CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Statuten Nissewijs

Gemeenteraad 22 februari 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Benoeming tot lid Raad van Toezicht Nissewijs9.728 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

12 alinea's met “benoeming”: 10 14 15 16 20 25 27 37 38 43 56 75

291452.01/JG/MB

-1-

STATUTENWIJZIGING STICHTING Heden, zeven juli tweeduizend tweeëntwintig, verscheen voor mij, mr. Jennes Anri Nico Goes, notaris te Molenlanden: mevrouw Maria Bons, geboren te Ottoland op vijftien december negentienhonderd tweeënzeventig, werkzaam en te dezer zake domicilie kiezende te 2973 XA Molenaarsgraaf, Graafdijk-oost 11 a, te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van: de heer Evert Willem Boom, geboren te Woudenberg op twintig juni negentienhonderd zeventig (zich gelegitimeerd hebbende met een Nederlandse identiteitskaart, afgegeven te Woudenberg, op drie november tweeduizend veertien, nummer: IN2J5C243), wonende te 3931 ZX Woudenberg, Tulpensingel 5, gehuwd, die bij het geven van deze volmacht handelde als enig lid van het college van bestuur van de stichting: Stichting Prokind Scholengroep, statutair gevestigd te Spijkenisse, thans gemeente Nissewaard, kantoorhoudende te 3216 AG Abbenbroek, Gemeenlandsedijk Noord 26 f, ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel onder nummer: 24405279, hierna te noemen: “de stichting”, en deze stichting conform het bepaalde in artikel 14 lid 4 van haar statuten rechtsgeldig vertegenwoordigende. Blijkende van gemelde volmachtgeving uit een onderhandse verklaring annex machtiging, welke verklaring annex machtiging aan deze akte is gehecht.

De verschenen persoon, handelend als gemeld, verklaarde dat de stichting werd opgericht bij akte van oprichting op een december tweeduizend zes en dat de statuten van de stichting laatstelijk zijn gewijzigd bij akte van statutenwijziging op veertien november tweeduizend dertien, verleden voor mr. drs. W.J.M. Strijk, notaris te Spijkenisse. De verschenen persoon, handelend als gemeld, verklaarde verder dat blijkens de aan deze akte gehechte verklaring annex machtiging van het college van bestuur van de stichting is besloten de statuten te wijzigen en deze statuten geheel opnieuw vast te stellen. Voor deze vaststelling is goedkeuring verleend door de raad van toezicht van de stichting respectievelijk door de gemeenteraad van Nissewaard, zulks blijkend uit mede-ondertekening van het besluit door de voorzitter van de raad van toezicht de dato dertig juni tweeduizend tweeëntwintig respectievelijk een besluit van de gemeenteraad van Nissewaard de dato negenentwintig juni tweeduizend tweeëntwintig, welke besluit van de gemeenteraad van Nissewaard in kopie aan deze akte is gehecht. De verschenen persoon, handelend als gemeld, verklaarde voorts dat ter zake deze statutenwijziging is voldaan aan alle statutaire voorschriften ter zake, zulks blijkende uit de voornoemde verklaring annex machtiging.

Ter uitvoering van het bovenstaande verklaarde de verschenen persoon, handelend als gemeld, dat de huidige statuten bij deze komen te vervallen en thans zullen gelden de navolgende STATUTEN: Artikel 1 Naam, zetel en duur 1. De stichting draagt de naam: Stichting Nissewijs en heeft haar zetel in de gemeente Nissewaard. 2. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd en voor ten minste vijf jaren. Artikel 1A Begrippen samenwerkingsschool 1. In deze statuten wordt onder ‘samenwerkingsschool’ verstaan een samenwerkingsschool zoals die is geregeld in artikel 17d van de Wet op het primair onderwijs. In deze statuten wordt een samenwerkingsschool ook aangeduid als ‘samenwerkingsschool in de zin van de wet’. 2. In deze statuten wordt onder ‘informele samenwerkingsschool’ verstaan een school voor bijzonder onderwijs dan wel een school voor openbaar onderwijs, waarbij, indien het een school voor bijzonder onderwijs betreft tevens openbaar onderwijs wordt gegeven en, indien het een school voor openbaar onderwijs betreft tevens bijzonder onderwijs wordt gegeven zonder dat deze school voldoet aan de criteria die zijn opgenomen in artikel 17d van de Wet op het primair onderwijs.

291452.01/JG/MB

-2-

Artikel 2 Doel 1. De stichting heeft ten doel het geven van openbaar onderwijs en het geven van protestantschristelijk en algemeen bijzonder primair onderwijs in afzonderlijke scholen voor onderscheidenlijk openbaar en bijzonder onderwijs (protestants-christelijk onderwijs, algemeen bijzonder onderwijs en informele samenwerkingsscholen) en het geven van openbaar en bijzonder onderwijs in samenwerkingsscholen in de zin van de wet. 2. De levensbeschouwelijke vorming en maatschappelijke bewustwording van de leerlingen maken een wezenlijk bestanddeel uit van het onderwijs. 3. Iedere leerling wordt met respect voor de overtuiging van anderen mede door het onderwijs tot volle rijping van zijn eigen levensbeschouwing gestimuleerd. 4. De door de stichting in stand gehouden openbare scholen, samenwerkingsscholen en informele samenwerkingsscholen, zijn algemeen toegankelijk. De door de stichting in stand gehouden scholen voor bijzonder onderwijs zijn toegankelijk voor alle leerlingen, tenzij de leerlingen, hun ouders of verzorgers niet instemmen met de doelstelling en de grondslag van de school. 5. De stichting beoogt niet het maken van winst. Artikel 3 Grondslag en openbaar karakter 1.

Het onderwijs aan de openbare scholen, in samenwerkingsscholen en in informele samenwerkingsscholen draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. Openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. Het onderwijs op de openbare scholen wordt gegeven met inachtneming van artikel 46 van de Wet op het primair onderwijs. 2. Het onderwijs aan de protestants-christelijke scholen wordt gegeven met de Bijbel als inspiratiebron en richtsnoer voor haar handelen. 3. Het onderwijs aan de algemeen-bijzondere scholen gaat uit van de gelijkwaardigheid van alle levensbeschouwelijke en maatschappelijke stromingen opdat de leerling op grond van eigen overtuiging en verdraagzaam jegens die van anderen aan de samenleving kan deelnemen. Algemeen bijzondere scholen kiezen voor deze ontmoeting. 4. In samenwerkingsscholen en informele samenwerkingsscholen wordt openbaar onderwijs en onderwijs op een door de stichting gegeven grondslag aangeboden. 5. Een openbare school, een samenwerkingsschool en een informele samenwerkingsschool is toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing.

De stichting stelt leerlingen op samenwerkingsscholen en informele samenwerkingsscholen in de gelegenheid binnen de schooltijden godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te ontvangen. 6. Inzake het personeelsbeleid bij benoeming, overplaatsing en noodzakelijke vermindering van personeel aan de scholen, wordt zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij de grondslag en/of het openbare karakter van de betreffende school en de levensbeschouwelijke overtuiging van het betrokken personeelslid. 7. In het schoolplan en de schoolgids wordt aangegeven op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan de grondslag van de bijzondere scholen, het openbaar karakter van de openbare scholen en hoe bij samenwerkingsscholen en informele samenwerkingsscholen door identiteitscommissies invulling wordt gegeven aan het openbaar karakter onderscheidenlijk de grondslag. Artikel 4 Doel en middelen De stichting tracht haar doel, te bereiken door: 1. het oprichten en in stand houden van een of meer openbare scholen en een of meer scholen voor protestants-christelijk en algemeen bijzonder onderwijs en het in stand houden van een of meer samenwerkingsscholen en informele samenwerkingsscholen - allen scholen voor primair onderwijs; 2. het samenwerken met instellingen, die een gelijk of gelijksoortig doel nastreven als hierboven onder artikel 2 is omschreven;

291452.01/JG/MB

3.

-3-

het benutten van alle andere wettige middelen, die ter bereiking van het doel nuttig kunnen zijn. Artikel 5 Organisatie van de stichting 1. De stichting kent: a. een college van bestuur b. een raad van toezicht. 2. Voor elke samenwerkingsschool in de zin van de wet, die de stichting bestuurt, stelt de stichting een identiteitscommissie samenwerkingsschool in. 3. De gemeenteraad houdt overeenkomstig de wet en deze statuten toezicht voor zover het openbaar onderwijs en samenwerkingsscholen betreft middels een met het college van bestuur van de stichting en door de raad van toezicht goedgekeurd overeengekomen convenant, met inachtneming van het in de wet en de statuten bepaalde. 4. Bij de benoeming en het ontslag van een lid van het college van bestuur worden de wettelijke bepalingen met betrekking tot medezeggenschap in acht genomen. Artikel 6 College van bestuur; samenstelling, benoeming en arbeidsvoorwaarden 1. Het college van bestuur bestaat uit tenminste één lid en ten hoogste drie leden. De raad van toezicht bepaalt het aantal leden van het college van bestuur. Slechts natuurlijke personen kunnen worden benoemd tot bestuursleden. 2. De raad van toezicht benoemt de leden van het college van bestuur.

De leden van het college van bestuur dienen in te stemmen met het doel, de grondslag en het openbaar karakter van de stichting en haar scholen en loyaal mee te werken aan het bewerkstelligen van de doelstellingen van de stichting en verklaren dit schriftelijk bij hun benoeming. 3. In geval van een meerhoofdig college van bestuur stelt het college van bestuur een taakverdeling voor de leden van het bestuur vast na voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht, met dien verstande dat de voorzitter van het college van bestuur in functie wordt benoemd. Een taakverdeling binnen het bestuur laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle bestuursleden onverlet. 4. Tot lid van het bestuur is niet benoembaar een persoon die: a. lid is van de raad van toezicht of die in de afgelopen vier jaar lid is geweest van de raad van toezicht en overigens niet benoembaar is volgens de verplichtende bepalingen van de geldende code goed bestuur in het onderwijs; b. bloed- of aanverwant tot in de derde graad is van een ander bestuurslid dan wel een persoon die een managementfunctie vervult binnen de door de stichting in stand gehouden school of scholen; c. zitting heeft in een organisatie van ouders en/of lid is van een medezeggenschapsorgaan verbonden aan de door de stichting in stand gehouden school of scholen; d.

als bestuurslid verbonden is aan of in dienst van een organisatie welke pleegt betrokken te zijn bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de medewerkers; e. die tegelijkertijd de functie van intern toezichthouder of lid van de schoolleiding bij een andere onderwijsorganisatie in dezelfde sector vervult; f. die tegelijkertijd de functie van intern toezichthouder of lid van de schoolleiding bij een andere organisatie in een aanpalende onderwijssector in hetzelfde voedingsgebied vervult; g. een duurzame relatie heeft met iemand die bij de stichting werkzaam is; h. werkzaam is als lid van de gemeenteraad van een van de gemeenten waarin deze stichting scholen in stand houdt; i. een zodanige andere functie bekleedt dat het lidmaatschap van het bestuur kan leiden tot onverenigbaarheid dan wel strijdigheid van deze functie met het belang van de stichting dan wel tot ongewenste verstrengeling van belangen. 5. In afwijking van het elders in deze statuten bepaalde wordt een besluit tot benoeming en ontslag van een lid van het college van bestuur genomen met een gekwalificeerde meerderheid van twee/derde van het aantal leden van de raad van toezicht in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig zijn.

291452.01/JG/MB

6.

-4-

Benoeming vindt plaats aan de hand van een kenbare selectieprocedure en openbare profielschets. Bij het ontstaan van een vacature kan de profielschets door de raad van toezicht nader worden ingevuld. Bij de benoeming en het ontslag van een lid van college van bestuur worden de wettelijke bepalingen met betrekking tot medezeggenschap in acht genomen. 7. Leden van het college van bestuur worden benoemd voor onbepaalde tijd, dan wel voor een door de raad van toezicht te bepalen termijn. De vaststelling van het salaris en de regeling van de overige arbeidsvoorwaarden van de leden van het college van bestuur geschieden door de raad van toezicht. Leden van het college van bestuur zijn op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst van de stichting. Bij de vaststelling van de bezoldiging en de arbeidsvoorwaarden wordt aangesloten bij de voor bestuurders in de sector(en) geldende wettelijke normen en de CAO Bestuurders PO. 8. De procedure voor de benoeming van de leden van het college van bestuur wordt, met inachtneming van de relevante wettelijke en statutaire bepalingen en daaruit voortvloeiende rechten voor de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad nader geregeld in het reglement raad van toezicht. 9. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Ingeval van vacatures behoudt het college van bestuur zijn bevoegdheden.

Artikel 7 College van bestuur; schorsing, ontslag, defungeren en ontstentenis 1. De raad van toezicht kan besluiten een lid van het college van bestuur te schorsen of te ontslaan: a. indien hij niet naar behoren functioneert; b. in alle gevallen wegens gedragingen waardoor de goede naam of belangen van de stichting worden geschaad. Indien een lid van het college van bestuur is geschorst, dient de raad van toezicht binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag van het bestuurslid dan wel tot opheffing of handhaving van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing. Een besluit tot handhaving van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden gehandhaafd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop de raad van toezicht het besluit tot handhaving heeft genomen. Een bestuurslid dat is geschorst, wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering van de raad van toezicht te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te laten bijstaan. 2. Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat het bestuurslid over wiens ontslag wordt besloten vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord en zich daarbij door een raadsman te laten bijstaan en met inachtneming van het in artikel 6 lid 5 bepaalde. 3. Een bestuurslid defungeert voorts: a.

door zijn overlijden; b. doordat hij failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend; c. door zijn onder curatelestelling; d. indien zijn vermogen (nagenoeg) geheel onder bewind wordt gesteld; e. door zijn vrijwillig aftreden; f. door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd, behoudens een eventuele herbenoeming; g. door zijn ontslag door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien; h. wanneer een lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten die in artikel 6 aan dat bestuurslid zijn gesteld. 4. In geval van ontstentenis of belet van een of meer leden van het college van bestuur, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende bestuursleden of het overblijvende bestuurslid. 5. Ingeval van ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur of het enige bestuurslid, berust het bestuur tijdelijk bij een persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen. Deze persoon kan niet tegelijkertijd lid van de raad van toezicht zijn. Degene die bij belet of ontstentenis van een bestuurslid ingevolge een statutaire regeling is aangewezen tot het verrichten van bestuursdaden, wordt voor wat deze

291452.01/JG/MB

-5-

bestuursdaden betreft met een bestuurslid gelijkgesteld. De raad van toezicht is bij ontstentenis van alle leden van het college van bestuur verplicht zo spoedig mogelijk in de aanwijzing van een of meerdere leden van het college van bestuur te voorzien. Als de raad van toezicht niet tot een dergelijke benoeming overgaat, dan kan de rechtbank van het arrondissement waar de stichting statutair is gevestigd, op verzoek van een of meer belanghebbende(n) of het openbaar ministerie, in de vervulling van het college van bestuur voorzien. 6. In geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school of samenwerkingsschool gevestigd is de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. De feitelijke samenwerking inzake een samenwerkingsschool wordt beëindigd op één augustus van het jaar na een daartoe door de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is, en het bevoegd gezag van de samenwerkingsschool gezamenlijk genomen besluit. 7. Artikel 159 lid 2, van de Wet op het primair onderwijs is van overeenkomstige toepassing. Artikel 8 College van bestuur; taken en bevoegdheden 1.

Het college van bestuur is, onder toezicht van de raad van toezicht, belast met het besturen van de stichting. Aan het college van bestuur komen in de stichting alle taken en bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen. 2. Bij de vervulling van zijn taken en bevoegdheden richt het college van bestuur zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Het college van bestuur is zich bewust van de maatschappelijke functie van de stichting en maakt een evenwichtige afweging van de belangen van allen die bij de stichting betrokken zijn. 3. Het college van bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directeuren, onderwijsgevenden en overige medewerkers van de scholen en van de stichting. 4. Het college van bestuur is slechts met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt. Op het ontbreken van de in dit lid bedoelde goedkeuring kan tegen derden geen beroep worden gedaan. 5. De voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht is verder vereist voor bestuursbesluiten tot: a.

het aangaan van (subsidie- of investerings-) verplichtingen en het doen van bestedingen en investeringen die een bij bestuursreglement te bepalen bedrag per jaar te boven gaan en niet zijn voorzien in de begroting; b. de vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag, met dien verstande dat deze goedkeuring niet wordt verleend voordat de raad van toezicht kennis heeft genomen van de bevindingen van de door hem aangewezen accountant; c. het aangaan, wijzigen en verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon of organisatie indien die samenwerking van ingrijpende betekenis is voor de stichting; d. het verkrijgen, wijzigen of beëindigen van een deelneming of zeggenschap in een andere rechtspersoon en het oprichten van een andere rechtspersoon, evenals de vaststelling en wijziging van diens statuten voor zover het college van bestuur daartoe bevoegd is; e. het beëindigen van de dienstbetrekking en/of benoemingen van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek, dan wel een ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden of voorwaarden; f. het aanpassen van de arbeidsvoorwaarden van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd, tenzij de verplichting daartoe voortvloeit uit een collectieve arbeidsovereenkomst;

291452.01/JG/MB

g. h. i.

-6-

het aanvragen van faillissement en surseance van betaling; het vaststellen van reglementen als bedoeld in deze statuten; de oprichting, opheffing, samenvoeging of bestuursoverdracht van een school, het aanvaarden van het bevoegd gezag over een school en de wijziging van de grondslag of openbaar karakter van een onder het bevoegd gezag van de stichting staande school; j. het wijzigen van de statuten en het ontbinden van de stichting, waaronder begrepen de bestemming van het batig saldo; k. een voorstel tot juridische fusie of juridische splitsing. Artikel 9 College van bestuur; vergadering en besluitvorming 1. Het college van bestuur legt belangrijke besluiten schriftelijk vast en zendt deze periodiek (of maandelijks) aan de raad van toezicht. 2. Indien en voor zover sprake is van een meerhoofdig college van bestuur, gelden voorts de hiernavolgende bepalingen. Het bepaalde in lid 9 van dit artikel geldt tevens voor een eenhoofdig college van bestuur. 3. Het college van bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een ander bestuurslid dit wenselijk acht, bij voorkeur conform een voorafgaande planning. 4. De oproeping tot de bestuursvergadering geschiedt schriftelijk aan ieder lid van het college van bestuur en wordt verzonden door het college van bestuur in opdracht van degene die het houden van de vergadering heeft verlangd.

De bijeenroeping vermeldt de plaats en het tijdstip van de vergadering en de in de vergadering te behandelen onderwerpen. 5. De termijn van oproeping bedraagt ten minste vijf dagen, de dag van oproeping en die van vergadering niet meegerekend. In spoedeisende gevallen kan de termijn van oproeping worden verkort, zulks ter beoordeling van de voorzitter. 6. Besluitvorming door het college van bestuur vindt zo mogelijk plaats op basis van eenstemmigheid. Kan het college van bestuur niet op basis van consensus besluiten dan keert het voorstel de eerstvolgende vergadering terug. Alsdan geschiedt de besluitvorming met volstrekte meerderheid van stemmen. Indien de stemmen alsdan opnieuw staken, dan wordt geacht geen besluit tot stand te zijn gekomen en wordt de raad van toezicht daarvan in de eerstvolgende vergadering in kennis gesteld. 7. Indien de voorschriften omtrent de oproeping niet in acht zijn genomen, kunnen niettemin geldige besluiten worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle bestuursleden aanwezig zijn. 8. In de bestuursvergadering heeft ieder bestuurslid recht op het uitbrengen van één stem. 9. Een bestuurslid meldt een (potentieel) tegenstrijdig belang aan de voorzitter van de raad van toezicht en verschaft alle relevante informatie. De raad van toezicht beslist of sprake is van een tegenstrijdig belang.

Een bestuurslid neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen wordt het besluit genomen door de raad van toezicht. 10. Leden van het college van bestuur evenals hun bloed- en aanverwanten tot de tweede graad mogen geen enkel rechtstreeks of zijdelings persoonlijk voordeel genieten uit leveringen aan of overeenkomsten met de stichting. 11. Het college van bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits dit schriftelijk en unaniem geschiedt en alle bestuursleden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van de bestuursleden zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 12. De vergaderingen van het college van bestuur zijn openbaar. De vergaderingen worden besloten gehouden indien een lid van het college van bestuur hierom verzoekt of indien de voorzitter van het college van bestuur dit nodig acht. Het vergaderen achter gesloten deuren kan uitsluitend geschieden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen:

291452.01/JG/MB

a. b. c.

-7-

het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; de economische of financiële belangen van de stichting; het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van de bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen dan wel derden. Artikel 10 Vertegenwoordiging 1. Het college van bestuur vertegenwoordigt de stichting in en buiten rechte. 2. Het college van bestuur kan volmacht verlenen aan een bestuurslid, één of meer directeuren, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. De gevolmachtigde vertegenwoordigt de stichting met inachtneming van de grenzen van zijn volmacht. Artikel 11 Raad van toezicht; samenstelling en benoeming 1. De raad van toezicht bestaat uit ten minste vijf (5) en ten hoogste zeven (7) leden, waarbij de leden een afspiegeling vormen van de in de doelstelling genoemde grondslagen en het openbaar karakter van de stichting. De raad van toezicht bepaalt het aantal leden. Slechts natuurlijke personen kunnen worden benoemd tot lid. 2. De raad van toezicht is zodanig samengesteld dat de leden ten opzichte van elkaar, het college van bestuur en welk deel- of zakelijk belang dan ook onafhankelijk en kritisch kunnen functioneren als goede toezichthouders en adviseurs. Bij de samenstelling van de raad van toezicht wordt gestreefd naar een diverse samenstelling. 3.

Benoeming van leden van de raad van toezicht vindt plaats aan de hand van een kenbare selectieprocedure en openbare profielschets. Benoeming van de leden van de raad van toezicht geschiedt door de raad van toezicht, onverminderd het bepaalde in het zesde lid. 4. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één zetel in de raad van toezicht met inachtneming van de door de raad van toezicht vastgestelde profielschets, die voor advies wordt voorgelegd aan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. 5. De benoeming, dan wel de voordracht indien het de benoeming betreft van een lid van de raad van toezicht als bedoeld in het zesde lid, vindt plaats op basis van een voordracht van een benoemingsadviescommissie, met inachtneming van het in dit artikel bepaalde. De samenstelling van de benoemingsadviescommissie is vastgelegd in een procedure. 6. Twee leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraad van Nissewaard, op bindende voordracht van de raad van toezicht. 7. Tot lid van de Raad van Toezicht kan niet worden benoemd een persoon die: a. lid is van het college van bestuur; b.

als bestuurder, toezichthouder of werknemer zitting heeft in een organisatie van ouders en/of lid is van een medezeggenschapsorgaan en/of klachtencommissie verbonden aan de door de stichting in stand gehouden school of scholen; c. als bestuurder verbonden is aan of in dienst is van een organisatie welke pleegt betrokken te zijn bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de medewerkers; d. (ex-)werknemer is van de stichting binnen drie jaar na het einde van het dienstverband of die regelmatig in of ten behoeve van de aan de stichting verbonden instellingen betaalde diensten verricht; e. bloed- of aanverwant tot in de derde graad is van een bestuurslid, dan wel van een ander lid van de raad van toezicht dan wel een persoon die een managementfunctie vervult binnen de door de Stichting in stand gehouden school of scholen; f. deel uitmaakt van een schoolleiding van een vergelijkbare school en/of stichting in de regio; g. een duurzame relatie heeft met iemand die bij de stichting werkzaam is h. als gemachtigde of als adviseur werkzaam is ten behoeve van derden tot het rechtstreeks of middellijk aangaan van een overeenkomst betreffende het aannemen van werk ten behoeve van de stichting; i. niet benoembaar is volgens de verplichtende bepalingen van de geldende code goed bestuur in het onderwijs; j.

een zodanige andere functie bekleedt dat het lidmaatschap van de raad van toezicht

291452.01/JG/MB

-8-

kan leiden tot onverenigbaarheid dan wel strijdigheid van deze functie met het belang van de stichting dan wel tot ongewenste vermenging van belangen. 8. Personen en hun bloed- en aanverwanten tot de tweede graad die (ex-)werknemer zijn van de stichting kunnen niet binnen drie jaar na het einde van het dienstverband lid zijn van de raad van toezicht, tenzij de raad van toezicht anders oordeelt. 9. Leden van de raad van toezicht evenals hun bloed- en aanverwanten tot de tweede graad mogen geen enkel rechtstreeks of zijdelings persoonlijk voordeel genieten uit leveringen aan of overeenkomsten met de stichting. 10. Voor een besluit tot benoeming is een twee/derde meerderheid vereist in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in deze vergadering niet alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen, waarin met twee/derde meerderheid van de uitgebrachte stemmen besluiten over een dergelijk voorstel kunnen worden genomen. 11. Een lid van de raad van toezicht treedt volgens rooster, doch uiterlijk vier jaar na zijn benoeming, af.

Een volgens dit lid aftredend lid van de raad van toezicht is eenmaal herbenoembaar voor een periode van maximaal vier jaar volgens de procedure vastgelegd in de statuten en met dien verstande dat de maximale totale zittingsduur acht jaar bedraagt. 12. Ingeval van vacatures behoudt de raad van toezicht met minimaal één lid zijn bevoegdheden onverminderd de verplichting om onverwijld maatregelen tot aanvulling van zijn ledental te nemen. 13. De raad van toezicht stelt de vergoeding voor haar leden vast. Bij de vaststelling van de (onkosten)vergoedingen wordt aangesloten bij de voor intern toezichthouders in de sector geldende normen. Jaarlijks wordt door de raad van toezicht in de jaarrekening verantwoord welke bedragen zijn toegekend aan de leden van de raad van toezicht. Artikel 12 Raad van toezicht; taken en bevoegdheden 1. De raad van toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het college van bestuur en de algemene gang van zaken in de stichting. Hij staat het college van bestuur met raad terzijde. Bij de vervulling van zijn taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting, de met haar verbonden organisatie en de samenleving. 2. De raad van toezicht staat het college van bestuur met raad terzijde, fungeert als klankbord en kan het college van bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren. 3.

De raad van toezicht benoemt, schorst en ontslaat de leden van het college van bestuur, en stelt hun arbeidsvoorwaarden vast. 4. De taken en bevoegdheden van de raad van toezicht zijn zodanig dat de raad van toezicht een deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht kan uitoefenen. 5. De raad van toezicht wijst de accountant van de stichting aan. 6. Onverminderd het overigens bij of krachtens deze statuten bepaalde, is de raad van toezicht belast met: a. het goedkeuren van de begroting en het jaarverslag en het strategisch meerjarenplan van de stichting en van de andere in deze statuten genoemde bestuursbesluiten; b. het toezien op de verwezenlijking van de grondslag en het openbaar karakter van de stichting; c. het toezien op het functioneren van het college van bestuur; d. het toezien op het naleven door het college van bestuur van de wettelijke verplichtingen, de code goed bestuur als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de eventuele afwijkingen van de code en op de statuten en reglementen; e. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de scholen verkregen op grond van de Wet op het primair onderwijs; f.

het aanwijzen van een accountant als bedoeld in artikel 292, eerste lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek, die gelijktijdig verslag uitbrengt aan de raad van toezicht en het college van bestuur;

291452.01/JG/MB

g.

-9-

het jaarlijks in het bestuursverslag verantwoording afleggen over de uitvoering van de taken en bevoegdheden als bedoeld onder a, d, e en f. 7. Het college van bestuur verstrekt de raad van toezicht tijdig gevraagd en ongevraagd de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad van toezicht alle inlichtingen die deze mocht verlangen betreffende de aangelegenheden van de stichting. 8. Met inachtneming van de wet- en regelgeving op het gebied van de bescherming van privacy en persoonsgegevens, a. is de raad van toezicht bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie met- en door de stichting; b. heeft de raad van toezicht of één of meer door de raad van toezicht gemachtigde leden na overleg met het college van bestuur en na een bepaaldelijk daartoe genomen besluit, toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen en het recht om te allen tijde inzage te krijgen in alle bescheiden en boeken van de stichting. De raad van toezicht kan ter zake nadere regels stellen; indien de raad van toezicht dit geboden acht kan de raad van toezicht informatie inwinnen van functionarissen en externe adviseurs van de stichting.

De raad van toezicht kan verlangen dat bepaalde functionarissen en externe adviseurs bij zijn vergaderingen aanwezig zijn. De interne controller van de stichting heeft rechtstreeks toegang tot de voorzitter van de raad van toezicht wanneer dat naar het oordeel van de interne controller noodzakelijk is. 9. De raad van toezicht of een afvaardiging van de raad van toezicht overlegt ten minste één keer per jaar met de accountant. 10. De raad van toezicht benoemt uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter. 11. De raad van toezicht kan voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak zich doen bijstaan door een of meer deskundigen. Artikel 13 Raad van toezicht; schorsing, ontslag, defungeren en ontstentenis 1. De raad van toezicht kan besluiten een lid van de raad van toezicht te schorsen of te ontslaan, indien: a. hij niet naar behoren functioneert; b. in alle gevallen wegens gedragingen waardoor de goede naam of belangen van de stichting worden geschaad. 2. Indien een lid van de raad van toezicht is geschorst, dient de raad van toezicht binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag van het lid dan wel tot opheffing of handhaving van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing.

Een besluit tot handhaving van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden gehandhaafd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop de raad van toezicht het besluit tot handhaving heeft genomen. 3. Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat het lid over wiens ontslag wordt besloten vooraf in de gelegenheid is gesteld zich in de vergadering van de raad van toezicht te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te laten bijstaan. 4. Een lid van de raad van toezicht defungeert voorts: a. door zijn overlijden; b. doordat hij failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend dan wel de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen - al dan niet voorlopig - op hem van toepassing wordt verklaard; c. door zijn onder curatelestelling; d. door zijn vrijwillig aftreden; e. door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd, behoudens een eventuele herbenoeming; f. door zijn ontslag door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien. 5. In geval van ontsteltenis of belet van een of meer leden van de raad van toezicht nemen de overblijvende leden of neemt het overblijvende lid de voltallige taken van de raad van toezicht waar. Een niet voltallige raad van toezicht blijft bevoegd.

291452.01/JG/MB

6.

- 10 -

Indien alle Ieden van de raad van toezicht zullen ontbreken, is het meest gerede afgetreden lid van de raad van toezicht en bij het ontbreken daarvan het college van bestuur bevoegd om zo spoedig mogelijk over te gaan tot benoeming van minimaal een lid van de raad van toezicht. Bij de benoeming van dit lid neemt het meest gerede afgetreden lid van de raad van toezicht en bij het ontbreken daarvan het college van bestuur de bepalingen van de statuten omtrent de benoeming van de leden van de raad van toezicht zoveel mogelijk in acht. Degene die bij ontstentenis of belet van een of meer leden van de raad van toezicht ingevolge deze statutaire regeling de taken van een lid van de raad van toezicht vervult, wordt voor het vervullen van die taken met een lid van de raad van toezicht gelijkgesteld. Artikel 14 Raad van toezicht; vergadering en werkwijze. 1. Ieder kalenderkwartaal wordt ten minste één vergadering gehouden. Vergaderingen zullen voorts worden gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien twee of meer van de andere leden van de raad van toezicht daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van de te behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richt.

Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft, in dier voege, dat de vergadering kan worden gehouden binnen drie weken na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten. 2. De oproeping tot de vergaderingen van de raad van toezicht geschiedt behoudens het in lid 1 van dit artikel bepaalde door middel van een brief of een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur. 3. Tenzij anders blijkt in deze statuten, kan de raad van toezicht ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen, indien de meerderheid zijner in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. 4. Een lid van de raad van toezicht kan zich ter vergadering door een ander lid van de raad van toezicht vertegenwoordigen middels overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende volmacht. Eén lid van de raad van toezicht kan daarbij slechts voor één medelid als gemachtigde optreden. 5. Ieder lid van de raad van toezicht heeft het recht tot het uitbrengen van één stem.

Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle besluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Bij het staken van stemmen wordt een voorstel geacht te zijn verworpen. 6. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één van de stemgerechtigden dit vóór de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. 7. Blanco stemmen worden beschouwd niet te zijn uitgebracht. 8. Het ter vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. 9. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering, of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. 10. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de raad van toezicht; bij zijn afwezigheid treedt de vicevoorzitter in zijn plaats.

De raad van toezicht benoemt uit of buiten zijn midden een notulist, die de notulen van de vergadering houdt. De raad van toezicht stelt de notulen in zijn eerstvolgende vergadering vast. De notulen worden getekend door degene, die in de vergadering als voorzitter heeft gefungeerd. 11. De raad van toezicht kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle leden van de raad van toezicht in de gelegenheid zijn gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de

291452.01/JG/MB

- 11 -

volstrekte meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de notulist een relaas gemaakt, dat na ondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd. 12. De raad van toezicht vergadert in aanwezigheid van het college van bestuur, tenzij de raad van toezicht te kennen geeft zonder het college van bestuur te willen vergaderen. 13. Een lid van de raad van toezicht meldt een (potentieel) tegenstrijdig belang aan de voorzitter van de raad van toezicht en verschaft alle relevante informatie. De raad van toezicht beslist of sprake is van een tegenstrijdig belang. Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Wanneer hierdoor geen besluit kan worden genomen wordt het besluit genomen door de raad van toezicht, onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. Artikel 15 Geldmiddelen 1. Het tot verwezenlijking van het doel van de stichting bestemde vermogen wordt onder meer gevormd door: a. overheidsbekostiging; b. middelen die krachtens bestuursoverdracht aan de stichting worden overgedragen; c.

vergoedingen voor door de stichting verleende diensten; d. school- en cursusgelden; e. subsidies, giften en donaties; f. erfstellingen of legaten, met dien verstande dat erfstellingen slechts namens de stichting kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving; g. alle overige inkomsten, die kunnen bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstelling. 2. Giften, donaties en schenkingen mogen slechts worden aanvaard indien daaraan geen voorwaarden verbonden zijn die strijdig zijn met het openbare karakter dan wel de grondslag van de stichting of het openbare karakter dan wel de grondslag van de school of scholen waarvoor een gift, donatie of schenking is bestemd, of die strijdig zijn met de verwezenlijking van het doel van de stichting. Artikel 16 Boekjaar en jaarstukken 1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2. De raad van toezicht draagt het college van bestuur op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aan te wijzen accountant. De accountant brengt gelijkelijk aan het college van bestuur en de raad van toezicht verslag uit betreffende zijn bevindingen. De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd om een andere accountant aan te wijzen. 3.

Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de stichting, maakt het college van bestuur een jaarrekening en een jaarverslag op over dat boekjaar betreffende zijn bevindingen. De jaarrekening wordt vergezeld van een verklaring van een door de raad van toezicht aangewezen accountant. Na de goedkeuring door de raad van toezicht gaat het college van bestuur over tot de vaststelling van de jaarrekening. 4. Het college van bestuur brengt jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraad, waarin de door de stichting bestuurde school waarin openbaar onderwijs wordt gegeven gevestigd is, over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs en onderwijs in de samenwerkingsscholen. Dit verslag wordt bekendgemaakt en toegezonden aan de gemeente. 5. De jaarrekening wordt ondertekend door alle leden van het college van bestuur en van de raad van toezicht. Indien de ondertekening van één of meer van hen ontbreekt, wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. 6. De vaststelling van de begroting en de jaarrekening geschiedt na overleg met de gemeenteraad van de gemeente waarin de school waar openbaar onderwijs wordt gegeven, gevestigd is.

291452.01/JG/MB

7.

- 12 -

Het college van bestuur is verplicht een dusdanige administratie te voeren dat daaruit te allen tijde inzicht gegeven kan worden in de baten en lasten, vermogenstoestand en rechten en verplichtingen van de stichting. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Daaruit wordt door het college van bestuur een balans en een staat van baten en lasten over het afgelopen boekjaar opgemaakt welke jaarstukken vergezeld worden van een rapport van een accountant binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar. 8. Het college van bestuur is verplicht de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bescheiden ten minste zeven jaar lang te bewaren. Artikel 17 Vrijwaring en vrijtekening 1.

De stichting stelt iedere persoon die, vanwege het feit dat hij lid van het college van bestuur of van de raad van toezicht van de stichting is of was, als partij betrokken is of was of als een op diens betrokkenheid als partij uitlopende ontwikkeling aannemelijk is bij een op handen zijnde, aanhangige of beëindigde actie of procedure van welke aard dan ook, door of namens de stichting dan wel door derden ingesteld, schadeloos voor alle nadelige financiële gevolgen, daaronder begrepen kosten en boetes, die hij in werkelijkheid en redelijkerwijze heeft moeten dragen in verband met een dergelijke actie of procedure, mits hij heeft gehandeld op een wijze die hij redelijkerwijze kon beschouwen in het belang van of niet tegen de belangen van de stichting te zijn, en tenzij (en voor zover) het doen van een beroep op deze regeling in strijd zou zijn met de goede trouw, daarbij wordt het begrip goede trouw zo ruim uitgelegd als juridisch van tijd tot tijd mogelijk. 2. Een schadeloosstelling door de stichting zoals bedoeld in het vorige lid geschiedt na een vaststelling dat het lid van het college van bestuur of van de raad van toezicht voldaan heeft aan de van toepassing zijnde gedragsnorm genoemd in het vorige lid. Deze vaststelling geschiedt door de raad van toezicht in een vergadering waarbij alle leden van de raad van toezicht aanwezig zijn. 3.

Indien de schadeloosstelling een lid van de raad van toezicht betreft zal het betreffende lid niet deelnemen aan de beraadslagingen en de besluitvorming. 4. Kosten gemaakt voor het voeren van verweer in een actie of procedure kunnen door de stichting worden voorgeschoten in afwachting van de einduitspraak in de actie of procedure en wel krachtens besluit van de raad van toezicht met betrekking tot het desbetreffende geval, na ontvangst van een schriftelijke toezegging door of namens het lid van het college van bestuur dan wel van de raad van toezicht om dit bedrag terug te betalen, tenzij uiteindelijk vastgesteld wordt dat hij het recht heeft door de stichting schadeloos gesteld te worden zoals in dit artikel bepaald. 5. De schadeloosstelling voorzien in dit artikel wordt niet geacht enig ander recht uit te sluiten, dat de betrokken persoon zou kunnen toekomen krachtens een reglement, (verzekerings-) overeenkomst of van de niet-belanghebbende bestuursleden of anderszins en zal blijven gelden voor een persoon die geen lid van het college van bestuur of van de raad van toezicht meer is en zal ook ten goede komen aan de rechtsopvolgers onder algemene titel van bedoelde betrokken persoon. 6. De stichting draagt zorg voor een aansprakelijkheidsverzekering voor de leden van het college van bestuur en de raad van toezicht.

Artikel 18A Identiteitscommissie samenwerkingsschool; samenstelling 1. Bij de samenstelling van de identiteitscommissie samenwerkingsschool is sprake van een evenwichtige verdeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs. 2. De identiteitscommissie samenwerkingsschool bestaat uit ten minste vier natuurlijke personen, waaronder in elk geval: a. één personeelslid en één ouder die worden voorgedragen door en uit de voorstanders van openbaar onderwijs die zijn verbonden aan de samenwerkingsschool; b. één personeelslid en één ouder die worden voorgedragen door en uit de voorstanders van het bijzonder onderwijs die zijn verbonden aan de samenwerkingsschool. 3. Het college van bestuur benoemt de leden van de identiteitscommissie samenwerkingsschool, voor een periode van ten hoogste twee jaar.

291452.01/JG/MB

4.

- 13 -

De onder het tweede lid onder a en b genoemde ouders dienen ouder te zijn van een leerling van de school. 5. Partners van personeelsleden van de school kunnen niet voorgedragen en benoemd worden als leden van de commissie. 6. Benoemingen vinden plaats op basis van vooraf opgestelde openbare werving- en selectieprocedure en een profielschets. 7. Een lid van de identiteitscommissie samenwerkingsschool treedt volgens rooster, doch uiterlijk twee jaar na zijn benoeming af. Een volgens dit rooster aftredend lid is eenmaal herbenoembaar voor dezelfde periode. 8. In ontstane tussentijdse vacatures draagt het college van bestuur ervoor zorg dat hierin zo spoedig mogelijk wordt voorzien. 9. Leden van de identiteitscommissie samenwerkingsschool ontvangen als zodanig geen bezoldiging, noch middellijk noch onmiddellijk. Zij hebben wel recht op een vergoeding voor gemaakte kosten. Artikel 18B Identiteitscommissie samenwerkingsschool; schorsing en ontslag 1. Een lid van de identiteitscommissie samenwerkingsschool kan op voordracht van de commissie door het college van bestuur worden geschorst en ontslagen. 2. Indien een lid van de commissie is geschorst, dient het college van bestuur binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag dan wel tot opheffing of verlenging van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing. 3.

Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop het college van bestuur het besluit tot verlenging heeft genomen. 4. Het lid van de commissie dat is geschorst, wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering van het college van bestuur te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te laten bijstaan. 5. Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat het lid van de commissie over wiens ontslag wordt besloten vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord. 6. Een lid van de identiteitscommissie samenwerkingsschool defungeert voorts: a. door diens vrijwillig of periodiek aftreden; b. door het verstrijken van de termijn waarvoor het lid is benoemd, behoudens de eventuele herbenoeming; c. indien diens kind van school gaat; d. door diens overlijden. Artikel 18C Identiteitscommissie samenwerkingsschool; taken en bevoegdheden De identiteitscommissie samenwerkingsschool is belast met: a. het gevraagd en ongevraagd adviseren van het college van bestuur en de directeur over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het openbare karakter en de grondslag van de samenwerkingsschool; b. het doen van voorstellen over aangelegenheden bedoeld onder a.

Artikel 18D Identiteitscommissie samenwerkingsschool; werkwijze 1. De identiteitscommissie samenwerkingsschool benoemt uit haar midden een voorzitter en secretaris. 2. De voorzitter bepaalt dag en aanvangsuur van de te houden vergaderingen, met dien verstande dat ten minste tweemaal per jaar wordt vergaderd. 3. Indien twee leden van de commissie hem daartoe schriftelijk/per e-mail de wens te kennen hebben gegeven, is de voorzitter verplicht een vergadering van de commissie bijeen te roepen, die uiterlijk tien dagen na ontvangst van het bericht wordt gehouden. 4. De voorzitter roept de leden schriftelijk op voor de vergadering onder toezending van een agenda met een beknopte toelichting van de te bespreken punten. 5. De agenda wordt ten minste één week voor de vergadering schriftelijk (daaronder mede begrepen e-mail of fax) aan alle leden verzonden. 6. De secretaris draagt zorg voor de verslaglegging van de vergaderingen.

291452.01/JG/MB

7.

- 14 -

De commissie overlegt periodiek met de directeur van de school en ten minste eenmaal per jaar met het college van bestuur. 8. De commissie brengt jaarlijks een schriftelijk verslag van werkzaamheden en bevindingen uit aan het college van bestuur. 9. De commissie mag uitsluitend beraadslagen indien de meerderheid van de zitting hebbende leden tegenwoordig is. 10. Wanneer het in het vorige lid bedoelde aantal leden niet is opgekomen, belegt de voorzitter een nieuwe vergadering, die ten minste één week van tevoren wordt aangekondigd met vermelding van de te behandelen punten. In die vergadering wordt met de alsdan tegenwoordig zijnde leden beraadslaagd en besloten, doch uitsluitend omtrent de op de agenda vermelde onderwerpen. 11. De besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Over zaken wordt mondeling gestemd. Bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen omtrent personen wordt schriftelijk gestemd. 12. Bij staken van stemmen over zaken en bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen omtrent personen vindt behandeling in de volgende vergadering plaats. In geval de stemmen wederom staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen als het gaat om zaken en bij schriftelijke stemmingen wordt het voorstel teruggenomen. 13.

Bij het uitbrengen van adviezen aan de directeur of het college van bestuur worden ook eventuele minderheidsstandpunten vermeld en toegelicht. 14. De besluiten en alle andere stukken, die van de commissie uitgaan, worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend. Artikel 18E Identiteitscommissie samenwerkingsschool; geschillencommissie 1. De directeur of het college van bestuur reageren binnen twee maanden op uitgebrachte adviezen over de invulling van de grondslag en het openbare karakter van de commissie. Indien het advies niet of gedeeltelijk wordt overgenomen, wordt dit gemotiveerd schriftelijk meegedeeld aan de commissie. 2. Indien de commissie zich niet wil neerleggen bij het niet of gedeeltelijk volgen van het advies door de directeur of het college van bestuur deelt het dit schriftelijk binnen een maand mee. 3. De commissie, de directeur of het college van bestuur kan binnen een maand na de mededeling als bedoeld in het vorige lid een adviesgeschil voorleggen aan de geschillencommissie. 4. Alvorens een geschil in te dienen, zijn commissie, de directeur of het college van bestuur gehouden tot overleg gericht op het bereiken van overeenstemming. 5. De geschillencommissie bestaat uit één lid dat door de directeur of het college van bestuur wordt aangewezen en één lid dat door de identiteitscommissie samenwerkingsschool wordt aangewezen.

De twee benoemde leden wijzen gezamenlijk een derde lid aan. 6. De leden van de geschillencommissie hebben geen persoonlijke of zakelijke belangen bij de stichting en zijn daarin evenmin ouder, personeelslid of lid van de raad van toezicht van de stichting. 7. De geschillencommissie brengt een voor beide partijen bindend advies uit. Artikel 19 Commissies 1. Het college van bestuur, met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht, en de raad van toezicht zijn ieder afzonderlijk bevoegd één of meer commissies in te stellen, welke het college van bestuur respectievelijk de raad van toezicht kunnen adviseren over de bij de instelling van de commissie benoemde thema’s. Alsdan stelt het college van bestuur (met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht) respectievelijk de raad van toezicht in aanvulling op het bepaalde in deze statuten een reglement vast, waarin de samenstelling, taken en bevoegdheden van de commissie worden geregeld. 2. Een reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn. Artikel 20 Vaststelling en wijziging reglementen 1. De raad van toezicht stelt, het college van bestuur gehoord hebbende en met inachtneming van deze statuten het reglement raad van toezicht vast, waarin aangelegenheden hen intern

291452.01/JG/MB

- 15 -

betreffende, daaronder begrepen de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door hen te nemen besluiten tot stand komen, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken, nader worden geregeld. 2. De raad van toezicht stelt een sollicitatiecommissie in als bedoeld in de Wet medezeggenschap op scholen, voor het benoemen van de leden van het college van bestuur. 3. Het college van bestuur stelt met goedkeuring van de raad van toezicht en inachtneming van deze statuten, een bestuursreglement vast waarin aangelegenheden hen intern betreffende, daaronder begrepen de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door hen te nemen besluiten tot stand komen, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken, nader worden geregeld. 4. Voor het vaststellen en goedkeuren van de in lid 1 en 3 genoemde reglementen is artikel 21 van overeenkomstige toepassing. Artikel 21 Statutenwijziging, juridische fusie en juridische splitsing 1. Het college van bestuur is, na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de raad van toezicht, bevoegd de statuten te wijzigen. Een besluit tot statutenwijziging moet met algemene stemmen worden genomen in een vergadering waarin twee/derde van de leden van het college van bestuur aanwezig of vertegenwoordigd is.

Indien het in de vorige volzin vereiste aantal leden van het college van bestuur niet aanwezig of vertegenwoordigd is, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, die gehouden zal worden niet eerder dan één maand na de eerste vergadering met inachtneming van het in dit lid, eerste en tweede volzin, vermelde. In deze tweede vergadering kunnen, ongeacht het ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden, met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen besluiten over een dergelijk voorstel worden genomen. 2. Voor het besluit tot goedkeuring van statutenwijziging is een twee/derde meerderheid vereist in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in deze vergadering niet alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen, waarin ongeacht het ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen besluiten over een zodanig voorstel kunnen worden genomen. 3. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot goedkeuring van de statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld.

Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. 4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Ieder bestuurslid is afzonderlijk bevoegd gemelde notariële akte te (doen) verlijden. Het college van bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen bij het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 5. Mutatis mutandis geldt het bepaalde in dit artikel voor een besluit tot juridische fusie of juridische splitsing. 6. In geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de gemeenteraad de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. 7. De feitelijke samenwerking inzake een samenwerkingsschool wordt beëindigd op één augustus van het jaar na een daartoe door de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is, en het bevoegd gezag van de samenwerkingsschool gezamenlijk genomen besluit. 8.

Wijziging van de statuten behoeft de instemming van de gemeenteraad van de gemeente

291452.01/JG/MB

- 16 -

waarin de school waar openbaar onderwijs wordt gegeven, gevestigd is. Instemming kan slechts worden onthouden als de overheersende invloed van de overheid in het college van bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. 9. De wijziging van de statuten voor zover die wijziging betrekking heeft op de regeling over de commissie identiteit samenwerkingsschool, is slechts mogelijk indien het college van bestuur en deze commissie daartoe gezamenlijk besluiten. Deze wijziging behoeft de goedkeuring van de raad van toezicht. Overdracht of fusie van de samenwerkingsschool is slechts mogelijk na instemming van de gemeenteraad van de gemeente waar de samenwerkingsschool gevestigd is. Artikel 22 Ontbinding en vereffening 1. Met betrekking tot het besluit tot ontbinding van de stichting is het bepaalde in de leden 1 tot en met 3 in het voorafgaande artikel van deze statuten van overeenkomstige toepassing. Tevens neemt het college van bestuur het besluit tot ontbinding niet dan na overleg met de gemeenteraad van de gemeente waar de openbare of samenwerkingsschool gevestigd is, gelet op het bepaalde in artikel 17 lid 4 onderdeel h, van de Wet op het primair onderwijs. 2. Indien het college van bestuur besluit tot ontbinding dan wordt tevens de bestemming van het liquidatiesaldo vastgesteld, die in overeenstemming moet zijn met het doel van de stichting. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12358768/3