CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuursverslag Sociaal Domein over 2021 nieuwe stijl

Commissie Sociaal Domein 20 oktober 2022, gemeente NissewaardBij agendapunt: Bestuursverslag Sociaal Domein over 2021 + vragen en antwoorden17.040 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestuursverslag Sociaal Domein over 2021

datum augustus 2022 versie 0.1 Auteur(s)

Indra Caerteling; Luc van Schijndel; Frans Verhoeks

Inhoudsopgave Inhoudsopgave........................................................................................................................................ 2 1. Inleiding........................................................................................................................................... 3 1.1 Leeswijzer voor dit (hernieuwde) bestuursverslag ..................................................................... 3 1.2 Hoe we het sociaal domein inrichten ......................................................................................... 4 1.3 Disclaimer.................................................................................................................................... 6 2. Samenvatting .................................................................................................................................. 7 2.1 Sterke samenleving ..................................................................................................................... 7 2.2 Bestaanszekerheid ...................................................................................................................... 7 2.3 Opvoeden en opgroeien .............................................................................................................

7 2.4 Kwetsbare volwassenen.............................................................................................................. 8 2.5 Gemeentelijke regierol ............................................................................................................... 8 3. Sterke samenleving ......................................................................................................................... 9 3.1 Verenigingen, vrijwilligers en actieve inwoners ......................................................................... 9 3.2 Eenzaamheid ............................................................................................................................. 10 3.3 Mantelzorg ................................................................................................................................ 10 3.4 Wat hebben we in 2021 gedaan binnen programmalijn sterke samenleving .......................... 11 4. Bestaanszekerheid ........................................................................................................................ 13 4.1 Ontwikkeling aantal uitkeringen ............................................................................................... 13 4.2 Instroom en uitstroom ..............................................................................................................

15 4.3 Populatie in de bijstand ............................................................................................................ 15 4.4 Inburgering ................................................................................................................................ 17 4.5 Schuldproblematiek en armoede.............................................................................................. 17 4.6 Wat hebben we in 2021 gedaan binnen programmalijn bestaanszekerheid ........................... 18 4.7 Cliëntervaringen Participatiewet, minimaregelingen en schuldhulpverlening ........................ 19 5. Opvoeden en opgroeien ............................................................................................................... 20 5.1 Ontwikkeling jeugdigen met indicatie jeugdhulp ..................................................................... 20 5.2 Soorten jeugdhulp..................................................................................................................... 22 5.3 Verwijzers naar jeugdhulp ........................................................................................................ 24 5.4 Voor- en vroegschoolse educatie .............................................................................................

25 5.5 Onderwijs .................................................................................................................................. 26 5.5 Wat hebben we in 2021 gedaan binnen programmalijn opvoeden en opgroeien .................. 29 5.6 Cliëntervaringen Jeugdwet 2021 .............................................................................................. 31 6. Kwetsbare volwassenen................................................................................................................ 32 6.1 Wmo-gebruik van lokale voorzieningen ................................................................................... 32 6.2 Opvang en beschermd wonen .................................................................................................. 35 6.3 Wat hebben we in 2021 gedaan binnen programmalijn kwetsbare volwassenen .................. 35 6.4 Cliëntervaringen Wmo 2021 ..................................................................................................... 37 7. Gemeentelijke regierol ................................................................................................................. 39 7.1 Het hek om budgetten sociaal domein .....................................................................................

39 7.2 Stelpost en reserve sociaal domein .......................................................................................... 40 7.3 Risico’s en beheersing hiervan over 2021 ................................................................................ 41 7.4 Wat hebben we in 2021 gedaan binnen programmalijn gemeentelijke regierol ..................... 42 7.5 Tot slot ...................................................................................................................................... 43

2

1. Inleiding In dit bestuursverslag geven wij een breed beeld over het sociaal domein Nissewaard in 2021. Nadruk ligt op de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Ook de Wet inburgering, armoedebestrijding, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), onderwijs en onderwijsachterstanden komen in het bestuursverslag aan bod. De informatie in dit verslag geeft de feitelijke (cijfermatige) staat van het sociaal domein in Nissewaard. Daarnaast is kwalitatieve informatie toegevoegd over bijvoorbeeld cliëntervaring en verrichte inspanningen in het sociaal domein om doelen beter te bereiken. Dit bestuursverslag kan de raad ondersteunen bij de kaderstellende en controlerende rol. 1.1 Leeswijzer voor dit (hernieuwde) bestuursverslag De doelen die de raad reeds heeft vastgesteld voor het sociaal domein zijn:  Kinderen en jeugdigen groeien gezond, kansrijk en veilig op en zijn straks als volwassenen in staat te functioneren in de samenleving  Inwoners kunnen voor zichzelf en hun directe omgeving zorgen  Inwoners zijn sociaal betrokken en dragen naar vermogen bij aan de samenleving Het sociaal domein is zeer breed en is daarom vanaf deze collegeperiode ingedeeld in vijf programmalijnen. Per programmalijn zullen er doelen worden geformuleerd.

Deze programmalijnen zullen ook in het bestuursverslag terug te vinden zijn, zodat makkelijk te zien is hoe het doelbereik vordert. Hierdoor is de hoofdstukindeling aangepast aan de vijf programmalijnen. Het bestuursverslag kent na deze inleiding (hoofdstuk 1) en de samenvatting (hoofdstuk 2) de volgende hoofdstukken:  Sterke samenleving (hoofdstuk 3): Het onderdeel sterke samenleving is in dit bestuursverslag nog beperkt. De onderwerpen vrijwilligers, mantelzorg en eenzaamheid waarover we ook in vorige bestuursverslagen al rapporteerden, hebben geen nieuwe gegevens ten opzichte van het vorige bestuursverslag, maar zijn wel opgenomen met dezelfde gegevens als vorig jaar. Andere onderdelen van de sterke samenleving, zoals gezonde verenigingen, netwerksamenwerking en sociale inclusie staan qua meting nog in de kinderschoenen. Naar verwachting zal in het volgende bestuursverslag hierover meer informatie beschikbaar zijn, al zullen op onderdelen ook nog meetinstrumenten moeten worden ontwikkeld.  Bestaanszekerheid (hoofdstuk 4): Onder het hoofdstuk bestaanszekerheid vindt u gegevens over de Participatiewet, inburgering, armoede en schulden. De informatie die hier te vinden is, komt grotendeels overeen met het hoofdstuk ‘Werk, inkomen, armoede en schulden’ uit het vorige bestuursverslag.

Dit hoofdstuk is aangevuld met de informatie over arbeidsparticipatie en kinderen in de bijstand die voorheen in het hoofdstuk over effectmeting waren ondergebracht. In de toekomst kan dit hoofdstuk aangevuld worden met gegevens over bereik van laaggeletterden. Informatie over ‘vrijstellingen arbeidsplicht’ is niet langer opgenomen. Deze informatie blijkt in andere gemeenten onbetrouwbaar, waardoor dit geen correct beeld weergeeft. Deze informatie zal ook in de toekomst niet meer worden opgenomen. Wel zal in de toekomst informatie worden opgenomen over ontwikkelstappen die uitkeringsgerechtigden met grote afstand tot de arbeidsmarkt maken in hun re-integratie. Tot slot ontbreekt in dit hoofdstuk eenmalig informatie over schuldhulpverlening. Vanwege overgang naar een ander meetsysteem, zijn de cijfers nu onvoldoende betrouwbaar om weer te geven. In het volgende bestuursverslag zullen wel weer cijfers over schuldhulpverlening staan.  Opvoeden & Opgroeien (hoofdstuk 5): In dit hoofdstuk vindt u informatie over jeugdhulp, voor- en vroegschoolse educatie en onderwijs. In tegenstelling tot voorgaande bestuursverslagen, is deze informatie nu in één hoofdstuk gebundeld en niet verdeeld over twee hoofdstukken, zoals voorheen in een inhoudelijk hoofdstuk ‘Jeugdhulp’ en een hoofdstuk over effectmeting. 3

Kwetsbare volwassenen (hoofdstuk 6): Binnen dit hoofdstuk vindt u informatie over de Wmo. Vooralsnog betreft dit, net als voorgaande jaren, voornamelijk lokale Wmo-voorzieningen. Vanaf het bestuursverslag over 2022 zal ook informatie over Opvang en Beschermd wonen (Wmo-centrumtaken) worden toegevoegd. Gemeentelijke regierol (hoofdstuk 7): De gemeentelijke regierol gaat over financiële houdbaarheid, visie, kwaliteit en rechtmatig & doelmatig handelen. Het financiële hoofdstuk zoals bekend uit vorige bestuursverslagen is opgenomen onder de gemeentelijke regierol. Ten behoeve van volgende bestuursverslagen bekijken we of dit hoofdstuk nog wordt aangepast en uitgebreid met andersoortige informatie. In ieder geval zal ‘toezicht’ als onderdeel worden opgenomen.

1.2 Hoe we het sociaal domein inrichten Het sociaal domein bestaat uit verschillende typen preventie, hulp en ondersteuning. De inrichting van het sociaal domein blijft continu in ontwikkeling.

De brede blauwe pijl geeft de gemeentelijke rol weer om regie te voeren over het sociaal domein. De gemeente werkt actief aan het realiseren van de maatschappelijke doelen met de instrumenten die ons vanuit wettelijke kaders ter beschikking staan. Dit betekent:  dat de samenleving zodanig wordt versterkt dat er betere condities zijn voor inwoners om problemen te voorkomen en om zichzelf en elkaar te helpen,  dat er voldoende passende voorzieningen zijn die inwoners effectief kunnen ondersteunen bij hun hulpvragen,  dat de uitvoerende partners voldoende met elkaar samenwerken waar dit nodig is,  dat de kwaliteit van de geboden ondersteuning voldoende is, en  dat de rechtmatigheid is gewaarborgd. In onze visie uit 2017, het Thuis in de Wijk-concept, is geschetst welke transformatiebeweging wenselijk is om het sociaal domein toekomstbestendig te maken. Deze transformatiebeweging is gebaseerd op de landelijke uitgangspunten die aan de decentralisaties ten grondslag lagen, namelijk uitgaan van de leefwereld van de inwoners, dichterbij en meer toegesneden op de individuele situatie. Deze visie wordt momenteel geactualiseerd in een beleidskader sociaal domein, dat eind 2022 of begin 2023 ter besluitvorming aan u zal worden voorgelegd.

De transformatie richtte zich in eerste instantie met name op het witte deel van het schema, namelijk versterken van eigen kracht, preventie en algemeen toegankelijke voorzieningen. Dit vormt het ‘voorveld’ en noemen we Thuis in de Wijk. Momenteel werken we in bredere zin aan het versterken van de samenleving en daarbinnen aan het opzetten en verbeteren van het netwerk van organisaties die hierin actief zijn. Het gaat dan zowel om organisaties van vrijwilligers als van professionals. Hiermee willen we vroegsignalering en samenwerking versterken, zodat vragen en 4

problemen van inwoners eerder kunnen worden opgelost en dat ondersteuning beter aansluit bij de behoefte in Nissewaard of in een bepaald gebied daarbinnen. We werken dus samen met partijen om de transformatie te realiseren, waarbij we van onze essentiële partners een grotere verantwoordelijkheid vragen dan van andere partijen. Inmiddels is helder dat het versterken van het voorveld niet automatisch leidt tot vermindering van hulp in persoonsgebonden voorzieningen (zie bijvoorbeeld het rapport van SCP ‘Sociaal domein op koers?’ uit november 2020). Dit vergt regievoering en sturing. Daarom geven we (in lichtgroen in het schema) stap voor stap de integrale Thuis in de Wijk-Ingang vorm. Hierin bieden verschillende organisaties in een samenwerkingsverband, informatie en advies aan inwoners en voeren zij vraagverheldering uit op vraagstukken die meer nodig hebben dan alleen een advies. Doel van deze ingang is tweeledig. Enerzijds dat door gebundelde expertise de vraag van de inwoner en diens huishouden breder kan worden verkend zodat eerder de juiste ondersteuning kan worden geboden. Anderzijds dat er zoveel mogelijk oplossingen binnen het eigen netwerk en voorzieningen in het voorveld kunnen worden gerealiseerd, zodat minder persoonsgebonden voorzieningen nodig zijn.

De ingang moet er dus voor zorgen dat als oplossingen in eigen netwerk en het voorveld nog onvoldoende worden gebruikt, hier actief naar wordt toegeleid. Indien er toch een of meer persoonsgebonden voorzieningen nodig lijken, wordt die vraag doorgeleid naar de gemeentelijke toegang. In de gemeentelijke toegang die momenteel in herontwikkeling is, wordt bepaald of er een persoonsgebonden voorziening nodig is en zo ja, wat precies en met welk doel en te behalen resultaat. Dit wordt vastgelegd in een beschikking. Ook de uitvoerende partij wordt op dat moment gekozen (indien niet de gemeente zelf de uitvoerder is). Tijdens inzet van de persoonsgebonden voorziening wordt gemonitord in hoeverre het (deel)resultaat wordt bereikt en er meer, minder of andere ondersteuning wenselijk is. Zonder deze monitoring, is onze ervaring met Wmo en Jeugdwet, dat hulp die we niet zelf uitvoeren steeds wordt verlengd met als gevolg dat de kosten oplopen, maar ook dat de beschikbaarheid van hulp voor nieuwe cliënten onder druk komt te staan (wachtlijsten). Bij samenhangende hulpvragen wordt er casusregie ingezet zodat de benodigde hulp goed op elkaar aansluit en elkaar versterkt in het bereiken van de gestelde doelen.

Wanneer de situatie zeer complex is en het doelbereik in het geding komt, kan er procesregie vanuit de gemeente worden ingezet die het proces begeleidt en zorgt dat barrières om te komen tot goede oplossingen worden geslecht. Het meest donkergroene vlak betreft de geïndiceerde persoonsgebonden voorzieningen zelf, die worden uitgevoerd door uitvoerende partijen (Jeugdwet en Wmo) of de gemeente (Participatiewet en Wgs). We werken hierbij samen in regionale samenwerkingsverbanden, zoals Voorne-Putten Werkt! (VPW), de arbeidsmarktregio, de samenwerking op Wmo-centrumtaken en de gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond (GR JR). Persoonsgebonden voorzieningen zullen altijd een belangrijke rol spelen in het sociaal domein en een groot deel van de middelen wordt hieraan besteed. Ook binnen de persoonsgebonden voorzieningen moet daarom de transformatie worden vormgegeven om het sociaal domein toekomstbestendig te maken. En dat brengt ons weer bij de gemeentelijke regievoering en sturing als cruciale rol om de transformatie binnen het sociaal domein te realiseren. Om grip te hebben op het sociaal domein en te kunnen sturen, moeten we voldoende en toegankelijke informatie hebben en een werkwijze om hieraan opvolging te geven (data- en informatie gestuurd werken).

Ook moeten we duidelijk onze visie en gewenste resultaten voor ogen hebben en keuzes maken wat wel en wat niet te doen (beleid). Met verschillende instrumenten kan hierop vervolgens in de uitvoering worden gestuurd, zoals inkoop en subsidie, kwaliteitstoezicht (via landelijke inspectie of GGD), rechtmatigheidstoezicht (via gemeentelijke toezichthouders), accountmanagement om te borgen dat (contract)afspraken 5

worden nagekomen (op zorgaanbieders en werkgevers) en casus- en procesregie om de goede voortgang op casusniveau te sturen. Ook het aanpassen van onze eigen gemeentelijke werkwijze om beter tegemoet te kunnen komen aan doelbereik, gaat niet vanzelf en vergt sturing. 1.3 Disclaimer Cijfers die gebruikt zijn, zijn over 2021 veelal nog niet definitief. Dit betekent dat in het bestuursverslag over 2022 mogelijk net afwijkende cijfers worden gepresenteerd over 2021 dan in het onderliggende bestuursverslag. De cijfers over 2020 zijn grotendeels wel definitief. Met betrekking tot jeugdhulp heeft het CBS aangegeven dat mogelijk niet alle cijfers helemaal correct zijn. In het desbetreffende hoofdstuk vindt u hierover meer informatie.

6

2. Samenvatting In deze samenvatting is de belangrijkste cijfermatige informatie uit dit bestuursverslag weergegeven. Dit betekent dat informatie over cliëntervaringen en wat er op het desbetreffende gebied in 2021 is gedaan, ontbreekt in de samenvatting. Alleen de samenvatting over gemeentelijke regierol bevat niet-cijfermatige informatie. 2.1 Sterke samenleving De cijfers in dit hoofdstuk zijn niet vernieuwd ten opzichte van het vorige bestuursverslag, omdat er geen nieuwe metingen zijn verricht. Er is daarom geen samenvatting van dit hoofdstuk opgenomen. 2.2 Bestaanszekerheid In totaal ontvangen 2184 huishoudens eind 2021 van de gemeente Nissewaard een uitkering, een daling van 5% ten opzichte van een jaar eerder. Ten opzichte van 31 december 2017 (2482 uitkeringsgerechtigden) is het aantal uitkeringsgerechtigden zelfs met 12% gedaald. In het koersplan is het doel gesteld dat er eind 2022 maximaal 2200 uitkeringsgerechtigden zijn. Dit doel is dus een jaar eerder dan verwacht al gehaald. Het aantal bijstandsgerechtigden per 1000 inwoners zit in Nissewaard boven het landelijk gemiddelde, maar ruim binnen de marge van 50% meest gemiddelde gemeenten in Nederland. De afgelopen twee jaar op rij presteert Nissewaard beter dan gemiddeld, waardoor het dichter bij het landelijk gemiddelde komen.

Zowel de uitstroom uit de uitkering als geheel, als (daarbinnen) de uitstroom naar werk, zijn gestegen. Steeds minder mensen komen snel, binnen een jaar, terug in de uitkering (9,1% t.o.v. ruim 15% twee jaar daarvoor). De inspanning op duurzame uitstroom heeft effect. Het aantal uitkeringsgerechtigden dat minimaal vijf jaar een uitkering heeft stijgt, terwijl alle categorieën tot vijf jaar in de uitkering, dalen. Ook het aantal 55plussers in de uitkering stijgt, terwijl in andere leeftijdsgroepen een daling is te zien. Ten opzichte van 2020 is voor alle armoedevoorzieningen een (lichte) daling te zien. 2.3 Opvoeden en opgroeien Voor het eerst sinds de invoering van de Jeugdwet zit Nissewaard met jeugdigen tot 18 jaar met jeugdhulp in natura, binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland. Voor het derde jaar op rij presteert Nissewaard beter dan het landelijk gemiddelde en voor het tweede jaar op rij is er een daling van het aantal jeugdigen met jeugdhulp tot 18 jaar te zien. Dit terwijl landelijk in 2021 het aantal jeugdigen met jeugdhulp is gestegen. Het aantal 18-23-jarigen met verlengde jeugdhulp stijgt echter al twee jaar op rij fors en bedraagt eind 2021 240 jongeren, waardoor het totaal aan indicaties jeugdhulp (0-23 jaar), hoger is dan in 2021. Het aantal persoonsgebonden budgetten is voor het eerst weer gestegen van 45 in 2020 naar 61 eind 2021.

Het percentage ‘jeugdigen met jeugdbescherming’ en ‘jeugdigen met jeugdhulp met verblijf’, ligt in Nissewaard hoger dan in de 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland. Het aantal doelgroepkinderen (kinderen dat in aanmerking komt voor voor- en vroegschoolse educatie t.b.v. vermindering taalachterstanden) ligt in Nissewaard met 21% ruim boven de landelijke doelgroep van 15%. Het bereik van doelgroepkinderen van 1,5-4 jaar is in Nissewaard gestegen, maar ligt met 76% op 01-01-2021 nog onder het landelijk gemiddelde van 85%. De lees- en rekenvaardigheid van basisschoolleerlingen in Nissewaard is sterker achteruit gegaan dan landelijk. Een op de tien kinderen in Nissewaard haalt het basisniveau taal- en/of rekenen niet. Het schoolverzuim is gedaald, maar ligt nog drie keer zo hoog als het landelijk gemiddelde. Het percentage thuiszitters is echter lager dan gemiddeld en in Nissewaard verwaarloosbaar. Met betrekking tot voortijdig schoolverlaten presteerde Nissewaard tot 2020 redelijk gemiddeld. In 2020

7

(laatste bekende cijfers) is het percentage voortijdig schoolverlaten echter omhoog geschoten en ligt nu hoger dan de 50% meest gemiddelde gemeenten. 2.4 Kwetsbare volwassenen In 2021 is het aantal Wmo-cliënten licht gedaald naar 6680 op 31-12-2021. Dit is een daling van 0,5% ten opzichte van een jaar eerder. De Wmo-cliënt gebruikt gemiddeld twee voorzieningen. Collectief vervoer heeft de meeste gebruikers (4553), daarna huishoudelijke hulp (2339). De grootste daling is te zien op vervoersvoorzieningen, terwijl op huishoudelijke hulp nog een stijging is te zien. Het aantal Wmo-cliënten per 1000 inwoners ligt in Nissewaard beduidend hoger (27% hoger) dan het landelijk gemiddelde, maar daalt wel. Met name het aantal gebruikers van ‘hulpmiddelen en diensten’, zoals collectief vervoer en scootmobielen, ligt in Nissewaard veel hoger dan elders. In totaal zijn er op 31-12-2021 op lokale Wmo-voorzieningen (dus zonder verblijf) 81 persoonsgebonden budgetten, ten opzichte van 100 pgb’s een jaar eerder. Het percentage zelfstandig wonende 70-plussers ligt in Nissewaard beduidend hoger dan gemiddeld in Nederland. Het percentage stijgt jaarlijks licht, maar minder hard dan het landelijk gemiddelde. 2.5 Gemeentelijke regierol Met het sociaal domein Nissewaard is lokaal een bedrag van € 120 miljoen gemoeid en daarboven nog eens € 20 miljoen voor regionale Wmo-centrumtaken.

De financiële situatie is zorgelijk. Dit heeft voor een groot deel te maken met (te) lage rijksbudgetten, beperkte keuzevrijheid (bijvoorbeeld strakke wetgeving in Participatiewet, abonnementstarief Wmo en andere wettelijke verwijzers naar jeugdhulp) en complexere ondersteuningsvragen (bijvoorbeeld meer mensen met arbeidsbeperking in de Participatiewet, grotere problematiek in Wmo en jeugdhulp). We krijgen steeds beter inzicht in wat er gebeurt, zowel door data-analyse als door inzet van bijvoorbeeld accountmanagement en kwaliteitswerk. Zo kunnen we onderdelen waarop bijsturing mogelijk en nodig is, sneller identificeren, duiden en hier maatregelen op nemen. Dergelijke chirurgische ingrepen in het sociaal domein, alsmede grote veranderopgaven zoals het inrichten van een integrale ingang tot het sociaal domein en een gemeentelijke toegang tot persoonsgebonden voorzieningen, vormen samen de transformatie van het sociaal domein naar toekomstbestendigheid. Momenteel wordt gewerkt aan een overzicht van doelen en bijbehorende inspanningen om die doelen te gaan bereiken. Deze doelen en inspanningen moeten in deze collegeperiode bijdragen aan de toekomstbestendigheid van het sociaal domein en daarmee aan het beperken van het financieel risico.

In de perspectiefnota die in de zomer van 2022 aan de raad is gepresenteerd, is opgenomen dat nader te besluiten maatregelen een bedrag moeten opleveren van € 0,5 miljoen in 2022 tot € 3,5 miljoen in 2026.

8

3. Sterke samenleving Een sterke samenleving bestaat uit gezonde verenigingen en netwerken, uit inwoners die zich voor andere mensen inzetten en uit organisaties die dit versterken en faciliteren. Er vinden veel activiteiten plaats die bijdragen aan het welbevinden en de ontwikkeling van inwoners, problemen worden samen opgelost en kwetsbare inwoners vinden ondersteuning bij zaken die voor hen lastig zijn. Het is een inclusieve samenleving, waarin iedereen een volwaardige plek heeft en naar vermogen kan meedoen, zonder onderscheid te maken tussen mensen. In dit hoofdstuk staat vooralsnog alleen informatie over vrijwilligers, eenzaamheid en mantelzorg, Dit zal in de toekomst verder worden uitgebreid. Toelichting op grafieken In dit hoofdstuk en volgende hoofdstukken zijn grafieken gebruikt. Om deze goed te interpreteren geven we de volgende algemene toelichting:  Blauwe lijn: deze lijn is altijd Nissewaard  Oranje lijn: deze lijn is altijd het gemiddelde in Nederland  Grijze vlak: het grijze vlak is de range waarbinnen de helft van de gemeenten die het dichtst bij het gemiddelde zitten, zich beweegt. Hierop heeft wel een correctie plaatsgevonden om (toevallige) uitschieters bij kleine gemeenten te neutraliseren.

Oftewel: als je de helft van de gemeenten bekijkt, die het meest het gemiddelde benaderen (eronder of erboven), dan laat het grijze vlak het minimum en het maximum van de helft van de gemeenten zien. Hiermee krijg je een beeld van de spreiding in Nederlandse gemeenten. Als de blauwe lijn (Nissewaard) buiten het grijze vlak ligt, betekent dit dus dat Nissewaard afwijkt van de 50% meest gemiddelde gemeenten in Nederland op dat onderwerp. 3.1 Verenigingen, vrijwilligers en actieve inwoners Over verenigingen is in dit bestuursverslag nog geen informatie voorhanden.

50%

45%

40%

35%

2016

2017

2018

2019

2020

Nederland

49,7%

48,5%

47,6%

46,7%

43,8%

Nissewaard

31,2%

34,0%

Grafiek 1. Percentage inwoners dat aan vrijwilligerswerk doet

Bovenstaande grafiek geeft de metingen weer voor vrijwilligerswerk. Omdat in de jaren 2017 tot en met 2019 geen metingen zijn gedaan met de juiste meetmethodiek, zijn alleen 2016 en 2020 beschikbaar (de blauwe stip). Ook over 2021 zijn geen nieuwe gegevens beschikbaar. 9

Het doel, zoals gesteld in de vorige collegeperiode, is eind 2022 minimaal 70% van het landelijke percentage vrijwilligers te hebben. Dit zou bij gelijkblijvende landelijke cijfers betekenen dat ongeveer 34% van de Nissewaardse volwassenen aan vrijwilligerswerk doet. Nu het landelijke percentage is gedaald, zou het doel behaald zijn bij een kleine 31%. Met 34% vrijwilligers in 2020, hebben we het gestelde doel gehaald. Het percentage inwoners dat deelneemt aan activiteiten in de wijk of van clubs en verenigingen (onderstaande grafiek) is in 2020 met 46,7% lager dan het landelijk gemiddelde, maar nog net wel binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland. De dalende trend die hierbij in Nederland te zien is, herkennen we ook binnen Nissewaard, al is die in Nissewaard iets sterker. Over 2021 zijn geen nieuwe cijfers beschikbaar.

65%

60%

55%

50%

2018

2019

2020

Nederland

57,8%

2016

2017

56,2%

56,5%

55,6%

Nissewaard

50,9%

48,7%

46,7%

Grafiek 2. Percentage inwoners dat deelneemt aan activiteiten in wijkgebouw, van clubs of van verenigingen

3.2 Eenzaamheid Over eenzaamheid vindt niet jaarlijks een meting plaats. Uit onderstaande tabel blijkt dat de meting uit de Nissewaard Peiling over 2020 nauwelijks afwijkt van de landelijke meting in 2019. In de jaren dat geen percentage is ingevuld, is geen meting verricht. Tabel 1. Percentage volwassen inwoners dat sterk eenzaam is

2016 Nederland Nissewaard

2017 7,0%

2018

2019 9,0%

2020 9,1%

Hiermee is voor volwassenen het doel uit de vorige collegeperiode behaald dat eind 2022 niet meer inwoners van Nissewaard zich (zeer) ernstig eenzaam voelen dan gemiddeld in Nederland. Over 2021 zijn geen nieuwe gegevens beschikbaar. 3.3 Mantelzorg Mensen met een beperking hebben vaak structureel hulp van hun naasten, dit noemen we mantelzorg. Het percentage mantelzorgers meten we via de GGD-monitor (eens per vier jaar) en de Nissewaard Peiling (eens per twee jaar). Voor beide zijn over 2021 geen nieuwe cijfers. Onderstaande cijfers en toelichting daarop is daarom identiek aan het bestuursverslag over 2020. 10

Tabel 2. Percentage mantelzorgers

Nederland Nissewaard Peiling Nissewaard gezondheidsmonitor

2016 14,2% 19,5%

2017

2018 18,2%

12,6%

2019

2020 13,5% 20,5% 13,6%

De verschillende metingen naar het aandeel mantelzorgers geven verschillende uitkomsten. Er is via de Nissewaard Peiling driemaal onderzoek gedaan naar het percentage mantelzorgers in Nissewaard, in 2016, 2018 en 2020. Volgens de Nissewaard Peiling verricht in 2016 19,5%, in 2018 18,2% en in 2020 20,5% van onze inwoners mantelzorg. De GGD-gezondheids-monitor geeft een heel ander beeld. Slechts 12,6% van de inwoners van Nissewaard verricht in 2016 mantelzorg en in 2020 13,6% ten opzichte van landelijk 14,2% in 2016 en 13,5% in 2020. Op basis van de gezondheidsmonitor kan geconcludeerd worden dat in Nissewaard in 2020 niet meer of minder mensen mantelzorger zijn dan gemiddeld in Nederland, namelijk rond 13,5%. De verschillen in vraagstelling tussen beide onderzoeken, rechtvaardigen niet het verschil in uitkomst tussen de Nissewaard Peiling en de Gezondheidsmonitor. Er is geen verklaring te geven voor de verschillende uitkomsten. 3.4 Wat hebben we in 2021 gedaan binnen programmalijn sterke samenleving In het gemeentebrede jaarverslag over 2021, is per programma en vervolgens per onderdeel aangegeven wat in 2021 is gedaan. Dit zijn extra acties, speerpunten of bijzonderheden geweest. Reguliere taken, zoals het uitvoeren van verenigingsondersteuning en verstrekken van subsidies is hierin niet opgenomen.

Hieronder zijn bijzondere punten weergegeven die betrekking hebben op sterke samenleving:  We bevorderden de betrokkenheid in de samenleving. Daartoe faciliteerden we activiteiten vanuit vrijwilligersorganisaties en bewonersinitiatieven die het mogelijk maken dat meer inwoners elkaar ontmoeten en wat voor elkaar kunnen betekenen. Ook werden vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties ondersteund door middel van kennisoverdracht en vaardigheidstrainingen en begeleid, onder andere via de Vrijwilligersacademie Academie Nissewaard. Op 2 oktober vond een grote vrijwilligersmanifestatie plaats waaraan veel organisaties deelnamen en op de nationale dag van de vrijwilliger werd een lokaal vrijwilligersmagazine 'HELD!' verspreid onder vrijwilligers en actieve inwoners als blijk van waardering.  Onder de noemer ‘Elkaar Waard’ gaven we invulling aan het thema eenzaamheidbestrijding. In 2021 werd door de kerngroep, waarin het maatschappelijk middenveld van Nissewaard vertegenwoordigd is, verder gewerkt aan concrete acties zoals bijvoorbeeld de Week tegen de Eenzaamheid. De corona-pandemie heeft helaas tot minder activiteiten geleid dan gewenst was. De start van AutoMaatje en de inzet van dieren tegen eenzaamheid begin 2022 is voorbereid.  We ontwikkelden het Thuis in de Wijk-concept verder door.

Daarbij lag in 2021 de nadruk op het versterken van de samenleving, op het ombuigen van specialistische (geïndiceerde) ondersteuning naar algemene ondersteuning en op het stroomlijnen van de ingang tot voorzieningen binnen het sociaal domein en de toegang tot het geïndiceerde aanbod.  Nissewaard rolde haar status als regenbooggemeente in 2021 verder uit en zette zich in voor de verdere acceptatie van alle personen binnen de LHBTI+ groep. Dat gebeurde, mede in samenwerking van de combinatiefunctionarissen, door het geven van gastlessen op de middelbare scholen en basisscholen, verstrekken van LEF kisten over diversiteit op alle basisscholen en het geven van trainingen via John Blankenstein foundation over diversiteit in de 11

club. Daarnaast werden offline bijeenkomsten georganiseerd voor de groep LHBT-Nissewaard in Wijkcentrum ’t Centrum. Er is gestart met het maken van een uitvoeringsagenda mantelzorg. Daarin wordt aandacht besteed aan een beter bereik van mantelzorgers, versterking van het ondersteuningsaanbod, structurele aandacht voor de positie van de mantelzorger bij de inzet van zorg en welzijn, jonge mantelzorgers en mantelzorgvriendelijke werkgevers. Er werd vanuit het sport- en beweegakkoord en de gemeente een boekje ontwikkeld waarin het volledige vrijetijdsaanbod van Nissewaard te vinden is voor jong en oud, inclusief een overzicht van (financiële) ondersteuningsmogelijkheden.

12

4. Bestaanszekerheid Bestaanszekerheid is de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen en betaalbare vaste lasten. Dit zijn noodzakelijke voorwaarden om de rust en ruimte te vinden die nodig is om je te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving. We bieden mensen ondersteuning, voor zover de samenleving hierbij onvoldoende basis biedt. We stimuleren door voorlichting en (armoede)voorzieningen dat zoveel mogelijk mensen in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien en een gezonde financiële huishouding hebben. Onder bestaanszekerheid vindt u gegevens over de Participatiewet, inburgering, armoede en schulden. Als eerste wordt dieper ingegaan op de cijfermatige ontwikkeling van het uitkeringsbestand en cijfers over inburgering en armoede. De cijfers over inburgering zijn nog beperkt, omdat de nieuwe wet Inburgering in 2021 nog niet is ingegaan. Tot slot beschrijven we wat in 2021 op hoofdlijnen is gedaan op dit onderdeel van het sociaal domein. 4.1 Ontwikkeling aantal uitkeringen In deze paragraaf schetsen we een beeld van hoe het bestand van uitkeringsgerechtigden1 zich heeft ontwikkeld. In onderstaande tabel staat het aantal uitkeringsgerechtigden in Nissewaard op 31 december 2021, ten opzichte van een jaar eerder. In totaal ontvangen 2184 huishoudens van de gemeente Nissewaard een uitkering, een daling van 5%.

Ten opzichte van 31 december 2017 (2482 uitkeringsgerechtigden) is het aantal uitkeringsgerechtigden zelfs met 12% gedaald. In het koersplan is het doel gesteld dat eind 2022 er maximaal 2200 uitkeringsgerechtigden zijn. Dit doel is dus een jaar eerder dan verwacht al gehaald. Het grootste deel is uitkeringen vanuit de Participatiewet (bijstand). Een klein deel van de uitkeringsgerechtigden ontvangt een ander type uitkering, namelijk voor oudere of gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen (IOAW) of oudere of gedeeltelijk arbeidsongeschikte voormalig zelfstandigen (IOAZ). Nissewaard zit in 2021 qua daling net boven het gemiddelde van de regio. Gemeenten als Hellevoetsluis, Schiedam en Capelle a/d IJssel lieten een hogere daling zien. Tabel 3. Aantal uitkeringen

Aantal uitkeringen

2019 2.326

2020 2.298

% Ontwikkeling 2021 2021 tov 2020 2.184 -5,0%

waarvan Pwet uitkering (bijstand)

2.136

2.140

2.042

-4,6%

waarvan IOAW

180

149

135

waarvan IOAZ

10

9

7

-9,4% -22,2%

Als we kijken naar de verhouding tot landelijke ontwikkelingen van bijstandsgerechtigden (dus alleen Participatiewet), dan kunnen we dit het beste vergelijken door het aantal bijstandsgerechtigden per 1000 inwoners te bezien. Nissewaard is niet sterk afwijkend ten opzichte van andere gemeenten. De onderstaande grafiek laat zien dat we ruim binnen de marge zitten van 50% meest gemiddelde gemeenten en dat we dichter bij het landelijk gemiddelde komen. Het Nederlands gemiddelde zit weer op het aantal bijstandsgerechtigden per 1000 inwoners van voor de Corona-crisis. In Nissewaard zitten we daar nu 2 per 1000 inwoners onder. Hield Nissewaard tot en met 2019 redelijk gelijke tred met de landelijke trend, de afgelopen twee jaar presteert Nissewaard beduidend beter dan het Nederlands gemiddelde. 1

Bij uitkeringsgerechtigden tellen het aantal bijstandsuitkering (Participatiewet), Ioaw-uitkering en Ioazuitkeringen mee. Bij bijstandsuitkeringen worden alleen het aantal Participatiewet-uitkeringen geteld.

13

25

20

15

2017 23 26

Nederland Nissewaard

2018 21 25

2019 20 24

2020 21 24

2021 20 22

Grafiek 3. Aantal bijstandsuitkeringen per 1000 inwoners

Onderstaande grafiek toont het percentage van de beroepsbevolking dat ook daadwerkelijk betaald werk heeft. Tot 2014 hadden in Nissewaard meer mensen een betaalde baan dan gemiddeld in Nederland. Daarna ligt het percentage onder het landelijk gemiddelde maar nog binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland. Over 2021 is de netto arbeidsparticipatie overal gestegen, maar in Nissewaard steeg deze minder hard dan gemiddeld in Nederland. Dit is een tegengestelde beweging aan grafiek 5, waaruit blijkt het aantal mensen dat afhankelijk is van een gemeentelijke uitkering, juist harder is gedaald dan landelijk. Vermoedelijk zijn er in Nissewaard meer eenverdieners in een huishouden met twee volwassenen. Op andere uitkeringen, zoals WW en arbeidsongeschiktheid, liggen we namelijk rond het landelijk gemiddelde. 72%

70%

68%

66% Nederland Nissewaard

2017 67,9% 66,8%

2018 69,1% 67,8%

2019 70,0% 68,6%

2020 69,6% 68,3%

2021 70,4% 68,8%

Grafiek 4. Netto Arbeidsparticipatie - Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking

14

4.2 Instroom en uitstroom In het uitkeringsbestand zit beweging. Er komen nieuwe mensen in (instroom) en er gaan mensen uit (uitstroom). Onderstaande tabel laat deze beweging zien2. Tabel 4. Instroom en uitstroom in de uitkering

% Ontwikkeling 2021 2021 tov 2020 539 -4,3%

2019 557

2020 563

waarvan eerder in uitkering

198

155

172

waarvan binnen 1 jaar terug

86

72

49

% Instroom binnen 1 jaar terug

15,4

12,8

9,1

Uitstroom

623

556

662

waarvan uitstroom naar werk

274

195

292

% uitstroom naar werk

44,0

35,1

44,1

Uitstroom binnen 1 jaar

255

227

277

% Uitstroom binnen 1 jaar

40,9

40,8

41,8

Instroom

19,1%

In 2021 zijn in totaal 539 mensen (huishoudens) in de uitkering gekomen. In totaal zijn 662 uitkeringen beëindigd. Het aantal uitkeringen is gedaald met 5% (zie tabel 1). Omtrent de instroom en uitstroom kan het volgende worden vermeld:  Van de 539 ingestroomde huishoudens had bijna 32% eerder een uitkering. Slechts ruim 9% had die uitkering minder dan een jaar geleden beëindigd. Het percentage instroom dat minder dan een jaar geleden ook een uitkering had, daalt al twee jaar op rij. Dit laat zien dat de keuze om als gemeente en Voorne Putten Werkt in te zetten op duurzame uitstroom uit de uitkering, in de praktijk ook zeker effect heeft. In 2018 en 2019 lag dit percentage namelijk nog boven de 15%.  Er zijn beduidend meer mensen uitgestroomd dan in 2020 en zelfs meer dan in 2019, dus voor de corona-crisis. Er zijn ook beduidend meer mensen uitgestroomd naar werk, zowel absoluut als procentueel.  Bijna 42% van de mensen die in de uitkering komt, is er binnen een jaar weer uit. Dit is iets hoger dan in voorgaande jaren. 4.3 Populatie in de bijstand In tabel 3 zoomen we nader in op de populatie in de uitkering. Het aantal uitkeringsgerechtigden dat korter dan 5 jaar in de uitkering zit, is in 2021 gedaald. Het aantal langdurig uitkeringsgerechtigden stijgt al jaren. In 2021 is het percentage stijging van die categorie (2,3%) even hoog als in 2020.

In de leeftijdsopbouw zien we dat alle leeftijdsgroepen zijn gedaald, behalve de groep 55 jaar en ouder, al zitten er minder 55-plussers in de bijstand dan in 2019. In de leeftijdsgroep tot 27 jaar zagen we over 2020 nog een stijging met 6,5%. Toen vermoedden we een relatie met de coronacrisis. Deze leeftijdsgroep lijkt zich inmiddels weer te hebben hersteld. Er zitten nu minder jongeren in de bijstand dan in 2019.

2

Omdat cijfers met terugwerkende kracht nog kunnen worden aangepast, lopen de cijfers over instroom en uitstroom (tabel 2) en totaal aantal uitkeringsgerechtigden (tabel 1) niet geheel gelijk.

15

Tabel 5. Opbouw uitkeringsbestand

2019

2020

% Ontwikkeling 2021 2020 tov 2019

Uitkeringsduur t/m 6 maanden 7 t/m 12 maanden 1-2 jaar 2-3 jaar 3-5 jaar 5 jaar en langer

148 153 264 255 390 1.116

172 149 247 203 385 1.142

119 139 216 196 346 1.168

-30,8% -6,7% -12,6% -3,4% -10,1% 2,3%

Leeftijd tot 27 jaar 27-35 jaar 35-45 jaar 45-55 jaar 55 jaar en ouder

168 415 498 536 709

179 409 518 508 684

157 359 516 459 693

-12,3% -12,2% -0,4% -9,6% 1,3%

Van oudsher heeft Nissewaard een hoger percentage alleenstaande ouders in de bijstand. Dit leidt ook tot een hoger percentage ‘kinderen in bijstandsgezinnen’. Uit onderzoek3 blijkt dat kinderen waarvan de ouder(s) een bijstandsuitkering hebben/heeft, grotere kans hebben op sociale uitsluiting, jeugdhulp en verminderde kansen voor de toekomst dan kinderen uit andere gezinnen. Dit geldt zelfs als in die andere gezinnen weinig financiële middelen beschikbaar zijn. Kortom, daar waar armoede al een negatief effect heeft op de kansen voor kinderen, wordt dit nog versterkt als er sprake is van een bijstandsuitkering.

8%

6%

4%

Nederland Nissewaard

2017 6,7% 9,6%

2018 6,4% 9,4%

2019 6,1% 9,1%

2020 6,1% 8,8%

2021 6,1% 8,4%

Grafiek 5. Percentage kinderen in bijstandsgezin

3

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2015/04/wie-opgroeit-in-een-uitkeringssituatie-heeft-later-bovengemiddeld-vaak-eenuitkering

16

Doel uit de vorige collegeperiode is dat eind 2022 het percentage kinderen dat opgroeit in een bijstandsgezin in Nissewaard zich binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland bevindt. Het percentage kinderen in bijstandsgezinnen in Nissewaard daalt al jaren, de laatste twee jaar harder dan landelijk. Het verschil met het landelijk gemiddelde is daarmee kleiner geworden. Als de huidige trend zich doorzet, zou het doel eind 2022 haalbaar kunnen zijn. 4.4 Inburgering Op 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 in werking getreden. Hierin krijgen gemeenten een grotere rol in de inburgering van nieuwkomers. In het stelsel dat tot en met 2021 van toepassing was, is de gemeentelijke rol beperkt tot het toezien op het feit of de nieuwkomer aan diens inburgeringsplicht voldoet. In de meeste gevallen moet binnen drie jaar aan de inburgeringsplicht zijn voldaan. Met de inrichting van het nieuwe inburgeringsstelsel, wijzigen onze bevoegdheden en daarmee ook de wensen omtrent monitoring. Onderstaande cijfers bieden namelijk geen mogelijkheden om (bij) te sturen, hetgeen wel nodig is bij de grotere gemeentelijke verantwoordelijkheid zoals vastgelegd in de nieuwe wet. De komende bestuursverslagen kan de weergegeven informatie daarom wijzigen.

Zowel in het huidige als in het nieuwe inburgeringsstelsel zijn vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk doel inburgeringsplichtig. Dit zijn zowel asielstatushouders en hun familie- of gezinsleden (vluchtelingen) als gezinsmigranten/overige migranten. In dit bestuursverslag richten we ons op de asielstatushouders. De meeste statushouders die sinds 2013 naar Nederland zijn gekomen, zijn mensen uit Syrië, Eritrea, Somalië, Afghanistan, Iran en Irak. In onderstaande tabel staat informatie over de inburgeringsplicht van asielstatushouders en hun gezinsleden in Nissewaard. Op 1 mei 2022 hadden 63 inburgeringsplichtigen die in 2017 inburgeringsplichtig werden inmiddels voldaan aan hun inburgeringsplicht (vorig jaar waren dat er nog 38). Vorig jaar was van de personen die in 2018 en later inburgeringsplichtig werden, nagenoeg iedereen nog bezig aan deze plicht te voldoen. Inmiddels hebben een kleine 50 statushouders uit 2018, 2019 en 2020 voldaan aan hun inburgeringsplicht. Vanaf 2019 is geen asielgerechtigde statushouder meer ontheven van de inburgeringsplicht; voor 2018 was dat nog wel het geval (vorig jaar was die vrijstelling nog niet afgegeven voor inburgeringsplichtingen uit 2018). Overigens heeft de gemeente geen rol in het geven van vrijstellingen. Dit wordt op aanvraag door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) bepaald. Tabel 6.

Resultaat inburgeringsplicht van asielstatushouders die in dat jaar inburgeringsplichtig werden

Asielgerechtigde statushouders Peildatum 1-5-2022 Voldaan Ontheven Nog inburgeringsplichtig Totaal inburgeringsplichtig geworden

2017

2018

2019

2020

2021

63 31 11 105

27 6 31 64

9 0 31 40

10 0 72 82

* 0 56

* Aantallen te klein om weer te geven, omdat deze naar personen te herleiden zijn

4.5 Schuldproblematiek en armoede In dit hoofdstuk ontbreekt eenmalig informatie over schuldhulpverlening. Vanwege overgang naar een ander meetsysteem, zijn de cijfers nu onvoldoende betrouwbaar om weer te geven. Het Nissewaardse armoedebeleid kent meerdere voorzieningen. In tabel 6 en 7 is het gebruik te zien. Het aantal CZ verzekerden is na een grote stijging in 2018, en de lichte stijging in 2019, in 2020 en 2021 licht gedaald. Het aantal CZ verzekerden in 2021 zit met 2666 nog wel ruim boven het aantal 17

van 2017 (2585). De Individuele Inkomenstoeslag (IIT) en de kindtoeslag zijn in 2021 eveneens gedaald, ondanks de inspanningen om het bereik te vergroten. Ook de energiebijdrage (een financiële bijdrage voor weinig draagkrachtige ouderen) is wederom gedaald, hetgeen past in het beeld van de afgelopen jaren. Tabel 7. Aantal cliënten per armoedevoorziening

Aantal CZ verzekerden Individuele InkomensToeslag Kindtoeslag Energiebijdrage

2019 2.883 2.568 1.558 447

2020 2.764 2.549 1.551 413

2021 2.666 2.314 1.476 403

% Ontwikkeling 2021 tov 2020 -3,5% -9,2% -4,8% -2,4%

De Rotterdampas is eveneens onderdeel van het armoedebeleid. Minima kunnen de pas tegen gereduceerd tarief (€ 5) aanschaffen en voor hun kinderen is de pas gratis. Ook niet-minima kunnen de pas kopen, tegen regulier tarief. Tabel 8. Verkoop Rotterdampas in 2021

Balie Internet Totaal

Reductie Volw 275 1362 1637

Regulier Volw 13 834 847

Reductie Kind 206 1186 1392

Regulier Kind 25 403 428

Totaal 519 3785 4304

In totaal zijn 4304 passen verkocht, tegen 4368 passen in 2020. De kleine daling van het aantal verkochte passen (1,5%) komt geheel voor rekening van volwassenen. Veel meer passen zijn digitaal aangeschaft in 2021. Dit werd, vanwege corona-maatregelen, ook gestimuleerd. Nu in 2022 geen coronamaatregelen meer gelden, is de verwachting dat het aantal verkochte passen in 2022 hoger zal zijn dan in 2020 en 2021 en dichterbij het geprognosticeerde aantal van 7100 zal liggen. 4.6 Wat hebben we in 2021 gedaan binnen programmalijn bestaanszekerheid In het gemeentebrede jaarverslag over 2021, is per programma en vervolgens per onderdeel aangegeven wat in 2021 is gedaan. Dit zijn extra acties, speerpunten of bijzonderheden geweest. Reguliere taken, zoals het verstrekken van bijstandsuitkeringen, verlenen van diverse subsidies en voorzieningen op grond van armoederegelingen, etc is hierin niet opgenomen. Hieronder zijn deze bijzondere punten uit het jaarverslag (grotendeels) weergegeven die betrekking hebben op werk, inkomen, inburgering, armoede en schulden.  In de Regiodeal werken we met VPW samen met de overheid, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven aan een plan om de arbeidsmarkt toekomstbestendiger te maken.

Dit plan is uitgemond in een businesscase, met de gezamenlijke missie van het netwerk van ontwikkelbedrijven (VPW, HWwerkt! en Webego) om samen met onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven het gat tussen vraag en arbeidsmarkt te verkleinen.  VPW heeft een stagebeleid ontwikkeld. Het doel van dit stagebeleid is het bieden van meer stageplekken voor leerlingen van diverse opleidingen. Het is voor hen vaak moeilijk een geschikte stageplek te vinden. Het college wil hiermee een voorbeeldfunctie vervullen.  We intensiveerden onze aanpak op preventie van schulden en armoede en het vergroten van het bereik van armoedevoorzieningen. Hiertoe bezochten we scholen, wijkcentra, ouderenzorg, etc.

18

 

 

 

   

We gaven uitvoering aan de coronasteunmaatregelen, zoals de Tozo, Tonk en tijdelijke versoepeling bijstand voor jongeren tot 27 jaar (motie Smeulders). We versterkten de mogelijkheden tot vroegsignalering door ons preventieteam en in samenspraak met private schuldeisers, zoals woningbouwcorporaties, zorgverzekeraars, drinkwater- en energiebedrijven. We zetten ons in op tijdige, snellere en betere schuldhulpverlening om de omvang van de schulden te beperken en te werken aan oplossingen. In samenspraak met Regionaal Bureau Zelfstandigen ondersteunden en begeleidden we ondernemers met (beginnende) financiële problemen of werden die problemen voorkomen. We zetten de stress-sensitieve dienstverlening verder voort waar we regelmatig positieve reacties over kregen vanuit de inwoner. Er werden nazorggesprekken ingezet om terugval te voorkomen. Ook werden de brieven en overige communicatie aangepast op taalniveau en inhoud, van ‘wijzen op gevolgen’ naar ‘motiveren om problemen aan te pakken’. We ondersteunden anderstaligen bij hun integratie en participatie die onder de oude wet inburgering vallen. Hierdoor hadden we ze goed in beeld en werden zij direct volgens de ketenaanpak nieuwkomers opgepakt. We bereidden implementatie en uitvoering van de nieuwe inburgeringswet 2021 voor. Het melding- (zoektermijn) en aanvraagproces jongeren werd verder verbeterd.

Kwetsbare jongeren werden gesignaleerd en bij deze doelgroep verviel de zoektermijn. We ondersteunden de gedupeerden van de Toeslagenaffaire. We deden mee aan een pilot met de Belastingdienst om mee te werken aan een effectieve en efficiënte manier van herstel. Er werd een projectteam opgericht die zich hier dagelijks voor inzet en samen met de betrokken inwoners kijkt naar passende hulp vanuit de gemeente of andere organisaties. We hebben uitvoering gegeven aan de motie "Hart onder de riem" waarin we aandacht schonken aan de Nissewaardse gezinnen die door de kindertoeslagaffaire gedupeerd zijn en voor diegenen die nog niet in beeld zijn aan te melden bij het lokaal meldpunt. We evalueerden de Financiële keten in beeld. Hieruit zijn aanbevelingen voortgekomen voor het armoedebeleid die nader onderzocht en uitgewerkt gaan worden. We sloten aan bij de Alliantie Kinderarmoede. We verkenden de mogelijkheden voor het ANWB kinderfietsenplan en hoe/ met welke partij we de motie "Gezond leven voor alle leeftijden" kunnen uitvoeren. Het Taalhuis in bibliotheek De Boekenberg heeft met inzet van vrijwilligers informatie- en advies gegeven aan inwoners (18 plus) voor wie lezen, schrijven en computervaardigheden een probleem is. Samen met het netwerk van taalaanbieders hebben verschillende organisaties programma’s aangeboden op het gebied van (digi)taal en rekenen.

Het Taalcafé heeft met name online plaatsgevonden waarin anderstaligen in groepjes en met een taalvrijwilliger elke week kunnen oefenen. De Boekenberg leent sinds de coronacrisis laptops uit aan anderstaligen die in een taaltraject zitten, omdat zij thuis niet beschikken over een computer om de lessen te kunnen volgen. Er is in de week van Lezen en Schrijven extra aandacht geweest voor het verminderen en voorkomen van laaggeletterdheid. Hiervoor hebben we een klein evenement gehouden op het Marktplein. We hebben in het Informatiepunt Digitale Overheid (IDO) advies kunnen geven aan inwoners met vragen over e-overheid, zoals het gebruik van de QR-code, DigiD, etc.

4.7 Cliëntervaringen Participatiewet, minimaregelingen en schuldhulpverlening Over 2021 is geen nieuw cliëntervaringonderzoek gehouden voor minimaregelingen en schuldhulpverlening. Dit is namelijk geen jaarlijks terugkerend onderzoek. Het onderzoek dat in de eerste helft van 2021 is gepubliceerd, is reeds in het vorige bestuursverslag opgenomen. Wel is een onderzoek gehouden inzake de Participatiewet. Dit onderzoek is echter nog niet volledig verwerkt in een rapportage, waardoor het in dit verslag nog niet kan worden opgenomen. Dit onderzoek zal in het volgende bestuursverslag worden samengevat.

19

5. Opvoeden en opgroeien Ouders zijn de eerstverantwoordelijke voor de opvoeding van hun kinderen. Ouders en (school)omgeving bieden het kind de mogelijkheden zich te ontwikkelen, talenten en voorkeuren te leren kennen en op te groeien tot zelfstandige volwassenen. We faciliteren en stimuleren de samenleving hiertoe en bieden ondersteuning als opvoed- en opgroeiproblemen ‘het normale’ overstijgen. Deze ondersteuning past bij de problematiek en de draagkracht van gezin en is gericht op duurzame oplossingen binnen de sociale omgeving. In dit hoofdstuk geven we een beeld over de Jeugdwet in Nissewaard, alsmede voor- en vroegschoolse educatie en onderwijs. Allereerst geven we een cijfermatig beeld. Daarna beschrijven we wat in 2021 op hoofdlijnen is gedaan op dit onderdeel van het sociaal domein. Het cliëntervaringsonderzoek jeugdhulp over 2021 heeft nog niet plaatsgevonden en is daarom niet opgenomen. 5.1 Ontwikkeling jeugdigen met indicatie jeugdhulp Deze paragraaf geeft weer hoeveel gebruik er wordt gemaakt van jeugdhulp. Allereerst geven wij een beeld van hoeveel jeugdigen er een indicatie hebben voor jeugdhulp en hoe deze groep qua algemene kenmerken in elkaar zit. Enige voorzichtigheid is geboden, omdat CBS heeft aangegeven dat sommige cijfers vermoedelijk niet geheel correct zijn. Enkele gegevens zijn zelfs geheel van de website verwijderd.

Dit maakt dat cijfers in verschillende tabellen, mogelijk niet overeen komen. De grote lijnen lijken wel juist te zijn. We zullen echter voorzichtig zijn met het trekken van conclusies waar het details betreft. Waar dit aan de orde is, geven we dat bij de tabel of grafiek aan. Onderstaande grafiek gaat over jeugdhulp in natura aan jeugdigen tot 18 jaar. Hierin is te zien dat Nissewaard voor het eerst sinds de invoering van de Jeugdwet binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland valt. Voor het derde jaar op rij presteert Nissewaard beter dan het landelijk gemiddelde en voor het tweede jaar op rij is er een daling van het aantal jeugdigen tot 18 haar met jeugdhulp in natura te zien. Landelijk is in 2021 dit aantal gestegen.

15%

14%

13%

12%

11%

10% Nederland Nissewaard

2017 11,4% 13,6%

2018 11,8% 14,7%

2019 12,3% 15,0%

2020 12,0% 14,2%

2021 12,9% 13,9%

Grafiek 6. Percentage jeugdigen tot 18 jaar met jeugdhulp in natura

Kijken we naar de totale populatie die jeugdhulp ontvangt, te weten inclusief de jongeren van 18 tot en met 23 jaar die verlengde jeugdhulp ontvangen, dan zien we een ander beeld. In totaal zijn er 20

2510 jeugdigen en jongvolwassenen met een indicatie voor jeugdhulp in 2020. Dit is 7,3% hoger dan een jaar eerder. Deze stijging komt vrijwel volledig op conto van de 18-23-jarigen. In 2019 waren er 35 jongvolwassenen met jeugdhulp, in 2020 125 en in 2021 240. Dit komt deels omdat gemeenten vooruitlopend op een wetswijzing, al voldoen aan afspraken met het Rijk over verlengde pleegzorg tot 21 jaar. Jongeren kunnen nu tot hun 21e levensjaar in een pleegezin blijven als ze dat willen in plaats van tot hun 18e. Het Rijk compenseert de extra kosten. Een andere verklaring kan zijn dat door corona de stap naar meer zelfstandigheid is uitgesteld, net als de overgang van jeugdhulp naar hulp vanuit de Wet langdurige zorg. Ook kan het zijn dat GGZ-hulp voor volwassenen nog niet passend of voorhanden is. Vermoedelijk zullen al deze zaken bijdragen aan de stijging. Overigens blijkt uit onze eigen cijfers een lager aantal 18-23-jarigen met een indicatie dan bij het CBS bekend is. Vooralsnog hebben we hiervoor geen verklaring. De stijging van het aantal 18-23-jarigen is door heel Nissewaard te zien en heeft dus niet te maken met justitiële jeugdinrichting De Hartelborgt, waar veel jeugdigen met jeugdhulp verblijven. Ook is bij het hoge aantal 18-plussers een kanttekening te plaatsen. Het JOT werkt gezinsgericht.

Indien aan een gezin met meerdere kinderen door het JOT hulp wordt verleend, wordt dit geregistreerd op het oudste kind. Dit kan een vertekend beeld geven als het oudste kind boven de 18 is. Ingekochte jeugdhulp wordt geregistreerd op het kind die de jeugdhulp ontvangt; dat kan dus ook om meerdere jeugdigen uit een gezin gaan. Als we kijken naar andere kenmerken, dan zien we dat er meer jongens dan meisjes met een indicatie zijn. Hierin is ten opzichte van 2020 nauwelijks verschil opgetreden. Vanaf de basisschoolleeftijd wordt de meeste jeugdhulp ingezet, daarvoor nauwelijks. Tabel 9. Jeugdigen tot 23 jaar met jeugdhulp (natura en pgb)

Totaal jeugdigen met jeugdhulp

2019 2.445

2020 2.340

% Ontwikkeling % aandeel % aandeel 2020 2021 2021 2021 tov 2020 2510 7,3%

Waarvan jongens

1.420

1.365

1445

5,9%

58,3

57,6%

waarvan meisjes

1.020

980

1065

8,7%

41,9

42,4%

leeftijd 0 tot 4 jaar

175

135

140

3,7%

5,8

5,6%

leeftijd 4 tot 12 jaar

1.265

1.210

1170

-3,3%

51,7

46,6%

leeftijd 12 tot 18 jaar

965

870

960

10,3%

37,2

38,2%

leeftijd 18 tot 23 jaar

35

125

240

92,0%

5,3

9,6%

Migratieachtergrond Nederland

1.780

1.700

1815

6,8%

72,6

72,3%

Migratieachtergrond westers

160

160

175

9,4%

6,8

7,0%

Migratieachtergrond niet westers

500

480

520

8,3%

20,5

20,7%

kind in eenouderhuishouden

885

875

925

5,7%

37,4

36,9%

1.360

1.265

1350

6,7%

54,1

53,8%

195

205

230

12,2%

8,8

9,2%

kind bij paar kind overig huishouden

Verreweg het grootste deel van de jeugdigen met jeugdhulp (72,3%) heeft een Nederlandse achtergrond. Ten opzichte van voorgaande jaren is dat nauwelijks gewijzigd. Het aantal kinderen met jeugdhulp vanuit een ‘overige gezinsvorm’ stijgt harder dan kinderen uit een één- of tweeoudergezin. Het grootste deel van de kinderen met jeugdhulp komt nog steeds uit een gezin met twee ouders. Naast de jeugdhulp in natura, wordt ook jeugdhulp in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) gefinancierd. Van het totaal aantal indicaties voor jeugdhulp, zijn er 61 voor pgb. In 2017

21

waren er 127 pgb’s en in 2020 was dit gedaald tot 45 budgetten. Voor het eerst is de dalende trend in pgb’s voor jeugdhulp dus doorbroken. 5.2 Soorten jeugdhulp Als we de soort jeugdhulp in natura uitsplitsen dat op peildatum 31 december 2021 nog werd geboden, dan komen we tot onderstaand beeld. De cijfers zijn door CBS afgerond op vijftallen, waardoor de optelling mogelijk niet overeenkomt (bijvoorbeeld de optelling jeugdhulp met verblijf onderin de tabel is 205, terwijl in de derde regel 210 staat). De cijfers uit onderstaande tabel komen van CBS, maar zijn recent van hun website verwijderd. CBS heeft enkele fouten ontdekt, die mogelijk van invloed zijn op cijfers in deze tabel. Eind oktober komt een correctie. Indien dit sterk afwijkt van onderstaande tabel, zullen we dat corrigeren in een addendum. Als er maar beperkt afwijkingen zijn, nemen we dit mee in het bestuursverslag over 2022. Tabel 10. Jeugdhulptrajecten in natura op 31 december (afgerond op 5-tallen)

% Ontwikkeling 2021 2021 tov 2020 2070 -16,5% -17,9% 1860 -2,3% 210

Totaal jeugdhulptrajecten in natura

2019 2.510

2020 2.480

Jeugdhulp zonder verblijf

2.300

2.265

Jeugdhulp met verblijf

210

215

910 1.090 100 195

830 1.100 115 225

535 970 115 240

-35,5% -11,8% 6,7%

115 30 10 55

120 30 0 60

90 25 0 90

-25,0% -16,7% 50,0%

Jeugdhulp zonder verblijf Uitgevoerd door wijk- of buurtteam Ambulante jeugdhulp op locatie aanbieder Daghulp op locatie van de aanbieder Jeugdhulp in het netwerk van de jongere Jeugdhulp met verblijf Pleegzorg Gezinsgericht Gesloten plaatsing Ander verblijf bij jeugdhulpaanbieder

Op alle jeugdhulp in natura tot 18 jaar, is een daling te zien. Jeugdhulp in het netwerk van de jongere is gestegen, terwijl de overige ambulante hulpverlening is gedaald. Dit is een gunstige ontwikkeling. Met name hulpverlening door het JOT is sterk gedaald. Ook de jeugdhulp met verblijf is gedaald, terwijl vorig jaar de jeugdhulp met verblijf nog licht steeg. Voor het tweede jaar op rij zijn er geen gesloten plaatsingen geweest. Bij ernstige problemen in een gezin kan de kinderrechter een kinderbeschermingsmaatregel opleggen, bijvoorbeeld een onder toezicht stelling, of het beëindigen van het gezag van ouders. Dit heet jeugdbescherming. Het percentage jeugdigen met jeugdbescherming (zie onderstaande tabel) ligt in Nissewaard hoger dan in de 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland (maximaal 1,4%). In Nissewaard is het percentage de afgelopen jaren redelijk stabiel gebleven, maar zit nu voor het eerst onder de 1,7%.

22

1,8%

1,6%

1,4%

1,2%

1,0% 2017 1,2% 1,7%

Nederland Nissewaard

2018 1,2% 1,8%

2019 1,2% 1,7%

2020 1,2% 1,7%

2021 1,2% 1,6%

Grafiek 7. Percentage jeugdigen met Jeugdbescherming

Er is sprake van jeugdhulp met verblijf als de jongere formeel niet thuis slaapt in het eigen gezin. Het kan gaan om opvang in een pleeggezin, gezinsgerichte opvang of in een vorm van gesloten jeugdhulp. Ook deze vorm van jeugdhulp is in Nissewaard vaker van toepassing dan in de 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland. Na een sterke stijging, is na 2017 een daling ingezet. Deze daling heeft zich over 2019 verder doorgezet en is zelfs nog versterkt, terwijl er landelijk een stabilisatie is te zien. De stabilisatie heeft landelijk in 2020 doorgezet, terwijl in Nissewaard weer een (zeer) lichte stijging is te zien. Cijfers over 2021 zijn nog niet beschikbaar. In die cijfers waren fouten geconstateerd en deze zijn door het CBS van de website verwijderd. Einde van dit jaar worden de cijfers over 2021 verwacht en deze zullen opgenomen worden in het volgende bestuursverslag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11912213/2