CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan IKC Elementen-Schenkel; Bijlagen bij de toelichting

Gemeenteraad 12 april 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Integraal Kindcentrum (IKC) Elementen-Schenkel33.107 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan IKC Elementen-Schenkel vastgesteld

bestemmingsplan IKC Elementen-Schenkel

identificatienummer: NL.IMRO.1930.BPSPIKCNwHdijk-3001 Status: Datum:

vastgesteld

Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting

5

Bijlage 1

Memo Vormvrije m.e.r.-beoordeling

6

Bijlage 2

Vormvrij MER-besluit bestemmingsplan IKC Elementen-Schenkel

12

Bijlage 3

Onderzoek verkeer en parkeren

14

Bijlage 4

Onderzoek Bedrijven en milieuzonering

32

Bijlage 5

Rapportage onderzoek industrielawaai

38

Bijlage 6

Rapport Verkennend bodemonderzoek

128

Bijlage 7

Rapportage verkennend onderzoek asbest in de bodem

184

Bijlage 8

Onderzoek Externe veiligheid

218

Bijlage 9

Advies Veiligheidregio Rotterdam - Rijnmond

225

Bijlage 10

Rapport quickscan Wet natuurbescherming

230

Bijlage 11

Rapportage stikstofdepositie

265

Bijlage 12 Rapport onderzoek weg- en railverkeerslawaai en scheepvaartlawaai

288

Bijlage 13

Rapport akoestisch onderzoek industrielawaai

381

Bijlage 14

Onderzoek trilling

389

Bijlage 15

Onderzoek Luchtkwaliteit

413

Bijlage 16

Nota inspraak, vooroverleg, ambtelijke wijzigingen

421

bestemmingsplanIKC Elementen-Schenkel

3

4

bestemmingsplanIKC Elementen-Schenkel

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplanIKC Elementen-Schenkel

5

Bijlage 1

6

Memo Vormvrije m.e.r.-beoordeling

bestemmingsplanIKC Elementen-Schenkel

Memo – Vormvrije m.e.r.-beoordeling Datum

:

14 mei 2021

Bestemd voor

:

Wissing B.V.

Van

:

dhr. R. Schuurmans

Projectnummer

:

20210086

Betreft

:

Bouwplan Nieuwe Hongerlandsedijk te Spijkenisse

Paraaf:

1 Inleiding Voor de ontwikkeling van een basisschool met verhuurbare sporthal en kinderopvanglocatie op een onbebouwde locatie aan de Nieuwe Hongerlandsedijk te Spijkenisse, dient een planologische procedure te worden doorlopen. Op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘De Dijk en Het Land’ is de nieuwbouw momenteel niet mogelijk en moet voor de functiewijziging naar een maatschappelijke functie, een planologische procedure worden doorlopen. Hiertoe dienen de relevante milieuaspecten te worden onderzocht, daarnaast dient er ook een milieueffectrapportage (m.e.r.) beoordeling te worden uitgevoerd.

2 Aanleiding De milieueffectrapportage beoordeling (m.e.r.-beoordeling) is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De verplichting tot het volgen van deze procedure, is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Van belang zijn de volgende artikelen: 1. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C beval activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven. 2. In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt. Een passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten.

Het project bestaat uit het maken van een bestemmingsplan en de realisatie van een basisschool met verhuurbare sporthal en een kinderopvanglocatie. Een dergelijke project kan worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject zoals vermeld in bijlage D van het Besluit m.e.r. onder D 11.2.

Pagina 1 van 5 AGEL adviseurs Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout

t. 0162-456481 e. info@ageladviseurs.nl i. www.ageladviseurs.nl

VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken. Op alle door ons aanvaarde opdrachten en verrichte werkzaamheden zijn de Leveringsvoorwaarden Agel Adviseurs B.V. van toepassing. Btw nr. NL800203823B01 - IBAN NL72ABNA0594482291 - BIC ABNANL2A - KvK Breda 2005114

Doordat het project echter ruim onder de drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel D11.2 blijft, geldt geen verplichting voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Wel is de m.e.r.-beoordelingsplicht van toepassing. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen, dient namelijk een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: 1. Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; 2. Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. jo. artikel 7.16, lid 2 en 3 Wet milieubeheer. Hierbij moet rekening worden gehouden met de onderstaande drie hoofdcriteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn: 1. Een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en voor zover van belang, van sloopwerken; 2.

Een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn; 3. Een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben.

3 Toetsing In dit hoofdstuk wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling (zie hiervoor) een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd dient te worden. De onderstaande m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van de aanpassing van het bestemmingsplan om een basisschool met verhuurbare sporthal en kinderopvanglocatie te realiseren. In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Kenmerken van het project Het project bestaat uit de aanpassing van het bestemmingsplan en het bouwen van een basisschool met verhuurbare sporthal en kinderopvanglocatie van ongeveer 4.300 m2 met 3 bouwlagen. De langs de Oude Maas gelegen, verouderde bedrijventerreinen worden gefaseerd getransformeerd in een aantrekkelijk woongebied met circa 3500 woningen en bijbehorende voorzieningen. Het plangebied, genaamd ‘De Elementen’, bevat vier deelprojecten: De Dijk, Het Land, Het Park en De Haven. De realisatie van de basisschool, sporthal en kinderopvanglocatie maakt onderdeel uit van de deellocatie De Dijk II en wordt gerealiseerd naast de woontorens in dit gebied. In afbeelding 1 is de situering van de planlocatie weergegeven.

20210086 | Bouwplan Nieuwe Hongerlandsedijk te Spijkenisse Memo – Vormvrije m.e.r.-beoordeling

| 2 van 5 d01

De Dijk II met woontorens en toekomstige basisschool (blauw bouwblok)

Deelgebieden van ‘De Elementen’ Afbeelding 1: Situering planlocatie Criteria Omvang van het project Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Productie van afvalstoffen

Verontreiniging en hinder

Risico van ongevallen

Toets De omvang van het project is beperkt; het betreft de bouw van een basisschool met verhuurbare sporthal en kinderopvanglocatie. Nee, er is geen sprake van andere projecten en/of activiteiten die plaatsvinden in de nabijheid van de ontwikkellocatie, waardoor cumulatie van effecten kan optreden. Het project betreft het realiseren van een basisschool met verhuurbare sporthal en kinderopvanglocatie waar direct elektriciteit wordt verbruikt voor alledaags gebruik. Dit verbruik is niet dermate hoog dat dit tot nadelige gevolgen of effecten leidt. Hiervoor wordt tevens de mogelijkheid tot het opwekken van hernieuwbare energie onderzocht, en daarmee aan te sluiten bij de duurzaamheidsdoelen van de gemeente Nissewaard. Onder natuurlijke hulpbronnen worden onder andere niet vernieuwbare bronnen, zoals fossiele brandstoffen verstaan, maar ook vernieuwbare bronnen, zoals hout, rubber, drinkwater en zuurstof. Voor de realisatie van het project is gebruik maken van natuurlijke hulpbronnen onontkoombaar, dit betreft niet het gebruik op een dermate grote schaal dat het doorlopen van een milieueffectrapportage aan de orde is. Niet gevaarlijke bedrijfsafval (papier/karton en restafval) vergelijkbaar met huishoudelijk afval van de basisschool, sporthal en kinderopvanglocatie. Deze omvang van afval is niet dermate hoog dat dit tot nadelige gevolgen of effecten leidt.

 Bodem: door de geringe omvang en aard van het project is er een verwaarloosbaar risico op bodemverontreiniging.  Geluid: Het voorgenomen project leidt niet tot geluidhinder.  Trillingen: Het voorgenomen project leidt niet tot trillinghinder.  Luchtkwaliteit: Het voorgenomen project leidt niet tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Niet van toepassing.

Conclusie kenmerken van het project Geconcludeerd wordt dat relevante verontreiniging en hinder als gevolg van het toekomstig gebruik van het plangebied niet aan de orde is. Er zijn geen kenmerken van het project die aanleiding geven voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure.

20210086 | Bouwplan Nieuwe Hongerlandsedijk te Spijkenisse Memo – Vormvrije m.e.r.-beoordeling

| 3 van 5 d01

Plaats van het project Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Spijkenisse en ligt niet binnen een gebied met een bijzondere status. Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied, maar wel op korte (< 1 km) afstand tot het nabijgelegen Natura 2000- gebied ‘Oude Maas’ en naast een gebied wat onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland. In het kader van de ruimtelijke procedure zal daarom een ecologische verkenning worden uitgevoerd die zal uitwijzen of verder onderzoek noodzakelijk is om na te gaan wat de gevolgen van het project op deze gebieden zijn. De planlocatie heeft een archeologische verwachtingswaarde, zodat de kans op het voorkomen van archeologische waarden reëel wordt geacht. In het kader van de ruimtelijke procedure zal het aspect archeologie worden onderzocht om na te gaan of deze waarden daadwerkelijk aanwezig zijn. Criteria Bestaand grondgebruik Relatieve rijkdom een kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen in het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor:  Gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, monumenten, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden

 

Gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

Toets In de huidige situatie bestaat de projectlocatie uit een grasveld/groenstrook. Door de realisatie van de ontwikkeling zal het verhard oppervlak toenemen. Echter zal dit niet in die mate zijn dat dit tot nadelige gevolgen of effecten leidt. De projectlocatie ligt niet binnen een als waardevol aangeduid gebied. Er is geen sprake van een grote rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen.

De projectlocatie ligt in de directe nabijheid van een Vogel- of Habitatrichtlijngebied en overig beschermd natuurgebied (Natura 2000). Echter is de verwachting dat, gezien de beperkte omvang van het project, dit niet tot nadelige gevolgen of effecten leidt. De ontwikkellocatie bevindt zich naast de Oude Maas, welke deel uitmaakt van Natuurnetwerk Nederland. In het kader van de ruimtelijke procedure zal een ecologisch verkennend onderzoek worden uitgevoerd wat zal uitwijzen of verder onderzoek noodzakelijk is om na te gaan wat de gevolgen van het project op deze gebieden zijn. De projectlocatie ligt niet in de omgeving van gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden. De projectlocatie ligt niet binnen een dergelijk gebied. De projectlocatie ligt binnen een gebied met een archeologisch verwachtingswaarde. Echter is de verwachting dat, gezien de beperkte omvang van het project, dit niet tot nadelige gevolgen of effecten leidt. In het kader van de ruimtelijke procedure zal het aspect archeologie wel worden onderzocht om na te gaan welke waarden daadwerkelijk aanwezig zijn.

In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Deze zijn vermeld in de tabel hieronder. Gevoelig gebied

Toets

Beschermd natuurmonument

Nee, de projectlocatie betreft geen beschermd natuurmonument.

Habitat- en Vogelrichtlijngebieden

Nee, de projectlocatie ligt niet binnen een dergelijk gebied.

Watergebieden van internationale betekenis

Nee, de projectlocatie ligt niet binnen een dergelijk gebied.

NNN (voorheen EHS)

Nee, de projectlocatie maakt geen deel uit van een dergelijk gebied.

Landschappelijke waardevol gebied

Nee, de projectlocatie maakt geen deel uit van een dergelijk gebied.

Waterwinlocaties, waterwingebieden en grondwater-beschermingsgebieden Beschermd monument

Nee, de projectlocatie ligt niet binnen een dergelijk gebied.

Belvedere-gebied

De projectlocatie betreft geen monument, ook in de directe nabijheid van de locatie niet aanwezig. Nee, de projectlocatie ligt niet binnen een dergelijk gebied.

20210086 | Bouwplan Nieuwe Hongerlandsedijk te Spijkenisse Memo – Vormvrije m.e.r.-beoordeling

| 4 van 5 d01

Geconcludeerd wordt dat de plaats van het project geeft geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Kenmerken van het potentiële effect De effecten van het project op het plangebied en de directe omgeving zijn onderzocht voor een scala aan (mogelijk relevante) thema’s en aspecten. In alle gevallen zullen potentiële effecten enkel lokaal optreden, in of direct aangrenzend aan het plangebied. Ten aanzien van indirecte effecten als verzuring en vermesting door stikstofdepositie, blijkt dat er geen sprake is van significant negatieve effecten omdat de aangevraagde activiteiten niet leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in omliggende Natura 2000gebieden. In de stukken die zijn opgesteld in het kader van de aanpassing van het bestemmingsplan voor deze ontwikkeling, zijn de milieueffecten in beeld gebracht en beoordeeld. Op basis daarvan is onderbouwd dat de aangevraagde activiteiten een goede ruimtelijke ordening betreffen en op de locatie toelaatbaar worden geacht. Criteria Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) Grensoverschijdende karakter van het effect Waarschijnlijkheid van het effect Duur, frequente en de omkeerbaarheid van het effect

Toets Er zijn geen effecten te verwachten die uit te drukken zijn in geografische zone en/of grootte van de getroffen bevolking. Nee, gezien de ligging in de gemeente Nissewaard waar geen landsgrens in de buurt is. Zie hierboven. Zie hierboven.

Geconcludeerd wordt dat potentiële effecten van het project geven geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure.

4 Conclusies en advies Het doel van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is om het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven, door in een vroeg stadium te onderzoeken en te beoordelen of de voorgenomen activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. De voorgenomen ontwikkeling (realisatie van een basisschool met kinderopvanglocatie en verhuurbare sporthal) op de locatie, kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals omschreven in het Besluit milieueffectrapportage onder D 11.2. Weliswaar blijft de omvang ervan onder de aangegeven drempelwaarden uit kolom 2, maar op grond van het Besluit m.e.r. is alsnog een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. De conclusie van deze m.e.r.-beoordeling is dat het plan, rekening houdend met de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect, geen belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, voor de kenmerken van het gebied zelf en voor het woon- en leefmilieu in de omgeving. Er worden geen belangrijke negatieve effecten verwacht vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van gevoelige gebieden en de kenmerken en de potentiële effecten van de ontwikkeling.

20210086 | Bouwplan Nieuwe Hongerlandsedijk te Spijkenisse Memo – Vormvrije m.e.r.-beoordeling

| 5 van 5 d01

Bijlage 2 Vormvrij MER-besluit bestemmingsplan IKC Elementen-Schenkel

12

bestemmingsplanIKC Elementen-Schenkel

Vormvrij MER‐besluit bestemmingsplan IKC Elementen‐ Schenkel Burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard hebben besloten over de vormvrije m.e.r.‐beoordeling voor de bouw van het IKC Elementen‐Schenkel, die mogelijk wordt gemaakt door het bestemmingsplan IKC Elementen‐Schenkel. De bouw van het schoolgebouw is gepland in het gebied tussen de Nieuwe Hongerlandsedijk en de Amerstraat, ten zuiden van de kavel waar woningbouwontwikkeling wordt beoogd in de vorm van hoogbouw. De beoogde activiteit staat vermeld in bijlage D, categorie 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Omdat de drempelwaarde van die bijlage niet wordt overschreden, geldt de vormvrije m.e.r.‐beoordelingsplicht. Uit de vormvrije m.e.r.‐beoordeling die ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is uitgevoerd, blijkt dat er geen significante nadelige gevolgen voor het milieu zijn die het maken van een milieueffectbeoordelingsrapport of een milieueffectrapport rechtvaardigen. Er kan worden volstaan met de opgestelde vormvrije m.e.r.‐ beoordeling. Een vormvrij m.e.r.‐beoordelingsbesluit is een voorbereidingsbesluit in de zin van artikel 6.3 van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen een dergelijke beslissing kan daarom geen bezwaar worden gemaakt.

Belanghebbenden kunnen hun bezwaren tegen het besluit kenbaar maken in het kader van de wettelijke procedure ten behoeve waarvan het vormvrije m.e.r.‐beoordelingsbesluit is genomen. In dit geval is dat de procedure voor het bestemmingsplan IKC Elementen‐Schenkel. De procedure van dit bestemmingsplan start op PM 2022. Vanaf die datum kan dit plan (waarin dit besluit en de aanmeldnotitie als bijlage zijn opgenomen) gedurende zes weken worden ingezien. Burgemeester en wethouders van Nissewaard De burgemeester, de secretaris, F. van Oosten Mr. M.L.M Weerts

Bijlage 3

14

Onderzoek verkeer en parkeren

bestemmingsplanIKC Elementen-Schenkel

NOTITIE

Verkeerskundig advies IKC De Elementen NOTITIE PARKEREN EN ONTSLUITING Documentnr.: Projectnummer: Status: Datum: Auteur: Opdrachtgever:

NO01-D02-91016213-NLS 71016213 Definitief 16 maart 2022 P.C. Lamers / P.A.J. Bouman Gemeente Nissewaard

1. INLEIDING In Spijkenisse wordt de wijk De Elementen gerealiseerd. Aan de oevers van de Oude Maas wordt diverse hoogbouw gerealiseerd alsmede een aantal plannen met grondgebonden woningen. In de uiterste zuidoosthoek van de wijk, ingeklemd tussen de Nieuwe Hongerlandsedijk en de Amerstraat is een kavel waar de nieuwbouw van tweetal bestaande scholen gerealiseerd wordt, CBS De Hoeksteen en OBS De Piramide. Deze scholen worden samengevoegd in een Integraal Kind centrum (IKC), waarvan de locatie is weergegeven in afbeelding 1. In het nieuw te bouwen IKC wordt voorzien in: • 28 klaslokalen; • 1 gymzaal; • Circa 250 m2 kinderdagverblijf, met 42 opvangplekken.

Afbeelding 1. Ligging nieuwe en bestaande scholen

1

NO01-D02-91016213-NLS

NOTITIE Gemeente Nissewaard heeft Roelofs Advies en Ontwerp gevraagd de verkeerskundige uitgangspunten voor de bouw van dit nieuwe IKC uit te werken. Deze notitie is het resultaat van deze studie. 1.1

LEESWIJZER

In hoofdstuk 2 van deze notitie wordt ingegaan op het onderdeel parkeren. Hoofdstuk 3 beschrijft vervolgens de resultaten van de studie naar de ontsluiting. In hoofdstuk 4 worden de hulpdienstroutes en de vluchtroutes besproken. De overkoepelende conclusies zijn beschreven in hoofdstuk 5.

2. PARKEREN Bij een school met de grote omvang zoals is voorzien in De Elementen is een grote (piek)belasting voor parkeren te verwachten. Ouders/verzorgers komen immers hun kinderen (steeds meer) met de auto brengen om vervolgens door te reizen, bijvoorbeeld naar het werk. Daarnaast zijn parkeerplaatsen noodzakelijk voor het parkeren door personeel. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoeveel parkeerplaatsen, conform de richtlijnen noodzakelijk zijn voor een goede afwikkeling van het parkeren op deze locatie. 2.1

UITGANGSPUNTEN

Voor het berekenen van de parkeerbehoefte is gebruik gemaakt van de parkeerkentallen die zijn vastgelegd in het parkeerbeleid van de gemeente Nissewaard. 2.1.1

Rekenmethode halen en brengen

Conform het beleid van de gemeente Nissewaard wordt voor het halen en brengen bij basisscholen en kinderdagverblijven gebruik gemaakt van de volgende rekenmethode:

REKENMETHODE HALEN EN BRENGEN LEERLINGEN BIJ BASISCHOLEN EN KINDERDAGVERBLIJVEN Groepen 1 t/m 3 (onderbouw) Aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,5 x 0,75 + Groepen 4 t/m 8 (bovenbouw) Aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,25 x 0,85 + Kinderdagverblijf Aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,25 x 0,75 = Het totaal aantal parkeerplaatsen voor halen en brengen NB. Bij gescheiden aanvangs- en eindtijd van de groepen 1 t/m 3 en 4 t/m 8 mag het aantal parkeerplaatsen met maximaal 40% worden gereduceerd.

2

NO01-D02-91016213-NLS

NOTITIE 2.1.2

Rekenmethode parkeren personeel

Voor het bepalen van de benodigde parkeerplaatsen voor het personeel wordt onderscheid gemaakt in twee functies: het kinderdagverblijf en de twee basisscholen. Voor het personeel van het IKC is gerekend met de kentallen welke zijn opgenomen in het parkeerbeleid van de gemeente Nissewaard voor “Rest Spijkenisse”: • Basisschool: 0,8 parkeerplaatsen per lokaal; • Kinderdagverblijf: 1,2 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. 2.1.3

Project specifieke input berekeningen

De kentallen voor parkeren ten behoeve van halen en brengen kennen een minimale en een maximale waarde. De uitkomst van de berekeningen met de minimale en maximale waarde geven een range waarbinnen het aantal benodigde parkeerplaatsen ligt. In samenwerking met de gemeente Nissewaard en de schoolleiding van de scholen (nu nog op hun oude locatie) is meer locatie specifieke kennis verkregen, welke is ingebracht in de berekeningen. Basisscholen In het kader van het project specifiek maken van de parkeerberekeningen is een aantal vragen gesteld aan de leiding van beide scholen. In tabel 1 zijn de antwoorden/uitkomsten van deze vragen weergegeven. Tevens is een kolom opgenomen waarin het getal is weergegeven waarmee is gerekend in deze studie.

Kenmerk Aantal leerlingen (toekomstig volgens PvE)

Huidig OBS De Piramide

Huidig CBS De Hoeksteen

Uitgangspunt in berekening

220

357

7001 Onderbouw: 260 Bovenbouw: 440

Percentage leerlingen met de auto

25%

32%

35%2

Postcode woonadres leerlingen

3201: 36% 3203: 17% 3207: 38% Overig: 19% 8:30-14:30

3201: 47% 3207: 45% Overig: 8%

-

8:30-14:00

-

(Woensdag 8:30-12:15)

5 dagen in de week

Schooltijden

Tabel 1. Projectspecifieke uitgangspunten voor berekeningen

1 In de berekeningen is gerekend met een toekomstige groei van de scholen als gevolg van o.a. de verdere bouw van De Elementen.

De gehanteerde uitgangspunten zijn conform Concept PvE IKC Elementen-Schenkel, opgesteld door Anculus d.d. 21 september 2021. 2

In de berekeningen is gerekend met een verhoogd percentage voor leerlingen die met de auto worden gebracht. Dit heeft te maken

met de verhuizing van de scholen. Voor veel van de huidige leerlingen wordt de afstand tot school groter, waardoor de kans dat zij met de auto gebracht gaan worden toeneemt. Omdat geen specifieker inzicht beschikbaar is in de onderlinge verschillen wordt het genoemde percentage zowel voor de bovenbouw als onderbouw gehanteerd. 3

NO01-D02-91016213-NLS

NOTITIE BSO Op dit moment verzorgd Mundo een buitenschoolse opvang op CBS De Hoeksteen. Deze BSO is geopend buiten de schooltijden van 06:30 tot maximaal 18:30 uur. Leerlingen die gebruik maken van de BSO zijn voor het overgrote deel leerling van CBS De Hoeksteen. Er vindt hier dus nauwelijks verkeer plaats van en naar andere schoollocaties. In de ochtenduren betreft het enkele leerlingen, in de middaguren maakt circa 12% van de leerlingen van CBS De Hoeksteen gebruik van de BSO. Ouders/verzorgers met kinderen op de BSO brengen hun kinderen vroeger en/of komen ze later ophalen. Dat betekent dat deze ouders hun kinderen niet tijdens het piekmoment komen halen en brengen. Extra parkeerplaatsen zijn niet noodzakelijk, omdat gebruikt gemaakt kan worden van het aanbod van parkeerplaatsen dat al is voorzien. Kinderdagverblijf Conform de uitgangspunten voor het nieuwe gebouw is er in het nieuwe schoolcomplex ruimte voor een kinderdagverblijf van circa 250 m2, goed voor de opvang van 42 kinderen conform het Programma van Eisen. Omdat geen gegevens bekend zijn over het haal- en brenggedrag van het kinderdagverblijf is de gemiddelde waarde conform de rekenmethode aangehouden. Namelijk 65% van de kinderen wordt gebracht met de auto. Gymzaal Buiten schooltijden kan de gymzaal worden gehuurd door derden voor diverse activiteiten.

Voor een dergelijke voorziening hanteert de gemeente Nissewaard in haar beleid een norm van 2,7 parkeerplaatsen per 100 m2 BVO. De gymzaal heeft een oppervlakte van circa 400 m2 BVO. Daarmee is er voor de gymzaal een parkeervraag van circa 4,0 * 2,7 = 11 parkeerplaatsen (afgerond). De vraag naar de 11 parkeerplaatsen voor de gymzaal is er echter alleen op momenten dat de school niet als zodanig open is. Aangezien het aantal te realiseren parkeerplaatsen rondom de school hoger is dan de vraag naar parkeren voor de gymzaal wordt verondersteld dat dit gebruik als dubbelgebruik kan worden aangemerkt. Het parkeren bij de gymzaal is dan ook verder buiten beschouwing gelaten. 2.2

RESULTATEN PARKEERBEREKENING

Op basis van de uitgangspunten zoals beschreven in hoofdstuk 2.1 van deze notitie heeft een berekening plaatsgevonden van de parkeerbehoefte. De resultaten van deze berekening zijn weergegeven in tabel 2. Aantal

Eenheid

% autogebruik / #pp per eenheid

Aantal parkeerplaatsen

Halen en Brengen Groep 1 t/m 3 Halen en Brengen Groep 4 t/m 8

260 440

Leerlingen Leerlingen

35% 35%

Halen en Brengen kinderdagverblijf

42

Leerlingen

65%

35 33 6

Personeel Basisscholen

28

Lokalen

Personeel Kinderdagverblijf

250

m2 bvo

0,8 pp per lokaal 1,2 pp per 100m2 bvo

Totaal Tabel 2. Parkeerberekening IKC De Elementen

4

NO01-D02-91016213-NLS

23 3 100

NOTITIE In totaal zijn er 100 parkeerplaatsen nodig, waarvan 26 vaste parkeerplaatsen voor personeelsleden en 74 parkeerplaatsen voor het halen en brengen. 2.3

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN PARKEREN

Op basis van een project specifieke invulling van de parkeerberekening is de conclusie dat 100 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. Dit is een zeer fors aantal parkeerplaatsen dat zomaar 70% van de kavelgrootte in zou kunnen gaan nemen. Het aantal parkeerplaatsen is weliswaar fors, maar valt te verklaren als gevolg van de omvang van het gebouw, met 700 leerlingen op de basisscholen en circa 42 plekken in de kinderopvang. Het berekende hoge aantal van 100 parkeerplaatsen is datgene wat gerealiseerd dient te worden conform het beleid van de gemeente bij een school van deze omvang. Binnen het beleid zijn echter wel mogelijkheden het aantal benodigde parkeerplaatsen te optimaliseren. Een aantal mogelijkheden hiervoor zijn in de volgende paragrafen toegelicht. NB. Voor het bestemmingsplan geldt dat in de basis de 100 parkeerplaatsen gerealiseerd dienen te worden, tenzij middels harde afspraken met de scholen en/of het opstellen van een uitgebreide parkeerstudie/parkeerbalans voor het hele te ontwikkelen gebied aan kan worden getoond dat met minder parkeerplaatsen kan worden volstaan. 2.3.1

Dubbelgebruik

Voor de bewoners van de hoogbouw dienen er ook parkeerplaatsen gefaciliteerd te worden. Op het moment dat deze parkeerplaatsen zo worden vormgegeven dat deze openbaar toegankelijk en te gebruiken zijn, kunnen ouders die hun kinderen komen brengen ook hier gebruik van maken. Deze parkeerplaatsen komen dan in aanmerking voor dubbelgebruik. In dit geval kunnen deze parkeerplaatsen dubbel worden gebruikt door het personeel of ouders van leerlingen van de basisschool en in de avond- en nachtperiode door bewoners. Omdat de uitgangspunten voor de nieuw te bouwen appartementen niet bij Roelofs bekend zijn is in tabel 3 een rekenvoorbeeld opgenomen, waarin inzichtelijk is gemaakt bij hoeveel appartementen (met volledig openbaar parkeren) het parkeren volledig uit dubbelgebruik kan worden gehaald. Dit geeft een idee van de mogelijkheden. Uitgangspunten rekenvoorbeeld: • Aanwezigheidspercentages bezoekers en bewoners volgens CROW-publicatie 381; • Gemiddeld parkeerkencijfer: 1,5 inclusief. 0,3 parkeerplaatsen per woning voor bezoekers.

5

NO01-D02-91016213-NLS

NOTITIE Aantal parkeerplaatsen Werkdag Werkdag ochtend avond

Aantal

Eenheid

% autogebruik / #pp per eenheid

Woning bewoners

150

Appartementen

1,2

90

162

Woning bezoekers

150

Appartementen

30%

5

36

260

Leerlingen

35%

35

440

Leerlingen

35%

33

42

Leerlingen

65%

6

Personeel Basisscholen

28

Lokalen

0,8 pp per lokaal

23

Personeel Kinderdagverblijf

250

m2 bvo

1,2 pp per 100m2 bvo

3

Halen en Brengen Groep 1 t/m 3 Halen en Brengen Groep 4 t/m 8 Halen en Brengen kinderdagverblijf

Totaal

195

198

Tabel 3. Rekenvoorbeeld dubbelgebruik parkeren met woningen in hoogbouw

In het geval van dit rekenvoorbeeld dient de parkeergelegenheid van circa 150 appartementen dus openbaar beschikbaar te zijn om de parkeerbehoefte van de school volledig met dubbelgebruik op te kunnen vangen. Daarbij gelden de volgende aandachtspunten: • De school gaat eerder open dan dat de hoogbouw gereed is. De parkeerplaatsen van de hoogbouw zijn nog niet gerealiseerd op het moment dat de school open gaat. In het geval van toepassing van dubbelgebruik dient hiermee rekening gehouden te worden; • Voor het halen en brengen van kinderen bij een school wordt een acceptabele loopafstand van 100m genoemd in de landelijke richtlijnen van het CROW. De parkeerplaatsen die als dubbelgebruik worden aangemerkt dienen binnen deze loopafstand gerealiseerd te worden. De mogelijkheden om dubbelgebruik toe te passen in de parkeerberekening voor de nieuwbouw van het IKC in de Elementen dienen nader worden onderzocht door het opstellen van een integrale parkeerbalans voor de school en de hoogbouw in de directe omgeving. 2.3.2

Ontmoediging met de auto

Een andere mogelijkheid om het aantal leerlingen terug te brengen dat met de auto wordt gebracht is het ontmoedigen/verbieden van het halen en brengen van kinderen met de auto. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt door in samenwerking met de scholen te gaan werken aan een mobiliteitsbeleid voor de leerlingen. Maatregelen waarover nagedacht kan worden zijn: • Door middel van educatie kinderen enthousiasmeren om lopend of met de fiets naar school te komen. Ouders kunnen in dit project betrokken worden door hen inzicht te geven in de gevaren die te veel auto’s rond een school met zich meebrengen en welke invloed zij daar zelf op hebben; •

Het inzetten van een treintje op het pad langs de Oude Maas om kinderen vanuit de Schenkel naar school te rijden, hierdoor wordt de loopafstand feitelijk korter en hoeven ouders de kinderen alleen nog maar af te zetten bij de trein;

6

NO01-D02-91016213-NLS

NOTITIE •

Het instellen van een verbod voor ouders om kinderen te komen brengen met de auto, wanneer zij binnen een straal van bijvoorbeeld 900 m van de school wonen. Deze 900 m komt overeen met de afstand die volgens CBS cijfers als acceptabel wordt gezien als grens voor acceptabele afstand te voet of per fiets bij slecht weer.

Zoals al aangegeven vraagt een dergelijke aanpak om een nadere afstemming en nauwe samenwerking met de scholen. Er zal onderzocht moeten worden hoe leerlingen bijvoorbeeld nu naar school komen ten opzichte van de afstand waarop ze wonen. Op deze manier kan een inschatting gemaakt worden van het mogelijke succes van de maatregelen. Om een beeld te krijgen van het mogelijke oplossend vermogen van deze maatregelen is een aantal voorbeeldberekeningen gemaakt bij verschillende scenario’s met percentages van leerlingen die worden gebracht. Voor de onderbouw (OB) is gerekend met een minimaal percentage van 30%, conform de ondergrens genoemd in het parkeerbeleid van de gemeente. Voor de bovenbouw (BB) is de vrijheid in het beleid groter en zijn extra berekeningen gemaakt voor 30%, 25% en 20%. In de kentallen die worden gebruikt voor de bepaling van het aantal benodigde parkeerplaatsen voor halen en brengen is voor een doorsnede van de kinderen er rekening mee gehouden dat zij met de auto worden gebracht. De uitkomsten van deze berekende scenario’s zijn weergegeven in tabel 4.

Aantal

Eenheid

Aantal parkeerplaatsen per scenario OB = 35% BB = 35%

OB = 30% BB = 30%

OB = 30% BB = 25%

OB = 30% BB = 20%

Halen en Brengen Groep 1 t/m 3

260 Leerlingen

Variabel OB

35

30

30

30

Halen en Brengen Groep 4 t/m 8

440 Leerlingen

Variabel BB

33

28

24

19

Halen en Brengen kinderdagverblijf

42 Leerlingen

65%

6

6

6

6

Personeel Basisscholen

28 Lokalen

23

23

23

23

Personeel Kinderdagverblijf

250 m2 bvo

3

3

3

3

100

90

86

81

Totaal

0,8 pp per lokaal 1,2 pp per 100m2 bvo

Tabel 4. Benodigd aantal parkeerplaatsen IKC De Elementen bij verschillende scenario’s voor halen en brengen

Zoals duidelijk wordt uit bovenstaand overzicht kan het aantal parkeerplaatsen terug worden gebracht met goed mobiliteitsmanagement voor leerlingen tot bijvoorbeeld 80 parkeerplaatsen. Of dit een reëel aantal is zal verder onderbouwd moeten worden in een project samen met de scholen.

7

NO01-D02-91016213-NLS

NOTITIE Opgemerkt dient ook te worden dat ook een groot deel van de parkeerplaatsen is gereserveerd voor personeel. Ook hier zou met een goed mobiliteitsmanagementplan gekeken kunnen worden naar het verlagen van de gemeentelijke parkeernorm. 2.3.3

Ongelijke starttijden basisscholen

Op het moment dat de scholen gescheiden aanvangs- en eindtijden hanteren is dat ook reden om het aantal parkeerplaatsen voor halen en brengen te reduceren. Het beleid van gemeente Nissewaard geeft deze mogelijkheid bij gescheiden eindtijden van onder- en bovenbouw. In het specifieke geval van het IKC De Elementen is gekeken naar de mogelijkheid om beide scholen op andere tijdstippen te laten beginnen en eindigen, dat lost het grote nadeel op van gescheiden eindtijden: een moeilijke planning voor ouders die kinderen in de boven- en onderbouw van dezelfde school hebben. In dit geval bepaald de basisschool met het meeste aantal leerlingen het benodigd aantal parkeerplaatsen. Conform het programma van eisen is dat naar verwachting CBS De Hoeksteen met in de toekomst 477 leerlingen. Onderstaand zijn aannames gedaan over de onderverdeling van de hoeveelheid leerlingen en personeel: • 300 leerlingen in de bovenbouw; • 177 leerlingen in de onderbouw; • Aantal parkeerplaatsen voor personeel (beide scholen) en kinderdagverblijf blijft gelijk.

Aantal

Eenheid

% autogebruik / #pp per eenheid

Aantal parkeerplaatsen

Halen en Brengen Groep 1 t/m 3 Halen en Brengen Groep 4 t/m 8

177 300

Leerlingen Leerlingen

35% 35%

Halen en Brengen kinderdagverbl. Personeel Basisscholen

42 28

Leerlingen Lokalen

65% 0,8 pp per lokaal

24 23 6

Personeel Kinderdagverblijf

250

m2 bvo

1,2 pp per 100m2

Totaal

23 3 79

tabel 5. Aantal parkeerplaatsen bij ongelijke starttijden

Als de basisscholen ongelijke starttijden hanteren dienen er 79 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden, zoals is te zien in tabel 5. Dit is een reductie van 21 parkeerplaatsen in vergelijking met gelijke aanvangs- en eindtijden. Of dit een haalbare optie is dient besproken te worden met de betrokken scholen. Ook moet onderzocht worden hoe dit juridisch geborgd kan worden in een bestemmingsplan en/of gebruiksovereenkomst.

3. ONTSLUITING Een veilige weg van en naar een school is een must, kinderen moeten veilig op school kunnen komen. Vaak wordt deze weg naar school tegenwoordig echter onveilig door de vele ouders/verzorgers die ervoor kiezen om hun kinderen met de auto naar school te brengen. De nieuwbouw van een school op de aangewezen locatie in De Elementen moet straks gaan voorzien in de mogelijkheid dat zowel de kinderen als de ouders/verzorgers, als ook de omwonenden van de betrokken straten zich veilig en comfortabel door de buurt kunnen bewegen.

8

NO01-D02-91016213-NLS

NOTITIE Belangrijk hierbij is om vast te stellen dat de school gelegen is op de grens van twee wijken. Enerzijds is dat de wijk Schenkel. Een inmiddels wat oudere wijk met gemengde bewoners qua leeftijd. Een wijk ook waarvan wordt verwacht dat het aantal leerlingen zich vooralsnog zal stabiliseren of wat zal teruglopen. Aan de andere kant De Elementen, een nieuwe wijk met veel jonge gezinnen waar de komende jaren een grote groei van leerlingen is te verwachten. Beide wijken worden gescheiden door het metrospoor. Een belangrijke barrière die ervoor zorgt dat er nauwelijks onderlinge (auto)verbindingen zijn. Voorwaarde voor een succesvolle ontsluiting van de scholen is daarom een goede bereikbaarheid zowel vanuit het noorden (De Elementen) als vanuit het zuiden (Schenkel). Als onderdeel van deze studie is daarom gekeken naar de veiligheid van de mogelijke ontsluitingsroutes en alternatieven. Ook is berekend hoeveel verkeer de school zal genereren en er is een doorkijk gegeven naar de gevolgen van het schoolverkeer op de Oude Maasweg. 3.1

ONTSLUITINGSROUTE VIA BESTAANDE WEGEN

In eerste instantie zijn de mogelijkheden onderzocht om via bestaande wegen en de geplande nieuwe weg langs de hoogbouw aan de Nieuw Hongerlandsedijk het verkeer af te gaan wikkelen, eventueel aangevuld met kleinere infrastructurele aanvullingen of aanpassingen. Al deze varianten hebben gemeen dat de hoofdontsluiting voor personeel en leveranciers zou lopen via de Nieuw Hongerlandsedijk en dat ook leerlingen vanuit De Elementen via die route zouden komen. Voor verkeer komend vanaf de Oude Maasweg en vanuit de Elementen zijn daarvoor 2 routes beoordeeld, route A en B conform afbeelding 2.

Afbeelding 2 Ontsluitingsroutes IKC De Elementen vanuit De Elementen

9

NO01-D02-91016213-NLS

NOTITIE Deze routes zijn in hun huidige (ontworpen) vorm als onhaalbaar beoordeeld, omdat: • De bouw van de hoogbouw langs de Oude Maas de komende jaren door zal gaan. De bouwterreinen zijn reeds toegekend aan de bouwers en ontwikkelaars, waardoor er onvoldoende veilige mogelijkheden overblijven om kinderen en personeel met de auto naar de nieuwbouw van de school te laten rijden (via route A). Lopend en met de fiets kan route A wel veilig worden gebruikt. Het fiets- en voetpad langs de Oude Maas blijft immers vrij van gemotoriseerd- en bouwverkeer; NB. Op het moment dat de hoogbouw afgerond is zou route A wel een alternatief kunnen zijn. Dit betreft immers een route waarop fietsers en voetgangers gebruik kunnen maken van het reeds aanwezige pad langs de Oude Maas en autoverkeer gescheiden afgewikkeld kan worden op de nieuw aan te leggen Nieuw Hongerlandsedijk; • De bouwterreinen de eerst komende jaren ook het gebruik van het oude pad tussen de Oude Maasweg parallel aan de Nieuw Hongerlandsedijk belemmeren (route B); • De veiligheidsregio niet akkoord gaat met deze routes indien beide wegen als het ware doodlopen bij het IKC (zie hoofdstuk 4). Beide alternatieven hebben daarnaast nog één voornaam nadeel: ze zorgen voor een grote omrijfactor van circa 1,5 km voor ouders uit Schenkel wanneer zij hun kinderen met de auto naar school gaan brengen.

Een nadeel dat er vrijwel zeker toe gaat leiden dat ouders een weg gaan zoeken aan de zijde van de wijk Schenkel. Daarom is gekeken naar de geschiktheid van bestaande wegen en eventuele alternatieven zoals weergegeven in afbeelding 3.

Afbeelding 3. Ontsluitingsroutes IKC De Elementen vanuit Schenkel

Uiteindelijk is geconstateerd dat deze ontsluitingsroutes niet wenselijk en/of haalbaar zijn omdat: • Route C (Amerstraat en Biesboschstraat) geen veilig alternatief is. De straat is te smal om het te verwachten verkeer te kunnen verwerken. Zeker ook omdat de Amerstraat in dit alternatief ook veelvuldig door fietsers zal worden gebruikt. Ook valt veel hinder te verwachten voor de huidige bewoners van deze straten;

10

NO01-D02-91016213-NLS

NOTITIE •

• •

Route D (Amerstraat, nieuwe K+R en nieuwe fietsroute door park) geen haalbaar alternatief is, ook al is er wel een veiliger fiets alternatief dan bij route A. Autoverkeer moet in twee richtingen gebruik blijven maken van de smalle Amerstraat; Route E (nieuwe weg via park) heel veel afbreuk doet aan de uitstraling van het park en een lastige aansluiting kent op de Donaulaan ter hoogte van een bocht en een bushalte; Route F (K+R eiland bij Hunzestraat) naar verwachting niet gebruikt gaat worden, omdat kinderen onderaan een lange trap moeten worden afgezet, waarna vanuit de auto niet zichtbaar is of ze veilig het schoolplein bereiken. De verwachting is dan ook dat ouders/verzorgers kinderen in dit geval alsnog aan de Biesboschstraat af zullen zetten.

Kortom, via bestaande routes of routes met een beperkte wijziging is het nauwelijks mogelijk om voor zowel de lange als korte termijn een veilig alternatief te bieden het verkeer van en naar de scholen, conform de wegen en/of de plannen zoals ze er nu zijn. 3.2

AANPASSEN WEGENSTRUCTUUR

Omdat het via bestaande wegen niet of nauwelijks mogelijk is om een veilige schoolroute te bieden is gekeken naar de mogelijkheden voor het aanpassen van de bestaande plannen. Daarbij dient opgemerkt te worden dat het vanuit de wijk Schenkel gegeven de ruimtelijke situatie als nagenoeg onmogelijk is bestempeld om een goede ontsluitingsroute aan te leggen. De enige haalbare optie is daarom om de ontsluiting toch volledig via de Nieuw Hongerlandsedijk plaats te laten vinden. Nadeel is dan wel dat gebruik van de Amerstraat niet uitgesloten kan worden, maar door een juiste vormgeving van een goede en veilige route kunnen ouders wel worden verleid tot omrijden via de NieuwHongerlandsedijk. Route A en B zijn in voorgaande paragraaf als niet haalbaar bestempeld. Daarom is door de gemeente Nissewaard opnieuw overleg gevoerd met de bouwers van de hoogbouw waarin is aangegeven dat meer ruimte beschikbaar moet komen voor het ontsluiten van de school tijdens de bouwperiode van de hoogbouw. Uitkomst is een combinatie van route A en B, die als het ware als een soort rondweg worden aangelegd, zie afbeelding 4.

Afbeelding 4. Rondweg rondom hoogbouw / ontsluiting IKC 11

NO01-D02-91016213-NLS

NOTITIE Voordelen van deze aanpak zijn: • Er ontstaan mogelijkheden om tijdens de bouw van de hoogbouw schoolverkeer en bouwverkeer van en naar de hoogbouw van elkaar te scheiden. Eventueel kan daarbij zelfs flexibel gekeken worden naar het gebruik van verschillende wegen/routes op basis van de voortgang van de werkzaamheden aan de hoogbouw; • De rondweg kan fungeren als hoofdzakelijk auto-ontsluiting. Voor fietsers en voetgangers blijven er de vrijliggende, en daarmee aantrekkelijke en veilige verbindingen, via de Nieuw Hongerlandsedijk. Aandachtspunten voor de uiteindelijke vormgeving blijven er ook: • Er dient goed onderzocht te worden wat de afwikkeling van het verkeer via deze route betekent voor de capaciteit van de Oude Maasweg. Een eerste globale berekening hiervan is beschreven in paragraaf 3.3; • Het bouwverkeer kan zorgen voor een mindere doorstroming, wat met name lastige verkeerssituaties op kan leveren tijdens haal en brengtijden bij de school. 3.3

VERKEERSPRODUCTIE SCHOOL

Op basis van dezelfde uitgangspunten als beschreven in paragraaf 2.1 is een berekening opgesteld van het aantal voertuigbewegingen dat zal worden gegenereerd door de school. Basis hiervoor is de berekening van het aantal voertuigen voor het halen en brengen en het aantal auto’s dat wordt gebruikt door docenten. Het aantal voertuigen voor halen en brengen is berekend aan de hand van het aantal leerlingen, het percentage van de leerlingen dat met de auto komt en een correctie voor meerdere kinderen in 1 auto conform de rekenmethode uit paragraaf 2.1.1. Dit aantal auto’s is vermenigvuldigd met 4, want de meeste ouders/verzorgers zullen zowel ’s ochtends hun kinderen brengen als ‘s middags hun kinderen weer ophalen. Beide acties bestaan uit twee ritten en dus in totaal 4 voertuigbewegingen. Voor de docenten en begeleiders van het kinderdagverblijf wordt aangenomen dat ze in de ochtend komen en in de middag weer naar huis gaan. In totaal leveren die dus 2 bewegingen per parkeerplaats op. De resultaten van de berekening zijn weergegeven in tabel 6.

Aantal

Eenheid

% autogebruik

Correctie meer kinderen

Voertuigbewegingen per eenheid

Totaal voertuigbewegingen

260

Leerlingen

0,35

0,75

4

273

440

Leerlingen

0,35

0,85

4

524

42

Leerlingen

0,65

0,75

4

82

Personeel Basisscholen

23

Parkeerplaatsen

-

-

2

46

Personeel Kinderdagverblijf

9

Parkeerplaatsen

-

-

2

18

Halen en Brengen Groep 1 t/m 3 Halen en Brengen Groep 4 t/m 8 Halen en Brengen kinderdagverblijf

Totaal Tabel 6. Verkeersproductie IKC De Elementen

12

NO01-D02-91016213-NLS

943

NOTITIE In totaal zijn er dus circa 940 motorvoertuigen per schooldagetmaal te verwachten als gevolg van realisatie van de nieuwe school. Belangrijke nuancering bij deze cijfers is dat het verkeer dat wordt gegenereerd op etmaalbasis is berekend en dat het overgrote deel geconcentreerd in circa 2x30 minuten moet worden afgehandeld. 3.4

CONCLUSIE ONTSLUITING

Op basis van hetgeen in voorgaande paragrafen is beschreven kan worden geconcludeerd dat er circa 940 motorvoertuigen per schooldagetmaal gegenereerd zullen worden als gevolg van de bouw van de school. Deze voertuigen zullen voor het overgrote deel worden toegevoegd aan de circa 3400 motorvoertuigen die volgens het verkeersmodel van de Metropoolregio (versie 2.6) in 2030 per etmaal gebruik zullen maken van de Oude Maasweg, zie afbeelding 5.

Afbeelding 5. Uitsnede uit verkeersmodel Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (versie 2.6)

Daarmee komt het totaal aantal voertuigen op de Oude Maasweg op maximaal 4.400 mvt/etmaal. Een waarde die goed past de wegcategorie en inrichting van de Oude Maasweg. Aandachtspunt is wel de grote piekbelasting die valt te verwachten rondom de momenten dat kinderen worden gehaald en gebracht. Op basis van een eerste globale berekening met het intensiteitscriterium van SLOP kan worden gesteld dat wachtrijen aannemelijk zijn. Een spreiding over 2 aansluitingen bij de aanleg van de rondweg wordt het verkeer beter verdeeld en zijn de verliestijden naar verwachting korter. Om de scheiding van bouwverkeer en schoolverkeer mogelijk te maken is een herziening nodig van de wegen rondom de hoogbouw. Door zowel route A als B aan te leggen en deze met elkaar te verbinden ontstaat in eerste instantie een goede en flexibele mogelijkheid om bouwverkeer en schoolverkeer gescheiden af te kunnen wikkelen gedurende de bouwfase. Na afronding van alle bouwactiviteiten blijft vervolgens een rondweg beschikbaar die als belangrijk voordeel heeft dat ouders de wijk kunnen verlaten zonder bijzondere verrichtingen als keren te hoeven verrichten met de bijbehorende risico’s van dien. Omdat er twee aansluitingen zijn op de Oude Maasweg zal deze afwikkeling ook vlotter verlopen dan bij een enkele verbinding.

13

NO01-D02-91016213-NLS

NOTITIE

SCHEIDING BOUWVERKEER EN SCHOOLVERKEER Uiteindelijk moet worden gesteld dat met de aanleg van de rondweg een veilige route van en naar de school is gegarandeerd. Dit betreft echter wel de fase wanneer de hoogbouw langs de Oude Maas is gerealiseerd. Voor het bestemmingsplan voldoet de rondweg dan ook, maar in de praktijk zal de bouwfase nog wel aandacht vragen. In de bouwfase is het voornamelijk van belang dat er goede gescheiden alternatieven zijn voor fietsers en voetgangers. Deze zijn er door gebruik te maken van het pad langs de Oude Maas, zoals dat ook de afgelopen jaren het geval is geweest bij de bouw van de vorige fases van de hoogbouw. Fietsers en voetgangers dienen daarbij fysiek gescheiden te worden van de bouwplaats, bijvoorbeeld door het inzetten van (in de grond verankerde) bouwhekken. Voor het autoverkeer wordt het van belang geacht dat er straks voldoende ruimte beschikbaar is op een weg zodat 2 auto’s elkaar zonder problemen kunnen passeren. Daarbij dient rekening gehouden te worden met een wegbreedte conform ASVV2021 en niet te vergeten mag daarbij worden dat bij barriers of hekken rekening gehouden dient te worden met obstakelvrees.

Omdat er voor verschillende fases wellicht verschillende ontsluitingsroutes nodig zijn zal per fase door het projecten van De Elementen een voorstel moeten worden uitgewerkt voor de bereikbaarheid van de school, rekening houdend met voldoende wegbreedte en dergelijke.

4. HULPDIENSTEN Vanuit de veiligheidsregio zijn 3 belangrijke aandachtspunten meegegeven die een raakvlak hebben met de inrichting van de wegen rondom de school: 1. Er dienen 2 routes beschikbaar te zijn om de school aan te rijden, zodat er altijd een route is die beschikbaar is, ook als er sprake is van werkzaamheden of een calamiteit op de andere route; 2.

Bij een calamiteit op de Oude Maas (bijvoorbeeld een plasbrand) dient er een route te zijn waarbij de school en de Oude Maas bereikt kunnen worden zonder direct langs de Oude Maas en langs de calamiteit te rijden;

3.

Bij evacuatie van de school dient er een vluchtweg (te voet) te zijn die kinderen en personeel van de school de gelegenheid geven om te vluchten zo snel mogelijk weg van de Oude Maas.

Het ontwerp met de rondweg is voorgelegd aan de veiligheidsregio en voldoet aan bovenstaande voorwaarden: 1. Op het moment dat er een versperring is op de Oude Maasweg (route 1) kunnen de hulpdiensten via de Elementenweg (route 2) bij de school komen en omgekeerd (zie afbeelding 6); 2.

De routes zijn gesitueerd achter de hoogbouw in verband met een eventuele calamiteit op de Oude Maas. Op het moment dat er een plasbrand plaats vindt kunnen de hulpdiensten, onder bescherming van de woontorens, de calamiteit en eventueel de school veilig bereiken (zie afbeelding 6);

14

NO01-D02-91016213-NLS

NOTITIE 3.

Er is een vluchtroute beschikbaar die weg gaat van de Oude Maas. Deze route is bruikbaar door voetgangers en loopt via de trappen naar de Amerstraat, Hunzestraat en Biesboschstraat (zie afbeelding 7).

Afbeelding 6. Bereikbaarheid IKC Hulpdiensten

Afbeelding 7. Vluchtroutes vanuit IKC weg van de Oude Maas

5. OVERKOEPELENDE CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Er wordt een flinke toename van het aantal leerlingen op De Hoeksteen en De Piramide verwacht, namelijk van 426 naar 700 leerlingen (164%). Door het samenvoegen van deze scholen in het nieuwe IKC De Elementen ontstaat een grote school met bijbehorende verkeersproductie (940 mvt per schooldagetmaal) en, conform het beleid van de gemeente Nissewaard, een groot aantal benodigde parkeerplaatsen.

15

NO01-D02-91016213-NLS

NOTITIE Al het verkeer moet op een veilige manier van en naar de school kunnen rijden, zonder dat kinderen die lopend of met de fiets naar school gaan daarbij gevaar lopen. Er wordt daarom voorgesteld om een nieuwe rondweg aan te leggen parallel aan Nieuwe Hongerlandsedijk. Deze route zou dan gaan lopen aan de voor- en achterzijde van de nog te realiseren hoogbouw langs de Oude Maas. Wanneer deze rondweg wordt aangelegd is een route beschikbaar die in staat geacht wordt het verkeersaanbod veilig te kunnen verwerken, waarbij fiets- en voetgangers verkeer veilig en gescheiden gebruik kan maken van het reeds bestaande pad langs de Oude Maas. De rondweg biedt ook voldoende mogelijkheden qua bereikbaarheid voor hulpdiensten, daar waar losse verbindingen onvoldoende mogelijkheden bieden. De situatie in de Amerstraat behoeft wel monitoring. Door een goede en veilige route aan te bieden en samen met de schoolleiding aandacht voor de juiste aanrijroutes te vragen, worden ouders zoveel mogelijk verleid om de aangewezen routes te gebruiken. Gebruik van de Amerstraat kan echter niet met een harde maatregel voorkomen worden, anders worden de huizen ook voor de bewoners onbereikbaar. Gemeente Nissewaard dient de situatie in de Amerstraat dan ook zo goed als mogelijk in de gaten te houden en waar nodig maatregelen te treffen. Ook parkeren blijft een belangrijk aandachtspunt.

Conform de parkeerberekening zijn 100 plaatsen noodzakelijk. Dit aantal lijkt op het eerste gezicht erg hoog, maar is te verklaren door de omvang van de school. Dit houdt echter wel in dat circa 70% van het totale kaveloppervlak van ongeveer 3.000 m2 zou moeten worden gereserveerd voor parkeren, of dat in lagen gewerkt moet gaan worden. Door slim te ontwerpen kan het benodigd aantal parkeerplaatsen wellicht worden bijgesteld naar beneden. In deze notitie wordt daarom een aantal mogelijkheden benoemd om het aantal parkeerplaatsen dat gerealiseerd moet worden bij de school terug te dringen. Als hiervoor wordt gekozen is het noodzakelijk om ten eerste een integrale parkeerbalans op te stellen en daarnaast samen met de scholen op zoek te gaan naar een goed mobiliteitsplan voor leerlingen en personeel. Vervolgens moet worden bekeken hoe deze afspraken juridisch kunnen worden geborgd zodat deze voldoende vastigheid bieden voor het bestemmingsplan. Zonder dat er een goed en juridisch verankert plan komt, moet naar oordeel van Roelofs Advies en Ontwerp voor een goede ruimtelijke ordening het aantal van 100 parkeerplaatsen worden gerealiseerd.

16

NO01-D02-91016213-NLS

NOTITIE

NO01-C01-xxxxxxxx-xxx

Bijlage 4

32

Onderzoek Bedrijven en milieuzonering

bestemmingsplanIKC Elementen-Schenkel

Memo – Quickscan bedrijven en milieuzonering Datum

:

21 mei 2021

Bestemd voor

:

Wissing B.V.

Van

:

dhr. R. Schuurmans

Projectnummer

:

20210086

Betreft

:

Bouwplan Nieuwe Hongerlandsedijk te Spijkenisse

Paraaf:

1 Inleiding In opdracht van Wissing heeft AGEL adviseurs een quickscan bedrijven en milieuzonering uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Nieuwe Hongerlandsedijk in Spijkenisse. De locatie staat kadastraal bekend onder gemeente Spijkenisse sectie C, nummer 2322 en is braakliggend met een oppervlakte van 10.060 m2. De aanleiding voor het uitvoeren van deze quickscan vormt de voorgenomen realisatie van een basisschool met verhuurbare gymzaal en kinderopvanglocatie op een deel van dit perceel. Om dit juridisch-planologisch te regelen, dient een wijziging van het bestemmingsplan te worden opgesteld. Het doel van de quickscan is tweeledig. Enerzijds om na te gaan of door de bedrijvigheid van de basisschool, met verhuurbare gymzaal en kinderopvanglocatie belemmeringen ten opzichte van de geplande woontorens en de al aanwezige woonwijk te verwachten zijn. Anderzijds om na te gaan in hoeverre door de in de buurt aanwezige bedrijvigheid belemmeringen zijn te verwachten ten opzichte van de basisschool met kinderopvanglocatie omdat dit een milieugevoelig object betreft. In beide gevallen gaat het om belemmeringen die zouden kunnen zorgen voor het niet garanderen van een goed woon- een leefklimaat. In afbeelding 1 is de situering van het plangebied in het rood aangegeven.

Afbeelding 1: Situering plangebied (in rood)

Pagina 1 van 5 AGEL adviseurs Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout

t. 0162-456481 e. info@ageladviseurs.nl i. www.ageladviseurs.nl

VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken. Op alle door ons aanvaarde opdrachten en verrichte werkzaamheden zijn de Leveringsvoorwaarden Agel Adviseurs B.V. van toepassing. Btw nr. NL800203823B01 - IBAN NL72ABNA0594482291 - BIC ABNANL2A - KvK Breda 2005114

2 Voorgenomen ontwikkeling Het project bestaat uit de aanpassing van het bestemmingsplan en het bouwen van een basisschool met verhuurbare gymzaal en kinderopvanglocatie van ongeveer 4.300 m2 met 3 bouwlagen. De langs de Oude Maas gelegen, verouderde bedrijventerreinen worden gefaseerd getransformeerd in een aantrekkelijk woongebied met circa 3500 woningen en bijbehorende voorzieningen. Het plangebied, genaamd “De Elementen”, bevat vier deelprojecten: De Dijk, Het Land, Het Park en De Haven. De realisatie van de basisschool, gymzaal en kinderopvanglocatie maakt onderdeel uit van de deellocatie De Dijk II en wordt gerealiseerd naast de woontorens in dit gebied. Momenteel heeft dit perceel de bestemming “groen”, met de voorgenomen ontwikkeling zal deze wijzigen naar bestemming “maatschappelijke voorzieningen”. Het voorgenomen bouwplan is weergegeven in afbeelding 2 (blauwe blok ten Oosten van woontorens).

Deelgebieden van ‘De Elementen’

De Dijk II met woontorens en toekomstige basisschool

Afbeelding 2: Situering planlocatie

3 Toetsingskader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen milieuhinderlijke functies en gevoelige functies. Wonen is een milieugevoelige functie. Daarom dient te worden bekeken in hoeverre de ontwikkeling resulteert in belemmeringen vanuit omliggende bedrijven en activiteiten. Anderzijds dient bekeken te worden in hoeverre de hindercirkels rond deze bedrijven en activiteiten het woon- en leefklimaat in het plangebied beïnvloeden. Richtafstanden In de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. In deze handreiking is een bedrijvenlijst opgenomen die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis

20210086 | Bouwplan Nieuwe Hongerlandsedijk te Spijkenisse Memo – Quickscan bedrijven en milieuzonering

| 2 van 5 d01

van een verschillende milieuaspecten (in de vorm van geur, stof, geluid en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen milieuhinderlijke functies en hindergevoelige objecten (zoals woningen) waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. De richtafstanden zijn afhankelijk van het omgevingstype waarbinnen de milieugevoelige bestemming is gelegen. De VNG handreiking gaat uit van het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied of van een gemengd gebied. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied kan aangemerkt worden als een gebied zonder functiemenging en een minimale invloed van invloeden van wegverkeer. Bij een gemengd gebied is sprake van een functiemenging tussen wonen en milieubelastende activiteiten, van wonen langs drukke gebiedsontsluitingswegen of bij lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. De richtafstanden genoemd in de VNG-handreiking zijn gebaseerd op het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied. Voor het omgevingstype gemengd gebied kunnen deze richtafstanden met één (afstands)stap worden verlaagd met uitzondering van het aspect gevaar. Beoordeling De onderzoekslocatie bevindt zich in de buurt van een aantal nieuw te bouwen woontorens en een al bestaande woonwijk met weinig voorzieningen.

Hierdoor wordt geconcludeerd dat het project is gelegen in een omgevingstype dat wordt aangemerkt als “rustige woonwijk”.

4 Onderzoek Het project betreft een maatschappelijke functies (basisschool, kinderopvang, gymzaal). De maatschappelijke functies zijn allen milieubelastende functies. Tevens zijn de basisschool en kinderopvang ook als milieugevoelige functies aan te merken. Zoals eerder in de memo aangegeven is bij het uitvoeren van de quickscan onderscheid gemaakt in: - Welke invloed het project op de omgeving heeft; - Welke invloed de omgeving op het project heeft. 4.1

Invloed van het project op de omgeving

In dit geval is hier sprake van omdat het gaat om een ontwikkeling van de volgende zaken: - Een bassischool, SBI-code: 8531, milieucategorie 2. Richtafstand 30 meter (geluid); - Een kinderopvanglocatie, SBI-code: 8891, milieucategorie 2. Richtafstand 30 meter (geluid); - Een gymzaal, SBI-code: 931.F, milieucategorie 2 Richtafstand 30 meter (geluid). Alle genoemde functies zijn functies met een milieucategorie 2, waardoor voor het bouwplan een richtafstand geldt van 30 meter. In de massastudie van Kuin & Kuin architecten (d.d. 28 februari 2020) is de gewenste situering van het bouwplan weergegeven, waarbij de bestaande woningen en de geplande woontorens zijn gesitueerd (zie afbeelding 3).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12536883/1