CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Oplegnotitie

Gemeenteraad 9 oktober 2024, gemeente NissewaardBij agendapunt: Initiatiefvoorstel Windmolenpark Brielse Maasdijk: Weigering Verklaring van geen bedenkingen18.838 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Oplegnotitie MER Windpark Brielse Maasdijk HVC 24 juni 2024 - Public

OPLEGNOTITIE MER

Contactpersoon ARCADIS

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland

2

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1681:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

OPLEGNOTITIE MER

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

1.1

4

Leeswijzer

2

Behandeling geconstateerde onvolkomenheden

6

3

Stroomschema

8

Bijlage 1

Samenvatting MER

Colofon

3

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1681:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

10

11

OPLEGNOTITIE MER

1

Inleiding

Op 16 december 2022 zijn de verschillende vergunningen voor Windpark Brielse Maasdijk aangevraagd, waarbij het opgestelde MER (met kenmerk UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1007:1, datum definitieve versie d.d. 14-8-2023) een bijlage bij de watervergunning en de omgevingsvergunning (onderdeel milieu) vormde. Als onderdeel van de merprocedure heeft de gemeente Nissewaard de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: Cie mer) op 29 februari 2024 om advies gevraagd. Onderdeel van deze advisering was een projectlocatiebezoek door de Cie Mer op 14 mei 2024. Tijdens dit bezoek vond ook een overleg op locatie plaats bij Mr. Green Boutique Office op de Plaatweg. Tijdens dit overleg zijn vragen van de Cie mer besproken, die zij op 25 april 2024 in memovorm had toegestuurd. Op basis van het MER bij de vergunningaanvraag, de toegestuurde antwoorden door HVC per brief op 8 mei 2024 en presentatie van de gemeente Nissewaard tijdens het locatiebezoek, heeft de Cie mer op 12 juni 2024 een voorlopig toetsingsadvies uitgebracht (zie www.commissiemer.nl projectnummer 3516). HVC, in samenspraak met de gemeente Nissewaard en DCMR, heeft ervoor gekozen om de door de Cie mer aangedragen verbeterpunten te verwerken in een Aanvulling op het MER (deze voorliggende memo) en aan de Cie mer ter toetsing aan te bieden. De voorliggende oplegnotitie geeft invulling aan de in dit advies gevraagde aanvullingen.

Het betreft samengevat de volgende vier punten: 1. Een actueel overzicht van het voorkeursalternatief (VKA), inclusief alle mitigerende maatregelen voor geluid, slagschaduw en (externe) veiligheid, natuur en landschap, met daarbij aangegeven de onzekerheden rond en omgang met de geluidwering van De Hartelborgt. 2. Een actueel overzicht van de milieueffecten van het VKA inclusief alle mitigerende maatregelen en enkele in het advies van de Cie genoemde onvolkomenheden: effecten op vogels en vleermuizen, mitigatie voor vleermuizen en de zeearend, effecten op landschap en mitigatie voor visuele hinder door nachtelijke signaalverlichting; 3. Het voorstel voor de gemeentelijke regels voor het windpark (normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid) inclusief een (beknopte) motivatie dat hieraan voldaan kan/zal worden; 4. Een aangepaste samenvatting die een toegankelijk en compleet overzicht geeft van bovenstaande met daarin ook goede verwijzingen naar de relevante bijlagen en (aanvullende) onderzoeken van het MER. Het overgrote deel van de hierboven opgesomde punten zijn verwerkt in de geactualiseerde samenvatting bij het MER, opgenomen bij deze oplegnotitie in Bijlage 1. Onderstaande leeswijzer geldt als hulpmiddel om voor de lezer snel terug te kunnen vinden waar in de samenvatting de gevraagde informatie te vinden is.

Het geheel samengenomen geldt als aanvulling op het MER voor deze beschouwde aspecten.

1.1

Leeswijzer

De als bijlage bij deze oplegnotitie opgenomen samenvatting vervangt de samenvatting uit het MER. De samenvatting volgt de mer-systematiek en is opgebouwd uit de volgende hoofdstukken: • De eerste vijf hoofdstukken beschrijven de aanleiding van het project, de locatiekeuzen en bevatten informatie over op de wettelijke kaders en procedure. • In hoofdstuk 6 volgt een beschrijving hoe gekomen is tot de alternatieven die als onderdeel van het MER zijn beoordeeld wat betreft de impact ervan op een groot aantal milieuaspecten. • Een samenvatting van de effectbeoordeling, voor zowel de realisatie- als gebruiksfase, volgt in hoofdstuk 7. In dit hoofdstuk wordt de effectbeoordeling gepresenteerd wanneer er nog geen mitigerende maatregelen zijn toegepast. Mitigerende maatregelen zijn maatregelen die genomen kunnen worden om te zorgen voor een kleiner effect op een milieuaspect. • Hoofdstuk 8 presenteert een overzicht van alle (in theorie) mogelijk te nemen mitigerende maatregelen. In dit hoofdstuk wordt ook besproken wat voor effect het toepassen van deze maatregelen zou hebben op de beoordeling van de milieueffecten. Niet elke voorgestelde maatregel is in de praktijk echter uitvoerbaar. Deze beoordeling kan ertoe leiden dat sommige posities afvallen en daarmee de alternatieven waar zo’n positie deel van uitmaakt.

• Op basis van de beoordeling uit hoofdstuk 8 volgt een nadere optimalisatieslag, die leidt tot het voorkeursalternatief (VKA) in hoofdstuk 9. Naast een beschrijving van het VKA en de mitigerende maatregelen die onderdeel zijn van het VKA vindt in dit hoofdstuk ook een toetsing plaats van het VKA plaats aan de wettelijke kaders en voorschriften uit conceptbeschikkingen. Zodoende wordt duidelijk dat het VKA uitvoerbaar is. • De laatste twee hoofdstukken, tenslotte, geven per milieuaspect inzicht in de vraag of er nog sprake is van kennisleemten en of er nog aspecten zijn, waarvoor een monitoringsprogramma moet worden opgesteld.

4

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1681:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

OPLEGNOTITIE MER

Aangaande de opmerkingen van de Cie mer geldt het volgende. Onderstaande Tabel 1 geldt als hulpmiddel voor de lezer, die hiermee snel kan terugvinden waar in de samenvatting de door de Cie mer gevraagde aanvullingen te vinden zijn. Na de tabel volgt in hoofdstuk 2 een opsomming van de geconstateerde onvolkomenheden. Per punt wordt aangegeven of het bewuste punt heeft geleid tot verwerking in de samenvatting, of dat een losstaande vermelding en behandeling volstaat. Het geheel samengenomen geldt als aanvulling op het MER voor deze beschouwde aspecten. Voorafgaand aan de samenvatting is vervolgens in hoofdstuk 3 een stroomschema opgenomen, dat alvast beknopt de belangrijkste informatie uit de samenvatting presenteert. Tabel 1. Overzicht van de gevraagde adviezen en waar de uitwerking te vinden is.

Punten uit Voorlopig toetsingadvies Cie mer

Locatie waar gevraagde informatie te vinden is

Een actueel overzicht van het voorkeursalternatief (VKA): Bijlage 1 bij deze oplegnotitie, hoofdstuk 9 • 1 •

inclusief alle mitigerende maatregelen voor geluid, slagschaduw en (externe) veiligheid, natuur en landschap

Paragraaf 9.2

met daarbij aangegeven de onzekerheden rond en omgang met de geluidwering van De Hartelborgt.

Paragraaf 9.2, tabel 10. Op basis van uitgevoerd onderzoek en een vastgestelde overeenkomst met de directie van De Hartelborgt geldt dat er geen onzekerheden resteren.

2

Een actueel overzicht van de milieueffecten van het voorkeursalternatief, dat rekening houdt met deze maatregelen en enkele in dit advies genoemde onvolkomenheden.

Paragraaf 9.3, tabellen 11 en 12 geven een overzicht van de milieueffecten van het VKA voor aanleg- en gebruiksfase, in vergelijking tot de beoordeelde MER-alternatieven. Onderaan de tabellen wordt inhoudelijk ingegaan op de door de Cie mer aangehaalde aspecten.

3

Het voorstel voor de gemeentelijke regels voor het windpark (normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid) inclusief een (beknopte) motivatie dat hieraan voldaan kan/zal worden.

Paragraaf 9.2, tabel 10.

Een aangepaste samenvatting die een toegankelijk en compleet overzicht geeft van bovenstaande met daarin ook goede verwijzingen naar de relevante bijlagen en (aanvullende) onderzoeken van het MER.

De geactualiseerde samenvatting is opgenomen als bijlage 1 bij deze oplegnotitie. De samenvatting volgt de structuur van het MER. Elk hoofdonderdeel heeft een eigen hoofdstuk gekregen. Binnen elk hoofdstuk is, daar waar relevant, gewerkt met paragrafen en subparagrafen. In paragraaf 9.2, tabel 10, waar de mitigerende maatregelen uit het VKA worden besproken, is een kolom toegevoegd waarin wordt verwezen naar relevante onderliggende bijlages.

4

5

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1681:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

OPLEGNOTITIE MER

2

Behandeling geconstateerde onvolkomenheden

De Cie mer heeft tijdens diens beoordeling een aantal onvolkomenheden opgemerkt. Deze onvolkomenheden worden hieronder per punt behandeld, waarbij ook wordt aangeven of de in deze oplegnotitie opgenomen aanvulling nog van invloed is op de bij dat aspect behorende effectbeoordeling.

Ecologie 1. Geconstateerde onvolkomenheid. De effectscores voor ecologie zijn soms onjuist of inconsequent toegepast. Zo is een score van 0 (neutraal) toegekend aan mortaliteit onder vogels door aanvaringen. Dit suggereert dat er geen verschil zou zijn ten opzichte van de referentiesituatie. Er is echter wel degelijk sprake van een negatief effect (slachtoffers) maar geen effect op de populatie als geheel (de gunstige staat van instandhouding). ➢ Opgevolgde actie. In het MER is de beoordeling van het criterium mortaliteit gekoppeld aan de vraag of er sprake is van incidentele sterfte en of de gunstige staat van instandhouding niet in geding is (< 1% natuurlijke mortaliteit). De Cie mer is echter van mening dat elk sterfgeval vanwege het windpark moet worden beschouwd als een negatief effect, los van de relatie met de staat van instandhouding. Voor beide benaderingen valt wat te zeggen. Echter, om toch voor de meest strenge beoordeling te kiezen, is de insteek van de Cie mer overgenomen. De effectscore voor dit criterium is daardoor aangepast in de tabellen 6, 10 en 13 uit de geactualiseerde samenvatting. Deze tabellen vervangen daarmee hun equivalent uit het MER. Tevens is de in het MER voor dit criterium opgenomen beoordelingsschaal op dit punt daarmee ook niet meer geldig. 2. Geconstateerde onvolkomenheid.

Voor vleermuizen wordt ten onrechte gesteld dat de hoogte van de windturbines en rotorbladen geen effect heeft op de gewone dwergvleermuis. In werkelijkheid heeft de tiplaagte een grote invloed op de aanvarings-risico’s (bij zowel vogels als vleermuizen) vanwege de vlieghoogteverdeling van veel soorten. Dit geldt zeker voor relatief laagvliegende soorten als gewone dwergvleermuis. Tegelijkertijd krijgt dit onderdeel wel, terecht, een negatieve effectscore (--). ➢ Opgevolgde actie. In het MER was in de effecttabellen bij mortaliteit aangegeven dat het ging om mortaliteit vleermuizen, ruige dwergvleermuis. In de effecttabellen uit de in het MER opgenomen samenvatting was voor dit criterium (mortaliteit) alleen de ruige dwergvleermuis opgenomen. De effecttabellen in de geactualiseerde samenvatting refereren voor dit criterium nu enkel aan mortaliteit vleermuizen. De toegekende zeer negatieve effectscore (--) is daarmee consistent. 3. Geconstateerde onvolkomenheid. Effecten van aanvaringsslachtoffers onder de ruige dwergvleermuis zijn mogelijk onderschat. Gesteld wordt dat effecten op de populatie van de ruige dwergvleermuis kunnen worden uitgesloten. Hierbij is echter geen ‘worst-case’-berekening gemaakt ten aanzien van de onzekerheden in a) populatiegrootte en b) aantallen slachtoffers.

Er is uitgegaan van maximaal 25 slachtoffers bij 5 turbines op basis van 5 slachtoffers per turbine, gebaseerd op Rydell et al. 2010. In een meer recente synthese van dezelfde auteur (Rydell et al. 2017, pagina 90) wordt aangegeven dat voorgaande schattingen te laag waren. Op basis van verschillende monitoringsonderzoeken is duidelijk dat sprake is van een grote spreiding in de mortaliteit per turbine, afhankelijk van verschillende factoren (zoals locatie en terreintype). De mortaliteit bij Windpark Brielse Maasdijk is daardoor niet exact te kwantificeren. Het is dus niet zeker dat 5 slachtoffers per jaar worst-case is. De 1%-norm voor ruige dwergvleermuis wordt berekend als 22 slachtoffers per jaar (tabel 3 in de aanvullende onderbouwing van Waardenburg Ecology). Hierbij is gerekend met een dichtheid van drie ruige dwergvleermuizen per km 2 landoppervlak. Indien wordt uitgegaan van de vaak gebruikte range van 50.000 tot 100.000 ruige dwergvleermuizen die door Nederland trekken (Kennisdocument Ruige dwergvleermuis, BIJ12) en een landoppervlak van 33.893 km2 bedraagt de dichtheid ca. 1,5 – 3,0 ruige dwergvleermuizen per km2. Als gemakshalve van een gemiddelde waarde van 2,25 wordt uitgegaan, komt de 1%-norm op ongeveer 16 te liggen. Dit is aanzienlijk lager dan de gehanteerde norm. Bij 5 turbines wordt deze waarde overschreden bij een mortaliteit van ca.

3,3 ruige dwergvleermuizen per turbine per jaar. Nu is echter gebleken dat een stilstandsvoorziening als mitigerende maatregel gedurende het hele vliegseizoen van vleermuizen zal worden ingezet. Dit was op basis van het MER en de natuuronderzoeken voor de Commissie eerder niet duidelijk. Rekening houdend met deze maatregel (toepassing april t/m oktober, stilstand tot een windsnelheid van 6 meter per seconde) is de Commissie het wel eens met de conclusie uit het MER en de bijlagen. Deze conclusie is dat, ook rekening houdend met onzekerheden ten aanzien van de ruige en gewone dwergvleermuis, negatieve effecten op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten kan worden uitgesloten. ➢ Opgevolgde actie. Bovenstaande beoordeling wordt hierbij als aanvulling op het MER beschouwd. In geen van de effectbeoordelingen verandert hierdoor iets, waardoor geen aanpassingen doorgevoerd hoeven te worden.

6

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1681:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

OPLEGNOTITIE MER

Landschap en cultuurhistorie 1. Geconstateerde onvolkomenheid. De samengevatte effectscores is op sommige plaatsen in strijd met andere scores in het MER en de bijlagen. Alternatieven 4.2A en 4.2B zijn meegenomen in het MER, dit zijn de alternatieven zonder WT10. Bij de andere alternatieven waar WT10 wel onderdeel van is, is de argumentatie dat de aansluiting op bestaande landschappen negatief is vanwege een onderbroken lijn. Onduidelijk is waarom alternatief 4.2A en 4.2B hetzelfde scoren en niet positiever, hier is immers wel sprake van een lijn. Dit geldt ook voor herkenbaarheid en zichtbaarheid van de opstelling. ➢ Opgevolgde actie. De effectbeoordeling voor alternatief A4.2 is op basis van de geconstateerde onvolkomenheid gewijzigd van zeer negatief (--) naar negatief (-). Aan de effectbeoordeling van de zichtbaarheid verandert niets: die is voor alle MER-alternatieven al neutraal (0). Voor het VKA is dit niet het geval, aangezien de mitigerende maatregel van het laten vervallen van WT10 geen haalbare optie was.

7

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1681:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

OPLEGNOTITIE MER

3

8

Stroomschema

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1681:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

OPLEGNOTITIE MER

Zoekgebied

• In april 2019 wordt de Brielse Maasdijk door Provinciale Staten aangewezen als zoekgebied voor wind energie, zie figuur 1. • Doelstelling is om, binnen de daarvoor geldende randvoorwaarden, ten minste 18 Megawatt (MW) aan windturbinevermogen te realiseren.

• Er zijn geen significante relevante autonome ontwikkelingen voorzien in en rond het plangebied. Referentie • Alle milieueffecten worden dus bepaald ten opzichte van de “huidige situatie”. -situatie • In theorie zijn maximaal 10 posities mogelijk, rekening houdend met voldoende afstand tussen turbines [figuur 2]. Haalbaarheidonderzoek uitgevoerd met twee scenario’s (tiphoogten van 180 en 230 meter), om inzicht te krijgen in maximale milieueffecten en energieopbrengst, en de verschillen hierin. Hoogten zijn zo gekozen dat er voor de bouw ook voldoende verschillende modellen op de markt beschikbaar zijn binnen deze dimensies. • Om te voldoen aan de wettelijke vereisten is het noodzakelijk gebleken om 'mitigerend' te ontwerpen. Dat wil zeggen, op voorhand al voorzieningen treffen voor geluid en slagschaduw.

Start

• Posities WT1 en WT2 vervallen vanwege knelpunten met het bestaande windpark Hartelbrug II. Optimali- • Positie WT9 komt te vervallen vanwege een te grote impact op de woningen aan de Plaatweg. satie • Juni 2021. Tijdens de ontwerpfase van het project komen de landelijke normen voor geluid van windparken te vervallen. • Aansluitend hierop start gemeente Nissewaard met het onderzoeken van verschillende lokale gemeentelijke normen. Normen• 2023: keuze vanuit de gemeente voor de strengste normstellingsvariant. In 2024 wordt besloten om dit normenkader als voorschrift op te nemen in de vergunning voor het windpark. kader • Van de tien onderzochte alternatieven blijken er, in die specifieke samenstelling, acht niet uitvoerbaar vanwege positie WT3. Die positie staat te dicht bij het bestaande TenneT-hoogspanningsstation Geervliet. • Verplaatsing WT3 in westelijke richting: moet minstens 100 meter bedragen voor voldoende afstand tot hoogspanningsstation > niet mogelijk vanwege de nabijheid van windpark Hartelbrug II. Optimalisatie WT3 • Verplaatsing WT3 in oostelijke richting: ook niet mogelijk vanwege bestaande kabels en leidingen nabij het hoogspanningsstation Geervliet en een te korte afstand tot WT4.

• Uit onderzoek blijkt dat vier of meer posities aan de westzijde van de brug niet haalbaar is, vanwege externe veiligheid en de zichtlijnen van de (potentiële) radarstations. Optimali- • Beperkte oostwaarts verschuiving posities WT5 en WT6 om te voldoen aan alle wettelijke vereisten, om ruimte te bieden aan (toekomstige) signalen van radarstations is en voor voldoende onderlinge afstand. satie westzijde • Uit het akoestisch onderzoek blijkt WT8 de hoogste bijdrage te hebben op de geluidsbelasting naar de omgeving. Voor een aantal woningen leverde dit een berekende geluidsblasting boven de gemeentelijk norm op. Optimali- • Op basis hiervan heeft HVC besloten om - naast eerder al WT9 - ook WT8 te laten vervallen. satie WT8 • Door afvallen van WT8 en WT9, blijven WT7 en WT10 over als voorkeurlocaties aan de oostzijde van de brug. Vanwege de beschermingszone van de Hartelkering is positie van WT7 30 meter naar het oosten verschoven. Optimalis • Ook WT10 is 30 meter richting oosten verschoven vanwege bestaande waterstaatswerken en een gasleiding. Vanwege de eisen vanuit externe veiligheid voor de gasleiding is de hoogte van WT10 beperkt tot 206 m tiphoogte ten opzichte van bestaand maaiveld. atie oostzijde • Vanwege financiele uitvoerbaarheid bestaat het VKA uit vijf turbines: WT4 t/m 7 en WT10.

VKA kan alleen gerealiseerd worden met de volgende mitigerende maatregelen: toepassing van 'noise mode' om onaanvaardbare geluidhinder te voorkomen, stilstandregeling voor het geheel voorkomen van slagschaduw op gevoelige objecten en onder sommige omstandigheden ter voorkoming van extra vleermuisslachtoffers, detectiesysteem voor Bepaling zeearenden. Indien dit regionaal kan worden toegepast, wordt ook een vliegtuigdetectiesysteem geïnstalleerd, die de lichtsignalen op de turbine enkel inschakelt wanneer er een vliegtuig nadert. VKA

9

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1681:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

OPLEGNOTITIE MER

Bijlage 1

10

Samenvatting MER

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1681:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

Samenvatting MER Windpark Brielse Maasdijk Behorend bij oplegnotitie HVC 24 juni 2024 - Public

SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK

Contactpersoon ARCADIS

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland

2

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

Inhoudsopgave 1

Inleiding

5

2

Besluitvormingsproces en m.e.r.-plicht

6

2.1

Te nemen besluiten

6

2.2

M.e.r.-plicht en -procedure

6

2.3

Crisis- en herstelwet

7

2.4

Vaststellen van projectspecifieke waarden als gevolg van jurisprudentie

7

3

Nut en noodzaak windpark

8

4

Locatiekeuze

9

5

Voorgenomen ontwikkeling

10

6

Onderzochte alternatieven

11

6.1

Optimalisatiefase

11

6.2

Referentiesituatie

14

7

8

Effectbeoordeling

15

7.1

Effectbeoordeling realisatiefase

15

7.2

Effectbeoordeling gebruiksfase

16

7.3

Effectbeoordeling energieopbrengst

20

Toepassen mitigerende maatregelen

21

8.1

Beschrijving maatregelen

21

8.2

Effectbeoordeling na mitigerende maatregelen

22

8.2.1

Effectbeoordeling na mitigerende maatregelen - realisatiefase

22

8.2.2

Effectbeoordeling na mitigerende maatregelen – gebruiksfase

23

8.2.3

Effectbeoordeling na mitigerende maatregelen - elektriciteitsopbrengsten

26

SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK

9

Voorkeursalternatief (VKA)

27

9.1

Beschrijving VKA

27

9.2

Het VKA – overzicht mitigerende maatregelen

28

9.3

Effectbeoordeling VKA

37

9.3.1

Effectbeoordeling VKA - realisatiefase

37

9.3.2

Effectbeoordeling VKA - gebruiksfase

38

9.3.3

Effectbeoordeling VKA – elektriciteitsopbrengsten

41

10 Leemten in kennis

42

11 Aanzet evaluatieprogramma

44

Colofon

45

4

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK

1

Inleiding

Voor u ligt de samenvatting van het MER Windpark Brielse Maasdijk. De samenvatting betreft een zelfstandig leesbaar document en is daarmee een afspiegeling van de inhoud van het gehele MER. De samenvatting beschrijft de voorgenomen ontwikkeling van Windpark Brielse Maasdijk, inclusief alternatieven en varianten, de doelstelling van het project, de besluitvormingsprocedure, de belangrijkste conclusies uit het MER, de belangrijkste effecten voor het milieu, vergelijking van alternatieven, leemten in kennis en aanzet voor het evaluatieprogramma. De samenvatting gaat ook in op het trechteringsproces dat is gevolgd om te komen tot de beoordeelde alternatieven. Daarnaast wordt ingegaan op de totstandkoming van het uiteindelijke voorkeursalternatief (VKA).

Voorgenomen ontwikkeling: kort samengevat HVC Landwind (hierna: HVC) is voornemens om in Spijkenisse (gemeente Nissewaard) Windpark Brielse Maasdijk te ontwikkelen ter hoogte van de locatie Hartel-Oost en Plaatweg. Het plangebied ligt voor het grootste gedeelte in de gemeente Nissewaard. Het noordelijke deel van het plangebied ligt in de gemeente Rotterdam. Het plangebied bevindt zich ten noorden van Spijkenisse, ten oosten van Geervliet en ten zuiden van het Hartelkanaal. De bestaande windturbineopstelling ‘Windpark Hartelbrug II’ ligt aan de noordzijde van het Hartelkanaal. Ten noorden van het plangebied bevindt zich het Rotterdamse havengebied, bestaande uit diverse havens en bedrijven. In Figuur 1 is het project- en plangebied voor Windpark Brielse Maasdijk weergegeven.

Figuur 1. Project- en plangebied Windpark Brielse Maasdijk.

Het doel van HVC is om een windpark te ontwikkelen dat tenminste 18 Megawatt (MW) windturbinevermogen zal leveren. De grond ter plaatse van de projectlocatie is in eigendom van waterschap Hollandse Delta (WSHD), één van de aandeelhouders van HVC. Tussen HVC en de gemeente Nissewaard zijn afspraken gemaakt over de aanpak en ontwikkeling van het project, waarbij ook de samenwerking is gevonden met de Coöperatieve Vereniging VoornePutten Energie. Windpark Brielse Maasdijk past in het nationale beleid (Nationale Omgevingsvisie, Structuurvisie Windenergie op Land (2014) en draagt bij aan het nationale Klimaatakkoord, waarin is afgesproken om de opwek van hernieuwbare energie te doen groeien tot 35 TWh per jaar. Het plangebied past in het provinciale beleid gezien de bijdrage aan de doelstelling van 735,5 MW. De locatie is in de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland (07-10-2021) aangewezen als gebied voor realisatie van windenergie. Tot slot draagt de voorgenomen ontwikkeling van een windpark bij aan de doelstelling van de gemeente Nissewaard om energieneutraal te zijn in 2050.

5

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK

2

Besluitvormingsproces en m.e.r.-plicht

2.1

Te nemen besluiten

Om het windpark te kunnen realiseren zijn de volgende (hoofd)besluiten nodig: • Omgevingsvergunning, onderdeel: - bouwen van een bouwwerk; - uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; - gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan of een beheersverordening; - oprichten/ in werking hebben van een inrichting voor het omzetten van windenergie in elektrische energie. • Watervergunning; • Ontheffing Wet natuurbescherming. Naast deze besluiten dient ook de bestemming aangepast te worden van de locatie Plaatweg 1. Hiertoe is een bestemmingsplanwijzigingsprocedure voorbereid. De aanvraag is in strijd met het geldende bestemmingsplan en de beheersverordeningen. Om medewerking te kunnen verlenen aan de aanvraag wordt de uitgebreide Wabo-procedure doorlopen. Vanwege de strijdigheid met het bestemmingsplan en beheersverordening is een verklaring van geen bedenkingen (hierna: VVGB) van de gemeenteraad vereist. Het college heeft de gemeenteraad op 2 november 2023 voorgesteld de ontwerp-VVGB af te geven. De gemeenteraad heeft op die datum besloten om de ontwerp-VVGB niet af te geven en om niet in te stemmen met de voorgenomen wijziging van de bestemming Wonen van Plaatweg 1 naar de bestemming Groen.

Daarom heeft het college op 12 december 2023 het ontwerp weigeringsbesluit omgevingsvergunning ter inzage gelegd en is de Commissie mer gevraagd advies te geven. Na de weigering van de raad om de bestemming te wijzigen, is een bezwaarprocedure gestart. De bestemming van Plaatweg 1 is echter niet relevant voor de MERprocedure en de afgifte van de VVGB. Omdat er op dit moment geen landelijke geluidsnormering is voor windturbines, is een normenkader opgesteld. Deze project- en locatiespecifieke normen worden als voorschriften in de omgevingsvergunning opgenomen. Zie paragraaf 2.4 voor meer informatie.

2.2

M.e.r.-plicht en -procedure

Onafhankelijk advies van de Commissie Mer over de milieu- en gezondheidseffecten van het windpark Brielse Maasdijk is voor de raad noodzakelijk om tot een gewogen besluit te kunnen komen om de VVGB af te kunnen geven. Het doel van de milieueffectrapportage is om bij de besluitvorming over projecten, plannen en programma’s het milieu een volwaardige plaats te geven. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.), moet voor bepaalde activiteiten een milieueffectrapport (MER) worden opgesteld. In het Besluit m.e.r. is opgesomd welke activiteiten m.e.r.-plichtig zijn in de zogenoemde C- en D-lijst. Het project Brielse Maasdijk heeft een m.e.r.(beoordelings-)plicht vanwege categorie D22.2; De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark. Voor het Windpark Brielse Maasdijk is besloten direct een m.e.r.- procedure te doorlopen, gekoppeld aan de omgevingsvergunning onderdeel milieu en de watervergunning. De Milieueffectrapportage is een hulpmiddel bij het voorbereiden van en de besluitvorming over de aanvragen van de omgevingsvergunning (onderdeel milieu) en watervergunning. Gekoppeld aan de te nemen besluiten wordt de m.e.r.procedure doorlopen: • Opstellen MER. Conform de voorgenomen aanpak is de milieubeoordeling uitgevoerd en is voorliggend MER opgesteld.

Hierbij zijn de zienswijzen en adviezen op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) betrokken. Parallel aan het opstellen van het MER zijn de aanvragen zoals opgesomd onder paragraaf 2.1 voorbereid en in procedure gebracht. • Zienswijzen, advies en besluit. Het MER komt samen met overige ontwerpbesluiten zes weken ter inzage te liggen. Het MER is verder getoetst door de Commissie m.e.r. Deze onafhankelijke commissie toetst of de essentiële informatie in het MER aanwezig is om het milieu volwaardig mee te nemen in de besluitvorming. De Commissie heeft op 12 juni 2024 een voorlopig toetsingsadvies uitgebracht en concludeert daarin dat belangrijke informatie voor de besluitvorming ontbreekt en adviseert het MER aan te vullen.

6

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK

2.3

Crisis- en herstelwet

De Crisis- en herstelwet is van toepassing op het project en er wordt gebruik gemaakt van de Wro-coördinatieregeling. Hierdoor neemt de beroepsgang bij de omgevingsvergunning en overige vergunningen minder tijd in beslag, omdat slechts beroep bij één instantie mogelijk is en de Afdeling bestuursrechtspraak in principe binnen een half jaar uitspraak moet doen.

2.4

Vaststellen van projectspecifieke waarden als gevolg van jurisprudentie

Met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake milieubeoordeling voor windturbinenormen van 30 juni 2021 met zaaknummer 202003882/1 zijn eerdere normen voor windturbines zoals beschreven in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet meer vigerend voor nieuwe windparken, totdat door de Rijksoverheid een strategische milieubeoordeling is gemaakt (een plan-MER met een nieuw besluit). De uitspraak heeft effect op de normen voor geluid, slagschaduw, lichthinder en externe veiligheid. In de tussentijd kan de gemeente bij haar vergunningverlening eigen projectspecifieke normen stellen, mits deze normen worden voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Deze motivering wordt onderbouwd in de vorm van ‘projectspecifieke waarden’. Deze waarden worden gebruikt bij de onderbouwing van de aanvraag voor omgevingsvergunning ‘gebruik van gronden en/of bouwwerken in strijd met het geldende planologische regime’ en officieel als waarden aangevraagd in de aanvraag ‘omgevingsvergunning onderdeel oprichten of veranderen van een type B- of C inrichting (milieuvergunning)’. Als onderdeel van de besluitvorming door de gemeente Nissewaard over het Windpark Brielse Maasdijk is een lokaal normenkader opgesteld.

Een voorstel voor het normenkader is uitgewerkt op basis van onder andere de resultaten van de effectbeoordeling in dit MER en is opgenomen in bijlage HH. Het voorkeursalternatief (VKA) is aan dit voorgestelde normenkader getoetst. Met deze werkwijze is sprake van gebiedsspecifiek maatwerk en onderzoek, op basis waarvan de gemeente Nissewaard een weloverwogen besluit kan nemen voor de VVGB. Het te hanteren normenkader voor het beoogde windpark is verder uitgewerkt in voorschriften bij de ontwerp-omgevingsvergunning.

7

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK

3

Nut en noodzaak windpark

De gemeente Nissewaard onderschrijft het belang van een duurzame samenleving en daartoe is het programmaplan Duurzaamheid vastgesteld. In lijn met het landelijk klimaatbeleid, de Regionale Energiestrategie (RES), de klimaatadaptatiestrategie in Voorne-Putten en het lokale programmaplan Duurzaamheid is het de ambitie van de gemeente Nissewaard om in 2050 energieneutraal te zijn. Naast energiebesparing zullen ook duurzame energiebronnen ingezet dienen te worden. Eén van die bronnen is windenergie. Ook vanuit de provincie Zuid-Holland wordt nadrukkelijk ingezet op realisatie van een substantieel aandeel windenergie binnen de provincie. Om bij te dragen aan de energietransitie en de langetermijndoelen te halen, heeft de gemeente Nissewaard zich gecommitteerd aan de ambitie om tenminste 18 MW aan opgesteld vermogen windenergie te realiseren binnen het zoekgebied locatie Brielse Maasdijk (voorheen bekend als Hartel-Oost en Plaatweg), zoals aangeduid in het provinciaal omgevingsbeleid (voorheen VRM).

8

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK

4

Locatiekeuze

De provincie Zuid-Holland heeft een oorspronkelijke energieopgave van 735,5 MW duurzame opwek in 2020 die voortvloeit uit het nationale energieakkoord 2013. Al vrij snel werd duidelijk dat deze doelstelling niet in 2020 gehaald zou worden. De beoogde locaties bleken niet voldoende om de doelstelling te realiseren. Door de partiële herziening VRM-windenergie Provinciale Staten op 20 december 2017 zijn op verzoek van de gemeenten in de Rotterdamse regio 16 nieuwe locaties voor windenergie aangewezen. Voor deze besluitvorming is een planMER opgesteld. Eén van de locaties betreft de in de gemeente Nissewaard gelegen locatie Hartel-Oost en Plaatweg, het plangebied voor Windpark Brielse Maasdijk. De locatie Hartel-Oost en Plaatweg was ook als locatie, naast andere locaties in de gemeente, voor windenergie opgenomen in de initiële provinciale verordening. Omdat de gemeente Nissewaard deze andere locaties die de provincie voorstelde niet ondersteunde, heeft de gemeente onderzocht of het gemeentelijke deel van de opgave op de locatie Hartel-Oost en Plaatweg kan worden gerealiseerd. Toen dit uit onderzoek kansrijk bleek, is dit in de partiële herziening vastgelegd. Vanuit het PlanMER VRM zijn wel twee aandachtspunten meegegeven voor het onderzoeksgebied van Windpark Brielse Maasdijk: 1. Er is mitigatie vereist voor geluid en slagschaduw. 2.

Het gebied heeft (deels) de beschermingscategorie 2 – recreatiegebied.

9

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK

5

Voorgenomen ontwikkeling

Concreet bestaat het voornemen uit de realisatie van windturbines met de daarbij benodigde infrastructuur. Het MER beschrijft de milieueffecten tijdens de realisatie- en de gebruiksfase. Tijdens de realisatiefase dienen de bouwwerkzaamheden uiteraard ook te voldoen aan geldende normen en regels, zoals voor bouwlawaai. Een windpark heeft na oplevering een technische levensduur van ongeveer 30 jaar, wat door onderhoud en vervanging van onderdelen te verlengen is. Gedurende de gebruiksfase zijn de activiteiten – naast de in bedrijf zijnde windturbines – beperkt tot het periodiek verrichten van inspecties en onderhoud.

10

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK

6

Onderzochte alternatieven

6.1

Optimalisatiefase

In onderstaande Figuur 2 is het plangebied voor het windpark nogmaals weergegeven, ditmaal met ingetekend de posities van de windturbines die in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) waren opgenomen en op basis waarvan in de NRD alternatieven zijn geformuleerd. Na deze figuur volgt Fout! Verwijzingsbron niet gevonden., die de onderzochte alternatieven weergeeft. In het vervolg van deze samenvatting, bij de bespreking en interpretatie van de effecttabellen in hoofdstukken 7, 8 en 9, is het voor de lezer belangrijk om steeds makkelijk terug te kunnen keren naar deze figuur. Voor diegenen die deze samenvatting digitaal lezen, is een helpende hand ingebouwd. De titels van Tabel 4, Tabel 8 en Tabel 11 zijn voorzien van een snelkoppeling. Wanneer de lezer daarop klikt (klik op ctrl-toets en dan op de tabeltitel), wordt deze direct naar Figuur 3 geleid.

Figuur 2. Plangebied windpark Brielse Maasdijk met de locaties van de te beoordelen windturbineposities.

11

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK

Figuur 3. Onderzochte alternatieven met de daarin opgenomen windturbineopstellingen.

Na vaststelling van de NRD door het college van burgemeester en wethouders (d.d. 8 juni 2021) zijn deze alternatieven verder verfijnd en geoptimaliseerd in een eerste analyse, onder meer op basis van het advies van de Commissie voor de m.e.r. bij de NRD. In deze optimalisatieslag is onder meer het volgende geconstateerd: • De positie van WT2 is niet mogelijk vanuit het oogpunt van negatieve invloed op het bestaande windpark Hartelbrug II. Vanwege voorgaande maakt deze positie geen deel uit van realistische, haalbare alternatieven. • De posities van WT8 en WT9 zijn vanuit het oogpunt van geluidbelasting naar de omgeving niet wenselijk. WT9 heeft een te geringe afstand tot de woningen aan de Plaatweg. HVC heeft daarom besloten WT9 niet verder te beschouwen in de te onderzoeken alternatieven. WT8 is in een enkel alternatief nog wel meegenomen, maar HVC heeft op een later moment in het proces besloten om, op basis van gezondheid en gesprekken met de omgeving, deze te eveneens te laten vervallen. • Zonder inzet van mitigerende maatregelen zou de overlast door geluidbelasting en slagschaduw dusdanig zijn, dat er voor HVC geen realistische alternatieven gevormd zouden kunnen worden. Daarom is ervoor gekozen om ‘mitigerend ontwerpen’ toe te passen. Hierbij worden geluid- en slagschaduwbeperkende maatregelen toegepast als ontwerpuitgangspunt voor alle turbineposities en alternatieven.

Deze inzet sluit aan bij één van de aandachtspunten uit het PlanMER VRM; zie onderstaand een nadere toelichting op dit uitgangspunt. • Posities van verschillende turbines (waaronder WT3) bleken te moeten worden verschoven om te kunnen voldoen aan regelgeving ten aanzien van externe veiligheid en/of waterveiligheid.

12

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK

Het proces van optimalisatie van alternatieven heeft geleid tot de vijf alternatieven en twee scenario’s die uiteindelijk in het MER zijn onderzocht. De alternatieven bestaan uit vijf verschillende opstellingen van vier tot zes turbines. Per alternatief is uitgegaan van twee scenario’s: scenario A zijn de hogere windturbines met een maximale tiphoogte van 230 meter en scenario B zijn de lagere turbines met een maximale tiphoogte van 180 meter, zie Tabel 1 voor de maximale dimensies per scenario. Samenvattend leidt dit tot in totaal tien te onderzoeken alternatieven: A6.1, A6.2, A5, A4.1, A4.2, B6.1, B6.2, B5, B4.1 en B4.2. Hierbij staat de letter voor het scenario en de getallen voor het aantal turbines (4, 5 of 6) en aantal opstellingen (opstelling 1 of opstelling 2). Tabel 4 toont een schematische weergave van een windturbine met diens kenmerken/dimensies. De onderzochte alternatieven staan afgebeeld in Fout! Verwijzingsbron niet gevonden..

Toelichting mitigerend ontwerpen Ofschoon (onder andere) de geluidnormen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet meer van toepassing zijn op nieuwe windparken, is de voormalige grenswaarde van 47 dB L den als uitgangspunt gebruikt voor een mitigerend ontwerp. Dit betekent dat, waar van toepassing, voor de alternatieven al geluidbeperkende voorzieningen worden getroffen, zodat de geluidbelasting bij woningen en andere gevoelige objecten in ieder geval niet hoger wordt dan 47 dB Lden. De uiteindelijke geluidbelasting volgt uit de voorschriften die in de vergunning worden opgenomen (zie paragraaf 9.2, tabel 10). Het op voorhand treffen van maatregelen als onderdeel om te komen tot haalbare alternatieven voorkomt hinder voor omwonenden boven deze waarden, maar zorgt tegelijkertijd voor een verlaging van de energieproductie. Deze verlaging is meegenomen in de berekeningen voor de energieopbrengst van het windpark (zie MER deel B hoofdstuk 24 energieopbrengst). Bijlage GG bevat gegevens over geluidbelasting en slagschaduw van alle onderzochte alternatieven zonder toepassing van mitigerende ontwerpuitgangspunten. Tabel 1. Dimensies scenario’s A en B.

Dimensies windturbine

Scenario’s A (Hoog)

Scenario’s B (Laag)

Maximale tiphoogte

230 meter

180 meter

Maximale rotordiameter

163 meter

135 meter

Maximale bronsterkte (jaargemiddeld geluidvermogen) 109,6 LE den

108,9 LE den

Ashoogte*

149 meter

113 meter

Vermogen

5-7 MW

5-7 MW

* In het MER is uitgegaan van worst-case-berekeningen. De ashoogte wordt bepaald uit de maximale tiphoogte in combinatie met de maximale rotordiameter. Wanneer de maximale rotordiameter afneemt kan de ashoogte toenemen (tiphoogte blijft gelijk). Wanneer voor aspecten een hogere ashoogte meer worst case is dan een maximale rotordiameter, dan is uitgegaan van maximaal 152,5 m ashoogte bij scenario A en 122,5 m ashoogte bij scenario B.

13

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK

Figuur 4. Toelichting dimensies van een windturbine.

6.2

Referentiesituatie

In het MER zijn de effecten van de alternatieven beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie (waarbij er nog geen windturbines aanwezig zijn), inclusief autonome ontwikkelingen. Er zijn echter geen relevante autonome ontwikkelingen bekend in de omgeving van het plangebied voor het windpark.

14

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK

7

Effectbeoordeling

Per milieuaspect (17 milieuaspecten in totaal) zijn één of meer beoordelingscriteria geformuleerd op basis van een vijfpuntschaal (Tabel 2). Aan de hand hiervan zijn de effecten tussen de referentiesituatie en de plansituatie in beeld gebracht, waarbij voor de plansituatie onderscheid is gemaakt in de realisatie- en de gebruiksfase. Tabel 2. Beoordelingsmethodiek.

Beoordeling

Toelichting

++

De ingreep leidt tot zeer positieve effecten ten opzichte van de referentiesituatie

+

De ingreep leidt tot positieve effecten ten opzichte van de referentiesituatie

0

De ingreep heeft geen nadelige effecten

-

De ingreep leidt tot negatieve effecten ten opzichte van de referentiesituatie

--

De ingreep leidt tot zeer negatieve effecten ten opzichte van de referentiesituatie

Onderstaand zijn de effectbeoordelingen samengevat. Per effectsamenvatting is een overzichtstabel opgenomen met de effectsores voor en na inzet van mitigerende maatregelen.

7.1

Effectbeoordeling realisatiefase

In Tabel 3 zijn de effectscores op beoordelingscriteria behorende bij de realisatiefase van het windpark opgenomen. Onder de tabel zijn de effecten kort samengevat en opgedeeld in type effect. Tabel 3. Samenvatting van effectbeoordelingen voor de realisatiefase van de alternatieven voor het Windpark Brielse Maasdijk.

Effectbeoordeling realisatiefase Aspect

Criterium

Ref.

A6.1 (3/3)

A6.2 (4.2)

A5 (3/2)

A4 (2/2)

A4.2 (4/0)

B6.1 (3/3)

B6.2 (5.2)

B5 (3/2)

B4.1 (2/2)

B4.2 (4/0)

Verstoring vogels

0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Verstoring vleermuizen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Ruimtebeslag bomen

0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Ruimtebeslag vogels en vleermuizen

0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Barrièrewerking vogels

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Barrièrewerking vleermuizen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mortaliteit vogels

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mortaliteit vleermuizen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Verstoring (N2000 en NNN)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Ruimtebeslag (N2000 en NNN)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Barrièrewerking (N2000 en NNN)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stikstofdepositie

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Aantasting van bekende archeologische waarden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Aantasting van verwachte archeologische waarden

0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Ruimtegebruik

Benodigde oppervlakte voor de ontwikkeling

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Recreatie

Wijziging kwaliteit van de recreatiemogelijkheden

0

--

--

--

--

--

--

--

--

--

--

Ecologie – Soorten

Ecologie – Gebieden

Archeologie

15

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK

Effectbeoordeling realisatiefase Aspect

Criterium

Ref.

A6.1 (3/3)

A6.2 (4.2)

A5 (3/2)

A4 (2/2)

A4.2 (4/0)

B6.1 (3/3)

B6.2 (5.2)

B5 (3/2)

B4.1 (2/2)

B4.2 (4/0)

Waterveiligheid

Effect op aanwezige waterkeringen

0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Waterhuishouding

Grondwaterstanden, oppervlaktewater, hemelwater en bemalingsafvoer

0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Neutrale effecten • •

Ecologie – N2000 en NNN. De planlocatie ligt niet in of nabij een N2000- of NNN-gebied. Vanwege voorgaande scoort dit aspect neutraal in de effectbeoordeling. Ruimtegebruik. Tijdens de realisatie van de windturbines wordt per windturbine een constructiezone ingericht. Hier liggen bijvoorbeeld de rotorbladen en wordt de mast opgebouwd. De opstelplaatsen en funderingsplaat zijn meegenomen in de constructiezone, maar de algemene toegangsweg en aftakkingen naar de windturbines zijn ook in werking tijdens de realisatiefase. Tijdens de realisatiefase blijft de primaire functie van het plangebied als waterkering gewaarborgd. Vanwege voorgaande is dit aspect neutraal beoordeeld.

Negatieve effecten Negatieve effecten en aandachtspunten in de realisatiefase hebben met name betrekking op de aspecten archeologie, ecologie (soorten), recreatie, waterveiligheid en waterhuishouding: • Archeologie. Voor alle windturbinelocaties geldt een archeologische verwachtingswaarde, direct vanaf het maaiveld of vanaf 50 cm beneden maaiveld of dieper. Omdat deze verstoringsdieptes bij elke alternatief wordt overschreden, is sprake van een negatieve beoordeling (-). • Ecologie – soorten. Voor alle alternatieven geldt dat er bomen gekapt moeten worden. Dit leidt tot verstoring voor vogels en ruimtebeslag voor vogels én vleermuizen. Voorgaande resulteert in een negatieve beoordeling (-). • Waterveiligheid. In de aanlegfase wordt grondverzet gepleegd in de zone van het waterstaatswerk van de Brielse Maasdijk voor de aanleg van fundaties, tijdelijke werkterreinen, kabels en het onder- en trafostation. Dit beïnvloedt tijdelijk de waterveiligheid in negatieve zin (-) vanwege aantasting van de bekleding. • Waterhuishouding. Dit aspect scoort alleen negatief (-) vanwege het afvoeren van bemalingswater in de realisatiefase.

Lozing van brak of zout lozingswater op de zoetwaterboezem van het Voedingskanaal-Brielse Meer wordt beschouwd als negatief effect vanwege de belangrijke, regionale en ook regio-overstijgende functie van dit watersysteem voor de zoetwatervoorziening, maar ook gezien de status als KRW-waterlichaam, waarvan de ecologische en chemische toestand niet achteruit mag gaan. • Recreatie. Tijdens de realisatiefase is het noodzakelijk om de Plaatweg en de Brielse Maasdijk tijdelijk volledig af te sluiten voor verkeer. Recreanten kunnen gedurende deze periode geen gebruik maken van dit voor recreatieve doelen aangewezen gebied, wat leidt tot de zeer negatieve (--) effectbeoordeling voor de uitvoeringsfase. Voor de aspecten ecologie – soorten, waterhuishouding en recreatie geldt dat de negatieve effecten gemitigeerd kunnen worden door het nemen van maatregelen.

7.2

Effectbeoordeling gebruiksfase

Onderstaande Tabel 4 presenteert de effectscores op de beoordelingscriteria behorende bij de alternatieven voor het te ontwikkelen windturbinepark voor de gebruiksfase. Onder de tabel zijn de effecten kort samengevat per type effect. In zijn algemeenheid geldt dat in de gebruiksfase, zonder mitigerende maatregelen, negatieve effecten te verwachten zijn op de woon- en leefomgeving, waarbij de alternatieven met hogere turbines negatiever worden beoordeeld dan de alternatieven met lagere turbines. Verder worden in algemene zin de alternatieven met zes turbines en hogere turbines overall gezien iets negatiever beoordeeld dan de overige alternatieven.

16

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK

Tabel 4. Effectbeoordeling gebruiksfase van de alternatieven Windpark Brielse Maasdijk. Tussen haakjes is bij de alternatieven aangegeven hoeveel windturbines er ten westen en ten oosten van de Hartelbrug zijn opgenomen.

Effectbeoordeling voor onderzochte alternatieven in de gebruiksfase, zonder mitigerende maatregelen Aspect

Geluid

Criterium

Ref.

A6.1 (3/3)

A6.2 (4/2)

A5 (3/2)

A4.1 (2/2)

A4.2 (4/0)

B6.1 (3/3)

B6.2 (5.2)

B5 (3/2)

B4.1 (2/2)

B4.2 (4/0)

Aantal geluidgevoelige objecten binnen geluidcontouren*

0

--

--

--

--

-

-

-

-

-

-

Aantal geluidgevoelige objecten binnen geluidcontouren inclusief bestaande windturbines

0

--

--

--

--

-

--

-

-

-

-

Laagfrequent geluid*

0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Laagfrequent geluid inclusief bestaande turbines**

0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Aantal (ernstig) gehinderden door enkel het Windpark Brielse Maasdijk

0

--

-

-

-

-

--

-

-

-

0

--

-

-

-

-

-

-

-

-

0

Aantal (ernstig) gehinderden door Windpark Brielse Maasdijk en de bestaande windturbines in het gebied Gezondheid

Slagschaduw

Externe veiligheid

Luchtruim, radar en straalpaden

Waterveiligheid

Aantal ernstig gehinderden vanwege de cumulatie van Windpark Brielse Maasdijk met het geluid van de bestaande windturbines, de industrie, het wegverkeer en het railverkeer in het gebied

0

-

-

-

-

0

-

0

0

0

0

Gemiddeld aantal stilstandsuren per jaar ter voorkoming van slagschaduw op gevoelige objecten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Objecten met personen

0

0

-

0

0

-

0

0

0

0

0

Wegen, waterwegen en vliegverkeer

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Industrie en inrichtingen (Seveso etc.)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Transportleidingen en hoogspanningsleidingen

0

0

-(NM) ***

Vervoer gevaarlijke stoffen

0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Straalpaden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Verkeersleidingradar

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Gevechtsleidingradar

0

0

--

0

0

--

0

--

0

0

--

Scheepsradar

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Effect op aanwezige waterkeringen

0

--

--

--

--

--

--

--

--

--

--

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

WaterGrondwaterstanden, hemelwater, huishouding oppervlaktewater en bemalingsafvoer

17

0

---(NM) (NM) (NM) *** *** ***

0

----(NM) (NM) (NM) (NM) *** *** *** ***

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK

Effectbeoordeling voor onderzochte alternatieven in de gebruiksfase, zonder mitigerende maatregelen Aspect

Criterium

Ref.

A6.1 (3/3)

A6.2 (4/2)

A5 (3/2)

A4.1 (2/2)

A4.2 (4/0)

B6.1 (3/3)

B6.2 (5.2)

B5 (3/2)

B4.1 (2/2)

B4.2 (4/0)

Verstoring vogels

0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Verstoring vleermuizen

0

--

--

--

-

--

--

--

--

-

--

Ruimtebeslag bomen

0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Ruimtebeslag vogels en vleermuizen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Barrièrewerking vogels

0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Barrièrewerking vleermuizen

0

--

--

--

-

--

--

--

--

-

--

Mortaliteit vogels

0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Mortaliteit vleermuizen

0

--

--

--

-

--

--

--

--

-

--

Verstoring (N2000 en NNN)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Ruimtebeslag (N2000 en NNN)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Barrièrewerking (N2000 en NNN)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Aansluiting op de bestaande landschappen

0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Effect op waarneming en beleving

0

--

--

--

--

-

-

-

-

-

-

Ontwerp van de turbines

0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Herkenbaarheid/ zichtbaarheid van de opstelling

0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Samenhang met andere windelementen/ hoge objecten

0

--

--

--

--

--

--

--

--

--

--

Effect op cultuurhistorische waarden

0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Bodem

Verandering bodem samenstelling/ bodemkwaliteit

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Lichthinder

Effect op waarneming en beleving

0

--

--

-

-

-

-

-

-

-

-

Luchtkwaliteit

Verspreiding stoffen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Aantasting van bekende archeologische waarden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Aantasting van verwachte archeologische waarden

0

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Ruimtegebruik

Benodigde oppervlakte voor de ontwikkeling

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Recreatie

Wijziging kwaliteit van de recreatiemogelijkheden

0

--

-

-

-

-

--

-

-

-

-

Ecologie – Soorten

Ecologie – Gebieden

Landschap & Cultuurhistorie

Archeologie

* Voor dit criterium is alleen het geluid van het nieuwe windpark beschouwd. Derhalve zijn voor dit criterium de effecten beoordeeld ten opzichte van een referentiesituatie waarbij geen woningen door windturbinegeluid zijn belast. ** Dit geldt voor de woningen in Spijkenisse. Ter hoogte van Geervliet wordt in de referentiesituatie de NSG-curve met 8 dB overschreden door de bestaande windturbines. De effecten worden beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Om deze reden is de referentiesituatie op "0" gesteld. *** ‘NM’ bij externe veiligheid staat voor ‘niet mogelijk’. Dit heeft betrekking op de constatering dat alternatieven met WT3 niet mogelijk bleken te zijn.

18

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK

Neutrale effecten Voor de volgende aspecten geldt dat deze neutraal scoren qua effectbeoordeling in relatie tot de gebruiksfase van het windpark: bodem, ecologie – gebieden, luchtkwaliteit, ruimtegebruik en waterhuishouding. Speciale vermelding geldt voor het aspect slagschaduw. Op voorhand is besloten dat er vanuit het mitigerende ontwerpuitgangspunt altijd geldt dat slagschaduw wordt voorkomen door het toepassen van een stilstandsregeling. Ondanks het feit dat er een windpark in werking zal zijn, zal dit dus niet leiden tot slagschaduw op gevoelige objecten. Niet-onderscheidende effecten Naast neutrale effecten zijn er ook nog zogenaamde niet-onderscheidende effecten. Dit zijn aspecten die weliswaar een negatieve score kunnen hebben, maar omdat deze score gelijk is voor elk van de varianten, is hier geen sprake van een onderscheid tussen de varianten dat gebruikt kan worden als onderdeel om te komen tot een keuze tussen de alternatieven. Voor dit project gaat het om de volgende aspecten: • Archeologie. Bij elk alternatief wordt de grond dieper geroerd dan de geldende verstoringsdieptes. • Waterveiligheid. Bij elk alternatief worden de windturbines op de kering gebouwd, met de fundering in de kering. Onderscheidende effecten Bij de volgende aspecten is er wel sprake van onderscheidende effecten tussen de verschillende alternatieven. • Geluid.

Bij het aspect geluid zijn de onderscheidende criteria het aantal geluidgevoelige objecten binnen geluidcontouren, al dan niet inclusief bestaande windturbines. Geluid van hogere windturbines reikt verder, waardoor er meer geluidgevoelige objecten binnen de geluidcontour van de turbines vallen in vergelijking met de lagere windturbines. Hierdoor wordt aan de alternatieven A een zeer negatief effectscore toegekend. De enige uitzondering wordt gevorm door alternatief A4.2. Dit alternatief bestaat weliswaar uit hogere turbines, maar deze bevinden zich allemaal ten westen van de Hartelkering, waardoor een geringer deel van de woonkern van Spijkenisse Noord binnen een geluidcontour valt. Wordt ook het effect van het bestaande windpark Hartelbrug II meegenomen in de beoordeling, dan scoort alternatief B6.1, bestaande uit lagere turbines, ook zeer negatief. De onderscheidende factor is dan de aanwezigheid in dit alternatief van windturbinepositie WT8, op zeer korte afstand van de woningen op de Plaatweg. • Gezondheid. Bij het aspect gezondheid gaat het om het aantal (ernstig) gehinderden door enkel het Windpark Brielse Maasdijk (met en zonder bestaande windturbines in het gebied) en om het aantal ernstig gehinderden vanwege de cumulatie van Windpark Brielse Maasdijk, maar dan met het geluid van de bestaande windturbines, de industrie, het wegverkeer en het railverkeer in het gebied.

Wordt alleen naar het effect van windturbines gekeken, dan geldt dat alleen alternatief B4.2 neutraal scoort (vier lagere windturbines aan de westzijde van de Hartelkering). De overige alternatieven scoren overwegend negatief, met enkele uitzonderingen naar zeer negatief. Wanneer al het omgevingsgeluid wordt meegenomen in de beoordeling, dan zorgen de alternatieven met lagere windturbines (uitgezonder B6.1 vanwege WT8) niet voor een toename van het aantal gehinderden (<0,4%). De alternatieven bestaande uit de hogere windturbines (en dus B6.1 van het lage scenario) dragen wel bij aan een toename van het aantal gehinderden t.o.v. de referentiesituatie en scoren daarom negatief (-). • Externe veiligheid. Alle alternatieven waarin windturbinepositie WT3 aanwezig is, scoren zeer negatief, vanwege de relatie met het hoogspanningsstation en naastgelegen kabel- en leidingstrook (hoogspanningsverbindingen en leidingen voor transport van gevaarlijke stoffen). • Luchtruim, radar en straalpaden. Alternatieven met windturbine WT4A zorgen voor een zeer negatieve score, vanwege overschrijding van de zichtlijnnorm voor de gevechtleidingsradar locatie Meerkerk. • Ecologie – Soorten. Het bouwen van de windturbines heeft een negatief dan wel zeer negatief effect op diverse aspecten gekoppeld aan vogels en vleermuizen.

Voor een aantal criteria zijn de effecten tussen de varianten nietonderscheidend: alle varianten scoren even slecht. Uitzondering hierop wordt gevormd door de aspecten verstoring en barrièrewerking vleermuizen en mortaliteit ruige dwergvleermuis. Alle varianten kennen hier een zeer negatieve score, behalve alternatieven A/B4.1 (negatieve score). Deze minder negatieve score wordt veroorzaakt omdat deze twee alternatieven de minste turbineposities aan de westzijde van de Hartelbrug hebben. Voor deze westzijde geldt dat voor de ruige dwergvleermuis er voornamelijk verstoring optreedt aan de westkant van de Hartelbrug en dan primair tijdens de seizoensmigratie. • Landschap & Cultuurhistorie. Bij dit aspect zorgt het criterium effect op waarneming en beleving voor onderscheid in een effectbeoordeling van negatief of zeer negatief. Het verschil wordt veroorzaakt door de hoogte van de turbines (verschil A- en B-varianten).

19

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK

•

•

Lichthinder. Alle alternatieven scoren negatief op het aspect lichthinder, maar alternatieven A6.1 en A6.2 scoren zeer negatief. Dit verschil wordt veroorzaakt omdat dit de enige alternatieven zijn die bestaan uit een opstelling met zes windturbines in de hoogste variant. De tiphoogte van 230 meter vereist ‘s nachts lampen op drie verschillende hoogtes, die zichtbaar moeten zijn vanaf alle richtingen. Zodoende zorgen deze alternatieven voor nog iets meer lichthinder dan de andere alternatieven. Recreatie. Het gebied ten oosten van de Hartelkering wordt meer intensief gebruikt voor (dag)recreatie. De plaatsing van WT8 in alleen alternatief A6.1 leidt tot een zeer negatieve (--) beoordeling voor dit alternatief, aangezien er bij dit alternatief daardoor sprake is van meer windturbines aan de oostzijde van de Hartelkering dan bij de andere alternatieven. De in de basis negatieve (-) effectbeoordeling wordt veroorzaakt vanuit het argument dat een deel van de recreanten zal vinden dat de aanwezigheid van de windturbines afbreuk doet aan de recreatieve waarde van de locatie.

7.3

Effectbeoordeling energieopbrengst

De op jaarbasis berekende energieopbrengsten zijn weergegeven in Tabel 5. Geconcludeerd wordt dat de alternatieven bestaande uit hogere turbines als zeer positief (++) beoordeeld worden ten aanzien van het aspect energieopbrengst en de alternatieven bestaande uit lagere turbines als positief (+). Tabel 5. Overzicht energieopbrengst en verliezen door zog-effecten, mitigerende maatregelen voor geluid en slagschaduw en overige factoren.

Effectbeoordeling Energieopbrengst Aspect

Criterium

EnergieEnergieopbrengst in MWh opbrengst per jaar

20

Ref.

0

A6.1 (3/3)

A6.2 (4/2)

A5 (3/2)

A4.1 (2/2)

A4.2 (4/0)

B6.1 (3/3)

B6.2 (4/2)

B5 (3/2)

++ ++ ++ 120.757 117.372 103.053

++ 83.627

++ 76.892

+ 63.599

+ 61.129

+ + + 55.109 44.597 42.843

Onze referentie: UF7SY3NW6SXJ-1408266684-1680:1 - Datum: 24 juni 2024 - Public

B4.1 (2/2)

B4.2 (4/0)

SAMENVATTING MER WINDPARK BRIELSE MAASDIJK

8

Toepassen mitigerende maatregelen

8.1

Beschrijving maatregelen

Veel van in voorgaande hoofdstukken beschreven effecten zijn te mitigeren of na optimalisatie van het windpark te beperken of te voorkomen. Daarnaast is een aantal maatregelen nodig om te kunnen (blijven) voldoen aan wettelijke vereisten. Tabel 6 beschrijft de noodzakelijke en de mogelijke aanvullende maatregelen. Tabel 6. Mogelijke maatregelen per milieuthema.

Milieuthema

Maatregelen

Mitigerende maatregelen -

Het toepassen van ‘noise modes’ wanneer het omgevingsgeluid minimaal is, is als ontwerpuitgangspunt bij alle alternatieven al meegenomen. Aanvullende mitigerende maatregelen zijn hierdoor niet aan de orde.

-

De windturbines produceren geen tonaal geluid. Omwonenden worden in alle fases van het project geïnformeerd en betrokken bij de besluitvorming. (Financiële) participatie speelt hierbij een belangrijke rol.

-

Om hinder bij slagschaduw te beperken, is als ontwerpuitgangspunt bij alle alternatieven al gebruikt gemaakt van een stilstandsregeling. Op momenten dat slagschaduw kan optreden op een gevoelig object wordt de turbine stilgezet. Aanvullende mitigerende maatregelen zijn hierdoor niet aan de orde.

-

-

De (nachtelijke) lichthinder voor vogels beperken door het minimaliseren en afstemmen van de (nachtelijke) signaalverlichting met nabijgelegen windparken. Het toepassen van (zo) milieuvriendelijke aanlegmethodes van de fundering. Stilstand van de windturbines in de avond en nacht bij goede weersomstandigheden voor vleermuizen. Clustering van de windturbines. Maatregelen waar mogelijk meenemen in een compensatieplan.

-

Naderingsdetectie en/of afscherming.

-

Streven naar een ontwerp met een verhouding tussen rotordiameter en ashoogte van 1:1. Laten vervallen WT10. Dit bleek niet mogelijk in het kader van het komen tot het VKA (en een uitvoerbaar project).

-

Gebruik van toegangswegen en opstelplaatsen voor recreatieroutes. Ook (tijdelijke) bouwweg voor bereikbaarheid bewoners aan de Plaatweg. Inpassen van straatmeubilair en plaatsing van informatieborden bij het windpark. Maatregelen waar mogelijk meenemen in een compensatieplan.

-

Afstand houden tot de watersportvereniging Hairt-Hille. Het recreatieve fiets- en wandelpad omleiden tijdens de realisatiefase. Maatregelen waar mogelijk meenemen in een compensatieplan.

Geluid

Gezondheid

Slagschaduw

Ecologie – Soorten

Lichthinder Landschap en cultuurhistorie

Ruimtegebruik

Recreatie

-

Noodzakelijke maatregelen voor voldoen aan wet- en regelgeving Externe veiligheid Luchtruim, radar en straalpaden

21

-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14599712/1