CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlagen totaal klein

Gemeenteraad 3 juli 2024, gemeente NissewaardBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Ring 18A Simonshaven23.043 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

10

Figuur 3.2 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties van overige vogels binnen het onderzoeksgebied.

11

4 Conclusie 4.1

Huismus In 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de huismus in het plangebied aan de Ring 18 te Simonshaven. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument huismus (BIJ12, 2017). Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat in het onderzoeksgebied geen nesten van huismus aanwezig zijn. De overige nesten bevinden zich in woningen buiten het plangebied. Tevens maakt het plangebied (in beperkte mate) onderdeel uit van het leefgebied, maar is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied. De beoogde ingreep leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art. 3.1, lid 2.

4.2 Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot huismus. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op individuen, nesten en/of verblijflocaties van andere soorten in het plangebied. Er zijn geen nesten van vogelsoorten aangetroffen binnen het plangebied. Er is voor cat. 5 vogelsoorten geen sprake van ecologische zwaarwegende redenen en derhalve ook geen ontheffing Wnb noodzakelijk. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen. Indicatief betreft het broedseizoen de periode 15 maart t/m 15 juli. Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.

4.3 Samenvatting Tabel 4.1

Samenvatting van de aangetroffen nestlocaties in het onderzoeksgebied.

Soort

Type

Aantal wegnemen

Aantal behouden

Bescherming Wnb

Ontheffing nodig

Huismus

Nest

0

4

Art. 3.1

Nee

Nesten broedvogels en cat. 5 vogels

Meerkoet

0

1

Spreeuw

0

1

Art. 3.1

Nee

4.4 Vervolgstappen Voor de uitvoering van de ingreep is geen ontheffing Wnb nodig (tabel 4.1). Er gelden in het kader van de Wnb geen verdere vervolgstappen.

12

Bronvermelding Vleeshouwers, B.C.E., 2021. Quickscan Wnb aan de Simonshaven. Oriënterend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming. Blom Ecologie B.V., Waardenburg.

Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Huismus (Passer domesticus)

13

Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288

blomecologie.nl 14

Voortoets stikstofdepositie Aanleg- en gebruiksfase Ring 18a, Simonshaven

Van den Heuvel Milieuadvies Adres: Postcode + plaats: Telefoon: Email: Website:

Lekdijk 44 2967 GB Langerak 0184-600240 info@vandenheuvelbv.eu www.vandenheuvelbv.eu

Titel document:

Voortoets stikstofdepositie aanleg- en gebruiksfase Ring 18a, Simonshaven Trevor Versluis 21106 8 november 2023 1.2

Auteur: Referentie: Datum: Versie:

AERIUS kenmerk aanlegfase: Rm7YRjf1TFSW AERIUS kenmerk gebruiksfase: ReZyrpMWhnUz AERIUS kenmerk totaal: RaLinsWTJHZw

Pagina 2 van 16

Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 4 1.2 Plangebied ..................................................................................................................................... 4 1.3 Nieuwe situatie.............................................................................................................................. 5 1.4 Ligging plangebied in relatie tot stikstofgevoelige habitats .......................................................... 6 2. Beleidskader............................................................................................................................. 7 2.1 Wet natuurbescherming ............................................................................................................... 7 2.2 Programma Aanpak Stikstof (PAS) ................................................................................................ 7 2.3 Wet stikstofreductie en natuurverbetering ..................................................................................

7 2.4 Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden.................................................................................... 7 3. Uitgangspunten ........................................................................................................................ 8 3.1 Aanlegfase ..................................................................................................................................... 8 3.2 Gebruiksfase ................................................................................................................................ 12 4. Wijze van modelleren ............................................................................................................. 13 4.1 Aanlegfase ................................................................................................................................... 13 4.2 Gebruiksfase ................................................................................................................................ 13 4.3 Gebouwinvloed ........................................................................................................................... 14 5. Rekenresultaat en conclusie.................................................................................................... 15

Bijlage – AERIUS-exports ............................................................................................................ 16

Pagina 3 van 16

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op het perceel Ring 18a te Simonshaven is een bedrijf gevestigd met daarachter een agrarisch grasland en een voetbalveld. Een ontwikkelende partij is voornemens om de bedrijfsgebouwen te slopen en daarvoor in de plaats 44 woningen met een landschappelijke inpassing te realiseren. Het voetbalveld maakt plaats voor landschappelijke inpassing. Om de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden vanwege de aanleg- en gebruiksfase van deze ontwikkeling te berekenen is Van den Heuvel Milieuadvies gevraagd om een voortoets stikstofdepositie op te stellen. Met deze voortoets is onderzocht of er sprake is van significante negatieve effecten op stikstofgevoelige habitats als gevolg van stikstofdepositie vanwege het plan en of er al dan niet sprake is van een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming op het onderdeel stikstofdepositie.

1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van de kern van Simonshaven en ten oosten van het nieuwbouwwijkje dat tevens deel uitmaakt van het dorp Simonshaven. Het plangebied betreft het perceel Ring 18a, het achterliggend grasland en een voetbalveld. Het plangebied is kadastraal bekend gemeente Geervliet, sectie F, nummers 445, 524, 529 en 722.

Afbeelding 1: Plangebied

Pagina 4 van 16

1.3 Nieuwe situatie In de nieuwe situatie is alle bebouwing en verharding binnen het plangebied verwijderd en zijn er 44 woningen met de bijbehorende infrastructuur gerealiseerd. Daarnaast is het voetbalveld gewijzigd in een waterpartij/landschappelijke inpassing.

Afbeelding 2: Ontwerptekening nieuwe situatie

Pagina 5 van 16

1.4 Ligging plangebied in relatie tot stikstofgevoelige habitats Het plangebied is op een minimale afstand gelegen van circa 13,1 km tot een stikstofgevoelige habitat binnen een Natura 2000-gebied. Het betreft een habitattype in het Natura 2000-gebied ‘Voornes Duin’. Op grotere afstand van het plangebied zijn stikstofgevoelige habitats aanwezig binnen de Natura 2000-gebieden ‘Krammer-Volkerak’ en ‘Grevelingen’. Verder zijn in de omgeving de Natura 2000-gebieden ‘Oude Maas’, ‘Haringvliet’, ‘Oudeland van Strijen’ en ‘Hollands Diep’ gelegen. Binnen deze gebieden zijn echter geen stikstofgevoelige habitats aanwezig. Tabel 1: Stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden Gebieds- Natura 2000-gebied Afstand plangebied tot stikstofgevoelige nummer habitats (ca.) 100 Voornes Duin 13,1 kilometer 108 Oude Maas Geen stikstofgevoelige habitats aanwezig 109 Haringvliet Geen stikstofgevoelige habitats aanwezig 110 Oudeland van Strijen Geen stikstofgevoelige habitats aanwezig 111 Hollands Diep Geen stikstofgevoelige habitats aanwezig 114 Krammer-Volkerak 13,7 kilometer 115 Grevelingen 16,7 kilometer

13,1 km

16,7 km

13,7 km

Afbeelding 3: Afstand plangebied t.o.v. stikstofgevoelige habitats

Pagina 6 van 16

2. Beleidskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is ondervangen in het onderdeel ‘gebiedsbescherming’. Bij significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden geldt een ontheffingsplicht. Uit een passende beoordeling dient te blijken dat de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden niet aangetast worden door het plan voordat een ontheffing op basis van de Wnb verleend kan worden.

2.2 Programma Aanpak Stikstof (PAS) Een toename in stikstofdepositie kan een effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen (Natura 2000-gebieden). Hierom is een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig voor activiteiten waar stikstof bij vrij komt. Voorheen was toestemming hiervoor gebaseerd op het PAS, waarbij de drempelwaarde van 0,05 mol per hectare per jaar werd gehanteerd om effecten van ontwikkelingen te toetsen. De Raad van State heeft op 29 mei 2019 beoordeeld dat het PAS niet als basis voor toestemming voor activiteiten mag worden gebruikt. Op basis van het PAS werd namelijk vooruitlopend op toekomstige positieve gevolgen van maatregelen voor beschermde natuurgebieden alvast toestemming gegeven voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor die gebieden. Een dergelijke toestemming ‘vooraf’ mag niet meer. Hierdoor zijn alle gemelde activiteiten alsnog vergunningplichtig en dient aangetoond te worden dat een ontwikkeling niet voorziet in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.

2.3 Wet stikstofreductie en natuurverbetering Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. De wet regelt dat er artikels worden toegevoegd aan de Wnb. In de toegevoegde artikels zijn de doelstellingen opgenomen met betrekking tot de reductie van de stikstofdepositie. Om de doelen te realiseren worden maatregelen genomen welke worden opgenomen in het programma stikstofreductie en natuurverbetering. Deze wet voorziet hierin. Daarnaast is in de wet een bouwvrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor activiteiten in de bouwsector toegevoegd. Dit betekent onder andere dat de tijdelijke gevolgen van de door de bouw veroorzaakte stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden buiten beschouwing worden gelaten. De Raad van State heeft op 2 november 2022 in een tussenuitspraak beoordeeld dat de bouwvrijstelling niet voldoet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. Hoewel de bouwvrijstelling daarmee van tafel is, betekent dat niet dat er nu een algehele bouwstop geldt. Net als in de situatie vóórdat de bouwvrijstelling werd ingevoerd, blijft het mogelijk om per project onderzoek te doen naar de mogelijke gevolgen van de uitstoot van stikstof.

2.4 Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden Op 25 november 2022 heeft de Minister voor Natuur en Stikstof het Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden vastgesteld. Hiermee zijn de aanwijzingsbesluiten van 101 Natura 2000-gebieden gewijzigd. Deze habitattypen en soorten zijn door middel van het wijzigingsbesluit aan de aanwijzingsbesluiten toegevoegd. De betreffende habitattypen zijn op 26 januari 2023 geïntegreerd in de geactualiseerde versie van de AERIUS Calculator en zijn daarmee betrokken bij dit onderzoek. Pagina 7 van 16

3. Uitgangspunten De stikstofemissie als gevolg van het project kan opgedeeld worden in twee perioden, namelijk de aanlegfase en de gebruiksfase. Tijdens de aanlegfase wordt het project gerealiseerd, waarbij er mobiele werktuigen worden ingezet en er af- en aanrijdend verkeer plaatsvindt als gevolg van het personeel en de toevoer van materialen. Na het opleveren van het project is de aanlegfase beëindigd. De aanlegfase is daarmee tijdelijk van aard. In de gebruiksfase vinden emissies plaats vanwege de nieuwe verkeersbewegingen die plaatsvinden vanwege de nieuwe woningen. Ook kunnen er emissies plaatsvinden als gevolg van gasverbruik of het gebruik van een sfeerhaard. In de volgende paragrafen worden de aanleg- en gebruiksfase behandeld. In de aanlegfase wordt benoemd welke en hoe lang mobiele werktuigen worden ingezet en hoeveel verkeersbewegingen tijdens de aanlegfase te verwachten zijn. In de gebruiksfase wordt beschreven of de woningen stikstof kunnen emitteren en wordt de verkeersgeneratie berekend.

3.1 Aanlegfase De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Ten behoeve van de berekening van de emissies NOX door mobiele werktuigen dient de stageklasse, het brandstofverbruik, het aantal draaiuren en eventueel het AdBlue-verbruik aangegeven te worden. Met deze gegevens kan de emissie van de mobiele werktuigen nauwkeurig berekend worden. Het aantal draaiuren kan van tevoren ingeschat worden op basis van ervaring/expert judgement. Met betrekking tot de stageklasse wordt uitgegaan dat uitsluitend werktuigen worden ingezet met een motor met stageklasse IV. Het brandstof- en AdBlue-gebruik is wel lastig in te schatten. Derhalve wordt aangesloten bij de handreiking ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023’ (BIJ12, november 2023). Het brandstofverbruik is berekend aan de hand van de formule B = 0,095 × PMAX + 0,54, waarvan wordt uitgegaan dat 6% hiervan AdBlue betreft. Op basis van expert judgement wordt per fase beschreven welke machines nodig zijn en hoelang deze machines worden ingezet.

3.1.1 Saneringsfase Voor de saneringsfase wordt ervan uitgegaan dat in totaal circa 1.600 m2 aan opstallen wordt gesaneerd en circa 1.400 m² aan verharding wordt verwijderd. De duur van de saneringsfase betreft 1 maand (20 werkdagen). Voor het saneren van de schuren wordt een graafmachine ingezet. De graafmachine wordt gedurende de gehele saneringsfase ingezet. Een wiellader ruimt 10 werkdagen lang het puin op en een puinbreker breekt 10 dagen lang het puin. Tijdens de saneringsfase betreden elke werkdag 8 bestelauto’s (licht verkeer) en 6 vrachtauto’s (zwaar vrachtverkeer) het plangebied. In de laatste week van de saneringsfase zullen elke werkdag 10 extra vrachtauto’s het puin ophalen. Resumerend worden voor de saneringsfase de volgende mobiele machines (tabel 2) en voertuigen (tabel 3) ingezet.

Pagina 8 van 16

Tabel 2: Inzet mobiele werktuigen tijdens de saneringsfase Type mobiele werktuig Aantal Inzet machine (uren) Graafmachine 1 160 Wiellader 1 80 Puinbreker 1 80 Tabel 3: Inzet voertuigen tijdens de saneringsfase Type voertuig Aantal voertuigen Licht verkeer 160 Zwaar vrachtverkeer 170

Totaal (uren) 160 80 80

Aantal ritten (heen en weer) 320 340

3.1.2 Voorbelastingsfase Vervolgens wordt het terrein ter plaatse van de beoogde infrastructuur voorbelast met zand. Uit wordt gegaan dat hiervoor 8 maanden voor nodig is. Het grootste deel van deze periode zullen er geen werkzaamheden plaatsvinden, de tijd is uitsluitend nodig voor het zetten van de bodem. Zodoende wordt uitgegaan dat binnen 1 maand (20 werkdagen) de werkzaamheden voor de voorbelasting plaatsvinden. Tijdens elke werkdag dat er werkzaamheden plaatsvinden, betreden elke werkdag 8 bestelbusjes (licht verkeer) het terrein. Uit wordt gegaan dat de voorbelasting plaatsvind over een oppervlak van 2.600 m² en dat de voorbelasting 2 meter is. Daarmee is 5.200 m³ zand nodig. Uitgaande dat een vrachtwagen maximaal 35 m³ zand mee kan nemen, zijn voor het aanleggen van de voorbelasting 150 vrachtwagens nodig. Ook voor het verwijderen van de voorbelasting is hetzelfde aantal vrachtwagens nodig. Per saldo zullen dus 300 vrachtwagens worden ingezet tijdens de voorbelastingsfase. Voor het verplaatsen van het zand worden 3 graafmachines gedurende 160 uur ingezet en 2 wielladers gedurende 40 uur. Resumerend worden voor de voorbelastingsfase de volgende mobiele machines (tabel 4) en voertuigen (tabel 5) ingezet.

Tabel 4: Inzet mobiele werktuigen tijdens de voorbelastingsfase Type mobiele werktuig Aantal Inzet machine (uren) Graafmachine 3 160 Wiellader s 40 Tabel 5: Inzet voertuigen tijdens de voorbelastingsfase Type voertuig Aantal voertuigen Licht verkeer 160 Zwaar vrachtverkeer 250

Totaal (uren) 480 80

Aantal ritten (heen en weer) 320 500

3.1.3 Bouw- en woonrijp maken De derde fase voorziet in het bouw- en woonrijp maken van het plangebied. Voor het bouw- en woonrijp maken van het terrein zijn 2 maanden (40 werkdagen) benodigd. Voor de graafwerkzaamheden ten behoeve van de nutsvoorzieningen en de bouwputten wordt uitgegaan dat hiervoor 3 graafmachines gedurende 8 werkdagen bezig zijn. Voor het graven van water aan de zuidwestzijde van het plangebied wordt uitgegaan dat dezelfde 3 graafmachines gedurende 10 dagen bezig zijn. Voor de aanleg van nutsvoorzieningen, klinkerbestrating en groen worden geen mobiele werktuigen ingezet. Voor het egaliseren van het terrein wordt in totaal voor 40 uur een trilplaat gebruikt. Tijdens deze fase betreden elke werkdag gemiddeld 15 bestelauto’s het terrein. Tevens betreden elke dag gemiddeld 10 vrachtauto’s het plangebied.

Pagina 9 van 16

Resumerend wordt voor het bouw- en woonrijp maken van het terrein de volgende mobiele werktuigen (tabel 6) en voertuigen (tabel 7) ingezet. Tabel 6: Inzet mobiele werktuigen tijdens het bouw- en woonrijp maken Type mobiele werktuig Aantal Inzet machine (uren) Graafmachine 3 144 Trilplaat 1 40 Tabel 7: Inzet voertuigen tijdens het bouw- en woonrijp maken Type voertuig Aantal voertuigen Licht verkeer 600 Zwaar vrachtverkeer 400

Totaal (uren) 432 40

Aantal ritten (heen en weer) 1.200 800

3.1.4 Realisatiefase Gedurende 8 maanden (160 werkdagen) wordt tijdens de realisatiefase het project afgerond. Een heistelling wordt gemiddeld 8 uur per woning ingezet. Uit wordt gegaan dat tijdens deze fase 4 heistellingen worden ingezet. Voor het storten van de vloeren wordt tevens uitgegaan van een gemiddelde inzet van 8 uur per woning bij de inzet van 4 betonpompen. Verder wordt gedurende 60 dagen 3 telescoopkranen ingezet voor het hijsen van vloeren, kappen en bouwmateriaal. Verder wordt ervan uitgegaan dat elke dag bouwvakkers het terrein betreden met 20 bestelauto’s. Voor het vervoeren van bouwmaterialen (palen, vloeren, kappen, stenen, kalkzandstenen, gipsbeton, betonstaal, trappen, bouwmaterialen, materieel, kozijnen, dakpannen, zandcement, afval en installatie) zijn gemiddeld 30 vrachtauto’s per woning nodig. Resumerend wordt voor de realisatiefase de volgende mobiele werktuigen (tabel 8) en voertuigen (tabel 9) ingezet tijdens de realisatiefase. Tabel 8: Inzet mobiele werktuigen tijdens de realisatiefase Type mobiele werktuig Aantal Inzet machine (uren) Heistelling 4 88 Betonpomp 4 88 Telescoopkraan 3 480 Tabel 9: Inzet voertuigen tijdens de realisatiefase Type voertuig Aantal voertuigen Licht verkeer 3.200 Zwaar vrachtverkeer 1.320

Totaal (uren) 352 352 1.440

Aantal ritten (heen en weer) 6.400 2.640

Pagina 10 van 16

3.1.5 Resume Per saldo voorziet de aanlegfase in de inzet van de volgende machines (tabel 9) en voertuigen (tabel 10). Tabel 9: Inzet mobiele voertuigen tijdens de aanlegfase Type mobiele werktuig Stageklasse Vermogen Draaiuren (kW) (uren) Graafmachine Wiellader Puinbreker Trilplaat Heistelling Betonpomp Telescoopkraan

IV IV IV IV IV IV IV

81 82 166 10 179 150 126

1.072 160 80 40 352 352 1.440

Tabel 10: Inzet voertuigen tijdens de aanlegfase Type voertuig Aantal voertuigen Licht verkeer 4.120 Zwaar vrachtverkeer 2.140

Dieselverbruik (liters) 8.828 1.333 1.305 60 6.176 5.206 18.014

AdBlueverbruik (liters) 530 80 78 371 312 1.081

Aantal ritten (heen en weer) 8.240 4.280

Pagina 11 van 16

3.2 Gebruiksfase Met betrekking tot de gebruiksfase is in het kader van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden de verkeersgeneratie als gevolg van de nieuwe woningen alsmede de stikstofuitstoot door stookinstallaties in de woningen relevant.

3.2.1 Woningen De nieuwe woningen worden gasloos gerealiseerd en worden tevens niet voorzien van sfeerhaarden. Hierdoor is er geen sprake van stikstofemissies ten aanzien van de woningen.

3.2.2 Af- en aanrijdend verkeer De nieuwe woningen zullen extra verkeer generen. Om de verkeersgeneratie te berekenen is gebruik gemaakt van CROW publicatie 381. De publicatie gaat uit van minimale en maximale kencijfers. Voor deze voortoets is uitgegaan van het gemiddelde hiervan. Het plangebied is gelegen in de stedelijke zone ‘rest bebouwde kom’ van een ‘niet stedelijk’ gebied. Daarmee wordt voor wat betreft de kencijfers, de stedelijke zone en het stedelijk gebiedstype aangesloten bij de uitgangspunten uit de ‘Parkeernormennota Nissewaard 2022’. Het is thans niet bekend welke woningen worden verhuurd en welke woningen worden verkocht. Voor koopwoningen is vanuit de CROW een hogere verkeersgeneratie vastgesteld dan voor huurwoningen. Derhalve is qua verkeersgeneratie uitgegaan van een worstcase-benadering, waarbij uit wordt gegaan dat alle woningen verkocht worden. Tabel 11: Verkeersgeneratie nieuwe situatie Categorie Verkeersgeneratie Koop, huis, twee-onder7,8 per woning een-kap Koop, huis, tussen/hoek 7,4 per woning

Aantal 10

Totaal 78,0 verkeersbewegingen

34

251,6 verkeersbewegingen

Totale verkeersgeneratie

329,6 verkeersbewegingen

Het plan voorziet in een verkeersgeneratie van 329,6 lichte verkeersbewegingen per etmaal. Daarnaast genereren woongebieden ook vrachtverkeer. Het CROW hanteert hiervoor een gemiddelde norm van 0,02 per woning per etmaal. Per saldo voorziet het plan hiermee in een verkeersgeneratie van 120.304 lichte en 322 zware verkeersbewegingen per jaar (365 dagen).

Pagina 12 van 16

4. Wijze van modelleren De aanlegfase en de gebruiksfase vinden niet tegelijkertijd plaats. Daarnaast is de aanlegfase tijdelijk van aard en de gebruiksfase permanent. De emissies van beide fases zijn daarom separaat berekend in de AERIUS Calculator.

4.1 Aanlegfase Tijdens de aanlegfase zorgen de mobiele werktuigen en het af- en aanrijdend verkeer voor emissies.

4.1.1 Mobiele werktuigen De mobiele werktuigen hebben geen vaste plek binnen het plangebied en zijn daardoor als vlakbron over het hele plangebied gemodelleerd.

4.1.2 Af- en aanrijdend verkeer Het af- en aanrijdend verkeer voor de ontwikkeling bestaat uit 7.880 lichte en 3.760 zware voertuigbewegingen. De verkeersbewegingen van de aanlegfase zijn gemodelleerd middels een lijnbron met actuele emissiefactoren voor wegverkeer die in het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn opgenomen. De verkeersbewegingen ten behoeve va de aanlegfase zijn gemodelleerd als lijnbron vanaf het plangebied tot het verkeer welke is opgenomen in het heersende verkeersbeeld, in dit geval tot de provinciale weg N218. Om het remmen en optrekken mee te nemen is gerekend met een filepercentage van 10%.

4.1.3 Manoeuvreren / stationair draaien vrachtverkeer Het manoeuvreren en stationair draaien van het vrachtverkeer dient meegenomen te worden in de berekening. Om dit aspect mee te nemen is een lijnbron rondom het plangebied opgenomen, waarin alle 1.880 zware vrachtverkeerbewegingen zijn gemodelleerd. De verkeersbewegingen zijn gemodelleerd met een filepercentage van 100%.

4.2 Gebruiksfase 4.2.1 Woningen De woningen worden gasloos gerealiseerd en worden niet voorzien van sfeerhaarden. De woningen voorzien derhalve niet in emissies en zijn daarom niet gemodelleerd.

4.2.2 Af- en aanrijdend verkeer Het af- en aanrijdend verkeer vanwege de woning bestaat uit 120.304 lichte en 322 zware verkeersbewegingen per jaar. De verkeersbewegingen zijn gemodelleerd met lijnbronnen vanaf het plangebied tot het punt waarbij het verkeer is opgenomen in het heersend verkeersbeeld. Gezien de gebruiksfase met name voorziet in lichte verkeersbewegingen kan worden gesteld dat het verkeer is opgenomen in het heersend verkeersbeeld wanneer het buiten de bebouwde kom rijdt. Indien het verkeer Simonshaven wil verlaten, zal het met name gebruikmaken van de Schuddebeursedijk en de gebiedsontsluitingswegen Molendijk en Garsdijk, waar een snelheidsregime geldt van 80 km/h. Derhalve zijn de lijnbronnen voor het af- en aanrijdend verkeer tijdens de gebruiksfase gemodelleerd vanaf het plangebied tot de bebouwde komborden aan de Schuddebeursedijk, Molendijk en Garsdijk. Worstcase is de volledige verkeersgeneratie opgenomen in alle drie de lijnbronnen. Om het remmen en optrekken mee te nemen is gerekend met een filepercentage van 10%.

Pagina 13 van 16

4.3 Gebouwinvloed Naast de emissie van mobiele werktuigen, voertuigen en gebouwen wordt de hoeveelheid stikstofdepositie deels bepaald door de invloed van gebouwen. Gebouwinvloed is relevant om mee te nemen in situaties waarin de verspreiding van emissies wordt beïnvloed door een dominant gebouw in de directe omgeving van de bron. Veelal is de emissiebron gelegen op of aan de zijkant van het gebouw zelf, zoals bij een fabriek met een schoorsteen of bij stallen. Het meenemen van gebouwinvloed heeft tot gevolg dat in veel gevallen een hogere (maximale) concentratie en depositie wordt berekend dan wanneer gebouwinvloed niet wordt meegenomen. In de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023’ van BIJ12 is opgenomen dat gebouwinvloed in de berekening moet zijn meegenomen als al de vier criteria van toepassing zijn: 1. De bron wordt gemodelleerd als een stationaire puntbron, zoals het geval is bij stallen (stalemissies) en (industriële) schoorstenen. Gebouwinvloed wordt niet meegenomen in de berekeningen bij niet-stationaire bronnen zoals wegverkeer, railverkeer, scheepvaart en mobiele werktuigen. Ook bij oppervlaktebronnen (terreinen van waaruit diffuse emissies plaatsvinden, bijvoorbeeld bij bemesten en beweiden) wordt gebouwinvloed niet meegenomen. 2. De puntbron staat op een dominant gebouw of dichtbij een of meerdere dominante gebouwen; 3.

De hoogte van het emissiepunt is minder dan 2,5 maal de hoogte van het gebouw; 4. De afstand van de emissiebron tot de meest nabije stikstofgevoelige natuur is minder dan 3 kilometer. Het plangebied is gelegen op meer dan 3 kilometer afstand tot een stikstofgevoelige habitat binnen een Natura 2000-gebied. Hiermee wordt niet voldaan aan de voorwaarden en kan worden geconcludeerd dat het aspect gebouwinvloed niet relevant is voor dit onderzoek en is derhalve niet meegenomen in de berekening.

Pagina 14 van 16

5. Rekenresultaat en conclusie In voorliggende voortoets is de stikstofdepositie van de aanleg- en gebruiksfase op stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden als gevolg van de ontwikkeling berekend met behulp van de AERIUS Calculator. Uit de berekening blijkt dat de ontwikkeling tijdens beide fases niet voorziet in rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Het kan voorkomen dat (een deel van) de aanlegfase in hetzelfde kalenderjaar plaatsvind als (een deel van) de gebruiksfase. Derhalve zijn de aanleg- en gebruiksfase worstcase tevens in één kalenderjaar gemodelleerd. Uit de berekening blijkt dat de ontwikkeling dan ook niet voorziet in rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. De invoergegevens en het rekenresultaat zijn opgenomen in de bijlage van dit rapport. Ten aanzien van stikstofdepositie ondervinden stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000gebieden geen negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling. Er is geen sprake van vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming in het kader van stikstofdepositie.

Pagina 15 van 16

Bijlage – AERIUS-exports

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Van den Heuvel Milieuadvies Ring 18a, 3212 LS Simonshaven Voortoets stikstofdepositie aanleg- en gebruiksfase Ring 18a, Simonshaven Aanlegfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Rm7YRjf1TFSW 08 november 2023, 11:07 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Aanlegfase - Beoogd Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

Rm7YRjf1TFSW (08 november 2023)

2024 -

13,2 kg/j

351,9 kg/j

2/7

Projectberekening

Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen  Verkeersnetwerk

Rm7YRjf1TFSW (08 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

9,8 kg/j 239,2 kg/j 3,4 kg/j 112,7 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

1000 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rm7YRjf1TFSW (08 november 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

Rm7YRjf1TFSW (08 november 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Aanlegfase, Rekenjaar 2024 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Mobiele werktuigen X:79149,86 Y:426401,87 2,44 ha

Stageklasse

NOₓ NH₃

Brandstof­verbruik

Graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 8828 l/j SCR: ja

239,2 kg/j 9,8 kg/j

Draaiuren AdBlue verbruik

Stof Emissie

1072 u/j 530 l/j

NOₓ 52,9 kg/j

Wiellader

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 1333 l/j SCR: ja

160 u/j 80 l/j

NH₃ 2,1 kg/j NOₓ 8,0 kg/j

Puinbreker

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 1305 l/j SCR: ja

80 u/j

NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 7,6 kg/j

Trilplaat

Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, 60 l/j SCR: nee

40 u/j

NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 1,4 kg/j

Heistelling

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 6176 l/j SCR: ja

352 u/j 371 l/j

NH₃ 0,0 kg/j NOₓ 34,9 kg/j

Betonpomp

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 5206 l/j SCR: ja

352 u/j 312 l/j

NH₃ 1,5 kg/j NOₓ 30,0 kg/j

Telescoopkraan Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 18014 l/j SCR: ja

1440 u/j 1081 l/j

NH₃ 1,2 kg/j NOₓ 104,4 kg/j NH₃ 4,3 kg/j

2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Rm7YRjf1TFSW (08 november 2023)

Af- en aanrijdend verkeer X:79119,07 Y:428839,36 5.991,51 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

78 l/j

Links Rechts NOₓ NO₂ NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

8.240,0 /jaar 0,0 /jaar 4.280,0 /jaar 0,0 /jaar

102,0 kg/j 30,4 kg/j 3,3 kg/j

In file

10,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %

6/7

Projectberekening

3

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Manoeuvreren / stationair draaien zwaar vrachtverkeer Links Rechts NOₓ 10,7 kg/j X:79221,78 Y:426416,76 Type scherm - - NO₂ 2,9 kg/j 744,34 m Hoogte - - NH₃ 0,1 kg/j Binnen bebouwde kom (doorstromend) Afstand tot de weg - Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Aantal voertuigbewegingen

0,0 /jaar 0,0 /jaar 2.140,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

0,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

Rm7YRjf1TFSW (08 november 2023)

7/7

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Van den Heuvel Milieuadvies Ring 18a, 3212 LS Simonshaven Voortoets stikstofdepositie aanleg- en gebruiksfase Ring 18a, Simonshaven Gebruiksfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

ReZyrpMWhnUz 08 november 2023, 11:06 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

ReZyrpMWhnUz (08 november 2023)

2025 -

1,8 kg/j

52,8 kg/j

2/7

Projectberekening

Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 

Verkeersnetwerk

ReZyrpMWhnUz (08 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

1,8 kg/j

52,8 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). ReZyrpMWhnUz (08 november 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

ReZyrpMWhnUz (08 november 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Gebruiksfase, Rekenjaar 2025 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Af- en aanrijdend verkeer (via Molendijk) Links Rechts NOₓ 16,1 kg/j X:79228,3 Y:426498,87 Type scherm - - NO₂ 2,5 kg/j 480,72 m Hoogte - - NH₃ 0,5 kg/j Binnen bebouwde kom (doorstromend) Afstand tot de weg - Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Af- en aanrijdend verkeer (via Garsdijk) X:79308,16 Y:426481,42 674,50 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Max. snelheid

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Aantal voertuigbewegingen

120.304,0 /jaar 0,0 /jaar 322,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

10,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 22,6 kg/j Type scherm - - NO₂ 3,4 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,8 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

120.304,0 /jaar 0,0 /jaar 322,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

10,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Af- en aanrijdend verkeer (via Schuddebeursedijk) Links Rechts NOₓ 14,1 kg/j X:79213,81 Y:426471,71 Type scherm - - NO₂ 2,1 kg/j 419,15 m Hoogte - - NH₃ 0,5 kg/j Binnen bebouwde kom (doorstromend) Afstand tot de weg - Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Aantal voertuigbewegingen

120.304,0 /jaar 0,0 /jaar 322,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

10,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. ReZyrpMWhnUz (08 november 2023)

6/7

Projectberekening

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

ReZyrpMWhnUz (08 november 2023)

7/7

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Van den Heuvel Milieuadvies Ring 18a, 3212 LS Simonshaven Voortoets stikstofdepositie aanleg- en gebruiksfase Ring 18a, Simonshaven Aanlegfase en gebruiksfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RaLinsWTJHZw 08 november 2023, 11:08 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Aanlegfase en gebruiksfase - Beoogd Aanlegfase en gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RaLinsWTJHZw (08 november 2023)

2024 -

15,2 kg/j

408,7 kg/j

2/8

Projectberekening

Aanlegfase en gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen [aanlegfase]  Verkeersnetwerk

RaLinsWTJHZw (08 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

9,8 kg/j 239,2 kg/j 5,4 kg/j 169,5 kg/j

3/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

1000 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RaLinsWTJHZw (08 november 2023)

4/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase en gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RaLinsWTJHZw (08 november 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/8

Projectberekening

Aanlegfase en gebruiksfase, Rekenjaar 2024 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Mobiele werktuigen [aanlegfase] X:79149,86 Y:426401,87 2,44 ha

Stageklasse

NOₓ NH₃

Brandstof­verbruik

Graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 8828 l/j SCR: ja

239,2 kg/j 9,8 kg/j

Draaiuren AdBlue verbruik

Stof Emissie

1072 u/j 530 l/j

NOₓ 52,9 kg/j

Wiellader

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 1333 l/j SCR: ja

160 u/j 80 l/j

NH₃ 2,1 kg/j NOₓ 8,0 kg/j

Puinbreker

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 1305 l/j SCR: ja

80 u/j

NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 7,6 kg/j

Trilplaat

Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, 60 l/j SCR: nee

40 u/j

NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 1,4 kg/j

Heistelling

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 6176 l/j SCR: ja

352 u/j 371 l/j

NH₃ 0,0 kg/j NOₓ 34,9 kg/j

Betonpomp

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 5206 l/j SCR: ja

352 u/j 312 l/j

NH₃ 1,5 kg/j NOₓ 30,0 kg/j

Telescoopkraan Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 18014 l/j SCR: ja

1440 u/j 1081 l/j

NH₃ 1,2 kg/j NOₓ 104,4 kg/j NH₃ 4,3 kg/j

2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RaLinsWTJHZw (08 november 2023)

Af- en aanrijdend verkeer [aanlegfase] X:79119,07 Y:428839,36 Type scherm 5.991,51 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

78 l/j

Links Rechts NOₓ NO₂ NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

8.240,0 /jaar 0,0 /jaar 4.280,0 /jaar 0,0 /jaar

102,0 kg/j 30,4 kg/j 3,3 kg/j

In file

10,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %

6/8

Projectberekening

3

Wegverkeer | Weg

Naam Manoeuvreren / stationair draaien zwaar vrachtverkeer [aanlegfase] LinksRechtsNOₓ 10,7 kg/j Locatie X:79221,78 Y:426416,76 Type scherm - - NO₂ 2,9 kg/j Lengte 744,34 m Hoogte - - NH₃ 0,1 kg/j Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid Aantal voertuigbewegingen In file

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 4

0,0 /jaar 0,0 /jaar 2.140,0 /jaar 0,0 /jaar

0,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Af- en aanrijdend verkeer (via Molendijk) [gebruiksfase] Links Rechts NOₓ 17,3 kg/j X:79228,3 Y:426498,87 Type scherm - - NO₂ 2,7 kg/j 480,71 m Hoogte - - NH₃ 0,6 kg/j Binnen bebouwde kom (doorstromend) Afstand tot de weg - Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 5

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Aantal voertuigbewegingen

120.304,0 /jaar 0,0 /jaar 322,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

10,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Af- en aanrijdend verkeer (via Garsdijk) [gebruiksfase] Links Rechts NOₓ 24,3 kg/j X:79308,15 Y:426481,42 Type scherm - - NO₂ 3,7 kg/j 674,49 m Hoogte - - NH₃ 0,9 kg/j Binnen bebouwde kom (doorstromend) Afstand tot de weg - Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RaLinsWTJHZw (08 november 2023)

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Aantal voertuigbewegingen

120.304,0 /jaar 0,0 /jaar 322,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

10,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %

7/8

Projectberekening

6

Wegverkeer | Weg

Naam Af- en aanrijdend verkeer (via Schuddebeursedijk) [gebruiksfase] LinksRechtsNOₓ 15,1 kg/j Locatie X:79213,81 Y:426471,7 Type scherm - - NO₂ 2,3 kg/j Lengte 419,14 m Hoogte - - NH₃ 0,5 kg/j Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid Aantal voertuigbewegingen In file

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

120.304,0 /jaar 0,0 /jaar 322,0 /jaar 0,0 /jaar

10,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 AERIUS versie Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RaLinsWTJHZw (08 november 2023)

8/8

Rapport 5697

RING 18A, SIMONSHAVEN E. van der Laan

Ring 18a, Simonshaven (gemeente Nissewaard) Een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek

E. van der Laan

2

Colofon ADC Rapport 5697 Ring 18a, Simonshaven (gemeente Nissewaard) Een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek Auteur : E. van der Laan In opdracht van: Herkon B.V. © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 27 juni 2022 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status onderzoek: definitief Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Autorisatie: R.M. van der Zee

ISSN 1875-1067

ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel. 033-299 81 81 E-mail info@archeologie.nl

3

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Voorgaand onderzoek 2.1 Inleiding 2.2 Resultaten bureauonderzoek 2.3 Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 2.4 Gespecificeerde verwachting 2.5 Conclusie 3 Inventariserend Veldonderzoek 3.1 Doelstelling en vraagstelling 3.2 Methode 3.3 Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 3.4 Conclusies 4 Aanbeveling Literatuur Lijst van afbeeldingen en tabellen Bijlage 1 Boorbeschrijvingen karterend onderzoek Bijlage 2 Boorbeschrijvingen verkennend onderzoek

5 7 9 9 9 11 12 13 14 14 14 15 17 18 19 19

4

Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Periode

Afkorting

Tijd in jaren

Nieuwe tijd:

NT

1500 - heden

Middeleeuwen:

XME

450 – 1500 na Chr.

Late Middeleeuwen

LME

Vroege Middeleeuwen

VME

Romeinse tijd:

ROM

Laat-Romeinse tijd

ROML

270 - 450 na Chr.

Midden-Romeinse tijd

ROMM

70 - 270 na Chr.

Vroeg-Romeinse tijd

ROMV

12 voor Chr. - 70 na Chr.

IJzertijd:

IJZ

Late IJzertijd

IJZL

250 - 12 voor Chr.

Midden-IJzertijd

IJZM

500 - 250 voor Chr.

Vroege IJzertijd

IJZV

Bronstijd:

BRONS

Late Bronstijd

BRONSL

1100 - 800 voor Chr.

Midden-Bronstijd

BRONSM

1800 - 1100 voor Chr.

Vroege Bronstijd

BRONSV

Neolithicum (Jonge Steentijd):

NEO

Laat-Neolithicum

NEOL

2850 - 2000 voor Chr.

Midden-Neolithicum

NEOM

4200 - 2850 voor Chr.

Vroeg-Neolithicum

NEOV

Mesolithicum (Midden-Steentijd):

MESO

Laat-Mesolithicum

MESOL

6450 - 4900 voor Chr.

Midden-Mesolithicum

MESOM

7100 - 6450 voor Chr.

Vroeg-Mesolithicum

MESOV

8800 - 7100 voor Chr.

Paleolithicum (Oude Steentijd):

PALEO

Laat-Paleolithicum

PALEOL

35.000 - 8800 voor Chr.

Midden-Paleolithicum

PALEOM

300.000 – 35.000 voor Chr.

Vroeg-Paleolithicum

PALEOV

tot 300.000 voor Chr.

Bron: Archeologisch Basis Register 1992

1050 - 1500 na Chr. 450 - 1050 na Chr. 12 voor Chr. – 450 na Chr.

800 – 12 voor Chr.

800 - 500 voor Chr. 2000 - 800 voor Chr.

2000 - 1800 voor Chr. 5300 – 2000 voor Chr.

5300 - 4200 voor Chr. 8800 – 4900 voor Chr.

tot 8800 voor Chr.

5

Samenvatting In opdracht van Herkon B.V. heeft ADC ArcheoProjecten in de periode maart tot en met mei 2022 een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Ring 18a te Simonshaven. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van 50 woningen. Voorafgaand aan het karterende booronderzoek is een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek is geadviseerd om in het noordelijke en noordwestelijke deel van het plangebied een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek uit te voeren. Dit advies is door de gemeente Nissewaard overgenomen in haar selectiebesluit. Voor dit deel van het plangebied gold een middelhoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische sporen uit het Neolithicum en mogelijk de Vroege Bronstijd in de top van het Laagpakket van Wormer (Afzettingen van Calais). Voor archeologische sporen uit de IJzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen in de top van de natuurlijke afzettingen direct onder de afzettingen van Duinkerke III en voor resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd in de top van de afzettingen van Duinkerke III gold een lage verwachting.

Voor het aantreffen van resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd op de zuidelijke flank van de Molendijk gold een middelhoge tot hoge verwachting. Tijdens het karterend booronderzoek is in elf van de veertien boringen de top van oeverafzettingen van het Laagpakket van Wormer intact aangetroffen. In de meeste boringen is sprake van een (zeer) geleidelijke, natuurlijke overgang van de oeverafzettingen naar het veen. Dit wijst op een geleidelijke vernatting van de oevers van de getijdegeul. In de meeste boringen zijn echter geen aanwijzingen aangetroffen dat de oeverafzettingen in het plangebied ook daadwerkelijk bewoond werden. In boring 106, in het westen van het plangebied, bestond de top van de oeverafzettingen (10 cm) uit donker bruingrijze, sterk siltige, zwak humeuze klei met veen- en kleibrokken. Hoewel in dit pakket geen indicatoren zijn aangetroffen, wijst het voorkomen van veen- en kleibrokken in het kleipakket en de abrupte overgang naar het bovenliggende veen mogelijk op antropogene activiteit. Een nadere duiding van het aangetroffen pakket is op basis van het booronderzoek niet mogelijk. In geen van de omliggende boringen werd hetzelfde pakket aangetroffen. Het pakket heeft daarmee een maximale verspreiding van 10 x 20m rondom boring 106 (een zone van circa 40 x 20 m).

Op basis van het karterende onderzoek blijft de middelhoge verwachting op het aantreffen van resten uit het Neolithicum en mogelijk de Vroege Bronstijd gehandhaafd voor een kleine zone rondom boring 106. Voor het overige deel van het plangebied wordt de verwachting op het aantreffen van nederzettingsterreinen uit deze periode bijgesteld naar laag. Voor de bovenliggende niveaus, het Hollandveen Laagpakket en de afzettingen van het Laagpakket van Walcheren blijft de verwachting, conform het verkennende onderzoek laag. Er zijn geen bijzonderheden aangetroffen tijdens het karterend onderzoek die de conclusies van het verkennende onderzoek tegenspreken. Wel zijn net als tijdens het verkennend onderzoek in het uiterste noordoosten van het plangebied dijkophogingslagen aangetroffen van de Molendijk. De Molendijk dateert uit de 14e eeuw. De middelhoge tot hoge verwachting voor het aantreffen van resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd op de zuidelijke flank van het grondlichaam van de Molendijk blijft daarom gehandhaafd. Op basis van de resultaten van het karterend booronderzoek adviseert ADC ArcheoProjecten om in de zone waar een middelhoge verwachting geldt op het aantreffen van resten uit het Neolithicum en mogelijk de Vroege Bronstijd geen bodemingrepen te laten plaatsvinden die dieper reiken dan 2,75 m -mv.

Indien op deze locatie graafwerkzaamheden plaatsvinden die dieper reiken dan 2,75 m -mv dient te worden onderzocht wat de duiding is van het ‘verrommelde’ pakket in de top van de oeverafzettingen. Hiervoor is een gravend onderzoek het meest geschikt. Aangezien het een locatie met een zeer beperkt oppervlak betreft, is de meest geschikte onderzoeksmethode hiervoor

6

een proefsleuvenonderzoek – variant archeologische begeleiding. Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten. Dit betekent dat indien bij de civiele werkzaamheden toch vondsten of archeologische sporen worden aangetroffen, deze worden geregistreerd en, in zover de werkzaamheden dat toelaten, worden gedocumenteerd. De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). In het overige deel van het plangebied zijn geen potentieel archeologische niveaus aanwezig. Dit deel van het plangebied kan worden vrijgegeven voor de voorgenomen werkzaamheden. Ook voor de zuidelijke flank van de Molendijk geldt dat hier geen vervolgonderzoek wordt geadviseerd, op voorwaarde dat de werkzaamheden daar niet dieper reiken dan 0,5 m -mv. Tot deze diepte bestaat de bodem uit recent bouwzand waarin geen potentieel archeologische niveaus aanwezig zijn. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet.

Deze melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Nissewaard.

7

1

Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van Herkon B.V. heeft ADC ArcheoProjecten in de periode maart tot en met mei 2022 een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Ring 18a te Simonshaven (afb. 1). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van 50 woningen. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden en is de Monumentenwet 1988 komen te vervallen. De bepalingen van een deel van de Monumentenwet zijn opgenomen in de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Op grond van de Erfgoedwet moeten archeologische (verwachtings)waarden gewaarborgd zijn in het bestemmingsplan. In het vigerende bestemmingsplan Simonshaven, dat op 21 mei 2013 door de gemeente Bernisse 1 is vastgesteld, heeft het grootste deel van het plangebied de dubbelstemming Waarde Archeologie 2. 2 Volgens de hieraan gekoppelde bestemmingsregels zijn bouw- en graafwerkzaamheden toegestaan die niet dieper reiken dan 0,4 m –mv en niet groter zijn dan 200 m2.

De zone langs de noordoostelijke- en zuidoostelijke rand van het plangebied heeft een dubbelbestemming Waarde Archeologie 3. Hiervoor geldt dat bouw- en graafwerkzaamheden zijn toegestaan die niet dieper reiken dan 4 m –mv en niet groter zijn dan 200 m2. Omdat de archeologische vrijstellingsgrenzen worden overschreden dient de initiatiefnemer in het kader van de bestemmingsplanwijziging een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. Het karterende booronderzoek volgt op een bureauonderzoek dat in 2021 is uitgevoerd 3 en een verkennend booronderzoek dat in 2022 is uitgevoerd. 4 Op basis van de resultaten van het verkennende booronderzoek is geadviseerd om in het noordelijke en noordwestelijke deel van het plangebied een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek uit te voeren. Dit advies is door de gemeente Nissewaard overgenomen in haar selectiebesluit. Conform afspraken die hierover bestaan tussen de bevoegde overheid, de gemeente Nissewaard en archeologisch adviseur, Archeologie Rotterdam (voorheen: BOOR), dient de strategie voor archeologisch veldwerk te worden uitgewerkt in een Programma van Eisen-boren.

Omdat er al een PvE voor het verkennende booronderzoek was opgesteld, is ter aanvulling hierop voor het karterende booronderzoek een Plan van Aanpak opgesteld. Het onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen in het plan van aanpak. Bovendien is het onderzoek uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). 5 Bovendien worden de richtlijnen voor het uitvoeren van archeologisch bureauonderzoek en nietgravend inventariserend veldonderzoek in de gemeente Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Hellevoetsluis, Nissewaard, Schiedam, Rotterdam, Ridderkerk en Westvoorne (versie 2.10, januari 2021) gevolgd.

1

Sinds 1980 maakte Simonshaven deel uit van de gemeente Bernisse; op 1 januari 2015 zijn Bernisse en Spijkenisse

opgegaan in de nieuwe gemeente Nissewaard 2

https://ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0568.BNSSIMDRP012011-0901/r

3

Schoonhoven 2021.

4

Van der Laan 2022.

5

SIKB 2018.

8

De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: opdrachtgever:

Herkon B.V. De heer P. van Dijk Stationspark 1100 3364 DA Sliedrecht Tel.: 088-4401036 E-mail: p.vandijk@herkon.nl

fase AMZ-cyclus:

inventariserend veldonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek

aanleiding:

nieuwbouw van 50 woningen

locatie:

Ring 18a

plaats:

Simonshaven

gemeente:

Nissewaard

provincie:

Zuid-Holland

kadastrale gegevens:

gemeente Geervliet sectie F nummer 445 en 529

kaartblad:

37D (1:25.000)

oppervlakte plangebied:

14.500 m2

coördinaten:

N: 79186 / 426522 O: 79269 / 426453 Z: 79164 / 426338 W: 79095 / 426451

bevoegde overheid met contactgegevens:

Gemeente Nissewaard Postbus 25 3200 AA Spijkenisse De heer M. Jonker Tel: 0181-696163 E-mail: m.jonker@nissewaard.nl

goedkeuring rapport door bevoegde overheid: Ja Archis-zaaknummer:

5199304100

ADC-projectcode:

4230963

auteur:

E. van der Laan

Projectmedewerker:

O. van Velzen

autorisatie:

R.M. van der Zee

periode van uitvoering:

maart - mei 2022

beheer en plaats documentatie:

ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort

9

2

Voorgaand onderzoek 2.1

Inleiding

Het karterend booronderzoek volgt op een bureauonderzoek dat in 2021 is uitgevoerd 6 en een verkennend booronderzoek dat in 2022 is uitgevoerd. 7 In onderstaande alinea’s worden de resultaten van deze onderzoeken beschreven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14214675/1