88.Voorontwerpbestemmingsplan Beukenlaan 7 Spijkenisse; Bestemmingsplan
Tekst van het document
4.5
Ecologie
4.5.1 Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura 2000-gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN).
34/94
Natura 2000-gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.
De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn.
Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden.
35/94
De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland In de provincie Zuid-Holland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en voor het op of in de bodem brengen van meststoffen. In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 6 bij de verordening.
Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. 4.5.2 Gebiedsbescherming Het plangebied is geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Krammer-Volkerak ligt op circa 15,2. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland/Natuurnetwerk Zuid-Holland. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN bevindt zich op een afstand van circa 1,3 meter (figuur 4.4).
Figuur 4.4 Ligging plangebied (rood omcirkeld) t.o.v. beschermde natuurgebieden (bron: Provincie Zuid-Holland)
36/94
Vanwege de afstand zijn directe effecten zoals areaalverlies, versnippering, verandering van de waterhuishouding en verstoring op voorhand uitgesloten. Met het programma AERIUS Calculator (versie 2022) is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. De memo is opgenomen in bijlage 4 en de berekening van de realisatie- en gebruiksfase is opgenomen in bijlage 5. Daaruit blijkt dat de realisatie- en gebruiksfase van de ontwikkeling geen stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op kwetsbare Natura 2000-gebieden oplevert. Er is geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. 4.5.3 Soortenbescherming In opdracht van Rho Adviseurs is in 2023 een quickscan uitgevoerd omdat de opdrachtgever voornemens is de volgende werkzaamheden uit te voeren: 1. sloop van alle bebouwing in het plangebied; 2. rooien van bomen en struiken in het plangebied; 3. nieuwbouw woningen en openbare voorzieningen. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 6 bij deze toelichting op het bestemmingsplan. De conclusie van dit onderzoek is opgenomen in tabel 4.4 Tabel 4. 4 Conclusies
x = maatregel of onderzoek is benodigd. (x) maatregelen kunnen worden toegepast. Nader onderzoek Uit de quickscan is gebleken dat het niet uit te sluiten is dat vleermuizen en huismus gebruik maken van het plangebied als vaste rust- en verblijfplaats en mogelijk een deel als vliegroute/geleiding van en naar de rust- en verblijfplaats (bij aanwezigheid van vleermuizen in de bebouwing). Derhalve wordt nader onderzoek uitgevoerd naar deze soorten. In voorliggend bestemmingsplan is in artikel 13 een sloopverbod opgenomen tot het nader onderzoek is afgerond en eventuele aanbevelingen worden opgevolgd. 4.5.4 Conclusie uit het stikstofonderzoek is gebleken dat er geen stikstofdepositie op omliggende natura-2000 gebieden plaats vindt als gevolg van deze ontwikkeling. Nader onderzoek moet uitwijzen of er geen beschermde diersoorten worden geraakt door de ontwikkeling.
37/94
4.6
Luchtkwaliteit
4.6.1 Beleid en normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in 54.4 weergegeven. Tabel 4.5 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof
Toetsing van
Grenswaarde
stikstofdioxide (NO2)
jaargemiddelde concentratie
40 µg/m³
fijn stof (PM10)
jaargemiddelde concentratie
40 µg/m³
24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/m³
jaargemiddelde concentratie
25 µg/m³
fijn stof (PM2,5)
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. 4.6.2 Onderzoek en conclusie Het bestemmingsplan maakt de realisatie van 40 woningen mogelijk. Dit aantal valt ruim onder de grens van 1.500 woningen, die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit.
Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Er wordt dan ook voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk.
38/94
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit 2022 (https://www.cimlk.nl/kaart) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Hazelaarstraat direct ten noorden van het plangebied. Uit de kaart van het CIMLK blijkt dat in 2021 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2021; 19,9 µg/m³ voor NO2, 17,2 µg/m³ voor PM10 en 9,6 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Hierdoor is er ter plaatste van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
4.7
Bedrijven en milieuhinder
4.7.1 Beleid en normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Naarmate de milieubelasting van de activiteiten groter is, wordt uitgegaan van een grotere richtafstand. In geval van een omgevingstype 'gemengd gebied' mag de richtafstand met één stap worden verkleind. Gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof.
4.7.2 Onderzoek en conclusie In de beoogde situatie worden 40 woningen gerealiseerd. Hiermee wordt een milieugevoelige functie opgericht en moet worden getoetst aan de richtafstanden zoals vermeld in de VNG-brochure. De locatie is in de nabije omgeving van centrumvoorzieningen gelegen. Tevens is de locatie aan de belangrijke ontsluitingswegen Beukenlaan en Heemraadlaan gelegen. Hierdoor kan de omgeving getypeerd worden als 'gemengd gebied'.
39/94
Ten noorden, op een afstand van circa 15 meter bevindt zich een centrumbestemming. Hier mogen detailhandel, dienstverleningen en bedrijven uit ten hoogste milieucategorie 2 worden gerealiseerd. De richtafstand behorende bij milieucategorie 2 en bedraagt 10 meter in een gemengd gebied. Hier wordt aan voldaan. Op korte afstand is restaurant 'Pak Boli' en de laad- en loslocatie van de supermarkt gelegen. Een restaurant en supermarkt vallen onder milieucategorie 1 en kunnen in een gemengd gebied naast woningen gerealiseerd worden. De vrachtwagens van de supermarkt zullen op gematigde snelheid rijden langs het plangebied en ter hoogte van de loslocatie kort manoeuvreren. Dit kan zorgen voor enige hinder, maar is passend binnen een gemengd gebied. Het aan- en afrijden zal in de regel onderdeel zijn van het verkeer op de Beukenlaan en Hazelaarstraat. Gezien de afstand van circa 23 meter tot de loslocatie wordt niet verwacht dat de richtwaarden voor het maximaal geluidniveau worden overschreden. Conclusie Als gevolg van de beoogde ontwikkeling is er voor de woonbestemmingen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omliggende bedrijven worden niet belemmerd in hun bedrijfsvoering.
4.8
Externe veiligheid
4.8.1 Beleid en normstelling In de huidige wetgeving zijn de begrippen risicobron, (beperkt) kwetsbaar object, plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico van belang. Het plaatsgebonden risico (PR) is een maat voor de kans per jaar dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. Het groepsrisico GR is de kans per jaar dat een groep personen van een bepaalde grootte tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) is van toepassing op het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar, bij een ruimtelijke ontwikkeling moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat geen grenswaarde voor het groepsrisico, maar wel geldt hiervoor een verantwoordingsplicht in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde.
Vervoer van gevaarlijke stoffen Op het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Basisnet van toepassing; het Bevt vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR geen onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor beide situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-6 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Hiermee wordt geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden.
40/94
Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. 4.8.2
Onderzoek
Figuur 4.5 Uitsnede professionele risicokaart met plangebied groen omcirkeld In de directe omgeving van het plangebied vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het water of door buisleidingen met een externe werking. Volgens de risicokaart zijn er op grotere afstand van het plangebied risicovolle inrichtingen gelegen. De invloedsgebieden en PR 10-6 contouren liggen niet over het plangebied. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg Ten noorden van het plangebied bevindt zich de A15 waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De locatie is buiten de PR-contour en plasbrandaandachtsgebied gelegen. Het invloedsgebied wordt bepaald door de maatgevende stofcategorie GT4 en bedraagt 4 kilometer. Het plangebied bevindt zich op een afstand van circa 3,5 kilometer van de A15. Hiermee is de ontwikkeling in het invloedsgebied gelegen. Omdat de afstand groter is dan 200 meter, hoeven er volgens het Bevt geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Wel dient er in een beknopte verantwoording nader in te worden gegaan op de aspecten bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid.
41/94
Vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor Op een afstand van circa 3,6 kilometer ten noorden van het plangebied is het spoortraject Pernis - Botlek gelegen. Over dit traject vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats en is daarom onderdeel van het Basisnet. Het invloedsgebied bedraagt 4 kilometer. De ontwikkeling is buiten de PR-contour en plasbrandaandachtsgebied, maar wel in het invloedsgebied gelegen. Omdat de afstand ook hier groter is dan 200 meter, kan er worden volstaan met een beknopte verantwoording. Beknopte verantwoording groepsrisico Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt ontsloten via de Hazelaarstraat en Beukenlaan. Deze wegen sluit aan op het verdere wegennetwerk van Spijkenisse.
Het wegennetwerk biedt vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie worden woningen gerealiseerd. Eventueel aanwezige kinderen en ouderen worden gezien als verminderd zelfredzame personen. Bij deze groepen wordt echter ervan uitgegaan dat in geval van nood de verzorgers/ouders de kinderen en ouderen zullen begeleiden. Als gevolg van een incident met toxische stoffen over het spoor en de weg geldt dat een toxische wolk het meest aannemelijk is. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Hiermee worden de aanwezigen beschermd tegen de blootstelling aan toxische gassen. Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd.
Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media. 4.8.3 Conclusie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de A15 en spoortraject Pernis - Botlek waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Uit de beknopte verantwoording blijkt dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Verder zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
42/94
4.9
Bodemkwaliteit
4.9.1 Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) De Wet bodembescherming (Wbb) stelt regels om de bodem en het zich daar in bevindende grondwater te beschermen. Enerzijds bevat deze wet bepalingen ter regulering van handelingen die een bedreiging vormen voor de bodem en het grondwater. Als er toch een verontreiniging optreedt dienen maatregelen te worden genomen om de verontreiniging zoveel mogelijk ongedaan te maken. Deze zorgplichtbepaling verplicht bij (dreigende) bodemverontreiniging, dus ook van het grondwater, tot het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevergd. De zorgplicht geldt alleen voor zogenaamde 'nieuwe' bodemverontreinigingen, dit zijn gevallen die op of na 1 januari 1987 zijn ontstaan. Anderzijds moeten bestaande verontreinigingen (ontstaan voor 1 januari 1987) worden aangepakt en gesaneerd of beheerd. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m3 poriënverzadigd bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is er sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren.
Besluit en Regeling bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) met bijbehorende Regeling bevat het wettelijk kader voor het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie op of in de bodem of in oppervlaktewater. Voor toepassing in oppervlaktewater is een specifieke zorgplicht in het Besluit bodemkwaliteit opgenomen om nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater te voorkomen. Voor toepassing op de landbodem is deze al afdoende opgenomen in de Wet Bodembescherming. Het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit is van toepassing op elk gebied waarvoor geen gebiedspecifiek beleid is vastgesteld. Uitgangspunt van het generieke kader voor landbodems is dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie moet aansluiten bij de functie die de bodem heeft. Ook mag de actuele kwaliteit van de ontvangende bodem niet verslechteren. Naast de toetsingskaders voor gebiedspecifiek en generiek beleid, kent het Besluit nog een andere categorie van toepassingen: grootschalige toepassingen. Bij deze categorieën hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteit van de ontvangende bodem. Wél moet worden voldaan aan de kwaliteitseisen en randvoorwaarden die het Besluit stelt aan deze toepassingen. Nota bodembeheer regio Voorne-Putten De regio Voorne-Putten bestaat uit de gemeenten Westvoorne, Brielle, Hellevoetsluis en Nissewaard.
Verhoogde gehalten metalen in het grondwater In de regio komen verhoogde gehalten aan zware metalen in het grondwater voor. Bij matig tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen dient per situatie bekeken te worden of sprake is van een bodemverontreiniging of natuurlijk verhoogde achtergrondgehalten. Indien verhoogde gehalten aan zware metalen kunnen worden gerelateerd aan bedrijfsactiviteiten op of in de omgeving van het onderzochte perceel dient altijd een herbemonstering plaats te vinden. Op basis van de resultaten van de herbemonstering dient per geval bepaald te worden of nader onderzoek noodzakelijk is. Indien de verhoogde gehalten niet gerelateerd kunnen worden aan bedrijfsactiviteiten en er geen sprake is van een verontreiniging van de grond, is mogelijk sprake van een natuurlijk verhoogd achtergrondgehalte. Herbemonstering is, mits voldoende onderbouwd, dan niet noodzakelijk.
43/94
Asbestonderzoek Asbestonderzoek is verplicht bij bodemonderzoeken van locaties die op grond van voorinformatie uit terreinbezoek, vooronderzoek of tijdens veldwerkzaamheden verdacht zijn gebleken op het voorkomen van asbest. Dit betreft onder andere: Erven van agrarische bedrijven met bebouwing van voor 1993 of waar voor 1997 sloopwerkzaamheden zijn uitgevoerd; Autosloperijen; Puinhoudende bodemlagen; Oude ophooglagen binnen de bebouwde kom. 4.9.2 Onderzoek en conclusie Wordt aangeleverd door opdrachtgever.
4.10 Cultuurhistorie en archeologie 4.10.1 Cultuurhistorie Er zijn in en rondom het plangebied geen monumenten of andere cultuurhistorische waarden aanwezig. Tevens gelden er geen cultuurhistorische dubbelbestemmingen ter plaatse van het plangebied. Als gevolg van de voorziene ontwikkeling worden geen cultuurhistorisch waardevolle elementen verstoord. Het aspect cultuurhistorie vormt hierom geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.10.2 Archeologie Beleidskader De gemeente Spijkenisse heeft een archeologisch beleid en beleidsinstrumenten ontwikkeld, waaronder de Archeologische Waarden- en Beleidskaart Spijkenisse (AWK), waarmee een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen is gewaarborgd. Ook worden bestemmingsplannen voorzien van een archeologieparagraaf. Meer specifiek is het doel van het voorgenomen archeologisch beleid (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden.
Het bovenstaande sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese Verdrag van Malta is ontwikkeld en dat aansluit bij de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz 2007). Belangrijk gemeentelijk toetsinstrument is de Archeologische Waarden- en Beleidskaart Spijkenisse (vaststelling in procedure). Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureauonderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek. De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen.
44/94
Onderzoek Op het bestemmingsplan 'Schenkel Groenewoud' (onherroepelijk vastgesteld op 6 maart 2013)) ligt het plangebied in een zone met dubbelbestemming Waarde – Archeologie – 2. In deze zone is het verplicht een rapport te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld. Deze verplichting geldt bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken inclusief het aanbrengen van palenfunderingen en het slaan van damwanden, maar ook bij andere grondbewerkingen en het ingraven van kabels en leidingen als deze dieper reiken dan 50 cm -mv en een terreinoppervlakte omvatten dat groter is dan 200 m2. De plangebied is groter dan deze vrijstellingsgrenzen en bij het bebouwen van de deelgebieden zullen de werkzaamheden dieper reiken dan de grens van 50 cm -mv. Uit deze dubbelbestemming blijkt dat voor de nu geplande ingrepen op basis van het bestemmingsplan een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Advies BOOR Het BOOR heeft advies uitgebracht ten aanzien van het aspect archeologie voor het plangebied. Het advies is opgenomen in bijlage 7. De conclusie luidt als volgt: De toegestane marges van diepte en oppervlakte van het bestemmingsplan worden overschreden. De werkzaamheden vormen daarmee een bedreiging voor eventueel in de ondergrond aanwezige archeologische waarden.
Opstellen Programma van Eisen voor het onderzoek Als de gemeente besluit tot een onderzoekseis, dan zal Archeologie Rotterdam, als archeologisch adviseur van de gemeente, een Programma van Eisen opstellen, waarin de algemene en gebieds-specifieke richtlijnen voor de uitvoering van het veldonderzoek worden verwoord. Op de verbeelding en in de regels is de vigerende dubbelbestemming opgenomen ter bescherming van eventuele archeologie waarden ter plaatse. In een latere fase van de ontwikkeling wordt het nader archeologisch onderzoek uitgevoerd. Eventuele maatregelen die hieruit voortkomen worden opgevolgd. Conclusie Het aspect cultuurhistorie en archeologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.11 Kabels en leidingen 4.11.1 Toetsingskader Rond planologisch relevante leidingen dient rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden (belemmeringenzones). 4.11.2 Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
45/94
46/94
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Voor de opbouw van een bestemmingsplan is door het Ministerie van I&M een standaard ontwikkeld, de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). In dit bestemmingsplan wordt van deze standaarden gebruikgemaakt. Hiermee wordt de rechtsgelijkheid en de uniformiteit binnen de gemeentelijke c.q. landelijke bestemmingsplannen gediend. Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken etc.
Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart). De hoofdstukindeling van de bestemmingsplanregels bestaat uit: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels.
5.2
Inleidende regels
De begrippen die in het bestemmingsplan gebruikt worden zijn in dit artikel gedefinieerd. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Dit artikel maakt duidelijk hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.
47/94
5.3
Bestemmingsregels
Artikel 3 Verkeer - 2 De bestemming 'Verkeer - 2' is toegekend aan het overige verkeers- en verblijfsgebied, zoals wegen in het verblijfsgebied waaraan een maximum snelheid van 30 km per uur gekoppeld is. Ook vallen kleine groenstroken, parkeerplaatsen en fiets- en wandelroutes onder deze bestemming.
Artikel 4 Wonen - 2 De bestemming 'Wonen - 2' met de daarbij behorende tuinen en erven en in samenhang daarmee de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijn op de verbeelding aangegeven. In de regels is vastgelegd dat de hoofdgebouwen binnen een bouwvlak moeten worden gerealiseerd en tot welk percentage het grondoppervlak met aan-, uit- en bijgebouwen mag worden bebouwd. Artikel 5 Wonen - 3 De bestemming 'Wonen - 3' is opgenomen voor meergezinsgebouwen met de daarbij behorende tuinen en erven en in samenhang daarmee de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijn op de verbeelding aangegeven. In de regels is vastgelegd dat de hoofdgebouwen binnen een bouwvlak moeten worden gerealiseerd en tot welk percentage het grondoppervlak met aan-, uit- en bijgebouwen mag worden bebouwd. Artikel 6 Waarde - Archeologie - 2 Ter bescherming van de archeologische waarden die mogelijk in het gebied voorkomen, is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2' opgenomen, Overeenkomstig het onderliggende bestemmingsplan 'Schenkel Groenewoud'.
5.4
Algemene regels
Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een bouwvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Artikel 8 Algemene bouwregels Deze algemene regels zijn van belang voor een juiste interpretatie van de bestemmingsregels. Het betreft hier onder andere de overschrijding van bouwgrenzen. Ook is duidelijk vastgelegd hoe met ondergronds bouwen moet worden omgegaan. Artikel 9 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het strijdige gebruik.
48/94
Artikel 10 Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsregels opgenomen. Deze afwijkingen betreffen bijvoorbeeld het bouwen van gebouwtjes van openbaar nut, het overschrijden van bebouwingsgrenzen, beperkte verschuivingen van de bestemmingsgrenzen én het oprichten van masten en antennes tot een bepaalde bouwhoogte. Artikel 11 Overige regels Parkeren Hier is de parkeerregeling opgenomen zoals vervat in het paraplubestemmingsplan 'Parkeren & laden en lossen'. Sloop- en bouwverbod Er is een sloopverbod opgenomen voor de bestaande bebouwing om te voorkomen dat beschermde plant- en diersoorten worden aangetast. Wanneer uit nader onderzoek is gebleken dat er geen nadelige effecten zijn op beschermde plant- en diersoorten of dat een ontheffing op basis van de Wet Natuurbescherming is verkregen kan van dit verbod worden afgeweken. Sloop- en bouwverbod In deze regels wordt bepaald dat waar naar wettelijke regelingen wordt verwezen, de regelingen bedoeld worden zoals bepaald op het moment van vaststelling van het plan.
5.5
Overgangs- en slotregels
Artikel 12 Overgangsrecht en Artikel 13 Slotregel De overgangsbepalingen zijn conform het Besluit ruimtelijke ordening.
49/94
50/94
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.1.1 Participatie PM opdrachtgever
6.1.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het voorontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Eenieder kan in deze periode een inspraakreactie op het plan geven. Tevens wordt het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan overlegpartners in het kader van het wettelijk overleg op grond van artikel 3.1.1 Bro. 6.1.3 Zienswijzen De formele bestemmingsplanprocedure start met het ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Belanghebbenden kunnen binnen deze periode een zienswijze indienen.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De kosten voor de uitvoering van het bouwplan liggen volledig bij de ontwikkelende partij. Tevens wordt er een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer gesloten. Hierdoor is een exploitatieplan niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat er voldoende middelen zijn om de ontwikkeling tot uitvoering te brengen. Het plan is daarmee financieel uitvoerbaar.
51/94
52/94
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
Bijlage 1 Projectboek Beukenlaan Spijkenisse mei 2023
ARCHITECTEN
i.o.v. DCB. 01 mei 2023
UATIE
SIT IIDIGE
HU
enewoud
winkelcentrum gro
BEUKENLAAN hazelaarstraat
SKN00D 09443G0000 gemeente
inrit vervalt
4L 5100
4L
18 p-pl
3L
(eigen terrein)
15 p-pl
bestaande bebouwing
kavel SKN D 3584 3152,3 m2
perceelsgrens DCB
perceelsgrens DCB
t a n k s t a ti o n
UATIE
IT IGE S D I I U H
)
Lindenstraat
3L
w erk+ h e d era
3L haag 2,0m hoog
Lindenstraat
3L
(sta af m at h e k
3L
perceelsgrens DCB
9*0,8=7,2 p-pl
3L
DCB
e r m in g gro e n e afs c h
14 p-pl
3L
DCB kavel A 61 ,5 m2 naar
oude perceelsgrens
2500
1210
bra n d p a d
inrit vervalt
5460
3800
10290
6000
12745
kavel SKN D 3583 237,8 m2
3 p-pl
inrit vervalt
kavel SKN D 3584 3152,3 m2
5L
totaal 57 p-pl SKN00D 09630G0000 gemeente
5L
4L
3L
2L
bestaande bebouwing
contour nieuwbouw
kavel B 294,8 m2 naar DCB
kavel SKN D 3583 237,8 m2
kavel SKN D 9296 6,4 m2
speelplaatsje
wing
rooilijn bestaande bebou kavel SKN D 9297 49,9 m2
kavel SKN D 9297 49,9 m2
kavel SKN D 9295 141,1 m2
kavel SKN D 9295 141,1 m2
HEEMRAADLAAN
HEEMRAADLAAN
recht van opstal vervalt totaal 191m2 SKN00D 09294G0000 gemeente
ARCHITECTEN
i.o.v. DCB. 01 mei 2023
newoud
winkelcentrum groe
BEUKENLAAN
135 tot 150m2 GO 9 stadswoningen 3 lagen 2 GO 23 appartementen ca 75m GO 2 53m ca en ent em art 8 app totaal 40 woningen berekening vlgs CROW: huurhuis vrije sector huur etage midden
hazelaarstraat inrit vervalt
eis: 16,2p-pl. 40,3p-pl. totaal: 56,5p-pl.
norm: 1,4 - 2,2 -> 1,8 0,9 - 1,7 -> 1,3
aantal won: 9x 31x
de kom
sterk stedelijk, rest bebouw
s
incl. 0,3pl/won bezoeker
speedgate of slagboom
speedgate of slagboom
intercom tbv bezoekers
4L 5100
4L
18 p-pl
15 p-pl
)
kavel SKN D 3583 237,8 m2
3 p-pl
inrit vervalt
kavel SKN D 3584 3152,3 m2
5L
totaal 57 p-pl
k a v el g r e n s
w erk + h e d era
3L
k a v el g r e n s
haag 2,0m hoog
Lindenstraat
(sta af m ath e k
perceelsgrens DCB
9*0,8=7,2 p-pl
(eigen terrein)
ni e u w e
3L 3L 3L 3L 3L gen 9 x sta d s w o nin
DCB
er m in g gro e n e afsc h
14 p-pl
3L
DCB kavel A 61,5 m2 naar
oude perceelsgrens
2500
1210
bra n d p a d
inrit vervalt
10330
5460
3800
10290
6000
12745
entree fietsen
entree woongebouw g a l e r ij
4L
entree woongebouw
5L
2L
3L
6900
kavel SKN D 9296 6,4 m2
buitenruimte
overstek 1e verd
entree fietsen
buitenruimte
ni e u w e
kavel B 294,8 m2 naar DCB
m e nte n 3 1 x a p p a rt e
buitenruimte
speelplaatsje
buitenruimte
k a v el g r e n s
ing
ouw rooilijn bestaande beb kavel SKN D 9297 49,9 m2
kavel SKN D 9295 141,1 m2
HEEMRAADLAAN
ARCHITECTEN
i.o.v. DCB. 01 mei 2023
ca 15,5m contour plan inloopavond
6300 woningen Lindenstraat
brandpad groenwal
achtertuinen
ca 56m parkeren
appartementen 4 tot 5 lagen
- 9x grondgebon - 31 appartemen totaal: 40 won
ca 12,2m
ca 9,2m
ca 12,2m
aanpass
voetpad stadswoning 3 tot 4 lagen
groenperk beukenlaan
13160 24400
ARCHITECTEN
i.o.v. DCB. 01 mei 2023
hazelaarstraat 10330
10330
delfse stoep
8
9
9,8m2 7,7m2
slaapkamer
5100
7
5100
7,7m2
slaapkamer slaapkamer
9,8m2 9,8m2 7,7m2
slaapkamer
(7 stuks in 3 lagen / 3 stuks in 4 lagen)
sta d s w o nin g e n
slaapkamer
7,7m2 9,8m2 9,8m2
slaapkamer slaapkamer
7,7m2 7,7m2
slaapkamer slaapkamer
9,8m2 9,8m2
slaapkamer
badkamer badkamer
7,7m2
slaapkamer
badkamer
14,4m2
slaapkamer
6,1m2 6,1m2
slaapkamer
14,4m2 14,4m2
slaapkamer
6,1m2 6,1m2
14,4m2
slaapkamer
36,1m2 36,1m2
woonkamer
woonkamer
hal
3,9m2
keuken keuken 3,9m2
hal
badkamer
sta d s w o nin g e n
(7 stuks in 3 lagen / 2 stuks in 4 lagen)
36,1m2 36,1m2
woonkamer
hal
3,9m2
woonkamer
hal
3,9m2
keuken
keuken
1000 1000
toilet toilet 1000 1000
haag 2,0m hoog
1500
6700
balkon
6700
0.250+ P
hal
toilet keuken
9,8m2
slaapkamer
7,7m2
9,8m2
16
12,2m2
slaapkamer
7,7m2
slaapkamer
24,4m2
slaapkamer
badkamer badkamer
14,4m2
slaapkamer
6,1m2 6,1m2
14,4m2
slaapkamer
36,1m2 36,1m2
woonkamer
woonkamer
hal
3,9m2
keuken keuken 3,9m2
hal
10 woonkamer
51m2 GO
slaapkamer
toilet 1000
toilet
1000
0.300+ P
slaapkamer
1500
12,2m2
woonkamer 24,4m2
hal
51m2 GO toilet
install ./ berging
badkamer
keuken
3,3m2
install ./ berging
3,4m2
badkamer 3,3m2
3,4m2 3,4m2
badkamer
terrein oploopt
0.250+ P
hal
0.250+ P
woonkamer
51m2 GO
12,2m2
0.300+ P
slaapkamer
balkon
toilet
24,4m2
install ./ berging
keuken
6700
11
keuken
3,3m2
hellingbaan 1:12
6700
delfse stoep
0.250+ P
3,4m2
install ./ berging
3,3m2
badkamer
toilet
17
hal
24,4m2
woonkamer
51m2 GO
3 1 a p p a rt e m e n t e n
a p p a rte m e n te n
12,2m2
slaapkamer
0.250+ P
2860
180
1360
39m2 1900
galerij
2860
375
entreehal
galerij
1550
P= 0.00
1360
13,7m2
1360
slaapkamer
slaapkamer
slaapkamer
6,3m2
6,3m2
6,3m2
6,3m2
slaapkamer
960
P= 0.00
1360
slaapkamer
hal
hal
slaapkamer
slaapkamer
13,7m2
13,7m2
balkon
1550
1200
slaapkamer
hal
toilet
slaapkamer hal
hal
1360
13,4m2
installaties/ berging
13,7m2
berging
slaapkamer
4,4m2
13,7m2
hal
3,7m2
1360 slaapkamer
slaapkamer
6,3m2
6,3m2
1360
slaapkamer 13,7m2
hal
slaapkamer
slaapkamer
13,7m2
13,7m2
hal
1360 slaapkamer
slaapkamer
6,3m2
6,3m2
slaapkamer hal
hal
13,7m2
P= 0.00
4,6m2
installaties
badkamer
4,6m2
5,0m2
400
badkamer
72 st Optima V10
toilet
5,4m2
badkamer
toilet
5,4m2
badkamer
toilet
5,4m2
badkamer
toilet
5,4m2
2100
2263
13m2
fietsenberging
woonkamer
woonkamer
29,4m2 400
30 st Optima Ventura
4,6m2
4,6m2
badkamer
toilet
5,4m2
badkamer
toilet
5,4m2
installaties
installaties
4,6m2
4,6m2
badkamer
toilet
5,4m2
badkamer
toilet
5,4m2
installaties 4,6m2
badkamer
toilet
5,4m2
0.300+ P
86m2. 122 fietsen P= 0.00
P= 0.00
installaties
2100
2100
20 st Optima Ventura
portaal
installaties/ berging
11960
installaties
4,6m2
11400
installaties
11960
4,6m2
11400
installaties
11400
woonkamer
29,4m2
29,4m2
woonkamer 29,4m2
woonkamer
woonkamer
slaapkamer
32,9m2
73m2 GO
73m2 GO
73m2 GO
73m2 GO
30,8m2
woonkamer
woonkamer
30,8m2
woonkamer
30,8m2
woonkamer
30,8m2
30,8m2
9,4m2
83m2 GO
72m2 GO
73m2 GO
73m2 GO
73m2 GO
73m2 GO
0.250+ P
6520
NIVO 0
ARCHITECTEN
6900
buitenruimte
buitenruimte
buitenruimte
buitenruimte
6900
6900
6900
6900
13
14
15
muur 0,8m hoog
12
3600
BEUKENLAAN
toilet
slaapkamer
toilet
slaapkamer
badkamer badkamer
slaapkamer
6,1m2
36,1m2
14,4m2 14,4m2
slaapkamer
6,1m2
5100
woonkamer
36,1m2
woonkamer
hal
3,9m2
9
keuken
5100
8
keuken
5100
7
3,9m2
5100
6
hal
5100
5
1000
5100
4
1000
5100
3
toilet
5100
2
5100
toilet
slaapkamer
5100
6
5100
6,1m2
5100
5
badkamer
5100
4
14,4m2
5100
3
slaapkamer
5100 5100
2
5100
36,1m2
keuken
woonkamer
1
hal
3,9m2
1000
1
9770
9530
toilet
5100
9770
18 6520
balkon
19
6900
20 6900
21 6900
22 6900
balkon
23 6900
NIVO 1
i.o.v. DCB. 01 mei 2023
10330
5100
5100
5100
5100
9770
5100
5100
5100
6300
ca 9,2m
5100
5100
5100
ca 15,5m
slaapkamer
1500
6,1m2
6700
woonkamer 24,0m2
hal
toilet install ./ berging
keuken
4,3m2
37 67m2 GO slaapkamer
badkamer
17,7m2
6700
4,9m2
slaapkamer
slaapkamer
12,9m2
8,1m2
1550
galerij
badkamer
hal
7,3m2
toilet slaapkamer installaties/ berging
6,3m2
berging
slaapkamer
slaapkamer
4,4m2
13,7m2
hal
3,5m2
keuken
hal
13,7m2
installaties/ berging
installaties
4,6m2
woonkamer
4,6m2
1220
badkamer
badkamer
toilet
dak (PV-panelen)
toilet
5,4m2
5,4m2
38
39
40
78m2 GO
62m2 GO woonkamer
63m2 GO woonkamer 20,2m2
1470
20,2m2
11960
11400
31,3m2
6520
6900
6900
6900
6900
6900
NIVO 4
a p p a rt e m e n t e n
10330
10330
9770
9770 6800
1765
zolder
5100
2
zolder
5100
16,4m2 16,4m2
slaapkamer
16,4m2
slaapkamer
slaapkamer
4,2m2
4,2m2
installaties
badkamer
4,2m2
4,2m2
badkamer
installaties
1
5
5100
5100 5100
5100
4
5100
16,4m2
slaapkamer
16,4m2
slaapkamer
4,2m2
4,2m2
badkamer
installaties
3
5100
7
5100
8
5100
9
6700
16,4m2
slaapkamer
16,4m2
slaapkamer
5100
(7 stuks in 3 lagen / 3 stuks in 4 lagen)
16,4m2
slaapkamer
16,4m2
slaapkamer
4,2m2
4,2m2
installaties
badkamer
4,2m2
4,2m2
badkamer
installaties
dak 6 (PV-panelen)
woonkamer
16,6m2
hobby / werkkamer
slaapkamer
24
31
1500
12,2m2
woonkamer 24,4m2
51m2 GO toilet keuken
install ./ berging
badkamer
slaapkamer
hal
51m2 GO toilet keuken
install ./ berging
3,3m2
3,4m2
balkon
keuken
12,2m2
1360
berging
slaapkamer
4,4m2
hal
3,7m2
badkamer
11400
5,0m2
13,7m2
6,3m2
4,6m2
badkamer 5,4m2
woonkamer 30,8m2
badkamer
toilet
5,4m2
6700 6,3m2
slaapkamer
slaapkamer
13,7m2
13,7m2
installaties/ berging
hal
installaties
4,6m2
badkamer
toilet
28
5,4m2
29
woonkamer
toilet
5,4m2
72m2 GO
woonkamer
30,8m2
73m2 GO
balkon
6520
6900
balkon
6900
NIVO 2
ARCHITECTEN
5,0m2
hal
1360 slaapkamer
slaapkamer
6,3m2
6,3m2
slaapkamer 13,7m2
slaapkamer hal
hal
installaties 4,6m2
4,6m2
badkamer 5,4m2
badkamer
toilet
5,4m2
34
4,6m2
5,4m2
36
woonkamer
woonkamer
30,8m2
30,8m2
badkamer
toilet
35
woonkamer
13,7m2
installaties
30,8m2
9,4m2
72m2 GO balkon
6900
13,7m2
installaties/ berging
slaapkamer
83m2 GO balkon
6900
slaapkamer
4,4m2
toilet
32,9m2
73m2 GO balkon
6900
badkamer
woonkamer
30,8m2
73m2 GO
berging
33
30
woonkamer
30,8m2
badkamer
1360
3,7m2
installaties
4,6m2
toilet
13,4m2
9,4m2
83m2 GO
galerij
hal
slaapkamer
1360 slaapkamer
hal
installaties
27
slaapkamer
6,3m2
hal
4,6m2
26
slaapkamer
slaapkamer
installaties/ berging
toilet
32,9m2
13,7m2
a p p a rt e m e n t e n
12,2m2
slaapkamer
balkon
installaties/ berging
1360 slaapkamer
11960
toilet
13,4m2
woonkamer
51m2 GO
1550
galerij balkon
1550
slaapkamer
hal
24,4m2
balkon
a p p a rt e m e n t e n
woonkamer
51m2 GO
woonkamer
3,3m2
badkamer
toilet
32
11400
6700
keuken
hal
24,4m2
hal
3,3m2
3,4m2
install ./ berging
3,3m2
badkamer
toilet
25
slaapkamer
badkamer
3,4m2
3,4m2
install ./ berging
1500
12,2m2
24,4m2
balkon
hal
11960
6700
balkon
WP
WP 4,2m2
4,2m2
badkamer
installaties
16,6m2 16,6m2
hobby / werkkamer
hobby / werkkamer
WP
WP 4,2m2
4,2m2
badkamer
installaties
16,6m2 16,6m2
hobby / werkkamer
hobby / werkkamer
WP
sta d s w o nin g e n
WP 4,2m2
4,2m2
badkamer
installaties
16,6m2 16,6m2
hobby / werkkamer
hobby / werkkamer
WP
WP
9
4,2m2
5100
8
4,2m2
5100
7
badkamer
5100
6
installaties
5100
5
16,6m2
5100
4
hobby / werkkamer
5100
3
16,6m2
5100
2
hobby / werkkamer
5100
1
5100
WP
1765
6520
6900
73m2 GO
73m2 GO
balkon
balkon
6900
6900
6900
6900
NIVO 3
i.o.v. DCB. 01 mei 2023
GALERIJ
slaapkamer
entreehal
slaapkamer
2100
1360
3000
wm wd
4560
13,7m2
6,3m2
mk
4,6m2
1400
11160
badkamer
toilet
11960
WP
1800
5,4m2 920
stramien 6,9m GO = ca 73,1m2 12,2m diep
4660
keuken
woonkamer 30,8m2
BALKON 3450
2100
6600
6900
4800
4800 slaapkamer
3000
5100
slaapkamer
3150
5100
3070
2400
optionele uitbouw woonkamer
niet ingedeelde ruimte (OPTIONEEL: max 3 slaapkamers/badkamer)
3823 9530
10330
badkamer
9530
woonkamer 34m2
wm wd
stramien 5,1m GO = ca 137m2 10,33m diep
2576 WP
entreehal
toilet 1030
1050
ARCHITECTEN
4800
3240
keuken slaapkamer
slaapkamer
2170
2560
slaapkamer
slaapkamer
i.o.v. DCB. 01 mei 2023
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek omgevingslawaai
Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid
Beukenlaan - Spijkenisse Akoestisch onderzoek omgevingslawaai Opdrachtgever RHO Adviseur Contactpersoon dhr. R. van Oosterhout Referentie 23155.02 Datum 25 mei 2023 Behandeld door/projectverantwoordelijke dhr. ing. D. Brobbel Fase project Definitief ontwerp Status Definitief
Buro Bouwfysica B.V. Cypresbaan 45 2908 LT Capelle aan den IJssel +31 (10) 760 0049 info@burobouwfysica.nl www.burobouwfysica.nl
Inhoudsopgave
Bijlagen
1
Inleiding ..................................................................................................... 3
Bijlage 1: Gehanteerde verkeersgegevens
2
Wettelijk kader .......................................................................................... 4
Bijlage 2: Rekenresultaten en relevante invoergegevens rekenmodel
2.1
Algemeen ................................................................................................... 4
2.2
Geluidzones ................................................................................................ 4
2.3
Systematiek Wgh ....................................................................................... 5
2.4
Dove gevel .................................................................................................. 5
2.5
Bouwbesluit 2012 ...................................................................................... 5
2.6
Beleid hogere grenswaarde ....................................................................... 5
3
Uitgangspunten geluidberekeningen ......................................................... 8
3.1
Algemeen ................................................................................................... 8
3.2
Verkeersgegevens ...................................................................................... 8
3.3
Rekenmethode ........................................................................................... 8
3.4
Ruimtelijke omgeving geluidmodel............................................................ 8
4
Berekeningsresultaten ............................................................................... 9
4.1
Geluidbelastingen ...................................................................................... 9
5
Toetsing Wgh en gemeentelijk beleid ...................................................... 13
5.2
Gemeentelijk geluidbeleid ....................................................................... 14
6
Hogere waarden ...................................................................................... 17
7
Conclusie ................................................................................................. 18
25 mei 2023 23155.02 Beukenlaan te Spijkenisse -Akoestisch onderzoek omgevingslawaai
Bijlage 3: Rekenresultaten met geluidmaatregelen
pagina 2 van 18
1 Inleiding In opdracht van RHO Adviseurs is voor het project “Beukenlaan” te Spijkenisse in het kader van een bestemmingsplanwijziging een akoestisch onderzoek omgevingslawaai uitgevoerd. Het plan betreft de realisatie van 9 nieuw te bouwen ééngezinswoningen en 31 nieuw te bouwen appartementen. Het appartementengebouw zal ca. 4 bouwlagen hoog worden. Omdat het plan niet past binnen het vigerende bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek omgevingslawaai noodzakelijk in het kader van de ruimtelijke procedure. De locatie is gelegen binnen de geluidzone van de Heemraadlaan. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de Beukenlaan, de Beukenlaan, de Hazelaarstraat, de De Waarsman en de Lindenstraat met een snelheidsregime van 30 km/uur ook in het onderzoek betrokken. Figuur 1-1 geeft de ligging van het plan in de bestaande omgeving weer. In voorliggend onderzoek is de geluidbelasting vanwege omgevingslawaai gedetailleerd inzichtelijk gemaakt op de gevels van de nieuwe woningen middels een rekenmodel conform de wettelijk aangewezen Standaard Rekenmethode 2. Het onderzoek geeft inzicht in de optredende geluidbelastingen en beschrijft mogelijke knelpunten en maatregelen in het licht van wet- en regelgeving.
In de volgende hoofdstukken worden achtereenvolgens het wettelijk kader, de uitgangspunten, de berekeningsresultaten, mogelijke maatregelen, hogere waarden en de conclusies voor het aspect wegverkeerslawaai beschreven. Voor deze rapportage is gebruik gemaakt van de volgende documenten: − Wet geluidhinder zoals deze geldt per 1 mei 2017. − Hogere grenswaardenbeleid Wet geluidhinder gemeente Nissewaard, d.d. 21 november 2016’. − Tekeningen van BIAS architecten, d.d. 22 november 2022, zie bijlage 4.
25 mei 2023 23155.02 Beukenlaan te Spijkenisse -Akoestisch onderzoek omgevingslawaai
Figuur 1-1: Situering bouwplan
pagina 3 van 18
2 Wettelijk kader
Het plangebied en de Heemraadlaan is gelegen binnen de bebouwde kom.
2.1 Algemeen
De Heemraadlaan heeft een zonebreedte van 200 m (één of twee rijstroken in stedelijk gebied). De zone wordt gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook. Het plan is op ca. 22 m van de Heemraadlaan. Derhalve is het plan gelegen binnen deze geluidzone en moet de geluidsbelasting op de gevels worden getoetst aan de grenswaarden op grond van artikel 82 en 83 uit de Wgh.
Het toetsingskader waar bij het te nemen ruimtelijk besluit rekening dient te worden gehouden zijn de bepalingen uit de Wet geluidhinder (hierna te noemen: Wgh) zoals deze geldt per 1 mei 2017 (Stb. 2017, 57) en beleid hogere grenswaarden Wet geluidhinder gemeente Nissewaard, d.d. 21 november 2016 van de gemeente Nissewaard. De Wgh beoogt de burger te beschermen tegen hoge geluidbelastingen. In deze wet zijn onder meer de normen voor geluid vanwege wegverkeerslawaai en spoorweglawaai vastgelegd. Omdat het huidige bestemmingsplan geen woningen toestaat is er sprake van een bestemmingsplanwijziging en derhalve ook een akoestisch onderzoek.
2.2 Geluidzones 2.2.1 Zones langs wegen Op grond van artikel 74 uit de Wgh bevindt zich aan weerszijden van een weg een zone waarbinnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd, uitgezonderd een aantal situaties waaronder wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De breedte van de zone, aan weerszijden van de weg, is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk. De definities van stedelijk en buitenstedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 Wet geluidhinder. Deze definities luiden: −
−
stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom (bepaald door komgrensborden) met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de bebouwde kom dat is gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg.
25 mei 2023 23155.02 Beukenlaan te Spijkenisse -Akoestisch onderzoek omgevingslawaai
Om deze reden is het wegverkeerslawaai een relevant punt van aandacht voor de ruimtelijke onderbouwing, de ontwikkelingsmogelijkheden, de kosten, de stedenbouwkundige verkaveling en ontwerp op woningniveau.
2.2.2 30 km/h wegen In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de Beukenlaan, de Beukenlaan, de Hazelaarstraat, de De Waarsman en de Lindenstraat met een snelheidsregime van 30 km/uur ook in het onderzoek betrokken.
2.2.3 Grenswaarden In het geval er nieuwe woningen worden gerealiseerd binnen de zone van een weg mag de geluidsbelasting niet meer bedragen dan de voorkeurswaarde. Indien de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde moeten er in principe maatregelen worden getroffen om hieraan alsnog te kunnen voldoen. Blijkt dat niet mogelijk of op zwaarwegende bezwaren te stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard dan is het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nissewaard bevoegd tot het vaststellen van hogere waarden. Bij overschrijding van de maximale ontheffingswaarde is in principe geen woningbouw op de locatie mogelijk. In de onderstaande tabel is aangegeven wat de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde is voor nieuwe woningen binnen de zone van een bestaande weg overeenkomstig de Wet geluidhinder.
pagina 4 van 18
Tabel 2-1 – Grenswaarden nieuwe woningen Situatie Stedelijke wegen Voorkeursgrenswaarde Max. ontheffingswaarde Nieuwe woning 48 dB 63 dB
2.2.4 Reductie geluidsbelasting wegverkeerslawaai Op grond van de verwachting dat de geluidproductie van motorvoertuigen in de toekomst afneemt, mogen de berekende geluidbelastingen op de gevels worden gereduceerd. Volgens artikel 110g Wgh is deze reductie 5 dB bij wegen met een rijsnelheid van lager dan 70 km/h. Ter hoogte van het plangebied hebben de wegen een maximum snelheid van maximaal 50 km/h en geldt derhalve een aftrek van 5 dB.
2.3 Systematiek Wgh De Wgh schrijft een aantal onderzoeksverplichtingen voor: -
er moet een akoestisch onderzoek worden ingesteld naar de optredende geluidsbelasting; de voorkeurswaarde moet in acht worden genomen; wanneer de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, moeten maatregelen worden onderzocht waarmee deze waarde alsnog kan worden bereikt. Indien van toepassing wordt tevens de doeltreffendheid van de benodigde maatregelen onderzocht.
De Wgh legt prioriteit bij maatregelen aan de bron, zoals bijvoorbeeld toepassing van stille wegdekken. Als daarmee onvoldoende effect wordt bereikt, komen maatregelen in de overdrachtssfeer (wallen of schermen) in aanmerking. Maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld gevelisolatie) zijn feitelijk alleen gericht op het waarborgen van een acceptabel binnenniveau en niet op het reduceren van de geluidsbelasting. De achtergrondgedachte van deze volgorde is een zo klein mogelijk gebied aan een hoog geluidsniveau bloot te stellen. De
25 mei 2023 23155.02 Beukenlaan te Spijkenisse -Akoestisch onderzoek omgevingslawaai
aandacht voor dit leidende principe is een wezenlijk element van de Wet geluidhinder.
2.4 Dove gevel Bij overschrijding van de maximale grenswaarden is de realisatie van een geluidgevoelige bestemming zoals woningen alleen mogelijk bij toepassing van een dove gevel. De grenswaarden uit de Wgh zijn namelijk niet van toepassing op een dove gevel. Een dove gevel is een bouwkundige constructie zonder te openen delen met een zekere geluidwering of, een bouwkundige constructie met bij uitzondering te openen delen mits die delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte.
2.5 Bouwbesluit 2012 In het Bouwbesluit 2012 is aangegeven wat de karakteristieke geluidwering moet zijn om een binnenwaarde, bij gesloten ramen, te garanderen voor verblijfsgebieden van nieuwe woningen. Deze karakteristieke geluidwering moet minimaal gelijk zijn aan de vastgestelde hogere waarde minus de toegestane binnenwaarde van 33 dB voor het wegverkeerslawaai- en spoorweglawaai.
2.6 Beleid hogere grenswaarde 2.6.1 Algemeen De Wgh geeft het kader voor het vaststellen van een hogere waarde. Voor het bepalen van de benodigde motivering van een hogere waarden aanvraag de gemeente een zekere beleidsvrijheid. Dit beleid is voor Spijkenisse vastgelegd in het “Hogere grenswaarden Wet geluidhinder gemeente Nissewaard” d.d. 21 november 2016. In de navolgende paragrafen worden de relevante thema’s uit dit beleid benoemd.
pagina 5 van 18
2.6.2 Uitgangspunten voor het beleid Het beleid van de gemeente Nissewaard voor het vaststellen van Hogere waarden is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: -
-
In alle situaties wordt gestreefd naar het behalen van de voorkeursgrenswaarde. Wanneer de voorkeursgrenswaarde niet haalbaar is, wordt de hogere waarden procedure doorlopen. Het doel van de procedure is het aantal woningen dat een hoge geluidbelasting ondervindt zoveel mogelijk te beperken. Een hogere geluidbelasting wordt daarmee alleen onder voorwaarden toegestaan. Bij de planvorming moet rekening worden gehouden met geluid. Hier wordt door de gemeente op getoetst. Hierdoor worden alle kansen om geluidhinder te voorkomen benut.
2.6.3.2 Aanvullende voorwaarden Op grond van het gemeentelijk geluidbeleid zal indien bron- en/of overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn, maatregelen bij de ontvanger onderzocht te worden ten behoeve van: 1. 2. 3. 4.
De realisatie van een geluidluwe gevel De realisatie van een geluidluwe buitenruimte De realisatie van geluidgevoelige ruimten aan de geluidluwe gevel (akoestisch optimale indeling) van dit beleid kan worden afgeweken indien het merendeel van de woningen aan voorstaande eisen kan voldoen.
Wanneer een woning in de zone van meerdere geluidbronnen ligt, is het college verplicht om de gecumuleerde geluidbelasting te beoordelen, dus niet alleen het geluid van de maatgevende bron.
Onder geluidluwe gevel wordt verstaan: een gevel/zijde van een woning, waar de geluidbelasting laag is. Iedere woning dient ten minste één gevel met een lagere geluidbelasting te hebben. Het geluidniveau op deze gevel mag in principe niet hoger zijn dat de waarde voor elk van de onderscheiden geluibronnen zoals opgenomen in onderstaande tabel. Voor wegverkeerslawaai is dit de gecumuleerde geluidbelasting zonder aftrek. Hierbij worden de niet gezoneerde wegen (30 km/uur) ook meegenomen in de cumulatie: