CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Integraal gemeentelijk waterplan Nissewaard 2026-2030

Commissie Leefomgeving 26 november 2025, gemeente NissewaardBij agendapunt: Integraal gemeentelijk waterplan Nissewaard 2026-203022.143 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Toestand We hebben inzicht in de technische staat van onze riolering door het uitvoeren van inspecties. De inspectieresultaten gebruiken we om te bepalen of en waar we onderhoudsreparaties of vervangingsmaatregelen moeten uitvoeren. We zijn in de vorige planperiode overgestapt van correctief naar preventief onderhoud. Dit is efficiënter, beter planbaar en bespaart kosten. Het maaiveldverloop is de afgelopen 10 jaar gemeten in het Sensarprogramma. Daarmee krijgen we inzicht in de zetting en zettingssnelheid. Zetting heeft invloed op het functioneren van de riolering, als die te veel zakt neemt de berging af en kan ook de afstroming in het geding komen. We beheren steeds meer risicogestuurd. Onderdelen waarvan het niet goed functioneren meer risico oplevert voor bijvoorbeeld de omgeving of het functioneren van het omliggende stelsel, krijgen hierbij meer aandacht. We zijn daarbij gebruik gaan maken van ‘Riobase’, een beslissingsondersteunend systeem dat is ontwikkeld door de Hogeschool Zeeland.

34/101

Vrijvervalriolering We hebben door de uitgevoerde inspecties de kwaliteit van alle riolen goed in beeld. Dat doen we risicogestuurd: riolen waarvan het falen een groter risico oplevert voor de omgeving, inspecteren we vaker dan andere riolen. Het gaat dan bijvoorbeeld om riolen onder grote verkeersaders. Vrijvervalriolen worden altijd gereinigd voordat een rioolcamera-inspectie plaatsvindt. Hierdoor zullen de meeste reinigingswerkzaamheden worden gecombineerd met inspecties. De huidige reinigingsstrategie is in Tabel 6-2 aangegeven. Tabel 6-2: Reinigingsfrequenties Categorie vrijvervalriolen

Reiniging 1x per 10 jaar

Reiniging 1x per 5 jaar

Reiniging n.a.v. inspectie/meldingen

Risicoriolen Leeftijd 40+ jaar

X

X

Stamriolen

X

X

Ontvangst lozingspunten

X

X

Niet-risicoriolen

Leeftijd 0-40 jaar

X

Diameter tot 250 mm

X

Aan de hand van de beoordelingen maken we werkplanningen. Hierin geven we aan welke maatregelen we moeten uitvoeren, dat kan zijn onderhoud, lokale reparatie, relining of het compleet vervangen van het riool.

Gemalen / pompunits drukriolering / bergbezinkbassins We maken verschil tussen het reinigen en inspecteren van grote rioolgemalen en kleine rioolgemalen. Grote rioolgemalen worden 2 keer per jaar (preventief) gereinigd en 1 keer per jaar gekeurd volgens de beoordelingsrichtlijn (BRL). Kleine rioolgemalen worden 1 keer per jaar gereinigd en gekeurd. Alle gemalen in de gemeente zijn aangesloten op de centrale hoofdpost. Via deze hoofdpost krijgen we actuele informatie binnen over het functioneren van de gemalen. Ook storingsmeldingen komen binnen via de hoofdpost. Alle gemalen zijn de afgelopen jaren onderzocht door een extern bedrijf. Ook dit gebeurt risico gestuurd. Na inspectie besluiten we welke maatregelen nodig zijn. Anno 2025 hebben we op basis van de metingen en inspecties een actuele maatregelenplanning opgesteld.

35/101

Pers- en drukleidingen Pers- en drukleidingen zijn belangrijke hoofdaders voor het transport van afvalwater naar de RWZI. Pers- en drukleidingen worden nu nog niet structureel gereinigd en geïnspecteerd. Op basis van klachten en meldingen stellen we incidenteel een onderzoek in. Dit systeem werkte tot nu toe prima. Maar de persleidingen worden ouder en als een persleiding faalt kunnen de gevolgen groot zijn. Daarom hebben we meer inzicht nodig in de kwaliteit van deze hoofdaders. Daarvoor zullen in de komende planperiode de persleidingen preventief gereinigd, geïnspecteerd en onderzocht worden.

Functioneren Het huidige stelsel kan ondergronds een regenbui verwerken die eens in de 2 jaar voorkomt (bui van 20 mm/h), zonder noemenswaardige water-op-straat situaties. Daar zijn in het verleden de stelsels op ontworpen. We werken met dynamische basisrioleringsplannen. Als er in een buurt wat verandert, laten we gelijk de gevolgen doorrekenen, zo houden we inzicht. In mei 2018 hebben we stresstesten laten uitvoeren. Hierbij hebben we gekeken wat er gebeurt bij hevige neerslag. In het Geoportaal Riolering Nissewaard worden de theoretische gevolgen zichtbaar gemaakt met het dashboard Klimaart. Daarmee kunnen we bijvoorbeeld de effecten van een hevige ’klimaatbui’ van 70 mm neerslag in één uur zien en (later) de effecten van onze maatregelen zichtbaar maken, zie Figuur 6-3. In 2024 zijn nieuwe berekeningen uitgevoerd.

36/101

Figuur 6-3: Voorbeeld gevolgen klimaatbui 70 mm in 1 uur (Zuidland). Hoe blauwer, hoe meer water er staat.

Bij hevige regenval storten de riolen over op het oppervlaktewater en dat geeft een belasting op het milieu. We hebben verschillende onderzoeken uitgevoerd om te beoordelen hoe de riolering de kwaliteit van het oppervlaktewater beïnvloedt. Uitkomst hiervan was dat de riolering een minimaal effect heeft op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Samen met het waterschap is uiteindelijk geconcludeerd dat de gemeente Nissewaard geen verdere maatregelen hoeft te treffen, ook niet voor de Kaderrichtlijn Water (KRW). De afgelopen jaren hebben we diverse drempels van overstorten opgehoogd. Jaarlijks ontvangen we gemiddeld 850 klachten en meldingen die op het eerste gezicht te relateren zijn aan de riolering. Van de circa 315 incidenten die we jaarlijks oplossen met contractaannemers zit een grote verscheidenheid: van dichtgeslibde straatkolken tot wortels in of breuk van perceel aansluitleidingen en grondwater dat in de kruipruimte staat. Alle klachten en meldingen onderzoeken we. Aan de melder geven we door of de melder zelf aan zet is om de klacht op te lossen of en hoe de gemeente het verder afhandelt.

6.2.3

Hemelwater

Hemelwater is al het water dat uit de hemel valt, zoals regen, sneeuw en hagel. We passen de voorkeursreeks vasthouden-bergen-afvoeren zoveel mogelijk toe om onze zorgplicht voor hemelwater in te vullen. Om het hemelwater af te kunnen voeren is er 127 km (verbeterd) hemelwaterriool aanwezig. Hemelwater verwerken we bij voorkeur op de plaats waar het gevallen is, door het te laten infiltreren in de bodem. Op enkele locaties in de stad en de dorpskernen zijn hier bijvoorbeeld infiltratieriolen voor aangelegd. Als infiltreren in de bodem niet

37/101

mogelijk is, dan voeren we het hemelwater via gescheiden riolering af naar het oppervlaktewater. Als laatste mogelijkheid voeren we hemelwater af via de gemengde riolering naar de RWZI Allemanspolder.

Toestand Voor hemelwaterriolen, gemalen en andere voorzieningen geldt dezelfde aanpak voor inspectie, berekenen en onderhoud als bij de voorzieningen voor stedelijk afvalwater. We onderhouden alle voorzieningen regelmatig om ze in goede staat te houden.

Functioneren We toetsen het functioneren van de voorzieningen aan de hand van berekeningen en op basis van klachten en meldingen. De gescheiden stelsels functioneren goed; er zijn weinig klachten en meldingen.

6.3 Grondwater 6.3.1

Areaal

Het grondwatermeetnet in de gemeente Nissewaard bestaat momenteel uit minimaal 35 peilbuizen verspreid over de kernen Spijkenisse, Simonshaven, Zuidland, Abbenbroek, Geervliet en Heenvliet. Van deze 35 peilbuizen zijn er 10 niet meer functioneel, deze dienen vervangen te worden. Daarnaast is het noodzakelijk om nieuwe meetpunten toe te voegen op strategische locaties om het meetnet volledig dekkend te maken voor de gehele gemeente.

6.3.2

Functioneren

Het structurele grondwateronderzoek in Spijkenisse werd in de jaren ’80 gestart, maar stopte in de jaren ’90 vanwege kostenbesparingen. Enkele jaren geleden is het onderzoek opnieuw opgepakt. Jaarlijks ontvangen we 60-75 meldingen over grondwater, waarbij de uitzonderlijk natte jaren 2023 en 2024 invloed hadden op de grondwaterstanden en het aantal meldingen. Deze meldingen worden direct afgehandeld. De vervanging van de niet-functionele peilbuizen en uitbreiding van het meetnet zorgt voor een toekomstbestendig systeem en een gedetailleerd inzicht in de grondwaterstanden, wat essentieel is voor effectief grondwaterbeheer en het naleven van de zorgplicht van de gemeente.

6.4 Oppervlaktewater 6.4.1

Areaal

De waterbeheerder Waterschap Hollandse Delta heeft het beheer (incl. onderhoud) van veel secundaire en tertiaire watergangen en vijvers samen met aangrenzende oevers via haar ‘Legger Oppervlaktewaterlichamen en kunstwerken 2022’ (Legger) aan de gemeente toegewezen. Dit is inclusief de peilbeheerkunstwerken zoals stuwen, afsluiters en gemalen in deze watergangen. De gemeente is ook verantwoordelijk voor alle kruisingen tussen water en wegen, meestal via duikers in dammen en bruggen. Daarnaast komt

38/101

uit eigen gemeentelijk beleid nog een aantal assets zoals haven, fonteinen, paddenpoelen, uitstroomvoorzieningen van de riolering en particuliere beschoeiing (waarvan het beheer volgens de Legger bij de perceeleigenaren ligt). De volgende tabel geeft een overzicht van alle, te beheren, assets oppervlaktewater. Tabel 6-3: Overzicht voorzieningen oppervlaktewater

Asset

Type

Omvang

Water

Watergangen in beheer bij gemeente

163 km

Vijvers

7 stuks

Haven

1 stuks

Beschoeiing openbare ruimte

78 km

Beschoeiing particulieren

25 km

Natuurvriendelijke oevers

1,4 km

Hondenuitlaatstrand

1 stuks

Duikers e.d.

550 stuks

Stuwen en afsluiters

80 stuks

Gemalen

24 stuks

Uitstroomvoorzieningen en riooloverstorten

2.151 stuks

Fonteinen en waterspeelplaatsen

22 stuks

Paddenpoelen

2 stuks

Onderhoudsruimte (oa. onderhouds- en baggerstroken)

Onbekend

Oevers

Kunstwerken

Overige assets

6.4.2

Toestand

Door het uitvoeren van inspecties, metingen en bemonstering, krijgen we inzicht in de technische staat van oevers, waterbodem en kunstwerken. De resultaten gebruiken we om te bepalen of en waar onderhoud of vervangingsmaatregelen nodig zijn. In Tabel 6-4 staat een overzicht van de frequenties van inspectie, onderhoud en vervanging per type asset.

39/101

Tabel 6-4: Reinigings- en inspectieregime oppervlaktewatervoorzieningen Asset

Reiniging

Inspectie

Jaarlijks onderhoud n.v.t.

Groot onderhoud

Oever met beschoeiing onder water Oever met beschoeiing boven water Natuurlijke oever

n.v.t. n.v.t.

Elke 10 jaar Elke 5 jaar

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Elke 5 jaar

50% Maaien

n.v.t.

Elke 5 jaar

50% maaien

Hondenstrand

n.v.t.

Elke 5 jaar

n.v.t.

Elke 8 jaar verwijderen houtopslag Elke 8 jaar plasdraszone+ verwijderen houtopslag Volgt uit inspectie

Natuurvriendelijke oever

Paddenpoel

n.v.t.

Elke 5 jaar

50% maaien en afvoeren

Watergang

n.v.t.

Elke 8 jaar

Duikers

Elke 8 jaar

Elke 5 jaar

2x maaien en afvoeren n.v.t.

Stuwen en afsluiters

n.v.t.

Elke 3 jaar

n.v.t.

Gemalen (elektrischmechanisch) Gemalen (civiel)

Jaarlijks

Jaarlijks

n.v.t.

Elke 5 jaar

Uitstroomvoorzieningen en riooloverstorten

Door riolering

Elke 5 jaar

n.v.t.

Vervanging (richtlijn) Elke 100 jaar Elke 25 – 60 jaar n.v.t. n.v.t.

n.v.t.

Elke 8 jaar verwijderen houtopslag Elke 8 jaar baggeren

n.v.t.

n.v.t.

Elke 40 jaar

Volgt uit inspectie

Elke 40 jaar

Volgt uit inspectie

Elke 15 jaar

n.v.t.

Volgt uit inspectie

Elke 60 jaar

n.v.t.

Volgt uit inspectie

Elke 60 jaar

Water Door natuurlijke processen slibt een watergang dicht door baggeraanwas en groei van waterplanten en overhangende oeverbeplanting. Om het doorstroomprofiel (en dus de afvoercapaciteit) in een watergang in stand te houden is het nodig om een watergang regelmatig te baggeren en te maaien. Jaarlijks controleert het waterschap met een schouw of de gemeentelijke watergangen voldoen aan de profieleisen uit de Legger. De algemene status van de watergangen is dat deze op orde zijn. Uitzonderingen zijn een aantal grote parken zoals Park Vogelenzang en Hartelpark waar een forse baggerachterstand is en waterpartijen hierdoor zijn verland.

40/101

Oevers Een groot deel van de oeverbeschoeiing is ongeveer 50 jaar oud. Van de 55 km beschoeiing die is geïnspecteerd is meer dan de helft in matige of slechte staat. De status van de 21 km particuliere beschoeiing die tussen 2021 en 2024 is vervangen is goed (nieuw). Er zijn trajecten waar mogelijk asbest aanwezig is.

Kunstwerken De kunstwerken (duikers, gemalen, stuwen, etc.) zijn in 2023 geïnspecteerd. Op dit moment voldoen de meesten nog aan de eisen. We lopen twee jaar achter met het vervangen van de kunstwerken. Daarnaast zijn er meerdere werken die in deze planperiode aan renovatie of vervanging toe zijn.

Overige voorzieningen De uitstroomvoorzieningen zijn niet volledig in beeld. Op veel plaatsen zijn deze kapot of verdwenen, met erosie van de oevers tot gevolg. Het beheer van de fonteinen is via een onderhoudscontract uitbesteed aan de markt. De fonteinen zijn daarmee in goede conditie. De fontein op de paardenmarkt in Heenvliet is aantal jaar geleden ontmanteld, er wordt gekeken of herstel wenselijk is. De ecologische kwaliteit van de paddenpoelen is goed, maar het visuele aspect heeft nog aandacht nodig. De onderhouds- en baggerstroken en locaties voor het te water laten van maaien baggerboten langs de watergangen zijn nog niet in beeld. Dit doen we deze planperiode. (Planologische) bescherming hiervan is nodig om te voorkomen dat het onderhoud van de watergangen lastiger en duurder wordt.

Conclusie Het baggeren en maaien van watergangen is grotendeels op orde. Een aanzienlijk deel van de oevers en diverse kunstwerken zijn deze planperiode aan vervanging toe. Dit biedt kansen om het functioneren van het oppervlaktewater te beteren. Verder hebben we onvoldoende inzicht in de overige assets.

6.4.3

Functioneren

Voor het beoordelen van het functioneren van ons oppervlaktewater kijken we naar de gestelde doelen: voldoende water, levendig water, schoon water, robuust watersysteem, aantrekkelijk water en goed peilbeheer.

Voldoende water. In de huidige situatie zijn er enkele plekken waar wateroverlast optreedt vanuit het oppervlaktewater (o.a. in de wijk Sterrenkwartier). Hier is heeft het water in

41/101

de huidige situatie niet genoeg ruimte en ontstaat er overlast buiten de grenzen van de oevers. Voor de aanvoer van water om waterpeilen te handhaven en voor doorspoeling is verzilting een knelpunt in delen van Spijkenisse. De inlaat van water wordt zomers maximaal vier weken stopgezet omdat het zoutgehalte van het inlaatwater te hoog wordt. Het gevolg van het inlaten van brak water is het afsterven van de aanwezige zoetwaterflora en -fauna. De consequenties van stoppen met inlaten zijn het zakken van het waterpeil, daling van de grondwaterstanden (en daardoor o.a. hoger risico op bodemdaling, droogstand funderingen, afsterven groen) en achteruitgang van de (ecologische) waterkwaliteit en opbloei van woekerende soorten zoals blauwalg en kroos.

Levendig water Op dit moment is de ecologische kwaliteit van de watergangen onvoldoende inzichtelijk. Op veel plekken is de waterkwaliteit naar verwachting slecht tot matig. Elk jaar zijn er knelpunten met vissterfte, stank, botulisme, overmatige algengroei, flab en kroos. Ook zijn er te weinig drijvende en ondergedoken waterplanten en oevervegetatie. Oorzaken hiervoor zijn o.a. gebrek aan zuurstof, te veel nutriënten, intensief maaibeheer, veel verharde oevers met beschoeiing of kades, vast waterpeil, invasieve soorten (rivierkreeft en brasem), wisselende zoutgehalten en veenbodems die omhoogkomen. Deze factoren belemmeren een gezonde ecologische ontwikkeling en faciliteren woekerende soorten. De afgelopen zomers is in de Bernisse en op diverse locaties in het bebouwd gebied waar wordt gezwommen blauwalg aangetroffen. Dit is een indicator dat de waterkwaliteit slecht is en niet geschikt om in te zwemmen. Er zijn ook locaties waar de ecologische waterkwaliteit goed is. Dit zijn de plekken waar al bewust is gekozen om de natuur de ruimte te geven door gebruik van natuurvriendelijke oevers, paddenpoelen en rieteilandjes. De visstand is volgens de gegevens van het waterschap over het algemeen goed.

Robuust watersysteem Op dit moment is het watersysteem onvoldoende robuust om de steeds vaker voorkomende extreme neerslag, langdurige droogte, hitte en verzilting op te vangen.

Schoon water Vooral in het stedelijk gebied (vooral dichtbewoonde wijken) hebben we te maken met afval in het water door activiteiten zoals autowassen, wind of afvaldumping (denk aan dozen, piepschuim, bouwmaterialen, meubels, , blikjes, fietsen, vuilniszakken, etc). In het buitengebied en in rustigere wijken is dat een stuk minder. Door capaciteitgebrek bij Reinis blijft afval lang in het water liggen. In schoon water zou je ook naar beneden kunnen kijken en bijvoorbeeld vissen zien zwemmen. Op veel plekken is het water echter troebel. Deels is dit het gevolg van kwel van ijzerhoudend water en veen en heeft een natuurlijke oorsprong. Een overschot aan nutriënten of algengroei en kroos kunnen de doorzicht belemmeren en kunnen de waterkwaliteit verslechteren. Waterkwaliteit en vuil water wordt vaak in relatie gebracht met klachten vanuit bewoners. Ook om de leefbaarheid in Nissewaard te verhogen werken we aan schoon water met een levendig karakter.

42/101

Aantrekkelijk water De inrichting van de oevers en het water sluit aan bij de omgeving. Dit kan voor een watergang langs een historische straat met een kade als oever anders zijn dan een watergang in een park met een natuurvriendelijk oever. Daarnaast draagt schoon en levendig water bij aan de aantrekkelijkheid van een watergang. Tot op heden is de aantrekkelijkheid van water niet bewust in beeld gebracht.

Peilbeheer De uitvoering van peilbeheer in de secundaire en tertaire watergangen ligt bij de gemeente. Dit biedt mogelijkheden om dit te laten bijdragen aan onze doelen. We hanteren bij het peilbeheer de volgende uitgangspunten: 1. We streven naar een vast peil conform het peilbesluit van het waterschap met beperkte peilfluctuatie van +/- 20 cm om in te spelen op de weersomstandigheden. 2. We streven naar voldoende stroming in de wateren ivm het behouden van een goede waterkwaliteit. In de wijken Waterland en Vogelenzang werken we bijvoorbeeld met een wekelijks wisselende stroomrichting als gevolg van geautomatiseerde verhoging en verlaging van stuwen. Extra water laten we na overleg met het waterschap in bij ernstige onderschrijding van het peil (met risico op bodemdaling), dreigende verzilting en het optreden van een slechte waterkwaliteit (door te hoge watertemperatuur). 3. Gebieden met blauwalg isoleren we om verspreiding van blauwalg te voorkomen.

43/101

Figuur 6-4: Oevers, van strak en levenloos naar natuurvriendelijk en divers

44/101

7

Uitvoeringsplan 2026-2030

7.1 Introductie In dit hoofdstuk beschrijven we de hoofdlijn van de opgave voor riolering en oppervlaktewater voor de komende jaren. Deze opgave moet ons dichterbij onze doelen voor het watersysteem/de waterketen brengen: een veilige, klimaatbestendige, robuuste leefomgeving met voldoende, schoon en helder water en droge voeten.

7.2 Stedelijk afvalwater en hemelwater 7.2.1

Aanleg

Kleinschalige inbreidingen sluiten we aan op de bestaande riolering. Eigenaren moeten hun afvalwater altijd gescheiden aanleveren aan de perceelgrens, zodat ze voorbereid zijn op eventueel gescheiden riolen die later worden aangelegd. Bij grootschalige uitbreidingen wordt altijd gescheiden, klimaatbestendige riolering aangelegd. Alle nieuwbouwprojecten dienen rekening te houden met een duurzame oplossing voor hemelwater conform het beleid van het waterschap Hollandse Delta. We hebben rekening gehouden met een toename van 628 woningen in onze gemeente in deze planperiode.

7.2.2

Onderzoek

Deze planperiode voeren we onderzoek uit om inzicht te krijgen in de toestand en het functioneren, en om tekort in onze kennis op te vullen. De incidentele onderzoeken staan in Tabel 7-1 benoemd. In de exploitatie zijn kosten voor de structurele onderzoeken zoals inspecties van riolen en gemalen opgenomen.

45/101

Tabel 7-1: Onderzoek planperiode

Een aantal kanttekeningen: •

• • • • • •

•

We voeren deze planperiode onderzoeken uit om het functioneren van onze riolering te optimaliseren en daarmee de financiële middelen optimaal te besteden. Het gaat dan om het inspecteren van de grote persleidingen en persleidingaansluitingen en reductie van het energiegebruik. We doen onderzoek om het risicogestuurd beheer te optimaliseren. We maken via campagnes onze inwoners bewust van onze gemeentelijke watertaken. We kunnen en zullen meer lokaal moeten regelen over hoe we omgaan met riolering en stedelijk water in ons Omgevingsplan, bijvoorbeeld als het gaat om regels over het omgaan met hemelwater. We doen ruimtestudies naar aanleiding van de klimaatscenario’s en participatie. We onderzoek hoe we kunnen komen tot een CO2-neutrale uitvoering van onze projecten en hoe we materialen kunnen hergebruiken. Ook de digitalisering is een terugkerend onderwerp van onderzoek. Zo gaan we ons rioolbeheersysteem herzien met de assetmanagementtool Riobase, updaten we onze procesbeschrijvingen, implementeren we bij een positief onderzoeksresultaat AQV++ webbased en gaan we onze beheerbestanden aanvullen met gegevens van aansluitleidingen en kleine persleidingen, die zijn nu niet in beeld. Het Incidentenplan riolering Nissewaard actualiseren we met een bestrijdingsplan extreem weer.

46/101

7.2.3

Gegevensbeheer

Goede gegevens zijn onontbeerlijk voor goed rioleringsbeheer. We werken daar continu aan. Zowel aan het compleet krijgen van onze gegevens als aan het actueel houden. De stap naar de opzet conform het GWSW is daarin belangrijk voor de toekomstige bruikbaarheid van deze gegevens. Daarnaast werken we aan het toegankelijk maken van onze data voor belanghebbenden, de webbased applicatie zoals bij ‘Onderzoek’ gemeld, is daarvoor belangrijk. Ook is GIS (Geografisch Informatiesysteem) een belangrijk hulpmiddel voor analyse en visualisatie. Het geoportaal riolering is een voorbeeld. We willen via die toepassing steeds meer data ontsluiten en delen waardoor communicatie wordt vereenvoudigd, afstemming verbetert en de optimalisatie van oplossingen makkelijker wordt. Ook kunnen we met GIS de dataverrijking en uniformering bevorderen tussen gemeente, veiligheidsregio en waterbeheerder WSHD. GIS maakt een betere afstemming met andere sectoren mogelijk, en bevordert integraal en efficiënter werken. We zullen het ‘LIDAR 3D vGIS ondergrondmodel’ verder door ontwikkelen. De gemeente investeert in 3D LiDAR scans om aangelegde aansluitleidingen voor riolering real-time vast te leggen als revisie in een digitale 3D-ondergrond. Extra personele capaciteit voor gegevensbeheer met GIS kennis en kunde is dan nodig.

We werken aan een rekenmodel waarmee we met onze gegevens real-time scenario’s kunnen doorrekenen, zodat we bij bijvoorbeeld nieuwe ontwikkelingen kunnen meedenken en snel antwoorden kunnen geven op vragen over waterberging, afvoerrichtingen, water-op-straat, etc.

Figuur 7-1: Voorbeeld Geoportaal riolering

7.2.4

Maatregelen

Onderhoud We continueren de huidige reinigingsstrategie zoals in hoofdstuk 6 aangegeven, zowel voor vrijvervalriolen als voor de gemalen. Er zijn veel problemen met kolk-, lijngoot- en perceelaansluitleidingen, die door verzakking als gevolg van bodemdaling en intensiever verkeer zwaar worden belast en afscheuren. Die calamiteiten worden opgelost door onze

47/101

contractaannemer(s). Op basis van ervaringen is hiervoor een bedrag opgenomen van € 600.000 per jaar in de exploitatie. Voor het reageren op calamiteiten zoals de breuk van risicovolle grote persleidingen, langdurige stroomuitval en illegale lozingen beschikken we over een waakvlamovereenkomst.

Integraal werken In deze planperiode treffen weer de nodige maatregelen om ons stelsel up-todate te brengen en te houden. Bij het plannen van de maatregelen is de technische urgentie belangrijk. Daarnaast kijken we natuurlijk naar mogelijke combinatie met andere werkzaamheden in de openbare ruimte. Werk-met-werk maken is daarbij het devies. Goede afstemming bespaart kosten en vermindert overlast voor burgers en bedrijven. De maatregelplanning voor deze planperiode is afgestemd met (vooral) de keten wegverhardingen. Bij integrale projecten met wegen hanteren we als uitgangspunt een kostenverdeling van 65% riolering en 35% wegen. Dat is overigens geen harnas, als er aanleiding toe is, kunnen we van dit uitgangspunt afwijken.

Risico gestuurd beheer Door te werken met Riobase worden afwegingen objectiever en reproduceerbaar en is voor alle betrokkenen duidelijk wie waarvoor wanneer verantwoordelijk is. Risicogestuurd beheer zorgt ervoor dat we de schaarse middelen efficiënt inzetten op die plaatsen waar het het hardst nodig is.

Klimaatadaptatie Eind 2024 zijn klimaatscenario’s doorgerekend voor wat betreft de klimaatbestendigheid tegen extreme neerslag. Klimaatverandering leidt tot intensievere neerslag en daarmee een grotere kans op wateroverlast in stedelijke gebieden. Om de leefbaarheid en veiligheid te waarborgen, worden aan gemeenten en projectontwikkelaars steeds hogere eisen gesteld om wateroverlast te voorkomen en beheersen. De uitgangspunten voor het ontwikkelen van de scenario’s hoe om te gaan met extreme buien als gevolg van klimaatverandering zijn zoals eerder aangegeven gebaseerd op de Landelijke Maatlat (zie hoofdstuk 3). De genoemde eisen uit de maatlat worden onderschreven in het Programmaplan Duurzaamheid 20232024, Wij.Doen.Groen, waarin het doel is om in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig te zijn. Met dit IGWP gaan we door op het pad om zoveel mogelijk werkzaamheden combineren met het reguliere wegenonderhoud (werk-met-werk-maken). Dat heeft tot gevolg dat we in het jaar 2075 klimaatbestendig zijn (dit gaat voorbij

48/101

aan het landelijke doel om in 2050 klimaatbestendig te zijn). We gaan daarbij uit van een basisscenario waarbij: -

een extreme bui van 70 mm in een uur kan worden verwerkt; de plasdiepte in de wijken beperkt wordt tot 20 cm en op vitale wegen maximaal 10 cm water staat.

Tot 2075 is daarvoor een investering nodig van € 22,4 miljoen euro. Deze planperiode wordt circa € 8 miljoen geïnvesteerd, waarvan bijna de helft in Schiekamp Noord en Sterrenkwartier. Daarna zakt dat door de goede staat van de riolering naar verwachting terug tot jaarlijks gemiddeld € 315.000 per jaar. Naast bovengenoemde middelen is in de exploitatie tot 2029 een jaarbedrag opgenomen van € 250.000. Uit dat budget wordt onder andere de DPRAsamenwerking bekostigd.

7.2.5

Maatregelplanning 2026-2030

Ook de komende planperiode zullen we gebreken moeten herstellen en ons stelsel moeten verbeteren om aan de eisen van de tijd te voldoen. Relinen neemt een duidelijke plaats in. Waar mogelijk graven we versleten riolering niet meer op, maar relinen we ze: ze krijgen een nieuwe binnenbekleding. Dat scheelt in kosten en overlast voor de omgeving. Bij een kwalitatief goede relining evenaren we nieuw aanleg en gaat het riool weer decennialang mee. Relinen kan overigens alleen als er geen veranderingen in de afvoercapaciteit nodig zijn. Als we die bijvoorbeeld moeten vergroten, zullen we wel vaak moeten graven en nieuwe, grotere buizen moeten terugleggen. Voor gemalen, persleidingen en drukriolering zijn ook investeringen noodzakelijk. De maatregelen voor de gemalen zijn onderzocht en vastgelegd in een gemalenbeheerplan dat in 2025 is opgesteld. In Tabel 7-2 is de meerjareninvesteringsplanning opgenomen.

49/101

Tabel 7-2: Meerjareninvesteringsplanning riolering, grondwater

50/101

Tabel 7-3: Meerjareninvesteringsplanning riolering, grondwater vervolg

7.3 Grondwater 7.3.1

Aanleg grondwatermeetnet

Voor het nieuwe grondwatermeetnet in de gemeente Nissewaard worden in totaal 92 peilbuizen ingezet. Dit meetnet bestaat uit 35 bestaande peilbuizen en 57 nieuw te plaatsen peilbuizen. We leggen 92 nieuwe peilbuizen aan op basis van een doordachte verdeling. In 85 van deze peilbuizen worden automatische meetapparaten (loggers) geplaatst die de grondwaterstand continu registreren. Een deel van deze loggers – in totaal zeven – zal na twee jaar worden verplaatst naar andere peilbuizen om zo flexibel in te kunnen spelen op veranderende omstandigheden of nieuwe informatie.

Figuur 7-2: Locaties peilbuizen

Het doel van het uitgebreide meetnet is om betrouwbaar en dekkend inzicht te verkrijgen in de freatische grondwaterstanden binnen de gemeente. Deze informatie is essentieel voor het voeren van effectief en proactief grondwaterbeheer, het onderbouwen van beleid en het kunnen voldoen aan de

51/101

gemeentelijke zorgplicht. Het meetnet voorkomt dat we uitsluitend ad hoc moeten reageren op meldingen of incidenten, zoals wateroverlast of verdroging. In plaats daarvan biedt het een basis voor een structurele aanpak van grondwaterproblematiek. Hierdoor kunnen we efficiënter omgaan met middelen, beter plannen op de langere termijn en schade aan gebouwen, infrastructuur en groen voorkomen of beperken.

7.3.2

Gegevensbeheer

Met deze uitbreiding beschikt de gemeente straks over een robuust en toekomstgericht instrument om ontwikkelingen in het grondwatersysteem tijdig te signaleren, trends te volgen en gericht op te treden bij knelpunten of meldingen. We gaan door op de ingeslagen weg, de kosten zijn opgenomen in de exploitatie. De meetgegevens worden digitaal ontsloten en op een toegankelijke manier beschikbaar gesteld, zodat ze bruikbaar zijn voor zowel interne als externe partijen. Op basis van de inzichten uit de meetgegevens, en de resultaten van de waterbalans (zie 7.4.2) bepalen we welke maatregelen nodig zijn om mogelijk toenemende grondwateroverlast en de gevolgen van toenemende verdroging door lage grondwaterstanden te beperken. Deze kunnen nodig zijn om o.a. funderingen van panden te beschermen en voldoende zoetwater voor groen in het bebouwd gebied beschikbaar te hebben.

7.3.3

Responsplan

Om de data uit het grondwatermeetnet effectief te kunnen gebruiken en te ontsluiten via het interne GEO-portaal, is het opstellen van een responsplan noodzakelijk. Dit plan beschrijft hoe de binnenkomende data zal worden verwerkt, gevalideerd, beheerd en geactualiseerd. Ook legt het vast op welke wijze de informatie beschikbaar wordt gesteld aan interne gebruikers én externe partijen. Het responsplan vormt daarmee de schakel tussen het verzamelen van meetgegevens en het daadwerkelijk toepassen van deze informatie in het dagelijks beheer, bij meldingen of in beleidsprocessen. Door de gegevens gestructureerd op te nemen in het geoportaal, ontstaat een actuele en betrouwbare informatiebron die breed inzetbaar is. Een belangrijk onderdeel is de openbare toegankelijkheid van de data. Via het geoportaal krijgen de inwoners en bedrijven in Nissewaard, maar ook aanbestedende diensten en medeoverheden, toegang tot informatie over grondwaterstanden in hun omgeving. Dit draagt bij aan transparantie en versterkt het vertrouwen in de gemeentelijke aanpak van grondwaterbeheer.

7.3.4 Kosten De kosten voor de aanleg van het grondwatermeetnet, inclusief peilbuizen, standalone dataloggers, en het uitlezen van de data voor een periode van 4 jaar bedragen bijna € 157.000. Dit is gebaseerd op de aanbesteding van zomer 2025 waarin de plaatsing van telemetrische dataloggers op basis van het ontwerp uit Figuur 7-2 is gerealiseerd. Dit systeem biedt real-time data en een hoge uitleesfrequentie, wat resulteert in een efficiënte monitoring en de dekking van een groot gebied.

52/101

7.4 Oppervlaktewater We willen graag schoon, aantrekkelijk, levendig, voldoende en robuust oppervlaktewater. De gewenste mate van schoon, aantrekkelijk en levendig water kan per watergang anders zijn. Rekening houden met voldoende water en het maken van een robuust watersysteem is een doel voor het hele gebied.

7.4.1

Aanleg

De bergingsopgave van 16 hectare uit het Watergebiedsplan Putten 2022-2027 in Hekelingen, de Akkers, Maaswijk, waterland, Groenewoud, Sterrenkwartier, Vogelenzang en park Vogelenzang, Vogelenbuurt en De Hoek moeten we nog realiseren. Verder worden er watergangen uitgebreid en toegevoegd in relatie tot de eis vanuit het waterschap om 14% watercompensatie te realiseren vanaf 500 m2 toegevoegde verharding. Bij het uitvoeren van ontwerpprincipe 2 – vergroten van de sponswerking (H 4.3) van de vijf ontwerpprincipes voor een veerkrachtig water- en bodemsysteem, kan ook gekozen worden voor het toevoegen van water in een gebied.

7.4.2

Onderzoek

Voor het oppervlaktewater hebben we deze planperiode de volgende onderzoeken opgenomen, nodig om onze doelen te bereiken. Dit is een aanzet naar het op orde brengen van de basis en een stap richting een toekomstbestendige leefomgeving vanuit de keten water.

53/101

Tabel 7-4: Onderzoeken oppervlaktewater THEMA

ONDERZOEK

UITVOERING

ECOLOGIE & KLIMAATADAPTATIE

Ecoscan voor het bepalen van de huidige ecologische kwaliteit en potentie van het oppervlaktewater. (Incl. signalering van exoten) - Hierop volgend onderzoek/ planvorming naar het verbeteren van de (ecologische) kwaliteit.

aanbesteden in 2025

In beeld brengen van de waterbalans samen met WSHD en gemeente Voorne aan Zee. Onder andere meer inzicht in; watervraag; verzilting; en bodemdaling. - Hierop volgend planvorming voor aanpak t.o.v. doelen (voldoende water/ robuust systeem).

Doorlopende taak Jaarlijks personele capaciteit

Onderzoeken waar vispassage bij kunstwerken een knelpunt is en hiervoor een maatregelenplan voor opstellen.

Start 2026, personele capaciteit nodig.

Samen met het waterschap onderzoeken hoe een meer stabiel zoutgehalte in watergangen kunnen realiseren ten behoeve van ecologische ontwikkeling. Daarnaast meedenken over zoetwaterbalans (welke functies hebben beschikking bij tekort). Onderzoek naar mogelijkheden voorkomen en bestrijden van invasieve soorten (exoten) in aansluiting met bestaand onderzoek WSHD/LVVN/Provincie. Samen met waterschap onderzoeken van mogelijkheden voor lokale peilfluctuatie ten behoeve van waterberging. Onderzoek naar de toekomstscenario's en effecten op de ruimtelijk invulling/ kwaliteit van ons (oppervlakte) water. Onderzoek (met de werkregio) naar de effecten van WBS op ons watersysteem en op ons beleid (+ PvA).

BEHEER INCLUSIEF ONDERHOUD

Doorlopende taak

Uitvoeringsplan maken voor aanpassing van de (klimaatadaptieve/ecologische) inrichting, peilsturing, maaibeheer en baggeren.

Doorlopende taak

Doorlopende taak

Doorlopend (in fte) Doorlopend (in fte) Doorlopend (in fte) Start 2026

Onderzoeken reduceren/ breder toepasbaar maken baggeraanwas.

Start 2025 samenwerking bodem/groen

Inspectie van stabiliteit oevers en de kwaliteit beschoeiing (deel 2).

medio 2026

Inspectie van kwaliteit/staat kunstwerken en duikers, uitstroomvoorzieningen en fauna-uitstapplaatsen. +Beheer- en onderhoudsplan.

start 2025, doorlopende taak

Inspectieresultaten vertalen naar maatregelenplan voor renovatie en vervanging. start 2027 Uitzoeken eigendomssituatie van assets met de status ‘onbekend’. 2026/2027?

54/101

THEMA

ONDERZOEK

UITVOERING Start 2025

BELEID

Bepalen van de gewenste hydrologische- en gebruiksfuncties per watergang. +Bepalen van de aanhangende kwaliteiten. Onderzoeken hoe een haalbaar robuust watersysteem er uitziet in het bebouwd gebied dat aansluit bij de gewenste functies (inclusief bergingsopgave).

Start 2026

Onderzoek naar juridische mogelijkheden om verantwoordelijkheid en onderhoud van 21 km beschoeiing te leggen bij particuliere aanwonenden conform legger van het waterschap.

Eind 2027, als mogelijk eerder.

Plan opstellen om afval in oppervlaktewater te voorkomen en minder intensief te hoeven verwijderen.

Start 2026 Kosten: €2.000 per jaar (Treassure EU project)

In kaart brengen van de onderhouds- en baggerstroken en te waterlaatlocaties incl. Digitaliseren.

Afhankelijk van capaciteit bij GIS team

Digititalisering van functies en doelen per watergang. (GIS/Visiekaarten?)

Start 2025, afronding afhankelijk van capaciteit GISteam.

Vastleggen van alle vaste data van assets en inspectiedata in het beheersysteem.

doorlopende taak

Digitaliseren van aangetroffen invasieve soorten tijdens maaien/baggeren. Daarnaast verder digitalisering van inzicht in invasieve soorten en icoonsoorten (streven)/ ecoogische kwaliteit en doelen.

Doorlopende taak. Deels afhankelijk van capaciteit GIS-team.

DIGITALISERING

7.4.3

Maatregelen

Bij de maatregelen zetten we in op de strategie om uiteindelijk toe te groeien naar overal minimaal een “fase-2” watersysteem (zie hoofdstuk 4). We gaan er hierbij van uit dat de oevers zoveel mogelijk worden omgevormd tot natuurvriendelijke oevers, adequaat voor de hemelwatertaak en goed voor de leefomgeving en de biodiversiteit. Dit is de richting die we inslaan, in de toekomst kunnen we doorgroeien naar een scenario-3-watersysteem, natuurlijk en veerkrachtig.

Onderhoud en reparatie Deze planperiode voorzien we het volgende benodigde onderhoud: • •

• • • • • •

Vastleggen van de afspraken over afwijkend onderhoud met het waterschap. Opstellen waterbodemkwaliteitskaart (met o.a. baggerkwaliteitsgegevens) zodat we een groter deel van de beoordeling van de baggerkwaliteit in eigen hand kunnen houden en alleen bij verdachte situaties (olie, PAK’s, etc.) experts in hoeven te schakelen. Ontwikkelen van een grondstromenstrategie zodat we bagger als een waardevolle grondstof kunnen gebruiken binnen de gemeente. Regulier baggeren, maaien en exotenbestrijding. Reinigen en herstellen van uitstroombakken en duikers. Verwijderen van afval. Incidenteel onderhoud aan beschoeiingen. Onderhoud aan natte civieltechnische kunstwerken.

55/101

Renovatie en vervanging watergangen en oevers Om het watersysteem op orde te krijgen en te houden, moeten we onderdelen renoveren en vervangen. Deze planperiode starten we met de uitvoering van de volgende maatregelen: • • • • •

Herstellen of vervangen 8 km particuliere beschoeiing bij aanwonenden en bedrijven. Aanpak van 25 km openbare oevers volgens de voorkeursvolgorde uit hoofdstuk 6. Renovatie en vervangen 58 kunstwerken voor 2030 (7 duikers en 51 stuwen). Herstellen of vervangen 75 uitstroombakken. We voeren 3 pilots uit voor de toepassing van duurzame beschoeiingsmethoden zonder tropisch hardhout (zoals grasbetontegels, betonmatten, wilgenschotten of onderzoeken andere alternatieven).

56/101

Inrichting watergangen Als we watergangen gaan (her)inrichten dan passen we de volgende uitgangspunten toe: 1. De inrichting van de watergang is afgestemd op de hydrologische- en gebruiksfuncties. 2. Voor de (her)inrichting van oevers hanteren we de volgende voorkeursvolgorde: 1. Flauwe natuurvriendelijke oevers 2. Steilere natuurlijke stabiele oevers 3. Onderwaterbeschoeiing 4. Bovenwaterbeschoeiing 3. Nieuwe bovenwaterbeschoeiing gaat lang mee (minimaal 40 jaar) en is bij voorkeur circulair. 4. Waar mogelijk voegen we een plasdraszone toe om water flora en fauna de ruimte te geven. 5. We passen het voorzorgprincipe toe. Liever iets te robuust dan later spijt. 6. Waar mogelijk verdiepen we watergangen tot meer dan 1,2 m voor minder opwarming, meer zuurstof en ruimte voor vegetatie. We houden hierbij rekening met risico’s op opbarsten en zout grondwater dat dan sneller omhoog kan komen. 7. We willen geen nieuwe doodlopende watergangen. Bij bestaande doodlopende en afgesloten wateren zetten we gemaaltjes om de doorstroom te krijgen. Of fonteinen om te zorgen voor extra zuurstoftoevoer. 8. Bij het vervangen van belangrijke kunstwerken wordt er voor gezorgd dat het kunstwerk geen knelpunt voor vispassage (incl. paling) vormt. 9. Bij de grote overstorten vanuit de riolering hebben we extra voorzieningen (bergbezinkbassins) om de vuiluitworp zoveel mogelijk te voorkomen.

Ook bij het toepassen van hemelwaterriolen en waterafvoer bovengronds (over de weg) treffen we voorzieningen om verontreinigingen te voorkomen. 10. Het eventueel aanpassen van kunstwerken, duikers of beheerassets als gevolg van projecten/ontwikkelingen door gemeente of derden is op kosten van de initiatiefnemer. Als er een kans is om bij projecten/ontwikkelingen door gemeenten of derden bestaande knelpunten voor het peilbeheer op te lossen betalen we dit vanuit het beheerbudget van de gemeente. 11. Bij nieuwbouw maakt eventuele beschoeiing onderdeel uit van de particuliere grond en ligt de zorg voor onderhoud en vervanging bij de nieuwe grondeigenaren.

57/101

Inrichting van oevers De inrichting van de oevers wordt vooral bepaald door de beschikbare ruimte, keuzes ten aanzien van het beheer en het bodemmateriaal. Een basisregel is dat een flauwe oever stabieler is dan een steilere oever. Met een flauwe oever heb je ook meer waterberging, en mogelijkheden voor een gevarieerde vegetatie. Hier is echter wel ruimte voor nodig. De stabiliteit van een steile oever is sterk afhankelijk van het bodemmateriaal. Kleioevers kunnen bij een veel steilere helling stabiel blijven dan oevers in zand of veen. Kades zijn in de basis erg stabiel. Als het water langs de oever hard stroomt moet de oever stabieler zijn dan als het water stilstaat of nauwelijks stroomt. Vooral als er vlak langs het water huizen, parkeerplaatsen, een weg of een fietspad voorkomen is er weinig ruimte beschikbaar voor water, en is stabiliteit van belang. De stabiliteit van een oever kan vergroot worden door beschoeiing aan te brengen of met de hulp van de wortels van planten. Er zijn dus veel verschillende opties die goed kunnen aansluiten bij de plaatselijke situatie. In het verleden is er in Nissewaard vooral gekozen voor oevers met kort geknipt gras tot aan een hardhouten beschoeiing. Inmiddels is een groot deel van deze beschoeiing vergaan en is ook het gebruik van tropisch hardhout niet meer vanzelfsprekend.

Het standaard vervangen van deze oevers is een heel dure (en voor het tropisch regenwoud een twijfelachtige) keuze. We benutten de actuele situatie om de inrichting van de watergangen nog eens goed onder de loep te nemen en per locatie te kijken wat de mogelijkheden zijn om behalve het verkrijgen van een stabiele oever ook een bijdrage te leveren aan waterberging, ecologie, visuele aspecten, recreatie, beleving, waterkwaliteit etc.

58/101

Aanpak doelen oppervlaktewater We verbeteren de toestand en het functioneren van ons oppervlaktewater door te focussen op de speerpunten genoemd in H3: voldoende water, schoon water, robuust watersysteem, levendig water, aantrekkelijk water en peilbeheer. De aanpak voor het verder ontwikkelen van de kwaliteit (chemisch en ecologisch) van gemeentelijk oppervlaktewater en het robuuster maken van het watersysteem worden nog doorontwikkeld. In de LIOR, zal de komende jaren hierop gespecificeerd worden. Voldoende water Voor een voldoende waterbergende functie van het oppervlaktewater is nog vooralsnog berekend dat er 16 ha nodig is aan extra oppervlaktewater in Spijkenisse volgens het Watergebiedsplan Putten 2022-2027. We maken een start in het realiseren van deze bergende functie. Dit doen we onder andere door het verkennen van opties voor verbeterde sponswerking van het stedelijk en landelijk gebied. Daarnaast inventariseren we de waterbehoefte/ het watergebruik in de gemeente. Hier willen we zo veel mogelijk water besparen. We houden rekening met de voorkeursvolgorde van de provincie Zuid Holland: Besparen, Vasthouden, Bergen, Aanpassen en Afvoeren. Volgens het Delta Programma Zoetwater, word bij verminderde beschikbaarheid van zoetwater een plan gemaakt wie nog water mag gebruiken en hoeveel. De gemeente zal op deze momenten een beperkte aanvoer van zoet water krijgen.

Hiervoor moet een plan (waterbeschikbaarheidsplan) worden opgesteld in welke gebieden nog zoetwater kan worden ingelaten, welke gebieden beschermd moeten worden tegen inlaat van zout water. De vraag die hiervoor moet worden onderzocht is welke gebieden het meest kwetsbaar en van de grootste waarde zijn voor de leefomgeving. Levendig water Het oppervlaktewater en de oevers vormen samen met het groen van de gemeente de groenblauwe dooradering. Eén van de doelen is om ervoor te zorgen dat deze rijk is aan flora en fauna. Goede waterkwaliteit in het stedelijk en landelijk gebied vraagt onder andere om; beperking van de nutriëntenconcentratie; beperking van andere typen vervuiling, zoals chloride; toevoeging van nieuwe soorten, water- en oeverplanten; en inzicht in en verbetering van leefgebieden. We kijken in samenwerking met het waterschap naar oplossingen voor het verbeteren van de waterkwaliteit en doen ten behoeve van die kwaliteit onderzoek om de kennis te vergroten. Door bijvoorbeeld het uitvoeren van de geplande ecologie-scan kan beter geanticipeerd worden op de leefgebieden van bepaalde soorten en kan er een aanpak gemaakt worden voor het stimuleren van ‘levendig water' en meer continuïteit in habitats. Ook is het hierbij belangrijk om na te denken over faunapassage binnen de gemeente.

Het bepalen van locaties voor het aanplanten van water- en oeverplanten op de daarvoor geschikte plaatsen voor waterkwaliteit en ecologie wordt ondersteund door deze ecologie-scan, maar ook door beheervragen. Bijvoorbeeld het plaatsen van planten op plaatsen waar de oever achter de beschoeiing is weggespoeld. Daarnaast is in de Bernisse en op diverse locaties in het bebouwd gebied de afgelopen jaren blauwalg aangetroffen. Een indicator van slechte kwaliteit en ongezond om in de zwemmen. Om dit te voorkomen en verbeteren is er een bronaanpak en herinrichting nodig.

59/101

Robuust watersysteem Een robuust watersysteem, naar het voorbeeld van het waterschap (Figuur 3-2), kan (binnen grenzen) zowel extreme neerslag, hitte als droogte aan. Het water stroomt en de natte oevers bevatten vegetatie die nutriënten opnemen (zelfreinigend vermogen). Door water in natte perioden te bergen in het systeem is het beter opgewassen tegen een stootje bij periodes van droogte. Hiermee voorkomen we overlast, negatief zwemadvies en achteruitgang van het waterleven. Een robuust watersysteem bevat zoveel mogelijk grotere en diepere watergangen die via ruime duikers of bruggen met elkaar verbonden zijn. In de komende planperiode wordt onderzocht hoe we ons watersysteem robuuster kunnen maken en zullen hiervoor stappen worden gevolgd. We zullen onder andere verder gaan met het aanleggen van natuurvriendelijke oevers en onderzoeken waar de stroming kan worden geoptimaliseerd door verdieping, verbreding en beheren van doorstroming (onder andere verwijderen / voorkomen ophoping nutriënten). Circa 67% van de brede watergangen en 62% van de smallere sloten in Nissewaard zijn te ondiep, wat de doorstroming en waterkwaliteit ernstig belemmert. Door de slappe bodemstructuur in veel delen van het gebied wordt vaak niet eens de gewenste waterkolom van 1 meter gehaald.

Het aanbrengen van een zandbodem om de waterdiepte te vergroten en daarmee de waterkwaliteit en doorstroming te verbeteren is technisch mogelijk, maar brengt kosten met zich mee en vergt een goede aanpak. Hier maken we een start mee in de komende jaren. Schoon water We willen een verbetering van de doorzicht en een vermindering van afval/vervuiling in het water. Dat doen we door onder andere; het aanplanten van waterplanten, flora en fauna op orde, verminderen lozingen, maaibeheer en snoeibeheer dat zorgt voor minder belasting, en een aanpak voor minder nutriëntenaanvoer. Daarnaast zullen we starten met verbreden van ons beleid en beheer op aanpak schoon water. Om dit mogelijk te maken zullen we aanhaken bij regionale/landelijke trajecten. Dit zouden we onder andere kunnen doen door aan te sluiten bij het Europese project, Treassure. Aantrekkelijk water De vervangingsopgave van de beschoeiing is een mooie kans om de inrichting van de oevers aan te passen aan haar omgeving en aantrekkelijker te maken. Dit wordt in deze planperiode verder ontwikkeld. Daarbij werken we samen met het waterschap, waar zij dit al verder doorontwikkeld hebben. We gaan op weg naar de ideale watergang, figuur 3.2, en zullen hierin ook recreatie en aantrekkelijk karakter, ten behoeve van de leefbaarheid, meenemen in onze aanpak.

We zullen bij het bepalen van de kwaliteiten van onze watergangen kijken welke watergangen geschikt zijn voor verschillende types van gebruik. Goed Peilbeheer Voor de verbetering van het peilbeheer in secundaire en tertiaire watergangen wordt ingezet op verbetering van kennis/data van de huidige situatie door middel van het aanleggen van een nieuw grondwatermeetnet. Hiermee kan beter ingespeeld worden op gebieden met te lage/ te hoge waterstanden. Ook geeft dit een aanzet tot het water en bodem sturend werken. Hierin is het belangrijk dat we als keten onze basis op orde krijgen en beslissingen gaan nemen die resulteren in verantwoord peilbeheer. We zouden peilbeheer kunnen gebruiken voor bijvoorbeeld waterberging, echter, het Waterschap stelt regels vast voor peilbeheer en aanvoer van water op grotere watergangen. Dit resulteert in een groot belang in de samenwerking met het Waterschap bij het verkennen van de mogelijkheden van goed peilbeheer. Dit heeft ook gevolgen voor risico's binnen de fysieke leefomgeving.

60/101

We zullen ons in verband met leefbaarheid moeten afvragen wat we toestaan en wat niet.

Stimuleren van derden Voor het bereiken van deze doelen willen we ook onze inwoners en de bedrijven van onze regio te stimuleren om een bijdrage te leveren aan de waterkwaliteit. Vanuit een, nog op te stellen communicatieplan, kunnen we hier als gemeente op een goede manier aan werken/ en samen werken aan een toekomstbestendige leefomgeving.

7.5 Communicatie Het klimaatrobuust maken van onze gemeente kunnen we niet alleen, daar hebben we onze inwoners bij nodig, zie ook hoofdstuk 5. Meer dan de helft van de ruimte is immers particulier bezit. Daarnaast heeft iedere perceeleigenaar volgens de Omgevingswet de plicht om als dat redelijkerwijs kan, regenwater op eigen terrein te verwerken. Om een goede samenwerking te bereiken, is goede communicatie nodig. Met de inzet van de juiste communicatiemiddelen op het juiste moment. Hiervoor zal in de komende planperiode een communicatieplan worden opgesteld waarbij wordt nagedacht over de juiste methodes voor het communiceren van verwachtingen, maar ook bijvoorbeeld het op een goede manier geven van achtergrondinformatie bij de keuzes van de gemeente aan bewoners en bedrijven binnen de gemeente. In dit IGWP hebben we rekening gehouden met een toenemende participatie van inwoners bij de gemeentelijke watertaken in brede zin. We hebben hiervoor een budget opgenomen van € 45.000 per jaar.

7.6 Samenwerking in de waterketen Nissewaard werkt mee in de samenwerking Afvalwaterketen Voorne Putten. Dat blijven we ook doen. We wisselen regelmatig kennis en ervaringen uit en leren van elkaar. Waar mogelijk pakken we (onderzoeks)projecten gezamenlijk

61/101

op. We willen ons de komende jaren buigen over verdergaande samenwerking, ten aanzien van meten en monitoren, uniforme digitalisering en opheffen kwetsbaarheid gemalen- en persleidingen beheer en toezicht. Met het waterschap wisselen we gegevens uit over het functioneren van de gemalen door middel van een SCADA-koppeling. De waterkwaliteit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van waterschap en gemeente. We spannen ons gezamenlijk in om de waterkwaliteit waar nodig op orde te krijgen.

62/101

8

Middelen: wat hebben we nodig?

8.1 Introductie Om de opgave uit het vorige hoofdstuk te kunnen realiseren, hebben we personele en financiële middelen nodig. In dit hoofdstuk gaan we in op die benodigde middelen.

8.2 Personele middelen In het vorige Watertakenplan is aangegeven dat de formatie moest worden uitgebreid om een adequate rioleringszorg mogelijk te maken. Dat is (deels) gebeurd.

Gemeentelijke waterketentaken Op basis van de opgave in dit IGWP is met de formatietool van de Kennisbank Stedelijk Water (Stichting RIONED) berekend hoeveel formatie nodig voor de gemeentelijke waterketentaken. Dat hebben we afgezet tegen de huidige bezetting. In onderstaande tabel is dat samengevat. Tabel 8-1: Benodigde formatie gemeentelijke watertaken

Voor de komende planperiode is in ieder geval uitbreiding nodig met de volgende functies: -

Fulltime beleidsmedewerkers/beheerders (klimaat, assetmanagement, rekenen); Fulltime gegevensbeheerder (databeheer, assetmanagement, rekenen); Fulltime toezichthouder (projecten)

In de exploitatielasten is met deze uitbreiding rekening gehouden. Zonder deze uitbreidingen komt de uitvoering van het onderzoek en de maatregelen en daarmee de doelen van dit IGWP in gevaar.

63/101

Watersysteem De komende planperiode zal zoals omschreven gewerkt worden aan het doen van onderzoek en het opzetten van een toekomstbestendige aanpak voor onder andere grondwater, wateroverlast, het ontwikkelen van robuuste watergangen, levendig water en digitalisering. Tijdens het concretiseren van de aanpak en in de onderzoeksfases kan blijken dat er meer bezetting nodig is in de waterketen. Voordat we dit kunnen concluderen moet de basis eerst op orde zijn.

Klimaatadaptatie, water- en bodem sturend en meerlaagse veiligheid Voor klimaatadaptatie, waaronder meerdere thema’s vallen die raken aan het watersysteem, en voor beleid op het gebied van water- en bodem sturend en meerlaagse veiligheid is voor deze planperiode uitbreiding met 1 fte nodig om dit goed te borgen in de gemeentelijke processen.

Financiële middelen In deze paragraaf vatten we de benodigde financiële middelen samen die nodig zijn om onze doelen te behalen en ons areaal voor de gemeentelijke watertaken op orde te houden. We geven aan hoe we de kosten met de rioolheffing kunnen dekken. Uitgegaan is van een toerekening van 1/3e van de oppervlaktewaterkosten aan de rioolheffing. 2/3e van de oppervlaktewaterkosten moeten vanuit de algemene middelen worden bekostigd. Alle bedragen zijn op prijspeil juli 2025 en moeten dan ook voor de toekomst met de optredende inflatie worden geïndexeerd.

Totale uitgaven In Tabel 8-2 de totale uitgaven ten laste van de rioolheffing voor de planperiode en voor de totale beschouwde termijn aangegeven. In de bijlagen zijn de onderbouwingen en uitgebreide financiële tabellen opgenomen. Tabel 8-2 Totaaloverzicht uitgaven (tlv rioolheffing)

64/101

Tarief rioolheffing 2025 Onder de naam rioolheffing heffen we een belasting ter bestrijding van die kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: •

•

de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

We hanteren als heffingsmaatstaf het eigendom van een onroerende zaak dat direct of indirect is aangesloten op riolering. De eigenaar krijgt een vaste heffing per perceel. In 2025 zijn de tarieven: • •

8.2.1

voor eigendommen die in hoofdzaak tot woning dienen € 192,70; voor eigendommen die niet in hoofdzaak tot woning dienen € 385,39.

Heffingseenheden

We berekenen hier de rioolheffing voor de woningen. Niet woningen betalen twee keer het tarief van de woningen en tellen daarom in het aantal heffingseenheden dubbel mee. In de kostendekkingsberekening is uitgegaan van 44.145 heffingseenheden in 2026. Er is rekening gehouden met groei van het aantal heffingseenheden met 628 in deze planperiode.

8.2.2

Inkomsten anders dan rioolheffing

De stand van de tariefegalisatievoorziening per 1-1-2025 is € 9.570.246,-. Dit wordt ook aangehouden als beginstand voor 1-1-2026.

8.2.3

Benodigde inkomsten uit algemene middelen voor oppervlaktewaterbeheer

In de rioolheffing zijn de kosten voor oppervlaktewaterbeheer voor 33% toegerekend aan de rioolheffing. Het resterende deel (67%) moet uit de algemene middelen worden bekostigd. Voor de planperiode zijn de extra kosten aangegeven in onderstaande tabel. Tabel 8-3: Lasten oppervlaktewaterbeheer algemene middelen

65/101

8.2.4

Kostendekking

Deze paragraaf toont de benodigde kostendekking voor de korte termijn, in het licht van de lange termijn (2026-2085). Aanleg van riolering voor nieuwe bestemmingsplannen wordt bekostigd uit de exploitatieopzet van die plannen en zijn verdisconteerd in de grondverkoopprijs. De kosten van beheer van riolering worden gedekt uit de rioolheffing, net als 33% van de kosten van het waterbeheer (inclusief baggeren), een deel van de straatveegkosten en de kosten voor het tegengaan van wateroverlast (klimaatadaptatie). Uitgaande van de in dit IGWP opgenomen uitgaven en inkomsten, is het direct kostendekkende basistarief voor de rioolheffing berekend op € 320 per heffingseenheid per jaar. In dit tarief is de compensabele BTW opgenomen, de na 2085 doorlopende kapitaallasten zijn buiten beschouwing gelaten. De huidige heffing van € 192,70 (woningen) is niet voldoende om alle uitgaven op langere termijn te bekostigen. Er zijn vele mogelijkheden om naar een kostendekkend niveau te groeien. In wezen is het een vraagstuk van verdeling in de tijd: hoe langzamer we naar een kostendekkend niveau groeien, hoe hoger we uiteindelijk uitkomen. Hierna is een mogelijke ontwikkeling van de rioolheffing weergegeven met de daarbij behorende stand van de voorziening.

Voorstel is om de huidige rioolheffing van € 192,70,- in de planperiode 2026-2030 jaarlijks te laten stijgen met € 7,50 (exclusief inflatiecorrectie). De benodigde rioolheffing in de planperiode is zoals in Tabel 8-4 aangegeven. Tabel 8-4: Voorgestelde ontwikkeling rioolheffing

Na de planperiode is tot en met 2042 moet de jaarlijkse stijging van € 7,50 (aangevuld met inflatiecorrectie) worden doorgezet om een negatieve voorziening te voorkomen, zie ook Figuur 8-1.

66/101

Figuur 8-1: Getrapte invoering kostendekkend tarief

De voorziening is bedoeld om schommelingen in de uitgaven, vooral als gevolg van schommelingen in de vervangingsinvesteringen, op te vangen. Deze zijn in bovenstaand plaatje gebaseerd op de prognose van nu. Dat zal er bij het volgende IGWP anders uit kunnen zien. De voorziening neemt in de planperiode af van € 9,6 miljoen naar € 1,3 miljoen eind 2030.

67/101

68/101

Bijlage 1: Tabellen kostendekkingsberekening

69/101

70/101

71/101

72/101

73/101

74/101

75/101

76/101

77/101

78/101

79/101

80/101

81/101

82/101

83/101

84/101

Bijlage 2: Eisen LIOR (halfjaarlijks krijgt het handboek een update) H4 Waterhuishouding – stedenbouwkundig niveau voor alle gebieden Onderwerp

Beleidseisen (en evt gebruikerseisen)

Verantwoordelijkheden Het Waterschap is verantwoordelijk voor het onderhoud van de primaire - Algemeen watergangen en de gemeente voor de secundaire en tertiaire watergangen. De eisen en voorwaarden die het Waterschap m.b.t. de waterhuishouding stelt (bijvoorbeeld m.b.t. berging, doorstroming, bereikbaarheid voor beheer en onderhoud), dienen opgevraagd te worden bij het Waterschap. De initiatiefnemer informeert het Waterschap vroegtijdig over een project of ontwikkeling en initieert een overleg m.b.t. de watertoets. Voor dit overleg dient een vertegenwoordiger van de gemeente uitgenodigd te worden. Flora en Faunawet

Bij dempen en baggeren van watergangen moet rekening worden gehouden met de Flora en Faunawet en eventuele ontheffing. Er dient door de ontwikkelaar bij het Waterschap een keurvergunning te worden aangevraagd.

Water en bodem sturend

Het bodem-watersysteem is sturend bij de inrichting. Daardoor wordt Nissewaard bestand tegen klimaatverandering en voorkomen we nog meer druk op de biodiversiteit.

Grondwater zorgplicht De gemeente dient grondwateroverlast te voorkomen. Klimaatadaptatie Doelen

Droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen, groen, water en vitale of kwetsbare functies. Voorkeursvolgorde (regen)watergebruik: 1. Benutten en besparen 2. Vasthouden en infiltreren 3. bergen 4. Afvoeren Het thema droogte en grondwater wordt verder uitgewerkt in LIOR hoofdstuk Toekomstbestendige leefomgeving.

Ecologie - Habitat

Vanuit het NNN (natuur netwerk nederland) draagt de gemeente verantwoordelijkheid om de verbinding te leggen tussen gebieden met hoog ecologische waarde. Dit word ook wel de groen-blauwe dooradering genoemd. Dit willen we als gemeente versterken op alle schaalniveaus.

Ecologie Exotenverordening

In het geval dat verantwoordelijkheid invasieve soorten bij de grondeigenaar ligt, dient de gemeente hier werk van te maken binnen de volgende voorkeursvolgorde: 1) Signaleren, 2) Beheersen, 3) Bestrijden.

Ecologie - Natura 2000 Binnen de gemeente vallen (op dit moment) twee Natura2000 gebieden. Binnen deze gebieden worden beschermingszones aangeduid. De regels en invulling van deze gebieden en aanrakende gebieden dienen goed te worden afgestemd met Provincie Zuid-Holland.

85/101

KRW

Bij afstroom op KRW-Lichamen dient de waterkwaliteit in acht te worden genomen.Dit is de verantwoordelijkheid van de gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16219916/2