CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidskader Inburgering Voorne-Putten

Gemeenteraad 28 april 2021, gemeente NissewaardBij agendapunt: Beleidskader Inburgering13.307 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

De aanpak van Nissewaard op anderstaligen

Beleidskader Inburgering Voorne-Putten

Gemeente Nissewaard Beleidskader Inburgering Voorne-Putten De aanpak van Nissewaard op anderstaligen Datum maart 2021 Versie 1.0 Auteur(s) E. Erkci Vormgeving C. de Vos

INHOUD Management samenvatting Van wettelijke pijlers naar implementatie nieuwe Wet inburgering 1.

Inleiding

2. 2.1 2.1.1 2.1.2

Beschrijving van het beleidskader Visie op inburgeren op Voorne-Putten Inhoudelijke uitgangspunten voor Nissewaard bij deze visie Implementatie uitgangspunten

3. 3.1 3.1.1 3.1.2

Inburgeringsplichtigen Analyse Nissewaardse inburgeraars Statushouders met en zonder uitkering Gezins- en overige migranten

4. 4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.4 4.3

Verschillende stelsels en doelgroepen Stelsel 2007-2013 Stelsel tussen 2013 en 1 januari 2022 De Nissewaardse aanpak anderstaligen 2019-2021 Kwaliteitsconvenant met taalaanbieders Formele- en non-formele taaltrajecten Stelsel vanaf 1 januari 2022

5. 5.1 5.1.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

Bouwstenen Brede intake Pilot Startklas Voorne-Putten Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) Voorne-Putten Startklas B1-route Onderwijsroute Zelfredzaamheidroute (Z-route) Financieel ontzorgen Maatschappelijke begeleiding Participatieverklaringstraject (PVT) Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) Handhaving

6. 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9

Bedrijfsvoering Financiële inzichten Risico’s Organisatie Inkoop Juridische aspecten Regionale samenwerking ICT Planning processen Monitoren en evalueren

MANAGEMENTSAMENVATTING Gemeenten moeten naar verwachting per 1 januari 2022 een integraal inburgeringsprogramma aanbieden en regie houden op het inburgeringsproces zoals voorgeschreven in de nieuwe Wet inburgering 2021. Voor het zomerreces, op 2 juli 2020, is de nieuwe Wet door de Tweede Kamer aangenomen. Dit document omvat de belangrijkste punten. Het beleidskader is op hoofdlijnen geschreven en geeft een beeld van de opgave en hoe we ons voorbereiden hierop. Niet alleen op de uitvoering van de nieuwe wettelijke taken, maar ook op een samenhangend en integraal inburgeringsaanbod voor alle inburgeraars op Voorne-Putten. De gemeenten, maatschappelijke organisaties en vrijwilligers zetten zich volop in om inburgeraars te ondersteunen en begeleiden naar hel snel en volwaardig meedoen in de samenleving. Daarbij verwachten we dezelfde inzet en betrokkenheid van de inburgeraars zelf om binnen de gestelde termijn aan de inburgeringsplicht te voldoen. De nieuwe wet biedt de gemeenten ook mogelijkheden om bij onvoldoende inzet hier maatregelen op te nemen. Wetgevingsproces De nieuwe Wet inburgering is afgelopen najaar in de Eerste Kamer behandeld. Daarnaast is het ministerie van SWZ – in overleg met stakeholders – druk bezig met het uitwerken van de lagere wetten.

Mede door het afgesproken besluitvormingsproces van de lagere wetten (consultatieronde, Tweede Kamer en advies Raad van State) verwacht SZW de vaststelling van de lagere wetten pas in mei 2021. Dit brengt onzekerheden met zich mee en mogelijke risico’s voor de implementatie. Van wettelijke pijlers naar implementatie De nieuwe Wet inburgering gaat niet in op 1 juli 2021, maar naar verwachting op 1 januari 2022. Vanaf dat moment krijgen gemeenten de regie op de nieuwe wet inburgering. Gemeenten moeten inburgeringstrajecten inkopen en inburgeraars een traject op maat aanbieden met als belangrijkste pijlers: taal, inburgeren (meedoen) en werken. We zetten ons op Voorne-Putten in op de aanpak anderstaligen die alle nieuwkomers optimaal ondersteunt en begeleidt naar een snelle en

volwaardig meedoen in de samenleving. De aanpak omvat volgend jaar niet alleen het nieuwe stelsel (vanaf 1 januari 2022), maar ook het huidige- (‘ondertussengroep’) en het oude stelsel (voor 2013). Begroting Bij de gesprekken met de minister hebben de G4 gemeenten consequent vastgehouden aan het uitgangspunt van uitvoerbare en betaalbare wet. Dankzij stevige onderhandelingen zijn de gemeentelijke uit- en invoeringskosten substantieel opgehoogd. Voor de uitvoeringskosten is vanuit de decembercirculaire 2020 een bedrag van € 303.615 in 2022 toegekend en vanaf 2022 per jaar structureel € 334.013. Dit zijn de kosten voor de brede intake, PIP en voortgang, ontzorgen en overige uitvoeringskosten (zoals inkoop en beleidsondersteuning). Onder kosten voor inburgeringsvoorzieningen vallen de kosten voor de leerroutes, de module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), maatschappelijke begeleiding, het participatieverklaringstraject (PVT). De kosten voor de inburgeringsvoorzieningen zullen worden uitgekeerd via een specifieke uitkering (SPUK) dat uitsluitend ingezet moet worden aan activiteiten waartoe het is bestemd. Inkoop De gemeenten moeten meerdere producten en diensten inkopen. Het inkooptraject neemt daarmee een belangrijke plek in binnen de gehele opgave. Met de huidige planning betekent dit dat we tijdig moeten beginnen met de voorbereidingen van de verschillende aanbestedingen.

Deze voorbereidingen zijn inmiddels in volle gang. Enerzijds gebeurt dit voor twee leerroutes (B1-route en onderwijsroute) met de gemeenten in Rotterdam-Rijnmond. Anderzijds werken we samen aan de opgave inburgering met de gemeenten op Voorne-Putten (de overige onderdelen van de nieuwe wet). Het is belangrijk dat partijen waarmee Nissewaard een (contract)relatie aangaat, voldoende tijd hebben voor de implementatie in hun eigen organisatie. Voor elk inkoopspoor bepalen we wat de beste manier is om de markt te benaderen. We verwachten de aanbestedingen rond 3 mei aanstaande te publiceren. Gunning van de contracten vindt plaats als de nieuwe wet in werking is getreden.

Risicoanalyse In het document is beschreven welke voornaamste risico’s er in deze opgave zijn. Aan deze beschrijving ligt een gedegen risicoanalyse ten grondslag. Voor de risico’s waarvan de ernst groot is, en de kans hoog is, zullen we beheersmaatregelen vaststellen. De vijf belangrijkste risico’s betreffen: 1. Tijd (met name het wetgevingsproces en de onzekerheden daaromtrent) 2. Financiële middelen 3. Inrichting ondersteunende processen (ICT) 4. Corona-maatregelen met mogelijke gevolgen op de implementatie en later de uitvoering 5. Omvang en complexiteit van nieuwe stelsel.

1. INLEIDING Met de nieuwe Wet inburgering, die naar verwachting 1 januari 2022 ingaat, worden gemeenten verantwoordelijk voor een integraal aanbod op inburgering en krijgen zij de regierol in de uitvoering van het nieuwe stelsel. Onderstaand schema laat zien wat er gaat veranderen in de nieuwe Wet inburgering t.o.v. het huidig stelsel.

Huidig stelsel 2013-2021

Nieuw stelsel m.i.v. januari 2022

Rijk is verantwoordelijk en heeft regie

Rijk is verantwoordelijk, gemeenten hebben aanbodplicht en regie op de voortgang van inburgeringstrajecten voor statushouders. Voor gezins- en overige migranten hebben gemeenten een beperkte regierol en aanbodplicht.

Statushouder is volledig verantwoordelijk voor inburgeringstraject en krijgt Statushouder en gemeente zijn samen verantwoordelijk voor het inburgeringstraject. DUO-lening van 10.000 euro om zijn inburgeringstraject te financieren. Voor Gemeente krijgt middelen van het Rijk om inburgeringstrajecten op maat aan te statushouders volgt kwijtschelding lening bij het behalen diploma. bieden aan statushouders. Gezins- en overige migranten krijgen een beperkte ondersteuning van de gemeente en blijven zelf verantwoordelijk voor hun taaltrajecten. Vrije marktwerking

Gemeente koopt diensten in voor statushouders en enkele deelproducten voor gezinsmigranten.

A2-taalniveau

B1-taalniveau

Focus op taal

Focus op meedoen én taal

Een asielzoeker die als vluchteling wordt erkend, krijgt de asielstatus. Hij/zij wordt ook wel statushouder genoemd. Nakomende familieleden van een statushouder zijn nareizigers. De term gezinsmigrant wordt gebruikt voor personen die hier komen om te trouwen, een partnerschap af te sluiten of te gaan samenwonen met een al in Nederland wonende partner.

Het doel van de nieuwe wet is dat iedereen meedoet, het liefst via betaald werk. Dit is waar de inzet van de inburgeraar, de overheden en andere (maatschappelijke) partners op is gericht. Om deze doelstelling te bereiken wordt inburgering gepositioneerd als onderdeel van het brede sociaal domein. De regierol van gemeenten over de uitvoering is vastgelegd in de wet. De nieuwe wet kent hoge ambities vergeleken met het huidige inburgeringsstelsel. Meedoen is het hoofddoel en het vereiste taalniveau wordt verhoogd van A2 naar B11. Samenwerking tussen de inburgeraar, de overheden en partners is cruciaal om deze doelen te behalen. In het huidige inburgeringsstelsel zijn inburgeraars zelf verantwoordelijk (ook financieel) voor hun inburgeringstraject, waaronder het uitzoeken en inkopen van inburgeringslessen. In de praktijk werkt dit niet. Een grote groep inburgeraars is de dupe geworden van malafide taalaanbieders. Veel inburgeraars hebben hun DUO-lening opgemaakt terwijl hun inburgeringstraject nog niet is afgerond. Hierdoor hebben sommigen grote schulden bij DUO opgebouwd. Alle betrokken stakeholders erkennen het falen van het huidige inburgeringsstelsel. In het rapport van de Nationale Ombudsman ‘Een valse start’ (okt. 2018)2 concludeert de Ombudsman het volgende: ‘Burgers missen dienstverlening op maat. De overheid vraagt veel van inburgeraars en faciliteert te weinig.

Dat is een gemiste kans’, stelt het rapport. Om dat te voorkomen dat inburgeraars die nu inburgeren of die dat de komende tijd nog doen onder het huidige stelsel, zetten we als gemeente met de ketenaanpak Nieuwkomers ons vol in op de begeleiding en ondersteuning van de huidige statushouders en gezinsmigranten in hun inburgeringstrajecten. De Nissewaardse aanpak anderstaligen, het vervolg 2022 e.v. bouwt voort op de bestaande activiteiten voor een integrale inburgeringsaanpak voor alle inburgeraars, oud én nieuw. Zowel de wettelijke taken als de college-ambities uit de Nissewaardse aanpak anderstaligen 2019-2021 en het Koersdocument Voorne-Putten Werkt 2019-2021 zijn hierin opgenomen.

1 2

A Basisgebruiker (A1/A2: beginner), B Zelfstandige gebruiker (B1/B2: gevorderd: https://detaalbrigade.nl/taalniveaus/. www.nationaleombudsman.nl/onderzoeken/2018065-onderzoek-naar-behoorlijke-inburgering

In dit document staat de inhoud van de wettelijke pijlers beschreven en wordt per proces toegelicht waar we staan en waar we naar toe werken om op 1 januari 2022 gesteld te staan voor de uitvoering. Alle processen in gezamenlijkheid vormen de opgave: nieuwe wettelijke taken en college-ambities. We zetten ons in voor de Nissewaardse aanpak anderstaligen die alle inburgeringsplichtigen optimaal ondersteunt en begeleidt naar een snelle en volwaardig meedoen in de samenleving. De aanpak omvat de nieuwe- (va. 1 januari 2022), bestaande(‘ondertussengroep’) en de inburgeraars van het oude stelsel (voor 2013). In dit plan geven we antwoord op de volgende vier centrale vragen van de opgave: 1. Wat is de visie op inburgering op Voorne-Putten? 2. Hoe zien de gemeentelijke taken van de nieuwe Wet inburgering eruit? 3. Hoe willen we de visie en de nieuwe Wet inburgering verankeren? 4. Wat hebben we nodig om dit te realiseren? Wetgevingsproces De nieuwe Wet inburgering is halverwege 2019 als wetsontwerp voorgelegd aan de Tweede Kamer. Dit was het startpunt voor Nissewaard om samen met de andere gemeenten op Voorne Putten een werkgroep te vormen dat de uitvoering voorbereidt: de wettelijke taken vertalen naar gemeentelijk beleid, werkprocessen, organisatie en instructies voor de uitvoering. Op 2 juli 2020 is het wetsvoorstel aangenomen in de Tweede Kamer. Op 1 december jl.

heeft de Eerste Kamer de nieuwe Wet aangenomen en is de Wet gepubliceerd in de Staatscourant. De lagere wetten (Algemene Maatregelen van Bestuur en Ministeriële regelingen), waarbij de details van de wet nader worden vormgegeven, zal het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in samenspraak met stakeholders, de komende maanden verder uitwerken. Mede door het afgesproken besluitvormingsproces van de lagere wetten (consultatieronde, Raad van State en Tweede Kamer) verwacht SZW de vaststelling van de lagere wetten pas mei 2021. De uitwerking van de lagere wetten is medebepalend voor de gemeentelijke uitvoering. De invoeringsdatum is naar verwachting 1 januari 2022. Om op tijd klaar te zijn voor de uitvoering van onze wettelijke taken, treft de gemeente de nodige voorbereidingen, zowel intern als extern, met beperkte zekerheden.

2. BESCHRIJVING VAN HET BELEIDSKADER 2.1 Visie op inburgeren op Voorne Putten Inburgeringsplichtigen doen snel en volwaardig mee aan de Nederlandse maatschappij. Elke nieuwe inburgeraar doet binnen drie jaar naar hoogst mogelijke, haalbare draagkracht mee in de samenleving door middel van betaald werk, vrijwilligerswerk of een andere vorm van dagbesteding. Inburgeraars spreken de Nederlandse taal en het voor hen hoogst haalbare taalniveau (liefst niveau B1). Ook zijn inburgeraars (financieel) zelfredzaam en hebben een (lokaal) netwerk opgebouwd in Voorne-Putten. Er wordt gestreefd naar duurzaam meedoen op het niveau dat bij diegene het beste past. Dat vraagt inspanning van zowel de inburgeraar als de samenleving. Een actieve houding van inburgeraars is vereist voor het volwaardig mee kunnen doen.Maar de samenleving speelt ook een belangrijke rol. Die hoort veilig en open te zijn om nieuwkomers op te nemen en niet uit te sluiten. De omgeving moet het mogelijk maken dat iedere Nissewaarder – oud en nieuw – naar vermogen mee kan doen. 2.1.1 Inhoudelijke uitgangspunten voor Nissewaard bij deze visie Om deze visie waar te maken, gelden de volgende uitgangspunten voor Nissewaard: • Meedoen is het hoofddoel, het liefst via betaald werk of een opleiding Het op een zo hoog mogelijk niveau beheersen van de Nederlandse taal is nodig om werk te vinden of een opleiding te volgen.

Werken draagt bij aan een volwaardig meedoen, het verbeteren van het taalniveau en het opbouwen van een sociaal netwerk. De Participatiewet heeft als doel om zoveel mogelijk mensen, ook wanneer mensen weinig arbeidsvermogen hebben, te ondersteunen naar werk. Daarnaast is het doel om de afhankelijkheid van mensen in de uitkering zo minimaal mogelijk te houden, waarbij de nadruk ligt op het activeren van mensen. De gemeente kijkt vooral naar de mogelijkheden: wat kan de inburgeraar, hoe kunnen zijn of haar kwaliteiten goed benut worden en hoe kunnen we iemand stimuleren of ondersteunen in zijn of haar traject. Het hebben van een uitkering is niet vrijblijvend: wie een uitkering ontvangt, doet naar vermogen mee. Als betaald werk (nog) niet mogelijk is, vraagt de gemeente de uitkeringsgerechtigde een (maatschappelijke) inspanning te leveren, om

de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen. Dit kan bijvoorbeeld mantelzorg of vrijwilligerswerk zijn. Een combinatie van het leren van de taal en werken ziet de gemeente als een ideale situatie. • Taal is een basis om volwaardig te kunnen meedoen Gemeenten zijn verantwoordelijk een passend taalaanbod te verzorgen met betrouwbare partners die kwaliteit leveren voor een deugdelijke prijs. Hiertoe brengt de gemeente Nissewaard intern in kaart welk taalaanbod beschikbaar is voor de regio en sluiten we een kwaliteitsconvenant af met taalaanbieders3. • Actieve inzet van de inburgeraar Om succesvol in te burgeren, moeten inburgeraars zelf actief aan de slag. De gemeente ondersteunt en zorgt voor de benodigde randvoorwaarden (het pad), inburgeraars moeten dat pad zelf bewandelen. Goede communicatie en het uitspreken van wederzijdse verwachtingen is daarbij belangrijk. Onbekende paden inslaan is makkelijker met hulp van een netwerk van Nissewaarders van verschillende achtergronden. We stimuleren intercultureel contact door vrijwillige (taal)maatjes in te zetten. Dit draagt bij aan veiligheid en geborgenheid om vanuit vertrouwen stappen te zetten. • Ontspanning in de samenleving Met deelname aan het ‘lokaal akkoord sport & bewegen’ zet het college zich in op een ontspannen samenleving door meer aandacht te besteden aan de verscheidenheid in de stad, gelijke kansen en inclusie.

Daarnaast dragen sport en cultuur bij aan een ontspannen (gelukkige en gezonde) leefstijl. Wij bewerkstelligen dat het kennis maken met kunst en cultuur en de geschiedenis van de gemeente onderdeel uitmaakt van het integratieproces van nieuwkomers in de gemeente. Het college maakt dit toegankelijk voor iedere inwoner, onder andere door vanuit High Five en Thuis in de Wijk maatschappelijke initiatieven te stimuleren, ondersteunen en zelf te organiseren. Verbinding met en open houding van de samenleving naar de nieuwe Nissewaarders draagt dan zeker bij aan succesvol inburgeren en meedoen in onze stad.

3

Taalaanbieders moeten voldoen aan een certificaat of keurmerk (artikel 16 lid 3 Wet inburgering 2021).

• Persoonlijke benadering en maatwerk Het kost de inburgeraar tijd om zijn draai te vinden in Nederland, bijvoorbeeld door stress vanwege het wonen in een nieuw land, oorlogsof vluchttrauma’s, (het uitblijven van) gezinshereniging of door schulden. Het is belangrijk om rekening te houden met de persoonlijke situatie van inburgeraars. Maatwerk is de sleutel tot snelle en effectieve inburgering. In Nissewaard herkennen deskundige professionals (gespecialiseerde klantmanagers en werkadviseurs) de verschillen en vertalen die naar een persoonlijke benadering op maat. Het succes van de ketenaanpak Nieuwkomers zet de gemeente voort, zodat meer inburgeraars aan het werk komen of naar een opleiding gaan. 2.1.2 Implementatie uitgangspunten Deze visie vertaalt de gemeente in een concreet stappenplan voor de inburgeraar en we passen de organisatie van het werk daarop aan. Hieronder geven we een korte opsomming van de implementatie uitgangspunten: • Samenhangende- en integrale aanpak De gemeente richt zich naast taal en arbeidstoeleiding, ook op huisvesting, zorg, begeleiding en aanpakken schulden en armoede. Een goede samenwerking en afstemming met alle gemeentelijke eenheden en de externe partners is daarbij onmisbaar. Maatwerk leveren vraagt om een samenhangende aanpak. Zie hiervoor de ketenaanpak nieuwkomers in paragraaf 4.2.1.

• Constructieve samenwerking met partijen in de gemeente en regio Via de aanbesteding van diensten zal de gemeente nieuwe samenwerkingsrelaties aangaan met partijen uit de stad/ regio. De invulling van die samenwerking moet het inburgeringstraject van de inburgeraar faciliteren en ondersteunen. • Kwaliteitsborging Om de kwaliteit van de (interne en externe) uitvoering continu te borgen, maakt de gemeente gebruik van instrumenten als een kwaliteitsconvenant, contractmanagement, monitoring en verantwoording. Hiermee bieden we optimale kwaliteit aan alle inburgeraars van het oude- en nieuwe stelsel.

• Kennisgedreven werken Naast een kwalitatieve- en kwantitatieve opgaveanalyse neemt de gemeente onderzoeks- en praktijkkennis van uitvoerders en ervaringsdeskundigen mee in de voorbereiding en uitvoering van de inburgeringsopgave. • Juridische aspecten De nieuwe Wet inburgering 2021 is door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer aangenomen. Op dit moment werkt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de lagere wetten uit. Dit betekent dat de gemeentelijke taken nog gewijzigd/ aangescherpt kunnen worden. Gemeente Nissewaard zal alle juridische aspecten weer grondig beoordelen zodra de lagere wetten definitief zijn vastgesteld.

3. INBURGERINGSPLICHTIGEN De doelgroep van de nieuwe Wet inburgering blijft ongewijzigd ten opzichte van de huidige Wet. Net zoals in het huidige inburgeringsstelsel zijn vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk doel inburgeringsplichtig. Dit zijn zowel asielstatushouders en hun familie- of gezinsleden als gezinsmigranten. Het te volgen inburgeringstraject en de gemeentelijke taken zijn voor deze twee groepen (statushouders en gezinsmigranten) echter verschillend. In de volgende hoofdstukken wordt dat nader toegelicht. 3.1

Analyse Nissewaardse inburgeraars

3.1.1 Statushouders4 met en zonder uitkering De meeste statushouders die sinds 2013 naar Nederland zijn gekomen, zijn mensen uit Syrië, Eritrea, Somalië, Afghanistan, Iran en Irak. Kenmerken groep: • Sinds 2013 zijn relatief veel gezinsleden/ gezinsherenigers gehuisvest, maar deze groep wordt de laatste jaren kleiner. De verwachting is dat vanaf 2020 er meer mannen een asielaanvraag doen / verblijfsvergunning krijgen, waarbij er na-reiziging wordt aangevraagd voor de familie. Tot 2018 bestond 37% uit na-reizigers, vanaf 2018 tot nu 20%. • Binnen de caseloads is de verdeling naar geslacht bij de statushouders gemiddeld 40% man en 60% vrouw. Echter, mannen stromen vaker en sneller uit een uitkeringssituatie. Landelijke cijfers zijn circa 75% mannen die zich eerst vestigen. Dit is nu nog gericht op statushouders met een uitkering. • 40% van de groep statushouders bestaat uit kinderen in de leerplichtige leeftijd (5 t/m 17 jaar). Voor de groep 18 plus, die tevens inburgeringsplichtig zijn, bedraagt circa 60%. Het aantal statushouders nam de afgelopen jaren af, maar in november jl. is door het Rijk aangekondigd dat gemeenten voor 2021 aanzienlijk meer inburgeraars toegewezen krijgen vanuit de landelijke verdeling taakstelling. De verhoogde taakstelling komt doordat een Taskforce vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid aan de slag is gegaan met de achterstanden bij

de IND, wat leidt tot een hogere afdoening van asielaanvragen. Op 8 november hebben we te horen gekregen dat de Nissewaardse taakstelling voor 2021 circa 132 bedraagt. Vluchtelingenstromen zijn onvoorspelbaar en afhankelijk van externe politieke en mondiale ontwikkelingen. Vanaf 1 mei 2020 zijn Turkse asielstatushouders ook inburgeringsplichtig. Deze groep komt er dus nog bij. Inburgeraars hebben drie jaar de tijd om te voldoen aan de inburgeringsplicht.De mogelijkheid tot ontheffing blijft ook in het nieuwe stelsel bestaan, wanneer er bijvoorbeeld psychische of lichamelijke belemmeringen zijn of als er sprake is van een verstandelijke beperking. Toegevoegd aan het stelsel is gedeeltelijke ontheffing, bijvoorbeeld voor mensen met een visuele beperking. Voor statushouders die van 2013 tot en met 2020 inburgeringsplichtig waren, gelden de volgende aantallen. Asielgerechtigde

2013

2014

2015

2016

2017

Inclusief nareizigers en referenten.

2019

Peildatum 1-9-2020

2020 *

Voldaan

11

13

51

44

38

*

*

0

157

Ontheven

7

11

33

27

13

0

0

0

91

Nog inburgeringsplichtig

0

0

0

14

54

55

38

67

228

Totaal

18

24

84

85

105

55

38

67

476

Voldaan aan inburgeringsplicht

157 (33%)

Ontheffing van de inburgeringsplicht

91 (19%)

Nog inburgeringsplichtig

228 (48%)

Tabel 1. Resultaat personen die inburgeringsplichtig werden in dat jaar (bron: DUO). * Aantallen zijn te klein om getoond te worden vanwege privacy.

4

2018

• (Specifieke) uitdagingen bij inburgering Een groot deel van de recente statushouders is gevlucht uit het land van herkomst door oorlog en conflicten. Wanneer statushouders in Nederland aankomen, kunnen zij te maken krijgen met psychische problemen. Deze problemen kunnen hun zelfredzaamheid in de weg staan: gezondheidsproblemen, zowel fysiek als psychisch, vormen dan ook een belemmering voor de inburgering. Daarnaast neemt een groot deel van de aanvragen voor gezinshereniging langer in beslag dan de wettelijke termijn (6 maanden). Dit zorgt voor veel stress en belemmert de integratie van statushouders die de gezinshereniging aanvragen. Nareizigers zijn voor hun verblijfsvergunning afhankelijk van hun referent (de eerder in Nederland gevestigde persoon). Mocht de relatie met de referent eindigen, dan kan deze vergunning ingetrokken worden zodra ze niet meer samenwonen. Een onafhankelijke verblijfsvergunning aanvragen is ingewikkeld en kent restricties en voorwaarden. Nareizigers lopen het risico minder te profiteren van informatie en voorlichting (bijvoorbeeld op het azc), doordat hun partner als go-between fungeert. Dit brengt nareizigers – die vaak een beperkt sociaal netwerk hebben – in een afhankelijke positie ten opzichte van hun partner.

3.1.2 Gezins- en overige migranten Gezinsmigranten zijn personen die van buiten de EU naar Nederland komen, in de meeste gevallen om een huwelijk of partnerschap aan te gaan met een in Nederland gevestigde persoon (de referent). Binnen de groep gezinsmigranten is de diversiteit groot; zij komen uit veel verschillende landen. Daarnaast is er een kleine groep ‘overige migranten’: dit zijn geestelijk bedienaren en familieleden van kinderen die onder het kinderpardon vallen. Dit zijn geen asielstatushouders en vallen onder gezinsmigranten. Kenmerken groep: • Vanaf 2017 komen meer vrouwen (80 procent) dan mannen (20 procent) als gezinsmigrant naar Nissewaard. Onder gezinsmigranten zijn personen die zich voegen bij een partner van dezelfde migratieherkomst en personen die een partnerschap vormen dat gemengd is qua migratieherkomst. • In de periode 2013 t/m 20 heeft 60% van het aantal inburgeringsplichtige gezinsmigranten hun inburgering voldaan. • Gezinsmigranten zijn in de meeste gevallen niet-uitkeringsgerechtigd en vallen daarmee niet onder de verplichtingen van de Participatiewet.

Onder gezinsmigranten is eind 2018 een analyse uitgevoerd. Door middel van gesprekken met deze doelgroep. Uit de analyse blijkt grote verschillen tussen gezinsmigranten in zelfredzaamheid, opleidingsniveau en culturele afstand tot de Nederlandse samenleving. Grof bezien zijn er drie typen gezinsmigranten: • Mensen met een goede opleiding en goed niveau van Engels of Nederlands die al snel een baan gevonden hebben – de uitdaging voor hen is om daarnaast tijd te investeren om aan de inburgeringsverplichtingen te voldoen. • Mensen die actief naar een baan zoeken maar gefrustreerd raken en ontdekken dat je toch eerst beter Nederlands moet leren. Bij hen is een grote motivatie aanwezig om in te burgeren. • Mensen die nog niet bezig zijn met stappen richting meedoen, waardoor zij geïsoleerd dreigen te raken. Voor gezinsmigranten gelden dezelfde termijnen om aan de inburgeringsvereisten te voldoen als voor statushouders, dus in de meeste gevallen drie jaar. Over 2013 tot en met 2020 gelden de volgende resultaten voor de gezinsmigranten. Gezinsmigrant

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Voldaan

18

37

30

25

17

9

9

0

143

Ontheven

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Nog inburgeringsplichtig

0

0

0

0

10

20

45

21

96

Totaal

18

37

30

25

27

29

52

21

229

Peildatum 1-9-2020

Voldaan aan inburgeringsplicht

143 (60%)

Ontheffing van de inburgeringsplicht

0

Nog inburgeringsplichtig

96 (40%)

Tabel 2. Resultaat personen die inburgeringsplichtig werden in dat jaar (bron: DUO).

• (Specifieke) uitdagingen bij inburgering Gezinsmigranten hebben grote behoefte aan betrouwbare informatie over regelingen en voorzieningen om hun weg te kunnen vinden naar taallessen zodat zij hun inburgeringsdiploma kunnen halen. Gezinsmigranten zijn afhankelijk van hun familie en/of partner voor deze informatie en voor de opbouw van hun netwerk. Deze ondersteunen hen vaak goed maar zijn zelf ook niet altijd juist geïnformeerd. De afhankelijkheid kan bovendien negatieve effecten hebben.

4. Verschillende stelsels en doelgroepen Vanaf januari 2022 bestaan drie inburgeringsstelsels naast elkaar, met verschillende eisen, rechten en plichten. Het Rijk schrijft voor dat statushouders te allen tijde weten waar zij aan toe zijn. Dit betekent dat inburgeraars onder eerdere stelsels hun traject af dienen te maken onder de voorwaarden van het betreffende stelsel. Voor gemeenten houdt dit in dat zij meerdere systemen naast elkaar moeten faciliteren en dat zij vraagstukken moeten oplossen die voortkomen uit vorige stelsels. Daarbij gelden voor statushouders en gezinsmigranten in elk stelsel weer andere rechten en plichten. Dit betekent nogal wat voor de gemeentelijke consulenten en kan ook leiden tot onduidelijkheid en gevoelens van onrechtvaardigheid wanneer inburgeraars hun rechten en plichten met elkaar vergelijken. Daarom moet de gemeente Nissewaard voor heldere instructies zorgen, zodat duidelijk is hoe per stelsel te handelen. Dit hoofdstuk beschrijft de stelsels zoals die in 2022 naast elkaar bestaan en waar de gemeente verantwoordelijk voor is. 4.1 Stelsel 2007-2013 In het inburgeringsstelsel van vóór 2013 was de gemeente verantwoordelijk voor de inkoop van inburgering en de handhaving daarop. Dit geldt in het huidig stelsel nog steeds zo.

Enkele Nissewaarders met een onvoltooide inburgering nodigt de gemeente uit voor een individueel gesprek, waarbij we onderzoeken met welke ondersteuning zij hun inburgering alsnog kunnen afronden. De meest kwetsbaren onder hen ondersteunt de gemeente met maatwerk om zo het taalniveau en de deelname aan de samenleving te bevorderen. Bij ‘kwetsbaar’ denken we vooral aan hen die leven van een uitkering, schulden hebben of volledig afhankelijk zijn van een partner met een bescheiden inkomen. Deze staan geregistreerd in het gemeentelijk portaal. Hiertoe hebben we recht op aangezien we in dit stelsel ervoor verantwoordelijk waren en zijn. 4.2 Stelsel tussen 2013 en 1 januari 2022 Het stelsel voor inburgeraars die tussen 2013 en 1 januari 2022 inburgeringsplichtig zijn geworden, vallen de statushouders onder de Nissewaardse aanpak anderstaligen 2019-2021. Hieronder lichten we de elementen van de huidige aanpak toe, omdat we hierop voortbouwen in de aanloop naar de nieuwe wet. Ook laat het zien hoe de gemeente,

ondanks de beperkingen van het huidige stelsel, het maximale doet om inburgeringsplichtigen te helpen met een goede start in Nissewaard. 4.2.1 De Nissewaardse aanpak anderstaligen 2019-2021 Deze aanpak omvat alle basiscomponenten om succesvol mogelijke mee te kunnen doen in de samenleving: huisvesting, zorg, leren (taal en waar nodig opleiding) en toeleiding naar werk met het doel dat statushouders in hun eigen inkomen voorzien en meedoen in de Nissewaardse samenleving. De aanpak richt zich op een grotere groep statushouders: iedereen die vanaf 2013 in Nissewaard is komen wonen. Dit wordt gedaan omdat de praktijk leert dat er (als gevolg van de stelselwijziging inburgering 2013) een te grote groep achter dreigt te blijven in zelfredzaamheid en het mee kunnen doen in de samenleving. • Ketenaanpak nieuwkomers De (wettelijke) taken van de eenheid Werk, Inkomen en Identiteit van de gemeente en Voorne-Putten Werkt richten zich binnen het proces op het verstrekken van een uitkering, het bieden van re-integratievoorzieningen, het participatieverklaringstraject, het bevorderen van de beheersing van de Nederlandse taal en het begeleiden naar betaald werk. Voor volledige integratie is aandacht voor andere domeinen en integraliteit noodzakelijk. De nieuwkomer kwam binnen bij minimaal vier ‘loketten’. De taken, afdelingen en organisaties waren allemaal verspreid rond dezelfde doelgroep.

Daarnaast zijn er veel organisaties betrokken bij de integratie en participatie van statushouders. Hierdoor ontbrak er zicht op het netwerk (wie doet wat, waar kunnen we elkaar versterken en dubbelingen voorkomen) en iemand die de (volledige) regie neemt. Voor de klant is dit onoverzichtelijk en het maakt het niet eenvoudig om daarin zijn weg te vinden. Een integrale ketenaanpak was daarom van groot belang. Voordat er gestart is met de inrichting van de uitvoering is de basis verankerd in een visie op integratie. • Participatieverklaringstraject (PVT) Ook het PVT valt onder de huidige aanpak m.b.t. statushouders. In hoofdstuk 5 wordt hier uitgebreider op ingegaan.

• Extra ondersteuning bij taal en oriëntatie werk Specifiek voor de doelgroep nieuwkomers blijkt dat het binnen het huidige inburgeringstelsel, waarbij uitgegaan wordt van eigen verantwoordelijkheid en de wettelijke rol van gemeente beperkt is, erg moeilijk is om hun weg te vinden. Anderstaligen hebben baat bij extra ondersteuning rondom taal (onder andere door Taal en ouderbetrokkenheid, DigiTaalhuis en begeleiding bij keuze inburgeringscursus) en bij oriëntatie op de Nissewaardse samenleving (onder andere door de Startklas voor anderstaligen bij Voorne-Putten Werkt) voor een succesvolle (arbeidsmarkt)integratie. Daarnaast is een belangrijk element in de Nissewaardse aanpak de nauwe samenwerking met werkgevers en andere ketenpartners.

meer maatwerk om tot betere resultaten bij re-integratie trajecten van statushouders te komen. Aangezien deze groep naast uitdagingen ook kansen biedt, denk aan het arbeidspotentieel, is er vanuit het Werkgevers servicepunt Rotterdam (WSPR) en wethouders Regio Rijnmond een regionaal project opgezet. Dit project richt zich op het ontwikkelen van een succesvolle sluitende aanpak te van arbeidstoeleiding, en het behouden van arbeid, voor de groep nieuwkomers. 4.2.2 Kwaliteitsconvenant met taalaanbieders In de regio Rijnmond zijn op dit moment 41 taalaanbieders5 die inburgeringsprogramma’s aanbieden aan statushouders en/of gezinsmigranten. Dit aantal fluctueert continu. Het is een competitieve en fraudegevoelige markt, waarin de kwaliteit per aanbieder sterk kan verschillen, ondanks landelijke toetsing door het kwaliteitsinstituut Blik op Werk. Zowel landelijk als lokaal is bekend dat het voor inburgeraars bijzonder lastig – zo niet onmogelijk – is om uit dit grote aanbod aan taalaanbieders de juiste keuzes te maken voor een geschikt taaltraject. Met de invoering van de nieuwe Wet inburgering heeft de gemeente regie over de inburgering van de statushouders en gezinsmigranten.

Voorsorterend op de nieuwe Wet kiest Rotterdam en omgeving er nu al voor om inzicht te krijgen in de kwaliteit van het taalaanbod in de regio, zodat we de inburgeraar actiever over een op maat gesneden taalaanbod kunnen adviseren. Er worden hierover kwaliteitsafspraken gemaakt met de taalaanbieders in een Kwaliteitsconvenant. De kwaliteitsafspraken blijven ook van kracht na de invoering van de Wet inburgering. De kwaliteitsafspraken dienen meerdere doelen:

• Integratieactiviteiten Voor anderstaligen is het kunnen fietsen en een fiets bezitten het instrument tot zelfstandigheid, integratie en meedoen. Om anderstaligen mobieler te maken en daarmee ook meer zelfredzaam, is ingezet op fietslessen. Vervoer is belangrijk om op het werk te komen, de kinderen naar de kinderopvang of school te brengen. Veel van de anderstaligen hebben geen rijbewijs, met de fiets hebben ze dan toch vervoer en zijn daarmee mobieler, onafhankelijker. In de praktijk blijkt er veel behoefte te zijn aan fietslessen voor volwassenen. Dit idee is getoetst bij de partijen in het veld. Ook daar wordt de vraag herkend. Hierbij is voortgebouwd worden op de ervaringen van het aanbieden van fietslessen door de Federatie Spijkenisse Samen en het huidige project bij Voorne-Putten Werkt. • Pilot Werkgevers servicepunt Rotterdam Vanuit de arbeidsmarktregio zijn we gestart met een pilot die we in het nieuwe stelsel verder willen voortzetten en doorontwikkelen. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor ondersteuning van statushouders bij het vinden van (betaald) werk en in het nieuwe stelsel ook voor inburgering. De arbeidsparticipatie van statushouders blijft echter nog achter bij die van de Nederlandse beroepsbevolking en andere migranten. Daar willen we verandering in aanbrengen.

Het doel van deze pilot is in de basis hetzelfde als de reguliere re-integratie trajecten: statushouders toeleiden naar (duurzame) arbeid. Het verschil zit echter in de aanpak. Op zoek te gaan naar gerichte aandacht, een intensievere begeleiding en

1.

De inburgeraar centraal stellen en kwalitatief goed lesaanbod door taalaanbieders stimuleren. 2. De relatie opbouwen en verbeteren tussen de taalaanbieders inburgering en de gemeente. 3. Invulling geven aan een actieve adviesrol voor inburgeraars over geschikte taalaanbieders. Kwaliteitsafspraken leveren de gemeente relevante informatie op voor de aanbestedingsprocedures voor de taaltrajecten in 2021. 4. Met behulp van Blik op Werk, gerichter stappen nemen om twijfels over kwaliteit of potentieel malafide praktijken tijdig te signaleren.

5

Inclusief nareizigers en referenten.

4.2.3 Formele- en non-formele taaltrajecten De ambitie is om een doorlopende leerlijn van inburgering naar het taalaanbod in de stad te waarborgen die er op dit moment ook is via het DigiTaalhuis7. De doorlopende leerlijn draagt bij aan het creëren van meer en gelijke kansen (voor met name de groep laaggeletterden Nissewaarders) op de arbeidsmarkt en op (eventuele) doorstroom richting (vervolg)onderwijs. Deze inzet moet bijdragen aan minder laaggeletterden in de stad en een grotere mate van economische en maatschappelijke participatie van nieuwkomers. Door aansluiting te zoeken bij formele- (diplomagerichte) en non-formele (niet diplomagerichte) taaltrajecten biedt de gemeente deze groep na het behalen van het inburgeringsexamen de kans zich verder te ontplooien6. 4.3 Stelsel vanaf 1 januari 2022 Voor inburgeraars die na 1 januari 2022 inburgeringsplichtig worden, geldt de nieuwe Wet inburgering. Voor deze groep gelden alle onderdelen van de nieuwe Wet inburgering die in hoofdstuk 5 staan. Het DigiTaalhuis bestaat uit verschillende (taal)organisaties die volwassen uit Nissewaard helpen met de Nederlandse taal en computervaardigheden.

6

5. Bouwstenen Hieronder volgt een toelichting op de bouwstenen uit de nieuwe wet, wat we al aan inburgeringsactiviteiten doen vooruitlopend op de nieuwe wet en wat we vanaf 1 januari 2022 zullen doen wanneer de nieuwe Wet ingaat. Onder de bouwstenen vallen de drie leerroutes die vanuit de nieuwe wet zijn voorgeschreven: • De B1-route • De onderwijsroute • De zelfredzaamheidroute (Z-route). Gemeente Nissewaard verwacht, op basis van eigen gegevens dat statushouders in het nieuwe stelsel, op de volgende wijze over de verschillende routes worden verdeeld; B1-route 60 procent, onderwijsroute 15 procent en Z-route 25 procent. Een derde van de statushouders is onder de 27 jaar. Uitstroomcijfers laten zien dat daarvan de helft naar MBO 2 of hoger gaat en dus een taalschakeltraject (onderwijs-route) volgt. Het ministerie van SZW verwacht dat in het nieuwe stelsel8 gezins- en overige migranten op de volgende wijze over de verschillende routes worden verdeeld: B1-route 83 procent, onderwijsroute 14 procent en Z-route 3 procent. Zolang de gemeente Nissewaard geen andere informatie heeft over de verdeling van gezinsmigranten over de verschillende leerroutes, gaan wij uit van deze percentages. De leerroutes richten we zodanig in dat inburgeraars binnen een periode van drie jaar naar eigen vermogen maximaal kunnen inburgeren en meedoen.

Voor statushouders koopt Nissewaard het taal-, opleidings-, en participatieaanbod, evenals de modules Kennis Nederlandse maatschappij (KNM), Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en de Participatieverklaringstrajecten (PVT) extern in. In vergelijking met statushouders heeft de gemeente in de nieuwe wet een beperktere rol en verantwoordelijkheid voor gezins- en overige migranten. Het onderstaande schema laat een overzicht zien van de verschillen in gemeentelijke taken voor statushouders ten opzichte van gezinsmigranten.

7 8

Gedurende de inburgering hebben nieuwkomers de mogelijkheid om gebruik maken van de infrastructuur van het informele taalaanbod. Percentages verstrekt door ministerie SZW, www.divosa.nl/onderwerpen/veranderopgaveinburgering/vraag-en-antwoord-wet-inburgering.

Aanbod

Asielstatushouders

Gezins- en overige migranten

Maatschappelijke begeleiding

X

Financieel ontzorgen

X

Begeleiding bij inburgering (brede intake, Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP), advies, voortgangsgesprekken)

X

Alfabetisering (voor zover opgenomen in PIP)

X

Een van de drie leerroutes, incl. Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM)

X

Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)

X

X

Participatieverklaringstraject (PVT)

X

X

In het PIP opgenomen afspraken over aanbod voor (andere) participatie-componenten

X

X

Tabel 3. Overzicht gemeentelijke taken asielstatushouders t.o.v. gezinsmigranten (bron: Divosa). 5.1 Brede intake De brede intake vormt het startpunt van inburgering en meedoen voor de inburgeraar. De brede intake resulteert in het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). De brede intake is ook bedoeld om te voorkomen dat de inburgeraar zijn/haar verhaal bij binnenkomst meerdere malen opnieuw moet doen.

5.1.1 Pilot Startklas Voorne-Putten Werkt In het nieuwe inburgeringsstelsel dat in 2021 van start gaat neemt de brede intake een belangrijke plaats in. De intake geeft op individueel klantniveau inzicht in de startpositie en ontwikkelmogelijkheden van een inburgeringsplichtige. Ook wordt tijdens de brede intake vastgesteld wat een passende leerroute is. De Startklas van Voorne-Putten Werkt kan een belangrijk onderdeel van deze brede intake bieden. De Startklas is een intensief taaltraject, niet zijnde een leerroute volgens de nieuwe Wet inburgering, en observatie-instrument. Dit wordt uitgevoerd door een externe taalaanbieder met ervaring op het gebied van taal en inburgering. Deze taalaanbieder beschikt over het ‘Blik op Werk’ keurmerk en het ‘NRTO keurmerk’. Met de Startklas krijgen docenten een goed beeld van de leerbaarheid, de competenties, het taalniveau en de motivatie van elke deelnemer. Het voordeel van de Startklas is dat leerbaarheid niet op slechts één moment wordt getoetst, maar over een langere periode. Hierdoor krijgen we een beter beeld van de nieuwkomer en kunnen we komen tot een keuze voor de juiste inburgeringsroute. De eindrapportage van de Startklas en de participatiegesprekken vormen input voor het Persoonlijk plan inburgering en participatie. De Startklas is opgebouwd uit twee hoofdcomponenten: taal en participatie.

De lesuren van de Startklas tellen mee voor de inburgering. Het doel van de Startklas is drieledig: 1. De deelnemer krijgt een ‘taalboost’ met de nadruk op spreken, verstaan en zich presenteren. Door de focus te leggen op praktijkgerichte taalverwerving, gekoppeld aan thema’s uit de dagelijkse praktijk van de deelnemer wordt in een korte periode een grote stap gezet in de taalverwerving. 2. Inzicht te krijgen in de leerbaarheid, (werk)competenties en het taalniveau van een statushouder. In de Startklas krijgen statushouders een korte, maar intensieve taalcursus aangeboden en worden per statushouder o.a. studievaardigheid, digitale vaardigheden, motivatie en concentratievermogen gemonitord. Daarnaast het leren presenteren van zichzelf in formele relaties richting werk, onderwijs en/of participatietrajecten (speeddates met werkgevers, matching bijeenkomsten). 3. De statushouder leert zijn/haar weg vinden en bouwt een eerste netwerk op, waardoor hij/zij zich snel thuis voelt in Nissewaard.

Op dit moment houden de gemeenten Brielle en Nissewaard een pilot met de huidige groep inburgeraars (die net in de gemeenten woonachtig zijn). Deze pilot wordt uitgevoerd door het regionale werk-, leerbedrijf Voorne-Putten Werkt. Met de kennis en resultaten die uit de pilot voortvloeien kunnen de gemeenten Nissewaard, Brielle en Voorne-Putten Werkt beoordelen of de Startklas een waardevol instrument is binnen de brede intake en of de vorm aansluit bij de doelgroep. Wat de gemeente vanaf 1 januari 2022 doet? Bij statushouders zal er na plaatsing in Nissewaard een ‘warme overdracht’ zijn van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) naar de gemeente. We onderzoeken hoe we deze overdracht met het COA verder kunnen verdiepen, zowel fysiek- als op procesmatig niveau. De nieuwe wet stelt een termijn van tien weken voor het afnemen van de brede intake. In de brede intake stelt de gemeente vast wat een passende leerroute is voor een inburgeraar en wat nodig is om hen te begeleiden naar een zelfstandig en financieel onafhankelijk bestaan. De intake wordt ‘breed’ genoemd omdat alle relevante aspecten besproken worden en niet alleen de weg naar opleiding of werk. We besteden bijvoorbeeld speciale aandacht aan de situatie van de kinderen in het gezin en kijken of er ondersteuning en begeleiding nodig is.

Hiervoor is het minimaal nodig dat de gemeente weet wat de persoonlijke situatie van de inburgeraar is en wat er nodig is om hem of haar te begeleiden naar een zelfstandig en financieel onafhankelijk bestaan. Daarbij is informatie over de volgende onderwerpen van belang: • Leerbaarheid • Opleiding • Werkervaring en/of vrijwilligerswerk • Praktische competenties • Werknemersvaardigheden • Taalniveau • Motivatie/interesses • Mate van zelfredzaamheid • Digitale vaardigheden • Gezinssituatie • Fysieke/ mentale gezondheid • Sociaal netwerk

De brede intake (gesprekken en gegevensverzameling) is de basis voor de afspraken die worden vastgelegd in het PIP. De brede intake neemt in het nieuwe stelsel een belangrijke plek in. Het geeft op individueel niveau inzicht in de startpositie en ontwikkelmogelijkheden van een inburgeraar. Ook gezinsmigranten krijgen onder de nieuwe wet een brede intake die uitmondt in een PIP. Dit is een nieuwe taak van de gemeente. De inhoud van de brede intake voor gezins- en overige migranten is identiek aan die van statushouders. 5.2 Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) Na afronding van de brede intake stelt de gemeente het PIP op, zoveel mogelijk samen met de inburgeraar. Het PIP is maatwerk: de uitkomsten van de brede intake worden in het PIP vertaald naar persoonlijke einddoelen van de inburgering. In het PIP staat welke leerroute voor de inburgeraar is vastgesteld en op welke manier de inburgeraar aan zijn inburgeringsplicht zal voldoen (incl. Participatieverklaringstraject (PVT), Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)). In het PIP staat ook hoe de gemeente begeleiding en ondersteuning biedt aan de inburgeraar bij het inburgeringstraject. Wanneer de inburgeraar bijstandsgerechtigd is, zijn relevante onderdelen van de Participatiewet erin opgenomen.

Wat de gemeente vanaf 1 januari 2022 doet? Op basis van de brede intake en de leerbaarheidstoets9 stelt de gemeente samen met de inburgeraar een PIP op. In dit persoonlijke plan wordt een op maat gemaakte route naar inburgering en het volwaardig meedoen vastgelegd in een beschikking (B&W-besluit) die de gemeente conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan handhaven. De bepalingen over handhaving zijn vastgelegd in de Participatiewet (PW) of in de nieuwe Wet inburgering. De nieuwe wet schrijft voor dat de gemeente het PIP binnen tien weken moet vaststellen. Vanaf het moment waarop het PIP is vastgesteld gaat ook de driejarige inburgeringstermijn lopen. De gemeente monitort de voortgang van de in het PIP vastgelegde afspraken. Het PIP is een groeidocument gedurende het inburgeringstraject. Indien nodig kan de gemeente afspraken bijstellen, bijvoorbeeld als het taalniveau te hoog of te laag is ingeschat en een andere leerroute meer passend blijkt. Statushouders mogen wettelijk

9

Een landelijke standaardtoets waarmee over de leerbaarheid van inburgeraars en de bijpassende leerroutes wordt geadviseerd

gezien één keer van leerroute veranderen en dat mag alleen binnen de eerste 1,5 jaar. Afspraken uit het PIP voor statushouders hebben betrekking op: • De leerroutes – inclusief de instrumenten die worden ingezet op het gebied van participatie. • Financieel ontzorgen. • Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). • Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM). • Participatieverklaringstraject (PVT). • Maatschappelijke ondersteuning en begeleiding. • Gebruik Voor- en Vroegschoolse educatie (VVE) door peuters van inburgeraars. • Ook wijst de consulent op de verplichting aanwezig te zijn bij de voortgangs- en/of eindgesprekken, en de verplichtingen die voortvloeien uit de PW, wanneer de inburgeraar een uitkering ontvangt. Er zijn bij de verschillende subgroepen wat accentverschillen in bovenstaande opsomming. Zo is er bij gezinsmigranten meestal geen sprake van financieel ontzorgen. Deze beschikking kent de gemeente niet onder de huidige en vorige wetgeving over inburgering. We onderzoeken verder hoe we kunnen aansluiten op de Participatiewet en op de Wet taaleis, omdat binnen deze wetten nu ook een plan van aanpak wordt gemaakt. Ook de manier van handhaving is nog een uitzoekpunt, omdat we hierbij ook wachten op landelijke regelgeving. In de nieuwe wet krijgt de gemeente in vergelijking met statushouders een beperktere rol voor gezinsmigranten rondom taaltrajecten en handhaving.

Wel stelt de gemeente voor gezinsmigranten een PIP op. In het PIP geeft de gemeente n.a.v. de leerbaarheidstoets een advies voor de leerroute. Gezinsmigranten zijn niet verplicht het gemeentelijke advies te volgen. In voortgangsgesprekken kan de gemeente niet handhaven op het volgen van taallessen. Wel is de gezinsmigrant verplicht naar de voortgangsgesprekken te komen. Hier kan de gemeente wél op handhaven. Uitgangspunt bij deze groep is het motiveren om tijdig te voldoen aan de inburgeringsplicht, meedoen in de gemeente en het leren spreken van de taal.

5.3 B1-route Het uitgangspunt van de B1-route is dat statushouders maximaal binnen drie jaar taalniveau B1 behalen en hun perspectief op de arbeidsmarkt vergroten. Daarom is het van belang dat statushouders het leren van de taal combineren met (vrijwilligers)werk. Er is geen minimum of maximum aantal wekelijkse lesuren vastgelegd binnen de B1-route. Naast de taalexamens blijft de module Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) een verplicht onderdeel binnen de B1-route. Indien taalniveau B1 na aanzienlijke inspanning (op onderdelen) niet mogelijk blijkt, is er de mogelijkheid om (op die onderdelen) examen op taalniveau A2 te doen. Wat de gemeente vanaf 1 januari 2022 doet? In de nieuwe Wet inburgering eist het Rijk een hoger taalniveau van inburgeraars. Het vereiste taalniveau gaat omhoog van A2- naar B1niveau. Dat is een belangrijke stap naar volwaardig meedoen in de samenleving: vanaf B1-niveau10 ben je niet meer laaggeletterd. Vanwege de diversiteit van de groep inburgeraars die de B1-route in het nieuwe stelsel zal volgen, is maatwerk belangrijk. Dit betekent dat statushouders een – op hun persoonlijke situatie afgestemd – aantal lesuren volgen. Binnen de route wordt taal en meedoen gecombineerd. Jongeren met een onderwijsambitie waarbij de verwachting is dat zij het taalniveau B1 niet halen en naar MBO 1 willen, zullen via de B1-route een taalschakeltraject volgen.

MBO 1 (de entreeopleiding) valt niet onder de onderwijsroute. Gezinsmigranten kunnen eveneens de B1-route volgen. Deze wordt echter niet gefinancierd en gehandhaafd door de gemeente. Voor gezinsmigranten geldt dat zij voor hun inburgeringstraject bij DUO een inkomensafhankelijke lening kunnen afsluiten, zoals in de huidige wet. Wanneer inburgeraars de taalexamens en het examen Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) succesvol doorlopen, krijgen zij hun inburgeringscertificaat. • Geïntegreerd traject taal en meedoen op Voorne-Putten Belangrijk verandering ten opzichte van de huidige situatie is naast het beoogde taalniveau, ook het uitgangspunt om taal en het mee kunnen doente combineren. Op dit moment volgen statushouders een inburgeringstraject bij een taalaanbieder waarbij er voornamelijk op taal wordt gefocust. De deelname in de samenleving komt veelal in een laat stadium het inburgeringstraject. Uitgangspunt van de nieuwe wet is dat taal en meedoen gecombineerd worden en het geen aparte op zichzelf 10

A2, begrijpen van korte tekst en in staat informatie te vinden in eenvoudige teksten zoals advertenties of menu. Woordenschat 2000 woorden. B1, begrijpen van teksten die voor het grootste deel uit veelgebruikte woorden bestaan. B1-taalniveau geeft toegang tot een MBO-opleiding en meer kans op werk. Woordenschat 5000 woorden

staande trajecten zijn. Een belangrijk doel van de B1-route is namelijk een hogere uitstroom naar werk. Door taal met participatieactiviteiten te combineren leren de statushouders niet alleen taal in de klas, maar ook op werkvloer. Ze bouwen hiermee een netwerk op, leren de taal sneller en leren ook taal gerelateerd aan het werk. Dit alles vergroot de kans op snellere uitstroom naar werk. • Samenwerking met de (lokale) partners op Voorne-Putten Een geïntegreerd traject taal en het meedoen vraagt wat van een aanbieder van de B1-route. Het draait niet alleen meer om taal. Waar participatieactiviteiten bijdragen aan de taalontwikkeling wordt er van de aanbieder verwacht dat zij dit organiseert. Hierbij valt te denken aan aansluiting van de statushouders bij sportverenigingen, hobbygroepen en activiteiten tot aan (snuffel)stage- en vrijwilligersplekken. Dit betekent dat de aanbieder actief samenwerking zoekt met sociaal ondernemers, welzijnspartijen, (sport)verenigingen, activiteiten met betrekking tot ouderbetrokkenheid en eventuele werk georiënteerde cursussen die aansluiten bij de leerdoelen van de statushouder. Zodra de statushouder klaar is om richting de arbeidsmarkt geholpen te worden dan is de gemeente aan zet. Ook dit vergt nauwe samenwerking met de aanbieder. 5.4 Onderwijsroute De onderwijsroute is gericht op het behalen van een Nederlands diploma.

Het doel van deze route is om inburgeringsplichtingen die de motivatie en potentie hebben om een MBO (2,3,4), HBO- of WO-opleiding te volgen, via een taalschakeltraject te laten inburgeren. In een taalschakeltraject leert de inburgeraar niet alleen de Nederlandse taal op minimaal B1niveau, maar wordt hij/zij tegelijkertijd zo goed mogelijk voorbereid op het Nederlands middelbaar beroepsonderwijs of hoger beroepsonderwijs of wetenschappelijk onderwijs. Met het succesvol afronden van het taalschakeltraject en het Participatieverklaringstraject hebben inburgeraars die deze route volgen, voldaan aan de inburgerplicht en beschikken zij niet alleen over voldoende kennis van de Nederlandse taal, samenleving en arbeidsmarkt, maar ook over voldoende overige (studie)vaardigheden om met succes een Nederlandse opleiding te gaan volgen. Het taalschakeltraject is een voltijds traject dat naar verwachting gemiddeld 1,5 jaar duurt en bestaat uit ca. 1.000 uur taallessen Nederlands en ca 500 uur overige vakken en vaardigheden.

Wat de gemeente vanaf 1 januari 2022 doet? Uitgangspunt voor de nieuwe wet is dat er taalschakelvoorzieningen komen die toeleiden naar verschillende niveaus van onderwijs. Toegang tot het taalschakeltraject is op het gebied van beheersing van de Nederlandse taal drempelloos. De invulling van het taalschakeltraject wordt mede bepaald door de eindtermen die het Rijk opstelt. Samenwerking met andere gemeenten is een voorwaarde is om trajecten efficiënt vorm te kunnen geven omdat de verwachte aantallen beperkt zullen zijn. Om deel te nemen aan het traject, geldt geen maximale leeftijd. Deelnemers die bij aanvang 28 jaar of ouder zijn, zullen naar verwachting niet voor hun 30ste verjaardag instromen in een opleiding en dus geen recht hebben op studiefinanciering. Gezinsmigranten die onderwijs willen volgen kunnen de onderwijsroute volgen. Zij kunnen de route, afhankelijk van hun inkomen, financieren met een DUO-lening. 5.5 Zelfredzaamheidroute (Z-route) De Z-route, oftewel de zelfredzaamheidsroute, is het alternatief voor inburgeraars voor wie de twee andere routes (B1-route en onderwijsroute) niet haalbaar lijken: de verwachting is dat de inburgeraar taalniveau A2 niet binnen drie jaar kan halen. De route is erop gericht dat ook inburgeraars met een lage leerbaarheid en/of onderwijsachterstand een passend aanbod krijgen, om hen beter voor te bereiden op een toekomst in Nederland.

De statushouders die de Z-route zullen gaan volgen, zijn minder zelfredzaam waardoor het reizen buiten Voorne-Putten minder wenselijk is. De kwetsbaarheid van deze groept maakt dat wij de Z-route zo lokaal mogelijk willen organiseren, in samenwerking met onze lokale maatschappelijke partners. Hierin trekken we dus verder als VoornePutten zijnde op in plaats van met de arbeidsmarktregio RotterdamRijnmond. Wat de gemeente vanaf 1 januari 2022 doet? Het doel is deze doelgroep zoveel mogelijk te ondersteunen op een niveau dat past bij hun leervermogen, zodat niemand aan de kant staat en iedereen naar eigen vermogen kan meedoen in de samenleving. Deze leerroute heeft daarmee een andere insteek dan die in de B1-route en sluit aan bij de lagere leerbaarheid van de inburgeraars en heeft als doel de inburgeraar zelfredzaam te maken in de maatschappij. Er gaat

bijvoorbeeld extra aandacht uit naar mobiliteit, omgaan met geld, digitale vaardigheden, het onderwijs en de praktische toepassing van (het leren van) de Nederlandse taal. Deze route wordt, gezien de beperkte leerbaarheid van de doelgroep, niet afgesloten met centrale inburgeringsexamens. In plaats daarvan is er een inspanningsverplichting. Hierdoor is er veel tijd voor taal, activering en participatie, waarbij de aandacht specifiek uitgaat naar praktische (taal)vaardigheden om de inburgeraar te helpen zo zelfstandig mogelijk mee te kunnen doen. Uitstroom naar betaald werk blijft wenselijk, maar zelfredzaamheid is het belangrijkste doel. Na een intensief inburgeringstraject volgt een eindgesprek met de gemeente. Na het eindgesprek rapporteert de gemeente aan DUO. Om aan de inburgeringsplicht te voldoen, moet de inburgeraar: • De inburgeringscursus doorlopen (taal en KNM) voor 800 uur. • Het verrichten van participatieactiviteiten voor 800 uur, zoals vrijwilligerswerk, fietslessen, taalstages bij een bedrijf, bedrijfsbezoeken, het behalen van de programmaonderdelen Participatieverklaring en MAP. In een eindgesprek met de gemeente wordt geconcludeerd of de afspraken die in het PIP zijn vastgelegd, zijn nagekomen en daarmee het inburgeringstraject is behaald.

• Passende methode voor taalonderwijs De Z-route is bedoeld voor mensen voor wie het leren van het Nederlands aantoonbaar (zeer) moeilijk is, omdat zij analfabeet en/of slecht leerbaar zijn. Daarom willen we op Voorne-Putten een passende methodiek van de taalaanbieder die binnen de Z-route dit type onderwijs kan vormgeven en organiseren. • Taal verweven aan meedoen in de samenleving De koppeling tussen taalonderwijs en participatieactiviteiten, zoals (vrijwilligers)werk, werkervarings- en stageplaatsen, fietslessen, meedoen bij de sportvereniging, is hierbij van belang. Samenwerking met lokale partners is hiervoor onontbeerlijk. Op VoornePutten wordt er nu nauw samengewerkt met Vluchtelingenwerk voor de maatschappelijke begeleiding en met Voorne-Putten Werkt voor het onderdeel participatie, zoals begeleiding naar werk, inzetten van leerlijnen, ontwikkelen en ontplooien van talenten en vaardigheden.

• Integrale samenwerking tussen lokale partners Binnen de Z-route willen we op Voorne-Putten een integrale samenwerking tussen lokale partners waarbij er verschillende componenten terugkomen zoals: • Taalontwikkeling. Hierbij vinden we het belangrijk dat de taallessen op school worden toegepast en verdiept in het wekelijks contact met een taalcoach. Het is heel belangrijk om het geleerde in praktijk te brengen en te oefenen. Het contact met de taalcoach is bovendien goed voor het sociaal netwerk. • Financiële zelfredzaamheid. Door een budgetcoach worden de inburgeraars financieel redzaam gemaakt. Aan het einde van de intensieve periode volgt een toetsing om te zien of de deelnemer werkelijk zelfredzaam is. • Jobcoaching als de inburgeraar in staat is aan de slag te gaan met het vinden van werk. • Maatschappelijke begeleiding. Dit zal verder in dit hoofdstuk nader worden beschreven. • Maatwerk en voorzien in behoeften Zaak is dat de deelnemers in deze leerroute het geleerde in de praktijk kunnen brengen en dat zij het gevoel hebben dat het geleerde voor hen nuttig en toepasbaar is. Daarom is het van belang dat zo veel als mogelijk aangesloten wordt bij het dagelijkse leven en essentiële onderwerpen zoals financiën, participatie en zorg.

Deze focus moet er ook voor zorgen dat de lessen en activiteiten voldoende concreet zijn voor de deelnemers en ze het daardoor beter begrijpen en er meer mee kunnen doen. Voor het vergroten van de zelfredzaamheid van deelnemers zijn de maatschappelijke thema’s en de aandacht voor het mee kunnen doen in de samenleving net zo belangrijk als het taalonderwijs zelf. Naast groepsactiviteiten moet er ook ruimte zijn voor maatwerk. Ook willen we dat de taallessen en activiteiten aansluiten bij de behoeften van de deelnemers. Dit vraagt om maatwerkoplossingen, zowel in het wegnemen van belemmeringen als in de focus van het programma. 5.6 Financieel ontzorgen In de nieuwe Wet inburgering is de gemeente verantwoordelijk voor het financieel ontzorgen van statushouders. Financieel ontzorgen houdt in dat vier vaste lasten (huur, energie/gas, water en zorgverzekering) gedurende zes maanden verplicht worden ingehouden van de uitkering, zodat de statushouder zich kan focussen op zijn inburgering. In dezelfde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9985381/1