43.Rekenkameronderzoek duurzaamheid en energietransitie Nissewaard; rapport
Tekst van het document
1.6. Samenwerking In de opgave om in 2050 energieneutraal te zijn wordt er samengewerkt met verschillende actoren. Zowel de Warmtetransitievisie als de Routekaart zijn samen opgesteld en vastgesteld door de vier gemeenten op Voorne-Putten. De samenwerking wordt na de vaststelling in de uitvoering doorgevoerd. Het project om wijken aardgasvrij-ready te maken is hiervoor illustratief. Iedere Voorne-Puttengemeente heeft een startwijk aangewezen, en Nissewaard heeft twee wijken geselecteerd. In iedere startwijk is er een andere leervraag. De lessen die per wijk worden opgedaan, worden met de gemeenten gedeeld. Zoals hierboven reeds is vermeld, is er tevens sturing vanuit de RES-regio en de MRDH. De MRDH stelt bijvoorbeeld een pallet aan mogelijk te nemen maatregelen voor op het gebied van mobiliteit waaruit Nissewaard kon kiezen. Die keuze is niet vrijblijvend: de MRDH monitort of gemeenten deze maatregelen opnemen in beleid, maar heeft geen sancties geformuleerd bij het ontbreken daarvan.38 De RES biedt het regionale kader met geformuleerde einddoelen en de afspraken die daarin zijn gemaakt zijn door de gemeenten binnen de regio Rotterdam-Den Haag tot stand gekomen. Bij de RES-regio zijn dezelfde 23 gemeenten en provincie aangesloten als bij de MRDH. Ten opzichte van de MRDH zijn er nog vier waterschappen aangesloten bij de RES-regio.
In het volgende hoofdstuk wordt de samenwerking in relatie tot de uitvoering beschreven.
38 Programma Duurzame Mobiliteit. Metropoolregio Rotterdam Den Haag, p. 55.
25
2. Uitvoering Het vorige hoofdstuk bracht in kaart hoe doelen zijn vertaald naar maatregelen en welke uitvoeringsplannen en strategieën daartoe zijn opgesteld. In dit hoofdstuk zoomen we verder in op de werkelijke uitvoering van maatregelen om de gestelde doelen te bereiken. Daarbij kijken we naar de wijze waarop het beleid in de praktijk is gebracht en schetsen we of, en zo ja hoe, plannen van daadwerkelijke uitvoering verschillen. Daarnaast wordt de huidige stand van zaken middels een 'foto' gepresenteerd en worden mogelijke verklaringen beschreven voor het al dan niet halen van de gestelde doelen. Daarmee worden in ieder geval de volgende deelvragen beantwoord: 3. 4.
In hoeverre zijn maatregelen uitgevoerd zoals beoogd en gepland? Wat is de huidige stand van zaken in de energietransitie in Nissewaard? Hoe is dat te begrijpen?
2.1. Uitvoering In de onderstaande sectie wordt in kaart gebracht hoe de externe en interne samenwerking er uit ziet om de context te schetsen van hoe de maatregelen zijn genomen. Vervolgens komen de genomen maatregelen om (op termijn) energieneutraal te worden aan bod, afkomstig uit de Programmaplan en to do list Duurzaamheid Duurzaamheid voor 2021-2022. Samenwerking in de uitvoering Samenwerking in de wijk Op het meest lokale niveau vindt samenwerking plaats met de zogenoemde kansrijke wijken. Een vijftal wijken is aangewezen als kansrijk, wat betekent dat deze wijken in 2030 aardgasvrij-ready moeten (kunnen) zijn. De samenwerking krijgt gestalte door zogenoemde participatietrajecten. Inwoners van deze wijken worden geïnformeerd door de gemeente. Zo is inmiddels in de wijken De Hoek en Akkerscentrum & Vogelenzang-Zuid een tweede brief naar de inwoners verstuurd waarin informatie over het project staat en wat er daarin van de inwoners gevraagd wordt. Andere vormen van participatie tot nu toe zijn bijvoorbeeld een wijkbijeenkomst in oktober 2021 of een huis-aan-huis brochure in februari 2022. Ook zijn er in maart 2022 gesprekken geweest met bewonerswerkgroepen in de twee wijken. Naast het betrekken van inwoners vindt samenwerking plaats met verschillende bedrijven en organisaties.
Samenwerking in de breedte In het licht van de grote opgave van de energietransitie en de vele samenwerkingsverbanden is gemeente Nissewaard in 2020 gestart met het ontwikkelen van een zogenoemde samenwerkingsaanpak Duurzaamheid.39 Dit moet ervoor zorgen dat de samenwerkingsverbanden worden verduidelijkt en gestructureerd en dat de communicatie en samenwerking met de samenwerkingspartners wordt
39 Programmaplan & to-do-list Duurzaamheid 2021-2022.
26
geoptimaliseerd. Het gaat hier om ''interne betrokkenen van de gemeente, (maatschappelijke) partners en (potentiële) initiatiefnemers in Nissewaard.''40 Een van deze samenwerkingen is met initiatiefnemer Voorne-Putten Energie, die zich voornamelijk focust op de opwekking van duurzame energie. Daarnaast is in 2020 de bewustwordingscampagne WIJ.DOEN.GROEN ontwikkeld om het thema duurzaamheid onder de aandacht te brengen onder inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties. Het doel hiervan is niet alleen bewustwording vergroten, maar ook door een verhoogd bewustzijn de algehele transitieopgave te vereenvoudigen. Een andere samenwerkingspartner is de energieleverancier HVC, met wie de ontwikkeling van de windlocatie te Brielse Maasdijk wordt opgepakt. Interne samenwerking gemeente Nissewaard Een optimale en heldere samenwerking vraagt ook wat van de interne samenwerking binnen de gemeente Nissewaard. Die samenwerking is georganiseerd binnen het programma Duurzaamheid. Schematisch weergegeven is de governancestructuur van dit programma als volgt.
Figuur 1 Programmaplan & to-do-list Duurzaamheid 2021-2022, p. 18.
Het bestuurlijk opdrachtgeverschap (BOG) ligt bij de portefeuillehouder Duurzaamheid. Deze is de eerstverantwoordelijke en het boegbeeld naar buiten toe. De portefeuillehouder informeert en doet voorstellen aan de raad en het college. Bij de programmadirecteur ligt het ambtelijke opdrachtgeverschap (AOG). De directeur neemt de besluiten over het programma binnen de gestelde kaders en creëert draagvlak en uitvoeringskracht op directieniveau binnen de organisatie. De programmadirecteur stuurt de programmanager (PM) aan, bij wie het ambtelijk opdrachtnemerschap ligt. Deze persoon zorgt ervoor dat verschillende fases van een programma worden afgerond met een concreet product en stuurt op het proces en de voortgang en het bereiken van de gestelde veranderdoelen. Tot slot zijn er nog Bateneigenaren (BE), het Programmateam en de projectleiders Duurzaamheid. De bateneigenaren zijn de eenheidsmanagers en zijn verantwoordelijk voor het implementeren van de 40 Programmaplan & to-do-list Duurzaamheid 2021-2022, p.9.
27
opbrengsten van het programma in hun eenheid. Het programma is onderverdeeld in drie transitielijnen, te weten energietransitie, klimaatbestendigheid en circulariteit. Het programma raakt veel andere terreinen, zoalsverkeer en vervoer, wonen, leefomgeving. Het Programmateam wordt aangestuurd door de programmamanager en zorgt voor samenwerking met partners en de lijn gericht op te behalen maatschappelijk effect, informatie en samenhang. Daarnaast stuurt de programmamanager de projectleiders inhoudelijk aan. De projectleiders zijn inhoudelijk verantwoordelijk voor een aantal projecten die vallen onder het programma Duurzaamheid . ''Op dit moment zijn er twee projecten, te weten project Ontwikkeling windlocatie Brielse Maasdijk en ontwikkeling Warmteplannen per wijk.''41 Daarnaast is er een besluitvormingsmodel ontworpen om het programma Duurzaamheid van sturing te voorzien. De bestuurlijke opdrachtgever, de ambtelijke opdrachtgever en de programmamanager maken hier onderdeel van uit. Tevens is een structuur voor overleggen en bijeenkomsten opgesteld tussen alle bovengenoemde actoren, om de benodigde afstemming te realiseren. Genomen maatregelen 2020 In 2019 heeft gemeente Nissewaard, door zich achter het Klimaatakkoord te scharen, getekend voor een blijvende inspanning op het gebied van duurzaamheid voor de komende decennia.
Met de deelname aan de Regionale Energiestrategie en de vaststelling van de RES 1.0 heeft dit een verdere concretisering gekregen. Hieronder lichten we verschillende inspanningen toe. Overkoepelend geldt dat met de deelname aan de Regionale Energiestrategie op strategisch-visionair vlak de RES tweejaarlijks geactualiseerd wordt . Dit betekent dat van de deelnemende gemeenten wordt gevraagd blijvend kritisch te zijn op de vastgestelde maatregelen en die ook actief aan te passen en te verbeteren. Windenergie Momenteel is gemeente Nissewaard bezig met de ontwikkeling van de windlocatie bij de Brielse Maasdijk. De huidige fase is die van het uitvoeren van (voor)onderzoeken, het vormgeven van financiële participatie en het opstellen van documenten als de Anterieure Overeenkomst en de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD).42 In 2020 is de voorovereenkomst gesloten met ontwikkelende partij HVC en is bevoegd gezag overgedragen van de provincie naar de gemeente. In 2023 zal de bouw van de windmolens moeten beginnen, zo is de planning. Daarmee zal in 2025 minstens voor 18 Megawatt windenergie gerealiseerd zijn. De locatie voor dit project staat sinds 2017 onherroepelijk vast, blijkt uit de gesprekken in het kader van dit onderzoek. Zonne-energie Zon op dak, water en land De gemeente Nissewaard is bezig met de ontwikkeling van een postcoderoosregeling voor Maaswijk.
Deze regeling, ook wel de Regeling Verlaagd Tarief, stimuleert coöperaties of verenigingen van eigenaren in het realiseren van gemeenschappelijke installaties voor het opwekken van duurzame energie.
41 Programmaplan en to do list Duurzaamheid 2021-2022, p.21. 42 College-advies ‘Start procedure NRD (MER) Brielse Maasdijk.
28
Daarnaast ontwikkelt Nissewaard een dakenstrategie voor zon op grote daken en het overdekken van parkeerterreinen. De focus hierbij ligt op bedrijventerreinen en agrariërs.43 Voor de Berenplaat vindt de ontwikkeling van zonnepanelen op water plaats.44 Dit proces bevindt zich nog in een vroeg stadium. Op dit moment wordt de procesbeschrijving opgesteld en de scenario's van de financiële participatie uitgewerkt. Tot slot wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een zonnepanelenveld in de Markenburgpolder. Op dit moment wordt de positie en rol van de gemeente verder uitgewerkt. Concreet betekent dit dat er in het eerste kwartaal van 2022 een notitie met de diverse rollen voor de gemeente wordt opgesteld. Navraag medio augustus leert dat het voorstel in concept gereed is en met de nieuwe wethouder besproken dient te worden. Daarna zal het voorstel in politieke besluitvorming worden gebracht. Warmte Met de Warmtetransitievisie Voorne-Putten die in 2020 is opgesteld, heeft de gemeente Nissewaard voldaan aan de wettelijke plicht om een Transitievisie Warmte op te stellen. Zoals reeds vermeld in het vorige hoofdstuk is een van de grote projecten op Voorne-Putten de ontwikkeling van aardgasvrije wijken. Vanaf 2020 wordt er gestart met vijf wijken, waarvan de (delen van) wijken AkkersCentrum/Vogelenzang-Zuid en De Hoek gelegen zijn in gemeente Nissewaard.
Hiertoe worden bestuursopdrachten, projectplannen, participatieplannen en warmteplannen opgesteld en vastgesteld, om vervolgens de warmteplannen uit te voeren. De planning is dat eind 2022 (Q4) de wijkwarmteplannen worden vastgesteld, waarna de warmteplannen vanaf 2023 tot 2030 kunnen worden gerealiseerd.45 Gemeente Nissewaard beschikt over energiecoaches die beschikbaar zijn voor de hele gemeente Nissewaard. Deze kunnen ook ingezet worden in de twee startwijken, maar zijn niet vast onderdeel van een wijkwarmteplan. Deze coaches zetten zich in om het bewustzijn en draagvlak onder inwoners te vergroten. Voor na 2030 geldt dat er aan de slag wordt gegaan met het uitwerken van Wijkwarmteplannen in zeven gebieden die reeds als kansrijk zijn geacht. Wat betreft regionale samenwerking voor de warmtetransitie geldt dat deze is geïntegreerd in de samenwerking bij de RES van de vier gemeenten op Voorne-Putten.46 Hierin zijn de verschillende rollen binnen en tussen de gemeenten vastgesteld evenals de rolverdeling tussen gemeenten en andere stakeholders. Tevens vult dit voorstel in hoe de gemeentelijke organisatie de uitvoering kan borgen. Uit de interviews voor dit onderzoek blijkt dat een aantal inspanningen is vertraagd omdat er extra onderzoek nodig is.
De respondenten geven aan dat het niet de verwachting is dat deze vertraging het tijdig bereiken van de gestelde doelen in gevaar brengt. Navraag medio augustus leert dat het hier gaat om bijvoorbeeld het project aardgasvrije wijken dat later van start is gegaan vanwege personele wijzigingen. Inmiddels is deze vertraging zo goed als ingehaald. Daarnaast is de regionale samenwerking warmtetransitie vertraagd in het politieke besluitvormingsproces. Dit is onderdeel geworden van het
43 Oplegnotitie Voorne-Putten en de Concept-RES regio Rotterdam – Den Haag, p.2. 44 Intentieovereenkomst ontwikkeling project ‘’Zon op water Berenplaat’’. 45 Memo Aardgasvrije Wijken t.b.v. gemeenteraad, 24 februari 2021, p. 3
46 Notitie vervolg Samenwerking RES en Warmte Voorne-Putten 2022-2023.
29
vervolg van de 'Samenwerking RES & Warmte Voorne-Putten 2022-2023'.47 Deze is inmiddels geaccordeerd en wordt in uitvoering gebracht.
2.2. Resultaten Het centrale doel van de gemeente Nissewaard is om in 2050 volledig energieneutraal te zijn. Om te bezien waar de gemeente nu staat ten opzichte van dat doel gaan we op basis van gegevens uit de Klimaatmonitor van de Rijksoverheid na 1) hoe hoog het energieverbruik in Nissewaard is, 2) hoe hoog de CO2-uitstoot is en 3) hoeveel duurzame energie wordt opgewekt in de gemeente. Dit sluit aan bij de drie elementen die de gemeente Nissewaard onderscheid om de doelstelling van energieneutraal in 2050 uit te werken. We bezien eveneens hoe de stand van zaken in Nissewaard zich verhoudt tot het Nederlands gemiddelde daar waar mogelijk. De gemeente Nissewaard stelt zelf ook Effectmetingsrapportages op, deels gebaseerd op gegevens uit de Klimaatmonitor en deels op basis van eigen metingen. De meest recente versie van deze rapportage betreft de Effectmetingsrapportage 2020.48 Na het presenteren van de stand van zaken op basis van de Klimaatmonitor zullen we die bevindingen dan ook steeds spiegelen aan hetgeen in de Effectmetingsrapportage wordt vermeld. Energieverbruik; een dalende lijn De gegevens in de Klimaatmonitor laten zien dat het energieverbruik in Nissewaard een (licht) dalende lijn laat zien in de periode 2010 tot en met 2019. Was het totaal bekende energieverbruik in de gemeente in 2010 nog 4.839 TJ, in 2019 is dat gedaald tot 4.276 TJ.
In 2018 deed zich wat bijzonders voor en liep het energieverbruik substantieel terug tot 3.887 TJ. Een uitsplitsing naar sectoren laat zien dat dit samenhangt met een tijdelijke terugval in energieverbruik in de sector 'Industrie, Energie, Afval en Water' (zie figuur 2 hieronder). De meeste energie wordt in Nissewaard verbruikt in de sector 'gebouwde omgeving'. Het gaat dan om woningen en om verbruik door organisaties voor commerciële en publieke dienstverlening. Op redelijke afstand van de sector 'gebouwde omgeving' komt de sector 'verkeer en vervoer', wat onder meer al het wegverkeer en de scheepvaart en visserij omvat. De gegevens die in de Effectmetingsrapportage 2020 worden gepresenteerd over het energieverbruik in Nissewaard laten een vergelijkbaar beeld zien. Ook daarin komt de terugval in energieverbruik in de sector 'Industrie, Energie, Afval en Water' in 2018 naar voren. Aangegeven wordt dat dit afgenomen energieverbruik geen herleidbare oorzaak kent.49
47 Notitie vervolg samenwerking RES en warmte Voorne-Putten 2022-2023 48 De nieuwste to do list Duurzaamheid en Effectmetingsrapportage zijn in conceptvorm en hebben wij ondanks verzoek niet ontvangen. 49 Effectmetingsrapportage Duurzaamheid 2020 (overzicht), p. 3.
30
Figuur 2 Energieverbruik Nissewaard (TJ) uitgesplitst naar sectoren, Klimaatmonitor
De gemiddelde omvang van het energieverbruik voor Nederlandse gemeenten is onbekend. Wel zijn er cijfers beschikbaar over het gemiddelde energieverbruik per sector. In de sector waar het energieverbruik van gemeente Nissewaard het grootst is, 'gebouwde omgeving', verbruikt de gemiddelde inwoner van Nissewaard in 2020 28,04 GJ ten opzichte van het landelijk gemiddelde van 36,52 GJ. Dit betekent dat in Nissewaard relatief weinig energie wordt verbruikt. Ook voor 'verkeer en vervoer' (13, 05 GJ ten opzichte van 33,53 GJ) en 'landbouw, bosbouw en visserij' (0,10 GJ ten opzichte van 8,79 GJ) doet gemeente Nissewaard het aanzienlijk beter dan de landelijke gemiddelden. Vanwege het feit dat de cijfers in de Klimaatmonitor voor gemeente Nissewaard voor de sector 'industrie en energie' ontbreken, is niet bekend hoe de gemeente zich tot het landelijk gemiddelde verhoudt voor deze sector (zie tabel 1 op pagina 34). CO2-uitstoot; lichte daling In lijn met het licht dalende energieverbruik in Nissewaard volgt uit de gegevens in de Klimaatmonitor dat de CO2-uitstoot in Nissewaard eveneens licht daalt in de periode 2010 tot en met 2019. Was de totaal bekende CO2-uitstoot in de gemeente in 2010 nog 363.400 ton, in 2019 is dat gedaald tot 313.400 ton. Wederom is hier in 2018 een kortdurende extra daling te zien (tot 287.000 ton).
Een uitsplitsing naar sectoren laat zien dat dit samenhangt met een tijdelijke terugval van de CO2-uitstoot in de sector 'Industrie, Energie, Afval en Water' (zie figuur 3 hieronder). Veruit wordt de meeste CO2 in Nissewaard uitgestoten in de sector 'gebouwde omgeving'. Het gaat dan om woningen en om verbruik door organisaties voor commerciële en publieke dienstverlening. De sectoren 'verkeer en vervoer' en 'industrie, energie, afval en water' zitten daar beiden ver onder. In de sector 'landbouw, bosbouw en visserij' vindt er geen CO2-uitstoot plaats. De gegevens die in de Effectmetingsrapportage 2020 worden gepresenteerd over de CO2-uitstoot in Nissewaard laten een vergelijkbaar beeld zien. Ook daarin komt de terugval in CO2-uitstoot in de sector
31
'Industrie, Energie, Afval en Water' in 2018 naar voren. Hierbij wordt wederom aangegeven dat deze afgenomen CO2-uitstoot geen herleidbare oorzaak kent.50
Figuur 3 CO2-uitstoot Nissewaard, uitgesplitst naar sectoren, Klimaatmonitor
Ook voor CO2-uitstoot geldt dat de gemiddelde omvang hiervan voor Nederlandse gemeenten onbekend is. De cijfers over de gemiddelde CO2-uitstoot per sector zijn wel bekend. In de sector waar de CO2uitstoot van gemeente Nissewaard het hoogst is, 'gebouwde omgeving', stoot de gemiddelde inwoner van Nissewaard in 2020 1,78 ton uit, ten opzichte van het landelijk gemiddelde van 2,30 ton per inwoner. Ook voor 'verkeer en vervoer' (0,88 ton ten opzichte van 2,27 ton) en 'landbouw, bosbouw en visserij' (0,01 ton ten opzichte van 0,53 ton) doet gemeente Nissewaard het aanzienlijk beter dan de landelijke gemiddelden. Voor 'industrie en energie' is het niet bekend hoe de gemeente zich tot het landelijk gemiddelde verhoudt (zie tabel 1 op pagina 34).
Opwekking duurzame energie; algehele stijging De gegevens in de Klimaatmonitor laten zien dat de hoeveelheid bekende hernieuwbare energie die is opgewekt een wisselend verloop kent. Waar er in de periode 2011 tot en met 2016 sprake was van een daling van 90 TJ naar 69 TJ, is vanaf 2016 tot en met 2019 een stijging waar te nemen van 69 TJ naar 129 TJ. Een uitsplitsing naar soorten duurzame energie laat zien dat dit 'hernieuwbare warmte' tot 2015 een dalende lijn liet zien en sindsdien is gestabiliseerd. Tegelijkertijd laat 'biobrandstof vervoer' een stijging sinds 2016 zien. In 2019 werd daar de meeste hernieuwbare energie opgewekt. Het aantal 'hernieuwbare elektriciteit' is gedurende de hele periode aan het toenemen, met een toenemende stijging de afgelopen twee jaar (zie figuur 3 hieronder).
50 Effectmetingsrapportage Duurzaamheid 2020 (overzicht), p. 3.
32
De gegevens die in de Effectmetingsrapportage 2020 worden gepresenteerd over de opwekking van duurzame energie in Nissewaard laten een vergelijkbaar beeld zien. Ook daarin komt de stabilisatie van 'hernieuwbare warmte' naar voren, weliswaar pas vanaf 2016. Daarnaast de sector 'Industrie, Energie, Afval en Water' in 2018 naar voren. Hierbij wordt aangemerkt dat voor alle sectoren de gegevens niet goed weergeven wat het effect is van de gevoerde inspanningen vanuit het programma Duurzaamheid.51 Dit komt omdat veel vormen van hernieuwbare energie niet gemeten worden, omdat deze 'achter de meter' plaatsvinden.
Figuur 4 Bekende hernieuwbare energie Nissewaard, uitgesplitst naar soorten, Klimaatmonitor
In vergelijking met het nationaal gemiddelde scoort het aandeel bekende hernieuwbare energie van gemeente Nissewaard lager. Ook uitgesplitst naar de drie verschillende onderdelen is te zien dat in 2020 in Nissewaard 711 MJ 'hernieuwbare elektriciteit' is opgewekt per inwoner, ten opzichte van 5.615 MJ per Nederlandse inwoner. Ook voor 'hernieuwbare warmte' is een dergelijk verschil waar te nemen: 402 MJ per Nissewaarde inwoner is opgewekt in 2019, ten opzichte van 3.856 MJ gemiddeld per Nederlander. Voor 'energie voor vervoer' geldt eveneens dat gemeente Nissewaard substantieel lager scoort dan het landelijk gemiddelde: 658 MJ per inwoner ten opzichte van 1.691 MJ (zie tabel 1 op pagina 34). De gemeente Nissewaard scoort wisselend; data bieden geen sturingsinformatie Zoals hierboven in kaart is gebracht, verbruikt gemeente Nissewaard minder energie dan gemiddeld genomen in 2020. Daarnaast stoot zij in 2019 minder CO2 uit ten opzichte van het nationaal gemiddelde. De eigen metingen van de gemeente tot en met 2018 geven een gelijk beeld weer. Met betrekking tot het opwekken van duurzame energie geldt dat gemeente Nissewaard tot op heden ruim achterblijft ten opzichte van het nationaal gemiddelde.
51 Effectmetingsrapportage Duurzaamheid 2020 (overzicht), p. 3.
33
Uit de Effectmetingsrapportage 2020 blijkt dat de gemeente weliswaar deels zelf metingen heeft uitgevoerd in de afgelopen jaren, maar dat zij de eigen inspanningen op het terrein van de energietransitie niet kan relateren aan het daadwerkelijke energieverbruik, CO2-uitstoot of aandeel hernieuwbare energie. Met andere woorden: de gemeente kan niet vaststellen wat de inspanningen exact opleveren. De gemeente wijt dit in haar eigen Effectmetingsrapportage 2020 aan het feit dat zij deels eigen metingen heeft verricht en deels gebruik heeft moeten maken van data uit de Klimaatmonitor. Tegelijkertijd is het de vraag of ook enkel bij gebruik van eigen metingen of enkel het gebruik van Klimaatmonitordata de relatie met de inspanningen van de gemeente wel gelegd kan worden. Ook bij de eigen gegevens legt de gemeente de link immers niet. Tot slot, de effectmetingsrapportage geeft geen inzicht in hoe de jaarlijkse inspanningen zich verhouden tot het einddoel van gemeente Nissewaard om in 2050 energieneutraal te zijn.
Ook ontbreekt de koppeling aan het tussendoel om in 2030 27% van de energie die in één kalenderjaar wordt verbruikt binnen de gemeente Nissewaard, CO2-neutraal en in eigen beheer op te wekken binnen VoornePutten.52 Op basis van de beschikbare data uit bijvoorbeeld de Klimaatmonitor, maar ook in het licht van de door de gemeente zelf gepresenteerde gegevens in de Effectmetingrapportage 2020 is op te maken dat de gemeente nog een lange weg te gaan heeft. Tegelijkertijd is ook bekend dat de voortgang in het bereiken van dit type energiedoelen schoksgewijs of getrapt gaat. Of de ontwikkelingen die in Nissewaard in de pijplijn zitten afdoende zijn is echter op basis van de beschikbare gegevens niet te beoordelen.
Thema
Nissewaard
Nationaal gemiddelde
1. Percentage bekende hernieuwbare energie (2019)
3,0%
8,6%
Elektriciteit (2020)
711
5.615
Warmte
402
3.856
Energie voor vervoer
658
1.691
2. Totaal bekende CO2-uitstoot (ton) (2019)
313.400
Onbekend
CO2-uitstoot per sector, in ton per inwoner (2020)
1,78
2,30
Hernieuwbare energie per thema, in MJ per inwoner (2019)
52 Programmaplan en to do list 2021-2022, p. 5
34
Gebouwde Omgeving
0,88
2,27
Verkeer en vervoer (2019)
Onbekend
1,83
Industrie en energie
0,01
0,53
4.276
Onbekend
Gebouwde Omgeving
28,04
36,52
Verkeer en vervoer (2019)
13,05
33,53
Industrie en energie
Onbekend
29,26
Landbouw, bosbouw en visserij
0,10
8,79
Landbouw, bosbouw en visserij
3. Totaal bekend energieverbruik (TJ) (2019) Energieverbruik per sector, in GJ per inwoner (2020)
Tabel 1 'Foto' huidige stand van zaken op basis van Klimaatmonitor
2.3. Aandachtspunten in relatie tot het bereiken van de doelstelling 2050 In deze sectie brengen we verschillende aandachtspunten voor het voetlicht in relatie tot het doel van de gemeente om in 2050 energieneutraal te zijn. De verklaringen hebben betrekking op 'harde' factoren als monitoring, ambtelijke capaciteit en financiën, maar betreffen ook meer de 'zachte' kant van duurzaamheid, zoals bewustwording over het thema duurzaamheid. De verklaringen zijn gebaseerd op een analyse van de aangeleverde documentatie en de gevoerde gesprekken. Ingecalculeerde risico's In het Programmaplan worden verschillende risico's naar voren gebracht die het einddoel van de gemeente om in 2050 energieneutraal te zijn kunnen verhinderen. Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat het risico bestaat dat er onvoldoende bekendheid is van programmasturing in de organisatie en dat er spanning kan zijn tussen programmasturing en lijnsturing. Ook uit de gevoerde gesprekken blijkt dat dit een van de knelpunten is in de uitvoering van het programma Duurzaamheid. Met de geformuleerde risico's worden tegelijkertijd beheersmaatregelen opgesteld. Voor bovenstaand risico is hiertoe bijvoorbeeld opgesteld dat in de governancestructuur het lijnmanagement een rol heeft gekregen als bateneigenaar en dat er afspraken gemaakt worden over capaciteit, borging en implementatie in de lijn.
Daarnaast heeft er in 2021 een bijeenkomst plaats gevonden over de samenwerking tussen lijn en programma en de diverse rollen, zodat hier helderheid over is. Navraag medio augustus leert dat dit jaar vervolgbijeenkomsten zijn gepland om de samenwerking verder te optimaliseren.
35
De geformuleerde risico's zijn allemaal in bepaalde mate een consequentie van het feit dat de duurzaamheidsopgave dermate omvangrijk en complex is. Zo gaat het over beperkte financiële middelen, beperkte specifieke benodigde kennis, beperkte duidelijkheid over de organisatiestructuur en afhankelijkheid van andere (lokaal overstijgende) actoren. Beperkte ambtelijke capaciteit en financiën leveren risico's op voor halen doelstellingen Uit verschillende gesprekken blijkt dat het belangrijkste punt van aandacht de ambtelijke capaciteit van de gemeente is. Voor het behalen van de doelstellingen voor de komende 30 jaar zijn genoeg mensen nodig met relevante expertise. In meer gemeenten speelt dit probleem en het bijbehorende gevolg is een duurdere energietransitie doordat meer geïnvesteerd dient te worden in het werven van ambtelijke capaciteit. Tegelijkertijd, de situatie op de arbeidsmarkt moet de ambtelijke organisatie er niet van weerhouden om zelf ook actief te blijven zoeken naar gekwalificeerd personeel. Uit de gesprekken voor dit onderzoek blijkt daarnaast dat de te leveren inspanningen voor het behalen van de duurzaamheidsdoelen een structurele financiering vragen. Zo is bijvoorbeeld de Routekaart Verduurzaming gemeentelijk vastgoed doorgerekend, waarin een jaarlijks budget is uitgekomen dat de gemeente nog niet in haar begroting heeft opgenomen.
Het lukt om incidenteel geld beschikbaar te krijgen, maar het toekennen van structurele budgetten gaat tot op heden moeizaam. Externe partijen, zoals initiatiefnemer Voorne-Putten Energie, hebben hier eveneens mee te maken. Externe partners ontvangen voornamelijk incidenteel subsidie van de gemeente Nissewaard, maar juist bij lange termijn projecten is het niet structureel, of in ieder geval niet meerjarig ontvangen van subsidies problematisch. Initiatiefnemers worden daardoor niet in staat gesteld om zich gedurende de gehele doorloop van een project te committeren - tenzij zij meermaals incidentele subsidie ontvangen. Bewustwording duurzaamheid Uit de gevoerde interviews voor dit onderzoek blijkt dat het bewustzijn van de relevantie van duurzaamheid en de energietransitie onder zowel medewerkers als op hoger directieniveau een punt van aandacht is. Voornamelijk een hoger bewustzijn op directieniveau kan veel positieve impact op de transitie leveren, omdat zij de meeste invloed hebben, zo is de verwachting van gesprekspartners.
36
3. Rol van de raad Dit hoofdstuk richt zich op de rol van de gemeenteraad in de energietransitie. Allereerst zal er worden ingegaan op de verschillende methoden van informatievoorzieningen aan de gemeenteraad. Daarna zal er worden ingegaan op de sturingsmogelijkheden die de gemeenteraad heeft en hoe hij deze gebruikt om sturing te geven aan de energietransitie. Dit hoofdstuk behandelt de volgende deelvragen:
5. 6.
Hoe wordt de gemeenteraad geïnformeerd over (ontwikkelingen in) de energietransitie? Hoe geeft de gemeenteraad – in interactie met anderen (zoals het college, gemeenteraden van andere gemeenten etc.) – sturing aan de energietransitie?
3.1. Informatievoorziening In dit deel zal er worden ingegaan op de informatiepositie van de raad. Er wordt een overzicht gegeven van de manieren waarop de raad wordt geïnformeerd over al het duurzaamheidsbeleid en beleid omtrent de energietransitie. Afspraken over informatievoorziening Gemeenteraad en college hebben afgesproken dat de raad tweemaal per jaar door middel van themabijeenkomsten wordt bijgepraat over het programma Duurzaamheid. Tijdens deze bijeenkomsten worden raadsleden geïnformeerd over de voortgang van de opgave Duurzaamheid en worden zij gevraagd input te leveren. Daarnaast worden er jaarlijks inhoudelijke doelen opgesteld die eveneens jaarlijks worden geëvalueerd met de raad. P&C-cyclus Een gemeente is volgens de wet gehouden aan het opstellen van een jaarrekening/jaarverslag en een begroting. De gemeente Nissewaard heeft in haar jaarverslag aandacht voor de energietransitie en duurzaamheid. Hier wordt een overzicht gegeven van de lopende projecten, begrotingsafwijkingen en algemene kosten van het thema. Daarnaast publiceert de gemeente een perspectief nota, waar de doelen voor het opvolgende jaar worden benoemd. Dit document maakt geen onderdeel uit van de wettelijk verplichte cyclus. De financiële onderbouwing volgt in de begroting. Deze documenten zijn allemaal onderdeel van de informatievoorziening aan de gemeenteraad.
Raadsmemo's Het college informeert de gemeenteraad op regelmatige basis (meerdere keren per jaar) door middel van memo's over specifieke onderwerpen. In 2021 zijn onder andere de procedure rondom Windpark Brielse Maasdijk, elektrische laadinfrastructuur, aardgasvrije wijken en over de intentieverklaring 'Zon op Berenplaat' met de raad gedeeld. De raadsmemo's zijn informatief van aard en nemen de raad mee in genomen besluiten.
37
Verder is er in maart 2021 een memo naar de raad gestuurd waarin het doelbereik van het programma Duurzaamheid is opgenomen. Tevens is een to do list voor 2021 en 2022 opgenomen in dit memo.
Informatiebijeenkomsten Zowel lokaal als regionaal worden er informatiebijeenkomsten en webinars georganiseerd over de energietransitie en de Regionale Energiestrategie. Het was voor raadsleden in deze bijeenkomsten mogelijk om vragen te stellen over de onderwerpen die behandeld werden. De raadsleden zijn over het algemeen tevreden met de informatie die via deze informatiebijeenkomsten tot hen komt. Uit de interviews blijken twee concrete punten: • •
De informatie die op regionale webinars wordt gedeeld kan niet rechtstreeks vertaald worden naar lokaal beleid. De warmtevisie werd genoemd als voorbeeld van regionaal beleid, dat nog niet lokaal ingebed was. De bijeenkomst is daardoor lastig te plaatsen voor de raadsleden. De informatie wordt door enkele geïnterviewden gezien als eenzijdig. Er wordt onvoldoende aandacht gegeven aan alternatieve beleidskeuzes.
Verder heeft een fractie in de gemeenteraad van Nissewaard het initiatief genomen om zelf een themabijeenkomst omtrent de energietransitie te organiseren. Uiteindelijk is deze bijeenkomst gecombineerd met een andere themabijeenkomst duurzaamheid, waar de gewenste sprekers van de originele aanvragende fractie zijn uitgenodigd. Raadsvragen De gemeenteraad heeft uiteraard de mogelijkheid om zelf om informatie te vragen door middel van schriftelijke raadsvragen. Hier is in de afgelopen jaren vooral gebruik van gemaakt om informatie te krijgen over de voortgang van projecten zoals 'Zon op Berenplaat' en Windpark de Brielse Maasdijk. Overzicht in de documenten De informatie die de raad ontvangt is complex van aard en is voor raadsleden soms lastig te begrijpen. Daarnaast ontbreekt er overzicht van de verschillende beleidsdocumenten en lopende projecten aangezien duurzaamheid raakt aan verschillende beleidsterreinen. Specifiek worden lokale initiatieven in de interviews voor dit onderzoek genoemd. Raadsleden weten niet welke initiatieven er spelen, en kunnen inwoners daarom hiervan niet op de hoogte houden. Raadsleden geven aan dat zij groot belang hechten aan begrijpelijke informatie, zeker omdat de energietransitie complex is. Het is nu niet altijd duidelijk waar de gemeente wel of niet over gaat. Dit kan in de toekomst scheve gezichten bij inwoners veroorzaken, zo geven zij aan.
38
3.2. Sturing Hieronder wordt ingegaan op de manier waarop de gemeenteraad sturing geeft in het dossier energietransitie. De voornaamste manier waarop hij dat doet is via moties en amendementen op voorstellen. Moties en amendementen Raadsleden geven in interviews aan dat er vooral gestuurd wordt aan de hand van moties en amendementen. De afgelopen jaren zijn er tientallen moties ingediend, door zowel coalitie als oppositiepartijen. Deze motie gingen onder andere over de RES (meer dan 30 moties), over besparing of over duurzaamheidsleningen. Tijdens het RES-proces is er een Wensen en Bedenkingen procedure uitgevoerd, waarbij de raad door middel van moties hun wensen en bedenkingen voor de ontwikkeling van de RES 1.0 kon meegeven. Er zijn toen 25 wensen en bedenkingen, en dus 25 moties, geformuleerd. In de interviews geven raadsleden aan dat moties een gevolg kunnen zijn van een proces waar de raad onvoldoende bij betrokken is geweest, het laatste middel van een raadslid is dan een motie of amendement. Er worden door partijen overwegend moties ingediend, amendementen komen zelden voor op het onderwerp energietransitie. Een overzicht van de moties is te vinden in bijlage 2.
Sturen op het juiste moment is soms lastig Uit de afgenomen interviews voor dit onderzoek blijkt dat het voor raadsleden lastig is om het juiste moment te kiezen om te sturen op het dossier energietransitie en de individuele onderwerpen waaruit dat bestaat. De gemeenteraad heeft meerdere malen, bijvoorbeeld als het gaat over windmolens, gevraagd om concrete momenten in de tijd waarop de raad aan zet is en wijzingen kan aanbrengen in besluiten. De grootte van projecten, en de benodigde specialistische kennis, maakt het lastig om als raad de gevolgen van raadsbeslissingen in te schatten. De Regionale Energiestrategie en sturing door de raad In de interviews wordt meermaals aangegeven dat het moeilijk is voor de raad om te sturen op de regionale energiestrategie. Door het regionale karakter, en omdat de kaders van bovenaf zijn opgelegd, is het heel lastig om als raadslid invloed uit te oefenen. Enkele raadsleden hebben het gevoel 'op een rijdende trein te zitten' wat betreft de RES. Doordat niet duidelijk was, wat de consequenties zouden zijn van een tegenstem bij de behandeling van de RES, is de raad niet in de juiste positie gebracht, vindt een deel van de raadsleden.
Daarnaast proberen college en ambtelijke organisatie de energietransitie integraal te beschouwen terwijl het voor een raad veel lastiger is om grote dossiers in zijn volle breedte te beschouwen. Het wijzigen van een voorstel op onderdeel a, kan grote gevolgen hebben voor de plannen op onderdeel b. De energietransitie is voor een groot deel belegd in regionale of bovenlokale gremia. Deze gremia hanteren verschillende vergader- en besluitcycli, die niet altijd helder zijn voor de raad. Dit maakt het lastiger voor raadsleden om grip te krijgen op de besluit- en planvorming, zo geven zij aan.
39
4. Kansen en verbeterpunten In dit laatste hoofdstuk van dit onderzoek brengen we de informatie en geschetste context uit de voorgaande hoofdstukken bijeen en formuleren we kansen en verbeterpunten voor de gemeente Nissewaard in de energietransitie. Dit hoofdstuk geeft daarmee antwoord op de volgende deelvragen: 7. 8.
Wat zijn mogelijkheden voor verbetering voor het realiseren van ambities in de energietransitie? Wat zijn kansen voor de gemeenteraad in het vormgeven van zijn rol in de energietransitie?
Uit openbare bronnen (Klimaatmonitor) blijkt dat voor de gemeente Nissewaard het tussendoel om in 2030 27% van het totale jaarlijkse energieverbruik CO2-neutraal en in eigen beheer op te wekken nog niet in zicht is. In 2019 was immers 3% van het energieverbruik afkomstig uit hernieuwbare energiebronnen. Dit percentage ligt ook lager dan het landelijk gemiddelde. Zoals eerder beschreven staat de gemeente Nissewaard niets in de weg om van start te gaan nu de visiefase grotendeels is afgerond. De hoop, zoals ook is uitgesproken in de interviews, is dat er de komende jaren sprake zal zijn van een exponentiële groei in het aantal opgewekte duurzame energie en het verlagen van het energieverbruik en de CO2-uitstoot om op die manier tijdig en afdoende het tussen- en einddoel te bereiken. In dit kader zien we een aantal kansen en verbeterpunten.
4.1. Kansen Bewustwording Uit de interviews voor dit onderzoek blijkt dat de afgelopen periode primair gefocust is op de omgeving (e.g., participatietrajecten, meekrijgen externe partijen zoals woningcorporaties). Maar ook binnen de interne organisatie speelt 'bewustzijn' van het belang van duurzaamheid een belangrijke rol in de energietransitie. Momenteel wordt er dan ook aandacht besteed aan het meekrijgen van de volledige ambtelijke organisatie. Daarbij kan worden opgemerkt dat, ten opzichte van vijf jaar geleden, er al een toename aan bewustzijn waar te nemen is, zo volgt uit de interviews. Een factor hierin is voornamelijk dat de intrinsieke motivatie is toegenomen bij de individuele werknemers. Op verschillende afdelingen zijn sessies georganiseerd om bewustwording te creëren. Het verhoogde bewustzijn heeft geleid tot verbeterde samenwerking met de diverse organisatieonderdelen en binnen het programmateam Duurzaamheid. De geïnterviewden geven aan dat in het programma Duurzaamheid van gemeente Nissewaard een hoge mate van positiviteit heerst en er veel energie is. Inmiddels zijn er veel plannen gemaakt en concrete doelen opgesteld en is de bijbehorende projectorganisatie opgesteld (bijvoorbeeld het Programmaplan en to do list Duurzaamheid en de effectmetingsrapportages).
Met een verhoogd bewustzijn, veel energie en een programmaorganisatie die staat, heeft de gemeente in de basis de benodigde voorbereidingen getroffen om daadwerkelijk meters te gaan maken. Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat geïnterviewden aangeven dat op hoger (directie)niveau de neuzen nog niet allemaal dezelfde kant op staan. Dit heeft voornamelijk te maken met verschillende
40
mate van bewustzijn van het belang van de energietransitie. Juist op hoger (directie)niveau is het van belang dat het bewustzijn groeit. In de interviews wordt de verwachting uitgesproken dat wanneer dit niet gebeurt, de kans bestaat dat het programma alsnog te weinig van de grond komt. Het is van belang dat de ambtelijke organisatie over de volledige breedte van de organisatie investeert in het meekrijgen van haar medewerkers - ook op hoger niveau. Afspraken over informatievoorziening Het college stelt jaarlijks inhoudelijke doelen op, welke eveneens jaarlijks worden geëvalueerd met de raad. Daarnaast wordt de raad frequent geïnformeerd door middel van memo's. Het delen van dergelijke informatie gebeurt de ene keer uit eigen initiatief van het college, en de andere keer op verzoek van de raad. Raadsleden ervaren op een rijdende trein te zitten. Het wordt door hen lastig gevonden om te overzien hoe beleidswijziging op onderdeel a, plannen op onderdeel b beïnvloedt en daarmee welke informatie belangrijk is om naar te vragen. Het benoemen van de bredere impact van het voorliggende besluit, samen met het vooraf aangeven waar zogenoemde sleutelmomenten liggen om keuzes te kunnen maken, kan de gemeenteraad helpen gericht te kunnen sturen. Daarnaast is de informatiepositie van de gemeenteraad te verbeteren door in de aan te leveren informatie meer gebruik te maken van alternatieven.
Op die manier krijgt de gemeenteraad een beter overzicht van de bandbreedte aan opties die gemaakt kan worden voor bepaalde inspanningen binnen de energietransitie. Lokale politiek De thema's duurzaamheid en de energietransitie liggen onder een vergrootglas. Het veranderende politieke klimaat kan ervoor zorgen dat de gewenste inspanningen bijvoorbeeld moeten worden geïntensiveerd ten opzichte van de periode daarvoor. Met het toetreden van een nieuw college en een nieuwe raad zullen er mogelijkheden liggen om hen goed mee te nemen in de transitie.
4.2. Verbeterpunten Meso-strategie De gemeente Nissewaard is vanaf 2015 begonnen met het op stellen van een macrostrategie. Daarmee zijn de kaders waarbinnen de energietransitie moet afspelen helder: In 2050 is de gemeente Nissewaard energieneutraal en is alle energie die wordt gebruikt lokaal en op duurzame wijze opgewekt. Sinds 2020 is er door middel van het opstellen van het Programmaplan en to do list Duurzaamheid en effectmetingsrapportages ook invulling gegeven aan het vertalen van deze visie naar microniveau. Op dit moment zijn er veel inspanningen verricht die niet als zodanig direct zichtbare impact in de praktijk hebben - de planvormingsfase van projecten, i.e. het uitschrijven van bestuursopdrachten, het opstellen van projectplannen en participatieplannen, et cetera. Wanneer de gemeente deze voorbereidingsfase eenmaal heeft gehad, kan ze beginnen met inspanningen die zichtbare impact tonen om zo ook het aantal opgewekte duurzame energie te verhogen en richting het landelijk gemiddelde te komen.
41
Wat ontbreekt is de formulering van een zogenoemde meso-strategie: de manier waarop de einddoelen en de jaarlijkse inspanningen aan elkaar worden verbonden. Wel heeft de gemeente een strategisch tussendoel voor 2030 opgesteld en werkt zij tot 2030 alleen met bewezen technieken. Desondanks blijft de vraag staan of de jaarlijkse inspanningen gezamenlijk afdoende zullen zijn om het gestelde tussen- en einddoel te bereiken. Monitoring Voor het opstellen van een goede monitoringsstrategie heeft de gemeente vorig jaar een externe partij ingeschakeld. Het doel was om van deze partij genoeg te leren om uiteindelijk de monitoring als gemeente volledig zelf te kunnen oppakken. Momenteel geldt dat de monitoringscriteria vereisen dat de benodigde data voor de monitoring minimaal 1 maal per jaar met relatief beperkte inspanning te verkrijgen zijn, én van voldoende kwaliteit zijn voor herhaalmetingen. Kijkend naar de toepassing van deze criteria geldt dat er voor energieverbruik en CO2-uitstoot in één sector een grote mindering is waargenomen, in de periode 2017 tot 2018. Hierbij wordt vermeld dat de gegevens van die periode zijn aangevuld met openbare data, omdat er toen geen meting is gedaan.
De gemeente merkt daarbij aan dat er niet is te herleiden in welke mate deze vermindering een resultaat is van de geleverde inspanningen.53 Ook voor de duurzame opwekking van energie geldt dat voor de waargenomen toegenomen opwekking van duurzame energie niet kan worden vastgesteld of dit een gevolg is van de geleverde inspanningen. De mogelijkheid bestaat dat deze ontbrekende metingen en data een gevolg zijn van de gestelde monitoringscriteria. Uit de interviews voor dit onderzoek blijkt dat wanneer de data tot in detail moeten worden uitgeplozen en niet geaggregeerd beschikbaar zijn, deze als niet toegankelijk worden gedefinieerd en niet gebruikt worden. Het gevolg is dat de gemeente constateert dat er geen verklaring kan worden gevonden voor de geconstateerde stijgingen of dalingen. Voor gemeente Nissewaard is het van belang extra te investeren in het verzamelen van data, zodat data jaarlijks door de gemeente zelf vergaard blijft worden. De mogelijkheid bestaat ook om - indien dat qua tijd en capaciteit te veel vraagt van de organisatie - tweejaarlijks te monitoren. Het is hoe dan ook verstandig om in het weergeven van de voortgang niet verschillende databronnen door elkaar te gebruiken. Wel kan ervoor worden gekozen om de twee databronnen (Klimaatmonitor en eigen verzamelde data) naast elkaar te gebruiken.
Ambtelijke capaciteit Het programmateam Duurzaamheid geeft aan een tekort te hebben aan ambtelijke capaciteit voor de uitvoering van de energietransitie. Dit is een probleem dat niet uniek is voor dit beleidsthema, noch voor gemeenten in het algemeen. Juist in de fase waarin de gemeente zich nu bevindt - van planvorming naar uitvoering - is het cruciaal dat zij beschikt over voldoende medewerkers om de voorgenomen maatregelen uit het Programmaplan en to do list Duurzaamheid uit te voeren. Drie jaar geleden was er slechts 0,5 fte werkzaam op het thema Duurzaamheid. Op dit moment wordt er 7,72 fte ingezet voor de energietransitie in Nissewaard. Hiervan is 4 fte tijdelijk.
53 Effectmetingsrapportage Duurzaamheid 2020, p.5.
42
Structurele financiering De gemeente Nissewaard werkt samen met verschillende externe partners en initiatiefnemers. Uit de interviews blijkt dat een van de knelpunten die zij ervaren te maken heeft met subsidiëring. Zij laten weten voldoende incidentele subsidies te ontvangen, maar dat structurele financiering uitblijft. Juist nu de gemeente meer in de uitvoeringsfase komt, kent de gemeente steeds meer meerjarenprojecten. Projecten van dien aard kenmerken zich vaak door structurele financieringsbehoeften bij deelnemende partijen, zoals externe partners en initiatiefnemers. Dit geldt bijvoorbeeld ook bij subsidies voor energiecoaches. Deze ontvangen voor een half jaar tot een jaar subsidie. Daarna is het onzeker of zij kunnen aanblijven. Juist voor de energietransitie is het van belang om in elke wijk een 'vast gezicht' als aanspreekpunt te hebben, zo blijkt uit de interviews. Het zorgt ervoor dat het bewustzijn van het belang van de energietransitie en het draagvlak voor de te nemen maatregelen onder inwoners wordt vergroot.
43
Bijlage 1. Bronnen Documenten Voor een overzicht van de gebruikte documenten verwijzen wij naar de voetnoten in de rapportage.
Interviews Met de volgende personen is ten behoeve van het onderzoek een gesprek gevoerd: Functie
Naam
Datum
Fractievoorzitter CDA
Pieter Verhoog
18 november 2021
Gemeenteraadslid Nissewaard Lokaal
Chris Hottentot
18 november 2021
Commissielid LOB
Gerard Karlas
18 november 2021
Gemeenteraadslid PVV
Frank van Boven
18 november 2021
Gemeenteraadslid ONS
Rob van der Waal
18 november 2021
Gemeenteraadslid PvdA
Geert de Vries
18 november 2021
Wethouder duurzaamheid
Igor Bal
25 november 2021
Strategisch adviseur en procesregisseur Energietransitie
Lise de Vroed
25 november 2021, 20 april 2022
Programmamanager duurzaamheid
Saskia van Weeren
25 november 2021, 20 april 2022
Procesregisseur energietransitie & projectleider aardgasvrije wijken
Nadeche Seugling
20 april 2022
44
Procesregisseur vastgoed
Bas Lamfers
20 april 2022
Projectleider windpark Brielse Maasdijk & projectleider verschillende land- en waterprojecten
Michel Simons
20 april 2022
Procesregisseur warmte
Roel Scheffers
20 april 2022
Oud-bestuurslid Voorne-Putten Energie
Ria Berkhout
2 mei 2022
Oud-bestuurslid Voorne-Putten Energie
Dick Verbeek
2 mei 2022
45
Bijlage 2. Moties en amendementen Motie/amendement
Stemming
Partijen
Onderwerp
Datum
Motie
Unaniem aangenomen
LOB, ONS, PvdA, VVD, Forza!, CDA, D66, SP, Nissewaard Lokaal, CU-SGP
Windmolens polder Zuidland en de Beerenplaat
31 januari 2018
Motie
Aangenomen
ONS, VVD, PVV, PvdA
Samen klimaat adaptief
7 november 2018
Motie
Aangenomen
ONS, CDA, LOB, CU-SGP, PvdA
Lesmateriaal klimaatverande ring
10 juli 2019
Motie
Aangenomen
PvdA, ONS, VVD, LOB
Onderzoek naar het instellen van een Duurzaamheidsl ening
13 november 2019
Motie
Aangenomen
VVD, ONS, PvdA, D66, VPN, LOB
Meedoen is besparen
13 november 2019
Motie RES 1
Aangenomen
D66
Landschappelijk e inpassing
23 september 2020
Motie RES 2
Aangenomen
D66
Participatie
23 september 2020
Motie RES 3
Aangenomen
D66
Klare taal
23 september 2020
46
Motie RES 4
Aangenomen
LOB
Open landschap
23 september 2020
Motie RES 5
Aangenomen
LOB
Biomassa centrale
23 september 2020
Motie RES 6
Aangenomen
LOB
Participatie
23 september 2020
Motie RES 7
Aangenomen
ONS, PvdA, VVD
Organiseer 23 september maatschappelijk 2020 e betrokkenheid
Motie RES 8
Aangenomen
ONS, PvdA, VVD
Mogelijke rol alternatieve technieken en innovaties
23 september 2020
Motie RES 9
Aangenomen
ONS, PvdA, VVD
Zon in open landschap
23 september 2020
Motie RES 10
Aangenomen
ONS, PvdA, VVD
Recreatieve energielandschappen
23 september 2020
Motie RES 11
Aangenomen
ONS, PvdA, VVD
Instrumentariu m voor het stimuleren van zon op dak in bebouwd gebied
23 september 2020
Motie RES 12
Aangenomen
ONS, PvdA, VVD
Flankerend beleid-visie
23 september 2020
47
Motie RES 13
Aangenomen
ONS, PvdA, VVD
Voorne-Putten
23 september 2020
Motie RES 15
Aangenomen
ONS, PvdA, VVD
Betaalbaarheid en haalbaarheid energietransitie voor iedereen
23 september 2020
Motie RES 16
Aangenomen
ONS, PvdA, VVD
Afstemming met ander RESregio’s
23 september 2020
Motie RES 17
Aangenomen
ONS, PvdA, VVD
Haalbaarheid proces
23 september 2020
Motie RES 18
Verworpen
PVV
Windmolens horen op zee en zonnepanelen op daken
23 september 2020
Motie RES 19
Verworpen
PVV
Woningenpanden van aardgas naar aardwarmte en niet van aardgas naar elektriciteit
23 september 2020
Motie RES 20
Verworpen
PVV
Zo min mogelijk personenauto’s op elektriciteit
23 september 2020
Motie RES 21
Aangenomen
PVV
23 september 2020
Motie RES 22
Verworpen
PVV
Het elektriciteitsnet kan het scenario ‘Alles op elektrisch’ niet aan Een waterstofprodu
23 september 2020
48
Motie RES 23
Aangenomen
Motie RES 24
Aangenomen
Motie RES 25
Aangenomen
Motie RES 26
Aangenomen
Motie RES 27
Ingetrokken
Motie RES 28
Verworpen
Motie RES 29
Aangenomen
Motie RES 30
Aangenomen
Motie RES 31
Aangenomen
Motie RES 32
Aangenomen
Motie
Aangenomen
ctie-eenheid is noodzakelijk PVV Aardwarmtecentrales zijn noodzakelijk PVV Gebruik restwarmte (van industrie) wenselijk CU-SGP Clustering zoekgebieden windmolens CU-SGP Zonnecollectore n in de gebouwde omgeving CU-SGP Zonnevelden in zeekleipolders Nissewaard Lokaal Pas op de plaats energietransitie CDA Alle inwoners moeten tegen betaalbare voorwaarden toegang blijven houden tot leverantie van energie CDA Goede balans tussen energiebronnen afkomstig van wind, zon en fossiele brandstof CDA Samenwerking met het bedrijfsleven in de regio’s ONS, PvdA, VVD Combineren RES en Warmte ONS, PvdA, VVD, Stenen er uit, LOB, CU-SGP, CDA, groen er in D66
23 september 2020 23 september 2020
23 september 2020 23 september 2020
23 september 2020 23 september 2020 23 september 2020
23 september 2020
23 september 2020
23 september 2020 11 november 2020
49
Motie
Aangenomen
Motie
Verworpen
CU-SGP, D66, LOB, VPN Volkspartij
Motie
Aangenomen
PvdA, VVD, ONS
Motie
Aangenomen
PVV
Motie
Aangenomen
VVD, PvdA, ONS
Slimme watertonnen Geen vergunningen voor windturbines in de nabije leefomgeving Aanplanten voedselbossen Adopteer een boom of bos Duurzaamheids beslisboom
9 december 2020 2 juni 2021
7 juli 2021 7 juli 2021 7 juli 2021
50