Beleidskader Inburgering Voorne-Putten
Tekst van het document
periode moet de statushouder leren om de terugkerende betaling van vaste lasten zelf te regelen en daarbij steeds maandelijks te kunnen budgetteren. Wat de gemeente vanaf 1 juli 2021 doet? De nieuwe Wet inburgering verplicht gemeenten bijstandsgerechtigde statushouders financieel te ontzorgen gedurende zes maanden na inschrijving in de gemeente. In Nissewaard willen we dat minimaal zes maanden lang doen en waar nodig verlengen. Wij zullen de inburgeraars financieel zelfredzaam maken binnen één jaar. Dat houdt in dat de gemeente de vaste lasten zoals huur, water, gas/ elektra en de zorgverzekering betaalt vanuit de uitkering van de inburgeraar en de huur en zorgtoeslagen beheert. Het ontzorgen heeft als doel te voorkomen dat er schulden ontstaan op de vaste lasten. Immers, inburgeraars zijn extra kwetsbaar door factoren als taal, cultuurverschillen, trauma’s en het beschikken over een beperkt sociaal netwerk. Het ontzorgen moet bijdragen aan een snelle start van inburgering en integratie in de samenleving. Een beperkte periode van financieel ontzorgen helpt, wanneer deze gecombineerd wordt met adequate begeleiding naar financiële zelfredzaamheid. Het financieel ontzorgen is alleen van toepassing op statushouders.
De startsituatie van gezinsmigranten verschilt van statushouders doordat gezinsmigranten vaak niet uitkeringsgerechtigd zijn en zich voegen bij een al in Nederland wonende partner die de taal spreekt en aan de inkomenseis voldoet. Naast ontzorgen wil de gemeente Nissewaard zich vanaf 2022 inzetten op het duurzaam financieel zelfredzaam maken van statushouders. 5.7 Maatschappelijke begeleiding Een van de verplichte onderdelen uit de nieuwe (en huidige) Wet inburgering is het aanbieden van maatschappelijke begeleiding. Maatschappelijke begeleiding is nodig om de statushouder de juiste ondersteuning te bieden bij het regelen en organiseren van allerlei praktische zaken. Direct na vestiging in Nissewaard biedt de gemeente maatschappelijke begeleiding aan. Het streven is dat zoveel mogelijk
statushouders na één jaar begeleiding (financieel) zelfredzaam zijn. Daarom wordt binnen de maatschappelijke begeleiding de statushouder ook zelf geactiveerd. Wat de gemeente vanaf 1 januari 2022 doet? In de nieuwe Wet inburgering begeleidt de gemeente de inburgeraar met de PIP bij het integreren en het mee kunnen doen. Dat maakt de invulling van de maatschappelijke begeleiding anders. De maatschappelijke begeleiding start vanaf januari 2022 zo spoedig mogelijk na huisvesting in de gemeente vanuit de opvang. Op Voorne-Putten streven we minimaal naar 1 jaar maatschappelijke begeleiding. Statushouders krijgen in deze eerste periode ondersteuning en begeleiding in praktische zaken en voorlichting over leefgebieden en maatschappelijke instituties van de Nederlandse samenleving. In het begin moet immers het meest geregeld worden en is de behoefte aan praktische informatie het grootst. Juridische ondersteuning blijft ook onderdeel van de maatschappelijke begeleiding. De nieuwe Wet voorziet niet in maatschappelijke begeleiding voor gezinsmigranten. Voor nu willen we de huidige vorm van maatschappelijke begeleiding als gemeenten op Voorne Putten doorzetten. De lokale afspraken zullen waar nodig worden aangepast en voortgezet. Van belang is dat de maatschappelijke begeleiding als het ware de lijm en verbindende schakel is tussen alle onderdelen binnen de uitvoering van de nieuwe wet.
Per 1 januari 2023 zien we kansen om de maatschappelijke begeleiding opnieuw tegen het licht te houden om zodoende te kijken of we hierin gezamenlijk afspraken kunnen maken op Voorne-Putten. Opgedane kennis tijdens het eerste jaar na de ingang van de nieuwe wet biedt dan als inhoudelijke input. 5.8 Participatieverklaringstraject (PVT) In het PVT maken inburgeraars kennis met de Nederlandse kernwaarden gelijkheid, vrijheid, solidariteit en meedoen. Met de participatieverklaring tekent de inburgeraar ervoor kennis genomen te hebben van de normen en de spelregels van de Nederlandse samenleving en deze te respecteren. Deze waarden komen tot leven in workshops waarin de deelnemers in gesprek gaan over de praktische toepassing in het dagelijks leven. Thema’s zijn bijvoorbeeld; gelijkheid van mannen en vrouwen, gelijke behandeling van iedereen volgens dezelfde regels. De vrijheid om volgens je geaardheid te leven, de vrijheid om te geloven of
niet te geloven. Dat solidariteit in Nederland betekent dat je belasting betaalt voor goede voorzieningen en het belang van meedoen en jezelf ontplooien. Wat de gemeente vanaf 1 januari 2022 doet? Het PVT zal net zoals in de huidige situatie bestaan uit twee verplichte onderdelen. Zo moet het bestaan uit een workshop inleiding in de kernwaarden van de Nederlandse samenleving en het ondertekenen van de participatieverklaring. Belangrijke toegevoegde eis is dat de invulling van de inleiding kernwaarden van de Nederlandse samenleving, tevens een excursie of activiteit moet omvatten. In deze excursie of activiteit wordt aandacht besteed aan een kernwaarde en wordt deze waarde praktisch vertaald. Daarnaast wordt het een intensiever traject dan de wet nu voorschrijft. Het gehele programma van het PVT (inclusief ondertekenmoment) moet bestaan uit minimaal twaalf uur. Hiertegenover staat dat het PVT niet meer binnen één jaar, maar binnen drie jaar behaald moet worden. Hiermee wordt het gelijk getrokken met de andere inburgeringsonderdelen. Hierbij wordt ook geadviseerd om he PVT niet te vroeg te doorlopen maar later in het inburgeringstraject zodat inburgeraars de taal machtiger zijn en meer beeld hebben bij de kernwaarden die worden voorgelegd. Waar de gezinsmigranten het PVT op dit moment zelf moeten bekostigen, zal dit met de nieuwe wet bekostigd worden door de gemeenten.
Zij krijgen hier een vergoeding voor. De wijziging die de nieuwe wet met zich meebrengt, zorgen ervoor dat we opnieuw moeten kijken naar onze invulling van het PVT. Op dit moment wordt het PVT door de gemeente zelf gedaan. Bestaande afspraken en inzet zullen geactualiseerd worden. 5.9 Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) Een van de onderdelen van het inburgeringsexamen is KNM. Hierin staan onder meer vragen over de Nederlandse geschiedenis, het onderwijssysteem, de gezondheidszorg en hoe wij in Nederland met elkaar omgaan.
Wat de gemeente vanaf 1 januari 2022 doet? In het nieuwe inburgeringsstelsel blijft een centraal examen KNM bestaan voor de B1-route. Binnen de Z-route en de onderwijsroute wordt KNM op aangepaste wijze ingebouwd in het programma, en hoeven inburgeraars geen separaat examen af te leggen. De exacte eisen voor KNM in het nieuwe stelsel zijn nog niet bekend. Gezinsmigranten kopen deze module zelf in, eventueel met een DUO-lening. 5.9.1 Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) In het nieuwe inburgeringsstelsel vervangt de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) de huidige Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt (ONA). Doel is om de competenties en arbeidskansen van de inburgeraars te vergroten. Een van de onderdelen van de MAP is bijvoorbeeld de praktische inzet op de arbeidsmarkt – denk aan vrijwilligerswerk, stage, werkervaringsplaats, betaald werk. Wat de gemeente vanaf 1 januari 2022 doet? De MAP moet worden aangeboden inburgeringsplichtigen. Dit betekent dus niet alleen gekoppelde statushouders maar ook aan gezinsmigranten. Deelnemers aan de onderwijsroute zijn uitgesloten van de MAP. Net zoal het PVT moet de MAP binnen drie jaar afgerond zijn. Afronding vindt plaats aan de hand van een gesprek tussen inburgeringsplichtige en de gemeente.
Om het te behalen moeten inburgeringsplichtigen naast het voltooien van het praktijkelement, in ieder geval kennis van de volgende thema’s hebben: beroepsoriëntatie, werknemerscompetenties, realistisch beroepsbeeld, beroepskansen, beroepscompetenties verwerven, netwerk opbouwen, werk vinden en werkcultuur. Er wordt van gemeenten verwacht dat zij de MAP laten uitvoeren door een organisatie die kennis heeft van de lokale arbeidsmarkt en ervaring heeft met de arbeidsmarkttoeleiding van inburgeringsplichtigen. Het heeft daarnaast onze voorkeur om de MAP, net zoals de PVT, zoveel mogelijk te integreren in de inburgeringstrajecten van inburgeringsplichtigen. Voor de deelnemers aan de B1 route zal de MAP worden meegenomen in de aanbesteding van het inburgeringstraject. Voor de overige inburgeringsplichtigen willen we dit ook zoveel mogelijk integreren en heeft onze voorkeur zo min mogelijk verschillende aanbieders te hebben voor de onderdelen binnen de inburgering. Op Voorne-Putten willen we de MAP, net zoals bij de B1-route, dit een onderdeel laten zijn in de aanbesteding van de Z-route. Ook de gezinsmigranten zullen bij die MAP aansluiten.
5.10 Handhaving Met het besluit de regie over de uitvoering van het nieuwe wet bij de gemeente te beleggen, wordt de gemeente ook verantwoordelijk voor de handhaving. Handhaven door de gemeente wil zeggen dat de gemeente de inburgeraar gedurende het gehele traject monitort/ begeleidt op de voortgang van het inburgeringstraject. Waar sprake is van verwijtbaarheid geeft de nieuwe Wet inburgering gemeenten de mogelijkheid om sancties op te leggen, bijvoorbeeld boetes. Monitoring en handhaving gelden voor de verschillende onderdelen van het inburgeringstraject: • Brede intake (wel/niet verschijnen) • PIP (monitoring voortgang/nakomen afspraken) • Leerroutes (tijdig behalen van certificaten • Examenonderdelen KNM/MAP/PVT (tijdig afronden). Wat de gemeente vanaf 1 januari 2022 doet? In de nieuwe Wet inburgering is de gemeente verantwoordelijk voor de handhaving van de PIP-afspraken (vastgelegd in een beschikking, waardoor handhaving mogelijk wordt) en DUO voor de inburgeringstermijn. Het doel van handhaven is de inburgeraar te stimuleren binnen de gestelde inburgeringstermijn aan de inburgeringsplicht te voldoen en meedoen in de samenleving. Als de inburgeraar tijdens het inburgeringstraject verwijtbaar onvoldoende inspanning toont, is het mogelijk sancties op te leggen.
Naast het onderscheid in doelgroepen (statushouders/ gezinsmigranten) wordt in het nieuwe stelsel ook onderscheid gemaakt in de handhaving van bijstandsgerechtigde en niet-bijstandsgerechtigde inburgeraars. In het nieuwe stelsel heeft de gemeente de keuze om bij de handhaving van de PIP van bijstandsgerechtigde inburgeraars van de Participatiewet of van de Wet inburgering uit te gaan. De werkwijze van Nissewaard wordt als de lagere wetgeving bekend is nader uitgewerkt en meegenomen in de integrale aanpak handhaving binnen het sociaal domein. Bij de niet-bijstandsgerechtigde vindt de handhaving altijd plaats op basis van de Wet inburgering. Voor de gezinsmigranten is de mogelijkheid voor gemeentelijke handhaving beperkt. Doordat zij zelf verantwoordelijk zijn voor het inkopen van hun inburgeringstraject kan de gemeente de gezinsmigranten tijdens voortgangsgesprekken stimuleren de taal te leren en mee te doen in de samenleving, maar kan zij niet sanctioneren bij het tonen van onvoldoende inspanning. DUO wordt verantwoordelijk voor de handhaving op de inburgeringstermijn.
Als de gezinsmigrant niet tijdig (binnen drie jaar) voldoet aan de inburgeringsplicht, zal DUO hierop handhaven. Gezinsmigranten zijn wel verplicht naar de voortgangsgesprekken te komen. Het is voor DUO daarom belangrijk dat de gemeente goed vastlegt of de gezinsmigrant naar deze gesprekken komt, en of de gezinsmigrant zich houdt aan de afspraken. De gemeente maakt van elk voortgangsgesprek een gespreksverslag en slaat deze in het klantdossier op. Ook als de klant met of zonder reden niet op het gesprek is verschenen. Deze informatie kan DUO opvragen na het verlopen van de inburgeringstermijn en kan meewegen in de beslissing een sanctie op te leggen of niet. De benodigde gegevens voor het handhaven door DUO verstrekt de inburgeraar in eerste instantie zelf aan DUO. De gemeente kan de inburgeraar adviseren en ondersteunen bij het aanleveren van de relevante informatie aan DUO. Als nadere toelichting op deze informatie nodig is, kan DUO de gemeente actief bevragen over het inburgeringstraject (voortgang, inspanning en bijzondere omstandigheden) van de inburgeraar. De wijze van gegevensuitwisseling is nog niet vastgesteld.
6. Bedrijfsvoering 6.1 Financiële inzichten Het structurele inburgeringsbudget kent twee typen kosten. Dit zijn de uitvoeringskosten en de kosten voor inburgeringsvoorzieningen. De uitvoeringskosten zijn kosten voor de brede intake, het PIP, de voortgangsgesprekken, het ontzorgen en overige uitvoeringskosten. De middelen worden verstrekt via een integratie-uitkering binnen het gemeentefonds en worden verdeeld onder gemeenten op basis van het aantal inwoners en het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond. In de decembercirculaire 2021 zijn de bedragen per gemeente opgenomen ten aanzien van de uitvoeringskosten. In onderstaande tabel is een begroting opgenomen van de totale uitvoeringskosten in één overzicht. 2020
2021
2022
2023
Brielle
34.206
22.887
50.867
55.960
Nissewaard
168.812
135.667
303.615
334.013
Westvoorne
29.117
18.958
42.134
46.352
Hellevoetsluis
79.729
57.904
128.694
141.579
Totaal kosten
311.864
235.416
525.310
577.904
Gemiddeld ontvangen we ca. € 4.100 per statushouder en ca. € 2.700 per gezins- of overige migrant. Verschil wordt verklaard door: meer gesprekken voor statushouders, financieel ontzorgen alleen voor (bijstandsgerechtigde) statushouders, kosten zijn uitgesmeerd over twee jaar. Wat kan bekostigd worden uit het budget uitvoeringskosten? • Brede intake en PIP
• • • •
Voortgangsgesprekken en handhaving Financieel ontzorgen, inclusief begeleiding richting financiële zelfredzaamheid (alleen statushouder) Inkoopkosten van trajecten Beleid en ondersteunende processen
Dit betreft voor 2020 en 2021 incidentele middelen voor de veranderopgave. Vanaf 2022 en verder zijn de structurele middelen voor de uitvoering van de nieuwe wet. Het budget voor de financiering van de inburgeringsvoorzieningen wordt aan gemeenten verstrekt door middel van een specifieke uitkering (SPUK). Het budget moet worden besteed aan voorzieningen die bijdragen aan het voldoen van de inburgeringsplicht. Deze middelen moeten we achteraf verantwoorden. Gemiddeld ontvangen we hiervoor € 12.712 per statushouder en € 589 per gezinsmigrant. Verschil wordt verklaard door: leerroutes en maatschappelijke begeleiding alleen voor asielmigranten, minder uren tolkvoorziening voor gezins- en overige migranten, kosten voor leerroutes zijn uitgesmeerd over drie jaar. In 2021 (in april/mei) wordt het voorlopige budget hiervoor bekend gemaakt. Let wel: de uitvoeringskosten en de kosten voor inburgeringsvoorzieningen bewegen mee met volumes. Voorlopige vaststelling bedrag is op basis van volumeprognose. De definitieve verstelling vindt na afloop van het jaar (mei) plaats op basis van realisatiecijfers. Wat kan bekostigd worden uit het budget inburgeringsvoorzieningen? • Leerroutes • Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) • Maatschappelijke begeleiding • Participatieverklaringstraject • Tolkvoorziening
Het Rijk adviseert de volgende bedragen te hanteren voor: Product Leerroutes MAP Maatschappelijke begeleiding
Beschikbaar budget € 10.000 € 136 € 1.944
PVT
€ 216
Tolkenvoorziening
€ 417
Totaal
€ 12.713
• Meeneemregeling Gemeenten mogen de niet-bestede middelen tot 100% van de uitkering jaarlijks meenemen naar het volgende jaar. Voor het mee te nemen budget gelden dezelfde bestedingseisen. Meegenomen middelen uit vorige jaren mogen opnieuw worden meegenomen (tot een maximum van 100% van het budget). • Doorschuiven van de lasten Als een gemeente in een jaar meer uitgeeft dan er aan budget beschikbaar is dan zal het meerdere ten laste worden gebracht van het budget in het jaar erna. Dit biedt gemeenten samen met de meeneemregeling flexibiliteit bij de besteding van de middelen. •
Belangrijke aandachtspunten: • Bij invoering van de nieuwe wet zal straks moeten worden gemonitord op de ontwikkeling van de instroom en uitstroom van statushouders en gezinsmigranten, zodat tijdig bijgestuurd kan worden. • Dit is op basis van ervaringscijfers uit het verleden. Dit is een onzekerheid voor de komende jaren. • Uitgangspunt is dat zowel statushouders als gezinsmigranten na 3 jaar het inburgeringstraject beëindigen. • Er zal een separaat besluit moeten worden genomen over
• •
welk bedrag vanuit de budgetten de nieuwe Wet inburgering jaarlijks bijgedragen aan de uitvoering van de nieuwe inburgeringswet voor zowel uitvoeringskosten als kosten voor inburgeringsvoorzieningen. De ICT kosten zijn hierin nog niet meegenomen. Een risico bij de invulling van de nieuwe taken is de rijksbijdrage voor gezinsmigranten. Deze is aanzienlijk lager dan de rijksbijdrage voor asielstatushouders, voor een deel omdat de taken verschillen. Maar voor de taken die hetzelfde zijn, worden de kosten even hoog ingeschat en is de dekking lager.
Wij zullen in het derde kwartaal van 2021 de raad informeren over de stand van zaken van de implementatie van de wet inburgering en een financieel voorstel doen hoe de nieuwe wet Inburgering wordt ingepast in de programmabegroting 2022 en verder. Ervan uitgaande dat zowel de uitvoeringskosten als kosten voor de inburgeringsvoorzieningen kostendekkend zullen zijn. 6.2 Risico’s Voor deze opgave is een risicoanalyse gemaakt. Deze kwam tot stand met een grote groep professionals met diverse specialismen. In dit document beschrijven we de voornaamste risico’s die van invloed (kunnen) zijn op implementatie-, uitvoering- en resultaten van de opgave. Deze risicoanalyse passen we jaarlijks aan op basis van de actuele situatie en bijpassende risico-inschatting op dat moment. • Bevindingen risicoanalyse De vijf belangrijkste risico’s betreffen: 1. Tijd 2. Financiële middelen 3. Inrichting ondersteunende processen (ICT) 4. Coronamaatregelen met mogelijke gevolgen op de implementatie en later de uitvoering 5. Omvang en complexiteit van nieuwe stelsel. Het belangrijkste risico waar de opgave mee te maken heeft, is de planning van het wetgevingsproces, inclusief lagere wetten, en de beschikbare financiële middelen voor de uitvoering van de opgave (A). Dit betekent dat de gemeente rekening moet houden met de onzekerheden
in de wetgeving bij de voorbereiding en uitbesteding van de nieuwe wettelijke taken. Ondanks onze planning om voor de zomer dit jaar de verschillende aanbestedingen te publiceren kunnen we de definitieve keuzes (gunning) pas maken na publicatie van de wet, vaststelling van de lagere wetten en het besluit van de gemeenteraad. Dit geheel vraagt capaciteit en flexibiliteit van de gemeente en haar uitvoerende partners. De landelijke en lokale politiek spelen bij de opgave een cruciale rol. Het wachten op de wettelijke vaststelling is hiervoor genoemd. Politiekbestuurlijke keuzes kunnen invloed hebben op (processen in) de opgave Inburgering. Risico’s zijn bijvoorbeeld de krapte op de woningmarkt, de jaarlijkse nieuwe instroom van statushouders/gezinsmigranten en de beschikbare financiële middelen (B). Een nieuwe bijkomstigheid is corona en daarmee de onvoorspelbaarheid van maatregelen die invloed kunnen hebben op de implementatie en de uitvoering (D). Een en ander kan leiden tot niet-afgeronde inburgeringstrajecten en daarmee dat inburgeraars langer in een uitkering zitten, marginaliseren en meer risico lopen schulden op te bouwen. Investeren in inburgeringstrajecten is een investering in de sociale- en economische positie van inburgeraars en uiteindelijk de samenleving. Informatievoorziening en ICT-systemen vormen ook een mogelijke risico (C).
Stel bijvoorbeeld dat de definitieve invulling van de digitale uitwisseling tussen COA en gemeente pas in mei 2021 bekend is, dan bestaat het risico dat Nissewaard op 1 juli 2021 niet alle benodigde wijzigingen in de eigen systemen kan doorvoeren. Ook kunnen de interne systemen niet goed worden ingericht, totdat duidelijk is welke landelijk afspraken of eisen worden gesteld aan informatievoorziening. In de voorbereiding houdt de gemeente hier rekening mee en kijken we naar alternatieve oplossingen. Tot slot zien we de nieuwe wet als een kans voor het pakken van een stevige regierol bij de inburgering. Het betreft een ingrijpende en complexe stelselwijziging waarvan we nog niet alle implicaties kunnen overzien en zullen moeten leren en ontwikkelen. We monitoren de ontwikkelingen en onze aanpak steeds kritisch om waar nodig bij te stellen. 6.3 Organisatie Nissewaard richt de organisatie zodanig in dat niet alleen de nieuwe taken goed uitgevoerd kunnen worden, maar ook de taken en verantwoordelijkheden uit het huidige en oude stelsel. Werken met verschillende inburgeringsstelsels naast elkaar maakt de opgave een
complex geheel. Bij de gehele keten rondom de nieuwe Wet inburgering zijn tal van externe organisaties betrokken: ministeries SZW en OCW, VNG, Divosa, COA/AZC, IND, DUO, taalaanbieders, maatschappelijke organisaties, welzijnsorganisaties, onderwijsinstellingen en regiogemeenten. Nissewaard werkt de relaties met deze externe partijen uit, hoe de samenwerking vorm krijgt in de implementatieperiode en voor de periode vanaf de invoering van de nieuwe wet. Dit houdt ook in afspraken maken via inkoop, eventueel subsidierelaties, overdracht-, afstemmings- en verantwoordingsrelaties, zodanig dat deze ondersteunend zijn aan het inburgeringsproces. 6.4 Inkoop Onderdelen van de inburgeringsopgave die de gemeente niet zelf kan aanbieden, besteden we aan. Per inkoopspoor/route bekijken we om welke producten en diensten het gaat en in hoeverre de gemeente deze bij marktpartijen kan inkopen. Om de beste resultaten uit de markt te halen, zijn verschillende aanbestedingen nodig of één aanbesteding en deze taken onderverdelen in percelen.
De inkoop richt zich op de volgende wettelijke taken: • Maatschappelijke begeleiding en financieel ontzorgen • Z-route • B1-route • Onderwijsroute • MAP en PVT voor gezinsmigranten 6.5 Juridische aspecten • Lokale regelgeving: Verordening en beleidsregels Naast de landelijke wet- en regelgeving zal de gemeente ook gemeentelijk regelgeving moeten opstellen voor de uitvoering van de inburgering. In de verordening willen we onder meer vastleggen hoe we (binnen de landelijke kaders) kunnen handhaven op het niet nakomen van de verplichtingen tijdens de inburgeringsplicht. Deze verordening moet de gemeenteraad vaststellen. Eventueel op te stellen beleidsregels stelt het college vast. • Uitvoering De uitvoering van de Wet inburgering wordt zodanig ingericht dat dit voldoet aan de relevante wet- en regelgeving. De brieven en besluiten die de gemeente in het kader van de nieuwe processen verstuurt, moeten
juridisch juist zijn (denk bijvoorbeeld aan de vermelding van de wettelijke grondslag, maar ook aan de rechtsbeschermingsclausule). In de uitvoering is aandacht nodig voor de borging van de bescherming van de persoonsgegevens van inburgeraars (AVG). Hierbij krijgen de processtappen waarbij sprake is van gegevensuitwisseling extra aandacht. In de regel worden de taken van de nieuwe Wet inburgering belegd bij het college. Deze taken en bevoegdheden worden gemandateerd aan de ambtenaren in de organisatie die de werkzaamheden onder de nieuwe Wet inburgering uitvoeren. Dit dient ingeregeld te worden via de betreffende besluiten (onder)mandaat, (onder)volmacht en (onder) machtiging. 6.6 Regionale samenwerking Bij het ontwikkel- en inkoopproces werken we nauw samen met de regiogemeenten; binnen de arbeidsmarktregio Rotterdam-Rijnmond en Voorne-Putten. Schaalvergroting bij inkopen biedt inhoudelijke-, financiële- en organisatorische voordelen voor Nissewaard en de regiogemeenten. Ook bij het sluiten van het kwaliteitsconvenant met taalaanbieders. 6.7 ICT Eerder werd er gesproken over de ontwikkeling van een landelijk ICTsysteem voor gegevensuitwisseling tussen COA, IND, DUO en gemeenten. Het ministerie van SZW heeft hiervan afgezien. De VNG is bezig met een onderzoek naar het gebruik van bestaande systemen. Rotterdam is betrokken bij dit onderzoek en dit volgen wij op de voet.
Dit betekent dat we te zijner tijd onze ICT-systemen op de gestelde eisen zullen toetsen en waar nodig aanpassen. Daarbij is de privacywetgeving en het veilig uitwisselen van gegevens en documenten met partners een voorwaarde. Uiteraard is een belangrijke vraag hoe de systemen zich tot elkaar verhouden. In de huidige fase is het nog niet mogelijk om de hoogte van het benodigde projectbudget voor de ICT-implementatie vast te stellen. 6.8 Planning processen • Aanbesteding Onderwijsroute en B1 Route met arbeidsmarktregio Rotterdam-Rijnmond Sinds begin 2020 zijn er intensieve gesprekken geweest tussen alle gemeenten binnen de regio Rotterdam-Rijnmond, om zodoende te kijken
waar we raakvlakken hebben en samen willen optrekken. Daaruit is gebleken dat we een aantal onderdelen lokaal of subregionaal willen opzetten en een aantal onderdelen dat we graag in groter verband willen oppakken. Op de onderdelen B1-route en de Onderwijsroute willen we aansluiten bij de aanbesteding van Rotterdam. Hierin participeren meerdere gemeenten. Onder andere de volgende argumenten liggen hieraan ten grondslag: • Snelle instroom: met het volume statushouders van meerdere gemeenten kunnen klassen goed gevuld worden en kunnen statushouders na huisvesting sneller instromen in plaats te moeten wachten totdat er genoeg statushouders zijn om een klas te vullen. • Lagere kosten in verband met schaalgrootte: door het volume statushouders en het kunnen vullen van klassen zorgt er tevens voor dat de kosten gedrukt worden ten opzichte van lokale of subregionale aanbesteding. • Aansluitende visie: onze ideeën van de combinatie taal leren en participeren komen overeen met de visie van Rotterdam en de andere deelnemende gemeenten. • Onderwijsroute Voorne-Putten overstijgend: bij de Onderwijsroute worden de minste statushouders verwacht. Omdat jongeren binnen dit traject ook kunnen kiezen voor HBO en WO is dit Voorne-Putten overstijgend. Vrijwel alle gemeenten binnen Rotterdam-Rijnmond trekken samen op zodat er gezamenlijke afspraken kunnen worden gemaakt met HBO en WO instellingen.
• Aanbesteding Z-route met subregio Voorne-Putten Waar we ervoor kiezen om op de B1-route en Onderwijsroute mee te doen aan de aanbesteding met Rotterdam-Rijnmond, hebben we ervoor gekozen dit niet te doen als het gaat om de Z-route. Bij de Z-route worden lagere aantallen statushouders verwacht dan bij de B1-route. Vanwege de schaalgrootte is er in de aanbesteding van Rotterdam minder ruimte voor een spreiding van locaties. Dit zou betekenen dat er voor onze statushouders geen locatie zou zijn op Voorne-Putten. Juist de statushouders die de Z-route zullen gaan volgen zijn minder zelfredzaam waardoor het reizen naar Rotterdam minder wenselijk is. De kwetsbaarheid van deze groept maakt dat wij de Z-route zo lokaal mogelijk willen organiseren, in samenwerking met onze lokale maatschappelijke partners. Hierin trekken we dus verder als VoornePutten zijnde op.
Binnen de aanbesteding van de B1 route worden de lokale partners en aanbieders meegenomen. Er zal in de aanbesteding prestatieafspraken worden gemaakt voor het betrekken van lokale partners zoals taalvrijwilligers, taalhuis enzovoort. Het aanbod van de onderwijsroute is van het niveau MBO en hoger onderwijs. Dit wordt regionaal aanbesteed waar het maken van prestatieafspraken met lokale partners minder van toepassing is. Activiteit
Wordt datum
Voorbereiding aanbesteding
maart/april 2021
Opmerking
Publicatie aanbestedingsdocumenten
03 mei 2021 Raadsvergadering 28 april 2021
Uiterlijke ontvangst van vragen voor de 1e Nota van Inlichtingen
31 mei 2021 Uiterlijk voor 10.00 uur via TenderNed
Bekendmaken 2e Nota van Inlichtingen
8 juni 2021
Sluitingstijdstip: Uiterlijke ontvangst van Inschrijvingen
28 juni 2021 Uiterlijk voor 10.00 uur via TenderNed
Gestanddoening (Vanaf de datum van ontvangst van de inschrijvingen)
3 maanden
Versturen gunningsbeslissing
9 juli 2021
Bezwaartermijn Definitieve gunning
10 kalenderdagen 20 juli 2021 Is alleen mogelijk als er geen bezwaren zijn gekomen binnen de bezwaartermijn
Implementatieperiode
september t/m december 2021
Ingangsdatum contract
01 januari 2022
De Aanbestedende Dienst kan deze planning wijzigen. Aan deze planning kunnen geen rechten worden ontleend.
6.9 Monitoren en evalueren De opgave Inburgering raakt meerdere wetten, beleidsterreinen en portefeuillehouders. De bestuurlijke sturing berust bij wethouder Struijk (Integratie) in nauwe samenwerking met wethouder Bal (Participatie). Periodiek zullen we aan de gemeenteraad de voortgang van de opgave rapporteren door middel van het bestuursverslag Sociaal Domein. Het moment van inwerkingtreding van de nieuwe wet markeert een nieuwe fase van de ambitie om samen met gemeenten en o.a. taalaanbieders een adaptief en lerend stelsel waar te maken. Hiertoe is een centrale plaats ingeruimd voor monitoring en evaluatie, als instrument om beleidsvoering te versterken en om tijdig wijzigingen te kunnen aanbrengen. Het monitoring- en evaluatiekader is sterk afhankelijk van de concretisering van de lagere regelgeving en wordt simultaan aan dit proces uitgewerkt. Hier zal gekeken worden naar de betaalbaarheid van het stelsel na drie jaar, de benodigde ondersteuning voor gezinsmigranten, maatschappelijke begeleiding en de prestatiebekostiging zal in ieder geval deel van uitmaken. Voor zowel het gehele kader als het onderzoek naar de betaalbaarheid geldt dat deze gezamenlijk met de VNG, SZW en Divosa verder uitgewerkt worden. Binnen de gemeente bewaken we de voortgang en kwaliteit van het stelsel en sturen zo nodig bij.
postadres Postbus 25, 3200 AA Spijkenisse | bezoekadres Raadhuislaan 106, 3201 EL Spijkenisse telefoon 14 0181 | e-mail gemeente@nissewaard.nl | www.nissewaard.nl www.twitter.com/gemnissewaard | www.facebook.com/gemeentenissewaard