Bestuursverslag Sociaal Domein over 2022
Tekst van het document
Bestuursverslag Sociaal Domein over 2022
datum augustus 2023 versie 0.1 Auteur(s)
Indra Caerteling; Chao Chen, Fatjeta Salihu – Sadriu, Frans Verhoeks
Inhoudsopgave Inhoudsopgave........................................................................................................................................ 2 1. Inleiding........................................................................................................................................... 3 1.1 Leeswijzer.................................................................................................................................... 3 1.2 Hoe we het sociaal domein inrichten ......................................................................................... 3 1.3 Disclaimer.................................................................................................................................... 5 2. Samenvatting .................................................................................................................................. 6 2.1 Sterke samenleving ..................................................................................................................... 6 2.2 Bestaanszekerheid ...................................................................................................................... 6 2.3 Opvoeden en opgroeien .............................................................................................................
6 2.4 Kwetsbare volwassenen.............................................................................................................. 7 2.5 Gemeentelijke regierol ............................................................................................................... 7 3. Sterke samenleving ......................................................................................................................... 8 3.1 Verenigingen, vrijwilligers en actieve inwoners ......................................................................... 8 3.2 Eenzaamheid ............................................................................................................................... 9 3.3 Mantelzorg .................................................................................................................................. 9 3.4 Wat hebben we in 2022 gedaan binnen programmalijn sterke samenleving .......................... 10 4. Bestaanszekerheid ........................................................................................................................ 12 4.1 Ontwikkeling aantal uitkeringen ............................................................................................... 12 4.2 Instroom en uitstroom ..............................................................................................................
14 4.3 Populatie in de bijstand ............................................................................................................ 15 4.4 Inburgering ................................................................................................................................ 16 4.5 Laaggeletterdheid ..................................................................................................................... 17 4.6 Preventie en aanpak van schuldproblematiek.......................................................................... 18 4.7 Aanpak van armoede ................................................................................................................ 19 4.8 Wat hebben we in 2022 gedaan binnen programmalijn bestaanszekerheid ........................... 20 4.8 Cliëntervaringen Participatiewet .............................................................................................. 21 5. Opvoeden en opgroeien ............................................................................................................... 23 5.1 Ontwikkeling jeugdigen met indicatie jeugdhulp ..................................................................... 23 5.2 Soorten jeugdhulp.....................................................................................................................
24 5.3 Verwijzers naar jeugdhulp ........................................................................................................ 27 5.4 Voor- en vroegschoolse educatie ............................................................................................. 27 5.5 Schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten ............................................................................. 29 5.5 Wat hebben we in 2022 gedaan binnen programmalijn opvoeden en opgroeien .................. 30 5.6 Cliëntervaringen Jeugdwet 2022 .............................................................................................. 31 6. Kwetsbare volwassenen................................................................................................................ 32 6.1 Wmo-gebruik van lokale voorzieningen ................................................................................... 32 6.2 Opvang en beschermd wonen .................................................................................................. 34 6.3 Wat hebben we in 2022 gedaan binnen programmalijn kwetsbare volwassenen .................. 35 6.4 Cliëntervaringen Wmo 2022 ..................................................................................................... 36 7.
Gemeentelijke regierol ................................................................................................................. 39 7.1 Het hek om budgetten sociaal domein ..................................................................................... 39 7.2 Risico’s en beheersing hiervan over 2022 ................................................................................ 40 7.3 Wat hebben we in 2022 gedaan binnen programmalijn gemeentelijke regierol ..................... 42 7.4 Tot slot ...................................................................................................................................... 42
2
1. Inleiding In dit bestuursverslag geven wij een breed beeld over het sociaal domein Nissewaard in 2022. Nadruk ligt op de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Ook de Wet inburgering, armoedebestrijding, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en onderwijs(achterstanden) komen in het bestuursverslag aan bod. De informatie in dit verslag geeft de feitelijke (cijfermatige) staat van het sociaal domein in Nissewaard. Daarnaast is kwalitatieve informatie toegevoegd over bijvoorbeeld cliëntervaring en verrichte inspanningen in het sociaal domein om doelen beter te bereiken. Dit bestuursverslag kan de raad ondersteunen bij de kaderstellende en controlerende rol. 1.1 Leeswijzer Het sociaal domein is ingedeeld in vijf programmalijnen. Per programmalijn zijn doelen en inspanningen geformuleerd, die zijn vastgelegd in de Ontwikkelagenda deel 1 (vastgesteld door de raad) en deel 2 (vastgesteld door het college). Dit bestuursverslag hanteert eveneens de vijf programmalijnen en geeft onder andere inzicht in de vorderingen van doelen en inspanningen per programmalijn. Het bestuursverslag kent na deze inleiding (hoofdstuk 1) en de samenvatting (hoofdstuk 2) de volgende hoofdstukken: Sterke samenleving (hoofdstuk 3): Dit hoofdstuk bevat informatie over vrijwilligers, actieve inwoners, mantelzorg en eenzaamheid.
Andere onderdelen van de sterke samenleving, zoals gezonde verenigingen, netwerksamenwerking en sociale inclusie staan qua meting nog in de kinderschoenen. Naar verwachting zal in het volgende bestuursverslag hierover meer informatie beschikbaar zijn, al zullen op onderdelen ook nog meetinstrumenten moeten worden ontwikkeld. Bestaanszekerheid (hoofdstuk 4): Onder het hoofdstuk bestaanszekerheid vindt u gegevens over de Participatiewet, inburgering, laaggeletterdheid, armoede en schulden. In volgende bestuursverslagen zal informatie rondom ontwikkeling van uitkeringsgerechtigden met grotere afstand tot de arbeidsmarkt worden opgenomen. Opvoeden & Opgroeien (hoofdstuk 5): In dit hoofdstuk vindt u informatie over jeugdhulp, voor- en vroegschoolse educatie en onderwijs op de onderdelen verzuim en voortijdig schoolverlaten. Kwetsbare volwassenen (hoofdstuk 6): Binnen dit hoofdstuk vindt u informatie over de Wmo, onderverdeeld in lokale taken en taken die we als centrumgemeente uitvoeren. In latere bestuursverslagen zal ook informatie worden opgenomen over multiproblematiek (vanaf het verslag over 2024, wanneer wetgeving hieromtrent is ingevoerd). Gemeentelijke regierol (hoofdstuk 7): De gemeentelijke regierol gaat over financiële houdbaarheid, visie, kwaliteit en rechtmatig & doelmatig handelen.
1.2 Hoe we het sociaal domein inrichten Het sociaal domein bestaat uit verschillende typen preventie, hulp en ondersteuning. De inrichting van het sociaal domein blijft continu in ontwikkeling. Het sociaal domein is onder te verdelen in de sterke samenleving (blauwe kleur in het schema), de integrale ingang voor inwoners met vragen, de gemeentelijke toegang voor indicatie tot persoonsgebonden voorzieningen (middendeel) en de persoonsgebonden voorzieningen in het grijze vlak. Voor de persoonsgebonden voorzieningen is handhaving en toezicht ingericht. Het versterken van de samenleving en het uitvoeren van de integrale ingang, doen we samen met onze (kern)partners. In onderstaand schema geeft de brede groene balk aan de bovenzijde de gemeentelijke rol weer om regie te voeren over het sociaal domein. De gemeente werkt actief aan het realiseren van de maatschappelijke doelen met de instrumenten die ons vanuit wettelijke kaders ter beschikking staan. Dit betekent: 3
dat de samenleving zodanig wordt versterkt dat er betere condities zijn voor inwoners om problemen te voorkomen en om zichzelf en elkaar te helpen, dat er voldoende passende voorzieningen zijn die inwoners effectief kunnen ondersteunen bij hun hulpvragen, dat de uitvoerende partners voldoende met elkaar samenwerken waar dit nodig is, dat de kwaliteit van de geboden ondersteuning voldoende is, en dat de rechtmatigheid is gewaarborgd. In onze visie uit 2017, het Thuis in de Wijk-concept, is geschetst welke transformatiebeweging wenselijk is om het sociaal domein toekomstbestendig te maken. Deze transformatiebeweging is gebaseerd op de landelijke uitgangspunten die aan de decentralisaties ten grondslag lagen, namelijk uitgaan van de leefwereld van de inwoners, dichterbij en meer toegesneden op de individuele situatie. Deze visie is geactualiseerd in het beleidskader sociaal domein, dat begin 2023 door de raad is vastgesteld.
De transformatie richtte zich in eerste instantie met name op het blauwe deel van het schema, namelijk versterken van eigen kracht, preventie en algemeen toegankelijke voorzieningen voor kwetsbare inwoners. Dit vormt het ‘voorveld’ en noemen we Thuis in de Wijk. Momenteel werken we in bredere zin aan het versterken van de inclusieve samenleving en daarbinnen aan het opzetten en verbeteren van netwerken van organisaties die hierin actief zijn. Het gaat dan zowel om organisaties van vrijwilligers als van professionals. Hiermee willen we vroegsignalering en samenwerking versterken, zodat vragen en problemen van inwoners eerder en veel meer samen kunnen worden opgelost. Daarbij hebben we de wijkgerichte insteek die het Thuis in de Wijkconcept oorspronkelijk had, losgelaten. Deze doorontwikkeling heeft geleid tot hernoeming van het Thuis in de Wijk-concept naar ‘Thuis in Nissewaard’. Hierover zal in de laatste maanden van 2023 een communicatiecampagne starten. De afgelopen jaren is ook helder geworden dat het versterken van de samenleving niet automatisch leidt tot vermindering van hulp in persoonsgebonden voorzieningen (zie bijvoorbeeld het rapport van SCP ‘Sociaal domein op koers?’ uit november 2020). Dit vergt regievoering en sturing. Daarom geven we stap voor stap de integrale Thuis in de Wijk-Ingang vorm (in het schema zichtbaar door de ‘huisjes’).
Hierin bieden verschillende organisaties in een samenwerkingsverband, informatie en advies aan inwoners en voeren zij vraagverheldering uit op vraagstukken die meer nodig hebben dan alleen een advies. De integrale ingang wordt in 2023 gerealiseerd en vergt daarna verdere 4
doorontwikkeling. Doel van deze ingang is tweeledig. Enerzijds dat door gebundelde expertise de vraag van de inwoner en diens huishouden breder kan worden verkend zodat eerder de juiste ondersteuning kan worden geboden. Anderzijds dat er zoveel mogelijk oplossingen binnen het eigen netwerk en voorzieningen in het voorveld kunnen worden gerealiseerd, zodat minder persoonsgebonden voorzieningen nodig zijn. De ingang moet er dus voor zorgen dat als oplossingen in eigen netwerk en het voorveld nog onvoldoende worden gebruikt, hier actief naar wordt toegeleid. Indien er toch een of meer persoonsgebonden voorzieningen nodig lijken, wordt die vraag doorgeleid naar de gemeentelijke toegang. In de gemeentelijke toegang die momenteel in herontwikkeling is, wordt bepaald of er een persoonsgebonden voorziening nodig is en zo ja, wat precies en met welk doel en te behalen resultaat. Dit wordt vastgelegd in een beschikking. Ook de uitvoerende partij wordt op dat moment gekozen (indien niet de gemeente zelf de uitvoerder is). Tijdens inzet van de persoonsgebonden voorziening wordt gemonitord in hoeverre het (deel)resultaat wordt bereikt en er meer, minder of andere ondersteuning wenselijk is.
Zonder deze monitoring, is onze ervaring met Wmo en Jeugdwet, dat hulp die we niet zelf uitvoeren steeds wordt verlengd met als gevolg dat de kosten oplopen, maar ook dat de beschikbaarheid van hulp voor nieuwe cliënten onder druk komt te staan (wachtlijsten). Bij samenhangende hulpvragen wordt er casusregie ingezet zodat de benodigde hulp goed op elkaar aansluit en elkaar versterkt in het bereiken van de gestelde doelen. Wanneer de situatie zeer complex is en het doelbereik in het geding komt, kan er procesregie vanuit de gemeente worden ingezet die het proces begeleidt en zorgt dat barrières om te komen tot goede oplossingen worden geslecht. In 2023 vindt de benodigde besluitvorming plaats, waarna eind 2024 de toegang volledig is gerealiseerd. Het grijze vlak betreft de geïndiceerde persoonsgebonden voorzieningen zelf, die worden uitgevoerd door uitvoerende partijen (Jeugdwet en Wmo) of de gemeente (Participatiewet en Wgs). We werken hierbij samen in regionale samenwerkingsverbanden, zoals Voorne-Putten Werkt (VPW), de arbeidsmarktregio, de samenwerking op Wmo-centrumtaken en de gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond (GR JR). Persoonsgebonden voorzieningen zullen altijd een belangrijke rol spelen in het sociaal domein en een groot deel van de middelen wordt hieraan besteed.
Ook binnen de persoonsgebonden voorzieningen geven we daarom vorm aan de transformatie om het sociaal domein toekomstbestendig te maken. Dat brengt ons weer bij de gemeentelijke regievoering en sturing als cruciale rol om transformatie binnen het sociaal domein te realiseren. Om grip te hebben op het sociaal domein en te kunnen sturen, moeten we voldoende en toegankelijke informatie hebben en een werkwijze om hieraan opvolging te geven. Ook moeten we duidelijk onze visie en gewenste resultaten voor ogen hebben en keuzes maken wat wel en wat niet te doen (beleid). Als we zelf de taken niet uitvoeren, kunnen we met verschillende instrumenten hierop sturen, zoals inkoop en subsidie, kwaliteitstoezicht (via landelijke inspectie of GGD), rechtmatigheidstoezicht (via gemeentelijke toezichthouders), accountmanagement om te borgen dat (contract)afspraken worden nagekomen (op zorgaanbieders en werkgevers) en casus- en procesregie om de goede voortgang op casusniveau te sturen. 1.3 Disclaimer Cijfers die gebruikt zijn, zijn over 2022 veelal nog niet definitief. Dit betekent dat in het bestuursverslag over 2023 mogelijk net afwijkende cijfers worden gepresenteerd over 2022 dan in het onderliggende bestuursverslag. De cijfers over 2021 zijn grotendeels wel definitief. De cijfers over jeugd in 2021 in het vorige bestuursverslag, waren niet overal betrouwbaar.
Dit is in het vorige bestuursverslag aangegeven, waar dit van toepassing was. Dit leidt ertoe dat de cijfers over 2021 in dit bestuursverslag relatief vaker/meer afwijken van de cijfers over 2021 in het vorige bestuursverslag. Op hoofdlijnen komen de gemelde bewegingen wel overeen. 5
2. Samenvatting In deze samenvatting is de belangrijkste cijfermatige informatie uit dit bestuursverslag weergegeven. Dit betekent dat informatie over cliëntervaringen en wat er op het desbetreffende gebied in 2022 is gedaan, ontbreekt in de samenvatting. Alleen de samenvatting over gemeentelijke regierol bevat niet-cijfermatige informatie. 2.1 Sterke samenleving Het percentage inwoners dat vrijwilligerswerk verricht ligt in Nissewaard (34%) lager dan het landelijke gemiddelde (41%). Ten opzichte van de vorige meting is landelijk het percentage vrijwilligers gedaald, terwijl dit in Nissewaard gelijk is gebleven. In totaal heeft 56% van de Nissewaardse inwoners deelgenomen aan activiteiten in bijv. wijkcentrum of verenigingen. Dit is ongeveer evenveel als landelijk gemiddeld, maar voor Nissewaard een grote stijging (2020: 47%). In Nissewaard zijn net iets meer mensen sterk eenzaam (12%) dan landelijk (11%). In Nissewaard zijn 65-plussers vaker ernstig eenzaam (13%) dan de jongere leeftijdsgroepen (11%). Landelijk is 13% van de inwoners mantelzorger voor meer dan 7 uur per week. In Nissewaard geeft 19% aan mantelzorger te zijn (geen urenbeperking). Als we kijken naar inwoners die aangeven meer dan 7 uur per week mantelzorg te verrichten, dan ligt het percentage lager, namelijk op 9%-10%.
Het bereik van de mantelzorgondersteuning door MEE en SWO is in 2022 met 16% gestegen ten opzichte van 2021. De stijging heeft zich geheel voorgedaan bij SWO. 2.2 Bestaanszekerheid In totaal ontvangen 2045 huishoudens eind 2022 van de gemeente Nissewaard een uitkering, een daling van 6,4% ten opzichte van een jaar eerder. In het koersplan is het doel gesteld dat er eind 2022 maximaal 2200 uitkeringsgerechtigden zijn. Dit doel is dus ruim behaald. Het aantal bijstandsgerechtigden per 1000 inwoners zit in Nissewaard boven het landelijk gemiddelde, maar ruim binnen de marge van 50% meest gemiddelde gemeenten in Nederland. De daling van het aantal uitkeringsgerechtigden komt met name door lagere instroom. De daling is te zien binnen alle leeftijdscategorieën, behalve bij jongeren tot 27 jaar. De netto arbeidsparticipatie is minder gestegen dan landelijk en is nu lager dan de range van 50% meest gemiddelde gemeenten. Het percentage kinderen dat opgroeit in een bijstandsgezin is wederom gedaald en ligt voor het eerst binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten. In totaal wordt ten behoeve van 123 personen met een arbeidsbeperking loonkostensubsidie ingezet (doel is 150 eind 2024). Op 31-122022 zijn er 230 lopende inburgeringstrajecten en in 2022 hebben in totaal 944 mensen gebruik gemaakt van het aanbod van het DigiTaalhuis.
Het aantal trajecten in schuldhulpverlening daalt al jaren sterk en staat op 433 trajecten op 31-12-2022. De daling van mensen in schuldtrajecten is een landelijk beeld, waarbij de meest waarschijnlijke verklaring is dat inzet op preventie en vroegsignalering zijn vruchten afwerpt. Het aantal signalen vroegsignalering, dat sinds 2021 in de wet is verankerd, is namelijk sterk gestegen naar 3617 ontvangen signalen in 2022. In 2022 zijn 582 personen ook daadwerkelijk bereikt met een vorm van advies. Het gemiddeld schuldbedrag was in 2022 € 32.825 en ligt lager dan het landelijk gemiddelde. Binnen de armoederegelingen is het gebruik van de individuele inkomenstoeslag (inclusief kindtoeslag) en de Rotterdampas gestegen. Het gebruik van de collectieve ziektekostenverzekering en de energiebijdrage voor ouderen is gedaald. 2.3 Opvoeden en opgroeien Het percentage jeugdigen tot 18 jaar met jeugdhulp in natura ligt weer hoger dan de range van 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland. Na eenmalig in 2021 net binnen de range te zijn gebleven, heeft een stijging van jeugdhulp ervoor gezorgd dat we dit niet hebben kunnen volhouden. Het aantal jeugdigen met jeugdhulp tot 23 jaar is gestegen met 3,3% naar 2645. Het aantal lopende jeugdhulp-trajecten in natura is wel gedaald in 2022, namelijk met 12,6%. Ook de 6
persoonsgebonden budgetten zijn gedaald van 39 eind 2021 naar 9 eind 2022. Het percentage jeugdigen met jeugdhulp met verblijf is sterker gedaald dan landelijk en ligt nog wel boven de range van 50% meest gemiddelde gemeenten. Het aantal jeugdigen met jeugdhulp met verblijf (210) is alleen in 2019 zo laag geweest als over 2022. Ook 18-plussers met jeugdhulp met verblijf is gedaald, al ligt dat percentage nog hoger dan de range van 50% meest gemiddelde gemeenten. Jeugdigen met jeugdbescherming is gedaald en ligt nu voor het eerst net binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten. Het aantal peuters die in aanmerking komen voor voor- en vroegschoolse educatie is sterk gestegen van 298 in 2021 naar 416 in 2022. Het bereik is ongeveer vergelijkbaar met 2021, namelijk 75%. Het schoolverzuim is gedaald, maar ligt (ruim) twee keer zo hoog als het landelijk gemiddelde (was in 2021 drie keer zo hoog). Met betrekking tot voortijdig schoolverlaten heeft de stijging van vsv-ers doorgezet en ligt het percentage voortijdig schoolverlaters boven de range van 50% meest gemiddelde gemeenten. Nissewaard is wel beter dan landelijk in staat om voortijdig schoolverlaters weer terug te leiden naar onderwijs. 2.4 Kwetsbare volwassenen In 2021 is het aantal Wmo-cliënten gestegen met 2,2% naar 6827 op 31-12-2022. Alleen in 2019 was dit aantal hoger.
Het aantal meldingen Wmo is gestegen met 12,8% en is niet eerder zo hoog geweest. Collectief vervoer heeft de meeste gebruikers (4565), en is na een daling in 2021 in 2022 stabiel gebleven. Huishoudelijke hulp heeft de op een na meeste gebruikers (2385) en is na een stijging in 2021 ook in 2022 wederom gestegen met 2%. Het aantal Wmo-cliënten per 1000 inwoners ligt in Nissewaard beduidend hoger (86 per 1000) dan het landelijk gemiddelde (67 per 1000), en het verschil is in 2022 iets toegenomen. In totaal zijn er op 31-12-2022 op lokale Wmo-voorzieningen (dus zonder verblijf) 77 persoonsgebonden budgetten, ten opzichte van 81 pgb’s in 2021. Het aantal inwoners van Nissewaard met een indicatie beschermd wonen, is ten opzichte van 2021 met 10% gestegen naar 55 inwoners. Hiervan is er een persoon met een persoonsgebonden budget beschermd wonen. Op 31 december 2022 waren er 29 dak- en thuislozen met een briefadres op de Raadhuislaan 106. Eind 2021 waren dat er 38. 2.5 Gemeentelijke regierol Met het sociaal domein Nissewaard is lokaal een bedrag van € 128 miljoen gemoeid en daarboven nog eens € 16 miljoen voor regionale Wmo-centrumtaken. Voor de lokale taken is ongeveer € 8 miljoen meer beschikbaar dan in 2021, met name door indexering en de energietoeslag (€ 6 miljoen).
Voor de centrumtaken is minder beschikbaar, met name door overgang van een doelgroep binnen Beschermd Wonen naar de Wet langdurige zorg. De geconstateerde rechtmatigheidsfouten en -onzekerheden bleven in 2022 onder de goedkeuringstolerantie. De uitgaven aan uitkeringen en loonkostensubsidie waren lager dan de daarvoor beschikbare rijksuitkering BUIG. Op een bedrag van ongeveer € 32 miljoen, bedroeg dit ongeveer € 200.000. Uit de opgenomen risico’s blijkt dat de financiële situatie zorgelijk blijft. Dit heeft voor een groot deel te maken met (te) lage rijksbudgetten, beperkte keuzevrijheid (bijvoorbeeld strakke wetgeving in Participatiewet, abonnementstarief Wmo en andere wettelijke verwijzers naar jeugdhulp), krapte op de arbeidsmarkt en complexere ondersteuningsvragen (bijvoorbeeld meer mensen met arbeidsbeperking in de Participatiewet, grotere problematiek in Wmo en jeugdhulp). De risico’s zijn deels beheersbaar, bijvoorbeeld door goede inkoop (Nissewaard scoort hierin beter dan gemiddeld) en monitoring van data en hierop acties ondernemen. Een deel van de risico’s, zoals de onvoorspelbare rijksinkomsten, de complexere vraag en de krapte op de arbeidsmarkt, zal echter blijven bestaan.
7
3. Sterke samenleving Een sterke samenleving bestaat uit gezonde verenigingen en netwerken, uit inwoners die zich voor andere mensen inzetten en uit organisaties die dit versterken en faciliteren. Er vinden veel activiteiten plaats die bijdragen aan het welbevinden en de ontwikkeling van inwoners, problemen worden samen opgelost en kwetsbare inwoners vinden ondersteuning bij zaken die voor hen lastig zijn. Het is een inclusieve samenleving, waarin iedereen een volwaardige plek heeft en naar vermogen kan meedoen, zonder onderscheid te maken tussen mensen. In dit hoofdstuk staat vooralsnog alleen informatie over vrijwilligers en actieve inwoners, eenzaamheid en mantelzorg, Dit zal in de toekomst verder worden uitgebreid met andere gegevens. Tot slot beschrijven we wat in 2022 op hoofdlijnen is gedaan op dit onderdeel van het sociaal domein. De Nissewaard Peiling ten behoeve van gegevens in dit hoofdstuk is begin 2023 uitgevoerd, maar in dit bestuursverslag opgevoerd onder 2022. Het betrof een verkorte peiling met alleen de vragen die voor dit bestuursverslag relevant zijn. Dit kan van invloed zijn op de uitkomsten. Omdat de cijfers over Nederland en Nissewaard uit verschillende bronnen komen, zijn de percentages afgerond op hele getallen. Dit om te voorkomen dat het beeld ontstaat dat de cijfers zeer nauwkeurig en volledig vergelijkbaar zijn.
3.1 Verenigingen, vrijwilligers en actieve inwoners Over verenigingen is in dit bestuursverslag nog geen informatie voorhanden. Onderstaande tabel laat het percentage inwoners zien dat vrijwilligerswerk doet. Metingen binnen Nissewaard vinden via de Nissewaard Peiling om het jaar plaats, waardoor niet ieder jaar is weergegeven. Landelijk ligt het percentage vrijwilligers hoger dan in Nissewaard, echter kent het een dalende trend. In Nissewaard is het percentage inwoners dat vrijwilligerswerk doet de afgelopen jaren stabiel. Meer mannen (39%) dan vrouwen (30%) doen aan vrijwilligerswerk. Mannen vaker bij een sportorganisatie, vrouwen vaker op school of in de verzorgende sector. De leeftijdscategorie 4664 jaar doet met 29% beduidend minder vrijwilligerswerk dan de andere leeftijdsgroepen (37%). Tabel 1. Percentage inwoners dat aan vrijwilligerswerk doet
Nederland Nissewaard
2016 50 31
2018 48 Geen meting
2020 44 34
2022 41 34
Het percentage inwoners dat deelneemt aan activiteiten in de wijk of van clubs en verenigingen (onderstaande tabel) is in 2022 ongeveer gelijk aan het landelijk gemiddelde. Na een aantal jaren lagere activiteit, is deze in 2022 sterk toegenomen. Tabel 2. Percentage inwoners dat deelneemt aan activiteiten in wijkgebouw, van clubs of van verenigingen
Nederland Nissewaard
2016 58 51
2018 56 49
2020 56 47
2022 57 56
Onduidelijk is of de andere wijze van meten op deze resultaten van invloed is geweest. Wel is de toename ook in de praktijk te merken. Vanuit de combinatiefunctionarissen wordt een toename gemeld van aanvragen voor het sport- en cultuurfonds (jeugd) en hebben enkele verenigingen een wachtlijst of zelfs een leerlingenstop gemeld. Ook zijn er op enkele locaties in Nissewaard nieuwe 8
(bewoners)groepen van actieve inwoners bij gekomen. In bestaande wijkcentra en dorpshuizen is geen (grote) toename te zien. Als we meer achtergrondkenmerken bezien, dan nemen meer mannen dan vrouwen deel aan activiteiten. In de leeftijdscategorie 18-45 jaar is de deelname (iets) hoger dan in oudere leeftijdsgroepen. 3.2 Eenzaamheid Over eenzaamheid vindt niet jaarlijks een meting plaats. Binnen Nissewaard verkrijgen we de informatie uit de Nissewaard Peiling die eens per twee jaar wordt gehouden. Ook landelijk is er niet jaarlijks onderzoek naar eenzaamheid. Tevens verschilt de doelgroep enigszins. Landelijk wordt gekeken naar mensen van 15 jaar of ouder. De Nissewaard Peiling kijkt naar inwoners van 18 jaar en ouder. Tabel 3. Percentage volwassen inwoners dat sterk eenzaam is
Nederland Nissewaard
2017 7
2019 9
2020
2021 11
9
2022 12
In Nissewaard voelen in 2022 iets meer inwoners zich sterk eenzaam dan landelijk in 2021. In de Ontwikkelagenda is als doel opgenomen dat niet méér mensen zich sterk eenzaam voelen dan landelijk. Iets meer mannen (13%) dan vrouwen (12%) voelen zich in Nissewaard ernstig eenzaam en de leeftijdscategorie 65-plus voelt zich vaker ernstig eenzaam (13%), dan de leeftijdsgroepen daaronder (11%). 3.3 Mantelzorg Mensen met een beperking hebben vaak structureel hulp van hun naasten, dit noemen we mantelzorg. Het percentage mantelzorgers meten we via de GGD-monitor (eens per vier jaar) en de Nissewaard Peiling (eens per twee jaar). Tabel 4. Percentage mantelzorgers
Nederland Nissewaard Peiling Nissewaard gezondheidsmonitor
2016 14 19
2018 18
13
2020 14 20
2022 13 19
14
De verschillende metingen naar het aandeel mantelzorgers geven verschillende uitkomsten. Vermoedelijk heeft dit ermee te maken dat in de Nissewaard Peiling geen minimum aan uren is opgenomen voor mantelzorg. Wel wordt gevraagd hoeveel uren men mantelzorg verricht. In de formele definitie ben je pas mantelzorger als je dit minimaal 8 uur per week doet. Wanneer de mantelzorgers die maximaal 7 uur per week mantelzorg verrichten uit de Nissewaard Peiling worden gefilterd, dan is het percentage mantelzorgers volgens de Nissewaard Peiling tussen 9% en 10%. Dit ligt meer in lijn met de landelijke cijfers en de cijfers uit de gezondheidsmonitor, maar wel lager dan het landelijke gemiddelde. Als we iets dieper kijken naar wie in Nissewaard mantelzorg verricht, dan zijn dit meer mannen (22%) dan vrouwen (17%). Mannen zijn over het algemeen echter minder tijd bezig met mantelzorg dan vrouwen. Van de mannen is 65% minder dan 7 uur per week mantelzorger, van de vrouwen is dit 35%. Van de mannen is 13% meer dan 16 uur per week mantelzorger, van de vrouwen is dit 45%.
9
Mensen in de leeftijdscategorie 46-64 jaar geven de meeste mantelzorg (29%), vervolgens de groep 65-plussers (22%) en tot slot de groep 18-45 jaar (8%). Binnen Nissewaard bieden MEE en SWO mantelzorgondersteuning. In de Ontwikkelagenda is opgenomen dat het aantal mantelzorgers dat met ondersteuningsaanbod wordt bereikt in 2024 minimaal 10% hoger is dan in 2021. Tabel 5. Bereik mantelzorgers met ondersteuningsaanbod
Ondersteuning door SWO Ondersteuning door MEE
2021 98 986
Waarvan mantelzorgers < 23 jaar
86
Totaal ondersteunde mantelzorgers
1084
% Ontwikkeling 2022 2022 tov 2021 276 181,6 982 -0,4 8,1 93 1258 16,1
Uit bovenstaande gegevens blijkt met name bij SWO er een grote stijging heeft plaatsgevonden van het aantal ondersteunde mantelzorgers. Bij MEE is het aantal ongeveer gelijk gebleven. Alleen het aantal jonge mantelzorgers steeg licht. In 2022 is het aantal ondersteunde mantelzorgers 16% hoger dan in 2021. 3.4 Wat hebben we in 2022 gedaan binnen programmalijn sterke samenleving Naast het uitvoeren van de reguliere (wettelijke) taken, zoals verenigingsondersteuning en het verlenen van subsidies aan partijen voor ontmoeting, welzijn, eenzaamheidsbestrijding en het ondersteunen van mantelzorgers, hebben we de volgende aanvullende zaken gedaan: Het is voor mantelzorgers mogelijk om woning-urgentie aan te vragen, indien mantelzorg nodig is om te voorkomen dat dit familielid of deze bekende naar een zorginstelling moet. Elkaar Waard heeft een doorstart gemaakt in het kader van het verminderen van eenzaamheid. Er is een nieuwe structuur opgezet met een kerngroep, klankbordgroep en een bredere focus op zowel eenzaamheid als mantelzorg. We hebben een dag georganiseerd voor actieve inwoners / vrijwilligers om elkaar te leren kennen, om waardering jegens hen tot uitdrukking te brengen en om van hun ervaringen te leren ten behoeve van het continu verbeteren. De vrijwilligerskrant is met succes ontvangen. Vrijwilligers voelden zich erg gewaardeerd.
In de wijk Schenkel (Spijkenisse) is een nieuwe bewonersorganisatie gestart, met ondersteuning vanuit High Five. Zij organiseren veel activiteiten en werken samen met andere, bestaande vrijwilligersgroepen en corporaties. Er is een initiatief gestart in 2022 rondom aanbod daginvulling. Een wijkgroep organiseert een structurele activiteit samen met leerlingen van het Zadkine college. De wijkgroep is daarvoor zelfs een leerwerkbedrijf geworden en kan nu zelfstandig leerlingen begeleiden. Ook de pilot dagbesteding zonder indicatie van SWO is voortgezet, om ervaringen uit de praktijk op te doen voor de omzetting naar dagbesteding zonder indicatie (inspanning uit Ontwikkelagenda). We voerden verkennende sessies met stakeholders uit ten behoeve van het realiseren van een sociale kaart. We hebben het afgelopen jaar samengewerkt met Save the Children, JOZ en Penta de Oude Maas aan een pilot ‘Speaking Minds MDT’. Tijdens dit project bedachten verschillende leerlingen van Penta de oude Maas ideeën en oplossingen met betrekking tot het thema armoede. De pilot ‘young Nissewaard’ heeft nog geen doorstart doorgemaakt. Wel blijft het
10
de wens om te kijken hoe we dit platform een rol kunnen geven bij inwoner- en specifiek jongeren-participatie. We hebben daarnaast ingezet op jeugd- en jongerenparticipatie door middel van de Kindergemeenteraad en het jongerenpanel. De Kindergemeenteraad gaf de gemeente advies met betrekking tot de thema’s fijn opgroeien, integrale onderwijs huisvesting en duurzaamheid. Het jongerenpanel werd waar mogelijk betrokken bij het maken van (beleids)keuzes. Aan het einde van het jaar is de inzet van het Jongerenpanel geëvalueerd. We kijken in samenspraak en -werking met het Jongerenpanel hoe het panel de komende jaren een meer structurele rol krijgt binnen de gemeente. We voerden onze taken uit als regenbooggemeente en zetten ons in voor de verdere acceptatie van alle personen binnen de LHBTI+ community, zoals het geven van docentenworkshops aan basisscholen, in-company trainingen aan maatschappelijke organisaties, inzet op middelbare scholen op het beleid van de school, de educatie, de zorg (signaleren en begeleiden) en zichtbaarheid door het organiseren van GSA (Gender- and Sexuality Alliance)-bijeenkomsten. Het sportgala werd voor het eerst weer (deels) live gehouden in de Stoep. Alle genomineerden zaten in de zaal. Dit werd aangevuld met een livestream voor de rest van de Nissewaardse sportwereld.
Het initiatief Teamplayers startte in 2022 met ondersteuning vanuit High Five, de combinatiefunctionaris inclusief sporten. Vier studenten van een sportopleiding gingen aan de slag bij het Praktijkcollege om leerlingen meer in beweging te brengen door onderzoek en beweegaanbod te realiseren. We hebben een start gemaakt met het uitvoeren van het integraal lokaal gezondheidsbeleid 2022-2025. Hierin is aandacht voor positieve gezondheid en wordt aangesloten bij de thema's van de landelijke gezondheidsnota en preventieakkoord, het fysieke domein en de bestaande initiatieven. We hebben actie ondernomen op het gebied van rookvrij (scholen en speeltuinen). Vanuit High Five en het Sportakkoord hebben we het boekje ‘Hier! doet iedereen mee’ gelanceerd. Dit boekje is een vervolg op het eerste boekje ‘Hier! gebeurt het’ en geeft het inclusieve (aangepaste) aanbod weer op het gebied van sociaal welzijn, sport en cultuur. We hebben verder uitvoering gegeven aan het preventieakkoord Gezonde Voeding in samenwerking met lokale partners en de gemeenten op Voorne-Putten. We hebben de samenwerking met Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG) vanuit High Five voorbereid om te werken aan een gezondere leefomgeving en een gezondere leefstijl voor jongeren. Er is in 2022 verder gewerkt aan een dekkend netwerk van AED's.
Dit hebben we onder andere gedaan door het subsidiëren van het ophangen van AED's van inwoners en organisaties. De afgelopen anderhalf jaar hebben we, mede dankzij een donatie, AED’s opgehangen die 24/7 beschikbaar zijn en eigen AED’s vervangen, die aan vervanging toe waren. Hierdoor hebben we flinke stappen gemaakt om Nissewaard Hartveilig te maken. Er zijn 25 nieuwe AED’s geplaatst, tevens is er een tiental AED’s vervangen en is er een tiental AED’s die al ergens hingen 24/7 toegankelijk gemaakt. Onlangs hebben we een rapportage ontvangen van HartslagNU over de periode januari 2022 tot januari 2023 welke ons inzicht geeft in hoe we er in Nissewaard voor staan. Hierin is te zien dat een aantal cijfers/percentages naar landelijk gemiddeld of net iets hoger zijn gebracht.
11
4. Bestaanszekerheid Bestaanszekerheid is de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen en betaalbare vaste lasten. Dit zijn noodzakelijke voorwaarden om de rust en ruimte te vinden die nodig is om je te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving. We bieden mensen ondersteuning, voor zover de samenleving hierbij onvoldoende basis biedt. We stimuleren door voorlichting en (armoede)voorzieningen dat zoveel mogelijk mensen in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien en een gezonde financiële huishouding hebben. Onder bestaanszekerheid vindt u gegevens over de Participatiewet, inburgering, laaggeletterdheid, armoederegelingen en schulden. Als eerste wordt dieper ingegaan op de cijfermatige ontwikkeling van het uitkeringsbestand en cijfers over inburgering, laaggeletterdheid, schulden en armoederegelingen. Tot slot beschrijven we wat in 2022 op hoofdlijnen is gedaan op dit onderdeel van het sociaal domein. Toelichting op grafieken In dit hoofdstuk en volgende hoofdstukken zijn grafieken gebruikt. Om deze goed te interpreteren geven we de volgende algemene toelichting: Blauwe lijn: deze lijn is altijd Nissewaard Oranje lijn: deze lijn is altijd het gemiddelde in Nederland Grijze vlak: het grijze vlak is de range waarbinnen de helft van de gemeenten die het dichtst bij het gemiddelde zitten, zich beweegt.
Hierop heeft wel een correctie plaatsgevonden om (toevallige) uitschieters bij kleine gemeenten te neutraliseren. Oftewel: als je de helft van de gemeenten bekijkt, die het meest het gemiddelde benaderen (eronder of erboven), dan laat het grijze vlak het minimum en het maximum van de helft van de gemeenten zien. Hiermee krijg je een beeld van de spreiding in Nederlandse gemeenten. Als de blauwe lijn (Nissewaard) buiten het grijze vlak ligt, betekent dit dus dat Nissewaard afwijkt van de 50% meest gemiddelde gemeenten in Nederland op dat onderwerp. 4.1 Ontwikkeling aantal uitkeringen In deze paragraaf schetsen we een beeld van hoe het bestand van uitkeringsgerechtigden1 zich heeft ontwikkeld. In onderstaande tabel staat het aantal uitkeringsgerechtigden in Nissewaard op 31 december 2022, ten opzichte van een jaar eerder. In totaal ontvangen 2045 huishoudens van de gemeente Nissewaard een uitkering, een daling van 6,4%. In het koersplan is het doel gesteld dat eind 2022 er maximaal 2200 uitkeringsgerechtigden zijn. Dit doel is dus ruimschoots gehaald. Het grootste deel betreft uitkeringen vanuit de Participatiewet (bijstand). Een klein deel van de uitkeringsgerechtigden ontvangt een ander type uitkering, namelijk voor oudere of gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen (IOAW) of oudere of gedeeltelijk arbeidsongeschikte voormalig zelfstandigen (IOAZ). Tabel 6. Aantal uitkeringen
Aantal bijstandsuitkeringen
2019 2.326
2020 2.298
2021 2.184
waarvan Pwet uitkering (bijstand)
2.136
2.140
2.042
waarvan IOAW
180
149
135
waarvan IOAZ
10
9
7
1
% Ontwikkeling 2022 2022 tov 2021 2.045 -6,4 -5,6 1.927 -17,8 111 0,0 7
Bij uitkeringsgerechtigden tellen het aantal bijstandsuitkering (Participatiewet), Ioaw-uitkering en Ioaz-uitkeringen mee. Bij bijstandsuitkeringen worden alleen het aantal Participatiewet-uitkeringen geteld.
12
Als we kijken naar de verhouding tot landelijke ontwikkelingen van bijstandsgerechtigden (dus alleen Participatiewet), dan kunnen we dit het beste vergelijken door het aantal bijstandsgerechtigden per 1000 inwoners te bezien. Uit onderstaande grafiek blijkt dat Nissewaard niet sterk afwijkend is ten opzichte van andere gemeenten. We bevinden ons ruim binnen de marge van 50% meest gemiddelde gemeenten en we houden gelijke tred met de landelijke, dalende, ontwikkeling.
Grafiek 1. Aantal bijstandsuitkeringen per 1000 inwoners
Onderstaande grafiek toont het percentage van de beroepsbevolking dat ook daadwerkelijk betaald werk heeft. Tot 2014 hadden in Nissewaard meer mensen een betaalde baan dan gemiddeld in Nederland. Daarna ligt het percentage onder het landelijk gemiddelde.
Grafiek 2. Netto Arbeidsparticipatie - Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking
Vanaf 2021 blijft de groei van de arbeidsparticipatie in Nissewaard achter op de landelijke groei. Lag Nissewaard met de netto arbeidsparticipatie in 2021 nog net binnen de 50% meest gemiddelde gemeenten, in 2022 is de arbeidsparticipatie niet meer gemiddeld te noemen en ligt deze lager dan de 50% meest gemiddelde gemeenten. Aangezien het aantal bijstandsuitkeringen wel eenzelfde 13
ontwikkeling kent als landelijk, moet de oorzaak ergens anders liggen. Vermoedelijk zijn er in Nissewaard meer eenverdieners in een huishouden met twee volwassenen. Op andere uitkeringen, zoals WW en arbeidsongeschiktheid, liggen we namelijk rond het landelijk gemiddelde. Als we dieper kijken naar de arbeidsparticipatie, dan heeft Nissewaard in 2021 (laatst bekende cijfers op waarstaatjegemeente) 1% werkloze jongeren tot en met 22 jaar, tegen 2% landelijk. 4.2 Instroom en uitstroom In het uitkeringsbestand zit beweging. Er komen nieuwe mensen in (instroom) en er gaan mensen uit (uitstroom). Onderstaande tabel laat deze beweging zien2. Tabel 7. Instroom en uitstroom in de uitkering
% Ontwikkeling 2022 2022 tov 2021 457 -15,2
2019 557
2020 563
2021 539
waarvan eerder in uitkering
198
155
172
190
waarvan binnen 1 jaar terug
86
72
49
53
% Instroom binnen 1 jaar
15,4
12,8
9,1
11,6
Uitstroom
623
556
662
595
waarvan uitstroom naar werk
274
195
292
255
% uitstroom naar werk
44,0
35,1
44,1
42,9
Uitstroom binnen 1 jaar
255
227
277
200
% Uitstroom binnen 1 jaar
40,9
40,8
41,8
33,6
Instroom
-10,1
In 2022 zijn in totaal 457 mensen (huishoudens) in de uitkering gekomen. In totaal zijn 595 uitkeringen beëindigd. Het aantal uitkeringen is gedaald met 6,4% (zie tabel 1). Omtrent de instroom en uitstroom kan het volgende worden vermeld: De instroom is met 457 in 2022 laag, in voorgaande jaren lag deze nog ruim boven de 500. In 2017 (751) en 2018 (610) was de instroom nog veel hoger. De krapte op de arbeidsmarkt zal hier vermoedelijk een belangrijke rol in spelen. Daarnaast zijn er in 2022 extra preventieve acties ingezet aan de poort. Zo is er een werkadviseur gekoppeld aan de poort voor arbeidsbemiddeling tijdens en voor het aanvraagproces. Van de 457 ingestroomde huishoudens had bijna 42% eerder een uitkering, dit is hoger dan vorig jaar. Bijna 12% had die uitkering minder dan een jaar geleden beëindigd. Het percentage instroom dat minder dan een jaar geleden ook een uitkering had, is na twee jaar daling, dit jaar voor het eerst weer gestegen. In 2018 en 2019 lag dit percentage nog boven de 15%. Er zijn minder mensen uitgestroomd dan in 2021. Door daling van het uitkeringsbestand en lage instroom, is het steeds moeilijker om mensen naar werk te begeleiden. De mensen die in de uitkering blijven, zijn immers mensen met een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt.
Dat nog bijna 43% uitstroom naar werk betreft, is een mooi resultaat en is hoger dan in 2017, 2018 en coronajaar 2020. Bijna 34% van de mensen die in de uitkering komt, is er binnen een jaar weer uit. Dit is beduidend lager dan in voorgaande jaren, toen dit percentage (ruim) boven de 40% lag. 2 Omdat cijfers met terugwerkende kracht nog kunnen worden aangepast, lopen de cijfers over instroom en uitstroom (tabel 7) en totaal aantal uitkeringsgerechtigden (tabel 6) niet geheel gelijk.
14
Vermoedelijk komen mensen zonder (grote) afstand tot de arbeidsmarkt in 2022 niet of nauwelijks in de uitkering. 4.3 Populatie in de bijstand In onderstaande tabel zoomen we nader in op de populatie in de uitkering. Het aantal uitkeringsgerechtigden dat korter dan 5 jaar in de uitkering zit, is in 2022 wederom gedaald. Alleen de populatie die tot zes maanden een uitkering ontvangt, is met ruim 10% gestegen. Dit ondersteunt het beeld dat met name mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt instromen in de bijstand. Het aantal langdurig uitkeringsgerechtigden stijgt al jaren, maar is in 2022 stabiel gebleven (-0,4%). Tabel 8. Opbouw uitkeringsbestand
2019
2020
2021
% Ontwikkeling 2022 2022 tov 2021
Uitkeringsduur t/m 6 maanden 7 t/m 12 maanden 1-2 jaar 2-3 jaar 3-5 jaar 5 jaar en langer
148 153 264 255 390 1.116
172 149 247 203 385 1.142
119 139 216 196 346 1.168
132 124 184 157 285 1.163
10,9 -10,8 -14,8 -19,9 -17,6 -0,4
Leeftijd tot 27 jaar 27-35 jaar 35-45 jaar 45-55 jaar 55 jaar en ouder
168 415 498 536 709
179 409 518 508 684
157 359 516 459 693
160 323 445 438 679
1,9 -10,0 -13,8 -4,6 -2,0
In de leeftijdsopbouw zien we dat het aantal inwoners met een uitkering in alle leeftijdsgroepen is gedaald, behalve in de groep jongeren tot 27 jaar. Deze groep is licht gestegen naar 160. Er zitten nog steeds minder jongeren in de bijstand dan vóór 2021; in 2017 en 2018 lag het aantal jongeren in de bijstand nog rond de 200. Daling in de groep 55 jaar en ouder heeft met name te maken met minder uitkeringsgerechtigden die vanuit de leeftijdscategorie 45-55 jaar de leeftijd van 55 jaar bereiken. Er zijn niet meer uitkeringsgerechtigden dan voorheen AOW-gerechtigd geworden. Van oudsher heeft Nissewaard een hoger percentage alleenstaande ouders in de bijstand. Dit leidt ook tot een hoger percentage ‘kinderen in bijstandsgezinnen’. Uit onderzoek3 blijkt dat kinderen waarvan de ouder(s) een bijstandsuitkering hebben/heeft, grotere kans hebben op sociale uitsluiting, jeugdhulp en verminderde kansen voor de toekomst dan kinderen uit andere gezinnen. Dit geldt zelfs als in die andere gezinnen weinig financiële middelen beschikbaar zijn. Kortom, daar waar armoede al een negatief effect heeft op de kansen voor kinderen, wordt dit nog versterkt als er sprake is van een bijstandsuitkering.
3
https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2015/04/wie-opgroeit-in-een-uitkeringssituatie-heeft-later-bovengemiddeld-vaak-eenuitkering
15
Binnen de Ontwikkelagenda is het doel opgenomen om (in 2026) binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten te zitten, wat betreft het percentage kinderen in een bijstandsgezin. Dit percentage daalt in Nissewaard al jaren sterker dan landelijk en bevindt zich nu voor het eerst binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten.
Grafiek 3. Percentage kinderen in bijstandsgezin
In onderstaande tabel is opgenomen hoeveel inwoners met een arbeidsbeperking loonkostensubsidie ontvangen. Strikt genomen zijn dit geen personen (meer) die een uitkering ontvangen. Zij hebben een betaalde baan, waarvoor subsidie wordt verleend voor (een deel van) de loonkosten. Alleen personen die vanwege hun beperking minder uren kunnen werken, hebben mogelijk nog een aanvullende uitkering. Tabel 9. Aantal personen met loonkostensubsidie
2019
2020
2021 74
Loonkostensubsidie
% Ontwikkeling 2022 2022 tov 2021 123 66,2
In de Ontwikkelagenda is het doel opgenomen dat eind 2024 minimaal 150 personen met een arbeidsbeperking loonkostensubsidie ontvangen. De stijging van 74 in 2021 naar 123 in 2022 laat zien dat dit haalbaar is. 4.4 Inburgering Op 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 in werking getreden. Hierin krijgen gemeenten een grotere rol in de inburgering van nieuwkomers. In het stelsel dat tot en met 2021 van toepassing was, is de gemeentelijke rol beperkt tot het toezien op het feit of de nieuwkomer aan diens inburgeringsplicht voldoet. Met de inrichting van het nieuwe inburgeringsstelsel, zijn onze bevoegdheden gewijzigd en daarmee ook de wensen omtrent monitoring. Vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk doel, zijn inburgeringsplichtig. Dit zijn zowel asielstatushouders en hun familie- of gezinsleden (vluchtelingen) als gezinsmigranten/overige migranten. In dit bestuursverslag richten we ons op de
16
asielstatushouders. In de Ontwikkelagenda is als doel opgenomen dat 90% van de doelgroep die onder de huidige Wet inburgering 2021 valt, binnen drie jaar moet zijn ingeburgerd. Tabel 10. Inburgeringstrajecten onder Wet inburgering 2021
% Ontwikkeling 2022 2022 tov 2021 232 n.v.t. 2 n.v.t. 230 n.v.t.
Aantal gestarte trajecten Aantal afgeronde trajecten Aantal lopende trajecten op 31-12-2022
Onder de huidige inburgeringswet zijn in 2022 in totaal 232 inburgeringstrajecten gestart. Er zijn drie leerroutes waarmee inburgeringsplichtigen aan hun inburgeringsplicht kunnen voldoen, de B1-route, de Onderwijsroute en de Zelfredzaamheidsroute: De B1-route is gericht op het zo snel mogelijk beheersen van de Nederlandse taal op B1niveau4 of hoger en het vergroten van het perspectief op de arbeidsmarkt. De Onderwijsroute bereidt inburgeraars voor op instroom in het Nederlandse beroeps- en hoger onderwijs. De Z-route is voor inburgeraars met een lage leerbaarheid die moeite hebben met het leren van een nieuwe taal en die in beperkte mate zelfredzaam zijn. Het doel van alle leerroutes is dat inburgeringsplichtigen de Nederlandse taal leren en kennis opdoen van de Nederlandse maatschappij (KNM). Samen met de gemeente wordt gekozen voor een geschikte leerroute. De leerroute wordt opgenomen in het Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). Van de gestarte trajecten zijn er inmiddels 2 afgerond en lopen dus nog 230 trajecten door in 2023. 4.5 Laaggeletterdheid Het DigiTaalhuis in Nissewaard is een samenwerkingsverband van diverse organisaties, zoals de bibliotheek, stichting lezen & schrijven, de gemeente Nissewaard, SWO, Humanitas, Voorne-Putten Werkt! en diverse taaltrainers.
Het DigiTaalhuis wil samen met (taal)organisaties in de gemeente Nissewaard laaggeletterdheid verlagen, participatie stimuleren en zelfredzaamheid van inwoners vergroten door middel van een aanbod gericht op de ontwikkeling van taal, digitale vaardigheden en in de toekomst gecijferdheid. Het DigiTaalhuis biedt de volgende activiteiten: Taallessen, taalondersteuning, taalcafé fysiek en online (taalnetwerk) Computerlessen, Digicafé (digitale netwerk) Taalondersteuning met financiële thema’s (netwerk Taal & Geld) Taalhuisbalie > spreekuren, intake, warm doorverwijzen, advies over collectie voor taalvrijwilligers, taalcursisten en docenten Training ‘Herkennen & doorverwijzen’ bv voor doorverwijzende organisaties zoals huisartsen. In 2022 hebben in totaal 944 mensen gebruik gemaakt van de dienstverlening van DigiTaalhuis. In de Ontwikkelagenda is als doel opgenomen dat we ieder jaar meer mensen bereiken met het DigiTaalhuis, waarbij we met name kijken naar het aantal doorverwijzingen naar taalaanbod. In onderstaande tabel is het totaal aantal gebruikers van DigiTaalhuis onderverdeeld naar activiteiten. Het bereik dat heeft geleid tot doorverwijzingen met een intake voor een traject in het kader van taalaanbod (173), was in 2021 nog 109 inwoners. De grote stijging naar 173 heeft 4
Taalniveau B1 staat voor eenvoudig Nederlands. De overgrote meerderheid van de bevolking begrijpt teksten op taalniveau B1. Ook mensen die geen (hoge) opleiding hebben gehad. Een tekst op B1-niveau bestaat uit makkelijke woorden die bijna iedereen gebruikt. En uit korte, eenvoudige en actieve zinnen.
17
vermoedelijk deels te maken met de coronabeperkingen die in 2021 nog volop actief waren en in 2022 nauwelijks meer. Tabel 11. Bereik inwoners met activiteiten DigiTaalhuis
Activiteit DigiTaalhuis 40 maal een taalcafé gehouden (fysiek) 9 maal een Digicafé gehouden 86 maal een online taalcafé gehouden Doorverwijzingen taalaanbod met intake vanuit balie 7 rondleidingen voor anderstaligen
Aantal deelnemers 543 42 126 173 52
Het DigiTaalhuis investeert ook in de kwaliteit van dienstverlening. Sinds 2020 loopt de certificering van DigiTaalhuizen door de Onafhankelijke Certificeringsorganisatie Bibliotheekwerk, Cultuur & Taal (CBCT). De certificering van DigiTaalhuis Nissewaard is aangevraagd voor kwartaal 4 van 2023. De voorbereidingen hiervoor zijn in 2022 gestart. Alle taalvrijwilligers krijgen de Basistraining taalvrijwilliger aangeboden die gebaseerd is op de training van Stichting Lezen & Schrijven. Deze training is door docenten op maat gemaakt voor Nissewaard. Er zijn 80 vrijwilligers actief voor het DigiTaalhuis. 4.6 Preventie en aanpak van schuldproblematiek Binnen schuldhulpverlening worden verschillende soorten hulp/trajecten aangeboden. Soms is advisering voldoende, in andere gevallen een minnelijk schuldhulpverleningstraject. Een minnelijk traject kan ofwel bestaan uit schuldbemiddeling, ofwel uit schuldsanering. Bij schuldbemiddeling wordt per schuldeiser een afspraak gemaakt over het bedrag dat de inwoner moet terugbetalen. Van het inkomen van de inwoner reserveert de gemeente een deel voor de schuldeisers (afloscapaciteit) en het overige wordt aan de inwoner doorbetaald. Bij schuldsanering maakt de gemeente per schuldeiser een afspraak over het bedrag dat de inwoner moet terugbetalen.
Wanneer alle schuldeisers akkoord gaan, krijgt de inwoner een lening voor het totale bedrag dat die moet aflossen. Op dat moment ontvangen de schuldeisers direct het bedrag dat de inwoner moet aflossen. De inwoner betaalt dan alleen nog de lening. Afhankelijk van de noodzaak kan aanvullend budgetbeheer of budgetbegeleiding5 worden ingezet. Als het minnelijk traject niet voldoende is, bijvoorbeeld omdat schuldeisers niet meewerken, kan een wettelijk schuldsaneringstraject in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) bij de rechter worden aangevraagd. In onderstaande tabel is het aantal minnelijke trajecten (dus zonder WSNP) opgenomen. Tabel 12. Aantal trajecten in minnelijke schuldhulpverlening
Lopende trajecten op 1-1 Aanmeldingen Beëindigingen Lopende trajecten op 31-12
2019 839 368 430 777
2020 777 316 411 682
5
2021 682 285 411 556
2022 556 248 371 433
Bij budgetbeheer regelt de gemeente tijdelijk alle inkomsten en vaste uitgaven. Bij budgetbegeleiding regelt de gemeente gesprekken over hoe de inwoner goed met geld kan omgaan.
18
Schuldsaneringen worden als traject beëindigd op het moment dat de schuldeisers zijn betaald en de inwoner alleen nog het saneringskrediet hoeft af te lossen. Op 31 december 2022 liepen er 146 saneringskredieten van Nissewaardse inwoners bij de Kredietbank Nederland. Daarvan zijn er 46 in 2022 gestart. Wens is steeds meer saneringskredieten in te zetten in plaats van bemiddelingstrajecten. Sanering is voor schuldeisers als schuldenaar prettiger. De schuldeiser krijgt eerder geld, de schuldenaar heeft nog maar één schuldeiser, namelijk de Kredietbank. In het aantal schuldhulpverleningstrajecten is al jarenlang een sterk dalende trend te zien. Dit geldt in Nissewaard en is ook een landelijk beeld voor zowel minnelijke regelingen als voor de WSNP. Een goede verklaring hiervoor is niet gegeven. Wel is de verwachting dat door betere vroegsignalering minder mensen een traject schuldhulpverlening nodig hebben. Zo is er een verschuiving te zien van inzet op trajecten om schulden op te lossen, naar preventie en vroegtijdig ingrijpen. De onderstaande cijfers inzake vroegsignalering laten dit zien. De cijfers zijn vanaf 2021 vermeld, omdat op dat moment de wetswijziging vroegsignalering in werking is getreden. Tabel 13. Aantal signalen en acties inzake vroegsignalering
Ontvangen signalen Personen bereikt Telefonisch advies Adviesgesprek stadhuis
2021 2145 302 76 32
2022 3617 582 109 52
% Ontwikkeling 2022 tov 2021 68,6 92,7 43,4 62,5
Uit bovenstaande cijfers blijkt dat al in het jaar van inwerkingtreding, er veel signalen van (mogelijke) betalingsachterstanden zijn ontvangen. Het aantal signalen is in 2022 ten opzichte van 2021 vervolgens met bijna 70% toegenomen. Het aantal personen dat is bereikt met een vorm van advies zelfs bijna verdubbeld ten opzichte van het startjaar 2021. Van het aantal bereikte personen heeft bijna 20% telefonisch advies ontvangen en bijna 10% advies via een persoonlijk gesprek op het stadhuis. De overige bereikte personen zijn inwoners die na een eerste (korte) contact via mail, telefoon of huisbezoek, hebben aangegeven geen verdere hulp te willen. Of een inwoner ingaat op het aanbod van advies is een vrijwillige keuze van de inwoner. De goede werking van vroegsignalering laat zich ook zien in het gemiddelde schuldbedrag bij aanmelding voor hulp. Tabel 14. Gemiddeld schuldbedrag bij aanmelding
Landelijk gemiddeld Nissewaard
2021 € 37.359 € 38.580
% Ontwikkeling 2022 2022 tov 2021 -0,3 € 37.485 -15 € 32.825
Bovenstaande tabel laat zien dat het gemiddelde schuldbedrag landelijk nauwelijks is gewijzigd, terwijl het gemiddelde schuldbedrag bij aanmelding voor hulp in Nissewaard is gedaald met 15%. Doel in de Ontwikkelagenda is dat het gemiddelde schuldbedrag in 2026 lager is dan het landelijk gemiddelde. Dit is in 2022 in ieder geval bereikt. 4.7 Aanpak van armoede Het Nissewaardse armoedebeleid kent meerdere voorzieningen. In onderstaande twee tabellen is het gebruik te zien. Het aantal gebruikers van de collectieve ziektekostenverzekering (CZverzekerden) daalt sinds 2020. Het aantal verzekerden in 2022 zit met 2629 nog wel boven het aantal van 2017 (2585). De dalende trend komt overeen met de dalende trend in uitkeringen en 19
schuldhulpverleningstrajecten. De Individuele Inkomenstoeslag (IIT) en de kindtoeslag zijn in 2022 juist gestegen en cijfers zijn weer meer gelijk aan de cijfers van vóór 2021. Voor deze regeling geldt de voorwaarde dat het inkomen gedurende 24 maanden minder dan 120% van de bijstandsnorm moet zijn. De energiebijdrage (een financiële bijdrage voor weinig draagkrachtige ouderen) is in 2022 sterker gedaald dan de afgelopen jaren het geval was. Tabel 15. Aantal cliënten per armoedevoorziening
Aantal CZ verzekerden Individuele inkomenstoeslag Kindtoeslag Energiebijdrage
2019 2.883 2.568 1.558 447
2020 2.764 2.549 1.551 413
2021 2.666 2.314 1.476 403
2022 2.629 2.538 1.571 358
% Ontwikkeling 2022 tov 2021 -1,4 9,7 6,4 -11,2
De Rotterdampas is eveneens onderdeel van het armoedebeleid. Minima kunnen de pas tegen gereduceerd tarief (€ 5) aanschaffen en voor hun kinderen is de pas gratis. Ook niet-minima kunnen de pas kopen, tegen regulier tarief. Tabel 16. Verkoop Rotterdampas in 2022
Balie Internet Totaal
Reductie Volw 318 1513 1831
Regulier Volw 13 873 886
Reductie Kind 256 1268 1524
Regulier Kind 39 643 682
Totaal 626 4297 4923
In totaal zijn 4923 passen verkocht, tegen 4304 passen in 2021. Het aantal verkochte passen in 2022 is in alle categorieën hoger dan in 2021. Er zijn inwoners uit Nissewaard die op andere wijze dan aankoop een pas hebben ontvangen of besteld, bijvoorbeeld met een voucher. Dat zijn er nog eens 621. Dit zijn nagenoeg allemaal volwassenen. In totaal hebben 5544 inwoners van Nissewaard een Rotterdampas. Gemiddeld gebruikt een pashouder uit Nissewaard de Rotterdampas 3,7 keer. Het vaakst wordt de pas gebruikt voor bioscoopbezoek bij verschillende deelnemende bioscopen, met name in Schiedam, Rotterdam en Vlaardingen. Ook Diergaarde Blijdorp en Plaswijckpark worden veel bezocht, gevolgd door Duinrell en de Euromast. Binnen Nissewaard wordt de pas het meest gebruikt in de Boekenberg en bij het Centrum voor de Kunsten. Enkele Nissewaardse partners, zoals JumpXL, de fluisterboot, DaiShihan Aikijutsu Dojo, de museumwoningen en theater de Stoep staan nog niet in de rapportage van de Rotterdampas vermeld, waardoor er over 2022 nog geen cijfers zijn. De Rotterdampas-organisatie is bezig met uitbreiding van de deelnemende partners, ook in Nissewaard, waardoor er in de toekomst meer gebruik kan worden gemaakt van de Rotterdampas binnen onze gemeente.
4.8 Wat hebben we in 2022 gedaan binnen programmalijn bestaanszekerheid Naast de reguliere (wettelijke) taken op het gebied van onder meer re-integratie naar werk, preventie en aanpak van schulden en armoede, inburgering, verstrekken van bijstandsuitkeringen, verstrekken van minimavoorzieningen, en het bieden van beschut werk, hebben we de volgende taken uitgevoerd: We hebben gewerkt aan het vergroten van de inzet op loonkostensubsidie.