CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven

Gemeenteraad 29 mei 2024, gemeente NissewaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Trafostation Simonshaven26.838 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

14.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.3.1 Verbod In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna onder 14.3.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan de huidige onderwaterbodem en die tevens een terreinoppervlakte groter dan 200 m² beslaan. 14.3.2 Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook); b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven; e. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; f. het aanleggen van waterlopen of -partijen of het vergraven van bestaande waterlopen of -partijen. 14.3.3 Uitgezonderde werkzaamheden Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of voor werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 36 van 107

14.3.4 Vergunning Vergunning wordt verleend nadat de aanvrager een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overgelegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 14.3.5 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 37 van 107

Artikel 15 15.1

Waarde - Archeologie - 7

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 7' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden. 15.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 15.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden; aan de vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden:  de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden;  de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek;  de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige; c.

het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 200 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 4 m en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 15.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 7 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen (van welke aard dan ook) die dieper reiken dan 4 m; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen en afgraven; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f.

het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 38 van 107

15.3.2 Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 15.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 15.2 in acht is genomen; b. het normale onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 200 m²; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; f. ter plaatse van bestaande weg- en leidingcunetten worden uitgevoerd. 15.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 15.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a.

de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, of de aanvrager naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate heeft aangetoond dat de archeologische verwachtingswaarde voor de betrokken locatie niet meer reëel is; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden; aan de vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologisch monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 39 van 107

Artikel 16 16.1

Waterstaat

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – primair bestemd voor waterhuishouding (anders dan met behulp van dijken). 16.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 16.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 10 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 16.3

Afwijken van bouwregels

16.3.1 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 16.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterstaatsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad. 16.3.2 Advies Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 16.3.1 te beslissen, vraagt het bevoegd gezag advies aan de waterbeheerder omtrent het in lid 16.3.1 bepaalde en over eventueel aan de vergunning te stellen voorwaarden.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 40 van 107

Artikel 17 17.1

Waterstaat - Waterkering

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – primair bestemd voor de waterkering. 17.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 17.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 10 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 17.3

Afwijken van de bouwregels

17.3.1 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 17.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterkeringsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad. 17.3.2 Advies Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 17.3.1 te beslissen, vraagt het bevoegd gezag advies aan de waterkeringbeheerder omtrent het in lid 17.3.1 bepaalde en over eventueel aan de vergunning te stellen voorwaarden.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 41 van 107

Artikel 18 18.1

Waterstaat - Waterstaatkundige functie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – bestemd voor de waterhuishouding (anders dan met behulp van dijken) en het beheer van Rijksvaarweg. 18.2

bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 18.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 10 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 18.3

Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 18.2 onder b, indien: a. de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterstaatsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad; b. alvorens omtrent het verlenen van de afwijking ten behoeve van de secundaire bestemmingen te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder van het waterlichaam omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten het waterstaatsbelang niet onevenredig wordt geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 42 van 107

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 19

Voorwaardelijke verplichting

a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in hoofdstuk 2 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van het inpassingsplan conform Bijlage 1. b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in hoofdstuk 2 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen een jaar na het gereed melden van een nieuw gebouwde hoogspanningsverbinding uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van het onder a genoemde inpassingsplan. c. de voorwaardelijke verplichting geldt alleen voor de must-have gronden als opgenomen in Bijlage 1 van de regels.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 43 van 107

Artikel 20

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 44 van 107

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 21 21.1

Overgangsregels

Overgangsrecht bouwwerken

21.1.1 Aanwezige bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 21.1.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 %. 21.1.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 21.2

Overgangsrecht gebruik

21.2.1 Bestaand gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 21.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 21.2.3 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 21.2.4 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 45 van 107

Artikel 22

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan trafostation Simonshaven', gemeente Nissewaard.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 46 van 107

Bijlagen bij regels

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 47 van 107

Bijlage 1

Landschappelijke inpassing

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 48 van 107

Toelichting

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 49 van 107

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1

Aanleiding

TenneT realiseert in de nabije toekomst de aansluiting van het windpark IJmuiden Ver op het landelijke hoogspanningsnet. Onderdelen daarvan zijn kabelverbindingen vanaf het windpark naar de Maasvlakte, de bouw van converterstations op de Maasvlakte en de bouw van een hoogspanningsstation, genaamd Amaliahaven, ook op de Maasvlakte. Om bovenstaande te kunnen realiseren moet het hoogspanningsstation Simonshaven 380kV schakelbaar worden gemaakt zodat beide circuits in de hoogspanningsverbindingen Maasvlakte - Crayestein uit bedrijf kunnen worden genomen. Momenteel is dat niet mogelijk omdat SMH380 dan geïsoleerd wordt van het 380kV-net. Deze isolatie zou in de praktijk betekenen dat een groot deel van het achterland (waaronder Spijkenisse en het Botlek gebied) een zeer groot risico zouden lopen om volledig spanningsloos te worden. Die situatie is onwenselijk en moet worden voorkomen. Daarnaast worden de zes grote industriële clusters in Nederland verder verduurzaamd middels de Cluster Energie Strategie (CES). Om de CES voor regio Rotterdam-Moerdijk te realiseren is een vergrootte transportcapaciteit nodig bovenop wat momenteel wordt gevoed door SMH380. Vanwege dit Rijksbelang is het project opgenomen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK). Om de transportcapaciteit te vergroten is het noodzakelijk om het station uit te breiden.

Het project hoogspanningsstation SMH380 is op grond van het geldende planologische kader niet toegestaan. In paragraaf 1.4 wordt hier verder op ingegaan. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken wordt een wijziging van het bestemmingsplan opgesteld, waarbinnen de ontwikkelingen kunnen worden gerealiseerd.

1.2

Doel bestemmingsplan

Met het voorliggende bestemmingsplan wordt het volgende doel nagestreefd: het verkrijgen van een actuele ruimtelijk-juridische regeling voor het uitbreiden van SMH380 en hierdoor het procedureel/planologisch mogelijk maken en in gebruik kunnen nemen van de uitbreiding.

1.3

Ligging plangebied en plangrens

De uitbreiding vindt plaats op het huidige terrein van SMH380 in het buitengebied van de gemeente Nissewaard. Om het station heen zijn enkele akkerlanden te vinden en de Bernisse. Ten noorden van het plangebied bevindt zich de N218. Ten oosten van het plangebied ligt Spijkenisse. Het hoogspanningsstation wordt schakelbaar gemaakt en uitgebreid. Binnen dit terrein wordt eerst een nieuwe mast gebouwd (067A) en daarna de bestaande hoogspanningsmast (068) afgebroken. Mast 067A wordt (vrijwel) identiek aan de bestaande mast 068. Hoogspanningsmast 067 wordt verzwaard om de ontwikkeling mogelijk te maken. Aan de overige hoogspanningsmasten vinden geen veranderingen plaats.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 50 van 107

Figuur 1.1 Ligging plangebied met cijfer aanduiding van de hoogspanningsmasten en het hoogspanningsstation.

1.4

Vigerend bestemmingsplan

In het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingsplannen van kracht: Bestemmingsplan

Status

Bestemming plangebied

Buitengebied West

Onherroepelijk 07-12-2016

Enkelbestemming - Bedrijf met Functieaanduiding 'nutsvoorziening' + 'Bouwvlak' + gebiedsaanduiding 'geluidzone – industrie' Dubbelbestemming - Waarde archeologie 5 Dubbelbestemming - Waarde archeologie 7 Enkelbestemming - Agrarisch met waarden - Waardevolle openheid Dubbelbestemming Leiding Hoogspanningsverbinding

Recreatiegebied Bernisse

Onherroepelijk 07-01-2015

Enkelbestemming - Natuur Dubbelbestemming - waarde archeologie 4 Dubbelbestemming Leiding Hoogspanningsverbinding

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 51 van 107

Figuur 1.2 Uitsneden bestemmingsplan Buitengebied West.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 52 van 107

Figuur 1.3 Uitsneden bestemmingsplan Recreatiegebied Bernisse.

1.5

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. In de toelichting is een beschrijving van het plangebied opgenomen en zijn de aan het plan ten grondslag gelegen keuzes en beleidsuitgangspunten beschreven. De toelichting bestaat uit 7 hoofdstukken. Hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en geeft aan welke ontwikkelingen zich voordoen in het plangebied. De voor het plan relevante beleidsuitspraken van rijk, provincie en regio en het eigen gemeentelijke beleid zijn in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten en de relevante omgevingsaspecten. Hierbij vindt er een toets aan de diverse milieu- en omgevingsaspecten plaats. Een toelichting op het juridische systematiek, een omschrijving van de afzonderlijke bestemmingen is beschreven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven en in hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de te doorlopen procedures.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 53 van 107

Hoofdstuk 2 Het plangebied

2.1

Huidige situatie

Het terrein voor het hoogspanningsstation en hoogspanningsverbinding ligt ten zuiden van de N218 en ten westen van Spijkenisse in de gemeente Nissewaard. In de huidige situatie bestaat het hoogspanningsstation uit:  hoogspanningsverbinding  drie takken, deze takken verdelen de aangeleverde stroom naar de rails in het hoogspanningsstation;  elke 'tak' is voorzien van een takhuis. Vanuit deze takhuizen vindt de aansturing en beveiliging van de takken plaats;  een transformator;  een compensatiespoel;  centraal dienstgebouw. In figuur 2.1 en 2.2 is de bestaande situatie weergegeven. In figuur 2.3 is een afbeelding van een bestaande 'tak' weergegeven. In figuur 2.4 zijn de bestaande transformator en het dienstgebouw weergegeven.

Figuur 2.1 Bestaande situatie plangebied (luchtfoto).

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 54 van 107

Figuur 2.2 Bestaande situatie plangebied (luchtfoto).

Figuur 2.3 Bestaande tak op het hoogspanningsstation Simonshaven.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 55 van 107

Figuur 2.4 Bestaande transformator en centraal dienstgebouw.

2.2

Nut en noodzaak

TenneT realiseert in de nabije toekomst de aansluiting van het windpark IJmuiden Ver op het landelijke hoogspanningsnet. Onderdelen daarvan zijn kabelverbindingen vanaf het windpark naar de Maasvlakte, de bouw van converterstations op de Maasvlakte en de bouw van een hoogspanningsstation, genaamd Amaliahaven, ook op de Maasvlakte. Om bovenstaande te kunnen realiseren moet het hoogspanningsstation Simonshaven 380kV schakelbaar worden gemaakt zodat beide circuits in de hoogspanningsverbindingen Maasvlakte - Crayestein uit bedrijf kunnen worden genomen. Momenteel is dat niet mogelijk omdat SMH380 dan geïsoleerd wordt van het 380kV-net. Deze isolatie zou in de praktijk betekenen dat een groot deel van het achterland (waaronder Spijkenisse en het Botlek gebied) een zeer groot risico zouden lopen om volledig spanningsloos te worden. Die situatie is onwenselijk en moet worden voorkomen. Een andere ontwikkeling is de verduurzaming van zes grote industriële clusters in Nederland, waaronder Rotterdam - Moerdijk. Deze clusters hebben een energiestrategie ontwikkeld, de Cluster Energiestrategie (CES). Voor het realiseren van deze CES is de uitvoering van een groot aantal projecten nodig die zijn opgenomen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Energie en Klimaat (MIEK) van de Rijksoverheid. Alle hiervoor genoemde energieprojecten zijn daarin opgenomen.

Met het aanwijzen van een MIEK project is het een project van Rijksbelang in de energietransitie. In de CES voor Rotterdam - Moerdijk is de overgang naar waterstof een belangrijke basis. Het produceren van waterstof vraagt veel elektrische energie. Om aan de transportcapaciteit, met name naar Botlek en Pernis, te voldoen is de realisatie van een 150kV-pocket in dat gebied nodig die gevoed wordt door SMH380. Onderdeel van het realiseren van deze zogenaamde 'loadpocket' is de bouw van drie transformatoren op hoogspanningsstation SMH380 en drie verbindingen (middels ondergrondse 150kV kabels) tussen deze transformatoren en stations Botlek en Geervliet - Noorddijk. De netuitbreiding voorkomt verdere congestie in het net voor deze regio en waarborgt bovendien een betrouwbare robuuste energievoorziening door het bijtijds inspelen op de te verwachten ruimtelijke ontwikkelingen. Ook draagt deze netuitbreiding bij aan de verduurzaming van de industrie in het Rotterdamse havengebied. Hoogspanningsstation Simonshaven 380kV is bij de bouw in 2009 al zodanig ingericht dat verdere invulling van het station met lijn- en transformatorvelden mogelijk is. Door bovengenoemde ontwikkelingen is echter een uitbreiding nodig die verder reikt dan de huidige terreingrenzen en de mogelijkheden van het huidige bestemmingsplan.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 56 van 107

2.3

Toekomstige situatie

De beoogde uitbreiding van SMH380 zal in fases worden gerealiseerd:  In fase 1 zullen de bestaande hoogspanningstakken ingericht worden zodat deze schakelbaar worden;  In fase 2 wordt het station uitgebreid met twee nieuwe takken;  In fase 3 zal de bestaande verbinding van Maasvlakte 380kV naar Simonshaven 380kV verschoven worden middels verzwaring van mast 067 en een sloop van mast 068 en de nieuwbouw ervan op eigen terrein van TenneT iets ten noorden van waar deze nu staan;  In fase 4 zullen drie transformatoren inclusief compensatiespoelen gebouwd worden;  Ook zal in deze fase de toegangsweg naar het station en de landschappelijke inpassing van het station mogelijk worden gemaakt. In figuur 2.5 is de nieuwe situatie van het hoogspanningsstation weergegeven.

Figuur 2.5 Toekomstige situatie plangebied

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 57 van 107

2.4

Landschappelijke inpassing

In opdracht van TenneT TSO B.V. (hierna TenneT) heeft Duvekot Rentmeesters B.V. een landschappelijk inpassingsplan opgesteld voor de uitbreiding van het transformatorstation (hierna trafostation) Simonshaven 380kV. De uitbreiding van het station is noodzakelijk voor het kunnen verwerken en transporteren van opgewekte elektriciteit uit windparken op de Noordzee en het elektrificeren van de zware industrie in het Botlekgebied. Het project maakt onderdeel uit van het MIEK (Meerjarenprogramma Industrie, Energie en Klimaat), Cluster Rotterdam-Moerdijk. Aanleiding voor de landschappelijke inpassing is de eis vanuit de gemeente Nissewaard voor het landschappelijk inpassen van het voorgenomen ruimtelijk initiatief. Het trafostation zal in zijn geheel opnieuw landschappelijk worden ingepast. Het landschappelijk inpassen van het trafostation kan een belangrijke bijdrage leveren aan het verhogen van de landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit in en rondom het plangebied. TenneT heeft de ambitie uitgesproken om bij de aanleg zoveel mogelijk innovatieve technieken toe te passen en zo een zeer duurzaam ingericht station te maken. Kernkwaliteiten van het landschap zijn de kleinschalige veenpolders met organische vormen, de nog altijd herkenbare kreken en knotwilgen op dijken.

De landschappelijke inpassing van de stationsuitbreiding bestaat uit het verzachten van de nieuwe ontwikkeling door bestaande groenblauwe structuren in het gehele plangebied te versterken. TenneT heeft voor dit project de ambitie uitgesproken om bij de nieuwe inrichting van het trafostation te focussen op het stimuleren van biodiversiteit en het gebiedseigen karakter. De landschappelijke inpassing bestaat uit de landschappelijke inpassing direct rondom het stationsgebied op grondeigendom van initiatiefnemer (voorwaardelijke verplichting c.q. minimale eindsituatie)(must have) en ook uit mogelijk aanvullende landschappelijke maatregelen in de omgeving als versterking van bestaande landschapsstructuring en verzachting van het beeld naar het station (nice to have). Voor deze versterking is medewerking van grondeigenaren nodig en kan daarom niet worden gegarandeerd. In Bijlage 1 van de regels is het landschappelijke inpassingsplan te vinden.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 58 van 107

Hoofdstuk 3 Beleidskader

In deze paragraaf wordt een analyse gegeven van het relevante beleidskader. De beleidsnota's die direct of indirect doorwerken in voorliggend bestemmingsplan, worden in deze paragraaf behandeld. Per bestuurslaag is een korte samenvatting gegeven van de meest relevante aspecten uit de verschillende beleidsnota's, alsmede de consequenties voor het voorliggende initiatief.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van onze leefomgeving. Hiermee wil het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes het Rijk maakt en welke richting het Rijk meegeeft aan decentrale keuzes. Deze keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang met elkaar. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes gemaakt worden. Prioriteiten De NOVI schetst een toekomstperspectief naar 2050 waarin vier prioriteiten worden vastgesteld: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Zeespiegelstijging, hoge rivierafvoeren, wateroverlast en lange periodes van droogte zijn hier voorbeelden van. In 2050 zal Nederland klimaatbestendig en waterrobuust zijn. In 2050 moet Nederland ook een duurzame energievoorziening hebben. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen.

Voorwaarde is dat bewoners goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik en kunnen meeprofiteren in de opbrengsten. Voor de ontwikkeling van duurzame energie zijn regionale energiestrategieën (RES) essentieel. Medeoverheden geven, in samenwerking met de energiesector, gebruikers en andere belanghebbenden, in de RES invulling aan de inpassing van duurzame energie op het land. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. De Nederlandse economie dient toekomstbestendig te worden, oftewel concurrerend, duurzaam, en circulair. Het gebruik van duurzame energiebronnen en verandering van productieprocessen wordt gestimuleerd. Steden en stedelijke regio's zijn belangrijk voor onze economie. Dit geldt vooral daar waar sprake is van een aantrekkelijke en gezonde omgeving en diversiteit in aanwezige economische functies, opleidingen en andere voorzieningen. Sterke en gezonde steden en regio's

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 59 van 107

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. De leefbaarheid van stedelijk gebied staat voorop. Hiervoor dienen deze gebieden in te zetten op klimaatadaptatie om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. Ook dient de bouw van nieuwe woningen te zijn gericht om een zo breed mogelijk aantal inwoners te bereiken. Mobiliteit dient aan te sluiten op nieuwe ontwikkelingen waarbij onder meer de CO2 uitstoot wordt verminderd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Er dient een balans tussen de ontwikkeling van natuur en landbouw te worden gevonden. Hiernaast dient het een prettige omgeving te zijn om te werken, wonen en te recreëren. Biodiversiteit van gebieden en de verduurzaming van landbouw zijn kernpunten. Afwegingsprincipes Het stellen van de bovenstaande prioriteiten kan een situatie ontstaan dat belangen soms botsen.

Door in zo'n situatie keuzes te maken worden er drie afwegingsprincipes gebruikt:  Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoekt het Rijk naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte.  Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied.  Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De uitvoering van de NOVI moet gezamenlijk worden aangepakt. Rijk, provincies en gemeenten gaan meer samenwerken als één overheid. Ook staat participatie centraal.

Consequentie voor dit bestemmingsplan De uitbreiding van het station draagt bij aan de energietransitie en het garanderen van een goede leveringszekerheid voor de toenemende vraag naar energie. Daarmee maakt het project economisch groeipotentieel mogelijk. Netuitbreiding is een randvoorwaarde om de groeiambities mogelijk te maken. Het project draagt dan ook bij aan de doelstellingen van de NOVI. Het voorliggend bestemmingsplan is hierdoor niet in strijd met de regels van de NOVI.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Rijkbeleid, is -voor zover nodig- in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro) vastgelegd in regelgeving. Het Barro is op 22 augustus 2011 vastgesteld en op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen. Provincies en gemeentes dienen hier rekening mee te houden bij het opstellen van inpassingsplannen en bestemmingsplannen. De elektriciteitsvoorziening is aangemerkt als een nationaal belang. Wat betreft de elektriciteitsvoorziening zijn bestaande hoogspanningsverbindingen opgenomen. Voor hoogspanningsverbindingen, waaronder ook de schakel- en hoogspanningsstations vallen, zijn de volgende regels opgenomen:  een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een hoogspanningsverbinding bevat het tracé van die hoogspanningsverbinding en laat het gebruik als hoogspanningsverbinding toe;  een bestemmingsplan wijst geen ander tracé van de hoogspanningsverbinding aan;

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 60 van 107

in afwijking van het tweede punt kan, na schriftelijk advies van de beheerder van het hoogspanningsnet, een ander tracé voor de hoogspanningsverbinding worden aangewezen, mits de hoogspanningsverbinding als zodanig in het bestemmingsplan wordt gehandhaafd, het bestemmingsplan het gebruik van dat gewijzigde tracé als hoogspanningsverbinding toelaat en het tracé aansluit op het tracé van de hoogspanningsverbinding in de naastliggende bestemmingsplannen.

Consequenties voor dit bestemmingsplan In het Barro wordt een verbinding van minstens 220kV gezien als een hoogspanningsverbinding. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt een hoogspanningsverbinding van 380kV planologisch mogelijk gemaakt. De uitbreiding van het hoogspanningsstation in Simonshaven is in overeenstemming met de nationale belangen uit de SVIR. Nationaal belang 2 gaat in op de ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie. Er wordt beschreven dat de opwekking en distributie van elektriciteit via een hoofdnetwerk van centrales en hoogspanningsleidingen van nationaal belang is. Het bestemmingsplan is vanwege deze redenen niet in strijd met de regels uit het Barro.

3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de Ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. Het Besluit ruimtelijke ordening is op 1 juli 2017 gewijzigd. Met de wijziging van het Bro is ook een nieuwe ladder systematiek geïntroduceerd, waarbij de ladder geen treden meer bevat. Hierbij moet ten eerste de behoefte aan de ontwikkeling worden beschreven en ten tweede moet bij buitenstedelijke ontwikkelingen worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk plaats kunnen vinden. Als sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, dan moet er getoetst worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Volgens artikel 1.1.1, lid 1 onder 1 van het Bro is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling indien een project ziet op de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Bij de beoordeling of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt gekeken of er sprake is van een nieuw beslag op de ruimte.

Daarvan is in beginsel sprake als een nieuw ruimtelijk besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of volgens het voorheen geldende planologische regime kon worden gerealiseerd. Indien de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is moet worden beschreven in hoeverre de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte.

Consequenties voor dit bestemmingsplan Het Besluit ruimtelijke ordening stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij verschillende overheden. In het voorliggende bestemmingsplan is sprake van een wijziging van het ruimtebeslag. De hoogspanningsverbinding stelt beperkingen aan de gebruiksmogelijkheden van de grond. Deze bescherming wordt vastgelegd in dit plan, na een zorgvuldige afweging van de omliggende belangen. Met de uitbreiding van de hoogspanningsstation met bijbehorende verbindingen nabij Simonshaven is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, aangezien de bouw van een hoogspanningsstation niet als een stedelijke ontwikkeling beschouwd wordt omdat het geen stedelijke ontwikkeling betreft. Een toetsing aan de Ladder is derhalve niet nodig. Daar komt bij dat de gewenste ontwikkeling nodig is om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 61 van 107

3.1.4

Cluster Energie Strategie (CES) Rotterdam - Moerdijk

Deze Cluster Energie Strategie (CES) is een update van de CES 2021. Voor deze editie is een uitgebreide data-studie uitgevoerd om beter inzicht te geven in de verwachte veranderingen in energiestromen en projecten waarmee de klimaatdoelstellingen in het cluster gerealiseerd kunnen worden. Op basis hiervan is een prioritering gemaakt van de energie infrastructuurprojecten die nodig zijn om de transitie te realiseren, de zogenaamde sleutelprojecten. Behalve industriële plannen binnen het cluster is in de CES ook rekening gehouden met de strategische positie van Rotterdam-Moerdijk als energiehub van Noordwest-Europa en hoe deze te behouden en waar mogelijk te verstevigen om leverings- en voorzieningszekerheid te waarborgen. De CES focust op acht sleutelprojecten. In de CES staan hiervoor vier doelen centraal die behandeld worden: 1. Rotterdam-Moerdijk is goed gepositioneerd om niet alleen de klimaatdoelen voor 2030 binnen het cluster te realiseren maar ook bij te dragen aan verduurzaming buiten het cluster. Nieuwe energie-infrastructuur is hierbij cruciaal. 2. Op basis van een 4-pijlerstrategie transformeert Rotterdam-Moerdijk van een industrie op basis van overwegend fossiele grondstoffen richting een cluster gebaseerd op circulaire waardeketens in het midden van deze eeuw. 3. Nieuwe datastudie voor CES 2022 4.

Rotterdam-Moerdijk staat voor een enorme opgave én kans om haar positie als strategisch hub voor Noordwest-Europa te behouden. Dit vraagt om samenwerkingen tot ver buiten het cluster waarbij regie van de overheid cruciaal is om de transitie nationaal en internationaal vorm te geven. Consequenties voor dit bestemmingsplan Voorliggende ontwikkeling sluit aan op de CES. Voorliggende ontwikkeling draagt bij aan nieuwe energie-infrastructuur waarmee de klimaatdoelen (doel 1) behaald kunnen worden. Deze ontwikkeling draagt bij aan het verduurzamen van de industrie in het Rotterdamse havengebied. Ook draagt het bij aan de toenemende vraag naar energie in de toekomst. Mede door voorliggende ontwikkeling worden de doelen van de CES haalbaar geacht. Het bestemmingsplan is vanwege deze redenen in lijn met de CES. 3.1.5

Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK 2022)

Het MIEK is een programma van nationale energie- en grondstoffeninfrastructuurprojecten die bijdragen aan de klimaattransitie. Het doel is om met meer regie over de hele keten, de infrastructuur van opwek tot afname, en door het wegnemen van knelpunten in de besluitvorming van projecten de aanleg van energie- en grondstoffeninfrastructuur te versnellen en systeemintegratie te bereiken. De basis voor de selectie van de MIEK-projecten in 2021 en 2022 ligt bij de door de industrieclusters opgestelde Cluster Energie Strategieën (CES’en), waarin zij beschrijven wat de modaliteitsbehoefte over de tijd is met bijbehorende randvoorwaarden. Bij het opstellen zijn decentrale overheden, netbeheerders, industrie en energieproducenten betrokken. Het MIEK bevat projecten van nationaal schaalniveau. Dit zijn projecten die cluster-overstijgend zijn, een internationaal karakter hebben en/of onderdeel uitmaken van het landelijke hoofdtransportnet.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 62 van 107

Het industriecluster Rotterdam-Moerdijk speelt een centrale rol in zowel productie en gebruik, maar ook in import en doorvoer van energiestromen om de energievraag in Noordwest-Europa te adresseren. Een tijdig aangelegde infrastructuur is voor Rotterdam-Moerdijk niet alleen van belang om de energietransitie in het cluster in lijn met het Klimaatakkoord te kunnen realiseren, maar ook ter behoud van de strategische rol in de internationale markt buiten het cluster. Deze functie is van belang voor de nationale economie en het toekomstig verdienvermogen van Nederland. Daarnaast draagt deze infrastructuur bij aan significante CO2-besparingen buiten het cluster, en aan de Europese leveringszekerheid voor energie door afhankelijkheid van importen uit landen als Rusland te verkleinen. In het cluster worden acht sleutelprojecten benoemd op het gebied van energie-infrastructuur. Het betreft de volgende projecten: 1. Infrastructuur voor import en vervoer van waterstof. a. Het Waterstofnetwerk Rotterdam (voorheen HyTransPort.RTM). b. Terminals en infrastructuur voor de import van waterstof. 2. De Delta Rhine Corridor-buisleidingeninfrastructuur naar Chemelot en Duitsland. 3. Optimalisatie elektriciteit-infrastructuur. a. Verzwaring en uitbreiding van het netwerk ten behoeve van Rotterdam en Moerdijk. b. De aanlanding van extra hernieuwbare elektriciteit vanaf windparken op de Noordzee. 4.

Infrastructuur voor transport en onderzeese opslag van CO 2 (Porthos en Aramis). 5. Warmteleidingen vanuit de industrie (o.a. WarmtelinQ en warmteleiding Moerdijk-Geertruidenberg). 6. Infrastructuur voor het project H-vision voor productie en transport van koolstofarme waterstof. 7. Walstroominstallaties voor zeeschepen in Rotterdam en Moerdijk. 8. Duurzame transportcorridors op waterstof tussen Nederland, België en Duitsland (RH2INE en HyTrucks). Consequenties voor dit bestemmingsplan Voorliggende ontwikkeling sluit aan op de CES en het MIEK. De ontwikkeling draagt bij aan de optimalisatie van de energie-infrastructuur waardoor er extra hernieuwbare elecktriciteit vanaf windparken vanaf de Noordzee kan komen. Voorliggende ontwikkeling zorgt voor een verzwaring van het energienetwerk. Hierdoor is deze ontwikkeling een MIEK project waardoor het MIEK 2022 geen belemmering vormt voor dit bestemmingsplan. 3.1.6

Een haven vol energie

In september 2019 heeft TenneT samen met Stedin en Port of Rotterdam een studie gepubliceerd over een 'een haven vol energie'. De energietransitie leidt tot een grotere vraag naar (hernieuwbare) elektriciteit door de industrie in Rotterdam. Transitiepaden in een studie van het Wuppertal Instituut schetsen een groei van de vraag met een factor twee tot vier. Die elektriciteit is vooral nodig om industriële processen te elektrificeren, om groene waterstof te maken en voor de toename van elektrisch vervoer. Dat betekent dat het elektriciteitsnet de komende decennia moet worden verzwaard, kansen worden hiervoor gezien op de Maasvlakte, Europoort en Simonshaven. De fysieke ruimte daarvoor is zowel boven- als ondergronds beperkt en de huidige werkwijze, bepaald door de bestaande wet- en regelgeving, leidt tot hogere maatschappelijke kosten en langere doorlooptijden dan wanneer de verzwaring van het elektriciteitsnet meer op basis van een langetermijnvisie wordt aangepakt.

Consequenties voor dit bestemmingsplan In voorliggende studie wordt Simonshaven specifiek genoemd als een kans om te voorzien in de toenemende energiebehoefte. De elektriciteit is vooral nodig om industriële processen te elektrificeren, om groene waterstof te maken en voor de toename van elektrisch vervoer. Hiervoor moet het elecktriciteitsnet worden verzwaard. Voorliggende ontwikkeling voorziet van een verzwaring van het elecktriciteitsnet en draagt hierdoor bij aan de elecktriciteitsvraag in de toekomst. Hierdoor sluit voorliggende ontwikkeling aan op de studie.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 63 van 107

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland (2019)

De Omgevingsvisie Zuid-Holland is het provinciaal beleidsplan van de fysieke leefomgeving. De meeste recente versie van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is de herziening (2021) van de in werking getreden visie op 1 april 2019 en volgt daarmee de Visie Ruimte en Mobiliteit uit 2014 op. Met de Omgevingsvisie anticipeert de provincie op het in werking treden van de Omgevingswet. In de nieuwe Omgevingsvisie is het volledige omgevingsbeleid van de provincie vervat, zoals de Omgevingswet ook zal voorschrijven. In de Omgevingsvisie worden de huidige beleidsplannen in één document verenigd:  de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro);  het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm);  het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww);  het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer;  de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie Zuid-Holland kiest hierbij voor een opgavegerichte aanpak, waarbij steeds samenhangende beleidsonderdelen worden vernieuwd waar dat nodig is. Het provinciale omgevingsbeleid is dus geen statisch (eind)document, maar een document waarmee voortdurend de dialoog wordt gezocht met de diverse ruimtelijke actoren: altijd klaar, maar nooit af.

Hoofddoel van de Omgevingsvisie Zuid-Holland is het scheppen van voorwaarden voor een economisch krachtige regio. Dat betekent: ruimte bieden om te ondernemen, het mobiliteitsnetwerk op orde en zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving. De sturingsfilosofie van de omgevingsvisie betreft: 1. Ruimte bieden aan ontwikkelingen; 2. Aansluiten bij de maatschappelijke vraag naar woningen, bedrijventerreinen, kantoren, winkels en mobiliteit; 3. Allianties aangaan met maatschappelijke partners; 4. Minder toetsen op regels en meer sturen op doelen. Consequenties voor dit bestemmingsplan Met het bestemmingsplan wordt de uitbreiding en instandhouding van een hoogspanningsstation met bijbehorende hoogspanningsverbindingen mogelijk gemaakt. Voornoemd initiatief maakt het landelijk hoogspanningsnet geschikt voor aansluiting van duurzame elektriciteit (wind op zee) en leidt tot extra capaciteit. De grote vraag naar (duurzame) energie komt enerzijds door de toegenomen vraag van de bedrijven in de omgeving en anderzijds door diverse (wind op zee) projecten waarbij duurzame energie wordt opgewekt. Hiermee sluit de beoogde ontwikkeling aan bij de sturingsfilosofie zoals die is omschreven in omgevingsvisie Zuid-Holland, waaronder ruimte bieden aan ontwikkelingen en aansluiten bij de maatschappelijke vraag. 3.2.2

Omgevingsprogramma Zuid-Holland

Het omgevingsprogramma Zuid-Holland is het provinciaal beleidsplan gefocust op het landelijk gebied. De meest recente versie van het omgevingsprogramma is vastgesteld op 6 april 2021. Vervolgens is hier nog een herziening van geweest die is vastgesteld op 9 november 2021. Het omgevingsprogramma beschrijft voornamelijk wat wenselijk is in de ruimtevraag voor agrarische ontwikkelingen. Het gaat voornamelijk in om op een vergelijkbare manier te accommoderen en dit niet per gemeente op gehele andere wijze in te vullen. Hierdoor ontstaat een goede balans tussen het belang van goede ruimtelijke kwaliteit en ruimte voor agrarische ontwikkelingen passend bij een vitale landbouw. Het omgevingsprogramma gaat specifiek in op de nieuwvestiging van intensieve veehouderij, het handhaven de openheid van het landelijk gebied, overnames van akkerbouwbedrijven en aangewezen gebieden in de verordening voor de ontwikkeling van glastuinbouw en boom-en sierteelt. Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 64 van 107

Consequenties voor dit bestemmingsplan Er is geconstateerd dat dit omgevingsprogramma voornamelijk gaat over agrarische ontwikkelingen. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat dit niet relevant is voor dit project. Deze regels vormen dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen in dit bestemmingsplan. 3.2.3

Omgevingsverordening Zuid-Holland

Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid en belangen. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. De omgevingsverordening schrijft voor waaraan de inhoud van onder andere bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen voor afwijken van het bestemmingsplan en beheersverordeningen moeten voldoen. In de verordening zijn regels opgenomen die het provinciaal belang beschermen. De inrichting vindt plaats binnen 'artikel 2.5 aanwijzing Natuurnetwerk Nederland' en 'artikel 6.9 ruimtelijke kwaliteit'. Voor artikel 2.5 is een onderbouwing opgenomen in de milieu- en omgevingsaspecten hoofdstuk bij het onderdeel ecologie, zie 4.3 Ecologie. De westelijke mast (mast 67) wordt verzwaard. Deze valt binnen artikel 6.9 ruimtelijke kwaliteit. De mast wordt enkel verzwaard en niet verplaatst.

Het aanzicht zal hierdoor niet anders zijn dan de huidige situatie waardoor de beoogde ontwikkeling geen belemmering vormt voor dit artikel. Verder vindt de inrichting plaats conform het geldende planologische regime. Zowel de planvorming voor, als de aanleg van dit gebied heeft plaatsgevonden op grond van een uitgebreide belangenafweging.

Consequenties voor dit bestemmingsplan Het plan sluit aan bij de uitgangspunten van de provinciale omgevingsverordening van Zuid-Holland. Deze regels vormen dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen in dit bestemmingsplan.

3.2.4 Uitvoeringsprogramma Provincie Zuid-Holland Schone energie voor iedereen 2020-2023 Het uitvoeringsprogramma ‘Schone Energie voor Iedereen’ is de opvolger van de Energie-Agenda ’Watt Anders’. Het doel is dat gemeenten, waterschappen, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties in Zuid-Holland samenwerken aan het landelijk bepaalde doel in het klimaatakkoord: 49% minder CO2 uitstoot in 2030. De provincie draagt bij aan dit doel en zet zich ervoor in dat alle activiteiten samen komen in een betrouwbare en betaalbare energievoorziening voor Zuid-Holland. De provincie Zuid-Holland werkt vooral aan de volgende drie punten: 1. We zetten ons in voor een schone en duurzame elektriciteitsvoorziening; 2. We bevorderen duurzame verwarming van de gebouwde omgeving; 3. We leveren een bijdrage aan de energie en grondstoffen transitie. Consequenties voor dit bestemmingsplan Voorliggende ontwikkeling draagt bij aan een duurzame elecktriciteitsvoorziening. Ook draagt het bij aan het doel om CO2 uitstoot te verminderen. Het 'Uitvoeringsprogramma Provincie

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 65 van 107

Zuid-Holland Schone energie voor iedereen 2020-2023' vormt hierdoor geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in dit bestemmingsplan.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Welstandsnota 2017

De welstandsnota bevat de basisvoorwaarden, waaraan bouwaanvragen op welstandsaspecten getoetst worden, het zogenaamde beoordelingskader. Het plangebied ligt in een gebied aangewezen als 'regulier' (zie figuur 3.1). Het regime 'regulier' houdt het volgende in: Gebieden die een regulier toetsingsniveau hebben, zijn gebieden die beperkte afwijkingen van de bestaande ruimtelijke structuur of ingrepen in de architectuur zonder al te veel problemen kunnen verdragen. De welstandstoets beperkt zich tot die aspecten die te maken hebben met de situering van het bouwwerk (rooilijn, zijdelingse afstanden en oriëntatie, de hoofdvorm van het gebouw (bouwmassa, bouwhoogte, kapvorm en kaprichting), de schaal en geleding van het gebouw, het overwegende materiaalgebruik en de kleurtoon. De toets is vooral gericht op het gebouw als geheel in relatie tot zijn omgeving. Er zal onder meer worden beoordeeld op het behoud van de samenhang binnen de rijen en clusters. Toetsing betreft dan ook de basiskwaliteit van de gebouwen en vraagt een normale inspanning. Bij de inrichting van het plangebied is reeds rekening gehouden met de relatie tot de omgeving. De relatie van de hoogspanningsmasten tot de omgeving veranderen nauwelijks. Enkel mast 67 wordt verzwaard maar dit zorgt niet voor een ander beeld in de omgeving. Het hoogspanningsstation wordt iets uitgebreid.

De uitbreiding heeft echter een klein effect op de omgeving omdat er niet veel veranderd. Hierdoor wijkt het projectgebied beperkt af van de bestaande ruimtelijke structuur en zijn ingrepen niet noodzakelijk.

Figuur 3.1 Afbeelding uitsnede kaart welstandsniveau en plangebied

Consequenties voor dit bestemmingsplan In het plan hebben de uitbreidingen een klein effect op de omgeving omdat er niet veel veranderd. Het projectgebied wijkt beperkt af van de bestaande ruimtelijke structuur waardoor een ingreep niet noodzakelijk is. Hierdoor vormt de Welstandsnota 2017 geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen in het bestemmingsplan. De welstandsaspecten komen verder aan de orde bij de beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 66 van 107

3.3.2

Structuurvisie Bernisse

Op 21 september 2010 heeft de gemeenteraad van de voormalige gemeente Bernisse de 'Structuurvisie 2025' vastgesteld. Deze structuurvisie kan gezien worden als een ruimtelijke doorvertaling van de 'Toekomstvisie Bernisse'. In de structuurvisie is op hoofdlijnen vastgelegd waar de gemeente op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied zou moeten staan in 2025. Enerzijds worden in de structuurvisie toekomstige plannen met een ruimtelijke component en de samenhang daartussen inzichtelijk gemaakt. Anderzijds is in de structuurvisie de mogelijkheid van kostenverhaal gecreëerd. Op gemeentelijk niveau geeft de visie aan welke ontwikkelingen gewenst zijn voor de gehele gemeente, op welke wijze deze ontwikkelingen ruimtelijk worden vertaald en hoe deze ontwikkelingen worden gefaseerd. Op kernniveau is het beeld nader gespecificeerd. De structuurvisie fungeert voor het gemeentebestuur als afwegingskader bij de beoordeling van nieuwe initiatieven. In de structuurvisie wordt ingegaan op typeringen van grondexploitaties. Er zijn vier grondexploitaties die kunnen bijdragen aan de ruimtelijke ontwikkeling van Bernisse. Van deze vier exploitaties, is een exploitatie gericht op de maatschappelijke voorzieningen zoals het opwekken van energie.

Consequenties voor dit bestemmingsplan In de structuurvisie van Bernisse wordt ingegaan op het ontwikkelen van maatschappelijke voorzieningen zoals het opwekken van energie. Voorliggende ontwikkeling voorziet in het ontwikkelen van energie en draagt bij aan de landelijke energietransitie. Hierdoor is voorliggende ontwikkeling in lijn met de structuurvisie Bernisse en vormt de structuurvisie geen belemmering voor voorliggende ontwikkeling.

3.4

Conclusie beleidskader

Met het bestemmingsplan wordt de uitbreiding van een hoogspanningsstation met bijbehorende hoogspanningsverbindingen mogelijk gemaakt. Voornoemd initiatief maakt het landelijk hoogspanningsnet geschikt voor aansluiting van duurzame elektriciteit (wind op zee). De grote vraag naar (duurzame) energie komt enerzijds door de toegenomen vraag van de bedrijven in de omgeving en anderzijds door diverse (wind op zee) projecten waarbij duurzame energie wordt opgewekt. Hiermee sluit de beoogde ontwikkeling aan bij de sturingsfilosofie zoals die is omschreven in omgevingsvisie Zuid-Holland, waaronder ruimte bieden aan ontwikkelingen die aansluiten bij de maatschappelijke vraag.

Bestemmingsplan trafostation Simonshaven Pagina 67 van 107

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten

4.1

Inleiding

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de feiten en belangenafweging inzake o.a. de relevante milieuhygiënische aspecten (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). Om tot een gedegen planontwikkeling te komen zijn diverse onderzoeken uitgevoerd, die inzicht geven in de ontwikkelingsmogelijkheden van het gebied. Alle onderzoeken zijn gedaan voorafgaand aan de realisatie van de uitbreiding. Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de verschillende onderzoeken die zijn uitgevoerd. Voor uitgebreidere informatie wordt verwezen naar de feitelijke onderzoeken in de bijlagen.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

Kader In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet ingegaan die geldt totdat de Omgevingswet in werking treedt. De Erfgoedwet bundelt wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Onder andere de Monumentenwet is hierin opgegaan. Op basis van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Artikel 5.10 lid 1 van de Erfgoedwet stelt namelijk: 'Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister'.

Situatie Vanuit de gemeente is een archeologisch advies gekomen voor voorliggende ontwikkeling. De gemeente adviseert om af te zien van archeologisch onderzoek. De locatie kan voor de voorgenomen ontwikkeling worden vrijgegeven zonder archeologische bemoeienis. Wel wordt benadrukt dat er altijd rekening dient te worden gehouden met zogenaamde toevalsvondsten. Hiervan dient men op basis van de Erfgoedwet 2016, art. 5.10 de bevoegde overheid, de gemeente Nissewaard, te informeren. In bijlage 1 is dit advies opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14105641/1