ETFAL (ruimtelijke onderbouwing)
Tekst van het document
Spijkenisse
BOPA Vredehof Fase 1
GEMEENTE NISSEWAARD
Maart 2025
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3
Inleiding ................................................................................................................................................... 1 Aanleiding en doel .......................................................................................................................................... 1 Ligging projectgebied ..................................................................................................................................... 1 Leeswijzer ....................................................................................................................................................... 2
2 Planologisch kader ................................................................................................................................... 3 2.1 Omgevingsplan Nissewaard............................................................................................................................ 3 2.2 Procedure ....................................................................................................................................................... 4 3 Planbeschrijving ....................................................................................................................................... 5 3.1 Bestaande situatie .......................................................................................................................................... 5 3.2 Planvoornemen .............................................................................................................................................. 7 4 4.1 4.2 4.3 4.4
Ruimtelijk beleidskader ......................................................................................................................... 11 Rijksbeleid ..................................................................................................................................................... 11 Provinciaal beleid ......................................................................................................................................... 12 Gemeentelijk beleid...................................................................................................................................... 16 Conclusie....................................................................................................................................................... 22
5 Aspecten van de fysieke leefomgeving ................................................................................................... 23 5.1 Milieueffectrapportage ................................................................................................................................ 23 5.2 Laddertoets................................................................................................................................................... 27 5.3 Mobiliteit ...................................................................................................................................................... 29 5.4 Bodemkwaliteit............................................................................................................................................. 31 5.5 Water en klimaatadaptatie ........................................................................................................................... 33 5.6 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen .............................................................................. 38 5.7 Geluid door activiteiten ................................................................................................................................
39 5.8 Omgevingsveiligheid ..................................................................................................................................... 42 5.9 Natuur en ecologie ....................................................................................................................................... 45 5.10 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................................... 47 5.11 Geur .............................................................................................................................................................. 48 5.12 Trillingen ....................................................................................................................................................... 48 5.13 Landschap, cultuurhistorie en archeologie................................................................................................... 49 5.14 Duurzaamheid .............................................................................................................................................. 51 5.15 Overige aspecten ..........................................................................................................................................
52 6 Maatschappelijke en financiële haalbaarheid ........................................................................................ 53 6.1 Financiële haalbaarheid ................................................................................................................................ 53 6.2 Participatie.................................................................................................................................................... 53 Bijlagen: Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7:
GroenTeam (29 december 2020) Quick Scan Flora & Fauna GroenTeam (6 oktober 2021) Onderzoek Natuurwetgeving Veldonderzoek Buro Bouwfysica (20 december 2024) Akoestisch onderzoek omgevingslawaai ATKB (23 april 2021) Verkennend bodemonderzoek ATKB (23 april 2021) Verhardings- en funderingsonderzoek Archeologie Rotterdam (BOOR) (22 februari 2024) Archeologisch Programma van Eisen Vestigia (24 juni 2024) Archeologisch vooronderzoek – inventariserend veldonderzoek
Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10:
KuiperCompagnons (28 augustus 2024) Stikstofdepositie-onderzoek Tritium Advies (1 juli 2024) Verkennend- en nader bodemonderzoek, verkennend asbest- en waterbodemonderzoek Herkon (18 februari 2025) Participatieverslag
1
1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van het eerste deel van de gebiedsontwikkeling Vredehof in Spijkenisse. In totaal bestaat de gebiedsontwikkeling uit de sloop van de bestaande gebouwen en de realisatie van verschillende woongebouwen in een parkachtige omgeving. Deze BOPA maakt in totaal de circa 21 woningen mogelijk die in de eerste fase van de ontwikkeling worden gebouwd. Het gaat daarbij om zeven rijwoningen en een blok met 14 appartementen. Voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de toegestane activiteiten in het omgevingsplan (van rechtswege) van de gemeente Nissewaard en wordt om die reden gezien als een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Artikel 5.1 lid 1 van de Omgevingswet biedt een algemene mogelijkheid om de omgevingsvergunning toch te verlenen. Aan deze bevoegdheid zijn voorwaarden verbonden. In de eerste plaats moet in algemene zin de vergunning verleend worden met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In de tweede plaats zijn op de beoordeling van de aanvraag de instructieregels over omgevingsplannen van toepassing. Voorliggend document bevat de onderbouwing op welke manier voorgenomen ontwikkeling voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en hoe het initiatief past binnen de instructieregels.
1.2
Ligging projectgebied De locatie ligt aan de westkant van het centrum van Spijkenisse. Specifiek bevindt fase 1 zich tussen de Groene Kruisstraat, het Vredehofplein en de Tweede Koolstraat. Het gaat om de kadastrale percelen 1268, 3518 en 6432. De ligging van het projectgebied is (globaal) afgebeeld op afbeelding 1.1 en 1.2.
Afbeelding 1.1: Ligging van het projectgebied. Het projectgebied is wit omkaderd.
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
2
Afbeelding 1.2: Globale ligging van het projectgebied. De ligging van het projectgebied is rood omkaderd.
1.3
Leeswijzer De opzet en het vervolg van deze onderbouwing is als volgt. Hoofdstuk 2 gaat in op de planologische kaders, zoals het omgevingsplan van Nissewaard en de te volgen procedure bij deze BOPA. In hoofdstuk 3 vindt de planbeschrijving plaats waarin de huidige en toekomstige situatie wordt beschreven. In het vierde hoofdstuk wordt het ruimtelijk beleidskader geschetst op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. In het vijfde hoofdstuk worden de diversie (milieu)aspecten van de fysieke leefomgeving benoemd. Hierbij worden per thema de relevante juridische en beleidskaders beknopt weergegeven, waarna vervolgens de effecten in relatie tot de beoogde toekomstige situatie worden beoordeeld (inclusief alle bijbehorende onderzoeken). De financiële en maatschappelijke haalbaarheid komt in het laatste hoofdstuk aan de orde.
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
3
2 2.1
Planologisch kader
Omgevingsplan Nissewaard Ter plaatse van het projectgebied vigeert het bestemmingsplan ‘Centrum 2012’ (vastgesteld op 14 juni 2013). Dit bestemmingsplan is vanaf 1 januari 2024 automatisch onderdeel van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan (van rechtswege1) van de gemeente Nissewaard. Bestemmingsplan Centrum 2012 Op grond van het vigerende bestemmingsplan ‘Centrum 2012’ kent het projectgebied de bestemmingen ‘Wonen -1’ en ‘Tuin’, zie afbeelding 2.1. Binnen deze bestemmingen is wonen enkel toegestaan in grondgebonden woningen in de daarvoor aangewezen bouwvlakken. Daarnaast kent de locatie de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 3’.
Afbeelding 2.1: Uitsnede bestemmingsplan ‘Centrum 2012’ (bron: Omgevingsloket - Regels op de kaart – omgevingsdocumenten).
1 Elke gemeente heeft op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, automatisch een omgevingsplan: een omgevingsplan van
rechtswege. Dit betreffen inhoudelijk de nu geldende bestemmingsplannen samen met een aantal rijksregels die het Rijk als onderdeel van het Invoeringsbesluit Omgevingswet automatisch toevoegt aan elk omgevingsplan, beter bekend als de bruidsschat. Tijdens de overgangstermijn (die tot en met 2032 loopt) kan elke gemeente het tijdelijk deel stapsgewijs omvormen naar een volwaardig omgevingsplan.
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
4 Vigerende milieuregels Met het in werking treden van de Omgevingswet komen veel rijksregels die in onder meer het Activiteitenbesluit, Besluit omgevingsrecht, Bouwbesluit en Woningwet te vervallen. Als deze vervallen regels toch nodig zijn om de evenwichtige toedeling van functies aan locaties te borgen, moeten gemeenten deze opnemen in het omgevingsplan. Nu zal het merendeel van de gemeenten geen omgevingsplan vaststellen op het moment dat de Omgevingswet in werking is getreden. De tot dat moment geldende bestemmingsplannen gaan dan over in een omgevingsplan van rechtswege. Om er voor te zorgen dat hierdoor geen regelhiaat ontstaat, worden deze vervallen rijksregels van rechtswege als 'bruidsschat' aan het omgevingsplan van rechtswege gehecht. Deze bruidsschatregels zijn opgenomen in hoofdstuk 1 (begripsbepalingen) en hoofdstuk 22 (inhoudelijke regels) van het omgevingsplan. Hoewel deze bruidsschat onderdeel uitmaakt van het zogenoemde 'tijdelijke deel' van het omgevingsplan, blijft deze van kracht tot het moment dat de gemeente deze regels met een besluit tot wijzigen van het omgevingsplan wijzigt of laat vervallen. De bruidsschat bevat milieuregels voor activiteiten die lokaal geregeld kunnen worden. Bijvoorbeeld over geluidshinder of geurhinder bij een horecagelegenheid, sportinrichting of een winkel.
Ook bevat de bruidsschat regels over immissies van geluid, geur en trillingen. Bij de voorliggende BOPA wordt er van uit gegaan dat de gemeente Nissewaard de bruidsschat (vooralsnog) intact laat. Op deze milieubelastende activiteiten blijven de regels uit hoofdstuk 22 van het omgevingsplan van toepassing.
2.2
Procedure Voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de toegestane activiteiten in het omgevingsplan (van rechtswege) van de gemeente Nissewaard en wordt om die reden gezien als een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is ofwel een activiteit, waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, ofwel een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Het gaat dus om een activiteit die niet toegelaten is op grond van het omgevingsplan en ook niet toegelaten kan worden met toepassing van de regels in het omgevingsplan. Artikel 5.1 lid 1 van de Omgevingswet biedt een algemene mogelijkheid om de omgevingsvergunning toch te verlenen. Deze vergunning kan alleen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De instructieregels van de rijksoverheid en van de provincie zijn ook van toepassing op het verlenen van de vergunning. Het voorliggende document betreft de onderbouwing bij de BOPA. Voor een BOPA geldt meestal de reguliere procedure en soms de uitgebreide procedure. De beslistermijn voor de reguliere procedure is maximaal 8 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken. Daarna is er bezwaar en beroep mogelijk. Deze BOPA zal middels de reguliere procedure worden behandeld.
Een omgevingsvergunning die is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure, treedt in werking met ingang van de dag na de dag waarop het bevoegd gezag het besluit bekend heeft gemaakt.
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
5
3 3.1
Projectbeschrijving
Bestaande situatie
3.1.1 Vredehoflocatie Oorspronkelijk bestond het landschap rondom de Vredehoflocatie uit brakwatermoeras en riet. Door de eeuwen heen ontstond hier een veenpakket. Later werd gezorgd voor drooglegging en werd de nabijliggende Vierambachtenboezem aangelegd voor ontwatering. Dichtbij de Vredehof ontwikkelde het dorp Spijkenisse zich. In de 19e eeuw werd ook de huidige begraafplaats aangelegd, omzoomd door een houtwal. Vanaf de jaren ‘50 wordt de begraafplaats begrensd door de Hekelingseweg. Op de locatie zijn nu enkele verouderde bedrijfspanden, een parkeerterrein en een grotendeels leegstaande KPNcentrale gevestigd. Op afbeelding 3.1 wordt een impressie gegeven van de bestaande situatie.
Afbeelding 3.1: Impressie van gehele Vredehoflocatie.
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
6
3.1.2 Fase 1 Op de gronden waarop de eerste fase van Vredehof gerealiseerd gaat worden is nu een woning met bijgebouwen en tuin gevestigd. Daarnaast is een deel van het terrein ingericht met garageboxen.
Afbeelding 3.2: Impressie huidige situatie voor Vredehof Fase 1 gezien vanaf het Vredehofplein (boven) en vanaf de Tweede Kooistraat (onder) (bron: Google Maps).
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
7
3.2
Planvoornemen
3.2.1 Gebiedsontwikkeling Vredehof Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een eerste deel van woningbouw op de Vredehoflocatie in Spijkenisse. Vanwege de onderlinge samenhang tussen de verschillende fases worden eerst de plannen voor de gehele Vredehoflocatie besproken. Daarna wordt uitgebreider ingegaan op het specifieke programma van fase 1. In afbeelding 3.3 is het concept van het stedenbouwkundig plan weergegeven. Vredehof wordt een parkachtige omgeving waar verschillende woongebouwen in een groene omgeving worden gerealiseerd. De voetganger en de natuur staan centraal. De totale gebiedsontwikkeling betreft rijwoningen, koopappartementen en huurappartementen (sociaal en middenhuur) die gefaseerd zullen worden gerealiseerd. In totaal zullen circa 215 woningen worden gerealiseerd. Uitgangspunten ontwikkeling Vredehoflocatie De Vredehoflocatie kan worden gezien als de westelijke poort naar de kern van het centrum van Spijkenisse. Het uitgangspunt bij de ontwikkelingen op de Vredehoflocatie is om een aantrekkelijk woongebied te maken, dat aansluit bij de rest van het centrum van Spijkenisse. De hoogwaardige groen- en groenblauwe structuren in het gebied worden versterkt door de ontwikkelingen aan de Vredehofstraat. Uitgangspunt is ook om in het gebied te zorgen voor meer waterberging. Daarmee zal de ontwikkeling bijdragen aan een klimaatadaptieve omgeving.
De verschillende appartementenblokken staan in een campusachtige setting in de groene ruimte. De gebouwen vormen het gezicht aan de Groene Kruisstraat en de Vredehofstraat. De woongebouwen hebben verschillende hoogtes, waarbij de gebouwen aan de Vredehofstraat het hoogst zijn om daar vorm te geven aan de gewenste stadsentree. De openbare ruimte staat volledig in het teken van de voetganger en van een maximaal groene inrichting. Voor het parkeren worden ter hoogte van blok F en D parkeerkoffers gerealiseerd. Daarnaast kunnen auto’s langsgeparkeerd worden in de straten in de omranding en er worden twee parkeergarages gerealiseerd. Eén garage onder gebouw en B en één parkeergarage onder gebouw D. De groene openbare ruimte die wordt toegevoegd zal een verrijking zijn voor de gehele buurt. Samen met de bosstrook rond de naastgelegen begraafplaats zijn de gebouwen onderdeel van de omlijsting van een parkachtig groen binnen gebied. Hiervoor wordt een inrichtingsplan opgesteld. Op de begraafplaats wordt niet meer actief begraven, maar veel bezoekers komen hier nog altijd om te herdenken. Daarbij liggen er oorlogsgraven, vindt hier de jaarlijkse dodenherdenking plaats en heeft het gebied een waarde als groene ruimte in een verder zeer stedelijke inrichting van het stadscentrum.
De begraafplaats krijgt een functie als gedenkpark, met wandelroutes verknoopt aan de omgeving en is daarmee van grote meerwaarde voor zowel de nieuwe als de bestaande bewoners. Centraal in het projectgebied ligt de ‘Watertuin’. Dit is het laagste punt in het projectgebied en hier wordt de bestaande watergang vergraven tot een vijver. De watertuin wordt de centrale ontmoetingsplek, waar buurtbewoners kunnen ontspannen op royale vlonderpartijen. Daarnaast bieden de natuurlijke vriendelijke oevers en het getrapte maaiveld ruimte voor natuurbeleving, informeel spelen en waterberging. Er wordt ook voorzien in een speelvoorziening voor kinderen. In het midden van het projectgebied wordt een deel van de bestaande KPN-centrale ingepast. Deze centrale is belangrijk voor het regionale glasvezelnetwerk en blijft om die reden behouden. De zendmast wordt verplaatst.
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
8
Afbeelding 3.3: Overzicht stedenbouwkundige opzet voor de totale Vredehoflocatie (bron: KuiperCompagnons).
3.2.2 Fase 1 Voorliggende BOPA omvat de eerste fase van de ontwikkeling. Het gaat hierbij om veertien appartementen en zeven rijwoningen, die in afbeelding 3.3 zijn aangeduid als respectievelijk Blok E en Blok F. De situatietekening van blok E en F (versie DO) is weergegeven in afbeelding 3.4. Woonprogramma In Blok F zullen zeven rijwoningen worden gerealiseerd. Het definitief ontwerp van de architectuur van de rijwoningen is weergegeven op afbeelding 3.5. In Blok E worden veertien appartementen gerealiseerd in een drielaags gebouw met een kap. Het definitief ontwerp van de architectuur van blok E is weergegeven op afbeelding 3.6.
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
9
Afbeelding 3.4: Definitief Ontwerp blokken E en F (bron: KuiperCompagnons, 20 december 2024)
Afbeelding 3.5: Definitief ontwerp gevels blok F (bron: KuiperCompagnons, 20 december 2024).
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
10
Afbeelding 3.6: Definitief ontwerp gevels blok E (bron: KuiperCompagnons, 20 december 2024).
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
11
4 4.1
Ruimtelijk beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Omgevingswet De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder andere om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur: • Omgevingsbesluit: hierin staan regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, procedures, handhaving en uitvoering evenals over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). • Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): hierin stelt het Rijk algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. In het Bal staat ook of voor die activiteiten een melding of omgevingsvergunning nodig is. Algemene rijksregels die gelden voor diverse activiteiten zijn in dit besluit opgenomen. Het Bal is direct gericht op burgers en bedrijven. • Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl): dit besluit bevat regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor gemeenten, provincies en waterschappen voor het vaststellen van onder meer omgevingsplannen en verordeningen. • Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl): dit besluit bevat met name regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Daarnaast bevat het Bbl regels over de staat en het gebruik van een bouwwerk en over het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden.
Het Bbl is vooral gericht op burgers of bedrijven. Toetsing In de navolgende paragrafen wordt ingegaan op de inhoud van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Nagegaan wordt welke omgevingswaarden, instructie- en beoordelingsregels relevant zijn voor voorgenomen ontwikkeling. Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Met voorgenomen ontwikkeling wordt niet afgeweken en worden geen aanvullende regels gesteld ten aanzien van de regels uit het Bal. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Met voorgenomen ontwikkeling wordt niet afgeweken en worden geen aanvullende regels gesteld ten aanzien van de regels uit het Bkl. De toetsing aan de verschillende milieuthema’s is verder uitgewerkt in Hoofdstuk 5 van deze onderbouwing. Uit de toetsing aan deze milieuthema’s blijkt dat wordt voldaan aan de instructieregels uit het Bkl. Besluit Bouwwerken leefomgeving (Bbl) De regels uit het Bbl komen veelal overeen met regels uit het Bouwbesluit 2012. Voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de toegestane activiteiten in het omgevingsplan (van rechtswege) van de gemeente Nissewaard en wordt om die reden gezien als een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het voorliggende document betreft de onderbouwing bij de BOPA.
De aanvraag voor de technische bouwactiviteit loopt parallel aan de aanvraag voor de omgevingsplanactiviteit. 4.1.2 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
12
ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet. Toetsing De realisatie van veertien appartementen en zeven rijwoningen binnen voorliggend projectgebied raakt geen belangen op nationaal niveau zoals beschreven in de NOVI en is daarmee niet in strijd dan wel in lijn met de uitgangspunten van de NOVI. 4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsbeleid Zuid-Holland Het omgevingsbeleid omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving in Zuid-Holland. Het bestaat uit drie hoofdinstrumenten: de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en de omgevingsverordening. De omgevingsvisie schetst de beleidskaders; de strategische ambities, beleidsdoelen en -keuzes voor de toekomst van de fysieke leefomgeving van Zuid-Holland. In het omgevingsprogramma zijn deze nader uitgewerkt in maatregelen die de provincie treft. De omgevingsverordening stelt de juridische kaders; instructieregels voor andere overheden en direct werkende regels voor burgers en bedrijven. De provincie wijzigt de verschillende onderdelen wanneer daartoe aanleiding is. Omgevingsvisie Zuid-Holland De omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid voor de gehele fysieke leefomgeving van de provincie Zuid-Holland. Ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes Naast de algemene sturingsfilosofie en een analyse van de huidige situatie van Zuid-Holland, schetst de provincie in de omgevingsvisie haar toekomstgerichte beleid in zeven provinciale vernieuwingsambities: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2.
Bereikbaar Zuid‐Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid‐Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid‐Holland. 5. Versterken natuur in Zuid‐Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid‐Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid‐Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Deze zeven vernieuwingsambities zijn geconcretiseerd in 18 beleidsdoelen, die omschrijven aan welke maatschappelijke opgaven de provincie werkt. De beleidsdoelen zijn vervolgens uitgewerkt in beleidskeuzes.
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
13 Ruimtelijke hoofdstructuur De essentie en samenhang van de verschillende ruimtelijke keuzes uit de omgevingsvisie, is gevat in de ruimtelijke hoofdstructuur. Opgebouwd uit verschillende kaartbeelden, vormt de ruimtelijke hoofdstructuur een integraal kaartbeeld dat inzichtelijk maakt hoe de strategische beleidskeuzes van de provincie ruimtelijk samenkomen. Afbeelding 4.1 geeft de ruimtelijke hoofdstructuur van Zuid-Holland weer.
Afbeelding 4.1: Omgevingsvisie Zuid-Holland – ruimtelijke hoofdstructuur.
Uitgangspunten en kaders voor de fysieke leefomgeving Bij het vormgeven en uitvoeren van de ambities hanteert de provincie de volgende uitgangspunten en kaders voor de fysieke leefomgeving: - Streven naar het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; - Gebruik van een kwaliteitskaart met richtpunten en gebiedsprofielen, waarin is beschreven welke kwaliteiten in welke gebieden de provincie nastreeft; - Handvatten voor passende ruimtelijke ontwikkeling, om te beoordelen of bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen wenselijk zijn. Omgevingsverordening Zuid-Holland De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) is geldig vanaf 1 januari 2024. De ZHOV is 15 december 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. Daarna is de ZHOV enkele keren gewijzigd en aangevuld (ook al voor de inwerkingtreding). De instructieregels uit de omgevingsverordening hebben een directe doorwerking in omgevingsplannen en bij ruimtelijke ontwikkelingen. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie Zuid-Holland geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. Uitgangspunt van het kwaliteitsbeleid is een ‘ja, mits’-beleid: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit.
Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van Zuid-Holland bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengebracht in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten, gebiedsprofielen en enkele bepalingen in de omgevingsverordening. De kwaliteitskaart toont de kwaliteitsambities van de provincie. De belangrijke gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland zijn weergegeven in vier lagen: de laag van de ondergrond, laag van de cultuur- en natuurlandschappen, laag van de stedelijke occupatie en laag van de beleving. De integrale kwaliteitskaart vat de vier lagen in één kaartbeeld samen. Met behulp van de kwaliteitskaart houden betrokken partijen bij ruimtelijke ingrepen rekening met de gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde van een gebied. De
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
14 kwaliteitskaart biedt randvoorwaarden voor het maken van integrale afwegingen, die nader zijn geconcretiseerd in richtpunten. De richtpunten beschrijven de bestaande kenmerken en waarden, en de wijze waarop ruimtelijke ontwikkelingen daarmee rekening kunnen houden. De kwaliteitskaart en bijbehorende richtpunten zijn regionaal vertaald in verschillende gebiedsprofielen. Deze gebiedsprofielen fungeren niet als toetsingskader maar als handreiking voor het gebiedsspecifiek omgaan met ruimtelijke kwaliteit. Passende ruimtelijke ontwikkeling Om te bepalen of een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling passend is, is de ruimtelijke impact van belang. In de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen is het uitgangspunt dat de aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder deze raakt aan provinciale belangen. Ook de waarde en kwetsbaarheid van de kwaliteit van het gebied speelt daarbij een rol. De gebiedsprofielen bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact van een ontwikkeling in een bepaald gebied is. In dit kader maakt de provincie onderscheid in drie typen ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie.
Daarbij spelen de schaalniveaus van de kavel, de structuur en de gebiedsidentiteit een rol. Wanneer een plan aansluit bij de gebiedsidentiteit en zich voegt in de bestaande structuur, is sprake van inpassing. Een ontwikkeling die aansluit bij de gebiedsidentiteit maar op structuurniveau wijzigingen voorziet, betekent een aanpassing. Bij transformatie zorgen de aard en omvang van een ontwikkeling voor een verandering van de gebiedsidentiteit. Deze indeling van ontwikkelingen is ook doorvertaald in de instructieregels met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit in de omgevingsverordening. Toetsing Het voorliggende projectgebied valt binnen het gebiedsprofiel ‘Voorne-Putten’. Het is (deels) aangeduid op drie van de vier kwaliteitskaarten. Gebiedsprofiel ‘Voorne-Putten’ Binnen het gebiedsprofiel ‘Voorne-Putten’ bevindt het projectgebied zich op de volgende kaarten: Doorsnijdend spoor: stedelijk gebied met hoogwaardig OV De metro loopt centraal door het stedelijk gebied van Spijkenisse waardoor veel gebied binnen de invloedssfeer van dit hoogwaardig openbaar vervoer is gelegen. Ambities zijn: • Zwaartepunt van de verstedelijking ligt in stad en dorp binnen de invloedsfeer van hoogwaardig openbaar vervoer; • Behouden en versterken van een duidelijke aansluiting van routes tussen de haltes en het omringende landschap.
Voorliggende ontwikkeling zorgt voor binnenstedelijke verdichting binnen de invloedsfeer van hoogwaardig openbaar vervoer en sluit aan bij de provinciale ambitie. Stad Spijkenisse heeft een herkenbaar historisch centrum, maar is in de loop van de tijd uitgegroeid tot de exponent van de grote stad Rotterdam. De openbaar vervoerverbinding, moderne hoogbouw en stedelijke uitbreidingen getuigen hiervan. Ambities zijn: • Versterken van de relatie tussen de steden en het water. • In Spijkenisse dorpse geschiedenis verenigen met stedelijke ambities.
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
15 Voorliggende ontwikkeling zoekt de verbinding met de bestaande water- en groenstructuren. De woningen die worden gerealiseerd hebben een stedelijke uitstraling en sluiten beter aan op de directe omgeving dan de huidige situatie. De bestaande begraafplaats met historie wordt op termijn getransformeerd tot gedenktuin en natuurtuin met oog voor de geschiedenis en de toekomst. Kwaliteitskaarten Laag van de ondergrond In de laag van de ondergrond is het projectgebied aangeduid als ‘Rivierdeltacomplex – Jonge zeeklei’. Richtpunt is dat ontwikkelingen bijdragen aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoetzoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Voorgenomen ontwikkeling voorziet geen ingrepen in de natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Laag van de stedelijke occupatie In de laag van de stedelijk occupatie is het projectgebied aangeduid als ‘Steden en dorpen’. Kenmerken als de identiteit van de plek (historische, culturele, toeristische en ruimtelijke kenmerken), de geografische strategische ligging in het stedelijk netwerk en de aanwezige en nieuwe economische dragers maken van iedere stad en ieder centrum in het systeem een unieke plek met een eigen (ruimtelijke) karakteristiek.
Een brede waaier aan woonen werkmilieus is een belangrijke voorwaarde voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Als herstructurering, transformatie of verdichting plaatsvindt binnen de stad, dan draagt dit bij aan de versterking van de ruimtelijke karakteristiek. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de groen- en waterstructuur als onderdeel van het stads- en dorpsontwerp. De hoogstedelijke centrumgebieden kennen een hoge bereikbaarheid en sterke identiteit. Ze bieden plaats aan (inter-)nationale voorzieningen en bijzondere stedelijke woonmilieus. Relevante richtpunten voor voorgenomen ontwikkeling zijn: • Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. • Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. • Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. • Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. • Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. • Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. De ontwikkeling draagt bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur.
Het gebied is in de huidige situatie grotendeels verhard. Met voorliggende ontwikkeling wordt meer kwalitatief groen toegevoegd en ontstaat een betere groenverbinding van de bestaande begraafplaats richting het historisch centrum en de Vierambachtenboezem. Laag van de beleving De Vredehofstraat is aangeduid als een fiets- en wandelroute. Voor deze routes gelden de volgende richtpunten: • Voorkomen van (nieuwe) obstakels en omwegen in het recreatief netwerk. • Recreatieve voorzieningen worden zoveel mogelijk gekoppeld aan recreatieknooppunten in het recreatieve netwerk. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van het cultuurhistorisch erfgoed of andere recreatief interessante locaties.
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
16 Voorgenomen ontwikkeling zit de recreatieve waarde van de fiets- en wandelroute over de Vredehofstraat niet in de weg. Omgevingsverordening Zuid-Holland De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) is geldig vanaf 1 januari 2024. De ZHOV is 15 december 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. Daarna is de ZHOV enkele keren gewijzigd en aangevuld (ook al voor de inwerkingtreding). De instructieregels uit de omgevingsverordening hebben een directe doorwerking in omgevingsplannen en bij ruimtelijke ontwikkelingen. Toetsing Op de kaart bij de omgevingsverordening is het projectgebied aangewezen als ‘stationsomgeving’. Hiervoor geldt het volgende: Een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe woningen in een stationsomgeving, hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per woning. In afwijking van bovenstaande kan een andere parkeernorm worden gehanteerd, als de gemeente op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastgesteld. De gemeente Nissewaard heeft parkeerbeleid dat op de lokale situatie is afgestemd. Het gemeentelijk parkeerbeleid is daarmee leidend, en niet de instructieregel van de provincie. Op het gemeentelijk parkeerbeleid wordt verder ingegaan in paragraaf 4.14 mobiliteit. Ook is opgenomen dat de ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling moet worden doorlopen. Voor deze ontwikkeling is de ladder doorlopen.
Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 5.2 ‘laddertoets’. Voor het overige zijn geen instructieregels opgenomen voor het projectgebied in de omgevingsverordening. 4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Omgevingsvisie Centrumgebied Spijkenisse In de Omgevingsvisie Centrumgebied Spijkenisse geeft de gemeente aan hoe de gewenste ontwikkeling en bescherming van de leefomgeving eruit ziet voor de lange termijn. Deze omgevingsvisie komt in de plaats van bestaand beleid op gebied van groen, verkeer en vervoer of wonen. De Omgevingsvisie Centrumgebied Spijkenisse is op 22 september 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. De hoofdambitie is om het stadscentrum te verlevendigen, door de potentie van het gebied beter te benutten. Dit leidt tot een centrum: • waar mensen graag wonen, werken, winkelen, leren, verblijven en recreëren; • dat bewegen, meedoen en ontmoeting stimuleert; • dat verbonden is met de historische oorsprong, maar modern is in architectuur, duurzaamheid en innovatie. Daarnaast is het volgende opgenomen over stedelijk wonen in het centrum: Het centrum is de plek om een stedelijk woonmilieu te bieden met een hogere dichtheid aan woningen. Die verdichting draagt bij aan de levendigheid van het centrum en vergroot het draagvlak voor voorzieningen. Om een aantrekkelijk leefgebied te behouden gaat het creëren van een hogere dichtheid hand in hand met een kwaliteitsslag van het openbaar gebied, verduurzaming en aandacht voor gezondheid.
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
17
Afbeelding 4.1: Uitsnede Omgevingsvisiekaart (globale ligging projectgebied wit omkaderd)
Toetsing De locatie voor fase 1 van de ontwikkeling heeft op de visiekaart de volgende aanduidingen: - Verstedelijken in ontwikkeling hele centrumgebied - Waterberging en klimaatadaptatie - Recreatieve ommetjes Daarnaast zijn voor de gehele Vredehoflocatie de volgende aanduidingen opgenomen: - Groene ontmoetings-, speel- en beweegplekken - Energieneutrale, klimaatadaptieve, gedifferentieerde en circulaire ontwikkelingen Daarnaast is de locatie ook tekstueel benoemd: Kenmerkend voor de Vredehofstraat is de goed bereikbare ligging nabij het kernwinkelgebied en de Groene Kruisweg. Daarnaast is het gebied via de Vierambachtenboezem aangetakt op de groenstructuur van Spijkenisse. Cultuurhistorische elementen worden afgewisseld met de moderne architectuur van onder andere de Boekenberg. De potentie van het gebied en haar ligging zijn onderbenut. Het gebied maakt onderdeel uit van het kleinschalige, organisch gegroeide, meer historische gedeelte van Spijkenisse. De nieuwbouw moet aansluiten bij deze schaal van het dorpse karakter en tegelijkertijd zorgen voor een stevige entree richting het centrum. Herontwikkeling van het gebied biedt tegelijkertijd kansen om de verbinding met het Drempelpad en de naastgelegen woningen te optimaliseren.
De locatie heeft een paar ‘groene troefkaarten’: de groene fietsroute langs de Breekade naar het buitengebied en de ligging naast de voormalige begraafplaats. De begraafplaats is beoogd om toegankelijker gemaakt te worden, ingericht als groen gedenkpark voor de buurt. Bij het ontwerp van voorliggende ontwikkeling is direct aansluiting gezocht bij de in de visie benoemde uitgangspunten. Het plan voorziet een transformatie voor de gehele Vredehoflocatie, die zorgt voor enerzijds verdichting en anderzijds vergroening. Het groen wordt daarnaast beter toegankelijk gemaakt voor omwonenden, waarbij er een hoofdrol is weggelegd voor de huidige begraafplaats, die zal op termijn worden
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
18 heringericht. Verder wordt versterking en aansluiting gezocht bij de bestaande groenstructuur langs de Vierambachtenboezem, waarbij ook gezocht wordt naar versterking van de bestaande fietsroute. De architectuur van het totaalplan voor de Vredehoflocatie beoogt te voldoen aan de uitgangspunten omschreven in de omgevingsvisie. De appartementengebouwen zijn hoger en groter dan de bestaande woningen in het projectgebied, maar sluiten wel aan bij de nieuwbouw die direct rondom het projectgebied is gerealiseerd, zoals bijvoorbeeld de appartementengebouwen die zijn gerealiseerd aan de Nachtegaalstraat. De woningen die zullen worden gerealiseerd in fase 1 sluiten goed aan bij de woningen direct rondom het projectgebied. Zo sluit de bouwhoogte en het volume van de rijwoningen aan de Groene Kruisstraat/Tweede Kooistraat goed aan bij de bestaande woningen en blijft zo de structuur van eengezinswoningen in de wijk bestaan. Het appartementengebouw (Blok E) sluit dan qua hoogte en qua architectuur weer goed aan op de bestaande bebouwing langs de Vredehofstraat. Hiermee is de ontwikkeling passend binnen de kaders uit de omgevingsvisie. 4.3.2 Welstandsnota Nissewaard De ‘Welstandsnota Nissewaard 2017’ bevat de basisvoorwaarden, waaraan de bouwaanvragen op welstandaspecten getoetst zullen worden. De welstandsnota is in 2018 gewijzigd.
Er worden criteria benoemd die ertoe moeten bijdragen dat de toekomstige bebouwing past in de omgeving. De welstandsnota richt zich op relatief kleine bouwopgaven van een of enkele gebouwen, uitbreidingen van bestaande bebouwing en kleine bouwwerken in bestaande stedelijk- en buitengebied. Toetsing Voorliggend projectgebied valt binnen het centrumgebied Spijkenisse en kent een bijzonder welstandsniveau. Voor het overige deel van het centrum is het van belang dat er een heldere ruimtelijke structuur ontstaat met een prettig verblijfsgebied. Hierbij speelt de oriëntatie van gebouwen, de aansluiting met het openbaar gebied en het gebruik van groen een belangrijke rol. Daarnaast is de beeldkwaliteit van de panden van groot belang. Een gevarieerd maar tevens voldoende samenhangend straatbeeld zorgt voor een aantrekkelijk centrumgebied. Hierin spelen ook de samenhang van de gevels (onder en bovenbouw en reclame uitingen) van de afzonderlijke panden een belangrijke rol. Deze gebieden zijn van cruciale betekenis voor het totaalbeeld van de kernen en de relatie met het aanliggende landschap en ontstaansgeschiedenis. Hieronder vallen de gebieden die een hoge cultuurhistorische, architectonische of stedenbouwkundige waarde hebben.
Toetsing binnen het bijzondere niveau is vooral gericht op de historische context en/of vanuit cultureel-maatschappelijk belang (zoals de oude kernen en het centrum van Spijkenisse). Toetsing omvat daarom alle relevante aspecten zoals ligging, massa, kapvorm, architectonische uitwerking, materiaal- en kleurgebruik. Bij dit niveau worden bouwwerken ook beoordeeld op detailaspecten. Naast de hiervoor genoemde criteria wordt dan ook gelet op materiaalverwerking, kleurgebruik van details en de verdere detaillering van de architectonische vormgeving van onderdelen zoals gevel, ornamenten en voegvormen, kozijnen muurankers etc. Daarbij is de afstemming, consistentie en evenwicht en samenhang in materiaal, kleur en detaillering belangrijk. Uiteraard is ook de relatie met de openbare ruimte een belangrijk aspect. Hierbij wordt zorgvuldig en gedetailleerd getoetst, waarbij een goede inpassing in de omliggende context het uitgangspunt is en daarom een bijzondere inspanning vereist. 4.3.3 Woonvisie 2020-2030: Nissewaard, een plek voor iedereen! De Woonvisie Nissewaard 2020 – 2030 heeft als ondertitel ‘Nissewaard, een plek voor iedereen’. Deze ondertitel verwoordt wat de gemeente heeft en waar de gemeente samen aan wil werken. Het maakt niet uit of je jong of oud bent en of je op zoek bent naar een landelijk of stedelijk woonmilieu. Van historische dorpskern tot moderne nieuwbouw.
De gemeente Nissewaard zet in op een duurzaam en solidair leefklimaat. Het doel van de Woonvisie
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
19 voor Nissewaard is dat het voor iedereen goed wonen is in de gemeente en de woonwensen en woningbehoefte van al de huidige en toekomstige inwoners zoveel mogelijk binnen onze gemeentegrenzen mogelijk te maken. Het resultaat is een Woonvisie op hoofdlijnen, waarin in punten wordt geformuleerd waar Nissewaard de komende jaren naar toe wil op het gebied van wonen, passend binnen de ambities zoals die zijn neergelegd in de regionale woningmarktafspraken en het ontwikkelperspectief ‘Nissewaard 2040’. Er wordt bewust voor gekozen om het beleid niet tot achter de komma te formuleren, omdat de gemeente per situatie ruimte wil bieden aan de creativiteit van onze inwoners en ruimte willen maken voor goede initiatieven in nieuwbouw, maar vooral ook in de bestaande voorraad. Het aantal huishoudens neemt op basis van de laatste prognoses tot 2030 toe met ruim 1.660. In de tien jaar erna groeit het aantal huishoudens met ruim 750 verder tot circa 41.800. In totaal gaat het voor de periode 20202040 dus om een extra behoefte van ruim 2.400 woningen. Nissewaard hanteert de volgende woningbouwdoelstellingen: Gemeentebreed:
• •
Behouden en verbeteren van het woonklimaat voor alle inwoners van gemeente Nissewaard;
•
Toevoegen woningen voor de oudere doelgroepen: er wordt ingezet in op het realiseren van levensloopbestendige woningen op locaties nabij voorzieningen;
•
Toevoegen van middeldure en duurdere koopwoningen om stellen en gezinnen met lokale binding de kans te geven binnen de eigen omgeving hun wooncarrière voort te zetten; Toevoegen van (meergezins)woningen door bestaande panden te transformeren, indien ruimtelijk wenselijk en passend. Hierbij valt te denken aan boerderijen, kantoren en winkels;
•
Toevoegen van woningen voor doelgroepen vanuit de regio en verder, die complementair zijn aan de huidige bevolking. Dit zijn onder andere hoger opgeleiden met een toegevoegde waarde voor de Nissewaardse economie, aansluitend bij de ambities uit Nissewaard naar 2040;
•
Functionele noodzaak, oftewel: is er in de gemeente als geheel en in de betreffende kern daadwerkelijk behoefte aan nieuwbouw? En is deze nieuwbouw van toegevoegde waarde voor de huidige voorraad? Of kunnen we vooruit met de bestaande woningvoorraad, zodat er ook kan worden gebouwd voor doelgroepen van buiten Nissewaard?;
•
Waar sprake is van het (deels) ontbreken van een bepaald koop- of huurprijssegment zal hier extra op worden ingezet;
•
Conform wetgeving is nieuwbouw aardgasvrij, vanaf 1 januari 2021 minimaal bijna energieneutraal (BENG), en is de milieuprestatie (MPG) maximaal 1,0. De bouw van woningen dient daarbij zoveel mogelijk circulair te zijn, met aandacht voor groene woonmilieus.
Spijkenisse
•
Toevoeging van huurwoningen in het lage middenhuursegment en (middel)dure koopwoningen, ook in het nultredensegment vanwege (dubbele) vergrijzing. De gemeente wil afspraken maken met ontwikkelaars over het behoud van middenhuur;
•
Locaties rondom voorzieningen en infrastructurele hotspots (zoals het metrostation) worden ingeschat als meest kansrijke woningbouwlocaties;
•
Er wordt ingezet op een meer evenwichtige spreiding van de sociale voorraad over de wijken in Spijkenisse. Met corporaties wordt gesproken over herstructurering en over een gewenst aandeel sociale woningbouw in nieuwbouwprojecten elders als compensatie van te slopen sociale huurwoningen in herstructureringsgebieden;
• •
Nieuwbouw, herontwikkeling of transformatie van/naar nultredenwoningen in het sociale segment; Het bevorderen van sociale samenhang tussen groepen bewoners.
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
20 Toetsing Voorliggende ontwikkeling draagt concreet bij aan meerdere woningbouwdoelstellingen van de gemeente Nissewaard. Zo draagt de gehele ontwikkeling van de Vredehoflocatie bij aan toevoeging van de woningcategorieën die de gemeente zowel gemeentebreed als specifiek voor de kern Spijkenisse het meest wenselijk vindt. Op de Vredehoflocatie is behoefte aan nieuwbouw, om de verrommelde indruk van het gebied te verbeteren en een grote slag te slaan in de openbare ruimte, zoals ook passend is bij de doelstellingen uit de omgevingsvisie (paragraaf 4.3.2). Hierdoor verbetert het woon- en leefklimaat. Dit gebeurt niet alleen voor de toekomstige bewoners van de Vredehoflocatie, maar ook voor alle bewoners rondom het projectgebied. De Vredehof wordt groen en aangenaam ingericht met veel openbaar toegankelijke ruimte. Daarbij wordt de begraafplaats in de toekomst openbaar toegankelijk gemaakt en ingericht als gedenktuin, watertuin en natuurtuin. Hier kunnen bewoners van Spijkenisse elkaar ontmoeten. De locatie ligt eveneens op niet al te grote afstand (zo’n tien minuten lopen en drie minuten fietsen) van metrostation Spijkenisse Centrum en direct naast het centrum van Spijkenisse, waar alle dagelijkse voorzieningen te vinden zijn. Daarmee kan de Vredehof gezien worden als een ‘kansrijke woningbouwlocatie’.
De rijwoningen vallen in het middeldure koopsegment en krijgen een von-prijs tot aan de geldende NHG-grens. Bij de appartementen wordt een verdeling gemaakt in verschillende categorieën, variërend tussen betaalbare en middeldure koopappartementen. De ontwikkeling aan de Vredehof voldoet met bovenstaande verdeling aan de ambitie van de gemeente Nissewaard om vooral middeldure en duurdere koopwoningen te realiseren om stellen en gezinnen met lokale binding de kans te geven binnen de eigen omgeving hun wooncarrière voort te zetten. Met de realisatie van betaalbare koopwoningen in combinatie met de (middel)dure koopwoningen draagt Fase 1 van de ontwikkeling van de Vredehof bij aan de doelstellingen uit de woondeal. Daarnaast draagt het plan bij aan de gemeentelijke ambitie om meer mogelijkheden te bieden voor starters om een woning te kopen. Ofwel op de doordat starters één van de betaalbare woningen kunnen kopen, ofwel doordat elders goedkope koopwoningen vrijkomen bij doorstroom van gezinnen naar de (middel)dure woningen die in fase 1 worden ontwikkeld. Tot slot worden de nieuwe woningen duurzaam ontwikkeld. Dit wordt uitgebreider toegelicht in paragraaf 5.13. 4.3.4 Nissewaard naar 2040 De gemeente Nissewaard heeft een visiedocument opgesteld om te zorgen voor een veerkrachtig en verbonden Nissewaard in 2040.
Het document heeft de titel 'Ontwikkelperspectief voormalige groeikern Spijkenisse – Nissewaard naar 2040' en is op 6 december 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. Er zijn vier principes geformuleerd die de basis vormen voor de toekomstvisie: 1. Zorg voor meer woningdifferentiatie; 2. Verbeter de bereikbaarheid; 3. Zorg voor meer en gevarieerde werkgelegenheid en onderwijs; 4. Versterk het groen en verbeter de verbinding ermee. Voornamelijk het eerste principe is relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. Eén van de kansen ligt op het gebied van inbreiding in het centrum. Daarnaast ligt er een focus op het behouden en aantrekken van jongeren, om zo te zorgen voor een evenwichtige bevolkingsopbouw.
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
21 Toetsing Met de ontwikkeling van de gehele Vredehoflocatie wordt ingezet op een gevarieerd woonmilieu, zoals ook is toegelicht bij de toetsing op de woonvisie. Daarnaast wordt de Vredehoflocatie goed ontsloten voor zowel autoals fietsverkeer en is het projectgebied op loopafstand van de metro gelegen. Tot slot wordt de bestaande groenstructuur versterkt en wordt binnen het projectgebied op termijn een betere en aangename groenomgeving gerealiseerd, waardoor toekomstige bewoners en omwonenden kunnen genieten van meer groen. 4.3.5 Beleidsplan groen en bomen 2023 - 2026 Nissewaard is een groene gemeente en dit groen is van waarde voor een aantrekkelijke, vitale, toekomstbestendige woon- en werkgemeente. Het aanwezige groen in de stad en de dorpen wordt intensief gebruikt door bewoners en bezoekers. Het is belangrijk om dit groen te beschermen. Het groene karakter van stad en dorpen is verschillend en dit is ook terug te zien in de opbouw en omvang van het groen. In de stad is de groenstructuur een raamwerk van groen in én tussen de wijken. In de dorpen is de groenstructuur kleinschalig en minder samenhangend. Een verschil is ook de afstand tot het buitengebied. In de dorpen is minder groen aanwezig maar is er de nabijheid van het buitengebied. In de stad is de afstand tot het buitengebied groter, maar is er het groene raamwerk voor gebruik en begeleiding naar het buitengebied.
In Nissewaard wordt de waarde van groen voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en de mentale- en fysieke gezondheid onderkend. Omgekeerd geldt ook dat genoemde thema’s als biodiversiteit, klimaatadaptatie en stedenbouwkundige ontwikkelingen impact hebben op het groen. In het coalitieakkoord “Samen bouwen op Nissewaard 2022-2026” wordt het belang van het groene landschap en een groene leefomgeving diverse keren benoemd en is de ambitie opgenomen om met nieuw groen- en bomenbeleid het belang van groen voor de gezondheid en leefbaarheid van de Nissewaarder te benadrukken. Toetsing Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van de hoofd- en/of subgroenstructuur van Nissewaard, zoals te zien is in afbeeldingen 4.2. Ook maakt het projectgebied geen onderdeel uit van de hoofd- of substructuur bomen, zoals te zien is in afbeelding 4.3.
Afbeelding 4.2: uitsnede kaart Hoofd- en subgroenstructuur Spijkenisse Stadsdeel Oost, het projectgebied is indicatief omcirkeld.
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
22
Afbeelding 4.3: uitsnede kaart Hoofd- en substructuur bomen Spijkenisse Stadsdeel Oost, het projectgebied is indicatief omcirkeld.
4.3.6 Programmaplan Duurzaamheid 2023 - 2024 De gemeente Nissewaard werkt met een ‘Programmaplan Duurzaamheid’. In het Programmaplan Duurzaamheid 2023-2024 is de ambitie van de gemeente op het gebied van duurzaamheid opgenomen en worden de doelen, activiteiten, het netwerk en de middelen om deze ambities te bereiken beschreven. De gemeente actualiseert dit programmaplan jaarlijks. De ambitie van de gemeente luidt: ‘De gemeente Nissewaard is in 2050 energieneutraal, circulair en bestand tegen veranderingen in het klimaat.’. Daarnaast werkt de gemeente samen met ondernemers, (maatschappelijke) organisaties, inwoners en ambtenaren aan duurzame initiatieven. Hiervoor is de samenwerkingsaanpak Wij.Doen.Groen. opgezet. De samenwerkingsaanpak biedt antwoord op vragen hoe de gemeente gezamenlijk met partijen de duurzaamheidsambities wil realiseren en helpt initiatiefnemers om met duurzaamheid aan de slag te gaan. Een aantal ambities hebben direct invloed op nieuwbouwplannen. Zo is de ambitie van de gemeente dat Nissewaard in 2030 meer klimaat-bestendig en waterrobuust is ingericht. Alle nieuwbouwwijken zijn klimaatadaptief en groen aangelegd. Gerenoveerde wijken zijn klimaatbestendig. De omgeving is groener en mensen zetten meer planten, bloemen en bomen in hun tuinen. Ook steeds meer daken zijn groen.
Dit betekent oa dat: 'vanaf dan voldoen alle nieuwbouwplannen aan de landelijke maatlat groene klimaatadaptieve bebouwde omgeving en ander landelijk beleid/wetgeving.' Toetsing Het plan voldoet in ieder geval aan de wettelijke normen en vereisten op het gebied van duurzaamheid. Zo wordt voldaan aan de MPG-eisen en BENG-eisen, en geeft waar mogelijk invulling aan verschillende duurzaamheidskaders. 4.4
Conclusie Zoals uit het voorgaande blijkt, past de ontwikkeling in het projectgebied binnen het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid.
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
23
5 5.1
Aspecten van de fysieke leefomgeving
Milieueffectrapportage
5.1.1 Kader In Europees verband is afgesproken dat projecten die aanzienlijke milieueffecten hebben of kunnen hebben, worden onderzocht op hun gevolgen voor het milieu. Een milieueffectrapportage (mer) brengt de milieugevolgen van een project in beeld voordat er een besluit over is genomen en onderzoekt verschillende alternatieve oplossingen en maatregelen met het oog op het beperken van effecten op de leefomgeving. Hiermee draagt de milieueffectrapportage ook bij aan de onderbouwing en transparantie van de effecten van een besluit en kan het als hulpmiddel worden gebruikt bij de participatie van omwonenden bij de totstandkoming van het besluit. Voor een reeks van projecten is bepaald dat een milieueffectrapport moet worden gemaakt, voordat toestemming wordt gegeven het project uit te voeren. Voor een andere reeks van projecten moet worden onderzocht of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. In Nederland is de mer-richtlijn geïmplementeerd in paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, is af te leiden uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In dit geval wordt er eerst een mer-beoordeling uitgevoerd. Bij deze beoordeling dient rekening te worden gehouden met de criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn.
De mer-beoordeling dient te voldoen aan de inhoudelijke eisen in artikel 11.10 en 11.11 van het Omgevingsbesluit. 5.1.2 Kenmerken van het plan Omvang van het project De ontwikkeling ziet toe op de realisatie van 21 woningen, die onderdeel uit maken van een groter woningbouwproject van in totaal 215 woningen. De bestaande gronden met gemengde bestemmingen worden getransformeerd tot een groen woongebied met verschillende soorten woningen, waarbij het merendeel uit appartementengebouwen bestaat. Cumulatie met andere projecten Voorliggende BOPA heeft betrekking op één fase van de grotere transformatie aan de Vredehofstraat. Omdat deze transformatie gezien kan worden als één gebiedsgerichte ontwikkeling, wordt deze totale ontwikkeling in zijn geheel beschouwd. In de directe omgeving van het projectgebied vinden verder geen gebiedsontwikkelingen plaats, waardoor dan ook geen cumulatie wordt verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Onder natuurlijke hulpbronnen worden onder andere niet-vernieuwbare bronnen, zoals fossiele brandstoffen verstaan, maar ook hernieuwbare bronnen, zoals hout, zon, rubber, drinkwater en zuurstof. Ten behoeve van realisatie en onderhoud van de gebouwde omgeving worden reguliere materialen en hulpbronnen gebruikt.
Er worden geen activiteiten mogelijk gemaakt waarbij intensief en/of grootschalig gebruik wordt gemaakt van natuurlijke hulpbronnen. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen vormt naar aard en omvang derhalve geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstofemitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. De bewoners van de woningen zullen in de toekomst gebruikelijke
BOPA Vredehoflocatie – Fase 1, Spijkenisse
24 hoeveelheden huis-, tuin en keukenafval produceren. Er worden geen activiteiten mogelijk gemaakt die leiden tot grootschalige productie van afvalstoffen. Het beoogde plan heeft daarnaast een verkeersaantrekkende functie ten opzichte van de huidige situatie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid). In de paragrafen 5.3, 5.6 en 5.10 wordt hier nader op ingegaan. Effecten op gebieden De effecten die optreden zijn lokaal en beperkt van aard. De ontwikkeling heeft geen significant negatieve invloed op de natuurlijke kenmerken en kwetsbaarheid van het gebied of omliggend gebieden. Het plan ligt binnen het bestaand stedelijk gebied van Spijkenisse. Zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn, komen niet voor in de directe nabijheid van het projectgebied. Gelet op de aard en omvang van het plan zijn er daarnaast geen bijzondere effecten te verwachten wat betreft het risico op zware ongevallen en/of rampen (waaronder rampen door klimaatverandering) of risico’s voor de menselijke gezondheid. 5.1.3 Locatie van het project Bestaand landgebruik Oorspronkelijk bestond het landschap rondom de Vredehoflocatie uit brakwatermoeras en riet. Door de eeuwen heen ontstond hier een veenpakket.