CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering BOPA ontwikkeling Molenwei definitief

Gemeenteraad 9 oktober 2024, gemeente NissewaardBij agendapunt: Adviesrecht vervangende nieuwbouw 125 woningen Molenwei te Spijkenisse22.971 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BOPA MOLENWEI SPIJKENISSE Nissewaard 20 juni 2024

1/2

BOPA Molenwei Spijkenisse

identi icatie

planstatus

projectnummer:

datum:

status:

20230494.001

18-04-2024 20-06-2024

concept definitief

opdrachtleider:

M. Backx

Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave

Motivering Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging projectgebied

7

1.3

Procedure

8

1.4

Leeswijzer

9

Beschrijving van het project en omgeving

11

2.1

Huidige situatie

11

2.2

Toekomstige situatie

15

2.3

Strijdigheden omgevingsplan

18

Hoofdstuk 3

Participatie

21

Hoofdstuk 4

Beleidskader

23

4.1

Inleiding

23

4.2

Rijksbeleid

23

4.3

Provinciaal beleid

24

4.4

Gemeentelijk beleid

29

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

33

5.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

33

5.2

M.e.r.-beoordeling

35

5.3

Welstand

35

5.4

Duurzaamheid

36

5.5

Verkeer en parkeren

36

5.6

Ecologie: soortenbescherming

38

5.7

Ecologie: gebiedsbescherming

40

5.8

Luchtkwaliteit

43

5.9

Geluid

46

5.10

Geur

47

5.11

Omgevingsveiligheid

48

5.12

Trilling

49

5.13

Cultureel erfgoed

50

5.14

Bodem

52

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 5

3/87

5.15

Water

53

5.16

Gezondheid

59

Economische uitvoerbaarheid

61

6.1

Financiële uitvoerbaarheid

61

6.2

Kostenverhaal

61

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

63

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 7 Bijlagen Bijlage 1

Participatieverslag

Bijlage 2

Quickscan ecologie

Bijlage 3

Soortenmanagementplan

Bijlage 4

Ontheffing Wet natuurbescherming

Bijlage 5

Ecologisch werkprotocol

Bijlage 6

Memo stikstofberekeningen

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek

Bijlage 8

Archeologisch onderzoek

Bijlage 9

Stedenbouwkundig ambitiedocument

Bijlage 10

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 11

Nader bodemonderzoek

4/87

MOTIVERING

6/87

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de noordoostzijde van Spijkenisse bevindt zich de wijk 'Molenwei'. Dit is een na-oorlogse woonwijk met een mix van grondgebonden koop- en huurwoningen. Deze wijk was gebouwd in de periode 1950 tot 1953 om snel in de naoorlogse woningbehoefte te voorzien. Woningcorporatie Maasdelta heeft 112 huurwoningen in beheer in deze wijk. Deze woningen zijn verouderd en voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd. Renovatie van de woningen is niet doelmatig, daarom is het besluit genomen om de woningen te slopen en nieuwe woningen terug te bouwen. Het voornemen betreft de bouw van 125 woningen, waarvan 119 grondgebonden woningen en 6 beneden/bovenwoningen. Met de herstructurering van dit deel van Molenwei wordt de structuur van de wijk anders dan in de huidige situatie. Daarmee is de beoogde ontwikkeling in strijd met de bouwregels uit het bestemmingsplan 'Centrum 2012' wat is opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Nissewaard. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken, dient te worden afgeweken van het omgevingsplan met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Op basis van de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) kan een vergunning enkel worden verleend als de ontwikkeling niet in strijd is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Ook mag een ontwikkeling niet in strijd zijn met de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl. Voorliggende motivering voorziet in de onderbouwing daarvan.

1.2

Ligging projectgebied

Het projectgebied wordt aan de noordwestzijde begrensd door de Groene Kruisweg en aan de noordoostzijde door de Schenkelweg. Vervolgens betreft de watergang in het verlengde van de Molenlaan de zuidelijke grens en het oosten van het gebied wordt begrensd door de achterzijde van de woningen aan de Jan van Zutphenstraat. Figuur 1.1 geeft de ligging van het projectgebied weer.

7/87

Figuur 1.1: Ligging projectgebied

1.3

Procedure

Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna Bkl). Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: a. met het oog op een evenwichtige toedeling van functies (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl); b. als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. Die beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. Dat betekent dat ook de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl gelden. In beginsel is de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing op een aanvraag omgevingsvergunning. Dit betekent dat op een aanvraag omgevingsvergunning binnen 8 weken moet worden beslist. De gemeente Nissewaard heeft een lijst met gevallen waarvoor de gemeenteraad een bindend adviesrecht wenst te geven. De voorgenomen ontwikkeling is niet aangewezen in deze lijst, maar desondanks wordt wel advies gevraagd aan raad, omdat het een omvangrijk project is. De ontwikkeling is opgenomen in de lijst waarbij participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht wordt gesteld. Dit aspect wordt verder toegelicht in hoofdstuk 3.

8/87

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. De huidige situatie wordt beschreven aan de hand van het bestaande gebruik en aanwezige bebouwing in het projectgebied. Ook wordt hier nader ingegaan op de invloed van de locatie op de omgeving en vice versa. De toekomstige situatie beschrijft het initiatief voor het projectgebied en de strijdigheden met het omgevingsplan. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe participatie heeft plaatsgevonden en hoe dit heeft bijgedragen aan het ontwerp. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 en 5 het project getoetst aan het relevante beleidskader en aan de relevante aspecten van de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van het project. In hoofdstuk 7 volgt ten slotte een algemene conclusie op grond van artikel 8.0a tweede lid Bkl.

9/87

10/87

Hoofdstuk 2

Beschrijving van het project en omgeving

2.1

Huidige situatie

2.1.1

Ruimtelijke en functionele situatie

De wijk Molenwei is in de periode na de tweede wereldoorlog gebouwd als uitbreiding voor de toegenomen bevolking van Spijkenisse. De wijk bevindt zich ten noorden van de oorspronkelijke kern van Spijkenisse en was het eerste uitbreidingsplan van Spijkenisse. De wijk ligt in de hoek van de Groene Kruisweg en de Schenkelweg. De Molenwei is lager gelegen dan deze omliggende wegen. De Schenkelweg dient tevens als een primaire waterkering. De wijk wordt via de Groene Kruisweg ontsloten via de Stationsstraat. Langs de Stationsstraat bevindt zich nog wat bedrijvigheid. Vanaf de Stationsstraat is Molenwei via de Molenstraat te bereiken. De Molenstraat loopt door het hart van de Molenwei. De zuidzijde van Molenwei wordt begrensd door de Vierambachtsboezem met daaraan rechts het gemaal de Leeuw van Putten. Ten oosten van het gemaal staat de korenmolen Nooitgedacht. De molen is gebouwd in 1861. In 2009 is de gehele molen zeven meter opgehoogd om de woningbouwplannen in de directe omgeving te realiseren zonder de windvang van de molen te beperken.

Figuur 2.1: Omgeving Molenwei

11/87

De 112 woningen in Molenwei zijn tussen 1950 en 1953 gebouwd en betreffen allen rijwoningen. De woningen uit 1950 hebben één laag met een kap en de woningen uit 1952-1953 hebben twee lagen met een kap. De woningen uit 1950 hebben bijzondere gevels en volop ramen. De woningen uit 1952-1953 zijn meer sober uitgevoerd. De straten aan de noordzijde van het gebied zijn noord-zuid georiënteerd en de straten aan de zuidzijde zijn west-oost georiënteerd.

Figuur 2.2: Woningen aan de Molenlaan gebouwd rond 1950 (bron: Googlemaps streetview mei 2022)

Figuur 2.3: Woningen aan de Molenstraat gebouwd rond 1952 - 1953 (bron: Googlemaps streetview mei 2022)

12/87

2.1.2

(Bouw- en gebruiks)mogelijkheden omgevingsplan

Ter plaatse van het projectgebied geldt, vanwege de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024, het zogenoemde tijdelijke deel van het omgevingsplan. Dit zijn een aantal voormalige besluiten, plannen en regelgeving die door de gemeenten in een gebiedsdekkend omgevingsplan moeten worden verwerkt en vastgesteld. Omdat dit gebiedsdekkende omgevingsplan nog niet is vastgesteld door gemeente Nissewaard, geldt het 'tijdelijk deel van het omgevingsplan' bestaande uit:

 

    

Vastgestelde bestemmingsplannen en beheersverordeningen: Bestemmingsplan 'Centrum 2012' (vastgesteld 24 april 2013) Paraplubestemmingsplan 'Parkeren & laden en lossen' (vastgesteld 17 mei 2023) Lokale verordeningen: Tot het tijdelijke deel van het omgevingsplan behoren een gemeentelijke geurverordening, verordening afvoer regen- en grondwater of erfgoedverordening (archeologische monumentenzorg) en bodemkwaliteitskaarten, mits de gemeente een dergelijke verordening heeft vastgesteld. In dit geval is van toepassing: - Erfgoedverordening Nissewaard 2016 Bruidsschat: voorrangsbepalingen en overgangsrecht; regels over bouwwerken, open erven en terreinen; regels over milieubelastende activiteiten; regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond; regels over overige gemeentelijke omgevingsvergunningen.

Bestemmingsplan Voor deze locatie gelden binnen het Omgevingsplan de regels van het bestemmingsplan 'Centrum 2012' (vastgesteld 24 april 2013). Figuur 2.4 geeft een uitsnede van dit bestemmingsplan weer.

13/87

Figuur 2.4: Uitsnede bestemmingsplan Centrum 2012 met in rood omlijnd het projectgebied Het plangebied heeft overwegend de bestemming 'Wonen'. Binnen 'Wonen' zijn de woningen toegestaan binnen de aangegeven bouwvlakken. De eerst gebouwde woningen hebben een maximum bouwhoogte van 7 meter en een maximum goothoogte van 3 meter. De andere woningen hebben een maximum bouwhoogte van 9 meter en een maximum goothoogte van 6 meter. Daarnaast gelden de bestemmingen 'Groen', 'Tuin' en 'Verkeer - 2'. Voor het hele projectgebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2'. Binnen deze dubbelbestemming geldt dat archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 200 m2 en dieper dan 80 cm onder maaiveld. Tot slot geldt voor het hele projectgebied de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' ter bescherming van windvang van de molen Nooitgedacht. Lokale verordeningen De Erfgoedverordening Nissewaard 2016 bevat regels omtrent erfgoed. In paragraaf 5.13 is hierop nader ingegaan. Er is geen sprake van een strijdigheid met de Erfgoedverordening. Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart De bodemkwaliteitskaart is een door de gemeente vastgestelde kaart met daarop de bodemkwaliteit per gebied.

De gemeente Nissewaard heeft een bodemkwaliteitskaart en een bodemfunctieklassenkaart, deze zijn opgenomen als bijlage 1 in de Nota Bodembeheer Nissewaard (geldend vanaf 12 januari 2024). Op deze kaarten is de locatie aangewezen voor de klasse 'wonen'.

14/87

Bruidsschat In de Bruidsschat zijn verschillende regels opgenomen die relevant kunnen zijn voor een nieuwe ontwikkeling. De Bruidsschat bevat voorrangsbepalingen en overgangsrecht, regels over bouwwerken, open erven en terreinen, regels over milieubelastende activiteiten, regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond en regels over gemeentelijke omgevingsvergunningen. In hoofdstuk 5 wordt de ontwikkeling getoetst aan de relevante aspecten uit de bruidsschat. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling niet in strijd is met de regels uit de bruidsschat.

2.2

Toekomstige situatie

De ontwikkeling betreft de realisatie van 125 woningen, bestaande uit 119 grondgebonden woningen en 6 beneden/bovenwoningen. Voor de inrichting van het gebied wordt aangesloten bij het oorspronkelijke stratenpatroon, hiermee ontstaat een rondweg in de wijk. Daarbij worden de woonblokken aan de Molenstraat een kwartslag gedraaid, waardoor een veld tussen de woningen ontstaat. Deze ruimte wordt groen ingericht en biedt ruimte voor spelen en ontmoeten. Het ruimtelijk concept is weergegeven in figuur 2.5. Het parkeren wordt langs de rondweg gerealiseerd en het middenstuk wordt autovrij ingericht. Het middenstuk kan daardoor vergroend worden en ontstaat er meer ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen zoals de opvang van water en daardoor meer verkoeling.

15/87

Figuur 2.5: Ruimtelijk concept Molenwei

16/87

Figuur 2.6: Schetsontwerp Zoals in figuur 2.6 is te zien, is tussen de woningen in het midden van het projectgebied een groen gebied voorzien, de Groene loper. De woningen die hieraan liggen worden aan de voorzijde via een voetpad ontsloten. De woningen bestaan uit twee lagen en een kap. De maximum nokhoogte bedraagt 10 meter. Voor de zone langs de Molenlaan wordt gedacht aan een bijzonder woningtype zoals beneden-boven woningen en rug-aan-rugwoningen. De nokhoogte van deze woningen bedraagt maximaal 12 meter. Ook deze woningen hebben drie bouwlagen. Het idee is om hier een meer openbare parkzone van te maken zodat de Vierambachtenboezem het water onderdeel wordt van de wijk.

17/87

2.3

Strijdigheden omgevingsplan

2.3.1

Strijdigheden

Strijdigheid Omgevingsplan De ontwikkeling is in strijd met de regels van het Omgevingsplan, omdat de positie en hoogtes van de woningen veranderen ten op zichte van de huidige toegestane situatie. Dit is dus niet in lijn met de huidige gebruiks- en bouwmogelijkheden. De beoogde ontwikkeling is op een aantal onderdelen in strijd met het omgevingsplan, deze strijdigheden zijn hiernavolgend benoemd: Gebruik  De activiteit wonen past niet binnen de bestemming 'Groen'. De ontwikkeling is hiermee in strijd (gebruiksactiviteit wonen, artikel 12.1 uit het bestemmingsplan);  De activiteit wonen past niet binnen de bestemming 'Tuin'. De ontwikkeling is hiermee in strijd (gebruiksactiviteit wonen, artikel 16.1 uit het bestemmingsplan);  De activiteit wonen past niet binnen de bestemming 'Verkeer - 2'. De ontwikkeling is hiermee in strijd (gebruiksactiviteit wonen, artikel 18.1 uit het bestemmingsplan); Ruimtelijk bouwen  De woningen worden gebouwd op gronden met de bestemming 'Groen' waar nu geen gebouwen mogen worden gebouwd. De ontwikkeling is hiermee in strijd (activiteit bouwen, artikel 12.2.1 uit het bestemmingsplan);  De woningen worden gebouwd op gronden met de bestemming 'Tuin' waar nu geen gebouwen mogen worden gebouwd.

De ontwikkeling is hiermee in strijd (activiteit bouwen, artikel 16.2 uit het bestemmingsplan);  De woningen worden gebouwd op gronden met de bestemming 'Verkeer - 2' waar nu geen gebouwen mogen worden gebouwd. De ontwikkeling is hiermee in strijd (activiteit bouwen, artikel 18.2 uit het bestemmingsplan);  De woningen worden gebouwd op gronden met de bestemming 'Wonen - 1' waar nu geen gebouwen mogen worden gebouwd, omdat er geen bouwvlak ligt. De ontwikkeling is hiermee in strijd (activiteit bouwen, artikel 22.2.1 onder a uit het bestemmingsplan);  De woningen worden gebouwd op gronden met de bestemming 'Wonen - 2' waar nu geen gebouwen mogen worden gebouwd, omdat er geen bouwvlak ligt. De ontwikkeling is hiermee in strijd (activiteit bouwen, artikel 23.2.1 onder a uit het bestemmingsplan);

18/87

2.3.2

Welke activiteiten zijn nodig om het plan mogelijk te maken?

Voor de ontwikkeling zijn meer activiteiten nodig dan de activiteiten die met een BOPA kunnen worden vergund. Voor het voorliggende project zijn de volgende activiteiten relevant:  Uitvoeren van werken / werkzaamheden;  Bouwwerk of deel van een bouwwerk slopen, of asbest verwijderen;  Kappen van bomen;  Werk of bouwwerk aanleggen (aanleg tijdelijke bouwweg);  Activiteit wonen; en  Verharding aanbrengen of vervangen. 2.3.3 De omgevingsvergunning voor de BOPA ziet op het mogelijk maken van de volgende activiteiten De activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan en die door middel van een omgevingsvergunning voor de BOPA zijn aangevraagd, worden onderzocht en gemotiveerd in deze bijlage. Dit betreffen de volgende activiteiten:  Omgevingsplanactiviteit voor het uitvoeren van werken / werkzaamheden;  Omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van bouwwerken en in stand houden van bouwwerken;  Omgevingsplanactiviteit voor de gebruiksverandering van (delen van) het projectgebied naar wonen.

19/87

20/87

Hoofdstuk 3

Participatie

Verplichte participatie De gemeenteraad van Spijkenisse heeft een lijst met categorieën vastgesteld waarbij participatie verplicht is. Voor woningen geldt dat dit verplicht is bij het toevoegen van 5 of meer woningen binnen de bebouwde kom. In dit project worden 13 woningen toegevoegd ten op zichte van de huidige situatie waarmee participatie verplicht is. De gemeente Nissewaard heeft in de "Beleidsnotitie participatie 2021' het participatiebeleid onder de Omgevingswet vastgelegd. In dit participatiebeleid zijn geen vaste kaders opgesteld waarbinnen participatie moet plaatsvinden, maar zijn wel handvaten geboden voor wanneer daar behoefte aan is. In dit geval zijn de huidige bewoners van de Molenwei en de omwonenden van de te slopen woningen vroegtijdig meegenomen in de plannen. In bijlage 1 is het participatieverslag toegevoegd. Hierin is toegelicht op welke wijze bewoners en andere instanties zijn geïnformeerd over het project en zijn betrokken bij het proces. Intaketafel en Omgevingstafel Hier worden te zijner tijd de uitkomsten van de intaketafel en omgevingstafel opgenomen en de eventuele aanpassingen die zijn doorgevoerd.

21/87

22/87

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Inleiding

Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. In dit hoofdstuk wordt de ontwikkeling getoetst aan het relevante beleid op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau.

4.2

Rijksbeleid

4.2.1 Nationale Omgevingsvisie Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) wordt richting gegeven aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende 30 jaar ingrijpend zullen veranderen. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: a. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie b. Duurzaam economisch groeipotentieel c. Sterke en gezonde steden en regio's d. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: a. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; b.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; c. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toetsing Het vervangen en toevoegen van woningen binnen het projectgebied is niet in strijd met de belangen en opgaven van de Nationale Omgevingsvisie. Bovendien past het bouwen van woningen binnen de opgave van de NOVI om het woningaanbod uit te breiden.

23/87

4.2.2

Besluit kwaliteit leefomgeving

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is één van de vier AMvB's die invulling geven aan de Omgevingswet. Het Omgevingsbesluit regelt onder meer welk bestuursorgaan bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen, de betrokkenheid van andere bestuursorganen, adviesorganen en adviseurs bij de besluitvorming, procedures en een aantal op zichzelf staande onderwerpen zoals de milieueffectrapportage. Het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving geven aan, aan welke regels burgers en bedrijven zich moeten houden bij bepaalde activiteiten. Het Bkl stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. In het Bkl staan dan ook regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden. In het Bkl staan instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

De instructieregels gaan over:  Waarborgen van de veiligheid;  Beschermen van de waterbelangen;  Beschermen van de gezondheid en van het milieu;  Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed;  Behoud van ruimte voor toekomstige functies;  Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten;  Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. Met behulp van de digitale voorziening 'Regels op de kaart' (Omgevingsloket) is voor het projectgebied bepaald of er gebiedsgerichte instructieregels uit het Bkl voor dit project relevant zijn. Voor dit project zijn er geen relevante gebiedsgerichte instructieregels. Voor zover thematische instructieregels uit het Bkl van belang zijn voor dit project, vindt een afweging van deze instructieregels plaats in hoofdstuk 5 van deze motivering. De overige instructieregels uit het Bkl zijn niet relevant voor dit project, omdat deze ofwel het schaalniveau overstijgen ofwel op een voor dit project onbelangrijk thema betrekking hebben.

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerd 1 april 2023) Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Toekomstige beleidsvernieuwing biedt kansen voor verbeteringen in Zuid-Holland. De provincie heeft hiervoor zeven vernieuwingsambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon:

24/87

1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen; 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland; 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit; 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Deze ambities zijn vertaald in beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de volgende opgaven relevant: Wonen: Voorzien in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen in Zuid-Holland is van provinciaal belang. Omdat het aanbod van woningen onvoldoende aansluit op de vraag en de ontwikkelingen op de woningmarkt zich niet beperken tot gemeente- en/of regiogrenzen is een samenhangende aanpak op bovenlokale en bovenregionale schaal noodzakelijk. Ook hebben de woonopgaven nauwe samenhang met andere (ruimtelijke) opgaven op het vlak van bijvoorbeeld regionale economie, groen en recreatie en infrastructuur.

Verstedelijking: de provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: 1. Bouw naar behoefte; 2. Bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied; 3. Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties; 4. Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; 5. Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptie en een gezonde leefomgeving. Toetsing Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de woningvoorraad verduurzaamd en worden extra woningen toegevoegd binnen bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling is in overeenstemming met de verstedelijkingsambitie van de provincie. 4.3.2

Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (1 januari 2024)

De Omgevingsvisie Zuid-Holland is vertaald in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de onderstaande artikelen relevant.

25/87

Artikel 7.41a Risico's van klimaatverandering 1. In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met de risico's van klimaatverandering, waaronder in ieder geval de te verwachten gevolgen van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte; alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. 2. Voor zover risico's aan de orde zijn wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, of het gericht aanvaarden van deze risico's. Toetsing In paragraaf 5.15 wordt ingegaan op het aspect klimaatadaptatie. Artikel 7.43a Borgen ruimtelijke kwaliteit 1. Een omgevingsplan laat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling alleen toe als de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. In een omgevingsplan wordt voor het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit rekening gehouden met: a. de beschermingscategorie en het gebiedstype; b. het soort en de mate van ingrijpendheid van de ruimtelijke ontwikkeling: inpassen, aanpassen en transformeren; c. de relevante richtpunten genoemd in bijlage IX, onder A. Toetsing De ontwikkeling past binnen de bestaande stedelijke omgeving en wordt zorgvuldig ingepast op de locatie. Artikel 7.43c Randvoorwaarden soorten ruimtelijke ontwikkeling 1.

Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Toetsing De ontwikkeling gaat uit van zorgvuldige inpassing. Artikel 7.44 (afgestemde regionale behoefte) Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor wonen, bedrijventerreinen of kantoren mogelijk maakt houdt rekening met de op de behoefteramingen van gedeputeerde staten gebaseerde regionale afgestemde behoefte aan deze ontwikkeling. De regionaal afgestemde behoefte kan blijken uit de instemming met regionale bestuurlijke afspraken door gedeputeerde staten of uit een door gedeputeerde staten openbaar gemaakt document. De regionale bestuurlijke afspraken bevatten een uitwerking van de in de provinciale Omgevingsvisie genoemde doelstellingen.

26/87

Toetsing Dit project voldoet aan de regionale afspraken, waarmee door de provincie is ingestemd. Artikel 7.45 (ladder voor duurzame verstedelijking) 1. Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt gaat in de motivering in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 2. Als over de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling regionale bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd of die door gedeputeerde staten zijn vastgesteld, dan kan de motivering van de behoefte, bedoeld in artikel 5.129g, tweede lid, onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bestaan uit een verwijzing naar die afspraken. Toetsing In paragraaf 5.1 wordt ingegaan op de toetsing aan de ladder. Artikel 7.45a (voldoende sociale huurwoningen) Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Wat onder voldoende sociale huurwoningen wordt verstaan kan in ieder geval blijken uit instemming met regionale bestuurlijke afspraken door gedeputeerde staten. Toetsing In dit project worden uitsluitend sociale huurwoningen gerealiseerd. Artikel 7.45b (dichtheid en verscheidenheid woningbouw) 1.

Een omgevingsplan voor een stedelijke ontwikkeling met de functie wonen houdt rekening met een zo hoog mogelijke woningdichtheid en draagt bij aan een goede woon- en leefomgeving. 2. Het omgevingsplan, bedoeld in het eerst lid, betrekt de mogelijkheden voor gevarieerde woningtypen bij het toelaten van woningbouw. Toetsing Er is in dit project sprake van een hogere woningdichtheid en twee verschillende woningtypen. Artikel 7.45c (bereikbaarheid) Een omgevingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid. Toetsing Op het aspect verkeer en vervoer wordt in paragraaf 5.5 ingegaan. Het initiatief heeft geen negatieve effecten op de bereikbaarheid van omliggende functies. Artikel 7.45ca (kansen voor biodiversiteit) Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, betrekt daarbij de mogelijkheden voor het bevorderen van de biologische diversiteit.

27/87

Toetsing De kansen voor biodiversiteit worden verder in de planuitwerking meegenomen. In de openbare ruimte komt is er de toekomstige situatie minder verharding en meer groen, waardoor er meer ruimte is voor planten, dieren en insecten. Dit draagt bij aan de biodiversiteit. Artikel 7.45f (parkeernorm sociale huur) 1. Een omgevingsplan dat voorziet in nieuwe sociale huurwoningen hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per sociale huurwoning. 2. In afwijking van het eerste lid kan een andere parkeernorm worden gehanteerd, als er op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren zijn vastgesteld. Toetsing De gemeente Nissewaard hanteert eigen parkeernormen (zie paragraaf 5.5). Artikel 7.45h (functiemenging) Een omgevingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor de functies wonen of bedrijven, houdt rekening met de mogelijkheden voor functiemenging. Toetsing In dit bestemmingsplan is er gelet op de grote woningbehoefte voor gekozen om alleen extra woningen in de woonwijk mogelijk te maken. Artikel 7.72 Molenbiotoop 1. Een omgevingsplan voor een molenbiotoop als bedoeld artikel 7.71, eerste en tweede lid, garandeert in voldoende mate de vrije windvang en het zicht op de molen en neemt de volgende waarden in acht: a.

binnen een straal van 100 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, wordt geen bebouwing of beplanting toegelaten, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wieken; b. binnen een straal van 100 tot 400 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, gelden de volgende hoogtebeperkingen voor bebouwing en beplanting:  voor zover dit gebied is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte niet meer dan 1/100ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wieken;  voor zover dit gebied is gelegen binnen bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte van bebouwing en beplanting niet meer dan 1/30ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wieken. Toetsing De huidige woningen zijn circa 9 meter hoog ten op zichte van het maaiveld. De nieuwe woningen worden niet hoger dan 12 meter. Gelet op de hoge ligging van de molen op de dijk en de verhoging van de gehele molen van 7 meter in 2009, zal de toename van de bouwhoogte niet leiden tot een beperking van de windvang en het vrije zicht.

28/87

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Nissewaard naar 2040 (februari 2018)

Nissewaard heeft te maken met een aantal vraagstukken van sociaaleconomische, maatschappelijke en ruimtelijke aard. Voor nieuwe verstedelijking ligt een sterke basis in de bestaande structuur. Dit biedt verschillende mogelijkheden, zoals de grote woningbouwopgave in heel Zuid-Holland die voor een deel in de voormalige groeikern Spijkenisse kan worden opgelost. Om de genoemde opgaven het hoofd te bieden is dit ontwikkelperspectief opgesteld, in nauwe afstemming met de provincie, waarin voor de korte en lange termijn een visie en kansen worden geformuleerd voor een aantrekkelijke, vitale, toekomstbestendige woon- en werkgemeente in 2040.

4.4.2 Woonvisie 'Nissewaard, een plek voor iedereen!' In september 2020 is de woonvisie 'Nissewaard, een plek voor iedereen!' vastgesteld. In deze visie zijn onder meer de gemeentelijke woning ambities beschreven. De gemeente zet in op een duurzaam en solidair leefklimaat. Het doel van de nieuwe Woonvisie is dat het voor iedereen goed wonen is in de gemeente en de woonwensen en woningbehoefte van al onze huidige en toekomstige inwoners zoveel mogelijk binnen onze gemeentegrenzen mogelijk te maken. De gemeente Nissewaard zal in de komende jaren gaan groeien en, omdat nieuwbouw maar een beperkte voorraadverandering teweeg brengt, is de kwaliteit van de bestaande voorraad steeds bepalender voor de totale woonkwaliteit van Nissewaard. Van belang is dat de woningvoorraad toekomstbestendig is, woningen worden verduurzaamd, levensloopbestendig worden gemaakt en dat de woningvoorraad wordt gediversifieerd. Verder wordt er ingezet op de betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen door de doorstroming op gang te brengen, ook met duurdere woningen. Het aantal ouderen zal de komende jaren blijven groeien. Doorstroming van ouderen die nu een grondgebonden (koop of huur) woning bewonen naar aantrekkelijke nultredenwoningen (gestapeld in de vorm van appartementen of grondgebonden in de vorm van patiowoningen) kan helpen bij het vrijkomen van woningen voor starters.

Het toevoegen van geschikte, aantrekkelijke woningen voor ouderen aan de bestaande voorraad, brengt verhuisketens op gang. Naarmate deze verhuisketens in Nissewaard op gang komen, kunnen inwoners beter in hun huisvestingswensen en -eisen voorzien. Woningbouw is nodig om te voorzien in de vraag. Complementair bouwen, ook in het duurdere segment, draagt bij aan een gezonde mix in de voorraad en bevolking en maakt zowel Spijkenisse als de omliggende kernen schokbestendiger. Daarnaast staat Nissewaard open voor vernieuwende woonconcepten. Collectief particulier opdrachtgeverschap krijgt een kans om inwoners zelf zeggenschap te geven over hun nieuwe woning en woonomgeving. Deze woonvormen kunnen zowel in de bestaande voorraad worden ingepast, als in toekomstige nieuwbouw. Bij het ontwikkelen van woningen gaat het echter niet alleen om de woningen zelf. Minstens zo belangrijk zijn voorzieningen en de omgeving waarbinnen de woningen gerealiseerd worden. Wonen, zorg en welzijn wordt hierdoor als samenhangende thema's gezien. Bij het maken van plannen voor woningbouw zal meteen rekening worden gehouden met de doelgroep die de woningen na realisatie zal betrekken. De gebiedsinrichting zal hierop worden afgestemd. Ook bij de ontwikkeling van nieuwbouw wordt er rekening mee gehouden en worden er aanvullende eisen gesteld ten aanzien van de levensloopgeschiktheid.

29/87

De gemeente stimuleert de duurzame transitie. Deze duurzame transitie omvat meer dan de energietransitie. Het gaat onder andere om warmtetransitie 'van het gas af' en energiebesparing, maar ook om klimaatadaptatiemaatregelen en het gebruik van circulaire bouwprincipes. Waar het gaat om aanpasbaarheid doelt de gemeente op bouw- en woontechnische verbeteringen, zoals het levensloopbestendig maken van woningen, het wegwerken van achterstallig onderhoud, en veiligheidsmaatregelen. In het voorliggende plan worden 125 woningen gerealiseerd. Het planvoornemen is passend binnen de woonvisie.

4.4.3

Parkeernormennota gemeente Nissewaard 2022

In de parkeernormennota worden de berekeningswijze van de parkeerbehoefte en de parkeernormen voor tal van functies binnen de gemeente Nissewaard beschreven. Deze nota geeft invulling aan de behoefte van de gemeente Nissewaard om de vraag naar parkeergelegenheid zodanig te faciliteren dat een uniforme aanpak en duurzaam aanbod voor parkeerplaatsen wordt geborgd. Bij de uitwerking van nieuwe bouwontwikkelingen vormt de normatieve parkeerbehoefte van een functie het vertrekpunt van een dialoog. Hoe de gemeente Nissewaard deze dialoog wenst vorm te geven, is opgenomen in de beleidsregels behorende bij de parkeernormennota. 4.4.4 Gemeentelijk Watertakenplan Nissewaard 2021-2025 Het Gemeentelijk rioleringsplan Nissewaard 2021-2025 is een plan waarin de gemeente aangeeft hoe zij de komende jaren de gemeentelijke watertaken invullen. Met speerpunten als digitalisering, goed beheer en klimaatadaptatie. Met dit GRP werken we aan een gezonde en hoogwaardige leefomgeving voor alle inwoners en bedrijven in de gemeente. Dit beleidsplan geeft aan hoe de gemeente met de zorgplichten omgaat en hoe wij de toekomst zien van Nissewaard en de gemeentelijke watertaken. Er is over dit GRP overlegd met het Waterschap Hollandse Delta. Dat is belangrijk omdat we samen voor het water in Nissewaard zorgen.

De gemeente heeft de taak om voor de riolering te zorgen: zij heeft de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, voor afvloeiend hemelwater en voor een inspanningsverplichting voor grondwatermaatregelen. Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Met de ontwikkeling van de wijk wordt tevens de bestaande riolering vernieuwd.

4.4.5

Programmaplan Duurzaamheid 2023-2024

De ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid gaan razendsnel. Duurzaamheid gaat om meer dan alleen het terugdringen van CO2-uitstoot of het minimaliseren van het restafval. Het gaat om bewustwording en het besef dat een duurzame manier van leven en ondernemen, tegenwoordig een zeer haalbare en zelfs rendabele toekomst is. Maar het gaat er ook om wat we nu al kunnen doen, de toekomst start immers nu. Als gemeente nemen we dan ook onze verantwoordelijkheid. Maar dit kan de gemeente niet alleen: dit doet de gemeente samen met partners, ondernemers en inwoners.

30/87

Energieneutraal In 2030 is 27% van de energie die in één kalenderjaar wordt verbruikt binnen de gemeente Nissewaard, CO 2-neutraal en in eigen beheer opgewekt binnen Voorne-Putten. In 2050 is de gemeente Nissewaard energieneutraal: Alle energie die wordt gebruikt is lokaal en op duurzame wijze opgewekt. Klimaatadaptief In 2030 zijn het aantal knelpunten als gevolg van extreem weer in de openbare ruimte minimaal gelijk aan het niveau van 2020, het percentage groen ten opzichte van het percentage verharding in de bebouwde omgeving is toegenomen. In 2050 is de gemeente Nissewaard klimaatbestendig en waterrobuust ingericht: er is minimale overlast door de gevolgen van klimaatverandering, waaronder extreme regenval, hitte en droogte en de stijgende zeespiegel. Vanaf 2026 voldoen alle nieuwbouwplannen aan de landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve bebouwde omgeving en ander landelijk beleid en wetgeving. De herontwikkeling van de Molenwei Spijkenisse omvat ook de herziening van de inrichting van de buitenruimte. De vanaf 2026 geldende landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve bebouwde omgeving wordt zoveel als mogelijk gebruikt bij het opstellen van het Inrichtingsplan Openbare Ruimte (IPOR) voor de nieuwe situatie na de sloop/nieuwbouw.

De bestaande stedelijke structuur wordt daarbij zoveel als mogelijk gehandhaafd vanuit cultuurhistorisch perspectief, maar waar mogelijk verder geoptimaliseerd vanuit klimaatadaptatie en leefbaarheid. Het verminderen van het verhard oppervlak, het vergroenen van de openbare ruimte met een 'Groene Loper' en het toevoegen van circa 20 bomen ter vermindering van de hittestress, zijn onderdeel van het IPOR. Ook wordt met de herinrichting het 80-jaar oude rioolstelsel herzien en aan de huidige maatstaven getoetst, en daarna opnieuw aangelegd. Dit is verder toegelicht in paragraaf 5.15.

4.4.6

Beleidsplan Groen en Bomen 2023-2026

De gemeente Nissewaard heeft in het Beleidsplan Groen en Bomen het groenbeleid vastgelegd. Dit beleidsplan Groen en Bomen gaat over het openbaar groen dat in eigendom is van de gemeente Nissewaard. Het beleidsplan vormt de strategische basis om richting te geven aan verschillende groene uitgangspunten voor de groenstructuur bestaande uit parken, plantsoenen, singels, bosplantsoen en laan-en wegbeplantingen. Het omvat ook uitgangspunten voor de wijkgroenstructuren, ecologie en biodiversiteit. Hoofdgroenstructuur De hoofdgroenstructuur is het groene geraamte van de gemeente en bestaat uit stadsparken, wijkparken, groenblauwe hoofdverbindingen en hoofdstructuur van bomen. Stads- en wijkparken hebben doorgaans een eigen herkenbaar karakter. Ze hebben verschillende groene ‘ruimten’ en waterpartijen, hier kan groen worden beleefd. Ze zijn bij uitstek geschikt voor diverse gebruiksmogelijkheden als wandelen, fietsen en recreëren.

31/87

Subgroenstructuur De subgroenstructuren liggen midden in de wijken, tussen buurten of woonblokken. De buurtparken zijn veelal wat kleiner van omvang en ingericht met één hoofdruimte. Ze functioneren vaak als woonkamer voor de buurt om elkaar te ontmoeten en als speelplek voor kinderen. Toetsing Voor Molenwei is de groenzone langs de Groene Kruisweg de hoofdgroenstructuur. Behoud van deze hoofdgroenstructuur en de bomen die erin staan is belangrijk. Het groen langs de Vierambachtenboezem is subgroenstructuur, dit is een blauwgroene structuur die verbinding maakt van buitengebied naar het woongebied. Het groenblauwe karakter rondom de boezem blijft behouden doordat het talud doorlopend langs de boezem behouden blijft en er een aansluiting mogelijk wordt gemaakt vanuit de omgeving en het plangebied naar het water. De relatie tussen de omgeving (waaronder het plangebied) en het water wordt verder versterkt door de toevoeging van de 'Groene loper' in het plangebied richting de boezem. Door het pad langs de watergang te koppelen aan de nieuwe loper, en in het plan zelf aan de oost-west gerichte groene ruimte, wordt dit gebied meer gebruikt door voetgangers van buiten de wijk. Op deze manier opent dit deel van de Molenwei zich naar haar omgeving en wordt het groen en blauw beter beleefbaar voor de bewoners.

Figuur 4.1: Hoofd- en subgroenstructuur (bron: Beleidsplan Groen en Bomen)

32/87

Hoofdstuk 5 5.1

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl bepaalt dat deze instructieregel ook geldt voor een BOPA. Bij een stedelijke ontwikkeling (die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en) die voldoende substantieel is, wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling, en als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Toetsing Volgens jurisprudentie is in beginsel pas sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij plannen vanaf 12 woningen of bij een functiewijziging of toevoeging van bebouwing met een andere stedelijke functie vanaf 500 m 2 bvo. In dit geval gaat het gelet op de planologische toevoeging van 13 woningen om een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarom is hierna de behoefte beschreven.

Het projectgebied ligt op een binnenstedelijke locatie. Beschrijving behoefte De woningbehoefte in de gemeente Nissewaard blijkt uit diverse bronnen die hierna worden behandeld. Woningbehoefteraming WBR 2023 De provincie Zuid-Holland heeft onderzocht hoeveel extra woningen er in Zuid-Holland nodig zijn in de periode 2023 tot en met 2032 om in de verwachte vraag aan woningen te voorzien. Dat zijn er meer dan tot nu toe werd verwacht. Uit de provinciale woningbehoefteraming WBR 2023 blijkt dat in de die periode in de Rotterdamse regio behoefte is aan 71.000 woningen. De behoefte is zo groot dat het belangrijk is de bestaande regionale woningbouwprogramma’s snel uit te voeren. Daarvoor is belangrijk dat meer plannen ‘hard’ worden en woningen daadwerkelijk worden gebouwd. De provincie gaat hierover als sturende partij in gesprek met de vijf woondealregio’s van Zuid-Holland. Daarbij wordt gekeken naar of de woningbouwplannen bijdragen aan het verhogen van de woningproductie. De provincie let er dan vooral op of er voldoende juiste woningen, op de juiste plek en het juiste moment worden gebouwd. Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2021-2030 (december 2022) Het Regioakkoord 2022 bevat afspraken over de woningbouw in de 12 regiogemeenten.

Hierin is afgesproken dat Nissewaard zich inzet voor het toevoegen van circa 3.760 woningen, waarvan 28% sociaal, 43% middelduur en 30% in het dure segment.

33/87

Regionale Realisatie Agenda 2022 De vraag naar woningen is groot, het aanbod beperkt. Het oplossen van het woningentekort vraagt om de bouw van nieuwe woningen. Om het woningtekort terug te dringen tot een gezonder evenwicht wordt door de Rijksoverheid met “Programma Woningbouw” nationaal ingezet op de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030. ZuidHollandse bestuurders en minister Hugo de Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening hebben de regionale realisatieagenda's, ook wel woondeals genoemd, ondertekend. Daarmee spreekt Zuid-Holland de ambitie uit om in de periode 2022 tot en met 2030 ruim 235.000 woningen te bouwen. Er is grote behoefte aan betaalbare woningen in Nederland en Zuid-Holland. Om aan te sluiten bij die behoefte streven Rijk, provincie en gemeenten ernaar dat tweederde van de nieuwe woningen betaalbaar zijn: op landelijk, provinciaal en regionaal niveau. Hierbij wordt in 2023 verder bekeken hoe deze opgave past bij de lokale situatie. Onder het betaalbare segment vallen: huurwoningen onder liberalisatiegrens, door woningbouwcorporatie te bouwen sociale huurwoningen, huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot maximaal €1.000 per maand (prijspeil 2022) en koopwoningen tot €355.000.

In dit project wordt gelet op de grote behoefte aan betaalbare woningen ingezet op het vervangen van verouderde sociale huurwoningen en het toevoegen van sociale huurwoningen. Woonvisie Nissewaard, een plek voor iedereen! (september 2020) Het doel van de Woonvisie voor Nissewaard is dat het voor iedereen goed wonen is in de gemeente en de woonwensen en woningbehoefte van alle huidige en toekomstige inwoners zoveel mogelijk binnen de gemeentegrenzen mogelijk te maken. Groei van de woningvoorraad is vooral nodig omdat het aantal 65-plussers toeneemt en huishoudens gemiddeld steeds kleiner worden. In de woonvisie staat uitgelegd hoe de gemeente wil komen tot een betere balans in de woningvoorraad. Daarbij hoort dat er wordt bijgebouwd in de woningsegmenten die nu ondervertegenwoordigd zijn, maar ook dat er aandacht is voor de toenemende vraag naar toekomstbestendig wonen. Uiteraard is er in de woonvisie ook aandacht voor leefbaarheid, duurzaamheid en wonen met zorg. De gemeente wijst vaak binnen nieuwbouwprojecten locaties aan waar sociale woningbouw wordt gerealiseerd, ter compensatie van het verdwijnen van sociale huurwoningen door sloop en nieuwbouw. Ook voor kwetsbare mensen, die bijvoorbeeld uit een beschermde woonomgeving komen, zijn woningen nodig.

Dit initiatief geeft mede invulling aan de doelstellingen uit de woonvisie gericht op het op peil houden van de voorraad sociale huurwoningen. Prestatieafspraken voor 2023 en 2024 tussen huurdersorganisaties, woningcorporaties en gemeente (december 2022) Deze prestatieafspraken geven aan welke bijdrage de verschillende partijen leveren aan het volkshuisvestelijk beleid van de gemeente, zoals vastgelegd in de Woonvisie Nissewaard 2020-2030 “Nissewaard, een plek voor iedereen!”. De partijen willen de sociale huurvoorraad op peil houden en evenwichtiger over de gemeente spreiden. Maasdelta zet zich in voor een voorraad van ruim 5.200 woningen in 2030. In het kader van het Regioakkoord hebben partijen de intentie uitgesproken om, naast de bestaande plannen, tot 2030 nog ruim 500 extra sociale woningen te bouwen. Deze woningen zijn meegerekend in de inzet van de corporaties. De gemeente spant zich maximaal in om hiervoor geschikte bouwlocaties te vinden.

34/87

Conclusie Voor Nissewaard wordt uitgegaan van een opgave van 3.760 woningen tot en met 2030. Dit betekent dat (veel) nieuwe harde plancapaciteit moet worden toegevoegd om te kunnen voorzien in de woningbehoefte. Er is behoefte aan alle woningtypen en prijsklassen, met een accent op betaalbare woningen. Hierin wordt mede voorzien in dit plan met extra sociale huurwoningen.

5.2

M.e.r.-beoordeling

In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten in het kader van een omgevingsvergunning voor een bopa project-merplichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn merplichtig als wordt voldaan aan de drempelwaarden uit kolom 2 en mer-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. In kolom 4 staat aangegeven bij welk besluit de mer-(beoordelings)plicht geldt. Als hier het Omgevingsplan wordt genoemd, wordt hieronder ook de omgevingsvergunning voor een BOPA verstaan. Voor mer-beoordelingsplichtige activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W (artikel 16.45, lid 1, Ow). In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen (artikel 11.10 Ob). Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning (artikel 11.11 Ob).

Toetsing De beoogde ontwikkeling waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd, betreft een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen (categorie J11). Dit is wel een activiteit uit de kolom van Bijlage V van het Ob. Hiervoor geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Echter heeft de DCMR geadviseerd dat er in de beoogde situatie sprake is van een toename van 13 woningen op ongeveer dezelfde locaties als de huidige woningen. Dit zal niet leiden tot een significant groter milieueffecten dan in de huidige situatie. Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure.

5.3

Welstand

Algemeen Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen. De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In de Bruidsschat, opgenomen in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan van Nissewaard, zijn regels opgenomen met betrekking tot (1) repressief welstand (art. 22.7), oftewel de excessenregeling en (2) beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (art. 22.29). Heeft de gemeente geen welstandsnota en ook geen beleidsregels voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken? Dan gelden de regels in de Bruidsschat niet. De regel geldt ook niet bij een bouwwerk of in een gebied dat de gemeente als welstandsvrij heeft aangewezen.

35/87

Beoordeling van een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Artikel 22.29 lid 1 onder b bepaalt dat een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerken alleen wordt verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota. Tijdelijke bouwwerken, niet zijnde seizoensgebonden werken zijn uitgesloten van deze welstandstoets. Repressief welstand De excessenregeling ziet erop toe dat gemeenten een eigenaar kan verplichten om aanpassingen aan het bouwwerk te verrichten waarmee de ernstige strijd met redelijke eisen van welstand wordt opgeheven. Onder de Ow gebeurt dit middels een maatwerkvoorschrift (art. 22.4). De excessenregeling is (met name) van toepassing op bestaande situaties en is minder relevant voor het beoordelen van een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Toetsing De plannen worden voorbesproken met de welstandscommissie.

5.4

Duurzaamheid

Doelen van de Ow zijn onder meer het tegengaan van klimaatverandering, het beheer van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen en het beheer van natuurlijke hulpbronnen (artikel 2.1, lid 3, onder i, o en p Ow). Met het oog op die doelen moet het project aan het omgevingsaspect duurzaamheid worden getoetst. In artikel 22.52 Bruidsschat zijn regels op het gebied van energiebesparende maatregelen opgenomen. Toetsing De sloop en nieuwbouw vindt onder andere plaats omdat de woningen op het gebied van duurzaamheid niet meer voldoen aan de eisen van deze tijd. De nieuwbouwwoningen kunnen goed worden geïsoleerd en worden zonder gasaansluiting gebouwd. Hiermee wordt een toekomstbestendige en duurzame wijk gerealiseerd. Ook wordt er in de openbare ruimte meer onverhard oppervlakte toegevoegd, dit is bevorderend voor het reduceren van hittestress en de opvang van regenwater.

5.5

Verkeer en parkeren

Verkeer en parkeren moeten als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden beoordeeld. De Ow en het Bkl stellen geen regels op dit gebied. De omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland (zie paragraaf 4.3.1) gaat wel op deze aspecten in. Naast het provinciaal en het gemeentelijk beleid blijven de CROW-richtlijnen belangrijk bij de beoordeling van de aspecten verkeer en parkeren.

36/87

De gemeente Nissewaard heeft het parkeerbeleid vastgelegd in de parkeernormennota Nissewaard 2022. Voor de berekening van de parkeerbehoefte wordt echter uitgegaan van een specifieke parkeernorm op basis van de daadwerkelijke situatie ter plaatse. Voor de berekening van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de kencijfers van uit de CROW publicatie 381. Op basis van kencijfers uit de CROW publicatie wordt de verkeersgeneratie berekend. Voor het juiste kencijfer/parkeernorm wordt een ligging in de schil centrum gehanteerd, de kern Spijkenisse binnen de gemeente Nissewaard wordt op basis van adressendichtheid getypeerd als sterk stedelijk gebied (CBS). Verder wordt uitgegaan van het gemiddelde binnen de bandbreedte van het kencijfer. Toetsing verkeer Ontsluiting Het projectgebied is goed ontsloten via de Molenstraat en de Stationsstraat richting de Groene Kruisweg. De Groene Kruisweg is een gebiedsontsluitingsweg waar een maximum snelheid van 80 km/h geldt. Vanaf de Groene Kruisweg kan richting het oosten via Hoogvliet de A15 worden bereikt. Langs de Groene Kruisweg bevindt zich aan weerszijden een vrijliggend fietspad. Met de fiets kan via de Schenkelweg het centrum van Spijkenisse worden bereikt. Te voet is het centrum goed te bereiken via de Molenlaan en de wandelbrug over de Vierambachtsboezem.

Aan de Ruwaard van Puttenweg bevindt zich het metro- en busstation Spijkenisse centrum. Vanaf dit station rijdt de metro naar het zuiden tot halte 'De Akkers' en naar het noorden richting Rotterdam Centraal en via Rotterdam Centraal naar 'De Terp' in Capelle aan den IJssel. Verkeersgeneratie Op basis van de adressendichtheid sterk stedelijk en de ligging in de rest bebouwde kom is de verkeersgeneratie voor een 'huur, huis, sociale huur' 4,3 mvt/etmaal per woning. In de huidige situatie zijn er 112 woningen aanwezig en in de toekomstige situatie zullen er 125 woningen zijn. Onderstaande tabel geeft de verkeersgeneratie weer. Type

Kengetal

Aantal

Verkeersgeneratie

Huidige situatie

Huur, huis, sociale 4,3 mvt/etmaal huur

112

481,6 mvt/etmaal

Toekomstige situatie

Huur, huis, sociale 4,3 mvt/etmaal huur

125

537,5 mvt/etmaal 55,9 mvt/etmaal

De toename van verkeersbewegingen bedraagt 56 mvt/etmaal op een weekdag. Omrekening naar een gemiddelde werkdag vindt plaats met de standaard factor 1,11. De toename van verkeer op een gemiddelde werkdag bedraagt 63 mvt/etmaal. Om de verkeersafwikkeling te beoordelen is de afwikkeling in een spitsuur maatgevend, waarin doorgaans maximaal 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. In een gemiddeld spitsuur betekent dit een verkeersgeneratie van 6 motorvoertuigen. Deze toename is dermate laag dat geconcludeerd wordt dat het effect van de beoogde ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid van het omliggende wegennet verwaarloosbaar is.

37/87

Toetsing parkeren Voor de beoogde ontwikkeling is een parkeernorm bepaald van 1,01 per woning (inclusief bezoekersparkeren). De parkeernorm op basis van het provinciaal beleid betreft namelijk 0,7 per woning, maar gelet op de huidige situatie en het autobezit in de wijk ligt dit op 0,71 per woning. Daar komt vervolgens de norm van 0,3 bezoekersparkeerplaatsen per woning bij. Hiermee komt de norm op 1,01. Voor de 125 woningen komt dit uit op een parkeerbehoefte van 127 parkeerplaatsen. Er worden 132 parkeerplaatsen gerealiseerd, hiermee wordt voorzien in de parkeerbehoefte. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

5.6

Ecologie: soortenbescherming

De activiteit waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd en die mogelijke gevolgen heeft voor van beschermde dieren of planten, is een flora- en fauna-activiteit. Het is in beginsel verboden om zonder vergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten in gevallen aangewezen bij algemene maatregel van bestuur (art. 5.1 tweede lid Ow). Door de brede definitie van een flora- en fauna-activiteit is het bij de BOPA-activiteit nodig om te controleren of er beschermde soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn. Er zijn immers nauwelijks aanleg-, sloop- en bouwactiviteiten denkbaar waarbij vooraf is uitgesloten dat deze mogelijke gevolgen hebben voor beschermde soorten. Zo kan een herontwikkeling waarbij oude gebouwen worden gesloopt ten behoeve van nieuwbouw, gevolgen hebben voor vleermuizen die in die oude gebouwen nestelen. Voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een BOPA is het nodig om te onderzoeken of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van beschermde soorten op de locatie waar de BOPA-activiteit zal worden verricht of in de directe nabijheid van die locatie. Dit is de quickscan ecologie. Is het resultaat van de quickscan ecologie dat er aanwijzingen zijn dat specifieke beschermde soorten voorkomen, is aanvullend onderzoek nodig. Voor sommige flora- en fauna-activiteiten is een omgevingsvergunning nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14517735/3