CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen 1 Gemeentelijk Onderwijskansenbeleid Nissewaard 22-26

Gemeenteraad 23 februari 2022, gemeente NissewaardBij agendapunt: Gemeentelijk Onderwijskansenbeleid12.519 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

16

GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN

Doelstelling 17: We zorgen dat elk kind gelijke en eerlijke kansen krijgt om zich te ontwikkelen (gemeentelijk beleid) Alle eerder gestelde thema’s en doelstellingen dragen bij aan deze doelstelling. Er zijn veel oorzaken van verschil in ontwikkelingen waaronder: migratieachtergrond leerlingen; thuissituatie; schulden en armoede; taalachterstand; vroeg selectie; onderadvisering/onderschatting van leerlingen; moeilijke doorstroom naar een ander niveau; lerarentekort. Volgens de VO Raad leek er in 2019 landelijk een einde te zijn gekomen aan in elk geval de verdere groei van de kansenongelijkheid. Door de coronacrisis is echter gebleken dat het probleem nog steeds aanwezig is en zelfs gegroeid is. De periodes van thuisonderwijs hebben dit extra zichtbaar gemaakt. Het ministerie van OCW heeft dan ook het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) ontwikkeld om bij alle leerlingen leervertraging en ook op sociaalemotioneel gebied extra ondersteuning in te kunnen zetten. Zowel het onderwijs als de gemeente ontvangen NPO-middelen. Het onderwijs zet de middelen in n.a.v. de scholenscans op de scholen. De inzet van de gemeentelijke NPO-middelen zal in overleg met de kinderopvang en het onderwijs nader worden bepaald.

Wat gaan we doen: In de afgelopen jaren heeft de gemeente op diverse manieren structureel ingezet op het vergroten van gelijke kansen, het stimuleren van een brede ontwikkeling en het welzijn van de jeugd. Zo zijn er combinatiefunctionarissen werkzaam voor de domeinen natuur, cultuur, techniek en sport en is het programma High Five voor het basisonderwijs ontwikkeld en op veel scholen geïmplementeerd. In de komende periode gaan wij inzetten om gelijke kansen verder te versterken door het inrichten van een gelijke kansentafel (2021) en het aansluiten bij de Gelijke Kansen Alliantie (2021). Tevens zal de gemeente o.a. vanuit deze doelstelling werken aan het NPO (2022 en 2023).

2.7

Thema 7: Het monitoren van de afspraken en de regierol van de gemeente

De gemeente heeft een aantal wettelijke taken met betrekking tot de uitvoering van onderwijsachterstandenbeleid. Hier heeft zij samen met de partners van dit onderwijskansenbeleid haar gezamenlijke verantwoordelijkheid voor uitgesproken. Daar hoort ook een zekere mate van monitoren en verantwoorden bij, zowel naar elkaar als naar het Rijk via de onderwijsinspectie. Tot slot zal in 2024 een tussen evaluatie van dit gemeentelijk onderwijskansenbeleid plaats vinden en in 2026 de eindevaluatie. Doelstelling 18: Streven naar een overzichtelijke monitoring van de gegevens en resultaten (Wettelijk kader) Voor de nieuwe beleidsperiode streven we naar een overzichtelijke monitoring van relevante gegevens en resultaten. Daarbij maken we een onderscheid tussen de kwantitatieve gegevens en de kwalitatieve gegevens. Kwantitatieve, meetbare gegevens. Kwalitatieve gegevens, gegevens die de resultaten meten van de ingezette middelen en maatregelen. Echter moet hierbij de kanttekening worden geplaatst dat het meten van gelijke onderwijskansen zeer moeilijk is. Dit heeft te maken met de jonge leeftijd van de doelgroep, en de vele omgevingsfactoren die een kind in ontwikkeling beïnvloeden. Daarom zullen op deze kwaliteitsaspecten, zoals bv. ouderbetrokkenheid, audits worden uitgevoerd.

De uitkomsten van deze audits dienen als input voor een (constante) kwaliteitsdialoog tussen gemeente, kinderopvangaanbieders, JGZ, schoolbesturen en ouders. Wat gaan we doen: Jaarlijks zullen de resultaten VVE worden gemonitord waarbij een kwaliteitsdialoog wordt gehouden. Elke twee jaar zal er een kwaliteitsmeting plaats vinden. Tevens heeft de gemeente de intentie een toeleidingsmonitor in te zetten om de toeleiding goed in kaart te brengen en tijdig te kunnen sturen (zie blz. 13). Tot slot zal elke 2 jaar de voortgang van de gezamenlijke doelen die gesteld zijn in het samenwerkingskader LEA worden geëvalueerd.

17

GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN

Doelstelling 19: De gemeente is regisseur, sparringpartner en verbinder (wettelijk kader) Waar het gaat om financiën, heeft de gemeente als subsidieverstrekker een controlerende taak. Dit is echter maar een klein onderdeel van de uitvoering van het gemeentelijk onderwijskansenbeleid. We hebben daarnaast de rol van netwerker en regisseur. Wat gaan we doen: Het is onze taak om bij het onderwijskansenbeleid verder te kijken dan alleen naar voor- en vroegschoolse educatie en aanvullende onderwijsactiviteiten vanuit het OAB, en de ambitie en thema’s te verbinden aan de taken die regulier op voorschoolse voorzieningen, scholen, passend onderwijs, op jeugdhulp, jeugdpreventie, en minimabeleid worden uitgevoerd. Dit doen we door actief samen te werken met partijen in o.a. de LEA en deze samenwerking constant te bevorderen, zodat de kwaliteit en het onderlinge aanbod gegarandeerd kunnen worden voor de kinderen van Nissewaard. Doelstelling 20: We hebben een goed lopende OAB-overlegstructuur (wettelijk kader en gemeentelijk beleid) Met het oppakken van de herstelopdracht voor VVE-beleid is er een werkgroep OAB opgezet die structureel aanwezig zal zijn. Daarnaast is het onderwerp OAB een vast agendapunt en onderdeel binnen het samenwerkingskader van de LEA, zodat bestuurlijke aspecten van het OAB goed geborgd zijn.

Op dit niveau wordt ook de voortgang van nieuwe OAB-activiteiten besproken. Wat gaan we doen: De werkgroep Onderwijsachterstanden is een structurele werkgroep waarin beleid geborgd, ontwikkeld en gemonitord wordt binnen de gemeente Nissewaard.

18

GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN

Bijlagen Bijlage 1 Wettelijke kaders Wet op het Primair Onderwijs Artikel 165. Activiteiten voor leerlingen met een grote achterstand in de Nederlandse taal Indien burgemeester en wethouders in samenwerking met de bevoegde gezagsorganen van de scholen, activiteiten ter bevordering van de beheersing van de Nederlandse taal op scholen willen verrichten met het oog op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden, wordt het onderwijs zodanig ingericht dat deze activiteiten plaatsvinden geheel of gedeeltelijk gedurende dan wel buiten het aantal uren onderwijs dat leerlingen op grond van artikel 8 tenminste ontvangen. Een leerling neemt slechts deel aan deze activiteiten als nadat de ouders van de leerling hun instemming schriftelijk kenbaar hebben gemaakt aan het bevoegd gezag. Artikel 166. Voorschoolse educatie 1) Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat er in een gemeente voldoende voorzieningen in aantal en spreiding zijn waar kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal, als bedoeld in artikel 167, eerste lid, deel kunnen nemen aan voorschoolse educatie die voldoet aan de bij of krachtens artikel 1.50b van de Wet kinderopvang vastgestelde bepalingen. Artikel 167. Afspraken voor- en vroegschoolse educatie 1) Burgemeester en wethouders voeren ten minste jaarlijks overleg en dragen zorg voor het maken van afspraken over: a.

met het oog op een zo groot mogelijke deelname van het aantal kinderen aan voorschoolse educatie: 1°. het vaststellen welke kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal in aanmerking komen voor voorschoolse educatie, 2°. de wijze waarop die kinderen worden toegeleid naar voorschoolse en vroegschoolse educatie, en 3°. de organisatie van een doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie, en b. resultaten van vroegschoolse educatie. 2) Burgemeester en wethouders voeren overleg en maken de afspraken, bedoeld in het eerste lid, met de volgende partijen: a. voor het eerste lid, onderdeel a: met de bevoegde gezagsorganen van scholen en de houders van kindercentra als bedoeld in de Wet kinderopvang in de gemeente, b. voor het eerste lid, onderdeel b: met de bevoegde gezagsorganen van scholen. Alle partijen werken mee aan de totstandkoming van de afspraken. 3) Een houder van een kindercentrum verwerkt persoonsgegevens met als doel de bevordering van een goede doorstroom naar het basisonderwijs. De gegevens die een houder van een kindercentrum verplicht overdraagt aan het bevoegd gezag van een basisschool over leerlingen die op de basisschool zijn ingeschreven, zijn het programma van voorschoolse educatie dat een leerling heeft gevolgd en de duur van het programma dat is gevolgd.

Houders van kindercentra maken afspraken met de basisscholen binnen een gemeente over de wijze van gegevenslevering. De bewaartermijn voor de overgedragen gegevens is twee jaar nadat het kind het kindercentrum heeft verlaten. Artikel 167a. Overleg onderwijsachterstandenbeleid 1) Burgemeester en wethouders en de bevoegde gezagsorganen van de scholen en de kinderopvang, bedoeld in de Wet kinderopvang in de gemeente voeren tenminste jaarlijks overleg over het voorkomen van segregatie, het bevorderen van integratie en het bestrijden van onderwijsachterstanden, de afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures en het uit het overleg voortvloeiende voorstel van het bevoegd gezag van in de gemeente gevestigde scholen om tot een evenwichtige verdeling van

19

GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN

leerlingen met een onderwijsachterstand over de scholen te komen. Het overleg is gericht op het maken van afspraken over de in de eerste volzin bedoelde onderwerpen. Deze afspraken hebben zoveel mogelijk het karakter van meetbare doelen. De inspectie rapporteert jaarlijks over de mate waarin die doelen worden bereikt. Burgemeester en wethouders kunnen de uitkomsten van het verplichte op overeenstemming gerichte overleg omzetten in bindende afspraken over onder andere de te realiseren prestaties en inspanningen, die – alvorens de afspraken tot stand komen – aan alle partijen worden voorgelegd. Indien het overleg over de voorgenomen bindende afspraken niet tot overeenstemming leidt, schrijven burgemeester en wethouders een nieuw overleg uit, waarbij zij initiatieven nemen tot het bereiken van een zo groot mogelijke consensus. Indien ook dit overleg niet tot overeenstemming leidt, vragen burgemeester en wethouders of een van de bevoegde gezagsorganen aan de geschillencommissie, bedoeld in het tweede lid, om een bindend advies. De geschillencommissie brengt binnen 4 weken aan burgemeester en wethouders dan wel aan het bevoegd gezag dat om het advies heeft verzocht, een bindend advies uit. Burgemeester en wethouders maken dit advies bekend aan de bevoegde gezagsorganen van de scholen en de kinderopvang, bedoeld in de Wet kinderopvang in de gemeente.

Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie In deze wet staan alle basisvoorwaarden voor de kwaliteit van voorschoolse educatie. Alle artikelen van deze wet zijn te lezen op https://wetten.overheid.nl/BWBR0027961/2020-08-01 Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) Deze wet wijzigt de Wet kinderopvang in verband met de herijking en harmonisatie van enige kwaliteitseisen voor kindercentra en peuterspeelzalen, de innovatie van die kwaliteitseisen en het aanpassen van enige eisen aan de kwaliteit van voorschoolse educatie. De wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang bestaat uit vier thema’s: - De ontwikkeling van het kind staat centraal - Veiligheid en gezondheid - Stabiliteit en pedagogisch maatwerk - Kinderopvang is een vak Per thema zijn er kwaliteitseisen opgesteld. Deze zijn te lezen op: https://www.veranderingenkinderopvang.nl/kwaliteit/wet-ikk Dit is een website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Alle artikelen van deze wet zijn te lezen op https://wetten.overheid.nl/BWBR0039785/2019-01-01 Wet Kinderopvang Artikel 1.50a De houder van een kindercentrum neemt deel aan het overleg tussen het college en de bevoegde gezagsorganen van scholen over het onderwijsachterstandenbeleid, bedoeld in de artikelen 167 en 167a van de Wet op het primair onderwijs en werkt mee aan de totstandkoming van de afspraken en de nakoming ervan.

Alle artikelen van deze wet zijn te lezen op https://wetten.overheid.nl/BWBR0017017/2021-07-01

20

GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN

Bijlage 2 Wie doet wat voor welk thema Thema 1: Ontwikkelen en verstevigen doorgaande leer- en ontwikkellijn Wie doet wat:

De gemeente • Neemt initiatief om de diverse partijen bij elkaar te krijgen en het gesprek te starten • Faciliteren van de mogelijkheid om afspraken te maken over de overgangsmomenten en de doorgaande leer en ontwikkellijnen. Gesubsidieerde voorschoolse voorziening • Stelt een VVE-aanspreekpunt aan die o.a. aanvullende afspraken maakt met de vroegschool • Spannen zich in om hun aanbod aan te laten sluiten op elkaar. • Zetten zich in voor een goede samenwerking tussen voor- en vroegschoolse voorzieningen. • Zorgen voor een goede overdracht (van de voorschoolse voorziening naar de basisschool) van alle beschikbare en relevante informatie over kinderen. Er is een warme overdracht bij kinderen die meer ondersteuning nodig hebben en kinderen die op de voorschoolse voorziening een VVE-indicatie hadden. Vroegschoolse voorziening • Stelt een VVE-aanspreekpunt aan o.a. aanvullende afspraken maakt met de voorschool • Spannen zich in om hun aanbod aan te laten sluiten op elkaar. • Zetten zich in voor een goede samenwerking tussen voor- en vroegschoolse voorzieningen. • Zorgen voor een terugkoppeling wanneer er onbekende hiaten in ontwikkeling blijken te zijn bij een leerling en leerlingen die met extra zorgen zijn overgedragen. Primair onderwijs • Zetten zich in voor een goede samenwerking tussen voor- en vroegschoolse voorzieningen.

• Spannen zich in om afspraken te maken over de overgang van primair naar voortgezet onderwijs • Spannen zich in om daar waar mogelijk hun aanbod aan te laten sluiten op elkaar Voortgezet onderwijs • Zetten zich in voor een goede samenwerking tussen voor- en vroegschoolse voorzieningen. • Spannen zich in om afspraken te maken over de overgang van primair naar voortgezet onderwijs • Spannen zich in om daar waar mogelijk hun aanbod aan te laten sluiten op elkaar.

Thema 2: Kwaliteit en toegankelijkheid verhogen Wie doet wat: De gemeente • Zorgt voor voldoende aanbod van peuteropvangplaatsen met voorschoolse educatie (in aantal en spreiding) en voorziet deels in de kosten van ouders die dit niet kunnen dragen. • Geeft JGZ, de welzijnsorganisatie (buurtteams) en de voorschoolse voorzieningen de opdracht om de toeleiding van de peuters naar de voorschoolse periode te optimaliseren. •Houd toezicht op de kwaliteit van de voorschoolse voorzieningen d.m.v. de GGD Rijnmond. Jeugdgezondheidszorg • Signaleren achterstanden in de taal- en/of sociaal emotionele ontwikkeling bij kinderen. • Bepalen aan de hand van de gemeentelijke doelgroepdefinitie of een peuter een vve-indicatie krijgt en registreren dit altijd in het systeem.

21

GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN

• Maken bij het vaststellen van een vve-indicatie (daar waar relevant) gebruik van screeningsinstrumenten. • Wijzen ouders op het belang van een voorschools aanbod en stimuleren hen tot deelname. • Nemen contact op met ouders wanneer blijkt dat een peuter met een vve-indicatie niet op een voorschoolse voorziening met vve is geplaatst. Welzijnsorganisatie (buurtteams) • Stimuleren ouders van jonge kinderen om gebruik te maken van het voorschoolse aanbod in Nissewaard. • Bieden indien nodig informatie en praktische hulp bij de inschrijving bij een voorschoolse voorziening.

Gesubsidieerde peuteropvangaanbieders • Zetten zich in om alle peuters te bereiken en werken hierin samen met de JGZ, de welzijnsorganisatie (buurtteams, VSMW etc.) en het basisonderwijs • Bieden ouders en peuters een passend aanbod zonder daarbij rekening te houden met de wijze van financiering. • Stimuleren ouders om hun peuters gebruik te laten maken van de maximale uren vve. • Spannen zich in voor een hoge pedagogisch-educatieve kwaliteit. • Rapporteren en monitoren jaarlijks de effecten van de voorschoolse educatie • Werken mee aan de kwaliteitsmonitoring • Nemen deel aan de VVE-themamiddag en het ROK-overleg bij minimaal het agendapunt Jonge kind. Vroegschoolse voorzieningen • Zetten zich in om alle peuters en kinderen te bereiken en werken hierin samen met de voorschool en de welzijnsorganisatie (buurtteams, SMW etc.) • Rapporteren en monitoren jaarlijks de effecten van de vroegschoolse educatie. • Werken mee aan de kwaliteitsmonitoring • Nemen deel aan de VVE-themamiddag en het ROK-overleg bij minimaal het agendapunt Jonge kind

Thema 3: Ouderbetrokkenheid bij de ontwikkeling van het kind Wie doet wat: De gemeente • Maakt met de betrokken partners een ouderbetrokkenheidsplan. Digitaalhuis en haar netwerk • Het aanbod van Digitaalhuis wordt in samenhang met andere taalaanbieders aangeboden • Zorgt ervoor dat ouderactiviteiten en taalaanbod voor laagtaalvaardige ouders elkaar inhoudelijk versterken. Ouders van kinderen met een vve-indicatie • Nemen deel aan ouderactiviteiten die gericht zijn op de betrokkenheid van ouders bij vve en stimulering van de ontwikkeling van hun kind • Voeren de meegekregen educatieve thuisactiviteiten met hun kind actief uit.

Voor- en vroegschoolse voorzieningen • Analyseren jaarlijks de wensen en behoeften die ouders hebben met betrekking tot de communicatie over de ontwikkeling van hun kind.

22

GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN

• Zorgen ervoor dat er regelmatig mondeling en schriftelijk uitwisseling met ouders plaats vindt over de ontwikkeling van hun kind en het VE-programma of lesmethode, zodat zij de kinderen samen optimaal kunnen begeleiden en ondersteunen. • De voorschool en de vroegschool betrekken ouders om de ontwikkeldoelen te behalen en de (educatieve) ontwikkeling te stimuleren van het kind in de thuissituatie met bijvoorbeeld het uitleggen, oefenen en meegeven van educatieve thuisactiviteiten. • Stimuleren ouders van kinderen met een vve-indicatie actief om deel te nemen aan alle ouderactiviteiten. • Herkennen de signalen van laaggeletterdheid bij ouders, gaan het gesprek aan en brengen hen eventueel in contact met het Taalhuis. Bibliotheek • Ondersteunt scholen en organisaties voor peuteropvang bij het op peil houden van boekencollecties en hoe peuterboeken actief gebruikt kunnen worden bij de taalontwikkeling. • Ondersteunt pedagogisch medewerkers en leerkrachten over de wijze waarop ouders gestimuleerd kunnen worden om voor te lezen.

Thema 4: Passende zorg en ondersteuning voor kinderen en leerlingen die dat nodig hebben Wie doet wat: Aangezien het programma Kinderogen nog in ontwikkeling is en de diverse lijnen nog niet zijn afgerond, worden hieronder enkel de zaken aangegeven die op dit moment helder zijn. De gemeente • Onderzoekt en ontwikkelt samen met de partners een plan om te gaan werken met een integraal voorschools ondersteuningsteam Samenwerkingsverband passend onderwijs • Geeft advies (zorg en onderwijs gerelateerd) en ondersteunt op de kinderopvang wanneer er twijfel is of een kind (zorgpeuter) zonder extra ondersteuning in het regulier basisonderwijs kan instromen of bij uitstroom naar het S(B)O en begeleidt het kind naar de juiste plek in het onderwijs. • Voert de portwachtersfunctie dyslexiezorg uit Voorschoolse voorzieningen • Signaleren zorgvragen tijdig. • De VE-coach bewaakt de doelen per kind en coaching/ intervisie aan de pedagogisch medewerkers op het gebied van kind ontwikkeling en pedagogisch/educatief handelen. • Gaan werken met de nieuwe werkwijze ontwikkeld in ROK 8 Kinderogen lijn 2 Vroegschoolse voorziening • Zorgt voor een terugkoppeling wanneer er onbekende hiaten in ontwikkeling blijken te zijn bij een leerling en leerlingen die met extra zorgen zijn overgedragen.

• Gaan werken met de nieuwe werkwijze ontwikkeld in ROK 8 Kinderogen lijn 2 Rollen werkwijze samenwerking educatie onderwijs jeugdhulp: Kinderogen lijn 1 Voor schoolmaatschappelijk werk • Zijn onderdeel van de zorgstructuur in de voorschool •Verbinding leggen met de schoolmaatschappelijk werk bij de overdracht naar het primair onderwijs.

23

GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN

• • • • • • • • •

Expertise: systematische aanpak van het gezin in relatie tot familie, buurt en samenleving Biedt kortdurende psychosociale begeleiding aan ouder en kind Is onderdeel van de zorgstructuur op de (voor)school (onderdeel van de structurele basisondersteuning van de school) Verbindt alle betrokkenen rondom het kind Heeft vaste overlegmomenten met leerkracht, IB-er, SB-er Contact met leerkrachten, heeft een directe verbinding met de school Individuele contacten met ouders Groepswerk (o.a. trainingen op het gebied van sociale vaardigheden, sociale weerbaarheid en faalangst) Heeft kennis van het (voor)veld

Schoolbegeleider Kindkracht (SB-er) • Expertise: onderwijsbegeleiding, pedagogische ontwikkeling van kinderen • Verricht handelingsgerichte diagnostiek • Beslist over verrichten van psychodiagnostisch onderzoek ten behoeve van leerlingen met ontwikkelings-, leer-, werkhoudings-, en/of gedragsproblemen • Voert adviesgesprekken met leerkrachten, intern begeleiders en ouders, het bewaken van de inhoud, kwaliteit en continui ̈teit van de zorgstructuur • Adviseert over het verbeteren van de kwaliteit van de basisondersteuning in de scholen en het ROK als geheel en denkt mee over de doorontwikkeling van het samenwerkingsverband • Verleent handelingsgerichte begeleiding • Levert een bijdrage aan de ontwikkeling en de beleidsvorming van het vakgebied op niveau van school, ROK’s en samenwerkingsverband Lid Jeugdondersteuningsteam (JOT-er) • Expertise: ondersteuning gezinnen, opvoedvragen, inzet specialistische hulp • Verheldert de hulpvraag van het gezin op alle leefgebieden, betrekt daarbij het sociale netwerk • Onderzoekt samen met het gezin wat het zelf kan doen en wat netwerk kan ondersteunen • Kijkt of en welke hulpverlening passend is • Stelt een gezinsplan op met doelen en afspraken • Verleent toegankelijke hulp aan gezinnen • Is aanspreekpunt voor alle hulpverlening • Draagt zonodig zorg voor de inzet van specialistische hulp, geeft beschikkingen af Jeugdverpleegkundige/ arts

JGZ • Expertise: vroegsignalering, brede blik op ontwikkeling (lichamelijk, sociaal, psychisch en cognitief), medische blik, vraagstukken m.b.t. opvoeden en opgroeien • Heeft een advies en informatiefunctie richting ouders en partners in het veld • Stemt af met partners in het veld (school, POH GGZ of JOT), na toestemming van ouders • Ziet elk kind op vaste momenten voor gezondheidsonderzoek • Heeft meerjarig overzicht van de ontwikkeling van kinderen • Heeft de wettelijke taak tot volgen van de ontwikkeling van kinderen • Legt contact met school (leerkracht, IB-er, SMW-er) • Denkt mee over benodigde ondersteuning • Preventieve Ondersteuning op maat, o.a. Pedagoog van het JGZ kan opvoedondersteuning, jeugdverpleegkundige of jeugdarts kan kortdurende ondersteuning geven • Ingang bij huisartsen, ziekenhuizen, logopedisten, diëtisten. Verwijst indien er meer nodig is door naar POH GGZ of JOT

24

GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN

Thema 5: Extra aanbod preventie en (taal)ontwikkeling zodat al het ontwikkelpotentieel van kinderen wordt ontdekt en benut. Wie doet wat: De gemeente • Faciliteert de onderwijstijd verlenging • Onderzoekt met partners met hoe de aansluiting tussen voorschool en het regulier onderwijs en de taalschool/ISK verbeterd kan worden Gesubsidieerde peuteropvangaanbieders • Stimuleren de taal- en leesontwikkeling • Bieden onderwijstijd verlenging aan • Draagt bij aan het onderzoeken hoe de aansluiting en instroom tussen de voorschool en de taalschool verbeterd kan worden Basisonderwijs • Bieden onderwijstijd verlenging aan • Draagt bij aan het onderzoeken hoe de aansluiting tussen het regulier onderwijs en de taalschool/ISK verbeterd kan worden • Stimuleren de taal- en leesontwikkeling

Thema 6: Ruimte voor een brede ontwikkeling van elk kind Wie doet wat: De gemeente • Neemt het initiatief tot het ontwikkelen van de gelijke kansentafel en het aansluiten bij de gelijke Kansen alliantie • Werkt samen met voorscholen en basisonderwijs om een dekkend aanbod te ontwikkelen in het kader van NPO Jeugdgezondheidszorg en welzijnsorganisatie • Neemt deel aan de gelijke kansentafel en levert input voor het aansluiten bij de gelijke Kansen alliantie Gesubsidieerde peuteropvangaanbieders, basisonderwijs en voortgezetonderwijs • Neemt deel aan de gelijke kansentafel en levert input voor het aansluiten bij de gelijke Kansen alliantie • Werkt samen met de gemeente om een dekkend aanbod te ontwikkelen in het kader van NPO

25

GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN

Bijlage 3 Indeling peuters in groepen en ouderbijdrage De totale groep peuters die in aanmerking komen voor een voorschools aanbod is te verdelen in vier subgroepen. We kennen de volgende indeling: - Peuters met een vve-indicatie van wie de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag - Peuters met een vve-indicatie van wie de ouders wel recht hebben op kinderopvangtoeslag - Peuters zonder vve-indicatie van wie de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag - Peuters zonder vve-indicatie van wie de ouders wel recht hebben op kinderopvangtoeslag Alle ouders betalen voor de eerste 8 uren peuteropvang een inkomensafhankelijke ouderbijdrage. Dit bedrag wordt tot de gemeentelijke kostprijs aangevuld door - de kinderopvangtoeslag + een gemeentelijke bijdrage; of - een gemeentelijke bijdrage. De kinderopvangtoeslagtabel die door het rijk jaarlijks wordt opgesteld voor de berekening van de kinderopvangtoeslag is hierbij een belangrijk onderdeel. Voor peuters met een vve-indicatie zijn de tweede 8 uren peuteropvang in zijn geheel voor rekening van de gemeente en ontvangt de ouder dus kosteloos.

26

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11088455/1