Bestemmingsplan Kreken van Nibbeland Fase 7; Toelichting
Tekst van het document
4.7
Flora en Fauna
Aqua-Terra Nova BV heeft een quickscan flora- en fauna uitgevoerd naar de consequenties van natuurwetgeving op de geplande werkzaamheden met betrekking tot de ontwikkelingen in dit plangebied. Het rapport is als Bijlage 7 bijgevoegd.
Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied bevindt zich op circa 4 km van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Haringvliet’. Negatieve effecten van de werkzaamheden op dit Natura-2000-gebied kunnen worden uitgesloten. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied dat stikstofgevoelige habitats heeft is het “Voornes Duin” op ongeveer 11 km. De beoogde ontwikkeling omvat de bouw van maximaal 150 woningen. Indien alle 150 woningen in één jaar gerealiseerd worden, is een stikstofdepositie op Natura 2000-gebied het “Voornes Duin” in de aanlegfase niet uit te sluiten. Indien de bouw van de woningen anderhalf of twee jaar gaat duren, wordt in de aanlegfase geen stikstofdepositie verwacht over deze afstand. Het aspect stikstof wordt nader toegelicht in paragraaf 4.8 Stikstofdepositie. Natuurnetwerk Nederland Een ecologische verbinding van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) loopt langs de westzijde van het plangebied. Deze toekomstige natuur heeft nog geen natuurdoeltype. Het is van belang om het natuurdoeltype in het te maken bestemmingsplan vast te leggen. Voor de toelichting op dit aspect in relatie tot het plan wordt verwezen naar 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland, Completering Natuurnetwerk Nederland inclusief ecologische verbindingen.
Uit deze toelichting volgt dat de bestemming 'Natuur is opgenomen ter plaatse van het plangebied en dat de bouwen gebruiksmogelijkheden van deze bestemming zijn afgestemd op de ligging langs het NNN-gebied.
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
33
Soortenbescherming Vaatplanten De aanwezigheid van beschermde flora wordt uitgesloten. Derhalve is geen onderzoek nodig. Vogels In het plangebied worden broedende vogels verwacht, zowel algemene als jaarrond beschermde broedende vogels en soorten uit categorie 5. In de bomenrij aan de noordwestkant van het plangebied zijn nesten waargenomen. In totaal zijn over de gehele lengte van de bomenrij een viertal nesten gevonden. Het is niet uit te sluiten dat deze nesten gebruikt worden door een roofvogel als broedplaats. Van de vogelsoorten met een verblijfplaats uit de categorie 5 zijn verschillende vogels binnen het plangebied te verwachten. Tijdens het veldbezoek zijn de blauwe reiger en zwarte kraai waargenomen in het plangebied. Nesten van categorie 5-soorten zijn jaarrond beschermd wanneer specifieke ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dit geval kan het plangebied gebruikt worden als foerageergebied en als nestgelegenheid. Het is noodzakelijk om werkzaamheden aan oevers, bomen en voorbelasting van de rotonde buiten het broedseizoen uit te voeren. Tijdens het veldbezoek zijn een aantal algemene vogelsoorten waargenomen. Voor de watervogels zijn de oevers van de watergangen in het plangebied geschikt om tot broeden te komen. Daarnaast kunnen diverse zangvogels in de bomenrij een nest hebben.
Alle vogels zijn tijdens het broeden beschermd en mogen dan niet verstoord worden. Grondgebonden zoogdieren Het voorkomen van de bever als strikt beschermde zoogdiersoort in het plangebied kan worden uitgesloten, omdat er geen grote watergangen aanwezig zijn die plaats bieden voor een beverburcht. Tijdens het veldbezoek zijn sporen van konijn aangetroffen en het is niet uit te sluiten dat zich konijnenholen in de voorbelasting bevinden. Voordat aan de voorbelasting gewerkt wordt, moet er gecontroleerd worden op konijnenholen. Vleermuizen In het plangebied staan geen bouwwerken die geschikt zijn voor gebouwbewonende vleermuizen. Er staan wel bomen met holtes die zeer geschikt zijn voor boombewonende vleermuizen. De aanwezigheid van zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen van deze vleermuissoorten is niet uit te sluiten. Er is onderzoek naar boombewonende vleermuizen noodzakelijk om met zekerheid de aanwezigheid van vleermuizen aan te tonen of uit te sluiten. Zonder onderzoek mag deze bomenrij niet aangetast worden. Het plangebied en de omgeving van het plangebied zijn geschikt als foerageergebied en vliegroutes voor vleermuizen. Het plangebied bevat een korte geschikte lijnvormige structuur die kan dienen als vliegroute voor vleermuizen. Indien er vleermuizen in de bomen verblijven zal deze bomenrij tevens als oriëntatielijn in de omgeving dienen.
Dat zou de bomenrij onderdeel maken van een vaste vliegroute van verblijfplaats naar foerageergebied. Met behulp van deze QuickScan is niet uit te sluiten of de bomenrij of een watergang onderdeel zijn van een vaste vliegroute voor vleermuizen. Om dit aan te tonen is nader onderzoek noodzakelijk. Overige diersoorten De aanwezigheid van strikt beschermde amfibieën, (strikt) beschermde reptielen, (strikt) beschermde vissoorten en beschermde ongewervelden kan worden uitgesloten.
34
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
De Amerikaanse rivierkreeft komt voor in de omgeving van het plangebied. Indien er tijdens de werkzaamheden waterdelen worden gedempt en er uitheemse rivierkreeften aangetroffen worden, dienen deze op humane wijze te worden gedood.
Vervolgstappen In de tabel hieronder wordt per soortgroep de benodigde vervolgstappen conform de Wet natuurbescherming aangegeven.
Tabel overzicht beschermde diersoorten en betekenis kleurcodes
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
35
Advies Voor de bouw van woningen op de akkers is geen belemmering vanuit de Wet natuurbescherming. Ten aanzien van de aanleg van de rotonde (realisering augustus 2021) naar de woonwijk zal in het kader van de Wet natuurbescherming rekening gehouden moeten worden met konijnen. De groene zone aan de noordkant van het bestemmingsplan betreft een bomenrij. Deze bomenrij bevat veel nesten en holtes. Bij aantasting van deze bomenrij (denk aan kappen) is nader onderzoek naar roofvogels, uilen en vleermuizen noodzakelijk (zie onderstaande afbeelding). Uit het onderzoek zal blijken of een beschermde soort en functie binnen het plangebied aanwezig is. Indien dit het geval is, is het noodzakelijk is de geplande activiteiten aan te passen of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen. In dit geval blijven de bomenrijen zoveel als mogelijk in tact, vanwege de levensduur. Dit betekent dat de uitvoering van een nader onderzoek vooralsnog niet nodig is.
Afbeelding locatie bomenrij (rode vak) en benodigd onderzoek naar beschermde soorten en locatie woningbouw (blauwe vak) waarin geen nader onderzoek noodzakelijk is.
Zorgplicht Te allen tijde dient er rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht, artikel 1.11 Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat er altijd rekening met in het wild levende dieren en planten gehouden moet worden. Tijdens de werkzaamheden moet gelet worden op de aanwezigheid van planten en dieren en moet voorkomen worden dat deze onnodig gedood, verwond of aangetast worden. Alle dieren, ook de niet beschermde soorten, moeten de ruimte
36
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
krijgen om te kunnen vluchten en zichzelf in veiligheid te brengen.
4.8
Stikstofdepositie
KuiperCompagnons heeft een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Deze is als Bijlage 8 bijgevoegd. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator. Uit beide berekeningen blijkt dat het projecteffect op de Natura 2000-gebieden kleiner dan of gelijk is aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projecteffect zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof.
4.9
Geluid
Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling met woningen, geluidgevoelige gebouwen, nieuwe wegen en de reconstructie van bestaande wegen dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder (Wgh) en dat er, op grond van de Wet ruimtelijke ordening, sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Indien van toepassing dient aanvullend te worden aangetoond dat voldaan wordt aan het gemeentelijk geluidbeleid. Voor het planvoornemen zijn de Stationsweg en Haasdijk en voor het plan de planinterne wegen relevant voor de geluidssituatie. Uitgangspunt is dat deze planinterne wegen worden uitgevoerd als 30 en 50 km/uur-wegen. Ook wordt vanaf een afstand van circa 80 meter vanaf het hart van de rotonde de planinterne weg ingericht als een 30 km/uur-weg. Omdat het plangebied ligt nabij geluidsbelaste wegen is akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd.
Onderzoek Buro DB heeft voor het plan het benodigde akoestische onderzoek wegverkeer uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 9 bijgevoegd. Bij uitvoering van dit akoestisch onderzoek is uitgegaan van de verkaveling in het bijgevoegde stedenbouwkundig plan om een goede indruk te krijgen van de te verwachten geluidssituatie binnen het plangebied. Uit het onderzoek naar de te verwachten geluidsbelasting van het wegverkeer op de nieuwbouw van de nieuwe woningen volgt dat de geluidsbelasting ten gevolge van de Haasdijk in alle gevallen voldoet aan de wettelijke norm. Uit de resultaten van het onderzoek naar het geluid van het wegverkeer op de gevels van de nieuwe woningen van het plan Kreken van Nibbeland Fase 7 in Zuidland volgt dat de geluidsbelasting ten gevolge van de Stationsweg de norm overschrijdt. Uitgaande van de toetsing op bouwlaag 3 gaat het om maximaal 45 woningen met een geluidsbelasting op de gevel(s) hoger dan 48 dB. Bij twee woningen van het plan is de geluidsbelasting hoger dan 53 dB. De maximale geluidsbelasting is 57 dB. Uitgaande van toetsing op bouwlaag 2 is bij 32 woningen sprake van normoverschrijding. Uitgaande van toetsing op bouwlaag 1 is dit bij 22 woningen het geval. Voor het geluid van de Stationsweg moet voor het plan ontheffing van een hogere grenswaarde te worden aangevraagd.
Bij het treffen van geluidsbeperkende maatregelen is alleen het plaatsen van een geluidsscherm langs de Stationsweg een realistische optie. Normoverschrijding kan daar echter niet mee worden voorkomen en ontheffing van een hogere grenswaarde voor een bepaald aantal woningen zal blijvend nodig zijn. De afweging om wel of niet te voorzien in een geluidsscherm ligt bij het bevoegd gezag. Zaken als landschap, beeldkwaliteit, veiligheid en kosten(effectiviteit) spelen hierbij een rol. In geval wordt gekozen voor plaatsing van een geluidsscherm, wordt aanbevolen om nader onderzoek uit
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
37
te voeren naar de exacte effecten daarvan. Het verlenen van ontheffing van een hogere grenswaarde is voor nagenoeg alle woningen van het plan mogelijk. In de huidige verkaveling beschikken, op slechts twee woningen na, alle woningen over een geluidsluwe gevel/zijde. Alle woningen van het plan beschikken over ten minste één geluidsluwe buitenruimte (tuin). De twee betreffende woningen zonder geluidsluwe zijde zijn voor het plan en de benodigde ontheffing van een hogere grenswaarde een aandachtspunt. Daarnaast is de geluidsbelasting van de planinterne hoofdweg (30 en 50 km/uur-weg) bij een aantal woningen aan de zuidzijde van deze weg hoger dan de grenswaarde van 55 dB voor een acceptabel woon- en leefklimaat. Omdat het treffen van geluidsbeperkende maatregelen buiten de woningen stuit op bezwaren van stedenbouwkundige aard, wordt aanbevolen om voor deze woningen (extra) aandacht te schenken aan de benodigde geluidwering van de gevels.
Conclusie Omdat het toepassen van bron- en overdrachtsmaatregelen niet realistisch of doelmatig is, dient, om het plan te kunnen realiseren, ontheffing voor een hogere grenswaarde te worden aangevraagd voor het geluid vanaf de Stationsweg. Dit is mogelijk omdat de geldende maximale ontheffingswaarde van 63 dB niet wordt overschreden. De maximale geluidsbelasting (toetswaarde) is 57 dB. Het verlenen van ontheffing van een hogere grenswaarde is voor nagenoeg alle woningen van het plan mogelijk. In de huidige verkaveling beschikken, op slechts twee woningen na, alle woningen over een geluidsluwe gevel/zijde. Alle woningen van het plan beschikken over ten minste één geluidsluwe buitenruimte (tuin). De twee betreffende woningen zonder geluidsluwe zijde zijn voor het plan en de benodigde ontheffing van een hogere grenswaarde een aandachtspunt. Voor deze woningen is verzocht om gemotiveerd af te wijken omdat het om slechts 2 woningen gaat. Met dit verzoek is ingestemd vanwege argumenten van stedenbouwkundige en financiële aard. Dit wordt toegelicht in het ontwerpbesluit hogere waarde wet geluidhinder welk als Bijlage 10 is bijgevoegd. Voor de woningen met ontheffing van een hogere grenswaarde dient bij het ontwerp en de vergunningsaanvraag rekening te worden gehouden met (onderzoek naar) voldoende geluidwering van de gevels.
Aangetoond moet worden dat kan worden voldaan aan de eisen die het Bouwbesluit 2012 stelt aan het maximale binnenniveau. Met ontheffing van hogere grenswaarden voor het geluid van de Stationsweg en aantoonbaar voldoende geluidwerende gevels voor een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat, kunnen de nieuwe woningen van het plan, vanuit het oogpunt van geluid, worden gerealiseerd. Het ontwerpbesluit hogere waarde wet geluidhinder is als Bijlage 10 bijgevoegd.
4.10
Luchtkwaliteit
4.10.1 Kader Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 ''Luchtkwaliteitseisen'' van de Wet milieubeheer (Wm). De titel 5.2 ''Luchtkwaliteitseisen'' is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. Een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling van maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren. Daarnaast zijn daarin alle ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen die de luchtkwaliteit verslechteren.
38
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 µg/m³, terwijl voor PM2,5 de jaargemiddelde grenswaarde 25 µg/m³ bedraagt. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m³ maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. Naast de introductie van het NSL is het begrip ''niet in betekenende mate'' (NIBM) bijdragen een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m³. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Een ruimtelijke ontwikkeling kan volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang vinden als: de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-ontwikkeling; de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; projectsaldering wordt toegepast. Voor zover de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de normen van de Wet luchtkwaliteit niet nodig.
4.10.2 Onderzoek In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdrage (luchtkwaliteitseisen)’ (Regeling NIBM) zijn voor verschillende functiecategorieën cijfermatige kwantificaties opgenomen, waarbij een ontwikkeling als een NIBM-project kan worden beschouwd. Deze categorieën betreffen landbouwinrichtingen, spoor-wegemplacementen, kantoorlocaties, woningbouwlocaties en een combinatielocatie van woningbouw en kantoren. In de Regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Met dit bestemmingsplan wordt de realisatie van 150 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Daardoor is de ontwikkeling aan te merken als een project dat NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, waardoor toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit niet nodig is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt op basis van de gegevens in de NSL-monitoringstool 2020. In deze tool zijn onder andere de Stationsweg, Haasdijk, Kerkweg en Beeldsweg opgenomen.
Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in de omgeving van het plangebied de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 respectievelijk maximaal 17,1 µg/m³, 17,5 µg/m² en 10,2 µg/m³ bedragen. De jaargemiddelde grenswaarden voor NO2, PM10 (beide 40 µg/m³) en PM2,5 (25 µg/m³) worden niet overschreden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie is maximaal 6,1 waardoor het maximum van 35 dagen eveneens niet wordt overschreden. De algemene trend is dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen dalen. Overschrijdingen van de grenswaarden zijn dan ook niet te verwachten. 4.10.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen oplevert voor de ontwikkeling.
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
39
4.11
Water
4.11.1 Kader Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van Waterschap Hollandse Delta. Het waterschap is de waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder voor alle binnendijkse oppervlaktewateren aan de linker Maasoever. Het beleid is vastgelegd in het ‘waterbeheerplan 2022-2027’. De strategie en het beleid van Waterschap Hollandse Delta is vooral gericht op: Toekomst bestendig waterbeheer; Waterveiligheid, veilige dijken en duinen; Voldoende en schoon water; Waterketen; Veilige (vaar)wegen. Voor de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied zijn door Waterschap Hollandse Delta eisen gesteld aan de toekomstige waterhuishouding. De nieuwbouw dient waterneutraal te worden ontwikkeld en er dient een watervergunning te worden verkregen. Conform de ontwerpeisen van het Waterschap Hollandse Delta geldt een compensatieplicht van 10% open water voor nieuw aan te leggen verhard oppervlak. Daarnaast geldt voor het oppervlaktewater wat komt te vervallen een compensatie van 100%.
Het Waterschap Hollandse Delta hanteert daarbij de onderstaande waarden: Dakoppervlak is 100% verharding; Tuinen rijtjeswoningen is 50% verharding (geldt ook voor 2 onder 1 kap); Tuinen vrijstaande woningen is 25% verharding; Openbare verharding (zoals wegen en parkeerplaatsen) is 100% verharding; Openbaar groen (wordt niet gezien als verharding) is vrijgesteld; Bestaand water wordt niet in de berekening opgenomen; Dempen van bestaande watergangen in het gebied moet geheel gecompenseerd worden. 4.11.2 Beoordeling Watergangen Ten noorden en ten oosten plangebied liggen hoofdwatergangen. Het planvoornemen voorziet niet in werkzaamheden nabij deze watergang, waardoor het functioneren hiervan niet wordt belemmerd of aangetast door het planvoornemen. Deze watergangen zijn op onderstaand afbeelding in het blauw aangegeven. Daarnaast ligt in het plangebied een overige watergang. Deze watergang is in het oranje aangegeven. Deze watergang wordt gedempt. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich nog een overige watergang (met rood aangeven), deze ligt buiten het plangebied. Wel vinden er werken plaats nabij deze watergang wegens de realisatie van het planvoornemen. Voor deze werken en de aanleg van watergangen in het plangebied is een watervergunning nodig.
40
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
Afbeelding uitsnede leggerkaart wateren en kunstwerken De Stationsweg is aangewezen als regionale waterkering. Er vinden geen werken in of nabij de beschermingszone van de waterkering plaats. Het planvoornemen levert geen belemmering op voor het functioneren van de waterkering.
Waterberekening In de huidige situatie is het plangebied grotendeels onverhard. In de navolgende tabel is een berekening gemaakt hoeveel m² verharding er in de toekomstige situatie bij komt. De tabel met bijbehorende kaarten is ook als Bijlage 11 Waterberekening bijgevoegd. Ten opzichte van de bestaande situatie neemt de oppervlakte verharding met 64.101 m2 toe. Op grond van de compensatie eis van het waterschap dient 6488 m2 aan watercompensatie gerealiseerd te worden. Ook moet de demping van de sloot aan de westzijde van het plangebied (oppervlakte 872 m2) worden gecompenseerd. Dit vindt plaats door de aanleg van watergang aan de zuidzijde van het plangebied.
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
41
Afbeelding tabel verhardingstoets Voor de ontwikkeling van de woningen gelegen direct ten westen van het plangebied is op 29 november 2019 een watervergunning afgegeven. In het plan wordt meer water gerealiseerd dan nodig is op grond van de benodigde watercompensatie. Deze overcompensatie van 11.631 m2 is gereserveerd ten behoeve van afrond fases van het gehele project Kreken van Nibbeland. Inmiddels is voor andere projecten al deels gebruikt gemaakt van deze overcompensatie. Voor voorliggend plan resteert nog een overcompensatie van 10.731 m2 die ingezet kan worden ten behoeve van de realisatie van de benodigde watercompensatie. Door het gebruik maken van de overcompensatie in het naastgelegen plangebied wordt voorzien in voldoende waterberging om te voorzien in de compensatie eis. Watertoets Voor het plan is de digitale watertoets doorlopen. De samenvatting daarvan is bijgesloten als Bijlage 12.
Riolering en hemelwater In een apart rioleringsplan moet onderzocht en uitgewerkt worden hoe deze aspecten worden meegenomen in de planvorming. 4.11.3 Conclusie Het plan kan gezien vanuit het aspect water gerealiseerd worden.
42
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Planvorm
Dit bestemmingsplan kent een globale opzet en is daarmee in lijn met het gedeelte van het bestemmingsplan Kreken van Nibbeland te Zuidland dat hiermee wordt herzien. De globale planvorm zorgt voor flexibiliteit in de realisatie, waarmee kan worden ingespeeld op eventuele ontwikkelingen, die op het moment van vaststellen nog niet worden voorzien. De planvorm heeft geresulteerd in een beperkt aantal bestemmingen: Natuur, Verkeer, Woongebied en Waarde - Archeologie.
5.2
Systematiek bestemmingen
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moeten worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en de legenda. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: inleidende regels bestemmingsregels algemene regels overgangs- en slotregels 5.2.1 Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Natuur De bestemming 'Natuur' waarborgt het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de ecologische-, natuur- en landschappelijke waarden. De bestemming is opgenomen voor de het groengebied dat aangrezend aan het provinciaal NNN-gebied is gelegen. Bij deze doeleinden behorende voorzieningen zoals groen, beplantingen, wandelpaden, water en
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
43
waterhuishuidkundige voorzieningen zijn ook toegestaan binnen de bestemming. Artikel 4 Verkeer De hoofdverkeersontsluiting De Nieuwe Laan is bestemd voor 'Verkeer'. Andere functies die nodig kunnen zijn voor het wonen, zoals nutsvoorzieningen en afvalverzameling zijn hier ook mogelijk gemaakt. Artikel 5 Woongebied - 5 Daar waar de nieuwe woningen gebouwd gaan worden, is de bestemming 'Woongebied - 5' opgenomen. Dit betreft een globale bestemming, waarbinnen naast de realisatie van woningen functies zoals verkeer, groen en water mogelijk zijn. De (hoofd)gebouwen mogen binnen de bestemmingsvlakken worden gerealiseerd. Het maximum aantal woningen voor het totale plangebied bedraagt 150 woningen. Als hoogte accent kunnen er sporadisch woningen worden gerealiseerd met een hogere goot- en bouwhoogte. Ten behoeve hiervan is een afwijkingsregel opgenomen in de planregels. Bij omgevingsvergunning kan voor ten hoogste 25 aaneengebouwde woningen worden afgeweken van de planregels voor de goot- en bouwhoogte voor diverse woningtypes, voor een goothoogte van maximaal 9 meter en een bouwhoogte van maximaal 12,5 meter, mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld. Binnen de bestemming zijn ook gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen toegestaan.
Het college van de gemeente Nissewaard kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bebouwing indien dit noodzakelijk is: Voor een verantwoorde en evenwichtige stedenbouwkundige inpassing en ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundig beeld. Ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Ter bevordering van de verkeers- en brandveiligheid en sociale veiligheid. Ter voorkoming dat bebouwing de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en inrichtingen, woningen en bouwwerken onevenredig aantast. Beroepsmatig gebruik of kleinschalige bedrijfsmatige bedrijfsactiviteiten in een woning of een bijbehorend bouwwerk is toegestaan onder voorwaarden. Artikel 6 Waarde - Archeologie - 1, Waarde - Archeologie - 2 en Waarde - Archeologie - 3 De dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie zijn opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden, die ter plaatse kunnen voorkomen.
Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen algemene regels aan de orde die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. De algemene regels bestaan uit de volgende artikelen: Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Een antidubbeltelbepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 10 Algemene bouwregels Dit artikel bevat een algemene regeling voor een geringe overschrijding van bouwgrenzen en hoogtes door ondergeschikte onderdelen van gebouwen.
44
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
Artikel 11 Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat een regeling voor wat in ieder geval onder strijdig gebruik wordt verstaan. Artikel 12 Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan kan worden afgeweken met een omgevingsvergunning. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om af te wijken van regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Artikel 13 Overige regels Dit artikel bevat de overige regels, die van toepassing zijn. In dit geval gaat het om de juridische verankering van het beeldkwaliteitsplan, dat als bijlage bij deze regels is gevoegd. Het beeldkwaliteitsplan biedt het kader voor de stedenbouwkundige kwaliteit van de beoogde ontwikkeling. Verder wordt hier ruimte gehouden voor innovatieve duurzaamheid en klimaatadaptatie. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het afsluitend onderdeel komen de overgangs- en slotregels aan de orde. Artikel 14 Overgangsrecht De formulering van het overgangsrecht is bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.1 Bro). Artikel 15 Slotregel Deze regel bevat de titel van het plan en waaronder de regels kunnen worden aangehaald.
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
45
Hoofdstuk 6 6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overleg ex artikel 3.1.1. Bro
Het bestemmingsplan is, het kader van het overleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening, aan de vooroverlegpartners aangeboden. Vanuit het vooroverleg zijn er twee reacties binnen gekomen vanuit het waterschap Hollandse Delta en Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR). De reacties en de beantwoording daarvan zijn opgenomen als Bijlage 13. Naar aanleiding van de ontvangen reactie van het waterschap is het kader in paragraaf 4.11 Water aangepast.
6.2
Zienswijzen
Het ontwerp-bestemmingsplan “Kreken van Nibbeland fase 7” heeft ter inzage gelegen van 28 september tot en met 8 november 2021. Er zijn geen zienswijzen ingediend in deze periode.
46
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 6:12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening zijn plannen aangewezen waarvoor een dergelijk exploitatieplan moet worden opgesteld. Artikel 6:12, lid 2 geeft aan dat de gemeenteraad kan besluiten géén exploitatieplan vast te stellen indien: 1. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; 2. het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is, en 3. het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. De gemeenteraad heeft de grondexploitatie vastgesteld waaruit blijkt dat het plan economisch uitvoerbaar is.
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
47