Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk; Bijlage
Tekst van het document
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Milieueffectrapportage
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Milieueffectrapportage
Vastgesteld door Documentnummer Datum
DCMR Milieudienst Rijnmond Parallelweg 1 Postbus 843 3100 AV Schiedam T
010 - 246 80 00
F
010 - 246 82 83
E
info@dcmr.nl
W www.dcmr.nl
:college van B&W gemeente Nissewaard op 8 juni 2021 :22317796 :9 juni 2021
Inhoud 1
2
3
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 5 8 8
Aanleiding en doel Reacties Conclusie Reikwijdte en Detailniveau Leeswijzer en veelvoorkomende afkortingen
Procedures, normen, afstand tot woningen en alternatieve locaties en energiebronnen
10
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
10 17 19 19 20
Procedures Normen Afstand windturbines tot woningen Alternatieve locaties Alternatieve energiebronnen
Geluid
22
3.1 3.2 3.3 3.4
22 23 23 24
Geluidsoverlast Laagfrequent geluid Geluidsberekeningen Cumulatie van geluid
4
Visuele hinder
25
5
Slagschaduw
26
6
Lichthinder
27
7
Gezondheid
28
8
Veiligheid
30
8.1 8.2 8.3 8.4
30 31 31 32
Externe veiligheid IJsvorming Bouwen op de dijk Ontsluiting bij calamiteiten
9
Woongenot
33
10
Waardevermindering woningen
34
11
Natuur en landschap
35
12
Cultuurhistorie en archeologie
36
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
Blad 3 van 47
12.1 Archeologische vindplaatsen 12.2 Molenbiotoop
36 36
13
Recreatie
37
14
Overige onderwerpen
38
14.1 Bezwaar maken 14.2 Subsidies en rendement en rendabiliteit 14.3 Na de levensduur 14.4 Kabels en leidingen 14.5 Gasleidingen 14.6 Radarverstoring 14.7 Omgevingswet
38 38 39 39 39 40 41
Advies Commissie voor de milieueffectrapportage
42
15
Bijlage Zienswijzenindex
43
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 4 van 47
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard heeft in het kader van de milieueffectrapportage (m.e.r.)-procedure voor het Windpark Brielse Maasdijk een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) ontvangen. Dit ter voorbereiding op de planologische procedure. Het college heeft deze NRD vrijgegeven voor zienswijzen en adviezen. Deze NRD heeft van 10 februari tot 24 maart 2021 ter inzage gelegen. Er zijn in totaal 445 zienswijzen en reacties van bestuursorganen binnengekomen. Hiervan waren 432 zienswijzen van particulieren en bedrijven. Totaal reageerden 13 bestuursorganen en publieke partijen op de NRD, te weten: • Rijksvastgoedbedrijf • Gemeente Rotterdam – Archeologie (BOOR) • Pipeline control • Luchtverkeersleiding Nederland • GGD Rotterdam-Rijnmond • N.V. Nederlandse Gasunie • Koninklijke BLN-Schuttevaer • NLVOW bewonersplatform Windpark Brielse Maasdijk • Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond • Woonstichting de Zes kernen • Ministerie van Justitie en Veiligheid, Dienst Justitiële Inrichtingen • Gebiedscommissie Hoogvliet • TenneT TSO B.V. Daarnaast is er een advies gegeven over de NRD door de onafhankelijke Commissie voor de m.e.r. 1.2
Reacties
Van de 432 zienswijzen van particulieren zijn er 223 hetzelfde. De beantwoording van deze gelijkluidende zienswijzen hebben we opgenomen onder het nummer 47C (zie bijlage Zienswijzenindex voor referentienummers gelijk aan 47C). Daarnaast zijn er 91 grotendeels hetzelfde aan deze zienswijze 47C, de overeenkomende punten zijn beantwoord onder nummer 47C. De extra aangedragen onderwerpen zijn apart beantwoord. Ook zijn er een aantal zienswijzen die op elkaar lijken of ongeveer hetzelfde zijn, die zijn apart beantwoord. De particuliere indieners zijn vooral woonachtig in Spijkenisse en Geervliet. Op het hierna opgenomen kaartje kunt u zien hoe de verdeling van de binnengekomen zienswijzen is over de verschillende kernen en wijken.
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 5 van 47
Reacties uit het lege vlak zijn opgenomen in postcodegebied 3205 (wijk Waterland).
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 6 van 47
De ingediende zienswijzen en reacties gaan in op de volgende thema’s: Procedures en proces Te hanteren normen Afstand windturbines tot woningen Alternatieven Alternatieve energiebronnen Geluid Visuele hinder Slagschaduw Lichthinder Gezondheid Veiligheid Woongenot Waardevermindering woning Natuur Cultuurhistorie en archeologie Recreatie Overige onderwerpen en opmerkingen In de figuur hieronder ziet u de verdeling van de zienswijzen en adviezen over deze thema’s.
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 7 van 47
1.3
Conclusie Reikwijdte en Detailniveau
Het bevoegd gezag heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.) om advies gevraagd over reikwijdte en detailniveau van het onderzoek. Deze onafhankelijke Commissie zal ook over het MER om advies worden gevraagd. De Commissie m.e.r. heeft op 06-04-2021 haar advies uitgebracht over de NRD (project-nummer 3516). De gemeente neemt het advies van de Commissie over en vraagt de opsteller van het MER volgens dit advies het MER op te stellen. De overige zienswijzen en adviezen geven geen aanleiding tot aanvullingen of aanscherpingen op de NRD. 1.4
Leeswijzer en veelvoorkomende afkortingen
De zienswijzen en reacties van bestuursorganen zijn hierna per thema beantwoord. Iedere indiener heeft een uniek nummer toegezonden gekregen. In de bijlage is een tabel opgenomen met voor iedere zienswijze de behandelde thema’s. U kunt aan de hand van de tabel in de bijlage opzoeken waar een bepaald onderwerp uit uw zienswijze is beantwoord. In de bijlage vindt u in de rij van uw zienswijzenummer een of meerdere volgnummer(s). Deze volgnummers komen overeen met de nummers in de hierna opgenomen tabellen. Afkortingen m.e.r. MER NRD WSHD RES RWS VKA MW VPE
Procedure van de milieueffectrapportage Milieueffectrapport Notitie Reikwijdte en Detailniveau Waterschap Hollandse Delta Regionale Energie Strategie Rijkswaterstaat Voorkeursalternatief Megawatt Energie coöperatie Voorne Putten Energie
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 8 van 47
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 9 van 47
2
Procedures, normen, afstand tot woningen en alternatieve locaties en energiebronnen
2.1
Procedures
Volgnummer
Zienswijze
2.1.1
Veel indieners geven aan dat op basis van EU-richtlijnen zoals de SMB-richtlijn effectief onderzoek voorafgaand aan de besluitvorming noodzakelijk is. Bovendien wordt aangegeven dat windturbines pas mogen worden vergund als vooraf met wetenschappelijke zekerheid is vastgesteld dat plaatsing en exploitatie de gezondheid van de mens en diens leefomgeving wordt beschermd of verbeterd. Voor dit windturbinepark is een m.e.r.-procedure gestart met de terinzagelegging van de notitie Reikwijdte en Detailniveau. Voor de vaststelling van de zoeklocatie voor dit windturbinepark is door de Provincie Zuid-Holland een plan-m.e.r.-procedure gevolgd (Strategische milieueffectbeoordeling 2001). Indieners doelen waarschijnlijk op het feit dat voor de normen in het Activiteitenbesluit milieubeheer geen planm.e.r.procedure is gevolgd. Op 3 april 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak (ECLI:NL:RVS:2019:1064) gedaan over de planm.e.r.plicht van de algemene regels voor windturbines in het Activiteitenbesluit. In deze uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat voor de algemene regels uit het Activiteitenbesluit geen planm.e.r.-plicht geldt. Daarbij heeft zij verwezen naar eerdere arresten van het Hof van Justitie, waaronder het d’Oultremont-arrest.
Dit arrest betreft arrest C24-19 van het Hof van Justitie te Luxemburg betreffende een Belgische planm.e.r.-zaak over windturbines. Het is aan het bevoegd gezag om een afweging te maken tussen belangen zolang aan wettelijke normen wordt voldaan. De bescherming van de leefomgeving is daar onderdeel van. Wanneer resultaten van nieuw wetenschappelijk onderzoek over het onderwerp gezondheidseffecten in relatie tot windturbines zorgen voor aanpassingen van de wettelijke kaders omtrent windturbines, zullen deze nieuwe normen vanzelfsprekend worden toegepast.
2.1.2 2.1.3 2.1.4
Een aantal indieners heeft vraagtekens bij het proces, en wijzen daarbij op mogelijke belangenverstrengeling van een lid van Gedeputeerde Staten. Niet duidelijk is op welke belangenverstrengeling de indiener van de zienswijze doelt. Overigens heeft de gemeente Nissewaard het bevoegd gezag overgedragen gekregen dus om deze reden is er ook geen besluitvormende rol voor de Gedeputeerde Staten.
2.1.5
Een aantal indieners wijst op procedurele fouten die zijn gemaakt bij de totstandkoming van Windpark Hartelbrug II. Wij nemen kennis van deze zienswijze en zijn bekend met deze procedurele fouten. Met veel zorg doorlopen we de procedure voor het project windpark Brielse Maasdijk. Daarmee achten we de kans op procedurele fouten klein.
2.1.6
Een indiener geeft aan dat de gemeenteraad, anders als gecommuniceerd wordt, nog geen standpunt over het windpark heeft ingenomen. Deze gemeenteraad heeft inderdaad nog geen standpunt over het windpark ingenomen. De toewijzing van de Brielse Maasdijk (inclusief Plaatweg) als definitieve zoeklocatie vond plaats in de periode dat de vorige gemeenteraad functioneerde. Het college is bevoegd om het huidige traject van de NRD te doorlopen maar zal bij de uiteindelijke keuze van een Voorkeurs Alternatief de gemeenteraad betrekken. De gemeenteraad zal via de Verklaring van Geen Bedenkingen (VVGB) eveneens worden betrokken bij het besluitvormingsproces omtrent de vergunningverlening. Daarnaast informeert het college periodiek de gemeenteraad over de voortgang van de planologische procedure en de voorbereidende stappen. Overigens is de voormalige gemeenteraad wel expliciet betrokken geweest bij de locatiekeuze in 2016 en in 2017. De toenmalige gemeenteraad stond unaniem achter het besluit om zich in te spannen om windenergie op uitsluitend locatie Brielse Maas-
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 10 van 47
dijk in plaats van locaties als Zuidland en Beerenplaat mogelijk te maken. 2.1.7
Een indiener geeft aan dat de uitlatingen van de VVD wethouder dat de windturbines er sowieso komen, niet kunnen. De wethouder heeft gesteld dat de locatie ‘an sich’ niet meer ter discussie staat omdat de locatie onherroepelijk is en de m.e.r.-procedure zal moeten uitwijzen welk alternatief de meest optimale is; dit alternatief zal een aantal windturbines bevatten waarvan de kans groot is dat deze er ook zullen komen. Immers in de PlanMER uit 2017 werd al duidelijk dat deze locatie geschikt gemaakt kan worden voor windenergie.
2.1.8
Een indiener vraagt om goede voorschriften bij de vergunning om overlast te verminderen. Deze Nota van Beantwoording gaat in op de zienswijzen op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau als eerste fase in de verplichte m.e.r.-procedure. De vraag van de indiener gaat over de omgevingsvergunning die op dit moment nog niet aan de orde is. Bij de vergunningverlening zal worden beoordeeld welke voorschriften worden verbonden aan de vergunning.
2.1.9
Een indiener vraagt zich af of het windpark wel vergunbaar is gezien de ligging. Deze Nota van Beantwoording gaat in op de zienswijzen op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau als eerste fase in de verplichte m.e.r.-procedure. De vraag van indiener gaat over de omgevingsvergunning die op dit moment nog niet aan de orde is. Ten tijde van de vergunningverlening is dit punt aan de orde.
2.1.10
Het bewonersplatform heeft een handreiking gedaan om alleen windturbines te plaatsen ten westen van de Hartelbrug, om mee te denken met de gemeente en realisatie vlotter te laten verlopen. Met de huidige NRD is de gemeente geenszins van plan daar gehoor aan te geven en dat is jammer want dat noodzaakt de bewoners van Spijkenisse Noord om de gemeente met alles wat we hebben tot het laatst toe te bestrijden. Het gemeentebestuur waardeert de schriftelijke inbreng geleverd door het Bewonersplatform aan de vooravond van de behandeling door het college van deze Nota. De concept-versie van de Nota van Beantwoording is namelijk kort voor de behandeling gedeeld met het Bewonersplatform met als doel om eventuele reacties nog mee te nemen in de collegebehandeling. De verkregen reactie van het bewonersplatform wordt meegenomen in het vervolgtraject en geeft dus aanleiding om hier rekening mee te houden. In antwoord op bovenstaande zienswijze zal de gemeente alleen één of meerdere windturbines aan de oostzijde van de Hartelkering toe staan als uit het MER blijkt dat de onderzochte posities aan die oostzijde passen binnen de wettelijke kaders en beleid. Het gemeentebestuur maakt een integrale afweging tussen verschillende belangen.
Enerzijds is dat het gemeentelijke belang om tenminste 18 MW aan opgesteld windvermogen te realiseren; anderzijds is dat het belang van een goede en gezonde leefomgeving. Juist de uitkomsten uit de m.e.r-procedure moeten helderheid bieden om die afweging te kunnen maken.
2.1.11
Het bewonersplatform windpark Brielse Maasdijk vraagt of als randvoorwaarde bij het project kan worden opgenomen dat het woongenot en de gezondheid van de inwoners van de Plaatweg en de wijken Hoogwerf en Schiekamp niet mogen verminderen. Wat voor de één geldt als vermindering van woongenot als gevolg van de komst van windenergie is dat voor een ander niet. De gemeente Nissewaard vindt dat de mate van hinder zo beperkt als mogelijk moet zijn als gevolg van de realisatie van het windpark. Daarom is zorgvuldigheid bij het omgevingsproces om te komen tot het windpark van groot belang. We doorlopen de planologische procedure zeer zorgvuldig. De integrale belangenafweging tussen onder meer woongenot, hinder en de opgave om schone elektriciteit te produceren vindt uiteindelijk plaats in het college van burgemeester en wethouders. Daarbij wordt ook de gemeenteraad betrokken en geïnformeerd. Om ervoor te zorgen dat gezondheid goed wordt meegenomen in de procedure, schakelen wij de GGD in als adviesorgaan.
2.1.12
Het verbaast de indiener dat er in de NRD wordt gesproken over plangebied in plaats van zoekgebied, zoals de Provincie het gebied heeft aangeduid. Plange-
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 11 van 47
bied betekent namelijk dat ervan uitgegaan kan worden dat er op een willekeurige plek in dit gebied een windturbine geplaatst kan worden en dus ook op mijn grond en woning en daar is de indiener het niet mee eens. Gevraagd wordt of dit terrein wel in het plangebied mag worden opgenomen en dus is de stelling in de NRD dat de gemeente al langere tijd met de grondeigenaren in contact is, onjuist. Indiener geeft aan dat er navraag is gedaan bij de gemeente. De gemeente heeft – volgens de indiener - aangegeven dat het niet de bedoeling is dat bewoners aan de Plaatweg worden uitgekocht. Het is niet juist dat op willekeurige plekken windturbines kunnen worden gerealiseerd binnen het plangebied. In het MER onderzoeken we binnen het door de provincie aangeduide zoekgebied naar een zo goed mogelijke situering van windturbines ten opzichte van kwetsbare objecten (onder meer woningen). 2.1.13
Indiener vraagt zich af of de bewoners in Hoogvliet wel geïnformeerd zijn over de komst van dit windpark, met name de wijken Meeuwenplaat, Westpunt en Nieuw Engeland. Indiener vraagt daarna om een informatiebijeenkomst in Hoogvliet over het windpark. Ja, de gebiedscommissie Hoogvliet is door ons expliciet betrokken in het voortraject. Er is een informatieavond georganiseerd in Hoogvliet in 2019. Ook is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau aan hen gestuurd. Daarnaast heeft de gemeente Nissewaard uitgebreid gecommuniceerd in de (sociale) media om zoveel mogelijk mensen te informeren over de voorgenomen planontwikkeling en de procedure. Tot slot onderhoudt gemeente Nissewaard op ambtelijk niveau regelmatig contact met de projectleider windenergie van de gemeente Rotterdam over de voortgang in dit project en de mogelijke effecten op Hoogvliet; daar waar nodig wordt het bestuur van de gemeente Rotterdam geconsulteerd.
2.1.14
Indiener geeft aan dat de NRD begint met uitleg, dat de te realiseren 18 MW aan windenergie gedwongen is door klimaatwet en akkoord. Er wordt niet meer nagedacht en blind gekozen voor afschuwelijke middelen. Klimaatdoelen worden niet gehaald en uiteindelijk vervuilen we nog meer. Daarbij weet een ieder dat we het klimaat er niet mee gaan veranderen. De zogenaamde boosdoener CO2 is namelijk circulair, zit voor nog geen 0,04% in de lucht en de mens is verantwoordelijk voor nog geen 3% van de CO2 productie. Temperatuur op aarde wisselde door de miljoenen jaren vele keren, we hebben hier zowel tropische als ijstijden gehad. De CO2 volgt de temperatuur op aarde en het is niet andersom zoals door de klimaatfanaten wordt gezegd. We nemen kennis van uw zienswijze op dit punt. Uw visie gaat met name in op het feit of er sprake is van klimaatverandering en u gaat in op de nationale doelen en klimaatambities. Gemeente Nissewaard zal conform de landelijke afspraken de klimaatdoelen nastreven en invulling geven aan de nationale klimaatopgave. In juni 2012 zijn regionale afspraken gemaakt over de opgaven van gemeenten op het gebied van windenergie en deze afspraken zijn in 2020 herbevestigd. Daar zal de gemeente Nissewaard zich aan houden.
2.1.15
Indiener geeft aan dat er door het klimaatakkoord en de bijbehorende wet onverantwoorde keuzes worden gemaakt. Zaken worden nauwelijks doorgerekend. Het maken van onverantwoorde keuzes leidt in de toekomst tot grote financiële schade en blamages. 18 MW aan windenergie opleggen voor een relatief klein dichtbevolkt gebied, zou tot retournering van de opdracht moeten leiden, maar omdat de onderzoeker de windturbineexploitant zelf is, worden er toch nog 4 mogelijkheden genoemd. Mocht één van de plannen gerealiseerd worden, dan kan de gemeente tientallen miljoenen aan planschade verwachten. Indiener geeft aan dat er onverantwoorde keuzes worden gemaakt. Het college zal op basis van de zienswijzen en adviezen op zowel de NRD als straks het MER, het advies van de Commissie m.e.r. en de adviezen van de vooroverleginstanties een weloverwogen afweging maken tussen de verschillende belangen. Ten aanzien van planschade is uw stelling onjuist. Bij een planschadeverzoek wordt altijd bekeken waarop een reclamant recht heeft. Daarbij wordt rekening gehouden met een eigen maatschappelijk risico. De planschade wordt betaald door de initiatiefnemer en drukt niet op de gemeentelijke begroting.
2.1.16
Indiener geeft aan dat er in de regionale opgave een doelstelling staat van 100 MW + additionele 50 MW aan windenergie. De MRDH heeft 2,4 miljoen inwoners
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 12 van 47
waarvan Nissewaard er 85.000 heeft. Met 3,5% van de inwoners zouden we bij deze opgaaf van 150 MW 5,3 MW hoeven te realiseren. En bij 100 MW opgaaf slechts 3,5 MW. Indiener acht 18 MW dus onevenredig zwaar. We nemen kennis van uw zienswijze op dit punt maar volgen de afspraken die zijn gemaakt in regionaal verband: namelijk de inspanningsverplichting om tenminste 150 MW opgesteld windvermogen per 31-12-2025 in onze regio te hebben gerealiseerd op basis van vastgelegde zoeklocaties met ieder een eigen potentie-inschatting. Vanuit onze eigen gemeentelijke keuzes in relatie tot de RES-opgave willen we zoeklocatie Brielse Maasdijk optimaal benutten met windenergie, daarbij rekening houdend met de belangen van onze inwoners. 2.1.17
Indiener geeft aan dat er scheve verhoudingen zijn in de lusten en lasten van windparken. De burger ondervindt met name lasten terwijl de baten bij grootverbruikers komen. De lusten komen voor een deel terug in een op te richten gebiedsfonds. Daarnaast kunt u zich tezijnertijd inschrijven bij de Voorne Putten Energiecoöperatie voor deelname in het windpark. In onze Leidraad Windenergie is aangegeven dat de gemeente Nissewaard financiële participatie van groot belang vindt alsmede gedeeltelijk lokaal eigenaarschap dus we proberen juist een goede balans te vinden tussen lasten en lusten.
2.1.18
Indiener geeft aan dat er sprake is van misleidende en informatieachterhoudende berichtgeving. De kennisgeving van het ontwikkelen Windpark Brielse Maasdijk met bij behorende informatie werd achtergehouden. De NRD is op 15 januari 2021 gepubliceerd en via de gemeente site gepubliceerd op de dag van kennisgeving. Wethouder Bal dacht dat de NRD en kennisgeving wel in de Raads- en Commissie Leefomgeving stukken zouden staan, maar dat bleek niet het geval. Wanneer informatie tot het laatste moment van kennisgeving wordt achtergehouden, kan een Raad/Commissie zich er niet op voorbereiden. Verder is het misleidend om het plan en park Brielse Maasdijk te noemen waardoor burgers en Raad wellicht zou denken dat dit bij Brielle ligt en niet over Spijkenisse Noord zou gaan. Wij nemen kennis van uw zienswijze. De raad is uitgebreid geïnformeerd over de procedure met een raadsinformatiebrief. In die raadsinformatiebrief staat hoe de m.e.r.-procedure in het algemeen en specifiek de NRD verloopt en hoe inwoners geïnformeerd zouden worden over de NRD. Daarnaast is er gebruik gemaakt van een huis-aan-huisbrief. In de informatievoorziening is een link opgenomen waar de kennisgeving te vinden is. In die kennisgeving staat de link naar de NRD. De Notitie NRD is tevens nagestuurd aan indiener, de dag na de commissievergadering.
Overigens staan alle formele stukken op www.overheid.nl en zijn de officiële stukken gepubliceerd in de Staatscourant. Er is dus niets achtergehouden en is er geen sprake van misleiding.
2.1.19
Indiener geeft aan dat er sprake is van partijdige aanbesteding en vooringenomen ontwikkeling. Bij miljoenenprojecten is het gebruikelijk om tenders aan te vragen. Nu worden er bij voorbaat al twee commerciële partijen ingezet en bevoordeeld, HVC Landwind en Voorne-Putten Energie (VPE). Dat kan tot oneerlijke concurrentie leiden en onjuiste adviezen. Het neemt ook de mogelijkheid weg dat een bedrijf negatief over de voorgenoemde ontwikkeling van dit windpark zou adviseren. U stelt dat er een aanbesteding had moeten plaatsvinden. Dit is onjuist. De grondeigenaar (in dit geval: Waterschap Hollandse Delta) mag gronden verkopen of ter beschikking stellen via erfpacht aan welke partij dan ook. Het Waterschap Hollandse Delta en HVC hebben sinds 2017 een overeenkomst waarin geregeld is dat HVC duurzame energieprojecten kan ontwikkelen op gronden van het waterschap waar dat mogelijk is. U noemt eveneens de lokale energiecoöperatie VPE. De gemeente is voorstander van de inbreng van een lokale of regionale energiecoöperatie in een lokaal windenergieproject. Dit is tevens conform de door de gemeenteraad vastgestelde Leidraad Windenergie waarin staat dat er minimaal 25% lokaal eigendom ingezet moet worden in een windenergieproject. VPE is overigens geenszins commercieel en HVC is dit feitelijk ook niet omdat het een bedrijf met publieke aandeelhouders betreft zonder winstoogmerk.
2.1.20
Indiener geeft aan dat het feit dat volgens de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) op last van de havenmeester de windturbines 30m + ½ rotordiameter uit
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 13 van 47
de vaarweg moeten staan, maakt het plangebied nog een stuk krapper, waarbij de windturbines wel bijna in het voedingskanaal moeten komen te staan. Omdat het NRD al rekening houdt met de notitie van de havenmeester, kunnen de turbines dus niet noordelijker geplaatst worden dan het voorstel in het NRD en dus zou dit ook niet weergegeven moeten worden als plangebied. Verschuivingen van windturbines naar het oosten en westen zal de afstand tot de woonkern van Spijkenisse Noord niet of nauwelijks veranderen. Tijdens het inlichten van de bewoners wordt stelselmatig beweerd dat dit geen definitieve opstelling is en er nog heel veel kan verschuiven. Omdat dit dus feitelijk niet waar is, wijs ik de NRD af en verzoek u het plangebied in de NRD eerlijker en duidelijker weer te geven om belanghebbenden eerlijker te informeren. U vraagt om het plangebied te herdefiniëren. Dat is niet mogelijk. Het zoekgebied is definitief geworden in december 2017 door een besluit van de Provinciale Staten. Binnen dit vastgelegde zoekgebied onderzoeken we nu de meest optimale posities voor windenergie waarbij er rekening wordt gehouden met de inwoners en de wettelijke beperkingen en belemmeringen. Daarin is wel degelijk een zekere schuifruimte. Ook met de Havenmeester vindt overleg plaats, bijvoorbeeld op het moment dat de grootte van de rotor de vaarveiligheid in gevaar zou brengen.
Dit is een onderdeel van de m.e.r.-procedure die nu loopt. 2.1.21
Indiener geeft aan dat negeren en niet meenemen van de mening en berekeningen van deskundige critici niet goed is. De Regionale Energie Strategie (RES) bijeenkomsten, die beleidsbepalend lijken te zijn, zijn en waren heel erg sturend en voor kritiek was nauwelijks plek. Het mocht op een ingeleverde post-it geschreven worden, waar men dan op terug zou komen. Het aanvragen van een RES thema-avond met deskundige critici werd afgewezen. Wij nemen kennis van uw zienswijze. Uw zienswijze gaat niet over het windpark maar over de RES. De lokale windenergieopgave staat in principe los van de RES maar bepaalt gedeeltelijk wel de mate waarin voldaan gaat worden aan de RES-ambities in onze regio.
2.1.22
Indiener geeft dat het vertrouwen van de burger in bestuurders en politiek ontbreekt. In dit project is het ook niet anders, de burger wenst dit windpark niet en de overheid drukt het er door. Wij nemen kennis van uw zienswijze. Wij zijn van mening dat de gemeente een afgewogen beslissing kan nemen op basis van het op te stellen MER waarin alle milieuoverwegingen voor een optimale locatiebepaling van windturbines aan de orde komt.
2.1.23
Indiener heeft de indruk dat commerciële belangen belangrijker zijn bij dit project dan de klimaatbelangen. De gemeente heeft geen commerciële belangen. De gemeente heeft een inspanningsverplichting om tenminste 18 MW aan opgesteld windvermogen te realiseren op de zoeklocatie Brielse Maasdijk; dit is dus het klimaatbelang wat speelt.
2.1.24
Indiener heeft uit de correspondentie met DCMR begrepen dat de m.e.r.‐ procedure al begonnen is. Indiener wil hier bezwaar tegen indienen omdat metingen in 2020/2021 niet representatief zijn voor langjarig gemiddelden. Aangezien er door corona in deze periode veel minder verkeer is, het vliegverkeer nihil is en de industrie niet 100% draait. Tevens is de spoorbrug nog niet operationeel, dus de metingen geven een zeer vertekend en niet represatief beeld van de werkelijkheid. Hierbij gaat het niet alleen om geluidsoverlast maar ook andere nadelige effecten. Dus de metingen waarop de MER zich nu baseert, zijn mijns inziens niet bruikbaar. Graag uw reactie hierop. Het is niet duidelijk op welke metingen de indiener doelt. In het kader van de m.e.r.procedure vindt er zorgvuldig onderzoek plaats naar geschikte locaties voor windturbines rekening houdend met allerlei factoren, zoals geluid, slagschaduw, flora en fauna, externe veiligheid. Alle mogelijke relevante effecten van de verschillende alternatieven worden beoordeeld in de m.e.r.-procedure die inderdaad gestart is met de opstelling van de Notitie Rijkweidte en Detailniveau. Het college heeft hier in januari 2021 een besluit over genomen.
2.1.25
Indiener herkent zich niet in het geschetste beeld van samenspraak. De gemeente neemt kennis van de zienswijze. Wij zijn van mening dat er juist wel
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 14 van 47
samenspraak is door frequente overleggen met het Bewonersplatform, de Omgevingsadviesraad, stakeholders en direct belanghebbenden. 2.1.26
Indiener is van oordeel dat de provincie Zuid-Holland een duidelijke verantwoordelijkheid heeft in het tegenhouden van plannen die schadelijk zijn voor de gezondheid van mensen en een leefbare regio aantasten. Indiener geeft aan dat de provincie een rol heeft in het tegenhouden van plannen die schadelijk zijn voor de gezondheid. De doelstelling van het plan is om tenminste 18 MW aan opgesteld windvermogen te realiseren op een zodanige wijze dat dit tot aanvaardbare hinder leidt gelet op geldende wet- en regelgeving. Omdat windturbines, maar ook andere bronnen zoals wegverkeerslawaai en industrielawaai, hindereffecten veroorzaken op het gebied van geluid, adviseert de GGD ons over dit onderwerp in dit project. Daarmee wordt geborgd dat het aspect gezondheid de juiste aandacht krijgt in het geheel. De provincie Zuid-Holland heeft de rol – in dit project- om te bewaken dat er voldoende windenergie in onze provincie tot stand komt, namelijk 735,7 MW aan opgesteld windvermogen voor eind 2025. Uiteraard kan de provincie altijd bij het proces van vergunningverlening een zienswijze of zelfs beroep instellen als de plannen niet zorgvuldig tot stand zijn gekomen.
2.1.27
Indiener pleit voor het geven van goede (en juiste) informatie, bijvoorbeeld door middel van het tonen van een goede voorlichtingsfilm op online bijeenkomsten zoals die van 10 maart 2021 (Voorne-Putten Energiek en Bureau Buiten) en het corrigeren naar belanghebbenden van onjuiste berichten op sociale media. De gemeente is eveneens voorstander van het verspreiden van de juiste informatie en zal daar zorg voor dragen in dit project door het verstrekken van de juiste informatie en het corrigeren van onjuiste informatie.
2.1.28
Indiener trekt de onafhankelijkheid van de opsteller van de NRD en het MER (Arcadis) in twijfel. Gemeente neemt kennis van de zienswijze. Arcadis is het onderzoeksbureau dat door de ontwikkelaar gevraagd is de onderzoeken voor het MER uit te voeren. Die onderzoeken moeten op juiste wijze worden uitgevoerd. De gemeente heeft DCMR ingeschakeld om een toets te doen op de inhoudelijk-technische aspecten. Op deze wijze borgt de gemeente dat alle onderzoeken op de juiste wijze zijn uitgevoerd.
2.1.29
Indiener vindt dat er geen open communicatie en goede informatie is in deze procedure. De gemeente neemt kennis van de zienswijze en is een andere mening toegedaan, vanwege het participatieproces en transparante wijze van informeren.
2.1.30
Indiener vraagt of het verplicht is om per gemeente een hoeveelheid windenergie te leveren, en of het niet mogelijk is om als gemeente windenergie te kopen uit een windturbinepark dat op zee staat of op de Maasvlakte? Nee, het is niet mogelijk om windenergie van elders in te kopen. De gemeente Nissewaard heeft de regionale afspraken om in 31-12-2025 tenminste 150 MW aan opgesteld windvermogen te hebben gerealiseerd mede-ondertekend. Ook heeft de gemeente in 2016 en in 2017 zelf aangedragen welke gemeentelijke locatie zij het meest geschikt acht om bij te dragen aan die te realiseren 150 MW. De toenmalige gemeenteraad heeft unaniem gekozen voor deze locatie en daarmee andere locaties in onze gemeente afgewezen.
2.1.31
Indiener vraagt om ondertekening van gedragscode van De Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW) die bijdraagt aan maatschappelijk draagvlak en bijdraagt aan gelijkwaardigheid in het besluitvormingsproces voor de omwonenden. De gemeente Nissewaard volgt de leidraad Windenergie Voorne-Putten en is in de geest van de gedragscode van NLVOW. Hiermee geeft de gemeente invulling aan de wijze waarop zij het lokale participatietraject wenst in te vullen. De gemeente is zich bewust van de gedragscode die door de NLVOW is opgesteld. Aangezien de gemeente Nissewaard participatie en communicatie van essentieel belang vindt in windenergieprojecten is de heer Rietveld van de NLVOW als voorzitter gevraagd om het in 2019 geformeerde bewonersplatform te leiden. Dit doet hij sindsdien. Elke inwoner kan zich aanmelden bij dit bewonersplatform onder voorzitterschap van de heer Rietveld van de NLVOW. Het bewonersplatform vaardigt een aantal leden af aan de Omgevingsadviesraad waar naast bewoners ook andere stakeholders in
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 15 van 47
zitten. Bewonersplatform en Ondernemingsadviesraad vergaderen meerdere malen per jaar over dit toekomstige windpark. De gemeente laat zich door hen adviseren zodat wij eventuele zorgpunten vroegtijdig signaleren en waar mogelijk kunnen oplossen of mitigeren. 2.1.32
Indiener vraagt zich af waarom de NRD er vanuit gaat dat er minimaal 4 windturbines geplaatst moeten worden, terwijl een vooronderzoek van de provincie door bureau Pondera heeft aangetoond dat het gebied mogelijk kansrijk is, maar met veel negatieve aspecten. Is het niet zo dat een milieueffectrapportage ervan uit moet gaan dat misschien slechts een enkele of geen windturbine geplaatst kan worden en dat het woongenot en de gezondheid van bewoners voorop moet staan? U stelt dat het woongenot voorop dient te staan. In onze ogen kan woongenot en opwek van schone elektriciteit samengaan, mits alle belangen zorgvuldig worden afgewogen. Deze belangenafweging vindt onder andere op basis van het MER plaats. De opgave om tenminste 18 MW aan windvermogen op deze locatie te realiseren is gerelateerd aan de omvang van het plangebied. U stelt dat daarvoor minimaal vier turbines nodig zijn. Of dat terecht is, wordt beschouwd in de haalbaarheidsfase van het MER.
2.1.33
Indiener vraagt zich af of de bewoners in Hoogvliet wel geïnformeerd zijn over de komst van dit windpark, met name de wijken Meeuwenplaat, Westpunt en Nieuw Engeland. Daarnaast vraagt de indiener om een informatiebijeenkomst in Hoogvliet over het windpark. Ja de gebiedscommissie Hoogvliet is door ons expliciet betrokken geweest in het voortraject. Niet alleen is er een informatieavond georganiseerd in Hoogvliet in 2019 ook is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau toegestuurd. Daarnaast heeft de gemeente Nissewaard uitgebreid gecommuniceerd in de (sociale) media om een zoveel mogelijk mensen te informeren over het plan en de procedure. De gemeente en de ontwikkelaar zijn bereid om nog een (extra) informatie-avond te organiseren. Als er meer informatie beschikbaar is over het MER neemt de gemeente Nissewaard contact met u op.
2.1.34
Indiener vraagt zich af of de extra oeververbinding die de gemeente Nissewaard op termijn wil, nog wel mogelijk is als het windpark wordt gerealiseerd. De studieresultaten naar een eventuele extra oeververbinding zullen – waar mogelijk - betrokken worden in de verdere planontwikkeling van het windpark. Zie hierover pagina 27 van de NRD die op dit onderwerp ingaat.
2.1.35
Indiener wijst op een ‘geheim convenant’ wat zou zijn afgesloten. Indiener ziet geen toegevoegde waarde in dit project voor de inwoners van de gemeente Nissewaard. Er is geen geheim convenant. Waar de indiener van de zienswijze mogelijk op doelt, is het regionale windconvenant van 21 juni 2012 waarvan de looptijd in 2020 is verlengd naar 31 december 2025. De veertien gemeenten van de voormalige stadsregio Rotterdam hebben gezamenlijk de inspanning om tenminste 150 MW aan opgesteld windvermogen te hebben gerealiseerd in de regio voor de genoemde einddatum. De eind 2017 definitief vastgelegde zoeklocatie Brielse Maasdijk is één van de zoeklocaties die daartoe bij moet gaan dragen.
2.1.36 2.1.37
Indieners maken zich zorgen dat de procedures erg lang zullen duren wat leidt tot veel ergernis en kosten. De gemeente neemt kennis van deze zienswijzen en spant zich in om de procedures zo kort als mogelijk te houden maar wel op een democratische wijze uit te voeren. Er moeten in onze ogen voldoende momenten van inspraak en klankbord zijn gedurende het voorbereidende traject.
2.1.38 2.1.39
Indieners pleiten voor een enquête onder de inwoners van de gemeente Nissewaard om na te gaan of de inwoners achter de windturbineplannen staan. De gemeente gaat geen enquete uitzetten, want er is een participatietraject en wettelijke procedure die ervoor zorgdragen dat er een uitgebreide informatievoorziening en inspraak aan de orde is. Daarmee is de transparantie geborgd.
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 16 van 47
2.1.40 2.1.41 2.1.42 2.1.43
Indieners vragen zich af of het in de NRD opgenomen plangebied wel klopt. Zij denken dat het plangebied kleiner moet zijn omdat er nu ook windturbines op Rotterdams grondgebied staan ingetekend. Gemeente Rotterdam heeft voorafgaand aan de procedure van de NRD besloten dat de gemeente Nissewaard coördinerend bevoegd gezag is. Dit besluit is genomen omdat het inderdaad mogelijk is dat er één of meerdere molens op Rotterdams grondgebied geheel of gedeeltelijk gesitueerd kunnen worden. Daarom hebben we een intensieve samenwerking met onze buurgemeente. Plangebieden kunnen meerdere grondgebieden van gemeenten beslaan. De m.e.r.-procedure en de daaropvolgende vergunningenprocedure zullen uitwijzen of er ook daadwerkelijk sprake is van windturbines op Rotterdams grondgebied.
2.1.44
Indieners wijzen op het verdrag van Aarhus, waarin wordt omschreven dat de overheid moet zorgen voor een gezonde leefomgeving. Het Verdrag Aarhus gaat over toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (Aarhus, 25-06-1998). Bij het project Windpark Brielse Maasdijk wordt informatie, inspraak en besluitvorming zowel formeel (wettelijke inspraak momenten en bezwaar en beroepsmogelijkheden) en informeel, door middel van bijvoorbeeld bewonersplatform en omgevingsraad vormgegeven. Voor het onderdeel gezondheid en de beantwoording van vragen daarover hebben wij via DCMR ook de GGD ingeschakeld. Gemeente Nissewaard vindt het belangrijk om de juiste informatie te verstrekken ook over gezondheid als deelthema.
2.1.45
Wind XL vraagt om deelname in de Omgevingsadviesraad. Dit verzoek is op 8 april 2021 besproken in de Omgevingsadviesraad en is inmiddels ingewilligd.
2.2
Normen
Volgnummer Zienswijze 2.2.1
Indieners geven aan dat de afstandsnormen in de regelgeving sinds 2010 voor omwonenden dusdanig ongunstig zijn aangepast dat de daadwerkelijke bescherming tegen gezondheids- en milieuschade in het geding is. Van effectief onderzoek vooraf aan de besluitvorming over windturbineparken is geen sprake. Ondanks EU richtlijnen, waaronder de Strategische Milieu Beoordeling Richtlijn (SMB) uit 2001. Bepalend is de mate van geluid op de omgeving die wordt weergegeven in jaarrondgemiddelden. In Nederland gelden - in tegenstelling tot sommige andere landen - geen afstandsnormen. Daarmee klopt de stelling van de indiener niet. Voor dit windturbinepark is een m.e.r.-procedure gestart met de terinzagelegging van de notitie Reikwijdte en Detailniveau. Voor de vaststelling van de zoeklocatie voor dit windturbinepark is door de provincie Zuid-Holland een plan-m.e.r.-procedure gevolgd (Strategische milieueffectbeoordeling 2001). Indieners doelen waarschijnlijk op het feit dat voor de normen in het Activiteitenbesluit milieubeheer geen planm.e.r.-procedure is gevolgd. Op 3 april 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak (ECLI:NL:RVS:2019:1064) gedaan over de planm.e.r.-plicht van de algemene regels voor windturbines in het Activiteitenbesluit.
In deze uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat voor de algemene regels uit het Activiteitenbesluit geen planm.e.r.-plicht geldt. Daarbij heeft zij verwezen naar eerdere arresten van het Hof van Justitie, waaronder het d’Oultremont-arrest. Dit arrest betreft arrest C24-19 van het Hof van Justitie te Luxemburg betreffende een Belgische planm.e.r.-zaak over windturbines.
2.2.2
Meerdere indieners vragen welke normen gehanteerd worden, de normen uit de Nederlandse wet- en regelgeving? Wordt ook naar internationale normen gekeken? Wordt uitgegaan van de WHO advieswaarden? Ook wordt gevraagd of er een nulmeting wordt gedaan voorafgaand aan het onderzoek naar lichthinder en slagschaduw? Een indiener maakt bezwaar tegen het nu starten met de m.e.r.-procedure omdat gebruikte metingen van de afgelopen periode
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 17 van 47
(2020-2021) niet representatief kunnen zijn vanwege de corona-pandemie. De normen uit de Nederlandse wet- en regelgeving worden inderdaad gehanteerd. Op punten, bijvoorbeeld geluid en de 45 dB(A) waarde, zullen wij de alternatieven ook vergelijken op de WHO advieswaarden. Een m.e.r.-procedure stelt op zichzelf geen normen. In de NRD in hoofdstuk 4.2 is aangegeven welke geluidscontouren er worden gebruikt om milieueffecten voor de omgeving te bepalen. De contour die bij de door WHO geadviseerde Lden 45 dB hoort wordt daarin genoemd naast de Lden 47 dB, Lden 42 dB en Lden 42 dB. De effecten zullen dus ook worden beschreven voor de door WHO geadviseerde Lden 45 dB en kunnen op die wijze worden betrokken in de bestuurlijke afweging voor een eventuele vergunningverlening. De indiener geeft aan dat een nulmeting tijdens de corona pandemie mogelijk niet representatief is voor slagschaduw en lichthinder. Voor slagschaduw wordt er gekeken naar het aantal woningen of bedrijven van derden die te maken krijgen met slagschaduw, dit is tijdens de corona-pandemie waarschijnlijk niet in grote aantallen toegenomen of afgenomen. Voor lichthinder wordt in het MER onderzocht welke verlichting noodzakelijk is voor de windturbines en op welke manier dit wordt waargenomen in de omgeving.
Het effect van obstakelverlichting wordt kwalitatief beoordeeld en er worden indien nodig mogelijke maatregelen voorgesteld om het effect te beperken. Hier wordt dus geen nulmeting gedaan. In het MER wordt daarentegen wel rekening gehouden met het windpark aan de overkant van de Brielse Maasdijk en de cumulatie van milieueffecten. 2.2.3
Indiener is van oordeel dat de overheid kan "winkelen" in toepassen van regelgeving. De overheid mag en kan niet vrijblijvend winkelen in regelgeving en toepassen wat het best uitkomt. De gemeente houdt zich aan de wet- en regelgeving.
2.2.4
Indiener vraagt of aangesloten kan worden bij de gedragscode van NLVOW: De Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW) biedt een gedragscode die bijdraagt aan maatschappelijk draagvlak voor windenergie als die code gedragen wordt door alle partijen, in het bijzonder: natuur- en milieuorganisaties, omwonenden, overheid en de windsector. Als het doel is bij te dragen aan het versterken van draagvlak voor windenergie, en dit op een transparante en eerlijke wijze uit te voeren, dan spelen Rijk, Provincies en gemeenten een cruciale rol. De gemeente Nissewaard volgt de leidraad Windenergie Voorne-Putten en die is in de geest van de gedragscode van NLVOW. Hiermee geeft de gemeente invulling aan de wijze waarop zij het lokale participatietraject wenst in te vullen. De gemeente is zich bewust van de gedragscode die door de NLVOW is opgesteld. Aangezien de gemeente Nissewaard participatie en communicatie van essentieel belang vindt in windenergieprojecten is de heer Rietveld van de NLVOW als voorzitter gevraagd om het in 2019 geformeerde bewonersplatform te leiden. Dit doet hij sindsdien. Elke inwoner kan zich aanmelden bij dit bewonersplatform onder voorzitterschap van de heer Rietveld van de NLVOW. Het bewonersplatform vaardigt een aantal leden af aan de Omgevingsadviesraad waar naast bewoners ook andere stakeholders in zitten.
Bewonersplatform en Ondernemingsadviesraad vergaderen meerdere malen per jaar over dit toekomstige windpark. De gemeente laat zich door hen adviseren zodat wij eventuele zorgpunten vroegtijdig signaleren en waar mogelijk kunnen oplossen of mitigeren.
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 18 van 47
2.3
Afstand windturbines tot woningen
Volgnummer Zienswijze 2.3.1
Meerdere indieners vinden de Nederlandse normen voor de windturbine afstanden achterhaald en geven aan dat deze gebaseerd zijn op oude windturbines met een veel lagere tiphoogte. Daarbij geven indieners aan dat, indien er een alternatief wordt overwogen met lagere windturbines, er alsnog uitgegaan dient te worden van de formule tien keer de tiphoogte voor de afstand tussen woningen en windturbines. Indieners zijn daarbij van oordeel dat de afstand tussen windturbines en woningen in veel Europese landen beter wordt gerespecteerd. Daarnaast vragen andere indieners een minimale afstand van zes keer de tiphoogte. Andere indieners wijzen onder andere op de afstand van de - in de NRD geprojecteerde - windturbines nummers 7, 8, 9 en 10 tot de woningen aan de Plaatweg. De gebiedscommissie Hoogvliet vraagt aandacht voor de afstand van de windturbines tot de woningen in Hoogvliet. Andere indieners geven aan dat de afstand tot de woonbebouwing aan de Hogelandseweg erg klein is. Daarnaast wijst een aantal indieners expliciet op de afstand van de windturbines tot verschillende gebouwen in de buurt van de windturbines, zoals de dierenopvang, maar ook de Hartelborgt. In het MER wordt bij de berekeningen voor geluid en slagschaduw getoetst aan de wettelijke Nederlandse normen die van toepassing zijn. Voor windenergie gelden geen afstandsnormen in Nederland.
Er gelden wel geluidnormen op basis van jaarrondgemiddelden. Van slagschaduw zullen bijvoorbeeld woningen ten zuiden van de turbines weinig last hebben omdat de schaduw van de turbines niet op het zuiden kan vallen. In het MER zal aandacht worden gegeven aan milieueffecten op de woningen aan de Hogelandseweg, Plaatweg en alle andere woningen in de omgeving ten opzichte van de beoogde windturbines. Dit geldt ook voor onder meer het dierenopvangcentrum en de jeugdgevangenis de Hartelborgt. De milieueffecten zullen ten aanzien van onder meer geluid, slagschaduw en zicht op de turbines worden beschreven en beoordeeld en worden betrokken in de bestuurlijke afweging voor de planologische procedure. Voor ieder alternatief zullen alle woningen die binnen de slagschaduwcontour van de beoogde windturbines kunnen vallen de slagschaduw op jaarbasis worden bereken
2.4
Alternatieve locaties
Volgnummer Zienswijze 2.4.1
Meerdere indieners dragen alternatieve locaties voor het windpark voor. Zij vinden dat de gemeente eerst onderzoek zou moeten doen naar andere locaties voor windenergie, zoals de volgende locaties: -tegenover de McDonalds; -de noordkant van het Hartelkanaal in het stuk tussen Hartelbrug en de Clydeweg; -westelijk van de Hartelbrug tot aan watersport vereniging Hairt-Hille; -het stuk groen tussen de spaarbekkens Beerenplaat en de Oude Maas; -het gemeenteterrein aan de Krommedijk te Zuidland, grenzend aan het Spui en vlakbij watersportvereniging Blinckvliet; -de Beerenplaat; -de polder; -overkant van het Hartelkanaal, langs de A15; -molens aan de overzijde van het Hartelkanaal ter hoogte van de ESSO -andere gemeente op Voorne-Putten Andere indieners geven aan dat zij de voorgestelde locatie geen geschikte plaats vinden voor windenergie en vinden dat op een bestaand industrieterrein, de Maas-
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 19 van 47
vlakte, op zee of verder weg (zoals het poolgebied of de woestijn) betere locaties zijn. Indieners geven aan dat windenergie niet goed over de provincie verdeeld wordt. Tot slot geven indieners aan dat als de windturbines op de huidige locatie moeten, dan de voorkeur uitspreken voor het in de NRD beschreven alternatief ‘A4’. Enkele indieners geven aan dat ieder alternatief met windturbine opstellingen 7, 8, 9 en 10 gelijk geschrapt kunnen worden. De provincie Zuid-Holland heeft eind 2017 de Herziening van de VRM vastgesteld; daarin zijn 17 nieuwe locaties voor windenergie aangewezen waaronder de Brielse Maasdijk. In 2016 is bestudeerd op extra locaties die nodig zijn om de 150 MW aan opgesteld windvermogen in onze voormalige stadsregio Rotterdam mogelijk te maken. Gemeente Nissewaard wenst het open poldergebied te vrijwaren van windenergie. Windturbines passen beter bij een industriële omgeving die toch al voorzien is van veel hoge gebouwen en pijpen. Om die reden is juist de Noordrand aangewezen en voorgedragen als ontwikkellocatie voor windenergie. Oorspronkelijk was alleen de Brielse Maasdijk opgenomen in de concept PlanMER. De gemeente Nissewaard heeft deelgebied Plaatweg toegevoegd zodat daarmee andere locaties in het poldergebied, zoals Beerenplaat en Zuidland, als onderdeel van het regionale bod aan de provincie.
Het bod van de vier gemeenten is door de provincie Zuid-Holland overgenomen en uit de inspraakprocedure voor de definitieve toewijzing van de windenergielocaties zijn geen bezwaren gekomen waarna de locatie Brielse Maasdijk/Plaatweg definitief is vastgesteld en onherroepelijk werd. In figuur 1 op pag. 7 van de NRD is de begrenzing van dit definitieve zoekgebied afgebeeld. Binnen dit zoekgebied vindt daarmee de zoektocht plaats naar de meest optimale locaties voor windturbines in deze m.e.r.-procedure. In Nederland is wind op land een aparte opgave naast wind op zee. Dus voor zowel wind op land als wind op zee zijn er aparte kwantitatieve opgaven. Het is dus én én: we hebben zowel ruimte nodig op land als op zee om onze klimaatdoelstellingen te halen. Ook is er in het Havengebied een separaat windenergieconvenant aan de orde: om die reden zijn er in het havengebied al veel windturbines gerealiseerd en komen er ook nog meer bij in de komende periode tot 2030. Ook hier geldt dat er sprake is van én én: er is zowel windenergie nodig in het havengebied van Rotterdam als in het omliggende gebied.
2.5
Alternatieve energiebronnen
Volgnummer Zienswijze 2.5.1
Indieners geven aan dat er verschillende alternatieven zijn voor windenergie zoals zonnepanelen, waterstof en (thorium)kernenergie of hergebruik van warmte en energie uit de industrie. Daarnaast geven indieners aan de overheid zich duidelijker moet uitspreken dat we zowel zonne-energie als windenergie nodig gaan hebben. De aangedragen alternatieven voor windenergie zijn geen alternatief in het kader van dit project. Volgens het Nationaal Klimaatakkoord is er 35 TWh (op land) en 49 TWh (in zee) aan schone energie nodig voor 2030 wat hoofdzakelijk zal bestaan uit de opwek van winden zonne-energie. Deze productie is van belang omdat in 2020 14% van de Nederlandse energieproductie afkomstig is uit hernieuwbare bronnen en dit 16% moet zijn in 2023. Daarnaast dienen we 49% CO2-reductie te hebben bewerkstelligd in 2030. Zonnepanelen leveren inderdaad ook een bijdrage aan de energiedoelstelling van het Rijk. Voor zonne-energie gelden separaat aan de windenergieopgave kwantitatieve doelstellingen. Helaas is alleen de realisatie van deze wind- of zonne-energieopgave niet voldoende en daarom zet de gemeente Nissewaard in op additionele zonne-energie in het kader van onze regionale energiestrategie naast de al in gang gezette windenergieopgave vanuit de regio. Kernenergie is op dit moment geen alternatief. De doelstelling is om 49% CO2-reductie te bereiken voor 2030.
Het is al in Nederland mogelijk om een vergunning aan te vragen voor het bouwen van een kerncentrale. Tot nu toe is dat niet gebeurd. De ontwikkeling van een kerncentrale, waar overigens een landelijk besluit voor nodig is, kan gelet op de huidige ontwikkeltijd in relatie tot beschikbare technieken en procedures niet voor 2030 worden gerealiseerd en zal dus geen bijdrage kunnen leveren aan de doelstellingen voor 2030. Waterstof is een energiedrager en kan gemaakt worden met behulp van aardgas of elek-
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 20 van 47
triciteit en bestaat niet in een natuurlijke vorm. In de toekomst zal waterstof zo veel mogelijk met behulp van wind- en zonne-energie worden geproduceerd en dan wordt het CO2vrij. Het maken van waterstof door middel van aardgas is geen CO2-vrije oplossing. 2.5.2
Indieners geven aan dat windenergie zonder energieopslag leidt tot reduceren bij te veel wind en weinig vraag. Volgens de indieners is er voorlopig nog geen energieopslag. Het opslaan van energie in accu’s is vanwege de te hoge prijs en volume geen optie. Opslag in waterstof, geperste lucht en waterniveau is er nog niet. De windturbines worden bij overproductie gereduceerd of stil gezet, hetgeen een enorme verspilling van energie is. Als er geen energieopslag is en het waait niet, dan gaat letterlijk het licht uit, krijgen we het koud in huis en komt het vervoer stil te liggen. Indiener stelt dat er geen opslagmogelijkheden zijn voor windenergie. Dat klopt niet. In november 2018 heeft Greenchoice in het havengebied een windpark aangesloten op een accu waarmee opgewekte duurzame elektriciteit kan worden opgeslagen als dat nodig is. Technisch is dat dus mogelijk en innovatie op verschillende technieken zal gaan leiden tot efficiëntere opslagmogelijkheden in de toekomst. Daarbij is de locatie voor energieopslag uit elektriciteit overigens niet beperkt tot de plek waar ze wordt opgewekt, dat kan in beginsel op iedere plek in het hoogspanningsnet. De stelling dat er (nog) geen mogelijkheden voor energieopslag zijn, is dus niet in overeenstemming met de realiteit. In de toekomst zullen de mogelijkheden daarvoor wel moeten gaan toenemen.
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk
blad 21 van 47
3
Geluid
3.1
Geluidsoverlast
Volgnummer Zienswijze 3.1.1
Indieners maken zich zorgen om de normen die gehanteerd zullen worden voor het berekenen van de MER rapportage. In het bijzonder de normen i.r.t. geluid en de wijze waarop geluid wordt berekend. Indieners vragen zich af of dit op basis van jaargemiddelden wordt gedaan en of er rekening wordt gehouden met geluidsoverlast ten tijden van harde wind. Daarnaast geven indieners aan dat zij geluidoverlast verwachten van de windturbines. Een aantal indieners haalt daarbij het weggehaalde windmolenpark aan, daar was ook overlast van. Sommigen maken zich zorgen over overlast ’s nachts en slaapverstoring. Een aantal indieners geven aan dat geluid weerkaatst aan de achterkant van de flats aan de Hoogwerf noord of op het hoge Lelieparkflat. Ook wordt er aandacht gevraagd voor geluid over water en of dit verder draagt. Meerdere indieners vragen om verschillende mitigerende maatregelen om geluidsoverlast te verkleinen, zoals geluidschermen, hoge bomen gecombineerd met dichte onderbegroeiing in het Hartelpark of appratuur om de rotorsnelheid te verlagen bij harde wind of bepaalde windrichtingen. Meerdere indieners vragen expliciet aandacht te besteden aan de geluidoverlast en hinder voor de bewoners van Justitiële Jeugdinrichting de Hartelborgt. Het ministerie van Justitie geeft aan dat de Hartelborgt een groep van gevoelige gebouwen is.
Het MER brengt de geluidseffecten van de alternatieven in beeld. Zo zal er voor elke geluidgevoelige bestemming getoetst worden of deze voldoet aan de wettelijke geluidsnormen. De geluidseffecten worden berekend volgens de wettelijke rekenmethode. Binnen deze methode wordt er gebruik gemaakt van jaargemiddelden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met piekbelasting, zoals harde wind. De methode bestaat eruit dat per alternatief de geluidscontouren worden berekend en het aantal geluidgevoelige bestemmingen binnen de contouren bepaald wordt (o.a. woningen, onderwijs, ziekenhuizen - zie 'Geluidsgevoelige objecten Wet geluidhinder'). Bij het bepalen van de geluidseffecten brengen we de geluidscontouren in beeld in drie klassen. Dit zijn: de wettelijke normen voor windturbinegeluid: Lden 47 dB en Lnight 41 dB; de door de WHO geadviseerde norm van Lden 45 dB; Lden 42 dB. Per alternatief wordt het aantal (ernstig) gehinderden binnen deze contouren bepaald. Ook wordt daarbij aangegeven of aan de wettelijke normen voor geluid kan worden voldaan. Ook geven we aan of mitigerende maatregelen nodig zijn, zoals geluidsschermen, hoge bomen in combinatie met dichte onderbegroeiing, of geluidreductie door bijvoorbeeld aanpassing van de rotorsnelheid of rotorhoek (‘pitch’) bij bepaalde windrichtingen.
In het geluidsmodel wordt rekening gehouden met de aanwezige ondergrond (water, grasland en harde ondergrond). De jeugdinrichting Hartelborgt is volgens het Besluit Geluidhinder, artikel 1.3, geen geluidsgevoelige bestemming. Maar in het MER brengen we de mogelijke milieueffecten voor bewoners binnen de inrichting in beeld, waaronder geluid.
3.1.2
Meerdere indieners laten weten dat zij het gevoel krijgen dat bewoners zo dicht bij de industrie wonen dat de geluidsoverlast van de windturbines ondergeschikt is. Ondergeschikt omdat de bewoners van Spijkenisse, Geervliet en Heenvliet toch al aan boven de norm blootgesteld worden aan industrie- en verkeersgeluid. Dit is volgens de indieners een buitengewoon onjuist uitgangspunt en in strijd met het beleid om geluidsoverlast van industrie en verkeer terug te dringen. Dat er al een hoge mate van achtergrondgeluid is door de industrie, wil niet zeggen dat er geen geluidoverlast door windturbines kan ontstaan. Afhankelijk van hoe het geluid van de windturbines zich verhoudt tot het heersende omgevingsgeluid kan het windturbinegeluid
Nota van Beantwoording Reikwijdte en Detailniveau Windpark Brielse Maasdijk Blad 22 van 47
worden gemaskeerd (d.w.z. niet of nauwelijks waarneembaar zijn) of juist cumuleren met het heersende omgevingsgeluid, of rustige momenten (waarop het overig geluid grotendeels wegvalt) verstoren. Het MER brengt daarom de geluidseffecten van de alternatieven in beeld. Ook wordt daarbij aan of aan de wettelijke normen voor geluid kan worden voldaan. Daarnaast geven we aan of maatregelen nodig zijn, zoals geluidsschermen, hoge bomen in combinatie met dichte onderbegroeiing, of geluidreductie door bijvoorbeeld aanpassing van de rotorsnelheid of rotorhoek (‘pitch’) bij bepaalde windrichtingen..
3.2
Laagfrequent geluid
Volgnummer Zienswijze 3.2.1
Meerdere indieners maken zich zorgen om het karakter van het geluid. De windturbines veroorzaken een storend gebrom en een zoevend en zwiepend geluid. Daarnaast geven indieners aan dat het infrasoon geluid onder 50 Hz wellicht niet hoorbaar is door mensen, maar wel de gezondheid kan beïnvloeden bij langdurige blootstelling. In het MER worden de geluidseffecten in beeld gebracht volgens de wettelijke normen. In deze normen is rekening gehouden met laagfrequent geluid. Een gedeelte van het geluid dat windturbines produceren betreft infrasoon geluid. Ook het natuurlijke windgeruis bevat infrasoon geluid. Het niveau van het door windturbines geproduceerde infrasoon geluid is vele malen lager dan het niveau van het infrasoon geluid door windgeruis. Infrasoon geluid speelt daarom geen rol van betekenis in de beoordeling van de geluideffecten van windturbines. Een brommend geluid betreft laagfrequentgeluid. Uit zienswijzen op eerdere windprojecten is gebleken dat de vrees bestaat dat laagfrequent geluid mensen ziek maakt en dat de Nederlandse geluidsnorm onvoldoende bescherming biedt, omdat bij de vaststelling van de voor windturbinegeluid geldende norm van 47 dB op basis van Lden met deze informatie geen rekening zou zijn gehouden.
Om deze reden heeft de Staatssecretaris van I&W een brief aan de Tweede Kamer gestuurd met twee onderzoeken van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en een literatuurstudie naar laagfrequent geluid door Bureau LBP/Sight. Op grond van inzichten uit deze onderzoeken concludeert de Staatssecretaris dat de huidige norm voor geluidhinder van windturbines (47 dB Lden en 41 dB Lnight) en het bijbehorende reken- en meetvoorschrift voldoen en geen wijzigingen behoeven. In de norm voor geluid voor windturbines is tevens rekening gehouden met het karakteristieke geluid dat windturbines maken. Het zwiepende en zoevende geluid is daarmee al verwerkt in de wettelijke norm. Wanneer tonaal geluid wordt uitgesloten, is hinder door laagfrequent geluid voldoende beperkt door de geluidnormen van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Tonaal geluid betekent dat er een specifieke toon in het geluid herkend kan worden, bijvoorbeeld een fluittoon, pieptoon of een bromtoon. Er is sprake van relatief veel geluid bij een specifieke frequentie. Voor het antwoord op de zorg over gezondheidseffecten in relatie tot laagfrequent geluid, verwijzen we naar hoofdstuk 7: Gezondheid.