54.Voorontwerpbestemmingsplan Gemeenlandsedijk Noord Abbenbroek;1819 - Voorontwerp GRO Gemeenlandsedijk Noord te Abbenbroek wijz A [10-05-2023]
Tekst van het document
Ten noordwesten van het plangebied ligt een maatschappelijke bestemming aan de Gemeenlandsedijk Noord 26 te Abbenbroek. Hier was het voormalige gemeentehuis in gevestigd. Thans wordt deze locatie verhuurd. Binnen de maatschappelijke bestemming mogen maatschappelijke en culturele voorzieningen. Dit zijn educatieve, (para)medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, religieuze, onderwijsvoorzieningen, sportvoorzieningen, recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening en kinderopvang, alsmede
- 28 -
ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen. De grootste richtafstand is bij deze voorzieningen maximaal 30 meter . De nieuw te bouwen woningen liggen op circa 52 meter van het bebouwingvlak van deze bestemming, zodat deze buiten de richtafstand liggen. Aan de zuidkant van de planlocatie blijft een strook met de bestemming bedrijf tot en met de categorie 2 aanwezig. Bij deze bedrijven is de grootste richtafstand 30 meter. De afstand tot de nieuwbouw bedraagt circa 20 meter. Dat is binnen deze richtafstand. Echter de bedrijfsbebouwing is aan twee zijden al omgeven door woningen. Op de Gemeenlandsedijk Zuid 29 te Abbenbroek is op kortere afstand dan 20 meter al een woning aanwezig en aan de Gorzen zijn op een afstand van 20 meter ook al woningen aanwezig. Dit betekent dat de nieuwbouw geen verdere beperking brengt in de bestaande bedrijfspanden Conclusie: Dit betekent dat dit onderdeel de planvorming niet in de weg staat. 4.7 Water. Beleidskader De beleidscontext voor de visie op de ontwikkeling van het plangebied wordt gevormd door een aantal landelijke, provinciale en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk zijn de meest relevante gemeentelijke beleidsaspecten op het gebied van riolering en waterhuishouding beknopt samengevat.
Beleidskader Europees en Rijksniveau Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is een wettelijke richtlijn die tot doel heeft de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater binnen de EU-lidstaten te beschermen en te verbeteren. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) hebben de overheden (Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten) in 2003 afspraken gemaakt om gezamenlijk het watersysteem in Nederland op orde te brengen en te houden. De focus lag daarbij sterk op waterkwantiteit (wateroverlast). Waterschap Hollandse Delta In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 staat hoe Hollandse Delta het waterbeheer in het werkgebied in de komende jaren wil uitvoeren. Het waterbeheerprogramma heeft betrekking op 3 kerntaken veilige dijken en duinen voldoende en schoon water het schoonmaken van afvalwater. Om deze taken ook in de toekomst goed te kunnen blijven uitvoeren, houden we rekening met klimaatverandering, duurzaamheid, energietransitie en biodiversiteit.
- 29 -
Uit het oogpunt van waterkwaliteit moet schoon hemelwater bij voorkeur worden afgekoppeld en direct worden geloosd op oppervlaktewater. Dit vermindert de vuiluitworp uit het gemengde rioolstelsel en verlaagd de hydraulische belasting van de afvalwaterzuivering. Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 500 m² of meer moet voor hemelwater een lozingsvergunning worden aangevraagd in het kader van de Keur. Als er sprake is van toename aan verhard oppervlak, dan moet in principe 10% van deze toename worden gecompenseerd in de vorm van open water binnen het peilgebied waarin de toename van verharding plaatsvindt. Het plan zal in het kader van het vooroverleg nog aan het Waterschap worden voorgelegd.
Watercompensatie. De berekening voor de watercompensatie is als volgt: BEREKENING Totaal terrein oppervlak: 18.121,7 m2 ONVERHARD Totaal als onverhard te rekenen: 8.675,1 m2 VERHARD Totaal te rekenen verhard oppervlak: 9.446,6 m2 WATERCOMPENSATIE Water compensatie in open water is (10% verhard oppervlak) : 944,7m2 AANWEZIG OPEN WATER Aanwezig open water binnen plan: 1.261,7 m2 Reeds aanwezig te behouden: 200,0 m2 Reeds aanwezig te dempen: 90,0 m2 Te rekenen voor compensatie: 971,7 m2 Overcapaciteit open water: 27,0 m2
- 30 -
Figuur 4.5: berekening verhard oppervlak
Figuur 4.6: berekening onverhard oppervlak
- 31 -
Figuur 4.7: watercompensatie
Schoon inrichten Het vuilwater wordt afgevoerd via de bestaande riolering. Bij de bouw zal ter bescherming van de kwaliteit van het oppervlaktewater geen gebruik worden gemaakt van uitlogende materialen zoals zink, lood, koper en zacht pvc. Het schoon hemelwater afkomstig van de daken zal via een hemelwaterafvoerleiding via een bestaand hemelwaterafvoerriool op een aangrenzende watergang geloosd worden. Veilig inrichten Het plangebied ligt in een beschermingszone van de waterkering. Ter bescherming van de belangen ter plaatse is de bestemming Waterstaat- Waterkering opgenomen. Conclusie Het bestemmingsplan tast geen waterbelangen aan.
- 32 -
4.8 Flora en Fauna. De Wet natuurbescherming (Wnb) is per 1 januari 2017 in werking getreden. Op basis van deze wet is het van belang bij de ruimtelijke planvorming vooraf te onderzoeken of en welke dier- en plantensoorten er voorkomen, wat hun beschermingsstatus is en wat de effecten zijn van de ingreep op het voortbestaan van de gevonden soorten. Het gebied vormt geen onderdeel van de provinciaal ecologische hoofdstructuur. Er is geen sprake van een ecologische verbindingszone dan wel een recreatiegebied of een natuurgebied. Het plangebied ligt aan de Gemeenlandsedijk Noord in Abbenbroek en ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Haringvliet) ligt op een afstand van circa 5,8 km van het plangebied. Een ander Natura 2000gebied (Oude Maas) ligt op een afstand van circa 6,7 km van het plangebied. Verder zijn er ook andere Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied (o.a. Voornes Duin, Voordelta, Grevelingen, Oudeland van Strijen etc.). Deze liggen op een afstand van minimaal 13 km van het plangebied. Op 1 februari 2023 heeft Bureau Stadsnatuur een quick scan uit gevoerd. De conclusies van deze scan luiden als volgt: Op basis van de quick scan is voldoende inzichtelijk gemaakt welke soorten afhankelijk zijn van het plangebied. De opdrachtgever is voornemens woningen te bouwen op het braakliggende terrein.
De volgende (volgens de Wnb) beschermde soorten en functies zijn te verwachten in en rond het plangebied:
De aanwezigheid van andere beschermde soorten of functies kan uitgesloten worden op basis van verspreidingsgegevens en habitatvoorkeuren. Een stikstofdepositieberekening (voor de aanlegfase en gebruiksfase) met het rekenmodel Aerius is noodzakelijk om na te gaan of het nieuwbouwproject geen negatieve invloed heeft op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Aanbevelingen Broedvogels -Voorkom vestiging van Oeverzwaluw in zandhopen met steile wanden of gronddepots door flauw aflopende hellingen te maken. Of dek de steile wanden buiten de werktijden af met bijvoorbeeld doeken of steigergaas. Deze maatregelen moeten wel genomen worden vóór het broedseizoen start. -Voorkom een broedgeval van een zangvogel in de Klimop door deze plant buiten het broedseizoen te verwijderen.
- 33 -
Zorgplicht In het plangebied kunnen kleine zoogdieren en algemeen voorkomende amfibieën voorkomen die onder bescherming van art. 3.10 van de Wet natuurbescherming vallen, maar waarvoor in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling van ontheffing geldt (Provinciale Staten van Zuid-Holland 2016). Voor deze soorten geldt de Zorgplicht en moet het onnodig doden of verwonden van dieren voorkomen worden. Wanneer bij de aanlegwerkzaamheden dieren worden aangetroffen of plotseling verschijnen dan moeten ze de kans krijgen om het werkterrein te verlaten. Indien dit niet mogelijk is dan moet het dier voorzichtig verplaatst worden naar een geschikte plek in de omgeving buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Laat de stikstofdepositie berekenen. Om het externe effect op Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied nauwkeurig te bepalen is een berekening van de stikstofdepositie middels het rekenmodel Aerius nodig. Hierbij moet de stikstofuitstoot tijdens de aanleg- en gebruiksfase berekend worden. Wanneer de drempelwaarde overschreden wordt dan zijn maatregelen nodig om de uitstoot te verminderen of te compenseren. Natuurinclusief bouwen De ruimtelijke ontwikkeling biedt niet alleen mogelijkheden voor een herinrichting van het plangebied, maar ook om meerwaarde te creëren voor de biodiversiteit (Vink, Vollaard & de Zwarte, 2017).
Door in de ontwerpfase al te kijken naar mogelijkheden voor het creëren van nest- en verblijfplaatsen kan de nieuwbouw mogelijkheden bieden om ook voor dieren het terrein aantrekkelijk te maken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het toegankelijk maken van de daken van de toekomstige woningen voor Huismussen. Door extra broedgelegenheid te creëren wordt de lokale populatie van deze bedreigde vogel ondersteund. Hetzelfde geldt voor de inrichting van de tuinen en de keuze voor het type beplanting. Dergelijke maatregelen zijn geen wettelijke verplichting, maar dragen bij aan een vergroting van de biodiversiteit. De aanwezigheid van planten en dieren in de woonomgeving vergroten bovendien het woongenot. Aan de aanbevelingen en de zorgplicht zal worden voldaan. Bij de uitwerking zal worden bekeken of er elementen van natuurinclusief bouwen kunnen worden opgenomen. De nieuwe Aeriusberekening is hier onder opgenomen. Gebiedsbescherming/ stikstof In het kader van de Wnb dient de stikstofdepositie vanwege de betreffende ontwikkeling op nabijgelegen Natura 2000-gebieden inzichtelijk te worden gemaakt. Het plangebied ligt aan de Gemeenlandsedijk Noord in Abbenbroek en ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Haringvliet) ligt op een afstand van circa 5,8 km van het plangebied.
Een ander Natura 2000-gebied (Oude Maas) ligt op een afstand van circa 6,7 km van het plangebied. Verder zijn er ook andere Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied (o.a. Voornes Duin, Voordelta, Grevelingen, Oudeland van Strijen etc.). Deze liggen op een afstand van minimaal 13 km van het plangebied.
- 34 -
Uit het uitgevoerde onderzoek (bijlage) blijkt uit de berekeningen geen bijzonderheden, in zowel de gebruiksfase als de bouwfase is de uitkomst een depositie niet groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Conclusie: Dit betekent dat voor dit onderdeel aan de wettelijke eisen wordt voldaan. 4.9 Archeologische waarden en cultuurhistorie. Beleidskader De gemeente Nissewaard heeft een archeologisch beleid en beleidsinstrumenten ontwikkeld, waarmee een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen is gewaarborgd. Ook worden bestemmingsplannen voorzien van een archeologieparagraaf. Meer specifiek is het doel van het voorgenomen archeologisch beleid (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De ter plaatse geldende beheersverordening vermeldt de aanduidingen ‘Waarde Archeologie - 1' en ‘Waarde - Archeologie – 2’, dit ter behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden. Archeologisch onderzoek zou nodig zijn bij ingrepen die groter zijn dan 100 m² respectievelijk 200 m². Deze waarden zijn in het huidige bestemmingsplan over genomen ter bescherming van de Archeologische Waarden 4.10 Geur.
Het perceel bevindt zich niet binnen een geur- en/of stankcirkel, waardoor het aspect geur/stank geen belemmeringen oplevert voor de realisering van het bouwplan. 4.11 Kabels en leidingen. De kabels en leidingen in de omgeving staan de voorgestane ontwikkeling niet in de weg. Bij de uitvoering van de (grond)werkzaamheden zal uiteraard rekening worden gehouden met de aanwezige ondergrondse infrastructuur. 4.12 Molenbiotoop. Een groot deel van Abbenbroek valt binnen de molenbiotoop van molen De Hoop. Deze zogenaamde grondzeiler bevindt zich aan de Gemeenlandsedijk Zuid 25. Om de windvang van de molen te beschermen, is in het bestemmingsplan een molenbeschermingszone opgenomen. Binnen deze beschermingszone gelden beperkingen aan de hoogte van bebouwing en mag geen hoge beplanting aanwezig zijn. Deze zogenaamde molenbiotoop duidt maximaal toegestane bouwhoogten (ten opzichte van NAP) aan binnen een straal van 400 meter, waarmee het windrecht is
- 35 -
gewaarborgd. Een klein deel van het plangebied valt binnen de molenbiotoop. Ter bescherming zijn regels in dit bestemmingsplan opgenomen. De essentie van de molenbiotoop is dat de vrije windvang van de molen niet wordt beperkt door de hoogte van bebouwing binnen een afstand van 400 meter tot de molen. De hoogte wordt berekend aan de hand van het volgende: binnen een afstand van 100 m tot het middelpunt van de molen wordt geen bebouwing opgericht hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; binnen een afstand van 100 tot 400 m tot het middelpunt van de molen wordt geen bebouwing opgericht met een hoogte die meer bedraagt dan 1/30 van de afstand van het bouwwerk tot het middelpunt van de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek;
In onderstaand figuur is de molenbiotoop opgenomen. De planlocatie is hierop globaal ingetekend.
Figuur 4.8 uitsnede molenbiotoop met globale intekening plangebied
Een heel klein gedeelte van het plangebied ligt binnen de molenbiotoop. De molen is een grondzeiler, daarom is de afstand tussen het maaiveld (Gemeenlandsedijk Zuid) en de onderste punt van de verticaal staande wiek zeer klein: minder dan 1 meter. Dit leidt tot forse beperkingen voor de realisering van bebouwing in de kern. In figuur 4.6 is de beschermingszone van de molen opgenomen. Daar het dichtstbijzijnde bouwblok op circa 380 meter ligt mag de
- 36 -
bebouwing circa 13.70 hoog zijn. De bebouwing gelegen in de molenbiotoop is maximaal 9 meter hoog. Derhalve is er geen belemmering voor de windvang.
Figuur 4.9 molenbeschermingszone
Conclusie: Dit betekent dat dit onderdeel voldoet aan de wettelijke eisen. 4.13 Milieueffectrapportage. Vormvrije mer. Op basis van het hierna volgende zal het college van burgemeester en wethouders voor de vaststelling van het plan een besluit nemen dat er geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. Het plan maakt ontwikkelingen mogelijk die vallen onder categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. Een m.e.r. beoordeling is in dat geval op basis van de Wet milieubeheer verplicht. In de ruimtelijke onderbouwing is al ingegaan op de verschillende onderdelen. Echter hieronder motiveren wij nogmaals dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen ten gevolge van het plan optreden een en ander overeenkomstig de criteria genoemd in Bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: De omvang van het project betreft een uitbreiding van bestaand stedelijk gebied met in planologische zin 46 woningen. Er is geen cumulatie met andere projecten. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreft het afvoeren van hemelwater door een hemelwaterafvoerleiding via een bestaand hemelwaterafvoerriool op een aangrenzende watergang, er worden geen uitlogende materialen gebruikt De productie van afvalstoffen is niet aanwezig.
Huishoudelijk afvalwater wordt via de riolering afgevoerd. Er is geen sprake van verontreiniging en hinder. Wij verwijzen naar onderdeel bedrijven en milieuzonering onder 4.6. Er is geen risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering. We verwijzen naar het onderdeel externe veiligheid zoals beschreven onder 4.5. Er zijn geen risico's voor de menselijke gezondheid. Wij verwijzen naar het onderdeel externe veiligheid, zoals beschreven onder 4.5.
- 37 -
2. Plaats van het project Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: Het bestaande grondgebruik betreft bedrijfsmatig gebruik. Het gebied ligt niet in een beschermingszone, ligt binnen het bestaand stedelijk gebied maar betreft vervangende nieuwbouw met een toevoeging van 46 woningen, hetgeen past bij het landschap ter plaatse. Het gebied heeft geen hoge bevolkingsdichtheid en is cultureel en archeologisch gezien niet waardevol. Wij verwijzen naar paragraaf 4.9. Het plangebied ligt aan de Gemeenlandsedijk Noord in Abbenbroek en ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Haringvliet) ligt op een afstand van circa 5,8 km van het plangebied. Een ander Natura 2000-gebied (Oude Maas) ligt op een afstand van circa 6,7 km van het plangebied. Verder zijn er ook andere Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied (o.a. Voornes Duin, Voordelta, Grevelingen, Oudeland van Strijen etc.). Deze liggen op een afstand van minimaal 13 km van het plangebied. 3. Kenmerken van het potentiële effect Gezien de kleinschaligheid van het project zijn er geen potentiële aanzienlijke effecten te verwachten. Dit is ook beschreven in hoofdstuk 4 van deze toelichting
- 38 -
5. Juridische planbeschrijving 5.1 Inleiding. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden, door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen, de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden de regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden. 5.2 Juridische vormgeving. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moeten worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding.
De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: •inleidende regels •bestemmingsregels •algemene regels •overgangs- en slotregels Inleidende regels Begrippen Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard. Bestemmingsregels In het hoofdstuk bestemmingsregels zijn in de planregels alle bestemmingen opgenomen met de daarbij behorende bestemmingsomschrijving. In het plan zijn de bestemming en ‘Groen’, ‘Verkeer’, ‘Water’ en ‘Woongebied’ opgenomen, de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1 en 2’en tevens de aanduiding ‘geluidzone – industrie’. Op de bestemming ‘Groen’ mogen groenvoorzieningen, bermen en beplantingen, speelvoorzieningen, voorzieningen voor langzaam verkeer, in- en uitritten,
- 39 -
nutsvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen gerealiseerd worden. Op de bestemming ‘Verkeer’ mogen voorzieningen voor verkeer en verblijf, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen gerealiseerd worden. Op de bestemming ‘Water’ mag water en waterhuishoudkundige voorzieningen, groenvoorzieningen en voorzieningen voor verkeer en verblijf, waaronder bruggen, duikers, steigers en gelijksoortige voorzieningen gerealiseerd worden. Op de bestemming ‘Woongebied’ mag gewoond worden en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, tuinmuren, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, toegangswegen, fietspaden, voetpaden, water, groen, nutsvoorzieningen, balkons, terrassen, toegangswegen gerealiseerd worden. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 1 en 2’ is opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden ter plaatse. De aanduiding ‘Geluidzone industrie’ is opgenomen ter bescherming van de industrie ter plaatse. Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen algemene regels aan de orde die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. De algemene regels bestaan uit de volgende artikelen.
Antidubbeltelbepaling Een antidubbeltelbepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De formulering van de antidubbeltelbepaling wordt bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.4 Bro).
Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat een regeling voor wat in ieder geval onder strijdig gebruik wordt verstaan. Algemene aanduidingsregels Dit artikel bevat een regeling voor de aanduiding Molenbiotoop. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan kan worden afgeweken met een omgevingsvergunning. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om af te wijken van regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Algemene wijzigingsregels
- 40 -
In dit artikel wordt het mogelijk gemaakt om onder voorwaarden het plan wijzigen voor het bouwen met een geringe mate van afwijking van de plaats en richting van bestemmingsgrenzen. Overgangs- en slotregels In het afsluitend onderdeel komen de overgangs- en slotregels aan de orde. Overgangsrecht De formulering van het overgangsrecht is bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.1 Bro). Slotregel Deze regel bevat de titel van het plan.
- 41 -
6. Economische uitvoerbaarheid. Het plan omvat de realisering van maximaal 46 woningen. Het betreft een sanering van een bedrijfsbestemming naar een woongebied. De percelen zijn op dit moment in eigendom van de heer K. Hogenboom. Het plan wordt geheel door initiatiefnemer de heer J. Corpeleijn ontwikkeld. De gemeentelijke kosten worden via een anterieure overeenkomst doorberekend. Dit betekent dat het kostenverhaal is verzekerd. Er hoeft dan ook geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wro worden vastgesteld. De realisering van het plan wordt verzorgd door initiatiefnemers. De financiële dekking voor het plan is hiermee geregeld en de economische uitvoerbaarheid is voldoende gewaarborgd.
- 42 -
7. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro In het kader van het wettelijke verplichte overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerp bestemmingsplan voorgelegd aan de vooroverlegpartners. In de bijgevoegde nota inspraak zijn deze vooroverlegreacties opgenomen. In het kader van bewonersparticipatie zijn door de ontwikkelaar als diverse acties uitgevoerd. Een overzicht hiervan is bijgevoegd als bijlage 6.
- 43 -
8. Inspraak en zienswijze 8.1 Inspraak Het voorontwerp-bestemmingsplan “Gemeenlandsedijk Noord” heeft met ingang van xx gedurende 6 weken ter inzage gelegen voor inspraak. Tevens is het plan in vooroverleg gezonden aan diverse instanties. Tijdens de termijn zijn xx inspraakreacties ingediend. In de bijgevoegde nota inspraak is deze inspraak opgenomen.
8.2 Zienswijze Het ontwerp bestemmingsplan zal gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze termijn kan door een ieder mondeling of schriftelijk een zienswijze tegen het ontwerpplan bij de gemeenteraad worden ingediend. Gedurende de termijn dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen is er x schriftelijke zienswijze ingediend
- 44 -
Bijlage 1: Verkennend bodem- asbestonderzoek 14-10-2019
Concept:
15 september 2021
Voorontwerp: 10 mei 2023 Ontwerp: Vastgesteld:
Goede Ruimtelijke Onderbouwing voor Gemeenlandsedijk Noord te Abbenbroek
ABACUS CIVIEL
Ontwikkeling: Gemeenlandsedijk Noord 31 3216 AG Abbenbroek Gemeente Nissewaard Saneringsplan Bodemverontreiniging Plan van aanpak puinlaag
Door :
Abacus Civiel BV Ring 4 3216 AS ABBENBROEK
Auteur: Datum:
14-10-2019
In opdracht van:
Hogenboom Houdstermaatschappij B.V. Stationsweg 19 3218 AV HEENVLIET
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
ABACUS CIVIEL Inhoudsopgave Inleiding .................................................................................................................................................................. 2 Saneringsplan 2019 ................................................................................................................................................. 4 1.
Algemene gegevens ................................................................................................................................... 4 1.1
Ligging en kadastrale situatie ................................................................................................................ 4
1.2
Historie van de locatie ........................................................................................................................... 4
1.3
Informatiebronnen ................................................................................................................................. 5
1.4
Verontreinigingssituatie ......................................................................................................................... 5
1.5
Regionale bodemopbouw en geohydrologie .......................................................................................... 6
1.6 2.
3. 4.
5.
6.
Toekomstige situatie .............................................................................................................................. 7 Afwegingen en doelstelling ....................................................................................................................... 7
2.1
Uitgangspunten ...................................................................................................................................... 7
2.2
Haalbaarheid .......................................................................................................................................... 7
2.3
Saneringsdoelstelling ............................................................................................................................. 8
2.4
Verwijderen puinlaag ............................................................................................................................ 8
2.5
Gebruiksbeperkingen en passieve nazorg ............................................................................................ 10
Beschrijving van de werkzaamheden ............................................................................................................ 10 Saneringsmaatregelen ................................................................................................................................... 11 4.1
Inrichten bouwplaats en depotterrein en het treffen van veiligheidsmaatregelen ................................ 11
4.2
Ontgraven en behandelen met asbest verontreinigd puin .................................................................... 11
4.3
Breken, zeven en deels hergebruiken asbestvrij puin .......................................................................... 12
4.4
Actualiseren van de onderzoeksgegevens ............................................................................................ 12
4.4.1
Bodemonderzoek 2019 .................................................................................................................... 12
4.4.2
Conclusie: ........................................................................................................................................ 13
4.5
Saneren Noordelijke verontreinigingsspot ........................................................................................... 14
4.6
Isoleren van de Zuidelijke spot ............................................................................................................ 14
4.7
Aanvoeren en aanbrengen van schone grond ca. 0,5 meter ................................................................. 15
Begeleiding, controle en rapportage .............................................................................................................. 16 5.1
Organisatie van de sanering ................................................................................................................. 16
5.2
Milieukundige begeleiding .................................................................................................................. 16
5.3
Controle tijdens de sanering ................................................................................................................ 16
5.4
Rapportage ........................................................................................................................................... 17
Planning, vergunningen en kosten ................................................................................................................ 17 6.1
Planning van de sanering ..................................................................................................................... 17
6.2
Benodigde vergunningen ..................................................................................................................... 17
Bijlage 1: Ligging locatie Bijlage 2: Kadastrale situatie Bijlage 3: Ruimtelijk overzicht vervuilingssituatie Bijlage 4: Toekomstige situatie
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
1
ABACUS CIVIEL
Inleiding Abacus Civiel heeft vanuit een burgerparticipatie het initiatief genomen om de ontwikkeling van de Gemeenlandsedijk Noord 31 (Hogenboomterrein) nieuw leven in te blazen. In eerste instantie door de interesse te wekken bij het Gemeentebestuur van Nissewaard, de gemeente waar Abbenbroek deel vanuit maakt. Bijlage 1 geeft een overzicht van de regionale ligging van het terrein. Om de bestuurders te overtuigen van de noodzaak om op deze locatie woningen te bouwen, hebben er een aantal gesprekken plaatsgevonden. Deze gesprekken hebben uiteindelijk geresulteerd in de presentatie van een stedebouwkundigplan. Dit plan is beoordeeld en goed bevonden door de diverse afdelingen binnen de gemeente. Binnen de politiek hebben de wethouders zich achter het plan geschaard en is er een contigent gereserveerd. Om verder te kunnen moet eerst bepaald worden op welke wijze de grond geschikt gemaakt kan worden voor woningbouw. Eerdere bodemonderzoeken tonen aan dat er op twee plaatsen een olieverontreiniging is aangetoond. Ook komt op globaal twee derden van het terrein een halfverharding/funderingslaag van (gebroken) puin voor. Bij het bemonsteren van de puinlaag is bij een aantal monsters de aanwezigheid van asbest vastgesteld.
Saneringsplan 2005 Op basis van de informatie, die is verkregen uit een reeks bodemonderzoeken in november 2005 door Milieuservices Hellevoetsluis, is een saneringsplan opgesteld voor het Hogenboomterrein. Dit plan komt er -in het kort- op neer dat de “spots” worden verwijderd en het gehele terrein daarna wordt voorzien van een leeflaag van 1,5 meter. De Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond (DCMR) heeft in een Wet bodembeheer (Wbb)-beschikking met dit plan ingestemd (kenmerk: 931069/B40 20244843 d.d. 20 december 2005). De ontwikkeling is destijds gestaakt. Het animo van de huizenkopers bleef uit. Dit werd veroorzaakt door de crisis die zich rond dat tijdstip in de huizenmarkt voltrok. Mogelijk had de tegenvallende belangstelling ook te maken met de gekozen saneringsvariant en schrikt het idee van een geïsoleerde puinlaag onder hun woning en/of tuin potentiële kopers af. Zeker in het buitengebied is men minder snel bereid om te investeren in grond waar een beperking aan kleeft.
Saneringsplan 2010 In dit jaar is er door Hofstede cs Milieuadviseurs nieuw onderzoek uitgevoerd. Bij dit onderzoek is niet alleen gekeken naar de bodemgesteldheid van Gemeenlandsedijk Noord 31 (Hogenboomterrein), maar ook die van nummer 23 (Bezemerterrein). Op het Bezemerterrein bleek sprake van een nog grotere olieverontreiniging. Bovendien bleek hier ook het grondwater belast te zijn met minerale olie. Onderzoek toonde eveneens aan dat ook dit terrein voor een groot gedeelte was opgehoogd met puin.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
2
ABACUS CIVIEL
Hofstede cs Milieuadviseurs heeft in haar notitie (kenmerk: btb.abb.08034.n 01 d.d. 16 februari 2010) onderzoek gedaan naar de technische, beleidsmatige en financiële haalbaarheid van een alternatieve saneringsvariant, waarbij de bodemverontreiniging en de puinlaag (grotendeels) worden weggenomen. Bij nadere bestudering van de onderzoeksresultaten uit 2005 bleek echter, dat de kwaliteit van de puinlaag is getoetst aan de bodemwaarden. Deze toetsing had gedaan moeten worden aan de hand van de normen voor bouwstoffen. Wanneer deze norm gehanteerd wordt, blijkt dat deze slechts incidenteel wordt overschreden. Aanvullend onderzoek, uitgevoerd door SGS in november 2005 bevestigt dit. Op basis van deze informatie wordt een nieuw saneringsplan opgesteld wat er -in het kort- op neerkomt dat: Alle vloeren, fundamenten verhardingen worden verwijderd; Al het asbest, dat op maaiveld aanwezig is, wordt verwijderd middels ‘handpicking”; Visueel verontreinigd puin en grond wordt ontgraven en in depot gezet; De met minerale olie verontreinigde grond wordt ontgraven en afgevoerd naar een erkende verwerker; Het met olie verontreinigde grondwater wordt terug gesaneerd tot de tussenwaarde. Op basis van dit saneringsonderzoek wordt door DCMR een nieuwe beschikking afgegeven met kenmerk: 21162588 wbb code AA056800436/B4001. d.d. 31 maart 2011.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
3
ABACUS CIVIEL
Saneringsplan 2019 Op basis van het saneringsplan van Hofstede cs Milieuadviseurs wordt in 2019 door Abacus Civiel het plan geactualiseerd. In het huidige plan wordt alleen het perceel gelegen aan de Gemeenlandsedijk 31 (Hogenboomterrein) ontwikkeld. Gemeenlandsedijk 23 (Bezemerterrein) wordt buiten beschouwing gelaten. Met dien verstande dat het gedeelte van de verontreinigingscontour van het Gemeenlandsedijk 23 wat strekt tot op Gemeenlandsedijk 31 wel wordt meegenomen.
1.
Algemene gegevens
1.1
Ligging en kadastrale situatie
Onderstaand is een overzicht opgenomen van de belangrijkste gegevens van de saneringslocatie: Adresaanduiding Kadastrale aanduiding
: :
Oppervlakte Huidige eigenaar Coördinaten RDS Bebouwing Verharding
: : : : :
1.2
Gemeenlandsedijk 31, 3216 AG Abbenbroek Gemeente Abbenbroek, sectie A, nummers 2902, 3128 ged., 3163 en 3164; Ongeveer 1,7 hectare; Hogenboom Houdstermaatschappij B.V.; X = 76; Y = 429.810; Geen Braakliggend, vloeren en funderingen en verhardingen aanwezig van gesloopte gebouwen.
Historie van de locatie
De locatie ligt aan de noordwestelijke rand van de dorpskern van Abbenbroek. De terreinhistorie kan als volgt worden samengevat: Omstreeks 1951 is een groot deel van het terrein op nummer 31 verhard met puin. Het voormalige kantoorpand en de bedrijfsloods dateren eveneens van dit jaar en hebben een betonvloer. Deze betonvloer is nog aanwezig. Gedurende genoemde periode werden er door de firma Van Pelt stalen damwanden en profielen opgeslagen en bewerkt. Omstreeks 1993 heeft Van Hamburg op een deel van de puinlaag verhardingen met asfalt, beton, betonplaten en klinkers aangebracht. De firma Van Hamburg was actief in het verhuren van aannemersmaterieel. Het terrein deed voornamelijk dienst als opslag voor keten en containers
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
4
ABACUS CIVIEL
1.3
Informatiebronnen
De navolgende informatie is ontleend aan de volgende documenten: Tabel 1: Overzicht beschikbare onderzoeksrapporten Nr.
Datum
Titel
Kenmerk
Auteur
1
6 december 1994
Indicatief bodemonderzoek nr. 31
068094
MOS
2
6 september 1995
Verkennend bodemonderzoek nr. 31
BA36009/6943M
Aqua Terra Water en Bodem B.V.
3
31 oktober 2003
Nul situatie en BSB-onderzoek nr. 31
AT10.2002.578
Aqua Terra Water en Bodem B.V.
4
1 februari 2005
Nader bodemonderzoek nr. 31
5
1 februari 2005
Indicatief
6
2 november 2005
onderzoek
asbest
in
2068D001
Kanters
AT10.2004.682asb
Aqua Terra Water en
puingranulaat nr. 31
Bodem B.V.
Nader onderzoek olieverontreiniging nr.
17792B
SGS
31 7
3 november 2005
Partijkeuring grond nr. 31
17792A
SGS
8
7 november 2005
Nader onderzoek asbest in grond nr. 31
17792-01
SGS
9
20 december 2005
Saneringsplan grondverontreiniging nr.
fA0204s
Milieuservice
31 10
16 februari 2010
Hellevoetsluis B.V.
Herontwikkeling terrein
Btb.abb.08034.n01
Gemeenlandsedijk Noord 23 en 31 11
1.4
13 juni 2019
Resultaten actualiserend bodemonderzoek
Hofstede cs Milieuadviseurs
26862
Grondslag B.V.
Verontreinigingssituatie
Op het terrein zijn tussen 1994 en 2010 diverse bodemonderzoeken uitgevoerd (zie tabel 1 onder 1.3.). De beschikbare bodemonderzoeken bevestigen dat een groot deel van de ontwikkelingslocatie is opgehoogd met puin. In de meeste onderzoeken is de kwaliteit van de puinlaag getoetst aan bodemnormen en beoordeeld als licht tot incidenteel matig of sterk belast. Zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), minerale olie en asbest zijn plaatselijk boven de interventiewaarden voor bodem gemeten. De verontreinigingen met minerale olie blijken samen te hangen met twee lokale verontreinigingsspots in de ondergrond. De verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en asbest zijn aangetoond in de puinlaag en zijn daarom formeel niet aan bodemnormen te toetsen, maar aan de normen voor bouwstoffen. Voor zware metalen in puingranulaat zijn geen samenstellingseisen geformuleerd. Wel immissiewaarden die zullen moeten worden aangetoond middels een uitloogonderzoek. De samenstellingswaarde voor PAK in puingranulaat (75 mg/kg d.s.) wordt in geen enkel bodemonderzoek overschreden.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
5
ABACUS CIVIEL Voor asbest in puingranulaat wordt een restconcentratienorm gehanteerd van 100 mg/kg d.s. (gewogen gehalten). Deze norm lijkt in de puinlaag slechts incidenteel te worden overschreden op plaatsen waar ook visueel een sterke bijmenging met asbestverdacht materiaal is waargenomen. In de kleiige ondergrond onder de puinlaag zijn in het algemeen slechts licht verhoogde gehalten gemeten. Hetzelfde geldt voor de bovengrond op de terreindelen, die niet met puin zijn verhard. Ook in het grondwater is hooguit een lichte belasting gevonden, hoewel arseen van nature wel in relatief hoge concentraties voorkomt. Zoals eerder vermeld is op twee plaatsen sprake van sterke bodemverontreiniging met minerale olie. De eerste ‘spot’ (O1) ligt ten noorden van de bedrijfsloods op nummer 31. Hier is over een oppervlakte van circa 135 m2 ongeveer 70 m3 puin en grond belast met minerale olie. Het grondwater is hier niet verontreinigd. De tweede spot ligt op de zuidgrens van het terrein en maakt deel uit van een verontreiniging, die eerder is aangetoond op het Bezemerterrein. De inschatting is dat deze verontreiniging vergelijkbaar is met de eerste ‘spot’ (ca. 70m3). In hoeverre het grondwater hier verontreinigd is, zal worden aangetoond na afloop van de sanering. Een ruimtelijk overzicht van de verontreinigingssituatie is weergegeven in bijlage 3.
Conform de wettelijke criteria in het kader van de Wet bodembeheer (Wbb) voor de concentratie en omvang van de verontreiniging is sprake van een ‘ernstig geval van bodemverontreiniging’, omdat in meer dan 25 m3 grond de interventiewaarde wordt overschreden.
1.5
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
De regionale bodemopbouw staat samengevat in Tabel 2. Tabel 2: Regionale bodemopbouw en geohydrologie Diepte in m –mv
Samenstelling
Geohydrologische eenheid
0 – 22
Fijne en matig fijne slibhoudende zanden
Deklaag
22 – 40
Matig fijne en grove zanden
Eerste watervoerend pakket
40 – 50
Kleilagen, fijne en matig grove slibhoudende zanden
Eerste scheidende laag
(~ NAP + 1,0 m)
De locatie ligt in een gebied waar sprake is van infiltratie van het neerslagoverschot. De stromingsrichting in het eerste watervoerend pakket is lastig te herleiden uit de grondwaterwaterkaarten. De vele poldergebieden in de omgeving van de locatie zijn hier waarschijnlijk de oorzaak van. De stromingsrichting van het freatisch grondwater staat onder invloed van de Bernisse. Waarschijnlijk zal er netto een grondwaterstroming in de richting van de oostelijk en zuidoostelijk gelegen polder (Oud-Hoenderhoek) zijn.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
6
ABACUS CIVIEL
1.6
Toekomstige situatie
In de ontwikkelingsplannen worden op het terrein 34 woningen gerealiseerd, 26 grondgebonden woningen, 8 gestapelde appartementen. 9 vrije sectorwoningen, 8 startersappartementen, 8 senioren woningen en 8 geschakelde woningen. De woningen worden ontsloten door twee toegangswegen die op twee punten aantakt op de Gemeenlandsedijk Noord. Bij de startersappartementen en de geschakelde woningen komen parkeerplaatsen. Het totale te ontwikkelen oppervlak is ca. 18.000 m2. De oppervlakte van de uitgeefbare gronden is ca. 12.800 m2. De wegen, parkeerstroken en parkeerterreinen beslaan ongeveer 3.500 m2. De watercompensatie is 1.800 m2. De toekomstige situatie is op de kaart in bijlage 4 weergegeven.
2.
Afwegingen en doelstelling
2.1
Uitgangspunten
Aan dit saneringsplan liggen naast de Wet Bodembescherming ten grondslag: Het kabinetsbesluit van 1997 inzake de vernieuwing van het bodemsaneringsbeleid en dan specifiek zoals uitgewerkt in het rapport ‘Van trechter naar zeef – Afweging saneringsdoelstelling’, UPR Bever – Sdu, 1999; Eindrapport project ‘doorstart A5’; Afwegingsproces voor de aanpak van mobiele verontreinigingen in de ondergrond; Procesbeschrijving en landelijke saneringsladder. Stuurgroep Bodem, 16 mei 2001; Gezamenlijk bodemsaneringsbeleid. Provincie Zuid-Holland, 2003; Circulaire bodemsanering. Staatscourant, nummer 17187, 16 november 2009.
2.2
Haalbaarheid
Bij de herontwikkeling zullen verontreinigingsspots met minerale olie in elk geval moeten worden gesaneerd. Voor wat de puinlaag betreft is in een in 2005 opgesteld saneringsplan (Nr. 9 uit Tabel 1) uitgegaan van afdekken met een schone leeflaag. Dit, omdat werd verondersteld dat de puinlaag heterogeen met asbest is verontreinigd en het afvoeren van de gehele verontreinigde puinlaag naar een stortplaats te kostbaar zou zijn. Bij nadere bestudering van de onderzoeksrapporten, die specifiek waren gericht op het asbest in de puinlaag, valt het volgende op: Aqua Terra (Nr. 5 uit Tabel 1) heeft in februari 2005 gericht proefkuilen gegraven op terreindelen waar op het maaiveld en in de puinlaag visueel veel asbestverdachte materialen werden waargenomen.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
7
ABACUS CIVIEL
In enkele puinmonsters uit proefsleuven waarin visueel geen asbest werd waargenomen, werd ook in het laboratorium geen asbest aangetoond of hooguit in lage gehalten, (ver) onder de restconcentratienorm. SGS (Nr. 8 uit Tabel 1) heeft in november 2005 eveneens een proefsleuvenonderzoek gedaan. Dit onderzoek was min of meer complementair aan dat van Aqua Terra. SGS heeft een groot aantal sleuven gegraven op terreindelen waar op het maaiveld visueel geen asbest in het puin werd waargenomen. In het SGS-onderzoek zijn slechts in enkele proefkuilen visueel asbestverdachte materialen gevonden. In geen enkel geanalyseerd monster werd asbest aangetoond in een gehalte boven de restconcentratienorm. Verondersteld werd daarom dat slechts op enkele plaatsen asbestverdachte materialen in de puinlaag voorkomen en dat het volume puin met asbest boven de restconcentratienorm beperkt is. Om meer duidelijkheid te verkrijgen over de omvang, de dikte en de samenstelling van de puinlaag heeft Hofstede cs Milieuadviseurs in februari 2010 aanvullend onderzoek uitgevoerd (Nr. 10 uit Tabel 1) op het terrein van Hogenboom. Daarnaast was de doelstelling van dat onderzoek om de technische, beleidsmatige en financiële haalbaarheid van een alternatieve saneringsvariant, waarbij de bodemverontreiniging en puinlaag (grotendeels) worden weggenomen, te toetsen.
Genoemd onderzoek heeft de eerder gestelde hypothese bevestigd met als gevolg dat bij herontwikkeling van de locatie slechts een klein deel van het puin als ‘asbesthoudend’ hoeft te worden beschouwd. Het overige puin kan mogelijk op de locatie en/of elders als secundaire bouwstof worden toegepast. Hiermee is aangetoond dat de saneringsvariant met (gedeeltelijke) verwijdering in plaats van isolatie van de puinlaag, niet alleen uitvoeringstechnisch, maar ook financieel haalbaar is.
2.3
Saneringsdoelstelling
De olieverontreinigingen worden aangepakt met een ‘kosteneffectieve sanering met ‘kleine’ restverontreiniging en leidend tot een stabiele eindsituatie binnen 30 jaar (trede 2 op de ‘saneringsladder’). De asbestverontreiniging in het puin wordt multifunctioneel gesaneerd. Doelstelling van de sanering is om de aanwezige minerale olie- en asbestverontreiniging, voor zover civieltechnisch verantwoord, te verwijderen door middel van ontgraven en afvoeren van verontreinigde grond/puin. Op deze manier worden de minerale olie spots in de grond gesaneerd tot onder de kwaliteitsklasse wonen en het asbesthoudend puin wordt verwijderd.
2.4
Verwijderen puinlaag
Zoals eerder is aangegeven, bevat de puinlaag op het terrein voor het overgrote deel geen asbest of andere verontreinigingen boven de normen voor bouwstoffen. Vandaar dat de puinlaag niet als ‘bodemprobleem’ wordt beschouwd en vallen eventuele maatregelen ten aanzien van het asbestvrije puin buiten de scope van een bodemsaneringsplan.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
8
ABACUS CIVIEL Uitgangspunt is, dat de puinlaag toch moet worden aangepakt. Enerzijds, omdat deze harde laag bij bouwwerkzaamheden voor problemen kan zorgen anderzijds, omdat het niet wenselijk wordt geacht om grondgebonden woningen op te leveren met (begraven) puinlagen in de tuinen. De mogelijke aanpak van de puinlaag wordt vooral bepaald door de mogelijkheden, die de Gemeente Nissewaard biedt om het materiaal op locatie te zeven en/of te breken. De Gemeente Nissewaard moet, althans voor onderstaande opties A en B, formeel toestemming c.q. vergunning verlenen om op de locatie (eventueel asbesthoudend) puin te behandelen. Afstemming en overleg met de Gemeente Nissewaard is dan ook een vereiste voorafgaand aan de uitvoering van onderhavig plan van aanpak. Er dient te worden opgemerkt, dat de aannemer die de mobiele puin breekinstallatie gebruikt, zich dient te houden aan het ‘Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval’ en de regels waaraan mobiele brekers moeten voldoen. Tevens is de Arbowetgeving ten aanzien van Asbest van toepassing. Hieronder worden twee opties kort beschreven. Optie A – Puinlaag zeven en deels hergebruiken op locatie: Bij optie A wordt ervan uitgegaan, dat het puin wel op locatie gezeefd mag worden, maar niet mag worden gebroken.
Het/de 950 m3 met asbest verontreinigd puin/grond wordt separaat ontgraven en met behulp van visuele waarneming en/of mechanische behandeling wordt zoveel mogelijk asbesthoudend materiaal uit het asbesthoudend puin verwijderd. Circa 95 m3 asbesthoudend materiaal wordt afgevoerd naar een stortplaats. Het ‘gezuiverde’ puin wordt samen met het overige puin op locatie gezeefd, waarbij een fijne fractie (‘grond’), een middenfractie (‘menggranulaat’) en een grove fractie (‘grof puin’) ontstaan. De hoeveelheden van de verschillende fracties zijn op voorhand moeilijk in te schatten. Vooralsnog wordt uitgegaan van 2.000 m3 grond, 4.000 m3 menggranulaat en 1.000 m3 grof puin. Alle grond en 2.300 m3 van het menggranulaat wordt op de locatie hergebruikt. 1.700 m3 menggranulaat en 1.000 m3 grof puin wordt afgevoerd naar een puinbreker. Optie B – Puinlaag breken, zeven en deels hergebruiken op locatie: Bij optie B wordt 950 m3 puin asbestvrij gemaakt, zoals beschreven bij optie B. Verder is het uitgangspunt, dat het puin op locatie gebroken en gezeefd mag worden. Daarbij ontstaan naar schatting 2.000 m3 grond en 5.000 m3 menggranulaat. Alle grond en 2.300 m3 van het menggranulaat worden op de locatie hergebruikt. 2.700 m3 menggranulaat wordt afgevoerd naar een andere bouwlocatie. Optie B blijkt het meest kosteneffectief te zijn.
Daarnaast is deze aanpak ook milieutechnisch de meest gunstige en duurzame manier om de puinlaag aan te pakken. In het vervolg van onderhavig saneringsplan is ervan uitgegaan dat voor deze variant zal worden gekozen.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
9
ABACUS CIVIEL
2.5
Gebruiksbeperkingen en passieve nazorg
Na het ontgraven van de noordelijke verontreiniging zal de verontreinigde grond volledig zijn weggenomen, hierdoor zal er geen verontreiniging meer overblijven en zal er geen sprake meer zijn van risico’s of gebruiksbeperkingen. Hetzelfde geldt voor de asbestverontreiniging. Wanneer na afloop van de isolerende maatregelen bij de zuidelijke spot aangetoond is dat het grondwater vrij is van verontreinigingen is er geen kans meer op verspreiding van de verontreiniging. Hierdoor is actieve nazorg niet noodzakelijk. Passief dient wel een kadastrale registratie plaats te vinden.
3.
Beschrijving van de werkzaamheden
De uit te voeren saneringsmaatregelen bestaan in hoofdlijnen uit de volgende ingrepen: Inrichten bouwplaats en depotterrein; Treffen van veiligheidsmaatregelen; Bomen en groen verwijderen; Slopen van vloeren, fundamenten en verhardingen; ‘Handpick’ asbest van het maaiveld; Ontgraven en tijdelijk in depot zetten van met asbest verontreinigd puin; Visueel en/of mechanisch reinigen van het met asbest verontreinigd puin; Afvoeren asbesthoudend materiaal; Breken en zeven asbestvrij puin; Hergebruiken gezeefde niet-asbesthoudende grond en puin; Plaatsen van een verticaal scherm tussen het perceel Hogenboom en Bezemer. Ontgraven, afvoeren en verwerken van minerale olie verontreinigde grond; Isoleren van de zuidelijke spot middels een verticaal scherm en een toplaag; Aanvoeren en aanbrengen van schone grond ca. 0,5 meter (dit valt buiten de sanering). Er dient te worden vermeld, dat verschillende van de bovenstaande punten gelijktijdig kunnen plaatsvinden en dat de bovenstaande lijst niet per definitie in chronologische volgorde is opgesteld. In het volgende hoofdstuk worden de bovengenoemde maatregelen meer in detail beschreven.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
10
ABACUS CIVIEL
4.
Saneringsmaatregelen
4.1
Inrichten bouwplaats en depotterrein en het treffen van veiligheidsmaatregelen
De aannemer zorgt ervoor dat het terrein wordt ingericht. Dit houdt onder andere in dat de locatie wordt voorzien van hekken, een decontaminatie-unit, een (schaft)keet en een toiletgelegenheid. De verantwoordelijkheid ten aanzien van de veiligheid bij de saneringswerkzaamheden ligt volgens de wet- en regelgeving primair bij de aannemer. Bij werkzaamheden in verontreinigde grond wordt veelal de richtlijn ‘Werken met verontreinigde grond en verontreinigd grondwater’ gehanteerd (CROWpublicatie 400). De beschreven werkzaamheden met betrekking tot minerale olie worden vooralsnog ingedeeld in toxiciteitklasse rood vluchtig. Voor de werkzaamheden in het met asbest verontreinigd puin geldt klasse zwart: niet-vluchtig. Voor de bijbehorende maatregelen (V&G-plan uitvoeringsfase, luchtmetingen, persoonlijke beschermingsmiddelen, decontaminiate-unit, rusttijden, e.d.) wordt kortheidshalve verwezen naar de publicatie.
4.2
Ontgraven en behandelen met asbest verontreinigd puin
Al het visueel zichtbaar asbestverdacht materiaal, dat op het maaiveld aanwezig is, wordt door middel van ‘handpicking’ verzameld in ‘big bags’ en afgevoerd naar een daarvoor erkende stortplaats. Het visueel met asbest verontreinigde puin (> 50% puinhoudend) zal, op aanwijzing van een milieukundig begeleider, worden ontgraven en vervolgens in depot worden gezet. Tijdens het ontgraven wordt uit het met asbest verontreinigde puin met behulp van visuele waarneming en/of mechanische behandeling zoveel mogelijk asbesthoudend materiaal verwijderd en verzameld in ‘big bags’. De omvang van het depot zal naar verwachting 950 m3 bedragen. Na afgraving van de deellocaties zullen de putwanden en –bodem met controle-analyses worden uitgekeurd. Voor zover de putwanden en –bodem asbest bevatten boven de restconcentratienorm wordt een aanvullende ontgravingsronde uitgevoerd en wordt het betreffende deel van de put opnieuw uitgekeurd. Puin afkomstig van de aanvullende ontgravingsronde(n) wordt aan het depot toegevoegd. Het behandelde puin (>50% puin) wordt conform NEN 5897 gekeurd. Indien het materiaal asbestvrij is, dan wordt het hergebruikt als beschreven in paragraaf 4.3.
Indien het gewogen gehalte aan asbest groter is dan de restconcentratienorm/interventiewaarde dan wordt het puin alsnog afgevoerd naar een stortplaats met een vergunning voor de verwerking van asbesthoudend puin of zal een aanvullende ‘handpicking’ plaatsvinden, indien grote stukken asbest visueel te onderscheiden zijn.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
11
ABACUS CIVIEL
4.3
Breken, zeven en deels hergebruiken asbestvrij puin
Het asbestvrije puin (<100 mg/kg) wordt met behulp van een mobiele breekinstallatie op locatie gebroken en gezeefd over 20 mm. Het totale volume van het asbestvrije puin bedraagt ongeveer 7.000 m3. Als gevolg van het zeven kan er een splitsing worden gemaakt tussen grond (<20 mm doorsnede) en menggranulaat (20-40 mm doorsnede). Zowel de grond als het menggranulaat worden in depot gezet en gekeurd. De gezeefde grond en het menggranulaat worden bemonsterd en gekeurd conform AP04 (NEN 5897 en NEN 5707). Indien de grond en het menggranulaat geschikt zijn, dan wordt een deel van de grond en het menggranulaat op locatie hergebruikt (2.000 m3 grond en 2.300 m3 menggranulaat) en een deel wordt afgevoerd naar een hergebruikslocatie (2.700 m3) Indien de gezeefde grond en/of het menggranulaat een gehalte asbest bevat boven de restconcentratienorm/interventiewaarde, dan wordt dit geladen en in afgesloten vrachtwagens afgevoerd naar een erkende grondreiniger voor asbesthoudende grond.
4.4
Actualiseren van de onderzoeksgegevens
Inmiddels zijn met bodemonderzoek: 26862, Gemeenlandsedijk Noord 31 te Abbenbroek (13 juni 2019) de eerdere bodemonderzoeken geactualiseerd. Dit rapport zal tevens ingezet worden om de met olie verontreinigde partij grond aan te kunnen bieden bij een verwerker. Hieronder een samenvatting van het bodemonderzoek.
4.4.1
Bodemonderzoek 2019
Rond 2005 zijn alle activiteiten op het terrein gestaakt. Sindsdien ligt het terrein braak, afgesloten door een toegangshek. De bodemverontreiniging, die is vastgesteld in de bodemonderzoeken die zijn uitgevoerd in de periode van 1994 tot 2010, zouden nog min of meer onveranderd aanwezig moeten zijn. Om dit te bevestigen en om de af te voeren grond te kwalificeren is in 2019 een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd om eerdere bevindingen te controleren en eerder aangetoonde waarden te actualiseren. Op 15 mei 2019 is door Grondslag onderzoek uitgevoerd naar de twee eerder aangetroffen olieverontreinigingen: - Noordelijke olieverontreiniging - Zuidelijke olieverontreiniging. Het onderzoek is uitgevoerd ter actualisatie van de omvang van de twee olieverontreinigingen op het perceel. De onderstaande onderzoeksdoelen zijn geformuleerd: a) De exacte ligging van de vlekken traceren. Dat is gedaan door een landmeter, gevolgd door een boring/monsterpunt in de kern van de vlek. b) Het bepalen van de verticale verspreiding van de verontreiniging in de kern. Dat is gedaan door het dieper doorzetten van de boring in de kern.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
12
ABACUS CIVIEL c) Het bepalen van de horizontale verspreiding van de verontreiniging in de grond. Dat is gedaan door de vlek in te karteren.
4.4.2
Conclusie:
Noordelijke olieverontreiniging Ad a: Ter plaatse van de noordelijke olieverontreiniging is er sprake van een duidelijke kern waarin de interventiewaarde voor minerale olie wordt overschreden. De kern van verontreiniging bevindt zich ter plaatse van de kern uit het voorgaande onderzoek (ingemeten door een landmeter). Ad b: In verticale richting bevindt de verontreiniging zich vanaf het maaiveld tot een diepte van maximaal 1,5 m-mv. De dikte van het pakket matig tot sterk met olie verontreinigde grond bedraagt maximaal 1,5 m. Ad c: Aan de noord-, zuid- en westzijde van de verontreinigingscontour zijn matige verhogingen aan minerale olie aangetoond. In oostelijke richting is geen verhoging aan minerale olie gemeten. Vanuit de kern strekt de olieverontreiniging zich circa 10 m in noordelijke richting, 5 m in oostelijke richting, 10 m in zuidwestelijke richting en 20 m in noordwestelijke richting. De oppervlakte van de verontreiniging wordt geraamd op circa 250 m2. Zuidelijke olieverontreiniging Ad a: Ter plaatse van de zuidelijke olieverontreiniging blijkt de kern waarin de interventiewaarde voor minerale olie wordt overschreden zich ten zuidoosten van de kern uit het voorgaande onderzoek te bevinden (ingemeten door een landmeter). Ter plaatse van de ingemeten verontreinigingskern zijn enkel lichte verhogingen aan minerale olie aangetoond.
Ad b: In verticale richting bevindt de verontreiniging zich vanaf een diepte die varieert van 0,9-1,4 mmv tot een diepte die varieert tussen 2,4 en 3,2 m-mv. Ad c: Aan de noordoost- en noordwestzijde van de vermeende tussenwaardecontour worden lichte verhogingen aan minerale olie vastgesteld. Daarnaast worden in de gedempte sloot matige verhogingen aan minerale olie gemeten. Hieruit wordt afgeleid dat de verontreiniging zich enkel aan de rand van het perceel bevindt. Vanuit de kern strekt de olieverontreiniging zich circa 30 m in westelijke richting en maximaal 3 m in noordelijke richting. De oppervlakte van de verontreiniging wordt geraamd op circa 120 m2.
- Ring 4 - 3216 AS ABBENBROEK KvK Rotterdam: 24409109 - IBAN: NL67 0130 9633 99 - Email : info@abacusciviel.nl
ABACUS CIVIEL
13
ABACUS CIVIEL
4.5
Saneren Noordelijke verontreinigingsspot
De noordelijke olieverontreiniging zal worden ontgraven en afgevoerd naar een erkende verwerker. De putwanden worden uitgekeurd. De ca 200m3 met minerale olie verontreinigde grond die vrijkomt bij de ontgraving van deze spot is bepaald op basis van de resultaten van het milieukundig onderzoek. Aangegeven op de kaart in bijlage 3. De ontgravingsgrenzen worden door de milieukundig begeleider in het veld uitgezet. Zintuiglijk licht verontreinigde grond wordt op locatie in depot gezet en indicatief gekeurd. Afhankelijk van de resultaten wordt het depot afgevoerd als ‘industriegrond’ dan wel afgevoerd naar de reiniger. Van de putbodem en –wanden worden controlemonsters genomen conform BRL SIKB 6001. Deze worden geanalyseerd op minerale olie (GC). De grondmonsters worden voorbehandeld conform AS3000. Eventueel wordt een tweede ontgravingsronde uitgevoerd indien de terugsaneerwaarde wonen niet is gehaald.