Rapport Ombudsman-Wees-Welkom-bejegening-initiatiefrijke-burgers
Tekst van het document
Wees welkom! Een onderzoek naar de bejegening van initiatiefrijke burgers
Rotterdam, oktober 2020
Colofon Het onderzoeksteam van de gemeentelijke ombudsman bestaat uit: Matthijs Bosman team klachtbehandeling
Gonnie Carabain team backoffice
Ed Fenne team backoffice
ontwerp en opmaak: Elies van der Linden
Erik Hoenderkamp stafmedewerker
Wilma de Jager coördinator onderzoeken op eigen initiatief
Anne Mieke Zwaneveld gemeentelijke ombudsman
Wees welkom! Een onderzoek naar de bejegening van initiatiefrijke burgers
Rotterdam, oktober 2020
Inhoudsopgave Samenvatting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
9
1.2
Onderzoeksvraag
9
1.3
Methode van onderzoek
10
1.4
Leeswijzer
11
1.5
Tot slot
11
Hoofdstuk 2 Schets van beleid, regelgeving en normen 2.1
Inleiding
13
2.2
Welk beleid is er de afgelopen jaren in Rotterdam ontwikkeld?
13
2.3
Welke beleidsinstrumenten biedt de gemeente aan?
16
2.4
Wet- en regelgeving
17
2.5
Behoorlijkheidsnormen gemeentelijke ombudsman
18
Hoofdstuk 3 Burgerinitiatieven in het Rotterdamse 3.1
Inleiding
23
3.2
Omschrijving verschillende typen van initiatieven
23
3.3
De gemeente dient meer heren (m/v)
25
3.4
Selectiecriteria burgerinitiatieven
26
3.5
Beschrijving proces burgerinitiatieven
26
Hoofdstuk 4 Ervaringen van initiatiefrijke burgers 4.1
Inleiding
29
4.2
Beschrijving gekozen initiatieven
30
4.3
Ervaringen van de initiatiefnemers
33
Hoofdstuk 5 Conclusies en aanbevelingen 5.1
Inleiding
43
5.2
Conclusies
44
5.3
Beantwoording onderzoeksvraag
52
5.4
Aanbevelingen
55
Bijlagen I
Behoorlijkheidsnormen ombudsman
58
II
Overzicht geïnterviewde personen
65
III
Reactie gemeente Rotterdam
66
Samenvatting In het rapport ‘Wees Welkom, een onderzoek naar de bejegening van initiatiefrijke burgers’ doet de gemeentelijke ombudsman verslag van zijn onderzoek naar de manier waarop de gemeente Rotterdam burgers bejegent die zich met een initiatief bij de gemeente melden. Rotterdammers nemen steeds vaker het heft in handen bij het aanpakken van vraagstukken met een publiek karakter. Zij hebben eigen ideeën over een sterkere Rotterdamse samenleving en proberen de leefbaarheid van hun buurt te verbeteren, willen bewoners meer bij elkaar te brengen of andere burgers in hun wijk helpen. De gemeente Rotterdam laat inwoners meedenken en meebeslissen en wil de Rotterdamse burgers ruimte geven met een initiatief te komen. De ombudsman onderzocht hoe Rotterdammers de communicatie met de gemeente hebben ervaren en hoe de gemeente reageerde op een ingediend initiatief:
“Bejegent de gemeente een burger met een initiatief behoorlijk?” Op basis van het onderzoek komt de ombudsman tot een aantal conclusies. De ombudsman ziet dat de gemeente daadwerkelijk initiatieven van burgers wil ondersteunen en burgers ook actief uitnodigt met ideeën te komen. De ombudsman vindt dat in grote lijnen sprake is van goede informatieverstrekking door de gemeente aan burgers op het moment dat burgers die informatie of toegang zoeken. De burgers met een initiatief konden allemaal via verschillende wegen - goed bij de benodigde eerste informatie komen. Over die eerste informatie werd meestal ook een positief oordeel gegeven. Doordat er veel verschillende ingangen zijn voor het indienen van een initiatief, kan de gemeente maatwerk leveren. De waardering van de burgers nadat zij daadwerkelijk voor het eerst in contact zijn getreden met de gemeente en de mate waarin naar hen wordt geluisterd, blijkt vervolgens uiteen te lopen.
5
Burgers zoeken vooral contact met de gemeente omdat zij informatie of advies van de gemeente nodig hebben of een subsidie of andere steun voor het initiatief aanvragen. Of goed naar hen wordt geluisterd lijkt afhankelijk van de individuele ambtenaar met wie de burger spreekt binnen de gemeente. Fatsoenlijke bejegening in deze eerste fase van het initiatief wordt door de burgers als wisselend beleefd. Als een initiatief meer complex is omdat het meer onderwerpen bestrijkt, er veel geld mee is gemoeid of als het om steun vraagt vanuit meerdere onderdelen van de gemeente, ervaren de burgers de communicatie met de gemeente als lastiger. Dit geldt sterker naarmate ze ‘dieper’ in de gemeentelijke organisatie binnen dringen en meer te maken krijgen met verschillende clusters. Het moeizame verloop uit zich in traag of helemaal niet reageren, het niet tijdig nakomen van afspraken of in botte of tegenstrijdige communicatie. De ombudsman ziet hier voor wat betreft het luisteren naar en respecteren van de burger ruimte voor verbetering, vooral daar waar een complexer initiatief meer intensief contact vergt met verschillende clusters en/of gebruik of aankoop van grond of panden tot de hulpvraag behoort. Het lijkt erop dat regels de gemeente Rotterdam niet altijd in de weg staan. De gemeente gaat in veel gevallen flexibel om met wet- en regelgeving.
Sommige burgers vonden het proces wel eens stroperig worden op het moment dat zij geconfronteerd werden met het aanvragen van een vergunning. Of als regels te letterlijk werden geïnterpreteerd en er zo vertraging optrad. De ombudsman ziet dat de gemeente soms, naarmate de realisatie van een initiatief nadert, en naarmate het initiatief complexer is, nadere voorwaarden stelt en dan minder flexibel is bij de toepassing van regels en beleidslijnen, dan zij eerder liet doorschemeren. Dat getuigt niet van maatwerk en ook niet van tijdig en goed verstrekken van informatie. De burger mag verwachten dat de gemeente maatwerk levert om eerdere toezeggingen en gewekte verwachtingen mogelijk te maken. De wisselende ervaring van burgers duidt hier op ruimte voor verbetering.
6
Naarmate de realisatie van het initiatief verder vorm krijgt en het initiatief wordt verwezenlijkt, vindt de gemeente het soms lastig op voet van gelijkwaardigheid samen te blijven werken. Het lukt de gemeente niet altijd een stap terug te doen zodat de burger verder zijn eigen weg kan gaan. De gemeente lijkt soms invloed te willen blijven uitoefenen op de regie van een initiatief. Dit leidt tot frustratie bij de burger, die ziet niet graag dat de gemeente zo diep in de uitvoering van het initiatief dringt: “Het initiatief is van de burger”. De gemeente lijkt zich niet altijd goed rekenschap te geven wat de burger wil. Als de gemeente de ruimte die de burger wil houden niet herkent of te veel inperkt, of invloed zoekt op de regie en de doelstelling, duidt dat niet op respect voor de initiatiefnemer als gelijkwaardige partner en eigenaar van het initiatief. De gemeente bejegent de initiatiefnemer dus niet altijd fatsoenlijk.
Tot slot De ombudsman zag tot slot een verschil in waardering van de gemeente als systeem enerzijds en haar vertegenwoordigers (individuele ambtenaren en bestuurders) anderzijds. De gemeente als geheel wordt regelmatig te log ervaren. Bij meer complexe initiatieven wordt de interne samenwerking binnen de gemeente en de samenwerking met andere overheden als onvoldoende beoordeeld. Ook de informatievoorziening aan de burger en de transparantie wordt bekritiseerd. Tegelijkertijd is duidelijk dat de initiatiefnemers veel waardering hebben voor de inspanning van de individuele vertegenwoordigers van de gemeente waarmee zij contact hebben. De persoonlijke inzet van ambtenaren en de bereidheid goed naar de initiatiefnemers te luisteren en mee te gaan in wat zij aangeven nodig te hebben, zijn voor deze burgers positieve ervaringen.
7
Aanbevelingen De gemeentelijke ombudsman doet de volgende aanbevelingen om de bejegening van initiatiefrijke burgers door de gemeente Rotterdam te verbeteren: Aanbevelingen 1. Open voor initiatiefrijke burgers één loket Burgerinitiatieven zodat het voor hen geen hindernisbaan is in contact te komen met de gemeente. Bij dit ene loket voelen zij zich welkom en kunnen zij werkelijk alles vragen en vinden over burgerinitiatieven. 2. Zorg bij cluster overstijgende initiatieven voor een ‘warme’ overdracht van het ene cluster naar het andere cluster en zorg daarbij voor afstemming van gelijktijdige of volgordelijke inzet. 3. Wijs voor meer complexe initiatieven één aanspreekpunt voor burgerinitiatieven (accountmanager) aan, waarbij continuïteit van deze functie gewaarborgd is. 4. Neem bij de uitvoering van het initiatief de regie van de burger niet over, maar laat de regie bij de initiatiefrijke burger. 5. Communiceer vaker over de successen van initiatiefrijke Rotterdammers zodat meer burgers gestimuleerd worden ook initiatiefrijk te zijn.
8
Hoofdstuk 1 Inleiding Wees welkom! Een onderzoek naar de bejegening van initiatiefrijke burgers
1.1 Aanleiding De laatste jaren nemen burgers steeds vaker het heft in handen bij het aanpakken van vraagstukken met een publiek karakter. Zij hebben eigen ideeën over een sterkere Rotterdamse samenleving. Ze proberen de leefbaarheid van hun buurt te verbeteren, of bewoners meer bij elkaar te brengen. Ze willen andere, misschien minder zelfredzame Rotterdammers, helpen. De gemeente Rotterdam vraagt burgers mee te denken en mee te beslissen over de toekomst van hun stad: ze nodigt en daagt haar inwoners uit met een initiatief te komen. De ombudsman ziet dat Rotterdammers volop burgerinitiatieven ontplooien. Vaak hebben zij daarbij de gemeente nodig of kunnen ze niet om de gemeente heen. Wat gebeurt er dan? Is de gemeente er voor deze burgers? Worden zij gehoord, levert de gemeente de informatie en de inzet die zij nodig hebben? Denkt de gemeente mee met deze inwoners, laat zij hen de ruimte? Doet de gemeente dat ook als hun ideeën anders zijn dan die van de gemeente? Is de gemeente open en flexibel? Wat doet de gemeente met de belangen van anderen dan de initiatiefnemers zelf? Kortom: de ombudsman is benieuwd naar de manier waarop de gemeente omgaat met initiatiefrijke Rotterdammers.
1.2 Onderzoeksvraag In het onderzoek staat de bejegening van burgers door de gemeente Rotterdam centraal.
De onderzoeksvraag luidt: “Bejegent de gemeente een burger met een initiatief behoorlijk?”
9
Burgerinitiatieven worden in dit onderzoek gezien als ‘…initiatieven van individuele burgers of groepjes burgers die zich inzetten om een bijdrage te leveren aan de (lokale) samenleving. Dat kan te maken hebben met individuele ondersteuning van medeburgers, de leefbaarheid van de buurt of de sociale cohesie. Het initiatief kan betrekking hebben op anderen maar ook wel op de initiatiefnemers zelf. Kenmerk van zulk burgerinitiatief is dat er geen gevestigde organisatie achter zit. Het gaat om de eigen ideeën en inzet van één of meer burgers.’ De gemeentelijke ombudsman volgt hiermee de omschrijving van Movisie, die ook is overgenomen door de Nationale Ombudsman1. De gemeentelijke ombudsman oordeelt - meestal na een klacht of het optreden van de gemeente naar burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties behoorlijk is2. Een precieze juridische of wetenschappelijke omschrijving van de term ‘burgerinitiatief’ is in dit onderzoek minder functioneel. De ombudsman wil ‘gewoon’ weten hoe de burger wordt bejegend door de gemeente als hij een eigen idee wil realiseren. Het gaat om een initiatief dat niet gemeentelijk is, maar van een burger afkomstig is. Regels en formele definities zijn ook daarom niet het eerste uitgangspunt bij de beoordeling van de manier waarop de gemeente met initiatiefrijke inwoners omgaat.
Zodoende legt de definitie die de gemeentelijke ombudsman voor ‘burgerinitiatief’ kiest geen nadruk op de vorm waarin een initiatief wordt gegoten. Het gaat om de aard (een idee van burgers zelf) van het initiatief en het doel dat de initiatiefnemers ermee willen bereiken (een bijdrage aan de samenleving).
1.3 Methode van onderzoek Voor de beantwoording van de onderzoeksvraag gebruikte de ombudsman verschillende onderzoeksmethoden zoals vragenlijsten,
1
Movisie, Burgerinitiatieven en de basisfuncties vrijwilligerswerk. Ook de nationale ombudsman heeft in zijn rapport van zijn onderzoek naar de rol van overheidsinstanties bij burgerinitiatieven deze definitie als uitgangspunt genomen. Nationale Ombudsman,
10
2
‘Burgerinitiatief: waar een wil is….’ De gemeentelijke ombudsman onderzoekt en beoordeelt klachten over gemeentelijke diensten, gemeenteambtenaren en bestuurders. De gemeentelijke ombudsman is er niet alleen voor burgers, maar ook voor bedrijven en maatschappelijke organisaties’. Zie
gemeentelijke ombudsman
interviews, bezoeken op locatie, observaties, het analyseren van klachten, wetgeving, het Rotterdamse beleid en tot slot literatuuronderzoek.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het Rotterdamse beleid en de regelgeving op gebied van burgerinitiatieven en op de behoorlijkheidsnormen van de ombudsman. Hoofdstuk 3 werkt de invalshoek die de ombudsman in dit onderzoek naar burgerinitiatieven heeft gekozen verder uit. Verschillende typen van burgerinitiatieven komen daarbij aan bod en ook de stappen die burgers doorlopen om een initiatief te realiseren. Hoofdstuk 4 gaat in op een aantal initiatieven van Rotterdamse burgers en de ervaringen met de gemeente van de burgers die de aanjagers zijn van deze initiatieven. Beschreven wordt hoe zij bejegend zijn vanaf het moment dat zij een idee krijgen voor een initiatief tot en met de realisatie van het initiatief. In hoofdstuk 5 trekt de ombudsman een aantal conclusies en doet hij aanbevelingen over de bejegening van initiatiefrijke burgers. Als bijlage bij dit rapport is het toetsingskader opgenomen, evenals een overzicht van de geïnterviewde personen en de reactie van de gemeente Rotterdam op dit rapport.
1.5 Tot slot In het kader van hoor en wederhoor is het conceptrapport, inclusief de conclusies en aanbevelingen, op 15 juni 2020 toegezonden aan het college van burgemeester en wethouders en aan de wethouder Economie, wijken en kleine kernen. Op 3 augustus 2020 ontving de ombudsman de reactie van de wethouder namens het college. Deze is als bijlage III in het rapport opgenomen. Uit de brief van het college blijkt dat de gemeente het rapport met grote belangstelling in ontvangst heeft genomen. Het college geeft aan dat het vergroten van de betrokkenheid van burgers een van de collegetargets is van het huidige college. Het college vindt het belangrijk dat Rotterdammers in deze stad de kans krijgen om mee te denken en mee te doen.
11
Gelijktijdig met de ombudsman deed de Rotterdamse Rekenkamer vanuit zijn eigen invalshoek ook onderzoek naar burgerinitiatieven. De ombudsman en de Rekenkamer hebben hierover periodiek afstemming gehad. De ombudsman en de Rekenkamer publiceren afzonderlijk maar gelijktijdig de uitkomsten van hun onderzoek. Tot slot wil de gemeentelijke ombudsman zijn dank uitspreken aan alle mensen die aan het onderzoek hebben meegewerkt. Met het openhartig delen van hun informatie en ervaringen hebben zij een belangrijke bijdrage geleverd aan dit rapport.
12
Hoofdstuk 2 Schets van beleid, regelgeving en normen Wees welkom! Een onderzoek naar de bejegening van initiatiefrijke burgers
2.1 Inleiding Al in de troonrede van 2013 liet koning Willem-Alexander weten dat Nederland moet veranderen in een participatiesamenleving. Sindsdien is er veel aandacht voor het onderwerp participatie. Ook de gemeente Rotterdam besteedde de afgelopen jaren veel aandacht aan dit onderwerp. In dit hoofdstuk wordt geschetst welk beleid de gemeente Rotterdam de afgelopen jaren heeft ontwikkeld met betrekking tot participatie in de vorm van burgerinitiatieven en welke beleidsinstrumenten de gemeente biedt om burgers te stimuleren burgerinitiatieven te ontplooien. De gemeente Rotterdam maakt een onderscheid tussen bewonersinitiatieven en burgerinitiatieven. Zij verstaat onder een burgerinitiatief een voorstel voor een initiatief aan de gemeenteraad. Onder bewonersinitiatieven verstaat de gemeente alle maatschappelijke initiatieven die vanuit de burger zelf, ‘van onderop’, worden gestart. De ombudsman hanteert - zoals in hoofdstuk 1 aangegeven - een bredere definitie van het begrip burgerinitiatief. De initiatieven die door de gemeente bewonersinitiatieven worden genoemd, vallen daarom ook onder de definitie van de ombudsman. In dit hoofdstuk wordt naast het Rotterdamse beleid ook aandacht besteed aan de wet- en regelgeving waar initiatiefnemers mee in aanraking komen. Aan het eind van het hoofdstuk worden de behoorlijkheidsnormen van de ombudsman uitgewerkt en toegelicht.
2.2 Welk beleid is er de afgelopen jaren in
Rotterdam ontwikkeld?
Participatieleidraad3 De gemeenteraad heeft in 2013 de Participatieleidraad vastgesteld met als motto ‘Zo doen we dat in Rotterdam’. In deze leidraad staan 3
Participatieleidraad: ‘Zo doen we dat in Rotterdam’, 28 november 2013.
13
Wees welkom! Een onderzoek naar de bejegening van initiatiefrijke burgers
uitgangspunten beschreven voor het kunnen meedoen, meedenken, meebeslissen en initiatieven nemen door de Rotterdammers. De gemeente wil ruimte scheppen voor initiatieven en minder in de weg lopen met beleid en kaders. Voorop staat dat burgers zelf hun eigen oplossingen vormgeven. De gemeente doet dan een stap terug omdat een zelfstandige oplossing de voorkeur geniet boven de betrokkenheid van de gemeente. Waar gemeentelijke inbreng wel gewenst is, is deze inbreng op basis van gelijkwaardigheid.
#Kendoe4 In het #Kendoe collegeprogramma Rotterdam 2014-2018 laat het college weten dat zij meer zeggenschap wil geven aan Rotterdammers. Het streven is een stadsbestuur te zijn dat tussen de Rotterdammers staat. Het college stelt zich bij het handelen en het ontwikkelen van beleid steeds een aantal vragen, waaronder: “Krijgen Rotterdammers meer te zeggen en nemen ze meer verantwoordelijkheid?” en “Experimenteren en vernieuwen we en geven we elkaar daar ruimte voor?”
Het Kompas5 Omdat de gemeente merkte dat de samenwerking tussen ambtenaren en initiatiefnemers niet altijd eenvoudig en vanzelfsprekend is, ontwikkelde zij onder regie van het Kennispunt Inspraak en Participatie in 2016/2017 een document, het ‘Kompas voor samenwerken met de stad’, waarin kennis en ervaring van ambtenaren is gebundeld en tips worden gegeven voor een betere samenwerking. In het Kompas worden ook tips gegeven voor het omgaan met beren op de weg, zoals geen tijd, geen geld of complicaties in verband met wet- en regelgeving.
Coalitieakkoord Nieuwe energie voor Rotterdam6 In het coalitieakkoord Rotterdam 2018-2022 wordt ook aandacht besteed aan burgerinitiatieven. De gemeente heeft de ambitie om initiatieven van bewoners, sociaal ondernemers en bedrijven te stimuleren en te faciliteren. Een aantal keer per jaar gaan bewoners, professionals, buurtorganisaties, gebiedscommissies, wijkraden, wijkcomités en het college met elkaar in gesprek om zo elkaars praktijk bij elkaar te brengen. In de collegetargets 2018-2022 wordt aangeven dat het college als doel heeft dat meer Rotterdammers 4
14
5 6
#Kendoe, Collegeprogramma Rotterdam 2014-2018. Het Kompas voor samenwerken met de stad, ontwikkeld door Kernteam Kompas voor Samenwerken met de Stad. Nieuwe Energie voor Rotterdam, Coalitieakkoord 2018-2022, Hoofdstuk 9. Levendige stad.
vinden dat zij kunnen meedenken en meebeslissen over maatregelen in hun leefomgeving.7
De Betrokken stad8 Om invulling te geven aan de ambities uit het coalitieakkoord is de uitvoeringsagenda ‘De Betrokken Stad’ opgesteld. De gemeente wil initiatieven de ruimte geven en dit vraagt om een andere rol van de gemeente. Participatie is maatwerk en het managen van verwachtingen is een belangrijke succesfactor, zo schrijft de gemeente. Het is daarom belangrijk dat zij steeds duidelijk communiceert. Vanaf het begin moet helder zijn met welk doel mensen kunnen meedoen, op welke manier ze bijdragen aan de besluitvorming en wie waarvoor verantwoordelijk is.
Beleidsregel Bewonersinitiatieven Rotterdam 2020 Op 26 november 2019 is de nieuwe beleidsregel ‘Bewonersinitiatieven Rotterdam 2020’ vastgesteld. Deze beleidsregel geeft uitleg over de toepassing van de door de gemeente vastgestelde regels voor het verstrekken van subsidies voor bewonersinitiatieven door gebiedscommissies. Uitgangpunt in de regeling is dat de subsidies flexibel ingezet kunnen worden. Vaak is dit éénmalig, maar het is ook mogelijk om jaarlijks een subsidie te verstrekken aan eenzelfde initiatief, bijvoorbeeld een herdenking. Doel van de subsidie voor een bewonersinitiatief is dat een initiatief of activiteit mogelijk wordt gemaakt. Het geld mag niet gebruikt worden om organisaties in stand te houden. Sommige gebiedscommissies stellen nog aanvullende regels op voor hun eigen gebied bij de beoordeling van aanvragen van bewonersinitiatieven.
De stad = van ons Op 14 februari 2020 is de gemeente de campagne ‘De stad = van ons’ gestart. Onderdeel van de campagne is een ‘tour door de wijk’ van wethouders om te horen welke ideeën bewoners hebben voor hun wijk, een digitaal platform voor bewoners van kleine kernen en een online wegwijzer voor mensen die willen meedenken of meedoen. Doel is dat meer mensen bekend raken met de mogelijkheden die er zijn om als Rotterdammer mee te doen. 7 8
Collegetargets 2018-2022, Met nieuwe energie bouwen aan de stad van morgen. Brief aan de gemeenteraad van B&W van 13 juni 2019 met bijlage ‘De Betrokken stad’.
15
gemeentelijke ombudsman
2.3 Welke beleidsinstrumenten biedt de gemeente aan? De gemeente heeft verschillende (formele) beleidsinstrumenten ontwikkeld om Rotterdammers te laten meedoen en te laten meedenken. In hoofdstuk 3 komen de instrumenten uitgebreid aan bod, in deze paragraaf een korte schets ervan. Rotterdammers kunnen op basis van een verordening9 aan de gemeenteraad een initiatief voorleggen met het verzoek aan de raad er een besluit over te nemen. Er geldt een minimumaantal steunbetuigingen: 25 voor verzoeken met een gebiedsgericht karakter en 150 voor verzoeken met een stedelijk karakter. Dit burgerinitiatief moet schriftelijk en gemotiveerd worden ingediend. Naast de verordening kent de gemeente de zogenaamde bewonersinitiatieven. Burgers met een plan voor hun buurt, wijk of gebied kunnen een bewonersinitiatief aanvragen bij een van de gebiedscommissies. De gebiedscommissies, wijkraden of wijkcomités verdelen het geld voor deze initiatieven. Daarbij is belangrijk dat een initiatief aansluit bij de wijkagenda. Bij bewonersinitiatieven tot 10.000,-- euro moeten aanvragen gedaan worden via de Stichting Opzoomer Mee. Deze stichting zorgt ervoor dat de aanvraag bij de gebiedscommissie komt en informeert daarna de initiatiefnemer(s) of de aanvraag is goedgekeurd. In 2015 is de gemeente gestart met Citylab010.
Dit programma waarmee burgers uitgedaagd worden met initiatieven te komen, verving het voormalige Stadsinitiatief. Citlylab010 is een ondersteuningsprogramma voor initiatiefnemers en heeft een jaarlijks budget van ruim 3 miljoen euro. De ingediende initiatieven moeten in ieder geval innovatief en maatschappelijk relevant zijn. Een ander beleidsinstrument dat de gemeente sinds 2015 hanteert en waarmee burgers worden uitgedaagd met een initiatief te komen is Right 2 Challenge. Dit instrument geeft initiatiefnemers het recht om lokale voorzieningen en taken van de gemeente in een buurt of wijk over te nemen als de initiatiefnemer denkt het beter te kunnen organiseren. 9
16
Verordening inspraak, digitale meningspeiling, burgerinitiatief en referenda Rotterdam 2018.
2.4 Wet- en regelgeving Er is geen algemene wet voor burgerinitiatieven. Wel komen initiatiefnemers - net al iedere andere Nederlander - met veel verschillende wetten en regels in aanraking. Bijvoorbeeld, een initiatiefnemer die een ruimte wil huren, krijgt te maken met het huurrecht, geregeld in boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Verder moet een initiatiefnemer nadenken over brandveiligheid in het pand. Regels hiervoor zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. Een initiatiefnemer die een festival wil organiseren, kan te maken krijgen met de beleidsregels voor evenementen en zal een evenementenvergunning moeten aanvragen. Ook kan een initiatiefnemer in aanraking komen met bijvoorbeeld de drank- en horecawet, Arbowetgeving of regels uit de Algemene Plaatselijke Verordening. Een initiatiefnemer die een speeltuin wil aanleggen of opknappen kan te maken krijgen met veiligheidsvoorschriften uit het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Ook zal de initiatiefnemer er over na moeten denken hoe de aansprakelijkheid volgens het Burgerlijk Wetboek is geregeld als er iets mis gaat tijdens het spelen. In het contact met de gemeente zullen alle initiatiefnemers, bijvoorbeeld bij het doen van een aanvraag van een subsidie of vergunning, in aanraking komen met de Awb waarin de algemene regels van het bestuursrecht zijn vastgelegd.
Er zijn meerdere regelingen in Rotterdam die specifieke regels voorschrijven voor of over burgerinitiatieven. Deze regels hebben vaak te maken met de financiering van burgerinitiatieven. Denk aan de nadere regels voor het aanvragen van een bewonersinitiatief, de verordening met regels over het burgerinitiatief bij de gemeenteraad of de regels die gelden voor een initiatief via Citylab010. De algemene regels voor het aanvragen van een subsidie in Rotterdam zijn vastgelegd in de Subsidieverordening 2014, maar ook het aanbestedingsrecht of staatsteunrecht kan soms van toepassing zijn. Er zijn plannen om het ‘uitdaagrecht’ (Right 2 Challenge) in de gemeentewet vast te leggen zodat in 2021 iedere Nederlander er gebruik van kan maken. Burgers kunnen gebruik maken van het uitdaagrecht als zij vinden dat de gemeente bepaalde dingen niet
17
Wees welkom! Een onderzoek naar de bejegening van initiatiefrijke burgers
goed doet en de burger denkt dat hij het zelf beter kan. Bijvoorbeeld het onderhoud van een plantsoentje voor het huis of het onderhoud van een speeltuin of het schoonhouden van de straat.10 Wel blijft er ruimte voor lokaal maatwerk en is het aan de gemeenteraden zelf om te bepalen welke taken kunnen worden gechallenged en onder welke voorwaarden.11
2.5 Behoorlijkheidsnormen gemeentelijke ombudsman In titel 9.2 van de Awb is het extern klachtrecht geregeld. De gemeentelijke ombudsman beoordeelt of een bestuursorgaan zich al dan niet behoorlijk heeft gedragen. Bij deze beoordeling maakt hij gebruik van behoorlijkheidsnormen. Deze normen voor de overheid bestaan uit 22 regels die elk van een korte toelichting12 zijn voorzien. De ervaringen van initiatiefrijke burgers toetst de ombudsman in dit onderzoek aan vier behoorlijkheidsnormen: fatsoenlijke bejegening, luisteren naar de burger, maatwerk en goede informatieverstrekking. De ombudsman heeft gekozen voor deze vier normen omdat deze verband houden met een behoorlijke bejegening. Bij bejegening gaat het er immers om dat deze fatsoenlijk is, dat er geluisterd wordt, dat maatwerk toegepast wordt, en dat de burger de juiste informatie ontvangt. Voor het onderzoek heeft de ombudsman de vier normen nader uitgewerkt om antwoord te kunnen geven op de vraag of de gemeente initiatiefrijke burgers behoorlijk bejegent.
10 11
18
12
RTL nieuws d.d. 28 december 2019. Brief van minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties aan de Tweede Kamer van 17 oktober 2019 over de wettelijke verankering van Right 2 Challenge. Zie bijlage.
Omschrijving norm: fatsoenlijke bejegening De overheid respecteert de burger, behandelt hem fatsoenlijk en is hulpvaardig. Medewerkers van overheidsinstanties zijn attent in de contacten met burgers en helpen hen zo goed mogelijk. Zij doen dit op respectvolle wijze en houden daarbij rekening met de persoon van de burger. In het onderzoek is bij deze norm specifiek gekeken naar de volgende aspecten: de gemeente denkt mee en biedt hulp aan de burger, de gemeente borgt de belangen van derden, de gemeente komt haar afspraken met de burger na, de informatie is makkelijk voorhanden voor de burger en de burger weet ook welke mogelijkheden er zijn, en tot slot de gemeente ondersteunt de burger met deskundigheid en verstrekt snel de nodige informatie aan de burger.
gemeente denkt mee en biedt hulp
gemeente borgt belangen derden
Fatsoenlijke bejegening
gemeente komt afspraken na
gemeente ondersteunt met deskundigheid
19
Omschrijving norm: luisteren naar de burger De overheid luistert actief naar de burger, zodat deze zich gehoord en gezien voelt. De overheid heeft een open oor voor de burger. De overheid hoort wat de burger zegt, en ook wat hij niet zegt. Dit betekent dat de overheid de burger serieus neemt en daadwerkelijk geïnteresseerd is in wat hij belangrijk vindt. In het onderzoek is bij deze norm specifiek gekeken naar de volgende aspecten: de gemeente luistert naar de behoefte van de burger, de burger voelt zich welkom bij de gemeente, de gemeente neemt het initiatief serieus, de gemeente onderkent de behoefte van de initiatiefnemer, de gemeente denkt met de burger mee, de gemeente ondersteunt de burger daar waar nodig met haar deskundigheid, en tot slot de gemeente reageert voortvarend op het initiatief van de burger.
gemeente luistert naar behoefte burger burger voelt zich welkom
gemeente onderkent behoefte initiatiefnemer
Luisteren naar de burger
gemeente neemt initiatief serieus
gemeente reageert voortvarend op initiatief
20
gemeentelijke ombudsman
Omschrijving norm: maatwerk De overheid is bereid om in voorkomende gevallen af te wijken van algemeen beleid of voorschriften als dat nodig is om onbedoelde of ongewenste consequenties te voorkomen. De overheid neemt wet- en regelgeving als uitgangspunt, maar houdt steeds oog voor de specifieke omstandigheden, waar de burger in terecht kan komen. Ook in haar feitelijk handelen zoekt de overheid steeds naar maatregelen en oplossingen die passen bij de specifieke omstandigheden van de individuele burger. In het onderzoek is bij deze norm specifiek gekeken naar de volgende aspecten: de gemeente onderzoekt mogelijkheden om de burger te helpen, de gemeente biedt maatwerk aan de burger, de gemeente denkt proactief mee, de gemeente gaat in gesprek met de burger over belang en doel van het initiatief, de gemeente heeft een oplossingsgerichte houding, de gemeente is helder over de voorwaarden van een initiatief, en tot slot de gemeente gaat flexibel om met weten regelgeving.
gemeente onderzoekt mogelijkheden hulp gemeente denkt proactief mee
Maatwerk
gemeente gaat in gesprek met burger over belang en doel initiatief
oplossinggerichte houding
flexibele omgang met wet- en regelgeving
21
Omschrijving norm: goede informatieverstrekking De overheid zorgt ervoor dat de burger de juiste informatie krijgt en dat deze informatie klopt en volledig en duidelijk is. Zij verstrekt niet alleen informatie als de burger erom vraagt, maar ook uit zichzelf. De overheid is verplicht de burger gevraagd en ongevraagd alle informatie te geven over handelingen en besluiten die de belangen van de burger kunnen raken. Zij is daarbij servicegericht en stelt zich actief op om de informatie die van belang is tijdig op eigen initiatief te geven. In het onderzoek is bij deze norm specifiek gekeken naar de volgende aspecten: de gemeente informeert actief over mogelijkheden, de burger krijgt aangereikt welke mogelijkheden er zijn, de informatie is makkelijk en snel voor handen voor de burger, de gemeente is helder over de mogelijkheden, de gemeente spreekt met één mond en er is één aanspreekpunt bij de gemeente, de verschillende onderdelen van de gemeente wekken geen verschillende verwachtingen, de burgers worden door de gemeente niet van kastje naar de muur gestuurd en de gemeente zorgt ervoor dat zij goed toegankelijk is voor de burger.
actieve informatie over mogelijkheden burger krijgt aangereikt welke mogelijkheden er zijn
laagdrempelig
helderheid over mogelijkheden
informatie is makkelijk en snel voorhanden
Goede informatie verstrekking
burgers worden niet van kastje naar de muur gestuurd
gemeente spreekt met 1 mond
22
Hoofdstuk 3 Burgerinitiatieven in het Rotterdamse Wees welkom! Een onderzoek naar de bejegening van initiatiefrijke burgers
3.1 Inleiding In dit hoofdstuk gaat het over verschillende soorten burgerinitiatieven die in Rotterdam kunnen worden onderscheiden en op welke de ombudsman in zijn onderzoek de nadruk heeft gelegd. Ook worden de stappen geïdentificeerd in het proces van ideevorming tot realisatie van burgerinitiatieven zodat een vergelijking van de verschillende soorten burgerinitiatieven mogelijk wordt.
3.2 Omschrijving verschillende typen van initiatieven Voor de ombudsman gaat het bij burgerinitiatieven primair over burgers die met een idee komen. Een idee waarmee zij zich in de publieke ruimte begeven. En waar de opstelling van de gemeente beslissend kan zijn voor de uiteindelijke realisatie van het idee. Voor burger(s) met een initiatief hoeven ambtelijke en bestuurlijke prioriteiten, structuren en denkwijzen niet leidend te zijn. Burgerinitiatieven kunnen daardoor vele vormen aannemen. De contacten tussen gemeente en burgers kunnen langs verschillende wegen lopen. Ze kunnen op uiteenlopende momenten ontstaan, worden voortgezet of gestaakt. Daarbij kunnen factoren meewegen die voor initiatiefnemers niet direct zichtbaar zijn maar die wel van invloed zijn op de opstelling van de gemeente. En andersom. Dat kan invloed hebben op hoe burger en gemeente elkaar ervaren en waarderen. Voor dit onderzoek heeft de ombudsman een aantal type initiatieven uitgewerkt. Daarbij was een tweetal vragen leidend: - Waar lag de oorsprong voor het initiatief? (bij de burger of bij de gemeente) - Langs welke weg benaderde de burger de gemeente? (formeel of informeel)
23
3.2.1 Het burgerinitiatief als fris idee Een burgerinitiatief kan helemaal los van de gemeente ontstaan. Het initiatief als fris idee, helemaal niet gevormd naar institutionele mitsen en maren. Zo’n fris idee kan passen in gemeentelijke plannen. Het kan daar ook van afwijken of ze doorkruisen. Of gaan over iets dat de gemeente onbelangrijk vindt, of onwenselijk. De gemeente hoeft niet altijd meteen te weten van het burgerinitiatief. Ze kan er kennis van krijgen door een vergunningsaanvraag, of een subsidieverzoek, of na de vraag iets te gedogen. Dat kan ook gebeuren zonder dat de vrager over burgerinitiatief spreekt of een heel plan onthult. De gemeente zal ook niet altijd door de burger op een vast moment worden gekend over zijn of haar initiatief en plannen. Initiatiefnemers met kennis van bestuurlijke processen, met ervaring of contacten zullen wellicht eerder de rol van de gemeente zien, en al weten hoe haar te benaderen. Er kunnen ook initiatiefnemers zijn die de benodigde gemeentelijke inbreng over het hoofd zien, of die niet wensen. Zij kunnen aan de realisatie ‘op straat’ beginnen zonder de gemeente erin te kennen. De noodzaak van gemeentelijke inbreng kan in het uiterste geval pas blijken na handhaving. Dan is het vertrekpunt voor de relatie tussen initiatiefnemer en gemeente heel anders dan bij het in een eerder stadium benaderen van de gemeente.
3.2.2 Het burgerinitiatief in formele zin De situatie is uiteraard duidelijker als burger(s) hun initiatief als zodanig op de agenda van de gemeenteraad doen plaatsen en het tot een gemeentelijke aangelegenheid maken. Dit is het burgerinitiatief in formele zin dat is gebaseerd op een in hoofdstuk 2 besproken gemeentelijke verordening.13 Als de gemeenteraad heeft ingestemd met het burgerinitiatief, informeert de gemeenteraad de initiatiefnemers over wanneer en hoe het initiatief uitgevoerd zal worden. De gemeenteraad laat weten bij welk cluster of bij welke afdeling de initiatiefnemers informatie kunnen inwinnen. Als het initiatief geheel of gedeeltelijk is afgewezen, wordt aan de initiatiefrijke burger uitgelegd waarom. De route van de verordening biedt enige transparantie. Het optreden van de gemeente is via de bestaande
24
13
Zie verder artikel 1 onder a ‘Verordening inspraak, digitale meningspeiling, burgerinitiatief en referenda’, Rotterdam 2018, hiervoor besproken in hoofdstuk 2.
Wees welkom! Een onderzoek naar de bejegening van initiatiefrijke burgers
democratische toezichtmechanismen te controleren. Een vraag kan zijn of de initiatiefnemers vinden dat ze nog genoeg invloed houden op de realisatie van hun initiatief als dit door de raad wordt aanvaard. Wat doet de gemeente daarna?
3.2.3 Het burgerinitiatief op bestelling, gemeentebeleid
als vertrekpunt Een andere variant is het burgerinitiatief op uitnodiging van de gemeente. Bijvoorbeeld als de gemeente wil dat burgers een bepaalde taak oppakken. Dit past in een samenleving waarin de overheid zich terugtrekt, burgerparticipatie wordt aangemoedigd en zelfredzaamheid van burgers wordt benadrukt. De oorsprong van het initiatief ligt dan minder bij de burger. De gemeente kan kaders stellen waarbinnen het initiatief moet blijven, eisen stellen waaraan moet worden voldaan of zelfs gericht aan de burger vragen gemeentelijke ideeën te realiseren. Burgers worden vervolgens uitgenodigd door de gemeente. Dit zijn bijvoorbeeld de initiatieven vanuit Citylab010 en Right 2 Challenge of waarvoor een subsidieaanvraag is gedaan bij een gebiedscommissie.
3.3 De gemeente dient meer heren (m/v) In de praktijk hoeft het onderscheid tussen de hiervoor beschreven vormen van burgerinitiatieven niet altijd direct duidelijk te zijn of dat te blijven naarmate het idee wordt gerealiseerd. Zo kan een idee geheel buiten de gemeente ontstaan, waarna bij een eerste contact de gemeente de initiatiefnemers adviseert in te gaan op een uitstaande gemeentelijke uitnodiging. Burgerinitiatieven kunnen de gemeente voor dilemma’s stellen. Initiatiefnemers worden gedreven door de wens hun idee te realiseren. De gemeente heeft echter meer belangen te wegen. Er kunnen partijen zijn die beïnvloed worden en effect daarvan ondervinden als het idee wordt gerealiseerd. De gemeente zal dan de belangen van een eventuele derde moeten meewegen. Een gemeentelijke bijdrage moet passend zijn maar ook voldoen aan regels en normen. Het optreden moet controleerbaar zijn. Zulke factoren kunnen nadere eisen stellen aan burgers en hun idee. Dat kunnen die burgers wellicht als negatief
25
gemeentelijke ombudsman
ervaren, ook afhankelijk van hoe de gemeente dit uitlegt en hier in de praktijk invulling aan geeft.
3.4 Selectiecriteria burgerinitiatieven Dat binnen dit onderzoek de nadruk ligt op initiatieven als een fris idee van burgers zelf, is niet allesbepalend voor de selectie door de ombudsman van de initiatieven. Zo is er ook gekeken naar de actualiteit. Er kan veel tijd zitten tussen de eerste contacten met de gemeente en de realisatie van een initiatief. Om te voorkomen dat dit onderzoek ervaringen uit een te ver verleden beschrijft, is de nadruk gelegd op initiatieven die minder dan vijf jaar geleden zijn ontstaan. Verder is gekeken naar de spreiding van de initiatieven. Over de verschillende delen van de stad, maar ook over de doelen die met een burgerinitiatief worden bediend. Dat zijn dus de individuele ondersteuning van medeburgers, de leefbaarheid van de buurt en sociale cohesie. Het uitgangspunt van het frisse burgeridee en de gekozen definitie van burgerinitiatief brengt daarbij met zich dat al gevestigde organisaties en initiatieven met een commercieel oogmerk niet bij dit onderzoek zijn betrokken. Wel heeft de ombudsman gesproken met ambtenaren van het op initiatieven van het MKB gerichte programma ‘Anders geregeld.’ Het doel hiervan was zicht te krijgen op ‘best practices’ die ook de bejegening van burgers met een idee kunnen verbeteren.
3.5 Beschrijving proces burgerinitiatieven De ombudsman ziet verschillende stappen die de burger doorloopt vanaf het moment dat het idee ontstaat voor een burgerinitiatief waarbij op enig moment de gemeente betrokken raakt. Er worden vier processtappen onderscheiden:
26
1. Het ontstaan van een idee: de burger krijgt een idee voor een bijdrage aan de (lokale) samenleving; 2. Het uitwerken van een idee: de burger werkt het idee uit tot een initiatief en zoekt eventueel in deze fase al contact met de gemeente; 3. Het betreden van de publieke ruimte: de burger voert het initiatief uit, mogelijk samen met of met steun van de gemeente; 4. De realisatie van het idee: de burger heeft zijn initiatief gerealiseerd.
Deze stappen worden niet altijd in deze volgorde doorlopen, het kan bijvoorbeeld zo zijn dat pas na de realisatie van het idee duidelijk wordt dat de gemeente nodig is of een goede partner zou zijn. Bij het ontstaan van het idee is een interessante vraag of de burger het idee uit zichzelf kreeg of dat de burger door de gemeente werd uitgenodigd om met een idee te komen. Vervolgens gaat de burger het idee uitwerken, daarbij kan de burger met de gemeente te maken krijgen. De burger kan ook (eerst) geheel zelfstandig verder gaan met de uitwerking van het initiatief. De volgende stap is dat de burger de publieke ruimte betreedt. Dat kan in die publieke ruimte minder zichtbaar zijn, bijvoorbeeld als de burger aanklopt bij de gemeente voor technische hulp of financiële ondersteuning. Het kan ook gaan om bijvoorbeeld het toepassen van regelingen om een vergunning voor een initiatief te verlenen. De burger kan voor de uitwerking van het initiatief ook gaan samenwerken met de gemeente. Uiteindelijk realiseert de burger het initiatief. Dat kan eenmalig zijn, bijvoorbeeld een specifiek evenement, maar een initiatief kan ook een langduriger karakter hebben zoals bijvoorbeeld de exploitatie van een doorlopende voorziening.
27
De ombudsman heeft in het onderzoek bekeken hoe de initiatiefnemers tijdens deze processtappen de bejegening door de gemeente hebben ervaren. Hiertoe is aan de burgers van de door de ombudsman onderzochte initiatieven in eerste instantie een summiere vragenlijst voorgelegd. Daarna is met de betrokken initiatiefnemers tijdens interviews en aan de hand van een aantal vervolgvragen verder gesproken over hun ervaringen met de gemeente.
28
Hoofdstuk 4 Ervaringen van initiatiefrijke burgers Wees welkom! Een onderzoek naar de bejegening van initiatiefrijke burgers
4.1 Inleiding In dit hoofdstuk gaat het om ervaringen van burgers met een idee voor een burgerinitiatief. In het Rotterdamse is - verspreid over de stad - een groot aantal initiatiefrijke burgers actief. Uiteraard was het voor de ombudsman niet mogelijk met alle initiatiefrijke burgers te spreken over hun ervaringen. Voor dit onderzoek heeft de ombudsman elf burgerinitiatieven gekozen om te onderzoeken. De ombudsman heeft met de inwoners achter 9 van deze initiatieven zelfstandig gesproken en bij de andere 2 initiatieven zijn de gesprekken samen met de Rekenkamer Rotterdam gevoerd. De ombudsman sprak verder met burgers die zich spontaan meldden nadat de ombudsman kenbaar maakte onderzoek te doen naar burgerinitiatieven. De ombudsman kreeg van deze burgers informatie hoe zij door de gemeente zijn bejegend bij hun activiteiten om te participeren binnen de gemeente Rotterdam. Zij hadden niet allemaal daadwerkelijk een initiatief ingediend of hadden een initiatief dat tot wasdom was gekomen. Met het oog op hoor en wederhoor en om meer zicht te krijgen op de context waarbinnen ambtenaren en bestuurders werken met burgerinitiatieven, heeft de ombudsman ook gesprekken gevoerd met een van de wethouders en met verschillende vertegenwoordigers van de gemeente op uiteenlopende ambtelijke niveaus.
Om een idee te geven om wat voor soort initiatieven het in dit onderzoek gaat, worden de gekozen initiatieven in paragraaf 4.2 eerst kort omschreven. In de paragraaf 4.3 worden de ervaringen van de initiatiefnemers met de gemeente in kaart gebracht.
29
4.2 Beschrijving gekozen initiatieven Naam initiatief
Locatie in Rotterdam
1.
Camping Crooswijk
Crooswijk
2.
Het Rotterdams Woongenootschap
Delfshaven, Oude Westen
(samen met Rekenkamer bezocht)
en Crooswijk
Herdenking vergeten bombardement
Delfshaven
3.
Rotterdam 4.
Taka Tuka tuin
Zevenkamp
5.
Marconia
Merwe-Vierhavens gebied
6.
Kampvuur Rotterdam
Verschillende locaties
(samen met Rekenkamer bezocht)
in Rotterdam
7.
Spijt van Tattoo
Kralingen
8.
Druiven voor 010
Verschillende locaties
in Rotterdam 9.
Kledingbeurs Janne
Pendrecht
10. Zorgvrijstaat
Delfshaven, Oude en Nieuwe
Westen, Tussendijke
11. Voetbalgoals
Charlois
4.2.1 Camping Crooswijk Camping Crooswijk is een driedaags buurtfestival. Het wordt door en voor Crooswijkers georganiseerd, maar ook andere Rotterdammers zijn welkom op het festival. De initiatiefnemers proberen door een grote diversiteit aan muziek, cultuur en sport en door het delen van verhalen op een laagdrempelige manier mensen met diverse achtergronden bij elkaar te brengen. Het is de bedoeling dat het festival jaarlijks wordt gehouden op het Schuttersveld in Crooswijk.
30
gemeentelijke ombudsman
4.2.2 Het Rotterdams Woongenootschap Het Rotterdams Woongenootschap is een coöperatieve vereniging. De vereniging wil betaalbare woningen realiseren voor de middengroepen in de woningmarkt van Rotterdam. De huurprijs van deze woningen moet zo’n 20 tot 30% onder de marktprijs liggen. Volgens de initiatiefnemers kan deze lagere huurprijs gerealiseerd worden doordat mensen eigen vermogen inleggen in het project en er daarnaast zonder winstoogmerk wordt gewerkt.
4.2.3 Herdenking vergeten bombardement Rotterdam De herdenking van het vergeten bombardement Rotterdam is de herdenking van een bombardement dat in maart 1943 plaats had in Delfshaven. De bommen kwamen per vergissing op de woonwijk terecht en een groot deel van de wijk werd verwoest. Hierbij kwamen 417 mensen om het leven en meer dan 16.000 mensen raakten dakloos. De initiatiefnemer van dit burgerinitiatief heeft in 2017 voor het eerst na de herdenking in 1993 (50 jaar na dato) weer een herdenking georganiseerd. De herdenking wordt inmiddels jaarlijks herhaald.
4.2.4 Taka Tuka tuin Hier gaat het om behoud en onderhoud van een groenstrook in de Rotterdamse wijk Zevenkamp. De afgelopen jaren hebben de initiatiefnemers zich voornamelijk gericht op de coördinatie en de verduurzaming van een permacultuurtuin en het realiseren van een ontmoetingsgebouw. Ook zijn de initiatiefnemers begonnen met natuureducatie. Inmiddels zijn de initiatiefnemers een derde pijler aan het ontwikkelen: het voor en door elkaar koken in een wijkrestaurant.
4.2.5 Marconia Marconia is een burgerinitiatief waarbij het gaat om de ontwikkeling van een voormalig rangeerterrein tot een openbare buitenruimte met volop plek voor nieuwe ideeën op gebied van groeninrichting, evenementen en recreatie. Het moet een publiek toegankelijke plek worden waar jong en oud kan ontspannen, sporten, spelen en leren. Het is de bedoeling dat er een buitenpodium komt voor muziek en theater. Ook willen de initiatiefnemers een platform bieden om ervaring op te doen met de uitvoering van de komende omgevingswet.
31
4.2.6 Kampvuur Rotterdam De initiatiefnemers achter het Kampvuur Rotterdam (verschillende locaties in Rotterdam) zien in samenkomen rond een vuur een eeuwenoud gebruik dat in deze tijd voor de buurt veel betekenis kan hebben. Rondom het vuur wordt geluisterd naar muziek, naar verhalen en naar elkaar. Voorafgaand aan het kampvuur wordt in de wijk hout gesprokkeld. Voor het kampvuur wordt verschillend (onbewerkt) hout gebruikt zoals oude planken uit de schuur, pallets.
4.2.7 Spijt van Tattoo Spijt van Tattoo wil kosteloos tatoeages op handen, in de hals of in het gezicht verwijderen. Ze doet dat bij mensen die geen werk hebben en moeten leven van een uitkering. Doel is mensen die altijd belemmerd werden door hun tattoo op weg te helpen naar economische onafhankelijkheid. Van degenen die meedoen wordt als tegenprestatie verwacht dat zij meewerken aan een documentaire voor scholen.
4.2.8 Druiven voor 010 Dit is een burgerinitiatief ter verfraaiing van de publieke ruimte door het planten van druivenplantjes tegen gevels in Rotterdam. De initiatiefnemer van dit burgerinitiatief heeft een groen hart en wil op deze manier de stad Rotterdam verfraaien. Hij is betrokken bij meerdere projecten op dit gebied, maar met #druivenvoor010 laat de initiatiefnemer zien dat druivenranken het goed doen tegen de Rotterdamse gevels. De initiatiefnemer kweekt de druivenstekjes zelf en verspreidt deze gratis over de hele stad Rotterdam.
4.2.9 Kledingbeurs Janne Kledingbeurs Janne wil gratis kleding ter beschikking stellen en is in oktober 2018 gestart vanuit de eigen woning. Er wordt kleding ingezameld en die wordt gratis aangeboden aan iedereen die de kleding nodig heeft. De kledingbeurs wordt drukbezocht. Iedereen die langs komt mag 2 grote tassen met kleding vullen (gratis). Belangstellenden moeten zich tevoren aanmelden bij de
32
Wees welkom! Een onderzoek naar de bejegening van initiatiefrijke burgers
kledingbeurs. De kledingbeurs zet belangstellenden op een lijst en belt hen vervolgens om kleding uit te zoeken. De initiatiefnemer heeft de ambities het assortiment uit te breiden met onder andere linnengoed en keukengerei. Het moet volgens initiatiefnemer een groot armoede-initiatief worden.
4.2.10 Zorgvrijstaat De initiatiefnemers van Zorgvrijstaat zagen in de zorg gaten vallen door ingrijpende veranderingen; mensen houden zichzelf soms met moeite staande en weten de weg naar passende ondersteuning niet altijd te vinden. Maar de initiatiefnemers zagen ook kansen: mensen doen van nature al veel voor elkaar, er zijn veel netwerken en initiatieven van buurtbewoners die elkaar helpen met hun vragen en behoeften. Zorgvrijstaat opereert in Rotterdam West en wil samen met bewoners en organisaties bouwen aan sterke netwerken en nieuwe voorzieningen, waarmee mensen grip krijgen op hun eigen gezondheid en kwaliteit van hun leven.
4.2.11 Voetbalgoals Bij een Rotterdamse voetbalclub werd zowel door de week als in het weekend veel gebruik gemaakt van velden die openbaar toegankelijk zijn. Buiten de trainingen om stonden er geen goals op deze velden. Een initiatiefnemer wilde daarom op de velden wegdraaibare voetbalgoals plaatsen die stevig in de grond verankerd konden worden zodat er geen ongelukken konden gebeuren. Door het plaatsen van deze goals kon iedereen gebruik maken van de voetbalvelden, maar kunnen de goals aan het einde van de dag weggedraaid worden om vandalisme en ongelukken te voorkomen. Het benodigde geld hiervoor is aangevraagd via een burgerinitiatief.
4.3 Ervaringen van de initiatiefnemers De ombudsman heeft de initiatiefnemers van de elf onderzochte initiatieven voorafgaand aan de interviews een korte vragenlijst toegezonden. Na ontvangst van de ingevulde vragenlijst heeft de
33
gemeentelijke ombudsman
ombudsman de initiatiefnemers uitgebreid in persoon geïnterviewd. Daarbij heeft het onderzoeksteam van de ombudsman specifiek gevraagd naar de ervaringen van de initiatiefnemers met de gemeente, daarbij stond de vraag centraal: “Hoe heeft u de bejegening door de gemeente ervaren?” De ervaringen van de initiatiefnemers worden hieronder gerubriceerd naar de in hoofdstuk 3 beschreven stappen die zij doorlopen moesten om hun initiatief te realiseren: 1. Het ontstaan van een idee; 2. Het uitwerken van een idee; 3. Het betreden van de publieke ruimte; 4. De realisatie van het idee. De ervaringen van de burgers die zich spontaan hebben gemeld bij de ombudsman zijn hieronder ook langs deze stappen opgenomen. Hier wordt naar verwezen als ‘gesprekken met burgers’.
4.3.1 Het ontstaan van een idee In deze fase krijgt de burger een idee voor een bijdrage aan de (lokale) samenleving. De burger krijgt dit idee uit zichzelf of omdat de burger door de gemeente is uitgenodigd of uitgedaagd met een initiatief te komen. In de gesprekken met initiatiefrijke burgers hoorde de ombudsman dat de gemeente soms actief op zoek gaat naar initiatieven, onder andere doordat gebiedscommissies bewoners oproepen met een bewonersinitiatief te komen voor de buurt of de wijk. Een van de gebiedscommissies verstuurde aan het eind van 2019 een kerstkaart aan de bewoners waarin deze uitgedaagd worden: “Heeft u een idee voor uw buurt of wijk? Wilt u dit samen met andere bewoners uitvoeren? Vraag dan bij ons budget aan”. De gemeente Rotterdam is via Citylab010 of Right 2 Challenge ook actief op zoek naar initiatieven. In de campagne ‘De stad = van ons’ van de gemeente die op 14 februari 2020 startte roept de wethouder de Rotterdammers op om mee te doen, mee te denken en mee te beslissen over hun
34
stad of wijk: “wijkbewoners, kom maar op met uw klachten en wensen”14. De meeste burgers die de ombudsman sprak waren echter niet actief door de gemeente uitgedaagd om tot een idee te komen. “Ik ken geen gemeentelijke projecten of loketten die dit stimuleren”. De burgers hadden zelf al een idee voor een initiatief of ze voelden zich niet door de gemeente gestimuleerd om met een initiatief te komen. “De gemeente heeft geen enkele rol gespeeld bij mijn idee, het idee is echt bij mijzelf ontstaan”. “Ik was niet op de hoogte van de mogelijkheid om via de gemeente burgerinitiatieven uit te werken en te realiseren”. De ombudsman vernam tijdens de interviews en de gesprekken dat de burgers enthousiast waren over hun ideeën en dat de meesten van hen snel wisten dat ze (later) de gemeente nodig hadden om het initiatief te kunnen realiseren. De informatie over de mogelijkheden van de gemeente bleken de geïnterviewde burgers goed te kunnen vinden. “Ik ben op internet gaan zoeken naar de mogelijkheden en vond snel een mogelijkheid om in Rotterdam een burgerinitiatief in te dienen”. Op de website van de gebiedscommissies vonden de burgers uitleg over bewonersinitiatieven en hoe zij een aanvraag voor een initiatief moesten indienen. “Ik ken Opzoomer Mee, daar begin je als bewonersinitiatief mee”. ”Wij kenden de wijkmanager en die hebben we toen benaderd en onze plannen voorgelegd”.
De meeste initiatiefnemers die de ombudsman sprak waren al wel op de hoogte van de mogelijkheden die de gemeente bood aan subsidie of andere instrumenten ter ondersteuning van het initiatief. “Ik vond het wel duidelijk welke criteria er golden voor het indienen van een initiatief en ik kon goed uit de voeten met de beschikbare informatie”. “Ik weet dat er allerlei potjes zijn voor sport, spel en cultuur”. Maar er waren ook burgers die niet wisten wat de gemeente voor hen kon doen. “Ik had geen voorkennis over wat de gemeente voor mij kon doen”. “Ik kende niet de mogelijkheden die de gemeente Rotterdam voor steun aan burgerinitiatieven beschikbaar heeft”.
14
Artikel in het Algemeen Dagblad d.d. 14 februari 2020 ‘Wethouder Kathmann: Wijkbewoners, kom maar op met uw klachten of wensen’.
35
4.3.2 Het uitwerken van een idee In deze fase van het proces werkt de burger het idee uit tot een initiatief en zoekt eventueel in deze fase al contact met de gemeente. De burger kan ook (eerst) geheel zelfstandig verder gaan met de uitwerking van het idee. Bij de uitwerking van het idee, komt de burger meestal al gauw in contact met de gemeente. De meeste van hen zochten contact met de gemeente in het beginstadium van hun initiatief. Initiatiefnemers lieten de ombudsman weten dat zij het belangrijk vinden dat de gemeente makkelijk bereikbaar is als dat nodig is. Het merendeel van de geïnterviewde initiatiefnemers is positief over de contacten met de gemeente. Ze wisten de weg richting de gemeente goed te vinden en waren ook bekend met de gemeentelijke organisatie. “Ik kwam snel bij het juiste loket”. In de regel wisten deze initiatiefnemers ook wat ze van de gemeente nodig hebben. “Ik ben gaan zoeken naar mogelijke subsidievormen, en vond snel mogelijkheid een burgerinitiatief in te dienen”. Vaak werd een initiatief vanuit de wijk gestart omdat de burgers in de wijk elkaar onderling benaderden over een initiatief en hun ervaringen met elkaar deelden. De toegang tot een gebiedscommissie kwam dan snel in beeld. De geïnterviewden vonden meestal dat zij bij de gebiedscommissies goed op weg werden geholpen. “We zijn begonnen bij de gebiedscommissie, daar werd goed geluisterd”.
De meeste initiatiefnemers hadden geen moeite om een aanspreekpunt bij de gemeente te vinden. En degenen die makkelijk hun aanspreekpunt gevonden hadden, vonden het aanspreekpunt ook helder. Niet alle initiatiefnemers en burgers met wie de ombudsman sprak waren echter zo positief: een aantal initiatiefnemers vindt de gemeentelijke organisatie juist ondoorgrondelijk en ervaren het als moeilijk om de juiste persoon te spreken te krijgen. “Het is niet makkelijk te vinden bij wie je moet zijn, je moet veel googelen en e-mailen om erachter te komen bij wie je moet zijn.” Een beeld dat ook doorklinkt bij een ambtenaar met wie de ombudsman sprak: “De gemeente wordt als een kolos ervaren”. Soms duurde het lang voordat de initiatiefnemer de juiste persoon te pakken had, of ze werden een paar keer doorgestuurd, maar eenmaal bij de juiste
36
Wees welkom! Een onderzoek naar de bejegening van initiatiefrijke burgers
persoon terecht gekomen, werd de initiatiefnemer meestal keurig te woord gestaan. Niet alle initiatiefnemers zijn vervolgens tevreden over de inhoud van het contact met de gemeente. Zo vond een van de initiatiefnemers de contacten met de gemeente stroef verlopen, het lukte maar niet om een serieus gesprek met de gemeente aan te gaan over het plan. “Wij zijn vooral verbaasd dat het niet lukte om een echt inhoudelijk gesprek te hebben met de gemeente over ons plan”. Een andere geïnterviewde noemde de gemeente vooral gericht op zenden waardoor de gemeente niet luisterde. “De gemeente fietst met vierkante wielen, en wil niets doen als hen ronde wielen wordt geadviseerd, daar luisteren ze niet naar”. De gemeente reageerde volgens deze burgers niet, verstrekte niet de voor de initiatiefnemer passende informatie en onthield deze burgers de uitleg waarom bijvoorbeeld een pand niet beschikbaar kon worden gesteld. Dit soort signalen lijken ook bij de gemeente bekend. Zo merkte een geïnterviewde gemeenteambtenaar op dat het cluster Stadsontwikkeling (SO) niet wijkgericht is: “Stadsontwikkelaars werken stadsbreed en dat sluit niet aan bij initiatieven in de wijk”. De rol van de gebiedscommissie aan de voorkant was voor de initiatiefnemers belangrijk en werd - met één op pagina 48 te bespreken uitzondering - overwegend ook als positief ervaren.
De contacten met de gebiedscommissies verlopen volgens degenen die de ombudsman sprak soepel, dat gold ook voor andere contacten in de wijk. Wel vond men het opvallend dat soms opeens andere mensen binnen de gemeentelijke organisatie zich gaan bemoeien met een initiatief. Een aantal initiatiefnemers bracht naar voren dat met sommige clusters van de gemeente de contacten moeizaam verliepen. Het contact werd dan afstandelijker, stroever en stroperiger. Bij initiatieven waar meerdere gemeentelijke clusters bij betrokken waren (cluster overstijgend) vonden de initiatiefnemers de contacten lastiger verlopen en ook vond men dat het soms langer duurde. “Het was continu onduidelijk wie en welke dienst verantwoordelijk was waarvoor. Er ontbrak een centraal aanspreekpunt en iemand die intern de organisatie(s) kon oplijnen zodat de beloofde snelle en informele opstelling bewaarheid kon worden”. “De clusters wisten niet per se van elkaar wat ze aan het doen waren”. De contacten
37
gemeentelijke ombudsman
verliepen overigens wel goed en respectvol”. Ook hier geldt dat het beeld binnen de gemeente herkend lijkt te worden: “Het is lastig bij initiatieven die cluster overstijgend zijn” en “Ambtenaren moeten loskomen van hun vaste kaders”. Een aantal initiatiefnemers vindt dat de gemeente niet te veel regels en voorwaarden moet opstellen voor een initiatief. Anders wordt de gemeente regelzuchtig en niet toegankelijk. Ook merkten geïnterviewden op dat de gemeente eerst zelf aangaf regelluw te gaan werken, maar vervolgens heel veel tijd nam om alles volgens de staande procedures in behandeling te nemen. “Het contact veranderde toen het op het regelen van de juridische procedures aankwam. De gemeente was enthousiast, tegelijkertijd proefde je dat de gemeente er moeite mee had om de sturing op het gebied te delen/ uit handen te geven. Toen het op afspraken maken aankwam, werden we niet meer serieus genomen of als gelijke partner gezien”. Tegelijkertijd wijst een ambtenaar van de gemeente er wel op dat “bij het loslaten de veiligheid en belangen van derden een rol hebben”. Een van de geïnterviewden vond dat de gemeente de burger actief zou moeten wijzen op de rechten en de mogelijkheden die er voor de burger zijn. “Ik werd verwezen naar een bepaalde vergunning, maar deze vergunning kostte 40 euro. Dat was onjuiste informatie, er werd niet met mij meegedacht.