Bijlagen Kolkplein, diverse onderzoeken
Tekst van het document
Tijdens het veldonderzoek is geconstateerd dat in Deelgebied Kolkplein ophooglagen aanwezig zijn, die onderdeel van een middeleeuwse ringdijk (de Lange Schenkeldijk). De lagen zijn vanaf 110-135 cm -Mv intact aanwezig (0,0 m NAP). Daaronder ligt Hollandveen en Afzettingen van Duinkerke-I. Duidelijke uitspraken over de natuurlijke ondergrond zijn verder niet goed te doen vanwege de grote dikte van de ophooglagen hier (tot maximaal 4,5 m -Mv).
•
In Deelgebied Schenkelweg is onderin sprake van Hollandveen, waarvan de top is geërodeerd. Daarboven liggen geulafzettingen, die gedurende de IJzertijd-Romeinse tijd zijn gevormd (Duinkerke-I) en dekafzettingen van Duinkerke-III. De natuurlijke afzettingen liggen begraven onder circa 1,0 m moderne ophoging. Alleen in het uiterste westen (in boring 7) is mogelijk sprake van een wat oudere ophooglaag. In combinatie met het puin in boring 6 vormt dit deel van het terrein een aandachtsgebied. Eventuele resten kunnen vanaf een diepte van 73-150 cm Mv hier aanwezig zijn (-1,7 tot -1,9 m NAP).
Advies In het plangebied bestaan voornemens tot sloop en nieuwbouw en herinrichting van de openbare ruimte. De exacte omvang van de graafwerkzaamheden ligt nog niet vast, aangezien onderhavig onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanprocedure. Uit het veldonderzoek is geconstateerd dat in deelgebied Kolkplein vanaf 0,0 m NAP archeologische resten aanwezig kunnen zijn als onderdeel van de Lange Schenkeldijk en mogelijke bewoning erop. Als graafwerkzaamheden in dit deelgebied beneden 0,2 m NAP reiken (met inbegrip van een buffer van 20 cm) kunnen eventuele archeologische resten worden geraakt. Volgens Schoonhoven (2020) zijn in het kader van de plannen ingrepen tussen 0,3 en 1,3 m -Mv gepland. Dit betekent dat op delen de top van de oude dijk geraakt zal worden. Afhankelijk van de omvang van deze werkzaamheden en de aanwezigheid van bebouwing, verdient het de aanbeveling op die plaatsen een archeologische begeleiding van de werkzaamheden uit te voeren (Proefsleuvenonderzoek Variant Archeologische Begeleiding). Dit geldt eveneens voor het in bijlage 5 aangeduide gebied in het westen van deelgebied Schenkelweg. Wanneer graafwerkzaamheden hier beneden -1,5 m NAP geraken verdient het binnen deze zone ook de aanbeveling de werkzaamheden te begeleiden.
De wijze waarop de archeologische begeleiding van de werkzaamheden dient plaats te vinden, zal op voorhand van de werkzaamheden moeten worden verwoord in een Programma van Eisen (PVE). Dit document moet op voorhand van de werkzaamheden zijn beoordeeld en goedgekeurd door de bevoegde overheid (de gemeente Nissewaard).
Voor de overige terreindelen worden geen aanvullende maatregelen voorgesteld. Wel geldt, dat op het moment dat tijdens graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, er een wettelijke plicht is deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Nissewaard). Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Nissewaard) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied .
Inhoud 1.
Aanleiding
1
2.
Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek
2
3.
Afbakening van het plangebied
1
4.
Planvorming en consequenties toekomstig gebruik
2
5.
Beleidskader
3
6.
Achtergrondinformatie
4
7.
Werkwijze
7
8.
Resultaten veldonderzoek – Deelgebied Kolkplein
8
9.
Resultaten veldonderzoek – Deelgebied Schenkelweg
10
10. Beantwoording onderzoeksvragen
12
11. Conclusie en Advies
14
12. Geraadpleegde bronnen
15
Bijlage 1: Boorpuntenkaart
16
Bijlage 2: Lithologisch profiel I (boringen 1, 2, 3)
17
Bijlage 3: Lithologisch profiel II (boringen 6-10)
18
Bijlage 4: Lithologisch profiel III (boringen 11-15)
19
Bijlage 5: Advieskaart
20
Bijlage 5: Foto’s van de boringen
21
Bijlage 6: Boorbeschrijvingen
22
1. Aanleiding In opdracht van Juridisch Planologisch Adviesbureau R3 heeft Transect 1 in oktober 2020 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan het Kolkplein en de Schenkelweg in Spijkenisse (gemeente Nissewaard). De aanleiding voor het onderzoek vormt het opstellen van een bestemmingsplan voor de sloop van de bestaande bebouwing, realisatie van 220 nieuwe woningen en de uitbreiding van een waterpartij in het gebied. In het plangebied is volgens de gemeentelijke beleidskaart echter sprake van een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen bodemingrepen archeologisch vooronderzoek nodig is. In het plangebied heeft reeds een beknopt bureauonderzoek plaatsgevonden (in het kader van een Programma van Eisen, Schoonhoven, 2020). Op grond van dit onderzoek bestond een verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten in het plangebied. Daarom is een onderzoek voorgesteld om meer inzicht te krijgen in de bodemopbouw, de mate van intactheid ervan en de daadwerkelijke aanwezigheid van resten in het plangebied. Op basis hiervan is een inschatting te maken van de archeologische potentie van het gebied. Onderhavig rapport beschrijft de resultaten van dit onderzoek.
Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met het voor dit onderzoek opgestelde Programma van Eisen voor onderhavig onderzoek (PvE; Schoonhoven, 2020) en de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1.
1
Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.
1
2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het doel van het Inventariserend Veldonderzoek (IVO) is het aanvullen en toetsen van de archeologische verwachting, zoals die door Schoonhoven (2020) is opgesteld. Binnen het Inventariserend Veldonderzoek wordt onderscheid gemaakt in twee fasen, namelijk een verkennende fase en een karterende fase. Tijdens de verkennende fase worden de bodemopbouw, bodemintactheid en bodemreliëf in kaart gebracht. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Tijdens de karterende fase wordt, voor zover mogelijk, de feitelijke aan- of afwezigheid van archeologische waarden vastgesteld. Het huidige onderzoek betreft uitsluitend een verkennende fase. Het onderzoek moet waar mogelijk antwoord geven op de volgende vragen (Schoonhoven, 2020): •
Wat is de geologische/bodemkundige opbouw van het plangebied?
•
Wat is de mate van gaafheid van de bodemopbouw in het plangebied?
•
Zijn in het plangebied stratigrafische niveaus met archeologische potentie aanwezig?
•
Op welke diepte bevinden deze niveaus zich?
•
Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig en kan, indien mogelijk, een eerste indruk gegeven worden van de datering, aard en kwaliteit van deze waarden? Hierbinnen dient speciale aandacht te worden gegeven aan resten van het dijklichaam van de Lange Schenkeldijk (Schenkelweg). De bevindingen moeten worden geplaatst in de context van de resultaten van Burnier en Houkes (2003). Bijzonder aan genoemd onderzoek is de vroege datering van de eerste fasen van de dijk.
•
Is in het plangebied, gelet op de geplande bodemingrepen, vervolgonderzoek noodzakelijk?
De randvoorwaarden voor de uitvoering van het onderzoek zijn voorgeschreven in het PvE, dat specifiek voor dit onderzoek is opgesteld (Schoonhoven, 2020). Het resultaat van het Inventariserend Veldonderzoek is een rapport met een conclusie omtrent de mogelijke aan- of afwezigheid van archeologische waarden in het plangebied en het risico dat deze worden verstoord als gevolg van de voorgenomen bodemingrepen. Op basis van het rapport kan de bevoegde overheid een beslissing nemen in het kader van de planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden.
2