Bijlage 5 - Oplegnotitie
Tekst van het document
Verplaatsen van WT3 naar het westen vanwege hoogspanningsstation Geervliet en de aanwezige hoogspanningsleidingen. Dit bleek niet mogelijk vanwege negatieve invloed van WT3 op het bestaande windpark Hartelbrug II. WT10 verplaatsen in verband met een gasleiding ten zuiden van het Voedingskanaal. Met een iteratieslag kunnen de posities van WT4(A), WT5 en WT6 worden geoptimaliseerd, zodat er geen hinder optreedt voor de gevechtsleidingsradar.
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
Milieuthema
Maatregelen
Waterveiligheid
-
Verplaatsen van posities van windturbines WT7 en WT10. Bij ontwerp en realisatie van de fundaties van windturbines, onder- en trafostation, werkterreinen en bij de aanleg van kabels moet rekening gehouden worden met het (blijven) voldoen aan de maximaal toelaatbare toename van de faalkans van de primaire waterkering.
-
Tijdens de bouw van de windturbines kan ervoor gezorgd worden dat bemaling van de bouwput zo ontworpen wordt dat er een minimale onttrekking van grondwater nodig is, bijvoorbeeld door de toepassing van damwanden. Indien er sprake is van brak of zout lozingswater, dan kan dit op het Hartelkanaal worden geloosd, in plaats van op het Voedingskanaal.
Waterhuishouding Ecologie – Soorten
-
In de realisatiefase voor vogels: kap van bomen buiten het broedseizoen. Dit wordt geborgd in de aan te vragen ontheffing van de Wet natuurbescherming. Maatregelen waar mogelijk meenemen in een compensatieplan.
Bodem
-
Onderzoek en eventuele maatregelen conform vigerende wet- en regelgeving.
Archeologie
-
Archeologievriendelijke bouwmethoden. Archeologische resten behouden door opgraven.
8.2
Effectbeoordeling na mitigerende maatregelen
De effectbeoordeling na het nemen van bovenstaande mitigerende maatregelen is opgenomen Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. (realisatiefase) en Tabel 7 (gebruiksfase). Na elke tabel volgt een toelichting op de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de effectbeoordeling voor toepassing van de maatregelen.
8.2.1
Effectbeoordeling na mitigerende maatregelen - realisatiefase
Tabel 7. Effectbeoordeling van de alternatieven voor de realisatiefase na het treffen van mitigerende maatregelen.
Effectbeoordeling realisatiefase met mitigerende maatregelen Aspect
Ecologie – Soorten
Ecologie – Gebieden
Archeologie
Criterium
Ref.
A6.1 (3/3)
A6.2 (4/2)
A5 (3/2)
A4.1 (2/2)
A4.2 (4/0)
B6.1 (3/3)
B6.2 (5.2)
Verstoring vogels
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Verstoring vleermuizen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Ruimtebeslag bomen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Ruimtebeslag vogels en vleermuizen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Barrièrewerking vogels
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Barrièrewerking vleermuizen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Mortaliteit vogels
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Mortaliteit vleermuizen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Verstoring (N2000 en NNN)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Ruimtebeslag (N2000 en NNN)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Barrièrewerking (N2000 en NNN)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Aantasting van bekende archeologische waarden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Aantasting van verwachte archeologische waarden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Ruimtegebruik Benodigde oppervlakte voor de ontwikkeling
22
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
B5 B4 (3/2) (2/2)
B4.2 (4/0)
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
Effectbeoordeling realisatiefase met mitigerende maatregelen Aspect
Criterium
Ref.
A6.1 (3/3)
A6.2 (4/2)
A5 (3/2)
A4.1 (2/2)
A4.2 (4/0)
B6.1 (3/3)
B6.2 (5.2)
B5 B4 (3/2) (2/2)
B4.2 (4/0)
Recreatie
Wijziging kwaliteit van de recreatiemogelijkheden
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Waterveiligheid
Effect op aanwezige waterkeringen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Waterhuishouding
Grondwaterstanden, hemelwater, oppervlaktewater en bemalingsafvoer
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Toelichting effectscores voor de realisatiefase, na toepassing maatregelen • Ecologie – Soorten. Bij dit aspect gold voor de criteria verstoring vogels, ruimtebeslag bomen en ruimtebeslag vogels en vleermuizen een negatieve score. Door de bomen buiten het broedseizoen te kappen, wordt de impact op deze criteria minder, met als resultaat een neutrale beoordeling. • Archeologie. Het effect op de aantasting van verwachte archeologische waarden kan beperkt worden door archeologievriendelijke bouwmethoden toe te passen en door archeologische resten te behouden door opgraven. • Recreatie. Door tijdens de realisatiefase voor omleidingsroutes te zorgen, wordt het ongemak van de afsluiting van de Plaatweg en Brielse Maasdijk iets beperkt. De score blijft echter negatief (was zeer negatief), vanwege de aantasting van de recreatieve belevingswaarde, zoals die waarschijnlijk door een deel van de recreanten ervaren zal worden. • Waterveiligheid. Door tijdens de realisatiefase te (blijven) voldoen aan de maximaal toelaatbare toename van de faalkans van de primaire waterkering, wordt dit effect als neutraal beoordeeld (was negatief). Voorgaande kan bewerkstelligd worden door het toepassen van specifieke uitvoeringsmethodes, waarvoor de randvoorwaardes in de watervergunning kunnen worden vastgelegd. • Waterhuishouding.
Door tijdens de bouw van de windturbines een uitvoeringsmethode toe te passen die zorgt voor een minimale bouwputbemaling, wordt het watersysteem zo gering mogelijk belast. Voorgaande leidt daarom tot een verlaging van de beoordeling van de effectscore van negatief naar neutraal.
Effectbeoordeling na mitigerende maatregelen – gebruiksfase
8.2.2
Tabel 8. Effectbeoordeling van de alternatieven voor de gebruiksfase na het treffen van mitigerende maatregelen.
Effectbeoordeling gebruiksfase met mitigerende maatregelen Aspect
Geluid
Gezondheid
23
Criterium
Ref.
A6.1 (3/3)
A6.2 (4/2)
A5 (3/2)
A4.1 (2/2)
A4.2 (4/0)
B6.1 (3/3)
B6.2 (5.2)
Aantal geluidgevoelige objecten binnen geluidcontouren*
0
--
--
--
--
-
-
-
-
-
-
Aantal geluidgevoelige objecten binnen geluidcontouren inclusief bestaande windturbines*
0
--
--
--
--
-
--
-
-
-
-
Laagfrequent geluid
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Laagfrequent geluid inclusief bestaande turbines**
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Aantal (ernstig) gehinderden vanwege enkel het Windpark Brielse Maasdijk
0
--
-
-
-
-
-
-
-
-
0
Aantal (ernstig) gehinderden vanwege het Windpark Brielse Maasdijk en de bestaande windturbines in het gebied
0
--
-
-
-
-
-
-
-
-
0
Aantal ernstig gehinderden vanwege de cumulatie van Windpark Brielse Maasdijk met het geluid van de
0
-
-
-
-
0
-
0
0
0
0
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
B5 B4.1 (3/2) (2/2)
B4.2 (4/0)
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
Effectbeoordeling gebruiksfase met mitigerende maatregelen Aspect
Criterium
Ref.
A6.1 (3/3)
A6.2 (4/2)
A5 (3/2)
A4.1 (2/2)
A4.2 (4/0)
B6.1 (3/3)
B6.2 (5.2)
B5 B4.1 (3/2) (2/2)
B4.2 (4/0)
bestaande windturbines, de industrie, het wegverkeer en het railverkeer in het gebied Slagschaduw
Gemiddeld aantal stilstandsuren per jaar ter voorkoming van slagschaduw op gevoelige objecten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Waterveiligheid
Effect op aanwezige waterkeringen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Waterhuishouding
Grondwaterstanden, oppervlaktewater, hemelwater en bemalingsafvoer
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Objecten met personen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Wegen, waterwegen en vliegverkeer
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Industrie en inrichtingen (Seveso etc.)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Transportleidingen en hoogspanningsleidingen
0
0
-((NM) ***
Vervoer gevaarlijke stoffen
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Straalpaden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Verkeersleidingradar
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Gevechtsleidingradar
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Scheepsradar
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Verstoring vogels
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Verstoring vleermuizen
0
-
-
-
0
-
-
-
0
0
-
Ruimtebeslag bomen
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Ruimtebeslag vogels en vleermuizen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Barrièrewerking vogels
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Barrièrewerking vleermuizen
0
-
-
0
0
-
-
-
0
0
-
Mortaliteit vogels
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Mortaliteit vleermuizen
0
-
-
-
0
-
-
-
-
0
-
Verstoring (N2000 en NNN)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Ruimtebeslag (N2000 en NNN)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Barrièrewerking (N2000 en NNN)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Aansluiting op de bestaande landschappen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Effect op waarneming en beleving
0
--
--
--
--
-
-
-
-
-
-
Ontwerp van de turbines
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Herkenbaarheid/ zichtbaarheid van de opstelling
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Externe veiligheid
Luchtruim, radar en straalpaden
Ecologie – Soorten
Ecologie – Gebieden
Landschap & Cultuurhistorie
24
---(NM) (NM) (NM) *** *** ***
0
----(NM) (NM) (NM) (NM) *** *** *** ***
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
Effectbeoordeling gebruiksfase met mitigerende maatregelen Criterium
Ref.
A6.1 (3/3)
A6.2 (4/2)
A5 (3/2)
A4.1 (2/2)
A4.2 (4/0)
B6.1 (3/3)
B6.2 (5.2)
B5 B4.1 (3/2) (2/2)
B4.2 (4/0)
Samenhang met andere windelementen/ hoge objecten
0
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
Effect op cultuurhistorische waarden
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Bodem
Verandering bodem samenstelling/ bodemkwaliteit
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Luchthinder
Effect op waarneming en beleving
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Luchtkwaliteit
Verspreiding stoffen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Aantasting van bekende archeologische waarden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Aantasting van verwachte archeologische waarden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Ruimtegebruik
Benodigde oppervlakte voor de ontwikkeling
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Recreatie
Wijziging kwaliteit van de recreatiemogelijkheden
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Aspect
Archeologie
Toelichting effectscores voor de gebruiksfase, na toepassing maatregelen • Geluid, gezondheid en slagschaduw. Omdat het uitgangspunt vanaf het begin van de ontwerpfase al het toepassen van mitigerende maatregelen was, zijn er voor deze aspecten geen wijzigingen opgetreden. • Externe veiligheid. Het verplaatsen van WT3 naar een passende positie in relatie tot het hoogspanningsstation Geervliet, de aanwezige kabel- en leidingenstrook en bestaande Windpark Hartelbrug II bleek niet mogelijk. Hierdoor worden alle alternatieven waarin WT3 voorkomt als niet uitvoerbaar beoordeeld (A/B6.1, A/B6.2, A/B5 en A/B4.2). • Luchtruim, radar en straalpaden. Door de positie van WT4A te optimaliseren (wordt: WT4B) is het knelpunt met de gevechtleidingsradar locatie Meerkerk opgelost. Voor alternatieven A/B6.2 en A/B4.2 zorgt dit daarmee voor een neutrale score (was zeer negatief). • Waterveiligheid. Door bij het ontwerp en realisatie van de fundaties van de windturbines, het onder- en trafostation, de werkterreinen en bij de aanleg van kabels rekening te borgen (via voorschriften in de watervergunning) dat voldaan wordt aan de maximaal toelaatbare toename van de faalkans van de primaire waterkering, geldt een aangepaste effectbeoordeling. De score wijzigt van zeer negatief naar neutraal. • Archeologie.
Door het behouden van bekende archeologische resten tijdens de realisatiefase, zorgt dit ervoor dat deze resten behouden blijven tijdens de gebruiksfase. De beoordeling voor de gebruiksfase is hierdoor gewijzigd van negatief naar neutraal voor het criterium Aantasting van verwachte archeologische waarden. • Ecologie – Soorten. De meest relevante maatregel uit Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. t.a.v. dit aspect is de stilstandsvoorziening voor vleermuizen. Hierdoor verbetert de effectbeoordeling voor de vleermuisgerelateerde criteria als volgt: - Verstoring vleermuizen en mortaliteit ruige dwergvleermuis: effectbeoordeling wijzigt voor alternatieven A/B6.1, A/B6.2, A/B5 en A/B4.2 van zeer negatief naar negatief. Voor alternatieven A/B4.1 is sprake van een wijziging van negatief naar neutraal. - Barrièrewerking vleermuizen: effectbeoordeling wijzigt voor alternatieven A/B6.1, A/B6.2 en A/B4.2 van zeer negatief naar negatief. Voor alternatieven A/B5 geldt een verbeterde effectscore van zeer negatief naar neutraal. Bij alternatieven A/B4.1 is sprake van een wijziging van negatief naar neutraal. - Luchthinder. Door de obstakelverlichting te koppelen aan naderingsdetectie wordt lichthinder voor alle alternatieven voorkomen.
De beoordeling wordt hiermee voor alle alternatieven neutraal, daar waar dit zonder toepassing van deze maatregel varieerde van zeer negatief (A6.1, A6.2) tot negatief (A/B5, A/B4.1, A/B4.2, B6.1, B6.2). • Landschap & cultuurhistorie. Het ontwerp van de windturbines in zowel de alternatieven A als in de alternatieven B hebben geen verhouding tussen rotordiameter en ashoogte van 1:1. Door deze verhouding aan te passen ontstaat een rustiger en ordelijker beeld, waarmee de effecten op het ontwerp van de turbines kunnen worden gemitigeerd.
25
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
Verder wijkt windturbine WT10 af van de lijnopstelling van de andere windturbines. Door deze windturbine te laten vervallen kunnen de effecten op het beoordelingscriterium herkenbaarheid/zichtbaarheid van de opstelling worden gemitigeerd. Ook kan de opstelling van Windpark Brielse Maasdijk een beter geheel vormen met het Windpark Hartelkanaal II, wanneer de afstand tussen de turbines in de twee lijnopstellingen overeenkomen met elkaar. Wanneer deze maatregelen worden genomen, wijzigt voor alle alternatieven de beoordeling voor de aspecten aansluiting op de bestaande landschappen, ontwerp van de turbines, en herkenbaarheid/ zichtbaarheid van de opstelling van negatief naar neutraal.
8.2.3
Effectbeoordeling na mitigerende maatregelen elektriciteitsopbrengsten
Voor de elektriciteitsopbrengsten na mitigerende maatregelen wordt verwezen naar de opbrengsten zoals gepresenteerd in Tabel 5. Aangezien voor slagschaduw en geluid mitigerend ontworpen is, is de stilstandsregeling ter voorkoming van slagschaduw en de ‘noise mode’ om de geluidbelasting op alle woningen te beperken tot 47 dB meegenomen in de berekeningen die ten grondslag liggen aan de waarden uit Tabel 5.
26
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
9
Voorkeursalternatief (VKA)
9.1
Beschrijving VKA
Op basis van de milieueffecten zoals beschreven in het MER Windpark Brielse Maasdijk, analyse van en een voorstel voor projectspecifieke omgevingswaarden voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid, omgevingsbelangen en het economisch belang van HVC (het project moet financieel haalbaar gerealiseerd kunnen worden) is in april 2022 het voorkeursalternatief Windpark Brielse Maasdijk bepaald. Het VKA voor Windpark Brielse Maasdijk is in grote lijnen een combinatie van alternatieven A6.2 en A5, met drie windturbines aan de westzijde en twee windturbines aan de oostzijde van de Hartelkering. In Figuur 5 is het VKA van HVC gepresenteerd. De totstandkoming van het VKA en een beschrijving van uitgangspunten van het VKA zijn beschreven in een separate Nota Voorkeursalternatief (Arcadis, 2023), opgenomen bij dit MER als Bijlage D.
Figuur 5. Voorkeursalternatief Windpark Brielse Maasdijk.
Het voorkeursalternatief bestaat uit vijf windturbines: vier windturbines (WT4(A) t/m WT7) met een indicatief vermogen van 5-7 MW, een ashoogte van maximaal 149 m en een rotordiameter van maximaal 163 m en één windturbine (WT10) met een indicatief vermogen van 5-7 MW, een ashoogte van maximaal 125 m en een maximale rotordiameter van 163 m. Alle windturbines worden in dit VKA geplaatst op een ronde fundering van maximaal 20 meter, met circa 45 funderingspalen. De fundering wordt aangebracht deels in en deels boven het bestaande grondoppervlak op een niveau van 1,0 m +NAP, buiten het profiel van vrije ruimte van de primaire waterkering en niet in het Voedingskanaal. In het VKA zijn daarnaast de locaties van het kabeltracé, de opstelplaatsen, vrije werkruimtes en een onderstation met transformator opgenomen. Voor het VKA is tevens nader ingezoomd op de realisatiefase. Uitgangspunt is aanleg en aan- en afvoer van materialen over land. Voor aanleg en onderhoud zijn een opstelplaats en vrije werkruimte per turbine benodigd. Dit alles is bij de uitwerking van het VKA nader gedetailleerd. Dit leidt tot een eveneens meer gedetailleerde effectbeoordeling, met op onderdelen afwijkende beoordelingen ten opzichte van de effectbeoordeling van de in het MER onderzochte alternatieven.
In Figuur 6 en Figuur 7 zijn de locaties voor WT4 t/m WT7 en WT10 weergegeven, inclusief opstelplaatsen en vrije werkruimte.
27
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
Figuur 6. Overzicht windturbineposities, opstelplaatsen, vrije werkruimte van WT4, 5 en 6.
Figuur 7. Overzicht windturbineposities, opstelplaatsen, vrije werkruimte van WT7, 10.
9.2
Het VKA – overzicht mitigerende maatregelen
Onderdeel van het VKA is het toepassen van een set aan mitigerende maatregelen. Het volledige overzicht aan toe te passen maatregelen is opgenomen in Tabel 9. In dit overzicht is tevens aangegeven hoe geborgd wordt dat de maatregelen worden toegepast. In de basis wordt aan deze borging invulling gegeven doordat er specifieke voorschriften in de vergunning zijn opgenomen gerelateerd aan het specifieke (milieu)aspect. Ook wordt in de tabel verwezen naar relevante achterliggende bijlages uit het MER, of de Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO), indien dit andere (aanvullende) bijlages betreft. Deze GRO is onderdeel van aanvraag voor de omgevingsvergunning, onderdeel milieu, waar ook de MER een bijlage bij is.
28
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
Tabel 9. Overzicht mitigerende maatregelen VKA, inclusief wijze van borging.
Milieuthema
Maatregel(en) en wijze van borging
Verwijzing naar bijlage
Geluid & gezondheid
Maatregel MER: B, N, • Het toepassen van ‘noise modes’. FF, GG, HH • De windturbines produceren geen tonaal geluid. • Beschikbaar stellen van de interactieve app Geluidsverwachting.nl, die omwonenden een hyperlokaal weerbericht voor het geluid en de slagschaduw van windturbines geeft. Ook toont de app hoe windturbinegeluid zich verhoudt tot omgevingsgeluid en wat de energieopwek is. Deze app kan als middel gebruikt worden om de beleving te monitoren van de omgeving. Hierbij wordt opgemerkt dat de app niet de reguliere taak en rol van DCMR m.b.t. afhandeling klachten over geluidsoverlast kan en zal vervangen. Periodiek wordt met omwonenden bekeken hoe de beleving en ervaringen zijn. • Tevens is het idee hierbij om in het kader van participatie de eerste maanden/ eerste kwartalen bijeen te komen om de resultaten te bespreken. • Impact op Rijks Justitiële Jeugdinrichting De Hartelborgt. Op basis van een gezamenlijk met de directie van De Hartelborgt uitgevoerde beoordeling van de huidige gebouwconstructie wordt geconcludeerd dat de isolatiewaarde van de gevelwering minimaal 20 dB bedraagt. Dit is in een onderlinge overeenkomst vastgelegd. Het binnenniveau zal de waarde van 25 dB(A) in de nacht niet overschrijden vanwege WT5. Hiertoe zal WT5 in de nacht een zekere maximale bronsterkte niet mogen overschrijden, dit is eveneens vastgelegd.
Als in de toekomst er een renovatie plaatsvindt zal de isolatiewaarde van de gevelwering naar alle waarschijnlijk een stuk hoger komen te liggen dan de huidige 20 dB. Wijze van borging (voorschriften in ontwerpvergunning) De (jaargemiddelde) geluidbelasting ter plaatse van gevoelige gebouwen, vanwege de windturbines waarvoor de vergunning is aangevraagd, bepaald overeenkomstig de methoden van bijlage 4 van de Activiteitenregeling milieubeheer (Reken- en meetvoorschrift windturbines), mag niet meer bedragen dan 45 dB Lden en 39 dB Lnight. De windturbines, waarvoor de vergunning is aangevraagd, moeten zodanig zijn ingesteld (met windsnelheidsafhankelijke geluidmodes) dat, ter plaatse van gevoelige gebouwen, gedurende tenminste 95% van de tijd in de perioden van 23:00 uur tot 05:30 uur bij windrichtingen tussen 120 - 240 graden, het equivalente geluidniveau LAeq,T over 30 minuten, niet hoger is dan de windnormcurve WNC35. Op de gevel van geluidgevoelige ruimtes van de Justitiële Jeugdinrichting De Hartelborgt (gevestigd aan de Borgtweg 1 te Spijkenisse), mag het equivalente geluidniveau LAeq,T over het tijdvak van 23:00 uur tot 07:00 uur niet meer bedragen dan 45 dB(A).
Nadat de geluidwering van de geluidgevoelige ruimtes is bepaald in de situatie na afronding van de (voorgenomen) verbouwing van de Justitiële Jeugdinrichting De Hartelborgt, moet binnen 3 maanden aan het bevoegd gezag een rapport worden gezonden ter goedkeuring. In dit rapport moet zijn onderbouwd welk equivalent geluidniveau LAeq,T, vanwege de windturbines waarvoor de vergunning is aangevraagd, over het tijdvak van 23:00 uur tot 07:00 uur, volstaat om te waarborgen dat de binnenwaarde van de geluidgevoelige ruimtes niet hoger is dan 25 dB(A). Het bevoegd gezag kan de in het voorschrift genoemde waarde van het equivalente geluidniveau LAeq,T actualiseren (ambtshalve of op verzoek).
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
Milieuthema
Maatregel(en) en wijze van borging
Verwijzing naar bijlage
Uiterlijk zes maanden voordat de windturbines, waarvoor de vergunning is aangevraagd, in gebruik worden gesteld, moet aan het bevoegd gezag een rapport worden gezonden ter goedkeuring. In dit rapport moet zijn onderbouwd welke instellingen zullen worden toegepast, per windturbine en per windsnelheidsklasse van 1 m/s, ten einde te voldoen aan de geluidnormen in dit hoofdstuk (voorschriften 16, 17 en 18). Het bevoegd gezag kan de instellingen vastleggen in een voorschrift (actualisatie voorschriften). De drijver van de inrichting registreert per windturbine, waarvoor de vergunning is aangevraagd, de volgende gegevens (zoals gedefinieerd in bijlage 4 van de Activiteitenregeling milieubeheer): a. de emissieterm LE, gebaseerd op de effectieve werking gedurende het afgelopen kalenderjaar; b. de voor de duur van een handhavingsmeting benodigde gegevens ter bepaling van de windsnelheid op ashoogte; c. per 30 minuten in de perioden van 23:00 uur tot 05:30 uur bij windrichtingen tussen 120 – 240 graden: - de windsnelheid op ashoogte; - de ingestelde geluidmodus en - het geluidvermogen LW.
30
Slagschaduw
Maatregel MER: O • Toepassen stilstandsregeling. Op momenten dat slagschaduw kan optreden op een gevoelig object, wordt de turbine stilgezet. Wijze van borging (voorschriften in ontwerpvergunning) Met het oog op het voorkomen of beperken van slagschaduw veroorzaakt het windpark niet meer dan één uur slagschaduw per jaar in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw en in de schaduwgevoelige verblijfsruimten (cellen) en luchtplaatsen binnen De Hartelborgt. 3. Met het oog op het voorkomen of beperken van slagschaduw is elke windturbine die meer dan één uur slagschaduw per jaar op een schaduwgevoelig gebouw kan veroorzaken voorzien van een automatische stilstandsvoorziening waarmee wordt geborgd dat niet meer slagschaduw optreedt dan volgens voorschrift 22 is toegestaan. 4. Voor elke windturbine met een stilstandsvoorziening moet een logboek worden bijgehouden. Per etmaal wordt de daadwerkelijk opgetreden slagschaduw vermeld en alle gegevens worden opgenomen die relevant zijn om de opgetreden slagschaduw te bepalen. Het logboek bevat ten minste een slagschaduwkalender voor elk relevant gevoelig gebouw in tabelvorm waarin de astronomisch maximaal mogelijke slagschaduwduur wordt weergegeven én een vermelding van het aantal minuten slagschaduw per jaar dat op elk relevant gevoelig gebouw is veroorzaakt.
Externe veiligheid
Maatregel • De as- en tiphoogte van WT10 zijn verlaagd vanwege de ligging van twee gasleidingen ten zuiden aan de overzijde van het Voedingskanaal. Dit is noodzakelijk om aan wet- en regelgeving te voldoen. • Er wordt een redundante kabelverbinding bij de Hartelkering gerealiseerd, zodat zowel de Hartelkering als de Maeslantkering altijd kunnen sluiten. Bij ijsvorming aan de bladen zullen de turbines buiten werking worden gesteld.
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
MER: V, W
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
Milieuthema
Maatregel(en) en wijze van borging Wijze van borging (voorschriften in ontwerpvergunningen) Omgevingsvergunning Het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen kwetsbaar object, veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbines, is niet hoger dan 10-6 per jaar. Het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen beperkt kwetsbaar object, veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbines, is niet hoger dan 10-5 per jaar. Uiterlijk 12 weken voor aanvang van de bouwfase dient vergunninghouder middels een schriftelijke rapportage aan het college aan te tonen dat wordt voldaan aan de voorwaarden uit de NEN 3654 (wederzijdse beïnvloeding van buisleidingen en hoogspanningssystemen) opdat verzekerd is dat de geselecteerde ondergrondse stroomkabel(s) die onderdeel vormen van het vergunde windpark geen onaanvaardbare risico’s met zich brengen voor de gasleidingen van Gasunie in het projectgebied. Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden dient een KLIC-melding (graafmelding) gedaan te worden met betrekking tot alle kabel- en leidinginformatie ter plaatse. De kabels en leidingen dienen goed in beeld te worden gebracht door middel van een proefsleuf, zodat men er zeker van kan zijn dat er geen schade ontstaat tijdens de aanleg van het vergunde windpark.
Watervergunning Instemming van het waterschap Hollandse Delta voor de werkzaamheden, maatregelen en planning is vereist voor het uitvoeren van de werken. Hierbij moet worden aangetoond dat de opbouw wegconstructie, verkeersveiligheid, stabiliteit, veiligheid en erosiebestendigheid van de primaire kering is geborgd middels het aanleveren van detailuitwerking, berekeningen, onderbouwing parameters en uitvoermethode. Voor uitvoering van de werkzaamheden dient een onderzoeksrapportage aan Rijkswaterstaat (RWS) te worden overlegd, die inzicht geeft in de mogelijk nadelige invloed, en bijbehorende mitigerende maatregelen, van de windturbines op de satellietverbinding met het bedieningsgebouw van de Hartelkering. Goedkeuring van RWS op deze rapportage is vereist.
Lichthinder – obstakelverlichting en markering
31
Maatregel • Er is in het concept-omgevingsconvenant afgesproken om transpondertechnologie toe te passen zodat lampen op de turbines niet continu branden, hier dient een vergunning voor te worden verkregen. Dit betreft een voorwaardelijke maatregel, aangezien deze alleen uitgevoerd kan worden indien de provincie Zuid-Holland en ILT het eens worden dat naastgelegen windparken dezelfde technologie gaan toepassen. Wijze van borging (voorschriften in ontwerpvergunning) • Teneinde lichthinder door wettelijk verplichte obstakelverlichting zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken, moet vergunninghouder uiterlijk drie maanden voor aanvang bouwfase een verlichtingsplan ter goedkeuring aan het college voorleggen. In dit verlichtingsplan moeten in ieder geval de maatregelen opgenomen worden die HVC voornemens is te nemen ter minimalisering van lichthinder door obstakelverlichting. HVC dient het verlichtingsplan zoals goedgekeurd uit te voeren vanaf start exploitatiefase tot einde hiervan.
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
Verwijzing naar bijlage
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
32
Milieuthema
Maatregel(en) en wijze van borging
Lichthinder – lichtschittering
Maatregel • Voor het thema lichtschittering wordt opgemerkt dat de afwerking van de windturbines wordt uitgevoerd conform de inhoud van de Staatscourant, Nr. 31428, d.d. 16 juni 2020 (Bekendmaking wijziging Informatieblad aanduiding van windturbines en windparken op het Nederlandse vasteland). In standaardsituaties kan sprake zijn van bijvoorbeeld RAL 7035 of RAL 9018. Wijze van borging (voorschriften in ontwerpvergunning) Teneinde hinder als gevolg van lichtschittering bij het in werking hebben van een windturbine te voorkomen of te beperken, mag de reflectiewaarde van – aan de buitenkant zichtbare – materialen of daarop aangebrachte coatings maximaal 30% bedragen. 5. Het meten van reflectiewaarden vindt plaats overeenkomstig NEN-EN-ISO 2813 of een daaraan ten minste gelijkwaardige meetmethode. 6. Binnen 3 maanden na ingebruikname van de het windpark dient vergunninghouder middels een meetrapport dan wel op andere geschikte wijze aan te tonen dat aan voorschrift 26 wordt voldaan.
Ecologie – Soorten
Maatregel Toepassen stilstandsvoorziening voor vleermuizen en de zeearend. Voor laatstgenoemde gebeurt dat i.c.m. de installatie van een detectiecamera. Kap van bomen buiten het broedseizoen (wettelijk verplichte maatregel). Wijze van borging (voorschriften in ontwerpontheffing Wnb) Er mag alleen buiten het broedseizoen (1 maart tot en met 15 augustus) gewerkt worden, of indien werken buiten het broedseizoen toch niet mogelijk blijkt, wordt voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole gedaan. Hierbij wordt opgelegd dat indien er een broedgeval wordt aangetroffen, de werkzaamheden uitgesteld dienen te worden totdat het broedgeval is afgerond, of dienen er maatregelen getroffen te worden om verstoring van het broedgeval te voorkomen. Tijdens de aanlegfase mag ’s nachts geen verlichting gebruikt worden om verstoring van vleermuizen te voorkomen. Dit is van toepassing in het actieve seizoen van vleermuizen (1 april tot 30 oktober). Uiterlijk één maand voor de start van de werkzaamheden en uiterlijk één jaar na afgifte van de ontheffing dient een plan van aanpak met maatregelen voor de kwaliteitsimpulsen voor de buizerd en vleermuizen ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.
In dit plan dient concreet gemaakt te worden wanneer welke maatregelen getroffen worden; de eerste kwaliteitsverbeteringen dienen gerealiseerd te zijn voordat de werkzaamheden aanvangen. Ter reductie van het aantal vleermuisslachtoffers dient de draaisnelheid van de rotoren van de windturbines voor de gehele operationele periode van het windpark te worden beperkt tot een draaisnelheid van maximaal één ronde per minuut onder de volgende gezamenlijk optredende condities tussen zonsondergang en zonsopkomst: - in de periode van 1 april tot 30 oktober; en - bij temperaturen hoger dan 10 graden Celsius (gemeten op ashoogte); en - bij droog weer (<1mm/u); en - bij een windsnelheid lager dan 6 m/s (gemeten op ashoogte). 7. Het is toegestaan om in plaats van de omschreven stilstandsvoorziening een andere maatregel toe te passen, indien daarmee aantoonbaar betere of vergelijkbare resultaten kunnen worden behaald ten aanzien van het reduceren van vleermuisslachtoffers.
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
Verwijzing naar bijlage
MER: T GRO: 25 t/m 28
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
Milieuthema
Maatregel(en) en wijze van borging
Verwijzing naar bijlage
8. Er dient een plan van aanpak voor een vogeldetectiesysteem voor de zeearend opgesteld te worden. Het plan van aanpak dient, minimaal twee maanden voor aanvang van de bouw, doch uiterlijk binnen één jaar na bekendmaking van dit besluit ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. In dit plan dienen gegevens over het type detectiesysteem te worden weergegeven, inclusief de wijze waarop in reactie op een dergelijke vogeldetectie de rotoren zodanig in draaisnelheid beperkt worden dat een aanvaring voorkomen wordt. Maatregel • Onderzoeken welke voorstellen, zoals opgenomen in het compensatieplan recreatie, daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. • Landschappelijk inpassen van de turbinevoeten.
Landschap en cultuurhistorie
33
Wijze van borging (voorschriften in ontwerpvergunning) Herplantplicht Onverminderd wettelijke herplantverplichtingen, is vergunninghouder gehouden om zich in te spannen om voor iedere gekapte boom twee kwalitatief gelijkwaardige bomen terug te planten in het projectgebied, of, wanneer dit redelijkerwijs niet mogelijk is, buiten het projectgebied. Onder het projectgebied wordt verstaan het gebied van de Brielse Maasdijk alsmede het gebied direct ten zuiden van het voedingskanaal, een en ander tussen hoogspanningsstation Geervliet in het westen en de inlaatsluis Spijkenisse in het oosten. Om invulling te geven aan de inspanningsverplichting dient vergunninghouder uiterlijk 12 weken voor aanvang van de bouwfase een herplantplan ter goedkeuring aan het college voor te leggen. Uiterlijk binnen twaalf maanden na aanvang bouw dient aan het goedgekeurde herplantplan uitvoering te worden gegeven. Vergunninghouder dient de herplante bomen in stand te houden. Inpassingsplan voeten van turbines en transformatorgebouw Mede gelet op de recreatieve functie van de Brielse Maasdijk, dient vergunninghouder uiterlijk 12 weken voor aanvang van de bouwfase een landschappelijk inpassingsplan ter goedkeuring aan het college voor te leggen, zowel voor de voeten van de windturbines als voor het transformatorgebouw en het onderstation.
Uit dit inpassingplan moet blijken hoe (en wanneer) de voeten, het transformatorgebouw en het onderstation zorgvuldig ruimtelijk worden ingepast in overeenstemming met de uitstraling en het recreatieve gebruik van het gebied. Uiterlijk binnen twaalf maanden na aanvang bouw dient aan het goedgekeurde inpassingsplan volledig uitvoering te worden gegeven. Vergunninghouder dient de goedgekeurde inpassingsmaatregelen in stand te houden. Onderdeel van het inpassingplan vormt een beeldkwaliteitsplan met (foto)visualisaties. Afschrift van dit inpassingsplan met verzoek om goedkeuring wordt onverwijld door vergunninghouder aan GS van Zuid-Holland verstrekt.
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
MER: U
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
Milieuthema
Maatregel(en) en wijze van borging
Verwijzing naar bijlage MER: I
Ruimtegebruik
Maatregel • Tijdens de detailuitwerking wordt getracht om kap van bomen verder te minimaliseren. Bij WT10 is al wel rekening gehouden met het minimaliseren van bomenkap. Voor het bereikbaar houden van de woningen aan de Plaatweg wordt een tijdelijke weg aangelegd (zie bijlage I bij het MER). De ruimte van de huidige Plaatweg kan zodoende gebruikt worden voor de opstelplaats van de hijskraan. Hiermee is het aantal te kappen bomen significant teruggebracht. Wijze van borging (voorschriften in ontwerpvergunning) • Uitvoeren werkzaamheden conform ingediend ontwerp. Maatregel • Het recreatieve fiets- en wandelpad omleiden tijdens de realisatiefase. • Onderzoeken welke voorstellen, zoals opgenomen in het compensatieplan recreatie, daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden.
MER: U
Recreatie
Luchtruim, radar en straalpaden
Wijze van borging (voorschriften in ontwerpvergunning) Uiterlijk 12 weken voor aanvang van de bouwfase dient vergunninghouder een uitgewerkt compensatieplan ter goedkeuring aan het college voor te leggen. In dit compensatieplan moet het totaal aan maatregelen zijn opgenomen (inclusief tijdspad voor uitvoering hiervan) gericht op compensatie van negatieve gevolgen van het windpark, zodanig dat de kwaliteit van het recreatiegebied per saldo gelijk blijft. Onderdeel van het compensatieplan vormt een beeldkwaliteitsplan met (foto)visualisaties. Afschrift van dit compensatieplan met verzoek om goedkeuring wordt onverwijld door vergunninghouder aan GS van Zuid-Holland verstrekt. Maatregel X, Y, Z, AA, • Met een iteratieslag zijn de posities van WT4, WT5 en WT6 geoptimaliseerd, zodat er geen hinder optreedt voor de BB, CC, DD, gevechtsleidingsradar (wettelijk verplichte maatregel). EE Wijze van borging • Niet van toepassing. Windturbines dienen gebouwd te worden op de locatie en conform de specificaties uit de vergunningaanvraag.
Maatregel GRO: 21 • Bij ontwerp en realisatie van de fundaties van windturbines, onder- en trafostation, werkterreinen en bij de aanleg van kabels moet rekening gehouden worden met het (blijven) voldoen aan de maximaal toelaatbare toename van de faalkans van de primaire Waterveiligheid waterkering (wettelijk verplichte maatregel). Wijze van borging (voorschriften in ontwerpvergunning) • Via voorschriften in de watervergunning > vanwege de vele voorschriften volstaat hier verwijzing naar het aspect Externe veiligheid.
34
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
Milieuthema
Waterhuishouding
Maatregel(en) en wijze van borging
Verwijzing naar bijlage
Maatregel Tijdens de bouw van de windturbines kan ervoor gezorgd worden dat bemaling van de bouwput zo ontworpen wordt dat er een minimale onttrekking van grondwater nodig is, bijvoorbeeld door de toepassing van damwanden (wettelijk verplichte maatregel).
GRO: 22
Wijze van borging (voorschriften in ontwerpvergunning) • Via voorschriften in de watervergunning > zie aspect Externe veiligheid. Maatregel Onderzoek en eventuele maatregelen conform vigerende wet- en regelgeving.
Bodem
35
Wijze van borging (voorschriften in ontwerpvergunning) Het bodemrisico van de in de aanvraag beschreven bodembedreigende activiteiten moet door het treffen van een combinatie van maatregelen en voorzieningen voldoen aan een verwaarloosbaar bodemrisico, zoals gedefinieerd in de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB). Ter vaststelling van de kwaliteit van de bodem als referentiesituatie moet uiterlijk binnen drie maanden voordat gestart wordt met de bouw van het onderstation een rapport met de resultaten van een onderzoek naar de bodemkwaliteit ter nadere goedkeuring zijn ingediend bij het bevoegd gezag (nulsituatie). Het onderzoek moet betrekking hebben op alle plaatsen binnen de inrichting waar bodembedreigende activiteiten plaatsvinden, zijn gebaseerd op de NEN 5740 ‘Onderzoekstrategie vaststelling nulsituatie bij een toekomstige bodembelasting’ en afgestemd zijn op de toegepaste stoffen. d. Ter zake van de uitvoering van het bodemonderzoek kunnen binnen 6 weken nadat voornoemde rapportage is overgelegd nadere eisen worden gesteld door het bevoegd gezag; inhoudende dat meerdere monsternemingen of analyses moeten worden verricht, indien dit op grond van de overgelegde hypothese(n) en onderzoeksstrategie noodzakelijk blijkt. e.
Geadviseerd wordt om ten minste 2 weken voorafgaand aan de uitvoering van het nul-situatiebodemonderzoek een onderzoeksvoorstel met boorplan conform de NEN5740 ter beoordeling bij de DCMR in te dienen. 9. Binnen drie maanden na beëindiging van een bodembedreigende activiteit moet ter vaststelling van de kwaliteit van de bodem een bodembelastingonderzoek naar de eindsituatie zijn uitgevoerd. De resultaten moeten uiterlijk één maand nadat dit onderzoek is uitgevoerd aan het bevoegd gezag zijn overgelegd. Ter plaatse van de tijdens het nulsituatieonderzoek onderzochte locaties moet het eindonderzoek dezelfde opzet en intensiteit hebben als het nulsituatieonderzoek, mits het nulsituatieonderzoek correct is uitgevoerd. f. Als het nulsituatieonderzoek niet correct is uitgevoerd dan moet het eindonderzoek betrekking hebben op alle plaatsen binnen de inrichting waar bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. g. c. Het eindonderzoek moet gebaseerd zijn op de NEN 5740 ‘Onderzoekstrategie vaststelling nulsituatie bij een toekomstige bodembelasting’ en afgestemd zijn op de toegepaste stoffen. 10.
Indien uit het onderzoek blijkt dat de bodem als gevolg van de activiteiten in de inrichting is aangetast of verontreinigd, draagt degene die de inrichting drijft er zorg voor dat zo spoedig mogelijk na toezending van dat rapport dan wel binnen een met het bevoegd gezag nader overeengekomen termijn, de bodemkwaliteit is hersteld tot de nulsituatie. 11. Het herstel van de bodemkwaliteit geschiedt door een erkend persoon of instelling op grond van het Besluit bodemkwaliteit. Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
Milieuthema
Archeologie
36
Maatregel(en) en wijze van borging
Verwijzing naar bijlage
Maatregel • Archeologievriendelijke bouwmethoden. • Archeologische resten behouden door opgraven (wettelijk verplichte maatregel).
GRO: 31
Wijze van borging (voorschriften in ontwerpvergunning) Aanvrager dient voorafgaand aan de start van de bouwfase een inventariserend verkennend veldonderzoek middels grondboringen uit te (laten) voeren conform het PvE van BOOR van 25 mei 2022 (bijlage 31 bij de Goede Ruimgelijke Onderbouwing). Uiterlijk 12 weken voorafgaand aan de start van de bouwfase dient aanvrager de resultaten hiervan schriftelijk ter goedkeuring voor te leggen aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag kan aan deze goedkeuring voorwaarden verbinden ter bescherming van archeologische waarden, bijvoorbeeld nadere onderzoeksplichten en/of maatregelen gericht op behoud (in situ of anderszins). 12. Er dient altijd rekening te worden gehouden met zogenaamde toevalsvondsten bij de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied. Hiervan dient de uitvoerder op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding te maken bij de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (vondstmelding Archis). Om praktische redenen is het eenvoudiger om dit bij de gemeente Nissewaard te doen.
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
9.3
Effectbeoordeling VKA
De effectbeoordeling van het VKA is opgenomen in Tabel 10 (realisatiefase) en Tabel 11 (gebruiksfase). Na elke tabel volgt een toelichting op de belangrijkste verschillen in effecten op de beoordeelde aspecten en criteria tussen het VKA en de in het MER beoordeelde alternatieven (met mitigerende maatregelen).
9.3.1
Effectbeoordeling VKA - realisatiefase
Tabel 10. Overzicht van effectbeoordelingen van de onderzochte alternatieven en van het VKA voor de realisatiefase.
Effectbeoordeling VKA-realisatiefase, inclusief effectbeoordeling overige alternatieven Aspect
Criterium
Ref. A6.1 A6.2 A5 A4.1 A4.2 B6.1 B6.2 B5 (3/3) (4.2) (3/2) (2/2) (4/0) (3/3) (5.2) (3/2)
Waterveiligheid
Effect op aanwezige waterkeringen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Waterhuishouding
Grondwaterstanden, hemelwater, oppervlaktewater en bemalingsafvoer
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Verstoring vogels
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Verstoring vleermuizen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Ruimtebeslag bomen
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Ruimtebeslag vogels en vleermuizen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Barrièrewerking vogels
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Barrièrewerking vleermuizen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Mortaliteit vogels
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Mortaliteit vleermuizen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Verstoring (N2000 en NNN)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Ruimtebeslag (N2000 en NNN)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Barrièrewerking (N2000 en NNN)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Aantasting van bekende archeologische waarden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Aantasting van verwachte ecologische waarden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Ruimtegebruik
Benodigde oppervlakte voor de ontwikkeling
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Recreatie
Wijziging kwaliteit van de recreatiemogelijkheden
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Ecologie – Soorten
Ecologie – Gebieden
Archeologie
B4.1 (2/2)
B4.2 VKA (4/0)
Er is geen verschil in effecten op de beoordeelde aspecten en criteria tussen het VKA en de als onderdeel van het MER beoordeelde alternatieven.
37
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
9.3.2
Effectbeoordeling VKA - gebruiksfase
Tabel 11. Overzicht van effectbeoordelingen van de onderzochte alternatieven en van het VKA voor de gebruiksfase.
Effectbeoordeling VKA-gebruiksfase, inclusief effectbeoordeling overige alternatieven Aspect
Criterium
Ref.
A6.1 (3/3)
A6.2 (4/2)
A5 (3/2)
A4.1 (2/2)
A4.2 (4/0)
B6.1 (3/3)
B6.2 (5.2)
B5 (3/2)
B4.1 (2/2)
B4.2 (4/0)
VKA (3/2)
Aantal geluidgevoelige objecten binnen geluidcontouren*
0
--
--
--
--
-
-
-
-
-
-
-
Aantal geluidgevoelige objecten binnen geluidcontouren inclusief bestaande windturbines*
0
--
--
--
--
-
--
-
-
-
-
-
Laagfrequent geluid
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Laagfrequent geluid inclusief bestaande turbines**
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Aantal (ernstig) gehinderden vanwege enkel het Windpark Brielse Maasdijk
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
0
-
Aantal (ernstig) gehinderden vanwege het Windpark Brielse Maasdijk en de bestaande windturbines in het gebied
0
-
-
-
-
-
-
-
-
0
-
Aantal ernstig gehinderden door de cumulatie van Windpark Brielse Maasdijk met het geluid van de bestaande windturbines, de industrie, het wegverkeer en het railverkeer in het gebied
0
-
-
-
-
0
-
0
0
0
0
-
Gemiddeld aantal stilstandsuren per jaar ter voorkoming van slagschaduw op gevoelige objecten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Objecten met personen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Wegen, waterwegen en vliegverkeer
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Industrie en inrichtingen (Seveso etc.)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Transportleidingen en hoogspanningsleidingen
0
0
-(NM)
0
Vervoer gevaarlijke stoffen
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Straalpaden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Verkeersleidingradar
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Gevechtsleidingradar
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Scheepsradar
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Effect op aanwezige waterkeringen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
WaterGrondwaterstanden, hemelwater, huishouding oppervlaktewater en bemalingsafvoer
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Geluid
Gezondheid
Slagschaduw
Externe veiligheid
Luchtruim, radar en straalpaden
Waterveiligheid
38
---(NM) (NM) (NM)
0
----(NM) (NM) (NM) (NM)
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
Effectbeoordeling VKA-gebruiksfase, inclusief effectbeoordeling overige alternatieven Aspect
Criterium
Ref.
A6.1 (3/3)
A6.2 (4/2)
A5 (3/2)
A4.1 (2/2)
A4.2 (4/0)
B6.1 (3/3)
B6.2 (5.2)
B5 (3/2)
B4.1 (2/2)
B4.2 (4/0)
VKA (3/2)
Verstoring vogels
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Verstoring vleermuizen
0
-
-
-
0
-
-
-
0
0
-
-
Ruimtebeslag bomen
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Ruimtebeslag vogels en vleermuizen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Barrièrewerking vogels
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Barrièrewerking vleermuizen
0
-
-
0
0
-
-
-
0
0
-
-
Mortaliteit vogels
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Mortaliteit vleermuizen
0
-
-
-
0
-
-
-
-
0
-
-
Verstoring (N2000 en NNN)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Ruimtebeslag (N2000 en NNN)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Barrièrewerking (N2000 en NNN)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Aansluiting op de bestaande landschappen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
-
Effect op beleving en waarneming
0
--
--
--
--
-
-
-
-
-
-
-
Ontwerp van de turbines
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
-
Herkenbaarheid/ zichtbaarheid van de opstelling
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
-
Samenhang met andere windelementen/ hoge objecten
0
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
Effect op cultuurhistorische waarden
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Bodem
Verandering bodem samenstelling/ bodemkwaliteit
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Lichthinder
Effect op waarneming en beleving
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Luchtkwaliteit
Verspreiding stoffen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Aantasting van bekende archeologische waarden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Aantasting van verwachte archeologische waarden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Ruimtegebruik
Benodigde oppervlakte voor de ontwikkeling
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Recreatie
Wijziging kwaliteit van de recreatiemogelijkheden
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Ecologie – Soorten
Ecologie – Gebieden
Landschap & Cultuurhistorie
Archeologie
* Voor dit criterium is alleen het geluid van het nieuwe windpark beschouwd. Derhalve zijn voor dit criterium de effecten beoordeeld ten opzichte van een referentiesituatie waarbij geen woningen door windturbinegeluid zijn belast. ** Dit geldt voor de woningen in Spijkenisse. Ter hoogte van Geervliet wordt in de referentiesituatie de NSG-curve met 8 dB overschreden door de bestaande windturbines. De effecten worden beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Om deze reden is de referentiesituatie op "0"gesteld. *** ‘NM’ bij externe veiligheid staat voor ‘niet mogelijk’. Dit heeft betrekking op de constatering dat alternatieven met WT3 niet mogelijk bleken te zijn (zie hierboven voor toelichting).
39
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
Neutrale effecten Voor de volgende aspecten geldt dat deze neutraal scoren (geen negatieve effecten) qua effectbeoordeling in relatie tot de gebruiksfase van het windpark, voor zowel het VKA als de beoordeelde MER-alternatieven: • Archeologie. Door het toepassen van de mitigerende maatregel, zoals eerder beschreven, wordt het effect op dit aspect als neutraal beoordeeld. • Slagschaduw. Er treedt geen slagschaduw op door toepassing van de stilstandsregeling. • Luchtruim, radar en straalpaden. Er is geen sprake van verstoring van radarsignalen, blokkade van straalpaden of hinder voor de luchtvaart. • Waterveiligheid. Er wordt bij alle varianten voldaan aan de faalkansen voor de primaire kering. • Waterhuishouding. Het waterhuishoudkundig systeem wordt niet beïnvloed/gewijzigd. • Ecologie – Gebieden. Geen van de varianten heeft een ruimtebeslag of effect op N2000- of NNN-gebieden. • Luchtkwaliteit. Er is geen sprake van emissies tijdens de gebruiksfase van het windpark. • Ruimtegebruik. Multifunctioneel ruimtegebruik ligt bij alle varianten > 75%, waardoor dit aspect geen negatieve score krijgt. Niet-onderscheidende effecten In de categorie niet-onderscheidende effecten (effecten die wel negatief scoren, maar dat geldt voor zowel het VKA als de beoordeelde MER-alternatieven) vallen archeologie en recreatie. • Recreatie.
In de gebruiksfase is er voor alle varianten (dus inclusief het VKA) sprake van een negatief effect op de kwaliteit van de recreatieve gebruiksmogelijkheden van het recreatiegebied Brielse Maasdijk en de oevers van het Voedingskanaal. Hoewel het absolute ruimtebeslag van de windturbines beperkt is, wordt de kwaliteit van de recreatiemogelijkheden in en nabij het gebied wel beïnvloed door de aanwezigheid van de windturbines. Verwijderen van bomen en eventuele overige aanwezige beplantingen zorgt daarnaast voor een vermindering van het groene recreatieve karakter van het gebied. Onderscheidende effecten Ten aanzien van de onderscheidende effecten kan dit zowel positief als negatief zijn, wanneer het VKA wordt vergeleken met de MER-varianten. Onderstaande aspecten zijn in dit kader onderscheidend. • Geluid. Relevante criteria zijn het aantal geluidgevoelige objecten binnen geluidcontouren, met en zonder achtergrondgeluid. Het VKA bestaat uit vier hogere turbines en één lagere. Twee van de turbineposities bevinden zich ten noorden van de woonkern van Spijkenisse noord. Het VKA moet zich tijdens de gebruiksfase houden aan de randvoorwaarden voor geluid, zoals bepaald in de lokale normen die voor de projectlocatie zijn afgeleid.
Ten opzichte van de referentiesituatie zal er een toename zijn aan (ernstig) gehinderden, maar de mate daarvan is geringer dan voor de alternatieven (met mitigerende maatregelen) bestaande uit hoge(re) turbines (vanwege de beperkingen die worden opgelegd door lokale normen). Het VKA scoort op dit punt gelijk aan de alternatieven bestaande uit lage(re) turbines. • Gezondheid. Van de drie beschouwde criteria van dit aspect, is het aantal ernstig gehinderden door de cumulatie van Windpark Brielse Maasdijk met het geluid van de bestaande windturbines, de industrie, het wegverkeer en het railverkeer in het gebied de meest relevante. Op dit punt scoort het VKA gelijk (negatief) met de alternatieven bestaande uit de hoge(re) windturbines. Door hun grotere hoogte reiken de effecten verder dan van de kleine(re) turbines. Alternatieven bestaande uit kleine(re) turbines scoren op dit punt dan ook neutraal, uitgezonderd alternatief B6.1, wat veroorzaakt wordt door het feit dat dit alternatief drie turbines aan de oostkant van de Hartelbrug heeft. • Externe veiligheid. Tijdens de beoordeling van de alternatieven was al geconcludeerd dat alternatieven met daarin WT3 niet uitvoerbaar zijn, vanwege externe veiligheid. Het VKA bevat WT3 niet en scoort hierdoor op externe veiligheid neutraal. • Ecologie – Soorten.
Onderscheidende criteria binnen dit aspect zijn allemaal gerelateerd aan vleermuizen. De enige varianten die neutraal scoren, hebben de minste windturbines aan de westzijde van de Hartelbrug en/of turbineposities waarvoor (zo goed als) geen bomen gekapt hoeven te worden. Het VKA scoort hier negatief, omdat er wel sprake is van het plaatsen van drie turbines aan de westzijde van de Hartelbrug en er ook voor enkele turbines sprake is van de noodzaak om bomen te kappen. • Landschap & Cultuurhistorie. Als mitigerende maatregelen zijn diverse zaken geopperd, waaronder de spatiering tussen de windturbines, het streven naar een ontwerp van een verhouding tussen rotordiameter en ashoogte van 1:1 en het laten vervallen van WT10. Geen van deze maatregelen leidt bij toepassing tot een economisch haalbaar ontwerp van het windpark. Deze maatregelen zijn daarom niet doorgevoerd in het VKA. Inpassing in het landschap van het VKA scoort daarom negatiever ten opzichte van de MER-alternatieven.
40
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
9.3.3
Effectbeoordeling VKA – elektriciteitsopbrengsten
In onderstaande Tabel 12 is de verwachte energieopbrengst van het VKA opgenomen, in aanvulling op de energieopbrengsten van de MER-alternatieven. Uit onderstaande tabel volgt dat het VKA qua energieopbrengst vergelijkbaar scoort met het andere alternatief bestaande uit vijf (hoge(re)) windturbines (A5) en aanzienlijk beter dan de alternatieven met lage(re) windturbines, zelfs diegene die bestaan uit zes turbines. Tabel 12. Overzicht energieopbrengst en verliezen door zog-effecten, mitigerende maatregelen voor geluid en slagschaduw en overige factoren.
Effectbeoordeling Energieopbrengst Aspect
Criterium
EnergieEnergieopbrengst opbrengst in MWh per jaar
Ref.
0
A6.1 (3/3)
A6.2 (4/2)
A5 (3/2)
A4.1 (2/2)
A4.2 (4/0)
B6.1 (3/3)
B6.2 (4/2)
B5 (3/2)
B4 (2/2)
B4.2 (4/0)
VKA (3/2)
++ ++ ++ 120.757 117.372 103.053
++ 83.627
++ 76.892
+ 63.599
+ 61.129
+ 55.109
+ 44.597
+ 42.843
++ 99.741
Tijdens het ontwerpen van het VKA is ook gekeken naar de berekende energieopbrengst, afgezet tegen de verschillende normvariantstellingen en het aantal gehinderden. DCMR heeft hierover ook een advies gedeeld met gemeente (d.d. 29 september 2023). Hierin wordt gesteld dat het alternatief 4.2 (met vier posities aan de westzijde van de brug) in deze afweging beter passend zou zijn. Echter, uit onderzoek blijkt dat vier of meer posities aan de westzijde van de brug niet haalbaar is, hoofdzakelijk vanwege onoverkomelijke knelpunten t.a.v. externe veiligheid. Verschuiving van de positie van WT3 in zowel oostelijke als westelijke richting is niet mogelijk. Er wordt in het MER aldus terecht geconcludeerd dat alternatief 4.2 niet uitvoerbaar is. Het VKA geniet beargumenteerd de voorkeur.
41
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
10
Leemten in kennis
In onderstaande Tabel 13 zijn de leemten in kennis opgenomen die bij het opstellen van het MER zijn geconstateerd. Leemten in kennis en informatie kunnen deels ontstaan door het ontbreken van kennis en informatie op dit moment, maar ook door onzekerheid over ontwikkelingen in de toekomst. Het doel van de beschrijving van de leemten in kennis en informatie is om besluitvormers inzicht te geven in de volledigheid van de informatie op basis waarvan zij het besluit nemen. Deze leemten in kennis staan de besluitvorming echter niet in de weg. Algemene leemten, door bijvoorbeeld het gebruik van modelberekeningen, zijn hierbij niet expliciet samengevat. Tabel 13. Overzicht van leemten in kennis, per aspect.
Aspect
Leemte in kennis
Geluid
Er zijn op dit moment geen wettelijke normen voor het geluid van windturbines.
Gezondheid
De effectbeoordeling is gebaseerd op de huidige wetenschappelijke onderzoeken die openbaar toegankelijk zijn. Het onderwerp is echter volop in beweging, er kan dus niet uitgesloten worden dat na het schrijven van dit MER nieuwe kennis wordt opgedaan die de effectscore kan beïnvloeden. Dit heeft geen invloed op de keuze voor het VKA aangezien deze is gebaseerd op de afweging tussen de verschillende alternatieven.
Slagschaduw
Niet aanwezig.
Externe veiligheid Niet aanwezig. Gevechtsleidingradar: Er is onduidelijkheid over de uiteindelijke plaatsing van de gevechtsleidingradar in Herwijnen of een van de alternatieve locaties. Daar kan op het moment Luchtruim, Radar van schrijven nog geen uitsluitsel over gegeven worden. De locatie van deze radar bepaald of de detectiekans en/of maximum bereik van de onderzochte opstelling wordt overschreden of niet. en Straalpaden Scheepvaartradar. Er is onduidelijkheid of de scheepsvaartradar daadwerkelijk hinder kan ondervinden van de mogelijke windturbines (positie en rotordiameter). Het uiteindelijke ontwerp en de uitvoeringswijze voor het windpark zijn bepalend voor nadere, gedetailleerde beoordeling van effecten in de realisatie- en exploitatiefase. Daarbij speelt ook kennis van de bodemopbouw van de Brielse Maasdijk een rol, in het bijzonder bij de windturbinelocaties. Waterveiligheid
Mogelijk sluiten de aan te leggen damwandschermen voor fundaties en opstelplaatsen de grondwaterstroming vanuit het dijklichaam richting het Voedingskanaal plaatselijk af, waardoor de freatische lijn tijdens dagelijkse omstandigheden en tijdens hoogwater zou kunnen stijgen. Dit kan een nadelig effect hebben op de stabiliteit van de damwand en het dijklichaam. Bij het verdere detailontwerp van de damwanden dient hier op locatieniveau rekening mee gehouden te worden.
Er is nog onduidelijkheid over de grondwaterstanden en de mate waarin bemaling noodzakelijk is bij aanleg van de fundaties voor windturbines. Mocht bemaling tijdens realisatie toch noodzakelijk zijn, dan wordt geadviseerd om in de ontwerpfase berekeningen uit te voeren om het eventuele effect van bemaling nader te bepalen en een bemalingsplan uit te werken. In de planuitwerking kan het negatieve effect vanwege de bemaling van bouwputten gespecificeerd worden door Waterhuishouding nader veldwerk (bodemkenmerken, metingen van grondwaterkwaliteit in de dijk) en door simulatie van de bronbemalingen. Daarbij kan ook onderzocht worden in welke mate toepassing van damwanden de bemaling zullen beïnvloeden. Hierbij dient ook het effect van bemaling op de waterveiligheid meegenomen te worden. In het bemalingsplan kan verder ingegaan worden op het lozen van het bemalingswater. Indien dit brak tot zout water betreft, lijkt lozen op het Hartelkantaal logisch. Ecologie - soorten Niet aanwezig. Ecologie gebieden
Op basis van aanvullend onderzoek van Bureau Waardenburg (kenmerk 23-0391/23.06999/ HeiPr, d.d. 30 november 2023) geldt dat er geen leemten van kennis (meer) aanwezig zijn.
Cultuurhistorie
Ter plaatse van het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Er is dan ook geen sprake van een leemte in kennis op dit gebied.
42
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
Aspect
Leemte in kennis
Bodem
Er zijn nog leemten in kennis met betrekking tot de bodemkwaliteit en –samenstelling. Echter staan deze leemten in kennis de besluitvorming voor het voorkeursalternatief (VKA) niet in de weg. De leemten betreffen: • Bodemdossier. Het bodemdossier van vóór 2007 is niet beschikbaar bij omgevingsdienst DCMR. • Actueel beeld bodemkwaliteit. Er zijn geen bodemonderzoeken bekend binnen het projectgebied waarmee een beeld van de bodemkwaliteit verkregen kan worden. • Actueel beeld bodemsamenstelling. Er zijn geen bodemonderzoeken bekend binnen het projectgebied waarmee een beeld van de bodemsamenstelling verkregen kan worden.
Lichthinder
Er is geen sprake van een leemte in kennis wat dit aspect betreft. Wel is er onduidelijkheid of naderingsdetectie als mitigatiemaatregel kan worden toegepast, maar dit geldt niet als kennisleemte.
Luchtkwaliteit
Niet aanwezig. •
Archeologie •
Bekende archeologische waarden. Wat betreft de bekende archeologische waarden zijn de meest recente data van Archis 3 gebruikt en is er in die zin geen sprake van leemten in kennis. Niet alle bekende waarden zijn echter gewaardeerd en daarom is er binnen deze groep sprake van een leemte in kennis. Ook heeft nog geen bureauonderzoek plaatsgevonden. Eventuele verificatie door een booronderzoek moet plaatsvinden in de verdere detaillering van ontwerp en uitvoerings(methoden). Verwachte archeologische waarden. Voor de te verwachte waarden is sprake van leemten in kennis. Er heeft nog geen bureauonderzoek plaatsgevonden. Eventuele verificatie door een booronderzoek moet plaatsvinden in de verdere detaillering van ontwerp en uitvoerings(methoden).
Ruimtegebruik
Niet aanwezig.
Recreatie
Niet aanwezig.
Hoewel de in dit hoofdstuk beschreven opbrengsten en emissies berekend zijn aan de hand van nauwkeurige modellen blijft het een inschatting van de werkelijkheid, die mede wordt bepaald Energieopbrengst door het uiteindelijke type/merk windturbine. Hierdoor kan de uiteindelijke situatie enigszins afwijken van de hierboven beschreven resultaten.
43
Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public
SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK
11
Aanzet evaluatieprogramma
Op grond van de Wet milieubeheer bestaat binnen de m.e.r.-procedure een verplichting tot het opstellen en uitvoeren van een evaluatieprogramma. Een evaluatieprogramma wordt gelijktijdig met het m.e.r.-plichtige besluit vastgesteld. Doel van het evaluatieprogramma is te bezien of de werkelijke (milieu)effecten overeenkomen met de effecten zoals deze in het MER zijn beschreven. In onderstaande Tabel 14 is de aanzet tot het evaluatieprogramma opgenomen. Deze is gebaseerd op de uitkomsten van de effectbeschrijving en -beoordeling en de bovenstaande leemten in kennis. Tabel 14. Overzicht evaluatieprogramma.