CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

PvE Archeologisch onderzoek Galileilaan, Spijkenisse anoniem

Gemeenteraad 6 mei 2026, gemeente NissewaardBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Galileilaan, Spijkenisse13.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De veengroei zet zich voort tot in het begin van de Vroege Middeleeuwen (post-Romeins veen). Plaatselijk is ook klastisch materiaal afgezet, de Afzettingen van Duinkerke II.

5

Noten 1 Van Trierum, Döbken en Guiran 1988, 17. 2 Doordat duinzand in sonderingen doorgaans goed is te herkennen en door de ‘concentratie’ aan

archeologische resten in de top van het zand zijn vindplaatsen uit het Mesolithicum op rivierduinen relatief eenvoudig te traceren. 3 Louwe Kooijmans 1985; Louwe Kooijmans en Van de Velde 1980; Modderman 1953; Van Trierum 1986; Van Trierum, Döbken en Guiran 1988, 21. 4 Neolitische bew - polder Vriesland I: Archiszaakidentificatienummer 2774942100, BOORvindplaatscode 18-02; Simonshaven II: Archis-waarnemingsnummer 23258, BOOR-vindplaatscode 17-37) en de polder Hekelingen (Hekelingen I: Archis-zaakID 2774942100, BOOR-vindplaatscode 1802; Hekelingen II: Archis-zaakID 3271552100, BOOR-vindplaatscode 18-13; Hekelingen III: ArchiszaakID 2825453100, BOOR-vindplaatscodes 18-94 tot en met 18-104; Hekelingen IV: Archis-zaakID 2825453100, BOOR-vindplaatscode 18-131: De Dalle Calais kreek / Vierambachtenboezem, ArchiszaakID 2213116100, BOOR-vindplaatscode 17-132. 5 Stenen Hamer: Capelleweg: Archis-zaakID 2825445100, BOOR-vindplaatscode 17-20. 6 Louwe Kooijmans 1985; Louwe Kooijmans en Van de Velde 1980; Modderman 1953; Van Trierum 1986; Van Trierum, Döbken en Guiran 1988, 21. 7 polder Vriesland I: Archis-zaakID 2774942100, BOOR-vindplaatscode 18-02; Hekelingen III: ArchiszaakID 2825453100, BOOR-vindplaatscodes 18-96 en 18-104. 8 Kooistra 1984; Brinkkemper 1993. 9 Van Trierum 1992.

10 Hartelkanaal IV: Archis-zaakID 2825478100, BOOR-vindplaatscode 17-69; Spijkenisse industrieterrein: Archis-zaakID 3103971100, BOOR-vindplaatscode 17-30; Industrieterrein RSV: Archis-zaakID 2000718100 BOOR-vindplaatscode 17-35; Archis-zaakID 2825494100, BOORvindplaatscode 17-50; Biert Biertsedijk: Archis-zaakID 2825501100, BOOR-vindplaatscode 17-57. 11 Van Trierum 1992. 12 Polder Geervliet I: Archis-zaakID 5164588100, BOOR-vindplaatscode 10-166. 13 Busbaan II: Archis-zaakID geen, BOOR-vindplaatscode 10-174. Busbaan II: Archis-zaakID geen, BOOR-vindplaatscode 10-166. 14 Begraafplaats/Bosplan "de Hartel": Archis-zaakID geen, BOOR-vindplaatscode 10-28. 15 Kreken van Nibbeland: Archis-zaakID 2207593100 en 2252920100, BOOR-vindplaatscode 17-129. polder Braband - v.m. Vlasschuur: Archis-zaakID geen, BOOR-vindplaatscode 18-06. 16 Polder Geervliet: Archis-zaakID 2828467100, BOOR-vindplaatscode 10-142; Polder Geervliet – Hogelandsedijk: Archis-zaakID 2828475100, BOOR-vindplaatscode 10-143. 17 Korte Laanweg VIII (Hartelpark): Archis-zaakID geen, BOOR-vindplaatscode 10-170: polder Simonshaven – Biert: Archis-zaakID 2826011100, BOOR-vindplaatscode 17-25; Polder Geervliet: Archis-zaakID 3104002100, BOOR-vindplaatscode 17-36. 18 Voor een aantal Midden IJzertijd complexen was de stratigrafie niet te achterhalen. 19 Trierum, M.C. van, A.B. Döbken en A.J. Guiran 1988.

Van een klein aantal vindplaatsen is ofwel de datering te breed (IJzertijd), of de stratigrafie onbekend/onzeker. 20 Busbaan I: Archis-zaakID 2476619100, BOOR-vindplaatscode 10-171; Jeugdgevangenis Late IJzertijd: ArchiszaakID geen, BOOR-vindplaatscode 10-162. 21 Archis-zaakID 2825631100, BOOR-vindplaatscode 16-15 en Archis-zaakID 2182953100, BOORvindplaatscode 17-27. 22 Getuige ook vindplaatsen 17-22 aan de Nieuwlandse weg ten westen van Zuidland (afgedekt door DI; Archis-zaakID 2825656100) en 17-122 aan het Harregatplein in Zuidland zelf (In DI-geul; ArchiszaakID 2215263100). 23 De Bruin 2017, 289-290. 24 De Bruin 2017, 290-292. 6

25 Kreken van Nibbeland: Archis-zaakID 2207593100, BOOR-vindplaatscode 17-130 en Archis-zaakID

2207593100, BOOR-vindplaatscode 17-131. 26 Kreken van Nibbeland Archis-zaakID 2252920100, BOOR-vindplaatscode 17-129. 27 Polder Simonshaven-Biert: Archis-zaakID 3104124100, BOOR-vindplaatscode 17-24. 28 Döbken 1992. Vuilstort / park Hartelwest: Archis-zaakID 3104019100, BOOR-vindplaatscode 10-117. 29 Jeugdgevangenis Grafveld: Archis-zaakID geen, BOOR-vindplaatscode 10-164. 30 Kreken van Nibbeland: Archis-vondstmeldingummer 401138, BOOR-vindplaatscode 17-129. 31 Moree, Van Trierum en Carmiggelt 2018, 20-21. Verkavelingssloten Polder Geervliet - Baris / Oosthoek: Archis-waarnemingsnummer geen, BOORvindplaatscode 17-81. Duiker Ramhilseweg Zuidland: Archis-waarnemingsnummer 2826069100 en 3102983100, BOOR-vindplaatscodes 17-42 17-43. Dam en duikers Kreken van Nibbeland: ArchiszaakID 2252920100, BOOR-vindplaatscode 17-129. Duiker Hartel-West: Archis-zaakID 3104765100, BOOR-vindplaatscode 10-136. Dam Polder Geervliet: Archis-zaakID geen, BOOR-vindplaatscode 17120. Dam Harregat: Archis-zaakID geen, BOOR-vindplaatscode 17-124. Dam Polder Geervliet Oosthoek (Middenblokweg) (Baris): Archis-zaakID geen, BOOR-vindplaatscode 17-82. Dijken Polder Kreken van Nibbeland zuid: Archis-zaakID 4019377100, BOOR-vindplaatscode 17-139. 32 Busbaan I: Archis-waarnemingsnummer geen, BOOR-vindplaatscode 10-171; Gasleiding 1975 I: Archis-waarnemingsnummer 2816308100, BOOR-vindplaatscode 10-36.

33 Loopik en Vos 2021. 34 Industrieterrein Puntweg: Archis-zaakID geen, BOOR-vindplaatscode 17-07.

Literatuur Brinkkemper, O., 1993: Wetland farming in the area of the south of the Meuse Estuary during the Iron Age and the Roman Period: an environmental and palaeo-economic reconstruction, Analecta Praehistorica Leidensia 24 (Proefschrift, universiteit Leiden), Leiden. Bruin, J. de, 2017: Rurale gemeenschappen in de Civitas Cananefatium 50-300 na Christus, Leiden (Academisch proefschrift Universiteit Leiden). Bult, E., 2009: Spijkenisse Hartel-West. Het aardewerk van de middeleeuwse nederzetting op vindplaats 10-117, Rotterdam (BOORrapporten 479). Döbken, A.B., 1992: Een grafveld uit de Romeinse Tijd te Spijkenisse-Hartel West (Voorne-Putten), in: A.B. Döbken (red.), BOORbalans 2 Bijdragen aan de bewoningsgeschiedenis van het Maasmondgebied, Rotterdam, 145-222. Kooistra, L.I., 1984: Simonshaven, een vegetatiereconstructie vanaf het begin van de IJzertijd tot en met de Vroege Middeleeuwen. Een palynologisch onderzoek, Leiden (intern rapport Instituut voor Prehistorie, Rijksuniversiteit Leiden). Korbee, J., Brouwer, F., van Nieuwenhuizen, J., Konings, R., 2020: Romeinse militairen aan het Helinium? LWAOW (Landelijke Werkgroep Archeologie Onder Water) nieuwsbrief, februari 2021. Loopik, J., Vos, W.K., 2021: Weerdkampen. Graven bij Valkenburg ZH. ADC-rapport 5400, Amersfoort.

7

Louwe Kooijmans, L.P. en P. van de Velde, 1980: De opgraving Hekelingen III, gemeente Spijkenisse, voorjaar en zomer 1980. Interim rapport over de verkenningen en opgravingen van de steentijdnederzettingen in de deelplannen Akkers-13 en -14 en Vriesland-1 en -2. Louwe Kooijmans, L.P., 1985: Sporen in het land. De Nederlandse delta in de prehistorie, Amsterdam, 97-102. Meirsman, E., 2004: Brielle Nieuwland Oost. Het tweede deel van het inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen en het waarderend onderzoek door middel van proefsleuven, (BOORrapporten 182). Modderman, P.J.R., 1953: Een neolithische woonplaats in de polder Vriesland onder Hekelingen (eiland Putten)(Zuid-Holland), Berichten ROB 4, 1-26. Moree, J.M., M.C. van Trierum en A. Carmiggelt, 2018: Onderzoeksagenda Archeologie van de gemeente Rotterdam. Prehistorie en Romeinse tijd, Rotterdam. Trierum, M.C. van, 1986b: Landschap en bewoning langs de Bernisse in de IJzertijd en de Romeinse tijd, in: M.C. van Trierum en H.E. Henkes (red.), Landschap en bewoning rond de mondingen van Rijn, Maas en Schelde, Rotterdam (Rotterdam Papers 5), 49-75. Trierum, M.C. van, A.B. Döbken en A.J. Guiran, 1988: Archeologisch onderzoek in het Maasmondgebied 1976-1986, in: M.C. van Trierum, A.B. Döbken en A.J. Guiran (red.), BOORbalans 1 Bijdragen aan de bewoningsgeschiedenis van het Maasmondgebied, Rotterdam, 11-104.

Trierum, M.C. van, 1992: Nederzettingen uit de IJzertijd en de Romeinse Tijd op Voorne-Putten, IJsselmonde en een deel van de Hoekse Waard, in: A.B. Döbken (red.), BOORbalans 2 Bijdragen aan de bewoningsgeschiedenis van het Maasmondgebied, Rotterdam, 15-102.

8

Historische geografie gemeente Nissewaard Onderstaande beschrijvingen over de inpoldering van Voorne-Putten worden geïllustreerd aan de hand van een reeks kaarten die door K.B.A. Buijtendorp en G.J.C. Schilthuis in respectievelijk 1952 en 1961 zijn gepubliceerd. Zij maakten hiermee een tiendelige publicatiereeks compleet over de polders, waterkeringen en waterschappen van Zuid-Holland. Negen van de tien delen werden door L.F. Teixeira de Mattos geschreven, maar het manuscript van dat laatste deel, over Voorne-Putten, ging tijdens een bombardement op 3 maart 1945 verloren. Teixeira de Mattos overleed een half jaar later en heeft zijn levenswerk niet kunnen afmaken. 1 Vroege Middeleeuwen Bewoningssporen uit de Laat-Romeinse tijd en uit de Vroege Middeleeuwen tot de 8e eeuw zijn in de gemeente Nissewaard nauwelijks bekend.2 Pas in de 8e en 9e eeuw neemt de bewoning weer toe. Op de zuidoever van de Maas en vermoedelijk op Voorne of Putten lag de nederzetting Witla. De naam is waarschijnlijk afgeleid van de rivier de Widele die Voorne en Putten van elkaar scheidt, een rivier die later werd hernoemd tot de Bernisse. De nederzetting werd voor het eerst vermeld in een akte uit het laatste decennium van de 7e eeuw, maar de exacte ligging van de nederzetting is vooralsnog niet bekend.

Witla komt een laatste maal voor in de annalen van het in Duitsland gelegen klooster Fulda nadat het in 836 door Vikingen was verwoest. Waarschijnlijk zijn de resten van het dorp in de stormvloed van 839 weggespoeld.3 Ook enkele archeologische gegevens duiden op bewoning in en ontginning van de kleigebieden in het noordelijke deel van Putten in die periode.4 Het gaat om een nederzettingsterrein ter plaatse van de latere Welplaat, de Kleine Polder en de polder Nieuw Markenburg. Bij de vorming van de ringpolders Geervliet en Spijkenisse in de 12e eeuw (zie onder) werd de nederzetting vrijwel geheel buitengedijkt. Hoek brengt de vondsten in verband met het in 772 (of 776) vermelde Masamuda of Masamuthon. Het oudste aangetroffen aardewerk dateert uit de 6e of 7e eeuw en bevat alle hiernavolgende perioden tot de 12e eeuw.5 Tevens werden een te Dorestad geslagen munt uit het tweede kwart van de 7 e eeuw en twee sceatta’s uit omstreeks 700 gevonden. In de 10e tot en met de 12e eeuw wordt in de regio een aanvang gemaakt met de systematische ontginningen van de veen- en kleigebieden in het noorden van Putten.6 Het Haringvliet bestond toen nog niet; Voorne-Putten vormde één geheel met de tegenwoordig ten zuiden van dat water liggende (voormalige) eilanden Goeree en Overflakkee.

De ontginningen begonnen kleinschalig en schoven vanaf de Maasoevers op, waarbij gebruik werd gemaakt van natuurlijke kreken en riviertjes. In de 11e en 12e eeuw reikten de ontginningen tot voorbij de latere Polders Geervliet en Spijkenisse. Een oostelijke zijtak van de Widele (Bernisse), het Oostenrijk of Oostlik genaamd, vormde hier de natuurlijke zuidgrens (Afb. 1). Het eiland Putten en het oostelijk deel van Voorne maakten in die tijd deel uit van de Heerlijkheid Putten, dat verder ook delen van Albrandswaard, de Hoeksche Waard en Flakkee omvatte. De heren van Putten bestuurden oorspronkelijk hun gebied vanuit hun kasteel Puttenstein in de polder Putten. Na de verwoesting van het kasteel in 1304 door de Vlamingen vestigden de heren van Putten zich (definitief) op hun Geervlietse hof.7 In respectievelijk 1381 en 1469 kregen Geervliet en Heenvliet stadsrechten en consolideerden daarmee het gezag van de heren van Putten in de streek. Geervliet is lange tijd een bestuurlijk centrum geweest, hetgeen mede tot uiting kwam in het aldaar gelegen, en in 1246 voor het eerst vermelde, kasteel waar de heren van Putten resideerden. Nadat het geslacht van Putten met de dood van Jacob van Gaasbeek in 1459 was uitgestorven, verviel de heerlijkheid aan de graaf van Holland.

Archeologische aanwijzingen voor bewoning uit de 10e, 11e en 12e eeuw zijn onder andere te vinden bij Spijkenisse, waar in de jaren tachtig van de vorige eeuw vier huisplaatsen uit de 9 e (na 875) en/of 10e en/of 11e eeuw zijn opgegraven.8 Op ruim 300 ten noordoosten (in het huidige Kartelkanaal) werd verspoeld skeletmateriaal van mannen, vrouwen en kinderen aangetroffen, vermoedelijk behorende tot een viertal 12e-eeuwse woonplaatsen.9 Deze zijn in de tweede helft van de 12e eeuw door overstromingen verwoest. Aan de westelijke zijde van Spijkenisse liggen ook enkele vindplaatsen uit deze periode.

Op ruim een kilometer ten westen van de historische kern van Spijkenisse werden op luchtfoto’s een afwijkend, ouder verkaveling waargenomen die na de 7e of 8e eeuw en voor het midden van de 12e eeuw dateert.10 Op dezelfde foto’s werd ook op een ruime kilometer ten zuidoosten van de historische kern dergelijke verkaveling waargenomen, en bij nader onderzoek bleek hier ook een nederzettingsterrein aanwezig te zijn uit de 10e-12e eeuw.11 Hier ten zuiden van zijn paalresten, stookplaatsen en een kuil gedocumenteerd uit de 11e-12e eeuw.12 In de huidige wijk Maaswijk aan de oostzijde van Putten werden de restanten van een weg met bermsloten uit de 11e-12e eeuw aangetroffen.13 Deze waarneming is waarschijnlijk in verband te brengen met een verderop gelegen weg op kade uit de 11e-12e eeuw en een 13e of 14e-eeuwse terp.14 Een ander voorbeeld komt uit Biert waar een omgrachte ophoging uit de 11e-12e eeuw is gedocumenteerd. Aan de voet van de ophoging zijn sporen van een houten palissade aangetroffen. 15 Tot slot bevindt zich ten westen van Heenvliet een nederzettingsterrein uit de 11 e en 12e eeuw, en in de polder tussen Zuidland en Hellevoetsluis een terrein met sporen van bewoning uit de 11 e en 12e eeuw.16

Afbeelding 1. De polders in de gemeente Nissewaard rond 1300. Het riviertje de Suedda is waar nu het Spui is gelegen. Bron: Mattos en Buijtendorp NL-BleSAVPR_TA_REC_025.

2

Er zijn op tientallen andere locaties in de gemeente Nissewaard archeologische restanten aangetroffen die in de 11e en 12e eeuw dateren, echter betreft het vaak uitsluitend de vondst van aardewerk of ander vondstmateriaal en verder geen sporen of structuren die wijzen op bewoning ter plaatse. Door de voortdurende ontwatering daalde echter het maaiveld in de ontgonnen gebieden; het land werd kwetsbaar voor het wassende water. Rond het midden van de 12e eeuw vonden er verschillende rampzalige overstromingen plaats, waarbij een groot deel van de oorspronkelijke ontginningen verloren ging. In het gebied van Spijkenisse en Geervliet richtte het water vooral in de winter van 1163-1164 schade aan. Het in deze periode afgezette klei- en zand-dek wordt gerekend tot de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren (voorheen Afzettingen van Duinkerke III). Aangezien de ontginning van een veengebied maaivelddaling tot gevolg heeft en zo verdere overstromingen in de hand werkt, was de aanleg van dijken noodzakelijk. Bij de hernieuwde ontginning en bedijking van het gebied werd in eerste instantie een aantal ringpolders aangelegd. De ringpolder Geervliet moet al in het derde kwart van de 12e eeuw hebben bestaan. In 1176 schenkt Frederik Barbarossa namelijk de tol van Geervliet aan graaf Floris III.

17 Omstreeks 1200 volgden de ringpolders Spijkenisse en Vriesland, gelegen aan de (Oude) Maas. Op Voorne werd in 1229 de polder Drenkwaard ter bedijking uitgegeven, die later door overstromingen weer verloren is gegaan tijdens het ontstaan van het Harlingvliet (zie verderop). Rond 1200 lagen de ringpolders op Putten als een soort eilanden in het landschap met waterlopen ertussen. De Bernisse was één van die waterlopen en een belangrijke noord-zuid verbinding waarlangs handelsplaatsjes als Simonshaven en Geervliet op de oostelijke oever en Heenvliet, Abbenbroek en Zuidland op de westelijke oever konden ontstaan.18 De bebouwingskernen van deze nederzettingen ontstonden gelijktijdig met de aanleg van de eerste dijken en kregen vaak een karakteristieke hoefijzervorm, doordat bebouwing werd opgericht aan drie zijden van de haven. De eerste uitbreiding van de dorpen vond vervolgens in veel gevallen plaats langs het ‘polderpad’, dat de haven met het achterliggende poldergebied verbond en waarlangs ook de kerk met het kerkhof was gesitueerd. Een andere belangrijke waterloop was het Haringvliet, dat door een aantal duindoorbraken aan het begin van de 13e eeuw is ontstaan. Het Haringvliet stond toen bekend als het Vlacee en splitste het huidige Voorne-putten af van het ten zuiden gelegen Goeree en Overflakkee.

Het Haringvliet was ook verantwoordelijk voor een reeks overstromingen die het land op het zuidelijke deel van Voorne bleef bedreigen.

Late Middeleeuwen Al vroeg in de 13e eeuw werd de polder Hekelingen tussen de polders Vriesland en Putten aangelegd, en later in de 13e eeuw ontstond de polder Braband door een dijk te leggen tussen de polders Spijkenisse en Hekelingen (via de polder Klein Hekelingen) en één tussen de polders Vriesland en Spijkenisse. Rond het jaar 1300 werden de polders Spijkenisse en Geervliet met twee dijken met elkaar verbonden, waardoor de polder Kapershoek ontstond. Zo ontstond er ten oosten van de Bernisse na 1300 geleidelijk een aaneengesloten bedijkt gebied: de Ring van Putten. In 1353 werd in het gebied ten noorden van de polder Kapershoek een derde verbindingsdijk tussen de Polders Geervliet en Spijkenisse gelegd. Het nieuw ingepolderde areaal kreeg de naam Polder Oud Markenburg. Door de aanleg van de Nieuw Markenburgerdijk kwam daar later aan de noordzijde nog de Polder Nieuw Markenburg bij. Vooral in de 14e eeuw werden door indijking nog verschillende polders aan de Ring van Putten toegevoegd. In het jaar 1458 ontstond zo ook de polder Oud Schuddebeurs. Op Voorne ontstond in 1355 de polder Oudenhoorn en in 1368 Nieuwenhoorn.

3

Langs de ontginningskaden en dijken en op en bij de dammen ontstaan dorpen en steden. Zo gaf op 29 januari 1305 heer Nicolaas III van Putten toestemming aan zijn broer Simon van Markenburg om de kreek ‘het Oostenrijk’ tussen de polder Geervliet en Biert af te dammen. Ook mocht hij een dijk aanleggen tussen de polders Biert en Vriesland. De zo ontstane polder Simonshaven werd vernoemd naar de nederzetting Simonshaven: de haven van Simon van Markenburg. Onder andere in de polder Simonshaven zijn op luchtfoto’s resten van een oud verkavelingssysteem te zien. Dit betekent dat het gebied al voor deze latere inpoldering een intensief gebruik kende. Een andere aanwijzing hiervoor is het driehoekig terrein ten noordoosten van de kerk, waarop verhogingen in het weiland zichtbaar zijn: een ronde structuur en een daaraan grenzende vierkante structuur. Het gaat mogelijk om een burcht (mottekasteel) uit de Late Middeleeuwen. 19 Over deze motte is verder niets bekend.

Afbeelding 2. De polders in de gemeente Nissewaard rond 1400. Het riviertje de Suedda is waar nu het Spui is gelegen. Bron: Mattos en Buijtendorp_NL-BleSAVPR_TA_REC_026. Er gingen echter af en toe ook ingepolderde gebieden weer verloren. Rond 1300 ging het oostelijke deel van de polder Putten als gevolg van overstromingen ten onder en in 1532 verdronk de rest (Afb. 3). Het westelijke deel is stap voor stap teruggewonnen met de aanleg van de polders Oude Uitslag van Putten, Nieuwe Uitslag van Putten en de Wolvenpolder in achtereenvolgens 1558, 1565 en 1619. Aan het eind van de Late Middeleeuwen zette het verval van de handelsplaatsen aan de Bernisse in. Het als gevolg van de St. Elisabethsvloed in 1421 ontstane Spui tussen Putten en de Hoeksche Waard ging een aantrekkelijk alternatief vormen voor de vaart over de Bernisse, die bovendien in steeds toenemende mate verlandde. De verlanding, die door de inpoldering van de aanwassen zo mogelijk nog definitiever werd gemaakt, betekende de genadeslag voor havens langs de Bernisse, zo ook Geervliet en Heenvliet: stuk voor stuk werden de oude havenplaatsen landnederzettingen met

4

een agrarisch karakter, met daarnaast kleine bedrijvigheid van handwerklieden. Al in 1459 wordt Geervliet omschreven als ‘zeer aerm’ en financieel niet in staat ‘om te onderhouden die torren ende mueren, die bijnaer vallen ende vergaen’.20

Afbeelding 3. De polders in de gemeente Nissewaard rond 1530. Bron: Mattos en Buijtendorp NLBleSAVPR_TA_REC_027.

5

Noten 1 Benschop 2022. 2 Slechts één vindplaats uit de Laat-Romeinse tijd: een munt in Polder Geervliet: Archis-zaakID

2829066100, BOOR-vindplaatscode 10-148. 3 Koch 1970, nummer 5. 4 Hoek 1979. 5 BOOR-vindplaatscode 10-10 10-11 1012 10-20 Nieuw Markenburg II archis-zaakID 2841483100; BOOR-vindplaatscode 10-10. Nieuw Markenburg III archis-zaakID 2841475100; BOOR-vindplaatscode 10-11. Nieuw Markenburg IV archis-zaakID 2841475100; BOOR-vindplaatscode 10-12. Nieuw Markenburg XII archis-zaakID 2841531100; BOOR-vindplaatscode 10-20. 6 Hoek 1979. 7 Hof van Putten in Geervliet: Archis-zaakID 3222952100, BOOR-vindplaatscode 10-64. 8 Spijkenisse Hartel West: Archis-zaakID 3104019100, BOORvindplaatscode 10-117; Van Trierum e.a. 1988, 63-65, Bult 2009. 9 Nieuw Markenburg polder I: archis-waarnemingsnr 26035, 26037; BOOR-vindplaatscode 10-09. Nieuw Markenburg V: archis-zaakID onbekend; BOOR-vindplaatscode 10-13. 10 Molenwatering: archis-zaakID 3104879100; BOOR-vindplaatscode 17-110. 11 Archis-zaakID 2826190100; BOOR-vindplaats 17-32. 12 Hogeweg / Westdijk: archie-zaakID 2826133100; BOOR-vindplaatscode 18-75. 13 Maaswijk Oost - weg / dijk in de Nieuwe Uitslag van Putten: archis-zaakID 2829447100; BOORvindplaats 18-116. 14 Nieuwe Korte Putse Weg: archis-zaakID 2828037100; BOOR-vindplaatscode 18-86. 15 Polder Simonshaven – Biert: Archis-zaakID 3104124100, BOORvindplaatscode 17-24; Van Trierum e.a. 1988, 67-68. 16 Polder Heenvliet, bouwput Waterzuivering: archis-zaakID 2829293100; BOOR-vindplaatscode 09105.

Abbenbroek – Katerwaalsedijk: archis-zaakID 2826547100; BOOR-vindplaatscode 16-23. 17 Bult 2009, 8. 18 Don 1992, 28-31 en 56-57. 19 Ten noordoosten van de kerk: het voormalig AMK-terrein 4096, Archis-zaakID 2190704100, BOORvindplaatscode 17-02. 20 Don 1992, 56.

Literatuur Benschop, B., 2022 (tweede druk): Historische atlas van Voorne-Putten, Amsterdam. Bult, E., 2009: Spijkenisse Hartel-West. Het aardewerk van de middeleeuwse nederzetting op vindplaats 10-117, Rotterdam (BOORrapporten 479). Döbken, A.B., 1992: Een grafveld uit de Romeinse Tijd te Spijkenisse-Hartel West (Voorne-Putten), in: A.B. Döbken (red.), BOORbalans 2 Bijdragen aan de bewoningsgeschiedenis van het Maasmondgebied, Rotterdam, 145-222.

6

Don, P., 1992: Voorne-Putten. De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst. Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist. Hoek, C., 1979: De heren van Voorne en hun heerlijkheid, in: De Motte, Van Westvoorne tot St. Adolfsland. Historische verkenningen op Goeree-Overflakkee, Sommelsdijk. Koch, A.C.F., 1970: Oorkondenboek van Holland en Zeeland tot 1299 I, eind van de 7 e eeuw tot 1222, Den Haag. Teixeira de Mattos, L.F., 1906-1961: De waterkeeringen, waterschappen en polders van Zuid-Holland. 10 delen in 5 banden. ’s-Gravenhage. Trierum, M.C. van, A.B. Döbken en A.J. Guiran, 1988: Archeologisch onderzoek in het Maasmondgebied 1976-1986, in: M.C. van Trierum, A.B. Döbken en A.J. Guiran (red.), BOORbalans 1 Bijdragen aan de bewoningsgeschiedenis van het Maasmondgebied, Rotterdam, 11-104.

7

Historie Spijkenisse Zoals reeds benoemd overstroomden de 12e eeuw grote delen van Putten. Snel na de overstromingen ontstonden ringpolders, waaronder Geervliet, Biert, Vriesland, Spijkenisse en Putten. De vroegste schriftelijke vermelding van Spijkenisse in archiefbronnen is van 1231. Volgens een leenbrief uit dat jaar neemt ene Pieter Wissenzn het deel van het ambacht Spijkenisse van zijn overleden broer over: ‘Brieven dairmede heer Nicolaas van Putte geeft Pieter Wissezn. halff ’t ambocht van Spijckenisse mitten lage ban ende ’t vierendeel van de thienden. desgelijcxs Scadekamp tot zeeuwschen leene in date 1231’.1 Over de periode voor 1231 - de tijd waarin de nederzetting ontstond - is niet veel bekend. De ringpolder Spijkenisse viel onder de Heerlijkheid Putten. Deze heerlijkheid werd bestuurd door heren van Putten, totdat de laatste telg in 1459 uitstierf. Niet lang daarna kwam de heerlijkheid volledig in handen van de graven van Holland. De nederzetting is ontstaan aan de dijk van de ringpolder Spijkenisse, op een locatie vlak bij de monding van een kreek in de Oude Maas. De dijk is hier aangelegd op de oever van de kreek. Op het bewuste stuk dijk is tegenwoordig de Voorstraat gesitueerd.

De oudste sporen die te relateren zijn aan Spijkenisse als nederzetting dateren uit het begin van de 13e eeuw en zijn aangetroffen in de bovenste delen van een ophoging aan de landzijde van de Voorstraat.2 Het is onduidelijk of de ophoging te interpreteren is als een van oorsprong oudere terp die later is opgenomen in de dijk of als een plaatselijke verbreding van de ringdijk om de polder Spijkenisse.

Afbeelding 1. De polders op Putten rond 1300. Het riviertje de Suedda is waar nu het Spui is gelegen. Bron: Mattos en Buijtendorp_NL-BleSAVPR_TA_REC_025. Verondersteld wordt dat het 13e-eeuwse Spijkenisse een houten kapel heeft gehad, die onder de ‘moederkerk’ in Geervliet viel. Omstreeks 1300 wordt een bakstenen kerktoren gebouwd; waarschijnlijk pas rond het midden van de 15e eeuw wordt Spijkenisse een zelfstandige parochie en komt de bouw van de tegenwoordige kerk op gang.3 In 1521 neemt de parochie de kerk feestelijke in gebruik.4

De polder Braband werd omstreeks 1431 aangelegd als aanleg vanuit de ringpolder Spijkenisse door het aanleggen van een dijk in het westen tussen de polders Vriesland en Spijkenisse (de Westdijk) en van twee dijken in het oosten tussen de polders Nieuw Putten en Klein Hekelingen en tussen de polders Klein Hekelingen en Spijkenisse. Door de aanleg van de laatste dijk - de Nieuwstraatdijk werd de Oostenrijk afgedamd, een zijkreek van de Oude Maas. De buitendijkse resten van de kreek bleven tot in de 20e eeuw dienstdoen als haven en spui van Spijkenisse.5 De Nieuwstraatdijk sloot aan op de dijk (Voorstraat) van de ringpolder Spijkenisse. Het is niet uitgesloten dat zich in het damlichaam ter hoogte van de Nieuwstraat nog 13e-eeuwse ontwateringssluizen van de polder Braband bevinden. Na 1309 waterde de polder Braband naar het westen toe af. 6

2

Noten 1 De Baan 1981. 2 Archis-zaakID 2305262100, BOORvindplaatscode 18-141. 3 Archis-zaakID geen, BOOR-vindplaats 18-108. 4 De Baan 1969, 7-13. 5 De Baan 1983, 27. 6 Van der Gouw 1967, 198-199.

Literatuur Baan, J. de, 1969: Spijkenisse en zijn oude kerk. Monument. Ontmoetingsplaats. 7 x 100 jaar. Baan, J. de, 1983: Met droge voeten door Putten, Spijkenisse. Gouw, J.L. van der, 1967: De ring van Putten. Onderzoekingen over een hoogheemraadschap in het Deltagebied, ’s-Gravenhage.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16857935/2