Bestemmingsplan Kreken van Nibbeland Fase 7; Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Kreken Van Nibbeland Fase 7 vastgesteld
bestemmingsplan Kreken van Nibbeland Fase 7
identificatienummer: NL.IMRO.1930.BPKVNZLD2020-3001 Status:
vastgesteld
Datum:
26 januari 2022
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
6
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 2.2
Bestaande situatie Toekomstige situatie
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 3.2 3.3
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten
6 6 7 9
10 10 11
14 14 15 23
25
4.1
M.e.r. beoordeling
25
4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
Verkeer en Parkeren Bedrijven- en milieuzonering Bodem Archeologie en cultuurhistorie Externe veiligheid Flora en Fauna Stikstofdepositie Geluid Luchtkwaliteit Water
26 27 28 30 32 33 37 37 38 40
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 5.2
43
Planvorm Systematiek bestemmingen
43 43
Hoofdstuk 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
46
6.1 6.2
Overleg ex artikel 3.1.1. Bro Zienswijzen
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
46 46
47
3
4
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
Toelichting
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De voormalige gemeente Bernisse had de taakstelling om tot 2010 minimaal 300 woningen op haar grondgebied te realiseren. Deze opgave vloeide voort uit het Regionaal Woningbouwscenario 2005-2010, waarin doelstellingen zijn opgenomen met betrekking tot de woningbouwproductie voor de stadsregio Rotterdam. Om deze taakstelling te kunnen realiseren, zijn indertijd twee uitleglocaties aangewezen. Eén van deze locaties, ‘Kreken van Nibbeland’ ligt ten noordwesten van Zuidland. De locatie is ongeveer 43 ha groot. Het plangebied waarvoor dit bestemmingsplan is opgesteld, maakt onderdeel uit van dit woningbouwplan. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan 'Kreken van Nibbeland te Zuidland', vastgesteld op 11 juni 2013. Hierin is gedetailleerd vastgelegd welk type woningen per gebied gerealiseerd mogen worden en in welke dichtheid deze woningen gerealiseerd mogen worden. De stedenbouwkundige uitgangspunten voor de ontwikkeling van diverse gebieden zijn in de loop van de tijd veranderd en passen daardoor (deels) niet meer binnen het vigerende bestemmingsplan. Dit geldt ook voor fase 7 van het woningbouwproject. Een nieuw bestemmingsplan is nodig om de realisatie van het stedenbouwkundig plan fase 7 planologisch mogelijk te maken.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt in Zuidland, een dorp in de gemeente Nissewaard. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Bernisse, sectie B, nummer 373 en 1980 gedeeltelijk. Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door landelijk gebied en de Haasdijk. Aan de noord/oostzijde grenst het plangebied aan de Stationsweg en landelijk gebied. Ook is aan deze zijde een technische handelsonderneming gevestigd. Ten zuiden en zuidwesten liggen de uitbreidingen fase 1 tot en met fase 6 'Kreken van Nibbeland' en de bestaande sportvelden van Voetbalvereniging Zuidland en Korfbalvereniging ZKV. De ligging van het plangebied is op onderstaande afbeelding weergegeven.
6
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
Afbeelding ligging plangebied
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Kreken van Nibbeland', vastgesteld op 11 juni 2013. Op basis van dit bestemmingsplan kunnen er in Kreken van Nibbeland (afgerond) 170 woningen gebouwd worden. Binnen de bestemming 'Woongebied - 1' is dat 100 en binnen 'Woongebied - 3' is dat 70 (met afwijking 75). Het grootste deel van het plangebied is bestemd voor 'Woongebied - 1'. De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn bestemd voor o.a. wonen, tuinen en erven en waterhuishoudkundige voorzieningen. Ter plaatse van deze bestemming is de 'specifieke bouwaanduiding landelijk wonen - 1' opgenomen. Binnen deze bouwaanduiding geldt voor hoofdgebouwen dat er uitsluitend vrijstaande hoofdgebouwen mogen worden gebouwd. Ook geldt er een maximum bouwhoogte van 10 meter. Een ander deel van het plangebied (aan de overzijde van de ontsluitingsweg) is bestemd voor 'Woongebied - 3'. Ter plaatse van deze bestemming is een maximum bouwhoogte van 10 meter en een maximum goothoogte van 6 meter toegestaan. Aan de noordwestzijde van het plangebied geldt de bestemming 'Opslag'. De voor 'Opslag' aangewezen gronden zijn bestemd voor een gemeentelijk grond-, puin- en baggerdepot, nutsvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Ook gelden de bestemmingen 'Groen', 'Water' en 'Verkeer' in het plangebied. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor o.a.
groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, voorzieningen voor langzaam verkeer en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor o.a. water en waterhuishoudkundige voorzieningen zoals taluds en bruggen. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor voorzieningen voor verkeer en verblijf, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, afvalverzamelvoorzieningen en nutsvoorzieningen en water en waterhuishoudkundigevoorzieningen.
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
7
Daarnaast gelden twee archeologische dubbelbestemmingen; 'Waarde - Archeologie -2' en 'Waarde - Archeologie -3'. De voor deze dubbelbestemmingen aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. Ter plaatse van de bestemming 'Waarde- Archeologie -2' is archeologisch onderzoek nodig indien de werkzaamheden een oppervlakte van meer dan 200 m2 beslaan en 5 meter beneden maaiveld plaatsvinden. Ter plaatse van de bestemming 'Waarde- Archeologie -3' is archeologisch onderzoek nodig indien de werkzaamheden een oppervlakte van meer dan 200 m2 beslaan en 0,40 meter beneden maaiveld plaatsvinden. Het aspect archeologie wordt in paragraaf 4.5 verder toegelicht. De beoogde verkaveling zoals is opgenomen in het bijgesloten stedenbouwkundig plan kan niet gerealiseerd worden binnen de hierboven genoemde bestemmingsplanregels. Daarnaast vindt een gedeelte van de ontwikkeling plaats binnen de bestemming 'Opslag'. Ter plaatse van deze bestemming is een groenvoorziening beoogd die niet gerealiseerd kan worden binnen de bestemming. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de beoogde woningbouwontwikkeling mogelijk te maken.
Afbeelding uitsnede vigerend bestemmingsplan
8
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 komt de planbeschrijving aan bod. In dit hoofdstuk wordt de bestaande en toekomstige situatie toegelicht. Volgend op dit hoofdstuk wordt in hoofdstuk 3 het beleidskader geschetst waarin het relevante beleid voor het planvoornemen uiteen wordt gezet. In hoofdstuk 4 worden de onderzoeken naar verscheidene omgevingsaspecten toegelicht. In de hoofdstukken 5 tot en met 7 komen achtereenvolgens de juridische planopzet, de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de economische uitvoerbaarheid aan bod.
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
9
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2 ha. Het gebied betreft voormalig akkerland en een voormalige gemeentewerf. Er zijn geen gebouwen binnen het plangebied aanwezig. Aangrenzend aan de voormalige gemeentewerf, aan de noordwestzijde van het plangebied, is een bomenrij aanwezig. Het akkerland en de gemeentewerf worden van elkaar gescheiden door middel van een bestaande watergang. Het plangebied wordt daarnaast doorkruist door de nieuwe ontsluitingsweg voor de woonwijk Kreken van Nibbeland. Deze weg takt aan de noordzijde van het plangebied aan op de Stationsweg.
Afbeelding luchtfoto bestaande situatie
Afbeelding aanzicht plangebied, gezien vanaf Stationsweg
10
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
Afbeelding aanzicht plangebied, gezien vanaf de nieuwe ontsluitingsweg naar de woonwijk Kreken van Nibbeland
2.2
Toekomstige situatie
Als afronding van de uitbreiding 'Kreken van Nibbeland' wordt fase 7 gerealiseerd. Deze fase vormt de eerste verbinding tussen de Stationsweg en de kern Zuidland, gezien vanuit de noordelijk gelegen Stationsweg. Voor het planvoornemen is een stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan opgesteld. Deze zijn als Bijlage 1 en respectievelijk als Bijlage 2 bijgevoegd. Het plangebied kent een ontspannen ligging tussen de open polders, natuur- en recreatiegebied Bernisse, sportcomplex Zuidland en de recente uitbreidingen fase 1 tot en met fase 6 'Kreken van Nibbeland'. Fase 7 'Kreken van Nibbeland' bestaat uit grondgebonden woningen en de realisatie van landschap, in de vorm van een groengebied als ''kop'' op het Kreken van Nibbeland waarin klimaatmaatregelen, duurzaamheid en ecologie een rol spelen.
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
11
Afbeelding schetsontwerp inrichting plangebied
Woningen Er worden maximaal 150 woningen gerealiseerd in de vorm van kleine woningclusters, die verscholen zijn in het groen, met diverse soorten woningen. De woningtypen zijn divers, namelijk vrijstaand, twee-onder-één-kap, rijwoningen en rijwoningen met een veranda. Ook zijn er vrije kavels aanwezig. Het woningbouwprogramma (indicatief) is op onderstaande afbeelding weergegeven.
Afbeelding indicatief woningprogramma, zie hiervoor ook Bijlage 1 Stedenbouwkundig plan
12
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
Parkeren Om het groene karakter van het plan te waarborgen vindt parkeren voornamelijk buiten het zicht plaats in parkeerkoffers binnen de woonvelden of op eigen erf bij de vrijstaande woningen, vrije kavels en twee-onder-éénkappers, zowel in de voor- als achtertuinen. Incidenteel zal er parkeren worden toegestaan langs de hoofdrijbaan in de vorm van halfverharding. De parkeerberekening voor het plan wordt in paragraaf 4.2 nader toegelicht.
Groen Ter weerszijden van het plangebied gaan na de realisatie van het plan gebieden ontstaan met een landschappelijke identiteit gekenmerkt door bos, houtwallen en natuurlijke graslanden. Er wordt uitgegaan van inheemse beplanting die aantrekkelijk is voor kleine fauna zoals vogels, vleermuizen, insecten en overige zoogdieren. Daarnaast voorziet de woningbouw ook in nestkasten voor vogels en vleermuiskasten. In het landschap worden insectenhotels geplaatst. Door de toepassing van de vele bomen wordt hittestress zoveel mogelijk beperkt en het gebied klimaatadaptief gemaakt.
Water Water krijgt een bijzondere betekenis in dit plangebied. Open oppervlaktewater is beperkt in omvang. Daarentegen wordt het hemelwater zoveel mogelijk opgevangen en geïnfiltreerd in de ondergrond. Dit wordt gerealiseerd door middel van wadi's en open bestrating.
Ontmoeten en spelen In het noordelijke gedeelte van het plan wordt het plein 'Ontmoeten' met een groen karakter gerealiseerd. Dit plein biedt ruimte voor spelen en ontmoeten. Bomen zorgen voor schaduw en verkoeling voor een deel van het plein. Een ander deel is open met een speelruimte. Hier kunnen informele speeltoestellen in een groene omgeving met water gerealiseerd worden.
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
13
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie infrastructuur en ruimte In de structuurvisie is aangegeven dat het Rijk drie hoofddoelen heeft waaruit onderwerpen voort komen die van nationaal belang zijn: het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren, in standhouden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Uit deze drie hoofddoelen komen onderwerpen voort die van nationaal belang zijn. De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, worden geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze Amvb is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen nationaal belang. Het rijksbeleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vormt dan ook geen belemmering voor de woningontwikkeling in dit bestemmingsplan. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden.
In het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van onderwerpen van nationaal belang, zoals rijksvaarwegen, kustfundament, de Waddenzee, buisleidingen van nationaal belang, de Ecologische Hoofdstructuur en erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Het plangebied ligt niet binnen een in het Barro aangewezen gebied. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'; De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In subparagraaf 3.1.4 is de onderbouwing van de Laddertoets opgenomen.
14
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
3.1.4 Laddertoets Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het planvoornemen betreft de realisatie van maximaal 150 woningen. Er is daarmee sprake van een stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling wordt gerealiseerd buiten bestaand stedelijk gebied. In paragraaf 3.2 Provinciaal beleid wordt toegelicht dat door de provincie Zuid-Holland ontheffing is verleend voor de realisatie van een gedeelte van woningbouwontwikkeling Kreken van Nibbeland buiten het bestaand stads- en dorpsgebied. Het plangebied maakt deel uit van het gebied waarvoor deze ontheffing is verleend. Er is geen sprake van strijdigheid met regels voor stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Ten aanzien van het aspect stedelijke ontwikkeling het volgende. Het overgrote deel van het woningbouwprogramma wordt gerealiseerd binnen de vigerende bestemming 'Woongebied'. Voor een aantal woningen geldt dat deze gedeeltelijk buiten de bestemming 'Woongebied' liggen. Dit is noodzakelijk gelet op het stedenbouwkundig plan voor het woongebied.
De afweging voor de ontwikkeling van woningen binnen de bestemming 'Woongebied' is in een eerder stadium in het kader van het bestemmingsplan 'Kreken van Nibbeland te Zuidland' uitgevoerd. Op basis van dit bestemmingsplan kunnen er in het plangebied van voorliggend bestemmingsplan 170 woningen gebouwd worden. Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 150 woningen mogelijk. Ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan worden er minder woningen gerealiseerd dan planologisch mogelijk zijn. Derhalve wordt geconstateerd dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en dat een Ladderonderbouwing niet nodig is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is wel de woningbehoefte in paragraaf in paragraaf 3.3 Gemeentelijk beleid beschreven.
3.2
Provinciaal beleid
Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het beleid bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Deze zijn in werking getreden op 1 augustus 2020. Daarnaast zijn operationele doelstellingen opgenomen in het Omgevingsbeleid. Hiermee wordt inzicht verschaft in hoe de provincie invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma's en plannen, zoals het programma Ruimte. 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Het plangebied ligt binnen twee beleidslagen van de omgevingsvisie: Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied; Completering Natuurnetwerk Nederland inclusief ecologische verbindingen. Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied Het plangebied ligt binnen het gebied dat is aangewezen als 'Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied'. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Een deel van die vraag past qua kwaliteit niet daarbinnen. Daarnaast kunnen er kwantitatieve beperkingen zijn. Een randvoorwaarde bij beter benutten is namelijk dat de leefkwaliteit in de bebouwde ruimte behouden blijft en waar mogelijk wordt versterkt.
Ook kan de kwaliteit van de groene ruimte
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
15
aanleiding zijn om een kwaliteitsverbetering te realiseren door middel van het toevoegen van stedelijke functies. Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Gedeputeerde Staten zien toe op toepassing door gemeenten van de Ladder voor duurzame verstedelijking en het beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Het eindoordeel over stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten bestaand stads- en dorpsgebied ligt bij Provinciale Staten. Deze worden door Provinciale Staten afgewogen en opgenomen op de 3 hectare kaart. In 2012 is door de provincie Zuid-Holland een ontheffing van de destijds geldende Verordening Ruimte verleend om de woningen te mogen realiseren in het landelijk gebied. Het ontwikkelen van woningen op deze locatie in de sfeer van landelijk wonen, is in overeenstemming met het Ruimtelijk Plan Regio Rotterdam 2020 (voormalig streekplan RR2020) waar de Stadsregio Rotterdam en Provinciale Staten mee hebben ingestemd. In het verlengde hiervan is in de toelichting van artikel 3, lid 1, van de Verordening Ruimte expliciet verwezen naar de mogelijkheid voor ontheffing voor landelijk wonen in dit gebied buiten de bebouwingscontouren.
Deze locatie (Zuidland) wordt dan hier ook expliciet genoemd onder het kopje 'Landelijk Wonen', als variant van 'rood voor groen. Wonen De Provincie Zuid-Holland stelt jaarlijks een prognose op voor de verwachte toename van het aantal huishoudens per gemeente. De verwachte toename van het aantal huishoudens bepaalt het zogeheten woningbouwcontingent: het aantal nieuwbouwwoningen dat de gemeente in de planperiode mag realiseren. In de planmonitor van de Provincie worden de aantallen nieuwbouwwoningen per woningbouwplan opgenomen. In 2021 is een wijziging in de systematiek in de woningbouwprogrammering door de Provincie ingevoerd. In de huishoudenprognose wordt nu uitgegaan van de hoogste van twee prognoses: de zogeheten Trendraming en Woningbehoefteraming. De programmeerruimte is ten opzichte van de voorliggende periode uitgebreid met 30% om mogelijke planuitval op te vangen. Het plan Kreken van Nibbeland fase 7 was al opgenomen in de planmonitor conform de oude systematiek en paste binnen het destijds geldende woningbouwcontingent. De nieuwe systematiek leidt ertoe dat het woningbouwcontingent van de gemeente is uitgebreid. Uit een eerste inventarisatie verricht in opdracht van de Provincie in april 2021 is verder gebleken dat het woningbouwprogramma van de gemeente past binnen het woningbouwcontingent.
Zodoende past voorliggend plan ook nu binnen het stelde woningbouwcontingent.
16
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
Afbeelding uitsnede kaart omgevingsvisie - buiten bestaand stads- en dorpsgebied
Daarnaast is uit de kaart van de omgevingsvisie op te maken dat het plangebied gedeeltelijk ligt binnen een gebied aangewezen als 'Completering Natuurnetwerk Nederland inclusief ecologische verbindingen'.
Completering Natuurnetwerk Nederland inclusief ecologische verbindingen De provincie zorgt ervoor dat het Natuurnetwerk in Zuid-Holland compleet is inclusief de ecologische verbindingen. Het provinciale natuurbeleid is gericht op het behouden en waar mogelijk versterken van de biodiversiteit in de provincie. De realisatie (verwerving, inrichting en beheren) van de restantopgave aan ‘nieuwe natuur’ ten behoeve van het Natuurnetwerk Nederland draagt daaraan bij. Met deze beleidsbeslissing beoogt de provincie invulling te geven aan de Zuid-Hollandse bijdrage aan versterking van de mondiale biodiversiteit. Zuid-Holland wil een toonaangevende provincie zijn waar mensen met plezier recreëren, met een aantrekkelijke groene en gezonde leefomgeving. Via deze beleidsbeslissing wordt bijgedragen aan: Een jaarlijkse groei van het aantal hectares NNN; Een jaarlijkse groei van het aantal km ecologische verbindingen, waardoor natuurgebieden verbonden worden. De ecologische verbinding uit het Natuurnetwerk Nederland bevindt zich aan de westzijde van het plangebied en loopt met name over de voormalige stortplaats, waar nu nog een gemeentewerf aanwezig is. In overleg met de provincie Zuid-Holland is afgesproken om de gebruiksmogelijkheden te beperken tot extensieve recreatie in de vorm van een wandelpad over het terrein. Hierdoor wordt ook het wandelgebied verbonden met de oever van de Kreek.
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
17
Er worden geen andere voorzieningen zoals bijvoorbeeld een speelplek mogelijk gemaakt. Uitsluitend overige bouwwerken ten behoeve van de bestemming zijn toegestaan. Ook wordt gebiedseigen beplanting toegepast.
Afbeelding uitsnede kaart omgevingsvisie - Completering Natuurnetwerk Nederland inclusief ecologische verbindingen Kreken Kweken Het project Kreken Kweken is een samenwerkingsproject van de gemeenten op Voorne-Putten en het Waterschap Hollandse Delta. Met het project willen de partijen oude kreken op Voorne-Putten in ere herstellen. Het project bevat de aanleg van circa 8 kilometer ecologische oevers (zones), 8 kilometer wandelpaden langs de oevers en 5 ecologische stapstenen (kleine natuurgebiedjes) van elk circa 0,5 hectare. Ook zullen enkele ruimtelijke kreken aangelegd worden. Ruimtelijke kreken zijn natuurvriendelijke oevers die gekoppeld zijn aan een ruimtelijke ontwikkeling (bijvoorbeeld nieuwe woonwijk of nieuw bedrijventerrein) en tegelijk met die ontwikkeling aangelegd worden. 'Kreken Kweken' is afhankelijk van de vrijwillige medewerking van agrariërs en andere grondeigenaren. De zones worden door middel van vrijwillige kavelruil en aankoop verworven. Het Waterschap Hollandse Delta wordt in de meeste gevallen eigenaar van de ecologische zones. Het beheer wordt uitgevoerd door de Stichting Landschapsonderhoud Rotterdam. De kreken van het plan Kreken van Nibbeland zijn in het project Kreken Kweken aangemerkt als "Ruimtelijke kreken". De watergang langs het plangebied is bestaand, deze wordt niet in combinatie met de woonwijk nieuw aangelegd.
In Kreken Kweken is deze weergegeven als "indicatieve ligging ecologische verbindingszone". Vanuit fase 7 van Kreken van Nibbeland zullen geen werkzaamheden aan de watergang worden verricht, als dat gebeurt dan wordt dat vanuit Kreken Kweken opgepakt. Conclusie Het planvoornemen wordt buiten het bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd. Het 18
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
woningbouwplan betreft een ontwikkeling van maximaal 150 woningen, hetgeen aansluit op de rest van de nieuwbouw Kreken van Nibbeland (wel gelegen binnen het bestaand stads- en dorpsgebied). Dit betekent dat het plan aangrenzend aan bestaand stads- en dorpsgebied wordt gerealiseerd. In subparagraaf 3.2.2 worden de regels voor bouwen buiten het bestaand stads- en dorpsgebied in relatie tot het plan nader toegelicht. Het woningbouwplan draagt daarnaast bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving in de provincie Zuid-Holland. Ook dragen de ontwikkelingen bij aan een sterke verbinding met de omgeving en de natuur. De mensen kunnen met plezier verblijven in dit gebied. De gebruiksmogelijkheden van de ecologische verbinding uit het Natuurnetwerk Nederland worden beperkt tot extensieve recreatie in de vorm van een wandelpad over het terrein. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Tegelijk met de omgevingsvisie is de omgevingsverordening op 1 augustus 2020 in werking getreden. In de omgevingsverordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke ontwikkelingen. De omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van het provinciaal ruimtelijke beleid zoals dat benoemd is in de omgevingsverordening. De omgevingsverordening omvat in aanvulling op de omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen.
De geldende artikelen voor dit plangebied zijn: Artikel 2.5 Aanwijzing Natuurnetwerk Nederland; Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit; Artikel 6.10 Ladder voor duurzame verstedelijking. Artikel 2.5 Aanwijzing Natuurnetwerk Nederland In dit artikel zijn de regels opgenomen voor de aangewezen Natuurnetwerk Nederland gebieden. Langs de noordwestrand van het plangebied ligt een NNN gebied. Dit aspect wordt in paragraaf 4.7 Flora en Fauna nader toegelicht.
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
19
Afbeelding uitsnede kaart omgevingsverordening - aanwijzing Natuurnetwerk Nederland
Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1.
een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Het planvoornemen valt onder artikel 6.9 a. De ontwikkelingen binnen dit plangebied voorzien niet in wijzigingen op structuurniveau. Met de stedenbouwkundige invulling van de beoogde nieuwbouw is zoveel mogelijk rekening gehouden met de bestaande gebiedsidentiteit. Een deel van het plangebied ligt binnen een gebied aangewezen als gebied met beschermingscategorie 1, dit wordt onderstaand toegelicht.
Beschermingscategorie Het binnen het plangebied gelegen NNN-gebied is aangewezen als beschermingscategorie 1. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1 kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voorts wordt voldaan aan de onder b en c gestelde voorwaarden. Het programma ruimte wordt nader toegelicht in subparagraaf 3.2.3 Programma ruimte.
20
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
Afbeelding uitsnede kaart omgevingsverordening - beschermingscategorie 1
Afbeelding NatuurNetwerk Nederland corridor door het plangebied.
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
21
Het plangebied ligt deels langs het NatuurNetwerk Nederland corridor. Zowel het groengebied, de watergang, als een deel van enkele kavels liggen langs dit corridor. Voor de toelichting op dit aspect in relatie tot het plan wordt verwezen naar 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland, Completering Natuurnetwerk Nederland inclusief ecologische verbindingen.
Beeldkwaliteit Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt als bedoeld in het eerste lid, bevat een beeldkwaliteitsparagraaf, waarin het effect van deze ontwikkeling op de bestaande kenmerken en waarden wordt beschreven en waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft, voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling: a. waarbij de richtpunten van de kwaliteitskaart in het geding zijn; of b. die is gelegen op gronden binnen een beschermingscategorie als bedoeld in het tweede lid, onder a en b. Voor het planvoornemen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan is in paragraaf 2.2 toegelicht.
Conclusie ruimtelijke kwaliteit De ontwikkeling van 150 woningen binnen dit plangebied voorziet geen wijzigingen op structuurniveau. Met de stedenbouwkundige invulling is rekening gehouden met de bestaande gebiedsidentiteit. In het plangebied ligt een gebied dat is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland met de beschermingscategorie 1. De ontwikkelingen in het plangebied zijn uitgezonderde ruimtelijke ontwikkelingen volgens het Programma ruimte (dit wordt onder het volgende kopje Programma ruimte toegelicht). Het planvoornemen zorgt voor een kwaliteitsverbetering van bestaande kenmerken en waarden. Dit komt de ruimtelijke kwaliteit ten goede. De ruimtelijke kwaliteit van de ontwikkeling is uitgebreid beschreven in Bijlage 2 en paragraaf 2.2.
Artikel 6.10 Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat 'een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte.' Voor het plan is in subparagraaf 3.1.4 Laddertoets ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2.3 Programma ruimte Het Programma ruimte is parallel aan de omgevingsvisie en de omgevingsverordening opgesteld. Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de omgevingsvisie. Op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook
22
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
wel genoemd: ‘3 ha kaart’) zijn nog te ontwikkelen woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 ha buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) opgenomen. Als een locatie is opgenomen op de ‘3 ha kaart’ betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen ruimtelijk bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling. Het plangebied is opgenomen op de '3 ha kaart' (als onderdeel van de woningbouw ontwikkeling Kreken van Nibbeland) en er is ontheffing verleend om de woningen te mogen realiseren in het landelijk gebied. Gelet hierop wordt gesteld dat de woningbouwontwikkeling buiten het bestaand stadsen dorpsgebied en deels binnen de indicatieve zone van het NNN-gebied mogelijk is.
3.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Bernisse Op 21 september 2010 heeft de gemeenteraad van de voormalige gemeente Bernisse de ‘Structuurvisie 2025’ vastgesteld. Op gemeentelijk niveau geeft de visie aan welke ontwikkelingen gewenst zijn voor de gehele gemeente, op welke wijze deze ontwikkelingen ruimtelijk worden vertaald en hoe deze ontwikkelingen worden gefaseerd. Op kernniveau wordt het beeld nader gespecificeerd. De structuurvisie fungeert voor het gemeentebestuur als afwegingskader bij de beoordeling van nieuwe initiatieven.
Woonvisie 2020-2030, ‘Nissewaard, een plek voor iedereen’ Het doel van de Woonvisie is dat het voor iedereen goed wonen is in de gemeente en dat de woonwensen en woningbehoefte van alle huidige en toekomstige inwoners zoveel mogelijk binnen de gemeentegrenzen mogelijk worden gemaakt. De volgende aspecten zijn van belang: Kwaliteit en diversiteit van de bestaande voorraad: Van belang is dat de woningvoorraad toekomstbestendig is, woningen worden verduurzaamd, levensloopbestendig worden gemaakt en dat de woningvoorraad wordt gediversifieerd. Belangrijk uitgangspunt hierbij is de vernieuwing en betere spreiding van de bestaande sociale woningvoorraad, door op sommige plekken te komen tot verdichting en op andere plekken de sociale voorraad juist te verdunnen. In het planvoornemen worden geen sociale woningen gerealiseerd; Betaalbaarheid en beschikbaarheid: Doorstroming van verschillende doelgroepen is de komende tien jaar een belangrijk uitgangspunt binnen de woningmarkt. Doorstroming van ouderen kan helpen de groep (door)starters te laten doorstromen. Dit aspect vormt het zwaartepunt van het woningbouwprogramma. In de dorpskernen van Nissewaard ligt met name de koopvoorraad niet in lijn met de behoefte. Er zijn op dit moment relatief veel betaalbare rijwoningen, maar relatief weinig middeldure koop- en levensloopbestendige woningen, al verschilt dit van kern tot kern.
Om gezinnen de kans te geven binnen de eigen kern door te stromen en zo de kern vitaal te houden, is het doel om voor hen (middel)dure koopwoningen te bouwen. Wanneer gezinnen de mogelijkheid hebben door te stromen naar deze woningen, komen er betaalbare rijwoningen beschikbaar voor starters op de koopmarkt. Daarbij biedt het toevoegen van meer levensloopbestendige woningen ouderen eveneens de gelegenheid om in de eigen kern te blijven wonen in een woning welke aansluit bij hun veranderende behoeften. Op die manier komen er wederom betaalbare rijwoningen vrij voor starters uit de kernen. Aantrekkelijke nieuwbouw: Woningbouw is nodig om te voorzien in de vraag die in de komende twintig jaar met nog circa 6% toeneemt. Complementair bouwen, ook in het duurdere segment, draagt bij aan een gezonde mix in de voorraad en bevolking en maakt de kernen schokbestendiger. Het planvoornemen is om grondgebonden woningen uit de duurdere en middeldure segment toe te voegen. Dit brengt meer balans in de voorraad in Zuidland en de gemeente als geheel. Er is vraag naar woningen uit dit segment in Zuidland en in de gemeente.
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
23
Wonen, zorg en welzijn als samenhangende thema's: Ouderen en de grote diversiteit aan zorgvragers en hun woonbehoefte vraagt om een divers woonzorgaanbod. Duurzaamheid: Het stimuleren van een duurzame transitie; De gemeente Nissewaard maakt ruimte, nodigt uit, faciliteert en treedt op als regievoerder: De gemeente vindt het belangrijk om initiatieven van inwoners en anderen zo veel als mogelijk te faciliteren. Welstandsnota Nissewaard 2017 De welstandsnota bevat de basisvoorwaarden, waaraan bouwaanvragen op welstandsaspecten getoetst worden, het zogenaamde beoordelingskader. Het plangebied ligt grotendeels in een gebied aangewezen als 'zorgvuldig' (zie afbeelding). Het regime 'zorgvuldig' wordt toegepast in gebieden waar de ruimtelijke kwaliteiten en samenhang van belang zijn, maar die ook enige dynamiek kunnen verdragen. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid is gericht op behoud, herstel of verbetering van de waardevolle (landschappelijke, stedenbouwkundige en architectonische) elementen en structuren, waardoor een extra inspanning dient te worden geleverd tot voordeel van de ruimtelijke kwaliteit. Bij de inrichting van het plangebied is reeds rekening gehouden met de nieuwe gebouwen in relatie tot de omgeving.
Afbeelding uitsnede kaart welstandsniveaus en plangebied
Conclusie Het planvoornemen voorziet in een gevarieerde duurzame en toekomstbestendige woningaanbod, uit de duurdere en middeldure segment, ten einde meerdere doelgroepen te bedienen. Zo wordt de doorstroming van gezinnen en oudere paren met (boven-)modaal inkomen richting dit schaarse segment bevordert. Op deze manier komen betaalbare rijwoningen in de kern voor de doelgroepen, zoals starters en alleenstaanden vrij. Het planvoornemen is passend binnen de gemeentelijke structuurvisie en het woonbeleid. De bouwplannen worden in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning getoetst aan de Welstandsnota.
24
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
M.e.r. beoordeling
4.1.1 Kader Voor het voorliggende bestemmingsplan wordt onderzocht of de activiteiten(en), die het plan mogelijk maakt, m.e.r.-plichtig zijn. In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen in onderdeel C (m.e.r.-plicht) en onderdeel D (m.e.r.-beoordelingsplicht). Daarnaast dient het college van Burgemeester en Wethouders bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen; de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. In onderdeel C zijn activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor het maken van een milieueffectrapportage verplicht is. In onderdeel D zijn de activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-procedure van toepassing is. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is te beschouwen als een eenvoudige, compacte versie van de m.e.r.-beoordeling.
De vraag die beantwoordt moet worden is of, gelet op de omvang (waarvoor de drempelwaarde een indicatie geeft), én de aard en de ligging van het project, sprake kan zijn van aanzienlijke milieueffecten, waardoor het opstellen van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. 4.1.2 Beoordeling Het planvoornemen betreft het realiseren van 150 woningen. Het plan bevat een activiteit die genoemd wordt in onderdeel D van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage. In onderdeel D is onder D 11.2 de volgende activiteit opgenomen; de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen valt onder onderdeel D in de bijlage van het Besluit Milieueffectrapportage. In de volgende gevallen waarop de activiteit betrekking heeft op is een aparte m.e.r.-beoordeling nodig; 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat; of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De omvang van het planvoornemen blijft ver onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D.11.2 in de bijlage van het Besluit Milieueffectrapportage. De activiteit betreft de realisatie van 150 woningen en zit daarmee ruim onder de drempelwaarde van 2000 woningen waarvoor een aparte m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd.
Wel is het nodig om voor het te nemen besluit kort uit te leggen dat er geen significante milieugevolgen voor de omgeving zijn. Dit heet een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
25
1. Kenmerken project / activiteit Het project betreft het realiseren van 150 woningen, deze activiteit zit ruim onder de drempelwaarden van 2000 woningen. Uit de beoordelingen van de aspecten verkeer (zie paragraaf 4.2) en luchtkwaliteit (zie paragraaf 4.10) blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor het planvoornemen. 2. Plaats van het project / activiteit Het plangebied ligt in binnen de in aanbouw zijnde woonwijk Kreken van Nibbeland. Deze woonwijk wordt gerealiseerd nabij Zuidland. 3. Samenhang met andere activiteiten Het voorgenomen plan hangt samen met de woningbouwontwikkelingen binnen de andere woongebieden in Kreken van Nibbeland. Het realiseren van woningen sluit aan op deze ontwikkelingen. 4. Kenmerken van de (mogelijk belangrijke) nadelige milieugevolgen De nieuwe ontwikkeling in het plangebied leidt niet tot belangrijke milieugevolgen. Er is geen sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht. 4.1.3 Conclusie Voor het project is geen m.e.r.-procedure of m.e.r.-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r. Het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard heeft daarom op 14 september 2021 besloten dat een mer-beoordelingsprocedure niet nodig is. De aanmeldnotitie m.e.r., behorende bij dit besluit, is als Bijlage 3 bijgesloten.
4.2
Verkeer en Parkeren
Voor het planvoornemen is de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte bepaald op basis van de kencijfers van de CROW-publicatie 381 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' en conform parkeernormering Nissewaard dient het gemiddelde binnen de bandbreedte van de CROW kerncijfers aangehouden te worden. In Zuidland geldt een stedelijkheidsgraad van "niet stedelijk" en voor deze locatie geldt de zone ''Bebouwde kom''.
Verkeer Voor de verkeersgeneratie kan worden uitgegaan van een gemiddeld kencijfer van 7 verkeersbewegingen per woning. De verkeersgeneratie bedraagt daarmee 7 x maximaal 150 woningen = 1.050 verkeersbewegingen per etmaal. Voor het vigerende bestemmingsplan is door Grontmij een verkeersstudie uitgevoerd (d.d. 19 april 2013). Deze studie is als Bijlage 4 Verkeersonderzoek 2013 bijgesloten. Leidend voor de verkeersafwikkeling van het plan is deze verkeersstudie. In deze studie is inzichtelijk gemaakt dat de verkeerstoename als gevolg van de ontwikkelingen in het gehele ontwikkelgebied Kreken van Nibbeland zonder knelpunten kan worden afgewikkeld. Ook de beoogde afwikkeling op de Stationsweg, door middel van een rotonde, biedt volgens deze verkeersstudie voldoende restcapaciteit om fluctuaties in het woningbouwprogramma op te vangen. De verkeersafwikkeling blijft hierdoor gewaarborgd. Het extra verkeer wat door de woningen en de brede school in de woonwijk Kreken van Nibbeland geproduceerd wordt, kan zonder problemen door de Stationsweg en de nieuwe rotonde afgewikkeld worden. Op basis van deze studie wordt gesteld dat de verkeersgeneratie ten gevolge van het plan afgewikkeld kan worden.
26
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
Parkeren Een indicatie van de parkeerberekening is opgenomen in het stedenbouwkundig plan en wordt onderstaand toegelicht. In deze voorbeeld berekening is uitgegaan van 146 woningen. Uit onderstaande voorbeeld parkeerberekening volgt dat voor het planvoornemen een parkeerbehoefte van 306 parkeerplaatsen kent. In het plangebied worden 100 parkeerplaatsen op eigen erf en 209 parkeerplaatsen in het openbaar gebied gerealiseerd. In totaal worden 309 parkeerplaatsen aangelegd waarmee aangetoond wordt dat er kan worden voorzien in de parkeerbehoefte.
Afbeelding parkeerberekening
4.3
Bedrijven- en milieuzonering
4.3.1 Kader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen milieuhinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. De richtafstanden zijn opgenomen in de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. De richtafstanden zijn afhankelijk van het omgevingstype waarbinnen de milieugevoelige bestemming ligt. De VNG-handreiking gaat uit van de omgevingstypes 'rustige woonwijk' of 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk kan aangemerkt worden als een gebied zonder functiemenging, met minimale invloed vanuit wegverkeer. Bij een gemengd gebied is sprake van een functiemenging tussen wonen en milieubelastende activiteiten/functies en/of in de directe nabijheid van drukke gebiedsontsluitingswegen. De aangegeven richtafstanden in de VNG-handreiking zijn gebaseerd op het omgevingstype rustige woonwijk. Voor het omgevingstype gemengd gebied kunnen deze richtafstanden met één stap worden verlaagd. De richtafstandenlijst biedt voor een scala aan typen bedrijvigheid de richtafstanden tot gevoelige bestemmingen vanwege geur, stof, geluid en gevaar.
4.3.2 Beoordeling In de directe omgeving van het plangebied is geen sprake van de aanwezigheid van milieuhinderlijke functies. Het omgevingstype waarbinnen de milieugevoelige bestemming van wonen ligt wordt gekenmerkt worden als 'rustige woonwijk'. In de directe omgeving van het plangebied bevindt zich 1 milieuhinderlijke functie. Het betreft de agrarische gronden gelegen ten noordwesten van het plangebied en ten zuidoosten van het plangebied. Een richtafstand van 30 meter tot agrarische bedrijfsgebouwen moet aangehouden worden. Binnen 30 meter vanaf de grens van de bestemming 'Woongebied' zijn er geen
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
27
bedrijfsgebouwen aanwezig. Wel kan er op kortere afstand (10 meter) geur of stofhinder worden ervaren wegens de activiteiten op het land. Daarom wordt in het kader van een goed woon- en leefklimaat geadviseerd de woningen op ongeveer 10 meter afstand van de agrarische gronden te realiseren. Beoogd wordt te voldoen aan deze adviesafstand. In het plangebied is de vigerende bestemming 'Opslag' gesitueerd. Deze functie komt met voorliggend bestemmingsplan te vervallen en de gronden worden bestemd voor 'Natuur'. Deze nu nog bestaande milieuhinderlijke functie is daarom buiten beschouwing gelaten. Aan de Stationsweg 36a (ten noordoosten van het plangebied) is een bedrijfslocatie gesitueerd waar maximaal milieucategorie 2 bedrijven zijn toegestaan. Hiervoor geldt een richtafstand van maximaal 30 meter. De afstand tussen het bestemmingsvlak 'Woongebied' en de bedrijfsbestemming bedraagt 51 meter. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstand. 4.3.3 Conclusie De conclusie is dat ter plaatse van de nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast worden de omliggende bedrijven door de realisatie van de woningen niet beperkt in hun bedrijfsvoering.
4.4
Bodem
Milieutechnisch adviesbureau RSK Netherlands heeft een actualiserend (water)bodemonderzoek en asfalt- en funderingsonderzoek ter plaatse van de voormalige vuilstort aan de Stationsweg uitgevoerd. Ook heeft dit onderzoeksbureau een verkennend bodemonderzoek voor de rest van het plangebied uitgevoerd. De voormalige vuilstort bevindt zich aan de noord en noord-oost zijde van het plangebied. Het rapport is als Bijlage 5 bijgevoegd. Onderzoek ter plaatse van de voormalige vuilstort Er is onderzoek uitgevoerd op het gebied van asfaltverhardingen, funderingslagen, bodemlagen, grondwater en waterbodem. Asfaltverhardingen Het PAK-marker onderzoek heeft over de asfaltkernen 01 t/m 09 geen fluorescentie aangetoond en chemisch-analytisch wordt geen verhoogd gehalte PAK aangetoond. Het asfalt in de toegangsweg naar het opslagterrein is niet teerhoudend. Funderingslagen Onder de asfaltverharding van zowel de toegangsweg naar het opslagterrein als de asfaltverharding van het opslagterrein zelf, is een funderingslaag aangetroffen welke volledig is opgebouwd uit slakken. Ter plaatse van de toegangsweg naar het opslagterrein wordt onder deze laag slakken nog een tweede laag aangetroffen, welke naast slakken ook veel bakstenen bevat.
In mengmonsters van beide lagen worden geen overschrijdingen aangetoond van de maximale samenstellingswaarden en emissiewaarden en wordt asbest niet aangetoond (zowel zintuiglijk als chemisch analytisch). Bodemlagen In vrijwel alle grondboringen, worden zintuiglijk bijmengingen aangetroffen met onder andere puin, baksteen, kolengruis en plastic. Chemisch-analytisch blijkt dat over het algemeen de bodem al direct vanaf maaiveld (of vanaf onderzijde funderingslaag bij de asfaltverhardingen), licht tot sterk is verontreinigd met zware metalen en/of PAK. Voor de bovengrond dient wel onderscheid te worden gemaakt tussen het
28
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
braakliggende noordelijke terreindeel naast de toegangsweg en de overige onverharde terreindelen op locatie. De bovengrond van het braakliggende noordelijke terreindeel is (tot 0,5 m-mv) maximaal licht verontreinigd, op de overige onverharde terreindelen worden ook in de bovengrond licht tot sterk verhoogde gehalten aangetoond. Voor de gehele locatie geldt dat de bodem vanaf 0,5 m-mv matig tot sterk is verontreinigd met zware metalen en/of PAK. Er is derhalve sprake van een verontreinigd bodemvolume van circa 34.500 m3. Door de aanwezige begroeiing is het gronddepot en de hieronder liggende bodem niet bemonsterd. Aangenomen wordt dat de bodemkwaliteit onder dit gronddepot vergelijkbaar is. In het stortmateriaal worden verhoogde gehalten PFAS-verbindingen aangetoond. De gehalten PFAS variëren van kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur tot niet-toepasbaar. Aan het opgeboorde bodemmateriaal worden zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Chemisch-analytisch worden in de fijne en grove fractie geen verhoogde gehalten asbest aangetoond. Grondwater In de grondwatermonsters van de peilbuizen 13 en 22 worden licht verhoogde concentraties barium aangetoond. In het grondwatermonster van peilbuis 31, worden licht verhoogde concentraties barium, xylenen en naftaleen aangetoond.
De concentraties in de peilbuizen 13, 22 en 31 duiden erop dat er geen noemenswaardige verspreiding naar het grondwater plaatsvindt vanuit het verontreinigde stortmateriaal. Waterbodemonderzoek De onderzoeksresultaten van de waterbodem duiden erop dat geen afstroming vanuit het verontreinigde stortmateriaal plaatsvindt naar de watergangen om de locatie.
Onderzoek rest van het plangebied Het rapport 'verkennend bodemonderzoek' voor de rest van het plangebied is als Bijlage 6 bijgevoegd. Er is onderzoek uitgevoerd op het gebied van grond, PFAS-verbindingen en grondwater.
Grond Indicatief getoetst aan de generieke bodemgebruikswaarden uit het Besluit Bodemkwaliteit, voldoet de zandige bovengrond met bijmenging met baksteen aan klasse AW en aan klasse Industrie. Ook voldoet de zintuiglijk schone kleiige ondergrond aan klasse AW.
PFAS-verbindingen In het grondmengmonster MM11 van de zintuiglijk schone zandige ondergrond, wordt een gehalte PFOA aangetoond van 0,17 mg/kg.ds. Voor PFOS en de overige PFAS-verbindingen worden geen verhoogde gehalten aangetoond. In de grondmengmonsters MM8, MM9, MM10, MM12 en MM13 van de zintuiglijk schone zandige en kleiige ondergrond, worden geen verhoogde gehalten PFOA, PFOS en/of overige PFAS-verbindingen aangetoond. Getoetst aan het Tijdelijk Handelingskader voor PFAS-houdende grond en baggerspecie, kan de zintuiglijk schone zandige ondergrond van MM11, MM8, MM9, MM10, MM12 en MM13 worden toegepast in zones waar de toepassingseis klasse Landbouw/Natuur geldt.
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
29
Grondwater In de grondwatermonster van de geplaatste peilbuizen, worden maximaal licht verhoogde concentraties barium, nikkel, molybdeen en/of minerale olie aangetoond. De overige onderzochte verbindingen (overige zware metalen, vluchtige aromaten en VOCl) worden niet aangetoond of in concentraties beneden de streefwaarde. De licht verhoogde concentraties barium, nikkel en molybdeen kunnen worden beschouwd als van nature verhoogde achtergrondconcentraties, de oorzaak voor de licht verhoogde concentraties minerale olie is vooralsnog onbekend.
Conclusie Het onderzoek ter plaatste van de voormalige stortplaats heeft de aanwezigheid van de voormalige stort en het geval van ernstige bodemverontreiniging op de locatie bevestigd. Een bodemvolume van circa 34.500 m3 grond is verontreinigd in licht tot overwegend matig en sterk verhoogde gehalten zware metalen en PAK. Voor het noordelijke braakliggende terreindeel geldt dat de bovengrond (de deklaag) maximaal licht is verontreinigd, voor het overige onverharde terreindeel geldt dat ook in deze deklaag al matig tot sterk verhoogde gehalten worden aangetoond. Asbest wordt zowel zintuiglijk als chemisch-analytisch in de deklaag en het stortmateriaal niet aangetoond. Het is benodigd om saneringswerkzaamheden uit te voeren. Voor het gebruik van vrijkomend materiaal, de uitvoering van de saneringswerkzaamheden en hergebruiksmogelijkheden is het noodzakelijk om Bijlage 5 raad te plegen. Het advies is om het depot grond op het zuidelijke gedeelte van de onderzoekslocatie van de voormalige stortplaats nader te onderzoeken. De herkomst, aard en samenstelling van dit depot is vooralsnog onbekend. Bij gebleken geschiktheid kan deze grond mogelijk al deels worden gebruikt voor het realiseren van een afdeklaag. Dit aspect wordt meegenomen in het saneringsplan voor de locatie.
De onderzoeksresultaten voor de rest van het plangebied vormen geen aanleiding voor nader bodemonderzoek en derhalve ook geen belemmering voor de voorgenomen nieuwbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie.
4.5
Archeologie en cultuurhistorie
4.5.1 Archeologie Toetsingskader Erfgoedwet De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek worden vervolgens in de belangenafweging betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ), omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Regionaal beleid Uit de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland blijkt dat het plangebied niet in
30
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
een zone ligt die van bijzondere archeologische waarde is. Gemeentelijk beleid De gemeente Nissewaard heeft een archeologisch beleid en beleidsinstrumenten ontwikkeld (vastgesteld in 2011), waarmee een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen is gewaarborgd. Ook worden bestemmingsplannen voorzien van een archeologieparagraaf. Meer specifiek is het doel van het voorgenomen archeologisch beleid (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. Onderzoek Binnen het plangebied komen volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart van Nissewaard twee verschillende archeologische waarden voor, namelijk waarde 2 en waarde 3. Voor waarde 2 geldt dat grond-werkzaamheden (inclusief heien) die een oppervlakte beslaan van meer dan 200 m² en tevens dieper reiken dan 5m beneden het maaiveld dienen te worden getoetst op de noodzaak van archeologisch onderzoek. Waarde 3 wordt aangemerkt als gebied met een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting.
Hier geldt dat grondwerkzaamheden (inclusief heien) die een oppervlakte beslaan van meer dan 200 m² en tevens dieper reiken dan respectievelijk 40 cm beneden het maaiveld dienen te worden getoetst op de noodzaak van archeologisch onderzoek. In de regels en de plankaart van voorliggend bestemmingsplan zijn de van toepassing zijnde archeologische dubbelbestemmingen overgenomen.
Afbeelding uitsnede archeologische beleidskaart plangebied
Conclusie
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
31
het maaiveld dienen te worden getoetst op de noodzaak van archeologisch onderzoek. In de regels en de plankaart van voorliggend bestemmingsplan zijn de van toepassing zijnde archeologische dubbelbestemmingen overgenomen. Advies Archeologie Rotterdam (mei 2021) Archeologie Rotterdam ziet naar aanleiding van de in 2020 en 2021 voorgelegde bouwplannen geen reden tot archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek) op de planlocatie en adviseert de gemeente Nissewaard dan ook om af te zien van dergelijk onderzoek. De locatie kan voor de voorgenomen ontwikkeling worden vrijgegeven zonder archeologische bemoeienis. Wel wordt benadrukt dat er altijd rekening dient te worden gehouden met zogenaamde toevalsvondsten. Hiervan dient men op basis van de Erfgoedwet 2016, art. 5.10 het bevoegd gezag, de gemeente Nissewaard, te informeren. 4.5.2 Cultuurhistorie Toetsingskader Rijksbeleid Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden.
Provinciaal beleid Uit de omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland blijkt dat het plangebied niet in een zone ligt waar cultureel erfgoed aanwezig is. Gemeentelijk beleid De regelgeving met betrekking tot de rijksmonumenten is verwoord in de Erfgoedwet. De regelgeving m.b.t. de gemeentelijke monumenten is verwoord in de Erfgoedverordening Nissewaard 2016.
Onderzoek en conclusie In het plangebied en/of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig.
4.6
Externe veiligheid
4.6.1 Kader Voor het milieuaspect externe veiligheid is een aantal bronnen van belang, namelijk het vervoer van gevaarlijke stoffen via de weg, het spoor of het water, het transport door ondergrondse leidingen en de opslag van gevaarlijke stoffen. Het Externe veiligheidsbeleid heeft betrekking op het gebruik, productie, opslag en transport van gevaarlijke stoffen. De overheid stelt grenzen aan de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen. Die grenzen zijn vertaald in een norm voor het plaatsgebonden risico (PR), een oriëntatiewaarde en verantwoordingsplicht voor het groepsrisico (GR). Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de opslag, productie of het transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Er worden in dit kader twee normstellingen 32
bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7
gehanteerd, te weten: het plaatsgebonden risico: richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers; het groepsrisico: stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. 4.6.2 Onderzoek Voor de beoordeling of in de omgeving van het plangebied risicovolle inrichtingen en/of transportroutes gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, is de risicokaart geraadpleegd. Het plangebied is niet binnen de invloedssfeer van risicobronnen gelegen. In nabijheid van Zuidland liggen gasleidingen, maar die liggen op meer dan 2 km afstand en leveren daarmee geen belemmering op. Er liggen in en rondom Zuidland een aantal risicobronnen, zoals meerdere opslagplaatsen propaan. Deze bevinden zich op meer dan 500 meter van het plangebied. Daarmee is geen sprake van een belemmering voor het planvoornemen. Het plangebied ligt evenmin in het effectgebied van gevaarlijke transportroutes. 4.6.3 Conclusie Gezien vanuit externe veiligheid zijn er geen knelpunten.