CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering BOPA ontwikkeling Molenwei definitief

Gemeenteraad 9 oktober 2024, gemeente NissewaardBij agendapunt: Adviesrecht vervangende nieuwbouw 125 woningen Molenwei te Spijkenisse22.971 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Novermber 2023: In het kader van de participatie is vanuit het project deelgenomen aan de reünie van oud-bewoners uit de Molenwei. Dit initiatief is door oud-bewoners genomen. Maasdelta en Bureau Wissing waren daar aanwezig voor een toelichting op de sloop- en nieuwbouwplannen en om verhalen van vroeger op te halen ter inspiratie voor de nieuwbouw. Pagina 4 van 6

3. SHS (Stichting Huurdersraad Spijkenisse) a. Oktober 2022: de SHS is gevraagd om advies te geven op de sloop/nieuwbouw plannen en de contouren van de Herhuisvestingsregeling. De contouren van het plan, met de opzet van het programma voor de nieuwbouw, zijn besproken. b. April 2023: de SHS is gevraagd om definitief te besluiten over de Herhuisvestingsregeling. 4. Direct omwonenden (rest Molenwei en stukje Voorstraat) a. November 2022: kort na de brief aan bewoners van de Molenwei (zie onder 1) zijn ook de omwonenden per brief geïnformeerd over het voornemen van Maasdelta om de woningen met sloop/nieuwbouw te vervangen. b. Juni 2023: direct na de informatiebijeenkomsten met bewoners (zie onder 1) zijn direct omwonenden per brief geïnformeerd over het sloopbesluit en de gevolgen voor de omgeving. De bewoners van fase 1 zijn per 1 juli 2023 ook ‘urgent’ verklaard, waarmee de uitverhuizingen zijn opgestart. c. Juli 2023 tot heden: de wijkmeesters van Maasdelta lopen vanaf juli 2023 dagelijks een ronde door de wijk om overlast te voorkomen of vroeg te signaleren. Daarmee zijn ze direct ook aanspreekpunt voor de wijk voor zover nodig/gewenst vanuit bewoners en direct omwonenden. d. Oktober 2023: n.a.v. vragen vanuit de buurt/omgeving na het sloopbesluit, is een brief met verdere toelichting verstuurd. De 7 meest gestelde vragen zijn daarin beantwoord. e.

September – december 2023: omwonenden is gevraagd om mee te helpen bij de ‘verhuizing’ van beschermde diersoorten (vogels, vleermuizen), zodat de woningen later gesloopt kunnen worden. f. Een klankbordgroep van bewoners/omwonenden is wel overwogen als middel/mogelijkheid, maar bewust niet verder opgezet. Tijdens het planproces is constant wel gevolgd of er een aanleiding voor was (mogelijkheid tot meedenken, adviseren of meebeslissen) die dit gewenst zou maken. Vooralsnog is uit de beperkte danwel positieve reacties op de plannen niet gebleken dat hier aanleiding toe was. 5. Gemeenteraad (commissies en raad) a. Juni 2023: de gemeenteraad is via een Raadsinformatiebrief geïnformeerd over het door Maasdelta genomen sloopbesluit. Daarbij is het aanbod gedaan om het plan in de gemeenteraad te presenteren/bespreken. b. Augustus 2023: presentatie in de raadscommissie Leefomgeving over het sloopbesluit en de voorgenomen plannen voor de nieuwbouw. c. Nog volgend: de gemeenteraad heeft wettelijk adviesrecht. Volgens de eigen voorschriften van de raad is dit project niet vooraf aangewezen als project waarop de raad in ieder geval advies op wil uitbrengen (gelet op de beperkte uitbreiding van het aantal woningen). Desondanks wordt er voor gekozen om de gemeenteraad wel om advies te vragen conform het adviesrecht ten aanzien van de BOPA-vergunning. 6. College van B&W a.

Het college van B&W heeft geen formele rol in de planvormingsfase. Wel vindt regulier wethoudersoverleg plaats over de voortgang van het project. b. Nog volgend: het college van B&W is bevoegd gezag voor de BOPA-vergunning. 7. Welstandscommissie a. April 2024: de welstandscommissie is meegenomen in de planvorming tot het Stedenbouwkundig matenplan, het VO van de woningen en het VO van de openbare ruimte. Hierover heeft vooroverleg met de commissie plaats gevonden. Het advies uit dit Pagina 5 van 6

vooroverleg is verwerkt (overgenomen, danwel gemotiveerd afgeweken) in de definitieve indieningsstukken. b. Nog volgend: de welstandscommissie heeft een adviserende rol in de BOPA-procedure. Het advies wordt gegeven in deze procedure. 8. Inwoners van Spijkenisse a. De inwoners van Spijkenisse zijn niet actief betrokken en/of geïnformeerd over het project. In de planvorming is het uitgangspunt dat de Molenwei wat minder in zichzelf is gekeerd en andere inwoners van Spijkenisse straks eerder ook in positieve aanraking komen met de Molenwei. b. Direct na de bewonerscommunicatie in oktober 2022 en juni 2023 heeft het AD berichten hierover gepubliceerd. Waar nodig/gewenst is hierop gereageerd vanuit het project. c. Nog volgend: inwoners gaan nog geïnformeerd worden voornamelijk over alle werkzaamheden, tijdelijke maatregelen, mogelijke overlast en andere relevante onderwerpen. 9. Algemene communicatie a. Naast de actieve communicatie met belanghebbenden, is Maasdelta ook via het Klant Contact Centrum telefonisch en per e-mail bereikbaar (geweest) voor vragen, opmerkingen en suggesties. Alle individueel binnengekomen reacties zijn zo goed als mogelijk beantwoord of samengevat tot een gericht communicatiemoment naar meerdere belanghebbenden tegelijk. b. De website www.maasdelta.nl/molenwei is sinds oktober 2023 online. Hierop is de voortgang van het project op hoofdlijnen te volgen.

Richting uitvoering zal deze website steeds meer gevuld worden. Participatie-uitkomsten De belangrijkste uitkomsten zijn:  Dat bewoners en omwonenden goed zijn geïnformeerd over eerst het voornemen en daarna de definitieve besluitvorming rondom de sloop en nieuwbouw.  Dat vragen, zorgen, opmerkingen en suggesties te allen tijde serieus en op korte termijn zijn en worden beantwoord.  Dat we in de contacten met bewoners, oud-bewoners, de SHS, raadscommissie en ambtenaren bevestigd zijn in het streven om het project aan te pakken vanuit een ‘buurtvernieuwing’: behouden wat goed is, en aanpassen wat beter kan.  Dat voorafgaand aan en tijdens de uitvoering ruim aandacht besteed moet worden aan de omgevingscommunicatie door betrokken aannemers/uitvoerders en opdrachtgever Maasdelta. Het ingediende plan Het plan past binnen de contouren die zijn vastgelegd in het participatieproces.

Pagina 6 van 6

Bijlage 2 Quickscan ecologie

69/87

70/87

Molenwei te Spijkenisse

G&G-advies QS2023-195

Toetsing in het kader van de natuurwetgeving

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

Molenwei te Spijkenisse

Toetsing in het kader van de natuurwetgeving

R. Mengers

2023

Opdrachtgever RHO Adviseurs

G&G-advies QS2023-195

Datum Versie

30 juni 2023 V1

Gecontroleerd door: R. de Beer. De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn. De bevindingen die zijn beschreven in onderliggende ecologische beoordeling worden over het algemeen gedurende een periode van drie jaar na de verschijningsdatum van dit rapport als geldend gezien, mits omstandigheden in het beschreven gebied niet te sterk zijn gewijzigd.

Bovendijk 35-G

Hazenkoog 35-A

2295 RV Kwintsheul

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

Molenwei te Spijkenisse

3

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

5

1.1

Aanleiding voor het onderzoek ............................................................................... 5

1.2

Doel van het onderzoek........................................................................................... 6

1.3

Het plangebied......................................................................................................... 7

1.4

Werkzaamheden ...................................................................................................... 7

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................ 7

Methode

9

2.1

Soorten .................................................................................................................... 9

2.2

Gebieden................................................................................................................ 10

Beschermde soorten Wnb

11

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen .......................................................................... 11

3.2

Beschermde soorten.............................................................................................. 13 3.2.1 Planten .................................................................................................................... 13 3.2.2 Vissen ...................................................................................................................... 13 3.2.3 Amfibieën ................................................................................................................ 13 3.2.4 Vogels ...................................................................................................................... 14 3.2.5 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 16 3.2.6 Vleermuizen ............................................................................................................ 16 3.2.7 Overige fauna .......................................................................................................... 19

3.3

4

5

Conclusie beschermde soorten ............................................................................. 20

Effectbeoordeling en maatregelen

21

4.1

Vogels..................................................................................................................... 21

4.2

Vleermuizen ........................................................................................................... 22

4.3

Conclusie effectbeoordeling .................................................................................. 24

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving

25

5.1

Natura 2000 ........................................................................................................... 25

5.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN) ......................................................................... 25

5.3

Weidevogelgebieden ............................................................................................. 26

5.4

Houtopstanden ...................................................................................................... 26

5.5

Overige relevante wetgeving................................................................................. 26

5.6

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ........................... 27

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2023-195

Molenwei te Spijkenisse

4

6

Conclusies

28

6.1

Beschermde soorten Wnb .....................................................................................28

6.2

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving ...............................................29

6.3

Zorgplicht ...............................................................................................................29

6.4

Aanbevelingen ter bevordering van natuur ...........................................................30

7

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur

31

8

Bijlagen

33

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2023-195

Molenwei te Spijkenisse

1

5

Inleiding 1.1

Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen een deel van een woonwijk (Molenwei) in Spijkenisse her in te richten. Spijkenisse ligt in de gemeente Nissewaard in de provincie Zuid-Holland. De bebouwing in het plangebied zal wordt gesloopt en er komt nieuwbouw voor in de plaats. Daarnaast zal er groen in de tuinen en omgeving moeten worden verwijderd. Op de locatie is eerder onderzoek uitgevoerd door Regelink Ecologie & Landschap (REGELINK, 2022). Het onderzoek van Regelink heeft enkel de aanwezige bebouwing en potentie daarin voor met name fauna beoordeeld. Daarbij is geen beoordeling van de aanwezige vegetatie in en aan de rand van het plangebied gedaan. Voorliggende rapportage betreft de uitwerking van de quickscan naar de aanwezige vegetatie. De bebouwing is hierbij niet verder beoordeeld. Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb) of dat het plan gevolgen heeft voor nabijgelegen beschermde gebieden. In opdracht van RHO adviseurs heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek. Een quickscan is een momentopname die soms slechts in beperkte mate uitsluitsel geeft over de afwezigheid van soorten.

Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn en niet zijn uit te sluiten vanwege tijdstip van het veldbezoek of niet inspecteerbare delen van het plangebied, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2023-195

Molenwei te Spijkenisse

6

De ligging van het plangebied (rood omlijnd).

1.2

Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Wnb. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken. Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten en omtrent de noodzaak ontheffing of vergunning aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2023-195

Molenwei te Spijkenisse

1.3

7

Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. Langs de noordrand van het plangebied, als afscheiding met de Groene kruisweg, staat een rij met grotere bomen. Niet bekend is of deze wel/niet gekapt gaan worden, maar ze zijn wel beoordeeld bij voorliggende scan, omdat er ook sprake kan zijn van verstoring door de werkzaamheden. Het plangebied betreft een deel van een woonwijk en bevindt zich in de bebouwde stadse omgeving van Spijkenisse, bij de kruising van twee grotere doorgaande wegen, de Groene kruisweg en Schenkelweg. De directe omgeving van het plangebied bestaat uit andere stedelijke bebouwing en wegen. In iets ruimere zin betreft het andere stedelijke bebouwing, wegen, een sportterrein, industriële bebouwing en grote wateren (Oude Maas met havens).

1.4

Werkzaamheden De bebouwing in het plangebied zal worden gesloopt, deze ingreep valt zoals aangegeven niet onder de scope van deze quickscan. Op de locatie waar de huidige bebouwing staat wordt nieuwbouw gerealiseerd. Bij de herinrichting van het plangebied zal allerlei groen worden verwijderd en bomen worden gekapt. De ecologisch gevoelige werkzaamheden aangaande het groen in het plangebied zullen bestaan uit het verwijderen van de vegetatieve toplaag, het vergraven van de bodem het opbrengen van grond en het kappen en rooien van bomen en/of struiken. Daarbij kunnen dieren en planten beschadigd, verwond, verdrukt of gedood worden. Ook kunnen verblijfplaatsen van dieren of groeiplekken van planten beschadigd of vernield worden. Bij de uitvoering van de werkzaamheden kan door geluid, trillingen, licht, verandering van microklimaat ook verstoring optreden van (beschermde) soorten.

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de biotopen die aanwezig zijn in het plangebied beschreven en wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2023-195

Molenwei te Spijkenisse

8

Hoofdstuk 5 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2023-195

Molenwei te Spijkenisse

2

9

Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffing moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.

2.1

Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) is bekeken in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied is gelegen en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gezocht naar gegevens van beschermde (vogel-) soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen of naar soorten die niet provinciaal zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar (2013-2023). Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en de waarde van de waarnemingen (bijvoorbeeld foeragerend, overwinterend, trekkend, overvliegend of verblijvend). Ook is gekeken naar de onderzoeksinspanning en de (verwachte) volledigheid van de waarnemingen en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is. Er is in de NDFF niet gericht gezocht naar vogelsoorten met nietjaarrond beschermde nesten, provinciaal vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten zoals zeezoogdieren of zoutwatervissen. Met vogels die geen jaarrond beschermd nest hebben moet, in algemene zin, wél rekening gehouden worden (zie ook §3.2.4).

Potenties voor vrijgestelde soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren die mogelijk voorkomen in het plangebied, worden kort genoemd. Voor deze soorten geldt, net als voor alle andere soorten, onverminderd de zorgplicht welke wordt besproken in de conclusies en de bijlage m.b.t. de wetgeving. Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidingsatlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2023-195

Molenwei te Spijkenisse

10

Potentiebeoordeling Het plangebied is op 20 juni 2023 bezocht om de aanwezige biotopen binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan te beschrijven en eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar). Bij het veldbezoek is voor de potentiebeoordeling tevens gericht gezocht naar verblijfsporen zoals keutels, plukresten en braakballen. Daarnaast zijn bijvoorbeeld eventueel aanwezige materialen gekeerd en zijn eventueel aanwezige spleten en holtes, zover mogelijk, oppervlakkig geïnspecteerd.

→https://www.nvwa.nl/

onderwerpen/invasieveexoten/unielijstinvasieve-exoten

Naast de aandacht voor beschermde waarden, is ook gelet op invasieve soorten die voorkomen op de ‘Unielijst’ van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (←NVWA). Deze invasieve exoten zijn op de Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebrengen (of dat in de toekomst waarschijnlijk zullen gaan doen) aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. De waargenomen soorten worden genoemd (§3.2) maar er worden geen nadere aanbevelingen gedaan of beleid uitgezet ten aanzien van deze soorten. Verwerking Met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen, een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten. Als negatieve gevolgen niet op voorhand uit te sluiten zijn, wordt aangegeven of specifieke maatregelen moeten en kunnen worden genomen en/of ontheffing dient te worden aangevraagd.

2.2

Gebieden Op de gebiedendatabase van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen of nabij de begrenzing van (Europees) beschermde gebieden (Natura 2000), zie: https://www.natura2000.nl/ Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet, is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: https://ruimtelijkeplannen.zuid-holland.nl/VRM/ Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2023-195

Molenwei te Spijkenisse

3

11

Beschermde soorten Wnb In dit hoofdstuk worden eerst de biotopen beschreven die aanwezig zijn binnen het plangebied. Vervolgens worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van de NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veldbezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen Bebouwing De bebouwing betreft verschillende blokken met rijtjeshuizen. Op potenties van bebouwing zal verder niet op in worden gegaan, omdat deze al is beoordeeld in een separate quickscan (REGELINK, 2022). Uiteraard kunnen conclusies m.b.t. beschermde waarden uit de rapportage van REGELINK, 2022 wel terugkomen in de beoordeling van de groenstructuren als leefgebied voor deze soorten. Groenstructuren Het groen in het plangebied bestaat met name groen in kleine achtertuinen behorende bij de woningen. In deze tuinen zijn voornamelijk lage groenstructuren aanwezig, maar ook enkele vrijstaande en kleine clusters van hogere struiken en bomen, waaronder een aantal coniferen. Daarnaast zijn er buiten de tuinen enkele vrijstaande bomen aanwezig verspreid over het plangebied. En her en der zijn plantsoenen aanwezig. Aan de noordrand van het plangebied is een groenstrook met meerdere hoge bomen aanwezig die als afscheiding dient voor de doorlopende weg.

Voorbeeld van aanwezig groen in tuinen in het plangebied.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2023-195

Molenwei te Spijkenisse

12

De aanwezige vegetatie in de tuinen en plantsoenen betreffen voornamelijk allerlei gecultiveerde soorten planten, bomen en struiken van kwekers en tuincentra. De bomen aan de noordrand van het plangebied betreft voornamelijk populieren en een aantal esdoorns en eiken. Het bladerdek van de bomen en struiken in het plangebied was ten tijde van het veldbezoek soms dicht en onoverzichtelijk, gezien de tijd van het jaar. De hogere vegetatie in de tuinen en plantsoenen in het plangebied bleek echter voldoende inspecteer baar op aan- en afwezigheid van grotere nesten, holtes en kieren. In de tuinen en vrijstaande bomen/struiken in het plangebied bleken geen opvallende nesten, kieren en holtes aanwezig. In de bomenrij aan de noordzijde van de wijk zijn in ieder geval twee grotere nesten aanwezig hoog in twee populieren. Daarnaast zijn er hier in verschillende bomen kieren, loszittende schors en mogelijke holtes waargenomen. Zie onderstaande Figuur 2voor een inzicht in de locaties. Ten tijde van het veldbezoek was er een dicht bladerdek in de bomen aanwezig, waardoor de hoge bomen aan de noordrand tijdens het veldbezoek niet volledig te inspecteren waren op de aanwezigheid van grote nesten of holtes en spleten. Naast de aangetroffen nesten, kieren en loszittende schors zijn mogelijk nog andere bijzonderheden aanwezig.

Plangebied met rood omlijnd de groenstrook met hoge bomen met enkele grotere nesten (blauwe genummerde cirkels), kieren en loszittende schors.

1

2

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2023-195

Molenwei te Spijkenisse

13

Overig Binnen het plangebied ontbreekt open oppervlaktewater. Mogelijk zijn er binnen de tuinen van de woningen en enkele kleine vijvers aanwezig.

3.2

Beschermde soorten

3.2.1

Planten Aangetroffen soorten In en rond het plangebied is in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde flora waargenomen (NDFF 2013-2023). Potentie plangebied In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht vanwege het ontbreken van geschikt biotoop. Tevens wordt het plangebied te intensief beheerd en is het te voedselrijk om geschikt te zijn voor beschermde plantensoorten.

3.2.2

Vissen Omdat in het plangebied zelf geen geschikt water aanwezig is, kunnen hier geen (beschermde) vissoorten voorkomen. Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde vissoorten waargenomen (NDFF 20132023).

3.2.3

Amfibieën Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde, niet vrijgestelde amfibieën waargenomen (NDFF 2013-2023). Potentie plangebied Het plangebied levert mogelijk, indien er kleine vijvers in de tuinen aanwezig zijn, geschikt voortplantingswater voor enkele algemene soorten amfibieën zoals Kleine watersalamander, Gewone pad, Bruine kikker, Groene kikker (Bastaardkikker en/of Meerkikker). Al deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in ZuidHolland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. In het plangebied is tevens geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door deze amfibieën.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2023-195

Molenwei te Spijkenisse

14

3.2.4

Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5-soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden diverse vogelsoorten waargenomen: Zilvermeeuw, Ekster (cat.5), Merel, Kauw, Spreeuw (cat. 5), Koolmees (cat. 5) en Pimpelmees (cat. 5). Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen algemene bos- en struweelvogels tot broeden komen zoals bijvoorbeeld Zwartkop, Houtduif, Merel, Roodborst, Winterkoning en Heggenmus. In de bebouwing van het plangebied kunnen Kauwen broeden onder de dakpannen en in de schoorstenen. Het is mogelijk dat in de bomen langs de noordrand van het plangebied categorie 5-soorten broeden als Ekster, Zwarte kraai, Koolmees, Pimpelmees, Boomkruiper, Boomklever, en Grote Bonte specht. Indien nestkasten aanwezig zijn in de tuinen van het plangebied kunnen deze ook gebruikt worden door categorie 5-soorten als Koolmees en Pimpelmees. Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden enkele zingende Huismussen (cat. 2) waargenomen op de daken van de bebouwing in het plangebied en daar omheen.

Daarnaast werden meerdere (op zijn minst 5) laag overvliegende en gierende Gierzwaluwen (cat. 2) gezien binnen het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn daarnaast in het verleden verschillende roofvogels, uilen en overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten vastgesteld (NDFF 2013-2023). Vanuit het onderzoek van Regelink (REGELINK, 2022) is bekend dat zowel Huismus als Gierzwaluw broedend in het plangebied aanwezig is, met minstens 10 nesten per soort. Verder zijn broedplaatsen van Boomvalk (cat. 4) binnen 100 meter, Buizerd (cat. 4) op ruim één kilometer nabij het plangebied bekend (NDFF 2013-2023). De overige waarnemingen van soorten met jaarrond beschermde nesten betroffen overvliegende en foeragerende vogels zonder binding met het plangebied of de omgeving daarvan.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2023-195

Molenwei te Spijkenisse

15

Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten In het groen in plangebied zelf, dat betekent de tuinen, plantsoenen en enkele vrijstaande bomen daarbinnen, is geen potentie aanwezig voor in bomen broedende soorten, omdat er geen grotere nesten, holtes en kieren zijn waargenomen. In de bomenrij aan de noordrand zijn in ieder geval twee (middel)grote nesten aangetroffen. Het is mogelijk dat soorten als Boomvalk, Sperwer en Ransuil daar in tot broeden kunnen komen. Daarnaast is het mogelijk dat er nog andere momenteel niet waar te nemen grotere nesten in deze bomenrij aanwezig zijn. Ten tijde van het veldbezoek was er een dicht bladerdek in de bomen aanwezig, waardoor de hoge bomen in de bomenrij tijdens het veldbezoek niet volledig te inspecteren waren op de aanwezigheid van grote nesten.

Weergave van populier met groot nest, nr 1 (links- en rechtsboven) en groot nest nr 2 (links- en rechtsonder)

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2023-195

Molenwei te Spijkenisse

16

De locatie is niet geschikt om als broedplek voor Buizerd te dienen, vanwege de drukte door wegen en nabije bewoning en de relatief smalle rij bomen. Deze soort broedt in bosrijkere gebieden, over het algemeen niet in bebouwde omgeving. Vanuit eerder onderzoek is bekend dat Huismus en Gierzwaluw tot broeden komt in het plangebied. Gierzwaluw is, behoudens een broedplek, niet afhankelijk van de directe omgeving en begroeiing direct rond de nestlocatie. Voor Huismussen ligt dit anders. Deze soort is honkvast en heeft een beperkte radius en is hier deels afhankelijk van begroeiing. Het gebied direct rondom de broedplek moet daarom beoordeeld worden als ‘essentieel leefgebied’. Verschillende factoren in de nabijheid van de nesten kunnen hierbij van belang zijn, zoals jaarrond groene struiken ter bescherming, begroeiing voor voedsel, zandige plekken, grit voor het verwerken van voedsel. water en foerageerplekken.

3.2.5

Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde, niet vrijgestelde zoogdieren waargenomen (NDFF 20132023). In de omgeving van het plangebied is in het verleden Bever waargenomen (NDFF 2013-2023). De Bever is beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). In het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend van deze soort. Potentie plangebied Het is mogelijk dat in het gebied enkele (kleine) zoogdieren voorkomen zoals kleine marterachtigen (Bunzing, Hermelijn en Wezel), Vos, Egel en verschillende algemene soorten (spits)muizen. Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in ZuidHolland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. Het plangebied is ongeschikt voor Bever vanwege het ontbreken van geschikt biotoop, zoals moerassen, meren of rivieren omzoomd door broekbossen met opstand van wilg of populier.

3.2.6

Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. De manier waarop vleermuizen een gebied gebruiken kan door het jaar verschillen, een gebouw of een boom kan bijvoorbeeld tijdelijk gebruikt worden als verblijfplaats maar in andere delen van het jaar ongebruikt blijven.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2023-195

Molenwei te Spijkenisse

17

Alle soorten vleermuizen, evenals verblijfplaatsen en essentiële foerageergebieden en vliegroutes zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn (zie Bijlage 1.2.1). Aangetroffen vleermuizen In de omgeving van het plangebied zijn zes soorten vleermuizen vastgesteld (NDFF 2013-2023). Het betreft Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis, Watervleermuis en Meervleermuis. Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger en Meervleermuis betreffen uitgesproken gebouwbewonende soorten. Aan- of afwezigheid daarvan is vastgesteld in het onderzoek specifiek naar de bebouwing. De andere vier soorten maken volledig of deels gebruik van boomholtes en kieren. De meeste waarnemingen betroffen foeragerende en langsvliegende exemplaren. Daarnaast betrof het overgrote deel van de waarnemingen Gewone dwergvleermuis, een soort die volledig bebouwing afhankelijk is. Van de boombewonende soorten zijn geen bijzondere waarnemingen, zoals zwermen, in- of uitvliegers, kraam- of paarverblijven bekend. De waarnemingen van deze soorten betreffen enkel overvliegende en foeragerende waarnemingen (NDFF 20132023). Potentie verblijfplaatsen Als potentie voor verblijfplaatsen niet is uit te sluiten dan dient gericht nachtelijk onderzoek plaats te vinden om eventuele precieze verblijflocaties vast te stellen.

De bekende waarnemingen (bijvoorbeeld uit de NDFF) zijn niet volledig en geven daarom geen uitsluitsel en tijdens de quickscan zijn achterliggende holtes die kunnen dienen als verblijfplaats, niet verder te inspecteren of te onderzoeken. Tevens is gebruik door vleermuizen in het verleden hiermee niet uit te sluiten. In de bomenrij aan de noordkant van het plangebied kunnen vleermuizen verblijven omdat daar meerdere bomen met kieren en/of loszittende schors zijn waargenomen waar vleermuizen in kunnen verblijven. Deze bomen zijn verspreid aanwezig over de bomenrij en zijn niet apart gemarkeerd. Hierbij valt te denken aan boombewonende soorten als Ruige dwergvleermuis, Rosse vleermuis en Watervleermuis. Andere boombewonende soorten zoals bijvoorbeeld Gewone grootoorvleermuis, Franjestaart, etc. zijn zeldzaam en worden op voorhand niet verwacht in de onderzochte bomen. Deze soorten dienen tijdens vervolgonderzoek (zie §4.3) wel te worden onderzocht en als tijdens het vleermuisonderzoek indicatieve waarnemingen worden gedaan van deze soorten, moeten bezoekrondes en bezoektijden worden aangepast conform het geldende onderzoeksprotocol, zodat het eventuele voorkomen van deze soorten volledig in beeld wordt gebracht.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2023-195

Molenwei te Spijkenisse

18

De gaten, kieren en spleten met potentie voor verblijvende vleermuizen bevinden zich allemaal in de bomen aan de noordrand van het plangebied. Potentie foerageergebied Het plangebied is geschikt voor foeragerende vleermuizen. De aanwezige luwe plekken kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken. Potentie vliegroute Gezien de ligging, de vorm en de grootte van het plangebied en het ontbreken van lijnvormige elementen zoals lange bomenrijen, doorlopende watergangen of brede rietkragen kan geen sprake zijn van een belangrijke functie als vliegroute voor vleermuizen.

Voorbeeld van een populier met holte, mogelijk geschikt voor vleermuizen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2023-195

Molenwei te Spijkenisse

3.2.7

19

Overige fauna Aangetroffen soorten Er zijn geen waarnemingen bekend van andere beschermde soorten in of rond het plangebied (NDFF 2013-2023). Tijdens het veldbezoek werden dergelijke soorten ook niet waargenomen. Potentie plangebied Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor overige beschermde fauna in verband met het ontbreken van geschikt biotoop.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2023-195

Molenwei te Spijkenisse

20

3.3

Conclusie beschermde soorten Op grond van §3.2.1 t/m §3.2.7 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soortgroepen in en nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen het plangebied. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen mogelijk (incidentele) aanwezigheid en gebruik als essentieel leefgebied (zoals bijvoorbeeld vaste verblijfplaatsen). In hoofdstuk 4 wordt uiteengezet welke gevolgen voor deze soortgroepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.

Eerder volgens literatuuropgave vastgestelde soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in/nabij het plangebied (kolom 2), mogelijk (incidenteel) voorkomende beschermde, niet vrijgestelde soorten in het plangebied (kolom 3) en verwachte voorkomen van essentieel leefgebied van beschermde, niet vrijgestelde soorten binnen het plangebied met verwachte beschermde functie (kolom 4). Indien de potentieel aanwezige beschermde functie wordt genoemd in kolom 4 valt deze automatisch onder essentieel leefgebied voor de mogelijk aanwezige soorten.

Aangetroffen nabij het plangebied (literatuur en veldbezoek)

Mogelijk aanwezig in plangebied

Mogelijk beschermde functie aanwezig binnen het plangebied

Planten

Nee

Nee

Nee

Vissen

Nee

Nee

Nee

Amfibieën

Nee

Nee

Nee

Broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten

Veldbezoek / NDFF

Ja

Niet-jaarrond beschermde nesten

Broedvogels met jaarrond beschermde nesten

Veldbezoek / NDFF

Ja

Jaarrond beschermde nesten

Grondgebonden zoogdieren

NDFF

Nee

Nee

Vleermuizen

NDFF

Ja

Verblijfplaatsen / foerageergebied

Overige beschermde fauna

Nee

Nee

Nee

Beschermde, niet vrijgestelde soorten

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2023-195

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14517735/3