74.Gezamenlijke zienswijze op module energietransitie omgevingsbeleid provincie Zuid-Holland; Ontwerp herziening omgevingsbeleid module energietransitie
Tekst van het document
Een groot deel van de nationale opgave ligt in de provincie Zuid-Holland en dan met name in het Haven Industrieel Complex (HIC) in Rotterdam: ruim 30 procent van alle industriële CO2 uitstoot in Nederland is afkomstig uit onze provincie. Hiervan is ruim 90 procent afkomstig uit het HIC.
Deze opgave staat niet op zichzelf. In de eerste plaats kan de industrie een belangrijke bijdrage leveren aan de verduurzaming van andere sectoren, bijvoorbeeld door het leveren van restwarmte aan bedrijven en huizen, van CO2 (als 94
Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022
grondstof) aan de glastuinbouw en van duurzame brandstoffen aan de transportsector. In de tweede plaats is de opgave ook van grote economische betekenis voor de regio, in termen van bijvoorbeeld behoud (of zelfs groei) van werkgelegenheid.
Motivering Provinciaal belang Vanuit het Klimaatakkoord heeft de provincie een inspanningsverplichting om zich in te zetten voor een CO2 emissiearme en circulaire industrie. Daarnaast is de provincie bevoegd gezag voor de handhaving van de wettelijk voorgeschreven energiebesparingsplicht voor een deel van de bedrijven.
De Europese Unie en het Rijk hebben een sterk sturende rol in het realiseren van een CO2 emissiearme en circulaire industrie, bijvoorbeeld via prijsprikkels (zoals het Europese ETS-systeem), via wettelijke voorschriften (zoals de energiebesparingsplicht) en via subsidies voor de wat grotere investeringen.
Vanuit deze context kiest de provincie voor wat betreft de invulling van het provinciaal belang voor een mee- en samenwerkende rol. Dit doen we bijvoorbeeld door het stimuleren van (regionale) samenwerking tussen publieke en private partijen en door het (financieel) ondersteunen van verduurzamingsprojecten bij zowel industriële bedrijven als bij andere actoren binnen industriële ketens (bijvoorbeeld toeleveranciers, afnemers). Daarnaast beschikt de provincie over een aantal instrumenten, die kunnen worden ingezet om ruimtelijke processen op regionale schaal te versnellen.
Zie verder het omgevingsprogramma.
95
Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022
Toelichting De inzet van de provincie verloopt zoals aangegeven langs drie sporen. Deze sporen komen overeen met de aanpak uit het Klimaatakkoord en het genoemde koploperprogramma.
Het eerste spoor betreft door bedrijven zelf te treffen efficiency maatregelen, de opslag van CO2 (onder de Noordzee) en de nuttige toepassing van reststromen (zoals warmte, stoom en CO2) binnen de industrie en in andere sectoren. Relevante instrumenten uit het omgevingsprogramma: a, b, c, g, h
Het tweede spoor betreft het veranderen van het energiesysteem door fossiele energiebronnen te vervangen door duurzame energiebronnen en -dragers, zoals duurzaam opgewekte elektriciteit en groene waterstof (aanvankelijk zal dit nog blauwe waterstof zijn, maar zodra de beschikbaarheid van groene elektriciteit toeneemt en de productiekosten van groene waterstof dalen, wordt de transitie naar ‘groen’ voorzien). Relevante instrumenten uit het omgevingsprogramma: d, e, f, g, h
Het derde spoor betreft het stapsgewijs vervangen van fossiele grondstoffen voor toepassingen ten behoeve van chemie en transportbrandstoffen. Deze fossiele grondstoffen zullen vervangen worden door biomassa, recycling en gebruik van CO2 in combinatie met groene waterstof. Relevante instrumenten uit het omgevingsprogramma: d, e, f, g, h
Voor realisatie van deze sporen is er (extra) energie infrastructuur nodig op het gebied van elektriciteit, warmte / stoom, waterstof en CO2. De betreffende projecten van nationaal belang zijn opgenomen in het CES en worden door het Rijk geborgd in de landelijke structuur van het MIEK (meerjarenprogramma infrastructuur energie en klimaat). De provincie is hierbij betrokken en pakt tevens een rol bij de regionale doorvertaling van het CES (zie verder de beleidskeuze “energie infrastructuur”).
Beleidsuitwerking Relatie tot de Verordening: n.v.t. Maatregel en instrumenten: zie Omgevingsprogramma 96
Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022
Omgevingsprogramma Bijdragen aan een CO2 emissiearme en circulaire industrie
Rolkeuze De provincie kiest voor wat betreft de invulling van het provinciaal belang voor de rol van mee- en samenwerkende overheid. Voor de uitvoering van door het Rijk wettelijk voorgeschreven energiebesparingsplicht heeft de provincie de rol van
rechtmatige overheid. Beleidskeuze CO2 emissiearme en circulaire industrie in Zuid-Holland Is de maatregel gebiedsspecifiek? Nee Toelichting maatregel In het kader van de maatregel ‘bijdragen aan een CO2 emissiearme en circulaire industrie in Zuid-Holland’ zet de provincie de volgende instrumenten in:
a. Bedrijven zijn wettelijk verplicht energiebesparende maatregelen te treffen met een terugverdientijd tot vijf jaar. Provincies zijn voor een deel van de bedrijven bevoegd gezag. De Omgevingsdiensten voeren uit. b. De provincie beschikt over een aantal additionele (niet wettelijke) instrumenten die ingezet kunnen worden om bedrijven te stimuleren energie te besparen. Zo informeren omgevingsdiensten (op verzoek van de provincie) bedrijven proactief over besparingsmogelijkheden en draagt de provincie via subsidie bij aan verdiepende besparingsstudies bij bedrijven. c. Via de regeling energie infrastructuur op industrieterreinen helpt de provincie bij het oplossen van knelpunten in kleinschalige, lokale energie infrastructuur, bijvoorbeeld in het gebruik van restwarmte en waterstof. Ook kleinschalige projecten waarbij CO2 uit de industrie wordt geleverd aan de glastuinbouw, vallen binnen deze regeling. d. De provincie zet actief in op de ontwikkeling en de instandhouding van regionale netwerken die bijdragen aan een CO2 emissiearme en circulaire industrie. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de inbreng van expertise en contacten en door te werken aan gezamenlijke producties (zoals verkennende studies en regionale 97
Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022
plannen). Netwerken die specifiek gericht zijn op innovaties kunnen een beroep doen op de regeling voor Regionale Netwerken voor Innovatie in Zuid-Holland. e. Via het (subsidie)programma energie & klimaat kunnen ondernemers subsidie aanvragen voor het testen en demonstreren van nieuwe technologieën en het marktrijp maken van innovaties door gebruik te maken van de regionale field lab structuur. f. Voor het financieel ondersteunen van verduurzamingsprojecten wordt volop ingezet op het benutten van Europese fondsen. Hiervoor is in regionaal verband een gezamenlijk aanpak ontwikkeld, waarbij op basis van een continue pijplijn aan potentieel kansrijke initiatieven de ‘match’ wordt gezocht met bijpassende fondsen. De komende jaren gaat dat in ieder geval leiden tot een aantal openstellingen vanuit het Kansen voor West 3 programma en het Just Transition Fund.
g. De realisatie van een CO2 emissiearme en circulaire industrie in Zuid-Holland zal mogelijk een extra ruimtevraag met zich mee brengen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de aanleg van nieuwe energie infrastructuur (zie beleidskeuze ‘regionale energie infrastructuur’) en het bieden van ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe, duurzame clusters van bedrijven. Vanuit de Omgevingswet beschikt de provincie over een aantal formele instrumenten, die ingezet kunnen worden om ruimtelijke processen op regionale schaal te versnellen (bijvoorbeeld de provinciale coördinatieregeling en het inpassingsplan). Inzet van deze instrumenten staat nooit op zichzelf, maar dient deel uit te maken van een bredere regionale aanpak (zie d.). De provincie vindt het belangrijk dat er voldoende ruimte is voor (nieuwe) duurzame bedrijven.
h. De provincie helpt om barrières weg te nemen voor bedrijven om te investeren in verduurzaming. Dit gebeurt bijvoorbeeld via de gebiedsgerichte stikstofaanpak in het Haven Industrieel Complex (HIC) en deelname aan het versnellingshuis energietransitie HIC.
98
Ontwerp Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie – juni 2022
Toelichting aanpassingen Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma Bijdragen aan een CO2 emissiearme en circulaire industrie
Dit document bevat: 1. Concept tekst voor de nota van toelichting met de aanleiding, toelichting en motivering van de voorgestelde wijzigingen 2. Concept ontwerp tekst voor de beleidskeuze en het omgevingsprogramma
Ad 1, concept tekst voor nota van toelichting
Huidige situatie In het huidige Omgevingsbeleid staat al hoe de provincie zich (conform de afspraken uit het Klimaatakkoord) inzet om de industrie te verduurzamen. Dit gebeurt aan de hand van drie beleidskeuzes: 1) stimuleren van energie efficiency en het mede ontwikkelen van energie infrastructuur; 2) het verduurzamen van het energiegebruik door de industrie; 3) stimuleren overgang naar schone / hernieuwbare grondstoffen. Deze drie beleidskeuzes sluiten aan bij de driestappen aanpak uit het Klimaatakkoord. Tevens is er een omgevingsprogramma beschikbaar, direct gerelateerd aan genoemde beleidskeuzes (met de nadruk op de eerstgenoemde beleidskeuze). Nieuwe situatie In de nieuwe situatie is er een aantal veranderingen doorgevoerd. In de eerste plaats is het aantal beleidskeuzes teruggebracht van drie naar één, met als naam ‘CO2 emissiearme en circulaire industrie’. Dit sluit beter aan bij de opzet van de andere onderdelen van het energieprogramma. De driestappen aanpak uit het Klimaatakkoord is wel verwerkt, maar dan als onderdeel van de toelichting van de nieuwe beleidskeuze.
De drie hiervoor genoemde beleidskeuzes (1) stimuleren van energie efficiency en het mede ontwikkelen van energie infrastructuur; 2) het verduurzamen van het energiegebruik door de industrie; 3) stimuleren overgang naar schone / hernieuwbare grondstoffen) komen dus te vervallen, evenals het huidige programma In de tweede plaats is er voor energie infrastructuur een aparte beleidskeuze gekomen vanwege het cross sectorale karakter. In de beleidskeuze CO2 emissiearme en circulaire industrie wordt nog wel gewezen op het belang van een tijdige en adequate energie infrastructuur voor de industrie, maar de uitwerking hiervan is dus opgenomen in de nieuwe beleidskeuze regionale energie infrastructuur.
In de derde plaats zijn de teksten van de genoemde, vervallen beleidskeuzes geactualiseerd en aangevuld op basis van de ervaringen van afgelopen twee jaar. Zo is in de lijn met de beleidsmatige teksten in de begroting de rol van de provincie scherper omschreven en zijn er diverse, bestaande maatregelen aan het omgevingsprogramma toegevoegd. Hierbij valt te denken aan maatregelen ter stimulering van innovatie alsmede het in regionaal verband benutten van Europese fondsen voor verduurzamingsprojecten. Tot slot is ook toegevoegd dat de provincie een aantal formele instrumenten in kan zetten om ruimtelijke processen te versnellen. Uitgangspunt hierbij is dat de provincie het belangrijk vindt dat er voldoende ruimte is voor (nieuwe) duurzame bedrijven.
Waar bij de teksten wordt gesproken over CO2 wordt gedoeld op zowel CO2 als op andere zogenaamde broeikasgassen.
99