CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuursverslag Sociaal Domein over 2021 nieuwe stijl

Commissie Sociaal Domein 20 oktober 2022, gemeente NissewaardBij agendapunt: Bestuursverslag Sociaal Domein over 2021 + vragen en antwoorden17.040 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

1,8%

1,5%

1,2%

1,0%

2016

2017

2018

2019

2020

Nederland

1,07%

1,13%

1,05%

1,03%

1,03%

Nissewaard

1,57%

1,75%

1,63%

1,31%

1,33%

Grafiek 8. Percentage Jongeren met Jeugdhulp met verblijf in natura

Als we dieper kijken naar aantal jongeren boven de 18 jaar met jeugdhulp met verblijf, dan laat dat een bijzondere ontwikkeling zien, die we in tabel 8 ook constateerden. Het aantal jeugdigen van 18

23

jaar en ouder stijgt sterk in de afgelopen twee jaar en maakt een steeds groter deel uit van het aantal jeugdigen met jeugdhulp met verblijf.

0.20

0.15

0.10

0.05

Nederland Nissewaard

2017 4,5% 3,5%

2018 5,1% 5,6%

2019 6,8% 6,0%

2020 8,7% 12,7%

2021 9,8% 19,3%

Grafiek 9. Het percentage van jongeren met jeugdhulp dat 18 jaar of ouder is.

Bovenstaande grafiek laat zien dat we de afgelopen twee jaar veel minder goed slagen om jongeren met jeugdhulp na hun 18e door te laten stromen naar de zorg voor volwassenen. Tot en met 2019 zaten we rond het Nederlands gemiddelde, daarna is het aantal 18-plussers in jeugdhulp met verblijf sterk gestegen. Overigens is deze ontwikkeling niet specifiek voor Nissewaard. Onze jeugdhulpregio laat deze zelfde beweging zien, waarmee onze jeugdhulpregio afwijkt van de andere jeugdhulpregio’s in Nederland. Had onze jeugdhulpregio in 2017 nog een laag aantal 18-plussers in jeugdhulp met verblijf, in 2021 behoort onze jeugdhulpregio tot enkele regio’s met de meeste 18plussers. 5.3 Verwijzers naar jeugdhulp Het aantal jeugdhulp-trajecten is hoger dan het aantal jeugdigen met jeugdhulp (zie tabel 8), hetgeen betekent dat diverse jeugdigen meerdere trajecten (soorten hulp) hebben lopen. Casusregie door bijvoorbeeld het JOT wordt ook als een apart traject geteld. Als we kijken naar de (op enig moment) in 2021 nog lopende jeugdhulptrajecten in natura, ongeacht in welk jaar het traject is gestart, zien we grote verschillen ten opzichte van 2020 qua verwijzers (zie tabel 10). Dit komt doordat het CBS een traject bij het JOT nu als ‘geen verwijzer’ classificeert, omdat dit volgens hen per definitie vrij toegankelijke hulp is waarvoor geen verwijzer nodig is.

Er wordt dus geen verwijzer aangekruist bij JOT-trajecten, terwijl die er mogelijk wel is. In voorgaande jaren werd die verwijzer wel geteld. Dit verklaart de grote stijging van ‘geen verwijzer’ in onderstaande tabel en de daling bij diverse andere categorieën. Als we informatie uit onze eigen systemen bekijken, dan blijkt er eigenlijk maar één beweging te zien bij de verwijzers. Het grootste verschil tussen 2020 en 2021 is de toename van het aantal trajecten met een verwijzing door de huisarts.

24

Tabel 11. Verwijzers van in 2020 nog lopende trajecten

Jeugdhulptrajecten

2019 3.690

2020 3.435

Gemeentelijke toegang

1.850

1.785

Huisarts

935

915

Jeugdarts

20

15

Gecertificeerde instelling

545

475

Medisch specialist

250

180

Rechter, officier van justitie

15

15

Geen verwijzer

60

45

Verwijzer onbekend

10

0

% Ontwikkeling 2021 2021 tov 2020 3.690 7,4% -39,8% 1.075 16,9% 1.070 -33,3% 10 -22,1% 370 -5,6% 170 33,3% 20 >2000% 955 15

% aandeel 2020

% aandeel 2021

52,0

29,1

26,6

29,0

0,4

0,3

13,8

10,0

5,2

4,6

0,4

0,5

1,3

25,9

0,0

0,4

Als we kijken naar trajecten die in 2021 zijn gestart, dan zien we ten opzichte van in 2020 gestarte trajecten het volgende.

Tabel 12. Verwijzers van in 2021 gestarte trajecten

Nieuwe trajecten Gemeentelijke toegang Huisarts Jeugdarts Gecertificeerde instelling Medisch specialist Rechter, officier van justitie Geen verwijzer Verwijzer onbekend

2019 1070 440 375 0 155 75 0 10 0

2020 930 430 310 0 130 40 0 0 0

% % aandeel % aandeel Ontwikkeling 2021 2021 2021 tov 2020 2020 985 5,9% 385 -10,5% 46,2 39,1% 590 90,3% 33,3 59,9% 0 0,0 0% 105 -19,2% 14,0 10,7% 65 62,5% 4,3 6,6% 0 0,0 0% 40 0,0 4,1% 0 0,0 0%

Het aantal nieuw gestarte trajecten is in 2021 gestegen met bijna 6% na een daling in de voorgaande jaren. In 2021 zijn wel minder trajecten gestart dan in 2019. De huisarts is veel meer gaan verwijzen dan in 2020, bijna een verdubbeling. De overige verschillen zijn veelal te verklaren door de andere registratie van JOT-trajecten, namelijk bij ‘geen verwijzer’ zoals hierboven uitgelegd. 5.4 Voor- en vroegschoolse educatie Voor- en vroegschoolse educatie (vve) is onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid en sinds 2020 onderdeel van het sociaal domein. Het doel is om peuters en kleuters met een mogelijke (taal)achterstand, ook wel ‘doelgroepkinderen’ genoemd, beter voor te bereiden op de basisschool en er voor te zorgen dat kleuters zonder achterstand naar groep 3 kunnen. In dit bestuursverslag is opgenomen hoeveel kinderen tot de doelgroep van vve behoren, in welke wijken meer doelgroepkinderen zijn en welk percentage peuters we bereiken. De gemeente heeft namelijk de specifieke verantwoordelijkheid om de leerachterstanden van peuters te beperken (voorschoolse educatie), waardoor we ons richten op het bereiken van die doelgroep. Voor de totale doelgroep zijn

25

we als gemeente verantwoordelijk voor het voeren van regie, dus ook voor het deel vroegschool (basisschool tot 6 jaar). Hiertoe maken we resultaatafspraken met kinderopvang en basisscholen. Vanaf 1 januari 2019 verdeelt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) op een nieuwe manier de middelen die scholen en gemeenten gebruiken voor vve. Hiervoor gebruikt OCW een indicator die is ontwikkeld door het CBS. De omgevingskenmerken die hierin meegenomen worden, zijn opleidingsniveau van de ouders, herkomst, verblijfsduur van de moeder in Nederland, wel of niet in de schuldsanering en het gemiddelde opleidingsniveau van de moeders op school. Het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid van het ministerie hanteert landelijk een doelgroep van 15%, die niet groter wordt. Dit betekent dat bij de toekenning van middelen aan scholen en gemeenten gekeken wordt naar de kinderen die landelijk tot de 15% behoren met het grootste risico op een onderwijsachterstand. In het dashboard wordt die 15% de ‘landelijke doelgroep’ genoemd. Van de 8135 kinderen uit Nissewaard (peuters en kleuters), valt 21% binnen deze landelijke doelgroep. Door het CBS wordt een onderverdeling per wijk gemaakt. In onderstaande tabel zijn de percentages doelgroepkinderen van de wijken aangegeven die boven het Nissewaardse gemiddelde scoren, inclusief de absolute aantallen (afgerond op vijftallen).

Het betreft dezelfde wijken als vorig jaar, alleen ligt in Waterland het percentage doelgroepkinderen nu ook boven het Nissewaardse gemiddelde van 20%. Alle andere wijken en kernen liggen onder het basispercentage van 15%.

Tabel 13. Percentage doelgroepkinderen vve per wijk boven Nissewaards gemiddelde in 2020

Wijk Gildenwijk Sterrenkwartier De Hoek De Akkers Vriesland Groenewoud Centrum Hoogwerf Schiekamp Waterland Totaal Nissewaard

totaal kinderen

doelgroepkinderen percentage 145 65 45% 400 135 34% 335 110 33% 1195 375 31% 270 85 31% 325 95 29% 410 115 28% 385 100 26% 285 70 25% 900 215 24% 8135 1710 21%

Kijkend naar alleen peuters (1,5-4 jarigen), zijn er 260 doelgroepkinderen van in totaal 1280 peuters, oftewel 20%. Op 1 januari 2020 werd hiervan ongeveer 60% bereikt met een vve-aanbod. Op 1 januari 2021 werden 228 peuters van de 298 doelgroeppeuters bereikt met een vve-aanbod (76%), een stijging van ruim 25%. Landelijk ligt het bereik op 85%. 5.5 Onderwijs In onderstaande grafiek wordt vermeld hoeveel procent van de leerlingen op de basisschool de basisnormen voor taal en rekenen niet behalen. De ‘referentieniveaus’ beschrijven welke basiskennis en -vaardigheden leerlingen moeten beheersen voor taal en rekenen. Het fundamentele niveau (F-niveau) is de basis die zo veel mogelijk leerlingen aan het einde van de basisschool moeten beheersen. Bij taal op niveau 1F moet je denken aan teksten met een eenvoudige structuur en met vaak gebruikte woorden. Bij rekenen wordt op niveau 1F met eenvoudige getallen gerekend.

26

8,0%

6,0%

4,0%

Nederland Nissewaard

2017 4,8% 6,7%

2018 4,8% 5,8%

2019 3,7% 5,7%

2020

2021 5,8% 9,6%

Grafiek 10. Percentage resultaten onder fundamentele niveau leerlingen basisonderwijs 4

In bovenstaande grafiek is te zien dat Nissewaard duidelijk meer kinderen heeft die onder het fundamentele niveau presteren dan andere gemeenten. Over 2020 is er, vanwege corona, geen meting gedaan. Het percentage dat het basisniveau taal en rekenen niet haalt, is zowel landelijk als in Nissewaard sterk gestegen bij de meting van 2021. Dit heeft vermoedelijk te maken met de corona-crisis. In Nissewaard is de stijging nog groter dan landelijk, waardoor nu bijna een op de 10 kinderen in Nissewaard het basisniveau niet haalt. In onderstaande grafiek is het schooladvies opgenomen dat aan basisschoolleerlingen wordt gegeven ten behoeve van doorstroming naar voortgezet onderwijs. Zoals uit deze grafiek blijkt, wordt in Nissewaard door het basisonderwijs meer schooladvies gegeven voor niveaus tot en met VMBO Kaderberoepsgerichte leerweg en minder adviezen voor HAVO en VWO. Dit is ten opzichte van vorig jaar niet gewijzigd.

Verdeling leerlingen naar schooladvies

Nederland

Nissewaard

0% t/m VMBO K

20%

40%

60%

VMBO K-GT t/m VMBO GT-HAVO

80%

100%

HAVO t/m VWO

Grafiek 11. Percentage met een bepaald schooladvies t.b.v. voortgezet onderwijs

Vergeleken met het bestuursverslag 2020 zijn de jaren 1 verschoven. Waarstaatjegemeente.nl blijkt ‘2021’ te gebruiken voor schooljaar ‘2020/2021’, terwijl wij – in navolging van DUO – ‘2020’ gebruiken. De cijfers voor schooljaar 2016/2017 stonden dus vorig jaar onder de kop ‘2017’, en dit jaar onder ‘2016’. 4

27

Nu volgen twee grafieken over schoolverzuim. Bij relatief verzuim is een jeugdige wel ingeschreven op school, maar verzuimt gedurende bepaalde tijd lessen. Ook veelvuldig laatkomen valt hieronder. Uit onderstaande grafiek is te zien dat vanaf 2018 het relatief verzuim in Nissewaard sterk is gestegen en beduidend hoger is komen te liggen dan het landelijk gemiddelde. In 2020 is het verzuim sterk lager dan daarvoor, maar nog wel hoger dan gemiddeld in Nederland, namelijk 56 per 1000 in Nissewaard tegen 19 per 1000 gemiddeld in Nederland, bijna drie keer zo hoog.

80

60

40

20

2016 27 31

Nederland Nissewaard

2017 23 76

2018 26 85

2019

2020 19 56

Grafiek 12. Relatief verzuim in aantal per 1000 leerlingen4

Het absoluut verzuim (thuiszitters), als een leer- of kwalificatieplichtige jeugdige niet op een school staat ingeschreven, geeft juist een positief beeld. In Nissewaard zitten in 2020 beduidend minder kinderen zonder (passend) onderwijs thuis dan in de 50% meest gemiddelde gemeenten. Op de site van CBS ontbreken zelfs de cijfers voor Nissewaard, omdat deze kleine aantallen niet worden vermeld omdat deze tot personen te herleiden kunnen zijn. 4

3

2

1

Nederland Nissewaard

2016 1.8 0.3

2017 1.9 1.3

2018 2.4 0.9

2019 2.7 0.2

2020 2.5 0.2

Grafiek 13. Absoluut verzuim in aantal per 1000 leerlingen5

5

Voor 2019 en 2020 zijn de cijfers over absoluut verzuim in Nissewaard uit privacy overwegingen verwijderd. Hieruit kunnen we afleiden dat het cijfer per 1000 leerlingen tussen de 0.0 en de 0.4 moet liggen, wat wij als 0.2 hebben weergegeven in de grafiek.

28

Het lage aantal thuiszitters verklaart overigens niet het hoge relatief schoolverzuim. Het kan zijn dat er kinderen met beperking ingeschreven staan op een school en daar veel verzuimen. Het absoluut verzuim kent echter zulke kleine aantallen (ook landelijk) dat het het relatief verzuim maar zeer marginaal beïnvloedt. Bij voortijdig schoolverlaten, jeugdigen die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten, heeft zich tot en met 2017 in Nissewaard een sterke daling voorgedaan, die ertoe heeft geleid dat Nissewaard binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland zat (zie onderstaande grafiek). In 2020 is het percentage voortijdig schoolverlaten omhoog geschoten en ligt nu hoger dan de 50% meest gemiddelde gemeenten. Doel uit de vorige collegeperiode is eind 2022 binnen de range van 50% gemiddelde gemeenten te zitten. Onzeker is of dit kan worden behaald. 2,4%

2,2%

2,0%

1,8%

1,6%

1,4% Nederland Nissewaard

2016 1,7% 2,0%

2017 1,9% 2,1%

2018 2,0% 2,2%

2019 1,7% 1,9%

2020 1,9% 2,4%

Grafiek 14. Percentage Voortijdig Schoolverlaters

5.5 Wat hebben we in 2021 gedaan binnen programmalijn opvoeden en opgroeien In het gemeentebrede jaarverslag over 2021, is per programma en vervolgens per onderdeel aangegeven wat in 2021 is gedaan. Dit zijn extra acties, speerpunten of bijzonderheden geweest. Reguliere taken, zoals het verlenen van diverse subsidies, uitvoeren van taken in de JOT’s, reguliere werkzaamheden binnen de GR JR, of uitvoeren van toezicht op kinderopvang, etc is hierin niet opgenomen. Hieronder zijn bijzondere punten weergegeven die betrekking hebben op jeugdhulp en jeugdgezondheidszorg, voor- en vroegschoolse educatie en onderwijs. Regionaal en subregionaal:  We hebben de regionale ontwikkelagenda van CJG Rijnmond uitgevoerd. In 2021 lag de focus op de eerste 1.000 dagen van een kind (actieprogramma Kansrijke Start) en op-en afschaling van jeugdhulp. Doel is onder andere het effectiever inzetten van de wettelijke monitoringstaak van de jeugdgezondheidszorg, zodat we beter weten welke kinderen hulp nodig hebben.  Het ministerie van VWS heeft een wetswijziging voor de jeugdhulp aangekondigd in 2021. Onderdeel hiervan was de wettelijke verplichting om een regiovisie te maken in Rijnmond. De regiovisie Rijnmond 'Nabij en Passend" is vastgesteld door de 15 gemeenten. De regiovisie sluit aan bij de in 2021/ 2022 op te stellen landelijke Hervormingsagenda jeugd.

Deze wordt in 2022 definitief vastgesteld waarin maatregelen worden benoemd om de gevraagd transformatie zijn uitwerking te geven.  De regiovisie is richtinggevend voor de regionale inkoopstrategie en nieuwe inkoop per 2023, maar het is ook de basis voor alle ontwikkelingen subregionaal zoals het programma Kinderogen. In dit programma werken we samen met de scholen en de samenwerkingsverbanden van 29

Voorne Putten en Goeree Overflakkee aan de verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp. In 2021 is gestart met uitvoering van de programmalijnen. In de wijk Groenewoud draaien we een pilot tussen het reguliere onderwijs en de verbinding met (preventieve)jeugdzorg. Tevens kijken we naar verbetering van dyslexiezorg en naar mogelijkheden om beschikkingsvrij te arrangeren op het speciaal (basis) onderwijs. We hebben in 2021 de (sub)regionale inkoop van specialistische jeugdhulp voortgezet. Dit met extra aandacht voor de taakstellende begroting met gerichte maatregelen om het zorggebruik in de jeugdhulp om te buigen. Er is door het programmateam jeugd van Voorne-Putten en Goeree Overflakkee (VPG) een gezamenlijk actieplan ingediend bij de GR JR. De taakstelling geldt voor de periode van 2021 tot 2024. We zien helaas (door o.a. corona) dat de taakstellingen niet volledig haalbaar gebleken zijn. Met het programmateam jeugd VPG hebben we gewerkt aan 3 grote projecten: de invoering van een gezamenlijk afsprakenkader voor de praktijkondersteuners jeugd van de huisartsen (POHjeugd project), de verbinding van jeugdhulp met onderwijs (Onderwijszorg project) en de gestarte uitvoering van de verbinding van de JOT'S met de jeugdbescherming (Drangproject IVH en lokale instroom). De laatste twee projecten zijn verbonden met herziening van de opdracht van onze JOT's.

Zo hebben we de vertraging die we daarin hebben opgelopen ingehaald. Alle drie de projecten zijn meerjarig en worden bekostigd met middelen uit het regionale Transformatiefonds. De inrichting van de actielijn VSV-coach (voortijdig schoolverlaten) heeft in de subregio VoornePutten en Goeree Overflakkee vertraging opgelopen. Er is sterke toenadering in de regio gezocht en gevonden over de manier waarop de VSV-coach in de gehele regio het best ingezet kan worden. Voor 2022 is het doel om de VSV-coach te laten starten, en te laten functioneren in de gehele regio. De VSV-coach gaat preventief op de scholen werken om dichtbij, de leerlingen en eventuele uitvallers te signaleren en te begeleiden. Dit doen we onder coaching van een onafhankelijke procesbegeleider die de gehele implementatie VSV-coach in Rijnmond overziet, en kennis van alle regio’s op elkaar laat aansluiten.

Lokaal:  We voeren het lokale preventieprogramma jeugd en onderwijs uit, vanuit de visie van Thuis in de Wijk. Door de focus op een gezamenlijke aanpak per wijk, versterken we de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp. We werken per wijk aan verschillende thema's zoals taalachterstanden en ouderbetrokkenheid of alcohol en drugs. Dit met specifieke aandacht voor de rol van leerplicht, schoolmaatschappelijk werk, de jeugdgezondheidszorg en jongerenwerk. In 2021 hebben we extra jongerenwerk en schoolmaatschappelijk werk ingezet om vroegtijdige signalering van hulpvragen te bevorderen. Tevens hebben ook op basis van de effecten van corona op jongeren extra jongerenwerk ingezet door middel van Intensief individuele Jongerencoach.  Met de netwerkregisseurs hebben we ingezet op de doelgroep van 18-/18+. Dit doen we om preventie te verbreden naar het voorveld van de Wmo. We zien bijvoorbeeld dat armoede een gezinsprobleem is, dat vraagt om een bredere aanpak binnen het sociaal domein.  Voor de inzet van de praktijkondersteuning (POH-GGZ jeugd) voor jeugdigen met psychische en/of psychosociale problematiek bij de huisartsen is er in 2021 een evaluatie opgesteld en gepresenteerd waarin de meerwaarde wordt toegelicht. Voor de continuering en borging worden scenario's uitgewerkt voor de toekomst.

 In 2021 zijn we in overleg gegaan met de kinderopvangorganisaties en onderwijs over de vooren vroegschoolse educatie (VVE). Er is een visie op VVE ontwikkeld en resultaatafspraken voor VVE en hoe deze gemonitord gaan worden. Tevens zijn er basisafspraken voor VVE gemaakt op de doorgaande leer- en ontwikkellijn voor de (warme)overdracht, terugkoppeling, coördinatie en hoe ouders actief betrokken worden. Voor de aspecten aanbod, pedagogisch klimaat,

30

educatief handelen, omgang ouders, begeleiding en zorg zijn richtlijnen ontwikkeld. Tot slot zijn er afspraken gemaakt hoe het VVE-beleid geëvalueerd en doorontwikkeld wordt. In 2021 is de lokale educatieve agenda (LEA) verder doorontwikkeld. Zo is er een LEA samenwerkingskader opgesteld met de deelnemers (kinderopvang, primair en voortgezet onderwijs en zorg) waarin een gezamenlijke visie met ambities en drie actielijnen zijn vastgesteld en de vorm van de overleg structuur. Door een meer preventieve aanpak van leerplicht zijn de leerplichtambtenaren meer zichtbaar en actief op scholen. Zowel de scholen als de leerlingen weten leerplicht beter te vinden en de diverse rollen te onderscheiden.

5.6 Cliëntervaringen Jeugdwet 2021 Het cliëntervaringsonderoek Jeugdwet over 2021 heeft nog niet plaatsgevonden. Door een technisch probleem konden geen adressen worden gegenereerd uit het systeem. Dit is inmiddels opgelost en bureau I&O Research kan het onderzoek gaan uitvoeren. De uitkomsten van het onderzoek worden dit najaar verwacht. Dat is niet meer op tijd om de resultaten op te nemen in dit bestuursverslag.

31

6. Kwetsbare volwassenen Ook inwoners die een (ernstige) kwetsbaarheid hebben, moeten kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven (bijv. zo zelfstandig mogelijk wonen en ontmoetings- en ontspanningsactiviteiten). Kwetsbaarheid kan ontstaan door een beperking, of doordat vanwege ouderdom of stapeling van problemen dagelijkse zaken niet meer vanzelfsprekend zijn. Kwetsbaarheid hoort bij het leven, maar mag geen reden zijn om niet te kunnen meedoen. We bieden waar nodig ondersteuning, die zoveel mogelijk gericht is op duurzame oplossingen binnen de samenleving. In dit hoofdstuk geven we een beeld over de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in Nissewaard. Als eerste wordt dieper ingegaan op de cijfermatige ontwikkeling van voorzieningen binnen de Wmo. Daarna beschrijven we wat in 2021 op hoofdlijnen is gedaan op dit onderdeel van het sociaal domein. Tot slot wordt een samenvatting van de bevindingen uit het cliëntervaringsonderzoek Wmo gegeven. 6.1 Wmo-gebruik van lokale voorzieningen In aanvulling op de cijfers in voorgaande jaren, is naast het standcijfer6 op 31 december 2021 ook het jaargemiddelde opgenomen van bijvoorbeeld het aantal gebruikers van lokale Wmovoorzieningen.

Dit doen we sinds 2020 omdat gedurende het jaar de Wmo een wisselend beeld liet zien, waardoor alleen het standcijfer op 31 december een vertekend beeld kan geven over het aantal voorzieningen in de Wmo over het gehele jaar. Op 31 december 2021 hadden 0,5% minder inwoners een Wmo-voorziening dan op 31 december 2020. Het gemiddeld aantal inwoners met een Wmo-voorziening over het hele jaar 2021 ligt zelfs 2,6% lager dan gemiddeld in 2020. Dit komt omdat in 2020 het aantal cliënten eind 2020 veel lager lag dan over geheel 2020 gemiddeld. Dit verschil is in 2021 veel minder groot. Per gebruiker worden ongeveer evenveel voorzieningen ingezet dan vorig jaar, namelijk net iets meer dan twee gemiddeld. Vóór 2019 lag die die grens nog net onder de 2 voorzieningen gemiddeld. Tabel 14. Wmo voorzieningen

Aantal Wmo-cliënten Aantal Wmo voorzieningen Gemiddeld aantal Wmo voorzieningen

31-122019 6.847 13.910

31-122020 6.716 13.777

2,03

2,05

% 2021 31-12- tov 2021 2020 6.680 -0,5% 13.563 -1,6% 2,03

% Gemid- Gemid- Gemid- 2021 deld deld deld tov 2019 2020 2021 2020 6.736 6.939 6.757 -2,6% 13.212 14.245 13.730 -3,6% 1,96

2,05

2,03

Als we inzoomen op de verschillende soorten voorzieningen, dan zien we daarin enkele ontwikkelingen. Allereerst is het aantal aanvragen dit jaar voor het eerst gedaald en ligt met 4846 onder het niveau van 2019, maar nog wel fors boven het aantal aanvragen in 2018 (4176), voordat het abonnementstarief werd ingevoerd. De grootste daling in aantallen gebruikers is te zien bij de vervoersvoorzieningen (zoals een scootmobiel) met bijna 10%. Ook rolvoorzieningen en collectief vervoer is gedaald, al heeft collectief vervoer nog verreweg het grootste aantal gebruikers. 6

Standcijfer is het aantal op een bepaalde datum, in dit geval 31 december 2021

32

Huishoudelijke hulp is de grote uitzondering, waar nog steeds een stijging is te zien van ruim 8%. De andere voorzieningen zijn redelijk stabiel gebleven.

Tabel 15. Aanvragen en aantallen cliënten per Wmo-voorziening

Ingediende aanvragen Klanten collectief vervoer Klanten vervoersvoorziening Klanten huishoudelijk hulp Klanten parkeervoorziening Klanten rolvoorziening Klanten woonvoorziening Klanten begeleiding

31-122019 4.861 4.777 1.065 1.985 1.351 592 771 937

31-122020 5.421 4.625 1.213 2.164 1.353 574 766 734

% 2021 31-12- tov 2021 2020 4.846 -10,6 4.553 -1,6 1.095 -9,7 2.339 8,1 1.368 1,1 551 -4,0 767 0,1 736 0,3

% Gemid- Gemid- Gemid- 2021 deld deld deld tov 2019 2020 2020 2020 4.742 950 1.784 1.298 545 746 807

4.754 1.196 2.141 1.359 600 784 844

4.561 1.162 2.260 1.356 559 780 806

-4,1% -2,8% 5,6% -0,2% -6,8% -0,5% -4,5%

Tussen het gemiddelde over 2021 en het standcijfer 2021 zijn wel verschillen te zien, maar deze verschillen zijn relatief beperkt en laten ongeveer eenzelfde trend zien. De verschillen die te zien zijn, hebben met name te maken met de afwijkende cijfers in 2020 tussen eind 2020 en het gemiddelde over 2020 en niet zozeer met bijzonderheden in 2021. Naast ondersteuning in natura, kunnen inwoners ook hulp via een persoonsgebonden budget ontvangen. Voor de Wmo zijn de aantallen persoonsgebonden budget (sterk) gedaald, met uitzondering van de hulpmiddelen. Deze trend is al jaren zichtbaar. In totaal zijn er op 31 december 2021 op lokale Wmo-voorzieningen (dus zonder verblijf) 81 pgb’s, ten opzichte van 100 een jaar eerder. Tabel 16. Aantallen cliënten met een persoonsgebonden budget

PGB's hulpmiddelen PGB'S Huishoudelijke hulp PGB'S begeleiding/dagbesteding PGB’s Verblijf7

31-122019 20 90

31-122020 22 52

29 43

26 27

% 2021 31-12- tov 2021 2020 26 18,2 32 -38,5 23 22

-11,5 -18,5

Gemid- Gemiddeld deld 2019 2020 21 22 95 69 46 46

34 38

% Gemid- 2021 deld tov 2021 2020 24 9,1 42 -39,1 28 25

-17,6 -34,2

De vergelijking met Nederland in onderstaande grafiek, laat zien dat er in Nissewaard een beduidend groter aandeel inwoners is met een indicatie voor een Wmo-voorziening dan landelijk gemiddeld. Over 2021 is het verschil met het landelijk gemiddelde wederom iets kleiner geworden.

7

Verblijf betreft met name Beschermd Wonen (in brede zin, dus inclusief LVB beschermd wonen) en in zeer beperkte mate kortdurend verblijf (logeerfunctie).

33

Momenteel ligt het aantal Wmo-cliënten per 1000 inwoners in Nissewaard bijna 27% hoger dan het landelijk gemiddelde (in 2019 was dit nog 30% en in 2020 28%). Streven is dit in 2022 teruggebracht te hebben tot 15%. Deze doelstelling lijkt op basis van deze ontwikkeling niet haalbaar, ook al is wel de juiste beweging ingezet. Bekeken is of er bepaalde type voorzieningen zijn die in Nissewaard qua gebruik sterk afwijken van het Nederlands gemiddelde. Hieruit blijkt dat met name het aantal gebruikers van ‘hulpmiddelen en diensten’, zoals collectief vervoer en scootmobielen, in Nissewaard veel hoger ligt dan elders. De andere voorzieningen bevinden zich binnen de bandbreedte van 50% meest gemiddelde gemeenten.

80

70

60

50

Nederland Nissewaard

2017 58 79

2018 61 81

2019 65 85

2020 67 86

2021 67 85

Grafiek 15. Aantal Wmo cliënten per 1000 inwoners

De leeftijd waarop mensen voor het eerst huishoudelijke hulp ontvangen is na enkele jaren van stijging nu gestabiliseerd rond de 72 jaar, zoals blijkt uit onderstaande tabel. De gemiddelde leeftijd van aanvragen van vervoersvoorzieningen is al jaren stabiel op 70 jaar. Tabel 17. Leeftijd waarop voor het eerst een voorziening wordt ontvangen

Huishoudelijke hulp Vervoersvoorzieningen

2018 68,6 70,1

2019 70,6 70,1

2020 72,0 69,6

2021 71,7 69,9

Het percentage zelfstandig wonende 70-plussers ligt in Nissewaard beduidend hoger dan gemiddeld in Nederland, zoals blijkt uit onderstaande grafiek. In voorgaande bestuursverslagen was de leeftijd die werd weergegeven nog 75-plus. Dit is door CBS met terugwerkende kracht verlaagd. In onderstaande grafiek staat daarom het percentage 70-plussers dat zelfstandig woont, vanaf 2017. Het percentage zelfstandig wonende 70-plussers stijgt jaarlijks licht, maar minder hard dan het landelijk gemiddelde. Hierdoor wordt het verschil met het landelijk gemiddelde langzaam kleiner.

34

97,0%

96,0%

95,0%

94,0%

Nederland Nissewaard

2017 94,8% 96,8%

2018 94,9% 96,8%

2019 94,9% 96,9%

2020 95,1% 97,1%

2021 95,4% 97,2%

Grafiek 16. Percentage zelfstandig wonende 70-plussers

6.2 Opvang en beschermd wonen In het volgende bestuursverslag zal informatie opgenomen worden over de Wmo-centrumtaken, te weten opvang (maatschappelijke opvang en vrouwenopvang) en beschermd wonen. In dit bestuursverslag is de informatie hierover zeer beperkt. Op 31 december 2021 waren er 38 daklozen met een briefadres op de raadhuislaan 106. Ten behoeve van opvang waren er de volgende structurele voorzieningen:  23 plaatsen voor dag- en nachtopvang voor een brede doelgroep hulpvragers van 18 jaar en ouder en 1 crisisbed voor plegers huiselijk geweld (tijdelijk huisverbod);  12 kamers voor 24-uurs voorziening voor dak- en thuisloze gezinnen (in totaal ongeveer 26 plekken);  18 plekken voor opvang van jongeren van de leeftijd 18-28 jaar;  18 plekken voor opvang van vrouwen vanaf 18 jaar met kinderen en vrouwen vanaf 21 jaar zonder kinderen, die veelal hun thuissituatie hebben verlaten in verband met geweld in huiselijke kring. 6.3 Wat hebben we in 2021 gedaan binnen programmalijn kwetsbare volwassenen In het gemeentebrede jaarverslag over 2021, is per programma en vervolgens per onderdeel aangegeven wat in 2021 is gedaan. Dit zijn extra acties, speerpunten of bijzonderheden geweest. Reguliere taken, zoals het verstrekken van Wmo-voorzieningen en het verlenen van diverse subsidies, etc is hierin niet opgenomen. Hieronder zijn de bijzondere punten weergegeven.

 Bij wijze van proef is -vanwege Corona- pas in het laatste kwartaal van 2021 gestart met een vrij toegankelijke vorm van dagbesteding. De proef is bedoeld om van praktijkervaringen te leren ten behoeve van het ontwikkelen van (structurele) alternatieven voor de huidige vormen van geïndiceerde dagbesteding.  In navolging van de aangenomen motie “Waardevolle zorg voor alle inwoners” is een project gestart om het kostenbewustzijn van inwoners ten aanzien van de maatwerkvoorzieningen te vergroten. In het kader van dit project zullen in elke beschikking de kosten voor de ondersteuning opgenomen worden en worden de kosten van de ondersteuning voor aanbieders voor inwoners makkelijker vindbaar gemaakt.

35

 

 

 

Naar aanleiding van de uitspraak van de Centrale Raad voor Beroep over resultaatgericht indiceren is gestart met het nader uitwerken van de huidige Open House producten (o.a. begeleiding, dagbesteding en huishoudelijke hulp) in verschillende trajecttypen met daaraan gekoppeld een aantal uren. Er is structureel overleg met gecontracteerde aanbieders van Wmo-begeleiding (Overlegtafel) over mogelijkheden voor afschaling van de ingezette ondersteuning naar lichtere producten of een lager aantal uren. In 2022 worden de uitkomsten geïmplementeerd. Er is gestart met het opstellen van een Woonzorganalyse. Dit vormt de basis voor de ontwikkeling van een Nissewaardse Woonzorgvisie. Hierin leggen we vast wat de gemeente wil realiseren voor kwetsbare inwoners om zelfstandig te kunnen blijven wonen en te participeren in de samenleving. Het gaat dan o.a. om woonbehoefte, inrichting van de openbare ruimte en (zorg- en welzijns)voorzieningen. Er is een regionaal convenant opgesteld voor Voorne-Putten waarin de zorgorganisaties, welzijnsorganisatie, gemeenten en Alzheimer Nederland afspraken maken over het (blijven) realiseren van een dementievriendelijke samenleving. Dit wordt begin 2022 ondertekend. In 2021 is het Uitvoeringsplan Sluitende aanpak personen verward gedrag ontwikkeld.

Het uitvoeringsplan draagt bij aan het creëren van een sluitende en domein overstijgende aanpak om mensen met verward gedrag en hun naasten beter te kunnen helpen. In 2022 wordt het uitvoeringsplan geïmplementeerd. Eind 2021 hebben we de nadruk gelegd op GGZ regisseurs (ook preventief) in plaats van Wvggz regisseurs (alleen o.g.v. wettelijke signalen). De capaciteit is tijdelijk met een halve fte uitgebreid. De GGZ regisseurs voeren de taken uit rondom verward gedrag, bemoeizorg meldingen met GGZ problematiek en de Wvggz. In juni 2021 is ingestemd met het verbeterplan GHNT 2021-2023 (geweld hoort nergens thuis) voor de gemeenten op Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee. De gemeenteraad van Nissewaard heeft in september 2021 de benodigde middelen beschikbaar gesteld. De trainingen voor gemeentelijke professionals, onderwijs en kinderopvang in het toepassen van de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling zijn dit jaar voortgezet en dit blijft onderdeel van het aanbod voor 2022. In alle gemeenten is aandacht geweest voor de Week tegen kindermishandeling en Orange the world. In het najaar van 2021 is onder andere ingezet op regionale bijeenkomsten over complexe scheidingen (conflictueus ouderschap) waar aandacht was voor methodisch handelen, juridische aspecten en ervaringsdeskundigheid.

Er heeft een pilot Intensieve Casusregie plaatsgevonden voor gezinnen waar huiselijk geweld heeft plaatsgevonden. Deze wordt in 2022 afgerond. Er is gestart met het uitrollen van de Top3methodiek binnen de gemeente. Op het gebied van Beschermd wonen is in 2021 vol ingezet op een tijdige afronding van het inkooptraject en implementatie van de daaruit voortkomende veranderingen in o.a. indicatiestelling. Er is met de gecontracteerde aanbieders gewerkt aan goede werkafspraken voor de contractperiode en met nieuwe aanbieders worden gesprekken gevoerd over de bijdrage die zij kunnen leveren aan de gewenste differentiatie in beschermde woonvormen. Op het gebied van Maatschappelijke opvang is geïnvesteerd in het opzetten en/of monitoren van diverse projecten in het kader van het landelijke programma ‘Een (t)huis, een toekomst’: de verhuizing en heropening van de Boeg als ‘Herstart’, de pilot tussenvoorziening Hobbemastraat in Goeree-Overflakkee, de pilot ‘Kansrijk Wonen’ in Hellevoetsluis en de pilot inloopvoorziening voor dreigend dak- en thuisloze jongvolwassenen. Er is tevens een pilot voorbereid voor opvang in drie woningen binnen de gemeente Nissewaard, waarin mensen een eigen kamer hebben en gezamenlijk een huishouden voeren onder begeleiding van de opvanginstelling.

36

6.4 Cliëntervaringen Wmo 2021 Voor de Jeugdwet en de Wmo geldt dat (jaarlijks) een ervaringsonderzoek gehouden moet worden onder cliënten (ceo). De doelgroep van het ceo Wmo zijn cliënten die in 2021 van de gemeente een individuele Wmo-maatwerkvoorziening ontvingen. In totaal ontvingen 883 cliënten een uitnodigingsbrief met het verzoek om deel te nemen aan het onderzoek, waarvan 424 cliënten de vragenlijst volledig hebben ingevuld; een respons van 48%. De belangrijkste bevindingen zijn: Meer cliënten weten waar zij terecht kunnen: Ruim driekwart van de cliënten uit Nissewaard (77%) weet voorafgaand waar zij terecht kunnen met hun hulpvraag. De bekendheid is daarmee hoger dan in 2020 (73%) en gelijk aan het benchmark-gemiddelde. Gemiddeld genomen is in 2021 ruim de helft van de cliënten in Nissewaard (58%) tevreden over de snelheid waarmee zij worden geholpen nadat zij zich melden met een hulpvraag. Dit is lager dan de afgelopen jaren (2020; 66%) en lager dan het benchmark-gemiddelde (circa 75%). De bekendheid van onafhankelijke cliëntondersteuning is met 21% vergelijkbaar met de afgelopen twee jaren. Hoewel dit een relatief laag percentage is vergeleken met de landelijke benchmark (32%), is vergeleken met het eerste jaar, de bekendheid van de cliëntondersteuner wel toegenomen.

Cliënt voelt zich in Nissewaard serieus genomen: De cliënten zijn over het algemeen positief over hoe de gemeente met de hulpvraag omgaat. Vergeleken met vorig jaar is er ook weer een sterke toename te zien. Een ruime meerderheid van 91% van de cliënten vindt dat zij serieus werden genomen, tegenover 87% in de benchmark-gemeenten. De overgrote meerderheid van de cliënten (84%) merkt op dat er in het gesprek samen naar een oplossing voor de hulpvraag wordt gezocht, dit aandeel is het hoogste sinds 2016. Keukentafelgesprek wordt goed gewaardeerd: Een meerderheid van de cliënten vindt dat het keukentafelgesprek goed is verlopen en is tevreden met de gekozen oplossing (86%). Het meest tevreden is men over de manier waarop er geluisterd werd door de consulent tijdens het gesprek en de gekozen oplossing (86%). Circa acht op de tien cliënten zijn tevreden over het contact met- en de deskundigheid van de medewerker. Deze percentages zijn vergelijkbaar met 2020. Tijdens de meeste gesprekken werd het gesprek met enkel de cliënt zelf gevoerd (68%). Er is een sterke afname ten opzichte van vorig jaar bij gesprekken die met een naaste zijn gevoerd. Een mogelijke verklaring zijn de maatregelen tijdens de coronacrisis. Ruime meerderheid vindt kwaliteit van de ondersteuning goed: Men is doorgaans positief over de kwaliteit van de ondersteuning.

Acht op de tien vinden deze goed (79%) en passend bij de hulpvraag die men had (83%). De passendheid is vergelijkbaar met 2020, terwijl de kwaliteit licht is afgenomen, en vergelijkbaar met de landelijke benchmark. Ruim acht op de tien cliënten vinden dat de ondersteuning die zij nu krijgen ook de best passende oplossing voor hun hulpvraag is. Cliënten die dat niet vinden zijn ontevreden met de hoeveelheid, consistentie of kwaliteit van de hulp. Goed rapportcijfer voor zorgaanbieders: Bijna iedereen (95%) is tevreden over de ondersteuning die zij hebben ontvangen van de zorgaanbieder. Zes op de tien cliënten geven een 8 of hoger. 35% vindt de ondersteuning die zij ontvangen een 6 of 7 waard. De tevredenheid is gelijk gebleven met vorige jaren. Driekwart ondersteuning blijft onveranderd tijdens coronacrisis: Driekwart van de ondersteuning kon tijdens de coronacrisis op de gebruikelijke manier doorgaan. Bij een klein deel is de ondersteuning anders (3%) of minder (6%). En bij 3% is de ondersteuning stopgezet. Dit is vergelijkbaar met 2020. Een op de tien cliënten (12%) geeft aan dat de ondersteuning pas na het bestaan van de meeste coronamaatregelen is begonnen. Cliënten ondervinden positieve effecten door de ondersteuning: Cliënten ervaren positieve effecten van de ontvangen ondersteuning. Acht op de tien geven aan dat ze zich beter kunnen redden.

Iets minder cliënten (74%) zeggen dat ze een betere kwaliteit van leven hebben. Dit is beide vergelijkbaar met de afgelopen jaren. Zeven op de tien cliënten geven aan beter de dingen te kunnen doen die zij willen, dit is afgenomen ten opzichte van 2020 (77%) en de jaren ervoor. Ook heeft de ondersteuning effect op het dagelijkse leven van cliënten, bijvoorbeeld het onderhouden

37

van sociale contacten of het op orde houden van het huishouden. Vergeleken met de landelijke benchmark (79%) ondervinden cliënten in Nissewaard minder effect van de ondersteuning. Niet iedereen is bekend met mogelijkheden voor mantelzorgondersteuning: Naast ondersteuning uit een Wmo-maatwerkvoorziening ontvangen veel cliënten ook op een andere manier ondersteuning. Iets minder dan de helft (47%) krijgt mantelzorg van de partner, buren of van familieleden (in 2020 nog 55%). Bijna vijf op de tien cliënten (47%) die mantelzorg ontvangen, denken dat diegene de zorg voor hen wel aan kan. Een aanzienlijk kleinere groep cliënten maakt gebruik van een particuliere schoonmaakdienst, algemene voorzieningen of een vrijwilliger, maatje of coach. Ten opzichte van 2018 (17%) is er in 2021 (6%) een daling te zien van het aantal cliënten dat gebruik maakt van particuliere schoonmaak, dit is gestaag afgenomen.

38

7. Gemeentelijke regierol Om de visie voor het sociaal domein te kunnen realiseren, is sturing en regie nodig vanuit de gemeente. In de overige programmalijnen ligt de sturing en regie op inhoudelijk en financieel gebied. Binnen de gemeentelijke regierol ligt de sturing op overkoepelend en randvoorwaardelijk gebied, bijvoorbeeld op gebied van visie, kwaliteit en rechtmatig & doelmatig handelen. Niet in de laatste plaats met als doel om de uitgaven en inkomsten in het sociaal domein met elkaar in evenwicht te brengen en de financiële voorspelbaarheid te vergroten. In dit hoofdstuk wordt uitleg gegeven over de financiën sociaal domein en het financiële risico. 7.1 Het hek om budgetten sociaal domein Bij de start van de decentralisaties in 2015 heeft de raad besloten een financieel ‘hek’ om het sociaal domein te plaatsen. Dat wil zeggen dat alle middelen die we van het rijk krijgen voor het sociaal domein, plus alle gemeentelijke middelen die Spijkenisse en Bernisse in 2014 al beschikbaar hadden voor het sociaal domein, gezamenlijk een gesloten systeem vormen. Binnen de budgetten van het sociaal domein kunnen verschuivingen plaatsvinden, al naar gelang behoefte. Zo kunnen tekorten op het ene beleidsveld binnen het sociaal domein, gecompenseerd worden door overschotten elders binnen het ‘hek’.

Feitelijk zijn er twee aparte hekken; één om de lokale taken sociaal domein en één om de centrumtaken Wmo, die wij ook voor andere gemeenten in de regio uitvoeren. In het sociaal domein gaat circa € 120 miljoen om over 2021, exclusief de centrumtaken voor de Wmo. Dit is zo’n € 6 miljoen minder dan over 2020. Dat heeft te maken met lagere inkomsten en uitgaven voor de TOZO-regeling t.b.v. corona-compensatie (was over 2020 ruim € 8 miljoen). De uitgaven zijn grofweg onder te verdelen in de volgende grote onderdelen:  Ongeveer een derde van het sociaal domeinbudget wordt gebruikt voor uitkeringen, inclusief € 1,0 miljoen voor de TOZO-regeling in verband met Corona.  Ongeveer € 35 miljoen wordt besteed aan taken of producten die andere partijen leveren en die wij via een inkoopopdracht of subsidieverlening bekostigen. Dit betreft met name Wmoen Jeugdwet-taken.  Ongeveer 15% van het sociaal domein-budget gaat naar de GR-JR voor specialistische jeugdhulp (circa € 20 miljoen).  Ruim € 11 miljoen wordt besteed aan re-integratie en werkvoorziening voor uitkeringsgerechtigden en WSW-ers (mensen die onder de Wet Sociale Werkvoorziening vallen).  Circa € 7 miljoen gaat naar onderwijsbeleid (exclusief huisvesting), zoals onderwijsachterstandenbeleid, kinderopvang, leerplicht en bestrijding voortijdig schoolverlaten.  Circa € 4,3 miljoen betreft uitgaven voor armoedebestrijding.

 Circa € 1 miljoen betreft persoonsgebonden budgetten Wmo en Jeugdwet.  Aan de GR GGD Rotterdam Rijnmond wordt € 0,7 miljoen betaald voor taken op grond van de Wet Publieke Gezondheid, Wmo kwaliteitstoezicht (incl. toezicht centrumtaken) en toezicht op de kinderopvangorganisaties. Aan Wmo-centrumtaken wordt hiernaast bijna € 20 miljoen besteed over 2021. Dit is ongeveer € 4 miljoen lager dan over 2020. Dit heeft te maken met lagere uitgaven (en inkomsten) Beschermd Wonen, in verband met de overgang van cliënten met blijvende behoefte aan intensieve geestelijke gezondheidszorg van Wmo naar Wlz-zorg. De uitgaven zijn grofweg onder te verdelen in de volgende grote onderdelen:

39

  

Binnen Beschermd Wonen is € 13,3 miljoen beschikbaar aan wonen met begeleiding van volwassenen die door psychische of psychosociale problemen behoefte hebben aan intensieve en onplanbare ondersteuning en/of toezicht. In totaal wordt € 3,2 miljoen uitgegeven aan het opvangen en begeleiden van jongvolwassenen, alleenstaanden en gezinnen die dakloos zijn. Een bedrag van bijna € 3 miljoen is bestemd voor het regionaal bestrijden van huiselijk geweld en kindermishandeling en het opvangen van personen die wegens geweld de thuissituatie hebben moeten verlaten.

7.2 Stelpost en reserve sociaal domein De budgetten binnen het ‘lokale hek’ worden beïnvloed door inkomsten van het rijk uit circulaires en door uitgaven die we op het sociaal domein doen. Het resultaat daarvan levert een stelpost sociaal domein op. In 2020 zijn de spelregels voor het hek om het sociaal domein aangepast. De stelpost is de uitkomst van de volgende som:

Beschikbare budgetten sociaal domein in begroting (incl. indexatiesaldo) + inkomsten van het rijk in circulaires - uitnames uit het sociaal domein in circulaires +/- aandeel sociaal domein acres algemene uitkering (37%) - uitgaven aan sociaal domein in Nissewaard Stelpost: restant beschikbare budget sociaal domein De stelpost is meerjarig, dat wil zeggen dat het resultaat van ieder afzonderlijk jaar een resultaat oplevert dat de stelpost vormt. De stelpost sociaal domein kan zowel positief zijn als negatief en hoeft niet ieder jaar gelijk te zijn. Ook wisselt de stelpost enkele malen per jaar omdat er meer of minder uitgaven worden gedaan, of omdat het rijk meer of minder middelen beschikbaar stelt via de circulaires. Als aan het einde van het jaar een positieve stelpost resteert, wordt het saldo gestort in de reserve sociaal domein. Als er een negatieve stelpost staat, dan wordt onttrokken aan de reserve sociaal domein. Het huidige college heeft aangegeven dat de stelpost sociaal domein jaarlijks, bij opstellen van de begroting € 500.000 positief moet zijn, om fluctuaties gedurende het jaar te kunnen opvangen.

De reserve sociaal domein ziet er als volgt uit (stand perspectiefnota 2023, juni 2022): RESERVE SD (bedragen * € 1.000) Saldo 1 januari Nota financiële keten in beeld 2e turap 2022 - overheveling 2021/2022 2e turap 2022 - mutaties stelpost in 2022, 2023 en 2024 Opheffen GR Leerplicht Overheveling 2021-2022 Vrijval reserve SD centrumtaken (raad 23-2-22) PPN 2023: tekort stelpost SD PPN 2023: extra storting in reserve SD

2022 1.309 -140 -407

2023 2.703

2024 3.161

280 96 -936

-237 -48

-43 -48

Saldo 31 december

2.703

40

2025 3.070

2026 3.070

3.070

3.070

2.016 -1.272 2.500 3.161

3.070

De reserve sociaal domein laat weer een positief saldo zien van € 3 miljoen. Dit komt door twee stortingen, namelijk een storing van € 2,5 miljoen op basis van het coalitieakkoord en een storting van ruim € 2 miljoen in 2023 wegens vrijval van een deel van de reserve Centrumtaken. In het coalitieakkoord is tevens bepaald dat het ‘hek’ om het sociaal domein wegens de huidige financiële situatie nog in stand moet blijven. De aangekondigde maatregelen moeten er tevens voor zorgen dat het beroep op de reserve sociaal domein wegens tekorten op de stelpost, minder groot wordt. Voor overige cijfers wordt verwezen naar de jaarrekening over 2021 en de begroting voor 2022. 7.3 Risico’s en beheersing hiervan over 2021 De volgende risico’s in het sociaal domein, waren onderdeel van de risicoparagraaf in de begroting en jaarrekening 2021 en daarmee onderdeel van de top 25 grootste risico’s binnen de gemeente. Waren er in 2018 nog acht sociaal domein-risico’s binnen de top 25, nu is het er nog één. Dit risico is echter wel een veelomvattend en groot financieel risico en staat op nummer 2 van de top 25 aan gemeentelijke risico’s. Top 25 van risico’s (alleen sociaal domein)

Kans %

2. De meerjarenraming Sociaal Domein is onzeker. In het Sociaal Domein zijn immers vele onzekerheden waaronder het rijksbeleid en de rijksfinanciën. Hierdoor zijn zowel de lasten als de baten lastig te prognosticeren. Conform het landelijke beeld heeft ook Nissewaard te maken met stijgende lasten voornamelijk op jeugdhulp.

80%

Max. fin. Invloed gevolg € 3.000.000 10,55%

De financiële situatie is zorgelijk. Dit heeft voor een groot deel te maken met (te) lage vergoedingen door het rijk, beperkte keuzevrijheid (bijvoorbeeld strakke wetgeving in Participatiewet, abonnementstarief Wmo en wettelijke verwijzers naar jeugdhulp) en complexer wordende ondersteuningsvragen (bijvoorbeeld meer mensen met arbeidsbeperking in Participatiewet, grotere problematiek in Wmo en jeugdhulp). We krijgen steeds beter inzicht in wat er gebeurt, zowel door nieuwe of betere monitoring, data-analyse als door inzet van accountmanagement, toezicht en kwaliteitswerk. Hierbij werken we multidisciplinair samen met data-analisten, uitvoerende regisseurs/medewerkers, accountmanagers, toezichthouders, kwaliteitsmedewerkers, adviseurs en beleidsmedewerkers. Zo kunnen we onderdelen waarop bijsturing mogelijk en nodig is, sneller identificeren, duiden en hier maatregelen op nemen. Voorbeelden hiervan zijn: - Het aanpassen van contractafspraken op Wmo en jeugdhulp, zodat vaker basis-begeleiding kan worden ingezet, in plaats van specialistische begeleiding. - Het adviseren van uitvoerend medewerkers door toezichthouders bij behandeling van aanvragen voor een pgb, om de kans op fraude te beperken. - Het goed in beeld hebben en snel kunnen oppakken van nieuwkomers via de ketenaanpak nieuwkomers, om hen zo snel mogelijk te kunnen laten meedoen.

- Het snel identificeren van stijgende kosten op een voorziening, hierop analyse uitvoeren en waar mogelijk op ingrijpen. Evaluatie van de functie accountmanager en kwaliteitsmedewerker Wmo/jeugdhulp heeft aangetoond dat deze functies structureel meer geld besparen dan de functies kosten en daarnaast incidentele besparingen en kwaliteitsverbeteringen opleveren. Dergelijke chirurgische ingrepen in het sociaal domein, alsmede grote veranderopgaven zoals het inrichten van een integrale ingang tot het sociaal domein en een gemeentelijke toegang tot persoonsgebonden voorzieningen, vormen samen de transformatie van het sociaal domein naar toekomstbestendigheid. Ook het invloed uitoefenen in de verschillende gremia van de Gr JR hoort hierbij.

41

Momenteel wordt gewerkt aan een overzicht van doelen en bijbehorende inspanningen om die doelen te gaan bereiken. Deze doelen en inspanningen moeten bijdragen aan de toekomstbestendigheid van het sociaal domein in deze collegeperiode en daarmee aan het beperken van dit risico. In de perspectiefnota die in de zomer van 2022 aan de raad is gepresenteerd, is opgenomen dat nader te besluiten maatregelen een bedrag moeten opleveren van € 0,5 miljoen in 2022 tot € 3,5 miljoen in 2026. Over de invulling van de te treffen maatregelen zal nog nader worden geadviseerd, onder andere in de begroting 2023. 7.4 Wat hebben we in 2021 gedaan binnen programmalijn gemeentelijke regierol In het gemeentebrede jaarverslag over 2021, is per programma en vervolgens per onderdeel aangegeven wat in 2021 is gedaan. Dit zijn extra acties, speerpunten of bijzonderheden geweest. Reguliere taken, zoals werkzaamheden voor de P&C-cyclus, toezicht en klachtafhandeling is hierin niet opgenomen. Hieronder zijn bijzondere punten weergegeven die betrekking hebben op de gemeentelijke regierol:  Om meer grip te krijgen op het gebruik en de effectiviteit van de voorzieningen en daarmee op de kosten ervan, werden stappen gezet om de Ingang tot het basisaanbod en de Toegang tot het geïndiceerd aanbod, beter gestroomlijnd te laten verlopen.

Het stroomlijnen van de Ingang en Toegang, schept de voorwaarden om ondersteuning te bieden ‘zo licht en kort als mogelijk en zo zwaar en lang als nodig’. In de eerste helft van 2021 werden op basis van het in 2020 uitgewerkte “detail-ontwerp” de voorbereidingen voor de implementatie gestart van zowel Ingang als Toegang. Eind 2021 zijn de eerste implementatiestappen gezet en is de telefonische Ingang een feit (praktisch per januari 2022). De verdere implementatie loopt vanwege het lange termijn karakter door naar 2022.  Met behulp van een versterkte informatievoorzieningsfunctie, zijn we beter gaan sturen op het vastleggen van relevante data en aanpassen van systemen, zodat monitoring en analyses binnen het sociaal domein beter mogelijk zijn.  We ontwikkelden onze regisserende rol binnen het sociaal domein zodanig dat we onze rol als opdrachtgever in het getransformeerde sociaal domein steeds beter kunnen vervullen en effectiviteit, doelmatigheid en rechtmatigheid beter geborgd zijn. Er werden verbeteringen aangebracht in het subsidieproces en in het inkoopproces (Open House). Naast de in 2019 aangestelde accountmanagers, hebben ook de in het afgelopen jaar aangestelde kwaliteitsmedewerkers hier specifiek aan bijgedragen.  We zetten in het kader van fraude verder in op een integrale aanpak binnen het sociaal domein.

Overlegorganen werden integraal ingericht met aandacht voor de privacy aspecten. Ook de BOA-opleidingen voor de toezichthouders Wmo/Jeugdwet/Participatiewet werden gezamenlijk gevolgd. Er is een nieuw beleidsplan handhaving en toezicht opgesteld. Naar verwachting wordt deze in 2022 vastgesteld.  Er werd een vervolgstap gemaakt in de digitalisering en procesoptimalisatie binnen werk & inkomen. Zo richtten we klantprocessen in naar logica van de inwoners als klant. Naast de Individuele Inkomenstoeslag, energiebijdrage en bijstand voor levensonderhoud werd ook de bijzondere bijstand in de E-diensten ondergebracht. Ook werd de website 'Mijn uitkering' aangepast, waardoor deze beter aansluit op de behoeften van inwoners, zoals het gebruik van mobiele apparaten. Het zaaksysteem werd geïmplementeerd.  Om de keuzevrijheid van cliënten bij de toewijzing van zorg (Wmo en Jeugdhulp) te ondersteunen is een digitale applicatie ontwikkeld waarmee klantmanagers en cliënten passende zorg bij hun beschikking kunnen vinden.  Het accountmanagement is na positieve resultaten verder geprofessionaliseerd door uitbreiding en aanvulling met contractbeheer. Hierdoor kan meer aandacht besteed worden aan met name kleinere accounts die ook belangrijk zijn voor de gemeentelijke doelstellingen.

42

 

Vanwege corona is door de accountmanagers extra aandacht besteed aan zorgcontinuïteit en financiële weerbaarheid van de gecontracteerde of gesubsidieerde zorgaanbieders die ondersteuning bieden aan jeugdigen. Het kwaliteitstoezicht vanuit GGD Rotterdam-Rijnmond op de Wmo is uitgebreid en de contracten zijn hernieuwd tot 2025.

7.5 Tot slot Het sociaal domein is breed en complex. Met dit verslag hebben we hierin overzicht en inzicht willen bieden, hetgeen kan helpen bij de kaderstellende en controlerende rol die de raad heeft. Zo gezien is het bestuursverslag zelf ook onderdeel van de gemeentelijke regierol op het sociaal domein. Het bestuursverslag is een levend document. Dit betekent dat er volgend jaar nieuwe informatie aan kan worden toegevoegd, mits hierover objectieve en betrouwbare informatie is te verkrijgen. Om het geheel leesbaar te houden, wordt ook kritisch gekeken of er informatie kan worden weggelaten. We staan hierbij open voor suggesties en behoeften vanuit de raad.

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11912213/2