Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk; Bijlage
Tekst van het document
3.3
Geluidsberekeningen
Volgnummer Zienswijze 3.3.1
Indieners vragen zich af hoe de geluidseffecten worden berekend. Wordt alleen gekeken naar jaargemiddelden of ook naar piekgeluiden en geluidseffecten bij harde wind? De beoordelingsmethode zoals we die ook gaan gebruiken in het MER is vastgelegd in het
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 23 van 47
‘Reken- en meetvoorschrift windturbines’, bijlage 4 van de regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer’. Dit wordt ook wel aangeduid als de activiteitenregeling milieubeheer. Voor een windturbine of een combinatie van windturbines geeft deze activiteitenregeling de eis dat het geluidniveau op de gevel van geluidgevoelige gebouwen en op de grens van gevoelige terreinen, niet hoger mag zijn dan 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Lden (Level day-evening-night) is het over een geheel jaar gemiddeld geluidniveau (in decibel) voor de dag-, avond- en nachtperiode. Lnight is het geluidniveau (in decibel) gemiddeld over alle nachtperioden van een heel jaar. Bij de bepaling van Lden wordt een toeslag toegepast van 5 dB op het geluidniveau in de avondperiode en 10 dB op het geluidniveau in de nachtperiode. De reden hiervoor is dat door het lagere achtergrondniveau van het omgevingsgeluid een bepaald geluidniveau in de avond- en nachtperiode als hinderlijker wordt ervaren dan eenzelfde geluidniveau in de dagperiode. Daarnaast is de nachtperiode extra gevoelig omdat mensen dan gewoonlijk slapen. Bij het bepalen van de Lden- en de Lnight-waarden gaan we conform het ‘Rekenen meetvoorschrift windturbines’ uit van de gemiddelde geluidemissie op basis van de langjarige windverdeling op ashoogte.
Binnen deze methodiek wordt er geen rekening gehouden met piekgeluiden en/of geluidseffecten bij harde wind. Naast de toets aan de norm zullen we, om een goed inzicht te krijgen in de geluidseffecten op grotere afstand, ook de 42 dB en 45 dB contouren berekenen.
3.4
Cumulatie van geluid
Volgnummer Zienswijze 3.4.1
Indieners geven aan dat zij een diepgaand onderzoek verwachten naar de cumulatie van geluid. Zij geven aan dat zij al last hebben van het geluid afkomstig van het industriegebied Botlek. Ook noemen zij het al bestaande windpark Hartelbrug II en het autoverkeer op de A15 en/of over de Hartelbrug. Er wordt gevraagd om in het MER duidelijk in te gaan op de (maximale) geluidsbelasting per geluidsbron (zoals industrie/brug/spoor/vliegverkeer) en in cumulatie. Indieners geven aan geluidoverlast te ervaren van windpark Hartelbrug II en heeft hier meldingen van gedaan bij DCMR. Indiener geeft aan last te hebben van Exxon Mobile. Dit is de dichtstbijzijnde raffinaderij en vaak hoor je het met hoge druk afblazen van stoom, een geluid dat vergelijkbaar is met een startende jumbojet. Indiener heeft dit meerdere keren bij de DCMR aangekaart. In het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt cumulatie van geluid met andere windparken in de omgeving berekend, dus ook Hartelbrug II. Voor de andere geluidbronnen (niet zijnde een windturbine) geldt dat de cumulatie met deze andere geluidbronnen zal worden berekend voor het voorkeursalternatief (VKA). Dit wordt meegenomen in de integrale belangenafweging in het kader van een goed woon- en leefklimaat in de vergunningverlening.
De cumulatie met andere geluidbronnen wordt bepaald volgens het ‘Reken- en meetvoorschrift windturbines’, Bijlage 4 van Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. Voor het industrieterrein stelt deze methode dat moet worden uitgegaan van de maximaal toegestane geluidbelasting en voor het geluid van verkeer van de gemiddelde geluidbelasting. Met betrekking tot de huidige overlast van het huidige windpark Hartelbrug II en Exxon die door de indiener wordt ervaren, adviseert de gemeente contact op te nemen met DCMR. U kunt een melding doen op https://www.dcmr.nl/overlast-melden.
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 24 van 47
4
Visuele hinder
Volgnummer Zienswijze 4.1
Indieners noemen visuele hinder als aandachtspunt voor het MER en de besluitvorming. Er worden verschillende termen gebruikt: horizonvervuiling, uitzichtvervuiling, zichthinder, vermindering/beperking van uitzicht of aantasting van de ruimtelijke vergezichten en uitzicht op natuur (zoals Hartelpark II). De indieners ervaren nog meer windturbines als hinderlijk voor hun uitzicht. Een indiener geeft aan dat een draaiende turbine die dichtbij staat een zeer onrustig zicht geeft. Indieners vragen eveneens naar visualisaties in het MER. In het MER (gedurende de haalbaarheidsfase) wordt ingegaan op het beeld dat windturbines geven (hoogte, draaisnelheid etc.). In de effectbeoordeling van de alternatieven in het MER maakt de ontwikkelaar visualisaties om de impact van de turbines in beeld te brengen. Deze zijn te vinden op: https://brielse-maasdijk-hartel.ik-doe-mee.nl/map. Het aspect Landschap in het MER gaat in op “zichtbaarheid en beleving” en hier vindt u straks de visualisaties van de alternatieven. De beleving en impact zijn per locatie verschillend en worden door personen verschillend ervaren.
4.2
XL Wind, de exploitant van het bestaande windpark aan het Hartelkanaal vraagt om afstemming van de windturbines in hoogte en diameter zodat een rustiger beeld ontstaat. In het MER wordt dit aandachtspunt bij het thema landschap benoemd. Er ontstaat een rustig beeld als de hoogte en diameter van de windturbines op elkaar zijn afgestemd. Door nieuwe technische ontwikkelingen kunnen windturbines meer energie opwekken maar worden ook hoger. In het MER wordt bij het aspect landschap ingegaan op de toetsing van de nieuwe windturbines aan de bestaande situatie. De windturbines van XL Wind behoren tot deze bestaande situatie.
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 25 van 47
5
Slagschaduw
Volgnummer Zienswijze 5.1
Indieners geven aan dat zij hinder van slagschaduw van de wieken verwachten, onder andere op basis van ervaringen met het bestaande windpark Hartelbrug II. Zij verzoeken dit aspect goed te onderzoeken. Een van de indieners noemt dat zij ook last hadden van slagschaduw door het nu weggehaald windmolenpark. In het MER wordt slagschaduw in beeld gebracht. In het slagschaduwonderzoek worden de contouren aan de hand van de locatie en uitvoering van de windturbines in relatie tot de zonnestand gedurende het hele jaar berekend. In het MER maken we inzichtelijk wat het effect van slagschaduw op de woningen is, aan de hand van deze contouren. Voor slagschaduw zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer voorschriften opgenomen. In artikel 3.12 van de Activiteitenregeling milieubeheer staat dat er een automatische stilstand voorziening aanwezig moet zijn wanneer de hoeveelheid slagschaduw op gevoelige objecten (dat zijn bijvoorbeeld woningen) boven een bepaald aantal uren uitkomt. Slagschaduw op woningen is in de regeling beperkt tot 5 uur en 40 minuten per jaar. De windturbines worden automatisch stilgezet als meer slagschaduw optreedt dan deze norm van 5 uur en 40 minuten.
5.2
Indiener wijst op het negatieve effect van slagschaduw voor het scheepsverkeer op het Hartelkanaal en op het weg- en spoorverkeer op de A15. In het industriegebied Botlek worden geen windturbines geplaatst, omdat dit te gevaarlijk wordt geacht. Toch wijdt de NRD geen enkele regel aan het effect op scheepvaartverkeer wat vergelijkbare risico’s heeft als de industrie. Voor passerend verkeer, zoals scheepvaartverkeer, is er geen norm om slagschaduweffecten te voorkomen. Slagschaduw is een aspect wat voornamelijk effecten heeft bij langdurige blootstelling. De hinder die wordt ervaren door bijvoorbeeld deelnemend scheepvaart-, weg- en spoorverkeer is van korte duur en wordt voor hen niet als risicoverhogend beschouwd. Bovendien is het niet correct dat er – per definitie – geen windturbines worden geplaatst in het Botlekgebied vanwege veiligheidsrisico’s. Het aspect veiligheid wordt meegenomen om een juiste afweging te maken met betrekking tot de plaatsing van windturbines.
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 26 van 47
6
Lichthinder
Volgnummer Zienswijze 6.1
Indieners maken zich zorgen over mogelijke lichthinder (flitsende lichten van de waarschuwingslichten voor de vliegtuigen) en de invloed daarvan op bijvoorbeeld de nachtrust. Een indiener vraagt naar de mogelijkheid van twee rode lampen in plaats van één – namelijk één die constant brand en naar beneden schijnt waardoor vanaf de grond het knipperende licht geen hinder geeft. Twee andere indieners vragen naar de mogelijkheid van een kap zodat het knipperende licht niet te zien is vanaf beneden. Indieners vragen zich af of het licht van de industrie weerkaatst op de wieken, waardoor meer lichthinder ontstaat. Windmolens met een tiphoogte van meer dan 150 meter en alle windturbines langs hoofd vaarwegen en wegen worden voorzien van obstakelverlichting. Dit is een verplichting in het kader van vliegveiligheid. Om de hinder zo veel mogelijk te beperken dringt de windenergie sector al lange tijd aan op het toestaan van een voorziening die de lichten alleen aanschakelt als er vliegverkeer in de buurt is. Dit wordt in Duitsland al toegepast. Zodra dit ook in Nederland toegestaan is zal een dergelijke voorziening worden toegepast op de windturbines. We verwachten dat regelgeving hiervoor aangepast zal zijn als de windturbines zullen worden opgericht.
https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaamondernemen/duurzame-energie-opwekken/windenergie-op-land/milieu-enomgeving/vliegveiligheid-obstakelverlichting. De suggestie voor het plaatsen van een tweede rode lamp geeft de gemeente door aan de opsteller van het MER, maar er wordt van uitgegaan dat dit niet noodzakelijk is wanneer bovenstaande maatregel mag worden toegepast. Artikel 3.13 van de Activiteitenregeling milieubeheer stelt dat ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering bij het in werking hebben van een windturbine zoveel mogelijk voorkomen of beperkt moet worden door toepassing van niet reflecterende materialen of coating lagen op de betreffende onderdelen. Hier zal aan voldaan worden.
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 27 van 47
7
Gezondheid
Volgnummer Zienswijze 7.1
Indieners geven aan dat geluidsoverlast van de windturbines samen met het geluid en stank van de industrie en de wegen, slagschaduw en lichthinder veroorzaken volgens indieners onrust en gezondheidsklachten (lichamelijk en/of geestelijk). Zij vrezen voor onder meer stress, concentratieverlies en een verstoorde nachtrust. Een deel van de indieners haalt audioloog de Laat aan die stelt dat er bij windturbines dichtbij bewoning sprake is van risico op slapeloosheid, concentratieverlies en hoofdpijn. Literatuurstudies naar de gezondheidseffecten van windturbines (Knopper en Ollson 2011 en Massachusetts Department of Environmental Protection 2012), het advies van de Belgische Hoge Gezondheidsraad (2013) het congres Wind Turbine Noise (2013), Mögliche gesundheitliche Effekte von Windenergieanlagen (Umwelt Bundesamt 2016 (Bunz et al)) en Health effects related to wind turbine sound (RIVM, 2017; 2021)) concluderen dat hinder het voornaamste gezondheidseffect van windturbinegeluid is. Deze hinder kan weer stress veroorzaken, wat het welzijn van de bewoners negatief kan beïnvloeden. De hinder wordt vooral veroorzaakt door het zoevende, zwiepende karakter van het windturbinegeluid. Laagfrequent geluid speelt volgens de huidige inzichten geen extra rol bij hinder.
Het wetenschappelijke bewijs voor gezondheidseffecten zoals slaapverstoring, slapeloosheid en hart- en vaatziekten door stress, is niet eenduidig. Voor andere gezondheidseffecten is geen wetenschappelijk bewijs voor een directe relatie met windturbinegeluid. Naast de fysieke aspecten van de windturbine (zoals het geluid en de slagschaduw), spelen ook persoonlijke en context-afhankelijke aspecten onvrede over de visuele beleving en een negatieve attitude tegenover de windturbine een rol in de ervaren hinder. Voorbeelden hiervan zijn de geluidgevoeligheid van de waarnemer, of hoe betrokken de omwonenden waren bij het proces. De invloed van deze zogenaamde niet-akoestische factoren komt niet alleen bij windturbines, maar ook bij andere geluidbronnen voor. Het onderzoek van De Laat is nog niet gereviewed en gepubliceerd, en is dus niet meegenomen in deze beantwoording.
7.2
Een indiener maakt zich zorgen over de gezondheidseffecten van het windpark combinatie met 5G netwerk Er is geen relatie tussen de gezondheidseffecten van het windpark in combinatie met het 5G netwerk.
7.3
Het team Gezondheid en Milieu van de GGD Rotterdam-Rijnmond onderschrijft de aanpak geschetst in de NRD. Zij noemt expliciet in haar advies de cumulatie met Botlek / Pernis, A15 en de Betuweroute. De gemeente is waardeert de onderschrijving van de aanpak en betrekt de GGD bij de beoordeling van het MER.
7.4
Indiener geeft aan dat er in Geervliet en met name Heenvliet is er gebleken dat er na de komst van de windturbines veel fijnstof neerslaat. Spijkenisse Noord zal daar mee te maken gaan krijgen. Industrie, b.v. Aluchemie, maar ook A15 zijn producenten van fijnstof. Het komt aanwaaien en valt achter de molen neer. Inademen van fijnstof leidt tot gezondheidsproblemen en kozijnen, ramen en auto’s hebben vaker een wasbeurt nodig. Fijnstof zweeft in de lucht en gedraagt zich vrijwel als een gas. Van het neerslaan van fijnstof is dan ook nauwelijks sprake. Het grovere stof dat soms ook in de lucht zit kan neerslaan en zichtbare hinder veroorzaken. Zichtbare hinder is erg vervelend maar van het grovere zichtbare stof, in tegenstelling tot fijnstof, worden geen gezondheidseffecten verwacht. Gelet op de afstand tot de bronnen, de bronhoogte, de meest voorkomende windrichtingen en het door de industrie uitgestoten stof, kan er op sommige momenten sprake zijn van enige beïnvloeding van de verspreiding in zowel positieve als negatieve zin. Over het geheel genomen is er op grond daarvan geen aanleiding om te veronderstellen dat dit de heersende concentraties fijnstof merkbaar zal beïnvloeden en dat dit tot hogere concentraties en meer blootstelling aan fijnstof zal leiden.
7.5
Koninklijke Schuttevaer vraagt daarbij ook aandacht voor de mogelijke verstoring
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 28 van 47
van de nachtrust van de binnenvaartschippers. Literatuurstudies naar de gezondheidseffecten van windturbines (Knopper en Ollson 2011 en Massachusetts Department of Environmental Protection 2012), het advies van de Belgische Hoge Gezondheidsraad (2013) het congres Wind Turbine Noise (2013), Mögliche gesundheitliche Effekte von Windenergieanlagen (Umwelt Bundesamt 2016 (Bunz et al)) en Health effects related to wind turbine sound (RIVM, 2017)) concluderen dat directe effecten op de gezondheid, anders dan hinder, onwaarschijnlijk zijn. Hoeveel hinder iemand ervaart is niet objectief te bepalen. Voor andere gezondheidseffecten van het geluid van windturbines, zoals slaapverstoring, slapeloosheid en hart- en vaatziekten, zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de ervaren hinder. Tevens willen wij opmerking dat het bij de genoemde studies gaat om langdurige blootstelling. De verblijftijd van binnenvaartschippers in de buurt van het onderhavige windturbinepark zal tijdelijk zijn waardoor mogelijke gezondheidseffecten worden geminimaliseerd.
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 29 van 47
8
Veiligheid
8.1
Externe veiligheid
Volgnummer Zienswijze 8.1.1
Indieners vragen zich af wat het directe of indirecte effect is van een calamiteit met de turbines op bijvoorbeeld het verkeer en de scheepsvaart en buis- en pijpleidingen en de effecten daarvan op de gezondheid van omwonenden. In een omgeving met chemische industrie en de bijbehorende aanvoer en afvoer van grondstoffen en producten over de weg en het water verwachten indieners een gedegen onderzoek. Kan met de alternatieven worden voldaan aan het wettelijk kader zoals de PR 10-6 contour? Indieners vragen zich af of de afstand tot hoogspanning (transformatorstation en/of ondergrondse hoogspanningsverbindingen) groot genoeg is. TenneT wijst op de afstand van de windturbines tot haar hoogspanningsstation(s) en ondergrondse verbindingen en uit te gaan van de afstanden uit het handboek Risicozonering Windturbines. Een andere indiener vraagt zich af of turbine 2 niet te dicht bij de meest oostelijke turbine van het nu reeds bestaande windturbinepark komt. In het MER wordt het thema externe veiligheid onderzocht. De huidige technische ontwikkelingen zijn zodanig, dat er bij nieuwbouw van windturbines in de jaren daarna een uiterst kleine kans is dat er een rotorblad afbreekt of ander groot incident met windturbines zich voordoet. Schepen en verkeersdeelnemers zijn slechts tijdelijk aanwezig in de buurt van de windturbines.
Mocht er toch een onderdeel van de windturbine loskomen dan is de kans heel klein dat er een verkeersdeelnemer of een schip wordt geraakt. De buisleidingen zijn op vrij grote afstand gelegen en liggen minimaal een meter onder de grond. Een breuk van de pijpleiding is daarom niet aannemelijk. De chemische industrie en de toevoerwegen aan de overkant van de Brielse Maas, liggen op minstens 300-400 meter afstand. Een incident met een rotorblad op die afstand is niet aannemelijk. Het is inderdaad belangrijk om de afstand van de hoogspanning tot de windturbines in acht te nemen. De initiatiefnemer van het windpark Brielse Maasdijk zal in het vervolgproces ook goed afstemmen met TenneT welke turbinepositie tegemoet komt aan de eisen. Vanuit het thema veiligheid zijn er geen formele regels voor de onderlinge afstand van de windturbines van andere windparken. Er wordt wel onderzoek gedaan naar andere relevante effecten van het bestaande windpark op het windpark Brielse Maasdijk en vice versa.
8.1.2
De veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond vraagt in haar advies om: - Vitale infrastructuur en (petro-) chemische industrie als kwetsbaar object te beschouwen - Te zorgen voor voldoende afstand tussen deze objecten en de te realiseren windturbines door een minimale afstand aan te houden die gelijk staat aan de plaatsgebonden risicocontour (PR) 10-6 van de windturbine. - De kans dat een object door (onderdelen van) een windturbine wordt getroffen, en de gevolgen van dit treffen voor deze objecten te onderzoeken. - Een bewuste afweging te maken tussen de realisatie van de windturbines en de omgevingsrisico’s. Het project neemt het advies van de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond ter harte. We sluiten voor dit MER aan bij de wettelijke kaders omtrent externe veiligheid, namelijk het Besluit externe veiligheid inrichtingen, handboek risicozonering windturbines en het Activiteitenbesluit milieubeheer.
8.1.3
Indiener geeft aan dat er gevaar ontstaat door water, vuil, vogels en ijs afzetting die van de wieken af vallen of worden weggeslingerd. De wieken hangen over Plaatweg, Brielse Maasdijk, Voedingskanaal en Hartelkanaal. Wat van 220 meter hoogte en met een klap van 200 km/u wordt weggeslagen, kan ver reiken en hard aankomen. Met name het hoogspanningsstation, de Jachthaven “W.S.V. HAIRT-hILLE”, Dierenopvangcentrum Spijkenisse, de Jeugdgevangenis en een aantal woningen op De Plaatweg liggen in dit risicogebied
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 30 van 47
Indiener uit zijn zorgen over het wegslingeren van kleinere en grotere objecten door de windturbine. Het wegslingeren of vallen van objecten ongeacht in welke vorm, wordt beoordeeld in het MER. Daarvoor wordt de Handreiking risicozonering Windturbines gehanteerd. Voor risico’s in relatie tot ijsafzetting verwijzen we u graag naar 8.2 IJsvorming. 8.1.4
Indiener geeft aan dat windmolens broeikasgas Zwavelhexafluoride (SF6) lekken i.v.m. brandpreventie. Zwavelhexafluoride wordt gebruikt als isolator van de elektrische delen in een windturbine. Het moet voorkomen dat er brand ontstaat. Helaas lekt er veel van weg. SF6 is tienduizenden keren meer belastend dan broeistofgasgenoot CO2. Indieners geven aan dat we eindelijk van de freon in koelsystemen van koelkasten af zijn en dat we nu aan de SF6 gaan. Het klopt dat SF6 wordt toegepast in uiteenlopende onderdelen van het energiesysteem om kortsluiting te voorkomen. Bij windturbines kunnen de lekkages van dit SF6 ontstaan door mechanisch falen, slijtage van machines of tijdens onderhoud of ontmanteling van een windturbine. Om dit te voorkomen wordt het bij reparatie en ontmanteling SF6 afgevangen. Vervolgens wordt het hergebruikt in nieuwe apparaten. Het klopt dat SF6 meer belastend is ten opzichte van CO2. Onderzoek van WindEurope wijst uit dat alle 100.000 windturbines in Europa jaarlijks naar schatting 150kg aan SF6 lekten in de afgelopen zes jaar. Dit staat gelijk aan een jaarlijkse uitstoot van 3.525 ton CO2. Om dit in perspectief te plaatsen: deze 100.000 windturbines bespaarden in dat jaar 255 miljoen ton aan CO2 door 336TWh aan groene stroom op te wekken. De lekkage van SF6 vormt dan ook slechts fractie, namelijk 0,001%, van de vermeden uitstoot van CO2.
8.2
IJsvorming
Volgnummer Zienswijze 8.2.1
Indiener maakt zich zorgen over het wegslingeren van ijs door de wieken. Moderne windturbines hebben voorzieningen die er voor zorgen dat wegslingeren van ijs niet kan plaatsvinden. De turbines worden daarvoor tijdelijk stilgezet als de weercondities zodanig zijn dat ijsaangroei kan plaatsvinden. Het vormen van ijs en het wegslingeren van ijs wordt daarmee voorkomen. Windturbines kunnen daardoor ook in bedrijf zijn bij omstandigheden onder het vriespunt zolang er geen sprake is van ijsvorming. Indien er een situatie ontstaat waarbij er ijs naar beneden kan vallen worden er maatregelen genomen om passanten te waarschuwen en wordt het valgebied fysiek afgesloten.
8.3
Bouwen op de dijk
Volgnummer Zienswijze 8.3.1 8.3.2
Indieners vragen zich af of het veilig is om de windturbines op de dijk te bouwen. De dijk laat nu al water door. Andere indiener vraagt zich af wat het effect van boringen en plaatsing is van windturbines op de dijk en daaraan gekoppeld de veiligheid in een gebied waar gewoond wordt onder NAP. De waterstaatkundige effecten van de windturbines worden onderzocht in het MER. Het Waterschap Hollandse Delta (WSHD) en Rijkswaterstaat (RWS) zijn mede bevoegd gezag voor de m.e.r.-procedure. Voorwaarden voor dit windpark is dat de algehele waterveiligheid bij plaatsing, exploitatie en verwijdering van de turbines gewaarborgd blijft. De waterkering (dijk) wordt door het waterschap periodiek getoetst aan de landelijke eisen. Tussen initiatiefnemer, RWS en WSHD is regelmatig overleg over mogelijke werkzaamheden aan de waterkering en de nabijheid van de Hartelkering. Middels toetsing aan vastgesteld beleid van WSHD en RWS wordt beoordeeld of het windpark en bijhorende bouw-
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 31 van 47
werken alsmede kabels kunnen worden gerealiseerd. Beiden beheerders stellen als harde randvoorwaarde dat de waterveiligheid van het achterland, al dan niet onder NAP, niet verslechtert door realisatie, exploitatie en/of verwijdering van de windturbines. WSHD en RWS hanteren specifieke beleidsregels voor plaatsing, exploitatie en verwijdering van windturbines in, op of nabij waterkeringen. De initiatiefnemer moet middels onderzoeken kunnen aantonen dat de algehele waterveiligheid is gewaarborgd.
8.4
Ontsluiting bij calamiteiten
Volgnummer Zienswijze 8.4.1
Indieners vragen zich af of de ontsluiting van het gebied afdoende is en blijft bij calamiteiten. Bij eventuele calamiteiten zoals brand, kunnen hulpdiensten slecht een windturbine benaderen. Voor de bewoners kan het betekenen dat bij een calamiteit hun enige toegangsweg geblokkeerd is. De zienswijze heeft betrekking op het handelingsperspectief in geval van een calamiteit. Dit perspectief is onderdeel van een calamiteitenplan van het windpark. Een onderdeel van het calamiteitenplan is onder meer dat de ontsluiting van en naar het gebied voor de bewoners op een veilige manier mogelijk blijft. Het calamiteitenplan wordt in samenwerking met de verschillende hulpdiensten opgesteld. Dit is een aandachtspunt wat aan bod komt in de vergunningenprocedure.
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 32 van 47
9
Woongenot
Volgnummer Zienswijze 9.1
Indieners geven aan dat zij de plaatsing van windturbines een verstoring vinden van het woon- en leefmilieu. De aantasting van het woongenot door de windturbines en de aantasting van natuur en recreatie wordt vaak genoemd, evenals de combinatie met reeds bestaande activiteiten zoals industrie en verkeer en het bestaande windpark. Indieners vanuit de Spijkenisse geven aan dat zij de windturbines horizonvervuiling vinden. Ook vinden zij de afstand tot de woningen een ernstige verstoring. De woonstichting maakt zich zorgen over leegstand omdat bewoners vertrekken door het nieuw te realiseren windpark. De gemeente begrijpt goed dat bewoners vrezen voor vermindering van het woongenot als gevolg van de realisatie van een windpark. Om die reden betracht de gemeente grote zorgvuldigheid bij de bestuurlijke afwegingen om te komen tot de realisatie. De gemeente doorloopt de planologische procedure daarom zeer zorgvuldig. De integrale belangenafweging tussen onder meer woongenot, hinder en de opgave om schone elektriciteit te produceren vindt uiteindelijk plaats in het college van burgemeester en wethouders. Daarbij wordt ook de gemeenteraad betrokken en geïnformeerd. Of windturbines in het landschap als horizonvervuiling wordt ervaren of niet, is persoonlijk. Wat voor de één geldt als horizonvervuiling hoeft niet voor de ander te gelden.
Om in ieder geval juiste informatie te delen over hoe de horizon eruitziet na realisatie heeft de gemeente gemeend het instrument Windplanner in te schakelen. Met dit instrument krijgt u een reëel beeld van de toekomstige situatie van de windmolens in het landschap. Het betreft een 3d-applicatie via internet. De verschillende alternatieven die in de MER worden onderzocht, zijn op ware schaal neergezet in het landschap en als u op de verschillende alternatieven klikt ziet u als het ware hoe straks na realisatie het toekomstige windpark kan worden beleefd ten opzichte van de huidige situatie. Op die manier krijgt u een voorstelling van hoe een en ander er uit komt te zien en kan u zelf een oordeel vellen of u dit mooi vindt of lelijk. De link naar de configuraties van de verschillende alternatieven in het bestaande landschap treft u hier aan: https://brielse-maasdijk-hartel.ik-doe-mee.nl/map
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 33 van 47
10
Waardevermindering woningen
Volgnummer Zienswijze 10.1
Indieners geven aan dat zij door de bouw van de windturbines een waardevermindering van hun woning verwachten. Zij verwachten dat de verkoopwaarde van hun woning zal dalen, evenals van de nog in aanbouw zijnde woningen. Wat zijn de mogelijkheden voor planschade en/of schadevergoeding? De grondslag voor het indienen van een planschadeverzoek vormt het bestemmingsplan. Als het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, kunt u binnen 5 jaar daarna een planschadeverzoek indienen bij de gemeente. U moet dan aantonen dat er waardevermindering van uw woning optreedt door de bestemmingsplanwijziging. Op basis van adviezen van een onafhankelijke planschadeadviseur neemt het college van B&W een besluit over het al dan niet toekennen van een planschadetegemoetkoming en de hoogte van deze vergoeding. Bewoners en eventueel de vergunninghouder/derde belanghebbende kunnen tegen dit besluit bezwaar indienen bij de bezwaarschriftencommissie en beroep en hoger beroep aantekenen bij de Rechtbank Rotterdam en of de Raad van State. U moet daarbij rekening houden dat er bij planschade een normaal maatschappelijk risico wordt gehanteerd.
Dat wil zeggen dat als vast is komen te staan dat u schade heeft geleden als gevolg van de bestemmingsplanwijziging, een deel van de door u benoemde waardevermindering (normaliter 2% van de waarde van uw woning voor vaststelling van het bestemmingsplan) niet vergoed wordt. De planschade wordt betaald door de initiatiefnemer en drukt niet op de gemeentelijke begroting.
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 34 van 47
11
Natuur en landschap
Volgnummer Zienswijze 11.1
Indieners maken zich zorgen over de aanwezige diersoorten in het Hartelpark en aan de Leliestraat. Het meest worden genoemd vleermuizen maar ook watervogels, uilen, fazanten, ijsvogels, roofvogels zoals de buizerd, Rode Wouw en ganzen. Men verwacht dat het leefgebied wordt verstoord door de windturbines. Vogels kunnen tegen de rotorbladen vliegen, met dodelijke afloop. Zij vragen dit goed te onderzoeken, waar nodig jaarrond. Een indiener vraagt of een van de wieken zwart gemaakt worden zodat de windmolens beter zichtbaar zijn. Een indiener geeft aan dat het plangebied deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland en dat het valt onder beschermingscategorie 1 uit de Verordening Ruimte. Deze indiener stelt dat de locatie ganzenfourageergebied is. Een indiener geeft aan dat het direct aangrenzende Hartelpark aangelegd en bedoeld is als groenbuffer tussen Spijkenisse en Botlek/Europoort. Een aantal indieners maakt zich zorgen over de in het Hartelpark rondlopende Schotse Hooglanders. Een aantal indieners vraagt of er niet in meer groen kan worden geïnvesteerd en het Hartelpark zo kan worden ingericht dat het zicht op de windturbines ontneemt (bijvoorbeeld door een combinatie van hoge bomen en dichte onderbegroeiing). In het MER onderzoeken we de effecten op natuur en landschap.
Voor zowel de vleermuizen als de aanwezige soorten vogels die de indieners noemen, wordt er een uitgebreid onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten. Eén van de wieken zwart maken is inderdaad een steeds vaker toegepaste techniek om aanvaring van vogels te verkleinen. Uit het vogelonderzoek als onderdeel van het natuuronderzoek in het MER zal duidelijk worden welke risico’s er spelen voor vogels, en of dit de (of een van de) effectief toe te passen maatregelen zal zijn. Het plangebied maakt geen deel uit van het vastgestelde Natuurnetwerk Nederland (NNN). Wel worden mogelijk negatieve effecten op ganzen onderzocht. Het Hartelpark heeft een eigen beheerplan, hierin zijn bewuste keuzes gemaakt in de afwisseling van open en dicht terrein. Wij achten de kans klein dat de Schotse Hooglanders in het huidige park met de bestaande begroeiing optisch verstoord zullen worden door de windturbines. Het onderwerp optische verstoring onderzoeken we in het MER. Uw verzoek om te investeren in groen, bijvoorbeeld uit de opbrengsten uit een gebiedsfonds, nemen wij ter kennisgeving aan. U kunt zelf invloed uitoefenen in de uiteindelijke bestedingsdoelen van een omgevingsfonds: daar zal later in het participatieproces meer informatie over volgen.
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 35 van 47
12
Cultuurhistorie en archeologie
12.1 Archeologische vindplaatsen Volgnummer Zienswijze 12.1.1
Het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam wijst erop dat erin het verleden een groot aantal archeologische vindplaatsen zijn aangetroffen binnen het plangebied. Vooral in de zone net ten noordoosten van Geervliet bevindt zich een cluster van vindplaatsen, die dateren uit de periodes IJzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen. Van een aantal van deze is bekend dat de resten zich nog in de bodem van de Maasdijk bevinden. Het is daarom verstandig om met de locatiekeuze van de molens rekening te houden met deze in archeologisch opzicht kansrijke zones. Voor het op te stellen MER wordt een bureaustudie uitgevoerd naar de bekende aanwezige archeologische waarden en de archeologische verwachtingswaarden in het plangebied. Op basis van de resultaten uit dit onderzoek wordt het effect van de verschillende alternatieven bepaald en gewogen. Voor archeologie is het uitgangspunt om te streven naar behoud in situ (op de plek). Als dat niet mogelijk is, dan benoemen we in het MER maatregelen die het effect kunnen mitigeren. Dit kan bijvoorbeeld door de locatie van de windturbine te wijzigen.
12.2 Molenbiotoop Volgnummer Zienswijze 12.2.1
Indiener wijst op een mogelijk effect op de molenbiotoop en verzoekt dit aspect te onderzoeken Op basis van de Cultuurhistorische Atlas en de Molenbiotoopinventarisatie van de Provincie Zuid-Holland (2010; https://zuid-holland.molenbiotoop.nl/) luidt de conclusie dat er geen molenbiotopen van historische molens overlappen met het plangebied. Dit nemen we ook in het MER op bij cultuurhistorie.
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 36 van 47
13
Recreatie
Volgnummer Zienswijze 13.1
Indieners hechten aan de recreatieve waarde van (een deel van) het aangewezen gebied. Ze wandelen, hardlopen, fietsen en sportvissen of recreëren op of langs het Hartelkanaal en in het Hartelpark. Specifiek noemen meerdere indieners de watersportvereniging en jachthaven Hairt Hille. Ze vragen de effecten op recreatie te onderzoeken. De gemeente Nissewaard is zich bewust van het belang van de recreatiefunctie en de belevingswaarde van het plangebied. In het MER worden de alternatieven beoordeeld op het effect op recreatie . Verder zal er bij die effectbeoordeling in het MER aandacht uitgaan naar de specifieke functies zoals onder meer de aanwezigheid van de watersportvereniging Hairt Hille en de aanwezige evenementenlocatie.
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 37 van 47
14
Overige onderwerpen
14.1 Bezwaar maken Volgnummer Zienswijze 14.1.1
Een aantal indieners maakt bezwaar tegen de plaatsing van de windturbines zonder daarbij nadrukkelijk in te gaan op inhoudelijke onderwerpen. Dit document gaat in op de zienswijzen en adviezen op de notitie reikwijdte en detailniveau. Als straks het MER en de ontwerp vergunningen ter inzage worden gelegd, kunt u (opnieuw) een zienswijze indienen. De bevoegde gezagen zullen uw zienswijze dan bij de definitieve besluitvorming over de omgevingsvergunning betrekken. Indien u het vervolgens niet eens met de verleende vergunning, kunt u in beroep bij de Raad van State.
14.2 Subsidies en rendement en rendabiliteit Volgnummer Zienswijze 14.2.1
Indieners vinden windenergie op land financieel een slechte businesscase, windparken op land zijn alleen rendabel met subsidies. Een aantal indieners wil geen subsidies meer op windenergie. Indieners geven aan dat zij zich afvragen of de afstand tussen de windturbines van het nieuw te realiseren windpark onderling en met het al bestaande windpark groot genoeg is voor een goed rendement. XL Wind vraagt om in het MER ook in te gaan op het effect op het rendement van het bestaande windpark. Het is rijksbeleid om duurzame energie te stimuleren door middel van het verstrekken van subsidies. Deze subsidies zijn in de laatste jaren al behoorlijk afgebouwd. Het SDE+subsidiebeleid wordt vormgegeven door het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Derhalve neemt de gemeente kennis van uw mening omtrent het subsidiebeleid. Voor een dergelijk windpark (met tenminste 18 MW aan opgesteld windvermogen) is er wel degelijk een financiële business case op het moment dat SDE+-subsidie wordt verkregen, zeker gelet op het feit dat het voldoende waait aan deze kant (westzijde) van ons land.
14.2.2
Indiener geeft aan dat er in de NRD de geplande minimale 18 MW slechts 1 à 2 procent van de Nissewaard energie is. In de toekomst zal Nissewaard als gevolg van de energietransitie meer elektriciteit nodig hebben dan nu. Het 18 MW windpark zou slechts 1 à 2 procent van de toekomstig benodigde elektrische energie in Nissewaard kunnen verzorgen. Het mag toch duidelijk zijn dat dit beoogde windpark nauwelijks toegevoegde waarde heeft voor Nissewaard. Als windmolens op zee worden geplaatst is het rendement en productie veel hoger. In een windpark als dit is de verwachte productie tussen 80 GWh en 120 GWh afhankelijk van het aantal te plaatsen turbines. Daarmee vormt het een goed aandeel in de regionale opgave van duurzame opwek. Deze regionale opgave wordt bekrachtigd door het vaststellen van de RES 1.0 door de gemeenteraad. In deze RES 1.0 staat de regionale opgave om voor 2030 371 GWh aan schone elektriciteit op te wekken. Als dit park daar tussen de 80 en 120 GWh aan kan bijdragen dan is dat een substantieel aandeel aan de opgave van de RES 1.0. Voor wind op zee zijn er andere kwantitatieve doelstellingen door Nederland vastgesteld in het klimaatakkoord. Alleen wind op zee is niet genoeg om in 2030 de landelijke doelstelling van 49% CO2-reductie te hebben bewerkstelligd. Daarom is er ook wind op land nodig. Deze in 2017 vastgelegde locatie zal daar ook aan moeten bijdragen.
De RES 1.0 geeft inzicht in de regionale inzet op extra schone elektriciteit (zon- en windenergie).
14.2.3
Indiener geeft aan dat er miljarden aan belastinggeld van burgers vloeit via subsidies naar investeerders en ontwikkelaars. De burger krijgt de lasten en niet de lusten. De veelal buitenlandse investeerders, ontwikkelaars en milieuclubjes verdienen
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 38 van 47
er veel geld aan. Gemeente Nissewaard is van mening dat wind op land voorlopig nog met SDE+-subsidies gefinancierd moet worden omdat er nog geen goede business-cases zijn zonder rijkssubsidie. Dit zal overigens in de toekomst veranderen en om die reden worden de rijkssubsidies stukje bij beetje afgebouwd. 14.2.4
Indiener geeft aan dat het voorkomt dat windturbineparken slechts dienen om ongekende subsidies uit te keren aan bevriende ondernemers. De opwekkingen is allerminst schoon gezien de grondstoffen en bij afvoering na veroudering of vervanging wegens het aantrekkelijk maken van nieuwe subsidies. Zolang er geen methode is om het opgewekte vermogen op te slaan hebben windturbines die op zich al weinig efficiënt zijn geen zin. De techniek rondom opslaan van duurzame energie verloopt gelukkig dermate snel dat de gemeente Nissewaard minder pessimistisch is op dit punt. In het havengebied wordt al opgewekte windenergie duurzaam opgeslagen. Vanuit deze pilot kan geleerd worden en kunnen technologische verbeteringen worden toegepast waardoor opslag van duurzame elektriciteit beter zal lukken in de toekomst.
14.3 Na de levensduur Volgnummer Zienswijze 14.3.1
Indieners vragen zich af wat er na de levensduur van de windturbines met het afval gedaan wordt. De beoogd te bouwen windturbines hebben een verwachte levensduur van 25 tot 30 jaar. Ze zullen, als na 25-30 jaar geen levensduurverlenging mogelijk is, ongeveer in 2050 worden opgeruimd en gerecycled. Met de huidige stand van de techniek wordt op dit moment 85% tot 90% van de windturbines na einde levensduur gerecycled en opnieuw gebruikt. De brede (wind-)energiesector heeft diverse programma's lopen om het recycle percentage snel verder omhoog te krijgen. De grootste uitdaging zit op dit moment in de recycling van de windturbine bladen. Het volledig terug brengen van de windturbine bladen naar grondstoffen die opnieuw kunnen worden gebruikt voor productie van nieuwe windturbine bladen is al aangetoond. Opschaling naar een industriële toepassing wordt in de komende 3 tot 5 jaar voorzien. De windindustrie gaat ervan uit dat omstreeks 2040 alles van een windturbine recyclebaar is tot nieuwe windturbines, ook de windturbines die nu al operationeel zijn. De fundaties van de windturbines zullen weg worden gehaald en het beton in nieuwe constructies gebruikt. Het in de fundaties verwerkte staal wordt verwerkt in nieuw staal. Dit geldt ook voor de kabels in de grond die meestal een aluminium kern hebben met een kunststof mantel. Ook deze materialen kunnen weer opnieuw gebuikt worden.
14.4 Kabels en leidingen Volgnummer Zienswijze 14.4.1
Pipeline control is nagegaan of er overlap bestaat tussen het plangebied en de kabels en leidingen die zij beheren. Dit is niet het geval. Deze zienswijze wordt ter kennisgeving aangenomen.
14.5 Gasleidingen Volgnummer Zienswijze 14.5.1
Gasunie Nederland wijst op haar beleid op het gebied van windturbines nabij haar
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 39 van 47
gasleidingen. Zij streeft naar geen risicovergroting. Gasunie geeft handreikingen voor de te hanteren afstand tussen windturbines en de gasleidingen. Het effect van windturbines nabij gasleidingen wordt in het MER onderzocht. Het uitgangspunt daarbij is dat er geen onaanvaardbare risicovergroting mag zijn voor de gasleidingen ten gevolge van de plaatsing van windturbines. De beoordeling van de effecten zal worden afgestemd met Gasunie.
14.6 Radarverstoring Volgnummer Zienswijze 14.6.1
Diverse indieners wijzen op mogelijke radarverstoringen door het windmolenpark. Zij wijzen erop dat er een radarverstoringsonderzoek moet worden uitgevoerd. Voor het MER worden radarverstoringsonderzoeken uitgevoerd door TNO voor defensieen civiele luchtverkeersradarsystemen, gevechtsleidingsradarsystemen en scheepvaartradarsystemen. Deze onderzoeken worden ter beoordeling voorgelegd aan het betrokken bevoegde gezag en/of adviesorgaan.
14.6.2
De LVNL wijst op de wijziging van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) per 1 december 2020. Met deze wijziging zijn de (civiele) radars TAR Schiphol-West en TAR Schiphol Centrum toegevoegd aan de Rarro. De toetsingszone van de primaire radar TAR-Schiphol-West is in overeenstemming gebracht met de bescherming van de militaire radarsystemen zoals vermeld in de Rarro. Het plangebied Windpark Brielse Maasdijk valt binnen het radarverstoringsgebied van TAR Schiphol-West en de beoogde windturbines overschrijden de hoogte van het radarverstoringsgebied. Dit houdt in dat de mate van verstoring van het radarbeeld zal moeten worden bepaald aan de hand van een rapport (radarverstoringsonderzoek). De uitkomst van dat radarverstoringsonderzoek is bepalend voor het al dan niet afgeven van een Verklaring van Geen Bezwaar (VGB) door Defensie Er zullen radarverstoringsonderzoeken uit worden gevoerd door TNO voor defensie- en civiele luchtverkeers-, gevechtsleiding- en scheepvaartradarsystemen. Deze onderzoeken zullen ter beoordeling voor worden gelegd aan het betrokken bevoegde gezag en/of advies orgaan. Dit geldt voor alle te onderzoeken alternatieven. Waar dit op grond van regelgeving noodzakelijk is, wordt/worden de betreffende bevoegd gezag en/of adviesorgaan verzocht om een Verklaring van geen Bezwaar af te geven voor het t.z.t. gekozen voorkeursalternatief.
14.6.3
Indiener geeft aan dat gerelateerd aan radarsignalen, er ook telefonie, radio, TV, satelliet en communicatieapparatuur zijn. Er wordt in de NRD niet of nauwelijks over gesproken. Verplaatsing van radar, zendmasten en ontvangers (niet alleen bij huizen) is heel duur en soms onmogelijk. Allemaal kosten waar vooraf nooit bij wordt stilgestaan. Voor mogelijke effecten op straalpaden en andere communicatiesignalen vindt afstemming plaats met de relevante providers.
14.6.4
Schuttevaer onderschrijft de door de Havenmeester genoemde afstanden in de NRD ‘afstand van 30 meter + ½ rotordiameter tot de rand van de vaarweg op het Hartelkanaal’ (pagina 19) en vraagt of deze afstand ook daadwerkelijk gehanteerd kan worden bij de aanleg van het park. Dat voorkomt dat er een veiligheidsissue voor de binnenvaart optreedt doordat valse echo’s op het radarbeeld optreden De genoemde afstand 30 meter + 1/2 rotordiameter wordt gehanteerd als ontwerpuitgangspunt voor het project. Voor een effectbeoordeling in het MER zal er ook gekeken worden naar het daadwerkelijke verstoringseffect voor alternatieven die niet aan de genoemde afstandseis voldoen. De Havenmeester dient aan de hand van de effectbeoordeling aan te geven voor welke alternatieven zij de effecten voor het scheepsradarbeeld en andere aspecten zoals visuele zichtlijnen, aanvaardbaar acht. Dat kan ertoe leiden dat de afstand kleiner kan zijn of dat de afstand groter moet worden.
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 40 van 47
14.7 Omgevingswet Volgnummer Zienswijze 14.7.1
Indieners vragen zich af hoe de relatie met de omgevingswet wordt gelegd in dit project. Bepalend in deze is het moment waarop de omgevingsvergunning bouwen in afwijking van het bestemmingsplan door de initiatiefnemer(s) wordt aangevraagd. Op het moment dat de Omgevingswet nog niet in werking is getreden geldt dat deze aanvraag behandeld moet worden volgens het huidige recht. Mocht op het moment van aanvragen de Omgevingswet in werking zijn getreden, dan zal de aanvraag afgehandeld worden conform de regels die gelden in de Omgevingswet. De verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet is 1 juli 2022.
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 41 van 47
15
Advies Commissie voor de milieueffectrapportage
Het bevoegd gezag heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.) om advies gevraagd over reikwijdte en detailniveau van het onderzoek. Deze onafhankelijke Commissie zal ook over het MER om advies worden gevraagd. De Commissie m.e.r. heeft op 06-04-2021 haar advies uitgebracht over de NRD (projectnummer 3516). Samenvatting advies MER Commissie Voor het meewegen van het milieubelang in het besluit over het windpark Brielse Maasdijk vindt de Commissie dat het MER in ieder geval het volgende moet beschrijven:
hoe is bepaald op welke posities een windturbine kan worden gebouwd; alternatieve combinaties van die posities, voor turbines van verschillende grootte, en de milieugevolgen daarvan. Het gaat in het bijzonder om de gevolgen voor de natuur (vooral vogels en vleermuizen), het landschap, de geluidhinder (voor omwonenden en recreanten) en de veiligheid (scheepvaart, hoogwater, leidingen); de milieumaatregelen die onderdeel zijn van het uiteindelijk gekozen ontwerp en de effectiviteit ervan.
Verder vindt de Commissie het belangrijk dat het MER goed verslag doet van dat participatietraject en aangeeft hoe de gemaakte afspraken de vormgeving van het windpark hebben beïnvloed. Antwoord De gemeente neemt het advies van de Commissie over en vraagt de opsteller van het MER volgens dit advies het MER op te stellen.
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 42 van 47
Bijlage Zienswijzenindex Personen die gebruik hebben gemaakt van het format van zienswijze 47C. U vindt de beantwoording van uw zienswijze (volgnummers) bij zienswijzenummer 47C. Gelijkluidende zienswijze aan 47C 48C, 49C, 51C, 52C, 53C, 55C, 56C, 58C, 62C, 63C, 66C, 69C, 72C, 76C, 80C, 84C, 85C, 87C, 90C, 91C, 92C, 93C, 95C, 96C, 97C, 98C, 99C, 103C, 104C, 105C, 106C, 107C, 108C, 109C, 110C, 111C, 113C, 118C, 119C, 120C, 123C, 124C, 125C, 127C, 128C, 129C, 130C, 131C, 134C, 135C, 137C, 138C, 141C, 142C, 144C, 145C, 146C, 147C, 148C, 149C, 150C, 151C, 152C, 153C, 154C, 155C, 157C, 158C, 160C, 161C, 162C, 163C, 164C, 166C, 168C, 169C, 170C, 171C, 172C, 173C, 174C, 176C, 177C, 178C, 179C, 180C, 181C, 182C, 183C, 184C, 185C, 189C, 190C, 191C, 192C, 193C, 194C, 196C, 197C, 198C, 199C, 203C, 204C, 205C, 206C, 209C, 212C, 214C, 215C, 218C, 219C, 222C, 223C, 225C, 226C, 227C, 230C, 231C, 233C, 236C, 237C, 246C, 247C, 251C, 252C, 254C, 256C, 257C, 258C, 262C, 264C, 266C, 268C, 273C, 275C, 277C, 279C, 281C, 282C, 285C, 287C, 288C, 289C, 292C, 293C, 294C, 295C, 298C, 299C, 300C, 302C, 303C, 304C, 305C, 306C, 307C, 309C, 310C, 314C, 315C, 316C, 317C, 318C, 319C, 320C, 323C, 324C, 325C, 327C, 330C, 332C, 333C, 338C, 340C, 341C, 343C, 347C, 348C, 351C, 353C, 354C, 356C, 360C, 361C, 362C, 363C, 364C, 366C, 367C, 368C, 369C, 371C, 372C, 373C, 374C, 380C, 382C, 383C, 384C, 385C, 386C, 387C,
390C, 399C, 406C, 411C, 413C, 414C, 417C, 418C, 419C, 422C, 424C, 430C, 432C, 437C, 444C Personen die format van zienswijze 47C hebben gebruikt met een toevoeging. U vindt de beantwoording van uw zienswijze (volgnummers) bij zienswijzenummer 47C en tevens bij uw zienswijzenummer. Gelijkluidende zienswijzen aan 47C met toevoeging 50C 57C, 59C, 64C, 65C, 70C, 81C, 83C, 86C, 89C, 94C, 100C, 102C, 112C, 122C, 126C, 132C, 133C, 136C, 139C, 140C, 143C, 156C, 159C, 175C, 186C, 187C, 200C, 201C, 202C, 207C, 208C, 210C, 211C, 216C, 217C, 220C, 221C, 224C, 228C, 229C, 232C, 234C, 235C, 238C, 239C, 240C, 242C, 243C, 244C, 248C, 249C, 250C, 253C, 255C, 259C, 260C, 261C, 263C, 271C, 274C, 276C, 278C, 280C, 283C, 291C, 301C, 311C, 312C, 313C, 321C, 326C, 328C, 331C, 334C, 335C, 336C, 337C, 342C, 346C, 349C, 352C, 355C, 357C, 358C, 359C, 365C, 370C, 379C, 398C, 401C, 408C, 409C, 410C, 421C, 433C, 435C, 439C, 441C Zienswijzenummer 1c 2c 3c 4c 5c 6c 7c 8c 9c 10c 11c 12c 13c 14c 15c 16c 17c 18c 19c 20c 21c 22c 23c 24c
Volgnummer (verwijst naar de thema’s) 14.1.1 2.3.1, 2.5.1, 14.2.1 7.1, 2.3.1, 9.1 2.3.1 14.1.1 2.4.1 2.3.1, 9.1, 3.4.1 14.1.1 2.3.1 3.1.1 14.1.1 14.6.1, 14.7.1 9.1 12.1.1 9.1, 3.1.1, 2.1.8 2.4.1, 3.1.1, 5.1 14.1.1 2.3.1, 2.4.1, 2.5.1 9.1, 3.1.1, 10.1, 3.4.1, 4.1, 5.1 7.1, 9.1 7.1, 9.1 3.1.1, 3.4.1 14.3.1, 8.3.1, 3.1.1, 11.1, 3.4.1 2.3.1, 2.4.1, 3.1.1, 10.1
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 43 van 47
25c 26c 27c 28c 29c 30c 31c 32c 33c 34c 35c 36c 37c 38c 39c 40c 41c 42c 43c 44c 45c 46c 47c 54c 57c 59c 60c 61c 64c 65c 67c 68c 70c 71c 73c 74c 75c 77c 78c 79c 81c 82c 83c 86c 88c 89c 94c 100c 101c 102c 112c 114c 115c 116c 117c 121c 126c 132c 133c 136c 139c 156c 159c 165c 167c 175c
14.1.1 2.4.1 2.3.1, 2.4.1, 10.1 2.2.3 7.1, 9.1 14.1.1 7.1, 9.1 2.3.1, 9.1, 4.1 2.5.1 3.1.1, 3.2.1 2.3.1, 9.1, 3.1.1, 10.1, 3.4.1 7.1, 9.1 2.3.1, 9.1 7.1, 2.2.2, 2.3.1, 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 2.1.26 2.2.2, 2.3.1, 9.1 11.1 2.3.1, 3.1.1, 5.1, 2.1.17 14.1.1 7.1, 3.1.1, 3.4.1, 5.1 2.4.1 3.1.1, 3.4.1, 4.1, 5.1 3.1.1 7.1, 2.1.1, 2.3.1, 2.2.1, 3.1.1, 3.2.1, 3.4.1, 6.1 9.1, 3.1.1, 10.1, 4.1, 5.1 9.1 10.1, 4.1 14.1.1 2.3.1, 2.4.1, 3.1.1, 10.1, 5.1 2.4.1, 2.5.1 8.1.1, 11.1, 13.1, 12.2.1 2.3.1, 2.4.1, 3.1.1, 11.1, 3.3.1, 3.4.1 2.4.1, 9.1, 2.1.30 2.4.1, 2.5.1, 3.1.1, 10.1, 11.1, 3.3.1, 3.4.1, 5.1 14.1.1 14.4.1 5.1 7.1, 9.1, 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1 14.6.1, 14.6.2 3.1.1, 4.1 3.1.1, 3.4.1 7.1, 10.1 9.1, 11.1 9.1 10.1 7.3 9.1, 13.1, 2.1.39 8.3.1, 11.1 10.1 9.1, 3.1.1, 3.2.1, 3.4.1, 4.1, 2.1.5 10.1 7.1, 2.3.1, 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 5.1 7.1, 2.5.1, 9.1, 3.1.1, 4.1 2.3.1, 9.1 7.1, 2.3.1, 2.4.1, 9.1, 3.1.1, 11.1, 3.3.1, 3.4.1 7.1, 3.1.1, 10.1 3.1.1, 3.3.1 10.1 9.1 10.1 10.1 2.3.1, 10.1 11.1, 2.1.33 2.4.1, 9.1 2.3.1, 3.1.1, 3.3.1, 4.1 2.4.1, 2.5.1, 3.1.1, 11.1, 4.1 3.1.1, 10.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 44 van 47
186c 187c 188c 195c 200c 201c 202c 207c 208c 210c 211c 213c 216c 217c 220c 221c 224c 228c 229c 232c 234c 235c 238c 239c 240c 241c 243c 244c 245c 248c 249c 250c 253c 255c 259c 260c 261c 263c 265c 267c 269c 270c 271c 272c 274c 276c 278c 280c 283c 284c 286c 290c 291c 296c 297c 301c 308c 312c 313c 321c 322c 326c 328c 329c
2.5.1 2.3.1 2.4.1, 13.1, 4.1 7.1, 2.2.2, 2.3.1, 3.1.1 7.1, 3.1.1, 10.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1 13.1 11.1 9.1 7.1 13.1 7.1 13.1 13.1 13.1 13.1 13.1 13.1 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1 2.4.1 7.1 13.1 13.1 2.1.37 10.1 9.1, 3.1.1, 11.1, 4.1 13.1 13.1 2.3.1, 9.1, 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1 13.1 4.1 7.1, 9.1 2.1.25 10.1 10.1 10.1 2.4.1 13.1 2.4.1, 3.1.1 3.1.1 3.1.1, 10.1, 3.3.1, 3.4.1 2.3.1, 14.1.1 2.3.1, 2.5.1, 4.1 7.1, 9.1 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1 14.2.1 7.1, 2.4.1, 3.1.1, 10.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1 13.1 8.1.1, 2.4.1 8.4.1 7.1, 2.3.1, 2.4.1 13.1 9.1, 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1 8.1.1, 14.6.1, 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 5.1, 14.2.1, 2.1.34, 2.1.40 3.1.1, 10.1, 3.3.1, 3.4.1 13.1 3.1.1, 3.3.1, 4.1 13.1 8.1.1, 2.5.1, 10.1 10.1 9.1, 3.1.1, 11.1, 3.4.1, 4.1, 5.1 7.2 2.5.1, 9.1 14.3.1, 2.5.1, 3.1.1, 10.1, 11.1, 3.2.1, 3.3.1, 4.1, 5.1, 14.2.1, 6.1
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 45 van 47
331c 335c 336c 337c 339c 342c 344c 345c 346c 349c 350c 352c 355c 357c 365c 370c 375c 376c 377c 378c 379c 381c 388c 389c 391c 392c 393c 395c 396c
397c 398c 400c 401c 402c 403c 404c 405c 407c 408c 409c 410c 412c 415c 416c 420c 421c 423c 424c 425c 426c 427c 428c 429c 431c
3.1.1, 3.3.1 13.1 9.1, 3.1.1, 10.1, 3.2.1, 4.1 4.1 2.3.1, 9.1, 3.1.1, 11.1, 3.4.1, 4.1, 5.1 9.1 2.1.1, 8.1.1, 2.2.2, 2.3.1, 9.1, 3.1.1, 10.1, 11.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 13.1, 4.1, 5.1, 6.1 2.3.1, 3.1.1, 3.4.1 3.1.1, 4.1, 5.1 8.3.1 3.1.1, 3.4.1, 4.1, 5.1 8.1.1, 10.1 7.1, 2.3.1, 3.1.1, 3.2.1, 2.1.44 11.1 13.1 2.4.1, 2.5.1 14.5.1 2.3.1, 3.1.1, 10.1, 3.4.1, 14.2.1 7.1, 9.1 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1 2.4.1 7.5, 8.2.1, 14.6.1, 14.6.4 2.5.1, 3.1.1, 5.1 7.1, 2.2.2, 9.1, 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1 7.1, 2.3.1, 3.1.1, 10.1, 11.1, 3.2.1, 5.1, 2.1.2 7.1, 2.3.1, 3.1.1, 10.1, 11.1, 3.2.1, 5.1, 2.1.4 7.1, 2.3.1, 3.1.1, 10.1, 11.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 5.1, 2.1.3 8.1.2 7.1, 2.2.2, 8.2.1, 14.6.1, 2.4.1, 3.1.1, 10.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 13.1, 5.1, 14.2.1, 2.1.35, 2.1.29, 2.1.36, 2.1.43, 7.4, 2.1.22, 2.1.16, 2.1.15, 2.1.19, 2.1.18, 2.1.21, 14.2.2, 2.5.2, 14.6.3, 8.1.3, 14.2.3, 2.1.14, 8.1.4 2.2.2, 8.3.1, 3.1.1, 11.1, 3.3.1, 3.4.1, 14.2.1, 2.1.45, 4.2 9.1, 2.1.6, 2.1.11 3.1.1, 11.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 4.1 9.1, 10.1, 11.1, 13.1, 2.1.7 7.1, 2.3.1, 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 2.1.38, 2.2.4 7.1, 2.2.2, 2.3.1, 3.1.1, 10.1, 11.1, 3.2.1, 13.1, 4.1, 6.1 7.1, 9.1, 3.1.1, 4.1, 2.1.31 7.1, 2.2.2, 2.3.1, 3.1.1, 11.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 6.1 7.1, 2.4.1, 9.1, 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1 5.1 7.1, 2.2.2, 2.3.1, 3.1.1, 3.2.1, 3.4.1, 2.1.9 7.1 2.5.1, 6.1, 2.1.27 7.1, 2.2.2, 2.4.1, 9.1, 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 5.1
2.2.2, 2.4.1, 9.1, 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 5.1 7.1, 2.2.2, 2.3.1, 9.1, 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 4.1, 5.1 7.1, 2.4.1, 9.1 7.1, 2.3.1, 2.4.1, 8.4.1, 3.1.1, 10.1, 3.2.1, 3.3.1, 5.1, 6.1, 2.1.28 3.4.1 7.1, 2.2.2, 2.3.1, 2.4.1, 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 6.1, 2.1.24 2.2.2, 2.3.1, 8.3.1, 9.1, 8.3.2 2.2.2, 2.3.1, 2.4.1, 3.1.1, 10.1, 11.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 4.1, 6.1 7.1, 3.1.1, 11.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1 3.1.1, 11.1, 3.2.1, 3.4.1, 4.1 7.1, 2.3.1, 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 5.1, 6.1
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 46 van 47
433c 434c 435c 436c 438c 439c 440c 441c 442c 443c 445c
3.4.1 7.1, 2.2.2, 3.1.1, 10.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 5.1 7.1, 10.1 2.3.1, 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 2.1.13 8.1.1, 14.7.1 6.1 2.3.1, 2.4.1, 2.5.1, 9.1, 3.1.1, 11.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1 14.3.1, 3.1.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 14.2.1, 3.1.2, 14.2.4 2.4.1, 3.1.1, 11.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 4.1, 2.1.23 7.1, 8.1.1, 2.3.1, 2.4.1, 8.4.1, 9.1, 3.1.1, 10.1, 11.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 2.1.41 7.1, 8.1.1, 2.3.1, 2.4.1, 8.4.1, 3.1.1, 10.1, 3.2.1, 3.3.1, 3.4.1, 2.1.42, 2.1.12, 2.1.20, 2.1.32, 5.2, 2.1.10
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 47 van 47