CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

89.Voorontwerpbestemmingsplan uitbreiding trafostation Simonshaven; Bijlagen bij toelichting Bijlage 3 Verkennend natuuronderzoek

Gemeenteraad 13 september 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Aanvullende lijst ingekomen stukken en mededelingen20.078 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.1.2

Inventarisatie, analyse en toetsing

Beschermingscategorie 1 Mast 067 ligt geheel binnen het NNN en mast 068 en station Simonshaven liggen bij een ecologische verbindingszone, zie Figuur 5.2. Beschermd grasland in de Bollenstreek ligt op meer dan 40 km afstand van de locaties. Voor de herinrichting tijdens fase 3 en 4 bij mast 068 en het station Simonshaven is een bestemmingsplanherziening nodig. De werkzaamheden vallen binnen de begrenzing van het Natuur Netwerk Nederland en een ecologische verbindingszone. Het NNN-gebied bij mast 067 heeft als beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland9. Het versterken vanmast 067 heeft geen permanent effect op het NNN-gebied. Op de locatie zal de vegetatie binnen één groeiseizoen weer terug groeien. Tijdens de werkzaamheden kan verstoring optreden door de werkzaamheden. Door de werkzaamheden langzaam op te starten krijgen aanwezige dieren de tijd om te vluchten.

Sweco | Verkennend Natuuronderzoek station Simonshaven 380kV Projectnummer: 51010255 Datum: 13-07-2023 Document referentie: NL23-648800269-42824

Versie: D4 30/42

Verstorende werkzaamheden kunnen niet plaatsvinden wanneer er broedvogels aanwezig zijn in de bomen of langs de oever of op het water binnen de effectafstand van de werkzaamheden. Mitigerende maatregelen moeten worden uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol. Het doorlopen van een Nee, tenzij procedure is noodzakelijk om bovenstaande nader te onderbouwen. De ecologische verbindingszone langs mast 068 en het station bestaat uit het beheertype N00.01 nog om te vormen landbouwgrond naar natuur (inrichting). De werkzaamheden hebben mogelijk permanent effect op het nog in te richten beheertype. Enkel de werkzaamheden aan mast 068 hebben een effect op het NNN, de werkzaamheden op het station vallen buiten het NNN. De alternatieve locatie van mast 068 heeft tot gevolg dat een deel van de watergang gedempt wordt, dit wordt echter gecompenseerd door een ander deel uit te graven. Het doorlopen van een Nee, tenzij procedure is noodzakelijk om bovenstaande nader de onderbouwen.

Figuur 5.2 Ligging van het onderzoeksgebied ten opzichte van het meest nabijgelegen NNN (licht groen) en ecologische verbindingszone (donker groen).

Beschermingscategorie 2 Mast 067 is niet gelegen binnen de Groene Buffer of belangrijk weidevogelgebied. Mast 068 en station Simonshaven liggen wel binnen de groene contour en op circa 40 meter van het dichtstbijzijnde belangrijke weidevogelgebied (Figuur 5.3). Voor de ontwikkelingen bij fase 3 en 4 is een RO-procedure nodig. De sloop en vernieuwbouw van mast 068 zorgt per saldo niet tot een verandering. De ontwikkeling op station Simonshaven betreft geen grootschalige ontwikkeling. In totaal wordt het station met circa 14.840 m2 uitgebreid waarvan circa 4.000 m2 nu nog buiten de hekken van het station valt. Het deel binnen het huidige hekwerk is voor de helft al bestraat en voor de andere helft bestaande uit (uitgezaaide) ruige vegetatie. De huidige toegangsweg wordt verlegd, per saldo neemt de oppervlakte verharding voor de toegangsweg hierdoor iets af.

Sweco | Verkennend Natuuronderzoek station Simonshaven 380kV Projectnummer: 51010255 Datum: 13-07-2023 Document referentie: NL23-648800269-42824

Versie: D4 31/42

De bomen die gekapt moeten worden om de ontwikkeling mogelijk te maken worden gecompenseerd op het perceel. Het betreft enkel de uitbreiding van het huidige hoogspanningsstation op deze locatie. Dit is nodig om aan de toekomstige vraag naar elektriciteit te voldoen. De functie van het terrein wijzigt niet en de belevingswaarde blijft hetzelfde. De geplande werkzaamheden en uitbreiding van het hoogspanningsstation hebben geen negatief effect op de omliggende gebieden. Het doorlopen van een Nee, tenzij procedure t.a.v. de Groene Buffer is niet nodig. De werkzaamheden op het terrein van het hoogspanningsstation Simonshaven liggen op 40 meter van een weidevogelgebied. Externe werking is wel van toepassing op belangrijke weidevogelgebieden. De werkzaamheden kunnen een verstorend effect hebben. Effecten van de werkzaamheden zijn tijdelijk. Indien de werkzaamheden in de periode augustus t/m februari worden uitgevoerd treedt er geen negatief effect op. Bij werkzaamheden in de periode maart t/m juli kan er wel een negatief effect optreden. Het uitvoeren van een effectbeoordeling is nodig bij werkzaamheden in deze periode.

Figuur 5.3 Ligging van het onderzoeksgebied ten opzichte van het meest nabijgelegen belangrijk weidevogelgebied (donker groene horizontale streep) en groene buffer (licht groene verticale streep).

Sweco | Verkennend Natuuronderzoek station Simonshaven 380kV Projectnummer: 51010255 Datum: 13-07-2023 Document referentie: NL23-648800269-42824

Versie: D4 32/42

6

Conclusies

6.1

Wet natuurbescherming

6.1.1

Gebiedsbescherming

Alle Natura 2000-gebieden binnen een straal van 25 km zijn in kaart gebracht, dit zijn er 10. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Haringvliet’ ligt op ten minste 3,8 km afstand van het plangebied. Gezien de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebied, zijn negatieve effecten van geluid en beweging op de instandhoudingsdoelstellingen op voorhand uit te sluiten. De werkzaamheden in het plangebied resulteren niet in een oppervlakteverlies van het Natura 2000-gebied, evenmin veroorzaakt het versnippering voor aangewezen soorten, verontreiniging en verdroging. De werkzaamheden leiden niet tot verstoring door verlichting en door mechanische effecten. Stikstofemissie kan optreden tijdens zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Deze emissie kan zich verplaatsen over grote afstand en zodoende resulteren in stikstofdeposities in Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen. Uit de analyse blijkt dat er mogelijk een toename aan stikstofdepositie kan optreden. Het uitvoeren van een AERIUS-berekening is noodzakelijk om uitsluitsel te geven over een eventuele toe- of afname aan stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en/of gebruiksfase.

Op basis van de resultaten van de AERIUS-berekening dient te worden bepaald of er aanvullend onderzoek naar de effecten van stikstofdepositie in de vorm van een voortoets of passende beoordeling benodigd is, of dat het project zonder aanvullend effectonderzoek doorgang kan vinden.

6.1.2

Soortbescherming

De werkzaamheden hebben mogelijk een negatief effect op vogels met een jaarrond beschermd nest en de noordse woelmuis. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid dan wel afwezigheid is noodzakelijk. De werkzaamheden bij het tracé hebben geen negatief effect op beschermde planten, reptielen en/of ongewervelden. Wel is het voor enkele soorten – vleermuizen en bever – noodzakelijk om mitigerende maatregelen te treffen. Als dit niet mogelijk is, is het uitvoeren van aanvullend onderzoek naar deze soorten noodzakelijk. Het bosje bij mast 067 was door de grote hoeveelheid blad wat nog aan de eiken zat moeilijk te onderzoeken op de aanwezigheid van nesten, er waren tijdens het veldbezoek geen nesten zichtbaar. Aanbevolen wordt om hier in januari of februari nogmaals langs te gaan als al het blad van de bomen is gevallen en eventuele nesten beter zichtbaar zijn. Nesten die eventueel worden aangetroffen in het bosje worden door de werkzaamheden niet vernietigd, wel kunnen de werkzaamheden een verstorend effect hebben.

Soortgericht onderzoek

Voor de sloop van mast 068 is het noodzakelijk om een onderzoek uit te voeren om te onderzoeken of het nest bezet is door een vogel met een jaarrond beschermd nest (ooievaar, slechtvalk, buizerd, sperwer, boomvalk en/of havik). Dit onderzoek vindt plaats in de periode februari t/m juni. Indien een jaarrond beschermd nest aanwezig is dient een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.

Sweco | Verkennend Natuuronderzoek station Simonshaven 380kV Projectnummer: 51010255 Datum: 13-07-2023 Document referentie: NL23-648800269-42824

Versie: D4 33/42

Indien het nest niet bezet is door een vogel met een jaarrond beschermd nest dan mag deze (mits deze niet in gebruik is) worden weggenomen. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van de noordse woelmuis is noodzakelijk bij het station Simonshaven en mast 068. Het nader onderzoek vindt plaats in de periode april t/m september. Een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is mogelijk nodig. Er zijn in mast 069, mast 070 en in een boom net buiten het terrein van station Simonshaven nesten waargenomen die mogelijk in gebruik kunnen zijn door een soort met een jaarrond beschermd nest. Om verstoring te voorkomen dienen de werkzaamheden in september t/m januari te worden uitgevoerd. Indien dit niet mogelijk is, is nader onderzoek naar de bezetting van de nesten noodzakelijk in de periode februari t/m juni. Op basis van de uitkomsten is een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming met betrekking tot vogels mogelijk noodzakelijk. De mitigerende maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.

Mitigerende maatregelen

Het is nodig om mitigerende maatregelen te treffen om verstoring (Wnb art. 3.5 lid 2) in het geval van het gebruik van (bouw)verlichting tijdens de werkzaamheden op mogelijke verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen te voorkomen. Dit kan door (bouw)verlichting niet te richten op omliggende gebouwen en groenstructuren (zoals bomenrijen en watergangen) tussen één uur voor zonsondergang en één uur na zonsopkomst in de periode maart tot en met oktober. Wanneer deze methode niet kan worden toegepast, is nader onderzoek naar verblijfplaatsen noodzakelijk en mogelijk een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming nodig. De mitigerende maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Om verstoring van mogelijk aanwezige beverburchten te voorkomen tijdens de werkzaamheden is van belang dat er in een straal van 100 meter rond geschikt habitat voor burchten geen werkzaamheden plaatsvinden tussen een half uur voor zonsondergang en een half uur na zonsopgang in de periode mei t/m augustus (Figuur 6.1). Buiten deze periode geldt een afstand van 20 meter. De mitigerende maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Wanneer bovenstaande maatregel niet mogelijk is dient nader onderzoek uitgevoerd te worden naar de exacte locatie van de beverburchten in de periode februari t/m juni.

Het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is op basis van de uitkomsten mogelijk nodig. Werkzaamheden die in de omgeving van het water plaatsvinden dienen (vissen en amfibieën) rustig te worden opgestart zodat eventueel aanwezige dieren kunnen vluchten. Eiklompen en/of eisnoeren van amfibieën dienen naar een geschikte locatie te worden verplaatst. De mitigerende maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Alle in Nederland broedende vogels zijn beschermd. De werkzaamheden dienen daarom bij voorkeur buiten het broedseizoen in de periode half juli t/m half maart plaats te vinden om verstoring te voorkomen. Indien dit niet mogelijk is, dient er eerst een broedvogelcontrole uitgevoerd te worden alvorens de werkzaamheden plaatsvinden, deze dient opnieuw uitgevoerd te worden als de werkzaamheden twee dagen stil liggen. Wanneer zeker is dat er zich geen broedende vogels binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden bevinden, kunnen werkzaamheden binnen het broedseizoen worden uitgevoerd. Mitigerende maatregelen moeten worden uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol.

Broedende vogels

Sweco | Verkennend Natuuronderzoek station Simonshaven 380kV Projectnummer: 51010255 Datum: 13-07-2023 Document referentie: NL23-648800269-42824

Versie: D4 34/42

Figuur 6.1 Samenvattende figuur.

De zorgplicht is altijd van toepassing en geldt ook voor niet beschermde flora en fauna. De zorgplicht houdt in dat werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

Zorgplicht

De soortenbeschermingskaders uit de Wet natuurbescherming staan niet in de weg aan de uitvoerbaarheid van het project. Eventuele ontheffingen die nodig zijn voor het uitvoeren van werkzaamheden worden op voorhand verleenbaar geacht.

6.1.3

Houtopstanden

Bij houtopstanden vanaf 1000 m2 (10 are) is een melding en herplanting verplicht. Er zijn drie bosjes die 1000 m2 of groter zijn. Deze bomen vallen daarmee onder het regime van de Wet natuurbescherming Houtopstanden. Wanneer deze bomen gekapt worden moet er een melding gemaakt worden bij het bevoegd gezag en is herplanting verplicht. Wel dient nog een boomanalyse uitgevoerd te worden om te bepalen om welke soorten het gaat en om welke aantallen het gaat zodat de herplant kwalitatief en kwantitatief in een redelijke verhouding staat tot de gevelde houtopstand.

Sweco | Verkennend Natuuronderzoek station Simonshaven 380kV Projectnummer: 51010255 Datum: 13-07-2023 Document referentie: NL23-648800269-42824

Versie: D4 35/42

6.2

Natuurbeleidskaders

6.2.1

Provinciaal beleid

Beschermingscategorie 1 Mast 067 ligt geheel binnen het NNN en mast 068 en station Simonshaven liggen bij een ecologische verbindingszone. Beschermd grasland in de Bollenstreek ligt op meer dan 40 km afstand van de locaties. Het NNN-gebied bij mast 067 heeft als beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. De sloop en bouw van mast 067 heeft geen permanent effect op het NNN-gebied. Het doorlopen van een Nee, tenzij procedure niet nodig.. De ecologische verbindingszone langs mast 068 en het station bestaat uit het beheertype N00.01 nog om te vormen landbouwgrond naar natuur (inrichting). De werkzaamheden hebben mogelijk een permanent effect op nog in te richten beheertype. Het doorlopen van een Nee, tenzij procedure is noodzakelijk.

Beschermingscategorie 2 Mast 068 en station Simonshaven liggen binnen de groene contour en op circa 40 meter van het dichtstbijzijnde belangrijke weidevogelgebied. Mast 067 is niet gelegen binnen de Groene Buffer of belangrijk weidevogelgebied. De sloop en vernieuwbouw van mast 068 zorgt per saldo niet tot een verandering. De ontwikkeling op station Simonshaven betreft geen grootschalige ontwikkeling. Het betreft enkel de uitbreiding van het huidige hoogspanningsstation op deze locatie. Dit is nodig om aan de toekomstige vraag naar elektriciteit te voldoen. De functie van het terrein wijzigt niet en de belevingswaarde blijft hetzelfde. De geplande werkzaamheden en uitbreiding van het hoogspanningsstation hebben geen negatief effect op de omgeving. Het doorlopen van een Nee, tenzij procedure is t.a.v. de Groene Buffer is niet nodig. De werkzaamheden op het terrein van het hoogspanningsstation Simonshaven liggen op 40 meter van een weidevogelgebied. Externe werking is wel van toepassing op belangrijke weidevogelgebieden. De werkzaamheden kunnen een verstorend effect hebben. Effecten van de werkzaamheden zijn tijdelijk. Indien de werkzaamheden in de periode augustus t/m februari worden uitgevoerd treedt er geen negatief effect op. Bij werkzaamheden in de periode maart t/m juli kan er wel een negatief effect optreden.

Het uitvoeren van een effectbeoordeling is nodig bij werkzaamheden in deze periode.

Sweco | Verkennend Natuuronderzoek station Simonshaven 380kV Projectnummer: 51010255 Datum: 13-07-2023 Document referentie: NL23-648800269-42824

Versie: D4 36/42

6.3

Samenvattende tabel

In onderstaande tabellen is een samenvatting weergegeven van conclusies, voortkomend uit het verkennend natuuronderzoek. Wet natuurbescherming: gebiedsbescherming

Effecten

Nader veld- en/of effectenonderzoek

Nadere procedure/ mitigerende maatregelen

Natura 2000-gebieden

Mogelijke toename (of afname) aan stikstofdepositie in de aanlegfase

AERIUS-berekening

Afhankelijk van de resultaten van de AERIUSberekening moet een voortoets of passende beoordeling worden geschreven en/of een Wnb-vergunning worden verkregen.

Wet natuurbescherming: soortbescherming

Effecten

Nader veld- en/of effectenonderzoek

Nadere procedure/ mitigerende maatregelen

Planten

Geen

n.v.t.

n.v.t.

Vleermuizen

Vliegroute, foerageergebied en verblijfplaatsen (verstoring door verlichting (omgeving))

Indien de verstoring niet voldoende kan worden gemitigeerd, is aanvullend onderzoek nodig in de periode mei t/m september.

(Bouw)verlichting niet richten op omliggende groenstructuren tussen één uur voor zonsondergang en één uur na zonsopkomst in de periode maart tot en met oktober.

Grondgebonden zoogdieren

Bever (verstoring beverburchten)

Indien de verstoring niet voldoende kan worden gemitigeerd, is aanvullend onderzoek nodig in de periode februari t/m juni. Het aanvragen van een ontheffing is op basis van de uitkomsten mogelijk nodig.

Om verstoring te voorkomen is van belang dat er in een straal van 100 meter rond geschikt habitat voor burchten geen werkzaamheden plaatsvinden tussen een half uur voor zonsondergang en een half uur na zonsopgang in de periode mei t/m augustus. Buiten deze periode geldt een afstand van 20 meter. De mitigerende maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.

Noordse woelmuis (verstoring en vernietiging zomerhabitat en verblijfplaatsen bij terrein station Simonshaven en mast 068)

Nader onderzoek in april t/m september is noodzakelijk om aan- of afwezigheid van de soort op het terrein vast te stellen.

Het aanvragen van een ontheffing Wnb is op basis van de uitkomsten mogelijk nodig.

Algemene soorten

Geen

Zorgplicht; werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel als mogelijk worden nagelaten of maatregelen worden genomen om

Sweco | Verkennend Natuuronderzoek station Simonshaven 380kV Projectnummer: 51010255 Datum: 13-07-2023 Document referentie: NL23-648800269-42824

Versie: D4 37/42

Wet natuurbescherming: soortbescherming

Effecten

Nader veld- en/of effectenonderzoek

Nadere procedure/ mitigerende maatregelen

onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Maatregelen dienen te worden uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol. Vogels

Algemene broedvogels

n.v.t.

Kap-/rooiwerkzaamheden buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) uitvoeren. Verstorende werkzaamheden voor het broedseizoen starten, anders is eerst een broedvogelcontrole nodig.

Bosje naast mast 067

Extra veldbezoek in januari/ februari om met zekerheid vast te kunnen stellen of zich hier jaarrond beschermde nesten bevinden.

Bij de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten dienen om verstoring te voorkomen dienen de werkzaamheden in september t/m januari te worden uitgevoerd. Indien dit niet mogelijk is, is nader onderzoek naar de bezetting van de nesten noodzakelijk in de periode februari t/m juni.

Nest in mast 069 en 070 en nest in boom

Om verstoring te voorkomen dienen de werkzaamheden in september t/m januari te worden uitgevoerd. Indien dit niet mogelijk is, is nader onderzoek naar de bezetting van de nesten noodzakelijk in de periode februari t/m juni.

Indien de nesten door een jaarrond beschermde soort bezet zijn is mogelijk is er een ontheffing Wet natuurbescherming nodig.

Nest in mast 068

Nader onderzoek drie bezoeken in de periode half februari t/m eind juli.

Indien het nest door een jaarrond beschermde soort bezet zijn is er een ontheffing Wet natuurbescherming nodig.

Amfibieën

Algemene soorten

n.v.t.

Werkzaamheden die in het water plaatsvinden dienen (vissen en amfibieën) rustig te worden opgestart zodat eventueel aanwezige dieren kunnen vluchten. De mitigerende maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.

Reptielen

Geen

n.v.t.

n.v.t.

Vissen

Algemene soorten

n.v.t.

Werkzaamheden die in het water plaatsvinden dienen (vissen en amfibieën) rustig te worden opgestart zodat eventueel aanwezige dieren kunnen vluchten. De mitigerende maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.

Ongewervelden

Geen

n.v.t.

n.v.t.

Sweco | Verkennend Natuuronderzoek station Simonshaven 380kV Projectnummer: 51010255 Datum: 13-07-2023 Document referentie: NL23-648800269-42824

Versie: D4 38/42

Wet natuurbescherming: Houtopstanden

Effecten

Nader veld- en/of effectenonderzoek

Nadere procedure/ mitigerende maatregelen

Houtopstanden

Ja

Er dient nog een boomanalyse uitgevoerd te worden om te bepalen om welke soorten het gaat en om welke aantallen het gaat.

Wanneer deze bomen gekapt worden moet er een melding gemaakt worden bij het bevoegd gezag en is herplanting verplicht. Op twee locaties worden bomen aangeplant met in totaal een oppervlakte van circa 2.626 m2. Dit is voldoende ter compensatie van het oppervlakte van de houtopstanden die worden gekapt.

Provinciaal beleid

Effecten

Nader veld- en/of effectenonderzoek

Nadere procedure/ mitigerende maatregelen

Natuurnetwerk Nederland (inclusief ecologische verbindingszone)

Mogelijke effect oppervlakte

n.v.t.

Nee, tenzij toets.

Groene buffer

Geen

n.v.t.

n.v.t.

Weidevogelgebied

Mogelijke verstoring in de periode maart t/m juli

n.v.t.

Nadere effectbeoordeling.

Sweco | Verkennend Natuuronderzoek station Simonshaven 380kV Projectnummer: 51010255 Datum: 13-07-2023 Document referentie: NL23-648800269-42824

Versie: D4 39/42

6.4

Kwetsbare periodes en uitvoering werkzaamheden

In onderstaande tabellen is een overzicht weergegeven van de kwetsbare periodes, onderzoeksperiodes en uitvoering van werkzaamheden, voortkomend uit het verkennend natuuronderzoek. jan

feb

mrt

apr

mei

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

Jaarrond beschermde nesten

Andere broedvogels Vleermuizen (verstoring) Noordse woelmuis Bever

Legenda Kwetsbare periode Onderzoeksperiode Werkzaamheden vrij uitvoerbaar Werkzaamheden uitvoerbaar in combinatie met mitigerende maatregelen

Sweco | Verkennend Natuuronderzoek station Simonshaven 380kV Projectnummer: 51010255 Datum: 13-07-2023 Document referentie: NL23-648800269-42824

Versie: D4 40/42

7

Referenties

BIJ12 (2017a) Kennisdocument Buizerd. Versie 1.0, juli 2017. https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-002-Kennisdocument-Buizerd1.0.pdf BIJ12 (2017b) Kennisdocument Noordse Woelmuis. Versie 1.0, juli 2017. https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-013-Kennisdocument-Noordsewoelmuis-1.0.pdf Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill. 2011. Vleermuizen, Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Tirion Uitgevers BV Utrecht Zoogdiervereniging Nijmegen. Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), periode 2015-2020. Ingezien van https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/ op 12 juni 2020. NDFF verspreidingsatlas. Ingezien van https://www.verspreidingsatlas.nl/ op 25 november 2022. RvO (2014b). Soortenstandaard Bever, Castor fiber. Versie 2.0, december 2014 https://www.rvo.nl/sites/default/files/2015/01/Soortenstandaard%20Bever.p df Van den Bremer, L., De Boer, P., Van Kleunen, A. & Vogel, R. (2020). Richtlijnen voor beheer en onderhoud van hoogspanningsmasten en stations waarin nesten aanwezig zijn. Sovon-rapport 2020/16. Websites SOVON

www.sovon.nl

EIS Nederland

www.eis-nederland.nl

Vlinderstichting

www.vlinderstichting.nl

RAVON

www.ravon.nl

Zoogdiervereniging

www.zoogdiervereniging.nl

Sweco | Verkennend Natuuronderzoek station Simonshaven 380kV Projectnummer: 51010255 Datum: 13-07-2023 Document referentie: NL23-648800269-42824

Versie: D4 41/42

1 https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2021/07/09/vaste-afstandsgrens-

van-25-kilometer-voor-alle-emissiebronnen 1 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Indicatieve lijst jaarrond

beschermde vogelnesten, te downloaden via Lijst jaarrond beschermde nesten (rvo.nl) 1 https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-plantendieren-en-natuur/ruimtelijke-ingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologischdeskundige 1 https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/bever 1 https://www.ivn.nl/afdeling/voorne-putten-rozenburg/bernisse 1 https://www.ozhz.nl/themas/natuur/houtopstanden-het-kappen-of-vellen-vanbomen/ 1 https://geo.ozhz.nl/?@Komgrenzen_ZH_Wnb# 1 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR622914 1 https://atlas.zuid-holland.nl/geoweb56/index.html?Viewer=Natuurbeheerplan

Sweco | Verkennend Natuuronderzoek station Simonshaven 380kV Projectnummer: 51010255 Datum: 13-07-2023 Document referentie: NL23-648800269-42824

Versie: D4 42/42

Bijlage 1

Aanvullend ecologisch onderzoek

Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Soortgerichte onderzoeken naar potentieel jaarrond beschermde nesten (boomvalk, buizerd en slechtvalk), bever en noordse woelmuis in het kader van de Wet natuurbescherming

Inhoudsopgave

1

Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding............................................................................................................ 4 1.2 Doel ..................................................................................................................... 4

2

Planbeschrijving ............................................................................................................ 5 2.1 Ligging plangebied .............................................................................................. 5 2.2 Voorgenomen werkzaamheden/ activiteiten ....................................................... 5

3

Onderzoeksmethodiek .................................................................................................. 7 3.1 Jaarrondbeschermde nestenonderzoek ............................................................. 7 3.2 Bever ................................................................................................................... 8 3.3 Noordse woelmuis ............................................................................................... 9

4

Resultaten en effectbeoordeling .................................................................................. 10 4.1 Nestenonderzoek .............................................................................................. 10 4.1.1 Resultaten ............................................................................................ 10 4.1.2 Effectbeoordeling ................................................................................. 12 4.2 Bever ................................................................................................................. 14 4.2.1 Resultaten ............................................................................................ 14 4.2.2 Effectbeoordeling ................................................................................. 15 4.3 Noordse woelmuis ............................................................................................. 15 4.3.1 Resultaten ............................................................................................ 15 4.3.2 Effectbeoordeling ................................................................................. 16

5

Conclusie ..................................................................................................................... 18 5.1 Algehele conclusie ............................................................................................ 18 5.2 Nestenonderzoek .............................................................................................. 19 5.3 Bever ................................................................................................................. 19 5.4 Noordse woelmuis ............................................................................................. 19 5.5 Vervolgstappen ................................................................................................. 19

Referenties ............................................................................................................................ 20 Bijlage 1: Samenvatting Verkennend natuuronderzoek station Simonshaven 380kV .......... 21 Bijlage 2: Toetsingskader Wnb: soortenbescherming ........................................................... 24 Bijlage 3: Onderzoek Datura eDNA Bodemsampling ............................................................ 27

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

Versie C1

Document referentie NL23-648800269-54723

3/32

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

TenneT TSO B.V. (hierna TenneT) is voornemens tot de aansluiting van het windpark IJmuiden Ver Beta en Gamma op het landelijke hoogspanningsnet. Om deze aansluiting te kunnen realiseren is het noodzakelijk dat hoogspanningsstation Simonshaven 380kV (SMH380) schakelbaar wordt gemaakt. Om aan de transportcapaciteit -met name naar Botlek en Pernis- te voldoen is tevens de realisatie van een 150kV-pocket in dat gebied nodig die gevoed wordt door SMH380. Onderdeel van het realiseren van deze zogenaamde ‘loadpocket’ is de bouw van drie transformatoren op hoogspanningsstation SMH380 en drie verbindingen tussen deze transformatoren en stations Botlek en Geervliet - Noorddijk. In de rapportage ‘Verkennend Natuuronderzoek station Simonshaven 380kV’ is reeds inzichtelijk gemaakt welke beschermde soorten(groepen) aanwezig of te verwachten zijn binnen het projectgebied en/of de invloedssfeer van het projectgebied die beschermd zijn conform de Wet natuurbescherming en die mogelijkerwijs negatief beïnvloed worden met de werkzaamheden (Spijker, 2023). Een overzichtstabel met de conclusies van dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 1, het gaat om de volgende soorten/ soortgroepen: Soortgericht onderzoek: •

Vogels met jaarrond beschermde nesten.

•

Noordse woelmuis.

•

Bever.

Ecologisch werkprotocol/mitigerende maatregelen: •

Vleermuizen.

•

Amfibieën.

•

Vissen.

•

Vogels tijdens het broedseizoen.

Voor de vogels met jaarrond beschermde nesten, noordse woelmuis en bever is soortgericht onderzoek noodzakelijk. Voor de andere soortgroepen is het mogelijk te werken via een ecologisch werkprotocol en door mitigerende maatregelen te treffen. Deze rapportage geeft de resultaten van het soortgericht onderzoek en gaat dus in op de aanwezigheid van vogels met jaarrond beschermde nesten, noordse woelmuis en bever. In dit rapport wordt toegelicht of er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen en de noodzaak en verleenbaarheid van een ontheffing.

1.2

Doel

Het doel van dit onderzoek is om duidelijkheid te verkrijgen over de vraag of door de voorgenomen ontwikkeling verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden. Indien sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming, dan is voor de ingreep een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming vereist. Het toetsingskader voor de Wet natuurbescherming soortenbescherming is opgenomen in Bijlage 2.

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

Versie C1

Document referentie NL23-648800269-54723

4/32

2

Planbeschrijving

2.1

Ligging plangebied

Het Hoogspanningsstation Simonshaven ligt aan de Oud Hoenderhoekseweg nr.10 in Geervliet. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Nissewaard (provincie Zuid-Holland). In de omgeving liggen de dorpen Zuidland, Simonshaven, Biert en de stad Spijkenisse, zie Figuur 2-1. De rivier die langs de locaties stroomt is de Bernisse.

Figuur 2-1 Ligging van het plangebied.

2.2

Voorgenomen werkzaamheden/ activiteiten

De uitbreiding van SMH380 zal gefaseerd worden gerealiseerd. 1)

In fase 1 worden de bestaande takken 1 en 2 zodanig ingericht dat deze schakelbaar worden, waarbij de inrichting (nagenoeg) gelijk zal zijn aan de bestaande tak 3.

2)

In fase 2 worden takken 4 en 5 ingericht conform takken 1, 2 en 3.

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

Versie C1

Document referentie NL23-648800269-54723

5/32

3)

Fase 3 betreft het verplaatsen van een deel van de bestaande bovengrondse hoogspanningsverbinding van station Simonshaven 380kV naar Maasvlakte 380kV. Er zijn twee mogelijke scenario’s hiervoor: a. Betreft de sloop van masten 067 en 068 en nieuwbouw van twee masten een stukje noordelijk van de bestaande masten. Waarbij mast 068 óf naar het perceel 279 A wordt verplaatst óf op het TenneT perceel blijft (perceel 281 A). Voorts dient mast 066 versterkt te worden, deze blijft wel op dezelfde locatie gehandhaafd. b. Betreft de sloop van mast 068. Deze wordt óf naar perceel 279 A verplaatst óf een stukje noordelijker op het TenneT perceel (281 A) verplaatst. Voorts dient mast 067 in dit geval versterkt te worden, deze blijft dan wel op dezelfde locatie gehandhaafd. c. In fase 3 is gekozen voor scenario B waarbij mast 68 op het terrein van TenneT wordt gerealiseerd. Dit scenario is het voorkeursalternatief.

4) Fase 4 betreft de bouw van drie transformatoren met drie compensatiespoelen. Het voorkeursalternatief voor fase 3 is scenario B waarbij mast 68 op het terrein van TenneT wordt gerealiseerd. Voor fase 3 en 4 is een bestemmingsplanherziening nodig en ter onderbouwing van de uitvoerbaarheid zullen diverse onderzoeken worden uitgevoerd. In het kader van een ander TenneT-project zullen er kabelverbindingen worden aangelegd van de nieuwe transformatoren naar hoogspanningsstations Botlek en Geervliet - Noorddijk.

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

Versie C1

Document referentie NL23-648800269-54723

6/32

3

Onderzoeksmethodiek

3.1

Jaarrondbeschermde nestenonderzoek

Het onderzoek naar het gebruik van de aanwezige potentieel jaarrond beschermde nesten is uitgevoerd conform de telrichtlijnen voor buizerd (Sovon, z.d.). Deze richtlijn geeft aan hoe onderzoek uitgevoerd dient te worden om te voldoen aan de vereisten vanuit de soortbescherming in de natuurwetgeving. In deze richtlijn is opgenomen dat er minimaal twee bezoeken uitgevoerd moeten worden in de periode februari tot en met half juli. In totaal zijn drie gerichte veldbezoeken uitgevoerd, waarbij een onderzoeksinspanning is geleverd van minimaal één uur per nest. De bezoeken zijn uitgevoerd bij juiste omstandigheden, dit zijn: na zonsopkomst, goede weersomstandigheden, in de geschikte periode en met een tussenperiode van minimaal tien dagen. Activiteit is onderzocht op basis van aanwezige exemplaren en verse sporen aan/bij de nesten. In Tabel 3-1 is een overzicht van de bezoekmomenten en weersomstandigheden weergegeven. Aan alle randvoorwaarden van het onderzoek is voldaan en er is gedegen ecologisch onderzoek uitgevoerd waarmee de aan- of afwezigheid met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld. De nesten die zijn onderzocht zijn weergegeven in Figuur 3-1, nest 1, 2 en 3 betreffen nesten in masten en nesten 4 en 5 betreffen nesten in bomen. Tabel 3-1: Bezoekmomenten en weersomstandigheden onderzoek. Datum

Weer

Onderzoeker

Soorten

10-02-2023

5 °C, droog, 3 Bft ZW

Raisja Spijker

Nestencontrole en bever

16-03-2023

13 °C, droog, 4 Bft ZO

Barry van der Veeken

Nestencontrole en bever

14-04-2023

8 °C, droog, 3 Bft ZO

Robin van Buijtenen en

Nestencontrole, bever en

Barry van der Veeken

noordse woelmuis

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

Versie C1

Document referentie NL23-648800269-54723

7/32

Figuur 3-1: Aangetroffen nesten rondom hoogspanningsstation die mogelijk in gebruik zijn door een jaarrond beschermde soort (Spijker, 2023).

3.2

Bever

Het onderzoek naar het gebruik van het gebied door de bever is uitgevoerd conform het Kennisdocument Bever (BIJ12, 2017a). Dit Kennisdocument geeft aan hoe onderzoek uitgevoerd dient te worden om te voldoen aan de vereisten vanuit de soortbescherming in de natuurwetgeving. Middels dit onderzoek is in beeld gebracht waar de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen en ander leefgebied zoals routes of foerageergebied zich bevinden. Activiteit is onderzocht op basis van verse sporen zoals knaagsporen, beverhoutjes, burchten, dammen, beverkanalen, uittreedplaatsen en wissels. In het Kennisdocument Bever is aangegeven dat twee inventarisatierondes nodig zijn. Eén van deze bezoeken moet in het bladerloze seizoen, bij voorkeur maart-april, plaatsvinden en de andere bij voorkeur in het begin van de zomer. Voor dit onderzoek zijn drie veldbezoeken uitgevoerd waarvan één in de geschikte periode en twee in de optimale periode. De geschiktheid van inventarisatieperioden zijn weergegeven in Figuur 3-2. In Tabel 3-1 is een overzicht van de bezoekmomenten en weersomstandigheden weergegeven.

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

Versie C1

Document referentie NL23-648800269-54723

8/32

Figuur 3-2: Geschiktheid van inventarisatieperioden voor verschillende onderzoeken naar bever (BIJ12, 2017a).

3.3

Noordse woelmuis

Onderzoek naar de aanwezigheid van de noordse woelmuis is uitgevoerd doormiddel van eDNA onderzoek. Deze wijze van onderzoek is één van de methoden genoemd voor het vaststellen van de aan- of afwezigheid in het Kennisdocument noordse woelmuis (BIJ12, 2017b). Het eDNA onderzoek kan het gehele jaar uitgevoerd worden. Voor eDNA onderzoek is gebruik gemaakt van twee methoden namelijk keutelonderzoek en bodemsampling. Het verzamelen van de monsters is uitgevoerd op 14 april 2023 door Sweco (Robin van Buijtenen en Barry van der Veeken), de qPCR analyse is uitgevoerd door Datura. Het onderzoek van Datura is bijgevoegd in Bijlage 3.

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

Versie C1

Document referentie NL23-648800269-54723

9/32

4

Resultaten en effectbeoordeling

4.1

Nestenonderzoek

4.1.1

Resultaten

Bezoek 10 februari 2023 Tijdens dit bezoek is vastgesteld dat alle eerder waargenomen nesten (Spijker, 2023) nog aanwezig zijn. Tijdens het bezoek zijn echter geen vogels waargenomen in relatie tot de nesten. Wel zijn enkele kleine vogelnesten waargenomen in de omgeving, de werkzaamheden hebben geen invloed op deze nesten. Bezoek 16 maart 2023 Tijdens dit bezoek is vastgesteld dat alle eerder waargenomen nesten (Spijker, 2023) nog aanwezig zijn. Tijdens het bezoek zijn echter geen vogels waargenomen in relatie tot de nesten. Wel zijn op het hoogspanningsstation ekster, zwarte kraai en houtduif waargenomen. Nabij nest 5 in de bomenrij is een buizerd in vlucht waargenomen. Daarnaast is in de bosschage ten zuiden van het hoogspanningsstation een nest waargenomen in de dichtere begroeiing (Figuur 4-1). Door de locatie en de begroeiing was het moeilijk in te schatten van welke soort dit nest kon zijn. Aangezien sperwer wel eens nesten bouwt in jonge dichte begroeiing is dit nest meegenomen in het onderzoek. Daarnaast is een nest waargenomen tussen de spijlen van het bijgebouw op het hoogspanningsstation (Figuur 4-2). Het is van vogels met jaarrond beschermde nesten (cat. 1-4, zie bijlage 2) niet bekend dat dergelijke nesten gebruikt worden.

Figuur 4-1: Nest in bosschage ten zuiden station.

Figuur 4-2: Nest tussen spijlen gebouw station.

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

Versie C1

Document referentie NL23-648800269-54723

10/32

Bezoek 14 april 2023 Tijdens dit veldbezoek zijn verschillende waarnemingen gedaan op en nabij de nesten, deze worden in de navolgende opsomming benoemd. Daarnaast is in Figuur 4-3 een overzichtskaart opgenomen met alle nesten en nummers. •

Nest 1 (mast 068) •

•

•

Nest 2 (mast 069A) •

Nest in onderste traverse wit is nog steeds aanwezig. Direct naast dit nest is zwarte kraai waargenomen.

•

Nieuw nest waargenomen in bovenste traverse wit. Direct naast dit nest is zwarte kraai waargenomen.

Nest 3 (mast 069) •

•

Op dit nest is een buizerd waargenomen.

Nest 6 (nieuw nest bosschage) •

•

Het nest is gedeeltelijk nog aanwezig, hier zijn echter geen vogels waargenomen. Het betreft waarschijnlijk een oud nest.

Nest 5 (bomenrij noordwesten) •

•

Dit nest is niet meer aanwezig. Dit betrof waarschijnlijk een oud nest dat nu uit de mast is gewaaid. Tijdens het vorige bezoek (16 maart) is dit nest nog wel waargenomen.

Nest 4 (boom noordoosten) •

•

Het nest is nog steeds aanwezig, echter zijn hier geen vogels waargenomen.

Door de dichte begroeiing is dit nest tijdens de tweede ronde niet goed waargenomen. Het gehele veldbezoek is in ieder geval één onderzoeker in de buurt van het nest gebleven en zijn geen af- of aanvliegende vogels bij het nest waargenomen.

Nest 7 (nieuw nest gebouw) •

Dit betreft een zeer open nest, hier zijn geen vogels of eieren op waargenomen.

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

Versie C1

Document referentie NL23-648800269-54723

11/32

Figuur 4-3: Overzichtskaart van de waargenomen nesten. De blauw stip is het buizerd nest. De twee rode stippen zijn de nesten van zwarte kraai. De twee gele stippen zijn de nesten waar geen vogels zijn waargenomen. De zwarte stip is het nest dat niet meer aanwezig is. De twee paarse ruiten zijn de nieuwe nesten.

4.1.2

Effectbeoordeling

Nest 1 (mast 068) Tijdens beide bezoeken zijn op en nabij nest 1 geen vogels waargenomen. Daarnaast zijn ook geen gebruikssporen waargenomen zoals nieuwe takken of verse uitwerpselen. Nest 1 betreft een verlaten nest. Dit nest kan verwijderd worden.

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

Versie C1

Document referentie NL23-648800269-54723

12/32

Nest 2 (mast 069A) Tijdens het tweede bezoek zijn op mast 069A twee nesten waargenomen, een op de onderste traverse wit en een op de bovenste traverse wit. Direct naast beide nesten is zwarte kraai waargenomen. Zwarte kraai is een categorie 5 soort wat betekent dat deze nesten jaarrond beschermd zijn indien er sprake is van zwaarwegende ecologische feiten. In de omgeving zijn echter voldoende geschikte alternatieve nestlocaties aanwezig zoals bomen en andere masten. Hierdoor zijn deze nesten niet aangemerkt als jaarrond beschermd. Wel zijn deze tijdens het broeden beschermd. Na het broeden kunnen de nesten verwijderd worden. Zwarte kraaien broeden gewoonlijk tot juni en hebben één legsel (Vogelbescherming). Hierdoor kunnen de nesten na het broedseizoen verwijderd worden, in dit geval in ieder geval na 15 juli. Nest 3 (mast 069) Het nest in mast 069 is niet meer aanwezig, vervolgstappen zijn niet aan de orde. Nest 4 (boom noordoosten) Tijdens beide bezoeken zijn op en nabij nest 4 geen vogels waargenomen. Daarnaast zijn ook geen gebruikssporen waargenomen zoals nieuwe takken of verse uitwerpselen. Nest 4 betreft een verlaten nest. Nest 5 (bomenrij noordwesten) Tijdens het tweede bezoek is op nest 5 een buizerd waargenomen. De buizerd is een categorie 4 soort, deze soorten keren ieder jaar terug naar een specifiek nest. Buizerds doen dit ook en renoveren nesten van vorige jaren.

Nest 5 is aangemerkt als een jaarrond beschermd nest. De ingreep resulteert niet in directe aantasting van het nest, het nest kan dus behouden blijven. De verstoringsafstand van een broedende buizerd is minimaal 75 meter bij de meeste activiteiten. Op het moment dat er jongen aanwezig zijn in het nest mogen nesten dus niet binnen 75 meter benaderd worden door mensen of materieel (BIJ12, 2017c). Het dichtstbijzijnde werkgebied rond mast 067 bevindt zich op minimaal 138 meter van het nest. Daarnaast is tussen het nest en het werkgebied nog een bosschage gelegen waardoor verstorende effecten zoals visuele verstoring gedempt worden. Daarnaast is gekeken naar het leefgebied, zoals effect op foerageergebied. In de omgeving is veel geschikt foerageergebied aanwezig zoals de agrarische percelen, kruiden- en faunarijk grasland, vochtig weidevogelgrasland en bosschage randen. Nest 6 (nieuw nest bosschage) Door de ligging in het natte gedeelte in de dichte bosschage kon niet duidelijk opgemaakt worden om wat voor nest het ging. Tijdens de bezoeken zijn geen aan- of afvliegende vogels bij het nest waargenomen. In de wat dichtere begroeiing is het mogelijk dat dit een nest van een sperwer betreft. Het nest blijft echter behouden en de werkgebieden liggen op minimaal 175 meter afstand.

De sperwer jaagt vooral op kleine zangvogels en vaak in dicht bos, dit soort gebied is niet aanwezig binnen de werkgrenzen. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen negatief effect op het nest of op leefgebied van eventueel sperwer. Nest 7 (nieuw nest station) Dit was een zeer open nest. Tijdens de veldbezoeken zijn geen vogels, jongen of eieren op of bij het nest waargenomen. Daarnaast is dit geen nest dat door een cat. 1-4 soort in gebruik wordt genomen. Vogelnesten Alle in Nederland broedende vogels zijn tijdens het broeden beschermd. Voorafgaand aan de verstorende werkzaamheden binnen het broedseizoen (circa half maart tot half juli), is het uitvoeren van een broedvogelcontrole noodzakelijk. De Wnb erkent officieel geen broedseizoen. Er zijn soorten die al (ver) voor half maart kunnen en/of beginnen met broeden of vogels die later kunnen broeden. In de Wnb is aangegeven dat van belang is of een broedende vogel aanwezig is, voor (kleine) gebieden kan dit uitgesloten worden middels een broedvogelcontrole.

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

Versie C1

Document referentie NL23-648800269-54723

13/32

Buiten het broedseizoen kunnen de werkzaamheden plaatsvinden, binnen het broedseizoen enkel (kleinere) gebieden die van tevoren zijn vrijgegeven middels een broedvogelcontrole. Raadpleeg hiervoor een ecologisch deskundige. De bomen en struiken binnen het werkgebied kunnen eventueel voorafgaand aan het broedseizoen (voor februari) onaantrekkelijk worden gemaakt door deze te snoeien.

4.2

Bever

4.2.1

Resultaten

Bezoek 16 maart 2023 Tijdens dit veldbezoek is op het eiland ten noordwesten van het hoogspanningsstation een beverburcht waargenomen (Figuur 4-4). Daarnaast zijn langs verschillende delen van de Bernisse knaagsporen waargenomen.

Figuur 4-4: Locatie van de beverburcht (oranje stip) inclusief 100 m bufferzone (grijze cirkel) ten opzichte van de werkgebieden (zwart omkaderd).

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

Versie C1

Document referentie NL23-648800269-54723

14/32

Bezoek 14 april 2023 Tijdens dit veldbezoek is wederom de beverburcht waargenomen (Figuur 4-5) ditmaal ook met verse knaagsporen nabij de burcht (Figuur 4-6). Naast de burcht ligt een duidelijke uittreedplaats.

Figuur 4-5: Burcht en uittreedplaats op eiland in Bernisse.

4.2.2

Figuur 4-6: Verse knaagsporen nabij burcht.

Effectbeoordeling

De beverburcht is waargenomen ten noordwesten van het hoogspanningsstation. Tijdens het tweede bezoek waren bij deze burcht verse knaagsporen en een duidelijke uittreedplaats te zien. Daarnaast zijn tijdens beide bezoeken (oude) knaagsporen waargenomen langs de Bernisse in de omgeving van het hoogspanningsstation. De bever gebruikt zijn burcht het gehele jaar waardoor de burcht jaarrond kwetsbaar is voor verstoring. Hierbinnen is echter de voortplantingsperiode de meest kwetsbare periode, deze loopt globaal van mei tot en met augustus. Verder zijn momenten met ijs op het water ook kwetsbare perioden. De bever is beschermd conform artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Dit betekent dat naast het doden van deze dieren of het beschadigen of vernielen van voortplantingsof rustplaatsen het ook verboden is om deze dieren opzettelijk te verstoren. De beverburcht bevindt zich respectievelijk op 460 meter en 720 meter van de werklocaties. Daarnaast ligt de burcht geïsoleerd op het eiland. In het Kennisdocument Bever worden enkele richtlijnen gegeven hoe om te gaan bij werkzaamheden in zones rond verblijfplaatsen (BIJ12, 2017a). Deze richtlijnen richten zich tot een afstand van 100 meter oeverlengte van een burcht en tot 20 meter oeverbreedte (overgang water - land) van een burcht.

Gezien de afstand van de burcht tot de werklocaties zijn effecten op de burcht uitgesloten (Figuur 4-4). De omvang van het leefgebied wordt bepaald door de hoeveelheid en kwaliteit van de voedselbronnen langs de oever. In het algemeen bedraagt de meest benutte oeverzone voor de bever zo’n 10 à 20 meter het land op (BIJ12, 2017a). Langs de Bernisse zijn veel geschikte voedselbronnen aanwezig waardoor een grotere afstand niet noodzakelijk is. De werkgebieden bevinden zich ruim buiten deze afstand van de watergang. Hierdoor zijn effecten op essentieel leefgebied uitgesloten.

4.3

Noordse woelmuis

4.3.1

Resultaten

Tijdens het veldbezoek op 14 april 2023 zijn oeversamples verzameld langs de meest geschikte gedeeltes voor noordse woelmuis rondom het station. In Figuur 4-7 is een kaartje opgenomen met de tracés waarlangs de samples genomen zijn.

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

Versie C1

Document referentie NL23-648800269-54723

15/32

Er zijn geen keutels waargenomen die van noordse woelmuis afkomstig konden zijn. De oevers waren sterk begroeid met riet en op veel plaatsen erg drassig.

1.

3.

2.

Figuur 4-7: Locaties oeversamples noordse woelmuis.

In één van de drie oeversamples is eDNA van de noordse woelmuis gedetecteerd (Goes et al., 2023). Dit betreft het meest zuidelijke traject (2), in de andere samples is geen eDNA van noordse woelmuis waargenomen. Iedere analyse is uitgevoerd met behulp van twaalf replica’s. De resultaten worden weergegeven als het aantal replica’s (van de twaalf) dat positief scoorde voor eDNA van noordse woelmuis. Voor traject 2 heeft één van de twaalf replica’s positief gescoord op noordse woelmuis. Bij minstens één positieve replica kan gesteld worden dat de noordse woelmuis aanwezig is in het onderzochte gebied. Het aantal positieve replica’s kan dienen als een grove maat voor de concentratie eDNA, dit betekent dat bij een laag aantal positieve replica’s verwacht wordt dat de concentratie eDNA zeer laag is (Datura).

4.3.2

Effectbeoordeling

Voor de noordse woelmuis moet variatie in de vegetatie aanwezig zijn zoals diverse kruiden, overgangszones tussen land en water met riet, aanwezigheid van bepaalde soorten zeggen en in natte gebieden moeten drogere delen aanwezig zijn. Ze mijden door struiken en bomen gedomineerde begroeiingen. Een ruim aanwezige vegetatie van meer dan 25 cm hoogte maar zonder houtige opslag is optimaal leefgebied. De werkgebieden -bestaande uit het hoogspanningsstation en meer agrarisch gebied- vormen geen optimaal leefgebied. De noordse woelmuis is echter beschermd conform artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Dit betekent dat naast het doden van deze dieren of het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen het ook verboden is om deze dieren opzettelijk te verstoren. Het eDNA onderzoek heeft aangetoond dat het gedeelte direct rondom het hoogspanningsstation niet in gebruik is door noordse woelmuis. In het gedeelte meer ten zuiden is een zeer lage hoeveelheid eDNA waargenomen.

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

Versie C1

Document referentie NL23-648800269-54723

16/32

De noordse woelmuis is aangetroffen ten zuiden van het hoogspanningsstation. Dit gedeelte valt buiten het werkgebied en het leefgebied zal behouden blijven. Daarnaast wordt het hoogspanningsstation bereikt via de Oud Hoenderhoekseweg aan de noordkant van het station. Hierdoor is geen sprake van effecten van werkverkeer.

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

Versie C1

Document referentie NL23-648800269-54723

17/32

5

Conclusie

5.1

Algehele conclusie

Uit dit onderzoek is gebleken dat de werkzaamheden geen effect hebben op de instandhouding van de bever, noordse woelmuis en vogels met jaarrond beschermde nesten. Het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming met betrekking tot deze soorten is niet nodig. Wel is het van belang dat de overige aanbevelingen uit het verkennend natuuronderzoek opgevolgd worden (Spijker, 2023). Een samenvatting van deze aanbevelingen zijn opgenomen in bijlage 1. In Figuur 5-1 is een overzicht opgenomen met alle nesten, waargenomen beverburcht en het tracé waar de noordse woelmuis is waargenomen.

Figuur 5-1: Overzichtskaart van de nesten, beverburcht en tracé waar noordse woelmuis is waargenomen.

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

Versie C1

Document referentie NL23-648800269-54723

18/32

5.2

Nestenonderzoek

Het onderzoek heeft aangetoond dat het nest in mast 068 niet in gebruik is. Daarnaast zijn in mast 069A twee nesten waargenomen die hoogstwaarschijnlijk beide in gebruik zijn door zwarte kraai. Het nest in mast 069 is niet meer aanwezig. De nesten in de masten kunnen buiten het broedseizoen verwijderd worden (circa vanaf 15 juli). Bij het nest in de boom ten noordoosten van het hoogspanningsstation (nest 4), is geen activiteit waargenomen. Dit nest wordt niet direct beïnvloedt. Eventueel kan dit nest verwijderd worden en de boom voorafgaand aan volgende broedseizoen onaantrekkelijk worden gemaakt door deze te snoeien. Het nest in de bomenrij ten noordwesten van het hoogspanningsstation (nest 5), betreft een nest dat in gebruik is door buizerd. Hierdoor is dit nest aangemerkt als jaarrond beschermd nest. De plannen hebben echter geen directe invloed op het nest waardoor deze behouden kan blijven. Daarnaast bevinden de werkgebieden zich op minimaal 138 meter van het nest en worden verstorende effecten gedempt door de tussenliggende bosschage. De werkzaamheden hebben geen negatief effect op de instandhouding van de buizerd. Een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming met betrekking tot jaarrond beschermde nesten is niet nodig.

5.3

Bever

De beverburcht ligt geïsoleerd op een eiland en op ruim voldoende afstand van de werkgebieden. Daarnaast zijn er in de omgeving veel geschikte foerageermogelijkheden. De werkzaamheden hebben geen invloed op het leefgebied en het functioneren van de bever. Een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming met betrekking tot bever is niet nodig.

5.4

Noordse woelmuis

Het veldonderzoek heeft aangetoond dat de noordse woelmuis ten zuiden van het hoogspanningsstation is aangetroffen, buiten de werkgebieden. Het leefgebied zal behouden blijven en er zijn geen negatieve effecten van werkverkeer te verwachten, aangezien het hoogspanningsstation via een weg aan de noordkant wordt bereikt. Een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming met betrekking tot noordse woelmuis is niet nodig.

5.5

Vervolgstappen

In de navolgende opsomming worden nogmaals de benodigde vervolgstappen uit dit onderzoek opgesomd. •

Het lege nest in mast 068 kan worden verwijderd.

•

De twee nesten van zwarte kraai in mast 069A kunnen na 15 juli verwijderd worden.

•

Werkzaamheden die binnen het broedseizoen plaatsvinden kunnen enkel uitgevoerd worden in (kleinere) gebieden die van tevoren zijn vrijgegeven middels een broedvogelcontrole. Raadpleeg hiervoor een ecologisch deskundige. De bomen en struiken binnen het werkgebied kunnen eventueel voorafgaand aan het broedseizoen (voor februari) onaantrekkelijk worden gemaakt door deze te snoeien.

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

Versie C1

Document referentie NL23-648800269-54723

19/32

Referenties BIJ12 (2017a). Bever, Castor fiber. Kennisdocument, Versie 1.0 juli 2017. BIJ12 (2017b). Noordse woelmuis, Microtus oeconomus arenicola. Kennisdocument, Versie 1.0 juli 2017. BIJ12 (2017c). Buizerd, Buteo buteo. Kennisdocument, Versie 1.0 juli 2017. Goes, M. J., Rook, J., Wellens-Roemaat, S. (2023). eDNA onderzoek noordse woelmuis Rapport RA22250, Datura, Wageningen. Sovon (z.d.). Buizerd; Buteo – Common Buzzard. Geraadpleegd via: https://stats.sovon.nl/stats/soort/2870 Spijker, R. (2023). Verkennend Natuuronderzoek station Simonshaven 380kV; Oriënterend onderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur. Sweco Nederland B.V., NL23648800269-42824.

Geraadpleegde websites Atlas Zuid-Holland Datura NDFF SOVON Vogelbescherming Zoogdiervereniging

www.zuid-holland.nl/politiek-bestuur/feiten-cijfers/atlassen-kaarten/ datura.nl/1556-2/protocollen-en-sampleformulieren/ www.ndff.nl/ www.sovon.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

Versie C1

Document referentie NL23-648800269-54723

20/32

Bijlage 1: Samenvatting Verkennend natuuronderzoek station Simonshaven 380kV In onderstaande tabel is een samenvatting gegeven van de conclusies voor het gedeelte soortbescherming voortkomend uit het verkennend natuuronderzoek (Spijker, 2023). Wet natuurbescherming: soortbescherming

Effecten

Nader veld- en/of effectenonderzoek

Nadere procedure/ mitigerende maatregelen

Planten.

Geen.

n.v.t.

n.v.t.

Vleermuizen.

Vliegroute, foerageergebied en verblijfplaatsen (verstoring door verlichting (omgeving)).

Indien de verstoring niet voldoende kan worden gemitigeerd, is aanvullend onderzoek nodig in de periode mei t/m september.

(Bouw)verlichting niet richten op omliggende groenstructuren tussen één uur voor zonsondergang en één uur na zonsopkomst in de periode maart tot en met oktober.

Grondgebonden zoogdieren.

Bever (verstoring beverburchten).

Indien de verstoring niet voldoende kan worden gemitigeerd, is aanvullend onderzoek nodig in de periode februari t/m juni. Het aanvragen van een ontheffing is op basis van de uitkomsten mogelijk nodig.

Om verstoring te voorkomen is van belang dat er in een straal van 100 meter rond geschikt habitat voor burchten geen werkzaamheden plaatsvinden tussen een half uur voor zonsondergang en een half uur na zonsopgang in de periode mei t/m augustus. Buiten deze periode geldt een afstand van 20 meter. De mitigerende maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.

Noordse woelmuis (verstoring en vernietiging zomerhabitat en verblijfplaatsen bij terrein station Simonshaven en mast 068).

Nader onderzoek in april t/m september is noodzakelijk om aan- of afwezigheid van de soort op het terrein vast te stellen.

Het aanvragen van een ontheffing Wnb is op basis van de uitkomsten mogelijk nodig.

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

Versie C1

Document referentie NL23-648800269-54723

21/32

Wet natuurbescherming: soortbescherming

Vogels.

Amfibieën.

Effecten

Nader veld- en/of effectenonderzoek

Nadere procedure/ mitigerende maatregelen

Algemene soorten.

Geen.

Zorgplicht; werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel als mogelijk worden nagelaten of maatregelen worden genomen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Maatregelen dienen te worden uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol.

Algemene broedvogels.

n.v.t.

Kap-/rooiwerkzaamheden buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) uitvoeren. Verstorende werkzaamheden voor het broedseizoen starten, anders is eerst een broedvogelcontrole nodig.

Bosje naast mast 067.

Extra veldbezoek in januari/ februari om met zekerheid vast te kunnen stellen of zich hier jaarrond beschermde nesten bevinden.

Bij de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten dienen om verstoring te voorkomen dienen de werkzaamheden in september t/m januari te worden uitgevoerd. Indien dit niet mogelijk is, is nader onderzoek naar de bezetting van de nesten noodzakelijk in de periode februari t/m juni.

Nest in mast 069A en 069 en nest in boom.

Om verstoring te voorkomen dienen de werkzaamheden in september t/m januari te worden uitgevoerd. Indien dit niet mogelijk is, is nader onderzoek naar de bezetting van de nesten noodzakelijk in de periode februari t/m juni.

Indien de nesten door een jaarrond beschermde soort bezet zijn is mogelijk is er een ontheffing Wet natuurbescherming nodig.

Nest in mast 068.

Nader onderzoek drie bezoeken in de periode half februari t/m eind juli.

Indien het nest door een jaarrond beschermde soort bezet zijn is er een ontheffing Wet natuurbescherming nodig.

Algemene soorten.

n.v.t.

Werkzaamheden die in het water plaatsvinden dienen (vissen en amfibieën) rustig te worden opgestart zodat eventueel aanwezige dieren kunnen vluchten. De mitigerende maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.

Sweco | Aanvullend natuuronderzoek hoogspanningsstation Simonshaven 380kV Projectnummer 51010255 Datum 11-07-2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13124417/1