CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

40.Bestemmingsplan Korte Schenkeldijk 2 (NL.IMRO.1930. BPSPtuincentrum-2001); RHO adviseurs

Gemeenteraad 28 maart 2022, gemeente NissewaardBij agendapunt: Aanvullende lijst van ingekomen stukken21.097 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2.3

Cumulatie met andere projecten

Voor zover bekend zijn er in de omgeving van het plangebied geen andere plannen en projecten in voorbereiding. Er worden dan ook geen cumulatie effecten verwacht.

8/13

3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen.

3.1

Verkeer en parkeren

Aan de hand van kencijfers van het CROW is voor het plangebied de verkeersgeneratie berekend. Uit de berekening blijkt dat de verkeersgeneratie maximaal 1.282 mvt/etmaal (motorbewegingen en per etmaal) bedraagt. De verkeerstoename spreidt zich over de dag. Wel is het extra verkeer van en naar de ontwikkeling op maatgevende momenten van de week (bijv. zaterdagmiddag) merkbaar in de vorm van een drukker verkeersbeeld. De parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling is met dubbelgebruik 184 parkeerplaatsen. Op eigen terrein worden 208 parkeerplaatsen gerealiseerd waarmee de parkeerbehoefte van de planontwikkeling volledig kan worden opgevangen en hiernaast ruimte is voor optimalisering en het toevoegen van groen.

3.2

Geluid

Het plan voorziet in de realisatie van een tuincentrum, sportvoorziening en horeca. Deze functies zijn niet aangemerkt als geluidsgevoelig objecten in de Wet geluidhinder (Wgh). Akoestisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Het extra verkeer dat door de ontwikkeling ontstaat, kan echter wel leiden tot een uitstralingseffect (significante geluidstoename) op geluidsgevoelige functies gelegen langs de ontsluitende wegen. Vanaf de parallelweg van de Maaswijkweg zullen de extra verkeersbewegingen op de Maaswijkweg worden afgewikkeld. Er is pas sprake van een uitstralingseffect (significante geluidstoename) op geluidsgevoelige functies bij een toename aan verkeer van meer dan 40%. Gezien de ontsluitende functie van de Maaswijkweg zal de verkeersgeneratie van het tuincentrum niet tot deze verkeerstoename leiden. Onderzoek in het kader van een uitstralingseffect door het extra verkeer is daarom niet noodzakelijk. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.

3.3

Luchtkwaliteit

De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van een tuincentrum. De beoogde ontwikkeling leidt tot een toename van het verkeer van 1.282 mvt/etmaal (weekdaggemiddelde) in de omgeving. In de NIBM-tool (versie 06-04-2021) is 2022 als jaar van planrealisatie aangehouden. Uit de berekening blijkt dat deze verkeerstoename zorgt voor een toename van het gehalte stikstof in de lucht van 0,90 µg/m³ en van fijnstof van 0,21 µg/m³. Beide toenames zijn onder 1,2 µg/m³. Met de NIBM-tool is berekend of de toename niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, zie figuur 3.1.

Figuur 3.1 Resultaten van berekening met de NIBM-tool

9/13

Uit de NIMB-tool blijkt dat de verkeerstoename niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2021 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Maaswijkweg. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer liggen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedragen 18,9 µg/m³ voor NO2, 16,3 µg/m³ voor PM10 en 8,6 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedraagt 6,0. Deze waarden liggen ruimschoots onder de grenswaarden. Hierdoor is ter plaatse van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.

3.4

Externe veiligheid

De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. In de directe omgeving van het plangebied zijn twee risicovolle inrichtingen gelegen en vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de Oude Maas en door een leiding (risicobronnen Gemeente Spijkenisse). Het gaat hierbij allereerst om het benzineservicestation DCB Maaswijk. Deze inrichting heeft een maatgevende PR 10-6 risicocontour van 110 m rondom het vulpunt. Het aandachtsgebied van het groepsrisico bedraagt daarnaast 150 m. Het plangebied ligt op circa 500 m afstand van de inrichting. Dit is ruim buiten de risicocontouren. Ten oosten van het plangebied ligt daarnaast de gaswinningsinstallatie Spijkenisse-oost. De PR 10-6 risicocontour van deze inrichting is 80 m. Het plangebied ligt op circa 250 m afstand. Dit is ruim buiten de risicocontour. Ten oosten van het plangebied vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats door de aardgasleiding van de NAM (diameter 8 inch, werkdruk 115 bar). De PR 10-6 risicocontour is niet buiten de leiding gelegen. Het aandachtsgebied van het groepsrisico van de leiding is 145 m. Het plangebied ligt op ruim 200 m afstand, buiten de risicocontouren. Ten oosten van het plangebied vindt er vervoer van gevaarlijke stoffen plaats via het water over de Oude Maas (vaarwegroute Rotterdam-Moerdijk).

Het invloedsgebied van deze vaarroute bedraagt 1.070 m. Het plangebied bevindt zich op een afstand van circa 740 m en valt hiermee in het invloedsgebied. Omdat de afstand tot het plangebied meer dan 200 m bedraagt, is een berekening van het groepsrisico niet noodzakelijk. Wel is een (beknopte) verantwoording van het groepsrisico uitgevoerd. Daaruit blijkt dat de bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid voldoende zijn. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.

3.5

Bodem

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd aan de bijlagen bij het bestemmingsplan. Ter plaatse van het overige en grootse deel van de onderzoekslocatie worden maximaal verhogingen ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetroffen. Op basis van deze resultaten is geen aanvullend onderzoek noodzakelijk. Er zijn op dit deel van de locatie geen belemmeringen met betrekking tot de geplande ontwikkelingen. Voor een deel van het plangebied rondom de boerderij dient actualiserend nader onderzoek te worden uitgevoerd. Negatieve effecten door, en ten gevolge van, de beoogde ontwikkeling kunnen worden uitgesloten.

3.6

Water

Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van het oppervlakte- en grondwater worden duurzame, niet-uitloogbare materialen gebruikt, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het watersysteem ter plaatse kunnen dan ook worden uitgesloten.

10/13

Conform de Legger van het Waterschap Hollandse Delta bevinden in het plangebied watergangen behorende tot de categorie 'overig water'. De beschermingszone van een overig watergang betreft 2 meter. Binnen deze beschermingszones gelden conform de Keur van Waterschap Hollandse Delta beperkingen voor bouwen en aanleggen ter bescherming van en om onderhoud aan de watergang mogelijk te houden. Verder ligt het plangebied niet binnen de kern- en/of beschermingszone van een waterkering. De beoogde ontwikkeling leidt tot een toename van het verhard oppervlak In de huidige situatie bestaat de verharding uit 4.928 m2. In de toekomstige situatie is de verharding 9.019 m2 wat een toename van 4.091 m2 betekent. Omdat dit meer dan 500 m2 is, moet er 10 % van de toename aan verharding gecompenseerd worden. De compensatie eis bedraagt 409 m2. De compensatie zal uitgevoerd worden in de aangrenzende watergang.

RISICO’S OP RAMPEN DOOR KLIMAATVERANDERING De ontwikkeling betreft de ontwikkeling van een tuincentrum, sportvoorzieningen en een horecagelegenheid in bestaand stedelijk gebied. Risico’s op rampen door klimaatverandering nemen ten gevolge van de beoogde ontwikkeling dan ook niet toe.

3.7

Ecologie

GEBIEDSBESCHERMING Zoals beschreven in paragraaf 2.1 is het plangebied niet gelegen binnen beschermd natuurgebied, zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland (NNN). Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De beoogde ontwikkeling leidt wel tot een toename van verkeersbewegingen. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattype ligt op 19,0 kilometer. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is met behulp van de AERIUS Calculator de stikstofdepositie berekend. Deze is in de bijlagen bij het bestemmingsplan toegevoegd. Uit de berekening blijkt dat geen sprake is van stikstofdeposities die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied kunnen daarmee worden uitgesloten.

SOORTENBESCHERMING Door bureau ECOlogisch is een quickscan ecologie uitgevoerd. Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat met de plannen mogelijk vaste rust- en verblijfplaatsen of belangrijk leefgebied wordt aangetast van beschermde soorten. In de bebouwing en in de boomholtes in het plangebied zijn mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. De bomenrijen en de watergangen maken mogelijk onderdeel uit van foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen. Onder de dakpannen van de bebouwing zijn mogelijk jaarrond beschermde nestlocaties van de gierzwaluw en de huismus aanwezig. De groenstructuren rondom de bebouwing maken mogelijk onderdeel uit van functioneel leefgebied van de huismus. Er zijn potentieel jaarrond beschermde nesten van vogels aanwezig in bomen die worden gekapt of die zich binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden bevinden. De groenstructuren en de watergangen in het plangebied maken onderdeel uit van geschikt broedbiotoop voor algemene soorten broedvogels. Nader ecologisch onderzoek wordt uitgevoerd.

3.8

Cultuurhistorie en archeologie

CULTUURHISTORIE

In het plangebied is geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aanwezig. Als gevolg van de voorziene ontwikkeling worden geen cultuurhistorisch waardevolle elementen verstoord.

11/13

ARCHEOLOGIE

Het plangebied is gelegen in een gebied met Waarde - Archeologie – 2. Voor de historische dijktracés en wegen, alsmede voor het gebied waar de sedimenten van de Afzettingen van Duinkerke III dikker zijn dan 50 cm (Waarde - Archeologie - 2) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlakte van meer dan 100 vierkante meter beslaan. De ontwikkeling wordt voorgelegd aan het BOOR. Zij adviseren of archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Op de verbeelding en in de regels zijn dubbelbestemmingen opgenomen ter bescherming van eventuele archeologie waarden ter plaatse.

3.9

Gezondheid

Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit en verkeer blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit.

3.10 Sloop- en aanlegwerkzaamheden Gelet op de tijdelijkheid van sloop- en aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.

3.11 Mitigerende maatregelen Voor de beoogde ontwikkeling zijn geen aanvullende mitigerende maatregelen noodzakelijk.

12/13

4. CONCLUSIES Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet ligt in een kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieueffecten. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is zodoende niet noodzakelijk.

13/13

Bijlage 3 Watercompensatie

Rho adviseurs voor leefruimte

20201725

bestaand

5,66 voorstel perceelsgrenzen

H=7m

huidige watergangen gehandhaafd

gedeelte huidige watergang binnen plangebied vervalt (DEEL A)

gedeelte huidige watergang buiten plangebied vervalt (DEEL B) H=11m

H=13m

H=11m

H=11m (overbouwing)

6,79

voorstel verleggen/verbreden sloot (DEEL C)

maat = afstand waarover zijkant sloot opschuift

7,21

deel A = 310m2 deel B = 126m2 balans wateroppervlak

deel C = 845m2 7,15

7,10

Verleggen sloot Korte Schenkeldijk ARCHITECTEN

Spijkenisse-Nissewaard

voor realisatie

na realisatie

verschil

380m2 126m2 0m2 _____________ totaal 621m2 oppervlaktewater neemt toe met 409m2

70m2 0m2 845m2 ________ 1033m2

-310m2 -126m2 +845m2 ________ +409m2

binnen plangebied (deel A) buiten plangebied (deel B) verlegde sloot (deel C)

benodigde compensatie oppervlaktewater vanwege toename verhard/bebouwd oppervlak: 409m2

i.o.v. DC Berkel - Spijkenisse 30 april 2021

Bijlage 4 Ruimtelijk‐economisch onderzoek Korte Schenkeldijk

Rho adviseurs voor leefruimte

20201725

30 maart 2021

1/47

30 maart 2021 44002390_20201725JB Korte Schenkelijk Spijkenisse ing. W.IJ. Groenen DCB Maaswijk VI B.V. 20201725 Julia Breukelman Concept

2/47

3/47

4/47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11346021/1