CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

ETFAL (Ruimtelijke onderbouwing)

Gemeenteraad 11 december 2024, gemeente NissewaardBij agendapunt: Adviesrecht voor de bouw van 124 appartementen gelegen aan de Hoogwerfsingel 1a te Spijkenisse31.134 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

P1

Het RWP geeft invulling aan het op orde houden van de basis van het natuurlijk water- en bodemsysteem en is mede gebaseerd op wettelijke regels en beleid. Dit is onder andere vastgelegd in de wettelijk omschreven rollen en taken in het waterbeleid in Nederland, dat uitgaat van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Het RWP is een verplicht programma onder de Omgevingswet. In de RWP staan ook een aantal richtlijnen voor operationeel grondwaterbeleid. Bij onttrekking uit een strategische zoet(grond)watervoorraad geldt een compensatie-eis. Dit betekent dat het onttrokken zoete grondwater weer aangevuld dient te worden. Deze geldt niet voor freatische grondwateronttrekkingen uit de deklaag. Opslag van hemelwater in de bodem ten behoeve van andere doeleinden dan gietwater, bijvoorbeeld voor waterberging, wordt gezien als lozing in de bodem die moet voldoen aan de eisen van het besluit activiteiten leefomgeving. 2.2 Waterschap Hollandse Delta In een BOPA dient een waterparagraaf opgenomen te worden waarin is gemotiveerd waarom het initiatief geen negatieve invloed heeft op de waterhuishouding. Het plangebied ligt in het beheersgebied van waterschap Hollandse Delta. Het waterschap stelt eisen ten aanzien van waterberging [2].

In beginsel is het verboden om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen, als het totaal aan nieuw verhard oppervlak meer bedraagt dan 500 m2. Daarnaast geldt er een compensatie-eis voor de versnelde afvoer als gevolg van de toename aan verharding. Hier geldt dat een gelijkwaardige vervangende voorziening met een oppervlakte van 10% van de toename van verharding moet worden aangebracht. Vanaf januari 2025 zal dit percentage van 10% naar 14% verhoogd worden. 2.3 Gemeente Nissewaard De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater en voor de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. In de omgevingswet is ook vastgelegd dat de gemeente de zorg heeft voor het treffen van maatregelen in openbaar gebied om nadelige gevolgen van de grondwaterstand (in samenhang met de bestemming) te voorkomen of te beperken. De gemeente Nissewaard heeft beleid geformuleerd op het gebied van de waterhuishouding [3]. Uitgangspunt is dat de ontwikkeling van het plangebied niet leidt tot schade aan infrastructuur, gebouwen of groen in de bebouwde omgeving.

• Voor heftige neerslag geldt dat per m2 verhard oppervlak een groot deel van de neerslag (50 mm) van een korte hevige bui (70 mm in 1 uur) op privaat terrein moet worden opgevangen en vertraagd afgevoerd. Hierbij geldt de eis dat de berging niet eerder dan in 24 uur leeg is en in maximaal 48 uur weer beschikbaar is. Tevens mag in het plangebied geen schade optreden aan bebouwing en voorzingen bij extreem hevige neerslag (90 mm/uur). • Voor overstromingen geldt: een bui van 70 mm in 1 uur leidt niet tot meer dan 20 cm waterdiepte op straat en blijft onder het laagste vloerpeil. Op vitale wegen mag niet meer dan 5 cm staan en de wegen moeten na 3 uur weer te gebruiken zijn. Bij een bui van 90 mm in 1 uur moeten de vitale en kwetsbare functies beschikbaar blijven en mag er niet meer dan 10 cm water op straat staan.

datum referentie

23 juli 2024 240422_AdB_RAP_0001_v2.0

P2

3

Huidige situatie

3.1 Huidige bebouwing In de huidige situatie bestaat nagenoeg het hele projectgebied uit verhard oppervlak (Figuur 1). Dit bestaat gedeeltelijk uit een particulier gebouw en gedeeltelijk uit parkeerplekken. In beperkte mate is er op de parkeerplaats groen aanwezig.

Figuur 1: (on)verhard oppervlak binnen het projectgebied.

3.2 Maaiveldhoogte Het maaiveld in het projectgebied is grotendeels vlak en ligt op circa -1,20 à -1,30 m NAP. De directe omgeving van het plangebied bevindt zich op ongeveer dezelfde hoogte. Op circa 700 m afstand stijgt het maaiveld tot boven NAP in het Centrum en de Haven van Spijkenisse [4]. 3.3 Bodemopbouw Op circa 100 m van het projectgebied is in DINOloket een boring (B37G1520) beschikbaar [5]. De locatie van deze boring en de boorprofielen zijn weergegeven in Figuur 2. De eerste 2,5 m bestaat uit voornamelijk uit klei. Daarna bestaat de bodem tot zeker 20 meter onder maaiveld afwisselend uit lagen veen en klei. Verspreid komen enige zandlaagjes voor.

datum referentie

23 juli 2024 240422_AdB_RAP_0001_v2.0

P3

Figuur 2: boorprofiel nabij het projectgebied (in rood omcirkeld).

Er zijn geen doorlatendheden van de bodem bekend, maar naar verwachting is de bodem vanwege de klei- en veenlagen slecht waterdoorlatend. 3.4 Oppervlaktewater en peilbeheer Het plangebied ligt in een peilgereguleerd gebied in het beheergebied van waterschap Hollandse Delta met een vigerend peil van -1,95 m NAP [6]. Op circa 150 m in zuidoostelijke richting bevinden zich een aantal secundaire watergangen. Op circa 100 m ten zuidwesten van het projectgebied ligt een primaire watergang (leggercode: H11967). Via een circa 400 lange duiker met een gemaal of pomp (code 06137GM) zijn de watergangen gekoppeld. De primaire watergang bevindt zich in een ander peilgebied met een vigerend peil van -2,20 m NAP. Het maaiveld in het projectgebied bevindt zich op circa -1,30 m NAP, waardoor de drooglegging circa tussen 0,65 en 0,90 m ligt.

datum referentie

23 juli 2024 240422_AdB_RAP_0001_v2.0

P4

Figuur 3: waterlopen nabij het plangebied

3.5 Grondwater Er zijn geen grondwatermeetreeksen binnen het plangebied beschikbaar. Op basis van openbare data kan een inschatting gemaakt worden van de grondwaterstand in de omgeving van het projectgebied [7]. De dichtstbijzijnde peilbuis afkomstig van het DINOloket is peilbuis B37G2626, waar tussen 1986 en 1998 circa één keer per maand is gemeten. De peilbuis ligt 300 m ten zuidoosten van het plangebied. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) wordt geschat op circa -2,25 m NAP. Bij een maaiveld van -1,55 m NAP betekent dat een ontwateringsdiepte van 0,70 m. In hoeverre deze waterstand nog actueel is, is onbekend. Op basis van het Nationaal Water Model wordt de ontwateringsdiepte bij gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) wordt geschat op 0,60 à 0,80 m -mv en de ontwateringsdiepte bij gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) op 1,0 à 1,50 m -mv.

Figuur 4: geschatte gemiddeld hoge grondwaterstanden op basis van het Nationaal Water Model. Het plangebied is omcirkeld in rood.

datum referentie

23 juli 2024 240422_AdB_RAP_0001_v2.0

P5

De gemeente Nissewaard geeft aan dat er grotere schommelingen in de grondwaterstand voorkomen binnen de omgeving van het plangebied. Dit komt doordat het waterschap een marge hanteert van 20 cm boven en onder het vigerende waterpeil. Het gebied kenmerkt zich door enige kwel (0.1 – 0.5 mm/dag). 3.6 Waterkeringen Het plangebied ligt op circa een kilometer afstand van een primaire waterkering en ligt in een overstromingsgevoelig gebied [8]. Bij de ontwikkeling van het plangebied moet er daarom rekening worden gehouden met vluchtmogelijkheden in het geval van hoog water. Een herontwikkeling binnen stedelijk gebied kan bijdragen aan een betere meerlaagsveiligheid. In het geval van een appartementencomplex betekent dat verticale evacuatie, waarbij personen uit het complex, maar ook uit de omgeving, tijdens een overstroming in het complex worden opgevangen. Daarnaast kan worden gedacht aan het plaatsen van cruciale voorzieningen (zoals elektriciteitskasten) boven de maximale overstromingsdiepte. 3.7 Wateroverlast In Figuur 5 is een overzicht van de geschatte waterdiepte door hevige regenval (70 mm in 2 uur) weergegeven [9]. De omgeving van het projectgebied is gevoelig voor wateroverlast. De waterdiepte rondom het gebouw in het plangebied is gemiddeld circa 20 cm. Met name langs de Hoogwerfsingel kan wateroverlast optreden.

Figuur 5: waterdiepte op maaiveld bij een hevige regenbui (70 mm in 2 uur).

3.8 Riolering In de omgeving van het projectgebied is in de Anjerstraat en Hoogwerfsingel een gescheiden rioolstelsel aanwezig (zie Figuur 6) [10]. Het hemelwaterriool bestaat uit pvc-buizen met een diameter van ø250 mm. Momenteel is de gemeente bezig met een plan om in de omgeving het gemengde riool te vervangen door een gescheiden stelsel, waaronder in de Winston Churchilllaan aan de westzijde van het projectgebied. Dit stelsel wordt ontworpen op een bui10 van de leidraad riolering en krijgt een dimensie van ø500 mm.

datum referentie

23 juli 2024 240422_AdB_RAP_0001_v2.0

P6

Figuur 6: hemelwaterriolering rondom het plangebied.

3.9 Overige waterbelangen Het plangebied ligt niet in een beekdal of in een beschermd gebied (drinkwaterwinning of grondwaterbeschermingsgebied) [11].

4

Beoogde situatie

4.1 Oppervlaktewater en peilbeheer De ontwikkelingen in het plangebied hebben geen consequenties voor het peilbeheer. In het plan worden geen bestaande leggerwatergangen gedempt en er worden geen nieuwe oppervlaktewatergangen gegraven. 4.2 Verhardingsoppervlak Het verhard oppervlak blijft hetzelfde als in de huidige situatie, gebaseerd op het voorlopig ontwerp (VO) van 2601-2024 [12]. Het totaaloppervlak van het plangebied bedraagt 1.800 m2. Dit oppervlak is geheel verhard. Op de 3e, 9e en 12e verdieping zijn in het VO een aantal groene daken beoogd. Op de 3e verdieping is een daktuin ontworpen. De cascadeverdiepingen fungeren als gemeenschappelijke buitenruimte en worden als geheel verhard gezien. Er zal tevens een kelder worden aangelegd. In Figuur 7 is de toekomstige situatie op kaart weergegeven.

datum referentie

23 juli 2024 240422_AdB_RAP_0001_v2.0

P7

Figuur 7: verharde en onverhard oppervlakken toekomstige situatie.

4.3 Waterbergingsopgave Voor het bepalen van de wateropgave dient het beleid van de gemeente gevolgd te worden. De gemeente streeft ernaar dat bij nieuwbouw of herstructurering per m2 verhard oppervlak 50 mm wordt opgevangen op eigen terrein [3]. Bij een verhard oppervlak van het plangebied van 1.800 m2 betekent dat een benodigde bergingscapaciteit van 90 m3. Onderverdeeld naar de verschillende verdiepingen van het dak betekent dat een berging als in Tabel 1. Tabel 1: vereiste waterberging per verdieping van het dak.

Verdieping

Totaaloppervlak (m2)

Benodigde berging (m3)

Beoogd groen oppervlak (m2)

3

770

38

580

Cascadeverdiepingen

600

30

0

9

160

8

135

12

270

14

235

4.4 Oplossingsrichtingen waterbergingsvoorzieningen Het gehele projectgebied bestaat in de toekomstige situatie uit het appartementencomplex [12]. Er is dus geen ruimte om waterberging op maaiveld te realiseren. Oplossingen zullen daarom in of op het complex moeten worden gezocht. In het VO zijn groene daken meegenomen, waarin ook waterberging kan worden gerealiseerd. Door op het dak een retentielaag met daarop beplanting (sedum, grassen) aan te brengen kan water worden geborgen en vertraagd worden afgevoerd.

datum referentie

23 juli 2024 240422_AdB_RAP_0001_v2.0

P8

Per verdieping is een andere hoeveelheid berging mogelijk of gewenst, afhankelijk van het dakoppervlak, maximaal toelaatbare laagdikte en maximale draagkracht van de constructie. We geven in Tabel 2 een aantal oplossingsrichtingen met globaal het benodigde dakoppervlak en bergingscapaciteit. Afhankelijk van de constructieve eisen zal moeten blijken wat de gewenste oplossing zal zijn. Tabel 2: oplossingsrichtingen voor waterberging op de daken in het plan. Benodigd dakoppervlak (m2)

Benodigde bergingscapaciteit (l/m2)

290

190

290

120

290

150

290

85

135

60

235

60

290

150

290

60

135

60

12 verdieping

235

60

Cascadeverdiepingen

350

20

Variant Bergingslocatie

1

Dik deel daktuin 3e verdieping e

Dun deel daktuin 3 verdieping 2

e

Dik deel daktuin 3 verdieping e

Dun deel daktuin 3 verdieping e

9 verdieping e

12 verdieping 3

Dik deel daktuin 3e verdieping e

Dun deel daktuin 3 verdieping e

9 verdieping e

Variant 1 lost de opgave van het hele plan geheel op de 3e verdieping op. In het VO is hier een daktuin voorzien. Onder circa 50% van de daktuin (290 m2) zal een split-level parkeergarage worden aangelegd. Hier is daarom veel ruimte om een grote waterberging te realiseren. De andere helft van de daktuin zal direct op de bovenzijde van de parkeergarage komen. Hier is minder ruimte en zal waterretentie in een dunnere laag moeten worden gerealiseerd. Om de bergingsopgave te behalen zal echter op het hele dak van 3e verdieping een hoge bergingscapaciteit van meer dan 100 l/m2 benodigd zijn. Dat betekent ook een dikke retentielaag en een hoge benodigde draagkracht. Variant 2 lost de opgave op door ook de daken van de 9e en 12e verdieping in te zetten. In het VO zijn hier ook groene daken beoogd, welke inzetbaar zijn voor waterberging. Door op deze verdiepingen ook waterretentielagen aan te brengen, kan de benodigde bergingscapaciteit op de 3e verdieping omlaag. Omdat op de 3e verdieping ook water van de cascadeverdiepingen dient te worden opgevangen, blijft echter een hogere capaciteit vereist dan op de 9e en 12e verdieping. Variant 3 lost de opgave op door aanvullende inzet van de cascadeverdiepingen. Door op klein een deel van de cascadeverdiepingen water te bergen, kan de benodigde bergingscapaciteit van het dunne deel van de 3e verdieping verder omlaag.

Er kan ook voor worden gekozen de gehele cascadeverdiepingen in te zetten om de benodigde bergingscapaciteit per m2 te verlagen. Bovenstaande opties geven richtingen om in het vervolg nader uit te werken. Het is van belang te bepalen of en waar een waterbergingsvoorziening op het dak constructief mogelijk is. Afhankelijk van de maximale draagkracht kan nader worden vastgesteld wat de mogelijke dikten van de waterretentielaag mag zijn en wat dus de maximaal haalbare bergingscapaciteit is. Daarnaast moet rekening worden gehouden met andere functies van het dak (bijvoorbeeld PV-panelen, vluchtroutes en onderhoud). Het water dat in de groenblauwe daken wordt geborgen kan voor een deel worden ingezet om bijvoorbeeld de beplanting op het dak van water te voorzien. Hiermee kan droogte binnen de ontwikkeling worden tegengegaan.

datum referentie

23 juli 2024 240422_AdB_RAP_0001_v2.0

P9

Dit staat echter los van de waterbergingsopgave, omdat de berging binnen 48 uur weer volledig beschikbaar moet zijn voor een volgende bui. 4.5 Afvoer afvalwater en hemelwater Op basis van het functioneel ontwerp van de riolering van RHDHV (d.d. 29-02-2024) [10] is het aannemelijk dat bij de herontwikkeling van het plangebied de vuilwaterafvoeren en lediging van de waterbergingsvoorziening moeten plaatsvinden op het gescheiden rioolstelsel onder de Anjerstraat en Hoogwerfsingel of onder het nog aan te leggen gescheiden rioolstelsel onder de Winston Churchilllaan. Dit dient bij nadere uitwerking van het plan te worden onderzocht en afgestemd met de gemeente. In het VO is een vuilwateraanvoer van 63 m3/uur beoogd. 4.6 Bouwpeilen De bouwplannen dienen hoog genoeg te worden aangelegd om wateroverlast te voorkomen en mogen geen negatieve effecten hebben op het grondwater. Het is aan te raden om de vloerpeilen minimaal 30 cm boven de straat in het plangebied aan te leggen, zodat bij calamiteiten waterberging op maaiveld plaats kan vinden zonder dat schade aan woningen optreedt. Wanneer er sprake is van een overstroming, zal het appartementencomplex kunnen fungeren als verticale evacuatielocatie. Het is aan te raden cruciale voorzieningen (zoals elektriciteitskasten) boven de maximale overstromingsdiepte te plaatsen.

Om (grond)wateroverlast te voorkomen is het belangrijk om inzicht te hebben in de drooglegging en ontwateringsdiepte. In het projectgebied zijn geen actuele meetgegevens beschikbaar. Omdat verwacht wordt dat het grondwaterniveau relatief dicht onder maaiveld ligt, is het raadzaam om binnen het plangebied een grondwaterstandsonderzoek uit te voeren. Zo kan worden vastgesteld of er voldoende ruimte is tussen de onderzijde van de vloer en de grondwaterstand, ter voorkoming van grondwateroverlast. 4.7 Waterkeringen In het plangebied of de nabije omgeving ligt geen (beschermingszone van een) waterkering waar de ontwikkeling invloed op heeft.

5

Advies Waterschap

De weging van het waterbelang is een iteratief proces dat de waterhuishoudkundige effecten als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied in beeld brengt en aangeeft hoe omgegaan wordt met eventuele negatieve effecten. Afstemming met het waterschap heeft plaatsgevonden op 02-04-2024 en met de gemeente op 08-04-2024 en de uitkomsten hiervan zijn verwerkt in deze waterparagraaf.

6

Conclusie

Uit de weging van het waterbelang komt naar voren dat de herontwikkeling uit het oogpunt van een goede waterhuishouding aanvaardbaar en uitvoerbaar is, mits de nodige waterbergingsvoorzieningen worden aangelegd. Hieronder zijn de belangrijkste aspecten van deze watertoets toegelicht: •

•

De waterbergingseis van de gemeente is leidend en bedraagt het streven naar 50 mm berging per m2 verhard oppervlak van het plangebied. Het totaaloppervlak van het plangebied bedraagt 1.800 m2, dus de totale waterbergingsopgave bedraagt 90 m3. Het projectgebied bestaat geheel uit (verhard) dakoppervlak, dus waterberging zal op de daken moeten worden gerealiseerd.

datum referentie

23 juli 2024 240422_AdB_RAP_0001_v2.0

P 10

•

• •

• •

In het voorlopig ontwerp zijn groene daken beoogd. De groene daken dienen te worden voorzien van waterberging. In de daktuin op de 3e verdieping is de meeste ruimte op waterberging te realiseren. Om hier de waterbergingsopgave te behalen, zal op het hele dak van de 3e verdieping een bergingscapaciteit van meer dan 100 l/m2 benodigd zijn. Aanvullend kan op de 9e, 12e en cascadeverdiepingen waterberging worden gerealiseerd, waarmee de benodigde bergingscapaciteit meer wordt verdeeld over de verschillende daken. Er dient bij de nadere uitwerking rekening te worden gehouden met voldoende draagkracht van de bebouwing, maximaal toelaatbare laagdikte en overige gebruiksfuncties van de daken. Het vuilwater en de lediging van de waterbergingsvoorzieningen kan waarschijnlijk worden aangesloten op het gescheiden rioolstelsel onder de Anjerstraat en Hoogwerfsingel. Hiervoor is nadere afstemming met de gemeente benodigd. Er wordt geadviseerd de vloerpeilen minimaal 30 cm boven maaiveld aan te leggen, om wateroverlast bij extreme neerslag te voorkomen. Vanwege de geringe ontwateringsdiepte wordt geadviseerd een grondwaterstandsonderzoek uit te voeren. Deze informatie is belangrijk voor het voorkomen van grondwateroverlast.

datum referentie

23 juli 2024 240422_AdB_RAP_0001_v2.0

P 11

Bijlage 1 Bronnen 1.

Beleid Provincie Zuid Holland: Vaststelling regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 Provincie Zuid-Holland 2. Beleid Waterschap Hollandse Delta: Waterschapsverordening Waterschap Limburg | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) (geldend vanaf 01-01-2024 t/m heden) 3. Beleid gemeente Nissewaard: Handboek Riolering en water, onderdeel LIOR versie 6 4. Maaiveldhoogte: AHN-viewer (arcgisonline.nl) 5. Bodemopbouw: Ondergrondgegevens | BROloket 6. Oppervlaktewater: Leggers van waterschap Hollandse Delta | Waterschap Hollandse Delta (wshd.nl) 7. Grondwater: Ondergrondgegevens | BROloket en Kaartviewer - Klimaateffectatlas 8. Waterkeringen: Legger van primaire waterkeringen | Waterschap Hollandse Delta (wshd.nl) 9. Wateroverlast: Kaartviewer - Klimaateffectatlas 10. Riolering: Rioleringsplan Hoogwerf-Zuid Spijkenisse, RoyalHaskoningDHV, d.d. 29-02-2024 11. Beschermingsgebieden: Atlassen en kaarten - Provincie Zuid-Holland 12. Voorlopig ontwerp: VO OZ Architecten, d.d. 2024

datum referentie

23 juli 2024 240422_AdB_RAP_0001_v2.0

P 12

Bijlage 3 Quickscan fysieke leefomgeving – natuur

datum referentie

31 oktober 2024 240422_AdB_BOPA_0001_v3.0

Quickscan Fysieke Leefomgeving NATUUR Activiteit flora en fauna Hoogwerfsingel I Kadastraal perceel Gemeente Nissewaard,, SKN00-E-5094, SKN00-E-3768

Omgevingswet, Besluit activiteit leefomgeving Omgevingsverordening en- visie Provincie Zuid-Holland Omgevingsvisie Gemeente Nissewaard

Veldbiologische Werken Ecologisch onderzoek en advies VBW c 2024-126 r

Colofon

Opdrachtgever

Aveco de Bondt b.v. Postbus 64 7450 AB Holten

Locatieonderzoek

J.C. Knotters

Datum uitvoering locatieonderzoek

05 april 2024

Rapportage

J.C. Knotters

Status rapportage

versie 0.0

Datum rapportage

08 mei 2024

Rapportnummer

VBW c 2024-126 r

Aantal pagina’s

43 (inclusief bijlagen)

Foto’s/Afbeeldingen

J.C. Knotters

2

R. van Ast

de

Lezing

Rapportage citeren

QUICKSCAN FYSIEKE LEEFOMGEVING - NATUUR HOOGWERFSINGEL I, SPIJKENISSE RAPPORT VBW C 2024-126 R VELDBIOLOGISCHE WERKEN, ROOSENDAAL

Administratieve bedrijfsinformatie Veldbiologische Werken vof Contactpersoon Adres Mobiel: Email: http:

Coen Knotters (ing. J.C. Knotters) Nieuwe Markt 65 C, 4701 AD ROOSENDAAL 06-20431422 info@veldbiologischewerken.eu www.veldbiologischewerken.eu

BTW-nummer: KVK-nummer:

NL863126182B01 84188812

Veldbiologische Werken is een ecologisch onderzoeks- en adviesbureau dat werkt conform de werkwijzen welke voorgeschreven worden in Kennisdocumenten, Soortenprotocollen en onderzoeksrichtlijnen Netwerk Groene Bureaus. Veldbiologische Werken werkt objectief en consequent, is natuurlijk praktisch en pragmatisch met oog voor communicatie en educatie ten behoeve van bescherming, behoud, beheer en ontwikkeling van onze levende natuur. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee dit rapport is samengesteld, zijn Veldbiologische Werken V.O.F. en de auteurs niet aansprakelijk voor eventuele fouten of onvolkomenheden en eventueel daaruit voortvloeiende schade.

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-126 r

Quickscan Fysieke Leefomgeving – Natuur, Hoofwerfsingel I, Spijkenisse

2 van 43

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ....................................................................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3

2

AANLEIDING QUICKSCAN FYSIEKE LEEFOMGEVING - NATUUR ........................................................................ 4 VOORGENOMEN INGREEP PLANGEBIED: ACTIVITEIT ........................................................................................ 4 DOEL QUICKSCAN FYSIEKE LEEFOMGEVING - NATUUR .................................................................................. 4 WETTELIJK KADER ......................................................................................................................... 6

2.1 2.2 2.3 2.4

OMGEVINGSWET ....................................................................................................................................... 6 BESCHERMDE GEBIEDEN ZUID-HOLLAND ...................................................................................................... 6 SOORTENBESCHERMING ZUID-HOLLAND ...................................................................................................... 6 SOORTEN VRIJGESTELD BINNEN DE PROVINCIE ZUID-HOLLAND ....................................................................... 7

3

METHODEN VAN ONDERZOEK ...................................................................................................... 8

4

PLANGEBIED ................................................................................................................................... 9 4.1 4.2

5

LIGGING PLANGEBIED ................................................................................................................................. 9 HABITATS – LEEFGEBIEDEN BINNEN EN/OF NABIJ PLANGEBIED ........................................................................14 BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN .............................................................................. 16

5.1

SOORTENBESCHERMING ............................................................................................................................16

5.1.1 Icoonsoorten Provincie Zuid-Holland ................................................................................................16 5.1.2 Natuurinclusief ....................................................................................................................................16 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 6

VAATPLANTEN .........................................................................................................................................17 ZOOGDIEREN ............................................................................................................................................17 VOGELS ...................................................................................................................................................21 REPTIELEN ...............................................................................................................................................24 VISSEN EN AMFIBIEËN ...............................................................................................................................24 LIBELLEN EN VLINDERS..............................................................................................................................25 OVERIGE GELEEDPOTIGEN ..........................................................................................................................25 INVASIEVE EXOTEN ...................................................................................................................................26 GEBIEDSBESCHERMING .............................................................................................................................26 HOUTOPSTAND, TE KAPPEN BOMEN,

STRUWEEL ...........................................................................................26 AANBEVELINGEN ......................................................................................................................... 27

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 7

RESULTATEN TOETSING OMGEVINGSLOKET .................................................................................................27 RESULTATEN GEBIEDSBESCHERMING ..........................................................................................................27 RESULTATEN SOORTENBESCHERMING ........................................................................................................27 PASSENDE PREVENTIEVE MAATREGELEN ......................................................................................................28 CONCLUSIE EN SAMENVATTING ..................................................................................................................28 LITERATUUR EN BRONNEN ......................................................................................................... 29

7.1 7.2

LITERATUUR .............................................................................................................................................29 BRONNEN ................................................................................................................................................30

BIJLAGE 1

WETTELIJK KADER ..................................................................................................................... 31

BIJLAGE 2

BESI – FORMULIER TEN BEHOEVE VAN VERGUNNINGAANVRAAG ................................................ 33

BIJLAGE 3

WEERRAPPORT .......................................................................................................................... 37

BIJLAGE 4

NDFF-GEGEVENS BESCHERMDE SOORTEN BINNEN EN NABIJ HET PLANGEBIED ............................ 38

BIJLAGE 5

LIJST VAN BESCHERMDE SOORTEN GENOEMDE IN BIJLAGE IX A EN B VAN HET BESLUIT ACTIVITEITEN LEEFOMGEVING .............................................................................................................. 41

BIJLAGE 6

LIJST VAN SOORTEN BIILAGE X WAARVOOR ADMINISTRATIEPLICHT BESTAAT (EXOTEN) .............. 43

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-126 r

Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur, Hoogwerfsingel I, Spijkenisse

3 van 43

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Quickscan Fysieke Leefomgeving - Natuur

Veldbiologische Werken vof heeft van Aveco de Bondt b.v. opdracht ontvangen voor het uitvoeren van een Quickscan Fysieke Leefomgeving – Natuur, activiteit flora en fauna binnen het plangebied aan de Hoogwerfsingel I (Hoogwerfsingel aan de W. Churchilllaan en Anjerstraat) in Spijkenisse. Deze Quickscan Natuur behandelt Hoogwerfsingel I, genaamd ‘Blok’. Het plangebied is in zijn huidige vorm bebouwd en verhard. Open grond ontbreekt. Binnen het plangebied zijn geen bomen aanwezig. Binnen het huidige perceel worden de aanwezige opstallen verwijderd en wordt nieuwbouw ontwikkeld in de vorm van 128 appartementen en studio’s in getrapte vorm. Voor het aspect flora en fauna dient formeel aangetoond te worden dat er met de activiteit geen beschermde flora en fauna wordt geschaad of gedood. Indien beschermde soorten aanwezig zijn, dient nader onderzoek plaats te vinden naar de functionaliteit van het plangebied voor deze soorten, aan de hand van de uitkomsten kan het nodig zijn om hiervoor een Omgevingsvergunning van de Provincie ZuidHolland te verkrijgen. Om aantoonbaar te maken of in plangebied beschermde flora- en fauna aanwezig is of mogelijk aanwezig kan zijn, is een quickscan noodzakelijk. Met deze quickscan wordt tevens een advies gegeven ten aanzien van ecologisch waardevolle componenten in het plangebied en mogelijkheden om deze te consolideren en te versterken.

1.2

Voorgenomen ingreep plangebied: Activiteit

In het plangebied aan de Hoogwerfsingel I, Spijkenisse is de initiatiefnemer van plan om de volgende ingrepen uit te voeren, het betreffen puntsgewijs: 1. 2. 3. 4. 5.

Slopen gebouwen, opstallen. Verwijderen groen Voorbereiden grondwerken Nieuwbouw Herinrichten openbare ruimte

Hoogwerfsingel I

Kaart 1: Plangebied ‘Blok’ (Hoogwerfsingel I), Spijkenisse. [BRON: OZ]

1.3

Doel Quickscan Fysieke Leefomgeving - Natuur

Voor activiteiten, zoals de initiatiefnemer in het plangebied voornemens is, dient conform Nationale en Europese wet- en regelgeving eerst onderzoek gedaan te worden naar aanwezigheid of potentiële aanwezigheid van beschermde flora en fauna.

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-126 r

Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur, Hoogwerfsingel I, Spijkenisse

4 van 43

Hiervoor is deze Quickscan Omgevingswet Fysieke Leefomgeving - Natuur uitgevoerd. De quickscan bestaat uit een bronneninventarisatie en locatieonderzoek naar aanwezigheid of potentiële aanwezigheid van beschermde flora en fauna - soorten. Voor de volledigheid wordt de Omgevingswet, Besluit activiteiten leefomgeving, Omgevingsverordening en -plan Provincie Zuid-Holland en Gemeente Nissewaard getoetst. Indien beschermde flora en fauna aanwezig is, of in potentie aanwezig kan zijn, is nader onderzoek nodig naar mogelijk negatieve effecten van de voorgenomen activiteiten op deze soorten (verstorings-/verslechteringstoets). Tevens wordt dan onderzocht of de voorgenomen activiteiten mogelijke overtreding van de Omgevingswet en/of Omgevingsverordening en -plan Provincie Zuid-Holland (natuurregels Gelderland), Gemeente Nissewaard inhouden. Ook wordt onderzocht voor welke soorten specifieke zorgplicht nodig is. De quickscan kan tevens aanleiding zijn voor aanvullend onderzoek naar (functioneel gebruik van) soorten. Ook wordt nagegaan of er negatieve effecten op nabijgelegen beschermde gebieden zijn dan wel dat nadere toetsing in dit kader nodig is.

Hoogwerfsingel I

Kaart 2: Kadastrale kaart plangebied (blauw gearceerd). Rode kaders te slopen bebouwing. Kadastraal perceel: SKN00-E-5094, SKN00-E-3768 [BRON: KADASTRALEKAART.COM]

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-126 r

Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur, Hoogwerfsingel I, Spijkenisse

5 van 43

2

Wettelijk kader

2.1

Omgevingswet

Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingegaan. Deze wet bundelt veel verschillende wetten betreffende de leefomgeving. Voor het aspect natuur toetst Veldbiologische Werken de kerninstrumenten van rijk, provincie, gemeente en indien nodig van het waterschap van het gebied waarbinnen het plangebied gesitueerd is. De volgende kerninstrumenten worden getoetst in het kader van Natuur en worden verwerkt in het bureauonderzoek voor deze Quickscan Fysieke Leefomgeving – Natuur. Niet alle instanties hebben alle documentatie gereed, zij hebben nog tot 2030 de tijd om deze in te vullen, maar daar waar ze voorhanden zijn, worden deze meegenomen in het bureauonderzoek voor deze Quickscan.

2.2

Beschermde gebieden Zuid-Holland

Natura-2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In deze Natura 2000-gebieden worden bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit (soortenrijkdom) te behouden. Deze richtlijnen bestaan uit twee delen: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. Specifieke leefgebieden voor specifieke soorten worden beschermd in de Habitatrichtlijn, en vogelsoorten worden beschermd in de Vogelrichtlijn. Nederlands NatuurNetwerk Provincie Zuid-Holland Voor de Provincie Zuid-Holland geldt het Nederlands NatuurNetwerk (NNN) en is onderdeel van het NatuurNetwerk Nederland. Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Zo wordt de biodiversiteit (het totaal aan planten en dieren) bevorderd en vergroot de overlevingskans van de dieren. Ter realisatie van ecologische verbindingen zijn planologisch beschermde gebieden aangewezen en vervat in het NatuurNetwerk Nederland – NNN (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Dit NatuurNetwerk Nederland bestaat uit een netwerk van natuurgebieden met ecologische verbindingszones. Dit netwerk van verbindingszones mag niet door een ingreep worden aangetast. Effecten van een geplande ingreep of activiteit binnen het NatuurNetwerk Nederland moeten worden getoetst. Ten aanzien van invulling van het NatuurNetwerk Nederland is de Provincie waarin het plangebied valt het bevoegd gezag. Vaak is samen met het NatuurNetwerk Nederland ook de Stikstofbelasting voor een bepaald gebied in kaart gebracht. Opgemerkt moet worden dat Veldbiologische Werken de stikstofberekening niet heeft betrokken in de uitvoering van deze Quickscan tenzij anders wordt aangegeven. Gebiedsprofielen De gebiedsprofielen beschrijven en visualiseren ruimtelijke elementen met bovenregionale waarden. De gebiedsprofielen geven een overzicht van de landschappelijke waarden, waarmee bij ruimtelijke ingrepen rekening moet worden gehouden. Maar ze beschrijven ook ambities die richting geven aan de ontwikkeling van de kenmerken. Groenblauwe dooradering Het behouden en aanvullen van groene stroken en blauwe wateren binnen de stedelijke structuur verbetert de leefomgeving voor daar aanwezige soorten en voor icoonsoorten die de Provincie ZuidHolland aanwijst. Bron: ‘Handreiking ‘Versterk biodiversiteit bij stedelijke ontwikkeling’. Provincie ZuidHolland, november 2023. ‘Krachtig Zuid-Holland’.

2.3

Soortenbescherming Zuid-Holland

De Provincie Zuid-Holland kent Icoonsoorten. Dit is een lijst met soorten die de Provincie Zuid-Holland actief beschermd. Vaak zijn deze soorten ‘kensoorten’ voor gebiedsprofielen. Icoonsoorten leven soms naast soorten die reeds binnen bestaande biotopen / natuurbeheertypen voorkomen.

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-126 r

Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur, Hoogwerfsingel I, Spijkenisse

6 van 43

Icoonsoorten Zuid-Holland - 2023 Argusvlinder Bever Boomklever Blauwborst Bruinvis Dotterbloem Egel Gewone zeehond

2.4

Gierzwaluw Glassnijder Groene glazenmaker Groenknolorchis Grote stern Grutto Heivlinder Huismus

Kleine zwaan Kluut Konijn Meervleermuis Merel Nachtegaal Noordse woelmuis Otter

Patrijs Purperreiger Rietorchis Roerdomp Rosse vleermuis Rugstreeppad Spindotter Steenuil

Steur Weidehommel Wilde hyacinth Zandhommel Zalm Zeearend Zwarte stern

Soorten vrijgesteld binnen de Provincie Zuid-Holland

In de Omgevingswet staan verbodsbepalingen. Zo zijn activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten verboden. Ten opzichte van de voormalige Wet natuurbescherming is dus nauwelijks sprake van een wijziging in verboden activiteiten. Wel zijn de zorgplichten concreter uitgewerkt in het Besluit activiteit leefomgeving (Bal) en beschrijft het Bal regels voor ongewone voorvallen en gelijkwaardige maatregelen, een mogelijkheid die niet in de Wet natuurbescherming bestond.

BIJLAGE III Omgevingsverordening Provincie Zuid-Holland Activiteiten die de natuur betreffen

C.1. Aangewezen soorten behorend bij artikel 3.189, eerste lid Als soorten genoemd in artikel 3.189, eerste lid, worden aangewezen de volgende soorten: Aardmuis; Bastaardkikker; Bosmuis; Bruine kikker; Bunzing; Dwergmuis; Dwergspitsmuis; Egel;

Gewone bosspitsmuis; Gewone pad; Haas; Hermelijn; Huisspitsmuis; Kleine watersalamander; Konijn; Meerkikker;

Ree; Rosse woelmuis; Veldmuis; Vos; Wezel; Woelrat.

Binnen de Provincie Zuid-Holland zijn bovengenoemde soorten vrijgesteld bij ingrepen ruimtelijke ordening / bestendig beheer en onderhoud. Wel geldt voor deze soorten Zorgplicht.

Let wel! Verstoren zonder voorafgaand goed onderzoek naar beschermde soorten, blijft strafbaar!

Veldbiologische Werken / rapport VBW c 2024-126 r

Quikscan Fysieke Leefomgeving – Natuur, Hoogwerfsingel I, Spijkenisse

7 van 43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14807310/2