31. Herijking RES 1.0 naar RES 2.0; Procesevaluatie totstandkoming RES Rotterdam - Den Haag
Tekst van het document
Procesevaluatie Totstandkoming RES Rotterdam Den Haag
Procesevaluatie Totstandkoming RES Rotterdam Den Haag
Dr. Susanne Agterbosch Marijn van Asseldonk MSc Drs. Madelon van Duren
Het PON & Telos
Colofon Het PON & Telos heeft dit onderzoek verricht in opdracht van RES Rotterdam Den Haag
Auteur(s) Dr. Susanne Agterbosch Marijn van Asseldonk Msc Drs. Madelon van Duren Datum december 2021
© 2021 Het PON & Telos Het auteursrecht van deze publicatie berust bij Het PON & Telos. Gehele of gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. Vermenigvuldiging en publicatie in een andere vorm dan dit rapport is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van Het PON & Telos. Hoewel deze publicatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, kan Het PON & Telos geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele fouten. Meer informatie www.hetpon-telos.nl
Het PON & Telos | Colofon
Managementsamenvatting Opdracht
Het PON & Telos is door RES Rotterdam Den Haag gevraagd om een procesevaluatie op te zetten en uit te voeren. Deze evaluatie moet in beeld te brengen hoe de samenwerkingspartners in de RES regio Rotterdam Den Haag het RES-proces in de periode februari 2018 – juli 2021 ervaren hebben en hoe zij dit proces waarderen. Het doel is om op basis van deze inzichten aandachtspunten mee te geven voor de komende stappen, die in de uitvoering van de RES 1.0 moeten leiden tot beleidsmatige verankering en voor het vervolgproces naar de RES 2.0. Onderzoeksaanpak
Het onderzoek naar de totstandkoming van de RES 1.0 bestaat uit twee samenhangende onderdelen: (1) een interviewserie en (2) vragenlijstonderzoek. Beide onderdelen zijn inhoudelijk gestoeld op literatuur over doelgerichte netwerksamenwerkingen. De interviewserie viel uiteen in twee delen. Het eerste deel van de gesprekken (vijf interviews met zeven geïnterviewden) had tot doel om input te verzamelen voor het vragenlijstonderzoek. Het tweede deel van de interviews (drie interviews met drie raadsleden) vond na afloop van het vragenlijstonderzoek plaats en heeft voor extra verdieping gezorgd op de uitkomsten van het vragenlijstonderzoek. De vragenlijst is opgesteld aan de hand van een tijdlijn (aangeleverd door de organisatie van RES Rotterdam Den Haag), de interviewserie en literatuur over doelgerichte netwerken. De vragenlijst is afgestemd met de opdrachtgever. Vervolgens is de vragenlijst middels een open link uitgezet onder vier verschillende doelgroepen binnen de RES-regio: bestuurders, ambtenaren/beleidsmakers, volksvertegenwoordigers (van provincie, gemeenten en waterschappen) en stakeholders. In totaal hebben 135 respondenten de vragenlijst in zijn geheel ingevuld. De stakeholders kregen een sterk verkorte versie van de vragenlijst voorgelegd. Zij zijn apart opgenomen in de rapportage.
Het onderzoek is bedoeld om kwalitatieve informatie te vergaren en is geen statische onderbouwde steekproef. In de respons zijn de gemeenten Brielle en Westvoorne oververtegenwoordigd. In bijlage C zijn de antwoorden van deze twee gemeenten afgezet tegen de totale groep gemeenten. In de tekst in de hoofdstukken is aangegeven wanneer deze twee gemeenten de gemiddelden beïnvloed hebben. Resultaten
De voorgelegde stellingen hadden betrekking op: • De organisatie van RES Rotterdam Den Haag • Mate van invloed • Informatie uitwisseling • Draagvlak • Toekomst
Het PON & Telos | Managementsamenvatting
Alle stellingblokken zijn in bijlage A uitgesplitst naar doelgroep (volksvertegenwoordiging, bestuurder, ambtenaar). Over de gehele linie zien we dat bestuurders en ambtenaren iets eensgezinder en positiever gestemd zijn dan volksvertegenwoordigers. Bij deze laatste groep zien we meer variatie in de antwoorden. Organisatie van RES Rotterdam Den Haag We zien dat 77% van de respondenten aangeeft in meer of mindere mate een inhoudelijke bijdrage te hebben geleverd of bij de besluitvorming betrokken te zijn geweest. De respondenten zijn over het algemeen op de hoogte van het doel van het regionale samenwerkingsverband RES Rotterdam Den Haag gedurende het opstellen van de RES 1.0. Ze weten welke rollen de verschillende partijen in het proces spelen. Mate van invloed Van de respondenten geeft 60% aan dat er geluisterd is naar de inbreng van de organisatie waar de respondent werkzaam voor is. Verder geeft een bijna even groot deel, 59%, aan dat de organisatie waar de respondent werkzaam voor is zich verantwoordelijk voelt voor de uitvoering van de plannen in de RES 1.0. Informatie uitwisseling Bijna driekwart van de respondenten, 73%, geeft aan dat ze voor hun gevoel goed geïnformeerd werden over de voortgang en totstandkoming van de RES 1.0. Ruim de helft (59%) geeft aan dat ze de juiste informatie aangeleverd kregen om hun rol te vervullen.
Met name over het tempo waarin de organisatie gegevens moest aanleveren zijn de meningen verdeeld. Eén vijfde van de respondenten (21%) vond dat het tempo niet goed te doen was en 30% is het hier (helemaal) mee oneens; zij vonden het tempo wel goed te doen. Een ruime meerderheid van de respondenten geeft aan dat zij bij een lokale of regionale informatiesessie aanwezig is geweest. Ook als respondenten niet bij een informatiesessie zijn geweest, geven ze aan dat voor hun gevoel wel goed geïnformeerd zijn over de totstandkoming van de RES 1.0. Draagvlak Aan bestuurders is een aanvullende vraag over draagvlak gesteld. Binnen de context van RES Rotterdam Den Haag lijkt het erop dat bestuurders eerder wel dan geen draagvlak ervaren voor de plannen die beschreven staan in de RES 1.0. Toekomst Van de respondenten voelt 63% zich vanuit hun rol verantwoordelijk voor de uitwerking van de plannen zoals die beschreven zijn in de RES 1.0. De helft van de respondenten heeft er vertrouwen in dat de plannen zoals deze in de RES 1.0 beschreven staan door hun organisatie uitgevoerd zullen worden.
Het PON & Telos | Managementsamenvatting
Tegelijkertijd zien we dat de helft van de respondenten twijfelt of niet denkt dat de eigen organisatie over voldoende kennis beschikt. Daarnaast geeft 38% aan dat voldoende capaciteit ontbreekt. Aan respondenten werkzaam binnen gemeenten is gevraagd of de bestuurswissel na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 voor onzekerheid zorgt met betrekking tot de implementatie van de RES 1.0. De meningen lopen uiteen. 26% is het hier (helemaal) mee eens en 22% (helemaal) mee oneens. Bijna een derde geeft aan het noch eens, noch oneens te zijn (30%). We zien dat 22% hier ‘weet niet/n.v.t.’ heeft ingevuld. Respondenten willen het liefst geïnformeerd worden over de voortgang van het actualisatieproces via raadsinformatieavonden en via informatiebijeenkomsten voor de hele regio. Ze zijn vooral zoekende naar ondersteuning om kennis en capaciteit te vergroten (dit betreft financiële steun) en naar ondersteuning hoe zij met buurgemeenten kunnen samenwerken. Aandachtspunten
We voegen geen aanbevelingen toe aan de rapportage. Wel willen we een drietal aandachts- en bespreekpunten meegeven die een leidraad kunnen zijn voor het gesprek over de vraag ‘Hoe nu verder?’. Volksvertegenwoordigers versus bestuurders/ambtenaren/beleidsmakers Allereerst willen we als bespreekpunt meegeven de verschillen die we zien in antwoorden die gegeven zijn door bestuurders/ambtenaren enerzijds en de volksvertegenwoordigers anderzijds. We merken over de gehele linie op dat respondenten over het algemeen redelijk positief staan ten opzichte van de onderwerpen die in het onderzoek bevraagd zijn. Kijken we echter naar de uitsplitsingen tussen volksvertegenwoordigers, bestuurders en ambtenaren/beleidsmakers, dan zien we hier toch wel verschillen. Over het algemeen kunnen we dan stellen dat volksvertegenwoordigers minder positief gestemd zijn over de voorgelegde stellingen/onderwerpen. Als we het RES proces beschouwen als voertuig voor regionale afstemming en samenwerking dan kunnen we enerzijds stellen dat de reis tot nog toe zowel ambtelijk als bestuurlijk tot een behoorlijk niveau van eensgezindheid en vertrouwen heeft geleid.
Anderzijds zien we op een aantal punten ook nog twijfel of onvrede: zo is 45% van de respondenten onzeker (oneens) of er in de gestelde tijd een goed product is opgeleverd en twijfelt 39% van de respondenten of de plannen in de RES 1.0 zullen worden uitgevoerd. Die twijfel is vooral politiek. Een bespreekpunt is hoe hiermee om te gaan? Hoe creëer je (nog meer) draagvlak voor de uitvoering van de RES 1.0? Hoe kunnen volksvertegenwoordigers zich tóch goed geïnformeerd voelen? Kennis en capaciteit Een tweede aandachtspunt is (het gebrek aan voldoende) kennis en capaciteit. We zien dat 63% van de respondenten zich verantwoordelijk voelt voor de uitwerking van de plannen zoals die beschreven zijn in de RES 1.0. De helft van de respondenten heeft er ook vertrouwen in dat de plannen, zoals deze in de RES 1.0 beschreven staan, door hun
Het PON & Telos | Managementsamenvatting
organisatie uitgevoerd zullen worden. Tegelijkertijd zien we dat de helft van de respondenten twijfelt of niet denkt dat de eigen organisatie over voldoende kennis beschikt. Daarnaast geeft 38% aan dat voldoende capaciteit ontbreekt. Het is goed om na te gaan waar (geografisch) en op welke punten (inhoudelijk) het gemeenten ontbeert aan kennis en menskracht en te bespreken hoe de ondersteuning vanuit de RES-samenwerking daarop kan worden ingericht. Bestuurswissel na maart 2022 Een derde bespreekpunt betreft de gemeenteraadsverkiezingen en de daaropvolgende bestuurswissel in het voorjaar van 2022. De vraag (uitsluitend gesteld aan respondenten die werkzaam zijn binnen een gemeente) of de bestuurswissel na de gemeenteraadsverkiezingen voor onzekerheid zorgt met betrekking tot de implementatie van de RES 1.0 is door de respondenten vooral erg wisselend ingevuld. We zien geen duidelijk beeld dat zij vinden dat dit voor onzekerheid zorgt of juist niet, ook niet als we uitsplitsen naar doelgroepen. Wel lijkt het ons een onderwerp dat binnen het samenwerkingsverband RES Rotterdam Den Haag op de agenda moet staan de komende periode tot ruim na de verkiezingen. Immers een bestuurswissel kan leiden tot vertraging van de implementatie van de plannen zoals beschreven in de RES 1.0.
Door een vinger aan de pols te houden, (nieuwe) raadsleden en bestuurders vanaf het begin mee te nemen in de plannen van de RES en hen te blijven informeren kan zo goed mogelijk invulling gegeven blijven worden aan de uitvoering van de RES 1.0 en het actualisatieproces.
Het PON & Telos | Managementsamenvatting
Inhoudsopgave Procesevaluatie Totstandkoming RES Rotterdam Den Haag
1
1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding: waarom dit onderzoek Onze opdracht Onderzoeksaanpak Doelgerichte netwerksamenwerkingen
3 3 3 4 6
2
Organisatie RES Rotterdam Den Haag
9
3
Mate van invloed
12
4
Informatie uitwisseling
14
5
Draagvlak
20
6
Toekomst
22
7
Bespreekpunten
27
Bijlage A – Achtergrond
29
Bijlage B – Uitsplitsingen
32
Bijlage C - Uitsplitsingen Brielle en Westvoorne
41
Bijlage D – Vragenlijsten
51
Het PON & Telos | Inhoudsopgave
1
Inleiding
1.1
Aanleiding: waarom dit onderzoek Nederland is opgedeeld in 30 energieregio’s, ook wel RES-regio’s genoemd. Deze regio’s hebben op basis van deelname aan het Klimaatakkoord 1, de opdracht om ieder voor zich een Regionale Energie Strategie, een RES, op te stellen en uit te voeren. In een RES-regio maken provincie, gemeenten, waterschappen en netbeheerders afspraken over het opwekken van duurzame elektriciteit, de warmtevoorziening van de gebouwde omgeving en de ontwikkeling van een regionale energie infrastructuur. Een RES bevat een regionaal aanbod van mogelijk op te stellen duurzaam opwekvermogen (minimaal onderverdeeld in zon en wind, inclusief zoekgebieden). Voor de gebouwde omgeving maakt elke RES-regio een Regionale Structuurvisie Warmte met daarin een voorstel hoe het warmteaanbod, de warmtevraag en de benodigde infrastructuur op regionaal niveau met elkaar verbonden kunnen worden. De RES-regio’s hebben op 1 juli 2021 hun RES 1.0 opgeleverd. Deze zijn vastgesteld door Provinciale Staten, de gemeenteraden en de algemeen besturen van de waterschappen en omvatten voor iedere regio de plannen voor duurzame opwek tot aan 2030. Vervolgens is het de bedoeling dat, naast de uitvoering van de RES 1.0, er een actualisatieproces op gang komt waarbij de RES-regio’s gaan toewerken naar een RES 2.0. Dit proces wordt vervolgens elke twee jaar herhaald.
RES Rotterdam Den Haag heeft in de periode van februari 20182 – 1 juli 2021 gewerkt aan een RES 1.0. De stuurgroep van RES Rotterdam Den Haag vindt het belangrijk om dit samenwerkingsproces dat gevoerd is met 28 publieke partijen te evalueren. Dit, om het actualisatieproces zo soepel en correct mogelijk te laten verlopen. Bovendien is het goed om terug te blikken op wat procesmatig anders/beter kan in de toekomst. Het voorliggende onderzoeksrapport omvat de resultaten van de procesevaluatie die Het PON & Telos heeft uitgevoerd onder de samenwerkingspartners van RES Rotterdam Den Haag.
1.2
Onze opdracht Het PON & Telos is door RES Rotterdam Den Haag gevraagd om de procesevaluatie op te zetten en uit te voeren. De evaluatie moet in beeld te brengen hoe de samenwerkingspartners in de RES regio Rotterdam Den Haag het RES-proces ervaren hebben en hoe zij dit proces waarderen: wat is er goed gegaan en wat kan er beter? Het doel is om op basis van deze inzichten ingrediënten aan te leveren voor de komende 1
Dit is vastgelegd in het Klimaatakkoord van juni 2019. In de regio Rotterdam Den Haag waren ze in de periode voorafgaand aan het Klimaatakkoord al een regiosamenwerking gestart gericht op het maken van plannen voor het verduurzamen van de energievoorziening uitmondend in het Energieperspectief 2050. 2
Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
3
stappen, die in de uitvoering van de RES 1.0 moeten leiden tot beleidsmatige verankering en voor het vervolgproces naar de RES 2.0. De periode waarop wordt teruggeblikt loopt van februari 2018 tot 1 juli 2021, maar de nadruk in het onderzoek ligt op de periode tussen het ontwikkelen van de Concept RES en het vaststellen van de RES 1.0. De evaluatie richt zich op de waardering van het verloop van de netwerksamenwerking en de verschillende rollen die de (publieke) samenwerkingspartners daarbinnen vervullen, te weten: volksvertegenwoordiging, bestuurlijk en ambtelijk3. RES Rotterdam Den Haag heeft expliciet gevraagd om een vragenlijst onderzoek dat gestoeld is op theoretische modellen vanuit governance en bestuurskunde.
1.3
Onderzoeksaanpak Het onderzoek naar de totstandkoming van de RES 1.0 bestaat uit twee samenhangende onderdelen: (1) een interviewserie en (2) vragenlijstonderzoek. Beide onderdelen zijn inhoudelijk gestoeld op literatuur over doelgerichte netwerksamenwerkingen. Interviewserie
Om allereerst inzicht te krijgen in hoe het proces verlopen is en als input voor de vragenlijst, hebben we interviews gehouden met bestuurders, beleidsmakers en stakeholders. Aan de hand van een vooraf door RES Rotterdam Den Haag aangeleverde tijdlijn bespraken we met de geïnterviewden hoe het proces volgens hen verlopen is, waar de hobbels in het proces zaten, de wijze en mate van betrokkenheid, de mogelijkheid voor eigen inbreng et cetera. Deze interviews waren semi-gestructureerd; we hebben een topiclijst opgesteld, maar daarvan kon door de geïnterviewden afgeweken worden binnen het onderwerp van het gesprek. De geïnterviewden zijn random uit een door de RES Rotterdam Den Haag aangeleverde namenlijst getrokken en benaderd voor een gesprek4. In vijf gesprekken hebben we 7 mensen gesproken via Microsoft Teams (twee bestuurders, vier beleidsmakers en één stakeholder). De gesprekken duurden een half uur tot een uur. De eerste vijf gesprekken leverden input voor de vragenlijst op. Na afloop van het vragenlijst onderzoek zijn in drie afzonderlijke gesprekken nog drie raadsleden geïnterviewd. De raadsleden konden op de vragenlijst aangeven of zij benaderd mochten worden voor een interview en uit die groep (tien raadsleden hebben zich hiervoor aangemeld) zijn random drie mensen benaderd voor een interview.
De uitgewerkte interviewverslagen zijn ter check aan alle geïnterviewden voorgelegd.
3
Onder volksvertegenwoordiging rekenen we de raadsleden, leden van provinciale staten van Zuid-Holland en het algemeen bestuur van een Hoogheemraadschap / Waterschap. Bestuurlijk omvat de Wethouders / leden DB Waterschap en gedupeerden. Onder ambtelijk vallen de ambtenaren en griffier. 4 Deze namenlijst bevatte de namen van 16 bestuurders, 15 beleidsmakers van gemeenten en water- en hoogheemraadschappen en één stakeholder. De opdrachtgever weet, op het gesprek met de stakeholder na, niet wie heeft meegewerkt aan de interviewserie. Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
4
Vragenlijstonderzoek
De gesprekken vormden, samen met literatuur over doelgerichte netwerken56, de basis voor de vragenlijst die specifiek voor de procesevaluatie RES Rotterdam Den Haag is opgesteld. De vragenlijst omvat vragen/stellingen over de organisatie van RES Rotterdam Den Haag, over de mate van invloed, over de informatie uitwisseling, over draagvlak en toekomst. Daarnaast zijn er een aantal vragen over de achtergrond van de respondenten opgenomen. Dit maakt achteraf uitsplitsen naar achtergrond (bij voldoende respons) mogelijk. De vragenlijst is afgestemd met de opdrachtgever. Vervolgens is de vragenlijst middels een open link uitgezet onder vier verschillende doelgroepen binnen de RES-regio: bestuurders, ambtenaren/beleidsmakers en volksvertegenwoordigers (van provincie, gemeenten en waterschappen). De opdrachtgever leverde een lijst met uit te nodigen bestuurders, beleidsmakers en griffies aan.7 Zij zijn rechtstreeks op hun e-mailadres aangeschreven. De volksvertegenwoordigers zijn uitgenodigd via hun griffies die de uitnodigingsmail voor deelname hebben doorgestuurd. De respons onder de groep volksvertegenwoordigers was daarmee afhankelijk van de medewerking en pro-activiteit van de afzonderlijke griffies.
De vierde doelgroep zijn stakeholders van de RES Rotterdam Den Haag.8 Zij hebben een sterk verkorte versie van de vragenlijst voorgelegd gekregen en worden in de rapportage apart van de andere doelgroepen gerapporteerd. Ook zij zijn rechtstreeks op hun e-mailadres aangeschreven voor dit onderzoek. Het vragenlijstonderzoek heeft gelopen tussen 30 september en 18 oktober 2021. Uiteindelijk hebben 117 respondenten uit de doelgroepen bestuurders, ambtenaren/beleidsmakers en volksvertegenwoordigers de vragenlijst volledig ingevuld. Van de 22 uitgenodigde stakeholders hebben 18 meegedaan aan het onderzoek. In totaal hebben 135 respondenten de vragenlijst ingevuld, wat een goed beeld geeft van hoe de doelgroepen aankijken tegen de totstandkoming van de RES 1.0. In de vragenlijst zijn nog drie andere functiecategorieën opgenomen. Het betreft ‘Statenlid’, ‘Gemeentesecretaris / Secretaris DB Waterschap / Provinciesecretaris’, ‘Burgemeester / Dijkgraaf / CvdK’. Er zijn geen respondenten met deze functies.
5
Carboni, J.L., Saz-Carranza, A., Raab, J. & Isett, K.R. (2019). Taking dimensions of purpose-oriented networks seriously. Perspectives on Public Management and Governance, 2(3): 209-223. 6 Provan, K.G. & Lemaire, R.H. (2012). Core concepts and key ideas for understanding public Sector organizational networks: Using research to inform scholarship and practice. Public Administration Review, 72(5): 638648. 7 Op deze lijst stonden de namen en e-mailadressen van 28 bestuurders, 43 beleidsmakers en 34 griffies. 8 Ook hiervoor is een door de opdrachtgever verstrekte namen- en emailadressenlijst gebruikt met hierop 22 stakeholders. De stakeholders op deze namenlijst zijn geselecteerd op basis van de mate van betrokkenheid bij de totstandkoming van de RES 1.0 en de duur van deze betrokkenheid. Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
5
TABEL 1. RESPONS PER DOELGROEP * Respons Raadsleden / AB waterschap
75
Bestuurders (portefeuillehouders)
14
Ambtenaar/Beleidsmaker
28
Stakeholders
18
Totaal ingevuld
135
*Er zijn geen statenleden die de vragenlijst hebben ingevuld.
Verdeling respons gemeenten
In Figuur A1 (in bijlage A) is de respons per gemeente e zien. Vanuit alle gemeenten binnen de RES Rotterdam Den Haag is er respons op de vragenlijst. De respons is echter niet evenredig verdeeld. De gemeenten Brielle en Westvoorne zijn oververtegenwoordigd. Van de respondenten werkzaam binnen een gemeente (96 in de totale responsgroep) is 28% werkzaam binnen de gemeenten Brielle of Westvoorne. Met name in de groep volksvertegenwoordigers kan dit soms tot een vertekend beeld leiden. We hebben dat bij elke vraag gecontroleerd en waar dat het geval is, hebben we dat beschreven in de tekst, met een referentie naar de tabellen in bijlage C. In bijlage C hebben we tabellen opgenomen waarin de resultaten voor Brielle en Westvoorne zijn uitgesplitst.
1.4
Doelgerichte netwerksamenwerkingen Zowel in de interviews als in het vragenlijstonderzoek hebben we de RES-regio Rotterdam Den Haag bekeken aan de hand van inzichten uit netwerktheorie en dan met name de literatuur die zich richt op doelgerichte netwerken. Doelgerichte netwerken bestaan uit relaties tussen verschillende actoren, die tot stand zijn gekomen om een specifiek probleem aan te pakken, zoals complexe beleidsvraagstukken (Carboni et al., 2019). Complexe beleidsvraagstukken zijn vaak niet door één enkele actor op te lossen en vragen dus om samenwerking van actoren (Popp et al, 2014; Provan & Lemaire, 2012)910. De vier dimensies van doelgerichte netwerken (Carboni et al., 2019) helpen om de netwerkstructuren in beeld te brengen. De vier dimensies zijn: Doelen: Het doel van het netwerk is datgene dat de netwerksamenwerking drijft en wordt vertaald in concrete doelstellingen, Spelers: Een netwerk bestaat uit drie of meer autonome actoren, Onderlinge verbinding: Die actoren hebben een wederzijdse afhankelijkheid en geven gezamenlijk de samenwerking en processen in het netwerk vorm, Netwerkorganisatie en sturing: Binnen een netwerk kan op verschillende manieren worden gestuurd en beslissingen kunnen op verschillende plekken en door verschillende actoren worden genomen.
De structuur van regionale energie strategieën zoals die vanuit het Klimaatakkoord is opgelegd, is een goed voorbeeld van sturing via doelgerichte netwerksamenwerkingen. De 9
Popp, J.K., Milward, H.B., MacKean, G., Casebeer, A. & Lindstrom, R. (2014). Inter-organizational networks: A review of the literature to inform practice. Washington, DC: IBM Center for The Business of Government.
Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
6
RES regio Rotterdam Den Haag heeft een gemeenschappelijk doel met concrete doelstellingen. Er zijn 28 autonome spelers in het doelgerichte netwerk (23 gemeenten, 4 hoogheemraadschappen/waterschappen en 1 provincie). Deze 28 spelers hebben een wederzijdse afhankelijkheid en geven gezamenlijk vorm aan de samenwerking en de processen die spelen in het netwerk. Er is dus een onderlinge verbinding. En door de wijze waarop het doelgerichte netwerk RES Rotterdam Den Haag is vormgegeven, wordt er op verschillende manieren gestuurd en worden beslissingen op verschillende plekken door verschillende actoren genomen. Doelgerichte netwerksamenwerkingen en de opbouw van de rapportage
De verschillende dimensies van doelgerichte netwerken vormen een goede kapstok om het RES-proces en de verschillende rollen van de (publieke) samenwerkingspartners daarbinnen te evalueren. De dimensies zijn vertaald naar de volgende thema’s in de vragenlijst: Door te vragen naar de wijze van organisatie (hoofdstuk 2) van de RES Rotterdam Den Haag krijgen we inzicht in wat de respondenten denken van het gemeenschappelijke doel en de gedeelde visie. De vragen geeft inzicht in hoeverre ze op de hoogte waren van de rollen van de verschillende betrokken partijen en het geeft ons ook inzicht in het vertrouwen dat de respondenten hebben in het regionale samenwerkingsverband RES Rotterdam Den Haag. De vragen over de mate van invloed (hoofdstuk 3) die de respondenten hebben ervaren zijn gericht op het in kaart brengen van de wijze waarop zij hun rol binnen de netwerksamenwerking hebben kunnen invullen (organisatie en sturing). Het vierde hoofdstuk gaat over informatieuitwisseling. De vragen hierover geven ons inzicht in de mate waarin de respondenten geïnformeerd zijn. Kregen zij de juiste informatie op het juiste moment om hun rol te kunnen invullen? De vragen over draagvlak in hoofdstuk 5 zijn uitsluitend aan bestuurders voorgelegd. Ze geven de mate waarin bestuurders binnen hun raad draagvlak ervaren voor de plannen in de RES 1.0 aan.
Daarbij is het gevraagd waarom zij denken dat ze veel of weinig draagvlak ervaren. Tenslotte de toekomst. Die wordt bevraagd in hoofdstuk 6. De vragen in dit deel van de rapportage geven vooral inzicht in het vertrouwen dat de respondenten hebben om met de plannen uit de RES 1.0 aan de slag te gaan binnen hun organisatie. Bijlage A – Achtergrondkenmerken
In bijlage A is opgenomen bij welke organisatie respondenten werkzaam zijn, welke functie ze hebben, of ze hun partij onderdeel uitmaakt van de coalitie, bij welke gemeente ze werken en bij welk Hoogheemraadschap/waterschap ze werkzaam zijn. Bijlage B – Interessante uitsplitsingen
In Bijlage B hebben we de stellingen van vragenblok 8, 10, 13 en 17 opgenomen en uitgesplitst naar de doelgroepen ‘volksvertegenwoordiging’, ‘bestuurlijk’ en ‘ambtelijk’.
Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
7
Analyse van de resultaten wees namelijk uit dat er binnen en tussen de groepen verschillen bestonden die in een totaaloverzicht onzichtbaar blijven. Over het algemeen geldt dat als we kijken we naar hoe de doelgroepen antwoordden op de stellingen, dan is te zien dat bestuurders en ambtenaren over de gehele linie minder verdeeld en het vaker (helemaal) eens zijn met de voorgelegde stellingen. Bij de groep volksvertegenwoordigers zien we meer verdeeldheid. Gezien de aard van de groep ligt die verdeeldheid in de lijn der verwachting. Deze uitsplitsing geeft een beeld in de eventuele verschillen tussen de drie doelgroepen, er is geen sprake van representativiteit in statistische zin. Bijlage C – Uitsplitsingen Brielle en Westvoorne
Zoals hiervoor genoemd is het aantal respondenten werkzaam bij de gemeenten Brielle en Westvoorne oververtegenwoordigd. In deze bijlage zijn de uitsplitsingen naar deze gemeenten te vinden. Bijlage D – Gebruikte topiclijsten (interviews) en vragenlijst
De topiclijsten en de volledige vragenlijst zijn te vinden in deze bijlage.
Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
8
2
Organisatie RES Rotterdam Den Haag De energieregio Rotterdam Den Haag is een samenwerkingsverband van 23 gemeenten, 4 hoogheemraadschappen/waterschappen en Provincie Zuid-Holland. De energieregio is georganiseerd in een RES-stuurgroep, een bestuurlijk en ambtelijk netwerk Energie en een Opdrachtgeversteam. Daarbij is er een RES-programmamanager met een uitvoerend team. De energieregio volgt de contour van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, de MRDH. Doelgerichte netwerken bestaan uit spelers/actoren die samenwerken om te komen tot een gezamenlijk resultaat, een gezamenlijke uitvoer of om een gemeenschappelijk probleem op te lossen dat ze afzonderlijk niet zouden kunnen doen. De belangrijkste reden voor het oprichten van een doelgericht netwerk (hier dus energieregio Rotterdam Den Haag) is dat zonder het samenbrengen van de capaciteiten en bevoegdheden van verschillende spelers het probleem niet kan worden aangepakt. De gemeenten binnen de energieregio Rotterdam Den Haag hebben zich verbonden aan het Klimaatakkoord en zichzelf daarmee gebonden aan het leveren van een bijdrage aan de klimaatdoelen. We zien dat binnen het doelgerichte netwerk van de energieregio Rotterdam Den Haag de verschillende spelers ook individuele doelen hebben die bevorderlijk zijn voor of juist tegenstrijdig zijn aan het gemeenschappelijke doel.
In dit eerste blok met vragen kijken we op een aantal punten hoe de spelers binnen dit netwerk aankijken tegen de netwerksamenwerking. Echter, allereerst kijken we naar de rollen die de respondenten ingenomen hebben tijdens de totstandkoming van de RES 1.0. F IGUUR 1. VRAAG 6: W ELKE ROL NAM U AFGELOPEN ANDERHALF JAAR IN TIJDENS DE TOTSTANDKOMING VAN DE RES 1.0? ( N =135)
Welke rol nam u in tijdens de totstandkoming van de RES 1.0? (%) Ik ben intensief inhoudelijk betrokken geweest bij het proces
30
Ik heb af en toe een inhoudelijke bijdrage geleverd
26
Ik ben vooral bij de besluitvorming betrokken geweest
21
Ik was voornamelijk een toehoorder Mijn rol was anders
15 9
Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
9
We zien dat 77% van de respondenten aangeeft in meer of mindere mate een inhoudelijke bijdrage te hebben geleverd of bij de besluitvorming betrokken te zijn geweest. 24% had een toehorende of andere rol. F IGUUR 2. VRAAG 8. STELLINGEN OVER DE ORGANISATIE RES ROTTERDAM DEN HAAG (N=117)
In welke mate eens met de stellingen over de organisatie van het samenwerkingsverband RES Rotterdam Den Haag Het doel van het regionale samenwerkingsverband RES Rotterdam Den Haag is mij voldoende duidelijk geweest gedurende het opstellen van de RES 1.0
78
Ik weet goed welke rol de verschillende partijen binnen het proces spelen
12
59
22
8 3
15
4
Voor zover ik kan beoordelen is er een voldoende gedeelde visie binnen het regionale samenwerkingsverband RES Rotterdam Den Haag
48
22
22
8
Bij de totstandkoming van de RES 1.0 zijn alle relevante partijen betrokken geweest
50
20
21
9
Als ik vragen of twijfels had, kon ik die voldoende kwijt binnen het regionale samenwerkingsverband RES Rotterdam Den Haag
49
21
20
11
Ik heb vertrouwen in het regionale samenwerkingsverband dat de RES Rotterdam Den Haag vormt
52
21
21
5
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (Helemaal)eens
Niet eens, niet oneens
(Helemaal)oneens
Weet niet / n.v.t.
Voor 78% van de respondenten is het doel van het regionale samenwerkingsverband RES Rotterdam Den Haag gedurende het opstellen van de RES 1.0 voldoende duidelijk geweest. Het merendeel van de respondenten geeft daarnaast aan goed te weten welke rollen de verschillende partijen binnen het proces spelen (59% is hier (helemaal) mee eens). Voor beide stellingen geldt dat de respondenten uit Brielle en Westvoorne het minder eens zijn en dat ze de helft van de respondenten vormen die het (helemaal) oneens zijn. Bij de overige stellingen over de aanwezigheid van een gedeelde visie, de betrokkenheid van alle relevante partijen, het kwijt kunnen van vragen of twijfels binnen het samenwerkingsverband en het vertrouwen in de samenwerking zien we steeds dat ongeveer de helft van de respondenten het (helemaal) mee eens is en een vijfde het (helemaal) oneens. Met name binnen deze stellingen zien we dat de antwoorden van de Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
10
respondenten uit Brielle en Westvoorne verschillen van het totaalbeeld. Respondenten uit deze gemeenten zijn het overwegend minder (helemaal) eens en overwegend meer (helemaal) oneens met de stellingen. Respondenten die bij de stelling ‘Bij de totstandkoming van de RES 1.0 zijn alle relevante partijen betrokken geweest’ (helemaal) oneens hebben ingevuld, kregen een aanvullende open vraag voorgelegd: ‘U gaf eerder aan dat niet alle relevante partijen betrokken zijn geweest bij het opstellen van de RES 1. Welke partijen / organisaties / stakeholders heeft u gemist?’ Deze vraag is door 23 respondenten ingevuld. De meeste van deze respondenten geven aan dat burgers onvoldoende rechtstreeks betrokken zijn geweest bij het opstellen van de RES 1.0. Ze geven aan dat burgers vaak achteraf pas meegenomen werden in het proces en dus onvoldoende inbreng hebben kunnen geven. Volgens hen zal dit in de RES 2.0 anders moeten. Daarnaast worden de kritische deskundigen en gemeenteraden nog benoemd als partijen/stakeholders die onvoldoende betrokken zijn geweest bij het opstellen van de RES 1.0. Deze kritische deskundigen zouden onvoldoende hun woord hebben kunnen doen en/of er zou onvoldoende naar hen geluisterd zijn.
Ten slotte wordt benoemd dat in de RES 1.0 de focus met name lag op de zoekgebieden voor wind- en zonne-energie, terwijl de energieregio al meerdere gebieden kent en dat de besluitvorming beter via gemeenten en/of provincie kan gaan in plaats van via de RESregio. Interviews
De 10 geïnterviewden zijn niet allemaal positief over de wijze waarop de RES Rotterdam Den Haag is georganiseerd. Ze hebben wel het gevoel dat er een duidelijke opdracht ligt, maar ze zetten vraagtekens bij het construct van de RES Rotterdam Den Haag. Ze vinden onder meer dat de energieregio teveel partijen omvat. De regio is te groot en de gemeenten die hier binnen liggen zijn te verschillend volgens sommigen. Denk daarbij aan grootstedelijke gemeenten als Rotterdam en Den Haag ten opzichte van kleine, landelijk gelegen gemeenten. Dat de indeling van de energieregio hetzelfde is als de Metropoolregio Rotterdam Den Haag was bij één van de geïnterviewde raadsleden (die wel echt geïnformeerd is over de RES) niet duidelijk. Ook de rolverdeling is voor niet alle 10 geïnterviewden duidelijk. Wie doet wat en wie heeft welke verantwoordelijkheid zijn vragen die opkomen bij de geïnterviewden. De kaders waarbinnen gewerkt wordt en waarbinnen beslissingen worden genomen zijn niet voor iedereen helder. Over de mate van vertrouwen in de wijze waarop de RES-regio nu georganiseerd is zijn de geïnterviewden wisselend enthousiast. Degenen die actief hebben meegedacht met de totstandkoming van de RES 1.0 zijn hier positiever over dan raadsleden die wel geïnformeerd zijn, maar die geen actieve bijdrage hebben geleverd. Ook zijn de raadsleden kritischer op het ‘product RES 1.0’.
Waar andere geïnterviewden zich wel trots voelen op wat er nu ligt aan plannen in de RES 1.0, zien we dat bij de drie raadsleden niet terug.
Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
11
3
Mate van invloed Als 28 verschillende partijen met hierin naar schatting enige honderden deelnemers een samenwerkingsverband aangaan is het goed om te kijken in hoeverre zij voor hun gevoel vanuit hun rol (voldoende) invloed hebben kunnen uitoefenen op het proces en de besluitvorming en of zij zich verantwoordelijk voelen voor het samenwerkingsresultaat. F IGUUR 3. VRAAG 10: STELLINGEN OVER DE MATE WAARIN U INVLOED HEEFT GEHAD OP DE TOTSTANDKOMING VAN DE RES 1.0 (N=116).
In welke mate eens met de stellingen over de mate van invloed op de totstandkoming van de RES 1.0 Ik heb bij het opstellen van de RES 1.0 voldoende mijn eigen rol kunnen vervullen
52
Er is bij het opstellen van de RES 1.0 geluisterd naar de inbreng van mijn organisatie
20
60
19
Ik ben tevreden met de wijze waarop omgegaan is met de moties, reacties en wensen & bedenkingen die mijn organisatie heeft ingebracht op Concept RES
52
16
Ik vond de Wensen & Bedenkingen procedure een goede manier om als organisatie invloed op de RES 1.0 uit te oefenen
49
26
Mijn organisatie voelt zich verantwoordelijk voor de uitvoering van de plannen zoals die beschreven zijn in de RES 1.0
59
0% (Helemaal) eens
Niet eens, niet oneens
20%
22
17
24
(Helemaal) oneens
60%
20
10
80%
Weet niet / n.v.t.
Van de respondenten geeft 60% aan dat er geluisterd is naar de inbreng van de organisatie waar de respondent werkzaam voor is. Verder geeft een bijna even groot deel, 59%, aan dat de organisatie waar de respondent werkzaam voor is zich verantwoordelijk voelt voor de uitvoering van de plannen in de RES 1.0. Ook voor deze stellingen zien we dat Brielle en Westvoorne verschillen. Respondenten uit deze gemeenten zijn het overwegend vaker (helemaal) oneens met de stellingen. Voor alle stellingen geldt dat (minimaal) de helft van de respondenten die het (helemaal) oneens is, uit Brielle en Westvoorne komen.
Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
3
8
24
40%
6
12
5
7
100%
F IGUUR 4. VRAAG 10A: IK HEB BIJ HET OPSTELLEN VAN DE RES 1.0 VOLDOENDE MIJN EIGEN ROL KUNNEN VERVULLEN . (STAKEHOLDERS , N =14)*
Ik heb bij het opstellen van de RES 1.0 voldoende mijn eigen rol kunnen vervullen.
7
0 (Helemaal) mee eens
Niet eens, niet oneens
2
3
4
6
8
(Helemaal) oneens
3
10
1
12
14
Weet niet / n.v.t.
*Deze vraag is alleen gesteld aan respondenten die ‘anders’ antwoordden op vraag 1 ‘Bij welke organisatie werkt u?’. Vanwege de lage N is hier gekozen voor weergave in absolute aantallen in plaats van in procenten.
Vanwege de geringe aantallen kunnen we alleen indicatief een beeld schetsen. We zien dat stakeholders eerder wél dan niet hun rol hebben kunnen vervullen.
Interviews
Over de mate waarin de tien geïnterviewden vinden dat zij hun eigen rol naar behoren hebben kunnen uitoefenen zijn de meningen verdeeld. De drie raadsleden zijn hier niet onverdeeld positief over. Eén van hen noemt de eigen mate van invloed kunnen uitoefenen op het proces ‘praktisch nihil’. Andere, dichter bij het proces betrokken geïnterviewden, zijn hier positiever over. Ze vinden dat ze veel inbreng hebben gehad, ook gezien de beperkte omvang van hun gemeente. Ze geven aan dat de mate van inbreng volgens hen vooral afhankelijk is van ‘hoe serieus je er in zit’ en minder van de grootte van de gemeente. Weer een andere, eveneens positief gestemde geïnterviewde, vindt de eigen inbreng eveneens afhankelijk van de motivatie van enkele kartrekkers. Dat is volgens geïnterviewde ook nodig; ‘Om deze samenwerking te laten slagen heb je een mix van bestuurlijke en ambtelijke motivatie nodig, van mensen die ervoor willen gaan’.
Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
13
16
4
Informatie uitwisseling Voor het goed functioneren van een doelgerichte netwerksamenwerking als de RES Rotterdam Den Haag, met veel partijen, is het belangrijk dat de informatie uitwisseling adequaat gebeurt: informatie moet tijdig en juist zijn om de spelers in staat te stellen om hun rol goed te kunnen uitoefenen. Eveneens hebben we gevraagd of respondenten bij informatiesessies zijn geweest. F IGUUR 5. VRAAG 13: STELLINGEN OVER DE MATE WAARIN RESPONDENTEN GEÏNFORMEERD ZIJN OVER DE TOTSTANDKOMING VAN DE RES 1.0 ( N =115)
In welke mate het eens met de stellingen over informatieuitwisseling
Voor mijn gevoel ben ik gedurende het proces goed geïnformeerd over de voortgang van de totstandkoming van de RES 1.0
73
Ik kreeg de juiste informatie aangeleverd om mijn rol te kunnen vervullen
59
Ik kreeg de informatie tijdig aangeleverd om mijn rol te kunnen vervullen
32
21
Het was mogelijk om in de gestelde tijd een goed product op te leveren
36
44
Het was binnen mijn organisatie duidelijk welke gegevens wij moesten aanleveren aan het regionale samenwerkingsverband RES Rotterdam Den Haag
Niet eens, niet oneens
19
3
17
5
17
6
30
14
28
52
0%
10
19
44
Het tempo waarin mijn organisatie gegevens moest aanleveren aan het regionale samenwerkingsverband RES Rotterdam Den Haag was niet goed te doen
(Helemaal) eens
13
17
10
10
18
10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (Helemaal) oneens
Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Weet niet / n.v.t.
Rotterdam Den Haag
14
Bijna driekwart van de respondenten, 73%, geeft aan dat ze voor hun gevoel goed geïnformeerd werden over de voortgang en totstandkoming van de RES 1.0. Ruim de helft (59%) geeft aan dat ze de juiste informatie aangeleverd kregen om hun rol te vervullen. Respondenten uit de gemeenten Brielle en Westvoorne zijn het overwegend vaker (helemaal) oneens met deze stellingen. Met name over het tempo waarin de organisatie gegevens moest aanleveren zijn de meningen verdeeld. Eén vijfde van de respondenten (21%) vond het dat tempo niet goed te doen was en 30% is het hier (helemaal) mee oneens; zij vonden het tempo wel goed te doen. F IGUUR 6. VRAAG 13 STELLING 4 (N=14)* IN WELKE MATE LUKT HET BESTUURDERS OM HUN RAAD VOLDOENDE TE INFORMEREN OVER DE TOTSTANDKOMING VAN DE RES 1.0 ( N =14)
Het lukt mij om mijn raad voldoende te informeren over de totstandkoming van de RES 1.0 (n=14)
11
0 (Helemaal) eens
Niet eens, niet oneens
2
4
1
6
(Helemaal) oneens
8
10
1
1
12
14
Weet niet / n.v.t.
*Deze stelling is alleen aan bestuurders voorgelegd. Vanwege de lage N is hier gekozen voor weergave in absolute aantallen in plaats van in procenten.
We zien dat bestuurders veelal aangeven dat zij hun raad voldoende hebben kunnen informeren over de totstandkoming van de RES 1.0.
Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
15
16
Verder is er gevraagd naar of respondenten informatiesessies op lokaal en regionaal niveau hebben bijgewoond. Daarbij is er aan bestuurders en ambtenaren gevraagd of ze één of meerdere werkateliers hebben bijgewoond. Een ruime meerderheid van de respondenten (zowel volksvertegenwoordiging, bestuurlijk als ambtelijk) heeft gebruik gemaakt van de aangeboden informatiesessies of is aanwezig geweest (bestuurlijk, ambtelijk) bij één of meerdere werkateliers. Voor de stellingen met betrekking tot de informatiesessies geldt dat respondenten uit Brielle en Westvoorne het percentage ‘Ja’ wat omhoog brengen. Bijna alle respondenten uit deze gemeenten geven aan informatiesessies op lokaal en regionaal niveau te hebben bezocht. F IGUUR 7. VRAAG 11A: BENT U BIJ ÉÉN VAN DE INFORMATIESESSIES OP REGIONAAL NIVEAU AANWEZIG GEWEEST ? ( N =115)
Bent u bij een informatiesessie op regionaal niveau geweest? (%) Ja
69
Nee
30
Weet ik niet
1
0
10
20
30
40
50
60
70
80
F IGUUR 8. VRAAG 11B: BENT U BIJ ÉÉN VAN DE INFORMATIESESSIES OP LOKAAL NIVEAU AANWEZIG GEWEEST ? ( N =115)
Bent u bij een informatiesessie op lokaal niveau geweest? (%) Ja
71
Nee
23
Weet ik niet
5
0
10
20
30
40
50
Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
60
70
Rotterdam Den Haag
80
16
F IGUUR 9. VRAAG 12: HEEFT U IN DEZE PERIODE ÉÉN OF MEERDERE VAN DEZE WERKATELIERS BIJGEWOOND ? ( N =41)*
Bezocht u één of meerdere werkateliers?
Ja
31
Nee
10
0
5
10
15
20
25
30
35
*Deze vraag is alleen aan bestuurders en ambtenaren voorgelegd. Vanwege de lage N is hier gekozen voor weergave in absolute aantallen in plaats van in procenten.
Goed geïnformeerd en bij informatiesessies geweest?
In de tabellen 2 en 3 is te zien dat zowel respondenten die wel, als respondenten die geen informatiesessies hebben bijgewoond, aangeven voor hun gevoel goed geïnformeerd te zijn over de voortgang van de totstandkoming van de RES 1.0. TABEL 2. GOED GEÏNFORMEERD EN BIJ INFORMATIESESSIES OP REGIONAAL NIVEAU GEWEEST ? (N=115)
Voor mijn gevoel ben ik gedurende het proces goed geïnformeerd over de voortgang van de totstandkoming van de RES 1.0 Bent u bij een informatiesessie op regionaal niveau geweest?
(Helemaal) eens
Niet eens, (Helemaal) niet oneens oneens
Weet niet / n.v.t.
Totaal
Ja
77%
11%
11%
-
100%
Nee
63%
17%
9%
11%
100%
Weet niet
100%
-
-
-
100%
Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
17
TABEL 3. GOED GEÏNFORMEERD EN BIJ INFORMATIESESSIES OP LOKAAL NIVEAU GEWEEST ? (N=115)
Voor mijn gevoel ben ik gedurende het proces goed geïnformeerd over de voortgang van de totstandkoming van de RES 1.0 Bent u bij een informatiesessie op lokaal niveau geweest?
(Helemaal) eens
Niet eens, (Helemaal) niet oneens oneens
Weet niet / n.v.t.
Totaal
Ja
72%
15%
11%
2%
100%
Nee
78%
11%
7%
4%
100%
Weet niet
67%
-
17%
17%
100%
Informatiesessies per doelgroep
In onderstaande tabellen is het bezoek aan de informatiesessies per doelgroep opgenomen. We zien dat volksvertegenwoordigers vaker naar een sessie op lokaal niveau gingen en dat ambtenaren vaker aansloten bij sessies op regionaal niveau. TABEL 4. BIJ INFORMATIESESSIES OP REGIONAAL NIVEAU GEWEEST PER DOELGROEP ( N=115)
Bent u bij een informatiesessie op regionaal niveau geweest?
Volksvertegenwoordiging (n=73)
Bestuurlijk (n=14)
Ambtelijk (n=28)
Ja
66%
71%
75%
Nee
34%
29%
21%
Weet niet
0%
0%
4%
Totaal
100%
100%
100%
TABEL 5. BIJ INFORMATIESESSIES OP LOKAAL NIVEAU GEWEEST PER DOELGROEP (N=115)
Bent u bij een informatiesessie op lokaal niveau geweest?
Volksvertegenwoordiging (n=73)
Bestuurlijk (n=14)
Ambtelijk (n=28)
Ja
75%
79%
57%
Nee
19%
21%
36%
Weet niet
5%
0%
7%
Totaal
100%
100%
100%
Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
18
Interviews
De deelnemende gemeenten en waterschappen hebben in een kort tijdsbestek veel informatie moeten aanleveren. Over hoe dit tempo werd ervaren verschillen de meningen. De geïnterviewden geven aan dat kleine gemeenten hier veel meer moeite mee hebben (gehad) dan de grotere gemeenten. Zij hebben hier veel minder capaciteit voor beschikbaar. Aan de andere kant zijn sommige geïnterviewden ook wel trots op wat er nu ligt aan plannen in de RES 1.0 en dat mede juist door het hoge strakke tempo gemeenten in de actiestand moesten komen. ‘Ik denk dat, door de strakke deadlines, gemeenten gedwongen werden om er over na te denken – dat ze daardoor in de actiestand kwamen.’ De informatie-uitwisseling speelde, zo blijkt uit de interviews, op twee niveaus. Bestuurders worstelden bij de totstandkoming vooral met hun gemeenteraad en met de vragen ‘wanneer informeer ik ze en waarover informeer ik ze?’. Voor raadsleden en ambtenaren spelen twee andere vragen. Allereerst de vraag: ‘hoe informeer ik mezelf?’. En vervolgens de vraag: ‘hoe informeer ik mijn achterban?’. Het lijkt dat zowel bestuurders als raadsleden nog geen helder antwoord op hun vragen hebben geformuleerd. Het blijft voor bestuurders stoeien over het moment van informeren en raadsleden worstelen met tijd en capaciteit om zichzelf goed geïnformeerd te houden.
Waar de geïnterviewden het wel over eens zijn, is dat het nog een flinke kluif gaat worden om ook bewoners mee te gaan nemen. Tegelijkertijd geven alle geïnterviewden aan dat zorgvuldig participatieproces voor bewoners van belang is.
Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
19
5
Draagvlak Draagvlak is een belangrijk onderwerp binnen de energieregio’s. Draagvlak voor de energietransitie is nodig op allerlei niveaus. We hebben bestuurders gevraagd hoeveel draagvlak zij ervaren bij hun gemeenteraden. F IGUUR 10. VRAAG 14: HOEVEEL DRAAGVLAK ERVAART U ALS BESTUURDER BIJ UW RAAD VOOR DE PLANNEN ZOALS DIE BESCHREVEN STAAN IN DE RES 1.0? ( N =14)*
Mate van ervaren draagvlaak door bestuurders
1
0
2
1
2
9
3
(Zeer) weinig draagvlak
4
5
6
7
2
8
Niet veel en niet weinig draagvlak
9
10
11
(Zeer) veel draagvlak
12
13
Weet niet / n.v.t.
*Deze vraag is alleen aan bestuurders voorgelegd. Vanwege de lage N is hier gekozen voor weergave in absolute aantallen in plaats van in procenten.
Binnen de context van de RES Rotterdam Den Haag lijkt het erop dat bestuurders eerder wel dan geen draagvlak ervaren voor de plannen die beschreven staan in de RES 1.0. Aan de bestuurders die hebben aangegeven dat zij (zeer) weinig draagvlak ervaren voor de plannen zoals die in de RES 1.0 staan is een vervolgvraag gesteld waarbij hen gevraagd is om aan te geven wat er moeilijk gaat en welke hobbels ervaren worden. Deze vervolgvraag is door één bestuurder ingevuld. Deze bestuurder geeft aan dat de RES 1.0 te ver van de raad afstaat. De bijeenkomsten werden regionaal georganiseerd, waardoor raadsleden zich er aan onttrokken. Door onduidelijkheid over het proces en de rol/samenwerking van de gemeente ontstond er verwarring onder raadsleden. Er was veel kritiek vanuit de raadsleden over het participatieproces. Tegelijkertijd is aan bestuurders die hebben aangegeven dat zij (zeer) veel draagvlak ervaren voor de plannen in de RES 1.0 gevraagd waarom het bij hen zo goed ging. Deze vervolgvraag is door negen bestuurders ingevuld. Zij geven aan dat hun gemeenteraden over het algemeen allemaal voor verduurzaming zijn, waardoor er ook draagvlak voor de RES 1.0 is. De RES 1.0 zorgt volgens deze bestuurders voor versnelling van de energietransitie en zorgt ervoor dat er stappen gezet kunnen worden.
De gemeenteraden accepteren dat de RES 1.0 nog niet volledig is en dat het in de toekomst duidelijker wordt. De bestuurders geven aan dat ze hun raad zoveel mogelijk betrokken hebben in het proces en bij bijeenkomsten.
Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
20
14
Interviews
Hoewel het onderwerp draagvlak in de vragenlijst alleen is voorgelegd aan bestuurders, is het thema uiteraard wel in alle 8 interviews aan de orde geweest. De 3 geïnterviewde raadsleden ervaren op dit moment onduidelijkheid op de punten van organisatie, plannen en tijdspad wat zich vertaalt naar wantrouwen vanuit hun achterban. Hierin spelen voor deze raadsleden de grootte van hun gemeente mee, de (vaak populistische) kleine lokale partijen, de mate waarin andere raadsleden zich informeren en het ongewisse van het proces. Ze weten kortom niet goed waar ze aan toe zijn en hoe ze de vragen die ze vanuit bewoners krijgen moeten beantwoorden. Ook een bestuurder ervaart een gebrek aan transparantie en begrijpt de terughoudendheid van de gemeenteraad wel. Deze bestuurder verwijt het Rijk dat de energietransitie over de schuttingen van de gemeentes is gegooid en dat het Rijk zich hierin veel te terughoudend (en zonder kaders aan te geven) heeft opgesteld. ‘De rugdekking op zaken als energievoorziening op lange termijn, argumentatie rondom kernenergie, hoe past het in het netwerk, had vanuit het Rijk veel beter ingepast moeten worden.’
Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
21
6
Toekomst Nu de RES 1.0 er ligt moeten de plannen zoals die beschreven staan gerealiseerd worden en start er vanaf het voorjaar van 2022 een actualisatieproces dat uiteindelijk uitmondt in een RES 2.0. Dit actualisatieproces zal elke twee jaar plaatsvinden. Aan de respondenten is een aantal stellingen voorgelegd over het actualisatieproces en de implementatie van de RES 1.0. F IGUUR 11. VRAAG 17: S TELLINGEN OVER HET ACTUALISATIEPROCES (N=115)
In welke mate eens met stellingen over het komende actualisatieproces
Binnen mijn organisatie zijn al mensen aangewezen die zich bezig gaan houden met de implementatie van de RES 1.0
52
13
Ik heb er vertrouwen in dat de plannen zoals beschreven in de RES 1.0 door mijn organisatie uitgevoerd zullen worden
50
21
Mijn organisatie heeft voldoende capaciteit in huis om de RES 1.0 uit te voeren
23
Mijn organisatie heeft voldoende kennis in huis om de RES 1.0 uit te voeren
23
26
0% Niet eens, niet oneens
10
16
23
27
10
21
43
De bestuurswissel na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 zorgen binnen mijn gemeente voor onzekerheid met betrekking tot de implementatie van de RES 1.0 (n=94)*
(Helemaal) eens
18
63
Het is mij voldoende duidelijk welke rol mijn organisatie speelt in het actualisatieproces
23
38
40
Vanuit mijn rol voel ik mij verantwoordelijk voor de uitvoering van de plannen zoals die beschreven zijn in de RES 1.0
12
30
30
13
18
22
3
9
22
10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (Helemaal) oneens
Weet niet / n.v.t.
*Stelling alleen voorgelegd aan respondenten werkzaam binnen gemeenten Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
22
We zien dat 63% van de respondenten zich vanuit hun rol verantwoordelijk voelt voor de uitwerking van de plannen zoals die beschreven zijn in de RES 1.0. De helft van de respondenten heeft er vertrouwen in dat de plannen zoals deze in de RES 1.0 beschreven staan door hun organisatie uitgevoerd zullen worden. Dit is vergelijkbaar met een eerdere stelling waarin we zagen dat 52% vertrouwen heeft in het regionale samenwerkingsverband dat RES Rotterdam Den Haag vormt. Respondenten uit Brielle en Westvoorne antwoordden hier overwegend dat zij het hiermee (helemaal) oneens zijn. Tegelijkertijd zien we dat 50% van de respondenten twijfelt of niet denkt dat hun organisatie voldoende kennis in huis heeft om de RES 1.0 uit te voeren (40% is het hier wel (helemaal) mee eens). Daarnaast geeft 38% aan dat het hen aan capaciteit ontbreekt (23% van de respondenten geeft aan hier wél voldoende capaciteit voor te hebben). Kijken we specifiek naar respondenten uit Brielle en Westvoorne dan zien we dat het merendeel aangeeft dat er niet voldoende capaciteit in huis is en een groot deel ook aangeeft dat er niet voldoende kennis in huis is. Ruim de helft, 52% van de respondenten, geeft aan dat er binnen hun organisatie al mensen aangewezen zijn die zich bezig gaan houden met de implementatie van de RES 1.0.
Bijna een kwart van de respondenten (23%) weet niet (of heeft geen mening) of hier al wel mensen voor zijn aangewezen. Respondenten uit Brielle en Westvoorne vormen een groot deel van deze respondenten die het niet weten of die het (helemaal) oneens zijn. Alleen respondenten werkzaam binnen gemeenten gaven antwoord op de laatste stelling, of de bestuurswissel na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 voor onzekerheid zorgt met betrekking tot de implementatie van de RES 1.0. De meningen lopen uiteen. 26% is het hier (helemaal) mee eens en 22% (helemaal) mee oneens. Bijna een derde geeft aan het noch eens, noch oneens te zijn (30%). We zien dat 22% hier ‘weet niet/n.v.t.’ heeft ingevuld.
Hoe informeren en ondersteunen?
Aan de respondenten is een vraag voorgelegd met betrekking tot de informatiebehoefte en een vraag over welke ondersteuning zij nodig hebben van de RES Rotterdam Den Haag. In Figuur 12 is te zien dat respondenten het liefst geïnformeerd worden via raadsinformatieavonden, informatieavonden voor de hele regio en in wat mindere mate via informatiebijeenkomsten voor de eigen organisatie. In Figuur 13 is te zien welke ondersteuning er volgens de respondenten nodig is vanuit de RES Rotterdam Den Haag. In totaal geven 87% van de respondenten aan een vorm van ondersteuning nodig te hebben, met als meest gekozen ‘financiële steun om kennis en capaciteit te vergroten’. De andere 13% antwoordde via de uitsluitende categorieën ‘dat weet ik niet’ en mijn ‘mijn organisatie heeft geen ondersteuning nodig’.
Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
23
F IGUUR 12. VRAAG 18: OP WELKE MANIER VINDT U HET HET PRETTIGST OM GEÏNFORMEERD TE WORDEN OVER DE VOORTGANG VAN HET ACTUALISATIEPROCES ? ( N =115)*
Hoe wilt u het liefst geïnformeerd worden over de voortgang? (%) Via raadsinformatieavonden
53
Via informatiebijeenkomsten voor de hele regio
43
Via informatiebijeenkomsten voor mijn organisatie
32
Thematische video’s
18
Online regionale berichten
17
Anders
11
Niet van toepassing, ik heb geen behoefte om hierover geïnformeerd te worden
2
Weet ik niet
0 0
10
20
30
40
50
60
*Respondenten konden maximaal twee antwoorden kiezen.
F IGUUR 13. VRAAG 19: OP WELK(E) TERREIN (EN) HEEFT UW ORGANISATIE ONDERSTEUNING NODIG VAN HET REGIONALE SAMENWERKINGSVERBAND RES R OTTERDAM D EN H AAG ? ( N =115)*
Op welk(e) terrein(en) heeft uw organisatie ondersteuning nodig? (%) Financiële steun om kennis en capaciteit te vergroten
43
Samenwerking met buurgemeenten
41
De communicatie over de rol van de RES in de energietransitie
39
Afstemming over de warmtevraag en het warmteaanbod
37
Het monitoren of afspraken/doelen regionaal gehaald worden
35
Het verankeren van plannen en projecten in omgevingsbeleid
34
Het vormgeven van participatietrajecten
34
Dat weet ik niet
10
Anders
8
Mijn organisatie heeft geen ondersteuning nodig
3 0
5
10
15
20
25
30
35
*Respondenten konden meerdere antwoorden kiezen
Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
24
40
45
Bij de twee bovenstaande vragen konden respondenten bij antwoordoptie ‘anders’ een toelichting geven. De antwoorden op de vraag over hoe zij anders geïnformeerd willen worden zijn divers. Interactieve bijeenkomsten werden genoemd als een manier om niet alleen geïnformeerd, maar ook betrokken te worden bij de voortgang van het actualisatieproces. Daarnaast werd het nut van digitale middelen benoemd, zoals een algemene infographic voor gemeenten wat van hen verwacht wordt en een overzichtelijke website die makkelijk geraadpleegd kan worden. Ten slotte werd benoemd dat de informatie gedeeld moet worden door de RES organisatie, via de opdrachtgevers, via de eigen organisatie en/of via de stuurgroep. De stakeholders hebben op dit punt een andere (open) vraag voorgelegd gekregen. Aan hen is gevraagd hoe zij de rol van hun organisatie willen invullen binnen het regionale samenwerkingsverband. Negen stakeholders hebben hier een antwoord ingevuld. Met name constructief meedenken en meebeslissen wordt benoemd, zodat alle partijen samen een veilige energietransitie kunnen vormgeven die breed lokaal en provinciaal gedragen wordt. Interviews
Voor de toekomst spelen volgens de tien geïnterviewden een aantal zaken. Allereerst wordt het volgens hen tijd dat bewoners meer betrokken worden. Er moet een participatietraject op gang komen en dat is wel iets waar gemeentes zoekende in zijn. Sommige geïnterviewden denken dat het handig kan zijn om daar scenario’s voor op te stellen of dat bepaalde generieke zaken op één manier worden gecommuniceerd. ‘Het zou beter zijn om als regio naar buiten toe te presenteren, in plaats van alle gemeenten los, en daarbij ook één geluid naar buiten te laten horen.’ Eén geïnterviewde heeft gekeken naar de RES van Zeeland en vond dat die heel goed in elkaar stak en duidelijk aan gaf voor burgers wat zij konden verwachten. Voor sommige geïnterviewden vormen de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 een spannend moment. Levert de bestuurswissel vertraging op? Een aantal geïnterviewden is bang dat met name (populistische) lokale partijen, die weinig met andere gemeenten, de MRDH of de energie-regio ophebben van alles zullen blokkeren. Anderen zien hierin minder een probleem. Het plan ligt er en er is in de meeste gemeenten mee ingestemd en dus zal dit ook ten uitvoer worden gebracht, zo verwachten zij. Open slotvraag
Aan het einde van de vragenlijst is nog gevraagd welke zaken de respondent mee zou willen geven aan het regionale samenwerkingsverband RES Rotterdam Den Haag. 52 respondenten hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Respondenten noemen dat er verbeterpunten liggen in de concretisering van het proces en het omgevingsbeleid. Het moet duidelijker worden voor partijen en stakeholders wat hun rol is en dit moet duidelijk gecommuniceerd worden. Daarnaast vinden respondenten dat enkele organisaties/stakeholders meer betrokken moeten worden, zoals onafhankelijke kennisinstellingen en gemeenteraden het inhoudelijke proces. Het moet volgens een deel van de respondenten een meer democratisch proces worden, democratische legitimiteit wordt gemist, waarbij iedereen betrokken wordt en inspraak kan hebben. Ook benoemen respondenten dat de aansluiting van de RES en op lokaal gemeentelijk beleid duidelijk Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
25
moet worden. Wat en van wie is de RES? De rolverdeling moet bij de RES 2.0 beter (zichtbaar) worden. Ten slotte benoemen mensen het feit dat de totstandkoming van de RES 1.0 intensief was en dat de weg naar de RES 2.0 nog hobbelig zal zijn. Zij vinden dat hier aandacht voor moet blijven.
Het PON & Telos | Procesevaluatie Totstandkoming RES
Rotterdam Den Haag
26
7
Bespreekpunten Deze rapportage geeft een beeld van hoe de samenwerkende partners (gemeenten, provincie en waterschappen) aankijken tegen verschillende aspecten van de totstandkoming van de RES 1.0. Een aantal stellingen hebben we verder uitgesplitst naar functie van de respondent – volksvertegenwoordiger, bestuurder, ambtenaar/beleidsmaker - omdat we van mening zijn dat deze uitsplitsing (hoewel niet representatief) een mooi beeld geeft van hoe respondenten vanuit een bepaalde rol aankijken tegen de aspecten van de totstandkoming. We voegen geen aanbevelingen toe aan de rapportage. Wel willen we een aantal aandachts- of bespreekpunten meegeven die een leidraad kunnen zijn voor het gesprek over de vraag ‘Hoe nu verder?’ RES Rotterdam Den Haag kan met deze rapportage en deze bespreekpunten in de hand verder met hoe het actualisatieproces vormgegeven kan worden en hoe de verschillende partijen hier zo goed mogelijk bij betrokken kunnen worden. Volksvertegenwoordigers versus bestuurders/ambtenaren/beleidsmakers
We merken over de gehele linie op dat respondenten over het algemeen redelijk positief staan ten opzichte van de onderwerpen die in het onderzoek bevraagd zijn. Zo zien we dat het doel van het regionale samenwerkingsverband over het algemeen duidelijk is, respondenten hebben vaker wel dan geen vertrouwen in de regionale samenwerkingsverband, voelen zich vaker wel dan niet gehoord en verantwoordelijk, en voelen zich vaker wel dan niet goed geïnformeerd over de voortgang van de totstandkoming et cetera. Kijken we echter naar de verschillen tussen volksvertegenwoordigers, bestuurders en ambtenaren/beleidsmakers, dan zien we dat zijn volksvertegenwoordigers minder eensgezind én gemiddeld genomen minder positief gestemd zijn over de voorgelegde stellingen/onderwerpen dan bestuurders en ambtenaren/beleidsmakers. Als we het RES proces beschouwen als voertuig voor regionale afstemming en samenwerking dan kunnen we enerzijds stellen dat de reis tot nog toe zowel ambtelijk als bestuurlijk tot een behoorlijk niveau van eensgezindheid en vertrouwen heeft geleid. Anderzijds zien we op een aantal punten ook nog twijfel of onvrede: zo is 45% van de respondenten onzeker (niet eens / niet oneens of oneens) of er in de gestelde tijd een goed product is opgeleverd en twijfelt 39% van de respondenten of de plannen in de RES 1.0 zullen worden uitgevoerd. Die twijfel is vooral politiek.