Actualiseren APV; Was-wordt
Tekst van het document
4. Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
4. Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:64 Bijen
Artikel 2:64 Bijen
1. Het is verboden bijen te houden: a. binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere gebouwen waar overdag mensen verblijven; b. binnen een afstand van dertig meter van de weg.
1. Het is verboden bijen te houden: a. binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere gebouwen waar overdag mensen verblijven; b. binnen een afstand van dertig meter van een openbare plaats;
Corsa 23ID000
29 2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen te voorkomen.
2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen te voorkomen.
3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.
3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.
4. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de wegenverordening de Wegenverordening Zuid-Holland 2010.
4. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
5. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
5. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
AFDELING 10 CONSUMENTENVUURWERK EN CARBIDSCHIETEN Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:73a Carbidschieten in de open lucht
Artikel 2:73a Carbidschieten
1. Onder carbidschieten wordt verstaan het in een (melk)bus, container, opslagvat of ander daarmee gelijk te stellen voorwerp op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calcium acetylide (carbid) en water of gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen.
1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden.
2. Carbidschieten in de open lucht is verboden. 3. Het college kan een ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod op 31 december. 4. In de ontheffing wordt een locatie en tijdstip opgenomen en gelden in ieder geval de volgende voorwaarden:
Corsa 23ID000
2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in de periode van 31 december 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar. 3. In de ontheffing wordt een locatie en tijdstip opgenomen en gelden in ieder geval de volgende voorwaarden: a. geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder
30 a. geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving; b. binnen een straal van 100 meter rond de plaats waar het carbidschieten plaatsvindt, in totaal maximaal twee bussen worden gebruikt dan wel gebruiksklaar aanwezig worden gehouden voor carbidschieten; c. het vrijschootsveld tenminste 75 meter bedraagt en daarin geen openbare paden of wegen zijn gelegen. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
kan optreden voor personen of voor de omgeving; b. binnen een straal van 100 meter rond de plaats waar het carbidschieten plaatsvindt, in totaal maximaal twee bussen worden gebruikt dan wel gebruiksklaar aanwezig worden gehouden voor carbidschieten; c. het vrij schootsveld tenminste 75 meter bedraagt en daarin geen openbare paden of wegen zijn gelegen. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:73b Bij zich hebben van carbid
Artikel 2:73b Vervoeren of bij zich hebben van carbid of soortgelijke stoffen
1. Het is verboden op of aan de weg carbid bij zich te hebben op andere dagen en tijden dan waarvoor een ontheffing is verleend. 2. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op degenen aan wie carbid is afgeleverd gedurende de tijd die nodig is om thuis te komen, noch op degene die aannemelijk maakt dat hij het carbid nodig heeft in de uitoefening van beroep of bedrijf.
1. Het is verboden op een openbare plaats carbid of soortgelijke stoffen [of voorwerpen] als bedoeld in artikel 2:73a te vervoeren of bij zich te hebben, waarvan gelet op hun aard of de omstandigheden waaronder deze worden aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze zullen worden gebruikt in strijd met het bepaalde in artikel 2:73a. 2. Het verbod is niet van toepassing op degenen aan wie carbid is afgeleverd gedurende de tijd die nodig is om thuis te komen, noch op degene die aannemelijk maakt dat hij het carbid nodig heeft in de uitoefening van beroep of bedrijf. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht
Corsa 23ID000
31
AFDELING 11 DRUGSOVERLAST Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:74b Verzamelingen van personen in verband met drugs. 1. Het is verboden op of aan een openbare plaats, die door de burgemeester is aangewezen indien de openbare orde dat in verband met het openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, naar zijn oordeel noodzakelijk maakt, aan een verzameling van meer dan vier personen deel te nemen. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet als de verzameling personen geen verband houdt met het openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet. 3. Eenieder, die zich bevindt in een verzameling van personen als in het eerste lid bedoeld, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door deze aangewezen richting te verwijderen.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:74c verblijfsverbod drugsdealers. 1. De burgemeester kan degene die in een door het college aangewezen gebied waarin sprake is van ernstige overlast, veroorzaakt door de aanwezigheid van verslaafden en/of handelaren in harddrugs, zich op of aan een openbare plaats ophoudt waarbij aannemelijk is dat dit gebeurt om middelen, als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar, te verkopen of te koop aan te bieden en die antecedenten heeft op het gebied van het verkopen of te koop aanbieden van drugs of daarop gelijkende waar, bevelen om zich
Corsa 23ID000
32 onmiddellijk uit dat overlastgebied te verwijderen en zich daar voor de duur van drie maanden niet meer te bevinden. 2. De burgemeester kan aan degene, aan wie eerder een bevel als bedoeld in het eerste lid is gegeven en die binnen een periode van een jaar opnieuw de in dat lid genoemde bepalingen overtreedt, bevelen om zich onmiddellijk uit het in lid 1 genoemde gebied te verwijderen en zich daar gedurende een periode van maximaal zes maanden niet meer te bevinden. 3. Degene die een bevel heeft gekregen als bedoeld in het eerste of tweede lid is verplicht hieraan onmiddellijk te voldoen.
HOOFDSTUK 3 SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE EN DERGELIJKE AFDELING 1 BEGRIPSBEPALINGEN Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3:2 Definities
Artikel 3:2 Definities
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt; - beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf; - bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester; - escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee; - exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt; - beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf; - bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester; - bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, niet zijnde de exploitant, de beheerder, de prostituee(s), de toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel Toezichthouders of andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is;
Corsa 23ID000
33 persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend; - klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten; - prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; - prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; - prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie; - seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotischpornografische aard in een seksinrichting tegen betaling; - seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf.
Bestaande tekst
- escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee; - exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend; - klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten; - prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; - prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; - prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie; - seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotischpornografische aard in een seksinrichting tegen betaling; - seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf.
Nieuwe tekst Artikel 3:2a Nadere regels Met het oog op de in dit hoofdstuk genoemde belangen, kan het college over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.
AFDELING 2 VERGUNNING SEKSBEDRIJF
Corsa 23ID000
34 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3:7 lid 1 onder i 1, Weigeringsgronden
Artikel 3:7 lid 1 onder i, 1 Weigeringsgronden
Een vergunning wordt geweigerd als: i. 1 de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht , wegens dan wel mede wegens overtreding van: Bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank – en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van de APV Nissewaard;
Een vergunning wordt geweigerd als: i. 1 de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht , wegens dan wel mede wegens overtreding van: Bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van de APV Nissewaard;
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot de vergunning 1. De vergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam van de exploitant; b. indien van toepassing, die van de beheerder; c. voor welke activiteit de vergunning is verleend; d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; e. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; f. indien van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend; g. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden; h. indien van toepassing, de geldigheidsduur van de vergunning; i. het nummer van de vergunning. 2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan
Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot de vergunning 1. De vergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam van de exploitant; b. indien van toepassing, die van de beheerder; c. voor welke activiteit de vergunning is verleend; d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; e. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; f. indien van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend; g. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden; h. indien van toepassing, de geldigheidsduur van de vergunning; i. het nummer van de vergunning.
Corsa 23ID000
2. De exploitant dient de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig te hebben in de seksinrichting waarvoor de
35 de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt.
Bestaande tekst
vergunning mede is verleend, en tevens dat aan de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt.
Nieuwe tekst Artikel 3:8a Sluiten van een seksinrichting 1. Het bevoegd bestuursorgaan kan een seksinrichting tijdelijk of voor onbepaalde tijd voor publiek of algeheel gesloten verklaren, als het seksbedrijf wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning dan wel een van de in artikel 3:9, tweede lid onder f, h en j genoemde situaties zich voor doet. 2. Het bevoegd bestuursorgaan maakt de sluiting bekend door het aanbrengen van een afschrift van het bevel op of nabij de toegang of toegangen van de seksinrichting. De sluiting treedt in werking op het moment dat bedoeld afschrift is aangebracht. 3. Eenieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 4. Het is de exploitant of beheerder van een seksinrichting verboden daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven zolang de sluiting van kracht is. 5. Het is eenieder verboden een overeenkomstig het eerste lid gesloten seksinrichting te bezoeken of als bezoeker daarin te verblijven. 6. Een sluiting kan op aanvraag van een belanghebbende door het bevoegde bestuursorgaan worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de
Corsa 23ID000
36 situatie die tot de sluiting heeft geleid, zal plaatsvinden.
AFDELING 3 UITOEFENEN SEKSBEDRIJF Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang.
Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang.
1. Het is de exploitant en de beheerder verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 10:00 uur en 01:00 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald.
1. Het is de exploitant en de beheerder
2. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers.
2. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers.
3. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting.
3. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting.
verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 01:00 uur en 10:00 uur, tenzij in de vergunning anders is bepaald.
AFDELING 3.3 RAAM- EN STRAATPROSTITUTIE Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3:18 Raamprostitutie
Artikel 3:18 Raamprostitutie
Het is een prostituee verboden: a. zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen, en; b. passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op te houden.
Het is een prostituee verboden: a. zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan een openbare plaats bevinden beschikbaar te stellen; en b. passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op te houden.
Corsa 23ID000
37
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3:19 Straatprostitutie
Artikel 3:19 Straatprostitutie
Het is verboden zich op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, op te houden met het kennelijke doel zich beschikbaar te stellen voor prostitutie of op aan de weg ontuchtige handelingen te verrichten als dit kennelijk geschiedt in het kader van prostitutie.
Het is verboden zich op of aan een openbare plaats of op, aan of in een andere vanaf een openbare plaats zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, op te houden met het kennelijke doel zich beschikbaar te stellen voor prostitutie of op aan een openbare plaats ontuchtige handelingen te verrichten als dit kennelijk geschiedt in het kader van prostitutie.
AFDELING 4. OVERIGE BEPALINGEN Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten
Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten
1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend.
1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend.
2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een prostituee.
2. Het is verboden op of aan een openbare plaats of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een prostituee.
3. Het in het tweede lid genoemde verbod geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend.
3. Het in het tweede lid genoemde verbod geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend.
Corsa 23ID000
38
HOOFDSTUK 4 BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE AFDELING 1. VOORKOMEN OF BEPERKEN GELUIDHINDER EN HINDER DOOR VERLICHTING Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten
Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten
1. In afwijking van de geluidswaarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, en artikel 4:5, gelden de geluidswaarden in het zesde lid tijdens de door het college aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
1. De grenswaarden als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor: a. Koningsdag (27 april); b. door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer delen van de gemeente. 4. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 5. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6. Tijdens het van toepassing zijn van een collectieve festiviteit, mag het geluidniveau, veroorzaakt door de inrichting, niet meer bedragen dan de waarde, die is opgenomen in onderstaande tabel.
Corsa 23ID000
2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste onder b en het tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer delen van de gemeente. 4. Het college maakt de aanwijzing in het eerste onder b en het tweede lid ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 5. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6. Tijdens de op grond van het eerste lid aangewezen dagen en dagdelen, mag het geluidsniveau, veroorzaakt door een inrichting
39
Lar,LT op gevel gevoelige gebouwen Lar LT in inen aanpandige gevoelige gebouwen La max op gevel gevoelige gebouwen La max in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
Dagperiode 07.00-19.00
Avondperiode 19.00-23.00
Nachtperiode 23.00-02.00
68 dB(A)
63 dB(A)
58 dB(A)
53 dB(A)
48 dB(A)
43 dB(A)
78 dB(A)
73 dB(A)
68 dB(A)
63 dB(A)
58 dB(A)
53dB(A)
7. De geluidwaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en nog zonder toepassing van de 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. 8. De geluidwaarde, bedoeld in het zevende lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.
de grenswaarden die zijn opgenomen in de volgende tabel, niet overschrijden:
Lar,LT op een hoogte van 1,5 meter op de gevel van gevoelige gebouwen Lar LT in inen aanpandige gevoelige gebouwen La max op een hoogte van 1,5 meter op de gevel van gevoelige gebouwen La max in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
Dagperiode 07.00-19.00
Avondperiode 19.00-23.00
Nachtperiode 23.00-02.00
68 dB(A)
63 dB(A)
58 dB(A)
53 dB(A)
48 dB(A)
43 dB(A)
78 dB(A)
73 dB(A)
68 dB(A)
63 dB(A)
58 dB(A)
53dB(A)
7. De grenswaarden als bedoeld in het zesde lid zijn inclusief onversterkte muziek en nog zonder toepassing van de 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. De geluidwaarde, bedoeld in het zevende lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:3 Melding incidentele activiteiten
Artikel 4:3 Melding incidentele activiteiten
1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 10 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidswaarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 10 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de grenswaarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
Corsa 23ID000
40
2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 10 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 10 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding.
3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding.
4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.
4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.
5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.
5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.
6. Ten minste vijf werkdagen voor de aanvang van de festiviteit stelt de houder van de inrichting de direct omwonenden daarvan in kennis.
6. Ten minste vijf werkdagen voor de aanvang van de festiviteit stelt de houder van de inrichting de direct omwonenden daarvan in kennis.
7. Tijdens het van toepassing zijn van een incidentele festiviteit, mag het geluidniveau, veroorzaakt door de inrichting, niet meer bedragen dan de geluidwaarde volgens de tabel die opgenomen is in artikel 4:2 lid 6.
7. Tijdens het van toepassing zijn van een incidentele festiviteit, mag het geluidniveau, veroorzaakt door de inrichting, niet meer bedragen dan de grenswaarden die zijn opgenomen in de tabel in artikel 4:2 lid 6.
8. De geluidwaarde als bedoeld in het zevende lid is inclusief onversterkte muziek en nog zonder toepassing van de 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie.
8. De grenswaarden, bedoeld in het zevende lid, zijn inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.
9. De geluidwaarde, bedoeld in het zevende lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.
Corsa 23ID000
9. De grenswaarden, bedoeld in het zevende lid, gelden voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.
41 10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:5 Onversterkte muziek
Artikel 4.5 Onversterkte muziek
In afwijking van artikel 2.18, eerste lid, onder f, van het Activiteitenbesluit wordt onversterkte muziek tussen 23.00 uur en 08.00 uur niet buiten beschouwing gelaten bij het bepalen van het geluidsniveau van een inrichting.
1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven grenswaarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven grenswaarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de grenswaarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. 2. Tabel
LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
Corsa 23ID000
7.0019.00 uur
19.0023.00 uur
23.007.00 uur
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
42 LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
3. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:6 Overige geluidhinder
Artikel 4:6 Overige geluidhinder
1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de provinciale milieuverordening.
3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 4:9b Verbod oplaten ballonnen 1.Het is verboden een ballon, van welk materiaal dan ook, door middel van helium of enig ander gas dat lichter dan lucht is, op te laten in de buitenlucht zonder dat deze op enige wijze met het aardoppervlak verbonden is.
Corsa 23ID000
43
2.Onder ballon wordt verstaan: feest-, geluks-, papier-, wens-, sfeer-, herdenkings-, reclameballon of – lampion en dergelijke. 3.Het verbod is niet van toepassing op vaartuigen als bedoeld in de Wet luchtvaart.
HOOFDSTUK 5 ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE AFDELING 1. PARKEEREXCESSEN EN STOPVERBOD Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen
Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan dertig dagen onafgebroken te laten staan.
AFDELING 2. COLLECTEREN Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden – of donateurwerving
Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden of donateur werving
1.Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
2.Onder een inzameling als bedoeld in het
2. Onder een inzameling als bedoeld in het
Corsa 23ID000
44 eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
3.Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: a. in besloten kring; b. door collecteplaninstellingen die zijn vermeld op het landelijke collecte rooster van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) en die geld of goederen inzamelen in de aan hen door het CBF toegewezen periode; c. door instellingen die een CBF-keur of CBF certificaat voor kleine goede doelen hebben en op “de roulatielijst kledinginzameling” staan, krijgen per kwartaal een periode aangewezen waarin zij huis aan huis gebruikte kleding in kunnen zamelen; d. door in de gemeente Nissewaard gevestigde verenigingen en stichtingen, die krachtens statuten en activiteiten een doel nastreven dat van algemeen belang is en die geld of goederen inzamelen in een collecte vrije periode en zij zich minimaal 10 dagen vooraf hebben gemeld bij de gemeente.
3.Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: a. in besloten kring; b. door collecteplaninstellingen die zijn vermeld op het landelijke collecte rooster van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) en die geld of goederen inzamelen in de aan hen door het CBF toegewezen periode; c. door in de gemeente Nissewaard gevestigde verenigingen en stichtingen, die krachtens statuten en activiteiten een doel nastreven dat van algemeen belang is en die geld of goederen inzamelen in een collecte vrije periode en zij zich minimaal 10 dagen vooraf hebben gemeld bij de gemeente.
4. Algemene regels ten aanzien van het inzamelen: a. Inzameling van geld en goed mag plaatsvinden van maandag tot en met zaterdag van 9:00 uur tot 21:00 uur; b. een collectant moet zich kunnen legitimeren; c. collectanten hebben de minimale leeftijd van 14 jaar; d. voor het inzamelen van geld dient gebruik te worden gemaakt van een collectebus; e. voor het inzamelen van goederen dient gebruik te worden gemaakt van een inzamelmiddel zoals een plastic tas; f. het inzamelmiddel mag niet eerder buitengezet worden dan op de dag van inzameling;
Corsa 23ID000
4. Algemene regels ten aanzien van het inzamelen: a. Inzameling van geld en goed mag plaatsvinden van maandag tot en met zaterdag van 9:00 uur tot 21:00 uur; b. een collectant moet zich kunnen legitimeren; c. collectanten hebben de minimale leeftijd van 14 jaar; d. voor het inzamelen van geld dient gebruik te worden gemaakt van een collectebus; e. voor het inzamelen van goederen dient gebruik te worden gemaakt van een inzamelmiddel zoals een plastic tas; f. het inzamelmiddel mag niet eerder buitengezet worden dan op de dag van inzameling; g. vervuiling van de omgeving door inzameling moet opgeruimd worden; eventuele kosten om de omgeving schoon te maken worden verhaald; h. alle aanwijzingen, gegeven door de politie of een bevoegde ambtenaar van de gemeente Nissewaard dienen stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd.
45 g.
h.
vervuiling van de omgeving door inzameling moet opgeruimd worden; eventuele kosten om de omgeving schoon te maken worden verhaald; alle aanwijzingen, gegeven door de politie of een bevoegde ambtenaar van de gemeente Nissewaard dienen stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd.
5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
AFDELING 4. STANDPLAATSEN Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
2. Het college kan nadere regels stellen omtrent dit onderwerp.
2. Een aanvraag om een vergunning wordt gesteld op een door het college vastgesteld aanvraagformulier.
3. Een aanvraag om een vergunning wordt gesteld op een door het college vastgesteld aanvraagformulier. 4. In afwijking van artikel 1:6, aanhef en onder d, wordt de vergunning ingetrokken indien daarvan gedurende twee maanden geen gebruik wordt gemaakt. 5. Onverminderd artikel 1:7 wordt een standplaatsvergunning verleend voor minimaal een kalenderdag. De vergunning wordt beperkt: a. voor de verkoop van haring, tot een periode van twaalf weken, te rekenen vanaf de dag waarop landelijk het haringseizoen begint; b. voor de verkoop van oliebollen, tot de periode van 1 oktober tot en met 31 december; c. voor de verkoop van kerstbomen, tot de periode van 6 december tot en met 24 december;
Corsa 23ID000
3. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. 5. Het college kan nadere regels stellen omtrent dit onderwerp.
46 d. voor de verkoop van koek en zopie, tot de periode waarin kan worden geschaatst in de directe nabijheid van de standplaats.
6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
6. Het college weigert de vergunning: a. wegens strijd met een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. indien voor de betreffende locatie of dag al een vergunning is verleend. 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan het college de vergunning weigeren: a. indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.
8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:18a Nadere bepalingen standplaatsen 1. De vergunninghouder moet de standplaats binnen één uur na de verkoopdag hebben ontruimd. 2. Het college kan afwijken van het bepaalde in het eerste lid om redenen van openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid, bescherming van het milieu, redelijke eisen van welstand, de fysieke toestand van de bestrating of het te gebruiken verkoopmiddel. 3. Op een in een voetgangerszone aangewezen locatie mag slechts standplaats worden ingenomen zonder voertuig of alleen met dat
Artikel vervalt
Corsa 23ID000
47 voertuig dat direct noodzakelijk is voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of diensten. Een voertuig dat hiervoor niet direct noodzakelijk is, mag slechts bij de aanvang en aan het einde van de verkoopperiode bij de standplaats aanwezig zijn voor het in- en uitladen van goederen. 4. Het is niet toegestaan bij de standplaats een terras in te richten. 5. De vergunninghouder die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn standplaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college, voorafgaande aan de eerste dag van verhindering of zo spoedig als mogelijk is daarna, onder opgave van de duur van zijn afwezigheid. De vergunninghouder kan zich in genoemde situaties incidenteel laten vervangen door een medewerker in zijn dienst of door een echtgenoot, een geregistreerd partner, of een familielid in de eerste graad. Bij controle moet de relatie tussen de vervanger en de vergunninghouder schriftelijk toonbaar zijn.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen
Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen
1. Het verbod van artikel 5:17, eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
1. Het verbod van artikel 5:17, eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
2. De weigeringsgrond van artikel 5:17, achtste lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.
2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, vierde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.
AFDELING 5. OPENBAAR WATER EN WATERSTAATSWERKEN Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen
Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen
1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
Corsa 23ID000
48 stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.
stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.
2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.
2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.
3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Omgevingsverordening Zuid-Holland, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening, de Herziene Rijnvaartakte van 17 oktober 1868 en het Rijnvaartpolitiereglement 1995.
3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Verordening nautisch beheer Zuid-Holland 2022 of de Omgevingsverordening ZuidHolland, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening, de Herziene Rijnvaartakte van 17 oktober 1868 en het Rijnvaartpolitiereglement 1995.
4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.
4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.
5. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.
5. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken
Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken
1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen,
1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen,
Corsa 23ID000
49 oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.
oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Omgevingsverordening Zuid-Holland, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening, de Herziene Rijnvaartakte van 17 oktober 1868 en het Rijnvaartpolitiereglement 1995.
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Verordening nautisch beheer Zuid-Holland 2022, de Omgevingsverordening Zuid-Holland, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening, de Herziene Rijnvaartakte van 17 oktober 1868 en het Rijnvaartpolitiereglement 1995.
AFDELING 7 CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN NATUURGEBIEDEN Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
1.Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
2.Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden.
2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden.
3.Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.
3.Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.
4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef
5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek
Corsa 23ID000
50 en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.
van Strafrecht of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:36 Verboden plaatsen
Artikel 5:36 Verboden plaatsen
1. Incidentele verstrooiing is verboden op:
1. Incidentele verstrooiing is verboden op:
a. b.
a. b.
c.
verharde delen van de weg; gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen; speelplekken.
c.
verharde delen van een openbare plaats; gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen; speelplekken.
2. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid verstrooiing plaatsvindt.
2. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid verstrooiing plaatsvindt.
3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.
3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.
4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 6:1 Strafbepaling
Artikel 6:1 Strafbepaling
1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: Artikel 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden); Artikel 2:9 (straatartiest); Artikel 2:10 (voorwerpen op of aan de weg); Artikel 2:14 (winkelwagentjes);
1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: Artikel 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden); Artikel 2:9 (straatartiest); Artikel 2:10 (voorwerpen op of aan de weg); Artikel 2:14 (winkelwagentjes); Artikel 2:16 (openen straatkolken e.d.);
Corsa 23ID000
51
Artikel 2:16 (openen straatkolken e.d.); Artikel 2:19 (gevaarlijk of hinderlijk voorwerp); Artikel 2:21 (voorzieningen voor verkeer en verlichting); Artikel 2:23 (veiligheid op het ijs); Artikel 2:25 (evenement); Artikel 2:26 (ordeverstoring); Artikel 2:28 (exploitatie openbare inrichting); Artikel 2:29 (sluitingstijd); Artikel 2:31 (verboden gedragingen); Artikel 2:32 (handel binnen openbare inrichtingen); Artikel 2:33 (ordeverstoring); Artikel 2:36 (kennisgeving exploitatie); Artikel 2.37b (exploitatie kamerverhuurbedrijf); Artikel 2:38 (verschaffing gegevens nachtregister); Artikel 2:39 (speelgelegenheden); Artikel 2:41 (betreden gesloten woning of lokaal); Artikel 2:41a (sluiting voor publiek toegankelijke gebouwen); Artikel 2:42 (plakken en kladden); Artikel 2:44 (vervoer inbrekerswerktuigen); Artikel 2:44a (vervoer geprepareerde voorwerpen); Artikel 2:48 (verboden drankgebruik); Artikel 2:48a (verboden lachgasgebruik); Artikel 2:50a (messen en andere voorwerpen als wapen); Artikel 2:59 (gevaarlijke honden); Artikel 2:72 (ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen); Artikel 2:73 (gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling); Artikel 2:73a (carbidschieten in de open lucht); Artikel 2:73b (bij zich hebben van carbid); Artikel 2:74 (drugshandel op straat); Artikel 2:74a (openlijk drugsgebruik); Artikel 2:78 (gebiedsontzeggingen);
Artikel 3:3 (vergunning); Artikel 3:12 (sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang); Artikel 3:13 (adverteren);
Corsa 23ID000
Artikel 2:19 (gevaarlijk of hinderlijk voorwerp); Artikel 2:21 (voorzieningen voor verkeer en verlichting); Artikel 2:23 (veiligheid op het ijs); Artikel 2:25 (evenement); Artikel 2:26 (ordeverstoring); Artikel 2:28 (exploitatie openbare inrichting); Artikel 2:29 (sluitingstijd); Artikel 2:31 (verboden gedragingen); Artikel 2:32 (handel binnen openbare inrichtingen); Artikel 2:33 (ordeverstoring); Artikel 2:36 (kennisgeving exploitatie); Artikel 2:36a (verschaffing gegevens nachtregister) Artikel 2.37b (exploitatie kamerverhuurbedrijf); Artikel 2:38; (sluiting voor publiek toegankelijke gebouwen); Artikel 2:38a (Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat); Artikel 2:39 (speelgelegenheden); Artikel 2:41 (betreden gesloten woning of lokaal); Artikel 2:42 (plakken en kladden); Artikel 2:44 (vervoer inbrekerswerktuigen); Artikel 2:44a (vervoer geprepareerde voorwerpen); Artikel 2:48 (verboden drankgebruik); Artikel 2:48a (verboden lachgasgebruik); Artikel 2:50a (messen en andere voorwerpen als wapen); Artikel 2:59 (gevaarlijke honden); Artikel 2:72 (ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen); Artikel 2:73 (gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling); Artikel 2:73a (carbidschieten in de open lucht); Artikel 2:73b (bij zich hebben van carbid); Artikel 2:74 (drugshandel op straat); Artikel 2:74a (openlijk
drugsgebruik); Artikel 2:78 (gebiedsontzeggingen); Artikel 3:3 (vergunning);
52
Artikel 3:14 (leeftijd en verblijfstitel prostituees); Artikel 3:18 (raamprostitutie); Artikel 3:19 (straatprostitutie); Artikel 3:21 (verbodsbepalingen klanten); Artikel 3:22 (tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch - pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke); Artikel 4:13 (opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.); Artikel 4:15 (verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame); Artikel 5:2 (parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.); Artikel 5:3 (te koop aanbieden van voertuigen); Artikel 5:4 (defecte voertuigen); Artikel 5:5 (voertuigwrakken); Artikel 5:6 (kampeermiddelen e.a.); Artikel 5:7 (parkeren van reclamevoertuigen); Artikel 5:8 (parkeren van grote voertuigen); Artikel 5:8a (verboden te slapen in grote voertuigen); Artikel 5:9 (parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen); Artikel 5:15 (ventverbod); Artikel 5:17 (standplaatsvergunning, intrekking en weigeringsgronden); Artikel 5:18 (nadere bepalingen standplaatsen); Artikel 5:23 (organiseren van een snuffelmarkt); Artikel 5:24 (voorwerpen op, in of boven openbaar water); Artikel 5:25 (ligplaats woonschepen en overige vaartuigen); Artikel 5:26 (aanwijzingen ligplaats); Artikel 5:27 (verbod innemen ligplaats); Artikel 5:28 (beschadigen van waterstaatswerken); Artikel 5:29 (reddingsmiddelen); Artikel 5:32 (crossterreinen); Artikel 5:33 (beperking verkeer in natuurgebieden); Artikel
5:34 (verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken).
Corsa 23ID000
Artikel 3:12 (sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang); Artikel 3:13 (adverteren); Artikel 3:14 (leeftijd en verblijfstitel prostituees); Artikel 3:18 (raamprostitutie); Artikel 3:19 (straatprostitutie); Artikel 3:21 (verbodsbepalingen klanten); Artikel 3:22 (tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch - pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke); Artikel 4:13 (opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.); Artikel 4:15 (verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame); Artikel 5:2 (parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.); Artikel 5:3 (te koop aanbieden van voertuigen); Artikel 5:4 (defecte voertuigen); Artikel 5:5 (voertuigwrakken); Artikel 5:6 (kampeermiddelen e.a.); Artikel 5:7 (parkeren van reclamevoertuigen); Artikel 5:8 (parkeren van grote voertuigen); Artikel 5:8a (verboden te slapen in grote voertuigen); Artikel 5:9 (parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen); Artikel 5:15 (ventverbod); Artikel 5:17 (standplaatsvergunning, intrekking en weigeringsgronden); Artikel 5:18 (nadere bepalingen standplaatsen); Artikel 5:23 (organiseren van een snuffelmarkt); Artikel 5:24 (voorwerpen op, in of boven openbaar water); Artikel 5:25 (ligplaats woonschepen en overige vaartuigen); Artikel 5:26 (aanwijzingen ligplaats); Artikel 5:27 (verbod innemen ligplaats); Artikel 5:28 (beschadigen van waterstaatswerken); Artikel 5:29