CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsvergunning buitenplanseomgevingsplanactiviteit (BOPA) Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

Gemeenteraad 3 juli 2024, gemeente NissewaardBij agendapunt: Adviseren op de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een woon-zorgcomplex aan Jan van Scorelstraat 2-8 te Spijkenisse10.753 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

25

Het plangebied ligt ver buiten het explosieaandachtsgebied van 200 meter en het (toekomstige) gifwolkaandachtsgebied van 300 meter van deze basisnetroutes. Deze risicobronnen hoeven daarom niet nader te worden beschouwd. Afbeelding 8: Fragment risicokaart

Op circa 400 meter ten noordwesten van het plangebied ligt de provinciale weg N218 (Hartelweg). De N218 behoort niet tot het Basisnet. Een aandachtsgebied is daardoor niet van toepassing. Conform de wegtellingen van RWS vindt wel transport van gevaarlijke stoffen plaats over deze weg. Deze risicobron hoeft niet nader te worden beschouwd tenzij de gemeente in haar omgevingsplan hierover beleid heeft opgenomen. Op ruime afstand van het plangebied liggen meerdere bedrijven met een extern veiligheidsrisico die mogelijk relevant zijn voor de planontwikkeling. Uit de Atlas Leefomgeving blijkt dat het plangebied binnen het (placeholder) gifwolkaandachtsgebied van een aantal (Seveso)inrichtingen ligt. Aangezien het plangebied binnen het gifwolkaandachtsgebied ligt van deze bedrijven, dient conform artikel 5.15 van het Bkl rekening te worden gehouden met de kans op het overlijden van tien of meer personen in het geval van een incident. De te treffen bouwkundige maatregel tegen een gifwolk is het afsluitbaar maken van automatische ventilatie. Dit is een standaard bouwkundige eis in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Het is daarmee niet nodig aanvullende maatregelen te treffen tegen de effecten van een gifwolk.

Door de geringe persoonstoename, de grote afstand tot de bron en de standaard bouwkundige eis betreffende afsluitbare automatische ventilatie worden aanvullende maatregelen niet noodzakelijk geacht, tenzij de gemeente op basis van haar beoordelingskader anders beslist. Op circa 1.450 meter ten noorden van het plangebied bevindt zich chloorleiding AKZO_12186. Deze buisleiding heeft een gifwolkaandachtsgebied van 1.500 meter rondom de leiding. Het plangebied ligt aan de rand van dit aandachtsgebied en daarom dient conform artikel 5.15 van het Bkl rekening te worden gehouden met het groepsrisico. Ook tegen de gifwolk is de te treffen bouwkundige maatregel, het afsluitbaar maken van automatische ventilatie.

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

26

Op circa 340 meter ten noordwesten van het plangebied bevinden zich twee hogedruk aardgasleidingen van de Gasunie. Het plangebied ligt in het brandaandachtsgebied (BAG) van een van die leidingen (A-536) en buiten het BAG van de andere leiding (A-537). De gasleiding A-536 moet daarom nader worden beschouwd en A-537 kan verder buiten beschouwing gelaten worden. Omdat het plangebied buiten de 100% letaliteitscontour van 175 meter van A-536 ligt, is de invloed van de planontwikkeling op het groepsrisico minimaal. Aanvullende maatregelen worden daarom niet nodig geacht, tenzij de gemeente op basis van haar beoordelingskader anders beslist. Wel dient om de gevolgen van ongevallen te beperken in ieder geval rekening gehouden te worden met (artikel 5.2 Bkl): ▪ het voorkomen, beperken en bestrijden van die branden, rampen en crises; ▪ de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en ▪ de geneeskundige hulpverlening aan personen Het bestuur van de veiligheidsregio kan hierover advies geven (artikel 10 Wet veiligheidsregio's). Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.11. Trilling Algemeen Het onderdeel Trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. Toetsing In de omgeving van het plangebied zijn er geen activiteiten die trillingshinder veroorzaken. Conclusie Het aspect trilling levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.12. Welstand Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen. De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot: ▪ repressief welstand (artikel 22.7), oftewel de excessenregeling, en

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

27

▪ beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (artikel 22.29). Als een gemeente geen welstandsnota en ook een beleidsregels voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken heeft, dan gelden de regels in de bruidsschat niet. De bruidsschat geldt ook niet bij een bouwwerk of in een gebied dat de gemeente als welstandsvrij heeft aangewezen. Toetsing Het definitieve bouwplan zal getoetst worden aan de welstandscriteria zoals opgenomen in de welstandsnota van de gemeente Nissewaard. Conclusie Het bouwplan is op 12 december 2023 getoetst ren akkoord bevonden door de welstandscommissie.

4.13. Archeologie, cultuurhistorie en landschap 4.13.1. Algemeen In de Omgevingswet wordt onder cultuur erfgoed verstaan monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. In artikel 5.130 Bkl zijn bepalingen opgenomen om in het omgevingsplan cultureel erfgoed te beschermen. Daarnaast staan in afdeling 8.8 van het Bkl regels voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. 4.13.2. Archeologie Het Verdrag van Malta regelt de omgang met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland ondertekende dit verdrag van de Raad voor Europa in 1992. Aanleiding voor dit verdrag was dat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate bedreigd werd. Niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. De uitgangspunten van het Verdrag van Malta zijn binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'.

Artikel 5.130, lid 3 Bkl bepaalt dat in het omgevingsplan regels kunnen worden gesteld over de uitvoering van onderzoek bij activiteiten die een te verwachten archeologisch monument kunnen verstoren. Voor projecten kleiner dan 100 m² mag geen archeologisch onderzoek gevraagd worden, tenzij in het omgevingsplan anders is bepaald.

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

28

Toetsing Uit het vigerende bestemmingsplan (zie paragraaf 1.3) blijkt dat het plangebied een lage archeologische verwachting heeft en dat geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Indien tijdens de werkzaamheden resten worden aangetroffen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze resten van cultuurhistorische waarde zijn, geldt een wettelijke meldingsplicht conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Conclusie Het aspect archeologie levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.13.3. Cultuurhistorie In het plangebied zijn geen Rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig. Ook anderszins is het perceel in cultuurhistorisch opzicht niet waardevol. Conclusie Het aspect cultuurhistorie levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.14. Bodem Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn in paragraaf 5.1.4.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) voor het aspect bodem instructieregels in het opgenomen. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. Het wettelijke instrumentarium voor bodem berust op drie pijlers: ▪ het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie); ▪ het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging over de kwaliteit van de leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies); ▪ het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (beheer historische verontreinigingen). De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Toetsing Het bestaande gebouw is nu nog in gebruik. Om verkennend bodemonderzoek uit te voeren dienen boringen door de bestaande vloeren te worden gezet.

Behalve dat dit veel overlast oplevert voor het huidige gebruik, is dit ook veel kostbaarder dan het doen van onderzoek nadat de noodzakelijke sloopwerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Daarom is in overleg met mede-

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

29

werkers van de gemeente Nissewaard afgesproken dat in het kader van de bouwwerkzaamheden na de sloop van de huidige bebouwing bodemonderzoek zal worden uitgevoerd. Op grond van de resultaten hiervan wordt bepaald in hoeverre de grond geschikt is voor het beoogde gebruik en of er nog maatregelen noodzakelijk zijn. Conclusie Er zijn met het oog op de milieuhygiënische bodemsituatie wel/geen belemmeringen voor de planontwikkeling.

4.15. Weging van het waterbelang Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op grond van artikel 5.37 Bkl rekening te worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken. Dit betekent dat een zogenaamde 'weging van het waterbelang' (voorheen: watertoets) dient plaats te vinden. Toetsing Het plangebied ligt in het beheergebied van het Waterschap Hollandse Delta. Ten behoeve van de planontwikkeling is een watertoets6 uitgevoerd. Hieruit blijkt er vanuit het Waterschap geen belemmeringen zijn voor de planontwikkeling. Hollandse Delta heeft aangegeven dat 10% van de toename in verhard oppervlak gecompenseerd dient te worden. In het onderhavige plan is er in de toekomstige situatie neemt het verhard oppervlak af ten opzichte van de huidige situatie. Er is daardoor geen sprake van een versnelde afvoer. Gezien de afstand is het geen mogelijkheid om vertraagde afvoer te realiseren naar het oppervlaktewater. Ondergrondse infiltratievoorzieningen zijn niet wenselijk omdat het plangebied zich in een kwelgebied bevindt. Conclusie Bij het doorlopen van de watertoets is geconstateerd dat er geen belemmeringen zijn. Voor het overige raakt dit plan geen essentiële waterbelangen. Het aspect weging van het waterbelang levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

6

Milon, Watertoets ter plaatse van de Jan van Scorelstraat 2-8 te Spijkenisse, 20221923, Veghel, 2 maart 2022

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

30

5.

Uitvoerbaarheid

5.1.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.1.1. Bestuurlijk vooroverleg P.M. 5.1.2. Participatie omgeving Gedurende de planontwikkeling van de aanvraag omgevingsvergunning van Jan van Scorelstraat 2-8 in Spijkenisse heeft de initiatiefnemer een omgevingsdialoog georganiseerd. Daarvoor zijn twee inloopavonden gehouden. Tijdens de eerste inloopavond op 1 juni 2023 zijn omwonenden geïnformeerd over de beoogde planontwikkeling. Het bouwplan bestond toen uit 3 bouwlagen. Omwonenden zijn in de gelegenheid reactieformulieren in te vullen. Gelet op de reacties van omwonenden is het bouwplan teruggebracht naar 2 bouwlagen. Het aangepaste bouwplan is vervolgens op een tweede inloopavond op 29 februari 2024aan omwonenden gepresenteerd. Voor een aantal omwonenden is dit een aanzienlijke verbetering, anderen vrezen nog steeds schaduwwerking en waardevermindering van hun woning. Het verslag van de omgevingsdialoog is als bijlage bij deze onderbouwing gevoeggd.

5.2.

Financiële haalbaarheid Het plan wordt op eigen grond door en voor rekening en risico ontwikkeld door de initiatiefnemers. Deze initiatiefnemers zijn ook de eigenaar van de gronden. De financiering van alle kosten die samenhangen met de ontwikkeling van de bebouwing komt voor rekening van de initiatiefnemers. Er zijn derhalve geen kosten voor de gemeente aan het bouwplan verbonden. Dit zal tussen de gemeente en initiatiefnemer met een anterieure overeenkomst worden vastgelegd.

5.3.

Belangenafweging Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet het omgevingsplan voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de beleidskaders en instructieregels. In Hoofdstuk 3 Beleidskader en Hoofdstuk 4 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu is aangegeven dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In deze paragraaf worden de conclusies uit de genoemde hoofdstukken beschreven. Conclusie beleid De voorgenomen ontwikkeling heeft op het vervangen van het activiteitencentrum van Pameijer door een woonzorggebouw met 24 wooneenheden. De bestaande bebouwing van één bouwlaag zal worden vervangen door een bouwplan met twee bouwlagen. Door de sloop van de verouderde bebouwing en het realiseren van een nieuw gebouw met een eenduidig volume, wordt de ruimtelijke kwaliteit in het gebied verhoogd. Het betreft een initiatief dat zowel uit sociaalmaatschappelijk als uit stedenbouwkundig oogpunt een gewenste ontwikkeling is, dat past in het beleid van de gemeente Nissewaard en van de Rijk en provincie. Naar aanleiding van het

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

31

participatietraject, is de bouwhoogte aangepast van drie naar twee bouwlagen. Daarmee is tegemoet gekomen aan het grootste bewaar van de omwonenden. De theoretische parkeernorm van het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein is gelijk aan de parkeerbehoefte in de nu bestaande situatie. In beide situaties zijn geen parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar. Door middel van parkeeronderzoek is onderbouwd dat met de nieuwe functie de parkeerdruk in het openbaar gebied lager wordt in vergelijking met de huidige functie. Conclusie omgevingsaspecten Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat er geen nadelige gevolgen voor het milieu en andere relevante aspecten voor de fysieke leefomgeving zijn.

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14246454/1