CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuursverslag Sociaal Domein over 2024

Commissie Sociaal Domein 30 oktober 2025, gemeente NissewaardBij agendapunt: Bestuursverslag Sociaal Domein 2024 (icm agendapunt 6A)21.024 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Eveneens blijkt uit de Voorjaarsnota dat het Rijk vanaf 2028 extra beheersmaatregelen/besparingen invoert waaronder een eigen bijdrage voor jeugdzorg en het indexeren van de besparingsopgave van de Hervormingsagenda (nu ingeboekt op prijs- en volumepeil 2019). 13. Er is krapte op de arbeidsmarkt voor jeugdhulp en Wmo bij onze 50% € 1.500.000 externe partners. Hierdoor ontstaan wachtlijsten en ontvangen jeugdigen langer overbruggingszorg en wordt er minder gericht zorg verleend, terwijl er wel kosten worden gemaakt. Dit geldt eveneens voor de mensen die Wmo-ondersteuning. 16. Reële tarieven: De wettelijke verplichting om reële tarieven aan 50% € 1.000.000 zorgaanbieders te bieden voor maatwerkvoorzieningen in de Wmo en de Jeugdwet blijft een punt van aandacht en kan leiden tot toekomstige lastenstijgingen. 45

19. Ombouw gesloten jeugdhulp naar kleinschalige open woonvoorzieningen: De door de rijksoverheid opgelegde afbouw van gesloten jeugdhulp verloopt sneller dan verwacht. De gesloten jeugdhulp dient hierbij omgebouwd te worden naar kleinschalige open woonvoorzieningen. De opbouw van kleinschalige woonvoorzieningen verloopt echter trager dan de afbouw van gesloten jeugdhulp. Hierdoor verblijven jeugdigen met zeer zware problematiek in open settingen met zeer intensieve begeleiding. Per saldo geeft dit meer kosten dan dat deze jeugdigen in de gesloten jeugdhulp zouden zijn opgenomen. 20. Nabetaling van jeugdlasten uit voorgaande jaren doordat voor deze geleverde jeugdzorg nog niet altijd een toewijzing is verleend, worden de lasten die hiermee samenhangen verlaat inzichtelijk.

70%

€ 400.000

70%

€ 400.000

De financiële situatie in het sociaal domein is zeer zorgelijk, met name vanaf 2028 (risico 6). Dit heeft voor een groot deel te maken met (te) lage en vaak tijdelijke vergoedingen door het rijk, beperkte keuzevrijheid (bijvoorbeeld strakke wetgeving in Participatiewet, abonnementstarief Wmo, wettelijke verwijzers in de jeugdhulp en de regelgeving rondom reële tarieven). Ook complexer wordende ondersteuningsvragen speelt een rol (bijvoorbeeld meer mensen met arbeidsbeperking in Participatiewet, grotere problematiek in Wmo en jeugdhulp). We krijgen steeds beter inzicht in wat er gebeurt, zowel door nieuwe of betere monitoring, data-analyse als door inzet van accountmanagement, toezicht en kwaliteitswerk. Het is echter niet mogelijk om de risico’s volledig te beheersen. Hieronder wordt op verschillende risico’s ingegaan. De grootste financiële risico’s binnen risico 7, zitten op jeugdhulp. Daarom is begin 2024 de Taskforce jeugd ingericht, mede om de vastgestelde bezuinigings-taakstellingen op jeugdhulp in te vullen. Bij het opstellen van dit bestuursverslag is inmiddels duidelijk dat door de inspanningen de eerste grotere (delen van) taakstellingen op gebied van jeugdhulp kunnen worden ingevuld bij de begroting 2026. Ook op het gebied van de Wmo is een Opgaveteam ingesteld, dat werkt aan inhoudelijke transformatie en bezuinigingstaakstellingen.

Binnen de Wmo geldt dat inmiddels al een substantieel deel van de bezuinigingstaakstellingen is of bij de begroting 2026 wordt ingevuld. Voor de bezuinigingstaakstellingen en op gebied van werk & inkomen geldt dat met de begroting 2026 ook de laatste taakstellingen geheel worden ingevuld. Dit laatste geldt ook voor de sociaal domeinbrede taakstellingen. Voor de bezuinigingen in het sociaal domein geldt dat sommige daadwerkelijk taakstellend kunnen worden opgelegd, zoals bij subsidiebudgetten of armoedebeleid. Andere, zoals bij de persoonsgebonden voorzieningen, zijn minder zeker te behalen, omdat wet- en regelgeving, jurisprudentie en het open eind-karakter dit bemoeilijkt. Alhoewel op bijna alle taakstellingen resultaten worden behaald, is het niet zeker dat ze volledig worden behaald. We doen al het mogelijke om de bezuinigingstaakstellingen wel te behalen en hierbij de impact voor kwetsbare inwoners zo beperkt mogelijk te houden. Voor risico 9 geldt dat de Taskforce jeugd hierop inspanningen verricht. De onzekerheid is echter groot, bijvoorbeeld omtrent de financiële compensatie door de rijksoverheid en de ‘indexering’ van de taakstelling door het rijk. Hierdoor wordt de middelen die gemeenten krijgen naar aanleiding van de commissie Van Ark, feitelijk vanaf 2028 weer teniet gedaan door verhoging van de taakstellingen HAJ.

Daarnaast moet de rijksoverheid komen met wijzigingen in wet- en regelgeving. Onduidelijk is op dit moment nog of die wijzigingen daadwerkelijk helpen de uitgaven aan jeugdhulp te beperken. Dit risico is daarom maar beperkt beheersbaar. Aan de krapte op de arbeidsmarkt (risico 13) is niet veel te doen. Wij zijn immers zelf geen zorgaanbieder en anderzijds willen we ook geen hogere tarieven betalen dan verplicht. Wel proberen we door transformatie de hoeveelheid beroep op individuele hulp te verkleinen. Dit onder 46

andere via de transformatie van de sociale basis, de inspanning stevig lokaal team vanuit de Taskforce jeugd, alsmede andere inspanningen vanuit de taskforce en het Opgaveteam Wmo. Uit onderzoek13 uit 2023 blijkt dat Nissewaard aan de goede kant van het gemiddelde zit, als je kijkt naar kosteneffectiviteit van inkoop in de jeugdhulp. Hieruit blijkt onder andere dat open housecontracten met de mogelijkheid van tussentijdse toetreden, zoals we in Nissewaard voor veel jeugdhulp en Wmo-voorzieningen hebben, kosteneffectiever is dan andere vormen van inkoop. We zien echter steeds vaker vanuit zorgaanbieders de roep om kostprijsonderzoeken in Wmo en Jeugdwet om te bezien of onze tarieven nog reëel zijn (risico 16). Er is nog geen enkel kostprijsonderzoek uitgevoerd met een uitkomst dat lagere tarieven reëel zijn. Indien goed en door voldoende organisaties onderbouwd, moeten we volgens de Algemene Maatregel van Bestuur reële prijs Wmo/Jeugdwet gehoor geven aan de vraag om een kostprijsonderzoek. Vanuit de Taskforce jeugd zijn inspanningen geleverd om de open house-voorzieningen voor jeugdhulp inhoudelijk aan te passen. Ook hieruit volgde in 2025 weer een kostprijsonderzoek. De uitkomsten van dit onderzoek zijn al bekend. De tarieven zijn gemiddeld niet (veel) naar boven bijgesteld. Sommige voorzieningen zijn juist goedkoper geworden.

Dit onder andere door strakke sturing op welke kostenposten echt noodzakelijk zijn binnen een voorziening en sturing op benodigd opleidingsniveau. Ook kan nu per minuut worden gedeclareerd in plaats van per uur, waardoor afronding naar boven niet meer nodig is. De financiële effecten van deze nieuw beschreven voorzieningen worden pas in de loop van 2026 duidelijk, omdat de voorzieningen per 1 januari 2026 ingaan. Het risico omtrent de afbouw van gesloten jeugdhulp (nummer 19) is een risico waarop we weinig invloed hebben als individuele gemeente. Gesloten jeugdhulp gaat immers over grenzen van regio’s heen. Dit wordt vanuit de uitvoeringsorganisatie van de GR JR opgepakt in samenwerking met de landelijke overheid en andere regio’s. De uitkomsten zijn onzeker. Risico 20, nabetaling van jeugdlasten, doet zich met name voor bij landelijke jeugdhulp, die pas laat wordt gedeclareerd bij de desbetreffende gemeente. Ook het woonplaatsbeginsel kan leiden tot hoge kosten met terugwerkende kracht. Wij zijn verplicht kosten te betalen met terugwerkende kracht als blijkt dat een jeugdige die elders jeugdhulp ontvangt, toch onder verantwoordelijkheid van Nissewaard valt. Dit geldt ook als de andere gemeente al facturen heeft betaald. Wij zullen dan die gemeente moeten terugbetalen. Er is voor ons geen enkele mogelijkheid dit te voorzien of voorkomen.

Deze jeugdigen zijn namelijk bij ons vaak niet bekend, omdat ze door andere verwijzers in de jeugdhulp komen. 7.4 Social Return on Investment Social Return On Investment (SROI) is het meten van de sociale maatschappelijke waarde voortvloeiend uit een investering. Bedrijven kunnen bij een aanbesteding door de gemeente Nissewaard een SROI-verplichting hebben. Deze verplichting bestaat uit een minimale investering van een bepaald percentage van de contractwaarde in het bieden van werkplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of een andere maatschappelijk waardevolle dienst. Inzet van SROI gebeurt in afstemming met de SROI-adviseur van de gemeente. Op 16 mei 2024 heeft de commissie sociaal domein een presentatie gekregen over het instrument SROI. Hierbij zijn de vorderingen die de gemeente op dit gebied heeft gemaakt sinds het rekenkameronderzoek van 2022 aan de orde gekomen. Gelijktijdig is afgesproken dat de raad structureel geïnformeerd zal worden over de voortgang op dit onderwerp door middel van het bestuursverslag sociaal domein. In onderstaande tabel is te zien hoe SROI zich heeft ontwikkeld in de 13

Jongleren in de jeugdzorg, empirisch onderzoek naar de relatie tussen inkoop en kostendoelmatigheid van de jeugdzorg in Nederlandse gemeenten. Jos L.T. Blank, Alex A.S. van Heezik en Vivian G. Valdmanis, Stichting Instituut Publieke Sector Efficiëntie Studies (juni 2023). Link: Kostendoelmatigheid jeugdzorg

47

afgelopen jaren. Vaak kennen contracten een langere looptijd dan één jaar. Het voldoen aan de SROI-opgave mag door de contractanten over meerdere jaren worden uitgespreid. Daarom kan het percentage realisatie boven de 100% liggen. Tabel 26. SROI-jaaropgave

2021

2022

2023

2024

Contractwaarde

€ 45.121.294

€ 48.880.305

€ 43.478.294

€ 54.452.322

SROI-opgave

€ 2.227.295

€ 2.257.071

€ 1.887.701

€ 2.186.591

SROI-realisatie

€ 468.423

€ 276.053

€ 3.642.841

€ 2.586.515

63

84

116

147

Aantal contracten

Als we dieper kijken naar 2024 zien we dat er in totaal 147 lopende contracten/opdrachten met een SROI-opgave zijn. De totale inkoopwaarde waarover SROI wordt toegepast, bedraagt € 54.452.322. De SROI-jaaropgave daarvan bedraagt € 2.186.591; dit is het bedrag dat door contractanten moet worden gerealiseerd binnen SROI. In 2024 is er een SROI-omzet gerealiseerd van € 2.586.515, dit is 118% van de SROI-jaaropgave 2024. In 2023 is er een inhaalslag gemaakt over de jaren 2021 en 2022 wat het hoge SROI-jaarresultaat verklaart van € 3.642.841 (193% van de SROI-opgave). Gemiddeld ligt het landelijk SROI-jaarresultaat tussen de 90 – 100%. Het in 2024 behaalde SROI-jaarresultaat van 118% ligt daar boven. In 2024 zijn er vanuit de contracten/opdrachten van de gemeenten Nissewaard 276 kandidaten uit de arbeidsmarktregio Rijnmond geplaatst. Hiervan zijn 62 kandidaten inwoner van Nissewaard (22%). Van de 276 kandidaten hebben 83 kandidaten een arbeidsovereenkomst (30%), 112 kandidaten een leerbaan/BBL overeenkomst (41%) en 81 kandidaten een stage-/werkervaringsplek (29%). In 2024 zijn er vanuit de contracten/opdrachten binnen de gehele arbeidsmarktregio Rijnmond 120 kandidaten (inwoners) vanuit de gemeente Nissewaard geplaatst. Hiervan kregen 35 inwoners een arbeidsovereenkomst, 57 inwoners een leerbaan/BBL overeenkomst en 28 inwoners een stage-/werkervaringsplek.

In totaal zijn er in 2024 vanuit SROI 182 inwoners van Nissewaard aan een vorm van arbeid geholpen. 7.5 Toezicht Wmo en Jeugdwet Toezicht waarborgt de naleving van wet- en regelgeving. Door middel van preventieve en reactieve toezichtactiviteiten worden mogelijke misstanden tijdig gesignaleerd, onderzocht en van advies en aanbeveling voorzien. Dit toezicht richt zich specifiek op de rechtmatigheid van de verstrekking van voorzieningen voor Jeugdwet en Wmo. Het kwaliteitstoezicht is belegd bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) voor de Jeugdwet en bij de GGD voor de Wmo. Rechtmatigheidstoezicht en kwaliteitstoezicht gaan echter vaak hand in hand, waardoor er waar mogelijk en nodig, samenwerking is. In ieder geval worden tekortkomingen in kwaliteit gemeld bij IGJ of GGD, wanneer deze worden geconstateerd. In deze paragraaf worden geen exacte cijfers gegeven. Dit omdat in sommige gevallen cijfers herleidbaar zouden kunnen zijn tot specifieke onderzoeken of organisaties. Daarom wordt in het bestuursverslag volstaan met meer algemeen inzicht in de activiteiten.

48

Toezicht heeft zich in 2024 gericht op een drietal hoofdtaken: 1. Preventieve onderzoeken: Sinds medio 2024 adviseert Toezicht over de aanvragen van zorgaanbieders die een samenwerking aan willen gaan met de gemeente Nissewaard voor de Wmo en/of de Jeugdwet. Dit heeft in diverse gevallen geleid tot een negatief advies voor samenwerking, pgb of toetreding tot de Open House. Geconstateerde tekortkomingen waren bijvoorbeeld het ontbreken van vereiste vergunningen voor brandveiligheid, het ontbreken van kwaliteitszorgcertificeringen bij de organisatie en het ontbreken van noodzakelijke kwalificaties bij medewerkers. Ook als partijen geheel niet reageerden op de vragen, leidde dit tot een negatief advies. Op deze manier houden we ‘zorgcowboys’ zoveel mogelijk buiten de deur. 2. Onderzoeken bij lopende pgb’s/contracten : Het betreft onderzoek op basis van een intern of extern signaal. Hier kan het gaan om volledige rechtmatigheidsonderzoeken, maar ook om advies en assistentie aan bijvoorbeeld klantmanagers of accountmanagers. Niet altijd is immers een compleet onderzoek noodzakelijk. Veelal wordt door toezicht eerst een lichtere vorm van onderzoek ingesteld, waarna de organisatie of pgb-budgethouder verbeteringen kan doorvoeren.

Indien wel een compleet onderzoek wordt ingezet, kan dit enkele weken tot maanden duren, wegens het administratief onderzoek, uitvragen van informatie bij belanghebbenden, hoor en wederhoor en zorgvuldige verslaglegging die eventueel gebruikt kan worden in een rechtszaak. Constateringen vanuit onderzoek kunnen bijvoorbeeld zijn: onterechte declaraties omdat zorg niet is geleverd, inzet van onvoldoende gekwalificeerd personeel of pgb-uitgaven aan een ander doel dan waarvoor het pgb is verstrekt. Uitkomsten van onderzoek kunnen leiden tot terugbetaling van reeds betaalde facturen of het voorkomen van onterechte betalingen. 3. Doorontwikkeling van de functie: Alhoewel de VNG Nissewaard als koploper ziet op gebied van toezicht, is het noodzakelijk te blijven ontwikkelen. Nog steeds is toezicht namelijk een relatief nieuwe rol binnen de Wmo en Jeugdwet. Er is daarom aandacht voor doorontwikkeling, zoals borging in gemeentelijke regelgeving en werkprocessen, inzet van Basisbeeld en regionale samenwerking. 7.6 Wat hebben we in 2024 gedaan binnen programmalijn gemeentelijke regierol Naast de reguliere (wettelijke) taken, zoals het uitvoeren van onze regierol in het sociaal domein (zie paragraaf 1.2) en de planning & control-werkzaamheden, hebben we de volgende taken uitgevoerd:  We hebben Social Return on Investment (SROI) breed ingezet.

Primair was de focus op arbeid, maar SROI kan ook door middel van sociale inkoop of maatschappelijke activiteiten ingevuld worden. Ook is de samenwerking op dit dossier binnen het sociaal domein verbeterd, waardoor bijvoorbeeld ook vanuit de SROI-verplichting trainingen konden worden gegeven voor medewerkers of soms inwoners. Veelal ging het hier om trainingen deskundigheidsbevordering voor medewerkers en trainingen ter ondersteuning van arbeidsontwikkeling voor inwoners.  In 2024 zijn de bezuinigingen op subsidies vanaf 2026 voorbereid. Voor alle organisaties is duidelijk wat hun subsidie voor 2025 bedraagt en in hoeverre er een bezuiniging per 2026 wordt doorgevoerd en voor welk bedrag/percentage. 7.7 Tot slot Het sociaal domein is breed en complex. Met dit verslag hebben we hierin overzicht en inzicht willen bieden, hetgeen kan helpen bij de kaderstellende en controlerende rol die de raad heeft. Zo gezien is het bestuursverslag zelf ook onderdeel van de gemeentelijke regierol op het sociaal domein. Het bestuursverslag is een levend document. Dit betekent dat er volgend jaar nieuwe informatie aan kan worden toegevoegd, mits hierover objectieve en betrouwbare informatie is te verkrijgen.

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16090778/3