Actualiseren APV; Was-wordt
Tekst van het document
1
WAS-WORDT LIJST Wijzigingen en nieuwe artikelteksten in vet Cursief in bestaande tekst wordt verwijderd
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:1 Definities Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: de bebouwde - bebouwde kom: de bebouwde kommen weergegeven op de kaart kommen weergegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze verordening; in bijlage 1 bij deze verordening; - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; omgevingsvergunning; - bouwwerk: hetgeen in artikel 1.1. - bouwwerk: hetgeen in artikel 1.1. van de Bouwverordening van de Bouwverordening gemeente Nissewaard 2016 daaronder wordt Nissewaard 2016 daaronder wordt verstaan; verstaan; - bromfiets: hetgeen daaronder wordt - bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; 1994; - college: het college van - college: het college van burgemeester en wethouders; burgemeester en wethouders; -
-
-
-
gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
Corsa 23ID000
-
-
-
-
gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet daaronder wordt verstaan; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
2 -
-
-
-
-
openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan 1994.
-
-
-
-
-
openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; weg: hetgeen daaronder wordt volstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bevoegde bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, eerste lid, artikel 2:11, tweede lid aanhef en onder a, of 2:12 en 4:11. 4. In afwijking van het eerste en tweede lid zijn de artikelen 2:25 en 3:3, derde lid van toepassing om een vergunning als bedoeld in die artikelen.
Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bevoegde bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, eerste lid, artikel 2:11, tweede lid aanhef en onder a, of 2:12 en 4:11.
Corsa 23ID000
3
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als:
a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. indien de houder dit verzoekt.
a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. de houder dit verzoekt.
Hoofdstuk 2. OPENBARE ORDE, VEILIGHEID EN VOLKSGEZONDHEID AFDELING 2. BRUIKBAARHEID, UITERLIJK AANZIEN EN VEILIG GEBRUIK VAN OPENBARE PLAATS. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
Corsa 23ID000
4 b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
3. Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
3. Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.
4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.
5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan een openbare plaats.
1. Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
2. het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
3. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd, indien:
3. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd, indien: a. het beoogde gebruik schade
a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen
toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats
Corsa 23ID000
of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan
5 voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; b. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c. in het belang van het voorkomen of
4. Het verbod zoals opgenomen in artikel 2:10, eerste lid, geldt niet voor; a. evenementen waarvoor een
4. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel
vergunning is verleend op basis van artikel 2:25; b. terrassen waarvoor een vergunning is verleend op basis van artikel 2:28; c. standplaatsen waarvoor een vergunning is verleend op basis van artikel 5:18; d. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; e. voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement. 5. De weigeringsgrond zoals opgenomen in het derde lid, onder a, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de wegenverkeerswet. 6. De weigeringsgrond zoals opgenomen in het derde lid, onder b geldt niet voor bouwwerken. 7. De weigeringsgrond zoals opgenomen in het derde lid, onder c, geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
beperken van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. 5. Het verbod is voorts niet van toepassing op de volgende voorwerpen, mits wordt voldaan aan de krachtens het zesde lid gestelde nadere regels: a. terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid, b. uitstallingen; c. bouwobjecten, mits daarvan uiterlijk vijf werkdagen van tevoren een melding aan het college is gedaan; d. containers, mits daarvan uiterlijk vijf werkdagen van tevoren een melding aan het college is gedaan; e. reclameborden; f. plantenbakken en banken; g. nader door het college aan te wijzen voorwerpen. 6. Het college stelt nadere regels voor de categorieën, bedoeld in het vijfde lid. 7. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Zuid- Hollandse Omgevingsverordening. 8. In dit artikel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als
Corsa 23ID000
6 bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. 9. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:11 (Omgevings-)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg.
Artikel 2:11 (Omgevings-)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg.
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, ineen weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, ineen weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
3. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
3. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur, de Omgevingsverordening Zuid Holland, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening Nissewaard.
4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Keur waterschap Hollandse Delta 2014, de Omgevingsverordening Zuid-Holland, de Telecommunicatiewet en de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening Nissewaard.
5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Corsa 23ID000
5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
7
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg
Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd; a. ter voorkoming van gevaar voor het
2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning geweigerd; a. ter voorkoming van gevaar voor het
verkeer op de weg;
verkeer op de weg;
b. indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast, of; d. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
b. indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast, of; d. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Waterschapskeur [Red: Keur voor waterschap Hollandse Delta] of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Keur waterschap Hollandse Delta 2014, of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs
1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op
1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op
Corsa 23ID000
8 de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.
de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de van kracht zijnde Provinciale vaarwegenverordening.
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening ZuidHolland of de Verordening nautisch beheer Zuid-Holland 2022.
Afdeling 3. EVENEMENTEN Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:25 Evenementen
Artikel 2:25 Evenementen
1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
2. Geen vergunning is vereist voor een Categorie 0-evenement, indien: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen; b. het evenement tussen 11:00 uur en 23:00 uur plaatsvindt; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht; d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object; f. er een organisator is; en g. de organisator ten minste 10 werkdagen voorafgaand aan het Categorie 0-evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.
2. Geen vergunning is vereist voor een Categorie 0-evenement, indien: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen; b. het evenement tussen 11:00 uur en 23:00 uur plaatsvindt; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht; d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object; f. er een organisator is; en g. de organisator ten minste 10 werkdagen voorafgaand aan het Categorie 0-evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.
3. De burgemeester kan binnen 5 dagen na ontvangst van de melding besluiten een Categorie 0-evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de
3. De burgemeester kan binnen 5 dagen na ontvangst van de melding besluiten een Categorie 0-evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de
Corsa 23ID000
9 openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
4.Een aanvraag tot een vergunning voor een Categorie A, B en C-evenement wordt langs elektronische weg of schriftelijk ingediend door middel van een door de burgemeester beschikbaar gesteld formulier.
4. Een aanvraag tot een vergunning voor een Categorie A, B en C-evenement wordt langs elektronische weg of schriftelijk ingediend door middel van een door de burgemeester beschikbaar gesteld formulier.
5. Een aanvraag wordt ingediend:
5. Een aanvraag wordt ingediend:
a. voor een Categorie A-evenement ten minste acht weken voorafgaand aan het evenement; b. voor een Categorie B-evenement ten minste dertien weken voorafgaand aan het evenement; c. voor een Categorie C-evenement ten minste zesentwintig weken voorafgaand aan het evenement.
a. voor een Categorie A-evenement ten minste acht weken voorafgaand aan het evenement; b. voor een Categorie B-evenement ten minste dertien weken voorafgaand aan het evenement; c. voor een Categorie C-evenement ten minste zesentwintig weken voorafgaand aan het evenement.
6. Een beschikking voor een Categorie A-, B- Cevenement wordt gegeven binnen acht, respectievelijk dertien of zesentwintig weken. De burgemeester kan deze termijn verlengen.
6. Een beschikking voor een Categorie A-, B- Cevenement wordt gegeven binnen acht, respectievelijk dertien of zesentwintig weken. De burgemeester kan deze termijn verlengen.
7. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8, tweede lid, kan de burgemeester de vergunning voor een categorie A-, B- of Cevenement weigeren, indien: a. de vergunning voor een A-evenement niet ten minste 8 weken voor aanvang van het evenement is aangevraagd; b. de vergunning voor een B-evenement niet ten minste 13 weken voor aanvang van het evenement is aangevraagd; c. de vergunning voor een C-evenement niet ten minste 26 weken voor aanvang van het evenement is aangevraagd. 8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 9. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Corsa 23ID000
10
Afdeling 4. TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:27 Definitie
Artikel 2:27 Definities
1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, afhaalpunten, fast- en foodbezorging, take away, maaltijdbezorging; of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt;
1. In deze afdeling wordt verstaan onder:
2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
a. Openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid dan wel gelegenheid wordt gegeven anders dan om niet enigerlei eet- of drinkwaar te verkrijgen, af te halen of te verbruiken; b. Terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. 2. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, afhaalpunten, take away en maaltijdbezorging. Onder openbare inrichting wordt ook verstaan een bij deze openbare inrichting behorend terras en andere aanhorigheden. 3. Exploitant: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt gedreven, en de bestuurders van de rechtspersoon of hun gevolmachtigden. 4. Leidinggevende: de natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een openbare inrichting.
Corsa 23ID000
11
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting
1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
2. De burgemeester weigert de vergunning als;
2. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in: a. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. een zorginstelling; c. een museum; of d. een bedrijfskantine of bedrijfsrestaurant; e. een uitvaartcentrum, begraafplaats of crematorium;
a. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. Als de verklaring omtrent het gedrag niet kan worden overlegd of als de verklaring omtrent het gedrag hiertoe aanleiding geeft. c. Als de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 3. In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; d. bedrijfskantine of –restaurant; of e. uitvaartcentrum. 5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
Corsa 23ID000
3. In aanvulling op het bepaalde in het tweede lid kan de burgemeester categorieën openbare inrichtingen aanwijzen die worden vrijgesteld van de vergunningplicht. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.
12 toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst 2:28a Indieningsvereisten exploitatievergunning openbare inrichting 1. De vergunning als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, wordt aangevraagd door de exploitant met gebruikmaking van en door de burgemeester vastgesteld formulier. 2. In de aanvraag voor de vergunning als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, worden in ieder geval vermeld: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en van de leidinggevende(n); b. indien van toepassing de verblijfstitel van de exploitant of leidinggevende(n); c. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of leidinggevende(n) gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten; d. voor welke openbare inrichting en type bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt aangevraagd; e. het adres en telefoonnummer van de openbare inrichting; f. het nummer van inschrijving van de openbare inrichting in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; g. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin de openbare inrichting wordt gevestigd; h. een verklaring omtrent het gedrag, opgesteld binnen drie maanden voorafgaand aan de aanvraag om een vergunning, van de exploitant en van de leidinggevenden; 3. De burgemeester kan als hij dat nodig acht voor het beoordelen van de aanvraag verlangen dat aanvullende gegevens worden overlegd.
Corsa 23ID000
13
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:28b Weigeringsgronden 1 De burgemeester weigert de vergunning als: a. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit en geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend; b. niet is voldaan aan de ingevolge artikel 2:28d voor de exploitant en leidinggevenden geldende eisen. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning weigeren als: a. naar zijn oordeel de openbare orde gevaar loopt of het woon- en leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting door de aanwezigheid van het de openbare inrichting nadelig beïnvloed wordt; b. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; c. er aanwijzingen zijn dat in de openbare inrichting personen werkzaam zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; d.
bij de toepassing van de in het tweede lid onder a genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met: - het karakter van de straat en de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen; - de aard van de openbare inrichting; - de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie;
Corsa 23ID000
14 e. de exploitant of de leidinggevende(n) binnen drie jaar voor de aanvraag een openbare inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde dan wel aantasting van het woon- en of leefklimaat, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet gesloten is geweest.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst 2:28c Inhoud exploitatievergunning en aanhangsel vergunning 1. De burgemeester vermeldt in een vergunning: a. de vergunninghouder; b. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt; c. de plaats waar de openbare inrichting zich bevindt; d. de situering en de oppervlakte van het (de) terras(sen) van de openbare inrichting; e. de voorschriften en/of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden. 2. De burgemeester vermeldt in het aanhangsel bij de vergunning: de leidinggevenden. 3. De vergunning en het daarvan deel uitmakende aanhangsel, of afschriften daarvan, zijn in de openbare inrichting aanwezig.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:28d Eisen aan exploitant en leidinggevenden De exploitant en leidinggevenden voldoen aan de volgende eisen: a. zij hebben de leeftijd van achttien jaar bereikt; b. zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; c. zij staan niet onder curatele.
Corsa 23ID000
15
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:28e Aanwezigheid exploitant/ leidinggevende Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden zonder dat: a. een op de vergunning of het aanhangsel vermelde exploitant of leidinggevende aanwezig is; of b. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2:28f, eerste lid, van deze verordening is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigden zolang nog niet op die aanvraag is beslist, aanwezig is.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:28f Wijziging aanhangsel exploitatievergunning 1. Een exploitant meldt aan de burgemeester zijn wens om een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven; 2. De burgemeester bevestigt onverwijld schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de aanvraag. 3. De burgemeester weigert de bijschrijving op of wijziging van het aanhangsel indien de persoon bedoeld in artikel 2:27, vierde lid, van deze verordening niet voldoet aan de in artikel 2:28d van deze verordening gestelde eisen.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:28g Wijziging exploitatievergunning openbare inrichting 1. Indien een openbare inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning gegeven omschrijving, is de vergunninghouder
Corsa 23ID000
16 verplicht bedoelde wijziging binnen één maand bij de burgemeester te melden. 2. De burgemeester verstrekt, indien aan de ten aanzien van de openbare inrichting gestelde eisen wordt voldaan, een gewijzigde vergunning.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:28h Intrekkings-, wijzigings- en schorsingsgronden In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning intrekken, wijzigen of schorsen als: a. de exploitant en/of leidinggevenden het bij of krachtens de bepalingen van deze afdeling overtreden; b. de exploitant en /of leidinggevende van de openbare inrichting niet meer voldoet aan de in artikel 2:28d gestelde eisen. c. aannemelijk is dat de exploitant en/of leidinggevenden betrokken zijn, of hun ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting die een gevaar opleveren voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid en/of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting; d. de exploitant en/of leidinggevenden strafbare feiten plegen in de openbare inrichting dan wel toestaan of gedogen dat in de openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd; e. de exploitant en/of leidinggevenden zich schuldig maken aan discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of welke grond dan ook; f. zich in of vanuit de openbare inrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het (ongewijzigd) geopend blijven van de openbare inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid en/of een bedreiging
Corsa 23ID000
17 vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting. g. een vergunninghouder in een periode van twee jaar ten minste drie maal op grond van artikel 2:28f, eerste lid van deze verordening om bijschrijving van een persoon op het aanhangsel bij de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die wijziging van het aanhangsel ten minste driemaal heeft geweigerd op grond van artikel 2:28f, derde lid van deze verordening.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:28i Beëindiging en overgang exploitatie 1. De exploitant meldt de beëindiging van de exploitatie van het horecabedrijf binnen twee weken schriftelijk aan de burgemeester. 2. De burgemeester kan in het geval van een ongewijzigde bedrijfsovername op verzoek van de rechtsopvolger onder voorwaarden toestemming geven om na het indienen van een aanvraag de exploitatie van het horecabedrijf voort te zetten. Een verkregen toestemming geldt totdat de burgemeester op de aanvraag heeft beslist.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:29 Sluitingstijden
Artikel 2:29 Sluitingstijden
1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 05.30 uur en 07.00 uur. 2. Terrassen bij openbare inrichtingen zijn om 02.00 uur gesloten. 3. Bij overgang van zomer- naar wintertijd en van winter- naar zomertijd wordt de nieuwe tijd aangehouden.
1. Openbare inrichtingen zijn gesloten van maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 05.30 uur en 07.00 uur. 2. Terrassen bij openbare inrichtingen zijn gesloten tussen 01.00 uur en 07.00 uur. 3. De burgemeester kan incidenteel ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 4. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van de in het derde lid genoemde bevoegdheid.
Corsa 23ID000
18 4. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid. 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 6. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 7. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 8. Het eerste en zevende lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 9. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
5. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers in het horecabedrijf toe te laten of te laten verblijven - van maandag tot en met vrijdag tussen 01:00 en 06:00 uur; - van zaterdag tot en met zondag tussen 05.30 en 07.00 uur. 6. Het is verboden een terras voor bezoekers geopend te hebben of daarop bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 01.00 uur en 07.00 uur. 7. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 8. Bij de overgang van zomer- naar wintertijd en van winter- naar zomertijd geldt de officiële tijd. 9. Het eerste en zevende lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 10. Op de aanvraag tot ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting en incidentele ontheffing sluitingstijd
Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid voor een of meer inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. De burgemeester kan, als naar zijn oordeel van bijzondere omstandigheden sprake is, de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden incidenteel ontheffing verlenen. 3. De incidentele ontheffing wordt niet verleend:(weigering)
1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
a. ingeval van het ontbreken van een exploitatievergunning; b. het maximaal aantal ontheffingen is toegekend;
Corsa 23ID000
19 c. ingeval van recente klachten of incidenten betreffende de openbare inrichting; d. indien de openbare orde en veiligheid niet gewaarborgd kunnen worden; e. indien de sluitingstijd van 05:30 uur wordt overschreden. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
AFDELING 6 TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN NACHTVERBLIJF Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Was artikel 2:38.
Artikel 2:36a Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:37b Exploitatie kamerverhuurbedrijf
Artikel 2:37b Exploitatie kamerverhuurbedrijf
1. Het is verboden een kamerverhuurbedrijf te exploiteren op door het college aangewezen plaatsen en zonder dat (hij) het college daarvoor een vergunning heeft verleend. 2. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de vergunningaanvraag. 3. Het college weigert de vergunning: a. als naar zijn oordeel de woon- of leefsituatie in de omgeving van het kamerverhuurbedrijf op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;
1. Het is verboden een kamerverhuurbedrijf te exploiteren op door het college aangewezen plaatsen en zonder dat het college daarvoor een vergunning heeft verleend. 2. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de vergunningaanvraag. 3. Het college weigert de vergunning: a. als naar zijn oordeel de woon- of leefsituatie in de omgeving van het kamerverhuurbedrijf op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b. als de exploitatie van een kamerverhuurbedrijf in strijd is met een
Corsa 23ID000
20 b. als de exploitatie van een kamerverhuurbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 4. Geen vergunning is vereist voor woonruimten die deel uitmaken van een wooncomplex voor senioren of van een instelling voor verpleging en verzorging of daarmee naar hun aard gelijk te stellen woonvormen, indien deze worden gebruikt overeenkomstig hun specifieke doel en functie.
geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 4. Geen vergunning is vereist: a. voor woonruimten die deel uitmaken van een wooncomplex voor senioren of van een instelling voor verpleging en verzorging of daarmee naar hun aard gelijk te stellen woonvormen, indien deze worden gebruikt overeenkomstig hun specifieke doel en functie. b.Voor maximaal twee onzelfstandige woonruimten die deel uitmaken van een woning waarvan : - de verhuurder voor 100% economisch en juridisch eigenaar is; en - de verhuurder zelf in de woning woont en op het adres van de woning staat ingeschreven; en - de verhuurder minimaal 50% van de beschikbare oppervlakte van de woning zelf voor zijn huishouden in gebruik heeft; en - voorzieningen zoals een keuken, badkamer en toilet worden gedeeld; en - elk van de onzelfstandige woonruimte wordt bewoond door maximaal één persoon. 5. Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister
Vernummerd in artikel 2:36a
Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
Corsa 23ID000
21
AFDELING 6B VOOR PUBLIEK OPENSTAANDE GEBOUWEN Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Was artikel 2:41a
Artikel 2:38 Sluiting voor publiek toegankelijke gebouwen. 1. De burgemeester kan, indien zulks naar zijn oordeel in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat is vereist, de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw - niet zijnde een seksinrichting - of een bij dat gebouw behorend erf, een perceel of gedeelte van het perceel of enige andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester maakt de sluiting bekend door het aanbrengen van een afschrift van zijn bevel op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf, het perceel of een gedeelte van het perceel of de ruimte. De sluiting treedt in werking op het moment dat bedoeld afschrift is aangebracht. 3. Eenieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 4. Het is de rechthebbende op en de beheerder van het gebouw, erf, perceel of een gedeelte van een perceel of de ruimte waarvoor een bevel als bedoeld in het eerste lid geldt, verboden daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven, zolang de sluiting van kracht is. 5.
Het is eenieder verboden een overeenkomstig het eerste lid gesloten gebouw, erf, perceel of gedeelte van het perceel of enige andere ruimte te bezoeken
of als bezoeker daarin te verblijven. 6. Op aanvraag van een belanghebbende kan: a. een sluiting voor onbepaalde duur door de burgemeester worden opgeheven, wanneer naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden;
Corsa 23ID000
22 b. een sluiting door de burgemeester worden opgeheven wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:38a Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon of personen of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. leidinggevende: de exploitant en iedere andere natuurlijke persoon die algemene of onmiddellijke leidinggeeft aan de bedrijfsmatige activiteiten; c. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw of een daarbij behorend perceel, niet zijnde: - een seksinrichting of escortbedrijf waarvoor een vergunningplicht op grond van deze verordening geldt; - een horecabedrijf waarvoor een vergunningplicht op grond van Alcoholwet of op grond van artikel 2:28 van deze verordening geldt; - een coffeeshop of - een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw, dan wel in dat gebied de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat of ernstige vrees hiertoe bestaat. Een
Corsa 23ID000
23 aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat. 3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen of te wijzigen: a. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten, of b. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. in het belang van het voorkomen van strafbare feiten; b. indien de leefbaarheid in het gebied nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. indien de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. 5.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan een ter inzage gelegd bestemmingsplan, een voorbereidingsbesluit, een beheersverordening, een exploitatieplan of daarmee gelijk te stellen regelingen. 6. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteit(en) de
Corsa 23ID000
24 vergunning wordt gevraagd en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens en het burger servicenummer van iedere exploitant en beheerder; b. het adres waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend of zullen worden uitgeoefend; c. het nummer waaronder het bedrijf is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. 7. Als de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd. 8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien: a. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. gehandeld wordt in strijd met het bij of krachtens dit artikel bepaalde; d. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; e. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; f. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden, of g.
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. 9. Indien het bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid wordt geëxploiteerd of indien één van de situaties als bedoeld in het achtste
Corsa 23ID000
25 lid van toepassing is, kan de burgemeester het bedrijf geheel of gedeeltelijk sluiten. 10. Het is eenieder zonder schriftelijke toestemming van de burgemeester verboden een overeenkomstig het negende lid gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven. 11. De vergunning vervalt wanneer: a. de exploitatie van het bedrijf feitelijk is beëindigd of overgedragen; b. zes maanden zijn verlopen na het onherroepelijk worden van de vergunning, zonder dat van deze vergunning gebruik is gemaakt; c. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen gebruik is gemaakt van de vergunning. 12. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde beheerder aanwezig is. 13. De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden. 14. Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
AFDELING 8. MAATREGELEN TER VOORKOMING VAN OVERLAST, GEVAAR OF SCHADE Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke
Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke
1. Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.
1. Het is verboden op een openbare plaats of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of erfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.
Corsa 23ID000
2. Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.
26
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:44a Vervoer geprepareerde voorwerpen
Artikel 2:44a Vervoer geprepareerde voorwerpen
1. Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken.
1. Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van winkels, gedurende de openingstijden daarvan, een tas of ander voorwerp bij zich te dragen die of dat ertoe uitgerust is om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken.
2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het in dat lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen.
2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dit lid bedoelde voorwerp niet is bestemd voor de in dat lid bedoelde handelingen.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als wapen
Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als wapen
1. Het is verboden op de weg of in voor publiek toegankelijke gebouwen messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, openlijk bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet met betrekking tot voorwerpen die zodanig zijn ingepakt, dat zij niet voor dadelijk gebruik gereed zijn.
1. Het is verboden op een openbare plaats of in voor het publiek toegankelijke gebouwen messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.
3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het onderwerp daarvan wordt voorzien bij of krachtens de Wet wapens en munitie.
2. Het verbod geldt niet met betrekking tot voorwerpen die zodanig zijn ingepakt, dat zij niet voor dadelijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het onderwerp daarvan wordt voorzien bij of krachtens de Wet wapens en munitie.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:57 Loslopende honden
Artikel 2:57 Loslopende honden
1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
Corsa 23ID000
27 a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide op schoolpleinen of op een andere door het college aangewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is aangelijnd; c. op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiekenmerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2. Het verbod in het eerste lid aanhef en onder b is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. 3. De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide op schoolpleinen of op een andere door het college aangewezen openbare plaats; b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats indien de hond niet is aangelijnd; c. op een openbare plaats indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiekenmerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2. Het verbod in het eerste lid aanhef en onder b is niet van toepassing op door het college aangewezen openbare plaatsen. 3. De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:58 Verontreiniging door honden
Artikel 2:58 Verontreiniging door honden
1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen openbare plaatsen.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:59 Gevaarlijke honden
Artikel 2:59 Gevaarlijke honden
Corsa 23ID000
28
1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijn- en / of muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijn- en / of muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en/of muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en/of muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.