisse als poort naar het eiland. Zowel de drukte van de grote stad als de rust en ruimte van de natuur (groen en strand) zijn altijd dichtbij en versterken de diversiteit.
25/128
Ambitie De unieke ligging van Spijkenisse moet verder versterkt worden door de verbindingen naar de omliggende kwaliteiten te verbeteren. Stadsranden en entrees De stadsentrees en randen geven bezoekers de eerste indruk van een stad. De randen en entrees van Spijkenisse zijn divers van soort en uitstraling. Spijkenisse wordt aan drie zijden begrenst door water: het Voedingskanaal/Hartelkanaal, de Oude Maas en het Spui. En aan de westzijde door het karakteristieke open polderlandschap met restanten van oude kreken en ringpoldertjes. Bij binnenkomst in Spijkenisse via de weg, metro of het water zijn suburbane woonwijken zichtbaar met direct contact en ruim uitzicht op het omringende landschap. Maar ook achterkanten van bedrijventerreinen vormen een deel van dit beeld. Ambitie Spijkenisse heeft de ambitie de stadsentrees en stadsranden - zowel in ruimtelijk als in functioneel opzicht - te verbeteren. De gemeente wil de herkenbaarheid vergroten en de identiteit versterken via gerichte herinrichtingsvoorstellen en, indien noodzakelijk, stedenbouwkundige ingrepen. Verbindende elementen De infrastructuur en de groenstructuur zijn kenmerkende verbindende elementen langs vrijwel alle randen van Spijkenisse, en tussen de verschillende wijken. Zij vormen als het ware een gordel rond en tussen de bebouwing. Ambitie Spijkenisse heeft de ambitie de externe infrastructuur te verbeteren.
Hiervoor zijn de ontwikkelingen op bovenlokaal niveau van groot belang. Denk aan de lobby vanuit het college, mede namens de gemeenten op Voorne Putten, rond de A4-Zuid, de versterking van de Hartelcorridor en de verbetering van de doorstroming op de A15. Met name de realisatie van de A4-Zuid biedt Spijkenisse een belangrijke kans voor een betere verbinding met het hoofdverkeerswegennet. De ontwikkelingen aan de oostrand van de stad (nieuwe kenmerkende stadsrand en entree) houden rekening met de komst van deze weg. Doorwerking besluitgebied In de structuurvisie is geen specifiek beleid ten aanzien van de nieuwbouw van woningen en ten aanzien van zorgvastgoed opgenomen. 3.4.2
Woonvisie 2020-2030 'Nissewaard, een plek voor iedereen'
In 2015 zijn gemeenten Spijkenisse en Bernisse gefuseerd tot gemeente Nissewaard. Om richting te geven en samenhang aan te brengen in de visie op wonen is er begin 2016 een Woonvisie vastgesteld. De woningmarkt is sindsdien flink veranderd. De markt is aangetrokken en starters in Nissewaard komen moeilijker aan een woning dan enkele jaren geleden. In september 2020 is dan ook de nieuwe Woonvisie 2020-2030 gepubliceerd. De Woonvisie Nissewaard 2020 – 2030 heeft als ondertitel 'Nissewaard, een plek voor iedereen'. Het doel van de nieuwe Woonvisie voor Nissewaard is dat het voor iedereen goed wonen is in de gemeente en de woonwensen en woningbehoefte van de huidige en toekomstige inwoners zoveel mogelijk binnen de gemeentegrenzen mogelijk te maken.
26/128
De gemeente Nissewaard blijft groeien, in totaal gaat het voor de periode 2020-2040 om een extra behoefte van ruim 2.4000 woningen. Onderliggend spelen de volgende ontwikkelingen in de huishoudens-toename: De doelgroep gezinnen (met kinderen) is met 35% van het totaal aantal huishoudens nu nog de grootste doelgroep in Nissewaard. De omvang van deze groep neemt tot 2030 licht af tot 33% van het totaal aantal huishoudens; De oudere doelgroep groeit, mede vanwege het verleden van Spijkenisse als groeikern, de komende jaren hard door. Het aantal 65-plussers groeit de komende tien jaar met circa 30% tot 34% van het totaal aantal huishoudens. In 2030 is de 65-plusdoelgroep naar verwachting de grootste doelgroep; Het aantal alleenstaanden en stellen tussen de 35 en 65 jaar krimpt met circa 8% tot circa 24% van het totaal aantal inwoners; Nissewaard vergrijst, maar ontgroent de komende jaren niet. Het aantal jonge huishoudens (tot 35 jaar) blijft tot 2030 relatief stabiel. Het aandeel jonge huishoudens neemt als gevolg van de sterke groei van het aandeel ouderen echter wel af tot circa 9%; Over de hele linie is daarbij, net als in bijna het hele land, sprake van huishoudensverdunning. Er zal een verschuiving plaatsvinden naar steeds kleinere huishoudens. De huishoudensgroei bestaat voor meer dan 80% uit een- en twee persoonshuishoudens.
In de woonvisie wordt ingezet op de volgende thema's kwaliteit en diversiteit van bestaande voorraad Betaalbaarheid en beschikbaarheid: doorstroming op gang brengen, ook met duurdere woningen Aantrekkelijke nieuwbouw Wonen, zorg en welzijn Duurzaamheid De gemeente Nissewaard maakt ruimte, nodigt uit, faciliteert en treedt op als regievoerder Doorwerking besluitgebied De ontwikkeling voldoet aan de doelstellingen van de Woonvisie Nissewaard door een diverse, betaalbare en duurzame woonomgeving te creëren die geschikt is voor verschillende doelgroepen. Het project draagt bij aan de versterking van de woonkwaliteit en biedt ruimte voor doorstroming. Met de zorgfunctie in het plangebied wordt ingespeeld op de behoefte aan zorg in de woonomgeving.
3.4.3 Ontwikkelperspectief 'Nissewaard 2040' (2020) In 2017 is het ontwikkelperspectief Nissewaard naar 2040 door de gemeenteraad vastgesteld. Het ont-wikkelperspectief verkend de kansen voor een schokbestendig Nissewaard en vat dit samen in vier principes: 1. Zet in op de ontwikkeling van werkgelegenheid, onderwijs en ruimte voor ondernemerschap. Er is op dit moment een onbalans aan wonen en werken. Elke ontwikkeling dient dit te verbeteren. 2. Differentieer de woningvoorraad van monotone wijken uit jaren '70 en '80 van de vorige eeuw. Er is teveel van dezelfde woningvoorraad, waardoor ook de bevolkingssamenstelling hetzelfde blijft. Meer keuzes, kan huidige en nieuwe bewoners verleiden. 3. Verbeter de mobiliteit en bereikbaarheid. Voorne-Putten is een eiland, vandaar dat bereikbaarheid een belangrijke rol speelt. Naast nieuwe verbindingen en HOV ontwikkelingen zijn ook het inzetten op lokale economie en een gedragsverandering van mobiliteit kansrijk.
27/128
4. Benut en versterk de groene kwaliteiten in en om de gemeente. Spijkenisse heeft een sterk groen-blauw landschappelijk netwerk die nog niet voldoende wordt benut. Een kwaliteitsslag in deze structuren biedt kansen voor nieuwe woontypologieën, werk en een aantrekkelijk imago. De vier principes gaan in de basis over opgaven die in de stad Spijkenisse spelen. Waar het buitengebied en de kleine kernen hier een bijdrage aan kunnen leveren worden deze in het ontwikkelraamwerk betrokken. Het ontwikkelraamwerk is een instrument om 1. de abstracte ambities uit het ontwikkelperspectief te vertalen naar concrete uitgangspunten en randvoorwaarden voor gebiedsontwikkelingen; en 2. omgevingspartners te stimuleren een concrete bijdrage te leveren aan deze ambities. Doorwerking besluitgebied Voorafgaand aan de ontwikkeling is (en wordt) verouderde bebouwing gesloopt, de ontwikkeling voorziet in verschillende type appartementen, dit type woningen komt in de omgeving beperkt voor. Qua werkgelegenheid wordt een gezondheidscentrum mogelijk gemaakt. De ontwikkeling versterkt de groene structuur van het naastgelegen park en maakt deze toegankelijk(er). De ontwikkeling sluit aan bij het Ontwikkelperspectief.
3.4.4 Beleidsplan Groen en Bomen 2023-2026 'Geef groen de ruimte!' Nissewaard is een groene gemeente en dit groen is van waarde voor een aantrekkelijke, vitale, toekomst-bestendige woon- en werkgemeente. Het aanwezige groen in de stad en de dorpen wordt intensief gebruikt door bewoners en bezoekers. Het is belangrijk om dit groen te beschermen. De ontwikkeling van het beleidsplan voor Groen en Bomen 2023 -2026 geeft invulling aan dit principe. De huidige groenstructuur is drager voor de doorontwikkeling naar een 'schokbestendig Nissewaard'. Het Beleidsplan Groen en Bomen is op zichzelf staand groenbeleid, maar heeft tegelijk veel raakvlakken met andere beleidsvelden. Het vindt een oorsprong in huidig beleid, is een uitwerking van het coalitieakkoord Nissewaard 2022-2026 "Bouwen op Nissewaard", het programma 'Nissewaard naar 2040' en is onderdeel van de toekomstige omgevingsvisie voor Nissewaard. Het Beleidsplan Groen en Bomen heeft hetzelfde strategische karakter als het beleidsplan water, de woonvisie en de programma's van 'Duurzaamheid' en 'Toekomstbestendig Sociaal Domein'; en worden als toetsingskader bij de invoering van de nieuwe Omgevingswet worden ingezet. Het beleidsplan Groen en Bomen gaat over het openbaar groen dat in eigendom is van de gemeente Nissewaard.
Het Beleidsplan Groen en Bomen is het uitgangspunt en toetsingskader als het gaat om de weging van groene belangen in de verschillende plannen en ontwikkelingen. Tevens levert dit Beleidsplan Groen en Bomen de kaders en uitgangspunten op voor het nieuw op te stellen Beheerplan Groen en Bomen. De ambitie die wordt nastreven met het beleidsplan is als volgt: "In 2050 is de groenstructuur van Nissewaard robuust, aantrekkelijk, biodivers en klimaatbestendig ingericht".
28/128
De volgende pijlers zijn opgesteld met bijbehorende doelstellingen: Ruimtelijke kwaliteit: Groen heeft ruimte nodig 1. De groenstructuur is herkenbaar, robuust en toekomstbestendig ingericht 2. De groenstructuur vormt een zo goed als aaneengesloten netwerk Groene leefomgeving: Groen nodigt uit tot beleving 1. De groenstructuur zorgt voor een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Duurzaam groen: Groen is toekomstgericht 1. De groenstructuur is klimaatbestendig ingericht en draagt daarmee actief bij aan het verlagen van hittestress en wateroverlast 2. De groenstructuur is biodivers ingericht, zodat een robuust ecologisch netwerk ontstaat 3. Het groen heeft een herkenbare identiteit en is kwalitatief hoogwaardig ingericht Doorwerking besluitgebied Het ontwerp bevat groene ruimtes die aansluiten op de bestaande groenstructuur. Dit bevordert de biodiversiteit en nodigt inwoners uit tot bewegen en ontmoeten. De reeds aanwezige bomen worden zoveel mogelijk behouden. Dit sluit aan bij de visie op behoud en versterking van groen. Het ontwerp bevat groene ruimtes die aansluiten op de bestaande groenstructuur. Dit bevordert de biodiversiteit en nodigt inwoners uit tot bewegen en ontmoeten. De reeds aanwezige bomen worden zoveel mogelijk behouden. Dit sluit aan bij de visie op behoud en versterking van groen.
3.4.5
Programmaplan Duurzaamheid 2023-2024
De gemeente Nissewaard werkt met een 'Programmaplan Duurzaamheid'. In het Programmaplan Duurzaamheid 2023-2024 is de ambitie van de gemeente op het gebied van duurzaamheid opgenomen en worde de doelen, activiteiten, het netwerk en de middelen om deze ambities te bereiken beschreven. Het Programmaplan wordt jaarlijks geactualiseerd. De ambitie van de gemeente is om in 20250 energieneutraal, circulair en bestand tegen veranderingen in het klimaat te zijn. Doorwerking besluitgebied In paragraaf 4.5 wordt ingegaan op het aspect duurzaamheid.
3.4.6
Programma GeluidNissewaard
De gemeente Nissewaard hanteert sinds 23 april 2025 een geactualiseerd geluidbeleid in de vorm van een Geluidprogramma op grond van de Omgevingswet. Dit beleid vormt het toetsingskader voor het beoordelen van ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot geluid. Het Geluidprogramma vervangt het eerdere ontheffingenbeleid Wet geluidhinder en sluit aan op het nieuwe normenstelsel, waarbij geen formele hogere waarden meer worden vastgesteld. Desondanks blijft het noodzakelijk om bij geluidsbelastingen boven de standaardwaarden een goede motivatie te geven. Het gemeentelijke geluidbeleid biedt daarvoor duidelijke inhoudelijke richtlijnen en kaders. In het kader van akoestisch onderzoek wordt dit beleid toegepast om de aanvaardbaarheid van geluidsbelastingen te onderbouwen. Daarbij ligt de nadruk op het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen, het realiseren van een geluidluwe gevel en het waarborgen van een geluidluwe buitenruimte. Onderstaand zijn de voor het onderzoek relevante uitgangspunten uit hoofdstuk 2 van het Geluidprogramma samengevat.
29/128
Doorwerkeng besluitgebied In het akoestische onderzoek dat is uitgevoerd voor de ontwikkeling is getoetst aan het Programma Geluid Nissewaard, dit onderzoek is toegelicht en samengevat in paragraaf 4.7 en is opgenomen in bijlage 4 bij deze motivering.
30/128
Hoofdstuk 4 4.1
Milieuaspecten
Activiteiten en milieuzonering
Toetsingskader Het is van belang dat activiteiten met gebruiksruimte en milieugevoelige functies in evenwicht tot elkaar locaties krijgen toegedeeld in de fysieke leefomgeving. Dit kan in hoofdzaak op twee manieren: 1. Menging van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het kan en gewenst is. 2. Scheiding van milieugevoelige en milieubelastende functies waar het moet. Op deze manier wordt zowel voor ruimte voor bedrijvigheid gezorgd als voor het behoud van bescherming van de woon- en leefomgeving. Daarbij moet worden voldaan aan de instructieregels uit het Besluit Kwaliteit leefomgeving (Bkl) ten aanzien van geluid, geur en trilling door activiteiten. Met als gevolg dat milieunormering in het omgevingsplan plaatsvindt om tot een evenwichtige toedeling van milieugevoelige en milieubelastende functies te komen. Deze milieunormen voor activiteiten met gebruiksruimte (gebiedsgerichte regels) beogen de gebruiksruimte van een activiteit specifiek te begrenzen, zodat die activiteit op een specifieke locatie kan worden verricht zonder onaanvaardbare gevolgen voor een milieugevoelige functie in dat gebied. De term 'activiteiten met gebruiksruimte' kan dus ook worden gebruikt voor activiteiten die het milieu belasten, maar niet specifiek zijn aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
De term is dus ruimer dan de veelgebruikte term 'milieubelastende activiteiten'. Het uitgangspunt is dat alle activiteiten met gebruiksruimte in meer of mindere mate milieu gerelateerde gebruiksruimte nodig hebben en dus belastend kunnen zijn. Alleen het wonen is hiervan uitgezonderd. Dat betekent dat wanneer het om wonen gaat, het niet nodig is om specifiek te kijken naar de impact op het milieu bij het bepalen van de ruimte die voor deze activiteit nodig is. Wel is wonen een milieugevoelige functie, net als o.a. onderwijs en gezondheidszorg. Bij een ontwikkeling die ziet op een milieugevoelige functie is het dus noodzakelijk te bepalen of er sprake is van een aanvaardbare woon- en leefomgeving. Toetsing Het plan maakt de realisatie van 128 woningen en een gezondheidscentrum mogelijk. Op basis van de geldende bestemmingsplannen – die onderdeel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan – blijkt dat in en rondom het plangebied geen grootschalige bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Wel ligt ten noorden van het plangebied een gemengd gebied en is ten zuiden een perceel aanwezig met een maatschappelijke bestemming. Een gezondheidscentrum past binnen een gemengd gebied en een gebied waar functiemenging is toegestaan. Een artsenpraktijk valt onder milieucategorie 1 waarvoor een richtafstand van 0 meter geldt in een gemengd gebied en direct naast woningen mogelijk is.
31/128
Direct ten zuiden van het plangebied is een deel van een schoolterrein aanwezig. Het huidige schoolterrein overlapt deels het plangebied. Het andere deel van dit schoolterrein is in eigendom van Dagelijks Leven die hier woonzorg woningen beoogd te bouwen. Met de ontwikkeling en de ontwikkeling van Dagelijks Leven zal de school haar activiteiten beëindigen en gesloopt worden. De nieuwe activiteiten van de woonzorg woningen ten zuiden van het plangebied zijn direct naast woningen inpasbaar en passen binnen een woonwijk. Verder ten zuiden ligt het schoolterrein van het Integraal Kind Centrum (IKC) op circa 70 meter van de beoogde bestemming wonen binnen het plangebied. Scholen vallen onder milieucategorie 2 waarvoor een richtafstand van 30 meter geldt ten opzichte van een rustige woonwijk en 10 meter voor een gemengd gebied. Aan de richtafstand wordt ruimschoots voldaan, belangrijke milieubelasting vanuit de school kan uitgesloten worden en de school wordt niet beperkt in de huidige bedrijfsvoering. De aspecten geluid, geur en trilling zijn afzonderlijk en sectoraal behandeld in de voorliggende wijzigingsbesluit. Zie hiervoor de paragrafen: 4.7 Geluid (spoor-)wegen dan wel milieubelastende activiteiten, 4.8 Geur en 4.15 Trillinghinder. Binnen deze paragrafen zijn relevante bedrijfsactiviteiten geïnventariseerd en waar nodig geanalyseerd ten aanzien van de beoogde woningen.
In deze paragrafen zijn relevante bedrijfsactiviteiten geïnventariseerd en, waar nodig, geanalyseerd in relatie tot de geplande woningen. Uit de sectorale analyses volgt dat ter plaatse van de beoogde woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast ondervinden omliggende bedrijven geen beperkingen in hun bedrijfsvoering als gevolg van de ontwikkeling. Conclusie Daarmee draagt het plan, voor deze milieuthema’s, bij aan een evenwichtige toedeling van functies binnen het gebied en wordt er voldaan aan de instructieregels. Er zijn geen aanvullende regels noodzakelijk om het woon- en leefklimaat of de bedrijfsvoering van omliggende functies te borgen. Voor een nadere onderbouwing en detailinformatie wordt verwezen naar de betreffende paragrafen in dit wijzigingsbesluit.
4.2
Archeologie
Toetsingskader Er dient rekening gehouden te worden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, waaronder archeologische monumenten (par. 5.1.5.5 Bkl). Dit door regels te stellen ter bescherming van het cultureel erfgoed gericht op: het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde archeologische monumenten; het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. In het belang hiervan worden in het omgevingsplan ook regels gesteld over eisen aan onderzoek. De gemeente heeft de wettelijke verplichting om archeologische belangen mee te wegen in bouwprocessen en stedelijke ontwikkeling, en onderzoek in te passen. Dit was reeds op grond van de Erfgoedwet voorgeschreven en in de Omgevingswet is dit nog een keer benadrukt, met de toevoeging dat de archeologische verwachting goed onderbouwd moet zijn.
32/128
Gemeenten moeten in het omgevingsplan rekening houden met bekende archeologische monumenten en met aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Aantoonbaar te verwachten betekent dat de mogelijkheid tot het aantreffen van een archeologisch monument goed onderbouwd moet zijn. Het voorspellen van de aanwezigheid van een archeologisch monument kan door middel van het uitvoeren van archeologisch onderzoek, maar ook een combinatie van bestaande relevante archeologische, bodemkundige of historische informatie kan voldoende zijn om de mogelijke aanwezigheid van een archeologisch monument op een locatie te onderbouwen. Toetsing In het kader van dit project is advies gevraagd aan Archeologie Rotterdam (BOOR), dit advies is opgenomen als bijlage 2 bij deze motivering. Het advies luidt kort samengevat als volgt: Archeologie Rotterdam adviseert de gemeente om in het plangebied een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen (verkennende fase) uit te voeren. De onderzoeken dienen voorafgaand aan de grondverstorende werkzaamheden te worden uitgevoerd conform de gemeentelijke richtlijnen met betrekking tot archeologisch onderzoek. Het laten uitvoeren van dit onderzoek is verplicht volgens de Erfgoedverordening gemeente Nissewaard (2016).De archeologische waarden worden beschermd door de regels van dit TAM-omgevingsplan.
Conclusie Het plangebied maakt deel uit van een archeologisch kansrijk gebied. Op de Archeologische Waarden- en Beleidskaart Spijkenisse (2011) wordt aan de locatie een redelijk hoge archeologische verwachting toegekend. Conform de AWK dient de noodzaak voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek te worden getoetst bij grondroerende werkzaamheden (inclusief heien) die dieper reiken dan 0,5 meter beneden maaiveld en die tevens een oppervlakte van meer dan 200 vierkante meter beslaan. De archeologische waarden worden beschermd door de regels van dit TAM-omgevingsplan. Na de sloop van de opstallen zal archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.