Bijlagen 1 Gemeentelijk Onderwijskansenbeleid Nissewaard 22-26
Tekst van het document
Het Gemeentelijk Onderwijskansenbeleid Een kansrijke toekomst begint hier!
2022-2026
Samenvatting Sinds de jaren zeventig is er in Nederland specifiek onderwijsachterstandenbeleid dat zich richt op het vergroten van kansen voor kinderen. Ook Nissewaard kent al vele jaren een onderwijsachterstandenbeleid (oab) met als doel om (taal)achterstanden van kinderen vroegtijdig te signaleren, te verminderen en te voorkomen. Daarbij is de gemeente primair verantwoordelijk voor de voorschoolse periode. Het basisonderwijs is primair verantwoordelijk voor de aanpak van onderwijsachterstanden binnen het basisonderwijs. De ambitie van de gemeente Nissewaard is om peuters en kleuters met een risico op of (taal)achterstand zo goed mogelijk voor te bereiden op de basisschool, zodat ze met zo min mogelijk achterstand en met veel mogelijk kansen naar groep 3 kunnen. Landelijk is er sinds 2019 extra geld beschikbaar voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid. Door een nieuwe verdeelsystematiek nam het oab-budget voor Nissewaard toe. Dit stelt ons in staat om te kunnen blijven investeren in de kwaliteit van voorschoolse en vroegschoolse educatie (VVE). Het grootste deel van het budget is nodig om aan de nieuw gestelde eisen te voldoen. In dit beleidsdocument staat weergegeven hoe de gemeente Nissewaard deze middelen gaat inzetten in de periode 2022-2026. Tot slot is er door het ministerie OCW n.a.v.
de coronapandemie besloten om extra middelen voor de gemeente (Nationaal programma onderwijs) beschikbaar te stellen om opgelopen leervertragingen te verminderen. De inzet van de gemeentelijke NPO-middelen zal in overleg met de kinderopvang en het onderwijs nader worden bepaald. Wat willen we bereiken Wij willen dat kinderen bij de start van het basisonderwijs zo min mogelijk achterstand hebben en zo kansrijk mogelijk starten in groep 3. We investeren dus fors in voorschoolse educatie. Daarnaast ondersteunen wij het (basis)onderwijs zodat wij gezamenlijk onderwijsachterstanden in het onderwijs kunnen bestrijden. Daarom zijn de volgende thema’s opgesteld voor de komende beleidsperiode: Thema 1: Het ontwikkelen en verstevigen van de doorgaande leer- en ontwikkellijn Thema 2: De kwaliteit en toegankelijkheid van (voor)scholen verhogen Thema 3: Ouderbetrokkenheid bij de ontwikkeling van het kind vergroten Thema 4: Passende zorg en ondersteuning voor leerlingen die dat nodig hebben Thema 5: Extra aanbod preventie en (taal)ontwikkeling Thema 6: Ruimte voor een brede ontwikkeling bij elk kind Thema 7: Het monitoren van de afspraken en de regierol van de Gemeente De gemeentelijke ambitie, thema’s en doelstellingen zijn besproken in de werkgroep OAB en de LEA waardoor draagvlak is ontstaan bij de partners en zij instemmen met het gemeentelijk onderwijskansenbeleid.
Samen met de partners zullen de doelstellingen nader worden uitgewerkt.
GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN
1
Inhoud
Voorwoord ................................................................................................................................. 2 1 Inleiding: van (taal)achterstand naar onderwijskans .............................................................. 3
2
1.1
Landelijke wijzigingen in wet- en regelgeving ............................................................. 4
1.2
Visie Onderwijskansenbeleid ....................................................................................... 4
1.3
Randvoorwaarden ....................................................................................................... 6
1.4
Integraliteit .................................................................................................................. 6
1.5
Leeswijzer .................................................................................................................... 7
Inhoudelijke thema’s voor onderwijskansen ...................................................................... 8 2.1
Thema 1: Ontwikkelen en verstevigen doorgaande leer- en ontwikkellijn ................ 8
2.2
Thema 2: Kwaliteit en toegankelijkheid verhogen ...................................................... 9
2.3
Thema 3: Ouderbetrokkenheid bij de ontwikkeling van het kind ............................. 12
2.4 Thema 4: Passende zorg en ondersteuning voor kinderen en leerlingen die dat nodig hebben........................................................................................................................ 13 2.5 Thema 5: Extra aanbod preventie en (taal)ontwikkeling zodat al het ontwikkelpotentieel van kinderen wordt ontdekt en benut. .............................................. 15 2.6
Thema 6: Ruimte voor een brede ontwikkeling van elk kind .................................... 16
2.7
Thema 7: Het monitoren van de afspraken en de regierol van de gemeente .......... 17
Bijlagen ..................................................................................................................................... 19 Bijlage 1 Wettelijke kaders ................................................................................................... 19 Bijlage 2 Wie doet wat voor welk thema ............................................................................. 21 Bijlage 3 Indeling peuters in groepen en ouderbijdrage ...................................................... 26
1
GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN
Voorwoord Wie op jonge leeftijd achteropraakt in het onderwijs, moet daarna alles op alles zetten om die achterstand weer in te lopen. Dat onderstreept het belang van een goede start in het onderwijs. Voor álle kinderen in Nissewaard. Want zo krijgen zij de kans zich optimaal te ontwikkelen en een stevige basis te leggen voor hun toekomst. Toch zijn er kinderen voor wie zo’n goede start niet vanzelf gaat. De gedachte dat elk kind het beste uit zichzelf kan halen wanneer hem/haar de goede kansen worden geboden, leidt ertoe we in deze nota niet spreken over de landelijke term onderwijsachterstanden, maar over het bevorderen van onderwijskansen. Met dit beleid willen we (risico op) achterstanden zo veel mogelijk voorkomen door het bieden van zo veel mogelijk kansen. En als er toch achterstanden zijn, bieden we een effectieve aanpak om deze zo snel mogelijk te verminderen. Dat doen we samen met onze partners en vooral met alle ouders. Hun bijdrage is tenslotte het belangrijkst om hun kinderen de start te geven die ze verdienen. We hebben de afgelopen jaren stappen gezet, maar we zijn er nog niet. Ik zie dat de kansenongelijkheid in het onderwijs groeit en dat voor- en vroegschoolse educatie versterkt moet worden. Daarom is kansen voor elk kind voor mij de kapstok van het Nissewaard onderwijsbeleid. Samen met de andere thema’s moet het bijdragen aan onze allerbelangrijkste ambitie.
Namelijk dat we er samen met kinderopvangorganisaties, onderwijsinstellingen, pedagogisch medewerkers, leraren en ouders voor zorgen dat alle Nissewaardse kinderen en jongeren de beste kansen op educatie en onderwijs krijgen. Iedereen heeft talent en verdient dezelfde kansen om zich breed te ontwikkelen en hun talent te ontdekken. Educatie en onderwijs is hierbij de sleutel tot succes! De bedoeling van het onderwijskansenbeleid is dat we bij alle kinderen en jongeren eruit halen wat erin zit. Waarom zou je als kind van ouders die laaggeletterd zijn niet naar de havo kunnen? En waarom zijn we niet supertrots op een jongere die met een mbo 2-diploma op zak aan de slag gaat in de bouw? Kansen voor elk talent! Daar gaat het om. Natuurlijk ben ik mij ervan bewust dat we dit alleen voor elkaar kunnen krijgen met diverse partners zoals de kinderopvang en het onderwijs. Het echte werk wordt tenslotte in de groep en klas gedaan. En hoe! Op mijn werkbezoeken zie en spreek ik alleen maar bevlogen en hardwerkende mensen. Zij maken het verschil. Voor de toekomst van alle Nissewaardse kinderen en jongeren en voor de toekomst van Nissewaard. We investeren in professionalisering van pedagogisch medewerkers en leerkrachten om een kwalitatief goed aanbod te behouden. Voor die kwaliteit is het van belang elkaar scherp te houden en kritisch te kijken naar wat goed gaat en wat beter kan.
We willen dat kinderen opgroeien in een omgeving die ze prikkelt, stimuleert en ruimte biedt om zichzelf en hun omgeving te ontdekken. Jonge kinderen hebben dat nodig, zij leren door te doen en te ontdekken. Zo ontwikkelen ze ook hun taalvaardigheid waarmee ze een basis leggen voor een kansrijk toekomstperspectief! Ik ga ervan uit dat we met goede samenwerking de komende jaren resultaten gaan boeken. Daarbij wens ik iedereen veel succes. Wouter Struijk Wethouder Onderwijs en Jeugd
2
GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN
1 Inleiding: van (taal)achterstand naar onderwijskans Nissewaard telt ongeveer 17.000 leerlingen in de leeftijd van 2 tot 18 jaar, van peuters die spelenderwijs het verschil ontdekken tussen “ik” en “de ander” tot en met studenten op het mbo die stagelopen en alle leeftijdscategorieën daartussen. Goed onderwijs biedt kansen en stelt alle kinderen, jongeren en (jong)volwassenen in staat hun talenten te ontdekken en te benutten, een plaats te vinden in de samenleving, werk te vinden dat bij hen past en zich verder te ontwikkelen. Leren loont - ook voor de samenleving. Hoe beter iemand in staat is zijn talenten te ontwikkelen, hoe groter de kans op een baan en hoe groter de bijdrage aan de samenleving en de economie. Des te beter kun je inspelen op nieuwe omstandigheden, uitdagingen en kun jezelf je toekomst vormgeven. Daarom investeert Nissewaard in onderwijs en kennis; in voor- en vroegschoolse educatie en schoolontwikkeling. Sommige kinderen stappen het basisonderwijs in met een risico op of een (taal)achterstand. Het is van belang dat kinderen een achterstand in hun ontwikkeling en/of de Nederlandse taal op jonge leeftijd inhalen. Wie moeite heeft zich de taalvaardig te maken, riskeert ook achterstand in andere vakken en vaardigheden in het onderwijs. Taal is immers dé manier waarmee kennis en informatie overgebracht wordt.
Het is de manier waarop we ervaringen uitwisselen, meningen delen en de wereld van kinderen vergroot wordt. De effecten van vroegtijdige investeringen in het tegengaan en verminderen van onderwijsachterstanden bij jonge kinderen, zijn over het algemeen groter dan investeringen die op latere leeftijd gericht zijn op het wegwerken van achterstanden. Gemeenten en partners zijn daarom wettelijk verplicht zich in te spannen om kinderen vanaf een zo jong mogelijke leeftijd zoveel mogelijk kansen te bieden. Het is voor gemeenten een wettelijke verplichting (zie bijlage 1) om in het kader van het landelijke onderwijsachterstandenbeleid (OAB) voldoende en gespreide voorschoolse educatie in de peuteropvang aan te bieden én het financieel toegankelijk te houden voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag. De gemeenten en peuteropvangaanbieders maken hierover afspraken. Ook is de gemeente verplicht om afspraken te maken over de indicatiestelling en toeleiding naar de voorschoolse educatie op de peuteropvang en de overgang (overdracht en doorlopende leerlijn) naar en resultaten van de vroegschoolse educatie op de basisschool. De basisscholen zijn op hun beurt verplicht om in de periode van 4 tot en met 6 jaar vroegschoolse educatie in groep 1 en 2 aan te bieden aan kinderen met een taalachterstand. Middelen hiervoor ontvangen scholen rechtstreeks vanuit het Rijk.
In bijlage 3 vindt u het voor- en vroegschools educatie beleid. Naast het wettelijk kader waar de gemeente Nissewaard extra aandacht aan besteed voert de gemeente al jarenlang structureel meer uit dan de wettelijke verplichting, dit is dan ook het gemeentelijke onderwijskansenbeleid. De gemeente is zich ook bewust dat een brede ontwikkeling en het welzijn van kinderen belangrijk is om tot leren en (cognitieve) ontwikkeling komen. Samen met de peuteropvangaanbieders, onderwijs- en jeugdpartners werkt de gemeente Nissewaard aan het onderwijskansenbeleid om ieder kind op jonge leeftijd in Nissewaard kansen in het onderwijs te kunnen bieden. Er wordt daarom in deze nota niet gesproken over de landelijke term onderwijsachterstanden, maar over het bevorderen van onderwijskansen. De gemeentelijke ambitie thema’s en doelstellingen die in deze nota staan zijn besproken in de werkgroep OAB en de LEA waardoor draagvlak is ontstaan
3
GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN
bij de partners en zij ingestemd hebben met het gemeentelijk onderwijskansenbeleid. Samen met de partners zullen de doelstellingen nader worden uitgewerkt.
1.1
Landelijke wijzigingen in wet- en regelgeving
De laatste beleidsnota over onderwijskansen in de gemeente Nissewaard dateert uit 2014. Sinds deze nota is (en wordt) het landelijk beleid gewijzigd op de volgende punten: - Vanaf 1 januari 2016 zijn gemeenten verplicht om voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, peuteropvang financieel toegankelijk te maken. Ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag kunnen voor een gereduceerd tarief gebruik maken van een 8 uren peuteropvang. Dit maakt de peuteropvang toegankelijk voor deze doelgroep met (veelal) een kleine beurs, en het draagt dus bij aan de aanpak van kansenongelijkheid. Per 1 januari 2018 zijn peuterspeelzalen omgevormd tot peuteropvang. Dat is geregeld in de Wet harmonisatie kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Peuterspeelzalen moeten hiermee gaan voldoen aan dezelfde kwaliteitseisen die gelden voor kinderdagverblijven. Ouders betalen nu een wettelijk verplichte inkomensafhankelijke bijdrage. Alle ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag, kunnen deze via de Belastingdienst aanvragen. Voor ouders die hier geen recht op hebben zijn gemeenten verplicht een financieel toegankelijke peuteropvang te creëren. - Het Rijk heeft per 1 januari 2019 de verdeelsleutel van de OAB-middelen herzien en in een periode van 4 jaar zal iedere gemeente toegroeien naar een nieuw OAB-budget.
Voor het jaar 2020 ontving de gemeente Nissewaard ruim € 3,2M aan OAB-middelen, in 2021 is dit gestegen naar bijna € 3,5M. Naar verwachting stijgt dit naar circa € 3,5-3,6M in 2022. Na 2022 vindt er herijking plaats. Er zijn geen signalen die duiden op grote wijzigingen en dus durven we met enige voorzichtigheid vast te stellen dat we ook in de jaren 2023-2026 circa € 3,5M aan OABmiddelen per jaar zullen gaan ontvangen. Vanaf 1 augustus 2020 heeft minister Slob hogere eisen gesteld aan voorschoolse educatie. Het aantal uur voorschoolse educatie voor VVE-doelgroepkinderen in de leeftijd tussen 2,5 jaar en 4 jaar is verhoogd van 600 uur naar 960 uur. (Gerekend met een 40-wekenrooster betekent dit een stijging van 10 uur naar 16 uur per week per doelgroepkind). - Naast het uitbreiden van het aantal uur voorschoolse educatie, zet minister Slob ook in op de inhoudelijke kwaliteit op de peuteropvang. Per 1 januari 2022 moeten de aanbieders een pedagogisch VE-coach/beleidsmedewerker inzetten ten behoeve van de verhoging van de kwaliteit van de voorschoolse educatie. De uren zijn afhankelijk van het aantal daadwerkelijk geplaatste doelgroepkinderen per teldatum 1 januari van ieder jaar. De geschetste rijkswijzigingen uit 2016 t/m 2021 zijn reeds in het beleid en de uitvoering hiervan geïmplementeerd.
Eén van de grootste veranderingen, de uitbreiding van voorschoolse educatie van 600 naar 960 uur, vond per 1 augustus 2020 plaats. De inzet van een pedagogisch coach is in Nissewaard als eis aan de aanbieders gesteld per 2022.
1.2
Visie Onderwijskansenbeleid
In Nissewaard wordt al jaren door alle betrokken partners (jeugdgezondheidszorg, voorschoolse voorzieningen, onderwijs en gemeente) gewerkt aan een brede inzet op onderwijskansen. Onderwijskansen is dan ook een belangrijk thema op de Lokale Educatieve Agenda (LEA) evenals de
4
GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN
Regionale Educatieve Agenda (REA). Dit zijn de agenda’s waar de gemeente samen met betrokken partners gezamenlijke afspraken heeft gemaakt over kansengelijkheid in het onderwijs. In gezamenlijkheid is met de betrokken partners de lokale educatieve visie voor de toekomst vormgegeven: Alle kinderen in de gemeente Nissewaard krijgen volop kansen om zichzelf duurzaam, breed, gezond en veilig te ontwikkelen en hun talenten te benutten. In de gemeente Nissewaard streven we ernaar om kinderen gelijke en eerlijke kansen te bieden in educatie en het onderwijs. We willen dat alle kinderen het maximale uit zichzelf kunnen halen en hun talenten optimaal kunnen ontwikkelen. In Nissewaard gaan we uit van de ontwikkelkansen van het kind. De ambitie van het Nissewaard onderwijskansenbeleid is dat kinderen, ongeacht hun achtergrond en binnen hun eigen individuele mogelijkheden, optimaal hun (schoolse) vaardigheden kunnen ontwikkelen waardoor kansengelijkheid in het onderwijs toeneemt. Onder deze vaardigheden wordt niet alleen de cognitieve ontwikkeling (taal- en rekenvaardigheden) verstaan. De brede ontwikkeling (met ook de sociaal- emotionele-, motorische- en morele-ontwikkeling) en het welzijn van kinderen is in onze visie een noodzakelijke voorwaarde voor de cognitieve ontwikkeling.
Het hoofddoel van de gemeente met het onderwijskansenbeleid is dat kinderen bij de start van het basisonderwijs zo min mogelijk achterstand hebben zodat er zo veel mogelijk onderwijskansen zijn. Dit betekent dat wij ons extra inspannen om de juiste, passende ondersteuning in de voorschoolse periode aan te bieden. Binnen het onderwijskansenbeleid is en blijft dit onze hoogste prioriteit. Preventief werken en vroeg signaleren om ontwikkelingsachterstanden waar mogelijk bij jonge kinderen te voorkomen of te verminderen, zodat zij goed voorbereid het onderwijs instromen en kansen kunnen pakken en benutten. Daarom is een groot deel van het beleid gericht op de voor-en vroegschoolse periode (2 tot 6 jaar). Tegelijkertijd weten wij dat niet alle onderwijsachterstanden bij de start van het onderwijs verdwenen zijn. Daarnaast zijn er ook kinderen met een onderwijsachterstand die tussentijds instromen in het onderwijs. Wij constateren dat het onderwijs primair verantwoordelijk is om – wanneer dit het geval is - deze achterstanden te verminderen. Tevens ziet de gemeente Nissewaard het als haar taak om het onderwijs hierbij te ondersteunen, maar laten de regie bij het onderwijs. Het tweede doel van de gemeente met het onderwijskansenbeleid is het onderwijs ondersteunen zodat zij onderwijsachterstanden kunnen bestrijden en kansen kunnen bevorderen.
De gemeente treedt op als regisseur waar het gaat om het realiseren van verbindingen tussen partijen binnen het netwerk rondom kinderen, VVE-beleid en de LEA. Kansengelijkheid is dan ook het centrale thema van dit onderwijsbeleid. We zetten in op zeven thema’s: 1. Het ontwikkelen en verstevigen van de doorgaande leer- en ontwikkellijn met extra aandacht voor overgangsmomenten om de tweedeling tussen leerlingen in de huidige praktijk te verkleinen en de uitval te verminderen; 2. De kwaliteit en toegankelijkheid van (voor)scholen. Een kwalitatief goed en gevarieerd aanbod aan (voor) scholen in de hele stad, zorgt ervoor dat alle leerlingen worden uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen en vermindert segregatie; 3. Ouderbetrokkenheid bij de ontwikkeling van het kind zodat de ouders weten hoe het kind zich ontwikkelt en zij de ontwikkeling thuis kunnen stimuleren; 4. Passende zorg en ondersteuning voor leerlingen die dat nodig hebben om in hun schoolloopbaan succesvol te kunnen zijn;
5
GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN
5. Extra aanbod preventie en (taal)ontwikkeling om te zorgen dat al het ontwikkelpotentieel van kinderen wordt ontdekt en benut; 6. Ruimte voor een brede ontwikkeling van elk kind. Door een brede ontwikkeling wordt talent aangemoedigd, ondersteunt en ruimte geboden; 7. Het monitoren van de afspraken en de regierol van de gemeente.
1.3
Randvoorwaarden
We benoemen expliciet welke randvoorwaarden er gelden bij dit beleid. 1. De besteding van de middelen moeten passen binnen de Wet Primair onderwijs in de jaarrekening. Het betreft hier een specifieke geoormerkte uitkering en dus mag het alleen voor dit doel worden ingezet. 2. We zetten alleen (nieuwe) activiteiten in die draagvlak hebben bij het voorschoolse veld en/of het onderwijsveld. 3. Speciaal (basis)onderwijs valt buiten de scope van de OAB-middelen, daarvoor gelden andere geldstromen.
1.4
Integraliteit
Er zijn binnen de gemeente meerdere beleidsterreinen die te maken hebben met het vergroten van kansen van kinderen. Vanuit een integrale focus op het optimaliseren van kansen voor kinderen kunnen de volgende initiatieven binnen het sociale domein elkaar gaan versterken: - Armoedebeleid De gemeente Nissewaard heeft specifiek aandacht voor armoede bij gezinnen met kinderen. Opgroeien in armoede heeft een grote impact op de toekomst van kinderen. Het voorkomen van armoede als belemmering om mee te doen in onze samenleving vormt dan ook één van de speerpunten in het armoedebeleid. Ook kinderen die opgroeien in gezinnen met een laag inkomen moeten kunnen meedoen aan sport, cultuur, sociale activiteiten op school of in hun vrije tijd. Daar zijn binnen het armoedebeleid ook voorzieningen voor. - Laaggeletterdheid en volwasseneducatie Als (één van beide) ouders laaggeletterd zijn, dan heeft dat grote invloed op de taalontwikkeling van hun kinderen. Kinderen hebben dan een veel grotere kans om op latere leeftijd ook laaggeletterd te worden. Vanuit de middelen voor volwasseneducatie (WEB) bieden we, na afronding van verplichte inburgering, trajecten ter ontwikkeling van de basisvaardigheden-, zoals rekenen, computervaardigheden en de Nederlandse taal. Het Digitaalhuis vervult een verbindende rol en is een belangrijke schakel tussen samenleving en de nieuwkomer.
In dit kader zijn taalmaatjes actief. In deze beleidsnotitie leggen we de verbinding met de aanpak van laaggeletterdheid in Nissewaard. - Jeugdhulp en passend onderwijs Het onderwijskansenbeleid richt zich op de ondersteuning van kinderen met (risico op) achterstanden in de (taal)ontwikkeling, zorgbehoefte en de bredere ontwikkeling van het kind. Naast ontwikkelingsproblemen op het gebied van taal kan er ook sprake zijn van andere problematiek. Dit vraagt een goede samenwerking tussen de voorschoolse voorzieningen en school met de jeugdhulp van de gemeente, de buurtteams en met het samenwerkingsverband voor passend onderwijs. -Preventief jeugdbeleid Gemeente Nissewaard zet via het lokaal preventief jeugdbeleid zich in om kinderen kansrijk, gezond en veilig te laten opgroeien. Dit doet de gemeente om ouders en kinderen daar wanneer er (kleine) vragen zijn eventuele ondersteuning te kunnen bieden waar dat nodig is en te zorgen dat vragen niet uitgroeien tot grote vragen waar het JOT of gespecialiseerde jeugdzorg voor nodig is.
6
GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN
De gemeente draagt zorg voor het faciliteren en coördineren van het netwerk van partners (nabij, laagdrempelig en passend) om gezinnen heen. Daarnaast draagt zij zorgt voor het beschikbaar zijn van o.a. uitvoering van de jeugdgezondheidszorg, inzet van schoolmaatschappelijk werk, jongerenwerk en andere inzet die nodig is in Nissewaard. Deze inzet (en de vraag die speelt per wijk/gebied) veranderend, de gemeente neemt de regie om het aanbod steeds passend te laten zijn op de vraag (via wijkaanpakken). Tevens zet de gemeente in (samen met partners en overige gemeenten in de regio) om de kwaliteit die nodig is te verbeteren (bijvoorbeeld via programma Kinderogen). Aansluiting bij de leefwereld van kinderen en ouders is daarbij van cruciaal belang evenals de samenwerking met o.a. kinderopvang, onderwijs. - Sociaal medische indicatie Ouders kunnen door bepaalde medische of sociale omstandigheden tijdelijk (extra) opvang voor hun kinderen nodig hebben. Wanneer de kosten niet (voldoende) gedekt worden door bestaande financieringsregelingen voor kinder- en peuteropvang hebben gemeenten de mogelijkheid om ouders in dergelijke situaties tijdelijk financieel te ondersteunen op basis van een indicatie. De SMI-regeling zorgt er niet alleen voor dat ouders tijd krijgen te herstellen, maar brengt ook een potentieel kwetsbare groep ouders en kinderen in beeld.
Voor deze groep is het van belang om snel te signaleren of er wellicht sprake is van andere (meervoudige) problematiek en of er zwaardere hulp nodig is. De SMI-regeling kan daarmee een belangrijke preventieve functie vervullen omdat het mogelijk problematische opvoedsituaties aan het licht kan brengen. -Actieprogramma kansrijke start De eerste 1000 dagen van een kind zijn cruciaal voor een goede start en een optimale ontplooiing op latere leeftijd. Het programma kansrijke start richt zich daarom op de gezondheid van een kind voor, tijdens en na de geboorte. Juist omdat de ontwikkeling van een kind in die periode razendsnel gaat, is het van fundamenteel belang dat deze goed verloopt. De gemeente zet het landelijke programma Kansrijke Start in (zowel regionaal als lokaal) om de verbinding tussen de medische wereld (ziekenhuizen, verpleegkundigen, kraamzorg huisartsen etc.) en het sociale domein (JGZ, de gemeente, SMW, armoedebeleid etc.) te verbeteren. Inzet voor, tijdens en na de zwangerschap is van belang om kansen van kinderen te vergroten. Professionals die werken voor, tijdens en na de zwangerschap moeten daarom in verbinding staan met partners in het sociaal domein om bij signalen snel en van dichtbij ondersteuning te bieden. - Beleid ‘werk, inkomen, meedoen’ In de gemeente Nissewaard vinden we het belangrijk dat inwoners meedoen en bijdragen aan de samenleving.
Bij meerdere beleidsterreinen richten we ons op het verbeteren van omstandigheden van die inwoners die dit niet zelfstandig kunnen. De uitvoering van deze wet is onderdeel van het bredere beleid voor zelfredzaamheid, hulp en ondersteuning van inwoners.
1.5
Leeswijzer
Deze nota beschrijft de ambitie, doelen van en kaders voor het onderwijskansenbeleid van Nissewaard voor de komende jaren. In hoofdstuk 2 worden de thema’s en doelen uitgewerkt. Bij elke ambitie staat beschreven wat van wie wordt verwacht. En per doelstelling wordt aangegeven of deze behoort tot het wettelijk kader (WPO) of het gemeentelijk beleid. De beleidsnotitie bevat ook enkele bijlagen. De eerste bijlage bevat de wettelijke kaders. In de tweede bijlage wordt ingegaan op wat van wie wordt verwacht per thema. De derde bijlage bevat de verschillende categorieën peuters en de bijbehorende financieringsstructuur.
7
GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN
2
Inhoudelijke thema’s voor onderwijskansen
In dit hoofdstuk worden de thema’s en bijbehorende doelen nader uitgewerkt. Bij elk thema staat wordt aangegeven per doelstelling of deze behoort tot het wettelijk kader (WPO) of het gemeentelijk beleid. Tot slot wordt er per doelstelling aangegeven hoe de doelstelling bereikt wordt en in welke periode.
2.1
Thema 1: Ontwikkelen en verstevigen doorgaande leer- en ontwikkellijn
Opvang en (basis en voortgezet) onderwijs voorkomen, samen met (jeugd)zorg, breuklijnen in de ontwikkeling van kinderen en organiseren een ononderbroken leerlijn voor alle kinderen voor, tijdens en na de overgangsmomenten. Op die manier kan de kennis die in een eerdere fase is opgedaan over de ontwikkeling van een kind meegenomen worden naar een nieuwe leer- en ontwikkelfase (en hoeft dat niet opnieuw ‘ontdekt’ te worden) en ondersteuning geboden worden bij het overgangsmoment. Een doorlopende leer- en ontwikkellijn bij overgangsmomenten is een voorwaarde om dit te realiseren. In het selectieve Nederlandse onderwijssysteem zijn de verschillende keuze- en overgangsmomenten in alle onderwijssectoren medebepalende factoren in het schoolsucces. Dat geldt voor alle leerlingen, maar de invloed van keuze- en overgangsmomenten is extra groot voor kinderen van laagopgeleide ouders 1 . Bijvoorbeeld het middelbaarschooladvies voor kinderen van laagopgeleide ouders wordt gemiddeld lager ingeschat; zij hebben een vijf keer zo grote kans op een lager advies ten opzichte van de Centrale Eindtoetsscore dan kinderen van hoogopgeleide ouders. Ze zijn in het nadeel op alle overgangsmomenten, maken minder succesvolle keuzes en vallen eerder uit. Wanneer we de verschillende momenten op een rij zetten, kan het beeld ontstaan van een hindernisbaan.
Voor alle kinderen, maar in het bijzonder voor die van laagopgeleide ouders. Doelstelling 1: We dragen over van voorschoolse naar vroegschoolse periode en verstevigen de doorgaande leer- en ontwikkellijn van voorschool naar vroegschool (wettelijk kader) Voor alle kinderen tussen de 2 en 6 jaar zijn afspraken vastgelegd (bijlage 3 VVE-beleid) met betrekking tot de overdracht van ontwikkelingsgegevens van kinderen en de doorgaande lijn. Daarbovenop zijn extra afspraken vastgelegd met betrekking tot de warme overdracht van VVE-doelgroepkinderen en zorgkinderen. Om de doorgaande lijn voor VVE-doelgroepkinderen extra te waarborgen, heeft zowel de voorschool als de vroegschool een VVE-aanspreekpunt die met elkaar samenwerken en aanvullende afspraken met elkaar maken. Een doorgaande lijn gaat enerzijds over de overdracht van informatie over de ontwikkeling van het kind. Anderzijds gaat dit over het afstemmen van activiteiten, inhoud, educatief en pedagogisch handelen tussen voor- en vroegschool, waarbij partners gevraagd wordt zo veel mogelijk één logische leerlijn te vormen. Wij gaan de komende periode inzetten op het verder versterken van de doorgaande lijn in brede zin. Onze rol als gemeente hierin is het faciliteren van de educatieve partners om deze doorgaande lijn verder te versterken.
In de werkgroep OAB is de ambitie uitgesproken om toe te werken naar een groeimodel dat bestaat uit drie fases. We ondersteunen alle VVE-partners om de volgende fase met elkaar te bereiken. De drie fasen zijn: Fase 1: basis (wat minimaal verwacht mag worden), Fase 2: gevorderd (een stap verder in de ontwikkeling van de doorgaande lijn) Fase 3: droomscenario (lastig te realiseren maar wat het beste zou zijn voor het kind)
1
Staat van het Onderwijs, onderwijsverslag 2014/2015, pp 21 t/m 25.
8
GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN
Wat gaan we doen: Het nieuw ontwikkelde VVE-beleid gaat geïmplementeerd worden met ingang van het schooljaar 20212022. VVE-aanspreekpunten worden aangesteld en maken nadere afspraken over de doorgaande leeren ontwikkellijn. De samenwerking van het duo VVE-aanspreekpunten wordt jaarlijks geëvalueerd en doorontwikkeld. Tot slot zal er een groeimodel doorgaande leer- en ontwikkellijn worden ontwikkeld uiterlijk in het schooljaar 2022-2023. Doelstelling 2: We organiseren een doorgaande leer- en ontwikkellijn voor de overgang van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs (gemeentelijk beleid) De overgang van de basisschool naar de middelbare school wordt door leerlingen veelal als een grote overgang ervaren. Het onderwijs wordt op een andere manier vormgegeven, leerlingen wisselen van lokalen en er wordt meer zelfstandigheid van hen verwacht. Een goede overgang van primair naar voortgezet onderwijs is dan ook belangrijk voor de leerlingen, zeker voor leerlingen van laagopgeleide ouders. Wat gaan we doen: Er wordt naar basisafspraken toegewerkt over de overgang en waar mogelijk over de doorgaande leeren ontwikkellijn van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs die uiterlijk in het schooljaar 20252026 gereed zijn.
2.2
Thema 2: Kwaliteit en toegankelijkheid verhogen
Kinderen met een taal-/ontwikkelingsachterstand kunnen een groot deel hiervan inhalen wanneer zij deelnemen aan een voorschoolse en vroegschoolse voorziening van hoge kwaliteit. Bij de voorschoolse educatie is vooral het pedagogisch-educatief handelen van de pedagogisch-medewerkers, het werken met een vve-programma en het aanbod van begeleid spel en ontwikkeling stimulerende activiteiten van belang voor een hoge kwaliteit.2 Daarnaast blijkt uit onderzoek dat de kwaliteit van de vroegschool niet overal voldoende is. Kinderen die achterstanden hebben ingehaald of juist een voorsprong hebben in hun ontwikkeling worden dan onvoldoende gestimuleerd, waarbij soms weer leerachterstanden ontstaan. 3 Naast de kwaliteit van (voor) scholen is de toegankelijkheid een belangrijke factor voor kansengelijkheid. Dat begint bij de financiële toegankelijkheid van de voorschool en beslaat ook de toeleidingsroute naar de voorschool. Doelstelling 3: We werken met de verbrede doelgroepdefinitie en zorgen voor een goede indicatiestelling van VVE-doelgroepkinderen (wettelijk kader) In Nissewaard is samen met de partners een nieuwe VVE-doelgroepdefinitie opgesteld en luidt: 1. Kinderen met een risico op spraak/taalachterstand. 2. Kinderen met een geconstateerde spraak/taalachterstand. 3. Kinderen met een (risico op) spraak/taalachterstand in combinatie met een zwakke sociaalemotionele ontwikkeling.
De doelgroepdefinitie geld voor kinderen vanaf 2 jaar. De gemeente Nissewaard vindt het belangrijk dat het kind centraal staat in de beoordeling voor het afgeven van de VVE-indicatie. Daarbij vertrouwt de gemeente Nissewaard op de deskundigheid en expertise van de Jeugdgezondheidszorg (CJG) in het afgeven van de VVE-indicatie. De gemeente Nissewaard laat dan ook de beoordeling of het kind een mogelijk risico loopt bij de Jeugdgezondheidszorg. Er worden dan ook in deze doelgroepdefinitie geen criteria opgenomen waarop kinderen die een mogelijk risico lopen gescreend kunnen worden. Wel geeft de gemeente Nissewaard enkele punten mee aan de Jeugdgezondheidszorg die kunnen dienen als 2 3
Slot & Leseman (2019) COOL onderzoek, nov. 2017.
9
GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN
houvast bij het anticiperen welk kind een mogelijk risico kan lopen naast de beoordeling van de spraak/taalontwikkeling van het kind: • Onvoldoende Nederlands taalaanbod in de thuissituatie; • De ouder of verzorgende heeft een laag opleidingsniveau (geen startkwalificatie: geen havo of ten minste mbo-niveau 2). Wat gaan we doen: Met ingang van het schooljaar 2021-2022 wordt er gewerkt met de verbrede doelgroepdefinitie. Tevens geeft de JGZ aan elk VVE-doelgroepkind een VVE-indicatie. Wanneer ouders dit niet willen ontvangen wordt dit geregistreerd in het systeem en blijft de VVE-indicatie zichtbaar in het dossier. Doelstelling 4: We realiseren dat de toeleiding zo optimaal mogelijk verloopt en dat er een zo groot mogelijk bereik is van peuteropvangkinderen en VVE-doelgroepkinderen (wettelijk kader) Uit recente cijfers blijkt dat het bereik voorschoolse educatie in Nissewaard anno 2021 circa 60% is (155 van de 260 geïndiceerde peuters). Dit is onder het landelijke gemiddelde van circa 85-90%. Dit vraagt om aanscherping van ons toeleidingsbeleid en meer zicht krijgen op de redenen van het non-bereik. Tevens is de doelgroepdefinitie verruimd waardoor er meer VVE-doelgroepkinderen kunnen worden bereikt. Tot slot draagt de peuteropvang subsidie en voorschoolse educatie subsidie bij aan het toegankelijk maken voor ouders.
Wat gaan we doen: Afgelopen jaar (2021) is de pilot toeleiding gestart om ouders (veelal anderstalige ouders) te ondersteunen in de toeleiding naar VE of peuteropvang bij de voorschoolse voorziening. De uitkomsten van deze pilot gaan we evalueren en aan de hand daarvan wordt gekeken of er een vervolg aan gegeven kan worden. De JGZ (CJG) informeert ouders over de peuteropvang en/of voorschoolse educatie en motiveert ouders hiervan gebruik te maken en verwijst door naar de pilot toeleiding wanneer noodzakelijk. Daarnaast zal onderzocht worden op welke manieren nog meer ouders bereikt kunnen worden. Ook is de folder voor peuteropvang en voorschoolse educatie uitgebracht (2021) en wordt deze verspreid bij instellingen waar ouders van deze doelgroep kinderen komen. Tot slot heeft de gemeente de intentie om te gaan werken met een toeleidingsmonitor in uiterlijk 2023. De toeleidingsmonitor maakt zichtbaar waar de doelgroepkinderen zich in het toeleidingsproces bevinden en welke kinderen wel of niet deelnemen aan VVE. Ook maakt de toeleidingsmonitor zichtbaar op basis van welk criterium het kind tot de doelgroep VVE behoort, de omvang en spreiding van de doelgroep, het gemiddeld aantal uren dat doelgroepkinderen voorschoolse educatie volgen en de redenen voor het non-bereik.
De monitor wordt gebruikt als signalerings- en sturingsinstrument om verbeteracties in het toeleidingsproces uit te zetten en te monitoren. Op deze wijze wordt gewerkt aan een optimaal bereik van de doelgroep. Doelstelling 5: We organiseren kwalitatief hoogwaardig(e) peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (VVE) (wettelijk kader) Het bieden van de juiste ondersteuning aan peuters en kleuters met een (risico op) (taal)achterstand vraagt om een hoge kwaliteit van voorzieningen. Wij nemen de verantwoordelijkheid en de regie waar het gaat om het voorschools aanbod voor peuters en doen dit in overleg met onze partners. Wij laten de regie bij het onderwijs voor de inrichting van vroegschoolse Educatie. Het is in ons aller belang dat dit totaalaanbod onze peuters en kleuters met (een risico op) ontwikkelingsachterstand/ onderwijsachterstand ondersteunt. Kwaliteit is en blijft daarom voor ons een aandachtspunt in overleg met onze VVE-partners maar ook in de samenwerking tussen de voor- en vroegschool.
10
GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN
Er zijn twee belangrijk wetswijzigingen die bij de voorschoolse educatie bijdragen aan verhoging van de kwaliteit. De gemeente heeft dan ook met de partners deze wijzigingen goed afgestemd, namelijk: 1. Inzet VE-coach vanaf 2022 die pedagogisch medewerkers gaan coachen en ondersteuning bieden bij het VVE-beleid op locatieniveau en de zorgstructuur op locatieniveau versterken. 2. Uitbreiding van het voorschoolse educatie aanbod vanaf 2021 van 12 naar 16 uur per week voor VVE-kinderen. Wat gaan we doen: De voorschool, vroegschool en gemeente blijven met elkaar het gesprek voeren over kwaliteit. Vanaf het schooljaar 2021-2022 zullen er twee themamiddagen VVE per schooljaar worden georganiseerd ter versterking van het educatief, pedagogisch en didactisch handelen in de voor- en vroegschool. Daarnaast zullen de voorscholen per 1 januari 2022 gaan werken met de VE-coach en de gemaakte afspraken. Tot slot zal er scholing voor VVE plaats vinden met aandacht voor educatief, pedagogisch en didactisch handelen. Doelstelling 6: We hebben zicht op kwaliteit en opbrengsten VVE (wettelijk kader) Vanaf 2021 gaan we inzetten op de monitoring en opbrengsten van VVE. Ten eerste zal er een nulmeting en kwaliteitsmeting worden uitgevoerd over het schooljaar 2020-2021. Deze gegevens dienen als basis voor de start van het monitoren van de kwaliteit en opbrengsten van VVE in Nissewaard.
De kwaliteitsmonitor beschouwen we als een hulpmiddel om de kwaliteit te verbeteren en VVE door te ontwikkelen. Het is dus geen doel op zich om deze monitor in het leven te roepen en het wordt ook niet benut voor verantwoording. Ten tweede gaan we werken met de wettelijk verplichte resultaatafspraken VVE vanaf schooljaar 21/22. Hierbij krijgen we zicht op de ontwikkeling van de VVE-kinderen, waarbij de focus ligt op hun taalontwikkeling. De organisaties zullen zelf deze gegevens verzamelen en analyseren, zodat zij zelf deze informatie kunnen benutten om hun VVE-beleid en – uitvoering aan te scherpen. Hierbij zorgt de gemeente dat zij in ten minste het eerste jaar worden ondersteund. Bij de bespreking van de resultaten staat voor ons de vraag ‘doen wij nog steeds de juiste dingen op de juiste manier’ centraal; het gaat niet om afrekenen maar juist om het verhogen van de kwaliteit en het bereik van onze voorzieningen. De resultaatafspraken VVE In de gemeente Nissewaard streven we ernaar om ieder kind dat bij aanvang een taalachterstand heeft, een extra groei in de ontwikkeling te laten doormaken afgezet tegen de leeftijdsgroei. De voorschoolse VVE-sector 1. Bij minstens 80% van de peuters met een VVE-indicatie die met een taalachterstand instromen op de voorschool, is deze achterstand op het domein taal bij uitstroom uit de voorschool afgenomen met minimaal 10%. 2.
Bij 100% van de peuters met een VVE-indicatie die een risico lopen op een taalachterstand bij de instroom op de voorschool, maar bij instroom nog geen taalachterstand hebben, is geen achterstand op het domein taal bij uitstroom uit de voorschool. De vroegschoolse VVE-sector 1. Bij minstens 80% van de kleuters die met een taalachterstand instromen in groep 1, is deze achterstand op het domein taal eind groep 2 afgenomen met minimaal 10%. 2. Bij 100% van de kleuters met een VVE-indicatie die met een risico op een taalachterstand instromen in groep 1, maar bij instroom nog geen taalachterstand hebben, is geen achterstand op het domein taal bij uitstroom uit naar groep 3.
11
GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN
2.3
Thema 3: Ouderbetrokkenheid bij de ontwikkeling van het kind
Het bestrijden van onderwijsachterstanden en bieden van gelijke kansen is niet mogelijk zonder actieve betrokkenheid van ouders. In dit onderwijskansenbeleid ligt de focus op het betrekken van ouders bij de ontwikkeling van hun kind. Er is sprake van gezamenlijk partnerschap, want ouderbetrokkenheid is een verantwoordelijkheid van ouders én de voor- en vroegschoolse voorzieningen. We zien hierbij ook een rol voor de welzijnsorganisatie (buurtteams). Doelstelling 7: De ouderbetrokkenheid bij de ontwikkeling van het kind is vergroot en de ouder(s) of verzorgende(n) weten hoe zij thuis de (educatieve) ontwikkeling van het kind kan stimuleren en past dit actief toe. (Wettelijk kader: eigen aspecten van kwaliteit) In aansluiting op het eigen ouderbeleid van de peuteropvangaanbieders richt de gemeentelijke visie op ouderbetrokkenheid zich vooral op ouders van kinderen met een vve-indicatie. De gemeente faciliteert een actieve participatie van ouders met als doel dat: - Ouders weten hoe het staat met de ontwikkeling van hun kind. - Ouders weten hoe zij thuis de ontwikkeling van hun kind kunnen stimuleren. Actieve betrokkenheid van ouders is één van de belangrijkste factoren voor de ontwikkeling en het schoolsucces van kinderen. Het streven is gezamenlijk partnerschap om kinderen het benodigde klimaat te bieden waarin zij zich optimaal kunnen ontplooien.
In de afgelopen jaren heeft wetenschappelijk inzicht concretere ideeën opgeleverd over de voorwaarden om tot optimale ouderbetrokkenheid en educatief partnerschap te kunnen komen. Bij het vormgeven van ouderbetrokkenheid en educatief partnerschap op organisatie-/locatieniveau is het belangrijk dat de VVE-partners en ouders aan deze voorwaarden werken: • Welkom: Iedereen (zowel ouders als professionals) voelt zich welkom en gezien. • Wederkerigheid: Het gaat om zowel betrokkenheid van ouders bij de voorschoolse voorziening en de school, maar ook om de betrokkenheid van de voorschoolse voorziening of de school bij de ouders/thuissituatie. • Gelijkwaardigheid: Ouders en professionals nemen een gelijkwaardige positie in en gaan een verbinding aan met evenwichtige verantwoordelijkheden en verwachtingen. Openstaan voor bijdragen van ouders vanuit hun eigen maatschappelijke en culturele achtergrond is een belangrijke voorwaarde voor gelijkwaardig partnerschap. • Maatwerk: Er zijn grote verschillen tussen ouders en hun mogelijkheden. Daarom is samenwerking op maat met iedere ouder nodig. Het streven is om ouders te begeleiden naar intensieve betrokkenheid, rekening houdend met de verschillen die er zijn.
Wat gaan we doen: De gemeente Nissewaard zet al lang in op ouderbetrokkenheid bij de voorschoolse voorziening door het faciliteren van voorliggende organisaties die de voorschool hierin ondersteunen. Ondanks dat willen we in de komende periode meer aandacht aan ouderbetrokkenheid in de voorschool en vroegschool besteden en het belang ervan goed onder de aandacht brengen. Daarom wil de gemeente een gezamenlijk plan ontwikkelen met de partners hoe de ouderbetrokkenheid en educatief partnerschap kan worden vergroot binnen de voorschool en de vroegschool in uiterlijk 2023. In dit gemeentelijkbeleid zal ook specifiek aandacht gegeven worden hoe de organisatie ouders educatieve activiteiten voor in de thuisomgeving kan organiseren en faciliteren. Waar mogelijk wordt hierbij de link gelegd naar de taalontwikkeling van ouders zelf. Als blijkt dat ouders zelf (ook) een taalachterstand hebben, kan de (voor of vroeg) school dit signaal doorgeven aan de gemeente (na bespreken met de desbetreffende ouder). De gemeenten kan dan via volwasseneneducatie of via activiteiten in het kader van laaggeletterdheid ondersteuning bieden. Er zijn ouders die slecht Nederlands beheersen, voornamelijk omdat ze van origine niet Nederlands zijn. Er is een palet aan ondersteuning voor deze ouders, zoals scholing, Digitaalhuis, Instapje en Opstapje. Ouderbetrokkenheid bij VVE voor deze ouders is complex
12
GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN
omdat vaak de wil er wel is om betrokken te zijn, maar de mogelijkheden daartoe beperkt zijn. De gemeente staat open om breed gedragen succesvolle interventies met het veld te verkennen voor mogelijke invoering. Hoe beter de ouders de Nederlandse taal machtig zijn, des te beter dit is voor de taalontwikkeling van jonge kinderen in de thuisomgeving.
2.4
Thema 4: Passende zorg en ondersteuning voor kinderen en leerlingen die dat nodig hebben
We vinden het belangrijk om vroegtijdig problematiek bij kinderen en jongeren te signaleren en nog beter te voorkomen. Vaak is de bron van de problematiek te vinden in de context ofwel omgeving van het kind waar het opgroeit. Jeugdgezondheidzorg, kinderopvangorganisaties en scholen zijn voor het signaleren van problematiek – of het voorkomen ervan- een belangrijke ingang en de vindplaats van kinderen, jongeren en ouders. We zetten in op een optimale aansluiting tussen kinderopvang, onderwijs en zorg en maken daarbij gebruik van de wijkgerichte aanpak. De vorming van integraal maatschappelijke pleinen in de wijken brengt deze samenwerking dichterbij. Sinds 2020 is het programma Kinderogen van start gegaan op Voorne Putten en Goeree Overflakkee. Gemeenten en samenwerkingsverbanden hebben vastgesteld dat zij allen voor grote uitdagingen staan, onder meer vanwege een toename van complexe problematiek rondom gezinnen en kinderen en een groter gebruik (groter dan het landelijk gemiddeld) van (specialistische) voorzieningen. Dat wordt zichtbaar in de uitdagingen waarvoor de kinderopvang staat, in de cijfers van het gebruik van jeugdhulp en in het hoge aantal doorverwijzingen richting s(b)o onderwijs.
De ambitie van Kinderogen is dat kinderen, vooral kwetsbare kinderen, gewoon gebruik kunnen blijven maken van voor hun veilige en bekende voorzieningen: de school of de opvang in de buurt. Dat betekent dat scholen en opvangvoorzieningen zich richten op inclusie: het aanbieden van passende opvang en onderwijs voor alle kinderen.
Doelstelling 8: We werken aan passende kinderopvang en onderwijs: integraal werken in de basisjeugdhulp en onderwijszorg (o.a. Kinderogen lijn 1, en 5) (gemeentelijk beleid) Kinderen ontwikkelen zich verschillend en ieder kind kent eigen leersprongen. Soms is er meer nodig en dan is het goed dat er snel goede steun en hulp is. We leveren dus maatwerk en helpen elkaar door lastige fases heen. Soms is er meer nodig en dan is het goed dat er snel goede steun en hulp is. We willen voorkomen dat er extra complicaties ontstaan. We organiseren, samen met ouders, de steun en hulp zoveel als mogelijk op school of in de opvang. Wat gaan we doen: Voor lijn 1 van Kinderogen is in het afgelopen schooljaar 2020-2021 gewerkt aan het ontwikkelen van een integrale werkwijze tussen basisjeugdhulp en onderwijszorg in gebied ROK 8 (Regionaal overleg Kindkracht) van de gemeente Nissewaard. Deze werkwijze zal in de komende periode worden geïmplementeerd in ROK 8. Bij positieve bevindingen en opbrengsten zal er gekeken worden in welke wijken deze werkwijze geïmplementeerd kan worden vanaf schooljaar 2022-2023. In de komende periode zal gekeken worden wat de opbrengsten zijn van lijn 5 Ouder/klantroute die in de gemeente Goeree-Overflakkee wordt ontwikkeld. Bij positieve bevindingen zal bekeken worden hoe lijn 5 meegenomen kan worden naar de Gemeente Nissewaard.
Doelstelling 9: We werken aan een doorgaande integrale en goede zorgstuctuur in de voorschoolse periode waarbij kinderen met extra zorgvragen tijdig passende zorg krijgen en in stromen op de meest passende onderwijsvorm (o.a. Kinderogen lijn 2) (gemeentelijk beleid) VVE heeft een rol als toegankelijk voorportaal voor de jeugdzorg. Door VVE komen organisaties laagdrempelig in contact met kwetsbare gezinnen. Dit biedt andere organisaties de mogelijkheid om signalen van (voor)scholen op te pikken en in de setting van de (voor)school in contact te komen met
13
GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN
deze gezinnen. Alle signalen die VVE-professionals krijgen over een kind of het gezin zijn van groot belang om waar mogelijk en nodig te delen met andere zorgprofessionals. Wat gaan we doen: De gemeente Nissewaard heeft op dit moment enkele aanbieders die onderdeel zijn van de zorgstructuur. Echter blijkt dit nog niet voldoende te zijn en zijn er mogelijkheden om de zorgstructuur beter in te richten. In de komende periode zal er een pilot van start gaan om urgente aspecten die nu ontbreken in de zorgstructuur te organiseren en faciliteren. Gelijktijdig wordt er een plan ontwikkeld (2022) om te werken richting een integraal voorschools ondersteuningsteam. Tot het moment dat dit plan klaar is zal de pilot (2022) ook bijdragen aan het onderzoeken wat in het integraal voorschools ondersteuningsteam in ieder geval de basis moet zijn om met name te zorgen dat elk kind tijdig de juiste zorg krijgt in de voorschool (vroegsignaleren en preventief werken) en hoe het kind op de meest passende plek in het (regulier) onderwijs instroomt wanneer het kind niet zonder extra ondersteuning het regulier onderwijs in kan. In Hellevoetsluis wordt lijn 2 doorgaande ondersteuningslijn van Kinderogen ontwikkeld. Wanneer dit concept klaar is zal gekeken worden in welke mate dit aansluit en meegenomen kan worden in de ontwikkeling van het integraal voorschools ondersteuningsteam.
Doelstelling 10: Jeugdhulp in het speciaal (basis)onderwijs: specialistische jeugdhulp werkt op het speciaal (basis) onderwijs samen als één team. Beschikkingsvrijwerken SBO (Kinderogen lijn 3) (gemeentelijk beleid) We hebben de juiste expertise tijdig beschikbaar op de juiste plek in het speciaal (basis)onderwijs. Leerkrachten, pedagogen en jeugdhulpverleners vormen samen (multidisciplinaire) teams, brengen hun kennis in, versterken elkaar en bouwen zo samen aan een sterk pedagogisch klimaat. Hulp wordt zo veel mogelijk op school geboden en is gericht op het versterken van ouders en kinderen. Samen zorgen we ervoor dat kinderen en ouders tijdig de juiste steun krijgen. Respect en waardering voor de verschillen in expertise vormen de basis voor de gewenste transformatie. Wat gaan we doen: In het schooljaar 2020-2021 zijn we begonnen met het aanbrengen van samenhang in specialistische onderwijszorg en -jeugdhulp door jeugdhulp toe te voegen aan de betreffende scholen. Hiermee is gestart door het organiseren van kennissessie en werkgroepen. Op dit moment zijn de regio’s VoornePutten en Goeree Overflakkee zijn in gesprek met de GRJR om de specialistische ambulante hulp en de daghulp op termijn over te hevelen naar de (sub)regio.
Doelstelling 11: Passende toeleiding dyslexie-zorg (Kinderogen lijn 4) (wettelijk kader) Vanwege de hoge (Nissewaard) en lage (gemeenten Voorne) prevalentiecijfers van EED wordt onderzocht of en hoe de kwaliteit binnen de keten dyslexiezorg verhoogd kan worden. Door het herinrichten van de Poortwachtersfunctie dyslexie wordt ervan uitgegaan dat de juiste kinderen de juiste zorg krijgen én dat deze zorg blijvend gefinancierd kan worden vanuit het beschikbare budget voor EED. Deze poortwachters-functie speelt ook een rol in het signaleren van de kwaliteit van het leesonderwijs en leeshulp voor kinderen met dyslexie-problemen, terwijl er geen sprake is van EED. Wat gaan we doen: In de afgelopen periode heeft deze vierde lijn van Kinderogen een plan voor de verbetering voor de toeleiding voor dyslexie-zorg ontwikkeld. Het resultaat is dat in de komende periode de dyslexie-zorg wordt vormgegeven door een portwachter bij het samenwerkingsverband voor passend onderwijs (Samenwerkingscollectief VPR) aan te stellen voor de inhoudelijk beoordeling. Doelstelling 12: Elke leerling een startkwalificatie (wettelijk kader) Als het niet lukt om vroegtijdig problematiek te signaleren of te voorkomen kan het zijn dat een leerling meerdere faalervaringen mee maakt waardoor afstand tot het systeem school ontstaat en ze
14
GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN
ongediplomeerd school verlaten. De gemeente wilt voorkomen dat jongeren tussen de 12 en 23 zonder startkwalificatie van school gaan (voortijdig schoolverlaten). Zonder startkwalificatie hebben jongeren namelijk minder kans op de arbeidsmarkt. De gemeente voert haar wettelijke taken uit voortijdig schoolverlaat te voorkomen en te verminderen waarbij zij ook jongeren te ondersteunen die het heel lastig vinden om geheelzelfstandig school of werk te regelen. Tevens zet de gemeente in op het programma Back2school. Back2school is een concept waarbij onderwijs geïntegreerd wordt binnen een begeleidingscontext voor jongeren in een kwetsbare positie met vaak multidisciplinaire problematiek. Het doel is dat binnen anderhalf jaar iedere jongere is geslaagd voor zijn mbo-niveau 1 opleiding en doorstroomt naar een hoger niveau of uitstroomt naar werk. Wat gaan we doen: De gemeente zet zich al langer in om te zogen dat zo veel mogelijk jongeren een startkwalificatie behalen. Zo voert de gemeente haar wettelijke taken uit en zal er per 1 januari 2022 met VSV-coaches gewerkt die zoveel mogelijk leerlingen naar een startkwalificatie begeleidt. Sinds 2021 is het programma Back2school van start gegaan. Tijdens Back2school worden individuele begeleidingsbehoeftes, persoonlijke omstandigheden en talenten zichtbaar.
Leerlingen worden gestimuleerd om zowel individueel als in groepsverband aan zichzelf te werken. De jongeren leren sociale omgangsvormen in het beroeps- en het maatschappelijke verkeer, zodat zij uitgerust zijn om door te stromen naar een mbo-niveau 2. Dit programma zal worden doorgezet.
2.5
Thema 5: Extra aanbod preventie en (taal)ontwikkeling zodat al het ontwikkelpotentieel van kinderen wordt ontdekt en benut.
Preventief werken en het bieden van extra aanbod om de (taal)ontwikkeling te stimuleren is uitermate belangrijk om te zorgen dat al het ontwikkelpotentieel van kinderen wordt ontdekt en benut. Doelstelling 13: We zorgen dat kinderen op de voorschool en het basisonderwijs met (taal)achterstanden gebruik kunnen maken van onderwijstijdverlenging (gemeentelijk beleid) De gemeente Nissewaard vindt het belangrijk dat opgedane kennis bij kinderen niet verloren gaat maar behouden blijft. Het hoofddoel van onderwijstijdverlenging is het verbeteren, behouden en verdiepen van leerprestaties van leerlingen in de voorschool en het onderwijs. Uit onderzoek is gebleken dat onderwijstijdverlenging in de zomerperiode als ondersteuning van gedurende enkele weken helpt bij het inhalen van achterstanden en/of het niet laten teruglopen van vaardigheden gedurende de vakantie. Daarnaast zijn er ook nog andere bewezen effectieve onderwijstijdverleningsinterventies. Wat gaan we doen: In de afgelopen periode heeft de gemeente Nissewaard zomer(voor)school initiatieven gesteund waar nodig. Vanaf 2022 wil de gemeente Nissewaard voor de voorscholen en de basisscholen ruimte bieden om bewezen effectieve onderwijstijdverlenging gemeente breed aan te bieden voor kinderen met (taal)achterstanden.
Doelstelling 14: We hebben voortdurend aandacht voor de taalklas (PO), de ISK (VO) en de verbinding met het regulier onderwijs en de voorschool (gemeentelijk beleid) Voor nieuwkomers in de basisschoolleeftijd is er de taalschool De Kameleon in Nissewaard waar intensief taalonderwijs kan worden gevolgd. Daarnaast is er voor de nieuwkomers in de middelbare schoolleeftijd de Internationale Schakel Klas (ISK). Wat gaan we doen: In de komende periode (2022) willen we onderzoeken hoe de overgang naar het primair onderwijs en voortgezet onderwijs voor leerlingen die vanuit de Taalschool Kameleon en de ISK naar het reguliere onderwijs zo goed mogelijk georganiseerd. Tot slot wilt de gemeente Nissewaard onderzoeken hoe de
15
GEMEENTELIJKE ONDERWIJSKANSEN BELEIDSPLAN
instroom en overgang van kinderen die ondanks dat er voorschoolse educatie is gevolgd een te grote (taal)achterstand hebben om goed mee te kunnen komen in de vroegschool kunnen instromen op de Taalschool de Kameleon voor een periode intensief taalonderwijs. De samenwerkingsverbanden Passend onderwijs kunnen hierin een belangrijke rol spelen die nader bepaald kan worden. Doelstelling 15: We besteden aandacht aan de leesontwikkeling gedurende de voorschool en basisschool periode (gemeentelijk beleid) Goed kunnen lezen is een van de belangrijkste voorwaarden om als kind en jongere in de huidige samenleving je goed te kunnen ontwikkelen en een plek te kunnen vinden. Wat gaan we doen: De gemeente Nissewaard investeert al jaren in de leesontwikkeling van kinderen op de voorschool en basisschool. Zo wordt er gewerkt met Boekstart in de kinderopvang en met Bibliotheek op school in het basisonderwijs. Deze inzet zal in de komende periode worden voortgezet. Doelstelling 16: We werken preventief aan de ontwikkeling en welzijn van kinderen in de kinderopvang en basisschool periode zodat er geen (taal)achterstanden ontstaan (gemeentelijk beleid) Het voorkomen van (taal)achterstanden en stagnatie in ontwikkeling is beter dan genezen.
De ontwikkeling (sociaal- emotionele-, motorische- en morele-ontwikkeling) en het welzijn van kinderen is een voorwaarde voor de cognitieve ontwikkeling en het voorkomen van (taal) achterstanden. Hoe eerder we erbij zijn, hoe beter het lukt kinderen in Nissewaard kansrijk te kunnen laten opgroeien. Wat gaan we doen: Sinds 2 jaar zet de gemeente in op preventief werken in de voorschool en het basisonderwijs. In het basisonderwijs verloopt dit via het samenwerkingsverband passend onderwijs waarbij dit vormgegeven wordt in de ROK-bijeenkomsten naar aanleiding van wat in die regio de aandacht vraagt. Hieruit wordt onder andere vaktalent, amigo’s, rots en water etc. voor ingezet. Tevens wordt (voor)schoolmaatschappelijk werk ingezet op de voorschool en in het basisonderwijs. Deze inzet zal in de komende periode worden voortgezet.
2.6
Thema 6: Ruimte voor een brede ontwikkeling van elk kind
De uitdaging van de voorschoolse voorziening en het onderwijs is om elk kind een breed aanbod te bieden zodat het talent van ieder kind wordt herkend, ontwikkelt en benut. Talent blijft in de eerste plaats onbenut door het selectieve onderwijssysteem dat de kansenongelijkheid vergroot in plaats van verkleint. Talent is echter heel divers; het is een uitzonderlijke vaardigheid van cognitieve, technische, sociale, artistieke, sportieve, digitale of andere aard. Talent is ook de verzameling van potentiële vaardigheden van een leerling; vaardigheden die er wel inzitten, maar die er nog niet uit komen. Een brede ontwikkeling kan talent aanmoediging, ondersteuning en ruimte bieden zich te ontplooien. Veel talent blijft onbenut. Enerzijds zijn er in bepaalde wijken relatief veel kinderen die het van huis uit zonder veel aanmoediging, ondersteuning en ruimte voor hun (talent)ontwikkeling moeten doen. Er is geen netwerk of de middelen ontbreken. Tevens is de kennis op het gebied van loopbaanoriëntatie ook geringer. Ze hebben een achterstand in het ontdekken en ontwikkelen van hun talenten, het verwerven van sociale vaardigheden, kritisch denken en het ontwikkelen van een netwerk. Ook doen zij minder ervaringen op het gebied van kunst en cultuur, sport en techniek op.
De uitdaging is om die kinderen de ervaringen, ruimte, middelen, ondersteuning en aanmoediging te bieden om hun talenten te ontwikkelen. Het beter benutten van talenten van alle kinderen dient vele doelen. Het draagt bij aan de persoonlijke ontwikkeling, maakt kansen in het onderwijs gelijker, zorgt voor een betere aansluiting op de arbeidsmarkt en verrijkt de samenleving met meer toptalent.