CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

76.Voorontwerp-bestemmingsplan Toldam 5 Heenvliet; Bijlage 10 + 11 Stap 3-besluit

Gemeenteraad 14 september 2022, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken en mededelingen12.882 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

16

Resultaten onderzoek stad‐en‐milieu benadering

Figuur 3.3 Overzicht van rekenresultaten nestgeluid 70% jaargemiddelde bezetting Wanneer voor de beoordeling van het nestgeluid wordt aangesloten bij het toetsingskader voor industrielawaai (50 dB(A) als richtwaarde) dan kan op basis van de berekeningsresultaten worden geconcludeerd dat het nestgeluid ter plaatse van de meest noordelijke woningen een relevante bijdrage lever aan de optredende geluidbelastingen. Het specifiek laagfrequent geluid van de afgemeerde schepen vraagt ter voorkoming van hinder aandacht bij het dimensioneren van de gevels. Wegverkeerslawaai In de omgeving van het plangebied bevinden zich verschillende wegen. Het betreft zowel wettelijk gezoneerde wegen (met een maximumsnelheid van 50 km/h of meer) als niet gezoneerde wegen (maximum snelheid van 30 km/h). Uit het onderzoek akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai blijkt dat:  de geluidbelasting van de gezoneerde wegen Toldijk en Wieldijk voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB en daarmee is het laten vaststellen van hogere waarden niet nodig;  de geluidbelasting van de niet gezoneerde Toldam de richtwaarde van 48 dB niet overschrijdt;  de gecumuleerde geluidbelasting als zeer goed wordt beoordeeld (zie figuur 3.4)

Resultaten onderzoek stad‐en‐milieu benadering

17

Figuur 3.4 Gecumuleerde geluidbelasting wegverkeer (exclusief aftrek artikel 110g Wgh) Cumulatie Ter plaatse van de meest noordelijke woningen is sprake van cumulatie van industrielawaai en nestgeluid van aangemeerde schepen. Wanneer het industrielawaai en nestgeluid cumulatief worden beoordeeld zijn de afgeronde geluidbelastingen op de meest belaste gevels maximaal 1 dB(A) hoger dan de berekende geluidbelastingen door het industrielawaai. Het wegverkeerslawaai levert geen relevante bijdrage aan de cumulatieve geluidbelastingen. In het akoestisch onderzoek wordt meer gedetailleerd inzicht gegeven in de totale cumulatieve geluidbelasting.

3.2.3. Afweging aanvullende maatregelen binnen Stap 1 en Stap 2 Brongerichte maatregelen Industrieterrein Botlek‐Pernis Gedeputeerde Staten van Zuid‐Holland heeft voor het industrieterrein Botlek‐Pernis op 19 februari 1998 een saneringsprogramma vastgesteld. Met dit saneringsprogramma is geborgd dat de bedrijven op dit industrieterrein alle in redelijkheid te treffen maatregelen doorvoeren, om de geluidemissie van het industrieterrein zo veel mogelijk te reduceren. Door de Minister van het toenmalige ministerie van VROM is op basis van dit saneringsprogramma op 5 juli 2000 een besluit genomen over de maximaal toelaatbare geluidniveaus (MTG’s) bij de rondom het industrieterrein gelegen woonkernen. De MTG’s bieden voor de bedrijven een recht tot het emitteren van een bepaalde hoeveelheid geluid. Een verdere reductie van de geluidemissie is daarom niet aan de orde. Een bijkomend probleem bij het reduceren van de geluidemissie van het industrieterrein is dat de emissie wordt veroorzaakt door een groot aantal geluidbronnen, verspreid over een zeer uitgestrekt terrein. Het

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

18

Resultaten onderzoek stad‐en‐milieu benadering

treffen van maatregelen aan enkele geluidbronnen zou daarom geen merkbaar effect hebben in de omgeving. De conclusie is dat het treffen van doelmatige maatregelen aan de bron in dit geval niet mogelijk is. Scheepsgerelateerd geluid Binnen de scope van het plan voor de locatie Toldam 5 is het niet mogelijk om bronmaatregelen te treffen aan de schepen. Wegverkeer Het verkeer levert slechts een zeer beperkte bijdrage aan de geluidbelastingen ter plaatse van de beoogde woningen, waardoor eventuele bronmaatregelen niet tot nauwelijks van invloed zijn op de akoestische situatie. Overdrachtsmaatregelen Gezien de ligging van het industrieterrein Botlek‐Pernis ten opzichte van het plangebied en de afstand tussen de bronnen en het plangebied zullen enorme schermen nodig zijn om de geluidbelasting ter plaatse van de woningen terug te dringen tot onder de maximale ontheffingswaarde. De schermen zullen in ieder geval ruimschoots hoger moeten zijn dan de achtergelegen woningen. Schermen van deze omvang worden niet realistisch geacht. Mogelijkheden binnen wettelijke kaders Dove gevels Een mogelijkheid die de Wet geluidhinder biedt is het toepassen van zogenaamde 'dove gevels'. Het toepassen van dove gevels bij deze woningen in een dorpsachtige omgeving is niet gewenst en gaat sterk ten koste van de kwaliteit.

Een dove gevel zou het woongenot aanzienlijk verlagen, doordat de bewoners niet de vrije keuze hebben om ramen te openen. Dit neemt niet weg dat waar sprake is van een verhoogde geluidbelasting, maatregelen nodig zijn om een optimaal akoestisch woon‐ en leefklimaat te realiseren. Zeehavennorm Op grond van artikel 60 van de Wet geluidhinder kan voor nieuwe woningen binnen een bestaande zone van een industrieterrein met activiteiten die zeehavengebonden zijn en die noodzakelijkerwijs in de open lucht plaatsvinden, een hogere waarde tot maximaal 60 dB(A) worden vastgesteld, wanneer de geluidbelasting in hoofdzaak wordt bepaald door die activiteiten. Voorwaarde daarbij is ook dat de woningen worden gebouwd in het kader van een herstructurering, of planmatige verdichting van een bestaand woongebied, of wanneer de woningen worden gebouwd aansluitend aan het bestaande woongebied en slechts sprake is van een beperkte uitbreiding van het bestaande woongebied. Toepassing van de zeehavennorm blijkt in de praktijk vaak lastig te zijn omdat een deel van de geluidbelasting ook wordt bepaald door activiteiten die niet per definitie zeehavengebonden zijn. De gemeente Nissewaard ziet af van het toepassen van de zeehavennorm en gaat bij een hogere geluidbelasting dan 55 dB(A) direct over op de Interimwet stad‐en‐milieubenadering.

Vervangende nieuwbouw Op grond van artikel 61 kan voor nieuwe woningen ter vervanging van bestaande woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen onder voorwaarden een hogere waarde tot 65 dB(A)worden vastgesteld. In dit geval is geen sprake van het vervangen van bestaande woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen. Conclusie Uitgangspunt van de ontwikkeling is duurzaam en doelmatig ruimtegebruik en een verbetering van de leefomgevingskwaliteit. Gezien het voorgaande wordt geconcludeerd dat het vanwege de geluidbelasting door het industrieterrein Botlek‐Pernis niet mogelijk is om te komen tot uitvoering van het plan zonder gebruik te maken van de mogelijkheden die de Interim Stad‐ en Milieubenadering biedt. De gemeente Nissewaard is voornemens om een zogenaamd Stap 3‐besluit te nemen voor de ontwikkeling van maximaal 10 woningen op Toldam 5 te Heenvliet.

Resultaten onderzoek stad‐en‐milieu benadering

19

Voor de vast te stellen hogere waarden wordt uitgegaan van een worstcase benadering, waarbij geen rekening wordt gehouden met de afscherming binnen het plangebied. Dat betekent dat het aantal woningen binnen de betreffende RAK‐contouren bepalend is voor de vast te stellen hogere waarden. Hiermee wordt voorkomen dat eerst de afschermende woonblokken moeten worden gerealiseerd voordat de achterliggende woningen kunnen worden gebouwd. Tabel 3.1 geeft een overzicht van de vast te stellen hogere waarden. Tabel 3.1 Vast te stellen hogere waarden industrieterrein Botlek‐Pernis Hogere waarde Aantal woningen 57 2 56 8

3.3.

Stap 3: van welke milieukwaliteitsnorm of ander wettelijk voorschrift wordt afgeweken?

Op grond van artikel 59, lid 1 van de Wet geluidhinder geldt voor nieuwe woningen binnen de wettelijke geluidzone van een industrieterrein een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) en kan een hogere waarde worden vastgesteld tot maximaal 55 dB(A). Voor de beoogde woningen binnen het gebied, kan niet aan deze voorwaarde worden voldaan. Met het voorgenomen Stap 3‐besluit wordt afgeweken van de maximaal toelaatbare waarde van de geluidbelasting zoals bedoeld in artikel 59, lid 1 van de Wet geluidhinder, met dien verstande dat de geluidbelasting vanwege het industrieterrein Botlek‐Pernis niet hoger zal zijn dan 57 dB(A).

3.4.

Stap 3: welke compenserende maatregelen worden getroffen?

Omdat het gaat om geluidbelaste locatie dient een zorgvuldige afweging plaats te vinden over de aanvaardbaarheid van en de voorwaarden waaronder de woningbouw kan plaatsvinden. In de Interimwet is aangegeven dat moet worden nagegaan of de nadelige gevolgen van het voorgenomen besluit voor het milieu moeten en kunnen worden gecompenseerd. Onder compensatie kan daarbij worden verstaan (in deze voorkeursvolgorde): maatregelen binnen hetzelfde milieucompartiment waarin de normafwijking plaatsvindt (in dit geval geluid, bijvoorbeeld extra isolatie); maatregelen in een ander milieucompartiment; maatregelen op een ander vlak die bijdragen aan de leefomgevingskwaliteit. Uitgangspunt is dat de compenserende maatregelen een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van de leefomgeving en de kosten van de maatregelen (financieel) in verhouding staan met het compenserende effect. Geluidwering Bij het bepalen van de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie wordt uitgegaan van de totale (niet hindergewogen) geluidbelasting op de gevel. Uitganspunt voor de nieuwbouwwoningen is een binnenniveau van maximaal 33 dB. Dat betekent dat de geluidwering groter of gelijk dient te zijn aan het verschil tussen de totale geluidbelasting (Ltotaal) minus een karakteristiek binnenniveau van 33 dB. Hierbij wordt het geluidspectrum gehanteerd van de meest bepalende bron.

Voorgaande betekent dat ook de geluidbelasting door het nestgeluid en de 30 km/h‐wegen worden betrokken bij het bepalen van de karakteristieke geluidwering. Lucht‐ en contactgeluidisolatie Voor de toekomstige woningen gelden strengere norm voor de lucht‐ en contactgeluidisolatie tussen de woningen dan de minimale eisen zoals die zijn vastgelegd in het Bouwbesluit 2012 (voor het karakteristiek

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

20

Resultaten onderzoek stad‐en‐milieu benadering

luchtgeluidniveau geldt een verhoogde eis van + 5dB en voor het gewogen contactgeluidniveau een verhoogde eis van + 10dB). Slaapverstoring Als woningen beschikken over een geluidluwe zijde, moeten de slaapkamers zo veel mogelijk aan de geluidluwe zijde zijn gesitueerd. In het Stap 3‐besluit is het uitgangspunt voor ‘geluidluw’ dat de geluidbelasting ten gevolge van het industrieterrein Botlek‐Pernis en het nestgeluid samen niet meer dan 50 dB(A) bedraagt. Wanneer woningen niet beschikken over een geluidluwe zijde, wordt ingezet op het creëren van geluidluwe geveldelen en daar de slaapkamers te situeren. Waar dat niet mogelijk is en slaapkamers niet zijn gelegen aan een geluidluw geveldeel, worden aanvullende gebouwgebonden maatregelen getroffen ter plaatse van de slaapkamers die zijn gericht op het kunnen ventileren/ spuien zonder dat sprake is van hoge geluidbelastingen. Uitgangspunt is dat het geluid dermate wordt gereduceerd dat het binnenniveau ten minste gelijkwaardig is aan het binnenniveau dat wordt verkregen bij een geopend raam in een geluidluwe gevel. Daarbij kan (mede afhankelijk van de optredende geluidbelastingen) bijvoorbeeld worden gekozen voor harbour‐vensters, gevelschermen of afgeschermde ventilatievoorzieningen. Detaillering van de woninggebonden maatregelen vindt plaats in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen.

Met de hiervoor beschreven maatregelen wordt invulling gegeven aan de afspraken zoals die in het kader van het RAK zijn gemaakt voor projecten met maximaal 20 woningen (zie paragraaf 1.3 van deze rapportage). Onderdeel van die voorwaarden is ook de bereikbaarheid van groen in de omgeving. In de directe omgeving van het plangebied is veel kwalitatief hoogwaardig groen aanwezig. Daarbij wordt bovendien opgemerkt dat de geluidbelasting door het industrieterrein Botlek‐Pernis tijdens de dagperiode (de periode dat met name gebruik wordt gemaakt van de groene omgeving) beperkt is, de nachtperiode is maatgevend voor de in dit rapport gepresenteerde geluidbelastingen. Conclusie Stap 3 De akoestische situatie ter plaatse is mede bepalend voor de voorwaarden waaronder de beoogde ontwikkeling mogelijk is. In het kader van het Stap 3‐besluit worden compenserende maatregelen getroffen die zijn gericht op het binnenniveau (verhoogde eisen ten aanzien van de gevelwering), het contact‐ en isolatiegeluid en het beperken van slaapverstoring.

Met de hiervoor beschreven maatregelen en randvoorwaarden is ter plaatse van de beoogde woningen sprake van een aanvaardbare akoestische situatie en wordt op een verantwoorde wijze afgeweken van de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder (en voor een deel van de woningen bij het ontbreken van een geluidluwe gevel ook aan deze voorwaarde het gemeentelijk geluidbeleid). De genoemde maatregelen vormen het uitgangspunt voor de aanvraag van de benodigde omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen.

4. Gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid

4.1.

21

Algemeen

Bij het toepassen van de Interimwet Stad‐ en Milieubenadering dient inzicht te worden gegeven in de te verwachten gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid. Daarbij gaat het niet alleen om de gevolgen de samenhangen met de akoestische situatie en het afwijken van de maximale ontheffingswaarde uit de Wgh, maar er dient een bredere afweging van de te verwachten gevolgen plaats te vinden. De beoogde woningbouwontwikkeling is wenselijk met het oog op de leefbaarheid en duurzame woningbouwbehoefte binnen de kern Heenvliet. Hieronder wordt voor een aantal andere thema’s op hoofdlijnen ingegaan op de milieusituatie binnen het plangebied en de gevolgen daarvan voor de beoogde woningbouwontwikkeling. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de informatie uit de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan en de in dat kader uitgevoerde onderzoeken.

4.2.

Geluid

In het voorgaande hoofdstuk is ingegaan op de akoestische situatie binnen het plangebied. De blootstelling aan geluid kan verschillende nadelige gezondheidseffecten veroorzaken. De belangrijkste gezondheidseffecten zijn (ernstige) hinder en slaapverstoring. Tabel 4.1 en 4.2 geven inzicht in de dosis‐ effectrelaties voor industrielawaai (conform de Regeling geluid milieubeheer). Daarbij is geen rekening gehouden met het treffen van akoestische maatregelen. Met maatregelen kan de kans op hinder en slaapverstoring worden beperkt. Tabel 4.1 Aantal gehinderden per geluidklasse Geluidsbelastingklasse (Lden) Gehinderden per 100 bewoners 55–59 dB 26 60–64 dB 35 65 dB of hoger 40 Tabel 4.2 Aantal slaapgestoorden per geluidklasse Geluidsbelastingklasse (Lnight) 50–54 dB 55–59 dB 60–64 dB 64–69 dB 70 dB of hoger

Ernstig gehinderden per 100 bewoners 11 17 24

Slaapgestoorden per 100 bewoners 7 10 13 18 20

Gezien de resultaten van het akoestisch onderzoek valt het grootste deel van de woningen in de klasse 55 – 59 dB. Dat betekent dat binnen het projectgebied in potentie sprake is van een relatief hoog aandeel gehinderden en slaapverstoorden. Om de kans op hinder en slaapverstoring te beperken zullen verschillende akoestische maatregelen worden getroffen. De aanwezigheid van een geluidluwe gevel of

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

22

Gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid

een geluidluw geveldeel, die het mogelijk maakt om ramen te openen en de woning te voorzien van buitenlucht met een beperkte geluidbelasting speelt daarbij een belangrijke rol. Met de te treffen maatregelen (zie paragraaf 3.4) wordt voor alle woningen de kans op ernstige hinder en slaapverstoring aanzienlijk beperkt en is vanuit gezondheidsoogpunt sprake van een aanvaardbare situatie.

4.3.

Luchtkwaliteit

Met het oog op de gezondheidssituatie ter plaatse zijn de concentraties luchtverontreinigende stoffen van belang, in het bijzonder de concentraties fijn stof. e De NSL‐monitoringstool 2020 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort geeft inzicht in de concentraties langs het hoofdwegennet. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Vissersdijk. Uit de NSL‐monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer liggen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedragen 20,1 µg/m³ voor NO2, 18 µg/m³ voor PM10 en 10,4 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24‐uur gemiddelde concentratie PM10 bedraagt 6,3. Daarmee zijn de concentraties fijn stof niet alleen lager dan de wettelijke normen, maar wordt ook voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Onaanvaardbare negatieve gezondheidseffecten kunnen worden uitgesloten.

4.4.

Geurhindersituatie

Op de website van DCMR wordt op basis van de vergunde activiteiten in het Rijnmond gebied inzicht gegeven in de cumulatieve geurbelasting. Uit deze informatie blijkt dat in het plangebied de geurbelasting tussen de 0,5 en 1,0 odour units is gelegen. Onder de 0,5 odour units is geen sprake van geurhinder en boven de 5,0 odour units is sprake van ernstige geurhinder. Binnen het plangebied kan afhankelijk van windrichtingen sprake zijn van kans op geurwaarneming door industriële activiteiten en is enige hinder niet volledig uitgesloten. Gezien de geurbelasting tussen de 0,5 en 1,0 odour units is echter geen sprake van onaanvaardbare geurhinder die een belemmering oplevert voor de beoogde herontwikkeling. Onaanvaardbare negatieve gezondheidseffecten kunnen worden uitgesloten.

4.5.

Externe veiligheid

Op de Botlek zijn risicovolle inrichtingen gelegen. Het plangebied bevindt zich in het invloedsgebied van een aantal risicovolle inrichtingen; de PR 10‐6‐contouren komen niet tot in het plangebied. Voor de industrieterreinen Europoort en Botlek zijn tevens veiligheidscontouren vastgesteld (artikel 14 Bevi). Hiermee wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige risicovolle activiteiten. Buiten de veiligheidscontour is ruimte voor bestaande, geplande en nieuwe (kwetsbare) functies. De veiligheidscontour reikt niet tot over het plangebied waardoor deze geen belemmeringen oplevert voor de beoogde herontwikkeling van het gebied. Het groepsrisico van de risicovolle inrichtingen bevindt zich niet boven de oriëntatiewaarde. Gezien de afstand tot het plangebied leiden ook de transportroutes in de omgeving niet tot beperkingen of onaanvaardbare risico’s. Voor een inventarisatie en beschrijving van de risicobronnen wordt verwezen naar de toelichting van het bestemmingsplan. Daarin is ook een verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Het bestemmingsplan zal in dat kader voor advies worden voorgelegd aan de Veiligheidsregio Rotterdam‐Rijnmond (VRR). De VRR zal naar verwachting een aantal generieke maatregelen adviseren rondom de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij een eventuele calamiteit. Rekening houdend met deze maatregelen is sprake van een aanvaardbare risicosituatie.

Gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid

4.6.

23

Waterveiligheid

Ten westen van het plangebied bevindt zich een beschermingszone van een waterkering. De beschermingszone grenst aan het plangebied. De woningen zijn echter op enige afstand van deze beschermingszone geprojecteerd zodat de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op de waterveiligheid in de omgeving. Aangezien het plangebied binnendijks ligt, zijn de overstromingsrisico’s ter plaatse van het plangebied klein.

4.7.

Bodemkwaliteit

Gelet op de beoogde woonbestemming is een verkennend bodemonderzoek en een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Binnen het gebied is een aantal lichte verontreinigingen aangetroffen. De gemeten waarden zijn echter dermate laag dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Relevante negatieve gezondheidseffecten kunnen worden uitgesloten.

4.8.

Overige aspecten van een gezonde leefomgeving

De voorgenoemde omgevingsaspecten hebben een gezondheidscomponent, maar het begrip gezonde leefomgeving is breder en omvat ook sociale veiligheid, verkeersveiligheid, groene aantrekkelijke fietspaden/voetgangersgebieden/buitenruimte en maatschappelijke voorzieningen in de directe nabijheid. Een aantal van de genoemde aspecten zijn locatie overstijgend. Het projectgebied is goed (en zowel verkeersveilig als sociaalveilig) bereikbaar voor langzaam verkeer. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan het in stand houden van het voorzieningenniveau binnen de kern Heenvliet. De omgeving van het plangebied is groen met veel ruimte voor beweging.

4.9.

Conclusie

Met de ligging aan de Bernisse en de voorzieningen binnen de kern Heenvliet op korte afstand heeft de locatie bijzonder kwaliteiten. Daar staat tegenover dat binnen het projectgebied sprak is van een zekere milieubelasting, met name door de activiteiten op het industrieterrein Botlek‐Pernis. Middels een Stap 3‐ besluit zal worden afgeweken van de maximale ontheffingswaarde voor industrielawaai uit de Wet geluidhinder. Geconcludeerd wordt dat ondanks deze afwijking vanuit gezondheidsoogpunt sprake is van een aanvaardbare situatie. Het plan heeft geen relevante nadelige gevolgen voor het milieu of de volksgezondheid. Daarbij is het gezien de optredende geluidbelastingen wel van groot belang dat de beschreven akoestische maatregelen worden getroffen zodat de kans op hinder en slaapverstoring wordt beperkt. Met deze maatregelen ontstaat een plek waar het, ondanks de relatief hoge geluidbelasting, fijn wonen is.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

24

Gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid

5. Proces en procedure

5.1.

25

Proces

Het ontwerpbestemmingsplan met onderliggende onderzoeken en het Stap 3‐besluit zijn in onderlinge samenhang tot stand gekomen. Over de plannen heeft afstemming plaatsgevonden met de verschillende belanghebbenden. In het kader van het wettelijk vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan de overlegpartners. Ook is het plan voor advies voorgelegd aan de Veiligheidsregio Rotterdam‐Rijnmond. Het voornemen tot het vaststellen van een Stap 3‐besluit op grond van de Interimwet Stad‐ en milieubenadering is gemeld aan Gedeputeerde Staten en gepubliceerd. In de bijlagen bij het ontwerpbestemmingsplan is een nota opgenomen met een overzicht van de vooroverlegreacties en de beantwoording daarvan.

5.2.

Vervolg

Deze rapportage vormt de basis voor het (ontwerp) Stap 3‐besluit dat samen met het ontwerp‐ bestemmingsplan ter visie wordt gelegd. Daarmee wordt de mogelijk geboden om zienswijzen in te dienen. In de volgende fase zal worden gemotiveerd op welke wijze omgegaan met de zienswijzen en reacties.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

26

Proces en procedure

6. Besluit

27

De Raad van de gemeente Nissewaard besluit toepassing te geven aan artikel 2 van de Interimwet Stad‐ en milieubenadering ten behoeve van het de woningbouwontwikkeling zoals vastgelegd in het bestemmingsplan Toldam 5, Heenvliet. Beschrijving projectgebied en kadastrale kaart In bijlage 1 is een figuur opgenomen waarop de begrenzing van het projectgebied op een kadastrale kaart is aangegeven. Het plangebied ligt in het oosten van Heenvliet. Het plan wordt aan de noordelijke zijde begrensd door de Toldam. Aan de westelijke en zuidelijke zijde wordt het begrensd door agrarische grond. Langs de oostelijke zijde loopt een watergang en ten oosten daarvan is de Bernisse gelegen. In de huidige situatie is binnen het gebied een boodschappencentrum met een supermarkt, drogisterij en slijterij gevestigd. Aan de voorzijde van het boodschappencentrum is een parkeerplaats waar elke week markt wordt gehouden. Na verplaatsing van de supermarkt zal de detailhandelsmogelijkheid op de Toldam 5 komen te vervallen. Het huidige pand zal worden gesloopt. Hiervoor in de plaats komen 10 grondgebonden, vrijstaande eengezinswoningen. Om de woningen te bereiken wordt een woonerf aangelegd. Bewoners kunnen parkeren op hun erf. Alle woningen, behalve woning 10, grenzen aan de achterzijde aan het water. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzonde van het industrieterrein Botlek‐Pernis.

Voor nieuwe woningen geldt op grond van de Wet geluidhinder een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). De maximale ontheffingswaarde bedraagt voor nieuwe woningen 55 dB(A). Uit de onderbouwing van het Stap 3‐besluit en het onderliggende akoestisch onderzoek volgt dat het met het oog op een doelmatig ruimtegebruik en een optimale leefomgevingskwaliteit wenselijk is middels een stap 3‐besluit een hogere geluidbelasting toe te staan dan de maximale ontheffingswaarde. De maximale geluidbelasting ten gevolge van het industrieterrein Botlek‐Pernis bedraagt 57 dB(A). Ondanks de overschrijding van de maximale ontheffingswaarde, blijkt uit de onderbouwing dat vanuit gezondheidsoogpunt sprake is van een aanvaardbare situatie. Het plan heeft geen relevante nadelige gevolgen voor het milieu of de volksgezondheid. Daarbij is het wel van belang dat de compenserende maatregelen worden getroffen. Met deze maatregelen ontstaat een plek waar het, ondanks de relatief hoge geluidbelasting fijn wonen is. Norm waarvan wordt afgeweken Op grond van artikel 59, lid 1 van de Wet geluidhinder geldt voor nieuwe woningen binnen de wettelijke geluidzone van een industrieterrein een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) en kan een hogere waarde worden vastgesteld tot maximaal 55 dB(A).

Vervangende norm na vaststelling Stap 3‐besluit Voor de vast te stellen hogere waarden wordt uitgegaan van een worstcase benadering, waarbij geen rekening wordt gehouden met de afscherming binnen het plangebied. Dat betekent dat het aantal woningen binnen de betreffende RAK‐contouren bepalend is voor de vast te stellen hogere waarden. Hiermee wordt voorkomen dat eerst de afschermende woningen moeten worden gerealiseerd voordat de achterliggende woningen kunnen worden gebouwd. Tabel 6.1 geeft een overzicht van de met het Stap 3‐besluit vast te stellen hogere waarden.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

28

Besluit

Tabel 6.1 Vast te stellen hogere waarden industrieterrein Botlek‐Pernis Hogere waarde Aantal woningen 57 56

2 8

Akoestische voorwaarden en compenserende maatregelen Aan de vast te stellen hogere waarden worden de volgende maatregelen verbonden:  Bij het bepalen van de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie wordt uitgegaan van de totale (niet hindergewogen) geluidbelasting op de gevel. Uitganspunt voor de nieuwbouwwoningen is een binnenniveau van maximaal 33 dB. Dat betekent dat de geluidwering groter of gelijk dient te zijn aan het verschil tussen de totale geluidbelasting (Ltotaal) minus een karakteristiek binnenniveau van 33 dB. Hierbij wordt het geluidspectrum gehanteerd van de meest bepalende bron.  Als een woning beschikt over een geluidluwe zijde, moeten de slaapkamers van de woning zo veel mogelijk worden gesitueerd aan de geluidluwe zijde. In het Stap 3‐besluit is het uitgangspunt voor ‘geluidluw’ dat de geluidbelasting ten gevolge van het industrieterrein Botlek‐Pernis en het nestgeluid samen niet meer dan 50 dB(A) bedraagt.  Als woningen niet beschikken over een geluidluwe gevel, worden aanvullende gebouwgebonden maatregelen getroffen ter plaatse van de slaapkamers die zijn gericht op het kunnen ventileren/spuien zonder dat sprake is van hoge geluidbelastingen.

Uitgangspunt is dat het geluid dermate wordt gereduceerd dat het binnenniveau ten minste gelijkwaardig is aan het binnenniveau dat wordt verkregen bij een geopend raam in een geluidluwe gevel. Daarbij kan (mede afhankelijk van de optredende geluidbelastingen) bijvoorbeeld worden gekozen voor harbour‐vensters, gevelschermen of afgeschermde ventilatievoorzieningen.  Voor de woningen gelden strengere norm voor de lucht‐ en contactgeluidisolatie tussen de woningen dan de minimale eisen zoals die zijn vastgelegd in het Bouwbesluit 2012 (voor het karakteristiek luchtgeluidniveau geldt een verhoogde eis van + 5dB en voor het gewogen contactgeluidniveau een verhoogde eis van + 10dB). Termijn van afwijking Het stap 3‐besluit betreft een afwijking voor onbepaalde tijd.

Bijlage

1

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Kadastrale kaart

2

Bijlage 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11785804/2