Gewijzigd bestemmingsplan Beukenlaan 7 Compleet
Tekst van het document
11/24
Tabel 3.3 Totale verkeersgeneratie planontwikkeling per mvt/etmaal
Ontsluiting Het plangebied wordt voor gemotoriseerd verkeer ontsloten op de Hazelaarstraat die vervolgens aansluit op de gebiedsontsluitingsweg Beukenlaan. Voor het langzame verkeer (voetgangers en fietsers is de entree geplaatst aan de Beukenlaan/Heemraadlaan hier zijn in de nieuwe situatie vrij liggende voet en fietspaden aanwezig. Op circa 500 meter loopafstand is het metrostation aan de Heemraadlaan gelegen, vanuit hier vertrekken metro's richting Rotterdam Centraal, De Akkers en De Terp. De ontsluiting voor de diverse modaliteiten is daarmee goed te noemen.
3.2
Geluid
Wegverkeerslawaai De nieuwe woningen zijn geluidgevoelige functies waardoor akoestisch onderzoek noodzakelijk is indien deze zijn gelegen binnen de – volgens de Wet geluidhinder (Wgh) – gezoneerde wegen. Het plangebied is gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de Heemraadlaan. Onderzoek is noodzakelijk volgens de Wgh. Daarnaast zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook de Beukenlaan, de Hazelaarstraat, de Waarsman en de Lindenstraat met een snelheidsregime van 30 km/uur beschouwd. Voor dit plan is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd, zie de bijlagen van het bestemmingsplan. De resultaten zijn: ● Voor de beoogde woningen in het plangebied is sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde vanwege het verkeer op de Heemraadlaan, de Beukenlaan en de Hazelaarstraat. De maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder wordt niet overschreden waardoor het toepassen van dove gevels niet noodzakelijk is; ● Het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen is naar verwachting niet doelmatig. Het is noodzakelijk om hogere waarden voor de woningen vast te stellen, de betreffende woningen zijn weergeven op figuur 3.1; ● Met ontwerpwijzigingen/ maatregelen kan worden voldaan aan de eisen van de Wgh en het gemeentelijk beleid.
● Middels een akoestisch-bouwtechnisch onderzoek dient voor de woningen aangetoond te worden dat wordt voldaan aan de eisen uit afdeling 3.1 van het Bouwbesluit 2012 met betrekking tot bescherming tegen geluid van buiten.
12/24
Figuur 3.1 Woningen met een hogere waarde (aangeduid met een rood vinkje) (bron: Buro Bouwfysica)
Industrielawaai Op het industrieterrein Botlek-Pernis bevinden zich inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken. Rondom het terrein ligt conform artikel 40 van de Wet geluidhinder een zone. Het plangebied is niet gelegen in het werkingsgebied van het RAK. Op figuur 3.2 zijn de geluidscontouren weergegeven, het rode kruis betreft het plangebied De oranje lijn stelt de 48 dB(A) contour voor. De voorkeursgrenswaarde voor industrielawaai is 50 dB(A). Hieruit volgt dat de ontwikkeling niet in de geluidzone van het industrieterrein Botlek-Pernis ligt.
13/24
Figuur 3.2 Geluidscontouren Botlek Pernis (bron: DCMR). Nestgeluid De gemeente betrekt nestgeluid vooralsnog niet bij de bepaling van het geluidniveau van het industrielawaai. Dit zal binnenkort wel gebeuren gezien het door Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland aangenomen amendement om een aanpassing in het provinciaal omgevingsbeleid te doen, voor het onderwerp nestgeluid van afgemeerde schepen. Wel wil de gemeente dat nestgeluid wordt betrokken bij het bepalen van de benodigde geluidwering van de gevels van geluidgevoelige bestemmingen in verband met het heersende industrielawaai. Mocht nestgeluid in de toekomst alsnog bij de zones van de industrieterreinen betrokken moeten worden, zal in ieder geval voldaan zijn aan de eis voor het binnenniveau van 35 dB(A) uit het Bouwbesluit 2012. Aangezien het plangebied niet ligt binnen de 50dB contour van het RAK is nestgeluid niet relevant voor voorliggende ontwikkeling. Conclusie Het aspect geluidhinder vormt geen belemmering voor onderhavig voornemen. Het laten vaststellen van een hogere waarde voor wegverkeer is wel noodzakelijk.
3.3
Bodem
Huidige situatie In opdracht van NLVO advies Arbo en Milieu heeft Moerdijk Bodemsanering B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Beukenlaan 7 te Spijkenisse. De rapportage van dit bodemonderzoek (dd. 23 juni 2023) is opgenomen als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan.
14/24
Uit de rapportage wordt geconcludeerd dat over het algemeen op de gehele locatie in de grond en het grondwater ten hoogste lichte verhogingen zijn aangetroffen. Ten oosten van de werkplaats is een sterke grondverontreiniging met minerale olie aangetroffen van circa 15 m3. Gezien de toekomstige ontwikkeling wordt geadviseerd om de grondverontreiniging te saneren middels ontgraving. Voorafgaand aan de sanering dient een 'plan van aanpak' ingediend te worden bij het bevoegd gezag. Planvoornemen Met de beoogde ontwikkeling worden geen bodemvervuilende activiteiten mogelijk gemaakt. Conclusie Er zullen geen risico’s voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de voorgenomen activiteit op het onderhavige perceel. De aanbevelingen uit het onderzoeksrapport worden overgenomen. Gezien de toekomstige ontwikkeling zal de grondverontreiniging gesaneerd worden middels ontgraving. Hierdoor worden de risico’s van de bodemverontreiniging weggenomen. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
3.4
Water
Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het Waterschap Hollandse Delta. Huidige situatie In de huidige situatie zijn er voornamelijk opstallen en verharding aanwezig, alleen aan de zuidrand van het plangebied is een groenstrook gelegen. Bodem en grondwater Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de ligging in de bebouwde kom is de locatie niet gekarteerd. Op de Bodemkaart is te zien dat de bodem van de omgeving het plangebied uit kalkrijke poldervaaggronden; zware klei bestaat. Met betrekking tot het grondwater is in de omgeving van het plangebied sprake van grondwatertrap Ib. Dit wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) 30 centimeter onder maaiveld ligt. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) bevindt zich op 81 centimeter onder maaiveld. Het maaiveld ligt op circa 1,80 meter beneden NAP. Waterkwantiteit Conform de Legger van het Waterschap Hollandse Delta bevinden zich in het plangebied geen watergangen.
15/24
Figuur 3.3 Uitsnede Legger Waterschap Hollandse Delta met het plangebied zwart omkaderd
Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied bevindt zich niet in de kernzone van een waterkering. Afvalwaterketen en riolering De bestaande bebouwing is aangesloten op het gemeentelijke gemengde rioolstelsel. Planvoornemen In de beoogde situatie worden locatieomschrijving beoogd met de daar bij behorende voorzieningen. Bodem en grondwater De voorgenomen ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater.
16/24
Waterkwantiteit Om de kans op wateroverlast te verkleinen is het van belang om ervoor te zorgen dat het watersysteem optimaal functioneert en goed wordt onderhouden. Het Waterschap Hollandse Delta hanteert een grens van 500 m2. Wanneer een ontwikkeling deze grens overschrijdt, dient er voor de verharding gecompenseerd te worden. In onderstaande tabel 3.4 wordt aangetoond dat het oppervlak aan verharding zal afnemen in de nieuwe situatie. Tabel 3.4 berekening verharding
Huidige situatie (obv. luchtfoto)
m²
Verhard (gebouwen en bestrating)
4.155
Groen Toekomstige situatie (conform ontwerp)
1.075
Bebouwing Verharding (parkeerplaats en weg)
1.125 2.123
Tuin behorend bij de woningen
603
Groen
1.379
Op basis van de luchtfoto van de huidige situatie en het ontwerp van het plan neemt in de toekomstige situatie het verhard oppervlak met 304 m² af (4144-3851), dit is inclusief de tuinen die naar verwachting niet geheel verhard zullen worden. Per saldo is er dus een afname aan verhard oppervlak. Er hoeven geen compenserende maatregelen getroffen te worden. In het kader van klimaatadaptatie wordt de toepassing van verharding zo veel mogelijk beperkt.
Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Veiligheid en waterkeringen De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in-) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI.
17/24
Conclusie De beoogde ontwikkeling valt onder de grenswaarde van 500 m2 waardoor er geen verharding gecompenseerd hoeft te worden. Daarnaast bevindt het plangebied zich niet in de beschermings- of kernzone van een watergang of waterkering. Negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem kunnen uitgesloten worden.
3.5
Natuur
Gebiedsbescherming Het plangebied is geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Krammer-Volkerak ligt op circa 15,2 kilometer afstand. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland/Natuurnetwerk Zuid-Holland. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN bevindt zich op een afstand van circa 1,3 kilometer. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de grote afstand tot natuurgebieden kunnen ook effecten zoals verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Omdat niet op voorhand kan worden uitgesloten dat de ontwikkeling van de planlocatie significant negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebied, zijn voor de aanlegfase en voor de gebruiksfase stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd, zie de bijlagen van het bestemmingsplan. Daaruit blijkt dat de realisatie- en gebruiksfase van de ontwikkeling geen stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op kwetsbare Natura 2000-gebieden oplevert. Er is geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming In opdracht van de ontwikkelende partij is door Habitus een quickscan (zie de bijlagen van het bestemmingsplan) uitgevoerd naar de aanwezigheid van natuurwaarden in het gebied.
De conclusie van het onderzoek is opgenomen in tabel 3.5. Tabel 3.5 conclusies uit de ecologische quickscan
x = maatregel of onderzoek is benodigd. (x) maatregelen kunnen worden toegepast. Nader ecologisch onderzoek Uit de quickscan is gebleken dat het niet uit te sluiten is dat vleermuizen en huismussen gebruik maken van het plangebied als vaste rust- en verblijfplaats en mogelijk een deel als vliegroute/geleiding van en naar de rust- en verblijfplaats (bij aanwezigheid van vleermuizen in de bebouwing). Derhalve wordt nader onderzoek uitgevoerd naar deze soorten. In het bestemmingsplan is in artikel 13 een sloopverbod opgenomen tot het nader onderzoek is afgerond en eventuele aanbevelingen worden opgevolgd. Conclusie Op basis van de afstand tot beschermde natuur en de berekeningen van stikstofdepositie worden geen significant negatieve effecten op beschermde natuurgebieden zoals Natura 2000 of NNN verwacht. Ten aanzien van de
18/24
soortenbescherming kunnen negatieve effecten niet uitgesloten worden. Nader onderzoek moet uitwijzen of er geen beschermde diersoorten worden geraakt door de ontwikkeling. In het bestemmingsplan is in artikel 13 een sloopverbod opgenomen tot het nader onderzoek is afgerond en eventuele aanbevelingen worden opgevolgd.
3.6
Luchtkwaliteit
In de Wet luchtkwaliteit zijn normen gesteld voor de concentraties voor met name NO2, PM10 en PM2.5. Huidige situatie In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit 2022 (https://www.cimlk.nl/kaart) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Hazelaarstraat direct ten noorden van het plangebied. Uit de kaart van het CIMLK blijkt dat in 2021 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2021; 19,9 µg/m³ voor NO2, 17,2 µg/m³ voor PM10 en 9,6 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Hierdoor is er ter plaatste van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Planvoornemen Het bestemmingsplan maakt de realisatie van 40 woningen mogelijk. Dit aantal valt ruim onder de grens van 1.500 woningen, die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht.
Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie De luchtkwaliteit ter plaatse voldoet momenteel aan de geldende normen uit de Wet milieubeheer. De bijdrage van de ontwikkeling is beperkt en is niet in betekenende mate. Hierdoor wordt er geen significant negatief effect op de omgeving verwacht.
3.7
Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid
EXTERNE VEILIGHEID Externe veiligheid wordt beoordeeld rondom risicobronnen waar opslag, gebruik en transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico’s worden getoetst aan het plaatsgevonden risico en beoordeeld aan het groepsrisico/invloedsgebied.
19/24
Figuur 3.4 Uitsnede signaleringskaart externe veiligheid, plangebied groen omcirkeld.
Huidige situatie Uit de signaleringskaart (figuur 3.4) blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt over het water of door buisleidingen met een externe werking. Volgens de risicokaart zijn er op grotere afstand van het plangebied risicovolle inrichtingen gelegen. De invloedsgebieden en PR 10-6 contouren liggen niet over het plangebied. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg Ten noorden van het plangebied bevindt zich de A15 waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De locatie is buiten de PR-contour en plasbrandaandachtsgebied gelegen. Het invloedsgebied wordt bepaald door de maatgevende stofcategorie GT4 en bedraagt 4 kilometer. Het plangebied bevindt zich op een afstand van circa 3,5 kilometer van de A15. Hiermee is de ontwikkeling in het invloedsgebied gelegen. Omdat de afstand groter is dan 200 meter, hoeven er volgens het Bevt geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Wel dient er in een beknopte verantwoording nader in te worden gegaan op de aspecten bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid. Vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor Op een afstand van circa 3,6 kilometer ten noorden van het plangebied is het spoortraject Pernis - Botlek gelegen. Over dit traject vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats en is daarom onderdeel van het Basisnet.
Het invloedsgebied bedraagt 4 kilometer. De ontwikkeling is buiten de PR-contour en plasbrandaandachtsgebied, maar wel in het invloedsgebied gelegen. Omdat de afstand ook hier groter is dan 200 meter, kan er worden volstaan met een beknopte verantwoording.
20/24