Bijlagen bestemmingsplan Gemeenlandsedijk Noord
Tekst van het document
ABACUS CIVIEL
Ontwikkeling: Gemeenlandsedijk Noord 31 3216 AG Abbenbroek Gemeente Nissewaard Saneringsplan Bodemverontreiniging Plan van aanpak puinlaag
Door :
Abacus Civiel BV Ring 4 3216 AS ABBENBROEK
Auteur: Datum:
14-10-2019
In opdracht van:
Hogenboom Houdstermaatschappij B.V. Stationsweg 19 3218 AV HEENVLIET
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
ABACUS CIVIEL Inhoudsopgave Inleiding .................................................................................................................................................................. 2 Saneringsplan 2019 ................................................................................................................................................. 4 1.
Algemene gegevens ................................................................................................................................... 4 1.1
Ligging en kadastrale situatie ................................................................................................................ 4
1.2
Historie van de locatie ........................................................................................................................... 4
1.3
Informatiebronnen ................................................................................................................................. 5
1.4
Verontreinigingssituatie ......................................................................................................................... 5
1.5
Regionale bodemopbouw en geohydrologie .......................................................................................... 6
1.6 2.
3. 4.
5.
6.
Toekomstige situatie .............................................................................................................................. 7 Afwegingen en doelstelling ....................................................................................................................... 7
2.1
Uitgangspunten ...................................................................................................................................... 7
2.2
Haalbaarheid .......................................................................................................................................... 7
2.3
Saneringsdoelstelling ............................................................................................................................. 8
2.4
Verwijderen puinlaag ............................................................................................................................ 8
2.5
Gebruiksbeperkingen en passieve nazorg ............................................................................................ 10
Beschrijving van de werkzaamheden ............................................................................................................ 10 Saneringsmaatregelen ................................................................................................................................... 11 4.1
Inrichten bouwplaats en depotterrein en het treffen van veiligheidsmaatregelen ................................ 11
4.2
Ontgraven en behandelen met asbest verontreinigd puin .................................................................... 11
4.3
Breken, zeven en deels hergebruiken asbestvrij puin .......................................................................... 12
4.4
Actualiseren van de onderzoeksgegevens ............................................................................................ 12
4.4.1
Bodemonderzoek 2019 .................................................................................................................... 12
4.4.2
Conclusie: ........................................................................................................................................ 13
4.5
Saneren Noordelijke verontreinigingsspot ........................................................................................... 14
4.6
Isoleren van de Zuidelijke spot ............................................................................................................ 14
4.7
Aanvoeren en aanbrengen van schone grond ca. 0,5 meter ................................................................. 15
Begeleiding, controle en rapportage .............................................................................................................. 16 5.1
Organisatie van de sanering ................................................................................................................. 16
5.2
Milieukundige begeleiding .................................................................................................................. 16
5.3
Controle tijdens de sanering ................................................................................................................ 16
5.4
Rapportage ........................................................................................................................................... 17
Planning, vergunningen en kosten ................................................................................................................ 17 6.1
Planning van de sanering ..................................................................................................................... 17
6.2
Benodigde vergunningen ..................................................................................................................... 17
Bijlage 1: Ligging locatie Bijlage 2: Kadastrale situatie Bijlage 3: Ruimtelijk overzicht vervuilingssituatie Bijlage 4: Toekomstige situatie
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
1
ABACUS CIVIEL
Inleiding Abacus Civiel heeft vanuit een burgerparticipatie het initiatief genomen om de ontwikkeling van de Gemeenlandsedijk Noord 31 (Hogenboomterrein) nieuw leven in te blazen. In eerste instantie door de interesse te wekken bij het Gemeentebestuur van Nissewaard, de gemeente waar Abbenbroek deel vanuit maakt. Bijlage 1 geeft een overzicht van de regionale ligging van het terrein. Om de bestuurders te overtuigen van de noodzaak om op deze locatie woningen te bouwen, hebben er een aantal gesprekken plaatsgevonden. Deze gesprekken hebben uiteindelijk geresulteerd in de presentatie van een stedebouwkundigplan. Dit plan is beoordeeld en goed bevonden door de diverse afdelingen binnen de gemeente. Binnen de politiek hebben de wethouders zich achter het plan geschaard en is er een contigent gereserveerd. Om verder te kunnen moet eerst bepaald worden op welke wijze de grond geschikt gemaakt kan worden voor woningbouw. Eerdere bodemonderzoeken tonen aan dat er op twee plaatsen een olieverontreiniging is aangetoond. Ook komt op globaal twee derden van het terrein een halfverharding/funderingslaag van (gebroken) puin voor. Bij het bemonsteren van de puinlaag is bij een aantal monsters de aanwezigheid van asbest vastgesteld.
Saneringsplan 2005 Op basis van de informatie, die is verkregen uit een reeks bodemonderzoeken in november 2005 door Milieuservices Hellevoetsluis, is een saneringsplan opgesteld voor het Hogenboomterrein. Dit plan komt er -in het kort- op neer dat de “spots” worden verwijderd en het gehele terrein daarna wordt voorzien van een leeflaag van 1,5 meter. De Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond (DCMR) heeft in een Wet bodembeheer (Wbb)-beschikking met dit plan ingestemd (kenmerk: 931069/B40 20244843 d.d. 20 december 2005). De ontwikkeling is destijds gestaakt. Het animo van de huizenkopers bleef uit. Dit werd veroorzaakt door de crisis die zich rond dat tijdstip in de huizenmarkt voltrok. Mogelijk had de tegenvallende belangstelling ook te maken met de gekozen saneringsvariant en schrikt het idee van een geïsoleerde puinlaag onder hun woning en/of tuin potentiële kopers af. Zeker in het buitengebied is men minder snel bereid om te investeren in grond waar een beperking aan kleeft.
Saneringsplan 2010 In dit jaar is er door Hofstede cs Milieuadviseurs nieuw onderzoek uitgevoerd. Bij dit onderzoek is niet alleen gekeken naar de bodemgesteldheid van Gemeenlandsedijk Noord 31 (Hogenboomterrein), maar ook die van nummer 23 (Bezemerterrein). Op het Bezemerterrein bleek sprake van een nog grotere olieverontreiniging. Bovendien bleek hier ook het grondwater belast te zijn met minerale olie. Onderzoek toonde eveneens aan dat ook dit terrein voor een groot gedeelte was opgehoogd met puin.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
2
ABACUS CIVIEL
Hofstede cs Milieuadviseurs heeft in haar notitie (kenmerk: btb.abb.08034.n 01 d.d. 16 februari 2010) onderzoek gedaan naar de technische, beleidsmatige en financiële haalbaarheid van een alternatieve saneringsvariant, waarbij de bodemverontreiniging en de puinlaag (grotendeels) worden weggenomen. Bij nadere bestudering van de onderzoeksresultaten uit 2005 bleek echter, dat de kwaliteit van de puinlaag is getoetst aan de bodemwaarden. Deze toetsing had gedaan moeten worden aan de hand van de normen voor bouwstoffen. Wanneer deze norm gehanteerd wordt, blijkt dat deze slechts incidenteel wordt overschreden. Aanvullend onderzoek, uitgevoerd door SGS in november 2005 bevestigt dit. Op basis van deze informatie wordt een nieuw saneringsplan opgesteld wat er -in het kort- op neerkomt dat: Alle vloeren, fundamenten verhardingen worden verwijderd; Al het asbest, dat op maaiveld aanwezig is, wordt verwijderd middels ‘handpicking”; Visueel verontreinigd puin en grond wordt ontgraven en in depot gezet; De met minerale olie verontreinigde grond wordt ontgraven en afgevoerd naar een erkende verwerker; Het met olie verontreinigde grondwater wordt terug gesaneerd tot de tussenwaarde. Op basis van dit saneringsonderzoek wordt door DCMR een nieuwe beschikking afgegeven met kenmerk: 21162588 wbb code AA056800436/B4001. d.d. 31 maart 2011.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
3
ABACUS CIVIEL
Saneringsplan 2019 Op basis van het saneringsplan van Hofstede cs Milieuadviseurs wordt in 2019 door Abacus Civiel het plan geactualiseerd. In het huidige plan wordt alleen het perceel gelegen aan de Gemeenlandsedijk 31 (Hogenboomterrein) ontwikkeld. Gemeenlandsedijk 23 (Bezemerterrein) wordt buiten beschouwing gelaten. Met dien verstande dat het gedeelte van de verontreinigingscontour van het Gemeenlandsedijk 23 wat strekt tot op Gemeenlandsedijk 31 wel wordt meegenomen.
1.
Algemene gegevens
1.1
Ligging en kadastrale situatie
Onderstaand is een overzicht opgenomen van de belangrijkste gegevens van de saneringslocatie: Adresaanduiding Kadastrale aanduiding
: :
Oppervlakte Huidige eigenaar Coördinaten RDS Bebouwing Verharding
: : : : :
1.2
Gemeenlandsedijk 31, 3216 AG Abbenbroek Gemeente Abbenbroek, sectie A, nummers 2902, 3128 ged., 3163 en 3164; Ongeveer 1,7 hectare; Hogenboom Houdstermaatschappij B.V.; X = 76; Y = 429.810; Geen Braakliggend, vloeren en funderingen en verhardingen aanwezig van gesloopte gebouwen.
Historie van de locatie
De locatie ligt aan de noordwestelijke rand van de dorpskern van Abbenbroek. De terreinhistorie kan als volgt worden samengevat: Omstreeks 1951 is een groot deel van het terrein op nummer 31 verhard met puin. Het voormalige kantoorpand en de bedrijfsloods dateren eveneens van dit jaar en hebben een betonvloer. Deze betonvloer is nog aanwezig. Gedurende genoemde periode werden er door de firma Van Pelt stalen damwanden en profielen opgeslagen en bewerkt. Omstreeks 1993 heeft Van Hamburg op een deel van de puinlaag verhardingen met asfalt, beton, betonplaten en klinkers aangebracht. De firma Van Hamburg was actief in het verhuren van aannemersmaterieel. Het terrein deed voornamelijk dienst als opslag voor keten en containers
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
4
ABACUS CIVIEL
1.3
Informatiebronnen
De navolgende informatie is ontleend aan de volgende documenten: Tabel 1: Overzicht beschikbare onderzoeksrapporten Nr.
Datum
Titel
Kenmerk
Auteur
1
6 december 1994
Indicatief bodemonderzoek nr. 31
068094
MOS
2
6 september 1995
Verkennend bodemonderzoek nr. 31
BA36009/6943M
Aqua Terra Water en Bodem B.V.
3
31 oktober 2003
Nul situatie en BSB-onderzoek nr. 31
AT10.2002.578
Aqua Terra Water en Bodem B.V.
4
1 februari 2005
Nader bodemonderzoek nr. 31
5
1 februari 2005
Indicatief
6
2 november 2005
onderzoek
asbest
in
2068D001
Kanters
AT10.2004.682asb
Aqua Terra Water en
puingranulaat nr. 31
Bodem B.V.
Nader onderzoek olieverontreiniging nr.
17792B
SGS
31 7
3 november 2005
Partijkeuring grond nr. 31
17792A
SGS
8
7 november 2005
Nader onderzoek asbest in grond nr. 31
17792-01
SGS
9
20 december 2005
Saneringsplan grondverontreiniging nr.
fA0204s
Milieuservice
31 10
16 februari 2010
Hellevoetsluis B.V.
Herontwikkeling terrein
Btb.abb.08034.n01
Gemeenlandsedijk Noord 23 en 31 11
1.4
13 juni 2019
Resultaten actualiserend bodemonderzoek
Hofstede cs Milieuadviseurs
26862
Grondslag B.V.
Verontreinigingssituatie
Op het terrein zijn tussen 1994 en 2010 diverse bodemonderzoeken uitgevoerd (zie tabel 1 onder 1.3.). De beschikbare bodemonderzoeken bevestigen dat een groot deel van de ontwikkelingslocatie is opgehoogd met puin. In de meeste onderzoeken is de kwaliteit van de puinlaag getoetst aan bodemnormen en beoordeeld als licht tot incidenteel matig of sterk belast. Zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), minerale olie en asbest zijn plaatselijk boven de interventiewaarden voor bodem gemeten. De verontreinigingen met minerale olie blijken samen te hangen met twee lokale verontreinigingsspots in de ondergrond. De verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en asbest zijn aangetoond in de puinlaag en zijn daarom formeel niet aan bodemnormen te toetsen, maar aan de normen voor bouwstoffen. Voor zware metalen in puingranulaat zijn geen samenstellingseisen geformuleerd. Wel immissiewaarden die zullen moeten worden aangetoond middels een uitloogonderzoek. De samenstellingswaarde voor PAK in puingranulaat (75 mg/kg d.s.) wordt in geen enkel bodemonderzoek overschreden.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
5
ABACUS CIVIEL Voor asbest in puingranulaat wordt een restconcentratienorm gehanteerd van 100 mg/kg d.s. (gewogen gehalten). Deze norm lijkt in de puinlaag slechts incidenteel te worden overschreden op plaatsen waar ook visueel een sterke bijmenging met asbestverdacht materiaal is waargenomen. In de kleiige ondergrond onder de puinlaag zijn in het algemeen slechts licht verhoogde gehalten gemeten. Hetzelfde geldt voor de bovengrond op de terreindelen, die niet met puin zijn verhard. Ook in het grondwater is hooguit een lichte belasting gevonden, hoewel arseen van nature wel in relatief hoge concentraties voorkomt. Zoals eerder vermeld is op twee plaatsen sprake van sterke bodemverontreiniging met minerale olie. De eerste ‘spot’ (O1) ligt ten noorden van de bedrijfsloods op nummer 31. Hier is over een oppervlakte van circa 135 m2 ongeveer 70 m3 puin en grond belast met minerale olie. Het grondwater is hier niet verontreinigd. De tweede spot ligt op de zuidgrens van het terrein en maakt deel uit van een verontreiniging, die eerder is aangetoond op het Bezemerterrein. De inschatting is dat deze verontreiniging vergelijkbaar is met de eerste ‘spot’ (ca. 70m3). In hoeverre het grondwater hier verontreinigd is, zal worden aangetoond na afloop van de sanering. Een ruimtelijk overzicht van de verontreinigingssituatie is weergegeven in bijlage 3.
Conform de wettelijke criteria in het kader van de Wet bodembeheer (Wbb) voor de concentratie en omvang van de verontreiniging is sprake van een ‘ernstig geval van bodemverontreiniging’, omdat in meer dan 25 m3 grond de interventiewaarde wordt overschreden.
1.5
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
De regionale bodemopbouw staat samengevat in Tabel 2. Tabel 2: Regionale bodemopbouw en geohydrologie Diepte in m –mv
Samenstelling
Geohydrologische eenheid
0 – 22
Fijne en matig fijne slibhoudende zanden
Deklaag
22 – 40
Matig fijne en grove zanden
Eerste watervoerend pakket
40 – 50
Kleilagen, fijne en matig grove slibhoudende zanden
Eerste scheidende laag
(~ NAP + 1,0 m)
De locatie ligt in een gebied waar sprake is van infiltratie van het neerslagoverschot. De stromingsrichting in het eerste watervoerend pakket is lastig te herleiden uit de grondwaterwaterkaarten. De vele poldergebieden in de omgeving van de locatie zijn hier waarschijnlijk de oorzaak van. De stromingsrichting van het freatisch grondwater staat onder invloed van de Bernisse. Waarschijnlijk zal er netto een grondwaterstroming in de richting van de oostelijk en zuidoostelijk gelegen polder (Oud-Hoenderhoek) zijn.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
6
ABACUS CIVIEL
1.6
Toekomstige situatie
In de ontwikkelingsplannen worden op het terrein 34 woningen gerealiseerd, 26 grondgebonden woningen, 8 gestapelde appartementen. 9 vrije sectorwoningen, 8 startersappartementen, 8 senioren woningen en 8 geschakelde woningen. De woningen worden ontsloten door twee toegangswegen die op twee punten aantakt op de Gemeenlandsedijk Noord. Bij de startersappartementen en de geschakelde woningen komen parkeerplaatsen. Het totale te ontwikkelen oppervlak is ca. 18.000 m2. De oppervlakte van de uitgeefbare gronden is ca. 12.800 m2. De wegen, parkeerstroken en parkeerterreinen beslaan ongeveer 3.500 m2. De watercompensatie is 1.800 m2. De toekomstige situatie is op de kaart in bijlage 4 weergegeven.
2.
Afwegingen en doelstelling
2.1
Uitgangspunten
Aan dit saneringsplan liggen naast de Wet Bodembescherming ten grondslag: Het kabinetsbesluit van 1997 inzake de vernieuwing van het bodemsaneringsbeleid en dan specifiek zoals uitgewerkt in het rapport ‘Van trechter naar zeef – Afweging saneringsdoelstelling’, UPR Bever – Sdu, 1999; Eindrapport project ‘doorstart A5’; Afwegingsproces voor de aanpak van mobiele verontreinigingen in de ondergrond; Procesbeschrijving en landelijke saneringsladder. Stuurgroep Bodem, 16 mei 2001; Gezamenlijk bodemsaneringsbeleid. Provincie Zuid-Holland, 2003; Circulaire bodemsanering. Staatscourant, nummer 17187, 16 november 2009.
2.2
Haalbaarheid
Bij de herontwikkeling zullen verontreinigingsspots met minerale olie in elk geval moeten worden gesaneerd. Voor wat de puinlaag betreft is in een in 2005 opgesteld saneringsplan (Nr. 9 uit Tabel 1) uitgegaan van afdekken met een schone leeflaag. Dit, omdat werd verondersteld dat de puinlaag heterogeen met asbest is verontreinigd en het afvoeren van de gehele verontreinigde puinlaag naar een stortplaats te kostbaar zou zijn. Bij nadere bestudering van de onderzoeksrapporten, die specifiek waren gericht op het asbest in de puinlaag, valt het volgende op: Aqua Terra (Nr. 5 uit Tabel 1) heeft in februari 2005 gericht proefkuilen gegraven op terreindelen waar op het maaiveld en in de puinlaag visueel veel asbestverdachte materialen werden waargenomen.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
7
ABACUS CIVIEL
In enkele puinmonsters uit proefsleuven waarin visueel geen asbest werd waargenomen, werd ook in het laboratorium geen asbest aangetoond of hooguit in lage gehalten, (ver) onder de restconcentratienorm. SGS (Nr. 8 uit Tabel 1) heeft in november 2005 eveneens een proefsleuvenonderzoek gedaan. Dit onderzoek was min of meer complementair aan dat van Aqua Terra. SGS heeft een groot aantal sleuven gegraven op terreindelen waar op het maaiveld visueel geen asbest in het puin werd waargenomen. In het SGS-onderzoek zijn slechts in enkele proefkuilen visueel asbestverdachte materialen gevonden. In geen enkel geanalyseerd monster werd asbest aangetoond in een gehalte boven de restconcentratienorm. Verondersteld werd daarom dat slechts op enkele plaatsen asbestverdachte materialen in de puinlaag voorkomen en dat het volume puin met asbest boven de restconcentratienorm beperkt is. Om meer duidelijkheid te verkrijgen over de omvang, de dikte en de samenstelling van de puinlaag heeft Hofstede cs Milieuadviseurs in februari 2010 aanvullend onderzoek uitgevoerd (Nr. 10 uit Tabel 1) op het terrein van Hogenboom. Daarnaast was de doelstelling van dat onderzoek om de technische, beleidsmatige en financiële haalbaarheid van een alternatieve saneringsvariant, waarbij de bodemverontreiniging en puinlaag (grotendeels) worden weggenomen, te toetsen.
Genoemd onderzoek heeft de eerder gestelde hypothese bevestigd met als gevolg dat bij herontwikkeling van de locatie slechts een klein deel van het puin als ‘asbesthoudend’ hoeft te worden beschouwd. Het overige puin kan mogelijk op de locatie en/of elders als secundaire bouwstof worden toegepast. Hiermee is aangetoond dat de saneringsvariant met (gedeeltelijke) verwijdering in plaats van isolatie van de puinlaag, niet alleen uitvoeringstechnisch, maar ook financieel haalbaar is.
2.3
Saneringsdoelstelling
De olieverontreinigingen worden aangepakt met een ‘kosteneffectieve sanering met ‘kleine’ restverontreiniging en leidend tot een stabiele eindsituatie binnen 30 jaar (trede 2 op de ‘saneringsladder’). De asbestverontreiniging in het puin wordt multifunctioneel gesaneerd. Doelstelling van de sanering is om de aanwezige minerale olie- en asbestverontreiniging, voor zover civieltechnisch verantwoord, te verwijderen door middel van ontgraven en afvoeren van verontreinigde grond/puin. Op deze manier worden de minerale olie spots in de grond gesaneerd tot onder de kwaliteitsklasse wonen en het asbesthoudend puin wordt verwijderd.
2.4
Verwijderen puinlaag
Zoals eerder is aangegeven, bevat de puinlaag op het terrein voor het overgrote deel geen asbest of andere verontreinigingen boven de normen voor bouwstoffen. Vandaar dat de puinlaag niet als ‘bodemprobleem’ wordt beschouwd en vallen eventuele maatregelen ten aanzien van het asbestvrije puin buiten de scope van een bodemsaneringsplan.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
8
ABACUS CIVIEL Uitgangspunt is, dat de puinlaag toch moet worden aangepakt. Enerzijds, omdat deze harde laag bij bouwwerkzaamheden voor problemen kan zorgen anderzijds, omdat het niet wenselijk wordt geacht om grondgebonden woningen op te leveren met (begraven) puinlagen in de tuinen. De mogelijke aanpak van de puinlaag wordt vooral bepaald door de mogelijkheden, die de Gemeente Nissewaard biedt om het materiaal op locatie te zeven en/of te breken. De Gemeente Nissewaard moet, althans voor onderstaande opties A en B, formeel toestemming c.q. vergunning verlenen om op de locatie (eventueel asbesthoudend) puin te behandelen. Afstemming en overleg met de Gemeente Nissewaard is dan ook een vereiste voorafgaand aan de uitvoering van onderhavig plan van aanpak. Er dient te worden opgemerkt, dat de aannemer die de mobiele puin breekinstallatie gebruikt, zich dient te houden aan het ‘Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval’ en de regels waaraan mobiele brekers moeten voldoen. Tevens is de Arbowetgeving ten aanzien van Asbest van toepassing. Hieronder worden twee opties kort beschreven. Optie A – Puinlaag zeven en deels hergebruiken op locatie: Bij optie A wordt ervan uitgegaan, dat het puin wel op locatie gezeefd mag worden, maar niet mag worden gebroken.
Het/de 950 m3 met asbest verontreinigd puin/grond wordt separaat ontgraven en met behulp van visuele waarneming en/of mechanische behandeling wordt zoveel mogelijk asbesthoudend materiaal uit het asbesthoudend puin verwijderd. Circa 95 m3 asbesthoudend materiaal wordt afgevoerd naar een stortplaats. Het ‘gezuiverde’ puin wordt samen met het overige puin op locatie gezeefd, waarbij een fijne fractie (‘grond’), een middenfractie (‘menggranulaat’) en een grove fractie (‘grof puin’) ontstaan. De hoeveelheden van de verschillende fracties zijn op voorhand moeilijk in te schatten. Vooralsnog wordt uitgegaan van 2.000 m3 grond, 4.000 m3 menggranulaat en 1.000 m3 grof puin. Alle grond en 2.300 m3 van het menggranulaat wordt op de locatie hergebruikt. 1.700 m3 menggranulaat en 1.000 m3 grof puin wordt afgevoerd naar een puinbreker. Optie B – Puinlaag breken, zeven en deels hergebruiken op locatie: Bij optie B wordt 950 m3 puin asbestvrij gemaakt, zoals beschreven bij optie B. Verder is het uitgangspunt, dat het puin op locatie gebroken en gezeefd mag worden. Daarbij ontstaan naar schatting 2.000 m3 grond en 5.000 m3 menggranulaat. Alle grond en 2.300 m3 van het menggranulaat worden op de locatie hergebruikt. 2.700 m3 menggranulaat wordt afgevoerd naar een andere bouwlocatie. Optie B blijkt het meest kosteneffectief te zijn.
Daarnaast is deze aanpak ook milieutechnisch de meest gunstige en duurzame manier om de puinlaag aan te pakken. In het vervolg van onderhavig saneringsplan is ervan uitgegaan dat voor deze variant zal worden gekozen.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
9
ABACUS CIVIEL
2.5
Gebruiksbeperkingen en passieve nazorg
Na het ontgraven van de noordelijke verontreiniging zal de verontreinigde grond volledig zijn weggenomen, hierdoor zal er geen verontreiniging meer overblijven en zal er geen sprake meer zijn van risico’s of gebruiksbeperkingen. Hetzelfde geldt voor de asbestverontreiniging. Wanneer na afloop van de isolerende maatregelen bij de zuidelijke spot aangetoond is dat het grondwater vrij is van verontreinigingen is er geen kans meer op verspreiding van de verontreiniging. Hierdoor is actieve nazorg niet noodzakelijk. Passief dient wel een kadastrale registratie plaats te vinden.
3.
Beschrijving van de werkzaamheden
De uit te voeren saneringsmaatregelen bestaan in hoofdlijnen uit de volgende ingrepen: Inrichten bouwplaats en depotterrein; Treffen van veiligheidsmaatregelen; Bomen en groen verwijderen; Slopen van vloeren, fundamenten en verhardingen; ‘Handpick’ asbest van het maaiveld; Ontgraven en tijdelijk in depot zetten van met asbest verontreinigd puin; Visueel en/of mechanisch reinigen van het met asbest verontreinigd puin; Afvoeren asbesthoudend materiaal; Breken en zeven asbestvrij puin; Hergebruiken gezeefde niet-asbesthoudende grond en puin; Plaatsen van een verticaal scherm tussen het perceel Hogenboom en Bezemer. Ontgraven, afvoeren en verwerken van minerale olie verontreinigde grond; Isoleren van de zuidelijke spot middels een verticaal scherm en een toplaag; Aanvoeren en aanbrengen van schone grond ca. 0,5 meter (dit valt buiten de sanering). Er dient te worden vermeld, dat verschillende van de bovenstaande punten gelijktijdig kunnen plaatsvinden en dat de bovenstaande lijst niet per definitie in chronologische volgorde is opgesteld. In het volgende hoofdstuk worden de bovengenoemde maatregelen meer in detail beschreven.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
10
ABACUS CIVIEL
4.
Saneringsmaatregelen
4.1
Inrichten bouwplaats en depotterrein en het treffen van veiligheidsmaatregelen
De aannemer zorgt ervoor dat het terrein wordt ingericht. Dit houdt onder andere in dat de locatie wordt voorzien van hekken, een decontaminatie-unit, een (schaft)keet en een toiletgelegenheid. De verantwoordelijkheid ten aanzien van de veiligheid bij de saneringswerkzaamheden ligt volgens de wet- en regelgeving primair bij de aannemer. Bij werkzaamheden in verontreinigde grond wordt veelal de richtlijn ‘Werken met verontreinigde grond en verontreinigd grondwater’ gehanteerd (CROWpublicatie 400). De beschreven werkzaamheden met betrekking tot minerale olie worden vooralsnog ingedeeld in toxiciteitklasse rood vluchtig. Voor de werkzaamheden in het met asbest verontreinigd puin geldt klasse zwart: niet-vluchtig. Voor de bijbehorende maatregelen (V&G-plan uitvoeringsfase, luchtmetingen, persoonlijke beschermingsmiddelen, decontaminiate-unit, rusttijden, e.d.) wordt kortheidshalve verwezen naar de publicatie.
4.2
Ontgraven en behandelen met asbest verontreinigd puin
Al het visueel zichtbaar asbestverdacht materiaal, dat op het maaiveld aanwezig is, wordt door middel van ‘handpicking’ verzameld in ‘big bags’ en afgevoerd naar een daarvoor erkende stortplaats. Het visueel met asbest verontreinigde puin (> 50% puinhoudend) zal, op aanwijzing van een milieukundig begeleider, worden ontgraven en vervolgens in depot worden gezet. Tijdens het ontgraven wordt uit het met asbest verontreinigde puin met behulp van visuele waarneming en/of mechanische behandeling zoveel mogelijk asbesthoudend materiaal verwijderd en verzameld in ‘big bags’. De omvang van het depot zal naar verwachting 950 m3 bedragen. Na afgraving van de deellocaties zullen de putwanden en –bodem met controle-analyses worden uitgekeurd. Voor zover de putwanden en –bodem asbest bevatten boven de restconcentratienorm wordt een aanvullende ontgravingsronde uitgevoerd en wordt het betreffende deel van de put opnieuw uitgekeurd. Puin afkomstig van de aanvullende ontgravingsronde(n) wordt aan het depot toegevoegd. Het behandelde puin (>50% puin) wordt conform NEN 5897 gekeurd. Indien het materiaal asbestvrij is, dan wordt het hergebruikt als beschreven in paragraaf 4.3.
Indien het gewogen gehalte aan asbest groter is dan de restconcentratienorm/interventiewaarde dan wordt het puin alsnog afgevoerd naar een stortplaats met een vergunning voor de verwerking van asbesthoudend puin of zal een aanvullende ‘handpicking’ plaatsvinden, indien grote stukken asbest visueel te onderscheiden zijn.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
11
ABACUS CIVIEL
4.3
Breken, zeven en deels hergebruiken asbestvrij puin
Het asbestvrije puin (<100 mg/kg) wordt met behulp van een mobiele breekinstallatie op locatie gebroken en gezeefd over 20 mm. Het totale volume van het asbestvrije puin bedraagt ongeveer 7.000 m3. Als gevolg van het zeven kan er een splitsing worden gemaakt tussen grond (<20 mm doorsnede) en menggranulaat (20-40 mm doorsnede). Zowel de grond als het menggranulaat worden in depot gezet en gekeurd. De gezeefde grond en het menggranulaat worden bemonsterd en gekeurd conform AP04 (NEN 5897 en NEN 5707). Indien de grond en het menggranulaat geschikt zijn, dan wordt een deel van de grond en het menggranulaat op locatie hergebruikt (2.000 m3 grond en 2.300 m3 menggranulaat) en een deel wordt afgevoerd naar een hergebruikslocatie (2.700 m3) Indien de gezeefde grond en/of het menggranulaat een gehalte asbest bevat boven de restconcentratienorm/interventiewaarde, dan wordt dit geladen en in afgesloten vrachtwagens afgevoerd naar een erkende grondreiniger voor asbesthoudende grond.
4.4
Actualiseren van de onderzoeksgegevens
Inmiddels zijn met bodemonderzoek: 26862, Gemeenlandsedijk Noord 31 te Abbenbroek (13 juni 2019) de eerdere bodemonderzoeken geactualiseerd. Dit rapport zal tevens ingezet worden om de met olie verontreinigde partij grond aan te kunnen bieden bij een verwerker. Hieronder een samenvatting van het bodemonderzoek.
4.4.1
Bodemonderzoek 2019
Rond 2005 zijn alle activiteiten op het terrein gestaakt. Sindsdien ligt het terrein braak, afgesloten door een toegangshek. De bodemverontreiniging, die is vastgesteld in de bodemonderzoeken die zijn uitgevoerd in de periode van 1994 tot 2010, zouden nog min of meer onveranderd aanwezig moeten zijn. Om dit te bevestigen en om de af te voeren grond te kwalificeren is in 2019 een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd om eerdere bevindingen te controleren en eerder aangetoonde waarden te actualiseren. Op 15 mei 2019 is door Grondslag onderzoek uitgevoerd naar de twee eerder aangetroffen olieverontreinigingen: - Noordelijke olieverontreiniging - Zuidelijke olieverontreiniging. Het onderzoek is uitgevoerd ter actualisatie van de omvang van de twee olieverontreinigingen op het perceel. De onderstaande onderzoeksdoelen zijn geformuleerd: a) De exacte ligging van de vlekken traceren. Dat is gedaan door een landmeter, gevolgd door een boring/monsterpunt in de kern van de vlek. b) Het bepalen van de verticale verspreiding van de verontreiniging in de kern. Dat is gedaan door het dieper doorzetten van de boring in de kern.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
12
ABACUS CIVIEL c) Het bepalen van de horizontale verspreiding van de verontreiniging in de grond. Dat is gedaan door de vlek in te karteren.
4.4.2
Conclusie:
Noordelijke olieverontreiniging Ad a: Ter plaatse van de noordelijke olieverontreiniging is er sprake van een duidelijke kern waarin de interventiewaarde voor minerale olie wordt overschreden. De kern van verontreiniging bevindt zich ter plaatse van de kern uit het voorgaande onderzoek (ingemeten door een landmeter). Ad b: In verticale richting bevindt de verontreiniging zich vanaf het maaiveld tot een diepte van maximaal 1,5 m-mv. De dikte van het pakket matig tot sterk met olie verontreinigde grond bedraagt maximaal 1,5 m. Ad c: Aan de noord-, zuid- en westzijde van de verontreinigingscontour zijn matige verhogingen aan minerale olie aangetoond. In oostelijke richting is geen verhoging aan minerale olie gemeten. Vanuit de kern strekt de olieverontreiniging zich circa 10 m in noordelijke richting, 5 m in oostelijke richting, 10 m in zuidwestelijke richting en 20 m in noordwestelijke richting. De oppervlakte van de verontreiniging wordt geraamd op circa 250 m2. Zuidelijke olieverontreiniging Ad a: Ter plaatse van de zuidelijke olieverontreiniging blijkt de kern waarin de interventiewaarde voor minerale olie wordt overschreden zich ten zuidoosten van de kern uit het voorgaande onderzoek te bevinden (ingemeten door een landmeter). Ter plaatse van de ingemeten verontreinigingskern zijn enkel lichte verhogingen aan minerale olie aangetoond.
Ad b: In verticale richting bevindt de verontreiniging zich vanaf een diepte die varieert van 0,9-1,4 mmv tot een diepte die varieert tussen 2,4 en 3,2 m-mv. Ad c: Aan de noordoost- en noordwestzijde van de vermeende tussenwaardecontour worden lichte verhogingen aan minerale olie vastgesteld. Daarnaast worden in de gedempte sloot matige verhogingen aan minerale olie gemeten. Hieruit wordt afgeleid dat de verontreiniging zich enkel aan de rand van het perceel bevindt. Vanuit de kern strekt de olieverontreiniging zich circa 30 m in westelijke richting en maximaal 3 m in noordelijke richting. De oppervlakte van de verontreiniging wordt geraamd op circa 120 m2.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
13
ABACUS CIVIEL
4.5
Saneren Noordelijke verontreinigingsspot
De noordelijke olieverontreiniging zal worden ontgraven en afgevoerd naar een erkende verwerker. De putwanden worden uitgekeurd. De ca 200m3 met minerale olie verontreinigde grond die vrijkomt bij de ontgraving van deze spot is bepaald op basis van de resultaten van het milieukundig onderzoek. Aangegeven op de kaart in bijlage 3. De ontgravingsgrenzen worden door de milieukundig begeleider in het veld uitgezet. Zintuiglijk licht verontreinigde grond wordt op locatie in depot gezet en indicatief gekeurd. Afhankelijk van de resultaten wordt het depot afgevoerd als ‘industriegrond’ dan wel afgevoerd naar de reiniger. Van de putbodem en –wanden worden controlemonsters genomen conform BRL SIKB 6001. Deze worden geanalyseerd op minerale olie (GC). De grondmonsters worden voorbehandeld conform AS3000. Eventueel wordt een tweede ontgravingsronde uitgevoerd indien de terugsaneerwaarde wonen niet is gehaald.
4.6
Isoleren van de Zuidelijke spot
De zuidelijke verontreiniging zit op de perceelgrens tussen Gemeenlandsedijk nummer 23 en 31. De verontreiniging is in verticale zin beperkt tot max 3,2 meter beneden maaiveld. Ontgraven tot deze diepte zou zeker schade berokkenen aan de op staal gefundeerde en reeds beschadigde panden van de Gemeenlandsedijk 23. In horizontale zin is de verontreiniging beperkt tot 3 meter uit de perceelgrens. Voor deze verontreiniging is gekozen deze te isoleren. Op de verontreinigingscontour wordt een verticaal vloeistofdicht en oliebestendig folie ingegraven als “barrier” voor de bodemverontreiniging, die op de Gemeenlandsedijk 23 is ontstaan. Dit scherm wordt over de gehele lengte toegepast en dient ter voorkoming van verdere verplaatsing van de verontreiniging in de richting van Gemeenlandsedijk 31. De positie van het scherm zal meteen de perceelgrens worden van de uit te geven grond. Hiermee is de verontreiniging horizontaal ingeperkt. Om te voorkomen dat er onbedoeld contact kan zijn met de verontreiniging wordt de grond aan de bovenzijde afgedekt met een verharding. Direct op het maaiveld wordt een fundering aangebracht van gebroken puin, die wordt ontleend uit het project.
De puinfundering wordt ingepakt in een wegendoek waarbij het weefsel moet voorkomen dat het pakket kan uitzakken zodat er een verticale afscheiding ontstaat tussen Gemeenlandsedijk 23 en 31 Bovenop het puin wordt een verharding aangelegd. De hoger gelegen achterweg vormt een opsluiting voor de ophoging van de projectlocatie en zorgt tegelijkertijd voor ontsluiting van de schuren die achterin de tuinen gebouwd gaan worden. Hiervoor wordt het inrichtingsplan aangepast.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
14
ABACUS CIVIEL Deze schuren hebben eveneens een dubbele functie: Geluidsisolatie voor geluid dat eventueel veroorzaakt gaat worden door de bedrijfsactiviteiten op Gemeenlandsedijk 23 en anderzijds visuele afscherming van de schuren op het naast gelegen perceel. Om aan te geven op welke wijze de verontreiniging ingeperkt gaat worden is een doorsnede toegevoegd.
4.7
Aanvoeren en aanbrengen van schone grond ca. 0,5 meter
Het achterpad dat dienst doet als verticale afdekking van de verontreiniging zal tevens dienst doen als grondkerende constructie tussen het lager gelegen perceel aan de Gemeenlandsedijk 23. Het Hogenboomterrein ligt al hoger dan het Bezemerterrein en door het aanbrengen van een laag schone grond wordt dit verschil groter. Door de grondkering wordt het hoogteverschil overbrugd en worden de opstallen beschermd.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
15
ABACUS CIVIEL In verband met de hoge grondwaterstand en de lage ligging van het terrein wordt het gehele terrein na de sanering opgehoogd met ca. 50 cm. Bij het aanbrengen van de afdekgrond wordt gekeken naar de functionaliteit van de gebieden. In de tuinen wordt een laag van minimaal 1 meter toegepast en onder de woningen en onder duurzame afdekkingen minder. Bij het geschikt maken van het gebied voor woningbouw wordt hiervoor een plan met een bijbehorende grondbalans opgesteld.
5.
Begeleiding, controle en rapportage
5.1
Organisatie van de sanering
: Opdrachtgever Milieukundige begeleiding : Aannemer : Bevoegd gezag Wbb : Bevoegd gezag Waterwet : Bevoegd gezag RWZI : Bevoegd gezag Besluit mobiel breken bouwen sloopafval : Bevoegd gezag Actualiteitenbesluit : Beheer gemeenteriool :
5.2
Hogenboom Houdstermaatschappij B.V. nader te bepalen (BRL 6000 gecertificeerd) P. Vis (BRL SIKB 7000) DCMR Waterschap Hollandse Delta Waterschap Hollandse Delta Gemeente Nissewaard Gemeente Nissewaard Gemeente Nissewaard
Milieukundige begeleiding
De sanering wordt uitgevoerd onder toezicht van een milieukundig begeleider. Zijn taken bestaan uit: Door middel van monstername en laboratoriumonderzoek bewaken van de voortgang van de minerale olie grondsanering; Door middel van monstername en laboratoriumonderzoek bewaken van de voortgang van de asbestverwijdering; Geven van aanwijzingen aan de aannemer met betrekking tot de te treffen maatregelen; Bijhouden van een logboek waarin de voortgang en de resultaten van de saneringswerkzaamheden worden vastgelegd; Vooraf en tussentijds informeren van de direct betrokken instanties; Na afloop van de sanering opstellen van een evaluatierapport.
5.3
Controle tijdens de sanering
Van de putbodems en putwanden worden controlemonsters genomen, conform BRL SIKB 6000 en deze worden geanalyseerd op minerale olie (GC). De processturing en verificatie van de sanering worden uitgevoerd door een erkende en onafhankelijke milieukundige begeleider conform de BRL SIKB 6000.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
16
ABACUS CIVIEL
5.4
Rapportage
Na afronding van de sanering wordt een evaluatierapport opgesteld dat aan de opdrachtgever, de DCMR en de Gemeente Nissewaard wordt aangeboden. In het rapport wordt aangegeven welke hoeveelheden grond en puin zijn afgevoerd en met welke eindbestemming(en). Ook de kwaliteit van de eventueel noodzakelijke aanvulgrond wordt gedocumenteerd.
6.
Planning, vergunningen en kosten
6.1
Planning van de sanering
Grondsanering wordt uitgevoerd in combinatie met bouwrijp maken. De start is nog niet duidelijk. De duur van de grondsanering/puinhoudende laag bedraagt ongeveer vier weken.
6.2
Benodigde vergunningen
Benodigde vergunningen, bevoegd gezag en proceduretijden staan vermeld in Tabel 4. Het bevoegd gezag wordt minimaal 10 werkdagen voorafgaand ingelicht over de start van de werkzaamheden. Tabel 4: Benodigde vergunningen: Vergunning Bevoegd gezag Wbb-beschikking instemming DCMR met saneringsplan Melding Activiteitenbesluit Gemeente Nissewaard Melding Rioolverordening Gemeente Nissewaard Melding gebruik mobiele Gemeente Nissewaard puinbreekinrichting Melding Arbeidsinspectie Arbeidsinspectie
Proceduretijd 8 weken (verkorte procedure) Enkele weken Enkele dagen Enkele weken 2 dagen
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
17
ABACUS CIVIEL
Bijlage 1: Ligging locatie
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
1
ABACUS CIVIEL
Bijlage 2: kadastrale situatie
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
2
ABACUS CIVIEL
Bijlage 2: Kadastrale situatie
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
3
ABACUS CIVIEL
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
4
ABACUS CIVIEL
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
5
ABACUS CIVIEL
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
6
ABACUS CIVIEL
Bijlage 3: Ruimtelijk overzicht verontreinigingssituatie
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
7
ABACUS CIVIEL
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
8
ABACUS CIVIEL
Bijlage 4: Toekomstige situatie
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
9
ABACUS CIVIEL
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
10
m
Besciiikking
OCMR Parallelweg 1
Abacus Civiel BV T.a.v. de heer J. Corpeleijn jelle@abacusciviel.nl
Postbus 843 milieudienst 3100 AV Schiedam T
010-246 80 00
F
010-246 82 83
E
info@dcmr.nl
W www.dcmr.nl
Ons kenmerk
Uw kenmerk
Datum
16 december 2019
9999144453_9999706452 Contact
Afdeling
Bijlagen
info@dcmr.nl
Reguleren en Advies
3 (kadastrale tekeningen en meldingsformulier)
Onderwerp
Beschikking ernst en spoed en saneringsplan
Locatie Gemeenlandsedijk Noord 31 te Abbenbroek bekend onder Wbb locatiecode AA056800436 en Zaak ID 9999144453. Aanvraag Op 16 oktober 2019 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland (hierna te noemen: het college) een melding ontvangen van Abacus Civiel B.V. op grond van de Wet bodembescherming (verder: Wbb). De melder verzocht het college om de ernst van de verontreiniging en noodzaak van spoedige sanering vast te stellen en om in te stemmen met een saneringsplan. Bij de melding zijn de volgende stukken ingediend: een meldingsformulier met kadastrale tekening met de contour van de verontreiniging; het briefrapport betreffende "Gemeenlandsedijk Noord 31 te Abbenbroek, resultaten actualiserend bodemonderzoek" van 13 juni 2019 met projectnummer 26862, opgesteld door Grondslag BV; het rapport "Ontwikkeling: Gemeenlandsedijk Noord 31, 3216 AG Abbenbroek, Gemeente Nissewaard, Saneringsplan Bodemverontreiniging, Plan van aanpak puinlaag" van 14 oktober 2019 met zonder kenmerk, opgesteld door Abacus Civiel BV. Het college besluit op grond van de melding het volgende.
Blad 1 van 11
Ons kenmerk
9999144453_9999706452
DCMR nnilieudienst
Rijnnnond Besluit Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging waarvan spoedige sanering niet noodzakelijk is als bedoeld in de artikelen 29 en 37 Wbb. Het college stemt op grond van artikel 39 juncto 40 Wbb in met het deelsaneringsplan voor de locatie. Deze instemming laat onverlet dat voor uitvoering van de sanering toestemming nodig kan zijn op grond van andere wet- en regelgeving. De locatie dient gesaneerd te worden conform het beoordeelde saneringsplan, de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving en de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland. Procedure Op de totstandkoming van de beschikking zijn de Algemene wet bestuursrecht, de Wbb en hoofdstuk 6 van de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland van toepassing. Omdat ter voorbereiding van de beschikking titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht is gevolgd (verkorte procedure), kunnen belanghebbenden eventuele bezwaren voor het eerst door middel van een bezwaarschrift kenbaar maken.
Toetsingskader De beoordeling vindt plaats op grond van: de Wet bodembescherming (Wbb); de Circulaire bodemsanering 2013; het Besluit bodemkwaliteit; de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2018-2021 van de provincie ZuidHolland; de Omgevingsverordening Zuid-Holland van 1 april 2019; NEN 5740(*): Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond; NEN 5707(*): Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond; NEN 5897(*): Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat; de brief aan de Tweede Kamer van 29 november 2019 betreffende "Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS" opgesteld door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. (*)Voor de NEN documenten worden de actuele versies gehanteerd. Onderliggende stukken Bij de beoordeling zijn tevens de volgende onderliggende stukken geraadpleegd: de beschikking van 20 december 2005, met TC-nummer 93-10-69, betreffende de vaststelling van de ernst van de verontreiniging, de noodzaak van een spoedige sanering en de beoordeling van een saneringsplan voor de locatie Gemeenlandsedijk Noord 31 te Abbenbroek, bekend onder code: DC056800069/B40;
Blad 2 van 11
Ons kenmerk
9999144453 9999706452
m DCMR
de beschikking van 31 maart 2011, met TC-nummer 11-11-011, betreffende de vaststelling van de ernst van de verontreiniging, de noodzaak van een spoedige sanering en demilieudienst beoordeling van een saneringsplan voor de locatie Gemeenlandsedijk Noord 31 te Abbenbroek,Rijnmond bekend onder code: DC056800436/B4001. Overwegingen Uit de onderliggende stukken blijkt onder andere het volgende: TC 93-10-69 op de locatie Gemeenlandsedijk Noord 31 te Abbenbroek is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK), asbest, zware metalen en minerale olie in de grond, waarvan de sanering niet urgent is; de verontreinigingen met zware metalen, PAK en asbest zijn te relateren aan de puinverharding die over de gehele locatie is aangebracht; het grondwater is plaatselijk sterk verontreinigd met arseen.
Deze verontreiniging is niet het gevolg van activiteiten op de locatie en is daardoor niet saneringsplichtig; TC 11-11-011 op de locatie Gemeenlandsedijk Noord 23 en 31 te Abbenbroek is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie in de grond en het grondwater, waarvan een spoedige sanering niet noodzakelijk is; het geval van ernstige bodemverontreiniging bestaat uit twee verontreinigingen met minerale olie: een noordelijke verontreiniging (Gemeenlandsedijk Noord 31) met minerale olie in concentraties boven de interventiewaarde in de grond; een zuidelijke verontreiniging (grotendeels Gemeenlandsedijk Noord 23 en deels Gemeenlandsedijk Noord 31) met minerale olie in concentraties boven de interventiewaarde in de grond en het grondwater. de puinlaag, verontreinigd met zware metalen, PAK en asbest, die over het gehele terrein aanwezig is, maakt geen deel uit van de bodem; de aangetoonde verontreinigingen op de uitbreidingslocatie komen overeen met de verontreinigingen zoals aangetroffen op de oorspronkelijke onderzoekslocatie. Ernst van het geval van verontreiniging Gezien de ouderdom van de bodemonderzoeken die ten grondslag liggen aan de beschikking van 31 maart 2011 (TC 11-11-011) heeft een actualisatie plaatsgevonden van de bodemkwaliteit op de locatie Gemeenlandsedijk Noord 31 te Abbenbroek. Hierbij is het grondwater niet onderzocht.
De noordelijke sterke olieverontreiniging is aangetoond vanaf maaiveld tot maximaal 1,5 meter minus maaiveld (m-mv). De zuidelijke olieverontreiniging is (binnen de perceelsgrenzen) aangetoond vanaf circa 0,9 tot maximaal 3,2 m-mv. De omvang van elk van de verontreinigingen bedraagt meer dan 25 m^. Uit de bij de melding verstrekte gegevens blijkt dat er geen aanleiding is om het eerdere besluit van 31 maart 2011 (TC 11-11-011) te herzien.
Blad 3 van 11
Ons kenmerk
9999144453_9999706452
Noodzaak van spoedige sanering
m DCMR
nnilieudienst Het huidige gebruik van de locatie is braakliggend en het toekomstige gebruik is wonen met tuin.
Rijnmond
Uit de Circulaire bodemsanering 2013 volgt dat bij het huidige of het toekomstige gebruik geen onaanvaardbare humane, ecologische en/of verspreidingsrisico's aanwezig zijn. Een spoedige sanering is niet noodzakelijk. Saneringsplan Het aangeboden saneringsplan is als deelsaneringsplan (artikel 40 Wbb) aangemerkt. Gekozen is voor een saneringsvariant die ertoe moet leiden dat de bodem van Gemeenlandsedijk Noord 31 geschikt wordt gemaakt voor de functie wonen met tuin. Door uitvoering van de saneringsmaatregelen wordt het blootstellingsrisico voor mens, plant of dier zoveel mogelijk beperkt. Ook het verspreidingsrisico en de noodzaak voor gebruiksbeperkingen en nazorgmaatregelen worden zoveel mogelijk beperkt. De saneringsvariant voldoet aan het gestelde in artikel 38 lid 1 van de Wet bodembescherming. De deelsanering vindt plaats in het kader van een gewenste ontwikkeling op de iocatie. Het belang van de bescherming van de bodem verzet zich niet tegen een deelsanering, omdat: er geen onaanvaardbare risico's zijn; de voorgenomen deelsanering een toekomstige sanering van het gehele geval niet belemmert. De gekozen saneringsdoelstelling voor de noordelijke grondverontreiniging met olie is het bereiken van de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen en voor de zuidelijke grondverontreiniging met olie het isoleren van de verontreiniging om verspreiding tegen te gaan.
De grondsanering van de noordelijke olieverontreiniging vindt plaats door middel van ontgraving tot de terugsaneenwaarde. Naar verwachting wordt circa 200 m^ verontreinigde grond ontgraven. De grond wordt van de locatie afgevoerd naar een erkende reiniger. De ontgraven grond wordt, gescheiden naar kwaliteit en grondsoort, tijdelijk in depots opgeslagen. Vervolgens wordt de grond geanalyseerd, waarna de eindbestemming van de grond wordt bepaald. Van de putbodem en putwanden worden controlemonsters genomen en geanalyseerd op minerale olie. De ontgravingsput (en het overige deel van het perceel) wordt aangevuld met een laag schone grond van circa 0,5 meter. Aangezien geheel ontgraven van de zuidelijke olieverontreiniging civieltechnisch niet mogelijk is vanwege verwachte schade aan de funderingen van de panden van Gemeenlandsedijk Noord 23, is besloten om eventuele verdere verspreiding op het perceel van Gemeenlandsedijk Noord 31 te voorkomen door middel van het plaatsen van een verticaal vloeistofdicht scherm aan de noordzijde van de verontreiniging. Om te voorkomen dat er onbedoeld contact kan zijn met de verontreiniging wordt de grond aan de bovenzijde afgedekt met een verharding met puinfundering. De sanering van de asbesthoudende puinlaag wordt niet beschouwd als bodem en valt daarom buiten de scope van het bodemsaneringsplan.
Voor de volledigheid wordt de werkwijze hier kort toegelicht.
Blad 4 van 11
Ons kenmerk
9999144453 9999706452
m DCMR
Het asbest wordt zoveel als mogelijk verwijderd, waarna het asbestverdachte puin wordt gekeurd conform de NEN 5897 en gezeefd. De zo ontstane grond en puin wordt vervolgensmilieudienst gekeurd conform respectievelijk de NEN 5707 en de NEN 5897 en, indien het voldoet aan de restconcentratienorm, Rijnmond (deels) hergebruikt op de locatie. Het asbestverdachte materiaal en puin dat niet aan de restconcentratienorm voor asbest voldoet, wordt afgevoerd naar een erkende venwerker. Puin dat wel voldoet aan de restconcentratienorm en niet wordt hergebruikt op de locatie, wordt afgevoerd naar een puinbreker of (indien al gebroken) naar een andere toepassingslocatie. Na ontgraving van de puinlaag worden controlemonsters genomen van de putbodem en putwanden en geanalyseerd op asbest. De nog aanwezige vloeren, funderingen en verhardingen worden gesloopt. Deze werkzaamheden vinden niet plaats in sterk verontreinigde grond. Nazorg Na uitvoering van de sanering zal op de locatie (op de grens met Gemeenlandsedijk Noord 23) een sterke verontreiniging in de bodem achterblijven. Gelijktijdig met het evaluatieverslag zal voor de achtergebleven verontreiniging een nazorgplan moeten worden ingediend. Verplichte meldingen Wijzigingen van het saneringsplan dienen uiterlijk twee weken voorafgaand aan de uitvoering daarvan te worden gemeld.
Wijzigingen van het gebruik van de bodem die de contactmogelijkheden met de verontreiniging doen toenemen, dienen te worden gemeld. Indien de saneringswerkzaamheden niet aanvangen binnen vijf jaar na dagtekening van deze beschikking, dienen de onderzoeksgegevens, voorafgaand aan de start van de sanering, geactualiseerd en gemeld te worden. De start van de sanering dient uiterlijk tweè weken voorafgaande aan de uitvoering daarvan aan het college van burgemeester en wethouders te worden gemeld. Voor deze melding moet u gebruik maken van het bijgevoegde meldingsformulier. Meldingen dienen te worden gericht aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, p/a DCMR Milieudienst Rijnmond, bureau Bodem, Postbus 843, 3100 AV Schiedam. Bodemkwaliteitsverklaring Op een deel van de onderzoekslocatie is een geval van ernstige bodemverontreiniging aangetoond. Voor de sanering is een deelsaneringsplan goedgekeurd, dat tot doel heeft de bodem geschikt te maken voor het gebruik wonen met tuin. De beoordeling of dit daadwerkelijk is gerealiseerd, wordt gedaan op basis van het evaluatieverslag van de sanering.
Blad 5 van 11
Ons kenmerk
9999144453 9999706452
Kadastrale plaatsaanduiding
m DCMR
nnilieudienst Op de bij deze beschikking gevoegde laatste versie van de door het Kadaster uitgegeven kadastrale Rijnmond kaart is aangegeven waar de sanering wordt uitgevoerd. Deze beschikking heeft betrekking op het volgende perceel: kadastrale gemeente Abbenbroek sectie A nummer 3164 (gedeeltelijk) Aansprakelijkheid Het college neemt de beschikking op grond van de door indiener aangeboden gegevens. Indien blijkt dat de overgelegde gegevens onjuist en/of onvolledig zijn, is de provincie Zuid-Holland niet aansprakelijk voor schade die als gevolg daarvan ontstaat, noch voor de kosten van een eventueel opnieuw uit te voeren sanering. De provincie Zuid-Holland is eveneens niet aansprakelijk voor schade ontstaan aan onroerende of roerende zaken als gevolg van de saneringsmaatregelen. Begrippen Lichte verontreinigingen zijn verontreinigingen waarbij de gemiddelde concentraties van een of meer stoffen de achtergrondwaarde voor grond of streefwaarde voor grondwater overschrijden. Matige verontreinigingen zijn verontreinigingen waarbij de gemiddelde concentraties van een of meer stoffen de tussenwaarde overschrijden. De tussenwaarde is de helft van de som van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde voor grond of de helft van de som van de streefwaarde en de interventiewaarde voor grondwater.
Overschrijding van de tussenwaarde is het criterium voor het uitvoeren van nader onderzoek. Sterke verontreinigingen zijn verontreinigingen waarbij de gemiddelde concentraties van een of meer stoffen de interventiewaarde overschrijden. De achtergrond-, streef- en interventiewaarden zijn opgenomen in Bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering 2013. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien meer dan 25 kubieke meter (m^) grond en/of het grondwater in een bodemvolume van meer dan 100 m^ gemiddeld boven de interventiewaarde is verontreinigd. In enkele specifieke situaties, bij gevoelige functies, kan bij concentraties onder de inten/entiewaarde ook sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging.
Blad 6 van 11
Ons kenmerk
9999144453_9999706452
m DCMR
milieudienst Contact
Rijnmond
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met de DCMR Milieudienst Rijnmond, telefoon (010) 246 8000, e-mail: info@dcmr.nl, onder vermelding van ons kenmerk (9999144453_9999706452). Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, namens dezen, bureauhoofd afdeling Reguleren en Advies DCMR Milieudienst Rijnmond
drs. N.M.M. Koeleman Omdat we dit document digitaal vaststellen, staat er geen handtekening in. Instellen van bezwaar Belanghebbenden kunnen op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bezwaar maken tegen deze beschikking. U kunt bezwaar maken door het indienen van een bezwaarschrift bij de Gedeputeerde Staten. Een bezwaarschrift kan worden ingediend binnen zes weken vanaf de dag na de dag waarop deze beschikking op de voorgeschreven wijze (zie artikelen 3:41 en 3:42 Awb) is bekendgemaakt. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en dient in ieder geval het volgende te bevatten: naam en adres van de indiener; dagtekening; het kenmerk van de beschikking (x) waartegen bezwaar wordt gemaakt; de gronden van het bezwaar. Het bezwaarschrift dient te worden gericht Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, t.a.v. het Awbsecretariaat, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag. U wordt verzocht een kopie van het bezwaarschrift te zenden aan de DCMR Milieudienst Rijnmond, bureau Bodem, Postbus 843, 3100 AV SCHIEDAM. Voorlopige voorziening en inwerkingtreding Ingevolge artikel 20.3 lid 1 van de Wet milieubeheer treedt deze beschikking in werking met ingang van de dag na de dag waarop de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift afloopt. Het bezwaar schorst de werking van de beschikking niet.
Blad 7 vani 1
Ons kenmerk
9999144453 9999706452
m DCMR
Indien gedurende de bezwaartermijn een bezwaarschrift is ingediend en ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht bij de bevoegde rechter een verzoek om voorlopigemilieudienst voorziening is gedaan, treedt de beschikking niet in werking voordat op dat verzoek is beslist. HetRijnmond verzoek moet ingevolge artikel 2 van bijlage 2 van de Algemene wet bestuursrecht worden ingediend bij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA DEN HAAG. Bij deze voorzieningenrechter kan, indien een bezwaarschrift is ingediend, ook na afloop van de bezwaartermijn om een voorlopige voorziening worden verzocht. De voorzieningenrechter kan een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. U wordt verzocht een kopie van het verzoek om voorlopige voorziening te zenden aan de DCMR Milieudienst Rijnmond, bureau Bodem, Postbus 843, 3100 AV SCHIEDAM. Een exemplaar van deze beschikking is gezonden aan: Hogenboom Houdstermaatschappij BV, t.a.v. de heer K. Hogenboom, hopi@planet.nl; Spectrum, t.a.v. de heer H. Kraayeveld, hans@spectech.nl; Gemeente Nissewaard, t.a.v. de heer J.O. Smit, jo.smit@nissewaard.nl