Bestuursverslag Sociaal Domein over 2023
Tekst van het document
Bestuursverslag Sociaal Domein over 2023
datum augustus 2024 versie 0.1 Auteur(s)
Indra Caerteling, Michel Brons, Frans Verhoeks en anderen
Inhoudsopgave Inhoudsopgave........................................................................................................................................ 2 1. Inleiding........................................................................................................................................... 3 1.1 Leeswijzer................................................................................................................................... 3 1.2 Hoe we het sociaal domein inrichten ........................................................................................ 3 1.3 Social Return on Investment ...................................................................................................... 5 1.4 Disclaimer .................................................................................................................................. 6 2. Samenvatting .................................................................................................................................. 7 2.1 Sterke samenleving .................................................................................................................... 7 2.2 Bestaanszekerheid .....................................................................................................................
7 2.3 Opvoeden en opgroeien ............................................................................................................ 7 2.4 Kwetsbare volwassenen ............................................................................................................ 8 2.5 Gemeentelijke regierol .............................................................................................................. 8 3. Sterke samenleving ......................................................................................................................... 9 3.1 Verenigingen, vrijwilligers en actieve inwoners ........................................................................ 9 3.2 Eenzaamheid ............................................................................................................................ 10 3.3 Mantelzorg ............................................................................................................................... 10 3.4 Wat hebben we in 2023 gedaan binnen programmalijn sterke samenleving ......................... 11 4. Bestaanszekerheid ........................................................................................................................ 13 4.1 Ontwikkeling aantal uitkeringen ..............................................................................................
13 4.2 Instroom en uitstroom ............................................................................................................. 15 4.3 Populatie in de bijstand ........................................................................................................... 16 4.4 Inburgering............................................................................................................................... 17 4.5 Laaggeletterdheid .................................................................................................................... 18 4.6 Preventie en aanpak van schuldproblematiek ........................................................................ 19 4.7 Aanpak van armoede ............................................................................................................... 21 4.8 Wat hebben we in 2023 gedaan binnen programmalijn bestaanszekerheid .......................... 22 4.8 Cliëntervaringen Participatiewet ............................................................................................. 23 5. Opvoeden en opgroeien ............................................................................................................... 24 5.1 Ontwikkeling jeugdigen met indicatie jeugdhulp ....................................................................
24 5.2 Soorten jeugdhulp ................................................................................................................... 25 5.3 Verwijzers naar jeugdhulp ....................................................................................................... 28 5.4 Voor- en vroegschoolse educatie ............................................................................................ 29 5.5 Schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten............................................................................ 30 5.5 Wat hebben we in 2023 gedaan binnen programmalijn opvoeden en opgroeien ................. 32 5.6 Cliëntervaringen Jeugdwet 2023 ............................................................................................. 33 6. Kwetsbare volwassenen................................................................................................................ 35 6.1 Wmo-gebruik van lokale voorzieningen .................................................................................. 35 6.2 Opvang en beschermd wonen ................................................................................................. 37 6.3 Wat hebben we in 2023 gedaan binnen programmalijn kwetsbare volwassenen ................. 38 6.4 Cliëntervaringen Wmo 2023 .................................................................................................... 39 7.
Gemeentelijke regierol ................................................................................................................. 41 7.1 Het hek om budgetten sociaal domein.................................................................................... 41 7.2 Risico’s en beheersing hiervan over 2023 ............................................................................... 43 7.3 Wat hebben we in 2023 gedaan binnen programmalijn gemeentelijke regierol.................... 45 7.4 Tot slot ..................................................................................................................................... 45
2
1. Inleiding In dit bestuursverslag geven wij een breed beeld over het sociaal domein Nissewaard in 2023. Nadruk ligt op de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Ook de Wet inburgering, armoedebestrijding, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en onderwijs(achterstanden) komen in het bestuursverslag aan bod, net als onderdelen van een sterke samenleving. De informatie in dit verslag geeft de feitelijke (cijfermatige) staat van het sociaal domein in Nissewaard. Daarnaast is kwalitatieve informatie toegevoegd over bijvoorbeeld cliëntervaring en verrichte inspanningen in het sociaal domein om doelen beter te bereiken. Dit bestuursverslag kan de raad ondersteunen bij de kaderstellende en controlerende rol. 1.1 Leeswijzer Het sociaal domein is ingedeeld in vijf programmalijnen. Per programmalijn zijn doelen en inspanningen geformuleerd, die zijn vastgelegd in de Ontwikkelagenda deel 1 (vastgesteld door de raad) en deel 2 (vastgesteld door het college). Op 1 juli 2024 waren 63 van de 111 inspanningen uit de Ontwikkelagenda deel 2 gerealiseerd, oftewel 57%.
Enkele voorbeelden van in 2023 gerealiseerde inspanningen zijn het beleidskader sociaal domein, de integrale Ingang en de sociale kaart Thuis in Nissewaard, diverse aanpassingen in het armoedebeleid, extra inzet op loonkostensubsidie, aanpak jeugdoverlast en veiligheid en het verbeteren van de doorstroom vanuit Wmo naar de Wet langdurige zorg. Hiermee is de realisatie van de Ontwikkelagenda goed op weg. Dit bestuursverslag hanteert eveneens de vijf programmalijnen en geeft onder andere inzicht in de vorderingen van doelen en inspanningen per programmalijn. Het bestuursverslag kent na deze inleiding (hoofdstuk 1) en de samenvatting (hoofdstuk 2) de volgende hoofdstukken: • Sterke samenleving (hoofdstuk 3): Dit hoofdstuk bevat informatie over vrijwilligers, actieve inwoners, mantelzorg en eenzaamheid. Andere onderdelen van de sterke samenleving, zoals gezonde verenigingen, netwerksamenwerking en sociale inclusie staan qua meting nog in de kinderschoenen. Op onderdelen moeten nog meetinstrumenten worden ontwikkeld. • Bestaanszekerheid (hoofdstuk 4): Onder het hoofdstuk bestaanszekerheid vindt u gegevens over de Participatiewet, inburgering, laaggeletterdheid, armoede en schulden. • Opvoeden & Opgroeien (hoofdstuk 5): In dit hoofdstuk vindt u informatie over jeugdhulp, vooren vroegschoolse educatie en onderwijs op de onderdelen verzuim en voortijdig schoolverlaten.
• Kwetsbare volwassenen (hoofdstuk 6): Binnen dit hoofdstuk vindt u informatie over de Wmo, onderverdeeld in lokale taken en taken die we als centrumgemeente uitvoeren. • Gemeentelijke regierol (hoofdstuk 7): De gemeentelijke regierol gaat over financiële houdbaarheid, visie, kwaliteit en rechtmatig & doelmatig handelen. 1.2 Hoe we het sociaal domein inrichten Het sociaal domein bestaat uit verschillende typen preventie, hulp en ondersteuning. De inrichting van het sociaal domein blijft continu in ontwikkeling. Het sociaal domein is onder te verdelen in de sterke samenleving (blauwe kleur in het schema links), de integrale ingang voor inwoners met vragen, de gemeentelijke toegang voor indicatie tot persoonsgebonden voorzieningen en de persoonsgebonden voorzieningen in het blauwe vlak (rechts). Voor de persoonsgebonden voorzieningen is handhaving en toezicht ingericht. Het versterken van de samenleving en het uitvoeren van de integrale ingang, doen we samen met onze (kern)partners. In onderstaand schema geeft de brede groene balk aan de bovenzijde de gemeentelijke rol weer om regie te voeren over het sociaal domein. De gemeente werkt actief aan het realiseren van de maatschappelijke doelen met de instrumenten die ons vanuit wettelijke kaders ter beschikking staan. Dit betekent:
3
• • • • •
dat de samenleving zodanig wordt versterkt dat er betere condities zijn voor inwoners om problemen te voorkomen en om zichzelf en elkaar te helpen, dat er voldoende passende voorzieningen zijn die inwoners effectief kunnen ondersteunen bij hun hulpvragen, dat de uitvoerende partners voldoende met elkaar samenwerken waar dit nodig is, dat de kwaliteit van de geboden ondersteuning voldoende is, en dat de rechtmatigheid is gewaarborgd.
In onze visie uit 2017, het Thuis in de Wijk-concept, is geschetst welke transformatiebeweging wenselijk is om het sociaal domein toekomstbestendig te maken. Deze transformatiebeweging is gebaseerd op de landelijke uitgangspunten die aan de decentralisaties ten grondslag lagen, namelijk uitgaan van de leefwereld van de inwoners, dichterbij en meer toegesneden op de individuele situatie. Deze visie is geactualiseerd in het beleidskader sociaal domein, dat begin 2023 door de raad is vastgesteld.
De transformatie richtte zich in eerste instantie met name op het linkerdeel van het schema, namelijk versterken van eigen kracht, preventie en algemeen toegankelijke voorzieningen voor kwetsbare inwoners. Dit vormt het ‘voorveld’ en noemen we Thuis in Nissewaard. Momenteel werken we in bredere zin aan het versterken van de inclusieve samenleving en daarbinnen aan het opzetten en verbeteren van netwerken van actieve inwoners en organisaties die hierin actief zijn. Het gaat dan zowel om organisaties van vrijwilligers als van professionals. Hiermee willen we vroegsignalering en samenwerking versterken, zodat vragen en problemen van inwoners eerder en veel meer samen kunnen worden opgelost. De afgelopen jaren is ook helder geworden dat het versterken van de samenleving niet automatisch leidt tot vermindering van hulp in persoonsgebonden voorzieningen (zie bijvoorbeeld het rapport van SCP ‘Sociaal domein op koers?’ uit november 2020). Dit vergt regievoering en sturing. Daarom hebben we de Thuis in Nissewaard-Ingang vormgegeven (in het schema zichtbaar als lichtblauw vlak). Hierin bieden verschillende organisaties in een samenwerkingsverband, informatie en advies aan inwoners en voeren zij vraagverheldering uit op vraagstukken die meer nodig hebben dan alleen een advies. De integrale ingang wordt nog verder doorontwikkeld in de praktijk. Doel van deze ingang is tweeledig.
Enerzijds dat door gebundelde expertise de vraag van de inwoner en diens huishouden breder kan worden verkend zodat eerder de juiste ondersteuning kan worden geboden. Anderzijds dat er zoveel mogelijk oplossingen binnen het eigen netwerk en algemeen toegankelijke voorzieningen kunnen worden gerealiseerd, zodat minder persoonsgebonden voorzieningen nodig zijn. De ingang moet er dus voor zorgen dat als oplossingen in eigen netwerk en het voorveld nog onvoldoende worden gebruikt, hier actief naar wordt toegeleid. Indien er toch een of meer 4
persoonsgebonden voorzieningen nodig lijken, wordt die vraag doorgeleid naar de gemeentelijke toegang. In de gemeentelijke toegang, wordt bepaald of er een persoonsgebonden voorziening nodig is en zo ja, wat precies en met welk doel en te behalen resultaat. Dit wordt vastgelegd in een beschikking. Ook de uitvoerende partij wordt op dat moment gekozen (indien niet de gemeente zelf de uitvoerder is). Tijdens inzet van de persoonsgebonden voorziening wordt gemonitord in hoeverre het (deel)resultaat wordt bereikt en er meer, minder of andere ondersteuning wenselijk is. Zonder deze monitoring, is onze ervaring met Wmo en Jeugdwet, dat hulp die we niet zelf uitvoeren steeds wordt verlengd met als gevolg dat de kosten oplopen, maar ook dat de beschikbaarheid van hulp voor nieuwe cliënten onder druk komt te staan (wachtlijsten). Bij samenhangende hulpvragen wordt er casusregie ingezet zodat de benodigde hulp goed op elkaar aansluit en elkaar versterkt in het bereiken van de gestelde doelen. Wanneer de situatie zeer complex is en het doelbereik in het geding komt, kan er (doorbraak)regie vanuit de gemeente worden ingezet die het proces begeleidt en zorgt dat barrières om te komen tot goede oplossingen worden geslecht.
Het meest rechtse blauwe vlak betreft de geïndiceerde persoonsgebonden voorzieningen zelf, die worden uitgevoerd door uitvoerende partijen (Jeugdwet en Wmo) of de gemeente (Participatiewet en Wgs). We werken hierbij samen in regionale samenwerkingsverbanden, zoals Voorne-Putten Werkt (VPW), de arbeidsmarktregio, de samenwerking op Wmo-centrumtaken en de gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond (GR JR). Persoonsgebonden voorzieningen zullen altijd een belangrijke rol spelen in het sociaal domein en een groot deel van de middelen wordt hieraan besteed. Ook binnen de persoonsgebonden voorzieningen geven we daarom vorm aan de transformatie om het sociaal domein toekomstbestendig te maken. Dat brengt ons weer bij de gemeentelijke regievoering en sturing als cruciale rol om transformatie binnen het sociaal domein te realiseren. Om grip te hebben op het sociaal domein en te kunnen sturen, moeten we voldoende en toegankelijke informatie hebben en een werkwijze om hieraan opvolging te geven. Ook moeten we duidelijk onze visie en gewenste resultaten voor ogen hebben en keuzes maken wat wel en wat niet te doen (beleid en regelgeving).
Als we zelf de taken niet uitvoeren, kunnen we met verschillende instrumenten hierop sturen, zoals inkoop en subsidie, kwaliteitstoezicht (via landelijke inspectie of GGD), rechtmatigheidstoezicht (via gemeentelijke toezichthouders), accountmanagement om te borgen dat (contract)afspraken worden nagekomen (op zorgaanbieders en werkgevers) en casus- en procesregie, of zelfs doorbraakregie om de goede voortgang op casusniveau te sturen. 1.3 Social Return on Investment Social Return On Investment (SROI) is het meten van de sociale maatschappelijke waarde voortvloeiend uit een investering. Bedrijven kunnen bij een aanbesteding door de gemeente Nissewaard een SROI-verplichting hebben. Deze verplichting bestaat uit een minimale investering van een bepaald percentage van de contractwaarde in het bieden van werkplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of een andere maatschappelijk waardevolle dienst. Inzet van SROI gebeurt in afstemming met de SROI-adviseur van de gemeente. Op 16 mei 2024 heeft de commissie sociaal domein een presentatie gekregen over het instrument Social Return On Investment. Hierbij zijn de vorderingen die de gemeente op dit gebied heeft gemaakt sinds het rekenkameronderzoek van 2022 aan de orde gekomen.
Gelijktijdig is afgesproken dat de raad structureel geïnformeerd zal worden over de voortgang op dit onderwerp door middel van het bestuursverslag sociaal domein. Eind 2024 kunt u een evaluatie verwachten over SROI over de jaren 2023 en 2024. Dit is voor ons aanleiding geweest dit onderwerp nog niet op te nemen in het bestuursverslag. Vanaf 2025 zal dit wel het geval zijn. 5
1.4 Disclaimer Cijfers die gebruikt zijn, met name cijfers vanuit het Centraal bureau voor de Statistiek, zijn over 2023 veelal nog niet definitief. Dit betekent dat in het bestuursverslag over 2024 mogelijk net afwijkende cijfers worden gepresenteerd over 2023 dan in het onderliggende bestuursverslag. Dit geldt met name voor cijfers vanuit de Jeugdwet en de (lokale) Wmo. De cijfers over 2022 zijn grotendeels wel definitief. Per abuis zijn in het vorige bestuursverslag niet bij alle grafieken en tabellen de definitieve cijfers over 2021 opgenomen. In dit bestuursverslag zijn ook over voorgaande jaren, tot en met 2022, de definitieve cijfers verwerkt.
6
2. Samenvatting In deze samenvatting is de belangrijkste cijfermatige informatie uit dit bestuursverslag weergegeven. Dit betekent dat informatie over cliëntervaringen en wat er op het desbetreffende gebied in 2023 is gedaan, ontbreekt in de samenvatting. Alleen de samenvatting over gemeentelijke regierol bevat niet-cijfermatige informatie. 2.1 Sterke samenleving Het percentage inwoners dat vrijwilligerswerk verricht ligt in Nissewaard (30%) lager dan het landelijke gemiddelde (42%). Ten opzichte van de vorige meting is landelijk het percentage vrijwilligers iets gestegen, terwijl dit in Nissewaard is gedaald. In Nissewaard is het percentage mensen dat zich sterk eenzaam voelt gedaald in de Nissewaard Peiling, al ligt het cijfer in de gezondheidsmonitor van 2022 hoger. In Nissewaard geeft 25% aan mantelzorger te zijn (geen urenbeperking). Als we kijken naar inwoners die aangeven meer dan 7 uur per week mantelzorg te verrichten, dan ligt het percentage meer in lijn met het landelijk gemiddelde uit 2022. Landelijk zijn nog geen nieuwe cijfers over mantelzorg. Het bereik van de mantelzorgondersteuning door MEE en SWO is in 2023 met 6,7% gedaald ten opzichte van 2022. 2.2 Bestaanszekerheid In totaal ontvangen 2068 huishoudens eind 2023 van de gemeente Nissewaard een uitkering, een stijging van 1,1% ten opzichte van een jaar eerder.
Het aantal bijstandsgerechtigden per 1000 inwoners zit in Nissewaard boven het landelijk gemiddelde, maar ruim binnen de marge van 50% meest gemiddelde gemeenten in Nederland, al wordt het verschil met het gemiddelde in 2023 iets groter. Er is ten opzichte van 2022 zowel een stijging in de instroom te zien (16,5% meer) als een daling van de uitstroom (20,8% minder). Met name het aantal jongeren tot 27 jaar stijgt procentueel; het aantal uitkeringsgerechtigden van 45 jaar en ouder is licht gedaald. De netto arbeidsparticipatie is harder gestegen dan landelijk maar ligt nog onder de range van 50% meest gemiddelde gemeenten. Het percentage kinderen dat opgroeit in een bijstandsgezin is meer gedaald dan landelijk en ligt voor het tweede jaar op rij binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten. In totaal wordt ten behoeve van 173 personen met een arbeidsbeperking loonkostensubsidie ingezet (doel is 150 eind 2024). Op 31-12-2023 zijn er 225 lopende inburgeringstrajecten en in 2023 hebben meer mensen gebruik gemaakt van het aanbod van het DigiTaalhuis. Het aantal trajecten in schuldhulpverlening is in 2023 voor het eerst sinds jaren gestegen met 56 naar 488 lopende trajecten op 31 december 2023. In 2023 zijn 825 personen bereikt met een vorm van advies in het kader van vroegsignalering, een stijging van bijna 42%.
Meer mensen dan in 2022 kozen er echter voor geen verder advies of hulp te willen ontvangen. Het gemiddeld schuldbedrag was in 2023 € 57.974 en ligt nu fors hoger dan het landelijk gemiddelde. Vermoedelijk heeft dit te maken met stijging van het aantal (ex-) ondernemers waarbij veelal een hoger schuldbedrag is. Binnen de armoederegelingen is het gebruik van de energietoeslag voor ouderen en de Rotterdampas gestegen. Het gebruik van de overige armoederegelingen is gedaald. 2.3 Opvoeden en opgroeien Het percentage jeugdigen tot 18 jaar met jeugdhulp in natura is gedaald en ligt net als in 2021 weer binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland. Het betreffen echter voorlopige cijfers, die nog (naar boven) kunnen worden bijgesteld. Het aantal jeugdigen met jeugdhulp tot 23 jaar is gedaald met 3,1% naar 2660, maar ook dit betreffen voorlopige cijfers. Het aantal lopende jeugdhulp-trajecten in natura is in 2023 fors gedaald ten opzichte van 2022, namelijk met 21,5%. Naar verwachting zal dit ook in de definitieve cijfers lager blijven dan in 2022. Ook de persoonsgebonden budgetten zijn wederom gedaald van 9 eind 2022 naar 2 eind 2023. Het percentage jeugdhulp met verblijf is in de voorlopige cijfers sterker gedaald dan landelijk, maar ligt nog niet binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten. Het percentage 18-plussers met 7
jeugdhulp met verblijf is sterk gedaald, en dit ligt inmiddels wel binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten. Landelijk was er een stijging te zien. Het percentage jeugdigen met jeugdbescherming is stabiel gebleven, terwijl er landelijk een kleine daling is te zien. Het aantal peuters dat in aanmerking komt voor voor- en vroegschoolse educatie (vve) is sterk gestegen van 298 in 2021 naar 489 in 2023. Het bereik is ten opzichte van 2022 gedaald. Ondanks een stijging van het gebruik van vve van 311 in 2022 naar 346 in 2023 (11,3%), is het aantal in aanmerking komende peuters harder gestegen (17,4%). Het schoolverzuim ligt nagenoeg op het gemiddelde van Nederland, nu de cijfers op dezelfde wijze worden aangeleverd als in andere gemeenten. Met betrekking tot voortijdig schoolverlaten heeft de stijging van vsv-ers doorgezet, terwijl er landelijk een stabilisatie was in 2023. Het percentage voortijdig schoolverlaters ligt nu ruim boven de range van 50% meest gemiddelde gemeenten. Nissewaard is wel beter dan landelijk in staat om voortijdig schoolverlaters weer terug te leiden naar onderwijs. 2.4 Kwetsbare volwassenen In 2023 is het aantal Wmo-cliënten gestegen met 1,5% naar 6928 op 31-12-2023. Dit is het hoogste aantal sinds de metingen in het bestuursverslag. Het aantal meldingen Wmo is gestegen met 7,2% en is niet eerder zo hoog geweest.
Collectief vervoer heeft de meeste gebruikers (4590), en is na een daling in 2021 in 2022 en 2023 redelijk stabiel gebleven. Huishoudelijke hulp heeft de op een na meeste gebruikers (2450) en is na een stijging in voorgaande jaren wederom gestegen met 2,7%. Vervoersvoorzieningen (zoals een scootmobiel) kent de grootste stijging (8,2%), terwijl begeleiding (inclusief dagbesteding) is gedaald met 2,2%. Het aantal Wmo-cliënten per 1000 inwoners ligt in Nissewaard beduidend hoger (90 per 1000) dan het landelijk gemiddelde (69 per 1000), en het verschil is in 2023 verder toegenomen. In totaal zijn er op 31-12-2023 op lokale Wmo-voorzieningen (dus zonder verblijf) 80 persoonsgebonden budgetten, ten opzichte van 81 pgb’s in 2022. Het aantal inwoners van Nissewaard met een indicatie beschermd wonen, is ten opzichte van 2022 gedaald naar 50 inwoners en ligt weer op het niveau van 2021. Hiervan heeft één persoon een persoonsgebonden budget. 2.5 Gemeentelijke regierol Met het sociaal domein Nissewaard is lokaal in 2023 een bedrag van € 133 miljoen gemoeid en daarboven nog eens € 21 miljoen voor regionale Wmo-centrumtaken. Voor de lokale taken is ongeveer € 5 miljoen meer beschikbaar dan in 2022, met name door indexering en toename van het aantal uitkeringen. Voor de centrumtaken is eveneens meer beschikbaar.
De geconstateerde rechtmatigheidsfouten en -onzekerheden bleven in 2023 onder de goedkeuringstolerantie. De uitgaven aan uitkeringen en loonkostensubsidie waren net iets hoger dan de daarvoor beschikbare rijksuitkering BUIG. Op een bedrag van ongeveer € 35 miljoen, bedroeg dit ongeveer € 200.000. Uit de opgenomen risico’s blijkt dat de financiële situatie zorgelijk blijft. Dit heeft voor een groot deel te maken met (te) lage rijksbudgetten, beperkte keuzevrijheid (bijvoorbeeld strakke wetgeving in Participatiewet, abonnementstarief Wmo en andere wettelijke verwijzers naar jeugdhulp), krapte op de arbeidsmarkt en complexere ondersteuningsvragen (bijvoorbeeld meer mensen met arbeidsbeperking in de Participatiewet, grotere problematiek in Wmo en jeugdhulp). Meer risico’s in het sociaal domein dan in 2022 zijn onderdeel van de top 25 in de begroting en jaarrekening 2023. De risico’s zijn beperkt beheersbaar, ondanks alle inspanningen hierop om hierop acties te ondernemen.
8
3. Sterke samenleving Een sterke samenleving bestaat uit gezonde verenigingen en netwerken, uit inwoners die zich voor andere mensen inzetten en uit organisaties die dit versterken en faciliteren. Er vinden veel activiteiten plaats die bijdragen aan het welbevinden en de ontwikkeling van inwoners, problemen worden samen opgelost en kwetsbare inwoners vinden ondersteuning bij zaken die voor hen lastig zijn. Het is een inclusieve samenleving, waarin iedereen een volwaardige plek heeft en naar vermogen kan meedoen, zonder onderscheid te maken tussen mensen. In dit hoofdstuk staat vooralsnog alleen informatie over vrijwilligers en actieve inwoners, eenzaamheid en mantelzorg. Dit zal in de toekomst worden aangepast. Dit naar aanleiding van ontwikkelingen en keuzes op het gebied van de sterke samenleving. Ontwikkelingen in het basisaanbod zullen een beweging in gang zetten naar meer collectief aanbod in plaats van individueel. Ook zal de professional meer inzetten op ondersteuning van het netwerk of vrijwilligers en niet altijd meer zelf hulp bieden aan een persoon of gezin. Dit mede door beperkt beschikbare arbeidskrachten en de noodzaak te bezuinigen in het sociaal domein. De aanpassingen in de Ontwikkelagenda die in 2024 zullen worden gedaan, zullen bepalend zijn voor de aanpassingen in dit hoofdstuk.
Tot slot van dit hoofdstuk beschrijven we wat in 2023 op hoofdlijnen is gedaan op dit onderdeel van het sociaal domein. Omdat de cijfers over Nederland en Nissewaard uit verschillende bronnen komen, zijn de percentages afgerond op hele getallen. Dit om te voorkomen dat het beeld ontstaat dat de cijfers zeer nauwkeurig en volledig vergelijkbaar zijn. 3.1 Verenigingen, vrijwilligers en actieve inwoners Over verenigingen is in dit bestuursverslag geen informatie voorhanden. Onderstaande tabel laat het percentage inwoners zien dat vrijwilligerswerk doet. Metingen binnen Nissewaard vinden via de Nissewaard Peiling meestal om het jaar plaats, waardoor niet ieder jaar is weergegeven. Omdat er recent een Nissewaard Peiling is uitgevoerd in 2024, worden deze cijfers al meegenomen. Landelijk ligt het percentage vrijwilligers hoger dan in Nissewaard. In Nissewaard is het percentage inwoners dat vrijwilligerswerk verricht, gedaald ten opzichte van 2022. De vraagstelling in de Nissewaard Peiling is iets aangepast in 2024; mogelijk dat dat van invloed is geweest. Het meeste vrijwilligerswerk wordt gedaan bij een sportvereniging, op school of bij een levensbeschouwelijke gemeenschap of groep. Tabel 1. Percentage inwoners dat aan vrijwilligerswerk doet
Nederland Nissewaard
2018 48 Geen meting
2020 44 34
2022 41 34
2023 49 30 (2024)
Het percentage inwoners dat deelneemt aan activiteiten in de wijk of van clubs en verenigingen is in de Nissewaard Peiling nu anders uitgevraagd dan voorheen. Dit leidt ertoe dat geen cijfer is opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 2. Percentage inwoners dat deelneemt aan activiteiten in wijkgebouw, van clubs of van verenigingen
Nederland Nissewaard
2016 58 51
2018 56 49
9
2020 56 47
2022/2023 57 Geen meting
Ongeveer 75% geeft in de Nissewaard Peiling van 2023 aan nooit deel te nemen aan een activiteit van High Five in een wijkcentrum, bibliotheek of cultureel centrum. Er is echter niet gevraagd naar activiteiten anders dan High Five. Ongeveer 79% geeft aan nooit deel te nemen aan activiteiten van clubs of verenigingen, al zijn sportverenigingen daar niet meer als voorbeeld benoemd in tegenstelling tot eerdere jaren. Het betreffen losse vragen en er is niet gekeken naar samenhang tussen de vragen om een goed antwoord te kunnen geven op de vraag welk percentage van onze inwoners deelneemt aan activiteiten in wijkgebouw, clubs of verenigingen. Bezien wordt hoe hiermee in de toekomst om te gaan. Uit de gezondheidsmonitor Jeugd die in 2023 is gehouden blijkt dat sporten in clubverband in Nissewaard (67%) minder vaak gebeurt dan in de regio exclusief Rotterdam (74%) en Nederland (76%). Ook doet een lager percentage jeugdigen dan in de regio (exclusief Rotterdam) wekelijks activiteiten bij een club, vereniging of organisatie buiten schooltijd (79% versus 85%). 3.2 Eenzaamheid Over eenzaamheid vindt niet jaarlijks een meting plaats. Binnen Nissewaard verkrijgen we de informatie uit de Nissewaard Peiling. Ook landelijk is er niet jaarlijks onderzoek naar eenzaamheid. Tevens verschilt de doelgroep enigszins. Landelijk wordt gekeken naar mensen van 15 jaar of ouder.
De Nissewaard Peiling kijkt naar inwoners van 18 jaar en ouder. Tabel 3. Percentage volwassen inwoners dat sterk eenzaam is
Nederland Nissewaard
2019 9
2020
2021 11
2022 11 12
9
2023 9
In Nissewaard is het percentage dat zich sterk eenzaam voelt afgenomen. In de Ontwikkelagenda is als doel opgenomen dat niet méér mensen zich sterk eenzaam voelen dan landelijk. Landelijk zijn er nog geen nieuwe cijfers. Indien we overigens kijken naar gegevens uit de (corona) gezondheidsmonitor uit 2022, ligt het percentage inwoners dat zich sterk eenzaam voelt zowel landelijk als in Nissewaard hoger dan in bovenstaande tabel. Landelijk voelde 14,4% zich in 2022 sterk eenzaam, in Nissewaard was dit 15,6%. De eenzaamheid is het laagst in de leeftijdscategorie 65 jaar en ouder. Dit is een landelijk beeld. Uit de in 2023 gehouden gezondheidsmonitor Jeugd blijkt dat de eenzaamheid onder jongeren sterk is gedaald en inmiddels vergelijkbaar is met het regionale gemiddelde in onze GGD-regio (exclusief Rotterdam). Wellicht is de voorzichtige conclusie mogelijk dat de het aantal mensen dat zich sterk eenzaam voelt na afloop van de corona-periode is gedaald. 3.3 Mantelzorg Mensen met een beperking hebben vaak structureel hulp van hun naasten, dit noemen we mantelzorg. Het percentage mantelzorgers meten we via de GGD-monitor (eens per vier jaar) en de Nissewaard Peiling (eens per twee jaar). Tabel 4. Percentage mantelzorgers
Nederland Nissewaard Peiling Nissewaard gezondheidsmonitor
2016 14 19
2018 18
13
2020 14 20
2022 13 19
14
12
2023
De verschillende metingen naar het aandeel mantelzorgers geven verschillende uitkomsten. Vermoedelijk heeft dit ermee te maken dat in de Nissewaard Peiling geen minimum aan uren is 10
25
opgenomen voor mantelzorg. Wel wordt gevraagd hoeveel uren men mantelzorg verricht. In de formele definitie ben je pas mantelzorger als je dit minimaal 8 uur per week doet. Wanneer de mantelzorgers die maximaal 7 uur per week mantelzorg verrichten uit de Nissewaard Peiling worden gefilterd, dan is het percentage mantelzorgers volgens de Nissewaard Peiling meer in lijn met de Nissewaard gezondheidsmonitor uit 2022. Uit de gezondheidsmonitor Jeugd die in 2023 is uitgevoerd, blijkt dat jongeren in Nissewaard vaker opgroeien in een gezin met een gezinslid met een lichamelijke of psychische ziekte of een verslaving dan gemiddeld in Nederland (28% versus 21%). Dit betekent dat er in Nissewaard vermoedelijk procentueel meer jonge mantelzorgers zijn dan gemiddeld in Nederland. Binnen Nissewaard bieden MEE en SWO mantelzorgondersteuning. In de Ontwikkelagenda is opgenomen dat het aantal mantelzorgers dat met ondersteuningsaanbod wordt bereikt in 2024 minimaal 10% hoger is dan in 2021. Uit onderstaande gegevens blijkt met name bij SWO er een grote daling heeft plaatsgevonden van het aantal ondersteunde mantelzorgers. Dit heeft volgens SWO deels te maken met de tijd die collega’s kwijt zijn aan het mede organiseren van de ingang. Een andere verklaring ligt in een wijziging van de registratie van cliënten en hulpvragen. Bij MEE is het totaal aantal mantelzorgers licht gestegen.
Het aantal jonge mantelzorgers daalde juist, met ruim 22%. In 2023 is het totaal aantal ondersteunde mantelzorgers 6,7% lager dan in 2022. Tabel 5. Bereik mantelzorgers met ondersteuningsaanbod
2021 249 986
2022 276 982
Waarvan mantelzorgers < 23 jaar
86
93
Totaal ondersteunde mantelzorgers
1235
1258
Ondersteuning door SWO Ondersteuning door MEE
% Ontwikkeling 2023 2023 tov 2022 173 -37,3 1003 2,1 -22,6 72 1176 -6,7
3.4 Wat hebben we in 2023 gedaan binnen programmalijn sterke samenleving Naast het uitvoeren van de reguliere (wettelijke) taken, zoals verenigingsondersteuning en het verlenen van subsidies aan partijen voor ontmoeting, welzijn, eenzaamheidsbestrijding en het ondersteunen van mantelzorgers, hebben we de volgende aanvullende zaken gedaan: • In 2023 is een behoefteonderzoek onder mantelzorgers uitgevoerd. Dit onderzoek vormt de basis voor de (nog op te stellen) uitvoeringsagenda mantelzorg. • We zijn actief betrokken geweest bij regionale afstemming rondom dementie, om te werken aan een dementievriendelijke samenleving. • Met de Thuis in de Wijk-partners (per oktober 2023 Thuis in Nissewaard) is begonnen aan het verder uitrollen van welzijn op recept om het welbevinden van inwoners te verbeteren. • In 2023 hebben we de eerste stappen gezet richting een vrijwilligerscentrale. De Boekenberg vormt hiermee behalve een vrijwilligersacademie ook een landingsplek voor alle (potentiële) vrijwilligers met vragen. • Daarnaast organiseren we jaarlijks een moment van waardering op de landelijke dag van de vrijwilliger. Afgelopen jaar organiseerden we een moment in de wijkcentra Noord, de Akkers, Groenewoud, Maaswijk en in de kernen in de Haveling en de Drenkwaard met afsluitend een hapje en drankje in de Boekenberg. Meer dan 950 vrijwilligers namen deel.
• Er werden voorbereidingen getroffen om de vitaliteitsscan voor verenigingen te verbeteren, zodat deze in 2024 al in de nieuwe vorm ingezet kan worden.
11
•
•
• • •
We hebben een digitale sociale kaart gerealiseerd die in het najaar live is gegaan en daarmee blijvend kan bijdragen aan het dusdanig ontsluiten van informatie over wat er in Nissewaard te doen is en waar ondersteuning te vinden is, dat inwoners, vrijwilligers en professionals gemakkelijker hun weg weten te vinden naar (ondersteunende) activiteiten. In het najaar van 2023 is de integrale ingang Thuis in Nissewaard operationeel geworden; daar wordt sociaal domein-breed met de inwoner diens ondersteuningsvraag besproken en wordt afgewogen in hoeverre een inwoner ondersteuning vanuit het eigen sociale netwerk of vanuit de buurt- en welzijnsactiviteiten de gewenste ondersteuning kan ontvangen. We legden in 2023 de basis voor een integrale visie op lokale inclusie en een lokale inclusieagenda, die in 2024 tot een raadsvoorstel leiden. Het naschools aanbod is opnieuw gestructureerd en loopt. In 2023 is er gestart in een aantal wijken. Dit aanbod is in de loop van 2023 uitgebreid naar de hele gemeente. Onderzoek heeft plaatsgevonden op welke wijze we activiteiten in het kader van ontmoeting en dagbesteding beter op elkaar kunnen laten aansluiten en toegankelijker kunnen maken, bijvoorbeeld door voor dagbesteding geen indicatie meer verplicht te stellen.
Als gevolg van de bevindingen wordt in 2024 de subsidieregeling (geldig vanaf 2025) aangepast en zijn nadere acties nodig om de overgang te kunnen bewerkstelligen.
12
4. Bestaanszekerheid Bestaanszekerheid is de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen en betaalbare vaste lasten. Dit zijn noodzakelijke voorwaarden om de rust en ruimte te vinden die nodig is om je te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving. We bieden mensen ondersteuning, voor zover de samenleving hierbij onvoldoende basis biedt. We stimuleren door voorlichting en (armoede)voorzieningen dat zoveel mogelijk mensen in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien en een gezonde financiële huishouding hebben. Onder bestaanszekerheid vindt u gegevens over de Participatiewet, inburgering, laaggeletterdheid, armoederegelingen en schulden. Als eerste wordt dieper ingegaan op de cijfermatige ontwikkeling van het uitkeringsbestand en cijfers over inburgering, laaggeletterdheid, schulden en armoederegelingen. Tot slot beschrijven we wat in 2023 op hoofdlijnen is gedaan op dit onderdeel van het sociaal domein. Toelichting op grafieken In dit hoofdstuk en volgende hoofdstukken zijn grafieken gebruikt. Om deze goed te interpreteren geven we de volgende algemene toelichting: • Blauwe lijn: deze lijn is altijd Nissewaard • Oranje lijn: deze lijn is altijd het gemiddelde in Nederland • Grijze vlak: het grijze vlak is de range waarbinnen de helft van de gemeenten die het dichtst bij het gemiddelde zitten, zich beweegt.
Hierop heeft wel een correctie plaatsgevonden om (toevallige) uitschieters bij kleine gemeenten te neutraliseren. Oftewel: als je de helft van de gemeenten bekijkt, die het meest het gemiddelde benaderen (eronder of erboven), dan laat het grijze vlak het minimum en het maximum van de helft van de gemeenten zien. Hiermee krijg je een beeld van de spreiding in Nederlandse gemeenten. Als de blauwe lijn (Nissewaard) buiten het grijze vlak ligt, betekent dit dus dat Nissewaard afwijkt van de 50% meest gemiddelde gemeenten in Nederland op dat onderwerp. 4.1 Ontwikkeling aantal uitkeringen In deze paragraaf schetsen we een beeld van hoe het bestand van uitkeringsgerechtigden1 zich heeft ontwikkeld. In onderstaande tabel staat het aantal uitkeringsgerechtigden in Nissewaard op 31 december 2023, ten opzichte van een jaar eerder. In totaal ontvangen 2068 huishoudens van de gemeente Nissewaard een uitkering, een stijging van 1,1%. Het grootste deel betreft uitkeringen vanuit de Participatiewet (bijstand). Een klein deel van de uitkeringsgerechtigden ontvangt een ander type uitkering, namelijk voor oudere of gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen (IOAW) of oudere of gedeeltelijk arbeidsongeschikte voormalig zelfstandigen (IOAZ). De aantallen inwoners met deze laatste uitkeringen dalen al jaren, omdat door wetswijziging de toegang hiertoe is beperkt. Tabel 6. Aantal uitkeringen
Aantal bijstandsuitkeringen
2020 2.298
2021 2.184
2022 2.045
waarvan Pwet uitkering (bijstand)
2.140
2.042
1.927
waarvan IOAW
149
135
111
waarvan IOAZ
9
7
7
1
% Ontwikkeling 2023 2023 tov 2022 2068 1,1 2,2 1969 -15,3 94 -28,6 5
Bij uitkeringsgerechtigden tellen het aantal bijstandsuitkering (Participatiewet), Ioaw-uitkering en Ioaz-uitkeringen mee. Bij bijstandsuitkeringen worden alleen het aantal Participatiewet-uitkeringen geteld.
13
Als we kijken naar de verhouding tot landelijke ontwikkelingen van bijstandsgerechtigden (dus alleen Participatiewet) stijgen we iets harder dan landelijk. Landelijk is het aantal bijstandsgerechtigden gestegen met ruim 1%. In Nissewaard bedroeg de stijging 2,2%. Als je kijkt naar het aantal bijstandsgerechtigden per 1000 inwoners blijkt uit onderstaande grafiek dat Nissewaard niet sterk afwijkend is ten opzichte van andere gemeenten. We bevinden ons ruim binnen de marge van 50% meest gemiddelde gemeenten. Echter Nissewaard houdt in 2023 geen gelijke tred met de landelijke ontwikkeling en laat een lichte stijging zien, terwijl het aantal bijstandsgerechtigden per 1000 inwoners landelijk gelijk blijft.
Grafiek 1. Aantal bijstandsuitkeringen per 1000 inwoners
Onderstaande grafiek toont het percentage van de beroepsbevolking dat ook daadwerkelijk betaald werk heeft. Het percentage ligt onder de bandbreedte van 50% meest gemiddelde gemeenten in Nederland. Het verschil met het landelijk gemiddelde is in 2023 wel kleiner geworden.
Grafiek 2. Netto Arbeidsparticipatie - Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking
14
Als we dieper kijken naar de arbeidsparticipatie, dan heeft Nissewaard in 2023 een gelijk percentage werkloosheid en jeugdwerkloosheid als landelijk. De lage arbeidsparticipatie heeft dan mogelijk te maken met relatief veel huishoudens met eenverdieners. 4.2 Instroom en uitstroom In het uitkeringsbestand zit beweging. Er komen nieuwe mensen in (instroom) en er gaan mensen uit (uitstroom). Onderstaande tabel laat deze beweging zien2. Tabel 7. Instroom en uitstroom in de uitkering
Instroom waarvan eerder in uitkering
2020 563
2021 539
2022 457
155
172
190
% Ontwikkeling 2023 2023 tov 2022 537 17,5 162
waarvan binnen 1 jaar terug
72
49
53
37
% Instroom binnen 1 jaar
12,8
9,1
11,6
6,9
Uitstroom
556
662
595
471
waarvan uitstroom naar werk
195
292
255
187
% uitstroom naar werk
35,1
44,1
42,9
39,7
Uitstroom binnen 1 jaar
227
277
200
168
% Uitstroom binnen 1 jaar
40,8
41,8
33,6
35,7
20,8
In 2023 zijn in totaal 537 mensen (huishoudens) in de uitkering gekomen. In totaal zijn 471 uitkeringen beëindigd. Het aantal uitkeringen is gestegen met 1,1% (zie tabel 6). Omtrent de instroom en uitstroom kan het volgende worden vermeld: • De instroom is, na een laag niveau in 2022, in 2023 weer nagenoeg op het niveau van 2021 en daarvoor. In 2017 (751) en 2018 (610) was de instroom veel hoger. De krapte op de arbeidsmarkt zal hier vermoedelijk een belangrijke rol in spelen. • Van de 537 ingestroomde huishoudens had zo’n 30% eerder een uitkering, dit is lager dan in piekjaar 2022 toen bijna 42% eerder een uitkering had. Bijna 7% had die uitkering minder dan een jaar geleden beëindigd. Dit is het laagste percentage sinds de metingen in de bestuursverslagen. Dit laat zien dat de uitstroom (naar werk) duurzaam is. • Er zijn minder mensen uitgestroomd dan in voorgaande jaren. Door verandering van de populatie in het uitkeringsbestand, is het steeds moeilijker om mensen naar werk te begeleiden. De mensen die in de uitkering blijven, zijn immers mensen met een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt. Zowel het aantal als het percentage uitstroom naar werk ligt lager van in voorgaande jaren. Er wordt hierom steeds meer ingezet op ontwikkeling van uitkeringsgerechtigden met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Hierdoor zal erin 2024 gewerkt gaan worden met een participatieladder, waarmee de ontwikkeling van een uitkeringsgerechtigde wordt gevolgd. • Bijna 36% van de mensen die in de uitkering komt, is er binnen een jaar weer uit. Dit is iets hoger dan in 2022, maar beduidend lager dan in voorgaande jaren, toen dit percentage (ruim) boven de 40% lag. Vermoedelijk komen mensen zonder (grote) afstand tot de arbeidsmarkt in 2023 niet of nauwelijks in de uitkering.
2
Omdat cijfers met terugwerkende kracht nog kunnen worden aangepast, lopen de cijfers over instroom en uitstroom (tabel 7) en totaal aantal uitkeringsgerechtigden (tabel 6) niet geheel gelijk.
15
4.3 Populatie in de bijstand In onderstaande tabel zoomen we nader in op de populatie in de uitkering. De stijging van het aantal bijstandsgerechtigden die vanaf de tweede helft van 2022 is ingezet, is terug te zien in onderstaande tabel. Het aantal uitkeringsgerechtigden met een uitkering tot 2 jaar, is gestegen. Het aantal uitkeringsgerechtigden dat 2 jaar of langer een uitkering heeft daalt. Tabel 8. Opbouw uitkeringsbestand
2020
2021
2022
% Ontwikkeling 2023 2023 tov 2022
Uitkeringsduur t/m 6 maanden 7 t/m 12 maanden 1-2 jaar 2-3 jaar 3-5 jaar 5 jaar en langer
172 149 247 203 385 1.142
119 139 216 196 346 1.168
132 124 184 157 285 1.163
142 162 227 131 256 1150
7,6 30,6 23,4 -16,6 -10,2 -1,1
Leeftijd tot 27 jaar 27-35 jaar 35-45 jaar 45-55 jaar 55 jaar en ouder
179 409 518 508 684
157 359 516 459 693
160 323 445 438 679
186 329 445 437 671
16,3 1,9 0,0 -0,2 -1,2
In de leeftijdsopbouw zien we dat de groep jongeren tot 27 jaar een forse stijging laat zien met 26 jongeren, oftewel 16,3%. Landelijk is er ook een stijging van deze doelgroep, echter deze is minder groot, namelijk ongeveer 3%. Er zitten nog steeds minder jongeren in de bijstand dan vóór 2021, maar dit komt wel in de buurt; in 2017 en 2018 lag het aantal jongeren in de bijstand nog rond de 200. Daling in de groep 55 jaar en ouder heeft met name te maken met minder uitkeringsgerechtigden die vanuit de leeftijdscategorie 45-55 jaar de leeftijd van 55 jaar bereiken. Er zijn niet meer uitkeringsgerechtigden dan voorheen AOW-gerechtigd geworden. Van oudsher heeft Nissewaard een hoger percentage alleenstaande ouders in de bijstand. Dit leidt ook tot een hoger percentage ‘kinderen in bijstandsgezinnen’. Uit onderzoek3 blijkt dat kinderen waarvan de ouder(s) een bijstandsuitkering hebben/heeft, grotere kans hebben op sociale uitsluiting, jeugdhulp en verminderde kansen voor de toekomst dan kinderen uit andere gezinnen. Dit geldt zelfs als in die andere gezinnen weinig financiële middelen beschikbaar zijn. Kortom, daar waar armoede al een negatief effect heeft op de kansen voor kinderen, wordt dit nog versterkt als er sprake is van een bijstandsuitkering.
Binnen de Ontwikkelagenda is het doel opgenomen om (in 2026) binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten te zitten, wat betreft het percentage kinderen in een bijstandsgezin. Dit percentage daalt in Nissewaard al jaren sterker dan landelijk en bevindt zich nu voor het tweede jaar op rij binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten. Hiermee is het doel feitelijk behaald en is de verwachting dat dit ook naar de toekomst toe gehandhaafd kan blijven. 3
https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2015/04/wie-opgroeit-in-een-uitkeringssituatie-heeft-later-bovengemiddeld-vaak-eenuitkering
16
Grafiek 3. Percentage kinderen in bijstandsgezin
Uit de gezondheidsmonitor Jeugd die in 2023 is gehouden blijkt dat in Nissewaard een vergelijkbaar percentage opgroeit in een gezin dat problemen heeft met rondkomen, als in de regio (exclusief Rotterdam). In voorgaande jaren sinds 2015, lag het percentage in Nissewaard hoger dan het regionale gemiddelde. In onderstaande tabel is opgenomen hoeveel inwoners met een arbeidsbeperking loonkostensubsidie ontvangen. Strikt genomen zijn dit geen personen (meer) die een uitkering ontvangen. Zij hebben een betaalde baan, waarvoor subsidie wordt verleend voor (een deel van) de loonkosten. Alleen personen die vanwege hun beperking minder uren kunnen werken, hebben mogelijk nog een aanvullende uitkering. Tabel 9. Aantal personen met loonkostensubsidie
2020 Loonkostensubsidie
2021 74
2022 123
% Ontwikkeling 2023 2023 tov 2022 173 40,7
In de Ontwikkelagenda is het doel opgenomen dat eind 2024 minimaal 150 personen met een arbeidsbeperking loonkostensubsidie ontvangen. Met de stijging naar 173 in 2023, die met extra inzet is gerealiseerd, is dit doel ruimschoots behaald. 4.4 Inburgering Op 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 in werking getreden. Hierin krijgen gemeenten een grotere rol in de inburgering van nieuwkomers. In het stelsel dat tot en met 2021 van toepassing was, is de gemeentelijke rol beperkt tot het toezien op het feit of de nieuwkomer aan diens inburgeringsplicht voldoet. Met de inrichting van het nieuwe inburgeringsstelsel, zijn onze bevoegdheden gewijzigd en daarmee ook de wensen omtrent monitoring. Ten opzichte van het bestuursverslag van vorig jaar, zijn daarom ook de gegevens in deze paragraaf uitgebreid. Vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk doel, zijn inburgeringsplichtig. Dit zijn zowel asielstatushouders en hun familie- of gezinsleden (vluchtelingen) als gezinsmigranten en een kleine groep overige migranten. In de Ontwikkelagenda is als doel 17
opgenomen dat 90% van de doelgroep die onder de huidige Wet inburgering 2021 valt, binnen drie jaar moet zijn ingeburgerd. Tabel 10. Inburgeringsplichtigen onder Wet inburgering 2021
2022 37 24 1 62
Asielstatushouders Gezinsmigranten Overig Totaal
% Ontwikkeling 2023 2023 tov 2022 105 283,8 56 133,3 2 100 163 262,9
Op 31 december 2023 zijn er in totaal 225 lopende inburgeringstrajecten (62 uit 2022 en 163 uit 2023). Er zijn drie leerroutes waarmee inburgeringsplichtigen aan hun inburgeringsplicht kunnen voldoen, de B1-route, de Onderwijsroute en de Zelfredzaamheidsroute: • De B1-route is gericht op het zo snel mogelijk beheersen van de Nederlandse taal op B1niveau4 of hoger en het vergroten van het perspectief op de arbeidsmarkt. Van de lopende inburgeringstrajecten volgen 162 personen deze leerroute. Dit is 72% van het totaal aantal trajecten. • De Onderwijsroute bereidt inburgeraars voor op instroom in het Nederlandse beroeps- en hoger onderwijs. Van de lopende inburgeringstrajecten volgen 29 personen deze leerroute. Dit is bijna 13% van het totaal aantal trajecten. • De Z-route is voor inburgeraars met een lage leerbaarheid die moeite hebben met het leren van een nieuwe taal en die in beperkte mate zelfredzaam zijn. Van de lopende inburgeringstrajecten volgen 34 personen deze leerroute. Dit is ruim 15% van het totaal aantal trajecten. Het doel van alle leerroutes is dat inburgeringsplichtigen de Nederlandse taal leren en kennis opdoen van de Nederlandse maatschappij (KNM). Samen met de gemeente wordt gekozen voor een geschikte leerroute. De leerroute wordt opgenomen in het Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP).
Verreweg de meeste gestarte trajecten lopen nog; inburgering duurt immers vaak meerdere jaren. Inmiddels heeft een gezinsmigrant die in 2023 inburgeringsplichtig werd zijn inburgering gehaald. Ook zijn enkele gezinsmigranten vrijgesteld van de inburgeringsplicht. In 2022 waren dit 3 personen, in 2023 2 personen. Deze personen maken geen deel uit van de aantallen in tabel 10. 4.5 Laaggeletterdheid Het DigiTaalhuis in Nissewaard is een samenwerkingsverband van diverse organisaties, zoals de bibliotheek, stichting lezen & schrijven, de gemeente Nissewaard, SWO, Humanitas, Voorne-Putten Werkt en diverse taaltrainers. Het DigiTaalhuis wil samen met (taal)organisaties in de gemeente Nissewaard laaggeletterdheid verlagen, participatie stimuleren en zelfredzaamheid van inwoners vergroten door middel van een aanbod gericht op de ontwikkeling van taal, digitale vaardigheden en in de toekomst gecijferdheid. Het DigiTaalhuis biedt de volgende activiteiten: • Taallessen, taalondersteuning, taalcafé fysiek en online (taalnetwerk) • Computerlessen, Digicafé (digitale netwerk) 4
Taalniveau B1 staat voor eenvoudig Nederlands. De overgrote meerderheid van de bevolking begrijpt teksten op taalniveau B1. Ook mensen die geen (hoge) opleiding hebben gehad. Een tekst op B1-niveau bestaat uit makkelijke woorden die bijna iedereen gebruikt. En uit korte, eenvoudige en actieve zinnen.
18
• • •
Taalondersteuning met financiële thema’s (netwerk Taal & Geld) Taalhuisbalie > spreekuren, intake, warm doorverwijzen, advies over collectie voor taalvrijwilligers, taalcursisten en docenten Training ‘Herkennen & doorverwijzen’ bv voor doorverwijzende organisaties zoals huisartsen.
In de Ontwikkelagenda is als doel opgenomen dat we ieder jaar meer mensen bereiken met het DigiTaalhuis, waarbij we met name kijken naar het aantal doorverwijzingen naar taalaanbod. In onderstaande tabel is het totaal aantal gebruikers van DigiTaalhuis onderverdeeld naar activiteiten. Er is op alle onderdelen een grote stijging te zien van het aantal activiteiten en deelnemers. Het aantal doorverwijzingen naar taalaanbod is gestegen met ruim 12%. Tabel 11. Bereik inwoners met activiteiten DigiTaalhuis
Activiteit DigiTaalhuis
Deelnemers 2022 40x voor 543 mensen 9x voor 42 mensen 86x voor 126 mensen 173
taalcafé gehouden (fysiek) Digicafé gehouden (online) online taalcafé gehouden Doorverwijzingen taalaanbod met intake vanuit balie rondleidingen voor anderstaligen
7x voor 52 mensen
Deelnemers % Ontwikkeling 2023 2023 tov 2022 45x voor 680 25 mensen 12x voor 59 40 mensen 88x voor 239 90 mensen 194 12 16x voor 142 mensen
73
In 2023 is het meerjarenplan Digitaalhuis vastgesteld waarin actielijnen zijn opgenomen om het bereik van inwoners met laaggeletterdheid en digibetisme verder te vergroten. Vanaf 2023 heeft het Digitaalhuis Nissewaard zich actief gericht op werkgevers en bedrijven in het werkgebied. Ook is het Digitaalhuis gecertificeerd als kwalitatief goede organisatie die bijdraagt aan de positionering en kwaliteit van het DigiTaalhuis binnen de gemeente. Er zijn net als in 2022 80 vrijwilligers actief geweest voor het DigiTaalhuis in 2023. 4.6 Preventie en aanpak van schuldproblematiek Schuldpreventie is een volwaardig onderdeel van integrale schuldhulpverlening geworden bij de gemeente. Belangrijkste doel is het voorkomen van problematische schulden. Door te investeren in bewustwording, vaardigheden en wilskracht bij inwoners om de eigen financiën op orde te hebben en houden, kunnen problematische schuldsituaties voorkomen worden. Inzetten op preventie van schulden is het meest effectief als dit integraal opgepakt wordt en samenwerken met partners, zowel binnen de gemeentelijke organisatie als daarbuiten. We proberen zoveel mogelijk actieve ‘signaalpartners’ om ons heen te verzamelen.
Scholen die actief doorverwijzen, huisartsen of praktijkondersteuners die aan de bel trekken, werkgevers die weten wat wij te bieden hebben; het helpt allemaal om zoveel mogelijk mensen tijdig in beeld te krijgen. Binnen schuldhulpverlening worden verschillende soorten hulp/trajecten aangeboden vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Soms is advisering voldoende, in andere gevallen een minnelijk schuldhulpverleningstraject. Een minnelijk traject kan ofwel bestaan uit schuldbemiddeling, ofwel uit schuldsanering.
19
•
Bij schuldbemiddeling wordt per schuldeiser een afspraak gemaakt over het bedrag dat de inwoner moet terugbetalen. Van het inkomen van de inwoner reserveert de gemeente een deel voor de schuldeisers (afloscapaciteit) en het overige wordt aan de inwoner doorbetaald. • Bij schuldsanering maakt de gemeente per schuldeiser een afspraak over het bedrag dat de inwoner moet terugbetalen. Wanneer alle schuldeisers akkoord gaan, krijgt de inwoner een lening voor het totale bedrag dat die moet aflossen. Op dat moment ontvangen de schuldeisers direct het bedrag dat de inwoner moet aflossen. De inwoner betaalt dan alleen nog de lening. Afhankelijk van de noodzaak kan aanvullend budgetbeheer of budgetbegeleiding5 worden ingezet. Als het minnelijk traject niet voldoende is, bijvoorbeeld omdat schuldeisers niet meewerken, kan een wettelijk schuldsaneringstraject in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) bij de rechter worden aangevraagd. In onderstaande tabel is het aantal minnelijke trajecten (dus zonder WSNP) opgenomen. Tabel 12. Aantal trajecten in minnelijke schuldhulpverlening
Lopende trajecten op 1-1 Aanmeldingen Beëindigingen Lopende trajecten op 31-12
2020 777 316 411 682
2021 682 285 411 556
2022 556 248 372 432
2023 432 314 258 488
% Ontwikkeling 2023 tov 2022 26,6 -30,6 13,0
Schuldsaneringen worden als traject beëindigd op het moment dat de schuldeisers zijn betaald en de inwoner alleen nog het saneringskrediet hoeft af te lossen. Op 31 december 2023 liepen er 140 saneringskredieten van Nissewaardse inwoners bij de Kredietbank Nederland. Daarvan zijn er 37 in 2023 gestart. Dit is net iets minder dan in 2022. Wens is steeds meer saneringskredieten in te zetten in plaats van bemiddelings-trajecten. Sanering is voor schuldeisers als schuldenaar prettiger. De schuldeiser krijgt eerder geld, de schuldenaar heeft nog maar één schuldeiser, namelijk de Kredietbank. In het aantal schuldhulpverleningstrajecten is al jarenlang een sterk dalende trend te zien, maar in 2023 is voor het eerst een stijging te zien van 432 trajecten op 1 januari 2023 naar 488 lopende trajecten op 31 december 2023 (+13%). Dit kan te maken hebben met het eindigen van coronasteun voor (voormalig) ondernemers en de terugbetaalverplichting die daarvoor nu geldt. We zien namelijk een toename van (ex-)ondernemers in schuldhulpverlening. Wel is de verwachting dat door betere vroegsignalering minder mensen een traject schuldhulpverlening nodig hebben. Zo is er een verschuiving te zien van inzet op trajecten om schulden op te lossen, naar preventie en vroegtijdig ingrijpen. De onderstaande cijfers inzake vroegsignalering laten dit zien.
De cijfers zijn vanaf 2021 vermeld, omdat op dat moment de wetswijziging vroegsignalering in werking is getreden.
5
Bij budgetbeheer regelt de gemeente tijdelijk alle inkomsten en vaste uitgaven. Bij budgetbegeleiding regelt de gemeente gesprekken over hoe de inwoner goed met geld kan omgaan.
20
Tabel 13. Aantal signalen en acties inzake vroegsignalering
Ontvangen signalen Personen bereikt Telefonisch advies Adviesgesprek stadhuis
2021 2.145 302 76 32
2022 3.617 582 109 52
2023 4.442 825 105 38
% Ontwikkeling 2023 tov 2022 22,8 41,8 -3,7 -26,9
Uit bovenstaande cijfers blijkt dat al in het jaar van inwerkingtreding, er veel signalen van (mogelijke) betalingsachterstanden zijn ontvangen. Het aantal signalen is in 2022 ten opzichte van 2021 vervolgens met bijna 70% toegenomen en van 2022 naar 2023 met nog eens bijna 23%. Het aantal personen dat is bereikt met een vorm van advies zelfs met bijna 42% gestegen, nadat het in 2022 al bijna was verdubbeld ten opzichte van 2021. Van het aantal bereikte personen heeft bijna 13% telefonisch advies ontvangen en bijna 5% advies via een persoonlijk gesprek op het stadhuis. De overige bereikte personen zijn inwoners die na een eerste (korte) contact via mail, telefoon of huisbezoek, hebben aangegeven geen verdere hulp te willen. Dit zijn er met bijna 80% van de bereikte inwoners, meer dan in 2022. Of een inwoner ingaat op het aanbod van advies is overigens een vrijwillige keuze van de inwoner. Het gemiddelde schuldbedrag is in 2023 ten opzichte van 2022 fors gestegen in Nissewaard. Deels valt dit te verklaren doordat meer ex-ondernemers zich melden voor schuldhulpverlening. Deze ondernemers hebben doorgaans hogere schulden dan particulieren. De verwachting is dat er ook in 2024 meer ondernemers zich zullen gaan aanmelden voor schuldhulpverlening, omdat ondernemers uitstel van betaling hebben gekregen vanwege corona.
Deze belastingschulden zullen uiteindelijk wel betaald moeten worden. Deze tendens is ook bij andere gemeenten zichtbaar, al is dat nog niet in het landelijke gemiddelde schuldbedrag te zien. Tabel 14. Gemiddeld schuldbedrag bij aanmelding
Landelijk gemiddeld Nissewaard
2021 € 42.662 € 38.155
2022 € 40.170 € 32.098
2023 € 38.735 € 57.974
% Ontwikkeling 2023 tov 2022 -3,6 80,6
Voor particulieren is er ook een stijging van het gemiddelde schuldbedrag. Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn, dat door de inzet van preventie en vroegsignalering er sneller een oplossing wordt gerealiseerd voor schuldenaren met een minder problematische schuldsituatie. Hierdoor zou het kunnen dat er minder schuldenaren met een beperkte financiële schuld in een schuldhulpverleningstraject terecht komen, waardoor de lage schuldbedragen niet meer onderdeel vormen van het gemiddelde schuldbedrag. 4.7 Aanpak van armoede Het Nissewaardse armoedebeleid kent meerdere voorzieningen. In onderstaande twee tabellen is het gebruik te zien. Het aantal gebruikers van de collectieve ziektekostenverzekering (CZverzekerden) daalt sinds 2020. Het aantal verzekerden in 2022 zit met 2606 nog wel boven het aantal van 2017 (2585). De Individuele Inkomenstoeslag (IIT) en de kindtoeslag zijn in 2023 sterk gedaald, met ruim 14%. Mogelijk dat de grote hoeveelheid (landelijke) regelingen die vorig jaar kon worden aangevraagd hier een oorzaak voor is. Ook geldt voor deze regeling de voorwaarde dat het inkomen gedurende 24 maanden minder dan 120% van de bijstandsnorm moet zijn. Om de drempel te verlagen, gaat de IIT automatisch worden verstrekt aan inwoners van wie bekend is dat ze aan de 21