Raadsbijlage ontwikkelagenda Sociaal Domein 2022-2026 deel 2
Tekst van het document
Toelichting op inspanningen bij doel ‘loonkostensubsidie’ Loonkostensubsidie is een re-integratie-instrument dat met name meerwaarde heeft bij mensen met een grotere afstand tot de reguliere arbeidsmarkt. Specifiek bij de groep inwoners met een arbeidsbeperking, helpt loonkostensubsidie een werkgever over de streep om deze werkzoekende een kans te geven op een volwaardige baan.
21
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 Eerste onderdeel om dit doel te realiseren is het opstellen van een plan t.b.v. loonkostensubsidie. Hierin wordt uitgewerkt voor wie op welke wijze en onder welke voorwaarden loonkostensubsidie wordt ingezet en hoe dit in de praktijk wordt vormgegeven. Met de beleidsregels loonkostensubsidie die in februari 2022 door het college zijn vastgesteld, is hiermee de eerste belangrijke stap genomen. Deze inspanning is gereed met het opleveren van het plan op welke wijze het operationele doel in de praktijk kan worden behaald. Deze inspanning kan binnen de beschikbare middelen worden vormgegeven, omdat het Rijk hiertoe (achteraf) middelen beschikbaar stelt. De tweede inspanning betreft met name het behouden van het werk, waarvoor loonkostensubsidie wordt ingezet. Inwoners met een arbeidsbeperking hebben vaak iets extra’s nodig om het werk goed te kunnen uitvoeren. Dit kan gaan om fysieke aanpassingen van de werkplek, maar ook om bijvoorbeeld extra instructie of leren omgaan met de regels in een bedrijf. Dit gaat het reguliere inwerken door de werkgever te boven.
Vandaar dat de mogelijkheid bestaat tot het tijdelijk inzetten van een jobcoach, om te zorgen dat de inwoner met een beperking zich het werk goed kan eigen maken en ook de sociale werkomgeving (werkgever/collega’s) zich bewust zijn van bijzondere omstandigheden. Ook kunnen problemen die zich op of met betrekking tot het werk voordoen, op deze wijze eerder worden gesignaleerd en verholpen. Een jobcoach coacht dus mensen met afstand tot de arbeidsmarkt in het werk en de werkgever en/of directe collega’s in het scheppen van de juiste voorwaarden op de werkvloer. Deze inspanning is gerealiseerd wanneer de voorwaarden voor het inzetten van jobcoaches zijn vastgelegd en de resultaten van de inzet van jobcoaches een eerste maal zijn geëvalueerd. Deze inspanning kan binnen de beschikbare middelen voor re-integratie en loonkostensubsidie worden ingezet.
Toelichting op inspanningen bij doel ‘bijstandsgerechtigden met een ontwikkelstap’ Bijstandsgerechtigden die al lang een uitkering hebben, hebben vaak een grote afstand tot de arbeidsmarkt en kunnen niet in een keer de stap maken naar regulier werk. Er zijn ontwikkelstappen nodig om bijvoorbeeld problemen aan te pakken die een baan in de weg staan of vaardigheden te leren die nodig zijn om te kunnen functioneren in een arbeidsrelatie. Bij dit operationele doel zijn een veelheid aan inspanningen ondergebracht. Het gaat om zowel inspanningen voor mensen met een zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt, als om mensen met een beperkte afstand, waar het vinden van een baan wel tot de mogelijkheden behoort. Dit laatste eventueel na het zetten van eerdere ontwikkelstappen. Deze inspanning is een voorbeeld van een inspanning voor inwoners met een beperkte afstand tot de arbeidsmarkt. In de arbeidsmarktregio bestaan diverse instrumenten om de drempel voor werkgevers lager te maken om mensen in dienst te nemen die nog niet voldoen aan het beeld van de ‘direct geschikte werknemer’. Van belang is dat de werkgeversinstrumenten niet per gemeente verschillen, maar dat deze in de arbeidsmarktregio op elkaar zijn afgestemd.
Dit maakt het voor werkgevers makkelijker (minder administratieve lasten) en zorgt dat er tussen gemeenten geen concurrentie ontstaat omdat de ene gemeente gunstiger regelingen heeft dan de andere. Veel instrumenten zijn al op elkaar afgestemd binnen de arbeidsmarktregio, maar nog niet alles. In deze collegeperiode harmoniseren en implementeren we nog eens twee werkgeversinstrumenten.
22
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 Om ontwikkeling van bijstandsgerechtigden daadwerkelijk te kunnen volgen, moet dit worden geregistreerd. De participatieladder is hiertoe een landelijk gebruikt en geschikt instrument. De oude participatieladder had vier treden; de huidige heeft er zes. Dit om juist de doelgroep met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt meer recht te doen en hun ontwikkeling zichtbaar te maken. Tot nu toe was er geen noodzaak om de nieuwe participatieladder in onze systemen te implementeren. Met het operationele doel om juist ontwikkelstappen van langdurig werklozen in beeld te brengen, is de noodzaak er wel. Vandaar dat deze inspanning, om de participatieladder met zes treden in onze systemen (de Suite) te implementeren, is opgenomen. Deze inspanning behelst ook het aanpassen van de werkwijze van de werkadviseurs, zodat met de nieuwe participatieladder in de praktijk wordt gewerkt. Dit kan binnen de bestaande middelen worden gerealiseerd. Om enerzijds meer in te spelen op de behoeften op de arbeidsmarkt en anderzijds meer mogelijkheden te bieden voor ontwikkeling van bijstandsgerechtigden, is de inspanning opgenomen om nieuwe leerlijnen te ontwikkelen en/of bestaande leerlijnen door te ontwikkelen.
Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat een bestaande leerlijn wordt aangepast, zodat deze meer geschikt is voor een doelgroep met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Ook kan een nieuwe leerlijn worden ontwikkeld als blijkt dat er vraag is vanuit de markt en potentie is binnen ons bestand van uitkeringsgerechtigden. Dit zal in de praktijk moeten blijken, vandaar dat deze inspanning niet verder is gespecificeerd. Deze inspanning is gerealiseerd wanneer tenminste twee leerlijnen zijn aangepast en/of toegevoegd. Indien het ontwikkelen of aanpassen van leerlijnen niet binnen bestaande middelen mogelijk is, zal hiertoe een businesscase ter besluitvorming worden aangeleverd. Op pag. 48 van het coalitieakkoord is opgenomen dat we ‘in samenwerking met de regio streven naar het sluiten van leerwerkakkoorden met onderwijs en werkgevers op de Zuid Hollandse Eilanden’. In de Leerwerkakkoorden bundelen overheid, onderwijs en bedrijfsleven uit de arbeidsmarktregio Rotterdam – Rijnmond hun krachten. In de nabije toekomst ontstaan nieuwe beroepen en banen door technologische ontwikkelingen, bijvoorbeeld door de energietransitie. Tegelijk zullen ook banen verdwijnen. Met de leerwerkakkoorden proberen we bij te dragen aan antwoorden op deze ontwikkelingen.
Deze inspanning is gerealiseerd als in deze collegeperiode (binnen de arbeidsmarktregio) drie leerwerkakkoorden zijn gesloten, waar Nissewaard onderdeel van vormt. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat dit binnen de bestaande middelen kan worden vormgegeven. Dit is echter afhankelijk van de onderhandelingen om te komen tot een akkoord. Wanneer een inwoner zich meldt voor een uitkering, kan hier bredere problematiek aanwezig zijn dan ‘alleen’ het niet hebben van een inkomen. Bij complexe situaties, waarbij dakloosheid in ieder geval zo’n situatie is, zal een bredere vraagverheldering plaatsvinden en wordt casusregie ingezet als de situatie daarom vraagt. Casusregie is onderdeel van de gemeentelijke toegang (zie programmalijn gemeentelijke regierol). Vanuit deze inspanning gaat het er specifiek om dat complexe problematiek vanuit deze programmalijn wordt onderkend en dat tijdig de verbinding wordt gelegd met sociaal domein brede casusregie en/of andere onderdelen binnen het sociaal domein. Deze inspanning is gerealiseerd wanneer een werkinstructie en werkproces is gerealiseerd en geïmplementeerd over signalering van en handelen naar complexe situaties. 23
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026
Individuele Plaatsing en Steun (IPS) is een bewezen effectieve methode om mensen met een ernstige psychische aandoening te helpen bij het verkrijgen en behouden van betaald werk. IPS werkt voor deze doelgroep beter dan andere re-integratiemethoden, met name omdat werken en behandeling van problematiek hand in hand gaan bij deze methode. Omdat ook binnen Nissewaard een substantiële groep bijstandsgerechtigden is met psychische problematiek, die moeilijk aan werk kunnen komen, is het belangrijk deze methode ook bij ons in te zetten. Door de combinatie van behandeling en re-integreren naar (on)betaald werk, kan de afstand tot de arbeidsmarkt worden verkleind en zet de bijstandsgerechtigde belangrijke ontwikkelstappen. Deze methode kan worden bekostigd uit beschikbare middelen voor re-integratie. Naast implementatie van IPS is het gewenst om nog (minimaal) twee re-integratie-instrumenten toe te voegen aan ons instrumentarium, specifiek voor de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Welke instrumenten dit zijn, is nog onderwerp van verkenning. Hierbij is van belang dat de mogelijkheden en talenten van de inwoner centraal staat, zodat hierbij kan worden aangesloten.
Ook is van belang dat gekeken wordt naar de brede situatie van de inwoner en dat verbetering van de situatie niet alleen geldt voor de uitkeringssituatie, maar sociaal domein breed (welzijn, zelfredzaamheid, gezinsomstandigheden, gezondheid, etc). De laatste inspanning die bij dit operationele doel wordt gerealiseerd deze collegeperiode is het ontwikkelen en implementeren van een ‘oriëntatiefase’. Juist ook voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt is het belangrijk te verkennen wat mogelijkheden en behoeften zijn en welke omstandigheden in de weg staan bij het verbeteren van de situatie en het verkrijgen/behouden van werk. Een dergelijke brede oriëntatie, die specifiek gericht is op deze doelgroep, is nog niet ontwikkeld. Nu in deze periode meer nadruk komt op de doelgroep met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, is het wenselijk deze oriëntatiefase te ontwikkelen en te gaan inzetten. Deze inspanning is gerealiseerd als de oriëntatiefase op papier is vormgegeven en in de praktijk is geïmplementeerd. In de volgende collegeperiode kan dan evaluatie en eventueel bijstelling plaatsvinden. De vormgeving van deze fase op papier, wordt binnen de bestaande middelen uitgevoerd. Afhankelijk van de invulling, zal besluitvorming over implementatie en kosten daarvan noodzakelijk zijn.
Toelichting op inspanningen bij doel ‘kinderen in een bijstandsgezin’ Daar waar armoede al een negatief effect heeft op de kansen voor kinderen, wordt dit nog versterkt als er sprake is van een bijstandsuitkering. Daarom is het wenselijk in te zetten op re-integratie van bijstandsgerechtigden met kinderen. Dit helpt intergenerationele armoede te verminderen.
24
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 Door deze aanvullende focus, is het nodig om ons aanbod daarop aan te passen. Re-integratie van deze groep (echtparen en alleenstaande ouders) krijgt een extra belang toegekend. Ook wordt gekeken in hoeverre aanbod moet worden aangepast, zodat dit beter aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van bijstandsgerechtigden met kinderen. Dit kan spelen op verschillende onderdelen, bijvoorbeeld in de re-integratiefase zelf of bij het zoeken van passend werk. De groep alleenstaande ouders is daarbij een extra ingewikkelde doelgroep. De Participatiewet geeft in artikel 9, vierde lid en artikel 9a, beperkingen aan de arbeidsplicht voor alleenstaande ouders met kinderen tot 12 jaar. Het gevolg is dat deze (veelal) vrouwen vaak een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben, tegen de tijd dat de reguliere verplichtingen gaan gelden. Daarom wordt specifiek voor deze groep gekeken naar belemmerende factoren en worden hierop (tenminste) twee instrumenten ingezet om de belemmeringen naar werk voor deze groep te verminderen. Naar verwachting kan dit binnen de bestaande middelen voor re-integratie worden vormgegeven.
Toelichting op inspanningen bij doel ‘lager gemiddeld schuldbedrag’ Armoede is een risicofactor voor het ontstaan van schuldproblematiek. En wanneer er problematische schulden zijn, is er door een laag besteedbaar inkomen vrijwel altijd sprake van armoede. De verwachting is dat door veel in te zetten op voorlichting en preventie, alsmede een goed armoedebeleid te voeren, de schuldproblematiek kan afnemen. Bij dit operationele doel vallen daarom alle inspanningen op armoede- en schuldproblematiek. Op pag. 49 van het coalitieakkoord zijn enkele maatregelen specifiek benoemd, die aanvullend op het bestaande armoedebeleid worden genomen. Twee van de maatregelen, het afschaffen van hondenbelasting voor de eerste hond van minima en gratis openbaar vervoer voor oudere minima, worden buiten het sociaal domein gerealiseerd. Omdat ze wel bijdragen aan het doel, zijn deze maatregelen hier wel benoemd. De andere maatregelen die omtrent armoede specifiek in het coalitieakkoord staan (eveneens op pag. 49) zijn het uitbreiden van dagkaarten openbaar vervoer binnen de Rotterdampas en het beschikbaar stellen van de Rotterdampas tegen gereduceerd tarief aan mensen in de schuldhulpverlening. Deze maatregelen worden wel binnen het sociaal domein en specifiek binnen deze programmalijn, uitgewerkt. Ook is het vergroten van het bereik een blijvend punt van aandacht.
De uitvoering van de energietoeslag heeft ons geleerd dat we nog niet de gehele doelgroep bereiken. Gegevenskoppeling met bijvoorbeeld de Belastingdienst om huishoudens met lage inkomens te identificeren, zijn wegens privacyregels niet mogelijk. Om het bereik toch te kunnen vergroten, stellen we deze collegeperiode een communicatieplanning hiertoe op. Hierbij is een link te leggen met de communicatiecampagne en themacampagnes uit de programmalijn gemeentelijke regierol. Ook procesvereenvoudiging is onderdeel van deze inspanning; 25
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 met name uit cliëntervaringen komt naar voren dat aanvragen van voorzieningen niet voor iedereen eenvoudig is. Hierin zullen we dus nog een stap moeten maken. Deze inspanning is gereed wanneer een viertal producten zijn opgeleverd: 1. Extra dagkaarten OV bij de Rotterdampas toegevoegd 2. Rotterdampas is beschikbaar tegen gereduceerd tarief voor mensen in de schuldhulpverlening 3. Er is een communicatieplanning voor het vergroten van het bereik van armoedevoorzieningen 4. Er is een voorstel vastgesteld voor procesvereenvoudiging voor het aanvragen van armoederegelingen Deze inspanning kan binnen de bestaande middelen en capaciteit worden gerealiseerd, mits niet al deze zaken gelijktijdig hoeven worden opgeleverd. Voor de onderdelen 1 en 2 zijn reeds middelen beschikbaar gesteld binnen de begroting sociaal domein. Ook voor het vergroten van bereik is financiële ruimte beschikbaar. Bij een heel groot succes (veel extra verleningen), kan zijn dat deze middelen niet toereikend zijn. Op pag. 47 van het coalitieakkoord is aangegeven om een bepaald bedrag aan giften voor bijstandsgerechtigden niet in mindering te brengen op de uitkering. Met het collegebesluit van 27 september 2022, waarin hiertoe een beleidsregel is vastgesteld, is deze inspanning gerealiseerd.
De energietoeslag is een landelijke regeling, uitgevoerd door gemeenten, om mensen met hoge energielasten en een laag inkomen tegemoet te komen (pag. 49 coalitieakkoord). De energietoeslag is de afgelopen periode steeds aangepast door de rijksoverheid, onder andere het bedrag en de doelgroep (studenten zijn toegevoegd). Deze inspanning wordt uitgevoerd door wijzigingen in rijksbeleid steeds te volgen, het bereik en de uitvoering te monitoren en wijzigingen in de praktijk door te voeren. Wanneer de energietoeslag door het rijk niet meer beschikbaar wordt gesteld, wordt deze inspanning afgerond. Op pag. 22 en 49 van het coalitieakkoord wordt aandacht gegeven aan energiearmoede. Deze inspanning is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Duurzaamheid en programmalijn Bestaanszekerheid binnen het sociaal domein om een plan op te stellen om energiearmoede tegen te gaan. Deze collegeperiode zal het plan worden opgesteld en vastgesteld. Implementatie kan in deze periode en de volgende plaatsvinden. Dit is afhankelijk van de genomen maatregelen in het plan. De middelen zullen vermoedelijk vanuit Duurzaamheid beschikbaar worden gesteld. ‘We zijn tegen de kostendelersnorm bij thuiswonende kinderen tot 27 jaar en vinden het daarom terecht dat deze volgend jaar wordt afgeschaft’, zo staat op pag. 47 van het coalitieakkoord te lezen.
De wijziging van de kostendelersnorm is toegevoegd aan het wetsvoorstel ‘Breed offensief’. Hierin is opgenomen dat de leeftijd waarop de kostendelersnorm van toepassing is, wordt verhoogd van 21 naar 27 jaar. Door dit wetsvoorstel wordt de kostendelersnorm zodanig gewijzigd dat inwonende jongvolwassenen tot 27 jaar niet 26
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 langer meetellen als kostendeler voor de uitkering van huisgenoten (vaak de ouders). Beoogde ingangsdatum is 1 januari 2023. Eveneens met collegebesluit van 27 september 2022 is vooruitlopend op de wetswijzing een beleidsregel doorgevoerd, die maatwerk hieromtrent beter omschrijft. Deze inspanning is gerealiseerd als de wetswijziging kostendelersnorm in Nissewaard in de praktijk wordt uitgevoerd. Het kinderfietsenplan (pag. 49 coalitieakkoord) is een idee van de ANWB om fietsen aan kinderen van minima beschikbaar te stellen. De fietsen worden verkregen uit donaties van tweedehands fietsen, die vervolgens door vrijwilligers en stagiairs (bijvoorbeeld van de praktijkschool) worden opgeknapt. In Nissewaard wordt bekeken op welke wijze we een dergelijk plan kunnen realiseren, met gebruikmaking van zoveel mogelijk lokale/regionale initiatieven die er al zijn. Het plan wordt opgesteld, vastgesteld en uitgevoerd. De inspanning is gerealiseerd wanneer het plan is vastgesteld en de hiervoor beschikbare middelen aan een of meer externe partijen zijn verstrekt. De middelen ad € 50.000 per jaar zijn reeds opgenomen in de begroting. In het coalitieakkoord wordt op pag. 48 aandacht besteed aan de gevolgen van stress bij inwoners met schulden.
Een van de maatregelen om stress bij schulden te verminderen is het vaker inzetten van saneringskredieten bij schuldregelingen. Bij de start van het schuldhulpverleningstraject wordt berekend hoeveel de inwoner van zijn budget maandelijks kan betalen gedurende het drie jaar durend traject. Dit wordt het saneringskrediet. Met het saneringskrediet wordt de schuld bij alle schuldeisers in een keer afgekocht, tegen kwijting. Dit bedrag wordt ook direct aan hen uitbetaald. Er resteert dan nog maar één schuldeiser, namelijk de verstrekker van het saneringskrediet. Dit in tegenstelling tot een traditioneel minnelijk schuldtraject, waarin er maandelijks wordt gereserveerd en pas aan het einde van het traject de schuldeisers het overeengekomen percentage aflossing ontvangen tegen kwijting. Een saneringskrediet vermindert de kans dat gedurende de schuldhulpverlening problemen ontstaan en alle schuldeisers vervolgens alsnog hun schuld komen opeisen. Door meer saneringskredieten in te zetten, vermindert niet alleen de gemiddelde schuld, het vergroot de kans op een succesvol traject en vermindert de stress gedurende het traject, omdat er nog maar een schuldeiser is en de situatie dus veel overzichtelijker en voorspelbaarder is. In 2021 waren er 117 geslaagde minnelijke schuldtrajecten, waarvan er 52 schuldregelingen waren en 65 saneringskredieten.
Een tweede stress reducerende inspanning is het voortzetten van de stress sensitieve dienstverlening bij schuldhulpverlening. Dit wordt op pag. 48 van het coalitieakkoord expliciet benoemd. In de vorige collegeperiode is deze methode ingezet, maar alleen tijdelijk. In deze periode zal deze vorm van dienstverlening structureel worden ingebed en waar mogelijk worden verbreed naar andere onderdelen van het sociaal domein. De financiële middelen hiervoor zijn inmiddels in de begroting opgenomen. Deze inspanning is gerealiseerd indien stress sensitieve dienstverlening structureel binnen schuldhulpverlening wordt ingezet en wanneer bekend is in welke andere onderdelen deze dienstverlening binnen de beschikbare middelen kan worden geïmplementeerd.
27
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 Tot slot benoemen we in dit onderdeel de inwoners die te maken hebben gehad met de toeslagenaffaire. In de vorige collegeperiode is de ondersteuning van deze specifieke groep opgezet. In deze collegeperiode zetten we die werkwijze voort en organiseren we, indien mogelijk, twee maal per jaar een lotgenotencontact (pag. 48 coalitieakkoord). Deze inspanning is gerealiseerd wanneer tenminste drie lotgenoten-contactmomenten zijn georganiseerd. Daarna wordt het gezien als regulier werk. Binnen de middelen voor de toeslagenaffaire kan dit worden gerealiseerd.
Toelichting op inspanningen bij doel ‘inburgering’ Het doel van de Wet inburgering is door in te zetten op ontwikkeling, statushouders in staat te stellen volwaardig mee te kunnen doen in onze maatschappij. Eerste randvoorwaarde hiervoor is dat statushouders ook daadwerkelijk in Nissewaard worden gehuisvest. Deze verantwoordelijkheid valt onder het domein wonen en is daarom wit gekleurd. Vanuit het sociaal domein wordt echter ook inzet gepleegd om deze huisvesting mogelijk te maken en wanneer de personen bekend zijn, hen te ondersteunen. Zo wordt maatschappelijke begeleiding ingezet vanuit Vluchtelingenwerk (door ons gesubsidieerd) en is team Taal binnen de gemeente contactpunt voor inburgering en het begeleiden naar werk voor deze doelgroep. Per 2022 is de nieuwe Wet inburgering ingegaan, die gemeenten een grotere verantwoordelijkheid geeft voor de inburgering van met name vluchtelingen (statushouders). Het beleid hiertoe is vormgegeven en de inburgeringstrajecten zijn ingekocht (pag. 50 coalitieakkoord). De uitvoering zal de komende tijd nadrukkelijk gevolgd worden. Waar nodig zal het beleid worden bijgesteld. Deze inspanning is gerealiseerd indien er een aanpassing van het inburgeringsbeleid is vastgesteld door het college of indien er voor 31-12-2024 geen aanpassingen nodig werden geacht.
Ook is onderdeel van deze inspanning om de (effect)meting van inburgering in het bestuursverslag sociaal domein vorm te geven. De startklas is een verlengde intake om te bepalen hoe leerbaar een inburgeraar is en welk soort inburgeringsroute voor deze persoon het meest geschikt is. Ook kan de inburgeraar vast wennen aan de wijze waarop onderwijs in Nederland wordt gegeven. De startklas is een van de instrumenten die kan worden ingezet binnen de huidige werkwijze. Omdat dit een specifiek instrument is, wordt deze hier expliciet benoemd en ook expliciet geëvalueerd. Deze inspanning is gerealiseerd wanneer een notitie is vastgesteld over de ervaringen en eventuele bijstelling van de startklas.
Toelichting op inspanningen bij doel ‘laag geletterdheid’ Laaggeletterdheid komt in Nederland bij meer dan 10% van de volwassenen voor. Aanpak van laaggeletterdheid werkt preventief op allerlei andere leefdomeinen. Hieronder volgen de inspanningen die in deze collegeperiode omtrent laaggeletterdheid worden ingezet. 28
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026
Op pag. 50 van het coalitieakkoord wordt aandacht gegeven aan laaggeletterdheid en de rol van Taalhuis daarbinnen. Vooral de kwaliteit van trajecten aangeboden door taalaanbieders, mag niet ter discussie staan. Daarom wordt in deze collegeperiode een meerjarenplan opgesteld met een begroting voor het Taalhuis om de kwaliteit van het aanbod te garanderen. Certificering is hier onderdeel van. Vanuit de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) krijgen volwassenen de mogelijkheid basisvaardigheid te leren, voor zover dat tijdens de leerplichtige leeftijd niet is gebeurd. Het gaat dan bijvoorbeeld om taalonderwijs, rekenen, digitale vaardigheden, Nederlands als tweede taal (als vervolg op inburgering) en algemeen voortgezet onderwijs voor volwassenen (VAVO). De voorzieningen op grond van de WEB worden regionaal gerealiseerd. Hiertoe vindt een regionale aanbesteding plaats. Deze inspanning is gerealiseerd wanneer de regionale aanbesteding een of meer aanbieders heeft opgeleverd en de toeleiding naar deze voorzieningen in Nissewaard is geïmplementeerd. In de voorgaande twee inspanningen worden de voorzieningen gerealiseerd om laaggeletterdheid aan te pakken. Met deze inspanning wordt getracht het bereik onder de doelgroep te vergroten. Hiertoe wordt een actieplan opgesteld.
Laaggeletterden bereik je moeilijker via reguliere vormen van communicatie, dus zal in dit actieplan meer onorthodoxe manieren moeten worden gevonden om het bereik te vergroten. Hierbij zal zeker ook gekeken worden naar vormen die elders lijken te werken. Deze inspanning is gerealiseerd als het actieplan is vastgesteld, inclusief het beschikbaar stellen van eventueel benodigde extra middelen hiervoor.
Programmalijn opvoeden & opgroeien Ouders zijn de eerstverantwoordelijke voor de opvoeding van hun kinderen. Ouders en (school)omgeving bieden het kind de mogelijkheden zich te ontwikkelen, talenten en voorkeuren te leren kennen en op te groeien tot zelfstandige volwassenen. We faciliteren en stimuleren de samenleving hiertoe en bieden ondersteuning als opvoed- en opgroeiproblemen ‘het normale’ overstijgen. Deze ondersteuning past bij de problematiek en de draagkracht van het gezin en is gericht op duurzame oplossingen binnen de sociale omgeving. Binnen deze programmalijn vallen onderwerpen als preventie en vroegsignalering van problemen bij opvoeden en opgroeien en laagdrempelige aanpak hiervan, jeugdgezondheidszorg, jeugdhulp, voor- en vroegschoolse educatie, aanpak van onderwijsachterstanden, aansluiting onderwijs en jeugdhulp, preventie en aanpak van voortijdig schoolverlaten en leerplicht. In onderstaand schema worden de operationele doelen en bijbehorende inspanningen binnen deze programmalijn benoemd. Na het schema volgt een toelichting. 29
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026
30
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 Toelichting op inspanningen bij doel ‘preventief aanbod jeugd’ Preventie wordt door de coalitie zeer belangrijk geacht en er is door het gehele coalitieakkoord aandacht voor. Specifiek op pag. 40 wordt het belang van preventie beschreven, zowel gericht op gezonde en gelukkige inwoners, als op beheersbaarheid van kosten in het sociaal domein. Daarom wordt expliciet binnen de programmalijnen opvoeden & opgroeien en kwetsbare volwassenen ingezet op preventie. Naast uiteraard de programmalijn sterke samenleving, die geheel als preventie zou kunnen worden gezien. In de programmalijn sterke samenleving is uitgebreid ingegaan op de sociale kaart. De rol vanuit deze programmalijn is beperkt tot het actief onder de aandacht brengen van de sociale kaart in de opbouwfase en wanneer deze actief is. Daarom is deze inspanning wit, hetgeen betekent dat de hoofdverantwoordelijkheid elders ligt, in dit geval in de programmalijn sterke samenleving.
Specifieke aandacht wordt in het coalitieakkoord (pag. 42) gegeven aan investeren in ouderschap en opvoeden, om problemen hierbinnen te kunnen voorkomen of laagdrempelig te kunnen oplossen. De mogelijkheid van Ouderwijzer, of alternatieven hiervoor, zal hiertoe worden onderzocht. Ook zal worden bekeken hoe organisaties in Nissewaard met algemeen ondersteunend (hulp)aanbod, zoals CJG en (school)maatschappelijk werk hierin een volgende slag kunnen maken. In navolging hierop wordt gekeken in hoeverre preventieve instrumenten beter kunnen worden ingezet wanneer er sprake is van problematiek of onervarenheid van ouders, bijvoorbeeld bij het omgaan met beperkingen van het kind. Dit kan helpen jeugdhulp voor het kind te voorkomen of sneller te kunnen afbouwen. In paragraaf 2.2.4 van het coalitieakkoord wordt gesproken over een integrale preventieve aanpak ten aanzien van jeugdoverlast. Alhoewel dit de eerste verantwoordelijkheid is van het veiligheidsdomein, is het wel van belang hier vanuit het sociaal domein aan mee te denken en te werken. Aanpak van jeugdoverlast en het hieruit identificeren van jeugdigen met (een risico op) problematiek, werkt immers preventief voor het sociaal domein. Het helpt voortijdig schoolverlaten voorkomen en daarmee het risico op uitkeringsafhankelijkheid.
Het kan voorkomen dat jeugdigen met justitie in aanraking komen en vervolgens in de jeugdreclassering (onderdeel van jeugdhulp) terecht komen. En het kan voorkomen dat andere kinderen binnen het gezin problemen gaan ondervinden, doordat naast de overlast gevende jeugdige ook het gezin van de jeugdige onder de aandacht komt. Tot slot wordt hier de doorontwikkeling en optimalisering van de huisartsenroute genoemd, met aandacht voor de rol van de POH. Na enkele jaren werken met de POH blijkt dat dit als positief wordt ervaren door inwoners en huisartsen en blijkt dat dit financieel iets meer oplevert dan het kost. De grote besparingen die hiervan echter werden verwacht, zijn tot nu toe uitgebleven. Binnen de landelijke hervormingsagenda jeugdhulp wordt de POH GGZ jeugd wel als instrument benoemd dat besparing kan opleveren. Tegelijk constateren we dat de wettelijke mogelijkheid van de huisarts om te verwijzen naar jeugdhulp in 2021 weer meer is 31
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 gebruikt. Na de gemeente is de huisarts de grootste verwijzer naar persoonsgebonden jeugdhulp en in 2021 de enige met een stijging in het aantal verwijzingen. Om meer grip te krijgen op de kosten en een integralere blik op oplossingsmogelijkheden te bieden, is optimaliseren en doorontwikkelen van huisartsenroute en POH van belang. Een eerste verkenning hiervan kan binnen de reguliere formatie en middelen plaatsvinden. Afhankelijk van die verkenning, kan voor verdere aanpak extra (tijdelijke) middelen nodig zijn. Doel is wel uiteindelijk een besparing te realiseren door het optimaliseren van deze route. Hiertoe zou een businesscase gemaakt kunnen worden.
Toelichting op inspanningen bij doel ‘voortijdig schoolverlaters’ De gemeente heeft een rol in de aanpak van voortijdig schoolverlaten, namelijk het terugleiden van voortijdig schoolverlaters naar een vorm van onderwijs en als dat niet mogelijk is, naar werk. In feite is de aanpak van voortijdig schoolverlaten en sluitstuk van de aanpak kansengelijkheid in het onderwijs. Daarentegen is deze aanpak preventie voor kwetsbaarheid in het volwassen leven. In de vorige collegeperiode is een aanvang gemaakt met meer preventief werken in de aanpak van voortijdig schoolverlaten. Er wordt al gehandeld wanneer jongeren veelvuldig verzuimen en niet pas wanneer er meldingen via DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) bij het regionaal meld- en coördinatiepunt (RMC) binnenkomen. Dit brengt meer zaken aan het licht. Het doel hiervan is dat uiteindelijk minder jeugdigen daadwerkelijk het onderwijs verlaten zonder startkwalificatie. Deze ingezette werkwijze zal in deze collegeperiode worden doorontwikkeld. Ook de landelijke registratiewijze zal worden doorgevoerd. Onderdeel arbeidsmarkt & onderwijs binnen regiodeal gaat met name over dat onderwijs en arbeidskrachten aansluiten op de vraag van de arbeidsmarkt. Binnen deze inspanning betreft het met name de samenwerking tussen scholen voor voortgezet onderwijs en MBO in de regio, zodat jongeren in de regio blijven.
Vanuit bestuursadvies wordt er momenteel op dit onderdeel ingezet. Tijdens de strategische dagen is afgesproken dat vanuit bestuursadvies wordt gekeken naar mogelijkheden van externe financiering voor inzet van capaciteit hierop vanuit het sociaal domein. Zonder extra financiering is inzet vanuit het sociaal domein op dit onderdeel niet mogelijk. Het valt immers niet binnen de reguliere taken die de gemeente heeft op het gebied van onderwijsachterstand, leerplicht en voortijdig schoolverlaten. Uiteindelijk kunnen inspanningen binnen de regiodeal mogelijk wel helpen om leerlingen op school te houden, waardoor deze inspanning hier wel is opgenomen. De verantwoordelijkheid voor de regiodeal ligt echter buiten het sociaal domein. De laatste inspanning bij dit operationeel doel, hoort tevens bij het volgende operationele doel, namelijk in gesprek gaan over kwaliteitsverbetering in het onderwijs. Om goed te kunnen inspelen op voorkomen en aanpakken van schoolverzuim, is het van belang niet alleen op individueel niveau te kijken (reguliere taak), maar ook te bezien of hier een rode draad uit is te destilleren, waar in samenwerking met scholen wellicht een meer gedeelde aanpak en meer algemeen aanbod op mogelijk is. Dit zal in een combinatie tussen leerplicht en voortijdig schoolverlaten worden bekeken. Omdat nog onduidelijk is of hier iets uitkomt en 32
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 zo ja in welke richting, is het nog niet duidelijk of hiermee extra kosten zijn gemoeid. Indien er extra kosten zijn, wordt eerst gekeken of dit uit de middelen RMC/VSV kan worden bekostigd. Is dit niet mogelijk dan zal het een politieke afweging zijn in hoeverre hiervoor middelen beschikbaar worden gesteld.
Toelichting op inspanningen bij doel ‘in gesprek met onderwijs over kwaliteitsverbetering’ Uit het bestuursverslag blijkt dat we op de meeste indicatoren die samenhangen met onderwijs, minder goed scoren dan de 50% meest gemiddelde gemeenten. Op deze indicatoren heeft de gemeente geen rechtstreekse invloed. Het is voornamelijk het onderwijs die hierin een rol van betekenis moet spelen. Het is echter wel de Nissewaardse jeugd en toekomstige Nissewaardse volwassenen waar dit over gaat. Dat maakt de urgentie groot genoeg om het gesprek met het onderwijs te willen voeren over kwaliteitsverbetering, specifiek met scholen die lager scoren dan een voldoende bij de Onderwijsinspectie. Dergelijke gesprekken kunnen niet onvoorbereid worden gestart. Dit vergt ten eerste goede analyse van de inspectierapporten over welke scholen het betreft die minder dan voldoende scoren en op welke onderdelen verbetering wordt verwacht. Onderdeel daarvan is tevens de analyse op welke onderdelen er samenhang is met taken van de gemeente. Zo kunnen onderwijs en gemeente gezamenlijk werken aan het versterken van de kansengelijkheid voor kinderen. Hierbij leggen we in deze collegeperiode de nadruk op het primair onderwijs. Naast de analyse stellen we ook een werkwijze op voor het voeren van deze gesprekken, het maken van afspraken en het monitoren van de ontwikkelingen.
Omdat dit onderdeel is van de gemeentelijke taak in de aanpak van onderwijsachterstanden, specifiek op taal, wordt de extra inzet die hierop nodig is bekostigd uit de rijksmiddelen voor onderwijsachterstanden (OAB). Een van de onderdelen waar onderwijs en gemeente elkaars verantwoordelijkheden raken is Passend Onderwijs. Binnen de regioagenda jeugdhulp Rijnmond worden regionaal afspraken gemaakt tussen gemeenten en onderwijs over grensverkeer en verduidelijking over verantwoordelijkheden en samenwerking op het gebied van passend onderwijs. Nissewaard wordt in deze werkgroep vertegenwoordigd door Voorne aan Zee, waarbij afstemming plaatsvindt in de subregionale afstemmingsoverleggen Voorne-Putten/Goeree-Overflakkee (VPGO) over jeugd. Mogelijk dat de uitkomsten hiervan ook lokaal inbedding zullen vragen. De mate waarin dat nodig is, is echter nog onduidelijk. Vooralsnog is hiervoor geen extra capaciteit noodzakelijk. Voor groepsgewijze afstemming met onderwijs en kinderopvang is reeds een platform ingericht, de Lokale Educatieve Agenda (LEA). Ook dit is een van de netwerken waarin de gemeente actief is vanuit het sociaal domein en uitvoering van deze inspanning draagt daarmee tevens bij aan de inspanning om van 10 netwerken duidelijker doel en afspraken vast te leggen.
In de vorige collegeperiode hebben we voldaan aan de opdracht van de Inspectie om ons als gemeente meer te richten op beleid en regievoering met betrekking tot onderwijsachterstanden. Het beleid daartoe is inmiddels vastgesteld. De uitvoering hiervan en regie daarop is deze collegeperiode van belang. Hiertoe is het doorontwikkelen van het bijbehorende platform LEA een vervolgopdracht (pag. 42 van het coalitieakkoord). Dit draagt tevens bij aan het volgende doel om 33
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 het bereik van doelgroepkinderen met VVE te vergroten. Omdat dit onderdeel is van de gemeentelijke taak in de aanpak van onderwijsachterstanden, specifiek op taal, wordt de extra inzet die hierop nodig is bekostigd uit de rijksmiddelen voor onderwijsachterstanden (OAB).
Toelichting op inspanningen bij doel ‘vergroten bereik doelgroepkinderen VVE’ De gemeente heeft een wettelijke taak om jonge kinderen met (een risico op) onderwijsachterstand (doelgroepkinderen) een aanbod te doen voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE), dat wordt uitgevoerd door kinderopvangorganisaties. Vergroten van het bereik van deze doelgroepkinderen naar het landelijk gemiddelde, is het doel. In ‘Het Gemeentelijk Onderwijskansenbeleid’ wordt er gestuurd op het integraal vergroten en bevorderen van onderwijskansen voor alle kinderen in de gemeente Nissewaard. Er wordt ingezet op het voorkomen van (taal)achterstanden, het verminderen en het vroegsignaleren van (taal)achterstanden en de brede ontwikkeling en het welzijn van kinderen om tot leren en (cognitieve) ontwikkeling te komen. In samenhang met ‘Het Gemeentelijk Onderwijskansenbeleid’ is ook ‘Het Voor- en Vroegschools Educatie beleid’ en ‘Het samenwerkingskader Lokale Educatieve Agenda’ ontwikkeld. Het Gemeentelijk Onderwijskansenbeleid is vastgesteld door de raad op 23 februari 2022, en zal in deze collegeperiode tot uitvoering worden gebracht. Aan de aanpak van onderwijsachterstanden wordt door de coalitie veel belang gehecht, zo blijkt uit paragraaf 5.3.3 van het coalitieakkoord.
Aan deze inspanning is voldaan als alle acties uit het desbetreffende beleid zijn gerealiseerd1 en wanneer voor deze OAB-periode is vastgelegd op welke wijze we de rijksmiddelen in basis jaarlijks besteden. Omdat dit onderdeel is van de gemeentelijke taak in de aanpak van onderwijsachterstanden, specifiek op taal, wordt de extra inzet die hierop nodig is bekostigd uit de rijksmiddelen voor onderwijsachterstanden. In mei 2022 is in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs de notitie ‘Kansrijk Ontwikkelen’ binnen Nissewaard vastgesteld. Het doel van NPO is het (financieel) mogelijk maken om, samen met voorscholen, het onderwijs en lokale partners, maatregelen te treffen corona-gerelateerde vertragingen van kinderen in te lopen. Binnen Nissewaard worden de middelen besteed aan intensivering van inzet op sociaal-emotionele ontwikkeling (o.a. ondersteuning van kinderen op het sociaal-emotionele vlak en ouderbetrokkenheid), cognitieve ontwikkeling (leervertragingen in de voorschool en op school verminderen met extra inzet op kwetsbare kinderen) en kansrijke verbinding tussen professionals. In dit verband wordt de gelijke kansentafel georganiseerd, waarin de intensivering van de aanpak ter bevordering van gelijke kansen in het onderwijs wordt vormgegeven (pag. 44 van het coalitieakkoord). Deze inspanning is behaald wanneer de genoemde acties zijn uitgevoerd1.
Uitvoering van NPO wordt binnen deze rijksmiddelen gefinancierd, eventueel aangevuld uit OAB.
1
Door voortschrijdend inzicht kan het zijn dat bepaalde acties niet langer meerwaarde hebben of op andere wijze worden ingevuld. Wanneer dit gemotiveerd wordt weergegeven, geldt de actie toch als zijnde gerealiseerd.
34
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 Toelichting op inspanningen bij doel ‘jeugdh ulp met verblijf’ Jeugdhulp met verblijf is hulp waarbij de jeugdige niet meer (volledig) thuis woont, al dan niet tijdelijk. Doel is dat eind 2024 het Nissewaardse percentage binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten ligt. Het sneller doorstromen van 18-plussers naar geschikte vormen van hulp aan volwassenen kan hier een belangrijk instrument in zijn. De eerst benoemde inspanning is een inspanning die samenhangt met de programmalijn kwetsbare volwassenen. Deze zal daar vanuit volwassen-perspectief worden behandeld. Uit recente informatie blijkt dat de afgelopen twee jaar met name het aantal 18-plussers met jeugdhulp met verblijf sterk is gestegen. Jeugdhulp is voor deze groep niet duurzaam, want de jeugdhulp is eindig en overgang naar zorg voor volwassenen is noodzakelijk. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt. Verlengde pleegzorg, tot 21 jaar, is veelal de beste vorm van ondersteuning voor de jongvolwassene, en kent voor de gemeente beperkte kosten. Van belang is de overgang van jeugdhulp naar noodzakelijke hulp voor volwassenen tijdig en goed te begeleiden. Dit proces moet worden verbeterd. Hiertoe is in het kader van de regio-agenda ook de werkgroep 18-/18+ opgericht, waar wij als Nissewaard in participeren.
Daarbij is inzet op doorstroming vanuit jeugdhulp met verblijf naar een volwassen vorm van hulp, de prioriteit. Dit kan Wmo-ondersteuning zijn, zoals een vorm van beschermd of begeleid wonen (zie programmalijn kwetsbare volwassenen) of bijvoorbeeld doorstroming naar een instelling voor volwassenen, die buiten gemeentelijke bekostiging valt. Het is vooralsnog onduidelijk of deze inspanning binnen bestaande capaciteit kan worden uitgevoerd. In de meerjarenbegroting 2023 is een taakstelling hieromtrent opgenomen van € 50.000 in 2025 en € 100.000 structureel vanaf 2026, waarmee deze inspanning bijdraagt aan een toekomstbestendig sociaal domein (pag. 39 en 40 van het coalitieakkoord). In het kader van de regio-agenda jeugdhulp, werken de gemeenten binnen de jeugdhulpregio Rijnmond samen aan een aantal verbeteringen. Vanuit het perspectief van huidige jeugdhulpinstellingen voor verblijf, wordt landelijk samengewerkt aan de wijze waarop dit kan worden afgebouwd en omgevormd naar kleinschaliger voorzieningen, die meer aansluiten bij de huidige visie. Door de Uitvoeringsorganisatie (UO) van de GR JR wordt aan deze ontwikkeling meegewerkt en via ambtelijke gremia binnen de GR JR worden we betrokken en meegenomen. Een werkgroep waarin Nissewaard wel rechtstreeks zitting heeft betreft verbetering van de veiligheidsketen, waaronder vormgeving van het landelijke toekomstscenario.
Het toekomstscenario schetst op hoofdlijnen hoe de kind- en gezinsbescherming (leeftijd min 9 maanden tot 100+) er over enkele jaren uit zou kunnen zien. Wanneer deze keten beter werkt, is de verwachting dat uithuisplaatsing en daarmee jeugdhulp met verblijf vanwege veiligheidsredenen, kan worden beperkt. Vooralsnog vindt deze inspanning plaats binnen bestaande beleidscapaciteit (deelname werkgroep). Lokale implementatie kan niet binnen de huidige capaciteit worden vormgegeven. Het vermoeden is dat het toekomstscenario meer kennis en kunde vergt van de lokale teams en langere betrokkenheid bij een gezin, waardoor extra benodigde uitvoeringscapaciteit voor de hand ligt. Onduidelijk is of er (naast eventuele capaciteit voor implementatie) extra financiële middelen nodig zijn, omdat de extra vereisten van het toekomstscenario nog niet helder zijn. Ook is onduidelijk of hiervoor landelijke financiering beschikbaar wordt gesteld.
35
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 In de vorige collegeperiode is reeds de ‘intensieve vrijwillige hulpverlening’ (IVH) overgeheveld van de jeugdbescherming naar de lokale jeugdondersteuningsteams. Hiermee kan betere aansluiting worden gevonden met andere onderdelen van het sociaal domein en wordt de hulp dichterbij de leefwereld van de jeugdige en het gezin geboden. In deze collegeperiode wordt de IVH in onze subregio geëvalueerd, binnen de beschikbare capaciteit. IVH zou wellicht kunnen bijdragen aan minder jeugdhulp met verblijf en aan meer effectieve ambulante jeugdhulp, dat het volgende operationele doel is binnen deze programmalijn.
Toelichting op inspanningen bij doel ‘effectieve jeugdhulp zonder verblijf’ In de Ontwikkelagenda deel 1 is toegelicht waarom binnen dit operationele doel wordt toegespitst op goede inkoop en doelmatige toewijzing van hulp op casusniveau. Binnen de landelijke hervormingsagenda jeugdhulp wordt van het beperken van de reikwijdte van de jeugdhulp verwacht dat dit de hoeveelheid (jeugdigen met) jeugdhulp vermindert. Hiervoor is echter een wetswijziging noodzakelijk en deze zal nog enige tijd op zich laten wachten. Wat wel binnen de mogelijkheden van de gemeente ligt, is het aanscherpen van de beleidsregels omtrent welke zorg onder de verantwoordelijkheid van ouders valt. Een tweede aspect is meer inzet op bestaanszekerheid. Binnen de hervormingsagenda wordt hiermee bedoeld dat problematiek die in de volwassen wereld speelt, niet met jeugdhulp wordt opgelost. Problematiek door ouders met GGZ-problematiek, schulden, echtscheiding, etc, moet in het volwassen domein worden opgelost. Ook is wenselijk dat de GGZ voor volwassenen rekening houdt met de gevolgen voor kinderen bij keuzes die ze maken (de zogenaamde ‘kindcheck’). Hiermee heeft deze inspanning dus betrekking op de ‘doelmatige toewijzing van hulp’.
Deze inspanning speelt zich deels af in werkgroepen van de jeugdhulpregio Rijnmond (Nissewaard neemt deel aan de werkgroep bestaanszekerheid) en deels zal dit lokaal moeten worden gerealiseerd, bijvoorbeeld door het aanpassen van beleidsregels. Naar verwachting kan deze inspanning binnen de bestaande formatie worden uitgevoerd. Enig voorbehoud moet worden gemaakt omtrent toegang; indien bij implementatie van de uitkomsten van de werkgroep ‘bestaanszekerheid’ veel casusregie of procesregie nodig blijkt om dit te realiseren, kan dit extra uitvoeringskosten vergen. Het onderdeel van de doelstelling dat slaat op de goede inkoop, wordt met deze inspanning gerealiseerd. Zowel binnen de GR JR als lokaal, loopt momenteel een aanbesteding. Enkele producten en diensten die voorheen door de GR JR werden ingekocht, zijn per 2023 overgegaan naar een lokale verantwoordelijkheid. Hiermee kan betere aansluiting worden gevonden met reeds lokaal ingekochte jeugdhulp en met algemene voorzieningen. Hulp kan daardoor meer effectief en dichterbij worden ingezet, zoals bedoeld op pag. 42 van het coalitieakkoord. Voor deze inspanning zijn reeds extra middelen vrijgemaakt voor het aanbestedingsproces en de implementatie. Onderdeel van de hervormingsagenda jeugd is (vermoedelijk) ook standaardisatie van inkoop, productcodes en eventuele andere administratieve zaken gelieerd aan inkoop en contracten.
Indien dit leidt tot aanpassingen in de huidige systemen, administratie en werkwijze, is dit eveneens onderdeel van deze inspanning. 36
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026
Programmalijn kwetsbare volwassenen Ook inwoners die een (ernstige) kwetsbaarheid hebben, moeten kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven (bijv. zo zelfstandig mogelijk wonen en ontmoetings- en ontspanningsactiviteiten). Kwetsbaarheid kan ontstaan door een beperking, of doordat vanwege ouderdom of stapeling van problemen dagelijkse zaken niet meer vanzelfsprekend zijn. Kwetsbaarheid hoort bij het leven, maar mag geen reden zijn om niet te kunnen meedoen. We bieden waar nodig ondersteuning, die zoveel mogelijk gericht is op duurzame oplossingen binnen de samenleving. Binnen deze programmalijn werken we eraan om volwassenen die hulp nodig hebben zo veel mogelijk regie te laten houden over hun eigen leven. Dit vloeit voort uit de wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Daarbij is vooruitgelopen op de wijziging van de Wmo, waarbij de gemeentelijke regierol bij multiproblematiek wordt uitgebreid en de mogelijkheden tot gegevensuitwisseling over domeinen heen wettelijk worden verankerd. Kwetsbaarheid die samenhangt met alleen bestaanszekerheid (financiën, werk, taal), valt binnen de programmalijn bestaanszekerheid. In onderstaand schema worden de operationele doelen en bijbehorende inspanningen binnen deze programmalijn benoemd. Na het schema volgt een toelichting.
37
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026
38
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 Toelichting op inspanningen bij doel ‘preventief aanbod kwetsbare volwassenen’ Preventie wordt door de coalitie zeer belangrijk geacht en er is door het gehele coalitieakkoord aandacht voor. Specifiek op pag. 40 wordt het belang van preventie beschreven, zowel gericht op gezonde en gelukkige inwoners, als op beheersbaarheid van kosten in het sociaal domein. Daarom wordt expliciet binnen de programmalijnen opvoeden & opgroeien en kwetsbare volwassenen ingezet op preventie. Naast uiteraard de programmalijn sterke samenleving, die geheel als preventie zou kunnen worden gezien. In de programmalijn sterke samenleving is uitgebreid ingegaan op de sociale kaart. De rol vanuit deze programmalijn is beperkt tot het actief onder de aandacht brengen van de sociale kaart in de opbouwfase en wanneer deze actief is. Daarom is deze inspanning wit, hetgeen betekent dat de hoofdverantwoordelijkheid elders ligt, in dit geval in de programmalijn sterke samenleving.
Op pagina 46 van het coalitieakkoord staat benoemd dat we de mogelijkheid onderzoeken om het initiatief ‘Onder de pannen’ in te voeren in Nissewaard. Dit initiatief kan ervoor zorgen dat opvang wordt voorkomen, omdat mensen die dakloos zijn geworden bij een particulier kunnen worden ondergebracht. Deze inspanning (het onderzoek) kan binnen de bestaande formatie worden uitgevoerd. Mogelijk dat uit het onderzoek blijkt dat voor de uitvoering extra financiële middelen nodig zijn, indien het advies luidt om dit initiatief in te voeren. Specifiek punt in het voorkomen van de inzet van opvang, is aanpak van de kostendelersnorm. Vooruitlopend op een wetswijziging is per 1 oktober 2022 de gemeentelijke beleidsregel hieromtrent aangepast door toevoeging van een nieuw artikel. Door middel van dit artikel willen wij laten zien dat inwoners zich kunnen beroepen op maatwerk en welke zaken getoetst zullen worden alvorens te bepalen of men in aanmerking komt voor een uitzondering. Dit helpt voorkomen dat thuislozen onnodig een beroep moeten doen op maatschappelijke opvang. Met de ingevoerde beleidsregel is deze inspanning voltooid.
Toelichting op inspanningen bij doel ‘opvang en beschermde woonvormen’ Nissewaard is centrumgemeente voor de taken op gebied van Maatschappelijke Opvang (MO), vrouwenopvang (VO) en beschermd Wonen (BW) op de Zuid Hollandse Eilanden. De bijbehorende afspraken over samenwerking zijn vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst ‘Intergemeentelijke samenwerking op de Zuid Hollandse Eilanden - beschermd wonen en maatschappelijke opvang’. De gemeente Nissewaard fungeert vooralsnog als wettelijke centrumgemeente voor MO en VO en als vrijwillige centrumgemeente voor BW, maar dit kan gaan veranderen. In de komende jaren zijn er verschillende ontwikkelingen, zoals het aflopen van de samenwerkingsovereenkomst en de doordecentralisatie van middelen voor de centrumtaken, die het noodzakelijk maken om op de bestaande vormgeving van de intergemeentelijke samenwerking te reflecteren en deze verder te ontwikkelen. Inhoudelijk willen we ondersteuning bieden in een zo regulier mogelijke woning, zo dichtbij als mogelijk aan de oorspronkelijke leefomgeving. Uiteindelijk is de wens om dit zodanig te organiseren dat opvangcapaciteit in Nissewaard kan worden beperkt. 39
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 Op 11 december 2019 is de regiovisie huiselijke geweld en kindermishandeling ‘Geweld hoort nergens thuis (GHNT) vastgesteld door de raad. Samen met de andere centrumgemeenten in de regio Rijnmond (Vlaardingen en Rotterdam) en de regiogemeenten die tot onze centrumregio behoren (Zuid-Hollandse Eilanden), werken we aan de uitvoering hiervan, het verbeterplan. Onderdelen hierbinnen zijn verbeteren van informatie en advies, versterken lokale teams, (ervarings)deskundigheid, samenwerking en enkele specifieke inhoudelijke thema’s. Hierbij wordt samenwerking gezocht met de werkgroep veiligheidsketen jeugdhulp, om te zorgen dat het toekomstscenario goed kan worden geïmplementeerd (zie programmalijn opvoeden & opgroeien). Deze inspanning kan binnen de bestaande capaciteit en middelen voor centrumtaken (inclusief reserve centrumtaken) worden uitgevoerd. Momenteel wordt gewerkt aan de woonzorgvisie. Op basis van de in de vorige collegeperiode uitgevoerde woonzorganalyse, wordt hierin aangegeven op welke wijze de gemeente naar de toekomst wil omgaan met de (gewijzigde) behoeften op het gebied van wonen met een zorgbehoefte. Hierin zijn de centrumtaken onderdeel, maar ook bijvoorbeeld de toekomstige woonbehoefte van de groep ouderen, die steeds groter wordt.
Aan deze woonzorgvisie wordt gezamenlijk met het beleidsterrein Wonen gewerkt en hierin geldt een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de totstandkoming van een visie. Na het vaststellen van deze visie, moet deze worden geïmplementeerd. Vanuit het sociaal domein geldt daarvoor de verantwoordelijkheid voor het zorgdeel. Het woondeel ligt bij beleidsterrein Wonen. Uiteraard zal ook hier deels een gezamenlijke verantwoordelijkheid liggen voor de implementatie, bijvoorbeeld waar het gaat om borging in prestatieafspraken tussen gemeente en corporaties. Deze inspanning wordt binnen de bestaande capaciteit uitgevoerd. Financiële implicaties zijn momenteel nog niet te overzien en zullen voor zover mogelijk in de visie worden meegenomen. Met de regiogemeenten is geïnventariseerd welke specifieke vervolg- en verbeteracties op het gebied van Beschermd Wonen en Opvang nodig zijn, waarover op regionaal niveau afstemming en/of besluitvorming nodig is. Dit is vastgelegd in het regionale beleidsplan ‘Een beschermd thuis op de Zuid Hollandse Eilanden’ dat in januari 2020 is vastgesteld door het college. Onderwerpen in de doorontwikkeling zijn cliëntondersteuning & ervaringsdeskundigheid, samenwerking (regionaal en landelijk), stabiele woonomgeving, preventie, vroegsignalering en schulden, daginvulling, toegang tot voorzieningen en continuïteit van zorg en ondersteuning.
De implementatie hiervan vindt in deze collegeperiode plaats. Met betrekking tot maatschappelijke opvang (MO) is in de regio het streven om het gebruik van MO zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent dat de verschillende gemeenten met lokaal beleid stevig moeten inzetten op preventie van dak- en thuisloosheid door o.a. het realiseren van een sluitende aanpak, variatie in woonvormen en passende begeleiding. Voor de mensen die toch een beroep moeten doen op de maatschappelijke opvang is het van belang dat ze zo snel mogelijk kunnen uitstromen naar een passende woonplek. De gemeenten Nissewaard, Goeree-Overflakkee, Hoeksche Waard en Voorne aan Zee stellen elk een lokaal plan van aanpak voorkomen dak- en thuisloosheid op en zijn hier ook lokaal voor verantwoordelijk. Waar wenselijk kan op regionaal niveau worden samengewerkt in het kader van preventie. Om van elkaar te kunnen leren, is op regionaal niveau de werkgroep ‘preventie en nazorg’ ingesteld, waar verschillende thema’s worden behandeld en ervaringen worden uitgewisseld. Deze inspanning wordt binnen de bestaande middelen voor centrumtaken uitgevoerd. 40
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 Deze inspanning hangt samen met de inspanning uitstroom 18+ uit jeugdhulp met verblijf, binnen de programmalijn opvoeden & opgroeien. Vanuit deze programmalijn ligt de nadruk op het realiseren van (begeleid) woonprojecten om doorstroming van jongvolwassenen uit de jeugdhulp met verblijf te bevorderen. Een van de redenen waarom doorstroming onvoldoende plaatsvindt, is dat er onvoldoende geschikte woonruimte met ondersteuning is voor deze jongvolwassenen. Risico is dat deze groep dakloos raakt, wanneer uitstroom uit de jeugdhulpinstelling plaatsvindt. Uit lokaal onderzoek is gebleken dat jongvolwassenen een substantieel deel uitmaken van de groep daklozen. Door woonprojecten voor deze groep te realiseren, kan doorstroming uit jeugdhulp met verblijf worden bevorderd en wordt dakloosheid voorkomen. Deze inspanning kan binnen de capaciteit en middelen van de centrumtaken worden gerealiseerd. Periodiek worden er vanuit beleidsterrein Wonen afspraken gemaakt tussen gemeente en woningcorporaties over wederzijdse prestaties. Onderdeel van deze prestatieafspraken is ook het optimaliseren van de afspraken omtrent huisvesting van bijzondere doelgroepen.
Dit kan bijvoorbeeld gaan om huisvesting van statushouders, personen die vanuit een instelling komen, bevorderen van doorstroming uit opvangvoorzieningen en voorkoming van huisuitzetting, bijvoorbeeld wegens schuldproblematiek. Onderdeel van deze inspanning is het maken van de afspraken, maar ook het geven van uitvoering daaraan. Deze inspanning kan binnen de bestaande capaciteit worden uitgevoerd, voor zover het het maken van de afspraken betreft. Mogelijk dat afspraken dermate grote implicaties hebben, dat hiervoor extra middelen beschikbaar moeten worden gesteld. Deze inspanning is gerealiseerd als de prestatieafspraken voor 2023 en 2024 op de onderdelen ‘wonen en zorg’ en ‘achter de voordeur’, zijn vastgesteld en uitgevoerd. De laatste inspanning bij deze operationele doelstelling is niet zozeer inhoudelijk. Om naar de toekomst toe, met gewijzigde gemeentelijke bevoegdheden vanwege de doordecentralisatie, een goede en rechtmatige manier van samenwerken te realiseren, zijn andersoortige afspraken nodig met de regiogemeenten. Ook is onderwerp van gesprek met regiogemeenten welke taken iedere gemeente lokaal en welke taken we gezamenlijk willen doen. Deze inspanning is gerealiseerd als nieuwe afspraken hieromtrent zijn vastgesteld. Deze inspanning wordt binnen capaciteit en middelen van de centrumtaken uitgevoerd.
Toelichting op inspanningen bij doel ‘Wmo urgentie-triage’ Met dit doel wordt ingezet op een goede schifting tussen de meest kwetsbare inwoners en inwoners die (tijdelijk) nog andere mogelijkheden hebben. Door een snelle triage, waarbij inzet is om inwoners met ernstige urgente problematiek het snelst te helpen, wordt recht gedaan aan het Wmo-gedachtegoed. De operationele doelstelling van urgentie-triage is noodzakelijk geworden door het stijgende aantal aanvragen en verleningen van Wmo-voorzieningen, vanwege de invoering van het abonnementstarief. Het kabinet heeft in het regeerakkoord opgenomen het abonnementstarief te herzien, in ieder geval voor huishoudelijke hulp. De regering werkt naar ‘een eerlijkere eigen bijdrage voor de 41
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 huishoudelijke hulp met landelijke normen en met oog voor betaalbaarheid van lage- en middeninkomens’. Dit is echter niet voor 2025 gerealiseerd. Zodra bekend is op welke wijze het kabinet het abonnementstarief gaat aanpassen, zullen we de nodige voorbereidende stappen nemen om dit te implementeren, zodra deze wijziging in gaat. In de tussenliggende periode is echter ook een ingreep nodig. Door de gestegen aantallen zijn er wachtlijsten die niet structureel kunnen worden opgelost en door de krappe arbeidsmarkt is het moeilijk om voldoende arbeidskrachten te vinden om het noodzakelijke werk te doen. Hierdoor is het nodig om te zorgen dat in ieder geval de meest kwetsbaren, snel die hulp die nodig is ontvangen. Hiertoe optimaliseren we de werkprocessen om te kunnen zorgen dat een snelle en juiste triage mogelijk wordt. Ook bezien we andere mogelijkheden om wachtlijsten minder te laten oplopen, zoals het scheiden van herindicaties en nieuwe aanvragen en het bezien van (langere) indicatietermijnen op die voorzieningen en groepen waar dat kan.
Toelichting op inspanningen bij doel ‘persoonsgebonden voorzieningen’ Het is niet makkelijk te sturen op het aantal cliënten in de Wmo. Mogelijkheden die in deze collegeperiode worden ingezet zijn dagbesteding als algemene voorziening, inkoop en doorgeleiding van cliënten naar de Wlz. Het is echter geen garantie dat dit ook daadwerkelijk leidt tot minder groei van cliënten. Dagbesteding kent verschillende vormen. Dagbesteding voor volwassenen (niet zijnde ouderen), wordt zoveel mogelijk arbeidsmatig ingestoken, voor zover de inwoner hiertoe in staat is. De grens tussen arbeidsmatige dagbesteding door een zorgaanbieder en vormen van beschut werken binnen VPW, is vaak moeilijk te trekken. Binnen VPW zijn de mogelijkheden om je te ontwikkelen en wellicht een iets meer reguliere vorm van arbeid uit te voeren, beter toegankelijk dan bij dagbesteding door een zorgaanbieder. Daarom wordt onderzocht in hoeverre arbeidsmatige dagbesteding (deels) binnen VPW kan worden uitgevoerd. Dit is ook onderdeel van onderzoek naar inbesteding en een toekomstbestendig SW-bedrijf (zie voor beide inspanningen de programmalijn gemeentelijke regierol). Naar verwachting kan dit onderzoek binnen bestaande capaciteit en middelen worden uitgevoerd, in aanmerking nemend de opmerkingen bij de inspanning toekomstbestendig SW-bedrijf.