76.Voorontwerp-bestemmingsplan Toldam 5 Heenvliet; Bijlage 10 + 11 Stap 3-besluit
Tekst van het document
Nissewaard Toldam 5, Heenvliet
melding Stap 3‐besluit
identificatie
planstatus
projectnummer:
datum:
status:
20210466
15 oktober 2021
Concept
projectleider:
Drs. M. van der Meulen auteur:
Drs. M. van der Meulen/ mr. ir. M. de Hek
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoud 1.
2.
3.
Inleiding
3
1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.
3 3 4 4 5
Aanleiding De Interimwet stad‐en‐milieubenadering Regionaal afsprakenkader geluid & ruimtelijke ontwikkeling Hogere grenswaardenbeleid Wet geluidhinder gemeente Nissewaard Leeswijzer
Melding Stap 3‐besluit
7
2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6.
7 7 9 11 16 16
Inhoudelijke vereisten Waar ligt het projectgebied en hoe is dit begrensd? Wat zijn het gewenste ruimtegebruik en de beoogde leefomgevingskwaliteit? Waarom een Stap 3‐besluit? Van welke milieukwaliteitsnorm of ander wettelijk voorschrift wordt afgeweken? Wat zijn de te verwachten gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid?
Vervolg
19
Bijlage: 1
Kadastrale kaart
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
20210466
1. Inleiding
1.1.
Aanleiding
Met het vertrek van supermarkt Albert Heijn naar een andere locatie binnen de kern Heenvliet komt de locatie Toldam 5 vrij. Om te voorkomen dat de mogelijkheid ontstaat voor twee supermarktlocaties wil de gemeente deze bestemming omzetten van 'Detailhandel' naar 'Wonen'. Gebroeders Blokland is samen met de gemeente Nissewaard overeengekomen dat er op de vertreklocatie 10 woningen kunnen worden gebouwd. Om de ontwikkeling juridisch‐planologisch mogelijk te maken wordt een bestemmingsplan voorbereid. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzone van het geluidgezoneerde industrieterrein Botlek‐ Pernis. Uit de geluidcontouren behorende bij het Regionaal afsprakenkader geluid & ruimtelijke ontwikkeling (zie paragraaf 1.3) blijkt dat de geluidbelasting als gevolg van het nabijgelegen industrieterrein Botlek‐Pernis ter plaatse van de toekomstige woningen hoger is dan de wettelijke uiterste grenswaarde van 55 dB(A). De Interimwet Stad en Milieubenadering biedt onder voorwaarden mogelijkheden om af te wijken van wettelijke normen en grenswaarden (waaronder de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder), wanneer dat in het belang is van zuinig en doelmatig ruimtegebruik en een optimale leefomgevingskwaliteit.
Conform de bepalingen van deze wet wil de gemeente Nissewaard met een zogenaamd stap 3‐besluit bij een hogere grenswaarde vaststellen dan volgens de Wet geluidhinder is toegestaan. Het voornemen tot het nemen van een Stap 3‐besluit moet door burgemeester en wethouders worden gemeld bij Gedeputeerde Staten. Met deze melding geeft de gemeente Nissewaard invulling aan de formele verplichting op grond van artikel 11 van de Interimwet stad‐en‐milieubenadering. In hoofdstuk 3 is ingegaan op de procedure voor het Stap 3‐besluit en de koppeling met het bestemmingsplan.
1.2.
De Interimwet stad‐en‐milieubenadering
Sinds 1 februari 2006 is de Interimwet stad‐en‐milieubenadering van kracht. Op basis van deze wet mogen gemeenten, na zorgvuldig onderzoek en onder bepaalde voorwaarden, afwijken van de wettelijke milieunormen voor bodem, geluid en/of luchtkwaliteit. Doel hiervan is een grotere beleidsvrijheid voor gemeenten waardoor lokaal meer maatwerk mogelijk is, uitgaande van een integrale benadering van alle aspecten van leefomgevingskwaliteit. De wet gaat er daarbij van uit dat gemeenten in hun planvorming de zogenaamde stad‐en‐milieubenadering toepassen die bestaat uit drie stappen: -
vroegtijdig integreren van milieu in het ruimtelijk plan en werken aan brongerichte maatregelen (stap 1); zoeken naar oplossingen binnen de bestaande wet‐ en regelgeving (stap 2); als milieunormen of wettelijke procedures de gewenste stedelijke leefkwaliteit in de weg staan, kunnen gemeenten via een afzonderlijk besluit van de gemeenteraad afwijken van bestaande regels (stap 3).
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
3
4
Inleiding
Leefomgevingskwaliteit in het kader van de Interimwet Volgens de Handreiking Stad & Milieubenadering bestaat leefomgevingskwaliteit uit een samenspel van economische, sociale, ruimtelijke en milieuhygiënische aspecten, zoals bereikbaarheid, veiligheid, schoonheid en rust. De samenhang tussen deze aspecten bepaalt uiteindelijk de waardering voor de omgeving. Milieubelaste locaties kunnen bijzondere kwaliteiten herbergen, waarvan met behulp van de stad & milieubenadering meer mensen kunnen genieten.
1.3.
Regionaal afsprakenkader geluid & ruimtelijke ontwikkeling
De gemeente Nissewaard heeft samen met andere gemeenten in de regio, Havenbedrijf Rotterdam, provincie Zuid‐Holland, Deltalinqs en DCMR het Regionaal afsprakenkader geluid & ruimtelijke ontwikkeling (hierna: Afsprakenkader) ondertekend. In dit convenant zijn afspraken vastgelegd over ruimtelijke plannen in de omgeving van de gezoneerde industrieterreinen Botlek‐Pernis en Europoort‐ Maasvlakte. Het doel van het Afsprakenkader is een brede afstemming op regionaal niveau in een vroeg stadium van woningbouw‐ en havenontwikkeling om problemen in vergunningprocedures te voorkomen, elkaar niet te verrassen en geen onnodige kosten te maken. Feitelijk wordt hiermee een regionale invulling gegeven aan de mogelijkheden die de wet op basis van de Zeehavennorm (art. 60 Wgh) en de Stad en Milieubenadering (Interimwet stad‐en‐milieu benadering) biedt om af te wijken van de maximale grenswaarde van 55 dB(A) bij industrielawaai. In het Afsprakenkader is afgesproken met welke werkwijze de partners rondom haven en omgeving, binnen de geldende geluidkaders, samenwerken om zowel haven als omgeving te blijven ontwikkelen.
Binnen het RAK is tevens afgesproken dat voor projecten met maximaal 20 woningen compenserende maatregelen moeten worden getroffen1: Bij het bepalen van de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie moet worden uitgegaan van de totale (niet hindergewogen) geluidbelasting2 op de gevel. Hierbij dient het geluidspectrum te worden gehanteerd van de meest bepalende bron; strengere norm voor de lucht‐ en contactgeluidisolatie tussen de woningen (Ilu + 5dB en Ico + 10dB). Hierbij moet worden gelet op geluid van installaties (en eigen apparatuur); per woning realiseren van een geluidluwe, aangename zijde: een toegankelijke, bruikbare en liefst groene en schone zijde met een geluidbelasting onder de 50 Lden / 40 Lnight (totaal geluid). De slaapkamers moeten zo veel mogelijk aan deze geluidluwe zijde zijn gesitueerd; kwaliteit en bereikbaarheid van groen in de omgeving: elke woning moet op loopafstand (10 minuten, 600 meter) een stille (groene) plek hebben.
1.4.
Hogere grenswaardenbeleid Wet geluidhinder gemeente Nissewaard
Bij het vaststellen van hogere waarden heeft B&W van een gemeente een zekere beleidsruimte. De gemeente Nissewaard beschikt over vastgesteld beleid over de invulling van deze afwegingsruimte. Dit beleid is vastgelegd in Hogere grenswaardenbeleid Wet geluidhinder gemeente Nissewaard, d.d. 21 november 2016. Het beleid wordt hieronder kort samengevat: geluidbeperkende maatregelen worden in de onderstaande volgorde onderzocht en afgewogen: 1
DCMR, Notitie onderbouwing stap 3‐besluit light bij industrielawaai, documentnummer 22261123, d.d. 18 december 2019. 2 Onder de totale (niet hindergewogen) geluidbelasting wordt verstaan al het aanwezige geluid van gezoneerde en niet gezoneerde geluidbronnen (waaronder bijvoorbeeld 30 km/uur wegen, solitaire bedrijven of installaties, het geluid van afgemeerde of varende schepen, enz.).
Inleiding
1. 2. 3.
5
maatregelen aan de bron; overdrachtsmaatregelen; maatregelen bij de ontvanger.
Bij het onderzoek naar de in aanmerking komende maatregelen bij de ontvanger zullen de volgende maatregelen standaard moeten zijn onderzocht en overwogen: 1. het creëren van een geluidluwe gevel; 2. het creëren van een geluidluwe buitenruimte; 3. het realiseren van geluidgevoelige ruimten aan de geluidluwe gevel (akoestisch optimale indeling). Het kan zijn dat niet alle woningen van het desbetreffende bouwplan aan bovengestelde maatregelen kunnen voldoen. Als het bouwplan echter zodanig is vormgegeven, dat bovenstaande geldt voor het merendeel van de nieuw te realiseren woningen, dan kan gemotiveerd worden afgeweken voor die woningen. Van één of meer van deze maatregelen bij de ontvanger kan alleen worden afgeweken als voldoende aandacht wordt geschonken aan de leefomgevingskwaliteit. De leefomgeving en de kwaliteit ervan zijn brede begrippen. Een goede leefomgeving houdt in dat bewoners en gebruikers van de openbare ruimte hun leefomgeving als herkenbaar, prettig, schoon, veilig en aantrekkelijk ervaren, zodat ze er graag wonen, werken en verblijven. Daarbij gaat het zowel om milieukwaliteit (zoals de aanpak van bodemvervuiling, veiligheidsrisico's van bedrijvigheid, geluiden stankoverlast en afvalinzameling) als om ruimtelijke kwaliteit (het bevorderen van positieve ontwikkelingen, zoals een goede bereikbaarheid, veel verscheidenheid en een sterke ruimtelijke identiteit).
1.5.
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van deze notitie wordt invulling gegeven aan de melding van het voornemen tot het nemen van een Stap 3‐besluit tot afwijken van milieukwaliteitsnormen voor het plangebied Toldam 5. Daarbij wordt aangesloten bij de eisen die op grond van artikel 11, lid 2 van de Interimwet aan de inhoud van een dergelijke melding worden gesteld. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de te doorlopen vervolgstappen en de koppeling met de bestemmingsplanprocedure.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
6
Inleiding
2. Melding Stap 3‐besluit
2.1.
Inhoudelijke vereisten
De melding van het voorgenomen Stap 3‐besluit moet ten minste de volgende onderdelen bevatten (artikel 11, lid 2 van de Interimwet): a. b. c.
d. e.
een omschrijving van het projectgebied en een of meerdere kadastrale kaarten waarop de begrenzing van dat gebied is aangegeven; het gewenste ruimtegebruik in het projectgebied, voor zover dat verband houdt met de toe‐ passing van artikel 2 of 3 van de wet; een beschrijving van de omstandigheden op grond waarvan wordt verwacht dat het rekening houden met milieukwaliteit in de ruimtelijke planvorming, het nemen van brongerelateerde maatregelen en het optimaal benutten van wettelijke voorschriften niet toereikend zijn om zuinig en doelmatig ruimtegebruik en optimale leefomgevingskwaliteit te bereiken; de milieukwaliteitsnorm of het andere wettelijke voorschrift waarvan afwijking wordt overwogen; een beschrijving op hoofdlijnen van de te verwachten gevolgen voor het milieu en de volks‐ gezondheid in het projectgebied.
In de volgende paragrafen wordt invulling gegeven aan deze verschillende onderdelen.
2.2.
Waar ligt het projectgebied en hoe is dit begrensd?
Het plangebied ligt in het oosten van Heenvliet. Het plan wordt aan de noordelijke zijde begrensd door de Toldam. Aan de westelijke en zuidelijke zijde wordt het begrensd door agrarische grond. Langs de oostelijke zijde loopt een watergang. Voor een globale weergave van het plangebied wordt verwezen naar figuur 2.1. In figuur 2.2 geeft een beeld van de ligging in de wijdere omgeving van het plangebied. In bijlage 1 is een kadastrale kaart opgenomen met de exacte begrenzing van het gebied.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
7
8
Melding Stap 3‐besluit
Figuur 2.1 Ligging en begrenzing plangebied.
Melding Stap 3‐besluit
9
Figuur 2.2. Wijdere omgeving van het plangebied
2.3.
Wat zijn het gewenste ruimtegebruik en de beoogde leefomgevingskwaliteit?
Het plangebied ligt ten westen van de Bernisse en bestaat momenteel uit een boodschappencentrum waar de wat grootschaligere detailhandel te vinden is. Hier zijn een supermarkt, drogisterij en slijterij gevestigd. Aan de voorzijde van het boodschappencentrum is een parkeerplaats waar elke week markt wordt gehouden. Na verplaatsing van de supermarkt zal de detailhandelsmogelijkheid op de Toldam 5 komen te vervallen. Het huidige supermarktpand zal worden gesloopt. Hiervoor in de plaats komen 10 grondgebonden, vrijstaande eengezinswoningen op percelen met een oppervlakte tussen de 515 m² en 1.209 m². Hiermee vallen de woningen in de middeldure tot dure sector. Zie figuur 2.3 voor de indicatieve verkavelingsschets. Om de woningen te bereiken wordt een woonerf aangelegd. Bewoners kunnen parkeren op hun erf. Alle woningen, behalve woning 10, grenzen aan de achterzijde aan het water.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
10
Melding Stap 3‐besluit
Figuur 2.3. Voorlopig ontwerp van de beoogde ontwikkeling (bron:Quadrant Architecten BNA). De beoogde ontwikkeling past binnen de Structuurvisie 2025 (2010) van de gemeente Bernisse (thans Nissewaard) en komt voort uit het Masterplan en ruimtelijke uitgangspunten Bernisse‐Noord (vastgesteld op 14 oktober 2014) waarin het plangebied is aangewezen als woningbouwlocatie. Tevens draagt de beoogde ontwikkeling bij aan de Woonvisie 2020‐2030: Nissewaard, een plek voor iedereen! (september 2020). Met de ontwikkeling wordt invulling gegeven aan het in de Woonvisie gehanteerde uitgangspunt dat middeldure en duurdere koopwoningen worden toegevoegd om stellen en gezinnen met lokale binding de kans te geven binnen de eigen omgeving hun wooncarrière voort te zetten. Uitgangspunt is dat het plan zodanig wordt vormgegeven dat sprake is van een gezonde en veilige woon‐ en leefomgeving. De akoestische situatie is de mede bepalend voor de verkaveling en de te treffen gebouwgebonden maatregelen. Zo veel mogelijk woningen beschikken over een geluidluwe gevel en buitenruimte. Daar waar woningen niet beschikken over een geluidluwe gevel is het uitgangspunt dat er waar mogelijk maatregelen worden getroffen om de kans op geluidhinder te beperken.
Door met maatregelen een geluidluwe gevel of afgeschermd geveldeel te realiseren, hebben bewoners de mogelijkheid om ramen en deuren te openen en de woning te voorzien van buitenlucht met een beperkte geluidbelasting. Ook wordt hiermee het slapen met geopende ramen mogelijk gemaakt. Bij geluidbelastingen boven de maximale ontheffingswaarde dienen compenserende maatregelen te worden getroffen. Uitgangspunt is dat deze worden genomen binnen hetzelfde milieucompartiment waarin de normafwijking plaatsvindt (in dit geval geluid). Ook waar het gaat om de overige omgevingsaspecten (zoals luchtkwaliteit, geur en externe veiligheid) dient sprake te zijn van een vanuit gezondheidsoogpunt aanvaardbare situatie. Zie voor een uitgebreide toelichting paragraaf 2.6.1.
Melding Stap 3‐besluit
2.4.
Waarom een Stap 3‐besluit?
2.4.1.
Optredende geluidbelastingen
11
Industrieterrein Botlek‐Pernis Het plan ligt binnen de geluidzone van industrieterrein Botlek‐Pernis. Om deze reden is in het akoestisch onderzoek de geluidbelasting ten gevolge van dit industrieterrein beschouwd. Op basis van de geluidcontouren behorende bij het RAK ligt het meest noordelijke deel van het plangebied tussen de 56 en de 57 dB(A)‐contour. De rest van het plangebied ligt tussen de 55 en de 56 dB(A)‐contour. Deze contouren zijn conform de afspraken uit het RAK bepalend voor de vast te stellen hogere waarden.
Figuur 2.4 Rak contouren Voor een afweging van de akoestische situatie ter plaatse is het van belang om de geluidbelasting op de verschillende gevels van de woningen met berekeningen in beeld te brengen. De berekeningen zijn uitgevoerd op basis van de bouwvlakken zoals die worden opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan. Figuur 2.5 geeft een beeld van de optredende geluidbelastingen ten gevolge van het industrieterrein Botlek‐Pernis. Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelastingen op gevels van een aantal woningen de maximale grenswaarde van 55 dB(A) wordt overschreden. De hoogst berekende geluidbelasting ter plaatse van de meest noordelijke woning bedraagt 57 dB (dat is in lijn met de hiervoor gepresenteerde RAK‐contouren). Door afscherming beschikt een deel van de woningen over een geluidluwe gevel en geluidluwe buitenruimte, maar dat geldt (zonder aanvullende maatregelen) niet voor alle woningen. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 2.6.2.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
12
Melding Stap 3‐besluit
Figuur 2.5 Geluidbelasting industrielawaai Botlek‐Pernis Nestgeluid schepen Binnen industrieterrein Botlek Pernis is er sprake van nestgeluid. Nestgeluid is het geluid dat afgemeerde schepen produceren als er niet aan de schepen wordt gewerkt en geen laad‐ en losactiviteiten plaatsvinden. Voor afgemeerde schepen is geen regelgeving opgesteld. Echter op grond van jurisprudentie van de Raad van State moet het bevoegd gezag bij het vaststellen van een plan zich uitspreken over de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemmingen. Aan de hand van een door DCMR aangeleverd rekenmodel is de geluidbelasting op de planlocatie als gevolge van nestgeluid berekend. Hiermee kan worden beoordeeld of nestgeluid een relevante invloed heeft op het akoestische woon‐ en leefklimaat. In figuur 2.6 zijn de berekeningsresultaten op de ingevoerde toetspunten ter plaatse van het bouwplan gegeven ten gevolge van nestgeluid met een jaargemiddelde bezetting van 70% (worst case scenario).
Melding Stap 3‐besluit
13
Figuur 2.6 Overzicht van rekenresultaten nestgeluid 70% jaargemiddelde bezetting Wanneer voor de beoordeling van het nestgeluid wordt aangesloten bij het toetsingskader voor industrielawaai (50 dB(A) als richtwaarde) dan kan op basis van de berekeningsresultaten worden geconcludeerd dat het nestgeluid ter plaatse van de meest noordelijke woningen een relevante bijdrage lever aan de optredende geluidbelastingen. Het specifiek laagfrequent geluid van de afgemeerde schepen vraagt ter voorkoming van hinder aandacht bij het dimensioneren van de gevels. Wegverkeerslawaai In de omgeving van het plangebied bevinden zich verschillende wegen. Het betreft zowel wettelijk gezoneerde wegen (met een maximumsnelheid van 50 km/h of meer) als niet gezoneerde wegen (maximum snelheid van 30 km/h). Uit het onderzoek akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai blijkt dat: de geluidbelasting van de gezoneerde wegen Toldijk en Wieldijk voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB en daarmee is het laten vaststellen van hogere waarden niet nodig; de geluidbelasting van de niet gezoneerde Toldam de richtwaarde van 48 dB niet overschrijdt; de gecumuleerde geluidbelasting als zeer goed wordt beoordeeld (zie figuur 2.7)
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
14
Melding Stap 3‐besluit
Figuur 2.7 Gecumuleerde geluidbelasting wegverkeer (exclusief aftrek artikel 110g Wgh) Cumulatie Ter plaatse van de meest noordelijke woningen is sprake van cumulatie van industrielawaai en nestgeluid van aangemeerde schepen. Wanneer het industrielawaai en nestgeluid cumulatief worden beoordeeld zijn de afgeronde geluidbelastingen op de meest belaste gevels maximaal 1 dB(A) hoger dan de berekende geluidbelastingen door het industrielawaai. Het wegverkeerslawaai levert geen relevante bijdrage aan de cumulatieve geluidbelastingen. In het akoestisch onderzoek wordt meer gedetailleerd inzicht gegeven in de totale cumulatieve geluidbelasting.
2.4.2. Analyse stap 1 en stap 2 Uit de informatie in de voorgaande paragraaf blijkt dat op grond van de geluidcontouren behorende bij het RAK de geluidbelasting ten gevolge van het industrieterrein Botlek‐Pernis hoger is dan de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder. Dat wordt bevestigd door de berekeningsresultaten. De berekende geluidbelasting is op de meest belaste gevels groter dan 55 dB(A). Daarnaast is van belang dat zonder aanvullende maatregelen niet alle woningen beschikken over een geluidluwe gevel en buitenruimte. Bij het hanteren van de Stad en milieubenadering is het van belang om eerst te verkennen welke mogelijkheden er zijn om binnen Stap 1 en 2 te komen tot een (binnen de kaders van de Wet geluidhinder) uitvoerbaar plan: ‐ stap 1: het in een zo vroeg mogelijk stadium van de ruimtelijke plan vorming integreren van milieubelangen, alsmede het zoveel mogelijk treffen van brongerichte maatregelen; ‐ stap 2: het optimaal benutten van de ruimte binnen bestaande regelgeving.
Melding Stap 3‐besluit
15
Vroegtijdig integreren van milieu in het ruimtelijk plan Gezien de ligging en begrenzing van het plangebied in combinatie met de beoogde vrijstaande woningen zijn de mogelijkheden om met de verkaveling te sturen op de akoestische kwaliteit beperkt. Met de gemaakte afspraken tussen de gemeente en initiatiefnemer liggen het aantal woningen en de verkaveling vast. De bouwvlakken zijn zodanig gesitueerd dat binnen het plangebied sprake is van een zekere mate van afscherming. Brongerichte maatregelen Gedeputeerde Staten van Zuid‐Holland heeft voor het industrieterrein Botlek‐Pernis op 19 februari 1998 een saneringsprogramma vastgesteld. Met dit saneringsprogramma is geborgd dat de bedrijven op dit industrieterrein alle in redelijkheid te treffen maatregelen doorvoeren, om de geluidemissie van het industrieterrein zo veel mogelijk te reduceren. Door de Minister van het toenmalige ministerie van VROM is op basis van dit saneringsprogramma op 5 juli 2000 een besluit genomen over de maximaal toelaatbare geluidniveaus (MTG’s) bij de rondom het industrieterrein gelegen woonkernen. De MTG’s bieden voor de bedrijven een recht tot het emitteren van een bepaalde hoeveelheid geluid. Een verdere reductie van de geluidemissie is daarom niet aan de orde.
Een bijkomend probleem bij het reduceren van de geluidemissie van het industrieterrein is dat de emissie wordt veroorzaakt door een groot aantal geluidbronnen, verspreid over een zeer uitgestrekt terrein. Het treffen van maatregelen aan enkele geluidbronnen zou daarom geen merkbaar effect hebben in de omgeving. De conclusie is dat het treffen van doelmatige maatregelen aan de bron in dit geval niet mogelijk is. Overdrachtsmaatregelen Gezien de ligging van het industrieterrein Botlek‐Pernis ten opzichte van het plangebied en de afstand tussen de bronnen en het plangebied zullen enorme schermen nodig zijn om de geluidbelasting ter plaatse van de woningen terug te dringen tot onder de maximale ontheffingswaarde. De schermen zullen in ieder geval ruimschoots hoger moeten zijn dan de achtergelegen woningen. Schermen van deze omvang worden niet realistisch geacht. Mogelijkheden binnen wettelijke kaders Dove gevels Een mogelijkheid die de Wet geluidhinder biedt is het toepassen van zogenaamde 'dove gevels'. Het toepassen van dove gevels bij deze woningen in een dorpsachtige omgeving is niet gewenst en gaat sterk ten koste van de kwaliteit. Een dove gevel zou het woongenot aanzienlijk verlagen, doordat de bewoners niet de vrije keuze hebben om ramen te openen.
Dit neemt niet weg dat waar sprake is van een verhoogde geluidbelasting, maatregelen nodig zijn om een optimaal akoestisch woon‐ en leefklimaat te realiseren. Zeehavennorm Op grond van artikel 60 van de Wet geluidhinder kan voor nieuwe woningen binnen een bestaande zone van een industrieterrein met activiteiten die zeehavengebonden zijn en die noodzakelijkerwijs in de open lucht plaatsvinden, een hogere waarde tot maximaal 60 dB(A) worden vastgesteld, wanneer de geluidbelasting in hoofdzaak wordt bepaald door die activiteiten. Voorwaarde daarbij is ook dat de woningen worden gebouwd in het kader van een herstructurering, of planmatige verdichting van een bestaand woongebied, of wanneer de woningen worden gebouwd aansluitend aan het bestaande woongebied en slechts sprake is van een beperkte uitbreiding van het bestaande woongebied. Toepassing van de zeehavennorm blijkt in de praktijk vaak lastig te zijn omdat een deel van de geluidbelasting ook wordt bepaald door activiteiten die niet per definitie zeehavengebonden zijn. De gemeente Nissewaard ziet af van het toepassen van de zeehavennorm en gaat bij een hogere geluidbelasting dan 55 dB(A) direct over op de Interimwet stad‐en‐milieubenadering.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
16
Melding Stap 3‐besluit
Conclusie Uitgangspunt van de ontwikkeling is duurzaam en doelmatig ruimtegebruik en een verbetering van de leefomgevingskwaliteit. Gezien het voorgaande wordt geconcludeerd dat het vanwege de geluidbelasting door het industrieterrein Botlek‐Pernis niet mogelijk is om te komen tot uitvoering van het plan zonder gebruik te maken van de mogelijkheden die de Interim Stad‐ en Milieubenadering biedt. De gemeente Nissewaard is voornemens om een zogenaamd Stap 3‐besluit te nemen voor de ontwikkeling van maximaal 10 woningen op Toldam 5 te Heenvliet.
2.5.
Van welke milieukwaliteitsnorm of ander wettelijk voorschrift wordt afgeweken?
Op grond van artikel 59, lid 1 van de Wet geluidhinder geldt voor nieuwe woningen binnen de wettelijke geluidzone van een industrieterrein een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) en kan een hogere waarde worden vastgesteld tot maximaal 55 dB(A). Voor een deel van de beoogde woningen binnen het gebied, kan niet aan deze voorwaarde worden voldaan. Met het voorgenomen Stap 3‐besluit wordt afgeweken van de maximaal toelaatbare waarde van de geluidbelasting zoals bedoeld in artikel 59, lid 1 van de Wet geluidhinder, met dien verstande dat de geluidbelasting vanwege het industrieterrein Botlek‐Pernis niet hoger zal zijn dan 57 dB(A).
2.6.
Wat zijn de te verwachten gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid?
2.6.1. Milieusituatie en te verwachten gevolgen Algemeen Hieronder wordt voor een aantal andere thema’s op hoofdlijnen ingegaan op de milieusituatie binnen het plangebied en de gevolgen daarvan voor de beoogde woningbouwontwikkeling. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de informatie uit de toelichting bij het concept‐ontwerpbestemmingsplan en de in dat kader uitgevoerde onderzoeken. Geluid In paragraaf 2.4.2 is ingegaan op de akoestische situatie binnen het plangebied. De blootstelling aan geluid kan verschillende nadelige gezondheidseffecten veroorzaken. De belangrijkste gezondheidseffecten zijn (ernstige) hinder en slaapverstoring. Een deel van de woningen vallen in de hogere geluidbelastingsklassen, wat betekent dat er in potentie sprake is van gehinderden en slaapverstoorden. Om de kans op hinder en slaapverstoring te beperken zullen verschillende akoestische maatregelen worden getroffen (zie paragraaf 2.6.2). Luchtkwaliteit Met het oog op de gezondheidssituatie ter plaatse zijn de concentraties luchtverontreinigende stoffen van belang, in het bijzonder de concentraties fijn stof. e De NSL‐monitoringstool 2020 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort geeft inzicht in de concentraties langs het hoofdwegennet. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Vissersdijk.
Uit de NSL‐monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer liggen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedragen 20,1 µg/m³ voor NO2, 18 µg/m³ voor PM10 en 10,4 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24‐uur gemiddelde concentratie PM10 bedraagt 6,3. Daarmee zijn de concentraties fijn stof niet alleen lager dan de wettelijke normen, maar wordt ook voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Onaanvaardbare negatieve gezondheidseffecten kunnen worden uitgesloten. Geur Op de website van DCMR wordt op basis van de vergunde activiteiten in het Rijnmond gebied inzicht gegeven in de cumulatieve geurbelasting. Uit deze informatie blijkt dat in het plangebied de geurbelasting tussen de 0,5 en 1,0 odour units is gelegen. Onder de 0,5 odour units is geen sprake van geurhinder en boven de 5,0 odour units is sprake van ernstige geurhinder. Binnen het plangebied kan afhankelijk van
Melding Stap 3‐besluit
17
windrichtingen sprake zijn van kans op geurwaarneming door industriële activiteiten en is enige hinder niet volledig uitgesloten. Gezien de geurbelasting tussen de 0,5 en 1,0 odour units is echter geen sprake van onaanvaardbare geurhinder die een belemmering oplevert voor de beoogde herontwikkeling. Onaanvaardbare negatieve gezondheidseffecten kunnen worden uitgesloten. Externe veiligheid Op de Botlek zijn risicovolle inrichtingen gelegen. Het plangebied bevindt zich in het invloedsgebied van een aantal risicovolle inrichtingen; de PR 10‐6‐contouren komen niet tot in het plangebied. Voor de industrieterreinen Europoort en Botlek zijn tevens veiligheidscontouren vastgesteld (artikel 14 Bevi). Hiermee wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige risicovolle activiteiten. Buiten de veiligheidscontour is ruimte voor bestaande, geplande en nieuwe (kwetsbare) functies. De veiligheidscontour reikt niet tot over het plangebied waardoor deze geen belemmeringen oplevert voor de beoogde herontwikkeling van het gebied. Het groepsrisico van de risicovolle inrichtingen bevindt zich niet boven de oriëntatiewaarde. Gezien de afstand tot het plangebied leiden ook de transportroutes in de omgeving niet tot beperkingen of onaanvaardbare risico’s. Voor een inventarisatie en beschrijving van de risicobronnen wordt verwezen naar de toelichting van het bestemmingsplan.
Daarin is ook een verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Het bestemmingsplan zal in dat kader voor advies worden voorgelegd aan de Veiligheidsregio Rotterdam‐Rijnmond (VRR). De VRR zal naar verwachting een aantal generieke maatregelen adviseren rondom de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij een eventuele calamiteit. Rekening houdend met deze maatregelen is sprake van een aanvaardbare risicosituatie. Waterveiligheid Ten westen van het plangebied bevindt zich een beschermingszone van een waterkering, zie figuur 2.9. De beschermingszone grenst aan het plangebied. De woningen zijn echter op enige afstand van deze beschermingszone geprojecteerd zodat de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op de waterveiligheid in de omgeving. Aangezien het plangebied binnendijks ligt, zijn de overstromingsrisico’s ter plaatse van het plangebied klein. Bodem Gelet op de beoogde woonbestemming is een verkennend bodemonderzoek en een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Binnen het gebied is een aantal lichte verontreinigingen aangetroffen. De gemeten waarden zijn echter dermate laag dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Relevante negatieve gezondheidseffecten kunnen worden uitgesloten. 2.6.2.
Maatregelen Het treffen van brongerichte en overdrachtsmaatregelen is niet mogelijk zodat maatregelen bij de ontvanger dienen te worden getroffen. Omdat het gaat om geluidbelaste locatie dient een zorgvuldige afweging plaats te vinden over de aanvaardbaarheid van en de voorwaarden waaronder de woningbouw kan plaatsvinden. In de Interimwet is aangegeven dat moet worden nagegaan of de nadelige gevolgen van het voorgenomen besluit voor het milieu moeten en kunnen worden gecompenseerd. Onder compensatie kan daarbij worden verstaan (in deze voorkeursvolgorde): -
maatregelen binnen hetzelfde milieucompartiment waarin de normafwijking plaatsvindt (in dit geval geluid, bijvoorbeeld extra isolatie); maatregelen in een ander milieucompartiment; maatregelen op een ander vlak die bijdragen aan de leefomgevingskwaliteit.
Hieronder wordt op hoofdlijnen ingegaan op de te treffen maatregelen. In de onderbouwing van het Stap 3‐besluit zullen deze maatregelen verder worden uitgewerkt. Uitgangspunt is dat de compenserende maatregelen een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van de leefomgeving (zowel binnen als buiten de woningen) en de kosten van de maatregelen (financieel) in verhouding staan met het compenserende effect.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
18
Melding Stap 3‐besluit
Compenserende maatregelen geluid In het Afsprakenkader is afgesproken dat voor projecten met maximaal 20 woningen compenserende maatregelen moeten worden getroffen. De voorgestelde akoestische en niet‐akoestische maatregelen zijn: 1. Bij het bepalen van de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie moet worden uitgegaan van de totale (niet hindergewogen) geluidbelasting op de gevel. Hierbij dient het geluidspectrum te worden gehanteerd van de meest bepalende bron; 2. strengere norm voor de lucht‐ en contactgeluidisolatie tussen de woningen (Ilu + 5dB en Ico + 10dB). Hierbij moet worden gelet op geluid van installaties (en eigen apparatuur); 3. per woning realiseren van een geluidluwe, aangename zijde: een toegankelijke, bruikbare en liefst groene en schone zijde met een geluidbelasting onder de 50 Lden / 40 Lnight (totaal geluid). De slaapkamers moeten zo veel mogelijk aan deze geluidluwe zijde zijn gesitueerd; 4. kwaliteit en bereikbaarheid van groen in de omgeving: elke woning moet op loopafstand (10 minuten, 600 meter) een stille (groene) plek hebben. De onder 1 en 2 genoemde maatregelen vormen het uitgangspunt voor de aanvraag van de benodigde omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen. In de onderbouwing van het Stap 3‐besluit zal verder worden uitgewerkt op welke wijze invulling kan worden gegeven aan de derde maatregel.
Met maatwerk op woningniveau zal ook voor de meest belaste woningen een geluidluwe gevel of geluidluw geveldeel worden gecreëerd. Verder zal in de volgende fase ook de geluidbelasting ter plaatse van de buitenruimtes meer gedetailleerd in beeld worden gebracht en zullen waar relevant maatregelen worden uitgewerkt om te komen tot een geluidluwe buitenruimte.
19
3. Vervolg
De voorliggende melding is gekoppeld aan het in procedure brengen van het voorontwerpbestemmingsplan (in het kader van het wettelijk vooroverleg) en vormt de eerste stap in de procedure van het Stap 3‐besluit. In dat kader vindt ook formele kennisgeving over het voornemen van een Stap 3‐besluit plaats in onder meer huis‐aan‐huisbladen en via de elektronische weg. Ook vindt op basis van het voorontwerpbestemmingsplan en de melding Stap 3‐besluit overleg en afstemming met de belanghebbenden plaats, rekening houdend met de afspraken zoals vastgelegd in het Afsprakenkader. In de volgende fase vindt nog verdiepend onderzoek plaats. De resultaten daarvan worden neergelegd in een rapportage Stap 3‐besluit, rekening houdend met de wettelijke eisen die aan de inhoud van een dergelijke rapportage worden gesteld. Deze rapportage vormt de basis voor het ontwerpbesluit dat tezamen met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage zal worden gelegd. Tabel 3.1 Procedurestappen Stap 3‐besluit en bestemmingsplan bestemmingsplan Stap 3‐besluit Opstellen voorontwerpbestemmingsplan
Akoestisch onderzoek (stappen 1 en 2), opstellen melding Stap 3‐ besluit
Vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan
Toezending melding Stap 3‐besluit aan Gedeputeerde Staten en kennisgeving
Verwerking resultaten inspraak en overleg, opstellen ontwerpbestemmingsplan
Opstellen rapportage Stap 3‐besluit
Kennisgeving en terinzagelegging ont‐ werpbestemmingsplan, zienswijzen van een ieder gedurende 6 weken
Kennisgeving en terinzagelegging ontwerp Stap 3‐besluit, zienswijzen een ieder gedurende 6 weken
Verwerking zienswijzen en vaststelling bestemmingsplan door gemeenteraad
Verwerken zienswijzen en vaststelling Stap 3‐besluit door ge‐ meenteraad. Toesturen van besluit daags na vaststelling aan Gedeputeerde Staten
Bekendmaking bestemmingsplan gelijk met stap 3‐besluit
Bekendmaking Stap 3‐besluit gelijk met bestemmingsplan
Terinzagelegging bestemmingsplan en mogelijkheid indienen beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State gedurende 6 weken
Terinzagelegging Stap 3‐besluit en mogelijkheid indienen beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State gedurende 6 weken
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
20
Vervolg
BIJLAGEN
Bijlage
1
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Kadastrale kaart
2
Bijlage 1
TOLDAM 5, HEENVLIET Ontwerp Stap 3-besluit en onderbouwing (Interimwet Stad- en milieubenadering) 29 maart 2022
1/2
Nissewaard Toldam 5, Heenvliet
Ontwerp Stap 3‐besluit en onderbouwing (Interimwet stad‐ en milieubenadering)
identificatie
planstatus
projectnummer:
datum:
status:
20210466
29 maart 2022
T.b.v. ontwerp‐ besluit
projectleider:
Drs. M. van der Meulen auteur:
Drs. M. van der Meulen/ mr. ir. M. de Hek
Inhoud 1.
2.
3.
Inleiding
3
1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.
Aanleiding De Interimwet stad‐en‐milieubenadering Regionaal afsprakenkader geluid & ruimtelijke ontwikkeling Hogere grenswaardenbeleid Wet geluidhinder gemeente Nissewaard Leeswijzer
3 3 5 6 7
Visie op gewenste leefomgevingskwaliteit en beoogd ruimtegebruik
9
2.1. 2.2.
9 10
Resultaten onderzoek stad‐en‐milieu benadering 3.1. 3.2.
3.3. 3.4.
4.
5.
6.
Waar ligt het projectgebied en hoe is dit begrensd? Wat zijn het gewenste ruimtegebruik en de beoogde leefomgevingskwaliteit?
13
Inleiding 13 Stap 1: Integratie milieu in het ruimtelijke plan 13 3.2.1. Vroegtijdig integreren van milieu in het ruimtelijk plan 13 3.2.2. Optredende geluidbelastingen 13 3.2.3. Afweging aanvullende maatregelen binnen Stap 1 en Stap 2 17 Stap 3: van welke milieukwaliteitsnorm of ander wettelijk voorschrift wordt afgeweken? 19 Stap 3: welke compenserende maatregelen worden getroffen? 19
Gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid
21
4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7. 4.8. 4.9.
21 21 22 22 22 23 23 23 23
Algemeen Geluid Luchtkwaliteit Geurhindersituatie Externe veiligheid Waterveiligheid Bodemkwaliteit Overige aspecten van een gezonde leefomgeving Conclusie
Proces en procedure
25
5.1. 5.2.
25 25
Proces Vervolg
Besluit
27
Bijlage: 1
Kadastrale kaart
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
20210466
2
Inhoud
062200.1692004
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
1. Inleiding
1.1.
Aanleiding
Met het vertrek van supermarkt Albert Heijn naar een andere locatie binnen de kern Heenvliet komt de locatie Toldam 5 vrij. Om te voorkomen dat de mogelijkheid ontstaat voor twee supermarktlocaties wil de gemeente deze bestemming omzetten van 'Detailhandel' naar 'Wonen'. Gebroeders Blokland is samen met de gemeente Nissewaard overeengekomen dat er op de vertreklocatie 10 woningen kunnen worden gebouwd. Om de ontwikkeling juridisch‐planologisch mogelijk te maken wordt een bestemmingsplan voorbereid. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzone van het geluidgezoneerde industrieterrein Botlek‐ Pernis. Uit de geluidcontouren behorende bij het Regionaal afsprakenkader geluid & ruimtelijke ontwikkeling (zie paragraaf 1.3) blijkt dat de geluidbelasting als gevolg van het nabijgelegen industrieterrein Botlek‐Pernis ter plaatse van de toekomstige woningen hoger is dan de wettelijke uiterste grenswaarde van 55 dB(A). De Interimwet Stad en Milieubenadering biedt onder voorwaarden mogelijkheden om af te wijken van wettelijke normen en grenswaarden (waaronder de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder), wanneer dat in het belang is van zuinig en doelmatig ruimtegebruik en een optimale leefomgevingskwaliteit.
Conform de bepalingen van deze wet wil de gemeente Nissewaard met een zogenaamd stap 3‐besluit bij een hogere grenswaarde vaststellen dan volgens de Wet geluidhinder is toegestaan.
1.2.
De Interimwet stad‐en‐milieubenadering
Sinds 1 februari 2006 is de Interimwet stad‐en‐milieubenadering van kracht. Op basis van deze wet mogen gemeenten, na zorgvuldig onderzoek en onder bepaalde voorwaarden, afwijken van de wettelijke milieunormen voor bodem, geluid en/of luchtkwaliteit. Doel hiervan is een grotere beleidsvrijheid voor gemeenten waardoor lokaal meer maatwerk mogelijk is, uitgaande van een integrale benadering van alle aspecten van leefomgevingskwaliteit. De wet gaat er daarbij van uit dat gemeenten in hun planvorming de zogenaamde stad‐en‐milieubenadering toepassen die bestaat uit drie stappen: -
vroegtijdig integreren van milieu in het ruimtelijk plan en werken aan brongerichte maatregelen (stap 1); zoeken naar oplossingen binnen de bestaande wet‐ en regelgeving (stap 2); als milieunormen of wettelijke procedures de gewenste stedelijke leefkwaliteit in de weg staan, kunnen gemeenten via een afzonderlijk besluit van de gemeenteraad afwijken van bestaande regels (stap 3).
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
3
4
Inleiding
Leefomgevingskwaliteit in het kader van de Interimwet Volgens de Handreiking Stad & Milieubenadering bestaat leefomgevingskwaliteit uit een samenspel van economische, sociale, ruimtelijke en milieuhygiënische aspecten, zoals bereikbaarheid, veiligheid, schoonheid en rust. De samenhang tussen deze aspecten bepaalt uiteindelijk de waardering voor de omgeving. Milieubelaste locaties kunnen bijzondere kwaliteiten herbergen, waarvan met behulp van de stad & milieubenadering meer mensen kunnen genieten. Procedure stap 3‐besluit Voor een stap 3‐besluit moet een afzonderlijke procedure worden gevolgd die gekoppeld is aan de procedure van het bestemmingsplan. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de benodigde procedurestappen Tabel 1.1 Procedurestappen Stap 3‐besluit en bestemmingsplan Bestemmingsplan stap 3‐besluit Opstellen voorontwerpbestemmingsplan.
Akoestisch onderzoek (stappen 1 en 2), opstellen melding stap 3‐ besluit.
Wettelijk vooroverleg bestemmingsplan.
Toezending melding stap 3‐besluit aan Gedeputeerde Staten en kennisgeving.
Verwerking resultaten vooroverleg, opstellen ontwerpbestemmingsplan.
Opstellen rapportage stap 3‐besluit.
Kennisgeving en terinzagelegging ont‐ werpbestemmingsplan, zienswijzen van een ieder gedurende 6 weken.
Kennisgeving en terinzagelegging ontwerp stap 3‐besluit, zienswijzen van een ieder gedurende 6 weken.
Verwerking zienswijzen en vaststelling bestemmingsplan door gemeenteraad.
Verwerken zienswijzen en vaststelling stap 3‐besluit door ge‐ meenteraad.
Bekendmaking bestemmingsplan na vaststelling gelijk met stap 3‐besluit.
Bekendmaking stap 3‐besluit na vaststelling gelijk met bestemmingsplan.
Terinzagelegging bestemmingsplan en mogelijkheid indienen beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State gedurende 6 weken.
Terinzagelegging stap 3‐besluit en mogelijkheid indienen beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State gedurende 6 weken.
Inhoud Stap 3‐besluit en onderliggende motivering In de Interimwet stad‐en‐milieubenadering zijn de inhoudelijke vereisten voor een Stap 3‐besluit en de bijbehorende motivering vastgelegd. Inhoudsvereisten stap 3‐besluit Volgens de wet bevat een stap 3‐besluit inzake geluid ten minste de volgende informatie (artikel 5 Interimwet): een omschrijving van het projectgebied en een of meerdere kadastrale kaarten waarop de begrenzing van dat gebied is aangegeven; de milieukwaliteitsnorm of het andere wettelijke voorschrift ten aanzien waarvan het besluit een afwijking bevat; de norm met betrekking tot de kwaliteit van het milieu of het andere wettelijke voorschrift, welke geldt ter vervanging van de milieukwaliteitsnorm of het andere wettelijke voorschrift waarvan wordt afgeweken; de wijze waarop nadelige gevolgen voor het milieu van een besluit als bedoeld in de artikelen 2 en 3 worden beperkt en voor zover nodig gecompenseerd; en de termijn waarvoor de afwijking geldt. Onder verwijzing naar de bijgevoegde kadastrale kaart bevat het besluit tevens:
Inleiding
-
5
een beschrijving van de onroerende zaken waarop dat besluit betrekking heeft; de kadastrale aanduiding van die onroerende zaken; de grootte van elk van de desbetreffende percelen volgens de kadastrale registratie; en indien een in de beschrijving opgenomen onroerende zaak een gedeelte van een perceel uitmaakt, de grootte van dat gedeelte.
Wettelijk vereiste motivering De voorliggende rapportage stap 3‐besluit vormt de motivering van het te nemen ontwerpbesluit. Volgens de wet moet de motivering ten minste bevatten (artikel 6 van de Interimwet): a. de visie van de gemeenteraad op de gewenste leefomgevingskwaliteit van het projectgebied, mede in relatie tot het ruimtegebruik en de leefomgevingskwaliteit in het gebied waarbinnen het projectgebied is gelegen; b. de wijze waarop getracht of overwogen is, door rekening te houden met milieukwaliteit in de ruimtelijke planvorming, brongerelateerde maatregelen en optimale benutting van wettelijke voorschriften zuinig en doelmatig ruimtegebruik en optimale leefomgevingskwaliteit te bereiken; c. de daarbij ondervonden of te voorziene beperkingen ten aanzien van een milieukwaliteitsnorm of ander wettelijk voorschrift en een uiteenzetting over de meerwaarde die de afwijking daarvan met zich brengt met het oog op het bereiken van zuinig en doelmatig ruimtegebruik en optimale leefomgevingskwaliteit; d. de gevolgen die de uitvoering van het besluit met zich brengt voor de onderscheiden onderdelen van het milieu, de volksgezondheid en de objecten binnen het projectgebied; e.
de overwegingen met betrekking tot het beperken en voor zover nodig compenseren van de nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt door de afwijking van een milieukwaliteitsnorm of een ander wettelijk voorschrift; f. de wijze waarop bij de voorbereiding van het besluit belanghebbenden en bestuursorganen die het aangaat, zijn betrokken; g. de naar voren gebrachte zienswijzen en uitgebrachte adviezen en de overwegingen van de gemeenteraad omtrent de naar voren gebrachte zienswijzen en uitgebrachte adviezen; h. indien het besluit een bepaalde termijn bevat, de overwegingen die hebben geleid tot de in het besluit aangegeven termijn waarvoor de afwijking geldt en de maatregelen die zullen worden getroffen teneinde die termijn niet te overschrijden.
1.3.
Regionaal afsprakenkader geluid & ruimtelijke ontwikkeling
De gemeente Nissewaard heeft samen met andere gemeenten in de regio, Havenbedrijf Rotterdam, provincie Zuid‐Holland, Deltalinqs en DCMR het Regionaal afsprakenkader geluid & ruimtelijke ontwikkeling (hierna: Afsprakenkader) ondertekend. In dit convenant zijn afspraken vastgelegd over ruimtelijke plannen in de omgeving van de gezoneerde industrieterreinen Botlek‐Pernis en Europoort‐ Maasvlakte. Het doel van het Afsprakenkader is een brede afstemming op regionaal niveau in een vroeg stadium van woningbouw‐ en havenontwikkeling om problemen in vergunningprocedures te voorkomen, elkaar niet te verrassen en geen onnodige kosten te maken. Feitelijk wordt hiermee een regionale invulling gegeven aan de mogelijkheden die de wet op basis van de Zeehavennorm (art. 60 Wgh) en de Stad en Milieubenadering (Interimwet stad‐en‐milieu benadering) biedt om af te wijken van de maximale grenswaarde van 55 dB(A) bij industrielawaai. In het Afsprakenkader is afgesproken met welke werkwijze de partners rondom haven en omgeving, binnen de geldende geluidkaders, samenwerken om zowel haven als omgeving te blijven ontwikkelen. Binnen het RAK is tevens afgesproken dat voor projecten met maximaal 20 woningen compenserende maatregelen moeten worden getroffen1:
1
DCMR, Notitie onderbouwing stap 3‐besluit light bij industrielawaai, documentnummer 22261123, d.d. 18 december 2019.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
6
-
-
-
1.4.
Inleiding
Bij het bepalen van de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie moet worden uitgegaan van de totale (niet hindergewogen) geluidbelasting2 op de gevel. Hierbij dient het geluidspectrum te worden gehanteerd van de meest bepalende bron; strengere norm voor de lucht‐ en contactgeluidisolatie tussen de woningen (Ilu + 5dB en Ico + 10dB). Hierbij moet worden gelet op geluid van installaties (en eigen apparatuur); per woning realiseren van een geluidluwe, aangename zijde: een toegankelijke, bruikbare en liefst groene en schone zijde met een geluidbelasting onder de 50 Lden / 40 Lnight (totaal geluid). De slaapkamers moeten zo veel mogelijk aan deze geluidluwe zijde zijn gesitueerd; kwaliteit en bereikbaarheid van groen in de omgeving: elke woning moet op loopafstand (10 minuten, 600 meter) een stille (groene) plek hebben.
Hogere grenswaardenbeleid Wet geluidhinder gemeente Nissewaard
Bij het vaststellen van hogere waarden heeft B&W van een gemeente een zekere beleidsruimte. De gemeente Nissewaard beschikt over vastgesteld beleid over de invulling van deze afwegingsruimte. Dit beleid is vastgelegd in Hogere grenswaardenbeleid Wet geluidhinder gemeente Nissewaard, d.d. 21 november 2016. Het beleid wordt hieronder kort samengevat: geluidbeperkende maatregelen worden in de onderstaande volgorde onderzocht en afgewogen: 1. maatregelen aan de bron; 2. overdrachtsmaatregelen; 3. maatregelen bij de ontvanger. Bij het onderzoek naar de in aanmerking komende maatregelen bij de ontvanger zullen de volgende maatregelen standaard moeten zijn onderzocht en overwogen: 1. het creëren van een geluidluwe gevel; 2. het creëren van een geluidluwe buitenruimte; 3. het realiseren van geluidgevoelige ruimten aan de geluidluwe gevel (akoestisch optimale indeling). Het kan zijn dat niet alle woningen van het desbetreffende bouwplan aan bovengestelde maatregelen kunnen voldoen. Als het bouwplan echter zodanig is vormgegeven, dat bovenstaande geldt voor het merendeel van de nieuw te realiseren woningen, dan kan gemotiveerd worden afgeweken voor die woningen. Van één of meer van deze maatregelen bij de ontvanger kan alleen worden afgeweken als voldoende aandacht wordt geschonken aan de leefomgevingskwaliteit. De leefomgeving en de kwaliteit ervan zijn brede begrippen.
Een goede leefomgeving houdt in dat bewoners en gebruikers van de openbare ruimte hun leefomgeving als herkenbaar, prettig, schoon, veilig en aantrekkelijk ervaren, zodat ze er graag wonen, werken en verblijven. Daarbij gaat het zowel om milieukwaliteit (zoals de aanpak van bodemvervuiling, veiligheidsrisico's van bedrijvigheid, geluiden stankoverlast en afvalinzameling) als om ruimtelijke kwaliteit (het bevorderen van positieve ontwikkelingen, zoals een goede bereikbaarheid, veel verscheidenheid en een sterke ruimtelijke identiteit).
2 Onder de totale (niet hindergewogen) geluidbelasting wordt verstaan al het aanwezige geluid van gezoneerde en niet gezoneerde geluidbronnen (waaronder bijvoorbeeld 30 km/uur wegen, solitaire bedrijven of installaties, het geluid van afgemeerde of varende schepen, enz.).
Inleiding
1.5.
7
Leeswijzer
De motivering van het Stap 3 besluit is verder uitgewerkt in de navolgende hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt eerst een toelichting gegeven op het plan en het planvormingsproces. De daaropvolgende hoofdstukken bevatten de informatie die volgens de Interimwet is vereist. De onderstaande tabel geeft een overzicht waar de vereiste onderdelen van de motivering zijn te vinden. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de toelichting op het bestemmingsplan en het onderliggende akoestisch onderzoek. Het ontwerp Stap 3‐besluit is opgenomen in hoofdstuk 6 van deze rapportage. Tabel 1.2 Leeswijzer wettelijke vereiste motivering vereiste elementen motivering visie op de gewenste leefomgevingskwaliteit in relatie tot het gewenste ruimtegebruik wijze waarop rekening is gehouden met milieukwaliteit in de ruimtelijke planvorming daarbij ondervonden beperkingen om aan wettelijke grenswaarden te voldoen gevolgen van het besluit voor onderdelen van het milieu, volksgezondheid en objecten overwegingen met betrekking tot het beperken en even‐ tueel compenseren van nadelige gevolgen voor het milieu wijze waarop bij de voorbereiding van het besluit belang‐ hebbenden en bestuursorganen zijn betrokken overwegingen van de gemeenteraad omtrent zienswijzen en adviezen
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
plaats waar informatie is te vinden hoofdstuk 2 hoofdstuk 3 hoofdstuk 3 hoofdstuk 4 hoofdstuk 3/4 hoofdstuk 5 hoofdstuk 5
8
Inleiding
2. Visie op gewenste leefomgevingskwaliteit en beoogd ruimtegebruik
2.1.
Waar ligt het projectgebied en hoe is dit begrensd?
Het plangebied ligt in het oosten van Heenvliet. Het plan wordt aan de noordelijke zijde begrensd door de Toldam. Aan de westelijke en zuidelijke zijde wordt het begrensd door agrarische grond. Langs de oostelijke zijde loopt een watergang. Voor een globale weergave van het plangebied wordt verwezen naar figuur 2.1. In figuur 2.2 geeft een beeld van de ligging in de wijdere omgeving van het plangebied. In bijlage 1 is een kadastrale kaart opgenomen met de exacte begrenzing van het gebied.
Figuur 2.1 Ligging en begrenzing plangebied.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
9
10
Visie op gewenste leefomgevingskwaliteit en beoogd ruimtegebruik
Figuur 2.2. Wijdere omgeving van het plangebied
2.2.
Wat zijn het gewenste ruimtegebruik en de beoogde leefomgevingskwaliteit?
Het plangebied ligt ten westen van de Bernisse en bestaat momenteel uit een boodschappencentrum waar de wat grootschaligere detailhandel te vinden is. Hier zijn een supermarkt, drogisterij en slijterij gevestigd. Aan de voorzijde van het boodschappencentrum is een parkeerplaats waar elke week markt wordt gehouden. Na verplaatsing van de supermarkt zal de detailhandelsmogelijkheid op de Toldam 5 komen te vervallen. Het huidige supermarktpand zal worden gesloopt. Hiervoor in de plaats komen 10 grondgebonden, vrijstaande eengezinswoningen op percelen met een oppervlakte tussen de 515 m² en 1.209 m². Hiermee vallen de woningen in de middeldure tot dure sector. Zie figuur 2.3 voor de indicatieve verkavelingsschets. Om de woningen te bereiken wordt een woonerf aangelegd. Bewoners kunnen parkeren op hun erf. Alle woningen, behalve woning 10, grenzen aan de achterzijde aan het water.
Visie op gewenste leefomgevingskwaliteit en beoogd ruimtegebruik
11
Figuur 2.3. Voorlopig ontwerp van de beoogde ontwikkeling (bron: Quadrant Architecten BNA). De beoogde ontwikkeling past binnen de Structuurvisie 2025 (2010) van de gemeente Bernisse (thans Nissewaard) en komt voort uit het Masterplan en ruimtelijke uitgangspunten Bernisse‐Noord (vastgesteld op 14 oktober 2014) waarin het plangebied is aangewezen als woningbouwlocatie. Tevens draagt de beoogde ontwikkeling bij aan de Woonvisie 2020‐2030: Nissewaard, een plek voor iedereen! (september 2020). Met de ontwikkeling wordt invulling gegeven aan het in de Woonvisie gehanteerde uitgangspunt dat middeldure en duurdere koopwoningen worden toegevoegd om stellen en gezinnen met lokale binding de kans te geven binnen de eigen omgeving hun wooncarrière voort te zetten. Uitgangspunt is dat het plan zodanig wordt vormgegeven dat sprake is van een gezonde en veilige woon‐ en leefomgeving. De akoestische situatie is de mede bepalend voor de verkaveling en de te treffen gebouwgebonden maatregelen. Zo veel mogelijk woningen beschikken over een geluidluwe gevel en buitenruimte. Daar waar woningen niet beschikken over een geluidluwe gevel is het uitgangspunt dat er waar mogelijk maatregelen worden getroffen om de kans op geluidhinder te beperken.
Door met maatregelen een geluidluwe gevel of afgeschermd geveldeel te realiseren, hebben bewoners de mogelijkheid om ramen en deuren te openen en de woning te voorzien van buitenlucht met een beperkte geluidbelasting. Ook wordt hiermee het slapen met geopende ramen mogelijk gemaakt. Bij geluidbelastingen boven de maximale ontheffingswaarde dienen compenserende maatregelen te worden getroffen. Uitgangspunt is dat deze worden genomen binnen hetzelfde milieucompartiment waarin de normafwijking plaatsvindt (in dit geval geluid). Ook waar het gaat om de overige omgevingsaspecten (zoals luchtkwaliteit, geur en externe veiligheid) dient sprake te zijn van een vanuit gezondheidsoogpunt aanvaardbare situatie (zie analyse in hoofdstuk 4).
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
12
Visie op gewenste leefomgevingskwaliteit en beoogd ruimtegebruik
3. Resultaten onderzoek stad‐en‐milieu benadering
3.1.
13
Inleiding
Bij de totstandkoming van het bestemmingsplan voor de locatie Toldam 5 Heenvliet is de stad‐en‐ milieubenadering toegepast die bestaat uit de volgende drie stappen: 1. vroegtijdig integreren van milieu in het ruimtelijk plan en werken aan brongerichte maatregelen (stap 1); 2. zoeken naar oplossingen binnen de bestaande wet‐ en regelgeving (stap 2); 3. als milieunormen of wettelijke procedures de gewenste stedelijke leefkwaliteit in de weg staan, kunnen gemeenten via een afzonderlijk besluit van de gemeenteraad afwijken van bestaande regels (stap 3). De bedoeling is om optredende knelpunten zoveel mogelijk binnen de algemeen geldende regelgeving (stappen 1 en 2) op te lossen. In de navolgende paragrafen worden eerst de binnen deze stappen getroffen maatregelen en bereikte resultaten per stap beschreven (paragrafen 3.2 en 3.3). Daarna wordt een overzicht gegeven van de geluidsgevoelige gebouwen waarvoor een stap 3‐besluit wordt genomen en van de aanvullende maatregelen die daarbij zijn voorzien (paragraaf 3.4).
3.2.
Stap 1: Integratie milieu in het ruimtelijke plan
3.2.1. Vroegtijdig integreren van milieu in het ruimtelijk plan Het plangebied ligt binnen de geluidcontour van industriegebied Botlek‐Pernis. Om een beeld te krijgen van de akoestische situatie binnen het gebied zijn berekeningen uitgevoerd op basis van de proefverkaveling. Gezien de ligging en begrenzing van het plangebied in combinatie met de beoogde vrijstaande woningen zijn de mogelijkheden om met de verkaveling te sturen op de akoestische kwaliteit beperkt. Met de gemaakte afspraken tussen de gemeente en initiatiefnemer liggen het aantal woningen en de verkaveling vast. De bouwvlakken zijn zodanig gesitueerd dat binnen het plangebied sprake is van een zekere mate van afscherming. Bij de verdere uitwerking van de plannen zijn er op woningniveau maatregelen nodig om te voorzien in zo veel mogelijk geluidluwe gevels (of geveldelen).
3.2.2.
Optredende geluidbelastingen
Industrieterrein Botlek‐Pernis Het plan ligt binnen de geluidzone van industrieterrein Botlek‐Pernis. Om deze reden is in het akoestisch onderzoek de geluidbelasting ten gevolge van dit industrieterrein beschouwd. Op basis van de geluidcontouren behorende bij het RAK ligt het meest noordelijke deel van het plangebied tussen de 56 en de 57 dB(A)‐contour. De rest van het plangebied ligt tussen de 55 en de 56 dB(A)‐contour. Deze contouren zijn conform de afspraken uit het RAK bepalend voor de vast te stellen hogere waarden.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
14
Resultaten onderzoek stad‐en‐milieu benadering
Figuur 3.1 Rak contouren Voor een afweging van de akoestische situatie ter plaatse is het van belang om de geluidbelasting op de verschillende gevels van de woningen met berekeningen in beeld te brengen. De berekeningen zijn uitgevoerd op basis van de bouwvlakken zoals die worden opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan. Figuur 3.2 geeft een beeld van de optredende geluidbelastingen ten gevolge van het industrieterrein Botlek‐Pernis. Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelastingen op gevels van een aantal woningen de maximale grenswaarde van 55 dB(A) wordt overschreden. De hoogst berekende geluidbelasting ter plaatse van de meest noordelijke woning bedraagt 57 dB (dat is in lijn met de hiervoor gepresenteerde RAK‐contouren). Conform de uitgangspunten uit het gemeentelijk geluidbeleid is een gevel geluidluw wanneer de geluidbelasting ten gevolge van het industrieterrein voldoet aan de voorkeursgrenswaarde (≤ 50 dB(A)). Door afscherming beschikt een deel van de woningen over een geluidluwe gevel, maar dat geldt (zonder aanvullende maatregelen) niet voor alle woningen. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 3.4. Voor de vereiste geluidluwe buitenruimte gaat het gemeentelijk geluidbeleid uit van een geluidbelasting ≤ 55 dB(A). Aan deze voorwaarde wordt wel voldaan ter plaatse van alle woningen.
Op maaiveldniveau waar de tuinen zijn voorzien is de geluidbelasting in geen geval hoger dan 55 dB(A).
Resultaten onderzoek stad‐en‐milieu benadering
15
Figuur 3.2 Geluidbelasting industrielawaai Botlek‐Pernis Nestgeluid schepen Binnen industrieterrein Botlek Pernis is er sprake van nestgeluid. Nestgeluid is het geluid dat afgemeerde schepen produceren als er niet aan de schepen wordt gewerkt en geen laad‐ en losactiviteiten plaatsvinden. Voor afgemeerde schepen is geen regelgeving opgesteld. Echter op grond van jurisprudentie van de Raad van State moet het bevoegd gezag bij het vaststellen van een plan zich uitspreken over de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemmingen. Aan de hand van een door DCMR aangeleverd rekenmodel is de geluidbelasting op de planlocatie als gevolge van nestgeluid berekend. Hiermee kan worden beoordeeld of nestgeluid een relevante invloed heeft op het akoestische woon‐ en leefklimaat. In figuur 3.3 zijn de berekeningsresultaten op de ingevoerde toetspunten ter plaatse van het bouwplan gegeven ten gevolge van nestgeluid met een jaargemiddelde bezetting van 70% (worst case scenario).