Integraal gemeentelijk waterplan Nissewaard 2026-2030
Tekst van het document
1.
Opstellers
Gemeente Nissewaard: Jon van Hout Chaniek Mellink Quino Kraak Hans Kriele Wilco van Bodegraven (inhuur)
Sweco: Karst Jan van Esch Dorine van der Linde
Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Gecontroleerd door Vrijgegeven door Datum Versie Documentreferentie
Handelsregister 30129769 Nissewaard Watertakenprogramma 2025 51014105 Gemeente Nissewaard Dorine van der Linde, Karst Jan van Esch Projectgroep Elwin Leusink 05-11-2025 D1 NL25-648800269-147137, IGWP Nissewaard 2026 D1.docx
2/101
Inhoudsopgave
0 1
Proloog: Water in Nissewaard ....................................................................................... 5 Inleiding ......................................................................................................................... 6 1.1 Introductie ......................................................................................................... 6 1.2 Doel van het Integrale Gemeentelijke Waterplan IGWP ................................... 7 1.3 Waterketen en watersysteem ........................................................................... 7 1.4 Leeswijzer ......................................................................................................... 9
2 3
Even terugkijken .......................................................................................................... 10 Wat willen we: taken en doelen ................................................................................... 12 3.1 Introductie ....................................................................................................... 12 3.2 Wettelijke kaders ............................................................................................. 12 3.3 Ontwikkelingen ................................................................................................ 17 3.4 Wat willen we met water ................................................................................. 18
4
Water en bodem sturend ............................................................................................. 25 4.1 Introductie ....................................................................................................... 25 4.2 Lokaal water en bodem sturend ...................................................................... 25 4.3 Locatiekeuze nieuwbouw ................................................................................ 27 4.4 Veerkrachtig landelijk gebied .......................................................................... 28
5
Verantwoordelijkheden: wie doet wat? ........................................................................ 29 5.1 Introductie ....................................................................................................... 29 5.2 Wat doet de gemeente? .................................................................................. 29 5.3 Wat verwachten wij van onze inwoners en bedrijven? ................................... 30 5.4 Gemeentelijke regels ...................................................................................... 31
6
Huidige situatie: toestand en functioneren voorzieningen waterbeheer ..................... 32 6.1 Introductie ....................................................................................................... 32 6.2 Riolering .......................................................................................................... 32 6.3 Grondwater ..................................................................................................... 38 6.4 Oppervlaktewater ............................................................................................ 38
7
Uitvoeringsplan 2026-2030 ......................................................................................... 45 7.1 Introductie ....................................................................................................... 45 7.2 Stedelijk afvalwater en hemelwater ................................................................ 45 7.3 Grondwater ..................................................................................................... 51 7.4 Oppervlaktewater ............................................................................................ 53 7.5 Communicatie ................................................................................................. 61 7.6 Samenwerking in de waterketen ..................................................................... 61
8
Middelen: wat hebben we nodig? ................................................................................ 63 8.1 Introductie ....................................................................................................... 63
3/101
8.2
Personele middelen ........................................................................................ 63
Bijlage 1: Tabellen kostendekkingsberekening ..................................................................... 69 Bijlage 2: Eisen LIOR (halfjaarlijks krijgt het handboek een update) ................................... 85 Bijlage 3: Afwegingskader Water en bodem sturend ............................................................ 93 Bijlage 4: Lijst met afkortingen en definities .......................................................................... 95
4/101
0
Proloog: Water in Nissewaard
In het DNA van Nissewaard speelt water een belangrijke rol. We liggen op een eiland en zijn omgeven door grote wateren, De Oude Maas in het noordoosten, het Spui in het zuidoosten en het Haringvliet in het zuiden. Alleen in het westen wordt de grens van de gemeente niet door water bepaald. Langs de grote wateren liggen de Natura 2000 gebieden Haringvliet en Oude Maas en samen met de aangrenzende gebieden zoals de Wolvenpolder, Welvliet, delen van de Bernisse, en polder Biert vormen deze het Natuurnetwerk Nederland. Deze gebieden, samen met bijvoorbeeld de broedvogelweidegebieden, vervullen een belangrijke rol bij het beleven van de natuur rondom Nissewaard en het op peil houden van de lokale ecologie in de gemeente. We liggen in een polder grotendeels onder zeeniveau waar we het water permanent moeten sturen om te voorkomen dat we natte voeten krijgen of het te droog wordt en verdere zetting (bodemdaling) optreedt. We zorgen als gemeente zelf voor het waterpeil van het overgrote deel van de watergangen in het stedelijk gebied. Het waterschap is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de hoofdwatergangen en in het landelijk gebied. De Bernisse vormt samen met het Brielse Meer een van de belangrijkste aanvoerroutes voor zoet water, Voorne Putten is hierbij als zoetwater reservoir erg belangrijk.
In droge perioden is nog een veel groter gebied afhankelijk van het inlaatpunt bij het Spui. Dit punt blijft volgens de berekeningen nog zoet water leveren nadat de andere inlaatpunten in de regio door verzilting als gevolg van klimaatverandering twee tot vier weken niet meer gebruikt kunnen worden, al zullen ook hier de hoeveelheden in de toekomst verminderen. De gemeente is niet zelf verantwoordelijk voor de wateraanvoer, maar faciliteert deze wel via de ruimtelijke ordening. Een goed functionerend stelsel van riolen, gemalen en persleidingen en andere voorzieningen zorgt ervoor dat het huishoudelijke afvalwater op een verantwoorde wijze wordt ingezameld en afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie en dat afvloeiend hemelwater goed wordt verwerkt. Dat draagt bij aan schoon en helder water, droge voeten en een goede leefomgeving. De ruime blauwgroene dooradering van de gemeente zorgt voor veel burgers voor woongenot, koelte, recreatie. In de blauwgroene aders vangen we zware regenbuien op, en hebben we ruimte voor het behouden en ontwikkelen van biodiversiteit. Ook onze (soms natte) parken leveren daar samen met het project ‘kreeken, kweeken’ en het Natuurnetwerk Nederland (NN) een bijdrage aan.
5/101
1
Inleiding
1.1 Introductie Dit is het eerste ‘integraal gemeentelijk waterplan (IGWP)’ voor Nissewaard. In dit plan geven we een overzicht van de taken en ambities die de gemeente heeft op het gebied van water. We beschrijven de verschillende taken en mogelijkheden van de gemeente voor: • • • •
De waterketen (stedelijk afvalwater en riolering); Het watersysteem (neerslag, grondwater, oppervlaktewater); De wateraspecten van klimaatadaptatie; Water en bodem sturend in de ruimtelijke ordening.
De aanleidingen voor het IGWP zijn het verlopen van het huidige plan Gemeentelijke Watertaken Nissewaard 2021-2025 en de wens om de activiteiten van de gemeente voor het watersysteem, de waterketen en klimaatadaptatie meer op elkaar af te stemmen. Dit IGWP vervangt: • •
Het Gemeentelijk watertakenplan 2021-2025; Het Beleids- & Beheerplan Stedelijk water 2022 (niet vastgesteld).
Het plan is (nog) geen programma onder de Omgevingswet, maar biedt wel de informatie die nodig is voor bijvoorbeeld een programma blauw-groen. Hier kan tijdens de planperiode aan worden gewerkt. Scenario’s In de voorbereiding van dit IGWP zijn verschillende scenario’s bekeken, van voortbouwen op hoe het nu gaat tot een scenario waarbij Nissewaard in 2050 klimaatvitaal is en het watersysteem geoptimaliseerd is. Gekozen is voor een mix van vitaliteit en realiteit. We willen zoveel mogelijk werk-met-werk maken en werkzaamheden in de openbare ruimte op elkaar afstemmen. Dat geeft de minste overlast en betekent een efficiënte inzet van middelen, zowel financieel als personeel. Dat brengt met zich mee dat Nissewaard de komende decennia hard aan de slag gaat met maatregelen om klimaatadaptief te worden en dat de afronding van die werkzaamheden in 2075 zal zijn gerealiseerd. Voor het watersysteem gaan we waar zinvol en mogelijk inzetten op natuurvriendelijke oevers, voldoende waterkwaliteit en goede inpassing in de omgeving. .
6/101
1.2 Doel van het Integrale Gemeentelijke Waterplan IGWP Ons afvalwatersysteem beschermt de volksgezondheid en het milieu door het vuile water af te voeren naar de zuivering. Het watersysteem moet genoeg hemelwater lokaal vasthouden voor de functies die hiervan afhankelijk zijn, zoals de bodem, watergangen en groenvoorzieningen. Ook willen we een zo natuurlijk mogelijk grondwaterniveau zonder structurele grondwateroverlast of onderlast. Het water- en rioolsysteem is daarom een belangrijk onderdeel van de leefomgeving, waarmee er een directe relatie ligt met andere vakgebieden in de bovengrondse en ondergrondse openbare ruimte. Goedwerkende voorzieningen, zoals riolering, duikers en oeverbeschermingen, en een goede waterkwaliteit zijn nodig om deze waterstromen in goede banen te leiden voor: • • • • •
het beschermen van de volksgezondheid; het beschermen van het milieu; het handhaven van de kwaliteit van de openbare ruimte; het mitigeren van de negatieve effecten van klimaatverandering waterbeheer.
Het doel van het IGWP is duidelijkheid te bieden over de manier waarop de gemeente omgaat en om wil gaan met het water in Nissewaard en de randvoorwaarden die dat biedt voor overige activiteiten.
1.3 Waterketen en watersysteem Als er wordt gesproken over water in de stad, dan maken we onderscheid tussen: • •
Het watersysteem (bestaande uit oppervlaktewater en grondwater); en De waterketen, die op haar beurt weer onderverdeeld is in: o De drinkwaterketen (winning, bereiding en distributie) en o De afvalwaterketen (inzameling, verwerking (waaronder transport) en zuivering).
Tussen de waterketen en het watersysteem bestaan veel interacties. Niet alleen het hemelwater, maar ook het grondwater en het oppervlaktewater hebben interactie met onderdelen van de waterketen. Hydrologisch gezien is het daarom lastig te spreken van twee “systemen”. Het gaat tenslotte om het geheel.
7/101
waterketen
DE LEEFOMGEVING (gezond systeem, geen overlast, ruimtelijke kwaliteit, recreatie & natuur)
(verhard) neerslag oppervlak
drinkwater en proceswater
gebruik
inzameling (riolering)
transport
watersysteem
lokaal oppervlaktewater
zuivering
regionaal oppervlaktewater
ondiep grondwater
diep grondwater
Figuur 1-1 watersysteem en waterketen en hun interacties
In Figuur 1-1 is aangegeven dat neerslag die op het verhard oppervlak valt (linksboven) en het gebruikte drinkwater en proceswater in de riolering worden verzameld en worden getransporteerd naar de zuivering. Onderweg kan de riolering via lekken als drainage van ondiep grondwater functioneren of juist water infiltreren in de grond. Ook kan water via riooloverstorten of hemelwateruitlaten naar het oppervlaktewater stromen. Na de zuivering wordt het gezuiverde water (effluent) geloosd op het regionaal oppervlaktewater. Vanuit de tot 1-1-2024 geldende wettelijke verplichting voor een Gemeentelijk Rioleringsplan, ligt het accent in het gemeentelijk waterbeleid van oudsher op de waterketentaken en specifiek de rioleringszorg. In het Watertakenplan 20212025 is al aangegeven dat de zorg voor het totale watersysteem steeds belangrijker wordt. Het is voor de gemeente daarom belangrijk om naast de aandacht voor riolering ook doelstellingen en beleid te formuleren voor het gehele watersysteem. Zoals in Figuur 1-1 is te zien zijn er vele raakvlakken tussen de waterketen en het watersysteem. Onder andere via overstorten, het afvoeren van regenwater en het reguleren van grondwaterstanden. In Figuur 1-2 is een overzicht gegeven van de verschillende waterstromen waar we als gemeente mee te maken hebben.
8/101
Figuur 1-2: Waterstromen
Naast de concrete waterbeheertaken heeft het oppervlaktewater binnen de gemeente een intrinsieke waarde voor het beleven van de omgeving. Ook biedt het kansen voor de verbetering van een kwalitatief en biodivers leefgebied, verkoeling bij hittestress en waarde als zichtwater. Daarmee draagt het bij aan de doelstellingen van de gemeente: Hier wil je zijn, en hier kom je in beweging.
1.4 Leeswijzer We beginnen met een terugblik op de afgelopen periode, gevolgd door een vooruitblik in de visie op onze doelstellingen en de verbinding met de omgevingsvisie. Hoofdstuk 4 gaat in op de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen in het waterbeheer en de verwachtingen die we van elkaar hebben. In hoofdstuk 5 gaan we in op de verantwoordelijkheden en in hoofdstuk 6 bespreken we de huidige situatie, in hoofdstuk 7 de aanleg, de onderzoeken en de maatregelen die we in de komende planperiode willen uitvoeren, en tenslotte, in hoofdstuk 8, de middelen die we hiervoor nodig hebben.
9/101
2
Even terugkijken
We blikken met tevredenheid terug op de afgelopen planperiode en de behaalde resultaten op het gebied van slimme GIS-innovaties, robuuste infrastructuur en versterking van samenwerking, zowel binnen de gemeenten met alle watergerelateerde afdelingen, als binnen de regio. We hebben inzicht in de kwaliteit van onze riolering door inspectie van 216 kilometer riool en de beoordeling van 50 kilometer in projectaanleg. Met een focus op preventief onderhoud hebben we riolen gerenoveerd en gereinigd met waterjets. We hebben bovendien belangrijke stappen gezet door voor de tweede keer een renovatiebestek voor grote gemalen op te leveren en een tweede keer groot onderhoud aan minigemalen uit te voeren. Daarnaast hebben we twee belangrijke hoofdpersleidingen geïnspecteerd middels geavanceerde technologie waarbij we exact de onderhoudsstaat van de leidingen in beeld hebben gebracht. Ook is er een GIS-viewer gemaakt waarbij het transportsysteem van de hoofdrioolgemalen en persleidingen zijn weergegeven met hydraulische berekeningen waarmee de capaciteitsruimte van de gemalen in Nissewaard zichtbaar is gemaakt. Wij zijn niet alleen doeners, maar ook planners. Dit jaar hebben we substantiële investeringen gedaan in calamiteitenonderhoud aan kolken, lijngoten en perceel aansluitleidingen, wat de basis vormt voor een strategisch herstelplan.
Daarnaast hebben we een gedetailleerde stresstest klimaatadaptatie uitgevoerd om de risico’s van klimaatverandering voor woningen en wegen in kaart te brengen. Dankzij ons meerjarenplan en de herijking van het Watertakenplan zijn we goed voorbereid op de klimaat- en duurzaamheidsuitdagingen van de toekomst. In 2024-2025 hebben we ons beheermodel geactualiseerd en strategieën ontwikkeld, onder andere voor de aansluit- en hemelwaterverordening. Data gestuurd beheer is essentieel en krijgt steeds meer aandacht. De voortgang van onze werkzaamheden is zichtbaar gemaakt via een MJUP-monitoringstool. We hebben ook maatregelen genomen tegen onvoorziene lozingen en de gevolgen van extreme piekbuien. We hebben de afgelopen 5 jaar 21 km particuliere beschoeiing vervangen en 3 km ingestorte oevers hersteld. Daarnaast hebben we 5 km natuurvriendelijke oever aangelegd langs o.a. het Russelpad en de begraafplaats. We hebben 5 stuwen vervangen waarvan 1 ook is voorbereid op automatisering. Een deel van de watergangen is verbreed, deels voor het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, maar ook om de bergingscapaciteit van het gebied te vergroten. In de nieuwbouwprojecten is er toegevoegde ruimte voor water (extra watergangen) om de gevolgen van klimaatverandering verantwoord op te kunnen vangen.
Verder hebben we de benodigde bagger- en maaiwerkzaamheden gedaan om te voldoen aan de Legger van het waterschap.
10/101
Met de implementatie van 2.300 m³ waterbufferzones en 105 groenblauwe daken hebben we regenwateroverlast op kwetsbare locaties verminderd. We hebben het ‘geoportaal riolering’ geïntroduceerd voor onderhoud en efficiënt beheer. Dit is een GIS-omgeving waarin onze data is opgenomen en allerlei kaartmateriaal, betrokken beschikken zo over dezelfde informatie. Om beter voorbereid te zijn op de toekomst is geïnvesteerd in een aanbesteding voor het aanleggen van een nieuw grondwatermeetnet. Hiermee kan in de komende periode verder gewerkt worden aan water- en bodem sturend en zal er meer inzicht komen aan de voorkant van projecten/ wateroverlast. Onze successen zijn te danken aan onze mensen. We hebben geïnvesteerd in kennisontwikkeling en nieuwe collega’s verwelkomd. We hebben omgevingstafels georganiseerd voor samenwerking met externe partijen. Rioleringszorg en waterbeheer omvat veel meer dan alleen ondergrondse werkzaamheden. Ook de openbare ruimte speelt een steeds grotere rol, bijvoorbeeld bij de verwerking van grote hoeveelheden hemelwater. Het gaat om innovatie, samenwerking en toekomstgericht werken. Met trots kijken we terug op de afgelopen planperiode en met ambitie vooruit naar de nieuwe planperiode, waarin we verder zullen inzetten op datakwaliteit en -kwantiteit.
Slimme data en een effectief rioolstelsel en watersysteem zijn cruciaal voor een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving. Samen bouwen we aan een sterke basis voor de toekomst.
11/101
3
Wat willen we: taken en doelen
3.1 Introductie In dit hoofdstuk kijken we naar de doelen die we willen stellen aan onze waterketen en het watersysteem, het beleid dat we voeren om die doelen te bereiken en de taken die hierbij horen. Deze gemeentelijke taken, worden beïnvloed door de wettelijke kaders op Europees, nationaal en regionaal niveau, maar ook door nieuwe ontwikkelingen die op ons afkomen.
3.2 Wettelijke kaders 3.2.1
Europese regelgeving
Kaderrichtlijn Water KRW De Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt normen voor de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. Deze normen gelden voor benoemde KRW-waterlichamen maar zijn ook van invloed op grond- en oppervlaktewater dat met die KRWwateren in verbinding staat. Wat is de Kaderrichtlijn Water (KRW)? De KRW is Europese wetgeving die als doel heeft om de chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa op orde te brengen en te waarborgen. De KRW bepaalt dat alle wateren in 2027 een goed leefgebied moeten vormen voor de planten en dieren die er thuishoren. Voor de grote wateren in Nederland zijn specifieke doelen vastgelegd, zodat wordt toegewerkt naar gezond water voor mens, dier en plant.
Richtlijn stedelijk afvalwater (UWWTD), herzien De Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater is herzien en in overeenstemming gebracht met de ambities van de Europese Green Deal. De lidstaten zijn onder andere verplicht om een allesomvattend beheerplan te ontwikkelen voor het omgaan met stedelijk afvalwater. Voor agglomeraties met een inwonerequivalent (i.e.) van meer dan 100.000 moet dit plan uiterlijk op 31 december 2033 klaar zijn. Voor kwetsbare gebieden met een populatie-equivalent tussen 10.000 en 100.000 is de deadline voor het plan vastgesteld op 31 december 2039. Deze beheerplannen zullen iedere zes jaar herzien worden om te verzekeren dat ze in lijn zijn met de vereisten van de regelgeving. Ook voor de rioolwaterzuiveringen heeft deze richtlijn gevolgen: de eisen aan het effluent worden strenger. Voor de gemeente kan dit tot gevolg hebben dat er ook aan het influent (dat wat de gemeente aanlevert) eisen gesteld gaan worden en dat er meer aandacht komt voor en handhaving op zogenaamde indirecte lozingen. Dat zijn lozingen van bedrijven op de riolering.
12/101
De richtlijn is nog niet naar Nederlandse wetgeving vertaald. Pas als dit is gedaan weten we wat deze richtlijn precies gaat vragen. Daarom is het belangrijk om de ontwikkelingen over de richtlijn goed te blijven volgen de komende planperiode.
Overige EU-richtlijnen Er zijn meer Europese richtlijnen die, weliswaar minder direct, van invloed zijn op het omgaan met waterketen en watersysteem, zoals: • • •
EU actieplan bodemvervuiling; EU regelgeving natuur en biodiversiteit; EU habitatrichtlijnen.
Deze zijn verwerkt in de regelgeving van provincies en waterschappen.
3.2.2
Landelijke regelgeving
Omgevingswet We hebben als gemeenten wettelijke plichten als het gaat om de watertaken: Stedelijk afvalwater
Op grond van de Omgevingswet artikel 2.16 lid 1a-3 is elke gemeente verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de in de gemeente gelegen percelen. Alle percelen binnen de bebouwde kom zijn daarom aangesloten op (vrijverval) riolering. Buiten de bebouwde kom zijn alle percelen aangesloten op vrijvervalriolering, mechanische riolering, een individuele behandeling van afvalwater (IBA) of een geoorloofd alternatief. Het waterschap heeft op grond van artikel 2.17 lid 1-a2 uit de Omgevingswet de verplichting om het afvalwater te (laten) zuiveren).
Afvloeiend hemelwater
Vanuit de Omgevingswet artikel 2.16 lid 1-a1 zijn gemeenten verplicht om zorg te dragen voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater, maar alleen als degene die zich ervan wil ontdoen niet redelijkerwijs het water zelf kan verwerken op het eigen perceel, door het in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen.
Grondwater
In de Omgevingswet artikel 2.16 lid 1-a2, is bepaald dat de gemeente de zorg heeft om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit doet de gemeente door maatregelen te treffen in het openbaar gemeentelijke gebied voor zover deze doelmatig zijn en niet tot de zorg van de (grond)waterbeheerder of de provincie behoort. De verantwoordelijkheid voor grondwater ligt primair bij de perceeleigenaar, de gemeente komt pas in beeld als de perceeleigenaar nadelige gevolgen redelijkerwijs niet zelf kan voorkomen.
13/101
Besluit kwaliteit leefomgeving
Ook volgt uit het besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 3.16) dat de gemeente er zorg voor draagt dat een openbaar vuilwaterriool zo wordt ontworpen, gebouwd en onderhouden dat: 1. het zoveel mogelijk berekend is op de eigenschappen, samenstelling en hoeveelheid van het afvalwater, 2. lekkage zoveel mogelijk wordt voorkomen, en 3. het aantal overstortingen zo beperkt is als voor een doelmatig beheer van afvalwater mogelijk is.
Landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving De landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving is in 2023 aangeboden aan de kamer. De landelijke maatlat is onderdeel van de Nationale aanpak Klimaatadaptatie gebouwde omgeving. De landelijke maatlat is de basis voor het klimaatadaptief bouwen, waaraan voldaan moet worden om toekomstbestendig te ontwikkelen. De landelijke maatlat definieert eenduidig voor nieuwbouw wat we onder klimaatadaptief bouwen en inrichten verstaan en bestaat uit kwalitatieve doelen, kwantitatieve prestatie-eisen en richtlijnen voor de thema’s overstromingen, wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit en bodemdaling. Met deze maatlat wordt het voor medeoverheden, vastgoedeigenaren en de bouwsector duidelijk wat nodig is voor klimaatbestendige nieuwbouwontwikkelingen.
14/101
Figuur 3-1: Landelijke maatlat ‘Klimaatadaptatie gebouwde omgeving’
15/101
3.2.3
Provincie Zuid-Holland
Het regionaal waterprogramma bevat de uitwerking van het waterbeleid voor de provincie en is onderdeel van het omgevingsprogramma. Dit programma is enkel bindend voor de gedeputeerde staten. Toch heeft het regionaal waterprogramma gevolgen voor overheden, als gemeenten, omdat zij wettelijk verplicht zijn rekening te houden met de vastgelegde onderdelen. De vastgelegde beleidskeuzes gaan in op: waterveiligheid en wateroverlast; mooi en schoon water; deltaprogramma; bodemdaling; waterrecreatie en vaarwegen. Per thema is in het programma vastgelegd wat de verwachtingen zijn voor gemeenten.
3.2.4
Waterschap Hollandse Delta
In het kader van de overgang naar de Omgevingswet is de Keur van het waterschap vervangen door de waterschapsverordening Hollandse Delta die geldig is sinds 2025. In de Waterschapsverordening staan alle regels die bepalen welke activiteiten waar in ons gebied mogen plaatsvinden en onder welke voorwaarden. De Waterschapsverordening bevat regels voor dijken en duinen, sloten en singels en grondwater binnen het werkgebied van een waterschap. Deze regels gelden voor iedereen. Ieder jaar, vanaf begin december controleert waterschap Hollandse Delta of de sloten goed worden onderhouden. Dit heet de 'maaischouw'. Tijdens de schouw kijkt het waterschap of degene die de sloot moet onderhouden, de onderhoudsplichtige, ervoor zorgt dat het slootwater goed kan doorstromen. Zo wordt wateroverlast in de natte herfst- en wintermaanden voorkomen.
3.2.5
Watergebiedsplan – Deelgebied Putten
Het Waterschap onderzoekt met de watergebiedsplannen het functioneren van de lokale watersystemen. Hierbinnen worden knelpunten geanalyseerd en oplossingen bedacht, uitgewerkt en uitgevoerd. Deze taken worden uitgevoerd door het waterschap, echter bij oplossingen in gemeente-eigendommen wordt de gemeente (mede) verantwoordelijk gesteld voor uitvoering/kosten. We streven ernaar deze knelpunten gezamenlijk te benaderen en op te lossen.
3.2.6
DPRA Werkregio - Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie
Vanwege het veranderende klimaat bereiden we ons als gemeente voor op veranderende omstandigheden, dit noemen we ruimtelijke adaptatie. In de DPRA werkregio werken we als gemeente (Nissewaard) samen met gemeente Voorne aan Zee, WSHD en de Provincie Zuid-Holland om weerbaar te worden binnen de vier ruimtelijke thema's: wateroverlast, hitte, droogte en overstromingsgevaar. Deze thema's raken sterk aan het watersysteem.
16/101
3.3 Ontwikkelingen In deze planperiode (2026-2030) moeten grote en integrale thema's hun plek krijgen. Er zijn veel ontwikkelingen gaande binnen het thema van riolering en stedelijk water. We volgen deze ontwikkelingen en bekijken wat de invloed is op onze eigen gebied specifieke zorgplicht.
Klimaatadaptatie In Nederland is landelijk het doel gesteld om in 2050 het land klimaatadaptief te hebben ingericht. We nemen maatregelen zodat we op het veranderende klimaat zijn voorbereid. We kijken verder dan het voorbereiden van de leefomgeving op periodes met extreme neerslag en droogte. Ook hittestress en de verslechtering van de biodiversiteit zijn gevolgen van het veranderen van het klimaat, maar deze vallen niet direct onder de watertaken. Bij alle projecten hebben we aandacht voor de integrale oplossingen waarmee we (indirect) kunnen bijdrage aan doelen van andere vakgebieden, hittestress en meer biodiversiteit. In 2023 is een landelijke maatlat gepresenteerd: “De landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving”, zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.. De maatlat is een landelijk uniform referentiekader met doelen, prestatie-eisen en richtlijnen voor wateroverlast, hitte, droogte, biodiversiteit, bodemdaling en overstromingen. Met deze maatlat kunnen op basis van water en bodem sturend projectkeuzes worden gemaakt. In hoofdstuk 4 wordt hier verder op ingegaan. In gemeente Nissewaard willen we dat alle nieuwbouw ontwikkelingen voldoen aan de maatlat. In 2025 maken we de maatlat praktischer en specifieker voor Nissewaard in een Programma van Eisen Klimaatbestendige Nieuwbouw. Daarnaast hebben we de maatlat opgenomen in de LIOR.
Ook onderzoeken we in welke andere gemeentelijke instrumenten de maatlat nog moet landen.
Digitalisering Digitalisering is niet meer weg te denken in onze samenleving, het levert een belangrijke bijdrage aan effectief en efficiënt werken. Binnen de gemeente Nissewaard werken we hard aan digitalisering van onder andere de beheergegevens. Voor landelijke en regionale uniformiteit en uitwisselbaarheid van gegevens registreren we onze data uniform. We nemen data en projecten op in GIS (Geografisch Informatie Systeem) en hebben onze rioleringsgegevens grotendeels geconformeerd aan de GWSW-standaard van stichting RIONED. Bij capaciteitsgebrek in de personele bezetting is automatisering een deel van de oplossing, wanneer gebruik wordt gemaakt van een flexibele schil, met externe professionals. Door gebruik van digitalisering verbeteren we de samenwerking met interne en externe partners. Zo kunnen we in- en extern slimmer en betere samenwerken als één keten.
17/101
Duurzaamheid Binnen de zorg voor waterketen en watersysteem kunnen we ook bijdragen aan duurzaamheid. Bijvoorbeeld, afvalwater is niet alleen een afvalstof, maar er zitten ook nuttige grondstoffen en energie in die kunnen worden gebruikt. Het Waterschap Hollandse Delta zet in op duurzame ontwikkelingen, zo zijn ze bezig met het beperken van uitstoot bij de zuivering van afvalwater en kijken ze naar het gebruik van slib als energiebron. Wij volgen de ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid bij partijen als het waterschap, laten ons erdoor inspireren en verwerken dat zo mogelijk in ons duurzaamheidsbeleid. Voor het hergebruik van slib is rond 2020 in Nissewaard een groot baggerdepot ingericht en bekostigd vanuit de rioolheffing. Na indroging kan deze bagger worden ingezet als humusrijke grond als alternatief voor dure bomengrond. We hebben ook duurzaamheidstappen gezet met het Waterschap middels renovatie van gemaal Brabant. We bevinden ons momenteel in een overgang van een lineaire naar een circulaire economie. Dit betekent dat we het gebruik van grondstoffen gaan verminderen, geleidelijk aan overstappen op hernieuwbare grondstoffen, de levensduur van materialen waar mogelijk gaan verlengen en grondstoffen willen hergebruiken. Waar mogelijk maken we bij voorkeur gebruik van recyclebare materialen.
Bodemdaling In Nissewaard hebben we veel last van bodemdaling. Bij bodemdaling daalt en het maaiveld mee met de grondwaterstand die daalt door onder andere droogte, ontwatering, peilindexatie of zetting. Bodemdaling kan schade veroorzaken aan wegen, huizen en riolering. Maar ook aan bruggen of kabels en leidingen. Schade treedt vooral op doordat de bodem niet overal even snel daalt, waardoor funderingen scheefzakken, of er komt spanning op de riolen. Bodemdaling kan ook verzilting versterken doordat zout water makkelijker het zoetwatersysteem binnen kan dringen.
Samenwerken in de afvalwaterketen en klimaatadaptatie Wij zijn actief in de samenwerking op Voorne Putten om zo bij te dragen aan de afspraken in het Bestuursakkoord Water van 2011 en de aanvulling van 2018. In 2019 hebben we een stap gezet door alle hoofdposten te koppelen om zo meer inzicht te krijgen in de werking van het gehele afvalwatersysteem (ISA). Door samenwerking verhogen we de kwaliteit, verminderen we de kwetsbaarheid en besparen we kosten.
3.4 Wat willen we met water De waterketen en het watersysteem zorgen ervoor dat we droge voeten en een hoogwaardige leefomgeving hebben en houden met schoon en helder water. We zorgen als gemeente voor: • Schoon, aantrekkelijk, levendig, voldoende en robuust water; • Inzameling en transport van stedelijk afvalwater; • Inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater; en • Treffen van grondwatermaatregelen in openbaar gebied als dat nodig en doelmatig is.
18/101
Dit doen we zo effectief en duurzaam mogelijk zodat we zo het afwentelen van problemen naar toekomstige generaties zo veel mogelijk voorkomen.
3.4.1
Oppervlaktewater
Oppervlaktewater heeft verschillende functies. Zo speelt het oppervlaktewater een belangrijk rol bij het verwerken van hemelwater en beïnvloeden van het grondwaterpeil. Daarnaast heeft het oppervlaktewater ook belangrijke natuur-, recreatie-, cultuurhistorisch- en belevingswaarden. In Nissewaard bestaat het oppervlaktewater uit singels, vijvers en sloten die met elkaar verbonden zijn door bijvoorbeeld duikers. Oppervlaktewater wordt begrensd door de oevers. Instroomvoorzieningen ontvangen het hemelwater uit de riolering. In- en uitlaten, stuwen en gemalen zijn kunstwerken om het waterpeil, aan- en afvoer en de berging van water te sturen. Om de afvoercapaciteit en belevingswaarde te waarborgen is goed onderhoud van het oppervlaktewater nodig. Voor ons oppervlaktewater hebben we de volgende doelen: 1. Schoon: vrij van afval en met doorzicht. 2. Aantrekkelijk: de inrichting van de oevers en het water dragen positief bij aan de belevingswaarde van de omgeving. 3. Levendig: het oppervlaktewater en de oevers vormen samen met het groen de groenblauwe dooradering van de gemeente die rijk is aan flora en fauna. 4. Voldoende: waterberging voor afvoer van te veel water in natte perioden om inundatie en water op straat te voorkomen, en aanvoer in droge perioden. 5.
Robuust: het watersysteem kan zowel extreme neerslag, hitte als droogte aan om overlast, negatief zwemadvies en achteruitgang van het waterleven zoveel mogelijk te voorkomen. We maken gebruik van de sponswerking van het systeem. Het onderhouden van het oppervlaktewater is een gedeelde taak van de gemeente en het waterschap. Samen met Waterschap Hollandse Delta heeft Nissewaard afspraken gemaakt om ervoor te zorgen dat de wateren van goede kwaliteit zijn en blijven. De gewenste (mate van) aanpassingen hangt af van de (gebruiks-)functie per watergang. Deze functies en de bijbehorende kwaliteiten
19/101
zullen binnen de komende planperiode worden vastgesteld.
Figuur 3-2: De ideale watergang, Waterschap Hollandse Delta
3.4.2
Stedelijk Afvalwater
Stedelijk afvalwater zamelen we in en transporteren we naar de zuiveringsinstallatie. Bij grootschalige nieuwbouw is het gescheiden houden van vuilwater en (relatief) schoon hemelwater het uitgangspunt. Er wordt altijd gekeken naar het waterhuishoudkundige systeem: kan het hemelwater goed worden afgevoerd? In bestaand gebied met gemengde riolering koppelen we water dat valt op verhard oppervlak af waar dat doelmatig is. Het schone hemelwater wordt dan bij voorkeur vertraagd naar oppervlaktewater afgevoerd. Vanuit doelmatigheidsafwegingen creëren we extra ruimte op de gemalen die de toekomstige ontwikkelingen en minder energieverbruik positief beïnvloeden.
3.4.3
Afvloeiend hemelwater
Het hoofddoel van het hemelwaterbeleid voor nieuwbouw (inbreiding- en uitbreidingsplannen) is om schoon hemelwater niet via de riolering af te voeren. Bij bestaande bouw koppelen we hemelwater alleen af van de riolering als dit nodig is in verband met het oplossen van problemen. Het afkoppelen is het meest kosteneffectief wanneer het gecombineerd wordt met herinrichtingsprojecten, wegreconstructie of rioolvervanging. We volgen hierbij de voorkeursvolgorden: schoonhouden-scheiden-zuiveren en vasthouden-bergen-afvoeren: Schoonhouden-scheiden-zuiveren: het afvloeiende hemelwater is een relatief schone waterstroom, daarom verwerken we hemelwater via de voorkeursvolgorde schoonhouden-scheiden-zuiveren. Schoon water houden we
20/101
schoon. We voorkomen zoveel mogelijk dat schoon hemelwater in contact komt met vervuilde waterstromen. Wanneer schoon water toch vervuild is, door vermenging met vuilwater of contact met vervuilde oppervlakken, scheiden we het van schone waterstromen. Het vervuilde water voeren we af naar een zuiveringsinstallatie voordat het terugkomt in het milieu. Vasthouden-bergen-afvoeren: voor de omgang met hemelwater volgen we het principe ‘vasthouden-bergen-afvoeren’. De definitie van deze voorkeursvolgorde is als volgt: 1. Het hemelwater zoveel mogelijk opvangen en infiltreren waar het valt. Zo wentelen we problemen niet af naar omliggende gebieden. Daarnaast is water vasthouden en infiltreren ook belangrijk om droogte én verzilting tegen te gaan (sponswerking). 2. Het hemelwater bergen in bovengrondse berging- en infiltratievoorzieningen zoals wadi’s. 3. Hemelwater bovengronds afvoeren naar lokaal oppervlaktewater of groen. 4. Hemelwater ondergronds afvoeren naar lokaal oppervlaktewater. 5. Hemelwater ondergronds via gemengde riolering naar de RWZI afvoeren.
Wateroverlast Door het jaar heen hebben we te maken met wisselende hoeveelheden neerslag, van kleine buien tot extreme neerslaghoeveelheden. Door klimaatverandering krijgen we hier steeds vaker mee te maken. De negatieve gevolgen van neerslag op de leefomgeving willen we zoveel mogelijk beperken. Op dit moment komt het al voor dat het rioolstelsel zware buien niet aankan, we verwachten dat dit vaker gaat gebeuren. We moeten wennen aan water op straat voor korte duur. Dat noemen we hinder en zullen we moeten accepteren. Overlast en schade proberen we zoveel mogelijk te voorkomen. Tabel 3-1 geeft verdere duiding over wat er bedoeld wordt met hinder, wateroverlast en waterschade.
21/101
Tabel 3-1: Hinder, overlast en schade
Situatie Schoon hemelwater staat tijdelijk (tot 4 uur) op straat, maar leidt niet tot gevaarlijke verkeerssituaties of het onbereikbaar zijn van voorzieningen.
Hinder
Wateroverlast
Water staat op straat beperkt het gebruik van de openbare ruimte en/of water op straat bevat fecaliën en rioolresten.
Waterschade
Belangrijke verkeersaders zijn geblokkeerd en regenwater stroomt vanuit de openbare ruimte gebouwen in.
Klimaatadaptatie en hemelwater Door klimaatverandering worden buien, vooral in de zomer, heviger. We maken onze gemeente met een integrale gebiedsaanpak klimaatbestendig. Klimaatadaptieve maatregelen koppelen we aan andere processen, programma’s en projecten, zoals gebiedsvisies, infrastructuur, herinrichting en renovatie, watervoorziening. Per wijk maken we een functioneel ontwerp met de gevolgen voor waterkwantiteit en waterkwaliteit. Uitgangspunt is dat we bij nieuwbouw toetsen aan een bui van 90mm in een uur en bij bestaande bouw aan een bui van 70mm per uur. Op termijn moeten we die bui kunnen verwerken, waarbij geldt dat er wel tijdelijk water op straat mag staan, maar geen schade aan panden en infrastructuur mag ontstaan. Vitale wegen moeten goed begaanbaar blijven voor nood en hulpdiensten. De hiervoor benodigde maatregelen worden om overlast door werkzaamheden te verminderen en kosten te besparen gelijktijdig met de wegreconstructie uitgevoerd (werk-met-werk maken). Daardoor kan het langer duren voordat we de gewenste situatie hebben bereikt.
3.4.4
Grondwater
Grondwater is het regionale systeem van al het water dat zich in de bodem bevindt. Dit water wordt met name gevoed door hemelwater en vanuit het oppervlaktewater. Bij langdurige droogte zakt het grondwater weg en in natte perioden stijgt het grondwater, er is dus altijd sprake van een bepaalde mate van fluctuatie in de grondwaterstand. We streven als gemeente naar grondwater als drager van de fysieke leefbaarheid van de stad, als randvoorwaarde voor gezond groen; veilige en stabiele infrastructuur; en veilige en gezonde gebouwen. Wettelijk gezien hebben we daarnaast de zorgplicht om, onder voorwaarden, maatregelen te treffen tegen structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand in de openbare ruimte. Mits dat doelmatig kan. Particulieren zijn verantwoordelijk voor het grondwater op hun eigen terrein. De taken van de gemeente liggen binnen de openbare ruimte in de vorm van coördinatie en onderzoek. Door de regionale aard van het grondwatersysteem, is de aanpak voor overlast een samenspel tussen grondeigenaar, gemeente, waterschap en de provincie. Om inzicht te krijgen in het grondwatersysteem en onze aanpak te verscherpen is besloten tot het opzetten van een grondwatermeetnet (incl. monitoring).
22/101
We definiëren knelpunten met het grondwater als "structureel" of "nadelig". ‘Structurele’ problematiek • •
Regelmatig terugkerende of blijvende gebeurtenissen (geen incident); Gedurende 30 dagen en gedurende meerdere kalenderjaren.
‘Nadelige’ problematiek • • •
Significante belemmering van het normale gebruik van de bestemming zoals vastgelegd in het Omgevingsplan; Te relateren chronische gezondheidsklachten; Schade aan gebouwen, infrastructuur en/of groen.
Drainagewater lozen we niet op gemengde of DWA rioolstelsels, maar op HWAstelsels of we voeren het direct af naar een nabijgelegen oppervlaktewater. We verwachten van onze inwoners dat ook zij geen drainage aansluiten op gemengde of DWA-stelsels.
Grondwatermeetnet voor doelmatig grondwaterbeheer De gemeente heeft op grond van de wet een zorgplicht om, onder voorwaarden, maatregelen te treffen tegen structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand in de openbare ruimte. Voor een doelmatige invulling van deze zorgplicht is inzicht in het grondwatersysteem noodzakelijk. Daarom zetten wij in op het opzetten van een grondwatermeetnet in het stedelijk gebied. Het meetnet biedt structurele gegevens over grondwaterstanden. Hierdoor krijgen we beter zicht op natuurlijke fluctuaties, trends en locaties waar structurele problematiek optreedt. Dit stelt ons in staat om: • • • •
Klachten en meldingen van inwoners objectief te beoordelen, Gericht te handelen op plekken waar sprake is van schade, overlast of risico’s, Beleidskeuzes en maatregelen beter te onderbouwen, Proactief in te spelen op klimaatverandering en verdroging.
Daarnaast bevordert het meetnet de samenwerking tussen gemeente, waterschap, Provincie en particuliere grondeigenaren. Het biedt een gezamenlijk vertrekpunt voor analyse, afstemming en communicatie.
3.4.5
Samen
Als gemeente kunnen we veel regelen en sturen in het functioneren van de waterketen en het watersysteem, maar we kunnen niet alles zelf uitvoeren. Onze inwoners hebben ook een belangrijke invloed op dat functioneren. Daarom verwachten we onder andere dat inwoners en bedrijven bijvoorbeeld de riolering verstandig gebruiken, hun eigen verantwoordelijkheid nemen, bijvoorbeeld water op straat bij hevige neerslag meer accepteren en zorgvuldig omgaan met het open water in de gemeente. Zie hiervoor ook hoofdstuk vijf. Dit moet onderdeel worden van de communicatie naar inwoners en bedrijven. Bij nieuwbouw moet hemelwater en huishoudelijk afvalwater gescheiden worden aangeleverd aan het gemeentelijk riool (onafhankelijk van het type riool dat er ligt), en bij voorkeur 50mm berging over het eigen terrein worden gerealiseerd. De berging dient om het water vertraagd af te voeren (naar
23/101
ondergrond of oppervlaktewater). Indien de berging op eigen terrein niet gerealiseerd kan worden, kan bij grootschaliger gebiedsaanpak mogelijk een gezamenlijk berging voor particulier en gemeentelijk terrein worden gecombineerd in de openbare ruimte.
24/101
4
Water en bodem sturend
4.1 Introductie Eind 2022 is het landelijk beleid ‘water- en bodem sturend’ geïntroduceerd. Binnen dit beleid is omschreven dat nieuwe functies ergens pas een plek kunnen krijgen als het water- en bodemsysteem passen bij die functie. Er wordt rekening gehouden met risico's zoals overstromingen, wateroverlast, droogte en bodemdaling. Ruimtelijke beslissingen worden niet alleen genomen op basis van economische of sociale overwegingen, maar ook op basis van de natuurlijke kwaliteiten. Het doel is om gezonde, duurzame, veilige en veerkrachtige systemen te creëren die op lange termijn bestand zijn tegen de uitdagingen waar water en bodem mee te maken hebben. Dit beperkt ook de beheerkosten voor de gemeente. We geven hier invulling aan door bij nieuwe ontwikkelingen meer rekening te houden met risico’s van overstromingen, bodemdaling, wateroverlast en droogte. Om een goede aanpak te realiseren in de problematiek goed in kaart te brengen wordt samengewerkt met het waterschap en de provincie.
4.2 Lokaal water en bodem sturend Het water- en bodemsysteem van gemeente Nissewaard van 2025 is het resultaat van eeuwenlange natuurlijke vorming en menselijke inrichting en gebruik. We hebben de natuur gecultiveerd met de gedachte van maakbaarheid. Dit biedt mogelijkheden voor wonen, werken, recreëren en landbouw. De keerzijde is dat ontwatering, dalende bodem, stijgende zeespiegel en toenemende verharding voor een steeds minder veerkrachtig water- en bodemsysteem zorgen. De gevolgen zijn onder andere toenemende verdroging, verzilting, (grond)wateroverlast, hitte-eilandeffect, afnemende biodiversiteit en hogere infrastructuurkosten. Strategische keuzes voor de locaties van ruimtelijke ontwikkelingen zijn dus belangrijk. Ze bepalen in belangrijke mate hoe effectief we kunnen inspelen op uitdagingen zoals wateroverlast, droogte, hittestress en bodemdaling. Door vanaf het begin zorgvuldig af te wegen waar en hoe ontwikkelingen plaatsvinden, kunnen we zowel de ruimtelijke kwaliteit als de klimaatbestendigheid van onze leefomgeving versterken. Deze keuzes vormen daarmee een cruciale schakel in het realiseren van een duurzame en toekomstbestendige inrichting van onze gemeente.
25/101
We kunnen als gemeente, medeoverheden en grondeigenaren aan drie verschillende knoppen draaien: 1. We kunnen het natuurlijk systeem verder achteruit laten gaan door niets te doen of haar veerkrachtiger maken; 2. We kunnen het gewenste landgebruik voor bijvoorbeeld wonen en werken faciliteren met technische maatregelen om overlast te beperken of meebewegen en adaptieve maatregelen nemen; 3. We kunnen blijven reageren op calamiteiten of ons voorbereiden op weersextremen. In Figuur 4-1 zijn de gevolgen van de keuzes inzichtelijk gemaakt, van fase 1 ’niets’ doen tot ’goed voorbereid zijn’ fase 3.
1.
2.
3.
Figuur 4-1: drie fases in de aanpak
Als we kijken naar het water- en bodemsysteem en de inrichting van het bebouwd gebied van gemeente Nissewaard in 2025 zitten we nu grotendeels in fase 2 en hier en daar lokaal in fase 1. Doordat de weersextremen toenemen, zakken we in Nissewaard als we doorgaan met de huidige aanpak vanzelf steeds meer terug naar fase 1. Dat leidt uiteindelijk tot grotere calamiteiten, veel dure technische maatregelen, hoge beheerkosten en het herstellen van schade met veel overlast en hogere gezondheids-, veiligheids- en financiële risico’s voor onze inwoners. Door nu te kiezen voor het werken aan een veerkrachtig natuurlijk systeem met minder overlast en lage risico’s voor onze inwoners en ondernemers zorgen we voor het behouden en vergroten van de leefbaarheid van Nissewaard met blije en tevreden inwoners en ondernemers. Op de (midden)lange termijn zorgt dit ook voor lagere kosten. Om van lokaal fase 1 en grotendeels fase 2 naar fase 3 te gaan zijn de volgende drie stappen nodig. 1. We werken aan het versterken van de veerkracht van het natuurlijk systeem als fundament van ons landgebruik. 2. Waar het natuurlijk systeem ontoereikend is nemen we technische maatregelen om bescherming te bieden tegen weersextremen. 3. We accepteren dat we sommige extreme gebeurtenissen niet kosteneffectief kúnnen voorkomen.
We zijn hierop voorbereid doordat onze inwoners, bedrijven, instellingen en hulpdiensten weten wat ze moeten doen.
26/101
4.3 Locatiekeuze nieuwbouw Het Rijk heeft in kaart laten brengen hoe groot de opgave is om nieuwbouw te ontwikkelen met een veerkrachtig water- en bodemsysteem en klimaatadaptieve inrichting. Elke locatie valt in een categorie die loopt van ‘niet bouwen’ tot ‘wel bouwen onder bepaalde voorwaarden’. Dit is het ‘Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve bebouwde omgeving’. In Nissewaard kan worden gebouwd mits de inrichting volgens de Maatlat (zie Figuur 3-1) gebeurt met aanvullende inspanningen om klimaatadaptief te bouwen. Dit betekent dat het verstandig is om voor nieuwbouw op elke locatie in gemeente Nissewaard rekening te houden met hogere ontwikkelkosten om te voldoen aan de Maatlat, zodat we toekomstbestendige en veerkrachtige nieuwbouw realiseren. Doen we dat niet dan zijn de gemeente en inwoners of ondernemers later alsnog veel geld kwijt aan beheerkosten, het reageren op calamiteiten, aan schade en gezondheid. Bij ruimtelijke planvorming is het belangrijk om rekening te houden met water en bodem. Als gemeente volgen wij hierbij de ontwikkelingen vanuit het rijk op het gebied van ‘water- en bodem sturend’ en werken wij samen met het waterschap om gebiedsgerichte en verantwoorde keuzes te maken.
Bij het opstellen (en later actualiseren) van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan kunnen strategische afwegingen gemaakt worden naar de wenselijkheid van ruimtelijke ontwikkelingen met bepaalde functies (werken, wonen, waterberging of soorten landbouw) hier te ontwikkelen. Hierin worden de risico's zorgvuldig afgewogen. Daarnaast is het advies om het water- en bodemsysteem mee te nemen binnen de intaketafel - waar de wenselijkheid van een mogelijke ruimtelijke ontwikkeling wordt afgewogen. Ter ondersteuning van dit proces is het ‘Afwegingskader water en bodem sturend en klimaatadaptatie’ (bijlage 3) ontwikkeld. Hierin staan onderzoeksvragen vragen die kunnen helpen bij het maken van de afweging.
Ontwerpprincipes Na het bepalen van de ‘wenselijkheid’ van een plan bij de intaketafel wordt er tijdens de omgevingstafel gekeken naar de uitvoering en haalbaarheid van een project. Bij de omgevingstafel is het belangrijk de opties voor klimaatadaptieve inrichting en duurzame bouwwijze af te wegen. Hierin vormen de principes, normen en richtlijnen uit de ‘Landelijke maatlat groene klimaatadaptieve bebouwde omgeving’ de basis. Daarnaast biedt een ruimtelijke ontwikkeling kansen om het water- en bodemsysteem van de omgeving te herstellen en veerkrachtiger te maken waar dat nodig is. Per situatie wordt afgewogen wat mogelijk is. Samengevat zijn er vijf ontwerpprincipes voor een veerkrachtig water- en bodemsysteem, die (deels) ook zijn uitgewerkt in de maatlat. Deze vijf principes moeten, in bepaalde mate, morden meegenomen tijdens het ontwerpproces. 1. 2. 3. 4. 5.
Niet afwentelen; Vergroten van de sponswerking van het water- en bodemsysteem; Houdt rekening met extremen, zoals een klimaatbui; Zorg voor een aanpasbare inrichting voor de lange termijn; Benutten van kansen voor systeemherstel.
Bij nieuwbouwprojecten kan op basis van deze principes goed worden geadviseerd. Daarnaast kan bij vervangingsopgaven en reconstructies gekeken worden of dit wordt meegenomen. Hier zijn de mogelijkheden echter verder
27/101
beperkt. Naast deze ontwerpprincipes en de maatlat wordt bij ontwerp en uitvoering het handboek LIOR (Leidraad inrichting openbare ruimte, zie bijlage 2) gebruikt.
4.4 Veerkrachtig landelijk gebied Naast een veerkrachtig natuurlijk water- en bodemsysteem in het stedelijke gebied, is ook een veerkrachtig landelijk gebied nodig om klimaatextremen aan te kunnen. Provincie Zuid-Holland en de waterschappen hebben samen een kaartenset ontwikkelt, ’De Klimaatonderlegger’. Deze geeft inzicht in de uitdagingen die water, bodem en klimaat geven voor o.a. landbouw en natuur. De landbouwgronden in Nissewaard vallen grotendeels in de categorie: ‘Water, bodem of klimaatverandering resulteren in beperkingen voor het gebruik als landbouwgrond en vragen om substantiële aanpassingen van de bedrijfsvoering, gewastype of landgebruik’. Daarbij is het voor een deel van de gronden zeer onzeker hoe de verzilting zich ontwikkelt door zeespiegelstijging. Het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied gaat hierin uit van eigen zoetwateropslag bij agrariërs waarmee zij zelf, bij zout oppervlaktewater, een periode van vier weken kunnen overbruggen. Of, dat zij hun teelt aanpassen aan de veranderende omstandigheden. Gemeente Nissewaard gaat hiervoor kaders bieden in haar Omgevingsplan. Daarnaast is het belangrijk om reserveringen voor geschikte locaties voor zoetwateropslag aan te merken in het Omgevingsplan.
Hiermee voorkomen we dat we later spijt krijgen van het toestaan van andere ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied die de noodzakelijke zoetwateropslag frustreren.
28/101
5
Verantwoordelijkheden: wie doet wat?
5.1 Introductie Dit hoofdstuk beschrijft de regels en verantwoordelijkheden voor de gemeente, andere overheden en voor particulieren.
5.2 Wat doet de gemeente? Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor een goede invulling van onze gemeentelijke watertaken en beheer van gemeentelijk oppervlaktewater. Omdat onze riolering en watersysteem niet op zichzelf staan, stemmen we ons beleid af met andere overheden. Zoals in de Omgevingswet staat, is dat in ieder geval de beheerder van de regionale watersysteem en zuiveringen waarop we het door ons ingezamelde (afval)water lozen, voor onze gemeente is dat Waterschap Hollandse Delta. In Figuur 5-1 zijn de zorgplichten samengevat die de gemeente, overheidsinstellingen en burgers hebben in de waterketen.
Figuur 5-1: Zorgplichten waterbeheer
Wat is er veranderd onder de Omgevingswet? De zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwatermaatregelen zijn ongewijzigd opgenomen in de Omgevingswet artikel 2.16. De Waterwet en Wet milieubeheer zijn (voor het overgrote deel) vervallen.
29/101
De regels voor lozingen uit de AMvB’s (Besluit lozen afvalwater huishoudens, Besluit lozen buiten inrichtingen, Activiteitenbesluit) staan nu voor een deel in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). De regels die niet in het Bal zijn opgenomen, zijn met de bruidsschat voor gemeenten meegekomen naar het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Over deze regels moet voor 2032 worden besloten of we ze handhaven, aanpassen of verwijderen. Onder de Omgevingswet vervalt ook de verplichting om een gemeentelijk rioleringsplan op te stellen. Gemeenten zijn daarentegen nog steeds verplicht om invulling te geven aan hun gemeentelijke watertaken en de financiën voor de rioolheffing te verantwoorden. Onder andere daarvoor dient dit Integrale Gemeentelijke Waterplan (IGWP).
5.3 Wat verwachten wij van onze inwoners en bedrijven? Om een toekomstbestendig watersysteem te realiseren, is samenwerking tussen gemeente, inwoners en bedrijven essentieel. Alleen samen kunnen we zorgen voor een goed werkend rioolstelsel en een klimaatbestendige leefomgeving. Het is belangrijk dat we dit blijven benoemen en herhalen in onze communicatie. Wij zetten ons in voor heldere communicatie, ondersteuning waar nodig, en het stimuleren van het nemen van de eigen verantwoordelijkheid en bewust gedrag. Wij kunnen als gemeente veel regelen en sturen in het functioneren van de riolering en het watersysteem, maar we kunnen niet alles zelf uitvoeren. Onze inwoners en bedrijven hebben ook een belangrijke invloed op het functioneren. Wij willen dat de inwoners en bedrijven de gemeente ondersteunen bij het goed laten functioneren van de riolering en het klimaat adaptief inrichten van de leefomgeving. Daarom spreken we in dit IGWP een aantal verwachtingen uit. 1. Wij verwachten dat inwoners en bedrijven het riool verstandig gebruiken en alleen de 3 P's door het toilet spoelen: Plas, Poep en (toilet)Papier. 2. Wij verwachten dat rioolaansluitingen zorgvuldig worden aangelegd en beheerd, dat geldt ook voor aansluitingen op minigemalen waar geen hemelwater op mag worden geloosd. 3. Wij verwachten dat inwoners en bedrijven hemelwater zoveel mogelijk zelf opvangen en bergen. 4.
Wij verwachten dat water-op-straat meer wordt geaccepteerd. 5. Wij verwachten dat inwoners bij grondwateroverlast controleren of hun woning voldoende waterdicht is. 6. We verwachten van bedrijven die een vetvangput nodig hebben dat zij eerst onderzoeken of deze op eigen terrein is te realiseren. 7. Wij verwachten dat inwoners en bedrijven geen afval, vervuilende stoffen of exoten in het oppervlaktewater lozen. 8. Wij verwachten dat bewoners meewerken bij het aansluiten van hemelwaterriolering en drainagesystemen. 9. Wij verwachten dat bewoners op de juiste manier omgaan met de voorzieningen (assets) en de ruimte daaromheen (bijvoorbeeld met het ophogen van private achterpaden) om zo een gezond en leefbare gezamenlijke openbare ruimte te behouden.
30/101
10. Als gemeente zamelen we het huishoudelijke afvalwater en zo nodig het hemelwater onder voorwaarden in op een door de gemeente aangegeven plaats en hoogte. Dat kan betekenen dat inwoners en bedrijven op eigen terrein maatregelen moeten treffen om dit mogelijk te maken. Met wederzijdse inzet, door middel van een duidelijk communicatieplan ter ondersteuning van deze verwachtingen, zorgen we er samen voor dat onze leefomgeving leefbaar, veilig en veerkrachtig blijft – ook in tijden van extreme weersomstandigheden. Daarnaast streven we naar lokale maatwerkoplossingen voor optredende problemen.
5.4 Gemeentelijke regels In het omgevingsplan staan onder andere de regels die met de Bruidsschat zijn overgekomen vanuit de landelijke regelgeving. Uiterlijk in 2032 moet de gemeente aangeven wat zij met deze regels doet: handhaven, aanpassen of verwijderen. Ook worden de komende jaren in het omgevingsplan regels opgenomen voor onze inwoners en bedrijven voor bijvoorbeeld de verwerking van hemelwater op eigen terrein en klimaatadaptief bouwen. In de LIOR staan eisen voor de inrichting van de openbare ruimte. De eisen worden voortdurend geactualiseerd om mee te bewegen met de gevolgen van klimaatverandering. Met nieuwe inzichten uit plaatsgevonden onderzoek zullen deze eisen dan ook meebewegen. In Nissewaard is de Verordening rioolheffing 2025 van toepassing, deze wordt jaarlijks geactualiseerd.
31/101
6
Huidige situatie: toestand en functioneren voorzieningen waterbeheer
6.1 Introductie Om onze watertaken goed uit te voeren, maken we gebruik van veel voorzieningen: watergangen, riolering, gemalen, wadi’s etc. Dit hoofdstuk geeft de huidige (begin 2025) stand van zaken weer over de voorzieningen die we hebben, de toestand, het functioneren en de wijze van beheer.
6.2 Riolering 6.2.1
Areaal
Ons rioolstelsel bestaat (op basis van de huidige administratie) uit: Tabel 6-1: Overzicht voorzieningen riolering (peildatum 1-1-2025)
Voorziening Vrijvervalriolering
Mechanische riolering
Kolken Infiltratievoorzieningen
Type Gemengde riolering (Verbeterde ) hemelwaterriolering en infiltratieriolering
Omvang 289 km 127 km
Vuilwaterriool Bergbezinkbassins Gemalen
35 km 20 stuks 83 stuks
Persleidingen Drukrioleringsunits Drukleiding Kolken Lijngoten Wadi’s
18 km 378 stuks 62 km 37.547 stuks 3,25 km 20 stuks
In Figuur 6-1 is te zien dat bijna 2/3 van ons vrijvervalstelsel uit gemengde riolering bestaat, ruim 1/3 is gescheiden riolering.
32/101
Figuur 6-1: verdeling vrijvervalriolering
In Figuur 6-2 is de verdeling per wijk aangegeven. Hoe nieuwer de wijk, hoe meer gescheiden riolering er aanwezig is. Ook in de oudere wijken is als dat nodig was, gemengde riolering vervangen door gescheiden riolering, als daar voldoende ruimte voor was.
Figuur 6-2: Stelseltypes riolering per wijk
6.2.2
Stedelijk afvalwater
Om al het stedelijk afvalwater bij de RWZI Allemanspolder te krijgen, maken we gebruik van 324 km gemengde en droogweerafvoer vrijvervalriolering, van 83 gemalen met 18 km persleidingen en de drukriolering met 378 pompjes en 62 km drukleiding.
33/101
Van het totaal van circa 41.000 percelen zijn er bijna 200 niet aangesloten op de riolering (0,5%). Hiervoor hebben we ontheffing van de provincie. Deze percelen lozen via een (verbeterde) septic tank. In de gemengde stelsels van onze gemeente hebben we 20 bergbezinkbassins (BBB’s). De bergbezinkbassins bergen een deel van het overstortende rioolwater tijdens hevige neerslag. Het grove vuil bezinkt en schoner water wordt geloosd op oppervlaktewater. Na afloop van de bui wordt het achtergebleven vuile water weer via het gemengde stelsel naar de RWZI gepompt.