CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsvergunning buitenplanseomgevingsplanactiviteit (BOPA) Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

Gemeenteraad 3 juli 2024, gemeente NissewaardBij agendapunt: Adviseren op de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een woon-zorgcomplex aan Jan van Scorelstraat 2-8 te Spijkenisse10.753 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Nissewaard

Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

April 2024

Kenmerk 1930-01-T01 Projectnummer 1930-01

Inhoudsopgave 1.

Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Ligging plangebied 1.3. Toetsing aan omgevingsplan 1.4. Leeswijzer

1 1 1 2 3

2.

Planbeschrijving 2.1. Geschiedenis 2.2. Huidige situatie 2.3. Toekomstige situatie 2.3.1. Algemeen 2.3.2. Bebouwing

4 4 4 6 6 6

3.

Beleidskader 3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Algemeen 3.2.2. Omgevingsvisie Zuid-Holland 3.2.3. Omgevingsverordening Zuid-Holland 3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1. Nissewaard naar 2040 3.3.2. Welstandsnota 3.3.3. Woonvisie 2020-2030

7 7 7 8 8 8 10 10 10 11 12

4.

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 4.1. m.e.r.-beoordeling 4.2. Ladder voor duurzame verstedelijking 4.3. Duurzaamheid & gezondheid 4.4. Verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren 4.5. Flora & Fauna 4.5.1. Algemeen 4.5.2. Gebiedsbescherming 4.5.3. Soortenbescherming 4.5.4. Conclusie 4.6. Luchtkwaliteit 4.7. Geluid 4.8. Geur 4.9. Milieuzonering 4.10. Omgevingsveiligheid 4.11. Trilling

13 13 13 14 15 16 16 16 17 18 18 19 20 21 23 26

5.

4.12. Welstand 4.13. Archeologie, cultuurhistorie en landschap 4.13.1. Algemeen 4.13.2. Archeologie 4.13.3. Cultuurhistorie 4.14. Bodem 4.15. Weging van het waterbelang

26 27 27 27 28 28 29

Uitvoerbaarheid 5.1. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1.1. Bestuurlijk vooroverleg 5.1.2. Participatie omgeving 5.2. Financiële haalbaarheid 5.3. Belangenafweging

30 30 30 30 30 30

1

1.

Inleiding

1.1.

Aanleiding Aan de Jan van Scorelstraat 2-8 staat een pand van Pameijer, waarin activiteitencentrum is gehuisvest. Het pand is verouderd en zal daarom worden gesloopt en vervangen door een woonzorgvoorziening van Pameijer. Deze woonzorgvoorziening zal huisvesting bieden aan 24 mensen van 18 jaar en ouder met een (licht) verstandelijke beperking en/of lichte tot algemene sociaal psychische problematiek. In de woonzorgvoorziening zal 7 dagen per week, 24-uur per dag woonondersteuning aanwezig zijn. Op grond van het tijdelijk deel van het omgevingsplan (bestemmingsplan Noord) van de gemeente Nissewaard is het gebruik ten behoeve van zorgwoningen binnen de vigerende maatschappelijke bestemming niet toegestaan. Bovendien is het bouwplan hoger dan het omgevingsplan toestaat. Afbeelding 1: Ligging plangebied.

Om de bouw van de 24 zorgappartementen mogelijk te maken wordt gebruikgemaakt van een zogenaamde buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies en als daarbij wordt voldaan aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. Dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies wordt met dit document aangetoond.

1.2.

Ligging plangebied Het plangebied ligt in de wijk Schiekamp ten noorden van het centrum van Spijkenisse. Schiekamp is een woonwijk uit de jaren '60 van de vorige eeuw. Schiekamp wordt gekenmerkt door

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

2

een ruime opzet met veel groen en water, rechte hoofdwegen, een variatie van hoog- en laagbouw en uiteenlopende voorzieningen. In Schiekamp-Noord waarin de Jan van Scorelstraat ligt, staat voornamelijk laagbouw, hier en daar aangevuld met appartementengebouwen van maximaal van 4 lagen.

1.3.

Toetsing aan omgevingsplan Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 vormen alle vigerende bestemmingsplannen van rechtswege het tijdelijk omgevingsplan. Voor het plangebied betreft dit het bestemmingsplan Noord, dat op 11 mei 2011 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Spijkenisse is vastgesteld. De gronden hebben daarin de bestemmingen "Maatschappelijk" met de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk 3'. Het gebruik ten behoeve van zorgwoningen is binnen die bestemming niet toegestaan. De bouwhoogte is gemaximeerd op 4 meter. Het bouwplan is echter hoger en past ook daardoor niet in het bestemmingsplan. De gronden hebben geen archeologische dubbelbestemming. Derhalve is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. Op de verbeelding is de aanduiding 'geluidzone - industrie' aangegeven. Op grond daarvan is onderzoek naar industrielawaai noodzakelijk. Afbeelding 2: Fragment vigerend bestemmingsplan

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

3

1.4.

Leeswijzer Dit document bestaat uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een planbeschrijving gegeven en wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 gaat in op het beleid, waarna in hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving en milieu. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid en is een samenvatting gegeven waaruit blijkt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

4

2.

Planbeschrijving

2.1.

Geschiedenis De wijk Schiekamp is in de jaren '50 en '60 van de vorige eeuw gerealiseerd in de Spijkenissche Polder. De huidige bebouwing dateert volgens de BAG-viewer uit 1955 (bron: BAG-viewer). Op bouwtekeningen uit 1960 blijkt dat de oorspronkelijke functie 'industriehallen' is. Is er bekend hoe lang Pameijer de bebouwing gebruikt? Afbeelding 3: Historische topografie.

2.2.

Huidige situatie Het plangebied bestaat uit vier kadastrale percelen met een totale oppervlakte van 664 m². Het volledige plangebied is bebouwd. Het bestaande gebouw bestaat uit één bouwlaag. Het gebouw is echter sterk verouderd en voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd. Van oorsprong stond op elke unit een afzonderlijke unit waarvan de hoofdingang aan de Jan van Scorelstraat was gesitueerd. Aan de achterzijde aan de Rembrandtstraat biedt een grotere deur toegang tot het gebouw. Aan de noordzijde van het plangebied staat een appartementengebouw van 3 bouwlagen. De buitenruimten van de appartementen in dit gebouw liggen aan de Jan van Scorelstraat. De Jan van Scorelstraat verspringt na de bebouwing en loopt vervolgens dood bij de garageboxen die daar staan. Bij die verspringing staat een transformatorhuisje.

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

5

Afbeelding 4: Huidige situatie plangebied

Tegenover het plangebied aan de Rembrandtstraat staat (de achterzijde van) de bebouwing die grotendeels bestaat uit twee bouwlagen. Tussen het plangebied en die bebouwing ligt een naamloze doodlopende straat. Het oostelijk deel van de bebouwing aan de Rembrandtstraat omvat eengezinswoningen en het westelijk deel een scooterwinkel en -service. Pameijer gebruikt dit gebouw voor het bieden van activiteiten aan cliënten die in de omgeving wonen. In het gebouw zijn een activering- en ontmoetingscentrum en een klus- en werkvoorziening aanwezig. Zij bieden activiteiten voor kwetsbare mensen in de wijk, zowel cliënten als nietcliënten van Pameijer. Bij het activering- en ontmoetingscentrum Spijkenisse komen deelnemers in contact met andere mensen, niet alleen bezoekers, maar ook wijkbewoners. De deelnemers drinken samen koffie, eten, klussen, volgen een creatieve workshop of gebruiken het internetcafé. Ze kunne er ook lotgenoten of een maatje zoeken om leuke dingen mee te doen. Voor iedereen is er persoonlijke begeleiding, die kijkt wat bij de deelnemer past en wat deze wil leren. Bij de inloop, waar bezoekers vrijblijvend kunnen langskomen voor een bakje koffie/ thee, lunch, zijn inloopcoaches en vrijwilligers aanwezig.

Het activering- en ontmoetingscentrum heeft daarnaast een kleding hoek, waar voor weinig geld kleding verkocht wordt en biedt activiteiten aan zoals: Bingo, thema feesten, high tea, crea middagen, spelletjes middagen, bloemschikken. (De activiteiten zijn niet altijd elke week/ maand, het ligt aan de animo). Op werkdagen wordt een

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

6

avondmaaltijd verzorgd. Ten slotte biedt het activering- en ontmoetingscentrum ruimtes aan om bijvoorbeeld om overleggen te houden of om cursussen/trainingen te geven. De klus- en werkvoorziening helpt cliënten aan een zinvolle dagbesteding. Zij leiden mensen op met een grote afstand tot de arbeidsmarkt naar passend werk. Voor Fastned worden bijvoorbeeld laadstations onderhouden. Daarnaast doen de cliënten vanuit de klus- en werkvoorziening, klusjes voor particulieren en cliënte zoals tuinonderhoud, schilderen en dingen in elkaar zetten. Hiervoor zijn drie werkbussen beschikbaar, die 's avonds in de omgeving worden geparkeerd, omdat op eigen terrein geen parkeervoorzieningen aanwezig zijn.

2.3.

Toekomstige situatie

2.3.1. Algemeen De huidige bebouwing zal worden gesloopt en worden vervangen door een woonzorgvoorziening. De woonzorgvoorziening is gericht op mensen van 18 jaar en ouder met een (licht) verstandelijke beperking en/of lichte tot algemene sociaal psychische problematiek. In de woonzorgvoorziening zal 7 dagen per week, 24-uur per dag woonondersteuning aanwezig zijn. 2.3.2. Bebouwing Net als in de huidige situatie zal het volledige perceel worden bebouwd. In tegenstelling tot de huidige situatie zal de bebouwing uit twee bouwlagen bestaan. De hoofdingang van de nieuwe woonlocatie zal komen aan de Paulus Potterstraat. Aan de andere zijde is een noodtrap en een deur die aangesloten worden op de brandmeldinstallatie. Aan weerszijden van het gebouw komt een gemeenschappelijke buitenruimte. Aan de zijde van de Paulus Potterstraat en aan de doodlopende straat zal een deel van de gevel als geveltuin worden beplant. Afbeelding 5: Indicatief gevelaanzicht.

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

7

3.

Beleidskader

3.1.

Rijksbeleid

3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven.

Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden. De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

8

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: ▪ combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; ▪ kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; ▪ afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Planspecifiek Zowel vanuit de prioriteit dat er een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel is als vanuit die van sterke en gezonde steden en regio's is het van belang dat er op lokaal niveau sprake is van een goed voorzieningenniveau. Vanuit de vier prioriteiten is de bouw van een woonvoorziening voor mensen met een beperking binnen het bestaand stedelijk gebied voor het overige niet van belang. De planontwikkeling is niet in strijd met de uitgangspunten van de NOVI.

3.2.

Provinciaal beleid

3.2.1. Algemeen Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in de Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. 3.2.2. Omgevingsvisie Zuid-Holland De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid-Holland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert.

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

9

Zuid-Holland biedt daarom ruimte en vertrouwen aan maatschappelijke initiatieven. Maar ruimte en vrijheid gedijen alleen binnen grenzen. Daarom werkt de provincie Zuid-Holland vanuit een aantal principes en kaders, voor haarzelf én haar partners, als waarborg voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De provincie geeft in dat kader onder meer richting aan een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Dit doet zij vanuit haar provinciale belangen. Provinciale belangen komen voort uit wettelijke taken rijkstaken en Europese verplichtingen en uit de provinciale ambities. In de verschillende onderdelen van het Omgevingsbeleid worden de specifieke belangen nader uitgewerkt. De belangen zijn de basis voor provinciale meervoudige sturing, die gericht is op het leveren van toegevoegde waarde. De sturing kan variëren van het bieden van ruimte tot samenwerken, van het maken van afspraken tot afdwingen. De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. Voor de bebouwde ruimte streeft de provincie naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied.

Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een 'ja, mits-beleid': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). Het plangebied is op de kwaliteitskaart aangeduid als 'steden en dorpen'. Kenmerken als de identiteit van de plek (historische, culturele, toeristische en ruimtelijke kenmerken), de geografische strategische ligging in het stedelijk netwerk en de aanwezige en nieuwe economische dragers maken van iedere stad en ieder centrum in het systeem een unieke plek met een eigen (ruimtelijke) karakteristiek.

Een brede waaier aan woon- en werkmilieus is een belangrijke voorwaarde voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Als herstructurering, transformatie of verdichting plaatsvindt binnen de stad, dan draagt dit bij aan de versterking van de ruimtelijke karakteristiek. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de groen- en waterstructuur als onderdeel van het stads- en dorpsontwerp. De hoogstedelijke centrumgebieden kennen een hoge bereikbaarheid en sterke identiteit. Ze bieden plaats aan (inter)nationale voorzieningen en bijzondere stedelijke woonmilieus. Door de transformatie naar een woonzorgvoorziening krijgt het plangebied weer een duurzame toekomst, zowel voor wat betreft het functioneren als voor het energieverbruik. De planontwikkeling draagt zodoende bij aan de ontwikkeling bij behoud en

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

10

versterking van de vitale stads- en dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. De bouwplannen leveren daarmee een bijdrage aan de doelstellingen van de Omgevingsvisie. 3.2.3. Omgevingsverordening Zuid-Holland In de Omgevingsverordening Zuid-Holland zijn regels opgenomen over onderwerpen met heldere criteria en/of spelregels en een zwaarwegend provinciaal belang. In de verordening zijn voor voorliggend plan met name artikel 7.43 c.a. en 7.45 van belang. Artikel 7.43 heeft betrekking op ruimtelijke kwaliteit. Het kwaliteitsbeleid gaat uit van 'ja, mits': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en geldt in principe voor het grondgebied van de gehele provincie, dat wil zeggen zowel de groene ruimte als de bebouwde ruimte. Ruimtelijke ontwikkelingen worden in de verordening gedefinieerd als: bebouwing of gebruik van bebouwing of grond. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: ▪ Inpassing: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied; ▪ Aanpassing: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. ▪ Transformatie. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit.

Op grond van artikel 7.43c kan een omgevingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Door de nieuwbouw van een eigentijdse woonzorgvoorziening die voldoet aan de hedendaagse duurzaamheidseisen is er per saldo sprake van een toename van de ruimtelijke kwaliteit. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen zijn op basis van artikel 7.45 van de verordening pas mogelijk als na toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking. Omdat het bebouwd oppervlak niet wordt uitgebreid is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. De ladder is daarom niet van toepassing. De planontwikkeling past derhalve binnen de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

3.3.

Gemeentelijk beleid

3.3.1. Nissewaard naar 2040 Het visiedocument Nissewaard naar 2040, met als titel 'Ontwikkelperspectief voormalige groeikern Spijkenisse – Nissewaard naar 2040' dat op 6 december 2017 door de gemeenteraad vastgesteld, gaat uit van vier principes: ▪ zorg voor meer woningdifferentiatie; ▪ verbeter de bereikbaarheid; ▪ zorg voor meer en gevarieerde werkgelegenheid en onderwijs;

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

11

▪ versterk het groen en verbeter de verbinding ermee. Voornamelijk het eerste principe is relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. Het differentieren van de woningvoorraad zorgt ervoor dat er voor jong en oud een woning is, maakt een wooncarrière binnen de eigen buurt of wijk mogelijk: zo neemt de diversiteit aan inwoners toe. Goed verbonden en in de luwte van de metropool biedt Nissewaard ruimte voor vernieuwingen in de zorg. Ingezet wordt op combineren van wonen en zorg. Door de planontwikkeling wordt ingespeeld op de korte en lange termijn kansen door het realiseren van een woonzorgvoorziening voor een doelgroep. 3.3.2. Welstandsnota In artikel 4.19 van de Omgevingswet is aangegeven dat 'als in het omgevingsplan regels worden opgenomen over het uiterlijk van bouwwerken en de toepassing daarvan uitleg behoeft, (…) de gemeenteraad beleidsregels vast[stelt] voor de beoordeling of een bouwwerk aan die regels voldoet. Deze beleidsregels zijn zo veel mogelijk toegesneden op de te onderscheiden bouwwerken.' Via dit artikel is vastgelegd dat het welstandstoezicht onder de Omgevingswet loopt via het omgevingsplan. In artikel 4.114 van de Invoeringswet Omgevingswet is overgangsrecht opgenomen waarin een welstandsnota na inwerkingtreding van de Omgevingswet gelijkgesteld wordt aan een beleidsregel als bedoeld in artikel 4.19 Omgevingswet.

De Welstandsnota Nissewaard 2017 is op 7 december 2016 door de gemeenteraad vastgesteld en vervolgens op 19 september 2018 gewijzigd vastgesteld. De gemeente Nissewaard heeft de welstandscriteria gedifferentieerd naar gebieden. Per gebied zijn specifieke criteria opgesteld voor bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. De wijk Schiekamp behoort tot de 'Planmatig ontworpen woongebieden' en daarbinnen tot 'Het nieuwe bouwen (CIAM)' en heeft een regulier toetsingsniveau. Gebieden die een regulier toetsingsniveau hebben, zijn gebieden die beperkte afwijkingen van de bestaande ruimtelijke structuur of ingrepen in de architectuur zonder al te veel problemen kunnen verdragen. De welstandstoets beperkt zich tot die aspecten die te maken hebben met de situering van het bouwwerk (rooilijn, zijdelingse afstanden en oriëntatie, de hoofdvorm van het gebouw (bouwmassa, bouwhoogte, kapvorm en kaprichting), de schaal en geleding van het gebouw, het overwegende materiaalgebruik en de kleurtoon. De toets is vooral gericht op het gebouw als geheel in relatie tot zijn omgeving. Er zal onder meer worden beoordeeld op het behoud van de samenhang binnen de rijen en clusters. Toetsing betreft dan ook de basiskwaliteit van de gebouwen en vraagt een normale inspanning. Het bouwplan is op 12 december 2023 getoetst ren akkoord bevonden door de welstandscommissie.

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

12

3.3.3. Woonvisie 2020-2030 De Woonvisie 2020-2030, Nissewaard, een plek voor iedereen!, is op 23 september 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. In deze woonvisie worden punten geformuleerd waar Nissewaard in de planperiode naar toe wil op het gebied van wonen, passend binnen de ambities zoals die zijn neergelegd in de regionale woningmarktafspraken en het ontwikkelperspectief Nissewaard 2040: ▪ Nissewaard blijft groeien; ▪ kwaliteit en diversiteit van bestaande voorraad wordt een belangrijk thema; ▪ betaalbaarheid en beschikbaarheid: doorstroming op gang brengen, ook met duurdere woningen; ▪ aantrekkelijke nieuwbouw. ▪ wonen, zorg en welzijn beschouwen we als samenhangende thema's; ▪ duurzaamheid is een belangrijk thema in Nissewaard Voor de realisatie van de woonzorgvoorziening is het feit dat wonen, zorg en welzijn beschouwd het belangrijkste punt. Op basis van de huishoudensontwikkeling worden in 2030 bijna 1.040 extra zelfstandig wonende inwoners met een zorgbehoefte verwacht. Vooral de groep ouderen neemt sterk toe. Aanvullend is er echter ook behoefte aan woningen voor andere doelgroepen, die regionaal nog verder in beeld worden gebracht, onder andere uitstroom uit Beschermd wonen, Maatschappelijke Opvang en Jeugdzorg. Uitgangspunt hierbij is inclusiviteit.

Uit een prognose die gebruikt is ten behoeve van de woonvisie blijkt een toename van circa 220 intramurale en 1.040 extramurale zorgbehoevenden in de komende tien jaar. Deze woonzorgvoorziening vult een deel van deze behoefte in en zal huisvesting bieden aan 24 mensen van 18 jaar en ouder met een (licht) verstandelijke beperking en/of lichte tot algemene sociaal psychische problematiek.

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

13

4.

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

4.1.

m.e.r.-beoordeling Algemeen De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de Strategische milieubeoordeling-richtlijn. Onder een plan of programma wordt in ieder geval verstaan: een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Er hoeft niet (meer) getoetst worden aan de limitatieve lijst van MER-plichtige plannen en programma's uit de Bijlage bij het Besluit MER. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid (meer) gemaakt tussen een formele en vormvrije MER-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één MER-beoordelingsprocedure. Toetsing De nieuwbouw van de woonzorgvoorziening als vervanging van het bestaande activiteitencentrum binnen de bestaande kern heeft geen aanvullend ruimtebeslag en wordt in dit geval niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject. Daarbij is op grond van jurisprudentie (ABRvS 201901439/1/R1) van belang dat sprake is van bestaand bebouwd gebied en dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is.

Wellicht ten overvloede kan worden opgemerkt dat uit de samenvatting van de onderzoeken in dit hoofdstuk, volgt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten. Conclusie Het aspect m.e.r.-beoordeling levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.2.

Ladder voor duurzame verstedelijking Algemeen Om de ruimte zorgvuldig te benutten en overprogrammering te voorkomen is de "Ladder voor duurzame verstedelijking" geïntroduceerd. De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de behoefte aan die ontwikkeling (trede 1) worden aangetoond. Indien die stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien (trede 2). Het begrip stedelijke ontwikkeling wordt daarbij als volgt gedefinieerd: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen".

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

14

Toetsing Uit jurisprudentie blijkt dat 11 woningen niet wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Het planvoornemen omvat het realiseren van 24 studio's en kan daarom in het kader van de ladder voor duurzame ontwikkeling worden gezien als een stedelijke ontwikkeling. In paragraaf 3.3.3 is aangetoond dat er behoefte is aan woonruimte voor jongvolwassenen met een (licht) verstandelijke beperking en/of lichte tot algemene sociaal psychische problematiek. Het plangebied ligt binnen het bestaand stedelijk gebied. Trede 2 van de ladder hoeft daarom niet te worden doorlopen. Conclusie De planontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking.

4.3.

Duurzaamheid & gezondheid De eisen met betrekking tot de milieuprestatie en energiezuinigheid van gebouwen zijn opgenomen in artikel 4.148-4.160 (Duurzaamheid) van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hierin is onder meer aangegeven dat een bouwwerk bijna energie neutraal (BENG) dient te zijn. In BENG wordt de energieprestatie van een gebouw uitgedrukt met drie indicatoren: ▪ BENG 1 Energiebehoefte: de hoeveelheid energie die een gebouw nodig heeft voor verwarming en koeling uitgedrukt in kWh per m² gebruiksoppervlakte per jaar. Deze indicator gaat over het beperken van de energievraag van het gebouw zelf. Aandachtspunten: stedenbouwkundig ontwerp, oriëntatie, compact ontwerp, schilisolatie, luchtdichtheid, zomernachtventilatie, ventilatiesysteem en zonwering. ▪ BENG 2 Primair energiegebruik: de hoeveelheid fossiele brandstof in kWh per m² gebruiksoppervlakte per jaar die nodig is voor verwarming, koeling, warm water en installaties. Let op: voor netstroom wordt het rendement van elektriciteitsproductie verrekend. Aandachtspunten: efficiënte installaties, warmteafgifte op lage temperatuur, warmwater met korte leidingen en warmteterugwinning en toepassing van hernieuwbare energie (ook BENG 3). ▪ BENG 3 Aandeel hernieuwbare energie: het percentage (in procenten) hernieuwbare energie van het totale energiegebruik.

Aandachtspunten: toepassing van PV, zonneboiler, bodemenergie, omgevingswarmte, biomassa en externe warmtelevering (mits hernieuwbaar). Ook de bevordering van gezondheid is een afwegingscriterium bij ruimtelijke ontwikkelingen. In dit hoofdstuk komt een aantal (milieu)aspecten, zoals geluidsoverlast, bodemverontreiniging, externe veiligheid, enzovoort, aan de orde waarbij de gezondheid van de toekomstige bewoners een rol speelt. Uit de uitgevoerde onderzoeken zijn geen belemmeringen naar voren gekomen

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

15

ten aanzien van gezondheid. Daarnaast kan bij grotere planontwikkelingen ook gezondheidsbevordering gestimuleerd worden. Zo heeft de fysieke leefomgeving positieve gezondheidseffecten als deze uitnodigt tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten. Voor de bouw van een woonzorgvoorziening op een volledig bebouwd perceel, is het onderdeel van het bevorderen van de gezondheid minder relevant, omdat er geen leefomgeving op een groter schaalniveau wordt ingericht. Conclusie Het aspect duurzaamheid en gezondheid levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.4.

Verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met verkeersgeneratie en -afwikkeling en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Toetsing Ten behoeve van de planontwikkeling is een parkeeronderbouwing1 vervaardigd, waarin de huidige parkeerbehoefte is vergeleken met de toekomstige parkeerbehoefte. De huidige functie is dusdanig specifiek van aard dat zowel de CROW kencijfers als de gemeentelijke beleidsregels hiervoor geen parkeernormen kennen. Een inventarisatie geeft daarom het inzicht in het feitelijke gebruik. Hieruit blijkt dat in de huidige situatie de maximale parkeerbehoefte 17 parkeerplaatsen bedraagt. Voor de nieuwe functie woonzorgvoorziening is wel een parkeernorm beschikbaar. Op basis van die norm zou de ontwikkeling op het maatgevende moment 16 parkeervoorzieningen vereisen en is derhalve lager dan de huidige parkeerbehoefte. De parkeerbehoefte is tevens bepaald aan de hand van een pragmatische benadering. Daarbij is gekeken naar het feitelijke gebruik van de woonzorgvoorziening. Te stellen is dat geen van de aanwezige bewoners in het bezit is van een auto, dan wel daar gebruik van maakt. Praktisch bezien krijgen de bewoners nauwelijks bezoek. Parkeervoorzieningen zijn daarom uitsluitend voor het aanwezige personeel noodzakelijk.

De woonzorgvoorziening werkt op basis van een dag- en nachtdienst. Tijdens beiden diensten zijn twee personeelsleden aanwezig. Op het wisselmoment van dag- naar nachtdienst is er tijdelijk sprake van een dubbele parkeerbezetting. Deze dubbele parkeerbezetting is echter dusdanig kort van duur, dat deze niet als maatgevend is beschouwd. Omdat de bewoners geen eigen auto hebben, dient voor de verkeersaantrekkende werking dient daarom uitsluitend rekening te worden gehouden met bezoek, personeel en met taxibussen om de bewoners te vervoeren. Ten opzichte van de huidige situatie is de verwachting dat

1

Exante, Onderbouwing parkeren ontwikkeling Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse, 120203.002, 's-Hertogenbosch, 29 maart 2024

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

16

met de nieuwe functie het aantal verkeersbewegingen en de parkeerdruk in het openbaar gebied lager wordt in vergelijking met de huidige functie. Conclusie Het aspect verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.5.

Flora & Fauna

4.5.1. Algemeen De natuur in Nederland wordt beschermd vanuit twee invalshoeken: bescherming van gebieden en bescherming van soorten. Per 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming (Wnb) opgegaan in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn(92/43/EEG). Het normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het Natuurbeschermingsrecht is ongewijzigd ten opzichte van de Wnb. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het 'beschermingsregime andere soorten' vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. In verband met de planontwikkeling is daarom voor ecologisch onderzoek2 verricht in het plangebied. 4.5.2.

Gebiedsbescherming Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en wordt in Nederland beschermd door middel van de Omgevingswet. Deze wet biedt een beschermingskader voor de aangewezen beschermde gebieden. Deze gebieden worden beschermd om de gunstige staat van instandhouding van vogelsoorten, habitattypen en andere planten- en diersoorten te behouden en waar nodig te herstellen. Naast de wettelijke bescherming van de Natura 2000-gebieden heeft Nederland de bescherming van andere gebieden planologisch vastgelegd. Onder de planologische bescherming vallen onder andere weidevogelgebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De bescherming van het NNN vindt plaats door toetsing van de bestemmingsplannen en omgevingsver-

2

Eceau, Ecologische Quickscan aan de Jan van Scorelstraat 2-8 te Spijkenisse, STU-1QS220928, Heesch, 17 oktober 2022

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

17

gunningen aan het NNN-beleid. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuur(gebieden). Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meer gebieden. De bescherming van het NNN bestaat hieruit (artikel 7.8, lid 2, Bkl): dat geen activiteiten worden mogelijk gemaakt die leiden tot een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een vermindering van de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte of samenhang van het NNN. Toetsing gebiedsbescherming Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Oude Maas, ligt op een afstand van circa 2 kilometer van het plangebied. Gelet op de afstand tot de nabijgelegen Natura 2000-gebieden, alsmede de inrichting van het tussengelegen gebied, waaronder bebouwde gebieden, kunnen mechanische en optische effecten en geluidsverstoring uitgesloten worden. Wel is het mogelijk dat er sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Daarom zijn is een stikstofonderzoek3 uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er in de bouw- en de gebruiksfase geen stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000gebieden hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op 1 kilometer afstand. Externe werking op beschermde NNN-gebieden is niet van toepassing.

Er zijn in het kader van de NNN geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze gebiedsbescherming. Uit het oogpunt van de gebiedsbescherming zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling. 4.5.3. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Toetsing soortenbescherming Uit de quickscan blijkt dat alle benodigde werkzaamheden niet tot aantasting van functionele leefomgevingen, vaste rust- en/of verblijflocaties leiden. Voor vleermuizen is het voldoende als er rekening gehouden wordt met de eventuele aanwezigheid in de omgeving. Indien de werk-

3

De Roever Omgevingsadvies, Stikstofdepositieonderzoek Jan van Scorelstraat 2-8 te Spijkenisse, 20221150.V03, Veghel, 19 april 2024

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

18

zaamheden uitgevoerd worden gedurende de donkere en schemerende dagdelen dan kunnen aanwezige en passerende vleermuizen verstoord worden door bouwverlichting. Dit is alleen van toepassing in de periode april t/m oktober, buiten de winterrustperiode. Om dergelijke onnodige verstoring te voorkomen dient het de voorkeur in deze periode overdag te werken of vleermuisvriendelijke bouwverlichting toe te passen (naar beneden gericht, convergerend en/of rood/amberkleurig). Uit het oogpunt van de soortenbescherming zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling. 4.5.4. Conclusie De planontwikkeling heeft geen wezenlijke invloed op de gunstige instandhouding van beschermde soorten en/of gebieden. Het aspect flora en fauna levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling. Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Zorgplicht). Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

4.6.

Luchtkwaliteit Algemeen Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: ▪ er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; ▪ het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; ▪ het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m³. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Toetsing Omdat in het plangebied het aantal woningen met 24 toeneemt, kan worden geconcludeerd dat de planontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Uit de atlas voor de leefomgeving (peiljaar 2021, bron: www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat de achtergrondconcentratie stikstofdioxide (22,5 microgram per m³) en fijn stof (16,9 microgram per m³) zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m³ bevinden.

De concentratie zeer fijn stof (9,1 microgram per m³) bevindt zich beneden de

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

19

wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 20 microgram per m³. In het plangebied worden de grenswaarden derhalve niet overschreden. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.7.

Geluid Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Een gemeente legt in het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vast. In afdeling 3.5 van het Bkl zijn regels voor belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen opgenomen. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen (voor functies zoals wonen, onderwijs of zorg) en locaties nabij een geluidsbron. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) (lokale spoorwegen die zijn aangewezen bij omgevingsverordening, rijkswegen, provinciale wegen, hoofdspoorwegen en industrieterreinen) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Voor lokale wegen (een verharde gemeente- of waterschapsweg met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal) en lokale spoorwegen (een spoorweg die niet is aangewezen bij omgevingsverordening). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid.

Binnen het geluidaandachtsgebied is akoestisch onderzoek nodig om een geluidgevoelig gebouw toe te laten. Afbeelding 6: Standaardwaarden en grenswaarden. Geluidbronsoorten Rijkswegen en provinciale wegen Gemeentewegen en waterschapswegen Hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen Industrieterreinen

Standaardwaarde

Grenswaarde 50 Lden 53 Lden 55 Lden 50 Lden 40 Lnight

65 Lden 70 Lden 70 Lden 60 Lden 50 Lnight

Toetsing Het plangebied ligt zowel binnen het geluidsaandachtsgebied van een weg als in de zone van het gezoneerde industrieterrein Botlek-Pernis. Daarom is akoestisch onderzoek 4 uitgevoerd.

4

De Roever Omgevingsadvies, Akoestisch onderzoek Jan van Scorelstraat 2-8 te Spijkenisse, 20221145.v02, Veghel, 14 maart 2024

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

20

Uit het onderzoek blijkt dat de berekende geluidbelasting als gevolg van het gezoneerde industrieterrein Botlek-Pernis hoger is dan de standaardwaarde en maximaal 54 dB bedraagt. Maatregelen die de geluidemissie in een zeehavengebied ter grootte van de Rotterdamse haven verminderen zullen niet ad hoc worden genomen, maar zijn een onderdeel van een uitgebreide geluidsstudie. Het beperken van de geluidbelasting bij dit aantal appartementen vormt geen aanleiding voor een uitgebreide beschouwing van dergelijke maatregelen. Vanwege de grote verspreiding van individuele geluidbronnen en de afstand tot het plangebied is het (kosten)effectief afschermen van het plangebied niet mogelijk. Ook het vergroten van de afstand tussen de geluidbron en de appartementen is niet mogelijk. Bij twee appartementen wordt er nog net niet voldaan aan het hogere waardenbeleid van de gemeente Nissewaard. Voor het bouwplan dienen derhalve hogere waarden te worden vastgesteld. Voor het wegverkeer liggen de berekende geluidsniveaus van de onderzochte wegen onder de standaardwaarde van 53 dB. De gezamenlijke geluidbelasting bedraagt ten hoogste 56 dB ter plaatse van de noordgevels van de beoogde woningen. De vereiste karakteristieke geluidwering Ga;k bedraagt dan maximaal 56 – 33 = 23 dB.

Een dergelijke gevelwering wordt in de praktijk vrijwel altijd behaald, nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels is niet nodig. Conclusie De milieukwaliteit wordt geclassificeerd als 'Zeer goed' tot 'Matig'. Het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van de beoogde woningen wordt alsnog als acceptabel aangemerkt. Het aspect geluid levert -indien de benodigde hogere waarden worden verleend- geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.8.

Geur Algemeen Er bestaan diverse sectoren waar geurhinder een rol kan spelen, zoals onder meer bij veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen, en (andere) milieubelastende activiteiten. Regels over geur zijn verdeeld over verschillende Amvb's. Het verschilt per type activiteit waar er regels zijn opgenomen. Conform de Omgevingswet dienen de activiteiten allereerst te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die/dat voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat (BS) bevat regels over: ▪ geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS); ▪ geur door het houden van fokteven van nertsen (par. 22.3.6.3 BS);

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

21

▪ geur door andere agrarische activiteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4 BS); ▪ geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 BS). Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het (Bal). In afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het (Bkl) staan beoordelingsregels. Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur. Toetsing In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen (agrarische) bedrijven gevestigd met een geuremissie die tot het plangebied reikt. Conclusie Het aspect geur levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.9.

Milieuzonering In planologische procedures waarin de vestiging van woningen in de nabijheid van bedrijven (of andersom) mogelijk wordt gemaakt, moet rekening worden gehouden met ruimtelijk relevante milieuhygiënische aspecten van die bedrijven. Het begrip 'inrichting' uit de Wet milieubeheer bestaat onder de Omgevingswet niet meer; deze is vervangen door regels voor milieubelastende activiteiten. Een 'milieubelastende activiteit' is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Lozingsactiviteiten op oppervlaktewater of een zuiveringsinstallatie of wateronttrekking vallen niet onder de definitie van een 'milieubelastende activiteit'. Inhoudelijk zijn er weinig veranderingen, wel is de systematiek gewijzigd. De rijksregels voor milieubelastende activiteiten staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voor activiteiten die niet in H3 van het Bal zijn aangewezen, kan een gemeente regels opnemen in het Omgevingsplan. De algemene zorgplicht (artikel 1.7) en het algemene verbod (artikel 1.7a) uit de Omgevingswet zijn altijd van toepassing. De gemeente Nissewaard heeft in H22, afdeling 22.3 regels opgenomen met betrekking tot milieubelastende activiteiten in relatie tot geluid en geur. Om hinder tussen bedrijven en woningen te voorkomen, is ook onder de Omgevingswet een goede afstemming noodzakelijk.

Milieuzonering zorgt ervoor dat bij de bouw van nieuwe woningen voldoende afstand in acht wordt genomen tot milieubelastende activiteiten (tussen bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen). Zo worden hinder en gevaar voorkomen en kunnen bedrijven zich binnen aanvaardbare voorwaarden in een gebied vestigen en activiteiten (blijven) uitoefenen.

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

22

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft in de brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009) een handreiking gedaan ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. De publicatie heeft bedrijven ingedeeld in categorieën met bijbehorende richtafstanden tot gevoelige functies, zoals woningen. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de grond die is aangewezen voor de functie bedrijf en anderzijds de gevel van een woning. Momenteel is de VNG bezig met de voorbereiding van een nieuwe handreiking over dit onderwerp. Vooralsnog wordt voor deze onderbouwing de 'oude' brochure gehanteerd. De richtafstanden hangen samen met de gebiedskenmerken. De VNG-publicatie hanteert twee omgevingstypen, namelijk: een rustige woonwijk/buitengebied en een gemengd gebied. In een rustige woonwijk of buitengebied wordt functiescheiding nagestreefd. Tussen milieuhinder gevoelige functies en bedrijven dient de minimaal aan te houden 'richtafstand' in acht te worden genomen. In geval van een gemengd gebied, waar sprake is van functiemenging, kan een verkleinde richtafstand worden gehanteerd. In tegenstelling tot rustige woongebieden worden in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van milieuhinder gevoelige functies acceptabel geacht.

De richtafstand mag in deze gebieden met één afstandsstap worden verkleind (10 meter behorende bij milieucategorie 1 wordt 0 meter, 30 meter van milieucategorie 2 wordt 10 meter van milieucategorie 1, etc.). Het uitgangspunt van de VNG handreiking is dat de gemeente deze gemotiveerd toepast. Het is een hulpmiddel, maar het legt niet vast wat wel en wat niet is toegestaan. Een gemeente dient zelf zorgvuldig af te wegen, te bepalen en te motiveren welke functies en activiteiten zij in een bepaald gebied toelaatbaar acht en welke Staat van Bedrijfsactiviteiten zal worden toegepast, zodat maatwerk en flexibiliteit voor een plangebied ontstaat. Afbeelding 7: Omgevingstype. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonRichtafstand tot omgevingstype gemengd wijk en rustig buitengebied gebied 10 meter 0 meter 30 meter 10 meter 50 meter 30 meter 100 meter 50 meter 200 meter 100 meter 300 meter 200 meter

Toetsing In de omgeving van het plangebied is een aantal niet-woonfuncties aanwezig. Daarom is een milieuzoneringsonderzoek5 uitgevoerd. In de omgeving van het plangebied is na functieverandering voornamelijk nog sprake van woonfuncties. Daarom moet worden uitgegaan van het omgevingstype 'rustige woonwijk'.

5

De Roever Omgevingsadvies, Quickscan activiteiten en milieuzonering Jan van Scorelstraat 2-8 te Spijkenisse, 20221147.v03, Veghel, 2 april 2024

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

23

De richtafstand van het transformatorhuisje overlapt met het plangebied voor wat betreft het aspect geluid. Omdat er geen ventilatieroosters aan de zijde van het plangebied zijn, zal er geen sprake zijn van geluidhinder van het transformatorhuisje. Er staan woningen dichterbij het transformatorhuisje, die bepalend zijn voor een eventuele uitbreiding hiervan. Het transformatorhuisje vormt geen belemmering voor de planontwikkeling. Verder ligt het plangebied binnen de richtafstand voor het aspect geluid van de scooterservice aan de Rembrandstraat. Binnen de werkplaats van de scooterservice vinden kleine reparatiewerkzaamheden plaats. Een deel van deze werkzaamheden zal akoestisch relevant zijn. Te denken valt aan het proefdraaien van de scooters en bewerkingen met bijvoorbeeld hamers, steeksleutels enzovoort. Voor de berekeningen is uitgegaan van een worst-casesituatie waarbij de roldeur aan de kant van het plangebied de hele dag is geopend. Uit de rekenresultaten blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ter plaatse van de appartementen ten hoogste 44,5 dB(A) bedraagt. Het maximaal geluidniveau bedraagt ten hoogste 61,1 dB(A). Hiermee wordt ruimschoots aan de richt- en grenswaarden voor geluid voldaan, ondanks de diverse worst-case aannames. Ter plaatse van de beoogde woningen is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Daarnaast wordt de bestaande scooterservice niet in zijn uitbreidingsmogelijkheden belemmerd. Voor de overige milieubelastende functies in de directe omgeving wordt aan de richtafstanden voldaan. Conclusie Uit het oogpunt van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling.

4.10. Omgevingsveiligheid Algemeen Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: ▪ activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. ▪ het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). ▪ buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. ▪ windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente Nissewaard - Jan van Scorelstraat 2-8 Spijkenisse

24

De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (artikel 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (artikel 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (artikel 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht.

Een aandachtsgebied geldt van rechtswege, en is een gebied rond activiteiten met gevaarlijke stoffen dat zichtbaar maakt waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico's (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het Omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (artikel 5.14 Bkl). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (artikel 4.90 tot en met 4.96 Bbl. Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (artikel 5.14 Bkl).

Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel. Toetsing De woonzorgvoorziening is conform het Bkl een 'kwetsbaar gebouw'. Uit de risicokaart blijkt dat in de omgeving van het plangebied basisnetroutes aanwezig zijn: ▪ spoorlijn Pernis – Botlek ligt op circa 1.400 meter ten noorden van het plangebied; ▪ Rijksweg A15 ligt op circa 1.300 meter ten noorden van het plangebied; ▪ vaarweg Hartelkanaal ligt op circa 850 meter ten noorden van het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14246454/1