CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuursverslag Sociaal Domein over 2022

Commissie Sociaal Domein 26 oktober 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Bestuursverslag Sociaal Domein over 2022 (in samenhang met punt 7B)18.150 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

20

        

  

We hebben diverse werkgeversinstrumenten regionaal geharmoniseerd en geïmplementeerd. Het betreft administratief proces loonkostensubsidie, jobcarving en functiecreatie, voorwaardelijke opleiding voor plaatsing en bijdrage duurzame plaatsing. We hebben het beleid rondom vrijstelling van giften voor mensen met een uitkering aangepast; nu mag, afhankelijk van de bijstandsnorm, € 1200 per jaar vrij worden ontvangen, zonder dat dit invloed heeft op de uitkering. De wetswijziging inzake de kostendelersnorm is geïmplementeerd, zodat inwonende huisgenoten tot 27 jaar geen invloed hebben op de uitkering van de hoofdbewoner. We hebben onze aanpak op preventie van schulden en armoede, kansenongelijkheid en het vergroten van het bereik van onze minimavoorzieningen geïntensiveerd. Hiervoor gaan we langs scholen, wijkcentra, ouderenzorg, etc. Het kinderfietsenplan werd voorbereid, zodat deze per 1 januari 2023 kon worden uitgevoerd. De regionale aanbesteding in het kader van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (o.a. laaggeletterdheid) heeft plaatsgevonden en de werkafspraken omtrent doorgeleiding naar de aanbieders is in Nissewaard gerealiseerd. We zetten ons in op vroegsignalering in schuldhulpverlening. Dit deden we in samenspraak met private schuldeisers, zoals woningbouwcorporaties, zorgverzekeraars, drinkwater- en energiebedrijven.

We hielpen gedupeerde gezinnen in het kader van de toeslagenaffaire. We keerden de energietoeslag ad € 1300 uit aan huishoudens tot 120% van de bijstandsnorm. We pasten ook maatwerk toe voor schrijnende gevallen die boven de 120% van de bijstandsnorm vallen. Ook verstrekten we de energietoeslag aan studenten en jongeren tussen de 18 en 21 jaar. Jongeren in Nissewaard ontvingen rond hun 18e verjaardag een felicitatiekaart van de gemeente. Hiermee werden zij geïnformeerd over wat er verandert als je achttien wordt en uitgenodigd voor een financieel adviesgesprek met de gemeente indien gewenst. Samen met ervaringsdeskundigen zetten we ons in voor het campagne ‘Kom uit je schuld’ om geldzorgen bespreekbaar te maken en het schuldentaboe te doorbreken. We zetten in op stress-sensitieve dienstverlening om de ervaren stress te verminderen bij inwoners die kampen met een langdurige stresssituatie. Geldgebrek is daar een voorbeeld van. Dit doen we door het sturen van persoonlijke en motiverende kaarten en ‘naast’ de inwoner te staan in plaats van ‘tegenover’. We hebben Social Return on Investment (SROI) ingezet als instrument om meer werkgelegenheid voor de doelgroep te creëren. Er werden middelen beschikbaar gesteld om een adviseur hiervoor aan te trekken.

4.8 Cliëntervaringen Participatiewet In mei 2022 ontvingen 1.394 inwoners van Nissewaard en Brielle met een Participatiewetuitkering (hierna: uitkering) een uitnodiging voor het klanttevredenheidsonderzoek Participatiewet. Van hen vulden 374 inwoners de vragenlijst in, een respons van 27%. De belangrijkste bevindingen zijn: Algehele dienstverlening van gemeente beoordeeld met 7,4: De dienstverlening van de gemeente Nissewaard in het algemeen beoordelen inwoners met een uitkering gemiddeld met een 7,4 als rapportcijfer, waarbij een minderheid van 11 procent een onvoldoende geeft. Genoemde verbeterpunten voor de gemeente zijn een meer persoonlijke benadering, het verlengen van het telefonisch spreekuur, het uitbetalen van de uitkering voor het einde van de maand en het verhogen van de uitkering wegens de stijgende prijzen (red: dit laatste is wettelijk niet mogelijk voor een gemeente). Gemeente is goed bereikbaar: Over het algemeen vinden inwoners met een uitkering het stadhuis goed bereikbaar (82%) en vinden zij de gemeente ook telefonisch goed bereikbaar (77%). De

21

tevredenheid met de bereikbaarheid van het stadhuis is iets gedaald ten opzichte van 20166 (86%). Ongeveer acht op de tien inwoners met een uitkering vinden de brieven van de gemeente duidelijk. Zeven op de tien inwoners vinden dat het stadhuis voldoende privacy biedt. Over de duidelijkheid van brieven, de telefonische bereikbaarheid van de gemeente en de privacy van het stadhuis zijn inwoners vaker tevreden dan in 2016. Gebruik website sterk gestegen ten koste van telefonisch spreekuur: Het aandeel inwoners met een uitkering dat de website van de gemeente wel eens bezoekt steeg van 39% in 2016 naar 73% in 2022. Ook kunnen inwoners vaker de informatie die zij nodig hebben vinden op de website (2022: 77%, 2016: 60%) en vinden zij de website vaker gebruiksvriendelijk (2022: 74%, 2016: 54%). Twee derde van de inwoners maakt wel eens gebruik van de functie ‘Mijn Uitkering’. Van hen gebruikt driekwart het liefst ‘Mijn Uitkering’ om zaken omtrent de uitkering te regelen en vindt een even grote groep ‘Mijn Uitkering’ makkelijk te gebruiken. Voor 13% is ‘Mijn Uitkering’ niet eenvoudig te gebruiken. In tegenstelling tot het gebruik van de website is het gebruik van het telefonisch spreekuur van de gemeente sterk gedaald. In 2016 maakte 68% van de inwoners daar wel eens gebruik van, in 2022 is dit 37%.

Wel vindt de meerderheid (85%) van de inwoners die gebruik maken van het telefonisch spreekuur het prettig dat er een telefonisch spreekuur is. Meesten tevreden met online aanvraagproces, voor een op de acht lastig: Over het algemeen zijn inwoners tevreden over het online aanvraagproces voor de uitkering en beoordelen zij dit gemiddeld met een 7,3 als rapportcijfer. Ruim de helft (54%) van de inwoners beoordeelt dit met een 8 of hoger, 13% geeft een onvoldoende. Twee derde vond de aanvraagformulieren eenvoudig te begrijpen en in te vullen en duidelijk hoe het aanvraagproces zou gaan verlopen. Een ongeveer even groot deel wist waar zij terechtkonden met vragen over het aanvraagproces, 19% wist dit niet. Een minderheid van een op de tien inwoners vond het aanvraagproces, de aanvraagformulieren en welke bewijsstukken zijn moesten aanleveren niet duidelijk. Inwoners vinden het verloop van het aanvraagproces, de aanvraagformulieren en welke bewijsstukken aangeleverd moeten worden minder vaak duidelijk dan in 2016, toen het aanvraagproces nog niet volledig digitaal was. Genoemde verbeterpunten zijn meer ondersteuning voor mensen die niet goed met een computer kunnen omgaan en eenvoudiger taalgebruik.

Grote en toegenomen tevredenheid met het intakegesprek: Een ruime meerderheid van ongeveer negen op de tien inwoners is tevreden met de manier waarop zij bejegend zijn bij het intakegesprek met de gemeente volgend op de aanvraag. Zij vinden dat de medewerker van de gemeente tijdens het gesprek vriendelijk en respectvol was (91%), helder en eenvoudige uitleg gaf (87%), zij haar best deed om alle vragen te beantwoorden (87%) en zich goed kon inleven in de situatie van de inwoner (79%). Ook is 73% tevreden met de snelheid waarmee de aanvraag is behandeld. Voor al deze aspecten geldt dat meer inwoners dan in 2016 hierover tevreden zijn. Ook over de begeleiding van de werkadviseur is de meerderheid (72%) goed te spreken. Als men niet tevreden was, had dit betrekking op wisselingen van contactpersonen of aanbod van banen die niet wenselijk waren. Meeste inwoners bekend met plichten, bekendheid met klachtenprocedure lager: Inwoners die een uitkering ontvangen dienen zich aan verschillende plichten te houden. Acht op de tien inwoners met deze uitkering geven aan bekend te zijn met deze plichten. Ook vindt 77% het gemakkelijk om zich aan deze plichten te houden. Bij ontevredenheid over het handelen van de gemeente hebben inwoners de mogelijkheid om een klacht in te dienen.

Ongeveer de helft (54%) van de inwoners weet hoe zij dit kunnen doen, een minderheid van 10% heeft wel eens een klacht ingediend.

6

In 2016 vond het vorige klanttevredenheidsonderzoek plaats onder inwoners met een gemeentelijke uitkering.

22

5. Opvoeden en opgroeien Ouders zijn de eerstverantwoordelijke voor de opvoeding van hun kinderen. Ouders en (school)omgeving bieden het kind de mogelijkheden zich te ontwikkelen, talenten en voorkeuren te leren kennen en op te groeien tot zelfstandige volwassenen. We faciliteren en stimuleren de samenleving hiertoe en bieden ondersteuning als opvoed- en opgroeiproblemen ‘het normale’ overstijgen. Deze ondersteuning past bij de problematiek en de draagkracht van gezin en is gericht op duurzame oplossingen binnen de sociale omgeving. In dit hoofdstuk geven we een beeld over de Jeugdwet in Nissewaard, alsmede voor- en vroegschoolse educatie en onderwijs, voor de onderdelen verzuim en voortijdig schoolverlaten. Allereerst geven we een cijfermatig beeld. Daarna beschrijven we wat in 2022 op hoofdlijnen is gedaan op dit onderdeel van het sociaal domein. Het cliëntervaringsonderzoek jeugdhulp over 2022 is niet voor afronding van het bestuursverslag gereed. 5.1 Ontwikkeling jeugdigen met indicatie jeugdhulp Deze paragraaf geeft weer hoeveel gebruik er wordt gemaakt van jeugdhulp. Allereerst geven wij een beeld van hoeveel jeugdigen er een indicatie hebben voor jeugdhulp en hoe deze groep qua algemene kenmerken in elkaar zit. Onderstaande grafiek gaat over jeugdhulp in natura aan jeugdigen tot 18 jaar.

Lag Nissewaard in 2021 voor het eerst net binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten, in 2022 ligt het weer boven deze grens. In de Ontwikkelagenda is het doel opgenomen dat het percentage jeugdigen tot 18 jaar met jeugdhulp zich binnen de range bevindt van 50% meest gemiddelde gemeenten. In Nissewaard is een lichte stijging te zien van minderjarigen met jeugdhulp, terwijl het percentage landelijk gelijk is gebleven. Het percentage jeugdigen met jeugdhulp tot 18 jaar, ligt lager dan in de jaren 2018 en 2019, maar hoger dan in de andere jaren sinds de decentralisatie.

Grafiek 4. Percentage jeugdigen tot 18 jaar met jeugdhulp in natura

Kijken we naar de totale populatie die jeugdhulp ontvangt, te weten inclusief de jongeren van 18 tot en met 23 jaar die verlengde jeugdhulp ontvangen, dan zien we het volgende beeld. In totaal zijn er 2645 jeugdigen en jongvolwassenen met een indicatie voor jeugdhulp in 2022. Dit is 3,3% hoger dan

23

een jaar eerder. De stijging is in alle leeftijdscategorieën te zien, behalve in de leeftijd 4 tot 12 jaar, waar een daling heeft plaatsgevonden. Als we kijken naar andere kenmerken, dan zien we dat er meer jongens dan meisjes met een indicatie zijn. Hierin is ten opzichte van eerdere jaren nauwelijks verschil opgetreden. Ten opzichte van eerdere jaren lijkt het percentage eenoudergezinnen te dalen ten opzichte van de tweeoudergezinnen. Onduidelijk is nog of dit eenmalig is, of zich doorzet. Tabel 17. Jeugdigen tot 23 jaar met indicatie jeugdhulp (natura en pgb)

Totaal jeugdigen met jeugdhulp

2020 2.340

2021 2.560

Waarvan jongens

1.365

1.465

waarvan meisjes

980

1.095

leeftijd 0 tot 4 jaar

135

155

leeftijd 4 tot 12 jaar

1.210

1.210

leeftijd 12 tot 18 jaar

870

970

leeftijd 18 tot 23 jaar

125

225

Migratieachtergrond Nederland

1.700

1.845

Migratieachtergrond overig

640

715

kind in eenouderhuishouden

875

965

1.265

1.385

205

210

kind bij paar kind overig huishouden

% Ontwikkeling % aandeel % aandeel 2022 2022 tov 2021 2021 2022 2.645 3,3 3,4 1.515 57,2 57,3 3,2 1.130 42,8 42,7 6,5 165 6,1 6,2 -2,9 1.175 47,3 44,4 9,3 1.060 37,9 40,1 6,7 240 8,8 9,1 3,8 1.915 72,1 72,4 2,1 730 27,9 27,6 -1,0 955 37,7 36,1 6,9 1.480 54,1 56,0 -2,4 205 8,2 7,8

Naast de jeugdhulp in natura, wordt ook jeugdhulp in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) gefinancierd. Van het totaal aantal indicaties voor jeugdhulp, zijn er 9 voor pgb. Dit betreft vrijwel allemaal pgb voor ambulante hulp. In 2017 waren er 127 pgb’s en in 2021 was dit gedaald tot 39 budgetten. Voor jeugdhulp wordt in 2022 dus nog maar zeer beperkt gebruik gemaakt van pgb. Mogelijk spelen hierbij duidelijker regels voor pgb een rol. De dalende trend is ook bij pgb voor Wmo te zien. 5.2 Soorten jeugdhulp Als we de soort jeugdhulp in natura uitsplitsen dat op peildatum 31 december 2022 nog werd geboden, dan komen we tot onderstaand beeld. De cijfers zijn door CBS afgerond op vijftallen, waardoor de optelling mogelijk niet overeenkomt. De cijfers over 2021 in dit bestuursverslag verschillen van de cijfers van 2021 zoals opgenomen in het vorige bestuursverslag. In het vorige bestuursverslag is aangegeven dat de cijfers verwijderd waren van de website van het CBS, omdat deze vermoedelijk fouten bevatten. In onderstaande tabel zijn de gecorrigeerde cijfers over 2021 opgenomen; deze zijn over het algemeen hoger dan in het bestuursverslag over 2021. Kijkend naar de cijfers over 2022 (tabel 18), dan is hierin een gunstig beeld te zien. Het aantal jeugdhulptrajecten in natura is sinds 2017 (2270 trajecten) niet zo laag geweest.

Het aantal jeugdigen met jeugdhulp met verblijf (210) is alleen in 2019 zo laag geweest als in 2022. In 2017 was dit aantal nog 280. Jeugdhulp met verblijf betreft landelijk ongeveer 8% van het totaal aantal jeugdhulptrajecten. In Nissewaard was dit in 2021 ongeveer 9% en in 2022 8%. Alle soorten jeugdhulp zonder verblijf zijn gedaald, waarbij de daling hulp in het netwerk en hulp door het jeugdondersteuningsteam (JOT) het meest zijn gedaald. In 2022 is vanuit het JOT kritischer beoordeeld in hoeverre hulpverlening vanuit het JOT voldoende meerwaarde heeft. Er wordt 24

nagenoeg alleen nog hulpverlening ingezet waar de methodieken triple-P, opvoedondersteuning of JIM écht van toegevoegde waarde zijn binnen het gezin. Dit heeft binnen het JOT geleid tot een verschuiving van hulpverlening naar casusregie. De hulp in het netwerk is nog wel hoger dan in 2017 en 2018, maar lager dan in 2019 tot en met 2021. Hulp in het netwerk (op school, in thuissituatie) willen we juist stimuleren. Het aantal jeugdhulptrajecten is lager dan voorgaande jaren en lager dan het aantal jeugdigen met een indicatie. De daling heeft enerzijds te maken dat minder trajecten per jeugdige worden geboden. Anderzijds kan het zijn dat er jeugdigen met indicatie zijn, waarvoor er nog geen traject is gestart. Tabel 18. Jeugdhulptrajecten in natura op 31 december (afgerond op 5-tallen)

Totaal jeugdhulptrajecten in natura

2019 2.510

2020 2.480

2021 2.700

2022 2.360

Jeugdhulp zonder verblijf

2.300

2.265

2.445

2.150

Jeugdhulp met verblijf

210

215

255

210

% Ontwikkeling 2022 tov 2021 -12,6 -12,1 -17,6

910 1.090 100 195

830 1.100 115 225

850 1.170 145 275

685 1.125 135 205

-19,4 -3,8 -6,9 -25,5

115 30 10 55

120 30 10 60

120 30 10 95

105 20 0 85

-12,5 -33,3

Jeugdhulp zonder verblijf Uitgevoerd door wijk- of buurtteam (JOT) Ambulante jeugdhulp op locatie aanbieder Daghulp op locatie van de aanbieder Jeugdhulp in het netwerk van de jongere Jeugdhulp met verblijf Pleegzorg Gezinsgericht Gesloten plaatsing Ander verblijf bij jeugdhulpaanbieder

-10,5

Zoals gezegd is de jeugdhulp met verblijf gedaald. Deze daling is te zien in alle vormen van jeugdhulp met verblijf. Procentueel gezien stijgt de vorm ‘pleegzorg’ licht. Pleegzorg is de meest wenselijke vorm van jeugdhulp met verblijf. De cijfers over gesloten plaatsingen zijn over 2022 nog niet definitief en kunnen dus nog stijgen. Onderstaande grafiek gaat over jeugdbescherming. Bij ernstige problemen in een gezin kan de kinderrechter een kinderbeschermingsmaatregel opleggen, bijvoorbeeld een onder toezicht stelling, of het beëindigen van het gezag van ouders (jeugdbescherming). Het percentage jeugdigen met jeugdbescherming ligt in Nissewaard voor het eerst binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten. Daarmee is voor het tweede jaar op rij een duidelijk positievere ontwikkeling te zien

25

dan landelijk. Ook is het percentage sinds de gemeente verantwoordelijk werd voor de Jeugdwettaken, niet eerder zo laag geweest.

Grafiek 5. Percentage jeugdigen met Jeugdbescherming

Er is sprake van jeugdhulp met verblijf als de jongere formeel niet thuis slaapt in het eigen gezin. Het kan gaan om opvang in een pleeggezin, gezinsgerichte opvang of in een vorm van gesloten jeugdhulp.

1,5%

1,2%

1,0%

0,8%

Nederland Nissewaard

2018 1,05% 1,63%

2019 1,03% 1,31%

2020 1,01% 1,58%

2021 1,12% 1,55%

2022 0,97% 1,27%

Grafiek 6. Percentage Jongeren met Jeugdhulp met verblijf in natura

Deze vorm van jeugdhulp is in Nissewaard vaker van toepassing dan in de 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland. Doel in de Ontwikkelagenda is dat dit percentage zich binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten bevindt. Sinds twee jaar is de ontwikkeling van jeugdhulp met verblijf in Nissewaard wel gunstiger dan landelijk, waardoor het verschil kleiner wordt. Als we dieper kijken naar aantal jongeren boven de 18 jaar met jeugdhulp met verblijf, dan zien we dat dit in 2022 sterk is gedaald, maar nog steeds beduidend hoger ligt dan gemiddeld in Nederland.

26

Grafiek 7. Het percentage van jongeren met jeugdhulp met verblijf dat 18 jaar of ouder is.

5.3 Verwijzers naar jeugdhulp Het aantal jeugdhulp-trajecten (zie onderstaande tabel) is hoger dan het aantal jeugdigen met jeugdhulp (zie tabel 16), hetgeen betekent dat diverse jeugdigen meerdere trajecten (soorten hulp) hebben lopen. Dit is een landelijk beeld. Casusregie door bijvoorbeeld het JOT wordt ook als een apart traject geteld. Als we kijken naar de (op enig moment) in 2022 nog lopende jeugdhulptrajecten in natura, ongeacht in welk jaar het traject is gestart, zien we geen grote verschillen ten opzichte van 2021 qua verwijzers (zie onderstaande tabel). Net als in 2021 is er een stijging te zien in verwijzingen door de huisarts. De gecertificeerde instelling (jeugdbescherming en jeugdreclassering) is juist minder gaan verwijzen. De grote procentuele verschillen bij de jeugdarts en rechter, betreft slechts enkele jeugdigen en kan daardoor niet als relevant verschil worden gezien. Tabel 19. Verwijzers van in 2022 nog lopende trajecten (afgerond op vijftallen)

Jeugdhulptrajecten Gemeentelijke toegang Huisarts Jeugdarts Gecertificeerde instelling Medisch specialist Rechter, officier van justitie Geen verwijzer Verwijzer onbekend

2020 2021 2022 3.435 3.810 3.800 1.785 1.115 1.140 915 1.110 1.215 15 10 15 475 365 340 180 180 175 15 15 10 45 995 880 0 20 30

% Ontwikkeling % aandeel % aandeel 2022 tov 2021 2021 2022 -0,3 2,2 29,3 30,0 9,5 29,1 32,0 50,0 0,3 0,4 -6,8 9,6 8,9 -2,8 4,7 4,6 -33,3 0,4 0,3 -11,6 26,1 23,2 50,0 0,5 0,8

5.4 Voor- en vroegschoolse educatie Voor- en vroegschoolse educatie (vve) is onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid en sinds 2020 onderdeel van het sociaal domein. Het doel is om peuters en kleuters met een mogelijke (taal)achterstand, ook wel ‘doelgroepkinderen’ genoemd, beter voor te bereiden op de basisschool en er voor te zorgen dat kleuters zonder achterstand naar groep 3 kunnen. De gemeente heeft de 27

specifieke verantwoordelijkheid om de leerachterstanden van peuters te beperken (voorschoolse educatie), waardoor we ons richten op het bereiken van die doelgroep. Voor de totale doelgroep zijn we als gemeente verantwoordelijk voor het voeren van regie, dus ook voor het deel vroegschool (basisschool tot 6 jaar). Hiertoe maken we resultaatafspraken met kinderopvang en basisscholen. Vanaf 1 januari 2019 hanteert het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) landelijk een doelgroep van 15%, die niet groter wordt. Dit betekent dat bij de toekenning van middelen aan scholen en gemeenten gekeken wordt naar de kinderen die landelijk tot de 15% behoren met het grootste risico op een onderwijsachterstand. Hiertoe hield het ministerie samen met CBS een dashboard bij, maar dat wordt na 2021 niet langer aangevuld met nieuwe cijfers. In 2021 had Nissewaard 21% doelgroepkinderen. Nissewaard zal naar verwachting de komende jaren nog steeds meer doelgroepkinderen hebben dan landelijk. Vanaf dit bestuursverslag zullen we alleen cijfers presenteren over de peuters (1,5-4 jarigen) binnen de doelgroepkinderen vve, omdat we daar als gemeente verantwoordelijk voor zijn. In onderstaande tabel zien we het totaal aantal peuters dat een vve-indicatie heeft. De indicatie wordt afgegeven door het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG).

Daarnaast is opgenomen hoeveel plekken er zijn in peuterspeelzaal/kinderopvang waar voor- en vroegschoolse educatie wordt gegeven, door daartoe opgeleide medewerkers. Tot slot wordt vermeld hoeveel kinderen met dit aanbod worden bereikt. Tabel 20. Aantal peuters met indicatie vve en bereik van deze doelgroep

2020 Aantal peuters met indicatie vve Aantal vve-plekken7 Peuters die aanbod gebruiken

2021 298 202 228

2022 416 244 311

% Ontwikkeling 2022 tov 2021 39,6 20,8 36,4

In 2022 waren er 416 peuters met een indicatie vve. Begin 2022 namen 311 peuters van de 416 doelgroeppeuters deel aan vve-aanbod of stonden op de wachtlijst voor deelname (bereik van bijna 75%). Doel in de Ontwikkelagenda is dat minimaal 85% van de doelgroepkinderen (peuters) wordt bereikt met aanbod. Vve is echter niet verplicht. Ouders kunnen dit weigeren, of kunnen aangeven dat ze reguliere gastouder- of kinderopvang voldoende vinden. Ook kan het zijn dat de extra dagdelen vve niet passen in het gezinsschema. Het percentage bereik ligt ongeveer even hoog als in 2021 (ruim 76%), maar het aantal doelgroeppeuters is met bijna 40% gestegen. De grote stijging van het aantal indicaties heeft (onder andere) te maken met extra inspanning bij het CJG op indicatiestelling en betere signalering door bijvoorbeeld kinderopvangorganisaties. Het daadwerkelijk aantal peuters dat gebruik maakt van vve is hoger dan het aantal plekken. Dit komt omdat kinderen gedurende het jaar instromen en uitstromen naar de basisschool. Vanuit de gemeente is de wens voor ieder doelgroepkind een plek te realiseren. De financiering vanuit de gemeente sluit hierop aan, doordat extra gerealiseerde vve-plekken gedurende het jaar aanvullend worden gefinancierd zolang er kinderen met indicatie zijn. Ook is een subsidie verleend voor kosten van scholing van (nieuw) personeel.

Niet altijd kan uitbreiding even snel worden gerealiseerd. Kinderopvangorganisaties hebben namelijk moeite met het vinden van locaties die aan de wettelijke vereisten voldoen en het werven van goed personeel om het aanbod te kunnen uitbreiden.

7

Het betreft hier de prognose van het aantal plekken voor 2022; dit kan gedurende het jaar worden aangepast al naar gelang behoefte en mogelijkheden. Bij de subsidievaststelling van de vve-plekken over 2022, die in 2023 plaatsvindt, is het definitieve aantal vve-plekken bekend. De subsidievaststelling was bij opstellen van dit bestuursverslag nog niet bekend.

28

5.5 Schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten Bij relatief verzuim is een jeugdige wel ingeschreven op school, maar verzuimt gedurende bepaalde tijd lessen. Ook veelvuldig laatkomen valt hieronder. In onderstaande grafiek is te zien dat het relatief verzuim in Nissewaard meer dan twee keer zo hoog is dan het landelijke gemiddelde. In 2021, de laatst bekende cijfers, is wel een daling te zien ten opzichte van het jaar ervoor, toen het percentage ongeveer drie keer zo hoog lag.

Grafiek 6. Relatief verzuim in aantal per 1000 leerlingen

Bij voortijdig schoolverlaten, jeugdigen die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten, heeft zich tot en met 2017 in Nissewaard een sterke daling voorgedaan, die ertoe heeft geleid dat Nissewaard tot en met 2019 binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland zat (zie onderstaande grafiek).

Grafiek 7. Percentage voortijdig schoolverlaters

In 2020 is het percentage voortijdig schoolverlaten omhoog geschoten en die stijging heeft zich over 2021 voortgezet. Landelijk is in 2021 het percentage voortijdig schoolverlaters ook sterk gestegen, 29

waardoor het verschil tussen Nissewaard en het landelijk gemiddelde niet veel groter is geworden dan over 2020. Het percentage voortijdig schoolverlaters ligt hoger dan de 50% meest gemiddelde gemeenten. Doel uit de Ontwikkelagenda is eind 2026 (weer) binnen de range van 50% gemiddelde gemeenten te zitten. De gemeente heeft tot taak de vsv-ers zoveel mogelijk weer terug te leiden naar school of anders naar werk. In onderstaande tabel is te zien hoe Nissewaard (Nw) hierin presteert in vergelijking met de landelijke percentages (NL). De laatste bekende cijfers dateren van 2020. Uit deze tabel blijkt dat we in Nissewaard beter in staat zijn de voortijdig schoolverlaters naar onderwijs terug te leiden dan landelijk. Ieder jaar is het percentage ‘terug naar onderwijs’ hoger dan landelijk. Het percentage vsvers dat een jaar later nog niet naar school of werk is geleid (‘nog steeds vsv’), ligt tot 2020 lager dan het landelijke percentage. In 2020 is dit ongeveer gelijk. Tabel 21. Percentage voortijdig schoolverlaters dat een jaar later naar onderwijs of werk is geleid

2017 Vsv-er vorig jaar Nog steeds vsv Terug naar onderwijs Doorgeleid naar werk

NL 23.744 40,2% 25,6% 34,1%

Nw 136 40,7% 28,9% 30,4%

2018 NL 25.666 42,2% 26,4% 31,4%

Nw 135 37,3% 36,6% 26,1%

2019 NL 27.067 40,2% 24,1% 35,6%

Nw 142 33,3% 30,8% 35,8%

2020 NL 22.766 42,5% 20,7% 36,8%

Nw 120 42,7% 24% 33,3%

5.5 Wat hebben we in 2022 gedaan binnen programmalijn opvoeden en opgroeien Naast onze reguliere (wettelijke) taken op gebied van onder andere leerplicht, kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie, leerlingenvervoer, preventief jeugdbeleid, financieren van jeugdgezondheidszorg, schoolmaatschappelijk werk en jongerenwerk, inkoop van (persoonsgebonden) jeugdhulpvoorzieningen (al dan niet via de Jeugdhulpregio Rijnmond – GR JR), hebben we de volgende taken uitgevoerd:  We hebben ingezet op het vergroten van het bereik van kwetsbare kinderen en de toeleiding naar de juiste ondersteuning. Waarbij de focus lag op vroeg signaleren en preventief werken. Dit hebben we gedaan door samen te werken met het onderwijs en de kinderopvang zodat er eerder door het samenwerkingsverband passend onderwijs ondersteuning geboden kan worden. Daarnaast hebben we ingezet op een verduidelijking van inzet van onder andere schoolmaatschappelijk werk, jeugdverpleegkundige en intern begeleider van het onderwijs.  We hebben ingezet op gelijke kansen en een doorlopende leer- en ontwikkellijn voor elk kind. Dit hebben we gedaan door aan te sluiten bij de landelijke Gelijke Kansen Alliantie in samenwerking met het onderwijs. Tevens hebben we ingezet op verbetering van de 'warme overdrachtsgesprekken' tussen kinderopvang en onderwijs.

 We hebben ingezet om onderwijsachterstanden te bestrijden en voorkomen. Dit hebben we gedaan door te investeren in professionalisering in de kinderopvang en het onderwijs. Ook is geïnvesteerd in de ouderbetrokkenheid bij deze kinderen.  We hebben ingezet op goede aansluiting tussen kinderopvang, onderwijs en zorg. Er is een integrale werkwijze geïmplementeerd. Dit is mede vanuit het uitvoeringsprogramma Kinderogen en het Nationaal Programma Onderwijs. Nissewaard krijgt vanuit het Rijk incidentele middelen voor kinderen met o.a. sociaal-emotionele achterstanden/ problematiek die tijdens de coronacrisis zijn ontstaan. Het plan van aanpak is opgesteld samen met het met het onderwijs en kinderopvang.  We hebben stevig ingezet om voortijdig schoolverlaten te voorkomen. De actielijn die in 2021 is ingezet is in 2022 voortgezet. Het betreft hier het intensief begeleiden van leerlingen door een VSV-coach. 30

  

Met betrekking tot praktijkondersteuners jeugd (POH-GGZ jeugd),hebben we een regioplan opgesteld met een gezamenlijke visie, in samenspraak met de gemeenten Voorne-Putten en Goeree Overflakkee (VPG) en de zorggroepen. Met het samenwerkingsverband Passend Onderwijs en de scholen werken we samen in het programma Kinderogen. We voerden in 2022 een gezamenlijk plan uit. Ook hebben we de dyslexiezorg aangepast. In 2022 hebben we als samenwerkende gemeenten de regiovisie jeugdhulp Rijnmond nader uitgewerkt naar een regio-agenda. Dit op basis van de aangekondigde landelijke hervormingsagenda jeugdwet. Aandacht ligt op de veiligheidsketen van de jeugdzorg (jeugdbescherming en toekomstscenario Kind en Gezin), bestaanszekerheid, aansluiting 18-/ 18+, aansluiting jeugd en onderwijs en nadere ontwikkeling dan data- en monitoring. In 2022 heeft door de GR JR de nieuwe aanbesteding plaatsgevonden voor de regionale ingekochte jeugdhulp omdat de huidige contracten afliepen. De inkoopprocedure heeft succesvol plaatsgevonden en de nieuwe contracten gingen per 2023 in. Daarbij hebben we in de regio enkele zaken direct aangepast welke wenselijk waren, zoals regionale casusregie. Op basis van deze inkoop zijn enkele onderdelen ook over gegaan naar de lokale jeugdhulp zoals daginvulling en ambulante GGZ-zorg. Deze inkoopprocedures ronden we in 2023 af (zie ook gemeentelijke regierol).

5.6 Cliëntervaringen Jeugdwet 2022 Het cliëntervaringsonderzoek over 2022 is nog in uitvoering, waardoor de resultaten nog niet in dit bestuursverslag kunnen worden opgenomen.

31

6. Kwetsbare volwassenen Ook inwoners die een (ernstige) kwetsbaarheid hebben, moeten kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven (bijv. zo zelfstandig mogelijk wonen en ontmoetings- en ontspanningsactiviteiten). Kwetsbaarheid kan ontstaan door een beperking, of doordat vanwege ouderdom of stapeling van problemen dagelijkse zaken niet meer vanzelfsprekend zijn. Kwetsbaarheid hoort bij het leven, maar mag geen reden zijn om niet te kunnen meedoen. We bieden waar nodig ondersteuning, die zoveel mogelijk gericht is op duurzame oplossingen binnen de samenleving. In dit hoofdstuk geven we een beeld over de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in Nissewaard. Als eerste wordt dieper ingegaan op de cijfermatige ontwikkeling van voorzieningen binnen de Wmo. Hierbij maken we onderscheid in lokale taken en centrumtaken. Daarna beschrijven we wat in 2022 op hoofdlijnen is gedaan op dit onderdeel van het sociaal domein. Tot slot wordt een samenvatting van de bevindingen uit het cliëntervaringsonderzoek Wmo gegeven. 6.1 Wmo-gebruik van lokale voorzieningen Op 31 december 2022 hadden 2,2% meer inwoners een Wmo-voorziening dan op 31 december 2021. In de afgelopen zes jaar, lag het aantal alleen op 31 december 2019 hoger. Het gemiddeld aantal inwoners met een Wmo-voorziening over het hele jaar 2022 ligt 1,3% hoger dan gemiddeld in 2021.

Per gebruiker worden ongeveer evenveel voorzieningen ingezet dan vorig jaar, namelijk net iets meer dan twee gemiddeld. Vóór 2019 lag die die grens nog net onder de 2 voorzieningen gemiddeld. Tabel 22. Wmo voorzieningen

Aantal Wmo-cliënten Aantal Wmo voorzieningen Gemiddeld aantal Wmo voorzieningen

31-122020 6.716 13.777

31-122021 6.680 13.563

2,05

2,03

% 2022 31-12- tov 2022 2021 6.827 2,2 13.757 1,4 2,02

% Gemid- Gemid- Gemid- 2022 deld deld deld tov 2020 2021 2022 2021 6.939 6.757 6.842 1,3 14.245 13.730 13.813 0,6 2,05

2,03

2,02

Als we inzoomen op de verschillende soorten voorzieningen (zie onderstaande tabel), dan zien we daarin enkele ontwikkelingen. Allereerst is het aantal aanvragen, na een daling in 2021, in 2022 weer fors gestegen met 12,8%. Niet eerder, sinds de metingen over 2017, was het aantal aanvragen zo hoog. De minste stijging is te zien bij collectief vervoer en vervoersvoorzieningen (zoals een scootmobiel). Bij collectief vervoer was in 2021 een grote daling te zien, die in 2022 niet ongedaan is gemaakt. Gemiddeld is over 2022 in vervoersvoorzieningen zelfs een daling te zien. Huishoudelijke hulp steeg in 2021 als enige voorziening en stijgt in 2022 nog eens met 2% (standcijfer), gemiddeld over 2022 zelfs met 5,5% ten opzichte van gemiddeld 2021. Woonvoorzieningen zijn in 2022 het hardst gestegen, zowel in percentage als in aantal (standcijfer).

32

Tabel 23. Aanvragen en aantallen cliënten per Wmo-voorziening

Ingediende aanvragen Klanten collectief vervoer Klanten vervoersvoorziening Klanten huishoudelijk hulp Klanten parkeervoorziening Klanten rolvoorziening Klanten woonvoorziening Klanten begeleiding

31-122020 5.421 4.625 1.213 2.164 1.353 574 766 734

31-122021 4.846 4.553 1.095 2.339 1.368 551 767 736

% 2022 31-12- tov 2022 2021 5.465 12,8 4.565 0,3 1.110 1,4 2.385 2,0 1.413 3,3 580 5,3 817 6,5 774 5,2

% Gemid- Gemid- Gemid- 2022 deld deld deld tov 2020 2021 2022 2021 4.754 1.196 2.141 1.359 600 784 844

4.561 1.162 2.260 1.356 559 780 806

4.576 1.091 2.385 1.395 562 796 814

0,3 -6,1 5,5 2,9 0,5 2,1 1,0

Naast ondersteuning in natura, kunnen inwoners ook hulp via een persoonsgebonden budget ontvangen8. Voor de Wmo zijn de aantallen persoonsgebonden budget (sterk) gedaald, met uitzondering van de hulpmiddelen. Deze trend is al jaren zichtbaar, ook in de jeugdhulp. In totaal zijn er op 31 december 2022 op lokale Wmo-voorzieningen (dus zonder verblijf) 77 pgb’s, ten opzichte van 99 een jaar eerder. Tabel 24. Aantallen cliënten met een persoonsgebonden budget

pgb hulpmiddelen pgb Huishoudelijke hulp pgb begeleiding/dagbesteding Totaal Wmo pgb (lokaal)

2020 23 55 26 104

2021 33 43 23 99

% ontwikkeling 2022 2022 tov 2021 38 15,2 22 -48,8 17 -26,1 77 -22,2

De vergelijking met Nederland in onderstaande grafiek, laat zien dat er in Nissewaard een beduidend groter aandeel inwoners is met een indicatie voor een Wmo-voorziening dan landelijk gemiddeld. Over 2022 is het verschil met het landelijk gemiddelde iets gestegen ten opzichte van 2021 en ligt nu weer gelijk aan 2020. In de Ontwikkelagenda is opgenomen als doel dat het aantal Wmo-cliënten niet méér stijgt dan landelijk. Over 2022 is dit wel het geval; landelijk is een lichte daling van cliënten te zien, terwijl in Nissewaard een lichte stijging is geweest. Sinds de invoering van het abonnementstarief in 2019 schommelt in Nissewaard het aantal Wmo-cliënten tussen 85 en 86 per 1000 inwoners.

Tot en met vorig jaar is het aantal pgb’s uit de systemen van de sociale verzekeringsbank (SVB) verkregen, omdat de SVB de pgb’s uitbetaalt. Vanaf dit jaar komen de cijfers uit onze eigen systemen. De cijfers wijken iets af van voorgaande jaren. Vermoedelijk omdat niet alle pgb’s gedurende het jaar worden verzilverd.

8

33

Grafiek 15. Aantal Wmo cliënten per 1000 inwoners

6.2 Opvang en beschermd wonen Ten behoeve van Nissewaard, Voorne aan Zee, Hoekse Waard en Goeree-Overflakkee voert Nissewaard enkele Wmo taken uit als centrumgemeente. Het betreft Maatschappelijke Opvang, Vrouwenopvang en Beschermd Wonen. In deze paragraaf staat cijfermatige informatie opgenomen over deze onderdelen. Ten behoeve van opvang waren er regionaal de volgende structurele voorzieningen:  23 plaatsen voor dag- en nachtopvang voor een brede doelgroep hulpvragers van 18 jaar en ouder en 1 crisisbed voor plegers huiselijk geweld (tijdelijk huisverbod);  12 kamers voor 24-uurs voorziening voor dak- en thuisloze gezinnen (in totaal ongeveer 26 plekken);  18 plekken voor opvang van jongeren van de leeftijd 18-28 jaar;  18 plekken voor opvang van vrouwen vanaf 18 jaar met kinderen en vrouwen vanaf 21 jaar zonder kinderen, die veelal hun thuissituatie hebben verlaten in verband met geweld in huiselijke kring. Beschermd wonen is feitelijk wonen in een instelling, of een accommodatie daarbij, waarbij er intensieve begeleiding wordt geboden bij de dagelijkse activiteiten. Er is 24 uur per dag direct hulp beschikbaar. Geclusterd wonen is net iets zelfstandiger. Dan woont de cliënt in een eigen (huur)woning in de buurt van een zorgaanbieder.

Ook dan is er intensieve begeleiding en na een oproep is de zorgaanbieder binnen 15 minuten ter plaatse, ongeacht het tijdstip van de dag of nacht. In onderstaande tabel is te zien hoeveel inwoners van Nissewaard beschermd en geclusterd wonen. Dit is inclusief de wachtlijst voor beschermd wonen, die bestaat uit mensen die wachten op een geschikte plek. In totaal staan van onderstaande 55 inwoners met een indicatie in 2022, er 14 op de wachtlijst. De wachtlijst is hoger dan in voorgaande jaren; toen stonden er minder dan 10 mensen op de wachtlijst. Mensen op de wachtlijst ontvangen overbruggingszorg.

34

Tabel 25. Aantal Nissewaardse inwoners met indicatie beschermd of geclusterd wonen naar zwaarte

2019 29 14 19 5 3 1 0 0 8 79

Beschermd wonen intensiteit 1 Beschermd wonen intensiteit 2 Beschermd wonen intensiteit 3 Beschermd wonen overig Geclusterd wonen 1 Geclusterd wonen 2 Geclusterd wonen plus Maatwerk (offerte-basis) Persoonsgebonden budget Totaal beschermd en geclusterd wonen

2020 32 12 18 4 3 1 0 0 6 76

2021 26 3 11 6 2 0 0 0 2 50

2022 29 12 7 3 0 0 1 2 1 55

Er is een groot verschil te zien in aantallen inwoners met een indicatie voor 2021 en vanaf 2021. Per 1 januari 2021 is de Wet langdurige zorg (Wlz) opengesteld voor mensen met een (ernstig) psychiatrische aandoening, die waarschijnlijk permanent op zorg en ondersteuning zijn aangewezen. Het gaat om een doelgroep waarvan verwacht wordt dat ze slechts een beperkt ontwikkelperspectief hebben. Een deel van de Wmo-doelgroep beschermd wonen, is daarom per 2021 overgegaan naar de Wlz. Dit verklaart grote daling van het aantal inwoners die vanuit de Wmo beschermd wonen in 2021 ten opzichte van 2020. In 2022 is er wel weer een stijging te zien van 10% van het aantal inwoners dat een indicatie heeft voor beschermd of geclusterd wonen ten opzichte van 2021. De stijging is te zien in zorg in natura. Het aantal persoonsgebonden budgetten daalt. Inmiddels gelden er duidelijker regels waar iemand die een pgb beheert, aan moet voldoen. Naast de overgang van cliënten beschermd wonen van de Wmo naar de Wlz, verklaart dit het lage aantal pgb. Op 31 december 2022 waren er 29 dak- en thuislozen met een briefadres op de raadhuislaan 106. In 2021 waren dit er 38.

6.3 Wat hebben we in 2022 gedaan binnen programmalijn kwetsbare volwassenen Naast de reguliere (wettelijke) taken, zoals het verstrekken van Wmo-voorzieningen, subsidiëren van ondersteuningsactiviteiten en inkoop van Wmo-voorzieningen, voerden we de volgende taken uit:  Om de kosten voor huishoudelijke hulp te besparen, zijn we eind 2022 gestart met een onderzoek naar triageren Wmo. De pilot huishoudelijke ondersteuning, waarbij we willen inzetten op het (weer) zelfstandig uit kunnen voeren van het huishouden, is niet van start gegaan. Deze pilot ligt in het verlengde van het triageren van Wmo aanvragen voor huishoudelijke hulp en het op- en afschalen van geïndiceerde hulpverlening en zal daarom later starten.  Er is ingezet op procesverbetering om tot een snellere afhandeling van Wmo-meldingen voor maatwerkvoorzieningen te komen. Diverse proceswijzigingen hebben geleid tot het stabiliseren van de wachtlijst. In 2022 heeft er in periodes een stijging in het aantal meldingen plaatsgevonden (zie tabel 21), waarbij de formatie-ontwikkeling geen gelijke tred heeft gehouden.  In het kader van de doorontwikkeling Toegang maatwerk Wmo zijn we gestart met het aanpassen van de duur van indiceren aan de doelgroep en het op- en afschalen van ondersteuning. Bij het aflopen van een indicatie wordt naar aanleiding van profielen bekeken of zorg kan worden op- of afgeschaald.

De duur van de indicatie wordt beoordeeld naar aanleiding van de leeftijd en de medische gronden van de inwoner. De resultaten hiervan zijn op de langere termijn zichtbaar. 35

 

 

Begin 2022 is de woonzorganalyse opgeleverd. Aan de hand van de analyse is het proces voor visievorming gestart. Dit is in samenwerking met woningcorporaties, zorgaanbieders en welzijnsorganisaties. In de keten Verward gedrag zijn we gestart met het ontwikkelen van een lokaal meldpunt zorgwekkend gedrag voor inwoners. Een onderdeel van het creëren van een sluitende keten is het uitbreiden van het bestaande Lokaal Zorgnetwerk (LZN) met ggz-meldingen van de ketenpartners. De werkwijze en procedures van de Wet verplichte ggz (Wvggz) zijn aangesloten op de lokale structuren. Bij casuïstiek met ggz-problematiek wordt door de regisseurs ggz eerst onderzoek gedaan naar de (on)mogelijkheden van vrijwillige zorg, alvorens er onderzoek naar een dwangtraject wordt gedaan. De regisseurs ggz zetten zich in de breedte in voor zorgmeldingen waar sprake is van ggz problematiek. In het kader van het Verbeterplan’ Geweld hoort nergens thuis 2021-2023’ zijn er in 2022 aandachtsfunctionarissen bij de gemeenten in de regio aangesteld. De medewerkers in de toegang volgden een training meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling. We organiseerden op 6 oktober een grote themadag huiselijk geweld en kindermishandeling waar meer dan 140 professionals deelnamen.

Daarnaast werkten we steeds vaker samen met ervaringsdeskundigen, bijvoorbeeld bij trainingen voor professionals maar ook tijdens jaarlijkse campagne ‘Orange the World’ (over geweld tegen vrouwen) en bij de expositie ‘Wij doorbreken de cirkel’ (november/december 2022). Er is een handleiding ontworpen om het ook voor professionals makkelijker te maken om ervaringsdeskundigen in te zetten. Er is gewerkt met intensieve casusregie en er is extra aandacht gegeven aan traumahulpverlening en traumasensitief werken. Om te zorgen dat vrouwen een betere startpositie hebben na uitstroom uit een vrouwenopvang, hebben we de eerste en laatste maand van het verblijf in de crisisopvang vrijgesteld van eigen bijdrage. Eind 2022 is in regionaal verband besloten dat de overeenkomsten met aanbieders van beschermd wonen, na hun instemming, met een jaar worden verlengd tot eind 2024. Deze periode wordt benut om met aanbieders en toegang het gebruik van Geclusterd Wonen te intensiveren en om na te gaan of en hoe we op langere termijn Geclusterd Wonen kunnen handhaven of aanpassen. Er is regionaal gestart met het traject om te komen tot keuzes en bijbehorende (nieuwe) afspraken over de regionale samenwerking op Beschermd wonen tegen de achtergrond van de aanstaande landelijke (financiële) doordecentralisatie van deze vorm van zorg.

De projecten in het kader van het landelijke programma ‘Een (t)huis, een toekomst’ die in 2022 zijn afgerond, zijn geëvalueerd. Uit de evaluatie blijkt dat het lokale niveau het beste past bij deze projecten. De projecten zijn dan ook overgedragen aan de regiogemeenten waar het project is uitgevoerd. In 2022 zijn er regionaal gesprekken gevoerd over de toegang tot de opvangvoorziening. Voorlopig blijft de toegang tot de opvang bij de centrumgemeente belegd, wel is gewerkt aan het verbeteren van de kwaliteit van de centrale toegang en daarnaast de aansluitingen tussen de centrale toegang voor de opvang en de lokale toegangen Wmo, onder meer door een ‘regionaal uitvoeringsoverleg maatschappelijke opvang’.

6.4 Cliëntervaringen Wmo 2022 Voor de Wmo geldt dat (jaarlijks) een ervaringsonderzoek gehouden wordt onder cliënten (ceo). De doelgroep van het ceo Wmo zijn cliënten die in 2022 van de gemeente een individuele Wmomaatwerkvoorziening ontvingen. In totaal ontvingen 1008 cliënten een uitnodigingsbrief met het verzoek om deel te nemen aan het onderzoek, waarvan 426 cliënten de vragenlijst volledig hebben ingevuld; een respons van 42%. De belangrijkste bevindingen zijn: Driekwart van die cliënten weet waar zij moeten zijn: Driekwart van de cliënten uit Nissewaard (75%) weet voorafgaand waar zij terecht kunnen met hun hulpvraag. De bekendheid is daarmee vergelijkbaar met 2021 (77%). Gemiddeld genomen is in 2022 ruim de helft van de cliënten in 36

Nissewaard (60%) tevreden over de snelheid waarmee zij worden geholpen nadat zij zich melden met een hulpvraag. Dit is lager dan de afgelopen jaren (2019; 73%, 2020; 66%), maar vergelijkbaar met 2021 (58%). De bekendheid van onafhankelijke cliëntondersteuning is met 26% hoger dan de afgelopen jaren (2019; 21%, 2020; 22%, 2021; 21%). Huishoudelijke taken niet aankunnen is voornaamste reden om ondersteuning te zoeken: Meer dan de helft van de cliënten neemt contact op met de gemeente Nissewaard omdat ze het huishoudelijk werk niet meer aankunnen (53%). Bijna vier op de tien cliënten hadden zelf geen vervoersmogelijkheid en zochten daarom ondersteuning. Overbelasting als mantelzorger is voor 12% een reden om ondersteuning te zoeken. Cliënten zijn gevraagd naar andere redenen die meespeelden om contact op te nemen met de gemeente. (Bijna) vier op de tien cliënten zeggen dat de omgeving hen niet meer kon ondersteunen bij hun hulpvraag en kloppen daarom aan bij de gemeente (38%). Ruim een derde van de cliënten nam contact op met de gemeente omdat men niet wist waar en hoe zij ondersteuning konden regelen (36%). Circa drie op de tien cliënten werden naar de gemeente doorverwezen door de huisarts of andere zorgverlener.

Als laatst overzagen bijna een kwart van de cliënten (24%) het probleem en de keuzes rondom hun hulpvraag en de mogelijkheden voor ondersteuning niet meer, en zocht hierbij hulp van de gemeente. Cliënt voelt zich in Nissewaard serieus genomen: De cliënten zijn over het algemeen positief over hoe de gemeente met de hulpvraag omgaat. Vergeleken met vorig jaar is dit vergelijkbaar. Een ruime meerderheid van 90% van de cliënten vindt dat zij serieus werden genomen. De overgrote meerderheid van de cliënten (82%) merkt op dat er in het gesprek samen naar een oplossing voor de hulpvraag wordt gezocht. Keukentafelgesprek wordt goed gewaardeerd: Een ruime meerderheid van de cliënten vindt dat het keukentafelgesprek goed is verlopen. Het meest tevreden is men over de manier waarop er geluisterd werd door de medewerker tijdens het gesprek (83%) en het contact met de medewerker (86%). Circa acht op de tien cliënten zijn tevreden over de gekozen oplossing en de deskundigheid van de medewerker. De tevredenheid over het contact met de medewerker is ten opzichte van 2021 licht toegenomen. De tevredenheid over de manier waarop er geluisterd werd, de gekozen oplossing en de deskundigheid van de medewerker is licht afgenomen in vergelijking met het vorige jaar. Ruime meerderheid vindt kwaliteit van de ondersteuning goed: Men is doorgaans positief over de kwaliteit van de ondersteuning.

Circa driekwart vindt deze goed (74%) en passend bij de hulpvraag die men had (79%). Zowel de kwaliteit als passendheid is licht afgenomen vergeleken met 2021 (79% en 83%). Ruim acht op de tien cliënten vinden dat de ondersteuning die zij nu krijgen ook de best passende oplossing voor hun hulpvraag is. Cliënten die dat niet vinden zijn ontevreden met de hoeveelheid, consistentie of kwaliteit van de hulp. Goed rapportcijfer voor zorgaanbieders: Bijna iedereen (93%) is tevreden over de ondersteuning die zij hebben ontvangen van de zorgaanbieder. Zes op de tien cliënten geven een 8 of hoger. Een derde vindt de ondersteuning die zij ontvangen een 6 of 7 waard. De tevredenheid is vrijwel gelijk gebleven met vorige jaren. Gekeken naar de verschillende vormen van ondersteuning, valt op dat cliënten over elk type ongeveer even tevreden zijn. De scootmobiel en begeleiding krijgen met een 7,8 het hoogste rapportcijfer. Daarop volgen de hulp bij het huishouden en collectief vervoer met een 7,5. De rolstoel krijgt een 7,1 en de woonvoorziening/ woningaanpassing wordt gewaardeerd met een 7. Cliënten ondervinden positieve effecten door de ondersteuning: Cliënten ervaren positieve effecten van de ontvangen ondersteuning. Ruim driekwart (77%) kan zich beter redden.

Cliënten vinden de ondersteuning vooral bijdragen aan het onderhouden van sociale contacten, het op orde houden van het huishouden en de financiën. Iets minder cliënten (71%) zeggen dat ze een betere kwaliteit van leven hebben. Zeven op de tien cliënten (72%) kunnen beter de dingen doen die zij willen, dit is vergelijkbaar met 2021 (70%), maar nog lager dan de jaren ervoor. Niet iedereen is bekend met mogelijkheden voor mantelzorgondersteuning: Naast ondersteuning uit een Wmo-maatwerkvoorziening ontvangen veel cliënten ook op een andere manier ondersteuning. Iets meer dan de helft (53%) krijgt mantelzorg van de partner, buren of van 37

familieleden (2021: 47%). Meer dan vijf op de tien cliënten (56%) die mantelzorg ontvangen, denken dat diegene de zorg voor hen wel aan kan. Een aanzienlijk kleinere groep cliënten (15%) maakt gebruik van algemene voorzieningen, een particuliere schoonmaakdienst of een vrijwilliger, maatje of coach. Cliënten zijn niet altijd bekend met de mogelijkheden voor mantelzorgondersteuning. Ondersteuning in de vorm van een mantelzorgconsulent en het Steunpunt Mantelzorg zijn het minst bekend.

38

7. Gemeentelijke regierol Om de visie voor het sociaal domein te kunnen realiseren, is sturing en regie nodig vanuit de gemeente. In de overige programmalijnen ligt de sturing en regie op inhoudelijk en financieel gebied. Binnen de gemeentelijke regierol ligt de sturing op overkoepelend en randvoorwaardelijk gebied, bijvoorbeeld op gebied van visie, kwaliteit en rechtmatig & doelmatig handelen. Niet in de laatste plaats met als doel om de uitgaven en inkomsten in het sociaal domein met elkaar in evenwicht te brengen en de financiële voorspelbaarheid te vergroten. In dit hoofdstuk wordt uitleg gegeven over de financiën sociaal domein en het financiële risico. In paragraaf 7.3 wordt over de gehele breedte van de gemeentelijke regierol weergegeven wat we in 2022 hebben gedaan. 7.1 Het hek om budgetten sociaal domein Bij de start van de decentralisaties in 2015 heeft de raad besloten een financieel ‘hek’ om het sociaal domein te plaatsen. Dat wil zeggen dat alle middelen die we van het rijk krijgen voor het sociaal domein, plus alle gemeentelijke middelen die Spijkenisse en Bernisse in 2014 al beschikbaar hadden voor het sociaal domein, gezamenlijk een gesloten systeem vormen. Binnen de budgetten van het sociaal domein kunnen verschuivingen plaatsvinden, al naar gelang behoefte.

Zo kunnen tekorten op het ene beleidsveld binnen het sociaal domein, gecompenseerd worden door overschotten elders binnen het ‘hek’. Feitelijk zijn er twee aparte hekken; één om de lokale taken sociaal domein en één om de centrumtaken Wmo. In 2022 gaat in het sociaal domein circa € 128 miljoen om, exclusief de centrumtaken voor de Wmo. Dit is zo’n € 8 miljoen meer dan over 2021. Dat heeft vooral te maken met gestegen kosten als gevolg van indexering en de nieuwe regeling energietoeslag (circa € 6 miljoen). De uitgaven zijn grofweg onder te verdelen in de volgende grote onderdelen:  Ongeveer € 40 miljoen wordt besteed aan taken of producten die andere partijen leveren en die wij via een inkoopopdracht of subsidieverlening bekostigen. Dit betreft met name Wmoen Jeugdwet-taken.  Ongeveer een kwart van het sociaal domeinbudget wordt gebruikt voor uitkeringen (ongeveer € 32 miljoen).  Ongeveer 19% van het sociaal domein-budget gaat naar de GR-JR voor specialistische jeugdhulp (circa € 24 miljoen).  Ruim € 11 miljoen wordt besteed aan re-integratie en werkvoorziening voor uitkeringsgerechtigden en WSW-ers (mensen die onder de Wet Sociale Werkvoorziening vallen).  Circa € 6,5 miljoen gaat naar onderwijsbeleid (exclusief huisvesting), zoals onderwijsachterstandenbeleid, kinderopvang, leerplicht en bestrijding voortijdig schoolverlaten.

 Circa € 4 miljoen betreft uitgaven voor armoedebestrijding (exclusief regeling energietoeslag).  Aan de GR GGD Rotterdam Rijnmond wordt € 0,7 miljoen betaald voor taken op grond van de Wet Publieke Gezondheid, Wmo kwaliteitstoezicht (incl. toezicht centrumtaken) en toezicht op de kinderopvangorganisaties.  Circa € 0,5 miljoen betreft persoonsgebonden budgetten Wmo en Jeugdwet. Aan Wmo-centrumtaken wordt hiernaast bijna € 16 miljoen besteed over 2022. Dit is fors minder dan in 2021. Dat heeft te maken met de overgang van een doelgroep naar de Wet langdurige zorg (Wlz), waardoor gemeenten voor deze doelgroep ook geen kosten meer dragen. De uitgaven zijn grofweg onder te verdelen in de volgende grote onderdelen: 39

  

Binnen Beschermd Wonen is ongeveer € 10 miljoen uitgegeven aan wonen met begeleiding van volwassenen die door psychische of psychosociale problemen behoefte hebben aan intensieve en onplanbare ondersteuning en/of toezicht. In totaal wordt € 2,8 miljoen uitgegeven aan het opvangen en begeleiden van jongvolwassenen, alleenstaanden en gezinnen die dakloos zijn. Een bedrag van € 3 miljoen is bestemd voor het regionaal bestrijden van huiselijk geweld en kindermishandeling en het opvangen van personen die wegens geweld de thuissituatie hebben moeten verlaten.

In de Ontwikkelagenda is als doel opgenomen dat het aantal rechtmatigheidsfouten en -onzekerheden onder de gemeentelijke goedkeuringstolerantie moet blijven van respectievelijk 1% en 3% van de lasten van de begroting van het sociaal domein. Zie onderstaande tabel voor de bedragen zoals vermeld in de accountantsverslagen van de gemeente Nissewaard. Tabel 26. Percentage rechtmatigheidsfouten en -onzekerheden

Bedrag fout (max. 1%)9 Bedrag onzeker (max. 3%)

2021

Blijft in 2021 onder 1% en 3%

2022

Blijft in 2022 onder 1% en 3%

€0

€0

€ 1.135.000

€ 833.000

De onzekerheid betreft uitsluitend zorgaanbieders die voor minder dan € 75.000 per jaar aan hulp en ondersteuning leveren. Om de administratieve lasten te verlagen, vragen wij aan die kleine zorgaanbieders geen goedkeurende accountantsverklaring. Onze accountant neemt daarom die bedragen geheel als ‘onzeker’ mee. In de perspectiefnota, is de stand van de stelpost sociaal domein en van de reserve sociaal domein opgenomen. Op pagina 19 is de stelpost te vinden, op pagina 21 de reserve sociaal domein. Het document is via deze link perspectiefnota in te zien. Hier is ook een overzicht te zien van (invulling van) openstaande taakstellingen. In de Ontwikkelagenda is als doel opgenomen dat er vanaf 2024 bij het opstellen van de begroting (minimaal) € 500.000 onbestemd is op de stelpost sociaal domein. In 2022 werd van het Rijk een vergoeding van € 32.453.390 ontvangen voor BUIG om hiermee de uitkeringen10 en de loonkostensubsidies te voldoen. De uitgaven aan uitkeringen en loonkostensubsidies bedroegen in 2022 circa € 32,2 miljoen. Derhalve was het Rijksbudget voldoende om de uitgaven aan uitkeringen en loonkostensubsidies te kunnen dekken. 7.2 Risico’s en beheersing hiervan over 2022 De volgende risico’s in het sociaal domein, waren onderdeel van de risicoparagraaf in de begroting en jaarrekening 2022 en daarmee onderdeel van de top 25 grootste risico’s binnen de gemeente.

Top 25 van risico’s (alleen sociaal domein)

Kans %

4. De begroting/meerjarenraming Sociaal Domein is onzeker. In het Sociaal Domein zijn immers vele onzekerheden waaronder de lasten van jeugdhulp en Wmo-ondersteuning, het behalen van de taakstellingen, het rijksbeleid en de rijksfinanciën. Hierdoor zijn zowel de lasten als de baten

80%

9

Max. fin. Invloed gevolg € 2.000.000 6,29%

Voor fouten geldt een rapporteringstolerantie van € 300.000. De fouten zijn hieronder gebleven. Het betreft uitkeringen op grond van de Participatiewet, de Ioaw en Ioaz en het Besluit Bijstand Zelfstandigen.

10

40

lastig te prognosticeren. Conform het landelijke beeld heeft ook Nissewaard te maken met stijgende lasten voornamelijk op jeugdhulp. 11. De krapte op de arbeidsmarkt voor jeugdhulp en Wmo neemt steeds 80% verder toe. Hierdoor ontstaan wachtlijsten en ontvangen jeugdigen langer overbruggingszorg en wordt er minder gericht zorg verleend (omdat deze vanwege de personeelskrapte niet beschikbaar is). Gevolg is dat jeugdigen langer jeugdhulp nodig hebben en minder snel uitstromen. Dit geldt eveneens voor de mensen die Wmo-ondersteuning ontvangen. 19. Als gevolg van de toename van de meldingen van inwoners bij 75% schuldhulpverlening en verstrekking van bijzondere bijstand bestaat het risico dat er te weinig ambtelijke capaciteit is om deze pieken in aanvragen op te vangen. Hierdoor worden aanvragen te laat in behandeling genomen of is de doorlooptijd langer dan gewenst

€ 3.000.000 3,14%

€ 300.000

0,98%

De financiële situatie (risico nummer 4) is zorgelijk. Dit heeft voor een groot deel te maken met (te) lage vergoedingen door het rijk, beperkte keuzevrijheid (bijvoorbeeld strakke wetgeving in Participatiewet, abonnementstarief Wmo en wettelijke verwijzers naar jeugdhulp) en complexer wordende ondersteuningsvragen (bijvoorbeeld meer mensen met arbeidsbeperking in Participatiewet, grotere problematiek in Wmo en jeugdhulp). We krijgen steeds beter inzicht in wat er gebeurt, zowel door nieuwe of betere monitoring, data-analyse als door inzet van accountmanagement, toezicht en kwaliteitswerk. Voorbeelden hiervan zijn: - Het aanpassen van contractafspraken op Wmo en jeugdhulp, zodat vaker basis-begeleiding kan worden ingezet, in plaats van specialistische begeleiding. - Het koppelen van gegevens inzake Wet langdurige zorg (inmiddels mogelijk geworden), om dubbelingen met Wmo te voorkomen en hieromtrent een structureel proces in te richten. - Het snel identificeren van stijgende kosten op een voorziening, hierop analyse uitvoeren en waar mogelijk op ingrijpen. Uit recent onderzoek11 blijkt dat Nissewaard aan de goede kant van het gemiddelde zit, als je kijkt naar kosteneffectiviteit van inkoop in de jeugdhulp.

Hieruit blijkt onder andere dat open housecontracten met de mogelijkheid van tussentijdse toetreden, zoals we in Nissewaard voor veel jeugdhulp en Wmo-voorzieningen hebben, kosteneffectiever is dan andere vormen van inkoop. Met betrekking tot risico nummer 11 wordt de transformatie van persoonsgebonden voorzieningen naar algemeen toegankelijke voorzieningen en inzet van vrijwilligers en informele hulp, steeds urgenter. Daarom zijn we met andere gemeenten en organisaties die ondersteuning en hulp bieden, in gesprek om die mogelijkheden concreet te maken. Inzet op de integrale ingang is hier een voorbeeld van. De krapte op de arbeidsmarkt is echter niet op te lossen op gemeentelijk niveau en daarmee ook een realiteit waar we in de praktijk mee moeten werken. Risico 19 heeft zich niet voorgedaan; er is slechts beperkte toename geweest van armoederegelingen en afname van schuldhulpverlening. Met name omdat (in het verleden) veel in geïnvesteerd in automatisering (snelbalie) en in 2023 de mogelijkheid is gecreëerd voor ambtshalve toekenningen van armoederegelingen aan reeds bekende minima, is de verwachting dat dit punt geen risico meer is.

11

Jongleren in de jeugdzorg, empirisch onderzoek naar de relatie tussen inkoop en kostendoelmatigheid van de jeugdzorg in Nederlandse gemeenten. Jos L.T. Blank, Alex A.S. van Heezik en Vivian G. Valdmanis, Stichting Instituut Publieke Sector Efficiëntie Studies (juni 2023). Link: Kostendoelmatigheid jeugdzorg

41

7.3 Wat hebben we in 2022 gedaan binnen programmalijn gemeentelijke regierol Naast de reguliere (wettelijke) taken, zoals het uitvoeren van onze regierol in het sociaal domein (zie paragraaf 1.2) en de planning & control-werkzaamheden, hebben we de volgende taken uitgevoerd:  We hebben de wijze van samenwerking m.b.t. Voorne-Putten Werkt aangepast naar aanleiding van de fusie Voorne aan Zee, inclusief het realiseren van het stoppen van dienstverlening inzake de Participatiewet en aanverwante wetten voor de gemeente Brielle.  We hebben enkele snel uitvoerbare besparingsmaatregelen in het sociaal domein doorgevoerd, ter hoogte van € 850.000 structureel en daarnaast € 100.000 over 2023 en 2024.  We hebben verder gewerkt aan het realiseren van de integrale ingang en de gemeentelijke toegang.  We hebben verder gewerkt aan een versterkte informatievoorzieningsfunctie, en het beter sturen op het vastleggen van relevante data, zodat monitoring en analyses beter mogelijk zijn ten behoeve van de sturing van het sociaal domein.  We hebben een Ontwikkelagenda sociaal domein opgesteld, waarin doelen zijn benoemd en inspanningen, oftewel acties om de doelen te kunnen bereiken. De Ontwikkelagenda geldt voor deze raads- en collegeperiode.

 We hebben het beleidskader sociaal domein opgesteld (vastgesteld door de raad begin 2023), waarmee we het eerste deel hebben bereikt van de volgende doelstelling in de Ontwikkelagenda ‘we hebben een vastgestelde gedeelde visie op het sociaal domein als geheel, waar in de praktijk mee wordt gewerkt’.  Onze lokale accountmanagers hebben ook in 2022 samen met alle gecontracteerde partijen gewerkt aan stevig contractmanagement. Vanwege corona is er het eerste half jaar nog aandacht besteed aan de zorgcontinuïteit Wmo en jeugdhulp en de financiële weerbaarheid van gecontracteerde en/of gesubsidieerde zorgaanbieders.  Tevens hebben we in 2022 enkele aanpassingen gedaan in de open house-contracten, onder andere ten behoeve van de nieuwe inkoop daginvulling jeugd welke ingaat in 2023 en ten behoeve van het makkelijker op- en afschalen bij enkele voorzieningen, met name Wmobegeleiding.  Toezichthouders hebben een opleiding tot Bijzonder Opsporingsambtenaar (BOA) gevolgd, waardoor zij nu ook strafrecht onderzoek kunnen doen. Het meldpunt zorgfraude is gelanceerd. Dit is een meldpunt waar inwoners terecht kunnen om signalen en/of vermoedens van zorgmisbruik en zorgfraude te melden. In november is een derde toezichthouder geworven, die in januari 2023 is gestart. 7.4 Tot slot Het sociaal domein is breed en complex.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13327636/3