Bestuursverslag Sociaal Domein over 2024
Tekst van het document
Bestuursverslag Sociaal Domein over 2024
datum augustus 2025 versie 0.1 Auteur(s)
Indra Caerteling, Michel Brons, Frans Verhoeks en anderen
Inhoudsopgave
2
1. Inleiding In dit bestuursverslag geven wij een breed beeld over het sociaal domein Nissewaard in 2024. Nadruk ligt op de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Ook de Wet inburgering, armoedebestrijding, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en onderwijs(achterstanden) komen in het bestuursverslag aan bod, net als onderdelen van een sterke samenleving. De informatie in dit verslag geeft de feitelijke (cijfermatige) staat van het sociaal domein in Nissewaard. Daarnaast is kwalitatieve informatie toegevoegd over bijvoorbeeld cliëntervaring en verrichte inspanningen in het sociaal domein om doelen beter te bereiken. Dit bestuursverslag kan de raad ondersteunen bij de kaderstellende en controlerende rol. 1.1 Leeswijzer Het sociaal domein is ingedeeld in vijf programmalijnen. Per programmalijn zijn doelen en inspanningen geformuleerd, die zijn vastgelegd in de Ontwikkelagenda deel 1 (vastgesteld door de raad) en deel 2 (vastgesteld door het college). Eind 2024 zijn er inspanningen toegevoegd met name vanwege de Taskforce Jeugd, het Opgaveteam Wmo en de vastgestelde bezuinigingstaakstellingen. Op 1 juli 2025 waren 103 van de 143 inspanningen uit de aangepaste Ontwikkelagenda deel 2 gerealiseerd, oftewel 72%.
Enkele voorbeelden van in 2024 gerealiseerde inspanningen zijn de uitvoeringsplannen eenzaamheid, mantelzorg en ontmoeting, de implementatie van de Participatieladder, het re-integratieaanbod voor bijstandsgerechtigden met kinderen, beleid voor onderwijsachterstanden en de doorontwikkeling van de Lokale Educatieve Agenda en tot slot dagbesteding voor ouderen als algemene voorziening. Dit bestuursverslag hanteert eveneens de vijf programmalijnen en geeft onder andere inzicht in de vorderingen van doelen en inspanningen per programmalijn. Het bestuursverslag kent na deze inleiding (hoofdstuk 1) en de samenvatting (hoofdstuk 2) de volgende hoofdstukken: Sterke samenleving (hoofdstuk 3): Dit hoofdstuk bevat informatie over vrijwilligers, actieve inwoners, mantelzorg en eenzaamheid. Naar aanleiding van ontwikkelingen binnen de sociale basis, zal dit hoofdstuk in de toekomst worden aangepast. Bestaanszekerheid (hoofdstuk 4): Onder het hoofdstuk bestaanszekerheid vindt u gegevens over de Participatiewet, inburgering, laaggeletterdheid, armoede en schulden. Opvoeden & opgroeien (hoofdstuk 5): In dit hoofdstuk staat informatie over jeugdhulp, voor- en vroegschoolse educatie en onderwijs op de onderdelen verzuim en voortijdig schoolverlaten.
Kwetsbare volwassenen (hoofdstuk 6): Binnen dit hoofdstuk vindt u informatie over de Wmo, onderverdeeld in lokale taken en taken die we als centrumgemeente uitvoeren. Gemeentelijke regierol (hoofdstuk 7): De gemeentelijke regierol gaat over financiële houdbaarheid, visie, kwaliteit en rechtmatig & doelmatig handelen. 1.2 Hoe we het sociaal domein inrichten Het sociaal domein bestaat uit verschillende typen preventie, hulp en ondersteuning. De inrichting van het sociaal domein blijft continu in ontwikkeling. Het sociaal domein is onder te verdelen in de sterke samenleving, de integrale ingang voor inwoners met vragen (gezamenlijk vormt dat de sociale basis), de gemeentelijke toegang voor indicatie tot persoonsgebonden voorzieningen en de persoonsgebonden voorzieningen. Voor de persoonsgebonden voorzieningen is handhaving en toezicht ingericht. Het versterken van de samenleving en het uitvoeren van de integrale ingang, doen we samen met onze (kern)partners. In onderstaand schema geeft de brede groene balk aan de bovenzijde de gemeentelijke rol weer om regie te voeren over het sociaal domein. De gemeente werkt actief aan het realiseren van de maatschappelijke doelen met de instrumenten die ons vanuit wettelijke kaders ter beschikking staan. Dit betekent: 3
dat de samenleving zodanig wordt versterkt dat er betere condities zijn voor inwoners om problemen te voorkomen en om zichzelf en elkaar te helpen, dat er voldoende passende voorzieningen zijn die inwoners effectief kunnen ondersteunen bij hun hulpvragen, dat de uitvoerende partners voldoende met elkaar samenwerken waar dit nodig is, dat de kwaliteit van de geboden ondersteuning voldoende is, en dat de rechtmatigheid is gewaarborgd.
In onze visie uit 2017, het Thuis in de Wijk-concept, is geschetst welke transformatiebeweging wenselijk is om het sociaal domein toekomstbestendig te maken. Deze transformatiebeweging is gebaseerd op de landelijke uitgangspunten die aan de decentralisaties ten grondslag lagen, namelijk uitgaan van de leefwereld van de inwoners, dichterbij en meer toegesneden op de individuele situatie. Deze visie is geactualiseerd in het beleidskader sociaal domein, dat begin 2023 door de raad is vastgesteld. Momenteel wordt gewerkt aan de Nissewaardse sociale basis. Dit kan wederom leiden tot actualisatie van de visie en inrichting van het sociaal domein.
De transformatie richtte zich in eerste instantie met name op het linkerdeel van het schema, namelijk versterken van eigen kracht, preventie en algemeen toegankelijke voorzieningen voor kwetsbare inwoners. Dit vormt, samen met de Thuis in Nissewaard Ingang, de sociale basis. Momenteel werken we aan het meer in samenhang brengen van de sociale basis, en de doorontwikkeling hiervan. Specifieke onderdelen hierbinnen zijn het versterken van de samenwerking tussen professionele organisaties en vrijwilligers en het meer aanbieden van collectieve voorzieningen in plaats van individuele ondersteuning. De afgelopen jaren is ook helder geworden dat het versterken van de samenleving niet automatisch leidt tot vermindering van hulp in persoonsgebonden voorzieningen (zie bijvoorbeeld het rapport van SCP ‘Sociaal domein op koers?’ uit november 2020). Dit vergt regievoering en sturing. Daarom hebben we de Thuis in Nissewaard-Ingang vormgegeven (in het schema zichtbaar als lichtblauw vlak). Hierin bieden verschillende organisaties in een samenwerkingsverband, informatie en advies aan inwoners en voeren zij vraagverheldering uit op vraagstukken die meer nodig hebben dan alleen een advies. De integrale ingang wordt nog verder doorontwikkeld, mede in het licht van de verplichting om te komen tot ‘een stevig lokaal team’.
Vanuit de hervormingsagenda Jeugd is het verplicht sociaal domein-brede hulp te bieden vanuit een stevig lokaal team. De vormgeving hiervan mag een gemeente zelf bepalen. Het hoeft dus geen team te zijn, maar kan bijvoorbeeld ook een samenwerkingsverband zijn. Steeds is gedacht dat met de Ingang, Toegang en basisaanbod aan de verplichtingen werd voldaan. Dit blijkt ook uit de beschrijving van deze inspanning in het plan van aanpak Taskforce Jeugd. Het afgelopen half jaar kwam landelijk echter steeds meer informatie 4
beschikbaar, waaruit is gebleken dat een stevig lokaal team meer behelst dan de meeste gemeenten nu hebben vormgegeven. Daarom wordt, binnen een specifiek project dat onderdeel is van de ontwikkeling van de sociale basis, gewerkt aan de visie en vormgeving van een stevig lokaal team voor Nissewaard. Hierbij zal worden voortgebouwd op de werkende elementen zoals deze in de afgelopen jaren zijn opgezet. Momenteel wordt met behulp van een verkenningsinstrument van de VNG, een scan uitgevoerd waar we nu staan. In de gemeentelijke toegang, wordt bepaald of er een persoonsgebonden voorziening nodig is en zo ja, wat precies en met welk doel en te behalen resultaat. Dit wordt vastgelegd in een beschikking. Ook de uitvoerende partij wordt op dat moment gekozen (indien niet de gemeente zelf de uitvoerder is). Tijdens inzet van de persoonsgebonden voorziening wordt gemonitord in hoeverre het (deel)resultaat wordt bereikt en er meer, minder of andere ondersteuning wenselijk is. Zonder deze monitoring, is onze ervaring met Wmo en Jeugdwet, dat hulp die we niet zelf uitvoeren steeds wordt verlengd met als gevolg dat de kosten oplopen, maar ook dat de beschikbaarheid van hulp voor nieuwe cliënten onder druk komt te staan (wachtlijsten).
Bij samenhangende hulpvragen wordt er casusregie ingezet zodat de benodigde hulp goed op elkaar aansluit en elkaar versterkt in het bereiken van de gestelde doelen. Wanneer de situatie zeer complex is en het doelbereik in het geding komt, kan er (doorbraak)regie vanuit de gemeente worden ingezet die het proces begeleidt en zorgt dat barrières in het komen tot goede oplossingen, worden geslecht. Het meest rechtse blauwe vlak in bovenstaand schema, betreft de geïndiceerde persoonsgebonden voorzieningen zelf, die worden uitgevoerd door uitvoerende partijen (Jeugdwet en Wmo) of de gemeente (Participatiewet en Wgs). We werken hierbij samen in regionale samenwerkingsverbanden, zoals Voorne-Putten Werkt (VPW), de arbeidsmarktregio, de samenwerking op Wmo-centrumtaken en de gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond (GR JR). Persoonsgebonden voorzieningen zullen altijd een belangrijke rol spelen in het sociaal domein en een groot deel van de middelen wordt hieraan besteed. Ook binnen de persoonsgebonden voorzieningen geven we daarom vorm aan de transformatie om het sociaal domein toekomstbestendig te maken. Dat brengt ons weer bij de gemeentelijke regievoering en sturing als cruciale rol om transformatie binnen het sociaal domein te realiseren.
Om grip te hebben op het sociaal domein en te kunnen sturen, moeten we voldoende en toegankelijke informatie hebben en een werkwijze om hieraan opvolging te geven. Ook moeten we duidelijk onze visie en gewenste resultaten voor ogen hebben en keuzes maken wat wel en wat niet te doen (beleid en regelgeving). Als we zelf de taken niet uitvoeren, kunnen we met verschillende instrumenten hierop sturen, zoals inkoop en subsidie, kwaliteitstoezicht (via landelijke inspectie of GGD), rechtmatigheidstoezicht (via gemeentelijke toezichthouders), accountmanagement om te borgen dat (contract)afspraken worden nagekomen (op zorgaanbieders en werkgevers) en casus- en procesregie, of zelfs doorbraakregie om de goede voortgang op casusniveau te sturen. 1.3 Disclaimer Cijfers die gebruikt zijn, met name cijfers vanuit het Centraal bureau voor de Statistiek (CBS), zijn over 2024 veelal nog niet definitief. Dit betekent dat in het bestuursverslag over 2025 mogelijk net afwijkende cijfers worden gepresenteerd over 2024 dan in het onderliggende bestuursverslag. Dit geldt met name voor cijfers vanuit de Jeugdwet en de (lokale) Wmo. De cijfers over 2023 zijn grotendeels wel definitief.
5
2. Samenvatting In deze samenvatting is de belangrijkste cijfermatige informatie uit dit bestuursverslag weergegeven. Dit betekent dat informatie over cliëntervaringen en wat er op het desbetreffende gebied in 2024 is gedaan, ontbreekt in de samenvatting. Alleen de samenvatting over gemeentelijke regierol bevat niet-cijfermatige informatie. 2.1 Sterke samenleving Het percentage inwoners dat vrijwilligerswerk verricht ligt in Nissewaard lager dan het landelijke gemiddelde. In Nissewaard is het percentage mensen dat zich sterk eenzaam voelt (9%) lager dan het landelijke percentage uit 2023 (11%) en weer gelijk aan voor de coronapandemie (2020: 9%). In Nissewaard ligt het percentage mantelzorgers gelijk aan het landelijk gemiddelde. Het bereik van de mantelzorgondersteuning door MEE en SWO is in 2024 met ruim 5% gestegen ten opzichte van 2023. 2.2 Bestaanszekerheid In totaal ontvangen 2.087 huishoudens eind 2024 van de gemeente Nissewaard een uitkering, een stijging van 0,9% ten opzichte van een jaar eerder. Het aantal bijstandsgerechtigden per 1.000 inwoners zit in Nissewaard boven het landelijk gemiddelde, maar ruim binnen de marge van 50% meest gemiddelde gemeenten in Nederland. Er is ten opzichte van 2023 zowel een stijging te zien in de instroom (6,9% meer) als in de uitstroom (10,2% meer).
Binnen alle leeftijdscategorieën uitkeringsgerechtigden is een stijging te zien, alleen het aantal 55-plussers daalt licht. De netto arbeidsparticipatie is net iets harder gestegen dan landelijk en ligt op de ondergrens van de 50% meest gemiddelde gemeenten. Het percentage kinderen dat opgroeit in een bijstandsgezin is iets gestegen, maar ligt nog binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten. In totaal wordt ten behoeve van 183 personen met een arbeidsbeperking loonkostensubsidie ingezet (doel was minimaal 150 eind 2024). Op 31-12-2024 zijn er 375 lopende inburgeringstrajecten en in 2024 hebben wederom meer mensen gebruik gemaakt van het aanbod van het DigiTaalhuis. Het aantal trajecten in schuldhulpverlening is in 2024 gestegen met 27 naar 515 lopende trajecten op 31 december 2024. Het gemiddeld schuldbedrag was in 2024 € 31.345 en ligt nu weer lager dan het landelijk gemiddelde. Vermoedelijk heeft de uitschieter naar boven in 2023 te maken met stijging van het aantal (ex-) ondernemers waarbij veelal een hoger schuldbedrag is. Binnen de armoederegelingen is het gebruik van de energietoeslag voor ouderen als enige regeling gedaald. De Individuele Inkomenstoeslag volwassenen is het meest gestegen.
6
2.3 Opvoeden en opgroeien Het percentage jeugdigen tot 18 jaar met jeugdhulp in natura lijkt gedaald, maar vermoedelijk is de jeugdhulp vanuit het voormalige Jeugdondersteuningsteam niet volledig meegenomen (zie toelichting onder grafiek 4 in hoofdstuk 2). Hierdoor is deze grafiek niet betrouwbaar. Dit geldt ook voor meerdere tabellen in het hoofdstuk. Hierdoor kunnen over het totaal van jeugdhulp(trajecten) in 2024 geen eenduidige conclusies worden getrokken. Op onderdelen is dit wel mogelijk. Zo zijn er eind 2024 in totaal 3 persoonsgebonden budgetten. Het percentage jeugdhulp met verblijf is in de voorlopige cijfers sterker gestegen dan landelijk, en ligt boven de range van 50% meest gemiddelde gemeenten. Het percentage 18-plussers met jeugdhulp met verblijf is sterk gedaald, en dit ligt inmiddels onder het landelijk gemiddelde. Het percentage jeugdigen met jeugdbescherming is stabiel gebleven, terwijl er landelijk wederom een kleine daling is te zien. Het aantal peuters dat in aanmerking komt voor voor- en vroegschoolse educatie (vve) is sterk gedaald naar 373 (2023: 489), maar ligt nog boven het niveau van 2021. Het bereik is ten opzichte van 2023 gestegen naar 75,9%. Het schoolverzuim ligt op het gemiddelde van Nederland. Met betrekking tot voortijdig schoolverlaten heeft zich in 2023 een sterke daling voorgedaan, terwijl er landelijk een stabilisatie was.
Het percentage voortijdig schoolverlaters ligt nog wel boven de range van 50% meest gemiddelde gemeenten. Nissewaard is echter beter dan landelijk in staat om voortijdig schoolverlaters weer terug te leiden naar onderwijs. 2.4 Kwetsbare volwassenen In 2024 is het aantal Wmo-cliënten gestegen met 5,5% naar 7.306 op 31-12-2024. Dit is het hoogste aantal sinds de metingen in het bestuursverslag. Het aantal meldingen Wmo is gedaald met 6%, vanwege een andere werkwijze rondom (her)indicatiestelling huishoudelijke hulp. Collectief vervoer heeft de meeste gebruikers (4.715). Huishoudelijke hulp heeft de op een na meeste gebruikers (2.715) en is in 2024 het meest gestegen. Begeleiding is de enige Wmo-voorziening die een daling kent. Het aantal Wmo-cliënten per 1.000 inwoners ligt in Nissewaard beduidend hoger (92 per 1.000) dan het landelijk gemiddelde (70 per 1.000), en het verschil is in 2024 verder toegenomen. In totaal zijn er op 31-12-2023 op lokale Wmo-voorzieningen (dus zonder verblijf) 89 personen met een persoonsgebonden budget, ten opzichte van 91 pgb’s in 2023. In 2024 waren er vanuit Nissewaard 117 aanmeldingen (in 2023: 209) voor maatschappelijke opvang, van de 244 (in 2023: 389) meldingen voor onze regio als geheel. Het aantal inwoners van Nissewaard met een indicatie beschermd wonen, is ten opzichte van 2023 licht gestegen naar 52 inwoners.
Het aantal schommelt de afgelopen jaren tussen 50 en 55. 2.5 Gemeentelijke regierol Met het sociaal domein Nissewaard is lokaal in 2024 een bedrag van € 153 miljoen gemoeid en daarboven nog eens € 21 miljoen voor regionale Wmo-centrumtaken. Voor de lokale taken is ongeveer € 16 miljoen meer beschikbaar dan in 2023, onder andere door indexeringen, toename van het aantal uitkeringen en Wmo-cliënten en door toename van het aantal specifieke uitkeringen (SPUK’s). De geconstateerde rechtmatigheidsfouten en -onzekerheden bleven in 2024 onder de goedkeuringstolerantie. De uitgaven aan uitkeringen en loonkostensubsidie waren ruim lager dan de daarvoor beschikbare rijksuitkering BUIG. Uit de opgenomen risico’s blijkt dat de financiële situatie zorgelijk blijft. Dit heeft voor een groot deel te maken met (te) lage rijksbudgetten, beperkte keuzevrijheid (bijvoorbeeld strakke wetgeving in Participatiewet, abonnementstarief Wmo en andere wettelijke verwijzers naar jeugdhulp), krapte op de arbeidsmarkt en complexere ondersteuningsvragen (bijvoorbeeld meer mensen met arbeidsbeperking in de Participatiewet, grotere problematiek in Wmo en jeugdhulp). In totaal zijn van de 25 grootste risico’s, er 7 vanuit het sociaal domein. De risico’s zijn beperkt beheersbaar, ondanks alle inspanningen hierop om hierop acties te ondernemen.
Rondom de invulling van de taakstellingen leveren de verschillende inspanningen resultaat, maar de volledige invulling van alle taakstellingen is onzeker. In 2024 is voor een bedrag van € 2.586.515 aan SROI-opgaven gerealiseerd. Toezicht heeft in 2024 meer inzet 7
gepleegd op preventieve onderzoeken en hiermee voorkomen dat Nissewaard contracten heeft gesloten met organisaties die hun zaken niet op orde hebben.
8
3. Sterke samenleving Een sterke samenleving bestaat uit gezonde verenigingen en netwerken, uit inwoners die zich voor andere mensen inzetten en uit organisaties die dit versterken en faciliteren. Er vinden veel activiteiten plaats die bijdragen aan het welbevinden en de ontwikkeling van inwoners, problemen worden samen opgelost en kwetsbare inwoners vinden ondersteuning bij zaken die voor hen lastig zijn. Het is een inclusieve samenleving, waarin iedereen een volwaardige plek heeft en naar vermogen kan meedoen, zonder onderscheid te maken tussen mensen. In dit hoofdstuk staat vooralsnog alleen informatie over vrijwilligers en actieve inwoners, eenzaamheid en mantelzorg. Naar aanleiding van ontwikkelingen en keuzes op het gebied van de sterke samenleving, oftewel de sociale basis, zal dit hoofdstuk worden aangepast. Ontwikkelingen in het professionele basisaanbod zullen een beweging in gang zetten naar meer collectief aanbod in plaats van individueel. Ook zal de professional meer inzetten op ondersteuning van het netwerk of vrijwilligers en niet altijd meer zelf hulp bieden aan een persoon of gezin. Dit mede door beperkt beschikbare arbeidskrachten en de noodzaak te bezuinigen in het sociaal domein. Als onderdeel van de doorontwikkeling van de Nissewaardse sociale basis, bekijken we welke indicatoren worden gebruikt voor het meten van ontwikkelingen.
Naar verwachting zal dit in 2025 worden vastgesteld. Tot slot van dit hoofdstuk beschrijven we wat in 2024 op hoofdlijnen is gedaan op dit onderdeel van het sociaal domein. Omdat de cijfers over Nederland en Nissewaard uit verschillende bronnen komen, zijn de percentages afgerond op hele getallen. Dit om te voorkomen dat het beeld ontstaat dat de cijfers zeer nauwkeurig en volledig vergelijkbaar zijn. In het vorige bestuursverslag waren reeds cijfers uit de Nissewaard Peiling 2024 opgenomen. Deze waren echter nog niet ‘gewogen’ en daarmee nog niet definitief. Hierdoor kunnen cijfers uit het vorige bestuursverslag afwijken van dit verslag. 3.1 Vrijwilligers en actieve inwoners In deze paragraaf staat vrijwilligerswerk centraal. In het vorige bestuursverslag was een tabel opgenomen over percentages vrijwilligerswerk in Nederland en in Nissewaard. Door aanpassing in de metingen vanuit de Nissewaard Peiling, zijn de cijfers niet meer goed vergelijkbaar. Daarom worden de cijfers niet meer in een tabel weergegeven, maar wordt een beschrijving gegeven. Uit onderzoek blijkt dat het percentage vrijwilligers gedurende de afgelopen jaren landelijk gemiddeld hoger ligt dan in Nissewaard. Gemiddeld schommelt het aantal vrijwilligers in Nederland tussen de 40% en 50%.
Uit de Nissewaard Peiling blijkt dat het percentage inwoners uit Nissewaard dat vrijwilligerswerk verricht, is gedaald van 34% in 2020 en 2022 naar 26% in 2024. De vraagstelling in de Nissewaard Peiling is echter dermate aangepast in 2024, dat dit vermoedelijk van invloed is geweest. Het verschil met het landelijke cijfers is, ook in de afgelopen jaren, dermate groot dat het veilig is te concluderen dat het aantal vrijwilligers in Nissewaard structureel lager ligt dan landelijk. Dit sluit aan bij de conclusie hieromtrent in het rapport ‘Zorgen voor New Towns, van groeikern tot aandachtsgebied’1. Het meeste vrijwilligerswerk wordt volgens de Nissewaard Peiling gedaan bij een sportvereniging (7%), op school (5%) of bij een levensbeschouwelijke gemeenschap of groep (4%). Daarnaast geeft 14% aan niet via een organisatie mensen te helpen. Dit geldt formeel niet als vrijwilligerswerk, maar kan worden gezien als maatschappelijk zinvolle activiteiten door actieve inwoners. Van de respondenten van de Nissewaard Peiling geeft 47% aan géén vrijwilligerswerk te verrichten, nog eens 15% heeft op de vraag geen antwoord gegeven. 1
Het rapport is in oktober 2024 verschenen en is opgesteld door Bureau Louter, Platform31 en Verwey-Jonker Instituut, in opdracht van de New Town Alliantie en het ministerie van BZK.
9
Het percentage inwoners dat deelneemt aan activiteiten in de wijk of van clubs en verenigingen is in de Nissewaard Peiling nu anders uitgevraagd dan voorheen. Dit leidt ertoe dat geen cijfer is opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 1. Percentage inwoners dat deelneemt aan activiteiten in wijkgebouw, van clubs of van verenigingen
2018 56 49
Nederland Nissewaard
2020 56 47
2024 59 Geen meting
Wel is gemeten in de Nissewaard Peiling welk percentage in de afgelopen twaalf maanden een wijkcentrum of dorpshuis heeft bezocht. Dit ligt op ongeveer 22%. Dit percentage heeft niet te maken met onbekendheid bij de overige respondenten; zes op de tien inwoners geeft aan dat er een wijkcentrum of dorpshuis bij hen in de buurt is. 3.2 Eenzaamheid Over eenzaamheid vindt niet jaarlijks een meting plaats. Binnen Nissewaard verkrijgen we de informatie uit de Nissewaard Peiling. Ook landelijk is er niet jaarlijks onderzoek naar eenzaamheid. Tevens verschilt de doelgroep enigszins. Landelijk wordt gekeken naar mensen van 15 jaar of ouder. De Nissewaard Peiling kijkt naar inwoners van 18 jaar en ouder. Tabel 2. Percentage volwassen inwoners dat sterk eenzaam is
2020 Nederland Nissewaard
2021 11
2022 11 12
92
2023 11
2024 9
In Nissewaard is het percentage dat zich sterk eenzaam voelt afgenomen en ligt het weer op het niveau van voor corona. In de Ontwikkelagenda is als doel opgenomen dat niet méér mensen zich sterk eenzaam voelen dan landelijk. Op basis van de nu bekende cijfers is dit doel behaald in deze raadsperiode. In de afgelopen jaren was het landelijke percentage sterk eenzamen 11%; de laatste meting vóór corona was in 2019 en bedroeg toen 9%. Landelijk zijn er nog geen nieuwe cijfers over eenzaamheid. Het hogere percentage sterk eenzamen in 2022 in Nissewaard is mogelijk een gevolg van de corona-pandemie. 3.3 Mantelzorg Mensen met een beperking hebben vaak structureel hulp van hun naasten, dit noemen we mantelzorg. Het percentage mantelzorgers meten we via de GGD-monitor (eens per vier jaar) en de Nissewaard Peiling (eens per twee jaar). De verschillende metingen naar het aandeel mantelzorgers geven verschillende uitkomsten. In eerdere bestuursverslagen werd aangegeven dat in de Nissewaard Peiling geen minimum aan uren is verbonden aan mantelzorg; alle hulp aan een naaste wordt mantelzorg genoemd. Landelijk wordt wel een minimum aantal uren gehanteerd voordat gesproken wordt over mantelzorg. In de laatste Nissewaard Peiling wordt de landelijke definitie gehanteerd, zo blijkt uit de rapportage, en is het percentage significant hoger dan bij de meting door de GGD in de gezondheidsmonitor.
Conclusie is dat het percentage mantelzorgers in Nissewaard gelijk of hoger ligt dan het landelijk gemiddelde.
2
In de Nissewaard Peiling 2024 staat dat in 2020 5% sterk eenzaam was. Vermoedelijk is dat een onjuist percentage.
10
Tabel 3. Percentage mantelzorgers
Nederland Nissewaard Peiling Nissewaard gezondheidsmonitor
2020 14 20 14
2022 13 19 12
2024 14 22 14
Binnen Nissewaard bieden MEE en SWO mantelzorgondersteuning. In de Ontwikkelagenda is opgenomen dat het aantal mantelzorgers dat met ondersteuningsaanbod wordt bereikt in 2024 minimaal 10% hoger is dan in 2021. Dit doel is niet behaald, aangezien het bereikte aantal ongeveer even hoog ligt als in 2021. Aan het begin van de volgende raadsperiode zal bekeken worden welke doelstelling rondom mantelzorgondersteuning wenselijk is voor de komende vier jaar. Tabel 4. Bereik mantelzorgers met ondersteuningsaanbod
% Ontwikkeling 2024 2024 tov 2023 207 19,7 1031 2,8
2021 249 986
2022 276 982
2023 173 1003
Waarvan mantelzorgers < 23 jaar
86
93
72
96
33,3
Totaal ondersteunde mantelzorgers
1235
1258
1176
1238
5,3
Ondersteuning door SWO Ondersteuning door MEE
3.4 Wat hebben we in 2024 gedaan binnen programmalijn sterke samenleving Naast het uitvoeren van de reguliere (wettelijke) taken, zoals verenigingsondersteuning en het verlenen van subsidies aan partijen voor ontmoeting, welzijn, eenzaamheidsbestrijding en het ondersteunen van mantelzorgers, hebben we de volgende aanvullende zaken gedaan: We hebben het Plan Ontmoeten, de uitvoeringsagenda Elkaar Waard inzake aanpak van eenzaamheid en de uitvoeringsagenda Mantelzorg opgesteld en vastgesteld. We zijn actief betrokken geweest bij regionale afstemming rondom dementie, om te werken aan een dementievriendelijke samenleving. Voor de organisatie van de Wereld Alzheimer Dag hebben we samengewerkt met de gemeente Voorne aan Zee. We hebben de visie op lokale inclusie vastgesteld; waarin iedereen meetelt en fysiek, digitaal en sociaal mee kan doen. Met de Thuis in Nissewaard-partners is welzijn op recept verder uitgerold om het welbevinden van inwoners te verbeteren. We zijn gestart met de ontwikkeling van de High Five straten; straten met actieve inwoners die naar elkaar omkijken, activiteiten organiseren en die problemen melden bij de gemeente. In 2024 zijn er meer dan 60 High Five straten opgericht. In samenwerking met de Thuis in Nissewaard-partners is een advies opgesteld voor het herzien van het algemeen toegankelijk aanbod (basisaanbod) binnen de gemeente.
Dit advies vormt een belangrijke eerste stap in het proces van het herijken van de sociale basis. Het beeld Stille Strijd, dat in 2024 door Nederland reisde, is ook bij het stadhuis van Nissewaard verwelkomd. Dit om aandacht te vragen voor depressie en suïcide onder jongeren. In de wijken De Akkers, De Hoek en Waterland wordt een kwaliteitsimpuls gerealiseerd, met als doel de leefbaarheid in wijken en kernen te vergroten. Er vindt regelmatig overleg plaats in de wijken en kernen met (kern)platforms, verenigingen en wijkgroepen om gezamenlijk aan deze doelstellingen te werken. 11
Elk jaar organiseren we een speciaal moment op de landelijke Dag van de Vrijwilliger om onze waardering te tonen voor de inzet van vrijwilligers en hen extra in het zonnetje te zetten, zo ook in 2024. We hebben ingezet op bekendmaking van de sociale kaart onder professionals, zodat algemeen beschikbare voorzieningen beter kunnen worden ingezet en indien mogelijk inzet van persoonsgebonden voorzieningen kan worden beperkt.
12
4. Bestaanszekerheid Bestaanszekerheid is de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen en betaalbare vaste lasten. Dit zijn noodzakelijke voorwaarden om de rust en ruimte te vinden die nodig is om je te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving. We bieden mensen ondersteuning, voor zover de samenleving hierbij onvoldoende basis biedt. We stimuleren door voorlichting en (armoede)voorzieningen dat zoveel mogelijk mensen in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien en een gezonde financiële huishouding hebben. Onder bestaanszekerheid vindt u gegevens over de Participatiewet, inburgering, laaggeletterdheid, armoederegelingen en schulden. Als eerste wordt dieper ingegaan op de cijfermatige ontwikkeling van het uitkeringsbestand en cijfers over inburgering, laaggeletterdheid, schulden en armoederegelingen. Tot slot beschrijven we wat in 2024 op hoofdlijnen is gedaan op dit onderdeel van het sociaal domein en geven we inzicht in cliëntervaringen. Toelichting op grafieken In dit hoofdstuk en volgende hoofdstukken zijn grafieken gebruikt. Om deze goed te interpreteren geven we de volgende algemene toelichting: Blauwe lijn: deze lijn is altijd Nissewaard Oranje lijn: deze lijn is altijd het gemiddelde in Nederland Grijze vlak: het grijze vlak is de range waarbinnen de helft van de gemeenten die het dichtst bij het gemiddelde zitten, zich beweegt.
Hierop heeft wel een correctie plaatsgevonden om (toevallige) uitschieters bij kleine gemeenten te neutraliseren. Oftewel: als je de helft van de gemeenten bekijkt, die het meest het gemiddelde benaderen (eronder of erboven), dan laat het grijze vlak het minimum en het maximum van de helft van de gemeenten zien. Hiermee krijg je een beeld van de spreiding in Nederlandse gemeenten. Als de blauwe lijn (Nissewaard) buiten het grijze vlak ligt, betekent dit dus dat Nissewaard afwijkt van de 50% meest gemiddelde gemeenten in Nederland op dat onderwerp. 4.1 Ontwikkeling aantal uitkeringen In deze paragraaf schetsen we een beeld van hoe het bestand van uitkeringsgerechtigden 3 zich heeft ontwikkeld. In onderstaande tabel staat het aantal uitkeringsgerechtigden in Nissewaard op 31 december 2024, ten opzichte van een jaar eerder. In totaal ontvangen 2.087 huishoudens van de gemeente Nissewaard een uitkering, een stijging van 0,9%. Het grootste deel van de uitkeringen betreft de Participatiewet (bijstand). Een klein deel van de uitkeringsgerechtigden ontvangt een ander type uitkering, namelijk voor oudere of gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen (IOAW) of oudere of gedeeltelijk arbeidsongeschikte voormalig zelfstandigen (IOAZ). De aantallen inwoners met deze laatste uitkeringen dalen al jaren, omdat door wetswijziging de toegang hiertoe is beperkt. Tabel 5. Aantal uitkeringen
Aantal bijstandsuitkeringen
2021 2.184
2022 2.045
2023 2.068
waarvan Pwet uitkering (bijstand) waarvan IOAW waarvan IOAZ
2.042 135 7
1.927 111 7
1.969 94 5
3
% Ontwikkeling 2024 2024 tov 2023 2.087 0,9 2,3 2.014 -25,5 70 -40,0 3
Bij uitkeringsgerechtigden tellen het aantal bijstandsuitkeringen (Participatiewet), IOAW-uitkering en IOAZ-uitkeringen mee. Bij bijstandsuitkeringen worden alleen het aantal Participatiewet-uitkeringen geteld.
13
Ook landelijk stijgt het aantal bijstandsgerechtigden. De landelijke stijging met 1% komt ongeveer overeen met de stijging in Nissewaard van 0,9%. Als je kijkt naar het aantal bijstandsgerechtigden per 1.000 inwoners blijkt uit onderstaande grafiek dat Nissewaard niet sterk afwijkend is ten opzichte van andere gemeenten. We bevinden ons ruim binnen de marge van 50% meest gemiddelde gemeenten. Ook houdt Nissewaard in 2024 gelijke tred met de landelijke ontwikkeling.
Grafiek 1. Aantal bijstandsuitkeringen per 1000 inwoners
Onderstaande grafiek toont het percentage van de beroepsbevolking dat ook daadwerkelijk betaald werk heeft. Het percentage ligt op de ondergrens van de bandbreedte van 50% meest gemiddelde gemeenten in Nederland. Het verschil met het landelijk gemiddelde is in 2024 wederom kleiner geworden.
Grafiek 2. Netto Arbeidsparticipatie - het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking
14
4.2 Instroom en uitstroom In het uitkeringsbestand zit beweging. Er komen nieuwe mensen in (instroom) en er gaan mensen uit (uitstroom). Onderstaande tabel laat deze beweging zien 4. Tabel 6. Instroom en uitstroom in de uitkering
% Ontwikkeling 2024 2024 tov 2023 574 6,9
2021 539
2022 461
2023 537
waarvan eerder in uitkering waarvan binnen 1 jaar terug % Instroom binnen 1 jaar
172 49 9,1
190 53 11,5
162 37 6,9
162 48 8,4
Uitstroom
662
595
482
531
waarvan uitstroom naar werk % uitstroom naar werk Uitstroom binnen 1 jaar
292 44,1 277
255 42,9 200
190 39,4 168
179 33,7 182
% Uitstroom binnen 1 jaar
41,8
33,6
34,9
34,3
Instroom
10,2
In 2024 zijn in totaal 574 mensen (huishoudens) in de uitkering gekomen. In totaal zijn 531 uitkeringen beëindigd. Het aantal uitkeringen is gestegen met 0,9% (zie tabel 6). Omtrent de instroom en uitstroom kan het volgende worden vermeld: De instroom is hoger dan de afgelopen jaren, maar lager dan in 2017 (751) en 2018 (610). De stijging van de instroom is een landelijk beeld. Van de 574 ingestroomde huishoudens had ruim 28% eerder een uitkering, dit is lager dan in 2023 en lager dan in piekjaar 2022 toen bijna 42% eerder een uitkering had. Van de nieuwe instroom had slechts 8,4% de uitkering minder dan een jaar geleden beëindigd. Dit laat zien dat de uitstroom (naar werk) duurzaam is. Er zijn meer mensen uitgestroomd dan in voorgaande jaren. Ruim een derde van de uitstroom komt omdat mensen werk hebben gevonden. Dit is een lager percentage dan voorgaande jaren. De gestegen uitstroom heeft dus vooral te maken met andere redenen. Voorbeelden van andere redenen zijn verhuizing naar een andere gemeente of samenwonen met iemand met inkomen. Welke redenen hier vooral van toepassing zijn, is niet onderzocht. Er wordt overigens steeds meer ingezet op ontwikkeling van uitkeringsgerechtigden met een afstand tot de arbeidsmarkt, hetgeen niet (direct) leidt tot werk. De participatieladder waarmee dit kan worden gevolgd, is inmiddels geïmplementeerd.
In het volgende bestuursverslag kunnen hierover cijfers in het bestuursverslag worden opgenomen. Nu kan nog niet worden aangegeven hoeveel uitkeringsgerechtigden een ontwikkelstap hebben gemaakt, zoals opgenomen in de Ontwikkelagenda. Ruim 34% van de mensen die in de uitkering komt, is er binnen een jaar weer uit. Dit is ongeveer vergelijkbaar met de voorgaande twee jaar.
4
Omdat cijfers met terugwerkende kracht nog kunnen worden aangepast, lopen de cijfers over instroom en uitstroom (tabel 7) en totaal aantal uitkeringsgerechtigden (tabel 6) niet geheel gelijk.
15
4.3 Populatie met een uitkering In onderstaande tabel zoomen we nader in op de populatie in de uitkering. De stijging van het aantal uitkeringsgerechtigden die vanaf de tweede helft van 2022 is ingezet, is terug te zien in onderstaande tabel. Tabel 7. Opbouw uitkeringsbestand
2021
2022
2023
% Ontwikkeling 2024 2024 tov 2023
Uitkeringsduur t/m 6 maanden 7 t/m 12 maanden 1-2 jaar 2-3 jaar 3-5 jaar 5 jaar en langer
119 139 216 196 346 1.168
132 124 184 157 285 1.163
142 162 227 131 256 1.150
140 169 254 175 201 1.148
-1,4 4,3 11,9 33,6 -21,5 -0,2
Leeftijd tot 27 jaar 27-35 jaar 35-45 jaar 45-55 jaar 55 jaar en ouder
157 359 516 459 693
160 323 445 438 679
186 329 445 437 671
194 347 473 441 662
4,3 5,5 6,3 0,9 -1,3
Als we kijken naar de uitkeringsduur dan is opvallend dat het aandeel uitkeringsgerechtigden dat langer dan 3 jaar een uitkering ontvangt, daalt. Mogelijk dat de inzet op uitkeringsgerechtigden met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, die enkele jaren geleden is ingezet, zijn vruchten begint af te werpen. Dit is echter niet onderzocht. In de leeftijdsopbouw zien we dat de groep tot 45 jaar een stijging laat zien. Dit lijkt verband te houden met de algehele stijging van het aantal bijstandsgerechtigden. Het aandeel jongeren tot 27 nadert nu weer het aantal van vóór 2019. Deze stijging ligt in lijn met het landelijke beeld. Daling in de groep 55 jaar en ouder heeft met name te maken met een hogere uitstroom uit deze leeftijdsgroep dan in 2023. De uitstroom is voor ongeveer 50% te verklaren door het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Van oudsher heeft Nissewaard een hoger percentage alleenstaande ouders in de bijstand. Dit leidt ook tot een hoger percentage ‘kinderen in bijstandsgezinnen’. Uit onderzoek 5 blijkt dat kinderen waarvan de ouder(s) een bijstandsuitkering hebben/heeft, grotere kans hebben op sociale uitsluiting, jeugdhulp en verminderde kansen voor de toekomst dan kinderen uit andere gezinnen. Dit geldt zelfs als in die andere gezinnen weinig financiële middelen beschikbaar zijn.
Kortom, daar waar armoede al een negatief effect heeft op de kansen voor kinderen, wordt dit nog versterkt als er sprake is van een bijstandsuitkering. Binnen de Ontwikkelagenda is het doel opgenomen om (in 2026) binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten te zitten, wat betreft het percentage kinderen in een bijstandsgezin. Dit percentage is na een daling van enkele jaren, in 2024 gestegen. Wel bevindt het zich nog binnen de 5
https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2015/04/wie-opgroeit-in-een-uitkeringssituatie-heeft-later-bovengemiddeld-vaak-eenuitkering
16
range van 50% meest gemiddelde gemeenten. Hiermee is het doel feitelijk behaald, maar moeten we hier aandacht voor blijven houden om verdere stijging te voorkomen.
Grafiek 3. Percentage kinderen in bijstandsgezin
In onderstaande tabel is opgenomen hoeveel inwoners met een arbeidsbeperking loonkostensubsidie ontvangen. Strikt genomen zijn dit geen personen (meer) die een uitkering ontvangen. Zij hebben een betaalde baan, waarvoor subsidie wordt verleend voor (een deel van) de loonkosten. Alleen personen die vanwege hun beperking minder uren kunnen werken, hebben mogelijk nog een aanvullende uitkering. Tabel 8. Aantal personen met loonkostensubsidie
Loonkostensubsidie
2021 74
2022 123
2023 173
% Ontwikkeling 2024 2024 tov 2023 183 5,8
In de Ontwikkelagenda is het doel opgenomen dat eind 2024 minimaal 150 personen met een arbeidsbeperking loonkostensubsidie ontvangen. Dit doel is ruimschoots behaald. 4.4 Inburgering Op 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 in werking getreden. Vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk doel, zijn inburgeringsplichtig. Dit zijn zowel asielstatushouders en hun familie- of gezinsleden (vluchtelingen) als gezinsmigranten en een kleine groep overige migranten. Tabel 9. Inburgeringsplichtigen onder Wet inburgering 2021
Asielstatushouders Gezinsmigranten Overig Totaal
2022 36 20 1 57
17
2023 107 54 161
2024 105 50 2 157
In de Ontwikkelagenda is als doel opgenomen dat 90% van de doelgroep die onder de huidige Wet inburgering 2021 valt, binnen drie jaar moet zijn ingeburgerd. Op 31 december 2024 zijn er in totaal 375 lopende inburgeringstrajecten (57 uit 2022 en 161 uit 2023 en 157 uit 2024). De aantallen uit 2022 en 2023 verschillen zeer licht met de cijfers in het vorige bestuursverslag. Dit heeft de maken met inmiddels afgegeven vrijstellingen of ontheffingen. Er zijn drie leerroutes waarmee inburgeringsplichtigen aan hun inburgeringsplicht kunnen voldoen, de B1-route, de Onderwijsroute en de Zelfredzaamheidsroute: De B1-route is gericht op het zo snel mogelijk beheersen van de Nederlandse taal op B1niveau6 of hoger en het vergroten van het perspectief op de arbeidsmarkt. Van de lopende inburgeringstrajecten volgen 273 personen deze leerroute. Dit is 73% van het totaal aantal trajecten. De Onderwijsroute bereidt inburgeraars voor op instroom in het Nederlandse beroeps- en hoger onderwijs. Van de lopende inburgeringstrajecten volgen 30 personen deze leerroute. Dit is 8% van het totaal aantal trajecten. De Z-route is voor inburgeraars met een lage leerbaarheid die moeite hebben met het leren van een nieuwe taal en die in beperkte mate zelfredzaam zijn. Van de lopende inburgeringstrajecten volgen 72 personen deze leerroute. Dit is ruim 19% van het totaal aantal trajecten.
Het doel van alle leerroutes is dat inburgeringsplichtigen de Nederlandse taal leren en kennis opdoen van de Nederlandse maatschappij (KNM). Samen met de gemeente wordt gekozen voor een geschikte leerroute. De leerroute wordt opgenomen in het Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). Verreweg de meeste gestarte trajecten lopen nog; inburgering duurt immers vaak meerdere jaren. Tot eind december 2024 hebben 3 personen aan de inburgeringsplicht voldaan door de trajecten af te ronden. Er zijn 14 personen geheel vrijgesteld of ontheven van de inburgerplicht. Deze personen maken geen deel uit van de aantallen in tabel 10. We zien inmiddels dat in 2025 het aantal afgeronde trajecten toeneemt. Op basis van de huidige bevindingen is er voldoende reden te verwachten dat het doel uit de Ontwikkelagenda wordt behaald. 4.5 Laaggeletterdheid Het DigiTaalhuis in Nissewaard is een samenwerkingsverband van diverse organisaties, zoals de bibliotheek, stichting lezen & schrijven, de gemeente Nissewaard, SWO, Humanitas, Voorne-Putten Werkt en diverse taaltrainers. Het DigiTaalhuis wil samen met (taal)organisaties in de gemeente Nissewaard laaggeletterdheid verlagen, participatie stimuleren en zelfredzaamheid van inwoners vergroten door middel van een aanbod gericht op de ontwikkeling van taal, digitale vaardigheden en in de toekomst gecijferdheid.
Het DigiTaalhuis biedt de volgende activiteiten: Taallessen, taalondersteuning, taalcafé fysiek en online (taalnetwerk) Computerlessen, Digicafé (digitale netwerk) Taalondersteuning met financiële thema’s (netwerk Taal & Geld) Taalhuisbalie > spreekuren, intake, warm doorverwijzen, advies over collectie voor taalvrijwilligers, taalcursisten en docenten Training ‘Herkennen & doorverwijzen’ bijvoorbeeld voor doorverwijzende organisaties zoals huisartsen. In de Ontwikkelagenda is als doel opgenomen dat we ieder jaar meer mensen bereiken met het DigiTaalhuis, waarbij we met name kijken naar het aantal doorverwijzingen naar taalaanbod. 6
Taalniveau B1 staat voor eenvoudig Nederlands. De overgrote meerderheid van de bevolking begrijpt teksten op taalniveau B1. Ook mensen die geen (hoge) opleiding hebben gehad. Een tekst op B1-niveau bestaat uit makkelijke woorden die bijna iedereen gebruikt. En uit korte, eenvoudige en actieve zinnen.
18
In onderstaande tabel is het totaal aantal gebruikers van DigiTaalhuis onderverdeeld naar activiteiten. Er is op alle onderdelen een grote stijging te zien van het aantal activiteiten en deelnemers, al lijkt er zich op onderdelen een verschuiving voor te doen van fysieke dienstverlening naar digitaal bereik. Het aantal doorverwijzingen naar taalaanbod is gestegen met ruim 12%. Het doel in de Ontwikkelagenda is daarmee behaald. Tabel 10. Bereik inwoners met activiteiten DigiTaalhuis
Activiteit DigiTaalhuis taalcafé gehouden (fysiek) Digicafé gehouden (online) online taalcafé gehouden Doorverwijzingen taalaanbod met intake vanuit balie rondleidingen voor anderstaligen Leescafé
Deelnemers 2022 40x voor 543 mensen 9x voor 42 mensen 86x voor 126 mensen 173
Deelnemers 2023 45x voor 680 mensen 12x voor 59 mensen 88x voor 239 mensen 194
Deelnemers 2024 44x voor 621 mensen 10x
7x voor 52 mensen
16x voor 142 mensen
21x voor 243 mensen 14x voor 79 mensen
88x voor 563 mensen 224
Het Digitaalhuis is gecertificeerd als kwalitatief goede organisatie die bijdraagt aan de positionering en kwaliteit van het DigiTaalhuis binnen de gemeente. Er zijn in 2024 in totaal 33 nieuwe vrijwilligers gestart bij het Digitaalhuis. In 2024 is extra ingezet op Nederlandse les voor Oekraïners en het trainen van praktijkondersteuners bij huisartsen in het herkennen van laaggeletterdheid. 4.6 Preventie en aanpak van schuldproblematiek Binnen schuldhulpverlening worden verschillende soorten hulp/trajecten aangeboden vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Soms is advisering voldoende. Als een schuld problematisch is, dus als een inwoner de aflossing niet kan (blijven) betalen, wordt een minnelijk schuldhulpverleningstraject ingezet. Een minnelijk traject kan ofwel bestaan uit schuldbemiddeling, ofwel uit schuldsanering. Voor beide trajecten geldt dat er een bedrag wordt afgesproken dat de schuldenaar afbetaalt en dat vervolgens het restbedrag wordt kwijtgescholden. Bij schuldbemiddeling wordt per schuldeiser een afspraak gemaakt over het bedrag dat de inwoner moet terugbetalen. Van het inkomen van de inwoner reserveert de gemeente een deel voor de schuldeisers (afloscapaciteit) en het overige wordt aan de inwoner doorbetaald. Bij schuldsanering maakt de gemeente per schuldeiser een afspraak over het bedrag dat de inwoner moet terugbetalen.
Wanneer alle schuldeisers akkoord gaan, krijgt de inwoner een lening voor het totale bedrag dat die moet aflossen. Op dat moment ontvangen de schuldeisers direct het bedrag dat de inwoner moet aflossen. De inwoner betaalt dan alleen nog de lening. Afhankelijk van de noodzaak kan aanvullend budgetbeheer of budgetbegeleiding 7 worden ingezet. Als het minnelijk traject niet voldoende is, bijvoorbeeld omdat schuldeisers niet meewerken, kan een wettelijk schuldsaneringstraject in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) bij de rechter worden aangevraagd. In onderstaande tabel is het aantal minnelijke schuldhulpverleningstrajecten (dus zonder WSNP) opgenomen. Sinds 2023 is een stijging van het aantal minnelijke trajecten te zien, na jaren van daling. 7
Bij budgetbeheer regelt de gemeente tijdelijk alle inkomsten en vaste uitgaven. Bij budgetbegeleiding regelt de gemeente gesprekken over hoe de inwoner goed met geld kan omgaan.
19
Dit komt overeen met het landelijke beeld. De branchevereniging Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) meldt 10% meer gestarte trajecten in 2024. In Nissewaard zijn in 2024 bijna 23% meer trajecten gestart, maar ook ruim 39% meer trajecten beëindigd dan een jaar eerder. De stijging van het aantal beëindigingen komt doordat de duur van een schuldhulpverleningstraject per 1 juli 2023 is gehalveerd van 36 tot 18 maanden. In totaal zijn er eind 2024 5,5% meer minnelijke schulphulptrajecten dan eind 2023. Tabel 11. Aantal trajecten in minnelijke schuldhulpverlening
Lopende trajecten op 1-1 Aanmeldingen Beëindigingen Lopende trajecten op 31-12
2021 682 285 411 556
2022 556 248 372 432
2023 432 314 258 488
2024 488 386 359 515
% Ontwikkeling 2024 tov 2023 22,9 39,1 5,5
Schuldsaneringen worden als traject beëindigd op het moment dat de schuldeisers zijn betaald en de inwoner alleen nog het saneringskrediet hoeft af te lossen 8. Op 31 december 2024 liepen er 120 (eind 2023: 140) saneringskredieten van Nissewaardse inwoners bij de Kredietbank Nederland. Daarvan zijn er 41 in 2024 gestart. Dit is net iets meer dan in 2023, toen er 37 zijn gestart. Wens is steeds meer saneringskredieten in te zetten in plaats van bemiddelings-trajecten. Sanering is voor schuldeisers en schuldenaar prettiger. De schuldeiser krijgt eerder geld, de schuldenaar heeft nog maar één schuldeiser, namelijk de Kredietbank. Schuldpreventie is een volwaardig onderdeel van integrale schuldhulpverlening binnen de gemeente. Belangrijkste doel is het voorkomen van problematische schulden. Door te investeren in bewustwording, vaardigheden en wilskracht bij inwoners om de eigen financiën op orde te hebben en houden, kunnen problematische schuldsituaties voorkomen worden. Inzetten op preventie van schulden is het meest effectief als dit integraal opgepakt wordt en samenwerken met partners, zowel binnen de gemeentelijke organisatie als daarbuiten. We proberen zoveel mogelijk actieve ‘signaalpartners’ om ons heen te verzamelen.
Scholen die actief doorverwijzen, huisartsen of praktijkondersteuners die aan de bel trekken, werkgevers die weten wat wij te bieden hebben; het helpt allemaal om zoveel mogelijk mensen tijdig in beeld te krijgen. De verwachting is dat door betere vroegsignalering meer mensen in een vroeg stadium worden bereikt, waardoor zij niet altijd een traject schuldhulpverlening nodig hebben. De onderstaande cijfers geven inzicht in de vroegsignalering. Sinds de inwerkingtreding van de wetswijziging vroegsignalering, is het aantal signalen jaarlijks sterk toegenomen. Het aantal personen dat daadwerkelijk wordt bereikt door de gemeente, houdt hiermee geen gelijke tred. Het aantal adviesgesprekken, zowel telefonisch als fysiek op het stadhuis, is in 2024 wel toegenomen. Of een inwoner ingaat op het aanbod van advies is een vrijwillige keuze van de inwoner. Tabel 12. Aantal signalen en acties inzake vroegsignalering
2021
2022
8
2023
% Ontwikkeling 2024 2024 tov 2023
Met ingang van 1 juli 2024 is het ook mogelijk voor mensen met een zeer laag inkomen, die geen afloscapaciteit hebben, om toch een schuldregeling aan te gaan. Het kan dan zelfs zo zijn dat schuldeisers niets van hun uitstaande schuld betaald krijgen en dat de schuld toch wordt kwijtgescholden.
20
Ontvangen signalen Personen bereikt Telefonisch advies Adviesgesprek stadhuis
2.145 302 76 32
3.617 582 109 52
4.442 825 105 38
5.403 521 126 44
21,6 -36,8 20,0 15,8
Het gemiddelde schuldbedrag is in 2024 weer fors gedaald. Na de uitschieter in 2023, bevindt zich het gemiddelde bedrag weer op het niveau van 2022. Vermoedelijk viel het hogere bedrag in 2023 te verklaren doordat meer ex-ondernemers zich meldden voor schuldhulpverlening. Deze ondernemers hebben doorgaans hogere schulden dan particulieren. Ondernemers hadden uitstel van betaling vanwege corona. Tabel 13. Gemiddeld schuldbedrag bij aanmelding
Landelijk gemiddeld Nissewaard
2021 € 42.662 € 38.428
2022 € 40.170 € 31.938
2023 € 38.735 € 58.229
2024 € 42.786 € 31.345
% Ontwikkeling 2023 tov 2022 10,5 -46,2
In de Ontwikkelagenda is het doel opgenomen dat het gemiddelde schuldbedrag (in 2026) lager ligt dan het landelijke gemiddelde. In 2024 is dat ruimschoots het geval. Het gemiddelde schuldbedrag in Nissewaard bedraagt 73% van het gemiddelde bedrag in Nederland. 4.7 Aanpak van armoede Het Nissewaardse armoedebeleid kent meerdere voorzieningen. In onderstaande twee tabellen is het gebruik te zien. Het aantal gebruikers van de collectieve ziektekostenverzekering (CZverzekerden) is voor het eerst in jaren weer gestegen. Het gebruik van de Individuele Inkomenstoeslag (IIT) en de kindtoeslag zijn in 2024 eveneens gestegen. Dit is in lijn met de stijging van het aantal bijstandsuitkeringen. De energiebijdrage (een financiële bijdrage voor weinig draagkrachtige ouderen) is in 2024 gedaald, na een stijging in 2023. Tabel 14. Aantal cliënten per armoedevoorziening
Aantal CZ verzekerden Individuele inkomenstoeslag Kindtoeslag Energiebijdrage
2021 2.666 2.314 1.476 403
2022 2.629 2.538 1.571 358
2023 2.606 2.165 1.349 401
2024 2.622 2.376 1.371 388
% Ontwikkeling 2024 tov 2023 0,6 9,7 1,6 -3,2
In 2024 is het gratis Openbaar Vervoer voor oudere minima gestart. Vervoerder RET meldt in 2024 een gemiddelde van 240 unieke reizigers per maand, die per persoon 13 ritten maken van gemiddeld 9 kilometer per rit. Vervoerder EBS meldt 110-120 unieke reizigers die gemiddeld 11 of 12 ritten per persoon maken, van gemiddeld 3 kilometer per rit. Omdat niet bekend is of het (deels) dezelfde personen betreft die reizen met RET en EBS, gaat het in totaal om minimaal 240 unieke reizigers per maand en maximaal om 350 unieke reizigers per maand die gebruik maken van deze voorziening. De Rotterdampas is eveneens onderdeel van het armoedebeleid. Minima kunnen de pas tegen gereduceerd tarief (€ 5) aanschaffen en voor hun kinderen is de pas gratis. Ook niet-minima kunnen 21
de pas kopen, tegen regulier tarief. In 2023 is er ook een ‘middentarief’ geïntroduceerd voor groepen met een beperkt hoger inkomen dan het minimum. Tabel 15. Verkoop Rotterdampas in 2024
Balie Verlengbrief Webshop Totaal 2023 2022
Laag tarief volwassene 539 1.017 709 2.265 2.189 1.831
Midden Standaard Laag tarief tarief Midden tarief Standaard kind volwassene tarief kind volwassene tarief kind 348 31 28 35 85 602 581 1.531 1.550 1.524
5 0 36 34 0
0 0 28 13 0
260 1.181 1.476 1.315 886
116 562 562 750 682
Totaal 1.066 2.000 3.033 6.099 5.851 4.923
In 2024 zijn er in totaal 6.099 passen verkocht, waarvan het grootste gedeelte (62%) aan inwoners met een minimuminkomen. Niet alleen de passen met een lager tarief waren in trek, ook de reguliere passen zijn goed verkocht. Ten opzichte van 2023 (5.851 passen) is er wederom een stijging in de verkoop, namelijk van 4,2%. De stijging heeft zich vooral voorgedaan bij volwassenen. Het gemiddeld aantal keren gebruik in 2024, gebaseerd op het geregistreerde bezoek door de partners, is 4,3 keer per pashouder. Een stijging ten opzichte van het jaar ervoor (2023 gemiddeld 3,6 bezoeken per pashouder). Populair zijn wederom de bioscopen, Diergaarde Blijdorp, Plaswijckpark en de Euromast. Qua bezoek aan de partners in Nissewaard zijn in 2024 de bioscoop (Kinepolis) en het zwembad (Rivierabad) in het aanbod opgenomen. Dit zijn de twee meest bezochte partners in Nissewaard. Daarnaast werd de Museumwoning back tot the sixties en het Centrum voor de Kunsten goed bezocht. De registratie van de bezoekers blijft een punt van aandacht; bijvoorbeeld voor Jump XL en de Fluisterboot zijn geen cijfers beschikbaar. De Rotterdampas zet zich hiervoor in, evenals voor het vergroten van het aanbod. Binnen het Jeugdfonds Sport en Cultuur zijn er in 2024 in totaal 646 aanvragen goedgekeurd, ten opzichte van 500 in 2023 en 299 in 2022.
Stichting Leergeld heeft 2.522 aanvragen behandeld, waarvan er 2.291 zijn goedgekeurd. In totaal zijn door Leergeld 926 kinderen geholpen met bijvoorbeeld een fiets of schoolspullen. In 2023 waren het nog 1.536 aanvragen voor 629 kinderen. Het Jeugdfonds en Stichting leergeld worden dus steeds beter gevonden. 4.8 Wat hebben we in 2024 gedaan binnen programmalijn bestaanszekerheid Naast de reguliere (wettelijke) taken op het gebied van onder meer re-integratie naar werk, het bieden van beschut werk, preventie en aanpak van schulden en armoede, inburgering, verstrekken van bijstandsuitkeringen, verstrekken van minimavoorzieningen en subsidieverlening aan maatschappelijke organisaties die zich hiermee bezighouden, hebben we de volgende taken uitgevoerd: We hebben meer ingezet op het benutten van het instrument loonkostensubsidie en kochten meer re-integratiemiddelen in, zoals Jellooo voor jongeren en St. Werkshop. We hebben meer ingezet op ondersteuning van inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. We hebben ingezet op de samenwerking binnen de Arbeidsmarktregio Rijnmond en we zochten actief de regionale samenwerking op met andere werk-/leerbedrijven en gemeenten.
22
We hebben actief ingezet om aanspraak te maken op externe middelen voor onze inzet en om onze instrumentaria uit te breiden. Denk hierbij aan subsidies vanuit het Europees Sociaal Fonds, regionale middelen voor jeugdwerkgelegenheid of het landelijk actieplan 'Dichterbij dan je denkt'. We hebben Jongerenpunt Nissewaard in 2024 formeel geopend. Het jongerenpunt is er voor jongeren van 16 tot 27 jaar voor gratis ondersteuning bij vragen over leren, werken en geldzaken. Het jongerenpunt hanteert een integrale aanpak, waarbij diverse interne en externe ketenpartners nauw samenwerken om jongeren zo goed mogelijk te ondersteunen. Ook als er vragen zijn op andere leefgebieden dan leren, werken of geldzaken. We hebben ons ingezet op preventie van schulden en armoede onder jongeren en volwassenen, tegengaan van kansenongelijkheid en het vergroten van het bereik van onze armoederegelingen. De communicatiecampagne om het bereik van onze armoederegelingen te vergroten is gecontinueerd. Ook is er meer gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot ambtshalve verstrekkingen. We hebben per 1 juli 2024 gratis openbaar vervoer voor oudere minima ingevoerd. We voerden de Energietoeslag uit en andere regelingen, zoals de witgoedregeling, in het kader van de energiearmoede.
We waren aangesloten op het schuldenknooppunt, waardoor de looptijd van het schuldentraject werd verminderd en eerder schuldenrust ontstond voor de inwoner. We hebben gebruik gemaakt van een animatieplatform bij schuldhulpverlening, waarmee inwoners door middel van korte animaties uitleg hebben gekregen over het schuldentraject. We nemen deel aan de Nederlandse schuldhulproute. Dat is een landelijk informatiepunt waarop ook ons lokale hulpverleningsaanbod staat. We zetten in op vroegsignalering in schuldhulpverlening om (de omvang van) schulden te beperken en vroegtijdig te werken aan oplossingen. We hielpen de gedupeerde gezinnen en jongeren die in de problemen zijn gekomen door de toeslagenaffaire. We bestreden armoede onder inwoners door inzet van onder andere voorzieningen in natura, zoals de Rotterdampas en de gemeentepolis (ziektekostenverzekering). Op de Rotterdampas is de vastgestelde bezuiniging gerealiseerd per 2025. Ook hebben we het Kinderfietsplan uitgevoerd en hebben de inkomensgrens voor deelname aan sport, cultuur en educatie door kinderen, verruimd naar 150% van de bijstandsnorm. We hebben meer ingezet op ervaringsdeskundigen en maatjesprojecten. We hebben ingezet op stress-sensitieve dienstverlening. We hebben onze taakstelling voor statushouders gehaald. We hebben asielstatushouders en gezinsmigranten ondersteund en begeleid bij hun inburgeringsproces (o.a.
op taal, ontwikkeling en werk), zodat zij naar vermogen kunnen meedoen in de samenleving. We hebben ingezet op begrijpelijkheid van communicatie (brieven) richting de inwoners. In 2024 hebben we in het kader van de Wet educatie en beroepsonderwijs een vernieuwd regionaal taalaanbod ontwikkeld en aangeboden. Door de fusie van Bibliotheek de Boekenberg en Bibliotheek de Zuid-Hollandse Delta wordt beter gebruik gemaakt van het netwerk en elkaars ervaringen. Het netwerk DigiTaalhuis Nissewaard, bestaande uit verschillende (taal)organisaties, helpen volwassenen uit Nissewaard met de Nederlandse taal en de computer. Naast het aanbieden van de reguliere formele en informele taal trajecten, hebben dit jaar ook meerdere groepen Oekraïners, die verblijven in Nissewaard, Nederlandse taallessen gevolgd. Daarnaast is er een toename van het gebruik van het traject Taal en Internet wat betrekking heeft op mensen met een taalachterstand en/of met een achterstand op de digitale vaardigheden.
23
4.9 Cliëntervaringen Participatiewet, armoederegelingen en schuldhulpverlening In 2024 is door een extern onderzoeksbureau onderzoek gedaan naar de klanttevredenheid van inwoners die gebruikmaken van een voorziening uit de Participatiewet (bijstand), een armoederegeling of schuldbemiddeling. Alle 486 inwoners die gebruikmaken van schuldhulpverlening zijn uitgenodigd voor het onderzoek. Van hen vulden 77 inwoners de vragenlijst volledig in, een respons van 16%. Van de inwoners met een bijstandsuitkering, ontvingen 1.200 inwoners een uitnodiging voor het onderzoek en vulden 318 inwoners de vragenlijst in (24%). Met een respons van 318 ingevulde vragenlijsten onder inwoners met een bijstandsuitkering is de nauwkeurigheidsmarge in deze doelgroep 5%. Daarmee zijn de resultaten betrouwbaar voor de gehele populatie. Vanwege het relatief lage aantal ingevulde vragenlijsten onder inwoners met schuldhulpverlening en de relatief kleine omvang van de totale populatie, is de nauwkeurigheidsmarge onder deze doelgroep 10%. Dit betekent dat de resultaten voor deze doelgroep iets minder betrouwbaar zijn en met enige voorzichtigheid dienen te worden geïnterpreteerd. Deze samenvatting presenteert de belangrijkste resultaten van het onderzoek, eerst voor de participatiewet, daarna voor armoedebeleid en tot slot voor schuldhulpverlening.
Algehele dienstverlening Participatiewet beoordeeld met 7,9: De dienstverlening op gebied van de Participatiewet in het algemeen beoordelen inwoners met een bijstandsuitkering gemiddeld met het rapportcijfer 7,9. Waarbij een minderheid van 5% een onvoldoende geeft. Daarmee ligt de beoordeling van de dienstverlening hoger dan in 2022 (7,4). Inwoners positief over website van de gemeente en functie ‘Mijn Uitkering’: De meeste inwoners met een bijstandsuitkering (73%) hebben een of enkele keren per jaar contact met de gemeente. Een ongeveer even groot deel (76%) kijkt wel eens op de website van de gemeente. Het gebruik van de website neemt in vergelijking met voorgaande metingen toe. Een ruime meerderheid vindt de website gebruiksvriendelijk (80%) en vindt hier de informatie die zij zoeken (75%). Van de functie ‘Mijn Uitkering’ op de website van de gemeente maakt ruim de helft (56%) van de inwoners met een bijstandsuitkering gebruik. Dit is een lichte afname ten opzichte van 2022 (66%). Wel neemt het aandeel inwoners toe dat het liefst ‘Mijn Uitkering’ gebruikt om zaken omtrent de uitkering te regelen (van 75% in 2022 naar 83% in 2024). Meerderheid tevreden over aanvraagproces en bejegening tijdens intakegesprek Participatiewet: Het online aanvraagproces van de uitkering beoordelen inwoners gemiddeld met het rapportcijfer 7,6. Dit is vergelijkbaar met 2022 (7,3).