CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan P.J. Bliekstraat

Gemeenteraad 24 april 2024, gemeente NissewaardBij agendapunt: Vaststellen gewijzigd bestemmingsplan P.J. Bliekstraat Spijkenisse22.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

P.J. Bliekstraat (metro Spijkenisse Centrum) Nissewaard

16-06-2023

DATUM IMRO IDN

NL.IMRO.1930.BPBliekstraat- 3001

PROJECT PROJECTLEIDER

M. Backx

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

20220357

AUTEUR STATUS

Inhoudsopgave Toelichting

6

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging plangebied

8

1.3

Geldend bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

9

Huidige situatie en planbeschrijving

11

2.1

Bestaande situatie

11

2.2

Beoogde situatie

12

Ruimtelijk beleidskader

15

3.1

Inleiding

15

3.2

Rijksbeleid

15

3.3

Provinciaal beleid

25

3.4

Regionaal beleid

32

3.5

Gemeentelijk beleid

33

Hoofdstuk 4

Sectorale aspecten

38

4.1

Vormvrije m.e.r.- beoordeling

38

4.2

Verkeer en parkeren

39

4.3

Geluid

41

4.4

Trillingen

44

4.5

Water

45

4.6

Ecologie

49

4.7

Luchtkwaliteit

52

4.8

Bedrijven en milieuhinder

53

4.9

Externe veiligheid

54

4.10

Bodemkwaliteit

57

4.11

Cultuurhistorie en archeologie

58

4.12

Kabels en leidingen

59

Juridische planbeschrijving

60

5.1

Algemeen

60

5.2

Inleidende regels

60

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 5

3/505

5.3

Bestemmingsregels

61

5.4

Algemene regels

61

5.5

Overgangs- en slotregels

62

Uitvoerbaarheid

63

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

63

6.2

Economische uitvoerbaarheid

63

Hoofdstuk 6

Bijlagen bij toelichting

65

Bijlage 1

Voorlopig ontwerp

67

Bijlage 2

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

85

Bijlage 3

Parkeeropgave

99

Bijlage 4

Notitie parkeren

117

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek weg- en railverkeer

119

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek busstation

205

Bijlage 7

Quickscan Wet natuurbescherming

277

Bijlage 8

Aerius memo

313

Bijlage 9

Stikstofberekeningen

319

Bijlage 10

Verkennend bodemonderzoek

361

Bijlage 11

Quickscan archeologie

459

Regels Hoofdstuk 1

479 Inleidende regels

480

Artikel 1

Begrippen

480

Artikel 2

Wijze van meten

485

Bestemmingsregels

487

Artikel 3

Gemengd

487

Artikel 4

Verkeer - 2

488

Artikel 5

Waarde - Archeologie 3

489

Hoofdstuk 3

Algemene regels

491

Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

491

Artikel 7

Algemene bouwregels

492

Hoofdstuk 2

4/505

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

493

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

495

Artikel 10

Overige regels

496

Overgangs- en slotregels

497

Artikel 11

Overgangsrecht

497

Artikel 12

Slotregel

498

Hoofdstuk 4

Bijlagen bij de regels Bijlage 1

5/505

501 Staat van Horeca-activiteiten

503

Toelichting

6/505

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het metro-busstation Spijkenisse Centrum en het gebied eromheen worden opnieuw ingericht. Eén van de onderdelen van deze gebiedsontwikkeling is de realisatie van twee nieuwe gebouwen aan de P.J. Bliekstraat aan de zuidwestzijde van het station. Ontwikkelaar Synchroon is door de gemeente Nissewaard geselecteerd om deze gebouwen te realiseren. Hier komen woningen, commerciële ruimtes en een OV-fietsenstalling. De ontwikkeling is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, dient een nieuw bestemmingsplan te worden vastgesteld. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

Figuur 1.1 Ligging van het plangebied

7/505

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt naast het metrostation Spijkenisse Centrum. Het plangebied bestaat uit twee delen. Het noordelijk deel ligt haaks op de Centrumlaan. Het zuidelijke gedeelte van het plangebied ligt aan de P.J. Bliekstraat.

Figuur 1.2 Ligging van het plangebied

1.3

Geldend bestemmingsplan

De vigerende planologische regeling is vervat in het bestemmingsplan 'Centrum 2012'. De gronden zijn bestemd voor Groen en Verkeer. Binnen deze bestemming zijn woningen en voorzieningen in de plint niet toegestaan.

8/505

Figuur 1.3 Uitsnede geldend bestemmingsplan Centrum 2012 (bron: ruimtelijke plannen.nl) Op de locatie geldt tevens de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3'. Volgens deze dubbelbestemming is archeologisch onderzoek verplicht bij werkzaamheden die dieper dan 50 cm beneden maaiveld en een oppervlakte groter dan 200 m2 beslaan. In paragraaf 4.11 wordt nader ingegaan op het aspect archeologie.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie beschreven en wordt vervolgens ingegaan op de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 is de gewenste ontwikkeling getoetst aan het relevante Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Vervolgens is in hoofdstuk 4 de toetsing van de gewenste ontwikkeling aan de relevante omgevingsaspecten beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. Ten slotte is in hoofdstuk 6 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid nader toegelicht.

9/505

10/505

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie en planbeschrijving

Bestaande situatie

Het plangebied bevindt zich in de schil van het centrum van Spijkenisse, naast het metrostation Spijkenisse Centrum. Het noordelijke gedeelte van het plangebied bestaat in de huidige situatie uit een overdekte fietsenstalling en parkeerterrein. Het plangebied is per auto te bereiken via de D.C. Meesstraat.

Figuur 2.1 Huidige situatie plangebied noord Het zuidelijke gedeelte van het plangebied is in gebruik als parkeerplaats en deels begroeid met gras. Dit deel van het plangebied is per auto te bereiken via de P.J. Bliekstraat.

11/505

Figuur 2.2 Huidige situatie plangebied zuid

2.2

Beoogde situatie

De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van twee woongebouwen met verschillende functies in de plint. In totaal worden er 223 woningen gerealiseerd. Hiervan komen 125 appartementen in het meest noordelijke blok (blok A) en 98 appartementen in het zuidelijke blok (blok B).

Figuur 2.3 Ligging blok A en B In blok A wordt een verdiepte parkeergarage gerealiseerd. Op de begane grond komt een fietsenstalling (privé en openbaar), horeca, commerciële dienstverlening en kleinschalige detailhandel. De functies in de plint zijn bestemd voor de toekomstige bewoners, maar vooral ook voor de forenzen die gebruik maken van het

12/505

metrostation Spijkenisse Centrum. In blok B komt op de begane grond een fietsenstalling (privé) en ruimte voor een commerciële functie. De exacte verdeling van de functies wordt in een latere fase van het plan definitief gemaakt. Er is ruimte voor 400 m2 bvo voor horeca, 1.130 m2 bvo voor commerciële functies (totaal over de twee gebouwen) en voor detailhandel is 490 m2 toegestaan. In de verdiepte parkeergarage is ruimte voor 66 parkeerplaatsen en op maaiveld worden 24 parkeerplaatsen gerealiseerd. Op figuur 2.4 is de terrein indeling van de toekomstige situatie weergegeven. Het voorlopig ontwerp is opgenomen in bijlage 1. Het programma is echter wel aangepast naar bovengenoemde.

Figuur 2.4 Beoogde terreinindeling Onderstaande impressies uit het voorlopig ontwerp geven een beeld van de beoogde situatie. Verdere details worden uitgewerkt in het aan te vragen bouwplan.

Figuur 2.5 Doorsnedes blok A De maximale bouwhoogte van blok A bedraagt 20 meter. Figuur 2.6 geeft een impressie van de beoogde situatie van blok B weer. De maximale bouwhoogte van dit blok is 47 meter.

13/505

Figuur 2.6 Doorsnede blok B Openbare ruimte Gelijktijdig met de ontwikkeling wordt de openbare ruimte van het metro- en busstation Spijkenisse Centrum aangepast. De bussen halteren dichterbij het metrostation en kunnen direct van de halte weer vertrekken. Hierdoor ontstaat ruimte om een nieuwe entree te realiseren.

14/505

Hoofdstuk 3 3.1

Ruimtelijk beleidskader

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan relevant beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Barro opgesteld. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2012) Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt niet alleen regels omtrent de 13 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Nationale Omgevingsvisie, maar stelt ook regels die in bestemmingsplannen moeten worden opgenomen. Toetsing De beoogde ontwikkeling heeft geen raakvlakken met het beleid zoals benoemd in de NOVI en het Barro. 3.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 2012, actualisering 2017) Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid.

Om dit principe te borgen is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Hieruit volgt dat alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, aandacht moeten besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voor binnenstedelijke projecten moet de behoefte in de relevante regio worden beschreven. Voor stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Toetsing en conclusie Uit jurisprudentie blijkt dat gewoonlijk ontwikkelingen groter dan 500 m2 bvo en ontwikkelingen met meer dan 11 woningen worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Het programma bestaat uit 223 woningen (appartementen), waarvan circa 50 middeldure huurwoningen en

15/505

maximaal 2.020 m2 bvo aan voorzieningen: maximaal 1.130 m2 bvo maatschappelijke voorzieningen (inclusief medische dienstverlening) en commerciële dienstverlening; maximaal 490 m2 bvo gemakswinkel (uitsluitend voor zover de desbetreffende detailhandel het kernwinkelgebied niet aantast, zulks ter beoordeling van de gemeente). maximaal 400 m2 bvo lichte horeca (een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het overdag bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel (bereide snacks, ijs en kleine maaltijden) en/of dranken, zoals een snackbar, cafetaria, lunchroom, ijssalon en soortgelijke horecavoorzieningen) en of een restaurant (niet zijnde een bar of kroeg). Er worden meer dan 11 woningen mogelijk gemaakt en meer dan 500 m2 bvo aan maatschappelijke en commerciële voorzieningen, dus is sprake van een stedelijke ontwikkeling. Het geldende bestemmingsplan maakt geen woningen en voorzieningen mogelijk. De gemakswinkel en horeca betreffen elk minder dan 500 m2 bvo en zijn daarom niet aan te merken als stedelijke ontwikkeling. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt wel de behoefte beschreven. In dit geval is sprake van een ligging binnen bestaand stedelijk gebied. Gelet op het bovenstaande is hierna de behoefte aan de verschillende functies beschreven.

Beschrijving woningbehoefte Relevante regio Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voor wonen is dat de regio Rotterdam en daarbinnen de gemeente Nissewaard. De voorzieningen hebben een lokale functie voor reizigers en bewoners in het gebied. De woningbehoefte in de gemeente Nissewaard blijkt uit diverse bronnen die hierna worden behandeld. Woningbehoefteraming Zuid-Holland (WBR 2021) Uit de provinciale woningbehoefteraming WBR 2021 blijkt dat in de periode 2021-2030 in de Rotterdamse regio behoefte is aan ruim 61.000 woningen. De nieuwe raming komt hoger uit dan die uit 2019, wat betekent dat er in de gemeente Nissewaard ook meer woningen nodig zijn. Bovendien zijn 22.150 woningen (10%) nog niet regionaal toegedeeld.

16/505

Figuur 3.1 Prognose gewenste toename woningvoorraad (bron: WBR 2021 Provincie Zuid-Holland) Regionale afspraken en woningbehoefteraming In het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam (januari 2019) is (mede op basis van een eerdere prognose) afgesproken dat Rotterdam zich inzet om 30.000 woningen aan de voorraad toe te voegen. De hogere prognose van de WBR 2021 is aanleiding om deze regionale afspraken te actualiseren. Dit gebeurt naar verwachting eind 2022. ABF Research (ABF) heeft in opdracht van het Samenwerkingsverband Wonen Regio Rotterdam de actuele woningbehoefte voor de gemeenten in de regio Rotterdam onderzocht (Actualisatie studie Naar een meer evenwichtige Regio Rotterdam, ABF 2021). De belangrijkste conclusie is dat de regio meer woningen moet toevoegen dan er is afgesproken in het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018 2030 (Regioakkoord). Hierbij moet de focus vooral komen te liggen op de uitbreiding van de sociale en middeldure woningvoorraad. Deze opgave betreft alle regiogemeenten. De netto uitbreidingsopgave voor de regio Rotterdam betreft 72.400 woningen tussen 1 januari 2020 en 31 december 2030. In Rotterdam is de netto uitbreidingsbehoefte 38.200 woningen. Voor Nissewaard wordt hierin uitgegaan van 3.000 woningen tot 3031.

Uit het regionale behoefteonderzoek (ABF) blijkt dat voor de verschillende prijssegmenten er op basis van het “meer evenwichtscenario” in Nissewaard een uitbreidingsbehoefte ligt van: + 1.000 sociale woningen (vooral sociale huur); + 1.300 middeldure woningen (vooral koop); + 700 dure woningen (vooral koop).

17/505

Figuur 3.2 Woningbehoefte 2020 t/m 2030 Meer Evenwichtscenario (bron: Woningbehoefteonderzoek ABF) Omdat de vigerende regionale woningmarktafspraken onvoldoende kunnen voorzien in de nieuw geraamde woningbehoefte, is het noodzakelijk het beleid en daarmee de regionale woningmarktafspraken bij te buigen. Uit de behoefteraming blijkt bijvoorbeeld dat een aandeel van ruim 60% betaalbare woningen (sociale en middeldure woningen opgeteld) nodig is en daarin voorzien de huidige woningbouwplannen in de regio onvoldoende. Daarom wordt ingezet op meer woningen in Nissewaard en ook meer middeldure woningen. Woningbehoefteverkenning Zuid-Holland 2019 (april 2020) In opdracht van de Provincie Zuid-Holland heeft ABF Research de huidige stand van zaken op de Zuid-Hollandse woningmarkt in beeld gebracht en de kwalitatieve woningbehoefte in de toekomst onderzocht. De kwalitatieve woningbehoefte is per regio in beeld gebracht. Hierna is de behoefte in de regio Rotterdam, waar Nissewaard deel van uitmaakt, in beeld gebracht.

Figuur 3.3 Ontwikkeling huishoudens 2019 t/m 2029 (bron: Factsheet Kwalitatieve woningbehoefte-verkenning Regio's Zuid-Holland 2019) De sterkste huishoudensgroei wordt verwacht in de leeftijdsgroep 75 jaar en ouder, maar ook de leeftijdsgroep 65+ en 30 tot 44 neemt sterk toe. De sterkste groei wordt verwacht in de groep alleenstaanden. Het hoogste inkomenskwintiel neemt in omvang toe. Het aantal huishoudens in het laagste kwintiel neemt naar verwachting af.

18/505

In de regio zijn veel toevoegingen nodig in alle huur- en koopsegmenten.

Figuur 3.4 Ontwikkeling woningvoorraad 2019 t/m 2029 (bron: Factsheet Kwalitatieve woningbehoefte-verkenning Regio's Zuid-Holland 2019) In de regio Rotterdam neemt in het standaardscenario zowel in de huur- als in de koopsector het aantal huishoudens toe. De groei is zowel in absolute aantallen als relatief gezien het sterkst in de koopsector. Bezien over de woningmarkt als geheel neemt het aantal huishoudens in de doelgroep huurtoeslag licht af en vindt bij de midden- en hogere inkomensgroepen de sterkst groei plaats. Toevoegingen zijn vooral gewenst in de groen-stedelijke en stedelijk naoorlogs compacte woonmilieus, gevolgd door stedelijk vooroorlogse woonmilieus. Veruit het grootste deel van de onttrekkingen is gewenst in de stedelijk vooroorlogse en stedelijk naoorlogs compacte woonmilieus. Er vinden in de regio Rotterdam relatief weinig toevoegingen plaats in de dorpse en landelijke woonmilieus. In dorpse woonmilieus is behoefte aan alle categorieën met uitzondering van huur eengezinswoningen.

Figuur 3.5 Woningbehoefte per woonmilieu (bron: Kwalitatieve woningbehoefteverkenning Regio's Zuid-Holland 2019) Regionale Woonvisie Regio Rotterdam 2021-2040 Op 23 juni 2021 is de Regionale Woonvisie Regio Rotterdam 2021-2040 vastgesteld en ondertekend door de bestuurders van het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR). De regio Rotterdam wenst dat mensen met plezier in een groene en natuurinclusieve leefomgeving wonen. De regio wil het bijzondere landschap behouden en versterken. Voor zover locaties buiten bestaand stads- en

19/505

dorpsgebied (BSD) of buiten de invloedsfeer van HOV nodig zijn, worden de ruimtelijke aspecten (waaronder de ontsluiting) van die locaties onderbouwd door de afzonderlijke gemeente. De regio ziet zes katalysatoren om haar ambities waar te maken: Versnelling woningbouwopgave Betere benutting gebouwde omgeving: verdichting & transformatie Vernieuwende woonconcepten en flexibele schil woningmarkt Huisvesting arbeidsmigranten Energietransitie bestaande voorraad Doorstroming Voorne Putten is hierin aangemerkt als 'de buitenhof' van de regio. Woningbehoefte- onderzoek Voorne-Putten 2019 In de komende jaren blijft het aantal huishoudens op Voorne-Putten groeien. Van 71.280 in 2019 tot 74.870 in 2029 (+3.590). Deze groei is resultaat van natuurlijke aanwas enerzijds, en een positief migratiesaldo anderzijds. Onder druk van de huishoudensverdunning en een relatief sterke toename van het aantal eenpersoonshuishoudens groeit het aantal huishoudens verhoudingsgewijs sneller dan het aantal inwoners. Daarbij is er sprake van een vergrijzing van de Voorne-Puttense bevolking. De verwachting is dat het aantal huishoudens in de kern Spijkenisse tot 2040 met 2.780 toeneemt. Dit is op basis van natuurlijke aanwas en (binnen- en buitenlandse) migratie en staat los van (bestuurlijke) ambities (zoals in het Regio Akkoord).

Figuur 3.6 Prognose op kernenniveau In Nissewaard is vooral behoefte in het nultreden koop- en vrijesectorhuursegment.

20/505

Figuur 3.7 Simulatie kwalitatieve woningbouwopgave voor Hellevoetsluis 2019-2029 Voor circa 51% van de woningvraag op Voorne-Putten tot 2029 is invulling gegeven in harde plannen. In Nissewaard was in 2019 harde plancapaciteit voor circa 900 woningen. In de planning wordt rekening gehouden met ontwikkeling van 223 woningen (zachte plancapaciteit die moet worden opgezet in harde plancapaciteit door middel van het bestemmingsplan). Woonvisie Nissewaard, een plek voor iedereen! (september 2020) Nissewaard streeft ernaar om in de komende tien jaar 3.000 woningen bij te bouwen. Die groei is vooral nodig omdat het aantal 65-plussers toeneemt en huishoudens gemiddeld steeds kleiner worden. In deze visie schetst de gemeente het woonbeleid voor de jaren 2020-2030. Behalve met nieuwbouw wil de gemeente aan de toenemende woningbehoefte voldoen door, waar mogelijk, woningen te realiseren in leegstaande gebouwen. Denk daarbij aan winkelpanden in het centrum van Spijkenisse, kantoorgebouwen en boerderijen. Het gaat daarbij om 'gewone' appartementen en om woonruimtes speciaal voor starters, studenten en creatievelingen. De groei van het aantal ouderen maakt een toename van het woningaanbod voor die groep noodzakelijk. Dat levert twee grote voordelen op. Omdat het om levensloopbestendige woningen gaat, zullen meer ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen.

Bovendien biedt dit nieuwe kansen voor (jonge) gezinnen, stellen en alleenstaanden op een huis in Nissewaard. Want ouderen die naar een appartement of patiowoning verhuizen, laten in vaak een eengezinswoning achter. En in Nissewaard zijn die over het algemeen nog redelijk betaalbaar. Overigens denkt de gemeente bij woningen voor ouderen niet alleen aan appartementen en patiowoningen. Ook meergeneratiewoningen, waarin gezinnen samen met opa en/of oma kunnen wonen om hen (waar nodig) te verzorgen, behoren tot de mogelijkheden. Toch zullen de meeste ouderen in hun huidige huis blijven wonen. Met aanpassingen, zoals een traplift of een badkamer op de benedenverdieping, kan dat ook. Een ontwikkeling die in de komende jaren wordt doorgezet, is het gevarieerder maken van het woningaanbod in Nissewaard. Zo is het de bedoeling dat meer middeldure en dure koop- en huurwoningen worden gebouwd. Mensen die een volgende stap in hun wooncarrière willen zetten, kunnen hierdoor die stap in Nissewaard blijven maken. De woningen die zij achterlaten, komen vrij voor starters, stellen en jonge gezinnen. Ook zo probeert de gemeente de doorstroming te stimuleren. Daarnaast komt er ruimte voor collectief particulier opdrachtgeverschap. Verder zal de gemeente, vaak binnen nieuwbouwprojecten, locaties aanwijzen waar sociale woningbouw wordt

21/505

gerealiseerd, ter compensatie van het verdwijnen van sociale huurwoningen door sloop en nieuwbouw. Ook voor kwetsbare mensen, die bijvoorbeeld uit een beschermde woonomgeving komen, zijn woningen nodig. Dit initiatief geeft mede invulling aan de doelstellingen uit de woonvisie. Doelgroepenverordening middenhuur De gemeente Nissewaard heeft een groot tekort aan huurwoningen in de vrije sector, dit wordt aangetoond door het woningbehoefte onderzoek dat de gemeente heeft uitgevoerd. Met name huurwoningen in de middenklasse. Woningen die betaalbaar zijn en blijven voor lage en middeninkomens die geen toegang hebben tot de sociale huur, maar tegelijkertijd om verschillende redenen geen woningen kunnen of willen kopen. Het gaat dan om huurwoningen in het middensegment, met een huur van vanaf €752 tot €1.060. Om te voorkomen dat sprake is van slechts een tijdelijke toevoeging van dit gewenste woningsegment is het raadzaam om bij nieuwe ontwikkeling van middenhuurwoningen voorwaarden te stellen aan het behoud ervan voor langere termijn. Daarbij wordt ingezet op een termijn van minimaal 15 jaar. Het opstellen van een 'doelgroepenverordening middenhuur' is hiervoor een adequaat middel.

In de doelgroepenverordening worden voorwaarden gesteld met betrekking tot aanvangshuren, huurindexatie, harmonisatie van huren, instandhoudingstermijn, doelgroepen, kwaliteitseisen, gebieden waarop de verordening betrekking heeft en eventueel de percentages middenhuur bij nieuwe ontwikkelingen. Aan de voorkant maakt de gemeente afspraken met de ontwikkelaars, deze afspraken worden verankerd in het bestemmingsplan/omgevingsplan. Beschrijving behoefte voorzieningen In het plan wordt in de plinten ruimte geboden voor maximaal 2.020 m2 bvo voorzieningen: maatschappelijke voorzieningen (inclusief medische dienstverlening) commerciële dienstverlening, een gemakswinkel met een buurtfunctie/functie voor reizigers en passanten (maximaal 490 m2) en lichte horeca/restaurant (maximaal 400 m2 bvo). De behoefte aan voorzieningen komt voort uit: de groei van het aantal inwoners. De kern Spijkenisse telt per 1 januari 2021 71.975 inwoners.

Bij een gemiddelde huishoudensgrootte van 2,18 en groei van het aantal huishoudens in de kern Spijkenisse tot 2040 met 2.780 neemt het aantal inwoners met circa 6.000 toe; de kwalitatieve behoefte aan een gemakswinkel/kleinschalige detailhandel op een ov-locatie; de kwalitatieve behoefte aan een ontmoetingsplek op een ov-locatie en in de buurt; de kwalitatieve behoefte aan voorzieningen die de omgeving van het station kunnen activeren en de werkgelegenheid versterken. Detailhandel Detailhandel in het gebied zal hoofdzakelijk ter ondersteuning van het dagelijks gebruik van het metro- en busstation en inwoners in de eigen buurt zijn en mag niet concurreren met de binnenstad. Met het bestemmingsplan wordt een gemakswinkel mogelijk gemaakt. Een gemakswinkel is een kleine winkel met een beperkt assortiment dat gericht is op een on-the-go aanbod en vaak gevestigd is op locaties waar veel mensen

22/505

komen, zoals stationslocaties en tankstations. Voorbeelden van gemakswinkels in Nederland zijn AH to go en Jumbo City. Deze winkels hebben een beperkte omvang met een beperkt aanbod. Het aanbod is met name gericht op eten en drinken voor onderweg, zoals (belegde) broodjes, salades en sappen, en dit specifieke aanbod is dan ook groter dan in reguliere supermarkten. Dergelijk aanbod is niet gericht op het bieden van een volledig boodschappen-aanbod. Dit betekent dat een dergelijke gemakswinkel of kleinschalige detailhandel naast de bestaande volwaardige supermarkten kan bestaan. Een gemakswinkel of kleinschalige detailhandel en volwaardige supermarkt hebben een andere verzorgingsfunctie. Volwaardige (full-service) supermarkten bieden een volledig dagelijks winkelaanbod waar de consument al zijn boodschappen kan kopen. Consumenten bezoeken gemiddeld 2 tot 3 keer per week een supermarkt. Een gemakswinkel/kleinschalige detailhandel zal minder doelgericht bezocht worden, en is bedoeld voor on-the-go aanbod door de ligging bij het metrostation. Er zal dus slechts een beperkte overlap zijn tussen de functie van deze supermarkten. Doordat de toevoeging beperkt is ten opzichte van het totale aanbod in de stad en het aanbod gericht zal zijn op het eigen gebied, zal als gevolg van de ontwikkeling naar verwachting geen leegstand elders ontstaan door veranderende koopstromen.

Horeca De gemeente wil het metro- en busstation (her)waarderen. De route van het metro- en busstation via het park naar het kernwinkelgebied is een van de belangrijke routes waarlangs mensen zich verplaatsen. De potentie van deze route is op dit moment onderbenut. Het toevoegen van programma speelt een rol bij het verbinden en activeren van deze plekken. Het heeft een verzorgende functie op het OV-knooppunt, faciliteert ontmoeting en versterkt de economie. In de omgevingsvisie Spijkenisse centrum (juli 2021) is aangegeven dat het metro-busstation in potentie een nieuwe hotspot voor Nissewaard is waar mensen leren, wonen, reizen, werken, beleven en elkaar ontmoeten. Het metro- en busstation is een van de belangrijkste entrees van Spijkenisse (en Voorne-Putten). Door de ontwikkeling met horeca/wonen wordt het niet alleen een plek om van en naartoe te reizen, maar met eigen – regionale – aantrekkingskracht. Het horeca-aanbod in Spijkenisse is momenteel benedengemiddeld (figuur 3.8). Wanneer het aanbod horeca (in m2 wvo) in Spijkenisse wordt vergeleken met het gemiddelde aanbod in kernen met een vergelijkbaar inwoneraantal wordt een groter horeca-aanbod verwacht.

23/505

Figuur 3.8 Vergelijking horeca-aanbod Spijkenisse met het gemiddelde aanbod in kernen met 50.000 tot 100.000 inwoners (bron: Locatus, 2022) Maatschappelijke en commerciële dienstverlening Spijkenisse kent nu een onbalans tussen wonen en werken. Landelijk gezien heeft Spijkenisse een van de laagste aantallen arbeidsplaatsen per inwoner. Er wordt dus elders gewerkt, in Spijkenisse gewoond. Het centrum heeft met het metro-busstation en de gunstige ligging ten opzichte van de hoofdontsluitingsweg, potentie om nieuwe vormen van werkgelegenheid te faciliteren. Om de regionale aantrekkingskracht van het centrumgebied verder te versterken worden onderwijslocaties voor middelbaar en hoger beroepsonderwijs vanwege de goede OV-verbindingen rond het metrostation toegevoegd. Ook initiatieven voor horeca wilde gemeente omarmen, evenals (lokale) ondernemers met een authentieke lokale signatuur die bijdragen aan het centrum als huiskamer van Nissewaard en het creëren van een aantrekkelijk leef- en verblijfsgebied. Het bieden van ruimte voor diverse voorzieningen, waaronder maatschappelijke voorzieningen (inclusief medische dienstverlening) en commerciële dienstverlening draagt bij aan de huiskamerfunctie van de stad en versterking van het OV-knooppunt.

Een vergelijking van het commerciële dienstenaanbod in Spijkenisse laat zien dat ook hier sprake is van een benedengemiddeld aanbod (figuur 3.9). Op basis van het gemiddelde aanbod in kernen met een vergelijkbaar inwoneraantal wordt een groter diensten-aanbod verwacht.

24/505

Figuur 3.9 Vergelijking diensten-aanbod Spijkenisse met het gemiddelde aanbod in kernen met 50.000 tot 100.000 inwoners (bron: Locatus, 2022) Conclusie Voor Nissewaard wordt uitgegaan van een woningbehoefte van 3.000 woningen tot 2030. Dit betekent dat (veel) nieuwe harde plancapaciteit moet worden toegevoegd om te kunnen voorzien in de woningbehoefte. Er is behoefte aan alle woningtypen en prijsklassen, met een accent op betaalbare woningen. Hierin wordt mede voorzien in dit plan. Het metro-busstation kan een nieuwe hotspot voor Nissewaard worden, waar mensen leren, wonen, reizen, werken, beleven en elkaar ontmoeten. Hiervoor is een brede functiemix noodzakelijk. Het mogelijk maken van diverse voorzieningen zoals een gemakswinkel en horeca draagt bij aan het activeren van het stationsgebied, zodat het niet alleen een plek is om van en naartoe te reizen, maar met eigen – regionale – aantrekkingskracht.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerd 2022) Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Toekomstige beleidsvernieuwing biedt kansen voor verbeteringen in Zuid-Holland. De provincie heeft hiervoor 7 vernieuwingsambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen; 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland; 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit;

25/505

7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Deze ambities zijn vertaald in beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de volgende opgaven relevant: Verstedelijking De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: Bouw naar behoefte; Bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied; Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties; houdt rekening met de gevolgen van de ontwikkeling voor de bereikbaarheid; Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptie en een gezonde leefomgeving; Bouw voldoende betaalbare woningen. Als een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de 'ladder voor duurzame verstedelijking' doorlopen. Toepassing is ook van provinciaal belang.

Toetsing De ladder is in paragraaf 3.2.2 doorlopen. Het plangebied is door de provincie aangemerkt als bestaand stads- en dorpsgebied en ligt bij hoogwaardig openbaar vervoer. Ruimtelijke kwaliteit De provincie stuurt op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit is het evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Ruimtelijke kwaliteit begint met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Toetsing In dit geval is sprake van 'inpassing' van woningen en voorzieningen binnen bestaand stadsgebied.

26/505

3.3.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerd 2022) In samenhang met de omgevingsvisie is de omgevingsverordening opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het volgende is relevant voor het bestemmingsplan. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. 3. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. 4. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a.

een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.

Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. 6. Specifieke regels voor de gebiedstypen als bedoeld in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d. 6.9e, 6.9f en 6.9g, worden in acht genomen tenzij een zwaarwegend openbaar belang hieraan in de weg staat. 7. Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt;

27/505

b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; d. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het plangebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het plangebied worden betrokken in de motivering; indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. Lid 8 tm 12 zijn voor deze ontwikkeling niet relevant. De kwaliteitskaart is opgebouwd uit vier lagen: de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. Voor het plangebied zijn de volgende richtpunten relevant: Laag van de ondergrond Rivierdeltacomplex: Zoals overal in Zuid-Holland heeft het water en het menselijk handelen grote invloed gehad op de geomorfologie van dit deel van de provincie. Het land in de delta is vergroot door aanleg van dijken rond droogvallende gronden. Jonge zeeklei: Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Geen richtpunten.

Laag van de stedelijke occupatie Steden en dorpen: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met 'zwaartepunten' in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Bij de plaatsing van nieuwe bouwwerken voor energie-opwekking zal een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht moeten geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van deze bouwwerken op de (wijde) omgeving. Laag van de beleving Geen richtpunten. Toetsing artikel 6.9 De ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijzigingen op structuurniveau en past bij de aard en schaal van het gebied. Er is sprake van intensivering van een stationsomgeving met woningen en voorzieningen. Er dient rekening te worden gehouden met de kwaliteitskaart van de Omgevingsvisie. Het

28/505

plangebied is hierop aangemerkt als steden en dorpen. De ontwikkeling draagt door het toevoegen van woningen binnen de stedenbouwkundige structuur bij aan de versterking van de karakteristieke kenmerken van de stad. In dit geval is sprake van een gewenste herontwikkeling van het gebied. De beoogde ontwikkeling past in de gemeentelijke plannen voor intensivering en activering van de metro-stationsomgeving. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. 2. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen.

Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. 3. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 4. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie. Toetsing artikel 6.10 Door de herontwikkeling wordt voldaan aan de voorkeursvolgorde voor verstedelijking: allereerst het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stedelijk gebied en daarna het benutten van locaties aansluitend aan stedelijk gebied. Met betrekking tot de ladderonderbouwing voor de realisatie van nieuwe woningen wordt verwezen naar paragraaf 3.2.2. Artikel 6.13 Detailhandel 1. Een bestemmingsplan voorziet uitsluitend in nieuwe detailhandel op gronden: a.

binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken; b. binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk; c. binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal gelegen winkelconcentratie als gevolg van herallocatie. 2. De nieuwe detailhandel, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende eisen: a. de ontwikkeling is in overeenstemming met het in het Omgevingsprogramma en de Omgevingsvisie beschreven ontwikkelingsperspectief voor de daarin benoemde te versterken centra, te optimaliseren

29/505

centra en de overige centra; b. aangetoond is dat als gevolg van de ontwikkeling het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat; c. voor zover de ontwikkeling een omvang heeft van meer dan 4.000 m2 bruto vloeroppervlak in de binnensteden van Rotterdam en Den Haag of 2.000 m2 bruto vloeroppervlak in de andere centra, is mede met het oog op de eisen onder a en b, advies gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op een bestemmingsplan dat voorziet in de volgende nieuwe detailhandel: a. detailhandel in goederen die qua aard of omvang van de aangeboden goederen niet of niet goed inpasbaar is in de centra: detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; detailhandel in volumineuze goederen; meubelbedrijven, inclusief in ondergeschikte mate een assortiment woninginrichting en stoffering, alsmede detailhandel in de volumineuze woongoederen: keukens, badkamers, vloeren, zonwering en jacuzzi's, voor zover de ontwikkeling plaatsvindt binnen de bedrijventerreinen met locaties voor perifere detailhandelsvestigingen (PDV) waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 10 in bijlage II; tuincentra; bouwmarkten; b.

kleinschalige detailhandel: in de vorm van een gemakswinkel; bij sport-, culturele, medische, onderwijs, recreatie- en vrije tijdsvoorzieningen, alsmede andere locaties met veel bezoekers of passanten, met een assortiment dat aansluit op de aard van deze voorzieningen of locaties; c. ondergeschikte detailhandel: in ter plaatse vervaardigde goederen bij een productiebedrijf; bij een beroep aan huis of bij een ambachtelijk of dienstverlenend bedrijf, met een assortiment dat aansluit bij de hoofdbestemming; bij een agrarisch bedrijf met een assortiment van producten uit eigen teelt; d. afhaalpunten voor niet-dagelijkse artikelen op goed bereikbare locaties; e. kringloopwinkels; f. supermarkten net buiten het winkelconcentratiegebied in kleine kernen, als is aangetoond dat hiervoor onvoldoende ruimte is in een bestaande winkelconcentratie. 4. Het bestemmingsplan voorziet uitsluitend in de nieuwe detailhandel, bedoeld in het derde lid onder a en f, als is aangetoond dat het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat.

Mede met het oog hierop is advies gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland, voor zover het gaat om de nieuwe detailhandel, bedoeld in het derde lid onder a, onderdelen 3, 4 of 5, of bedoeld in het derde lid, onder f, en voor zover die nieuwe detailhandel een omvang heeft van meer dan 1.000 m2 bruto vloer oppervlak. 5. Een bestemmingsplan dat voorziet in detailhandel als bedoeld in het derde lid, onder a stelt de volgende voorwaarden aan de nevenassortimenten: a. ten hoogste 20% van het netto verkoopvloeroppervlak wordt voor de verkoop van het nevenassortiment

30/505

gebruikt; en b. het nevenassortiment past bij het hoofdassortiment. Toetsing Artikel 6.13 Detailhandel In dit geval is sprake van kleinschalige detailhandel die onder Artikel 6.13, lid 3 sub b valt. Hier zijn gemakswinkels (kleinschalige detailhandel) mogelijk en is sprake van een locatie met veel passanten. Artikel 4.2 Normen bergings- en afvoercapaciteit regionale wateren 1. Dit artikel gaat over regionale wateren in beheer van de waterschappen. 2. Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt voor het gebied van een gemeente binnen de bebouwde kom als norm een gemiddelde kans op overstroming van: a. 1/100 per jaar voor bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen, met uitzondering van glastuinbouw; b. 1/50 per jaar voor glastuinbouw; c. 1/10 per jaar voor het overige gebied. (…) 7. Gedeputeerde staten kunnen nadere voorschriften stellen aangaande de toepassing van het tweede, derde en vijfde lid. (…) 9. Bij de beoordeling of een gebied voldoet aan de norm kan een gedeelte van de oppervlakte van het gebied overeenkomstig de percentages genoemd in bijlage VI (maaiveldcriteria) behorende bij deze verordening, buiten beschouwing worden gelaten. BIJLAGE VI MAAIVELDCRITERIA Omgevingsverordening Norm gerelateerd aan vorm landgebruik

Binnen bebouwde kom

Bebouwd gebied Glastuinbouw Overig gebied

Norm

Maaiveldcriterium (het gedeelte van het peilgebied dat buiten beschouwing kan blijven)

1/100 1/50 1/10

0% 1% 5%

10. In afwijking van het tweede, derde en negende lid gelden voor de gebieden met afwijkende maaiveldcriteria waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 4 in bijlage II, de maaiveldcriteria zoals aangegeven. 11. Uiterlijk 31 december 2027 voldoet de inrichting van de regionale wateren binnen de beheersgebieden van het hoogheemraadschap van Delfland, het hoogheemraadschap van Rijnland, het waterschap Hollandse Delta en het hoogheemraadschap voor Schieland en de Krimpenerwaard aan de in het tweede, derde en krachtens het zevende lid opgenomen normen. (…) Toetsing artikel 4.2 Zie paragraaf 4.5.

31/505

Artikel 6.35a Risico's van klimaatverandering In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering ten minste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte; d. droogte; alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's.

Toetsing artikel 6.35a Als gevolg van de klimaatverandering neemt het risico op hittegolven toe. Het stedelijke gebied is gevoeliger voor opwarming dan het omliggende landelijke gebied. Bij voorkeur warmt het stedelijke gebied niet meer dan 2 graden Celsius meer op dan het landelijke gebied. Uit de klimaatatlas blijkt dat de locatie al last heeft van hittestress. Het is daarom belangrijk dat er maatregelen getroffen worden om de hittelast te beperken. Bouwtechnische voorzieningen kunnen opwarming van het gebouw beperken. Denk aan: isolatie, luifels en zonwering, mogelijkheden om ramen open te kunnen zetten/natuurlijk te ventileren, beperken van grote glasoppervlakken, gebruik van reflecterende in plaats van absorberende bouwmaterialen. Het gebruik van airconditioning wordt afgeraden, gezien het energieverbruik, dat weer andere klimaatdoelen betreft. Platte daken, eventuele balkons en de buitenruimte krijgen bij voorkeur een inrichting met veel waterberging en groen. Intensieve (sedumdaken) en extensieve (daktuinen) groene daken worden al veel toegepast. Niet alleen voor hitte, ook voor extreme buien spelen groene daken, polderdaken en groen op maaiveld een belangrijke rol, doordat bij extreme neerslag het water op een natuurlijke manier wordt vastgehouden en het overtollige water vertraagd wordt afgevoerd. De buitenruimte maakt geen onderdeel uit van het plangebied.

De maatregelen worden in het kader van de bouwaanvraag uitgewerkt.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1 Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018-2030 (januari 2019) Gemeenten, woningcorporaties en de provincie Zuid-Holland tekenden het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2018 - 2030. De veertien gemeenten van het Samenwerkingsverband Wonen maken zich samen sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam met 54.000 uit te breiden. De gemeenten en de woningcorporaties zetten zich ook in voor een betere balans van het woningaanbod in de regio. Toetsing Dit woningbouwplan past binnen de regionale afspraken.

32/505

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1 Omgevingsvisie Spijkenisse centrum (juli 2021) De mogelijkheid van verstedelijking rond het Metrostation is vastgelegd in de Omgevingsvisie Centrum Spijkenisse.

33/505

Figuur 3.10 Omgevingsvisie centrum Spijkenisse Verstedelijken Er moet een goede reden zijn om op een bepaalde plek te kiezen voor een hoge dichtheid aan woningen. Het centrum is een logische locatie omdat hierdoor de levendigheid en het draagvlak van voorzieningen wordt vergroot. Door te verdichten in het stadscentrum ontstaat ruimte om op bepaalde plekken elders in de stad te verdunnen en nieuwe woonmilieus toe te voegen. Met name rondom het metrostation Centrum (vanwege de hoogwaardige openbaarvervoersverbinding) is verdichten in relatie tot duurzame mobiliteit en bereikbaarheid een logische keuze. Hier kan wonen gecombineerd met werken en (regionale) voorzieningen in hoge dichtheid een aantrekkelijk onderscheidend milieu opleveren voor de 'next generation'. Door jongeren te verleiden om zich hier te vestigen, in plaats van dat ze Nissewaard verlaten, ontstaat ook de kans dat zij hier gaan werken (of werk starten). Hiervoor is ruimte nodig, die ook op verschillende plekken in het centrum gevonden kan worden.

34/505

Verstedelijken moet niet ten koste van kwaliteit gaan, maar juist kwaliteit toevoegen. Dat vraagt om extra aandacht te besteden aan voorzieningen op straatniveau en de kwaliteit en het gebruik van de openbare ruimte. En soms ook wat lef en creativiteit, om te komen aan vernieuwende woon- en werkconcepten. Metro- en busstation Het metro- en busstation is een van de belangrijkste entrees van Spijkenisse (en Voorne-Putten). Door de ontwikkeling met middelbaar en hoger onderwijs/ horeca/wonen wordt het niet alleen een plek om van en naartoe te reizen, maar met eigen – regionale – aantrekkingskracht. Het activeert de omgeving en versterkt de route naar het stadscentrum. Door de gebouwen en de omgeving klimaatadaptief en groen in te richten wordt tevens een aangename verblijfsomgeving gecreëerd. Het openbare gebied kan naadloos worden aangesloten/ingepast bij de verbinding door het “stadspark” naar het centrum. Het metro-busstation is in potentie een nieuwe hotspot voor Nissewaard waar mensen leren, wonen, reizen, werken, beleven en elkaar ontmoeten. Reuring hoort bij een aantrekkelijk stadscentrum. Een dynamische plek met veel stedelijke voorzieningen, ruimte voor een diversiteit aan activiteiten en ruimte om te ontmoeten.

Ontmoeten staat niet alleen centraal als het gaat om georganiseerde activiteiten of het stimuleren van spontane ontmoetingen die bijdragen aan de mentale gezondheid, maar ontmoeten staat ook centraal als het gaat om de economische positie van het centrum. Het centrum is een centrale en bereikbare plek waar mensen elkaar treffen, kennisoverdracht plaatsvindt en nieuw ondernemerschap geïnitieerd wordt. Kortom, hét bruisende gebied voor creativiteit, activiteiten en innovatie. Het Metrostation is een van de plekken die de gemeente wil (her)waarderen, verbinden & activeren. Een beperkt aantal bouwwerken en structuren is bepalend voor de beleving van het centrum. Het gaat om: beeldbepalende gebouwen zoals het theater De Stoep, de bibliotheek De Boekenberg, de oude kerk, het metrostation, de molen, de historische kern rond de Voorstraat; belangrijke routes waarlangs mensen zich verplaatsen, zoals tussen het metrostation via het park naar het kernwinkelgebied; of plekken waar mensen samen (kunnen) komen, zoals het Uitplein en het stadspark. Deze iconische plekken of gebouwen in het centrum hebben potentie voor meer aantrekkingskracht, reuring en verbinding. De strategische toevoeging van functies/elementen zoals groen, bankjes, beweeg- en speelelementen en horeca spelen een rol bij het verbinden en activeren van deze plekken.

Toetsing In de omgevingsvisie Spijkenisse centrum (juli 2021) is aangegeven dat het metro-busstation in potentie een nieuwe hotspot voor Nissewaard is waar mensen leren, wonen, reizen, werken, beleven en elkaar ontmoeten. Het metro busstation is een van de belangrijkste entrees van Spijkenisse (en Voorne-Putten). Door de ontwikkeling met middelbaar en hoger onderwijs/ horeca/wonen wordt het niet alleen een plek om van en naartoe te reizen, maar met eigen – regionale – aantrekkingskracht. Het Metrostation maakt geen onderdeel uit van het kernwinkelgebied. Hier zijn alleen vormen van detailhandel mogelijk die niet met het winkelcentrum concurreren.

35/505

3.5.2 Nissewaard naar 2040 (februari 2018) De visie voor Nissewaard bevat het ontwikkelingsperspectief voor de komende jaren. Nissewaard heeft te maken met een aantal vraagstukken van sociaaleconomische, maatschappelijke en ruimtelijke aard. Voor nieuwe verstedelijking ligt een sterke basis in de bestaande structuur. Dit biedt verschillende mogelijkheden, zoals de grote woningbouwopgave in heel Zuid-Holland die voor een deel in de voormalige groeikern Spijkenisse kan worden opgelost. Om de genoemde opgaven het hoofd te bieden is dit ontwikkelperspectief opgesteld, in nauwe afstemming met de provincie, waarin voor de korte en lange termijn een visie en kansen worden geformuleerd voor een aantrekkelijke, vitale, toekomstbestendige woon- en werkgemeente in 2040. Nieuwe ontwikkelingen rondom metrostations Voor het centrumgebied wordt gestreefd naar het clusteren van winkels, transformeren van leegstand en een vitaal en leefbaar gebied (figuur 3.11). De stationsgebieden worden nog niet optimaal benut: dit kunnen plekken van doelbestemming worden. Hier liggen mogelijkheden tot een mix van functies en verdichting in de vorm van retail, bedrijven, andere woonvormen, studentenhuisvesting, starterswoningen, onderwijsinstellingen en slimme oplossingen voor parkeren. Er is ook behoefte aan meer werkgelegenheid rond de metrostations.

Figuur 3.11 Kansenkaart centrum Spijkenisse (bron: Gemeente Nissewaard, 2017) Toetsing Dit initiatief geeft mede invulling aan de genoemde beleidslijnen en kansen door de verdichting met verschillende functies te realiseren. 3.5.3 Detailhandelsvisie Nissewaard (2016) De detailhandelsvisie Nissewaard richt zich vooral op het versterken van de bestaande winkelstructuur. In de visie hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten: streven naar een duurzame en toekomstbestendige winkelstructuur; geen nieuwe winkellocaties, tenzij ze van aantoonbare toegevoegde waarde zijn met een nieuw

36/505

onderscheidend (regionaal) concept; perspectiefarme winkelgebieden moeten worden omgezet naar een andere functie en de invulling hiervan moet worden gezocht; perspectiefrijke winkelgebieden moeten worden geoptimaliseerd. Bij deze uitgangspunten moet in acht genomen worden dat de detailhandelsvisie het karakter heeft van een vraaggericht beleidsdocument. Het anticipeert optimaal op de signalen vanuit de markt. De gemeente Nissewaard heeft niet de intentie om zoals het in de visie beschrijft “alles dicht te regelen”. Toetsing In de detailhandelsvisie noemt de gemeente Nissewaard dat in de dagelijkse artikelensector geen uitbreidingsruimte is in Nissewaard. Uitbreiding van het niet-dagelijks aanbod in het algemeen, anders dan in het stadscentrum, is ongewenst, tenzij er aangetoond kan worden dat er sprake is van een toegevoegde waarde met een onderscheidend nieuw concept. In dit geval is sprake van een gemakswinkel op een traffic-locatie. Voor het activeren van het metro-stationsgebied is het toevoegen van dergelijke voorzieningen van belang. Een gemakswinkel is een onderscheidend concept met een beperkte toevoeging die niet concurreert met het centrum of reguliere supermarkten.

37/505

Hoofdstuk 4 4.1

Sectorale aspecten

Vormvrije m.e.r.- beoordeling

4.1.1 Beleid en Normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. 4.1.2 Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied, een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer en 2.000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 223 woningen en maximaal 2.030 m2 bvo aan commerciële voorzieningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. Op ….. is bij besluit van …. vastgesteld dat geen MER nodig is, zie bijlage PM. In bijlage 2 is de aanmeldingsnotitie voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen.

Daaruit blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Mitigerende maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk.

38/505

4.2

Verkeer en parkeren

4.2.1 Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Voor de beoogde ontwikkeling wordt de verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit CROW publicatie 381. Voor het juiste kencijfer/parkeernorm wordt een ligging in schil centrum gehanteerd, de kern Spijkenisse binnen de gemeente Nissewaard wordt op basis van adressendichtheid getypeerd als sterk stedelijk gebied (CBS). Verder wordt uitgegaan van het gemiddelde binnen de bandbreedte van het kencijfer/parkeernorm. 4.2.2 Ontsluiting Gemotoriseerd verkeer De geplande ontwikkeling ligt nabij het centrum van Spijkenisse en wordt ontsloten aan de Centrumlaan. Vanaf de Centrumlaan is de via Ruwaard van Puttenweg en de Schenkelweg of de Hekelingseweg de Groene Kruisweg te bereiken. Via deze routes zijn Hoogvliet en de A15 te bereiken. De ontsluitende wegen zijn gebiedsontsluitingswegen met een maximum toegestane snelheid van 50 m/u.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13982355/1